Overpeinzingen

Kan het mooier zijn dan mooi

De ochtend was er vooral om te delen, dicht bij elkaar. Gevoelens, vooruitzichten, ideeën komen langs zeilen nu het laatste woord geschreven is. Deadline gehaald. Op naar de volgende stap. Redigeren, klein beetje schrappen en overlezen. Daarna met een druk op de toets, verzenden en er is ruimte.

Op zolder gaan de beduimelde kinderboeken in de tassen. En haal ik de archiefkast leeg waar oude India-spreien stiekem een weggetje hadden gevonden om te ontsnappen aan de opruimwoede. Wat versleten of verschoten is mag weg, de andere gaan op het stapeltje nostalgie.

Die gaan we eerst wegbrengen. ‘Heb je nou nog wel wat te lezen’, vraagt lief, die zelf in De Erfgenaam van Ildefonso Falconez en in het Spanje van de vroege Middeleeuwen is gedoken. Haha, de biografie van Marten Toonder ligt er en Pieter Waterdrinker, nog twee dunne boekjes. Ik kom de zomer wel door. Bovendien is het alweer tijd om aan de volgende reeks kinderboeken te knabbelen.

Als broodnodige variatie voor al het papierwerk willen we de natuur induiken. Ik zoek naar filebestendige wegen en kom uit bij de Zouwe Boezem, waar ik ooit, in grauwe Corona-tijden toen ik nauwelijks iemand zag, alleen was gaan wandelen. Destijds was het vroeg in het voorjaar of op het eind van de winter. Blauwe luchten, wolkjes ademden kringelend omhoog, vogels legden een deken van getsjilp, gegak, geklok over het water, de rietstengels en de kale wilgen.

Nu, in de aanwassende zomer, was het een en al groen onder een stralend blauwe hemel dat vleugen wit telde. Het onooglijke weggetje naar een nog dieper weggestopte parkeergelegenheid was het geheim naar dat ware vogelparadijs. Wuivend riet, de spiegelende Zouwe, plompeblad en lelies geven de omlijsting die stilte omarmt en uitspreidt als een schilderij, uitnodigend met een breed gebaar:’Treedt binnen’.

We lopen over het kleine paadje door het riet heen naar de vogelobservatiehut met aan weerskanten het weelderig groeiende groot akkerscherm, de paarse wikke, de bramen van tere bloem tot zwarte vrucht, de klimmende winde die, stralend wit tussen het groen, zich lustig rond het riet kringelt, de moeraswederik, het groot hoefblad, kattenstaart en waterzuring. Het riet omsluit het smalle pad met boven onze hoofden niet meer dan een streep blauw. We maken zwiepende takken. Daarna het weidse Hollandse land met het paarse kleed, soms een gele toef, veel groen in al haar schakeringen en heel ver weg stipjes in het spiegelende water. Ze gakken, ze klokken, ze maken gewag van hun bestaan, maar zijn voor het blote oog te ver weg. Dat er veel te bewonderen valt weten we door de twee lepelaars die daarnet boven onze hoofden vlogen.

Als er een ander stelletje aan komt ritselen, maken we plaats en wandelen de weg terug door het riet, richting de tweede observatiepost, dat voorbij het rietdekkershuis De Kikker ligt. Het huis is de perfecte plek zo temidden van deze rijke natuur om er te schrijven, te lezen, te genieten van alles dat geboden wordt. Aan de overkant laat een boer zijn schoven van de tractor rollen. Zacht geronk over het veld. Langs de post loopt een watertje dat met tussenpozen vreemd opbolt en gromt en blubt. We denken aan een snoek, een otter, maar er zit een ritme in. Bij nader onderzoek lijkt het ondergrondse gemaal iets verderop de luchtbellen te veroorzaken. Weer een raadsel uit de lucht. Een grote vraatzuchtige snoek of een nieuwsgierige otter waren sprookjesachtiger geweest.

Op de terugweg komen we het echtpaar tegen dat een weekend in de Kikker zit. Het huisje kan zes personen herbergen, maar met twee is het de ideale plek voor meditatie en contemplatie en het moment voor vorsende natuurobservaties.

De kleine blauwe staat aan het einde van de wilde peren-en-appelbomen braaf te wachten. Ik weet de juiste plek als afsluiting van dit dagje natuur en na een stief kwartiertje rijden zitten we vlakbij huis te genieten van een ruim blikveld op de weilanden en een heerlijke maaltijd. Het zingt door me heen, de woorden van Maarten van Roozendaal indachtig, ‘Kan het mooier zijn dan mooi’.

Overpeinzingen

De kwaliteit van samenzijn

De ochtend begon vroeg. Pluis kwam gewag maken van het feit dat haar bakje leeg was. Klaaglijk gemiauw met een groot gevoel voor drama is onze lieverd niet vreemd. Ook had ze haar zinnen gezet op even buiten spelen, maar daar stak ik een stokje voor. Vaak zitten de kleine vogels juist dan wat granen weg te pikken. Van de week vonden we ook al vijf witte veertjes op de rand van het hek geplakt. Het was wel een uitstekende gelegenheid om alvast wat impressies voor de recensies op te schrijven. Vijf boeken in je hoofd is een beetje torsen van kennis als je het mij vraagt. Bij het uitschrijven wordt het allengs lichter daarboven.

Na gistermorgen aan een stuk door het laatste boek te hebben uitgelezen, werd het tijd om de benenwagen in te zetten. Een klein wandelingetje door Vianen, dat lief zo graag wilde zien. Pittoresk stadje aan de Lek. De winkelstraat gaf allesbehalve de ommuurde rust die in de achterafstraatjes hing. Wat wonderlijk dat het verkeer er doorheen mag rijden. Ook de geparkeerde auto’s in het midden deden afbreuk aan het geheel.

We liepen nog even naar de school die me letterlijk en figuurlijk het laatste jaar van mijn werkzaam leven had genekt. Erg dicht in de buurt wilde ik er niet zijn. Zo heeft het aangegrepen en dat zegt genoeg. Bij ‘De Grote Kerk’ konden we een stukje de tuin in lopen naast de zijbeuk. Een oude meidoorn wenkte uitnodigend en het eeuwenoude muurtje met haar begroeiing ademde een oase aan verleden uit. Daar viel de tijd stil. Geen auto meer te horen, geweerd door de hoge toren bezijden. Het roestige tweede hek naar een uitnodigende tuin zat op slot.

We bogen af voorbij Mamma Mia, de stadsgracht langs en liepen naar de nieuwe brug. Daar een fitte verbouwing en de rust waarnaar we zochten. Binnen de stadsmuur met bogen en lieflijke muurbegroeiing kwamen we tegeltuintjes tegen en een kastje vol stekken om te ruilen. De nostalgische straatjes zijn voor ons altijd een aanleiding om te fantaseren over appartementen in lieflijke trapgevelhuizen of anderszins, die de tijd en de eeuwigheid hadden getrotseerd.

