Uncategorized

Vruchtbaar, zo’n avondje kastje kijken

Kriewelen kan overal. In een bus , of op een bank in het park, op je inklapkruk midden in het bos of in een hoekje van de bank, terwijl er een boeiend programma bezig is. Bovendien brengt het de rust en concentratie met zich mee om woorden, die gesproken worden, intens en betekenisvol naar binnen te geleiden. De miniatuur familieportretten zijn ideaal om gedachten te schikken en woorden te proeven.

https://www.gids.tv/video/277605/volle-zalen-met-hans-dorrestijn-gemist-bekijk-hier-de-hele-uitzending

‘Volle Zalen’ van Cornald Maas, die Hans Dorrestijn ontmoet, op de televisie. Indringend beeld en woord. De vlakke monotone stem van de woordkunstenaar, de zwartgallige droge humor onderstreepte zijn succes. Een eeuwige twijfelaar, die gespannen afwachtte of zijn grappen over zouden komen bij het publiek. Wat dwars door de ziel sneed, was zijn dochter. Ze begon te huilen toen ze vertelde hoezeer ze haar vader had gemist als jong kind. Deerniswekkend om dat onverwerkte verdriet in tranen uiteen te zien spatten en de bevestiging later van haar vader die zich als grote afwezige onderschreef met het feit dat hij niet voor kinderen in de wieg was gelegd en er niet mee uit de voeten kon, was al even wrang. Het gaf de vileine ondertoon van zijn grappen een scherpe kant. Achter elk venijn van zijn kant parelde een traan van zijn dochter, die regelrecht het hart in sijpelde.

Het gras van zijn buren is tot op de dag van vandaag groener gebleven, ondanks alle bevestigingen van alle kanten over de grootheid en de kracht van zijn snerpende zinnen. Keer op keer dompelde en laafde hij zich aan dit vermeende verdriet, waarbij het narcisitische trekje in een ‘je kan de kunstenaar in jezelf niet verloochenen’ wrang smaakte naar zijn kroost toe. De milde zachte ommekeer vormde zich in een spel met de kleinkinderen, die uiteindelijk toch de gevoelige snaar wisten te vinden en te raken.

Mijn pen krabbeltde verder aan het verleden. Oma van der Linden, nooit gekend, liep over de Amsterdamse Straatweg te wandelen met haar dochter. Dertiger jaren pothoed, charlestonachtige jas met verlaagde taille. Papier te klein de afbeelding iets te groot, Mijn vader viel van de andere arm, maar komt later. Het gaat niet zozeer om de gelijkenis, maar meer om het tijdsbeeld dat hier wandelt. Oma heb ik nooit gekend, ze overleed kort voor ik geboren werd. Mijn vader was de jongste in het gezin. Dan mijn moeder als vierjarige of daaromtrent, oorspronkelijk met hun gezin aan de deur in de Meloenstraat. Kinderstoel op de stoep met een van de Wimpies. Er zijn er twee geweest, maar beiden waren al vroeg gestorven. Ik plukte alleen mijn moeder eruit en plaatste haar met de donkere frons over haar gezicht in de deuropening. Het waren de handjes en het hagelwitte schort die de aandacht vasthielden. De strik op haar hoofd was groter dan haar hoofd groot was.

https://visie.eo.nl/artikel/2020/11/de-geknipte-gast-andries-knevel-in-eus-kappersstoel

Het programma van Cornald Maas werd opgevolgd door ‘De geknipte gast’ van Özcan Akyol, die Andries Knevel in de stoel liet plaats nemen. Opnieuw iemand die zichzelf een beeld schetste en dat niet kon zonder zijn vrouw te noemen. Eus merkte terecht op dat het lang duurde eer het geloofwaardig werd, die twee-eenheid. De klemtoon, die op ‘wij’ werd gelegd, was zo nadrukkelijk uitgesproken, dat het ingestudeerd leek. Niet iedereen is tot onbevangenheid over zichzelf in staat voor een groot publiek. Het oogde als een kabbelend gesprek, maar ondertussen kwamen er een aantal persoonlijke onderwerpen met respect en aandacht aan bod, de kracht van de vrager. Opmerkelijk was dat de geïnterviewde ook iets wilde rechtzetten. Hij wenste zich toe, dat het algemene oordeel van ‘strenge man’ weerlegd zou worden.

van rechtsonder naar rechts boven

Twee mannen, los van elkaar, zo in het moment met zichzelf bezig, leverden een boeiende luisteravond op. Dorrestijn als vogelaar in de Baardmannetjes en met zijn weergaloze teksten oogstte altijd al bewondering. Knevel kende ik niet echt. In een avond werden losse flarden heel. Onderwijl kriewelde de pen geschiedenis. Vruchtbaar, zo’n avond kastje kijken.

Uncategorized

Mijn eeuwige dank

Een wonderlijk waakzame nacht viel me ten deel, maar eigen schuld, dikke bult, het tijdstip van in slaap vallen lag al vroeg in de avond, nadat de nacht ervoor ook zo wakker voorbij was getrokken. Geen idee wat er door het hoofd spookt, of eigenlijk wel. Alles namelijk weer. Tijd om de zinnen te verzetten en uit te waaien aan het strand. Nog even wachten tot dat weer mogelijk is.

Vriendinlief belde vanmorgen met nieuwe en spannende ontwikkelingen. In een uur werd een afstand van mijlen overbrugd. Altijd fijn en vertrouwd om die lieve stem weer te horen. Mooie vooruitzichten en veel levensvreugd. De kracht om in de beperkingen nog altijd mogelijkheden te zien en zelfs nieuwe plannen aan te boren. Wie tot die kunst van leven behoort heeft een voorsprong op het ondergaan van alles.

Een vermakelijk stukje van Sylvia Witteman over het feit dat de ‘bemenste’ kassa gaat verdwijnen. Zij spreekt van bemande, maar doorgaans zitten er niet zelden vrouwen achter. Vooral in deze tijd is het scannen een uitkomst naar mijn mening. Je scant je een weg door de winkel en rekent af aan ‘zo’n heerlijke zwijgzame betaalpaal’. Een prachtige benaming helemaal omdat Sylvia als tegenhang het beeld schept van een cassière, die bij ieder boodschap nog een extra ongevraagde boodschap terugkaatst. Dan ga je verlangen naar de doorgaans stugge, snelle, werkelijkheid van ‘Pinnen’, ‘Bon mee”.

skyline New York 2000

Mijn escapades in een Amerikaanse supermarkt getuigden van de hartelijkheid die je eventueel bij die praatpaal zou kunnen missen. Daar informeerde iedereen achter de kassa naar mijn staat van zijn, zorgden voor een indringend oogcontact en wuifden je nog net niet uit als je klaar was met afrekenen. Zeldzaam en inderdaad, het deed voorkomen of er die dag echt iemand zich bekommerd had om je geestelijke staat. Van de sokken door deze toenadering kwam er van mijn kant slechts gemompel, maar daar verblikten of verbloosden ze niet van. Waarschijnlijk zijn er daar uitgebreide etiquettelessen voor aankomende cassières, die in lange rijen aan de tafeltjes achter elkaar opdreunden ‘Hello, how are you today’. Stel dat je in zou gaan op de vraag en eindeloze jeremiades zou geven van de staat van je geestelijke gesteldheid, dan denk ik niet dat dat in dank zou worden afgenomen en zeker niet door de wachtenden achter je, waar de stoom bij uit de oren kwam. Betaalpalen dus, ondanks de ‘minder gezelligheid’.

Stel maar gastvrouwen aan, die je op weg helpen door het assortiment heen als daar behoefte aan is. Warmte, menselijkheid, aandacht en respect zeker gewaarborgd, meer nog dan bij de kassa. Wel hangt een en ander samen met het karakter van de winkel. Grootgrutter of kleinstedelijke kruidenier. De laatste is ook het doorgeefluik van de gemeenschap. Als je zelf maar mag blijven bepalen welke winkel je verkiest. Wat betreft de moeilijkheidsgraad, aan alles valt te wennen.

Groentenmeisje

In de jaren ’60 werkte ik bij de de nieuwe supermarkt op het groot winkelcentrum. ik wilde achter de kassa, maar het was hoofdrekenen tot op het bot en dat was niet bepaald mijn sterkste kant. Dus bleef het bij uitbenen van de karbonaden, het snijden van de vleeswaren, het afmeten van de stukken kaas en het bijvullen van de groenteschappen. Altijd piekende haren, rode konen, groezelige nagels en verfomfaaide schorten van het harde werken. De jaloezie om de smetteloze verschijning van zo’n kassameisje bleef me achtervolgen, maar daar zat ook een keerzijde aan. Als aan het eind van de dienst de dagopbrengst op de bonnen niet overeen kwam met wat je in kas had, dan zwaaide er wat en werd de onderste steen boven gekeerd. Niemand die er wakker van lag als ik het kontje van de boterhammenworst soldaat maakte, maar op de centen werd met argusogen gelet.

Later kwam ik door de baas van deze supermarktketen nog op een camping midden in de bossen te werken. De kroon op mijn werk, een beloning groter nog, dan het plaats mogen nemen achter het heiligdom. Hier was ik eigen baas. Zélf openen en sluiten, zélf schappen vullen, zélf groenten afwegen en kazen en vleeswaren snijden en zélf afrekenen. Wat een heerlijkheid. Dat ik daar, op die camping, bijna van mijn geloof werd afgeholpen door een groep fanatieke andersgelovigen, was een klein smetje op het blazoen van het ondernemerschap. Het betekende wel het begin van het einde van mijn winkelavontuur.

Daarna is het rotsvaste geloof in onafhankelijkheid sterk gegroeid en gebleven. In ruil daarvoor is er mijn eeuwige dank.