Er bleef genoeg over om te dromen. De Winkel van Sinkel was een brocante van de zuivere soort, maar voor vandaag niet aan ons besteed al keek de vermeende eigenaar ons welhaast smekend naar binnen. We wilden slenteren en kletsen en dromen op dat moment. Met een omtrekkende beweging langs betrekkelijke nieuwbouw belandden we weer bij de kleine blauwe die nietig en klein leek naast het grote zwarte vehikel, dat als in haast, schuin naast hem stond.

De boodschappen waren snel gedaan nadat we in de kringloop van Ijsselstein naar ‘De kathedraal van de Zee’ hadden gespeurd. Op het menu stond ‘Mexicaanse Quesadilla’s’, de vegetarische versie met bonen, mais, tomaat en paprika. De dip bestond uit yoghurt met verse munt, verse koriander en kaas. Een aanrader, deze zomerse lekkernij.

Vanmorgen na de escapades van Pluis schreven de recensies zich bijna zelf. Ik hoefde alleen maar mijn vingers over het toetsenbord van de kleine Ipad te laten gaan. Straks redigeer ik ze, stop er de foto’s van de boeken bij en stuur ze weg. Het hoofd leeg voor een volgende ronde.

Vandaag is schoonzoon jarig en we vieren het samen met het feestje van onze dribbelaar op, naar we hopen, een zonnige zondag in het park. Ruimte genoeg voor iedereen en de aanhang, tijd te over om het leven te vieren met elkaar. Het gaat per slot van rekening niet om de kwantiteit van ontmoeten maar om de kwaliteit van het samenzijn.

Overpeinzingen

Een hoofd vol

En dat was vijf. In één ochtend het allerlaatste boek uitgelezen. Zo’n heerlijk ouderwets verhaal om in te verdwijnen terwijl de waarheden je om de oren vliegen en achter elk woord er de dubbele betekenis uit te vissen valt. Eigenlijk is het daarboven nog een beetje verdoofd door wat zich in die vier uur achter mijn oogleden heeft afgerold als een film, wat weer toepasselijk is, omdat het boek de titel heeft; Films die nergens Draaien’. Alleen daarom al weet je dat je de wereld van de verbeelding in zal stappen en dat die wereld meer waarheden zal opleveren dan je in het echte leven eruit kan filteren. Ik laat het betijen en maak met lief wat lanterfantplannetjes voor de rest van de dag, nu er geen belangrijke informatie meer in kan.

Iemand met minstens zo’n grote verbeelding als de hoofdpersoon uit het boek is mijn lieve kleindochter, de zus van de kleine, inmiddels al veel grotere, filosoof. Gisteren bij een ouderwets gezellig theeuurtje schitterde ze met haar sterrenogen van de ideeen, hoe volmaakt zichzelf ze dan is en bezig kan zijn, zich laat leiden door wat er voor associaties haar kleine hersentjes binnen zweven, waar ze simpelweg op welke manier dan ook vorm aan weet te geven. Hetzij met haar stiften of met haar magnetenspel, een zelfverzonnen lied of een uitgebreid verhaal ‘en toen….en toen….en toen’.

Er stonden in het vandaag gelezen boek prachtige waarheden, die moeiteloos in de ontmoeting met zo’n kleine kinderziel te verweven vallen. ‘Het had de melodie van dingen die voorbijgaan en de geheimzinnigheid van de dingen die nog zouden komen’ of ‘De lucht was fris. Cato rook nog steeds die vreemde geur van paardenbloemstelen. Maar ze rook ook mest en gras en aarde. De geur van buiten. De hemel was gevuld met schapenwolken, oranje gekleurd door de ondergaande zon’. en ook ‘Bestaat iets als niemand er naar kijkt?’ Of ‘Het veldje-dat-niet-bestond, bestond natuurlijk wel, anders had Cato er niet kunnen liggen. Maar afgezien van Cato leek niemand het te zien.’

Die gedachtenwereld van een kind, kleurrijker, fantasievoller, weidser, onbegrensd en veel associatiever dan wij ons kunnen voorstellen. Daar groeien zomaar nieuwe boeken uit als we naar ze luisteren, als we met ze binden, als we zorgdragen voor de juiste betekenis. Dat eindeloze kinderspel in alle facetten, er is niets mooiers om waar te nemen.

De kleine /grote filosoof kwam met zijn bollebozenrapport aanzetten en ik was blij dat er nog een verdwaald briefje in de beurs zat. Met zulke prachtige waarnemingen op een klein foutje na(je kan niet spreken van brutaal als je niet in het hoofd van het kind kan kijken)verdient een volle spaarpot. Kleindochter kreeg natuurlijk ook een zilver/gouden munt omdat je daarmee álle feeën tevreden kan stemmen. Schatten van onschatbare waarde. Die zijn het mooist.

Daarna door naar de winkel en een samengesteld boeket voor de nieuwe tuin van zoonlief en zijn gezin, ik dacht eerst aan een plant maar bedacht me nog net dat je dan moet weten in welke richting de tuin zal gaan en daar was ik niet zeker van. Een mini-plantje voor mijn andere kleindochter. Roze met een vleugje wit, omdat ze er echt zelf van houdt.

Alleen zoonlief was thuis, terwijl hij met trots de moderne patio liet zien met haar palazzo-tegels. Mediterraan vond ik en dat moest het ook worden. Nog een overdekt terras en de beplanting. Of ik daarbij kon helpen een keuze te maken. Winterhard en toch planten die de warmte van het Zuiden beloven. Ik stop het in het vakje ‘nader uit te denken’. Eerst de recensies, dan de voorbereidingen voor de reis met de zussen en daarna de weken in Verweggistan. Alles op zijn tijd.

De bloemen en het plantje bleven achter na het bliksembezoek en ik ging weer op huis aan, bijgekletst en met een hoofd vol.

Literatuur.·Overpeinzingen

Je bent nooit te oud om in het diepe te springen

Het vierde boek is uit. Zucht. Mag ik jullie aansporen om literatuur aan te schaffen of te lenen van de bieb, die onder de categorie ‘jong volwassenen’ valt. Het is het licht op hun wereld, een heuse inwijding, het inzichtelijk maken omtrent hun handelen, de gedachtekronkels die hun zoektocht op een eigen weg vertalen naar onze wereld. Kortom begrip voor de lieve jeugd, met de nadruk op lief, ook al lijkt het in de verste verte niet op datgene, wat wij eronder verstaan en doen ze dingen die je de haren te berge laten rijzen als je je tolerantiepakketje te diep hebt weggestopt of uitgezet. Er zijn er vier langs gekomen. De vijfde ligt klaar.

Het enige wat ik weet is dat het in de recensie zorgvuldig uit de doeken moet worden gedaan, want dat verdient deze categorie. Er ligt zoveel emotie onder verborgen, dat het niet zelden de vorm van een tragikomedie aanneemt. De hardheid van het bestaan versus de hoop en het verlangen van jonge mensen met hun hele toekomst nog voor zich. Niet alleen moet je dealen met wat er tot dan toe op het bordje ligt, maar er wordt op die leeftijd ook van je gevergd, dat je alles wat met de kinderlijke onschuld en ook met een zekere naïviteit te maken heeft van je afgooit en dat je de onzekerheid van wat er komen gaat in een bepaalde realiteitszin wrikt. Ga er maar aan staan. En dat in de wereld van dit moment waarbij heel veel ego ‘s, vaker dan wenselijk, de nobele maatschappelijke gevoelens voorbijsnellen uit eigenbelang.

Pluis ligt wat mottig op de bank in diepe rust. Lief is gaan singelen met vriend. Singelen is een geliefde bezigheid. Dan loop je in betrekkelijke rust, vooral doordeweeks, de singels rond het centrum van Utrecht af. Het is een ultiem moment om een goeie boom op te zetten over filosofische en maatschappelijke kwesties. Doorgaans verdrinken ze de opgedane energie in een verfrissend pilsje in een van de uitmuntende bierlokalen. Daarna is er stof tot bijpraten voor de hele week voor ons samen. Altijd leuk en verhelderend.

Gisteren was het balkon het toneel van een brute verstoting. Moeder kauw had bedacht dat haar zoon of dochter, met de natte nestharen nog op de kop(dat laatste is een tikje overdreven)op eigen poten moest leren staan en zijn eigen vleugels moest leren hooghouden. Ze pikte wat granen van de voederschaal en weigerde dat in de opengesperde bek van de uit de kluiten gewassen kleine te mikken. Integendeel. Ze pikte, toen haar bek leeg was, venijnig naar hem met haar snavel om hem te verjagen ‘Vort jij, ga je eigen voer maar zoeken’ leek ze te krassen. Meesmuilend met zielige krakrassen, liet het jong zijn bezwaar horen, maar moeder kauw was niet te vermurwen.

Het vijfde boek ligt te branden op de stapel. Het is geschreven door Yorick Goldewijk en heet ‘Films die nergens draaien’. Het wordt hooglijk aangeprezen in de pers en het heeft de zilveren griffel en de Vlaamse literatuurprijs gewonnen. Met een klapper naar het einde toe werken. Dat is het betere werk. Zo leerden we de kinderen op school ook plannen. Bewaar het leukst, mooiste, ontroerendste, grappigste, voor het laatst. De hele dag ligt nog open. Zometeen probeer ik een rondje familie hier in de buurt. Al wie er thuis is. De gierzwaluwen vliegen laag. Zou er regen komen? Anders is fietsen een goede optie.

Zuslief appte over het vakantiehuis waar wij volgende week, de vier zussen, onze jaarlijkse samenzijn vieren. Er is een hottub, een sauna, maar er zijn ook dieren rondom. Kippen, een hond, twee geitjes, de poes. Voldoende levende have om van te genieten. Alleen de lusten. Voor de lasten is een oppas geregeld. We kijken er naar uit. De fietsen staan bij aankomst klaar, de hottub ook geloof ik en dat wordt zomaar weer een nieuwe ervaring. Je bent nooit te oud om in het diepe te springen.

Overpeinzingen

Dit is er zo een

En weer een nacht hanenwaken vanaf een uurtje of drie. Daarbij is wel alles uit de kast gehaald om het tij te keren. De schapen sprongen over het hek, de sterren verdwenen langzaam in een ijl wit, de ogen gingen dicht en open, open en dicht, het dekbed wisselde af en aan, gevoelstemperatuur veel te warm of een frisse kou. Luisterstilte. Vragen als ‘Komt Pluis de trap op of niet? Is ze wel binnen? ‘ helpen niet bij het in slaap proberen te vallen. In de vroege ochtend sloop ze omhoog.

Remco Campert is er niet meer. Hij is nooit onder mijn velletje gekropen. Dat is iets om je over te verwonderen. Dat sommige dichters direct de weg naar het hart vinden en anderen er ‘verre van’ blijven Campert was een ‘verre van’.

Lief en ik hadden een voornemen voor de dag van gisteren. Naar de tuin en niet om te werken maar om rustig te lezen. We trokken onze tuinkleren niet aan, maar bleven zitten op de stoelen met het boek in de hand. Tenminste, op het trekken van wat onkruid na, dat al te opvallend in het oog sprong. Het lukte een beetje, maar waarom zag ik er op de foto erna uit of ik de hele dag had staan schoffelen.

Het was een drukte in de sloot van jewelste. Fuut kwam op bezoek bij het ouderpaar meerkoet en hun twee kleintjes. Hij bleef opvallend in de buurt zwemmen en als pa meerkoet hem te lang aankeek, dook hij een poosje onder. Wonderlijk schouwspel. Aan de kant in het gras toefde moeder eend met haar zes pubers al, schatte ik in. Ze doken ras het water in toen we naderden en verdwenen langs de kant in het hoge riet om pas weer in de volgende sloot tevoorschijn te komen.

Vriendinlief, mijn leesmaatje, kwam ons groeten. Ze was terug van een heerlijke fietsvakantie in Frankrijk en had, voor de afwisseling echt vakantie gehouden met voldoende ruimte voor kathedraal en museumbezoek, maar ook lanterfanten en veel lezen samen. Bergje op en bergje af was goed te doen geweest. Leve de ondersteuning. Er kwamen vier nieuwe titels aan boeken voorbij, allemaal aanraders, maar er lag nog genoeg op stapel.

In de ochtend had ik de sjaals en schoenen uitgezocht. Sommige lagen al zeker veertig jaar achter in de kast en het werd dus tijd, dat die oude dansschoentjes, die ik zo gekoesterd heb, eindelijk verder mochten reizen. Dansschoenen moeten dansen en niet werkeloos onder in een oude kast liggen te craqueleen. Dat gold voor meer exemplaren en ook voor de sjaals. Je hebt per slot van rekening maar een nek en er waren er zoveel. Schiften dus; omslaan, spiegelen, keuren en in de zak of in de kast. Zo propte ik een zak vol met wintersjaals, een met dunne voile en een met schoenen. We hebben hier in het stadje de voedselbank ontdekt, waar kleding en speelgoed wordt ingezameld. Superfijn dat overtollige kleding weggegeven mag worden. Zo blij mee, het kost minder moeite om te ruimen op die manier. Deze piepkleine tussenstappen zetten wel zoden aan de dijk. De kast is bijna leeg en kan daarna weg.