Uncategorized

Beloofd is beloofd

In het dagblad van het Noorden een Somalische vrouw, die weigert de Nederlandse naam van haar man aan te nemen. Alleen de kop van het artikel maakt al genoeg los om te overpeinzen en pakt eigenlijk indirect het probleem aan van de kijk op anders zijn. Ze handelt juist. Alsof je met een Hollandse naam een ander zou worden. Respect geldt voor de persoon, niet voor de naam. Dat is meteen de kern van het probleem. Als je je niet aanpast, de taal niet spreekt, dan hoor je er niet bij. Maar mensen omarmen als mens is niet afhankelijk van ras, godsdienst, cultuur, status, inpasbaarheid of macht. Iedereen heeft recht op het bestaan. Een bewustwording daarvan zou al veel veranderen. Dat is inherent aan de toevalligheid waarmee je waar dan ook geboren bent. Maar zelfs gedachtengoed mag verschillen.

https://www.npostart.nl/sterren-op-het-doek/POW_04349772

Een druilerig dagje gisteren. Theaterthuis uitgeprobeerd. Voorproefjes of de hele voorstelling voor een klein bedrag maandelijks bij je thuis. Toegegeven, het is niet hetzelfde als verwachtingsvol op het warme pluche, maar alleszins de moeite waard. Bovendien steun je de schone kunsten ermee op gebied van Theater, muziektheater, cabaret en musical. . Een vermakelijke musicallsessie van Brigitte Kaandorp, een ouwetje, maar wel hilarisch, viel me gisteren al ten deel. Verder was er natuurlijk weer volop kunst te genieten van dit weekend met op zaterdag Sterren op het doek met Özcan Akyol en lijdend voorwerp Janny van der Heyden, de keukenprinses van ‘Heel Holland bakt’ en op zondag Project Rembrandt. De locatie was prachtig. Paleis Soestdijk in volle glorie. Nog steeds een vreemd idee, dat het een andere bestemming heeft, dan waar je decennia lang aan gewend was. Een defilerende koningin Juliana in de bloemenzee op de trappen voor het bordes. Tijden veranderen.

Het meisje met de parel/Mauritshuis

Ze hadden pittige opdrachten: Het kleurverbruik van Vermeer met als schilderobject het meisje met de Parel. Bijzonder leerzaam zijn de verhalen van Pieter Roelofs, die wijst op het verschil in gebruik van de kleuren en daardoor de duurzaamheid ervan. De tweede was een vrije opdracht aan de oever van de hofvijver, waar halverwege ook nog twee suppers in kwamen te dobberen. De theorie werd op een verschillende manier aangevlogen door de beide mentoren. Boeiend om te zien hoe ieder kunst op een volstrekt persoonlijke manier benadert. Dat is ook duidelijk te merken aan het oordeel van de vakjury en die van de publieksjury. De avond schoof gemoedelijk voorbij.

Er werd ook hier en daar weer wat getest in de familie, dus dat betekende vooral virtueel contact. Een lang gesprek met dochterlief, die zo’n test had moeten ondergaan. Kleinzoon ging met kleine stapjes vooruit, hij was al van de pijnstilling af. De knie was nog dik, maar morgen is de fysiotherapeut er weer.

‘S Middags een lekkere linzenstoof met houmous bij elkaar getoverd met een wrappje als handzame binnenschuiver. Eigenlijk had ik het platbrood voor ogen dat zoonlief had meegebracht, maar dat was als sneeuw voor de zon verdwenen. Het was heerlijk en klaar in een handomdraai. Ik zag dat de voorraadkast in de keuken weer langzaam vol loopt. Dat krijg je met drie mensen die boodschappen doen, onafhankelijk van elkaar. Het wordt weer tijd, en die is er ook, voor de ‘Dwars-door-de-kast-recepten’. Goed voor de portemonnee en het kweekt veel nieuwe ruimte.

Vriendinlief aan de telefoon. Heerlijk even bijkletsen over het schilderen, het schetsen, de invulling aan het leven in deze moeilijke tijden en haar interview met de kunstenaars van haar dorp. Zo trots op haar gemeenschapszin. Ze probeert middels toegankelijke cursussen de eenzaamheid te verlichten, speciaal rond deze donkere dagen voor kerst. Vandaag is het zo’n ‘gloomy’ day. Onbestendig, peper en zout, een dag met net niets van alles. Dus druilerige miezerregen, waar je heel nat van wordt, het pad langs de sloot welhaast onbegaanbaar. Morgen wordt het droog en woensdag beloven ze zon, dus schuift de tuin een tandje op, al kan ik niet beloven, dat er toch niet even een stukje gefietst gaat worden.

Een dezer dagen, geïnspireerd door alles wat deze week langs kwam, komt het doek van zoonlief af. Beloofd is beloofd.

.

Uncategorized

Voor de broodnodige beweging

Bij het opgooien van de kaarten van het dinokwartet, een paar dagen geleden, was het overduidelijk. Het witte vintage kleedje was aan het smoezelen. Evenals het kleed over de rotan omastoel, waar kleinzoon op had gezeten en zich had genesteld met de kleine moddervoeten. De was was er goed voor. Met een schone lading lakens en kleedjes naar de tuin vandaag om een geïmproviseerde najaarspoetsbeurt te geven. Lappen eraf, nieuwe lappen erop, krakend fris wit. Drie van de meegebrachte vellen Khadi A3 met gesso glad gestreken en opgehangen voor het raam om te drogen. De omgekrulde exemplaren tekenden met witte lijnen patronen op de ruit. Een ingenieuze poetsdot van wc-papier, er is geen water op de tuin, bleek uitstekend om de ramen schoon te poetsen. Met de nijverheid in optima forma de buitenkant ook direcht maar gedaan. Van smetten vrij weer helder zicht. Nu moest de vloer eraan geloven. Met mijn stoffertje werd alles onder de tafel vandaan geswiept, naar buiten gewerkt en de meubels herschikt.

‘Veeg en veeg en veeg’ schreven mijn herinneringen. In het schimmenspel van lang geleden, waarbij ieder kind een optreden had, hoorde het lied van opa Bakkebaard. Opa Bakkebaard had een huisje/en in dat huisje was het goed/opa Bakkebaard had een huisje/en weet jij wel wat hij doet/ Hij veegt de vloer/met een bezem, met een bezem/ hij veegt de vloer/ zo veegt hij de vloer. Om het moment van fame nog iets op te rekken, kwamen de historische woorden ‘En veeg en veeg en veeg’ erachter aan, waarbij ze ijverig als reuzenschim de bezem heen en weer zwiepten. Groot succes, hier en daar een trotse oudertraan. Op dit moment was ik mijn eigen opa Bakkebaard.

Het schone atelier vroeg om kaarslicht en een brandende kachel. Knussigheid ten top. Spannend. Dit was de eerste keer dat de kachel lang zou branden. Kijken hoe mijn zwartkop zich hield. Gretig zoog hij de vlammen van de lucifer naar binnen en toen alle registers opengingen sloeg hij aan. De droge takken die er in lagen, beantwoorden onmiddellijk met een grote swoesj aan de verwachtingen. Er kon een droog berkenhouten stammetje tegenaan om de boel gaande te houden. Vrolijk snorde hij roodgloeiend van de opwinding, eindelijk weer in gebruik te zijn, verder. Swiep en swoesj hadden hun werk gedaan. Een van de witte prullenmanden werd houtkorf en wat restte was een ruimte met warme sfeer ten voeten uit.

Bij het opschonen was de vondst een nachtuil en een bij, beide dood als een piertje, maar nog volledig intact. Bister en een onbewerkt vel Khadi Papers en de spiksplinternieuwe bamboe rietpennen in de aanslag, wat een gave ontdekking was dit. Wat tekende het met gemak de dikke en de dunne lijnen van mijn vaders schoonhandschrift van vroeger, dik opgaand, dun neer. Mogelijkheden samen met penseel waren te over, maar eerst kwam de ruwe versie ongepolijst op het papier. De bij te dik aangezet. Bister laat zich niet zo snel wegdeppen als inkt of aquarel.

Het was nog een stief uur goed toeven en pas om half zes stapte ik in het schemerduuster naar buiten. De buuf op de hoek knoopte een gezellig praatje aan over de heg. We hadden elkaar al zo lang niet gesproken en haar man kwam een Yacon brengen, een appelwortel uit de Andes. Hij legde het behoedzaam aan de ingang van de tuin in het gras en legde uit, dat deze friszurig smaakte, het rins van de appel. Goed voor in salades en stoof. Een blij mens toog huiswaarts. Onderweg haalde ik het pakketje op dat bij de plaatselijke super was bezorgd. Thuis kwam uit het grauwe karton dat prachtige Degas-blauw te voorschijn. Het boek van Arthur Japin: Mrs Degas. Opgeruimd atelier dus een opgeruimd hoofd en van de week zeeën aan voorspelde regen om op te krullen in de bank samen met boek en Pluis. Met af en toe een najaarspoets voor de broodnodige beweging.

Uncategorized

Nieuwe spijs, nieuw elan

Luilekkerland was open. De ontdekking gisteren van de prachtige khadi papers had een nieuw idee gebracht. ‘Verandering van spijs doet eten’. Een tijd geleden had een van de broers de fotoboeken van mijn ouders digitaal doorgegeven. Er zaten sepiakiekjes tussen en zwart/witte. Mijn jonge ouders aan het werk in een eerste baantje, moeder in een dienstje en mijn vader als postbesteller in de roerige jaren dertig. Opa en oma komen er in voor. Broers en zussen van beiden.

Julianapark ’43

De foto’s uit de oorlog gaven beelden in het Julianapark, met de kleintjes, met de schoonzussen bij het houten hobbelpaard. Na de oorlog moeder met de jongens in het gras, vlakbij het nieuwe huis. Mijn vader in een baan als rechercheur, compleet met regenjas en hoed. Mijn vader als toneelspeler, als tapdanser. In het hoofd buitelden de ideeën, die me uit de slaap hadden gehouden. Wat als die portretjes nu eens in sepia werden uitgevoerd. Bister-inkt leek me uitermate geschikt, evenals de bamboe-rietpen. Dat dwong tot kleiner werken. Bister, vervaardigt uit schellak, geeft die mooie lichtbruine tint eraan. Rembrandt gebruikte het al. Mooi zo’n echte klassieker en een uitdaging op de lange winteravonden. Met de inkt, twee japanse penselen, de bamboepennen in verschillende diktes en nog een pakketje Khadi A7 verliet ik het pand. Hollebolle Gijsje met de buit.

Khadi paper A7 is iets groter dan een grote postzegel en dwingt tot een andere papiervulling. Een goede drijfveer om uit de comfortzone te treden en klein te werken met als doel de familiekiekjes die het meest geschikt zijn, uit te tekenen, maar nu gedetaileerder. Iets wat er niet toe doet, mag worden weggelaten, maar juist interieur en entourage zijn inspirerend en sfeervol. Mijn moeder in haar dienstje werd de eerste. Mevrouw liet ik weg, als minder belangrijk dan de omgeving. Aandacht voor het detail en zoveel mogelijk informatie op het kleine oppervlak. De micron 0,5 was er een fijne pen voor, zo bleek.