Bij de Marokkaanse bakkerij vroeg ik om Turkse pizza, niet handig natuurlijk. De jongen achter de toonbank verblikte of verbloosde niet, maar ik wilde ter plekke door de grond zakken. Sesam open U, maar Sesam had zijn oren potdicht. Als je eenmaal je zinnen heb gezet op een wrap met kebab en sla dan smaakt een champignonnendeegje toch net even anders.

Vandaag is er weer een dag. We gaan in de kringloop zoeken naar ‘Kathedraal van de Zee’ van Ildefonso Falcones. Hier is ie foetsie en hij heeft zich vast geschaard onder de galerij van verdwenen boeken. Sommige boeken zijn in twee opzichten niet te missen. Dit is er zo een.

Inspiratie·Literatuur.·Overpeinzingen

Nieuwe stappen met weemoed vooruit

Het vierde boek kwam in eerste instantie wat oppervlakkig over, een echte chicklit. Zeg maar ‘De Joop Terheul’ voor jonge vrouwen, literatuur die wat schamper weggezet werd tussen de ‘serieuze’ minrebroeders, wat daar ook maar de definitie van mocht zijn. Maar na een boeiend geschreven eerste hoofdstuk bleek aan het eind ervan dat haar moeder van 55 jaar niet was gescheiden van haar vader, maar aan vroege dementie leed en dat dat erfelijk was. In die wetenschap sidderde het boek onder deze wending, en wierp een totaal nieuw licht op de zaak. Daar had de schrijfster van ‘De Falling In Love Montage‘ Clara Smyth me bij de lurven en sleurde me het verhaal binnen.

Gisteren was een dag van lezen en lanterfanten. Lief, die volledig ondergedompeld was in het laat Middeleeuwse Spanje bij het lezen van ‘De hand van Fatima’ van Ildefonso Falcones, besloot een stuk te gaan fietsen om mij de ruimte te geven meters te maken met het boek. Het lieve lijf eiste evenwel wat beweging op, dus besloten we dat een kookbeurt met de tajine, weliswaar in een zware stoofpan bereidt, de sfeer die in zijn verhaal hing, mocht omlijsten. Stoofje met wortel, rozijnen, heel veel kruiden, bij hoge uitzondering kip, een recept, hoe toepasselijk, uit ‘De keuken van Fatima’. Koken met de hand van Fatima om in het Middenoosten te kunnen blijven dralen. Er moesten nog wat ingrediënten gehaald worden. Vier vliegen in een klap. Ik was er tussenuit, al wandelend tussen de schappen kon ik loskomen van het boek, er was de broodnodige actie ter afwisseling van die gedwongen rust en we zouden een smakelijk maaltje hebben straks. Het lukte allemaal wonderwel. De boodschappen, het koken en stoven, de heerlijke tajine met kip en groenten.

In het magazine Zin van vorige maand stond een artikel over ‘Joie de Vivre’. Een zinsnede begon als volgt: Hoe vaker je ervaart dat je de wind niet kunt veranderen maar de stand van de zeilen wel(…). hoe waar is dat. Het leven wordt geleid door allerlei omstandigheden die zich voordoen en wij hebben in de loop der jaren geleerd te walsen met of om dat alles heen. De woorden komen uit de koker van geluksexpert Patrick van Hees. Een van zijn uitgelichte quotes is: ‘Ik raad iedereen pitstops aan. Met de benen omhoog, muziek luisteren, boek lezen, in bad gaan’.

Dat ‘boek lezen’ is voornamelijk waar we op het ogenblik veel mee bezig zijn. Buiten dat het een volledig andere belevingswereld aanboort, levert het ook gespreksstof op voor een fijn samenzijn en omdat het vaak dezelfde interessewereld behelst, geeft het een diepgaand gevoel van verbondenheid. Bij het zoeken naar bijbehorende items om de sfeer te verhogen, brengt het ook diepgang in de beleving. Dat samen te mogen meemaken, is het kleine geluk pur sang.

Vannacht droomde ik van school. Misschien kwam het door de herinnering die FB me stuurde met een foto waar de hele groep aan een kleine maaltijd zat van de nieuwe oogst. Al mijn lieve schatten om de lange tegen elkaar aangeschoven tafels heen. Als klap op de vuurpijl hoorde ik vanmorgen ook dat de bovenbouw van de scholen aan de overkant van de weg vermoedelijk aan het uitglijden waren. Het gejoel was uitbundig en er werd iedere keer enthousiast geklapt. Het ritueel van ons afscheid op de oude school ieder jaar, met de oudsten uit de groep, kwam in vluchtige beelden langs. In de onderbouw gleden ze het raam uit op de grote houten glijbaan uit de gymzaal en het ritueel van een versje met karaktereigenschappen, zodat de kinderen uit de andere groepen konden raden wie er uit zou glijden. In de middenbouw werd er een heel parcours opgebouwd voor de vijfde jaars om te eindigen in een zwembadje en in de bovenbouw gleden de achtste jaars over de zeepglijbaan de school uit. Rituelen die het extra feestelijk zouden maken, omdat het afscheid nemen zo dubbel was. Nieuwe stappen met weemoed vooruit.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Wie dan leeft, dan zorgt

Geluiden van buiten snijden door de donkere nacht. Stemmen die overduidelijk van een feestje afkomen, voorbij razend auto’s, krakende fietsen, flarden muziek, een dreunende bas. De stilte versterkt de echo waarmee ze tegen de huizen opklimmen. Slaap is ver te zoeken met de warmte en de angst voor het aantrekken van muggen belet om het raam wagenwijd open te gooien.

Achter mijn ogen hangen de vertrouwde gezichten die ik vandaag in hoge mate heb gezien op het verjaarsfeest van zwager. De familie was op één broer na, die ziek thuis zat met zijn lieve trouwe vrouw, compleet en dat is daarmee iedere keer weer een klein wonder. We zijn met zovelen en allen gaan gestaag door. Voor lief was het een vernieuwde kennismaking met de meesten na al die jaren. Vierenveertig jaar geleden zag hij ze voor het laatst. Dat zijn heel wat decennia om bij te praten, jaren om te overbruggen, op de hoogte te raken van de huidige stand van zaken.

Met de broers haal ik jeugdherinneringen op, leuke en minder leuke, stoere en minder stoere, zelfs de littekens komen om de hoek kijken. Het leven heeft er hier en daar meer of minder rimpels in gebeiteld, maar het is opmerkelijk hoe tanig en sterk ze zijn. Krasse knarren, bedenk ik, en zoek de kleine jongens achter de meelevende ogen. Als het over voetbal gaat licht de blik op, maar het gaat ook over wat je bezielt in de huidige tijd, hoe de dagen slijten en de tijd nog sneller gaat. Kwalen en kwaaltjes worden lachend en schouderophalend uit de doeken gedaan. De familie heeft vooraan gezeten bij versleten knieën, heupen en knokige handen. Krom als oma Driehuis hoeven we niet te gaan, want alles is vervangbaar en maakbaar tegenwoordig.

Broerlief heeft zijn vriendin mee, waar bijna iedereen nog onbekend voor is en ze laat alle verhalen welgemoed over zich heen glijden, geamuseerde lach, soms verbazing. Hij en ik knippen ons eigen haar altijd, blijkt. Het zit kennelijk in de genen. Aan ons is een kappersbezoek niet besteed. Mijn hele leven lang al niet. Ze valt bijna van haar kruk van verbazing.

Van een van de jongens hoor ik dat onze vader een automonteur-opleiding heeft gekregen bij de politie, iets wat te doen gebruikelijk was in die dagen. Vakgericht en inzetbaar op meerdere fronten. Nooit geweten, ondanks dat hij altijd onder zijn auto voor de deur lag om wat te sleutelen. Ik dacht dat hij op dat gebied een selfmade man was. Lief vermaakt zich kostelijk, zie ik vanuit mijn ooghoeken en het doet deugd om hem zo op zijn gemak te zien. Zwager is helemaal jarig en zus is een echte gastvrouw, voegt zich bij elke tafel om een onderhoudend praatje te hebben en de aanwezigen op hun gemak te stellen. De gesprekken nemen een loop bij het wachten op je beurt bij de toiletten. Tante Truus maakt gewag van het feit dat mijn lach op die van zus lijkt, maar verder moet ze zoeken naar de gelijkenis. Een vrolijk gesprekje, ogenschijnlijk een niemendalletje, maar met veel informatie in een notendop voor de goede verstaander. Het leed filtert zich vanzelf. We hebben allemaal onze bagage.

De lunch laat zich smaken en alles is er in overvloed. We schuifelen langs ‘het lopend buffet’ een oer-Hollands recept van bolletjes, brood, zalm, kroket en vleeswaar, een overvloed aan kaas, frisse salade en vers fruit. De buiken zijn gevuld, de banden weer verstevigd, een laatste kring van overgebleven mensen, eindelijk het lied voor de jarige bij een laatste glas. Daarna nemen we afscheid, tot spoedig weer. Dag lieve familie, in de wetenschap dat je nooit weet of alles bij het oude blijft. Wie dan leeft, dan zorgt.

Inspiratie·Overpeinzingen

Dat geeft de burger moed

Je zou er zo aan voorbij rijden. Dat deed ik dan ook met verve, de eerste keer en belandde op het er naast gelegen golfterrein. Terug maar weer en goed kijken. Nog geen 100 meter verder ontwaarde ik de kleine bosweg, waar een groot verbodsbord stond. Maar nu gold het niet. Een sprookjesbos onder handbereik.

Braaf wachtte ik in de kleine blauwe(lang leve de app, waarvan het zinnetje oplichtte ‘Ik kom er aan’)op de komst van vriendinlief, die blij was met de herkenbaarheid van mijn prins. Er stonden meer auto’s langs het pad en het voelde een beetje als ongewenst, maar gedoogd. Na een hartelijke begroeting prezen we het zonnetje waarmee de middag openbrak in exact de juiste belichting voor een woud dat verend onze tred begeleidde. De fiets van vriendin werd wat ‘directief’ zoals de vrouw achter de tafel het zelf noemde, naar de stalling verwezen, terwijl wij nog in de modus ‘praktisch’ stonden. Eerst aanmelden en dan verderop de fiets stallen. De vrouw had het anders in haar hoofd. We mochten door met plattegrond en een achttal items met vragen, zodat we iets te bespreken hadden. Onze blikken kruisten elkaar en ik zag de lach erachter. Hadden we ooit iets niet te bespreken?

De Palzbiënnale is een tentoonstelling waarbij acht kunstenaars zich hadden laten inspireren door de hen omringende natuur. Het leverde soms vervreemdende, soms wonderlijke objecten op. Wat te denken van een gouden winkelkarretje in de bosvijver, of een stellage met een raket naar de ruimte. De deur met de joelende kindergeluiden erachter was sneller te verklaren. Daarachter werd het bosbad verbeeld, dat precies op die plek gelegen had vroeger.

De knakkende takjes leverde een speurtocht op naar de luidsprekertjes bij de bomen. Tk, tk, tk. Inderdaad maken brekende takjes en twijgjes een Tk-geluid. De natuurkunst-de dode boom met de schilferende bast, de ontwortelde boomstronk, de waterval, het mos en de bloeiende varens-wedijverden in hun natuurlijke habitat met de associaties van de kunstenaars.

Er was een geïmproviseerd restaurantje, dat rustiek midden in het bos lag en de eenvoudige keuze had uit pizzastukken, thuis gebakken bosbessentaart en allerlei koeken, koffie en thee. De vrouwen die ons bedienden schonken er gratis een lieflijke glimlach bij. Bordjes waren er niet genoeg, dus die werden verontschuldigend onder de handen uit gehaald. De pizza had te lang in de microwave gestaan, maar een kniesoor die daar op let. De zon scheen, de oude bomen filterden een aangenaam licht, mensen streken keuvelend neer en wij hadden een heerlijk gesprek over ons wel en wee. Wat een luisterend oor al niet vermag. De dag kon niet meer stuk.

Er kwam een schilderachtig stel aan geschuifeld en eigenlijk wilde ik ze op de foto zetten, maar kon het niet. Te brutaal zou het inbreuk maken op hun privacy. Soms pluk je pareltjes uit de dagen die voorbij gaan. Dit was er zo een met het juiste licht, de juiste sfeer, het juiste gezelschap op het juiste uur. We namen hartelijk afscheid met de belofte de ontmoetingen te staven.

De hele terugweg lang mijmerde ik nog even door op alles wat we gezien en besproken hadden. Ventileren van gedachten en zo’n prachtige kunst-en-natuurbeleving tezamen kloppen lucht in de gebeurtenissen om ons heen, maken het lichter en brengen het in balans. Een beetje van ons, een beetje van de kunstenaar, een beetje van de natuur en gelijkgestemde mensen om je heen, dat geeft de burger moed

Literatuur.·Overpeinzingen·Ruimte scheppen

Boffen hoor

Als je het op de heupen krijgt, moet de energie ergens kunnen ontladen. De kledingkast moest er aan geloven. Al mijn overtollige gedrevenheid stopte het ene na het andere kledingstuk in de zak. Wat maar een zweem van het predikaat ‘oud, verschoten of nooit meer aangehad’ met zich meedroeg kon rücksichtslos naar de kringloop verdwijnen. Oud en versleten stond synoniem voor ‘niet meer van deze tijd, een verkeerde snit, het zat niet lekker, of het kriebelde teveel’. De bovenste plank bleef nagenoeg intact, maar daarna ging het snel en vielen er gaten tussen plank en plank. Soms aarzelde ik en haalde iets na een poosje weer uit de zak voor ‘ Je weet maar nooit’, maar het meeste werd rigoureus aangepakt en weggedaan.