Bij het tweede portret van mijn vader, in een garage aan het klussen, ging ik alweer de mist in. Met mijn gebruikelijk grove schets was het weer veel te los geworden. Niet bijzonder, een schets, en dat was eigenlijk niet mijn bedoeling voor de serie familieportretten, dat ineens tot item was gepromoveerd. Vandaag eens kijken of het aan te passen valt. Vast wel.

Een ander plan. Door het zoeken naar het bladerdeeg van gisteren, ontwaarde ik ook een pakje filodeeg. Loempia’s van filodeeg konden in de frituur maar ook in de oven worden bereid. Dat was de tweede nieuwe inval. Nog nooit gedaan. Een vulling van ui, knoflook, geschaafde peen, taugé, dun gesneden kool en kastanjechampignons. Twee plakjes filodeeg op elkaar, de vulling uitgerekt in het midden, vouwen en rollen. Het lukte wonderwel. In de frituur en zes iets te dikke loempiaatjes later, gedeeld met zoonlief, was het goed garen spinnen.

Bij thuiskomst, het was de dag der verrassingen, rolden de twee nieuwe te recenseren prentenboeken uit het pak dat in de brievenbus stak. Een geluksdag, die vrijdag de dertiende. Nog maar één boek te ontvangen en dan kan ik los. Het radert en ratelt al weer in mijn hoofd, want zo werkt het. Nieuwe spijs, nieuw elan.

Uncategorized

Op alle fronten

Na de sudderende ochtend zette ik de snelheidsknop hoog om twaalf uur. Straks een middag met kleinzoon 3 in het atelier. Niets in huis, of toch. Jawel ergens onder in een van de drie diepvrieslades vond ik een pakje bladerdeeg en het laatste stompje belegen kaas. Het was kort dag. Oven voorverwarmen, bladerdeeg snel ontdooien, kaas snijden in kleine plakjes en in het midden van het deeg plaatsen. Verse peterselie erop en dichtvouwen.

Zes mooie pakketjes zaligheid om de oven in te schuiven. Met de twintig minuten die het zou kosten om te garen, bleef er precies genoeg tijd over om naar de school in een stad verder te reizen. Water mee, plat en prik, penselen mee en gaan. Het regende en mijn verlangende blik stuwde de wolken voort en verder nog.

De zware schooldeur ging eindelijk open. Het verwachtingsvolle, dat zoekende, bij het als eerste naar buiten komen, mini tegen het ouderwetse hoge gebouw, beantwoordde aan de app, die me gestuurd werd door schoonzoonlief. ‘Hij heeft er héél véél zin in’. Het vertaalde zich in een verheugd zwaaien toen hij me ontdekte, leunend tegen de lantaarnpaal.

‘Eerst naar oma’s lievelingswinkel’, was het plan, dat onmiddellijk werd goedgekeurd. Honderd vragen van kleinzoon 3. Het doel was handgeschept papier te kopen, dat die morgen werd aangereikt door een lieve blogvrriendin. Mijn waarschuwing voor het zwarte snoetje, waarbij mijn gezicht werd gereduceerd tot twee ogen, werd weggelachen en nee, hij hoefde geen ontsmettende vloeistof. Vragen die je maanden geleden hadden getrakteerd op ogen als schoteltjes. Een snelle inburgering.

Het was weer smullen. Het papier was prachtig. Gemaakt van Indiase lompen, hand geschept en door de katoenen vezels en de verlijmde glycerine geschikt voor al het schilder en tekenmateriaal. De verrassing was de afmeting. Van A7 tot oneindig veel groter. De A7 en de A3 ging mee naar huis. ‘Mocht je gezellig mee’vroeg de eigenaar van de winkel. ‘We gaan vanmiddag naar het atelier legde ikhem uit hè …’, grote frons in dat kleine koppie. Hij wachtte netjes tot we buiten gehoorafstand waren en zei toen: ‘Je zei L… tegen mij’. Oops. Oude oma speelde op, namen verhaspelen. Vanaf daar ging het fout, want het kwam nog wel drie keer voor. O, o, o. Als eenmaal iets in de kop zit, krijg je het er maar moeilijk uitgesleten.

We hinkstapten over de diepe voren, door de fietsers in de modder gereden, in het pad naast de sloot. Even was hij bang dat de tafel zou ontbreken, want dan konden we niet doen waar hij zijn zinnen op had gezet: Het Dino-kwartet. Bij een geruststellend antwoord werd de zin weer reuze. Modderschoenen in het kleine wit met blankhouten huis maakten inventieve oplossingen. Op de witte stoel rond de kleine bamboetafel. Eerst de kaasbroodjes, waar hij niet van hield, maar die hij toch even probeerde en daarna opsmikkelde.Water erbij, mandarijn toe. Sanitaire stop op de emmer.

De stegosurussen, diplodocussen en de brontosauriërs sloegen ons om de oren. De verschillende te behalen kwartetten hadden naast de plaatjes ook eeenzelfde kleur. Handig voor een niet lezende kwartetspeler.Tussen neus en lippen door vroeg ik of ie wilde schilderen. Niet heel enthousiast werd het idee onthaald. Kleine doekjes kwamen te voorschijn. Aarzeling. De kleurrijke viltstiften, daarmee kon het ook. Zijn grijze wolkje boven het hoofd klaarde op. Er kwamen dino’s op kleine schaal, maar ook bomen en twee eekhoorns, terwijl op mijn doekje een stegosurus verscheen.

Mijn tactiek zette de aquarel op tafel met een kommetje water en twee kwastjes. Niet aandringen, laten gaan in het proces. De stegosurus kreeg vloeiende groenen en blauwen. Daar kreeg je dus geen vieze vingers van. Nou ja, oma’s wel, bleek achteraf, maar hij niet. Schilderen en prietpraat. Luisteren naar de vogeltjes, de roodborst, de staartmees. Zijn heldere lichte kleuren versus de aardetinten van mij. En de vraag aan mijn adres: ‘Waar is de paddenstoel’. Prehistorie in een moderne jas. Alhoewel, schimmels zijn tijdloos.

Met drie kaasbroodjes en twee schilderijen voor het verbouwde huis stonden we even stil bij de lucht, waar de inzet voor de vallende avond al begonnen was. Blauw, grijs, zwart, paars en roze en geel, waardoor oma vergat een foto te maken. Hij zag het en somde ze moeiteloos op, en dat de kleur aan de kant van de molen donker was en in de richting waar we naar toe moesten lichter. Over de kleine blauwe prins viel de avond en bij het bospark kwam dochterlief net aanrijden. Alles werd overgeheveld in haar auto, opgetogen kwebbelend. Hij klom naar de bagageruimte en stuurde een reeks kushanden tot ik hem niet meer kon ontwaren. Wat een heerlijke dag. O ja, hij won. Op alle fronten. ❤

Uncategorized

In variatie op een thema

Nooit gedacht dat een boek met de subtitel ‘De kunst van het oordelen’, nog eens in de brievenbus zou liggen. Dankzij twee opmerkingen van twitteraars kwam de schrijfster ervan op mijn spoor, al trok ze iedere week voorbij in mijn krant. Eenvoudigweg nooit gezocht naar haar boeken. Je tot de gelukkige eigenaars rekenen, die meer dan inzicht verschaffen en ook de filosofie aanreiken, zorgt voor een gelukzalig gevoel. Het boek Altijd iets te vinden-De kunst van het oordelen-‘van Wieteke van Zeil is het juweel, dat nog ontbrak in deze tijden waar we de kunst niet in levende lijve mogen aanschouwen.

Naast het pas aangeschafte ‘Meisjes in de Kunst’ ben ik de hemel te rijk. Het handelt over het tot stand komen van meningen en wat daar een belangrijke rol inspeelt. Je stemming en je achtergrond, het gezelschap waar je in verkeert, de emotie die het in eerste instantie oproept en die soms belemmert dieper te kijken, dan je walging lang is. In vogelvlucht bekeken en nu al tot het besef gekomen dat het bijdraagt aan de hang naar een verdieping in de kunstbeleving. Aan het eind nog een aantal tips over aanvullende literatuur. Onder het gewicht van dit prachtig uitgevoerde boek ligt de nieuwe Zin en de krant. Geen ijdelheid om te vertellen, dat twee koppen koffie, schone lakens en zo veel leesplezier me een aangename morgen zullen geven naast vele uren mijmeren en nieuwe inzichten. Het geluk is soms een pakket in je brievenbus.

Gisteren was de avond van onze Boekenbabbels. Te vroeg voor mij en mijn terughoudendheid voor het open vizier inzake het virus, maar dankzij google meet, was ik er bij. Zij waren ieniemienie klein op mijn Iphoon en ik was hoofdgroot in hun kring aanwezig. Wat heerlijk dat de techniek dit mogelijk maakt. Ik voelde me de virtuele maagd, maar dan anders. De meeting duurde van acht tot laat, maar om elf uur was de koek op. Turen en ingespannen luisteren naar gesprekken, die soms door elkaar lopen met een geluid uit de verte, is vermoeiender dan ik dacht. Het boek dat besproken werd: ‘De avond is Ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld. Een boek dat weerstand en bewondering afriep. Iedereen had moeite met het in een keer uit te lezen. De hamvraag was onder andere; ‘Wat was de reden dat ze de Booker Prize had gewonnen samen met haar vertaalster Michelle Hutchson’. Een kenmerk was unaniem ervaren. Het boek werd gekenmerkt door een boeiende schrijfstijl met prachtige metaforen en associaties. Het nodigde eigenlijk uit, voor een betere beleving, door het ook in het Engels te lezen. Over het verhaal zelf waren de meningen verdeeld.

Toch was het weer genieten en niet op de laatste plaats om het boek wat er uitrolde voor de volgende keer: ‘Mrs Degas’, van Arthur Japin. Na de bijeenkomst ontdekte ik dat er een bijbehorende digitale kunstgids, kunstvensters genaamd, in het leven was geroepen, om al de kunstwerken, die Japin noemt in het boek, nader te kunnen bekijken. Een prachtige aanvulling op het bovenstaande verhaal. Het keuzeboek komt alweer deze richting op. Het enige nadeel was dat alle lekkernijen en de wijn aan mijn neus voorbij zijn gegaan, terwijl bij mij uit de koelkast een water haar weg vond. ‘Elk voordeel heeft…’in navolging van een aardse voetbalfilosoof.