Zes hele volle vuilniszakken aan overvloedig leven was het resultaat. Ziezo, de eerste stap naar de werkkamer in wording was gezet. Deze ochtend zet ik de puntjes op de -i- met de nieuw aangeschafte kringloopbuit van van de week, is het voornemen.

Hierna komt de kast met accessoires zoals sjaals en schoenen aan de beurt. Die mag leeg en daarna weg, hoe grappig ze ook is met haar goud op snee en oudroze uiterlijk. Al jaren lang is een poot weggesleten door de houtworm en gestut met een blokje dat nog steeds voldoet. Maar ze neemt meer ruimte in dan nodig. Bovendien moet op haar plaats het kledingrek komen. Een kledingwand is het ideale plaatje.

Onder de stapel die ik op de strijkplank had gelegd, bezweek de plank. Een schroef had de kuierlatten genomen en was naar een onzichtbare hoek gerold. Zo val je van project in project en kan ik straks op zoek naar de schroef.

Er wordt druk getoeterd voor de deur en we horen opgewonden kinder-en-ouderstemmen. De dag van het kamp is aangebroken. Nooit begrepen waarom dat bij de gemiddelde basisschool aan het eind van het jaar wordt gehouden. Wij hadden de traditie dat het kamp diende om elkaar te leren kennen en derhalve viel het in de derde of vierde week van het schooljaar. Grootse kampen met een thema en heel veel fantastisch toneel door ouders en leerkrachten neergezet. Geen hoogstandje werd geschuwd. Als het nodig was kwam er een zeemeermin uit zee aanspoelen terwijl Neptunus bij de pier in het water lag, of er was een geheimzinnige deur waarachter de schrijfster een nieuw verhaal aan Het Oneindige Verhaal van Michael Ende had gebreid, iets met rook en vuurwerk. Soms stonden er ineens twee vikingen in de gang, paradijsvogels of een geleerde sterrenkundige. Doorgaans werd het kampterrein de entourage voor de spannende avonturen. Heerlijke dagen waren het waarbij iedereen die het meemaakte met volle teugen genoot.

Een enkele keer ging er iets mis, waardoor het er nog spectaculairder uitzag dan bedacht. De Neptunus waar ik het over had, gebaarde naar ons uit doodsangst omdat de mui, waar hij in was belandt, hem bijna te sterk werd of de boom waarin de piratenhoofdman zat, bleek hoger bij het naar beneden klimmen. Dan moest er een ladder aan te pas komen. Daardoor werd alles nog avontuurlijker.

Alle vijf de Young Adult boeken zijn bijna binnen. De laatste is nog onderweg. Het derde boek met de titel: ‘Niet te stoppen’ is door Angie Thomas geschreven en is een ode aan de hiphop. We betreden die specifieke wereld van binnenuit, de raps die gemaakt worden zijn door Akwasi in het Hollands vertaald. De problemen op de school zijn zo herkenbaar voor deze tijd, met detectiepoortjes en bewakers. Het milieu van de straat is ongepolijst. Je dromen waar maken krijgt een andere dimensie onder deze omstandigheden. Zeker een verhaal dat de doelgroep aan zal spreken en een boek om te verslinden.

Vanmiddag staat de PaltzBiënnale op het programma. Samen met een goede vriendin ga ik er wandelen en de creativiteit bewonderen van kunstenaars, die in de natuur een kunstinstallatie hebben gebouwd en zich hebben laten inspireren door de omgeving. Dat deel van het landgoed is eigenlijk privé, maar gaat een keer in de twee jaar open voor deze wandeltocht en wij zijn erbij. Bofferds hoor.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Wie weet

Vroeg uit de veren, met het nieuwe Atelier-magazine voorhanden en de woordkraker uit de krant van gister om het slaperige hoofd over te breken.

Door het open zolderraam klinken djembe’s. Het ritme is staccato en massief. Nog geen wilde Afrikaanse roffels maar de studentenslag. Toon en bas wisselen zich af, er volgt nog geen slap en geen echauffement, de inleiding, door de workshopleider zelf. Een zomers begin op deze zonovergoten dag.

Direct na het opstaan kregen de planten en de jonge aanwas een slok water en ging ik weer naar de residentie boven met een kop koffie. Naast lief lezen en werken is heel plezierig, ondersteund door de kalme rust, die hij soezend uitstraalt. Voor vandaag staan de kledingkasten op het lijstje. Leeghalen, wegdoen wat kan, opnieuw en logisch indelen. Het belooft een warme dag te worden en Lief gaat singelen om daarna samen met zijn nicht een kop koffie te drinken. Het rijk alleen is fijn omdat daarna een samenzijn weer extra prettig is.

Gisteren op de tuin stond dochterlief net op het punt om naar onze tuin te gaan. In de schaduw was het goed te doen met een licht briesje. Ik had wat jonge plantjes meegenomen om om het vijvertje heen te zetten, liefde doet groeien dus begoot ik ze liefdevol met handjes vijverwater. De starre rubber kikker met zijn pootjes op de rand keek verlangend naar het water. Ik hoopte op de terugkeer van zijn gele makker, die we nog uit de diepe kamikaze bak gevist hadden. Hoe leuk zou dat zijn.

Er was nog een avontuur met de grasmaaier. Voor het eerst in zijn lang-zal-zijn-levens-dagen gaf hij geen kik. Dat vergde een nauwlettend onderzoek. We ontdekten het dunne garen van een net boven het mes rondom de as dat zich erin had gedraaid, waardoor het mes verstrikt was geraakt. Dat zou de oorzaak kunnen zijn, dus in de weer met schaar en een zak vol geduld van de bovenste plank.

Nadat alles verwijderd was, waren we hoopvol gestemd maar de lieve schat gaf nog geen sjoege. Lou loene dus. Lief veegde hier en daar wat verdwaalde grassen weg en ook die, die in de buurt van de contactpuntjes lagen. Nog eens proberen of dat de oplossing was. Ik keek ondertussen hoe betaalbaar een nieuwe zou zijn en alsof hij het gehoord had sloeg de snoodaard aan en klonk het zachte zoemen als muziek in de oren. We prezen hem de hemel in.

Er bleek ook een ongenode gast te zijn, die het recht van overpad doodgemoedereerd opeiste, en dochterlief en ik zagen hem of haar tegelijkertijd lopen. Een bruine rat wandelde recht toe recht aan langs de composthoop over het gras naar de tuin van de buurman. We waren tamme ratten gewend, maar deze bruine in het wild deed toch minder lieflijk aan dan de poezelige witte velletjes van Zjoerd of Frizzle.