De oppas bij kleinzoon ging niet door, want vader rinkelde alarmbellen met zijn plotselinge griepverschijnselen. Vanmiddag heb ik een herkansing bij kleinzoon 3, die van school komt en met me mee zal reizen naar het atelier. Wie weet, rolt er nog een onvervalst en een onbevangen kunstwerk uit zijn handen. Klein doek is aanwezig en de verf ook. Oma’s zijn niet voor een gat te vangen. ‘Kan je niet naar de kunst, zorg dan dat de kunst naar jou komt’. In variatie op een thema.

Uncategorized

Leve het digitale gemak

Vannacht het boek ‘De avond is ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld uitgelezen. Niet handig tussen de hazenslapen door, want het leverde een aantal pittige dromen op. Ze waren gevuld met onbegrip, eenzaamheid, zo goed als levenloze padden, een reeks overhaaste vluchten en rauwe aandacht. Wat een boek. Ze doorzeefde schoonheid met een rauwheid, die bij mij hooguit, vanuit het verleden, contouren in de herinnering had gekregen, maar ook weer waren uitgewist. Te schurend. De spanning wist ze tot de allerlaatste zin vast te houden. Het hele verhaal lang voelde je dat er dreiging was, die moest ontaarden. Geen opbeurend boek, geen luchtig boek, maar zwaar als stroop. Ik droeg in een van de dromen een opvallende enkellange knalroze teddyjas. Het stond me erg goed en vrouwelijk. Het duurde even eer de zinnen weer waren geschud.

https://www.avrotros.nl/volle-zalen/gemist/detail/item/volle-zalen-jenny-arean-10-11-2020/

Gisterenavond stapte Cornald Maas, van het programma ‘Volle Zalen’, de wereld van Jenny Arean binnen. Ik nestelde me eens lekker in de bank, de koffie onder handbereik. Haar typische Jenny-timbre klonk opgewekt en vrolijk al erkende ze na het beëindigen van haar carrière het gemis te hebben vertaald in depressiviteit. Ze wilde niet stoppen, maar kon eenvoudigweg niet langer meer. Herkenbaar. Als de jaren gaan tellen, brokkelt er steeds vaker een klein stukje af van het normale, onbewust gedragen, leven af. Het succes dat haar was komen aanwaaien, kwam mede dankzij de genen van een zingende moeder. Het ging allemaal goed, omdat ze leerde boven de materie te staan. Ze noemde het: ‘Dat je de macht zodanig in handen hebt, dat je om de zinnen heen kan denken. Dat het een deel van jezelf wordt. Het moet vers blijven, zodat het je ziel aanraakt. (…) Het is al begonnen voor het begonnen is.’ Zoals bij het schrijven het belangrijk is om tussen de regels door te schrijven.

Ze boomden over haar carrière, over ouder worden, over dat afscheid nemen van die volle zalen, over de ouders en de opvoeding, de dochter en haar enige kleinkind. Wat een mooi beeld werd hier neergezet, tegen een achtergrond met een litho van Marlene Dumas: Dorothy–D-Light. Cornald verstaat de kunst van het luisteren en weet de juiste vragen te stellen op het juiste moment. Gemoedelijk en knus eigenlijk. Alsof je bij hen aan de tafel zat. De kleindochter die op visite kwam, maakte haar ineens weer tot een liefhebbende humorvolle oma. Lunchen en wandelen dwars door Amsterdam. Ze kreeg nog altijd individuele optredens in haar schoot geworpen. De kers op de taart, noemde ze dat, iets wat nog altijd wel mogelijk was. Aan het eind zagen we haar optreden bij Kaleidoscoop van Wende Snijders in Carré. Bij het inzingen klonk haar stem nog breekbaar, maar tijdens het optreden triomfeerde Jenny met haar dijk van een stem, waarbij ze lief en teder begon, maar eindigde in het opentrekken van alle registers, waarmee ze alle bladzijden van de ouderdom van de kalender scheurde. Wat een krachtige vrouw.

Het is nog wat heiig buiten. Niet alle nevel van vannacht, die bijzondere en geheimzinnige slierten die langs de huizen en door de stille straten waren, is opgetrokken. Er blijft nog een restje onduidelijkheid bestaan, al is het mysterie verdwenen met de komst van het licht.

Kleinzoon heeft vanmorgen wat morfine gekregen tegen de pijn. Dat kleine lijf met zo’n paardenmiddel lamgelegd. De knie zit goed ingepakt. Vanmiddag maar eens even aanwaaien. De boekenavond is ook vanavond, maar voorzichtigheid is nog steeds geboden. Het zal me niet overkomen dat, in het zicht van het einde van de tweede golf, er nog net een virale aanval opduikt. Ik zoom en zij komen samen. Leve het digitale gemak.

Uncategorized

En daarmee recht te doen

De onrustige nacht eindigde in een even turbulente droom. Zo werkt dat door. Kleinzoon is vandaag aan zijn knie geopereerd en dan loop je pas hard tegen de virusfeiten aan, want even mee naar het ziekenhuis met dochterlief zit er niet in. Er zijn nog meer vragen, die door het hoofd spoken. Hoe moet het met een rolstoel en de drie trappen op, als er geen lift in de buurt is. Gedachten die rond blijven dwarrelen.

Verder is het een dag van niets. Geen plannen anders dan lezen en schilderen. De doeken voor zoonlief afmaken is een optie. Eerst de was, dan misschien even een stukje fietsen en het hoofd leeg maken. Boeken inpakken als verrassing. Ze zijn de zoete troost, altijd.

Pluis ligt onder de sprei op het dekbed en heeft zich tegen de benen gevleid. Er was een filmpje op FB, van een Schotse backpacker die een wereldreis maakte op de fiets en in Bosnië een zwerfkatje vond. Een kitten van zeven weken. Hij nam haar mee naar de dierenarts omdat ze hem volgde en hij besloot haar te houden. Vorig jaar reisden ze samen door Europa en werden onafscheidelijk. De foto’s zijn vertederend en maken duidelijk dat de trouw van een dier aan de baas onovertroffen is. De stelregel bij het halen van een dier was voor mij helder. De poes kiest jou, jij niet de poes.

-Vooruitgaan/ is teruggaan/ naar wie je was/zijn/ wie je altijd/ bent geweest- is een gedicht van blogger. http://www.veraschrijftpuur.nl en het houdt me even gevangen. Vooruitgang is groei en ontwikkeling. Nieuwe ideeën niet uitsluiten maar omarmen, veranderingen invoegen in het bestaan. Flexibel zijn wil niet zeggen dat de waarde van het zijn verandert, of dat iets wezenlijk verandert. De keuze bepaalt de weg, een eigen keuze. Soms is iets waardevast en blijft bij je. Een positieve kijk op het geheel der dingen, ondanks alles wat er gebeurd is. Door de loop der jaren heen zijn er nogal wat turbulenties geweest, veranderingen, aanpassingen, maar het heeft de kern niet aangetast. Wel de naïviteit wat afgeslepen. ‘Door ervaring wijs geworden’ zeiden ze vroeger. Zo is dat. Als je het leven als een leermoment beschouwt, dan zijn er veel zaken waar je, met de tijd die verstrijkt, een stuk bedachtzamer door kan worden. Het overpeinzen levert met regelmaat mooie nieuwe wegen op.

De verwondering blijft en is daarmee voedend. Om de schoonheid van de natuur, om de reacties van mensen, om het leven zelf. De band die gesmeed wordt met het landschap waarin de wandeling plaats vindt en dat soms vertrouwd is en dan welhaast onbegaanbaar. Het leven is eb en vloed. Het komen en gaan met het rollen der golven en het terugtrekken voor de verwachtingen in sommige opzichten. Groei is er door de ruimte die er blijkt te zijn als verwondering de leidraad wordt. Dan is het mogelijk om af te dalen naar het wezenlijke zelf, te luisteren, te voelen en te begrijpen.

Het voordeel van niet de afleiding op kunnen zoeken is dat het naar binnen keren zich als vanzelf aandient. Tijdens een wandeling, tijdens het zijn op de tuin, tijdens het lezen, tijdens een documentaire. Diepte en tijd omlijsten elkaar. De kunst is om het af te pellen tot de essentie en daarmee recht te doen.

Uncategorized

Dat wonderschone

De dames schaap zijn opgestegen. November beleven met een nazomerse temperatuur. Achtien graden wordt het vandaag. Gisteren op de tuin was achterbuuf al aan het werk. Ze had de tip om lavameel te kopen voor de voeding van de grond. Buuf heeft groene vingers en van die handige adviezen. Bij het wieden leerde ze me vooral te wachten tot er drie blaadjes aan het plantje zat. Dan kon je determineren waar je mee te maken had. Met een open vizier leer ik veel bij.

Berk is niet meer. Die prachtige mooie berk is omgezaagd en dat ging maar net goed. Een onwillige tak viel bij de Oude in de tuin, een meter van de glazen kas af. Het was dan ook een hele klus en er kon maar vanaf een kant gewerkt worden, terwijl de stam op de grens van beide tuinen stond. Kleinkind van Buuf wilde heel graag de ‘Pipowagen’ zien en samen kwamen ze even aanwippen. Goudlokje met een aandoenlijk blauw brilletje op de kleine neus kreeg een schelp waarin de zee aan het ruisen was. Later vertelde zijn oma dat hij steeds weer de schelp uit zijn broekzak haalde en luisterde, iedereen moest ook even luisteren. Zo’n lispeltuut werkt altijd.

Langzamerhand kom ik erachter wat heel belemmerend kan werken in de schilderkunst. Alle regels die her en der zijn opgesteld door allerlei mensen, die er ervaring in hebben, kunnen heel tegengesteld zijn en ook remmend werken in de vrijheid van het eigen proces. Al doende leer ik nu, bij het opzetten en weergeven, de regelen der schone kunsten af om mijn eigen handtekening de ruimte te geven. Een soort van blanco omwille van het experiment. Alles wat ik tot nu toe heb meegenomen, heeft bijgedragen aan dit inzicht. Je moet het eerst beheersen alvorens het los te kunnen laten. Een boeiend avontuur, die vast nog heel wat zal opleveren aan leermomenten en verdere ontwikkeling. Het is voor het eerst in mijn schilderperiode, dat het gevoel van rust neer is gedaald. Een soort thuiskomen. Je eigen cursus mogen zijn is een groot goed en de inspirerende ruimte werkt er hard aan mee.

Project vriendschap

Wonderlijk is dat ik jaren lang de kinderen in de groep wel die ruimte heb gegund. Alle materialen stonden voor het grijpen. Alles mocht worden gebruikt. Zo hebben zij en ik heel wat ontdekt aan vaardigheid, techniek en materiaal. Kijken, voelen, ruiken als basis voor het ontdekken. Iets weten te presteren, wat voor ieder een eigen schoonheid meebracht om daarna, het meest boeiende van alles, de ander mee te nemen op de ingeslagen weg en zo de kennis te delen. Daarom is Project Rembrandt heerlijk om naar te kijken. Niet alleen de individuele vorderingen te zien, maar juist ook om mee te kijken door de ogen van Lita Cabellut en Pieter Roelofs, wiens keuze tegengesteld aan de publieksjury kan zijn. Wat telt voor de een, geldt niet perse voor de ander.

De dag zat er weer op. Het kaarslicht mocht uit en de deur ging weer op slot. Een laatste groet aan de kale berkenstam, waar roodborst verdwaasd rondhipte. Bij het richting hek wandelen had de lucht wat extra warmte voor me in petto en bracht de sloot een weerklank op wat zich in het wolkendek voltrok. Dat wonderschone.

Uncategorized

Helend en troostrijk

Zo rustig als het weer was, zo roerig was de dag. Flarden en vegen van het nieuws waaiden op, uit de radio in de kleine blauwe, op de laptop, uit de monden van de mensen om me heen. Buuf gebaarde me te komen zitten in het zonnetje. Haar tuin lag achter de mijne en met de lage zonstand werd mijn verhalentuin een al snel te koude schaduwtuin.

Een droeve boodschap. De twee berken waren in gevaar. Ze stonden op de grens van de Oude en buuf. Ze waren prachtig tot de Oude de helft van de grootste aan zijn kant had weggekapt om meer licht in de kas te krijgen. Nu was zijn missie beide weg te krijgen. Ik moest er niet aan denken. Schoonheid vernietigen doet altijd pijn, maar de gedachte erachter ook. Zuiver op de graad is niet voor iedereen weg gelegd.

Sarren is een nare eigenschap, die geen mens moet willen. In het gesprek werden mijn gedachten er zijdelings mee geconfronteerd en weigerden de negatieve kanten van het geheel. De enige raad die ik kon geven, was afritsen en laten vallen, daarna aarden, twee voeten stevig op de grond en een strategie bedenken, die helend zou zijn voor de geest.

Joe Biden die gekozen werd, was dat andere, nu heuglijke, emotionele moment. Had er zelfs van liggen woelen bij de gedachte dat het volk toch weer de opruiende woorden van Trump zouden honoreren, maar met die ene republikeinse kiesman, die vertelde dat hij zijn kleinkinderen wilde leren, dat waarheid en eerlijkheid recht doen, had ik hoop gekregen. Geen ijdele, bleek nu. Er viel weer adem te halen, opgelucht nog wel.

Wij hadden, twee vrouwen op een bankje, een fijn gesprek. Prietpraat over de kinderen en de kleinkinderen, plannen, wat ongemakken en het kleine geluk, maar ook diepgang over zielenpijn en verlangen. De zon warmde het hart en filterde door het blad van de notenboom heen, de vijver lag er roerloos bij. Late dahlia’s en de kleine salvia bloeiden nog welig, goudsbloemen strooiden oker in het rond. De dames schaap aan de overkant van de sloot graasden zich een weg door het hoge gras. Een mankepootje ertussen en de anderen beschermend om haar heen.

Het schilderen bracht rust. Tweede oefening, weer olieverf op papier, maar eigenlijk te laat begonnen en mijn verzamelde grote krantenfoto’s thuis laten liggen met inspiratie voor vandaag. Dat werd dus een sessie van een uur of twee. Het buitelen van de gespinsels stroomlijnden door de arm het penseel in naar buiten, waar gisteren het hart in beroering was, was het nu de geest. De streken waren onrustiger, minder vloeiend, meer gepruts. Duwen en trekken tot er kalmte kwam in het gemoed. Alles heeft beslag op het handelen.

Het begon al te schemeren, tijd voor kaarslicht. Vredige vlammetjes bij het schrijven van het tuindagboek. Wandelend langs de sloot, waar de avond in alle stilte neerdaalde en de kou in witte slierten nevel optrok. Hier en daar nog een enkele stem van een van de tuinders, de kreet van een reiger, gekras van de kraaien in de boom bij de paddenpoel.

Menselijk gevoel, menselijk gewoel, die turbulentie was ver te zoeken in dit zo kalme tafereel. ‘Komt tijd, komt raad’ fluisterde het verleden en mijn moeder er direct achter aan: ‘ De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend’. Mijn adem tekende wolkjes, die de onrustige gedachten omsloten en met zich mee voerden de nevel in. Natuur is helend en troostrijk.

Uncategorized

Een ander licht dat op het kunstwerk valt

Buuf had een gat geslagen in de afscheiding van onze tuinen. Ze wilde er peren- en pruimenbomen in. De wilg was eraan gegaan. Geen probleem. Mooie bloesem in de lente, moet je maar denken. Roodborst zal het grillige hout missen. Vandaag gaat haar buurman mij helpen de iep te slechten, als er goede zin is tenminste.

Er was nog steeds veel werk te doen in de tuin, maar mijn hoofd dacht te gaan penselen. Te lang geleden alweer. De luxaflex omhoog, zodat het herfstlicht het atelier oplichtte en aan de slag. Portret oefenen vanuit de losse pols. Ik wilde niet langer ruit, carbon of houtskool gebruiken, het ging me om de impressie, dan maar minder gelijkenis. Vooraf een praatje met de buuf. De jonge vriend van de oude kwam met een allergrootste grijns vertellen dat hij jarig was en hij had wat Turks Fruit op een schelp in zijn handen. Daarna kwam hij met de vraag of ik zijn Soedanese schotel bliefde, natuurlijk graag zelfs. Hij waarschuwde dat het pittig zou zijn. Met mijn boerenkommetje tot de rand gevuld en een heerlijke injera er bovenop, een pannekoekje van water en meel, keerde hij weer. Op zijn gezondheid en met een duim omhoog was het heerlijk genieten. Daarna op volle kracht vooruit. Eerst een schets met houtskool, daarna direct met de verf op het doek. Het ging van een leien dakje, de foto was op ware grootte en dat maakt het een stuk makkelijker. Eer ik er erg in had, was het kwart over vijf. De kou sloop binnen en het werd al wat schemerig. Tijd om in te pakken. Morgen was er weer een dag. Moe maar voldaan.

Vanmorgen eerst de krant en de stapel oud doorgespit op nog meer bruikbare foto’s, want oefening baart kunst. Tussen alle bedrijven door is het genieten van het nieuwe boek: De Kunstmeisjes. Een draak van een titel tot je begrijpt hoe ze het bedoelen. Ze hebben een fijne schrijfstijl en een brede kijk op de zaak. Er komen vijftig kunstwerken van zeer uiteenlopende stijlen en onderwerpen langs. Het is een verademing. De bredere kijk op het doek. Ooit deed ik mee aan een tekensessie in het Gemeentemuseum in den Haag. Er hingen doeken van Breitner en Israels. We moesten een doek dat ons aansprak uitkiezen en de bijbehorende vragen, die we doorgekregen hadden, beantwoorden. Te beginnen met een omschrijving van wat je zag. Het was fijn om te doen. Uit de hoeveelheid vragen filterde je op het laatst een gedicht.

Ik koos de Breitneriaanse ‘Waspit’, een vrouw die met opgeheven rokken langs een huis wandelde. Natuurlijk werd het lopen ‘een haastige tred’, maar later, veel later pas, vermoedde ik dat je vroeger altijd de rokken opschortte bij slecht weer of een vuile grond. Een race tegen de tijd, was de gedachte achter het vers.

Helemaal alleen te zitten in een zaal van een musem en je terug te wanen in de tijd van Breitner, een te worden met het onderwerp, was een unieke ervaring, die nooit vergeten wordt.

Met het Boek de Kunstmeisjes van Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza &Renee Schuiten schuifel je langs elk kunstwerk, duikt even de tijd in en vergeet de rest. Ik ga weer vaker met een schets en notitieboek langs de musea, zodra het weer kan. Tot dan laaft de geest zich aan een ander licht dat op het kunstwerk valt.

Uncategorized

Dat alles in één spoor glijdt en raakt

Alles roept, alles schreeuwt me op te schieten, maar de krant is net uitgespeld en het verhaal kan nu pas beginnen. Negeren is de beste optie, al smacht elke vezel eigenlijk mee met de lokroep van een zonnige herfstochtend. In de krant maak ik kennis met de zangeres VanWyck, het alias van Christien Oele, die me totaal onbekend was. Terwijl ik schrijf klinkt haar omfloerste, bedachtzame stem en speelt met de kleuren van buiten. Leonard Cohen klinkt door, het verleden sijpelt naar binnen in de lome gitaar, de drijvende kracht van de piano, haar breekbare noten. O zeker, het schudt de poezie, de emotie los. Soms ontdek je iemand en dan weet je dat dat niet meer los te laten valt, zoals bij George Moustaki, Leonard Cohen, Loudon wainwright en Tracy Chapman gebeurde. Draag de muziek mee in het hart, doorwoel de woorden en verweef ze tot een onderschrijven van wie je bent. De omlijsting van de emotie van het bestaan.

Ze schrijft over ‘An Average Woman’. Een doorsnee vrouw, die worstelt en faalt en lacht om andermans grappen , terwijl er ook vrouwen zijn die de zeven zeeën bevaren en die zelfs hun lot overwinnen. Maar zij is, net als bijna alle vrouwen die ik ken, een doorsnee vrouw met haar eigen sores en in haar kleinheid groots. Het lied is een ode aan haar grootmoeder, die de ‘gave van het woord’ bezat maar een bescheiden leven leidde. Een duwtje in de rug van Arthur Japin bewoog de zangeres om te kiezen voor de zang. Wat een geluk, dat Menno Pot een interview had met haar. Anders was het volledig aan mijn neus voorbij gegaan. Nu stop ik niet meer met luisteren en vervaagt de drang om naar buiten te gaan. Zo werkt iets wat de ziel treft.