Er een notitie van maken en doorgeven aan het bestuur leek ons de beste optie. Ach ja. We leven hier nog in de natuur en daar zijn wel meer meelopers en mee-eters. Haas is er ook een van. Die springt met regelmaat vlak voor je voeten uit het hoge gras of uit een bedje boerenkool bij de buren. Ik hoopte dat uil terug zou komen om dit soort overtollige lekkernijen te verschalken. Het bos bij buurman Plantijn was wel aanzienlijk uitgedund, maar het behoorde nog tot de mogelijkheden.

Het aanschouwen leverde wel een vermakelijk verhaal op van het rattennest onder de schutting tussen de tuin van buurman van Luyn en die van mijn ouders. Mijn vader groef het nest uit met twee of drie van zijn zonen, gewapend met spades als ridders van stavast. Zodra er een hijgend diertje met kloppend hart omhoog kwam wachtte hem een wisse dood met een welgemikte tik van het harde ijzeren blad. Geen sinecure voor een kind van rond de zes jaar, die het achter het raam mocht aanschouwen. Er waren nog geen koelkasten en het eten lag derhalve met een beetje secure knaagpartij voor het oprapen op de kelderplanken.

De djembeklanken zwellen aan. De tweede groep krijgt les. Als ik mijn ogen dicht doe, waan ik me op een van de Afrikaanse feesten, die ooit tot het vermaak behoorden en voel hoeveel plezier het opleverde omdat je helemaal los mocht gaan. Misschien een overweging waard. Wie weet.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Het hoogste lied

Vanmorgen voor dag en dauw een goede daad gedaan. De twee pierige selderijplantjes op water hadden allang wortels gekweekt dus een potje gezocht, aarde erin geschept en ze voorzichtig geplant. Nu maar afwachten of het aanslaat.

Bij het naar beneden gaan, deed ik een nieuwe ontdekking. Nergens, maar dan ook nergens, ontdekte ik een greintje spierpijn. Vorige week kon ik bijna drie dagen niet lopen na de oefening van de peut, maar vandaag, na dezelfde oefening, geen centje pijn. ‘Dat is nou vooruitgang’, filosofeerde lief. Nou, dat, maar het is vooral ook bijzonder aangenaam, dacht ik. Het was weer leuk met de fysio, gisteren, die nog steeds iedere week nieuwe dingen verzint en er een olijk of verdiepend praatje aan vast knoopt.

Hij verhaalt van zijn voornemen met zoonlief op vakantie te gaan en Europa door te trekken. Ik dacht onmiddellijk aan dochterlief en lieve schoonzoon met de kinderen, die hetzelfde voornemen hebben, uitgesmeerd over een aantal maanden. Hij lachte breeduit. Dit was voor de duur van twee weken. ‘Sight seeing Europe’ in vogelvlucht. Wat een fijn vooruitzicht om als vader twee weken op stap te gaan met je zoon. Iets wat je elk kind zou gunnen.

Hij had me aardig laten werken want na de wandeling langs de sloot in de hitte naar de tuin, met de twee, vlak daarvoor gekochte, nieuwe vijverplantjes, vroeg het vege lijf toch echt om een rustmoment. Lief stortte zich meteen op de omgeving van het vijvertje en legde de laatste fundamenten met zand en aarde.

De springbalsemienen waren de grond letterlijk uitgeschoten en lieten zich gewillig wegplukken. Ik had het voornemen om ze in de tuin achter de bosandoorn te zetten. Op een kluitje als een bosje. Daar zouden ze tot groot vermaak zonder al te veel zaailingen tussen mijn bloemen open mogen springen bij bloei en de kleinkinderen vermaken met griezelig gekriewel in hun kleine handjes. Dat wonder iedere keer weer. Zo’n zaaddoosje, dat openspringt en aan alle kanten omkrult.

De oude kwam zowaar gewag maken van het feit dat ze er stonden en had een verhaal over iemand die een hekel aan deze redelijk invasieve planten bleek te hebben, juist omdat ze maar bleven uitzaaien. Daar wilde ik vooral als verdediging hun noodzakelijke aanwezigheid voor de hommels en de bijen tegenover zetten. Ze stonden ook nog eens tussen de bosandoorn, de moerasandoorn, de nachtschade, de brandnetels, de hondsdraf, de bosaardbei, de dagkoekoeksbloemen en ander wandelend spul. Dat was de sport van tuinieren. Alles wat de neiging had zich breed uit te meten, op tijd in te tomen. Het bleek vooral dat men in de vrije natuur op problemen stuitte. Een klein hoekje in de tuin, waar je ze bij elkaar zou hebben staan, was juist heel fijn voor al het vliegende grut, waar we toch ook extra voor moeten zorgen. Zo zijn afwegingen te maken, iedere keer weer. Alle ‘voors’ kennen ‘tegens’ en daar de balans in zien te vinden is een groot goed. Afschrijven kan altijd nog.

We nippen aan het laatste restje van de wijn uit de geïmproviseerde koelkast, een grote bloempot in de schaduw met een zinken deksel erop. De drukkende hitte heeft plaats gemaakt voor een aangenamer en frisser toeven in de zonnige omlijsting. Morgen de puntjes op de ‘i’ zetten, nemen we ons voor. Er dient weer gemaaid te worden, de vruchten willen we controleren op rijpheid, braam, framboos en de samensmelting van die twee, de braambroos, en de kers. De vogels, wat zijn het er veel dit jaar, vinden ze al heerlijk en eten hun buikjes vol. Van mij mag het. Ik ben erg blij met hen in de tuin. Ieder moment is er wel beweging waar te nemen tussen het struweel. Dat is eveneens een verrijking, dat kleine leven en het genot ervan, als dat door de merel bezongen wordt in het hoogste lied.

Overpeinzingen

Een beetje clementie

Omdat het zoveel met me gedaan heeft, is Lief eveneens direct in het boek begonnen en heeft het alleen uit handen gelegd toen we, door de gestaag vallende regen, naar de kringloop gingen. We bespreken het pas achteraf. Dan weet ik of mijn ontlading op eenzelfde manier gedeeld wordt. Het derde boek ligt naast me en er is een lichte schroom om er aan te beginnen, al zou dat erg wijs zijn in verband met de inleverdatum van de recensies.

Tuin of balkonplanten moesten een dag wachten. De eerste voor een inspectie of de vijver het heeft gehouden met al dat hemelnat en de tweede om de groter groeiende zaden te verpotten, willen de bloemen nog dit jaar uitkomen. Het maakt niet uit. Een kringloop is een prettige binnenactiviteit, vooral als je echt niets nodig hebt en alleen maar ronddwaalt om te zien of er iets van je gading tussen zit.