De dag kan al niet meer stuk. Er valt zoveel te ontdekken, inspiratie op te doen en ik verheug me erop dat ik straks met de oortjes, die ik van zoonlief heb gekregen, nog zuiverder de tekst kan beluisteren. Het hele repertoire binnenstebuiten kan keren.

Ooit hoorde ik op een plat dak tegen de muur van mijn kleine pijpenla geleund, via de radio, een nummer van Loudon Wainwright en net als nu trof me dat diep. Het had heel wat voeten in de aarde eer ik de naam van de vertolker had gevonden, maar daardoor was ook het verlangen groter. Een heel ander genre, niet alles sprak aan, maar bij een bezoek aan New York kocht ik daar mijn eerste cd’s van de zanger. Grijsgedraaide emoties. De essentie pakken met een beperkt aantal woorden is zo waardevol.

Tracy kwam ik op het spoor in een groot huis bij vriendinnen van vriendinnen waar ik een nacht logeerde. Ik zat in de serre van de boerderij. Zon op het erf, kanten gordijnen als decor omlijstte een vredig tafereel en achter me hoorde ik ineens de donkerbruine stem van Tracy Chapman, waarvan ik destijds ook het bestaan niet wist. Een van de vriendinnen zat op een doorgezakte rookfauteuil, gitaar in de hand, en pingelde mee, terwijl de zon verstoppertje speelde met de bladeren. Spoor naar het lijnenspel op de grond.

Het is meer dan muziek, het is gevoel, dat vleugels krijgt door het verbonden zijn van de stem en de tekst. De omlijsting van de instrumenten voegen toe dat alles in één spoor glijdt en raakt.

Uncategorized

De juiste combinatie

Uit het kleine vierkante kastje boven in het trappenhuis komen vrolijke noten, wat vroeger arbeidsvitaminen had geheten. Extra ondersteuning voor het humeur tijdens het werk. De schilderstrap leunde tegen het gisteren geverfde grijze onderstuk van de muur. De entree wordt chic grijs/wit in plaats van het grauwe beton. Beneden is de man, die ik nu al drie ochtenden ontmoet, de deur aan het verven. ‘De krant,’ reageerde hij. ‘Dat zullen niet veel mensen meer doen, ze zitten allemaal op internet.’ ‘Zo gezellig’, reposteerde ik, ‘krantje, koffie.’ Aan zijn oplichtende ogen zag ik dat het beeld nostalgische gezelligheid binnenvloog. Uit de radio klonk nu de Jerusalema-challenge. De klanken buitelden vrolijk over elkaar heen en het koste me moeite om niet een kwartslag te draaien op de te smalle treden.

Gisteren schoof door de brievenbus een enveloppe van het ziekenhuis, met een foto van alle medewerkers van ‘mijn’ afdeling . Bij het zien van die lieve gezichten schrijnde het gemis heviger. ‘Lieve jij, we missen je!’ En achterop ‘maar ook de patienten missen je! Houd vol en hopenlijk tot snel. Liefs afd. 5B’ De wereld kleurde lichter bij het lezen van die woorden.

De voetbaltraining van kleinzoon 2 begon om drie uur in de winter in plaats van vier. Om drie uur was ik present om op kleinzoon 1 en 4 te passen. Het was prachtig weer. Het park lag op een steenworp afstand. Dribbel stribbelde hevig tegen toen zijn vader hem aankleedde om mee naar buiten te gaan. Buggy’s hebben een anti-seniorenbeleid ingevoerd met hun onneembare bevestiging, die gordel heet. Zweet op de rug als alle obstakels zijn genomen en eindelijk de verlossende klik klinkt. In het park mocht hij uit de wagen.

Of je nu in Central Parc wandelt of hier in het park, dankzij de oude majestueuze bomen en de prachtige herfsttinten vallen beide plaatsen onder een noemer. Schoonheid ten voeten uit. Natuur, wat ben je mooi. Een wit veertje op het asfalt. Dribbel wil er mee voetballen, maar dat lukt niet. Oppakken en omhoog gooien, laat broer met een esdoornzaadje zien, dat zich helikoptersnel rondwentelt. Het veertje in de kleine kinderknuistjes gaat omhoog en hij laat het vallen. Dwarrelend bereikt het de grond. Roodborst trekt net aan iets eetbaars, maar hipt haastig weg onder de bassende stem van de kleine man.

De gekoesterde auto mag over de muurtjes op maat rijden. Langs de gakkende ganzen en de meeuwen op de steiger die in stelling lijken te staan voor een eerste duik. Langs een oude vrouw, die naar de dieren tuurt en nu naar het autootje. Een voorzichtige glimlach bereikt haar gezicht. Ritselende bladeren zijn heerlijk om doorheen te schoppen of met een stokje op te rullen. Zitten en lopen, zitten en lopen, hij geeft het ritme aan. We kuieren voort, de heuvel op, langs de lange verticale bomenpartij, het domein van vleermuizen en van roek of kraai. Er was ook een vreemde eend in de bijt, die met een hoge uithaal de mezzosopraan tussen de bassen speelt. Aan de vleugelslag te zien kleiner dan de anderen.

Soms werd blad gepakt en grondig bestudeerd. Kleinzoon 1 leerde en passant het verschil tussen een eikenblad en een kastanjeblad en ten leste spotten we nog net de inktzwam tussen de gevallen bladeren.

Al met al drie kilometer in de benen en ‘trek in iets lekkers’ werd een peer, verwend geschild op een schoteltje. Dat maakte de rauwe bonen zoet. Moe maar voldaan stond een aflevering van zijn lievelingsprogramma over een Indiaas jongetje op het menu, terwijl kleinzoon 1 wegzakte in zijn Pokèmonspelletje.

De vaat was mijn deel, met verve. Heerlijke dag. Park, zon, kleur en telg. De juiste combinatie.

Uncategorized

Buiten waait de wind het zeeverlangen los

Zandstralen en zonnestralen leveren nieuwe energie. Uitwaaien aan het strand van Noordwijk met haar wisselende lucht, vijftig tinten grijs en hier en daar een stralenkrans van licht. Soms piepte de zon tevoorschijn en zette het wit van de rollende golven verblindend aan. Korrels zand stoven in rollende vaart voorbij en bracht de verte nog uitgestrekter weg, het strand praktisch verlaten. Hier en daar een Breitneriaanse schim of een zwarte vlek, dat hond bleek te zijn. Adembenemend mooi, de natuur, als een belofte voor de toekomst. Onstuimig maar verlicht.

Een cadeau na het bezoek aan mijn oude stad, waar ik een aantal jaren woonde en dat niet meer terug te herkennen was op een paar vertrouwde, niet gemoderniseerde plekken na. De namen waren bekend en het geheugen groef gaten, om het beeld van ooit te voorschijn te halen, maar werd overschaduwd door wat er nu was. De Lammermarkt met de molen, herbergde een fijne parkeergarage, waar de blauwe prins mocht uitrusten met vlakbij de plaats van bestemming. De diepste parkeergarage van Nederland. Vrij aan de oppervlakte liet ik de kleine blauwe achter. De Oude singel bleek er achter te liggen. Voordat er vanaf donderdag geen cultuur meer te snuiven valt, anders dan in boeken of via de media, dan nog een bezoek aan Museum de Lakenhal en tegelijkertijd een tocht door het geheugen, was mijn idee geweest. Claudy Jongstra en haar sculpturale werk. Bovendien was ik na de restauratie van het oude gebouw er nog niet binnen geweest. Het museum is gesitueerd in de oude Lakenhal uit 1640 en sinds 1874 het gemeentelijk museum van Leiden.

Dwalen door een oud pand is op zich al verrukkelijk. De krakende vloer, de oude binten, zonlicht door gebrandschilderde ramen, het uitzicht op de Oude singel leggen de tijd stil en doen het heden verbleken. Dwars door alle oudheden heen zijn werken te vinden van de hand van de kunstenaar, die kleurt en weeft en wolt en verwondering wekt met haar grote lappen tot huid geweven, bloederige en bleke accenten verwerkt ze erin en brengt me door de opstelling bij de bungelende karkassen van vroeger, die bij de slager hingen aan de kant van de klanten. Mijn kleine kinderogen zogen die verschrikking op en ik weefde er ook, bleek later, onrustige dromen mee.

Het intense nachtblauw van haar werk ‘Nine’en ‘Cosmic Cry’, dezelfde tinten die te herleiden zijn naar het beroemde Leidse Laken. De pigmenten ervoor haalt Claudy uit zelf geteelde indigo-, wede- en meekrapplanten. Het is een prachtige diepe kleur. Tegelijkertijd is het een vingerwijzing naar de monocultuur en de landschappen die met zonnepanelen worden bedekt. Een sympathieke maar evenzo een dringende waarschuwing om alert te blijven.

Boven niet alleen de oude instrumenten en het werktuig uit die oude lakenhallen, maar ook het vergelijk met haar werk en dat van de oude geschiedenis van dit Leidse laken. Geheimzinnige flessen vol met bloemtoppen en kruiden, een gedroogde bos wede op de grond. Ook hier krakende binten en de fluistering van eeuwen her. Een lafenis in deze chaotische tijd.

In de winkel beneden snuffelen mijn vingers langs ruggen van boeken en kaften tot ik een bordje zie, dat vraagt om alleen dat aan te raken wat je werkelijk wil kopen, maar een boek en zeker kunstboeken moeten gezien worden en geroken, zodat het jou raken kan. De aandacht blijft hangen op het boek ‘De kunstmeisjes’van Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza en Renee Schuiten-Kniepstra, die uitdagen om langer dan 20 seconden naar een kunstwerk te kijken. De grafische afbeelding trekt. Het oog wil ook wat.

Buiten op de stoep waait de frisse wind het zeeverlangen los.

Uncategorized

De wijde wereld in

In de korte documentaire ‘Personae’ op NPO van afgelopen zondag stelt Maartje Baker, de regisseur, zich de vraag: Nederlandse vrouwen hebben, net als veel andere westerse vrouwen, de vrijheid om zelf te bepalen hoe zij eruit willen zien. Maar in hoeverre zijn dit hun eigen keuzes en wat wordt bepaald door de maatschappij waarin we leven?

https://www.2doc.nl/documentaires/series/3lab/2020/personae.html?fbclid=IwAR0Hojxah2bud5dDG3cT7UNvpMUICnVDXzufxcMvYDCnpMRhwSBemqOMg64#262afc49-43f7-4b52-ae5e-7df6ed258a05

Daarna volgt een indrukwekkend schouwspel van het ontwaken van verschillende vrouwen in hun persoonlijke habitat en hun ochtendrituelen. Er wordt geen woord gesproken. De beelden zijn heel persoonlijk. Alles waarvan een mens niet wil dat ze openbaar geslingerd worden, mogen naar buiten. Het gapen, het krabben, het worstelen met een corrigerende Body, het ronddraaien van een beha. Daarna volgt een gang voor de spiegel. Vrouwen die zich zwijgend opmaken, een laatste krul leggen, een vrouw die haar haren tooit met drie bloementoefen, het omdoen van een brede ceintuur, een sjaal die om het hoofd wordt gewikkeld, het is er allemaal. Al dan niet bijgetekende wenkbrauwen, lippenstift, oogschaduw, mascara en hier en daar een eye-liner. Het gezicht van de vrouw voor buiten.

Het is een boeiend geheel geworden. Toen de regisseur zich besefte dat ze in de ochtend bij het ontwaken eigenlijk alleen maar ‘egoloos’ was en de rest van de dag ze zichzelf transformeerde om zichzelf te zijn‘, kwam de behoefte om dit vast te leggen. Bij het ouder worden, zijn er meer hulpgrepen nodig.

Ik weet niet of dat zo is. Mijn gang voor de spiegel is slechts vijf minuten. Crème, fond de teint, lippenstift, kohlpotlood, mascara en een borstel is wat ik nodig heb om mezelf te zijn, al jaar en dag. Daar heeft leeftijd niets aan veranderd. De snelheid waarmee het opgebracht wordt, is een verschil met die vrouwen voor de spiegel, die aandachtig het gezicht bestuderen.

Met de zussen op vakantie valt op dat we daar alle vier verschillend in zijn. Zus drie is het snelst klaar, zus twee en vier zijn het langst bezig. Die gaan aan de tafel zitten met hun make-upkoffertje en halen alles uit de kast wat er in zit, tot en met het bijtekenen van de wenkbrauwen aan toe. Mijn borsteltjes piepen franck en vrij boven de bril uit, maar zij plukken en stiften net zo lang tot het de gewenste vorm heeft. De enige vorm van correctie bij mij aan de kleding is een beugelloos topje en een zwart hemd, omdat elke andere BH voelt als een strakke band om mijn bovenlijf. Ik kan het niet verdragen. Dus de consequentie is vaak wijde kleding, een wolk van los en luchtig. Het moet vooral lekker zitten. In elke nette jurk voel ik me hopeloos gevangen. Mijn lijf wil de vrije gedachte, net als de geest.

foto: Marijke van der `linden

Het zijn mooie inkijkjes in een mensenleven, dit soort documentaires en eigenlijk zorgen ze ervoor, dat je blijft nadenken over het handelen. In dit geval is de vraag die er onder ligt: ‘Wat is voor een mens de essentie van het leven, waardoor je handelt, zoals je handelt.’ Zoonlief houdt drie keer zo lang de badkamer bezet, er wordt geschoren, gesplashed, geknipt, getrimd. Ook dat is het naar buiten brengen van een beeldvorming. Geldt het tegenwoordig ook niet voor mannen.

Op het laatst in het interview dat de docu aankondigde, wordt aan de regisseur de vraag gesteld op welke momenten in het leven zij het gevoel heeft gehad, dat haar uiterlijk(en misschien daarmee ook het ego) er niet toe deed. Als antwoord geeft ze ‘het moment dat ze wakker wordt’ en daarna is er toch altijd weer de behoefte om zich te wapenen tegen de blikken van anderen met correctie-ondergoed en een laag make-up.

’s Morgens de deur uitstappen als mezelf gebeurt alleen als de krant in de bus beneden ligt te wachten. Dan gun ik mijn buren op de galerij een blik op het warhoofd van de slaap, daarna volgt van alles een beetje. Een een vleug van mezelf en een vleug van de make-up, als variatie op een thema. Pas dan stap ik de wijde wereld in.

Uncategorized

De kracht van de persoonlijkheid

Gisteren viel het verleden in mijn mailbox. Er stond een link bij om aan te vinken. Daarna vloeiden herinneringen en tranen, vertrouwde beelden en de tijd in elkaar. Ik zat op de bank maar zweefde naar het vakantiehuis van nicht en haar man, waar mijn moeder samen met haar broer de melodieën uit het liedjesschrift van hun moeder opvisten uit het geheugen. Ineens, na dertig jaar, die vertrouwde stemmen te horen was zoete vreugde. Samen componeerden ze het beeld in mijn hoofd weer helder.

Het was al een roerig dagje geweest. Kleinzoon vierde verjaardag en alleen de opa en oma en deze oma konden langs komen in het huisje op het Bospark. Zij ’s morgens en ik ’s middags, maar kleindochter was hangerig geworden en had verhoging. Dat ging het niet worden. Om vier uur face-timen met de hele familie was de afspraak. Dan zou hij het cadeau krijgen dat we voor hem hadden uitgezocht.

Ondertussen las ik in een blog van een Lieve schrijfster de antwoorden op een lijst van vragen voor het einde. Overpeinzingen over de wensen die er zijn. Ooit zag ik van mijn lieve moeder zo’n lijst, drie jaar voordat ze stierf. Ze had het haastig op de achterkant van een enveloppe geschreven. Misschien wel nadat ze naar de zoveelste begrafenis was geweest. Ze schreef dat ze nog nooit een engeltje in een zondagse jurk had gezien en dat ze daarom in haar nachtpon en met blote voeten begraven wilde worden. ‘Voorgoed die vreselijke steunkousen uit, dat is pas de ware bevrijding,’ schoot door mijn hoofd. Zonder poespas, dat was onze moeder ten voeten uit. Daarom paste het gedicht op de rouwkaart haar zo goed. ‘God zit niet op een troon van chroom en nikkel/soms zit hij in een oude pereboom en merelt/soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind’. Het is het begin van een gedicht van Bertus Aafjes, dat haar tocht mocht begeleiden en dat het leven samenvatte in de eenvoud ervan.

Ik maak geen lijstje, maar weet wel wat ik wil en zal het boekstaven voor de familie. Geen begraafplaatsen voor mij, maar een natuurgebied, onder een boom, waar in de lente om vijf uur de merel haar ochtendzang jubelt, boomkruiper en -klever elkaar passeren op de stam en eekhoorn een weg roetsjt naar beneden. Vogelvolk in de lucht, de gravers tussen de wortels. Geen milieu-onvriendelijke materialen maar een lakentje of riet, dat voeding geeft aan de bodem.

Het samenzijn ter plekke rond ‘mijn’ boom met een bonne Blanc of een Eau de vie zonder alcohol. Schrijf wat, zing wat(A.M.G. Schmidt), strooi wat bloemen hier en daar en geef iedereen een vleugje patchouli. Lievelingsboom is berk, vanwege haar vlinderachtige uitstraling en het licht en de lucht erin, haar ritselende bladeren. Daar mag mijn stofmantel heen, als de ziel aan het reizen slaat. In de lente ben ik de merel die merelt, in de zomer de gierzwaluw die langs scheert, een vlinder of een libel en in de winter de roodborst, die nieuwsgierig naderbij hipt. Verzinnebeeldt het gemis, het verzacht. Dat zijn de wensen, meer zijn er niet.

De laatste vraag in de reeks is of er angst is. Nee. Het leven heeft veel gebracht en veel rijkdom gegeven, mijn gedachtengoed heb ik uitgeschreven. Leven en dood zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ze houden elkaar in stand. Het een zou niets zijn zonder het ander. De dood heeft altijd met me meegelopen. In de ziekenhuizen waar ik werkte, privé en om me heen. In mijn beleving is het geen donkere schim met Zeis, maar vleugels die je dragen naar het licht, zoals een mooie droom je daar kan brengen. Wijselijk mogen we er een eigen invulling aangeven, want dát is de kracht van de persoonlijkheid.

Uncategorized

En weer ‘Oma’ af

Het ochtendritueel omgedraaid gisteren. Eerst schrijven, daarna douchen en aankleden en vervolgens pas de koffie. Arme Pluis had de inhoud van de verorberde brokjes op het hoogpolig tapijt gedropt, vlak voor het tijdstip dat kleinzoon drie op bezoek zou komen. Als de gesmeerde bliksem in de weer met spons en zeepsop en met de stofzuiger. Net op tijd klaar en volledig uitgeteld door het haasten klopten twee knuistjes op het keukenraam.

We lagen half voorover gebogen op de bank over de puzzel heen, die in de meegebrachte kranten stond. Geduldig legde ik hem uit wat er mee moest gebeuren. Het was een woordzoeker. Niets leukers om te doen voor een nieuwsgierige vijfjarige, die al spellend het verschil tussen druk-en schrijfletters onder de knie kreeg. Samen zochten we de allerkleinste woorden op ‘mars’ en ‘doek”, ‘flora’ en ‘inkt’. Al gauw had hij het systeem door en zag achterstevoren, ondersteboven het eerst ‘Diana’. Vijf jaar, bijna zes en nu al een echte vorser. Het was een idyllisch plaatje, zijn koppie en het mijne voorovergebogen naar elkaar toe turend naar de krant, een zonnestraal in de kamer, een schaaltje met partjes mandarijn in de aanslag.

Achtereenvolgens werd de Rubrick gepakt, de grote speelgoeddoos met de fabeltjeskrantpoppen, waar mijnheer de Uil de ondeugende jongensversie naar het hoofd geslingerd kreeg en ik hem vroeg of hij ook de oorspronkelijke tekst kende. Bij een ontkennend antwoord klonk mijn gejubel al door de kamer en keek hij me met een scheef koppie aan, aandachtig luisterend. Ik was Bor de wolf kwijt, maar die hadden we voor een eekhoorn versleten. Of eekhoorns ook winterslaap hielden, want hij had er al vijf in het bos vlak bij de tijdelijke woning in het bospark gezien. ‘We vragen het aan google’, stelde ik voor, want ik dacht het wel, maar wist het niet zeker. Nee, dus. Daarna zochten we een filmpje van een eekhoorn in de winter. We vonden er een op Youtube. Daarbij viel op dat sommige pluimen aan de oren hadden en andere weer niet. Weer een vraag voor google. Het verschil zat hem in jonge of volwassen eekhoorns. Zo associeerden we door, tot hij wel een stukje Pokemon wilde zien. Mocht ook, maar eerst zijn boterhammen. Liggend op zijn buik op de bank genoot hij zichtbaar en hoorde ik de meest moeilijke woorden voorbij komen.

Het gaf mij de tijd om overtollige oude flessen en flesjes uit de koelkast te legen en om te spoelen. Woksauzen, een aangebroken Hoisin uit 2019 en al van dat achterstallig onderhoud. Ziezo een tas met lege flessen en potten later, was het tijd om op pad te gaan om niet te laat op het feest te komen. Schoenen aan, jas aan, rugzak met cadeau om, tas en vuilniszakken mee en eerst naar de containers. Of hij de potjes erin mocht doen. Tuurlijk, hoe leuk zo’n werkje kan zijn. Ik liet de vuilniszakken in de containers glijden. Over het kastanjeplein, volop in de herfst, dwars door de berg bladeren heen schuivend met de voeten, naar de kleine blauwe. In de auto de vraag of ik vroeger ook Pokemonkaarten spaarde.

Nee, maar er waren wel speldjes. Hoe leg je dat uit. Een pin met een merkje, wat voor beeld levert dat op in een kinderhoofd? ‘En soms’, herinnerde ik me ineens weer, ‘kreeg je een plastic plaatje door de bus, die je op de platenspeler kon leggen.’ Kleinzoon had een platenspeler thuis, dus die voorstelling was niet zo moeilijk. Een plaatje met het liedje van het witte konijn uit Alice in Wonderland. Dat zong ik hem voor en hij neuriede het mee. ‘Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat. Nu loop ik hier als wit konijn te hollen als een haas…’ Eer we het wisten, ritje snelweg, vijf omzeilde ‘verboden in te rijden’ straten verder en een juiste inschatting, kwamen we precies voor het gebouw uit waar hij moest zijn. Monter vervolgde hij zijn weg, werd bij de deur al opgewacht, een zwaai van mijn kant en weer ‘Oma’ af.

Uncategorized

De vreugde om een uurtje uit

Het centrum van onze stad wordt gekenmerkt door een groot, recentelijk gemoderniseerd, winkelcentrum. Het stadskantoor, de bibliotheek, het theater, de winkels, een plein, de markt, restaurants en café’s en een ondergrondse parkeergarage, het is er allemaal. Zelfs een bordestrap in een halve ronde cirkel, waar moeie voeten kunnen wapperen. De helft is overdekt. Buiten is er wind, veel wind. Als je een hoek omgaat, sleurt een vlaag je adem mee en is het happen naar lucht geblazen. Steeds meer afgeplakte etalages merk ik op weg naar mijn favoriete schoenenwinkel. Mijn nieuwe paar kloffen glanzen me al tegemoet, haastig pas ik er een. Het mondkapje belemmert, dus de tweede blijft in de doos. Vijf minuten later sta ik weer buiten de winkel met buit en volmaakt gelukkig. Ik duikel ergens nog een warme trui op en daal weer af naar de kleine Blauwe.

Bij de supermarkt staan kratten voor de voedselbank. Ik koop roti en rotisaus, cruesli, kikkererwten en nog wat aanbiedingen voor hen. Bedenk later pas dat eigenlijk de wens is, dat de voedselbanken overbodig zouden moeten worden, zodat de eerste behoefte goedkoop in de winkels ligt. Ik heb er over geschreven. Op deze manier houden we ze in stand. De overgangsfase is een obstakel en vraagt om een forse mindset. Soms voel je je zo machteloos, want hoe bewerkstellig je iets dergelijks.

Een snelle blik op de vorderingen in het paleis van zoonlief, dat prachtig wordt. Het oogt ruimer nu de wanden allemaal gestuct zijn en de badkamer en toiletten betegeld. Vandaag gaan zussen en broer schilderen en pas ik even op kleinzoon drie, die vanmiddag naar een feest gebracht moet worden. Wij gaan er ons eigen festijn van maken. Straks vlieg ik nog even naar de super voor wat feestelijke onderstreping.

En passant kocht ik in een kleiner winkelcentrum een wollen jurk en een heerlijke warme sjawl. Ziezo, zo kom ik wel door de winter. Het enige wat nog op het verlanglijstje staat is een warme waterdichte winterjas. Winkelen is geen hobby van mij. Ik kijk op het oog of het bevalt en neem het mee. Het pashokje, te weinig ruimte voor zwaaiende armen en benen, die door of in iets gestoken moeten worden, krimpen ter plekke, maakt me ‘Alice in Wonderland’.

Tijd dringt nu. Om vijf uur zoek ik de grens van de voorzichtigheid op, door toch naar het optreden van zuslief te gaan. Ze was er zo vol van. Anderhalf jaar werk bijna overboord door het vermaledijde virus. Bij aankomst voor het theater gaan de snoetjes op. Die van mij blijft op tot ik weer op de terugweg ben. Zus heeft een glansrol en is verreweg het meest soepel in de heupen samen met nog een persoon. De helft van het dansgezelschap geeft nu een voorstelling en de tweede helft twee uur later. Zus danst in alles mee, is twee keer in de herhaling, drie dagen lang. Niet meer dan dertig mensen in het theater ruim uit elkaar en het voelt zo weldadig aan om even weer op het pluche te mogen plaats nemen.

Zwager is ook mee en kijkt met verholen trots, net als wij, naar de gracieuze verrichtingen van zijn eega. Liefde reikt over alle grenzen heen. De herkenning, oma en moe zwierig aan het walsen, een opwaartse blik met het drama van pa, de gedragen passen, het ritme gevoel dat ons allen eigen is, ze is het allemaal. De familie doorsnee ten voeten uit met de ijverige inzet van iedereen. Overhaast moest de choreografie aangepast. Sommige dansers hebben geen podiumervaring, dan is de ruimte heel groot en de blikken van het publiek doordringend eng. Ze doen het toch maar. De prachtige foto’s van zus erachter, de choreografe op haar knieën ervoor in deze try-out, geven een mooie sfeer. Zang van een operazangeres en een gedicht, geënt op Denkend aan Holland, zie ik brede rivieren….van H.Marsman, Aquarellen door de kunstenaars tussen de foto’s door, maken het geheel af. Een geslaagde voorstelling. Het applaus is voor alle harde werkers, ons rest de herinneringen en de vreugde om een uurtje uit.

Uncategorized

Op naar de winkel

In Opinie & Debat vanmorgen in het VK een vergelijking van Peter Liebregts over de manier waarop Nederland de crisiscommunicatie afdoet en hoe de Ierse regering dat aanpakt. Terwijl de dichter, Seamus Heaney, in een speech werd aangehaald door de Ierse premier, werd het me ineens duidelijk. Dat is de missing link, waardoor hier de dreiging zoveel meer dreiging wordt. Ik mis de schoonheid van het woord in het betoog van zo’n persconferentie hier. Bij het denken in beelden is de manier waarop een boodschap verpakt wordt een onderbouwing voor de stelling.

Tijdens de conferenties van Rutte en de Jong zie ik bijna altijd een opgeheven vinger en de laatste tijd een schuddende vuist ergens in een ooghoek verschijnen. Toen premier Leo Varadkar in april op Goede Vrijdag de totale Lockdown moest aankondigen, citeerde hij de woorden van Seamus Heaney: ‘If we winter this one out, we can summer anywhere/Als we dit doorwinteren, dan kunnen we overal zomeren’. De historische woorden schreef de dichter naar aanleiding van de Noord-Ierse onlusten, de periode die ‘The Troubles’ werd genoemd en waar op een goede vrijdag een eind aankwam met de ‘Good Friday Agreement’ in 1998. Een prachtige metafoor, waarmee de gemeenschappelijkheid werd onderstreept en een horizon getoond, terwijl hier de boodschap verpakt werd in grimmigheid met een glimlach. Eerst komt er een keiharde boodschap en dan volgt een vergoeilijking of er komen woorden uit de kokers van de woordmakers die de dubbelheid alleen maar versterken. Wat zou ik er graag meer poezie doorheen willen hebben om de wereld mooier te kleuren en niet het dreigen te versterken.

Heaneys oeuvre is er een van verbinding en hoop. Het klinkt door in de totale bevolking. Hoop en troost zijn de tegenhangers voor het leed dat er is. Liebregts haalt John Austin aan, een taalfilosoof, die memorabele uitspraken als deze, die ons hoop en troost verschaffen, ‘Performative Speech Acts’of taalhandelingen noemt. Meer van deze ‘Speech Acts’ graag.

Doorwinteren dus, even cocoonen in een warm holletje, met kaarslicht, mijmeringen en vertrouwen. Het is ook mooi om de tijd te nemen literatuur en poezie eigen te maken in tijden van ongrijpbare realiteit en daarmee de kracht van de taal te gebruiken om die te verkondigen. Eigenlijk snak ik daarnaar. Liebregts pleit buiten de Ierse routekaart ook, dat dat niet het enige is wat we van het Ierse model kunnen leren. Als bonus krijgen we het lievelingsgedicht van de Ieren van de hand van Heaney, cadeau: ‘When all the others were away at mass’. Een gedicht ter nagedachtenis aan de moeder van de dichter, waarbij hij de verbondenheid met haar ving in het moment, dat ze beiden aardappels schilden, terwijl iedereen naar de mis was. Haar hoofd voorover gebogen naast zijn hoofd, haar adem die zich vermengde met de zijne. Een eeuwig moment en te mooi om niet te delen.

When all the others were away at Mass
I was all hers as we peeled potatoes.
They broke the silence, let fall one by one
Like solder weeping off the soldering iron:
Cold comforts set between us, things to share
Gleaming in a bucket of clean water.
And again let fall. Little pleasant splashes
From each other’s work would bring us to our senses.

So while the parish priest at her bedside
Went hammer and tongs at the prayers for the dying
And some were responding and some crying
I remembered her head bent towards my head,
Her breath in mine, our fluent dipping knives –
Never closer the whole rest of our lives.

Een fijn begin van een ochtend, dergelijke overpeinzingen.

#Inktoberopdracht van eergisteren was ‘Float’. Waar kun je beter op drijven dan op je dromen. Die van gisteren was ‘Shoes’. Dat konden alleen mijn ouwe getrouwe kloffies zijn. Ze horen bij mij. Ze zijn bewust niet van leer en worden elk jaar vernieuwd. Bij de laatste escapades naar de tuin waren de sokken doorweekt. Daar valt maar een conclusie uit te trekken met deze regen. Op naar de winkel.