De garderobe had kennelijk behoefte aan vernieuwing, want de afdeling kleding was het eerste waartussen ik begon te snuffelen. De afspraak was ‘Iets ouds eruit, iets nieuws erin’, om uitpuilende kasten te voorkomen waarin je hele kledingstukken licht zou kunnen vergeten. Voor Verweggistan wil ik ze nog uitgemest hebben en als het me lukt de rest van de boekenkasten opschonen. Maar dat is een ander verhaal.

Lief glipte de andere kant op. Met de handen op de rug kuierde hij door het immense gebouw en verbaasde zich ongetwijfeld over het luxe leven van ons hier, waar de hoorn des overvloeds rijkelijk uitpuilt aan de kwaliteit van de afgedankte spullen te zien.

Eigenlijk hadden we liever even naar een museum gewild, maar alleen Voorlinden en de Hortus waren op maandag open. De eerste was te ver weg en de tweede ongetwijfeld te nat. Met de zon door de bloembladen en de hoge bamboebossen, de filtering van licht en donker, geeft deze hortus zo’n heerlijke meditatieve sfeer. Waterdruppels aan of in het blad zijn ook prachtig, maar een hele verregende laan is teveel van het goede.

We laten ons leiden door de ingevingen. De kringloop dus. Zowaar, er is veel leuke en redelijk nieuwe kleding waarbij de prijs eens niet verhoogd is. Een lieve witte bloes met gouden veertjes, een ikat broek in groenschakeringen, een prachtige aubergine klokrok en een okergeel lief sweatertje. Ondertussen denk ik koortsachtig de thuisgebleven combinaties erbij en weet dat het prachtig zal staan. Dat veelkleurige topje met aubergine erin bijvoorbeeld, mijn lange groene overhemdjurk los over de broek, ook de sjalen passen in het geheel. Inpakken maar. Het is lang geleden dat ik wat heb aangeschaft en dit geeft een goed gevoel. Er zat nog wel een addertje onder het gras. Bij thuiskomst bekeek ik de bon goed en ontdekte dat er bovenop de prijs BTW apart werd berekend, bijna vijf euro meer. Dat was nieuw voor mij. Het heeft ook nergens te lezen gestaan. Het voelt als verkapte winst voor deze commerciële kringloopketen. Bereken het door in de prijs, dan weten wij waar we aan toe zijn.

Er zit één misser bij. Althans, de bloes is leuk, lekker wijd en oversized, met wat goud op snee in het subtiele opschrift. Thuis inspecteer ik de tekst. Er staat: Shopping is my passion. We moeten er hartelijk om grinniken. Als er iets niet tot mijn passie behoort is het ‘shoppen’ wel. ‘s Nachts bedenk ik dat het in Verweggistan niets uitmaakt wat erop staat. Niemand zal het lezen en anders is het altijd nog een perfecte schilderskiel. Dus bewaren dan maar, ze heeft recht op een tweede ronde.

De zon tovert een bijna strak blauw boven onze hoofden. De tuin komt aan bod na de fysio. Hem moet ik vertellen dat de spierpijn daverend was na de ingewikkelde beenspieroefeningen van vorige week. Hij zal glunderen en zeggen dat het goed is. Zo moet het ook. Al die oude botten en spieren beetje bij beetje opkrikken tot ze weer soepeltjes uit de tweejarige ruststand komen. Hopelijk overgoten met een beetje clementie.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Het mag er zijn. Allemaal

Na een rustig opstarten van de dag en het maken van een ludieke kaart voor het feestvarken namens de boekenclub(dat kon natuurlijk alleen een leporello zijn)gingen we op zoek in het centrum naar het uitgeholde boek dat we vorige maand ergens gezien hadden. Mijl op zeven bleek later, nergens meer te vinden, zelfs niet in de goedkope hebbewinkels.

Dan maar een mooi envelopje in een tas. Goud op snee, dat verdiende onze man die de zes decennia aantikte. Nou, al een half jaar geleden hoor. Maar dankzij corona hielden we er gisterenavond een fantastisch feest aan over.

Het was een tocht door mijn verleden, direct bij binnenkomst al. Lief kreeg de vuurdoop. Binnen een mum van tijd werd hij meegesleurd de diepte in, maar op de mij zo welbekende amicale en liefdevolle wijze. Dertig jaar aan verhalen trokken voorbij in een notendop en alle liefde uit die tijd kreeg hij er gratis bij. Dankbaar en liefdevol voelde ik me temidden van al die vertrouwde gezichten. Het was een beetje alsof ikzelf wat te vieren had en ik weet zeker dat dat voor bijna iedereen gold.

De entourage was er naar. Het mooie huis, de prachtige tuin, het grote atelier met de doeken van de drie dochters en wat kleiner werk, de prachtige vers-van-de-pers-keramische beelden van eigenhand van vriendinlief, de vlaggetjes, de slingers, de feesttenten, dat alles tesamen ademde feest en liefde in kapitalen en het feestvarken zelf kon niet stralender zijn dan dit.

Er was een foodtruck die onafgebroken de hapjes verzorgde en daarna zelfs keuze bood uit drie schotels met heerlijkheden onbeperkt eten. Zon werkte tot een uur of half zeven op alle fronten mee. Daarna vond iedereen met gemak een schuilplaats in een van de diverse droge ruimtes of in huis. Halverwege de avond werd de doopceel van de jarige gelicht in een ouderwets smartlappenlied door zijn vier vrouwen gezongen met ondersteuning van de ‘afwezige’ accordeon, geïmiteerd door haar duozanger. Iedereen zong het refrein uit volle borst mee.

Dochter luidde samen met haar vriend de dansavond in achter haar dj-tafel, die beschermd was tegen de regen aan de open kanten met plastic. Het geluid moet tot in de verre omtrek te horen zijn geweest. Lekker even dansen, ik kon het niet laten. Grensje te ver, natuurlijk, maar eentje moest kunnen, nou twee dan, met een flinke pauze ertussen. Lief vermaakte zich en dat was een zorg minder. Allesbehalve als muurbloempje onderhield hij zich met de vermakelijke verhalen van mijn lieve vrienden, kreeg anekdotes voorgeschoteld, een kleine uitleg over ons oude vertrouwde schooltje. ‘Wat bijzonder was dit feest’ zou hij later zeggen.

Tussen alle kwinkslagen door was er ook tijd voor wat klein en groot leed, dat diep verborgen achter glimlach en olijkheid zich toch een weg naar boven wist te banen. Hier en daar een lach en een heimelijke traan of dichtgesnoerde keel met wat troost en een klein advies als pleister op de wonde boven de opzwepende klanken van de beat uit.

Het leven is een feest als de afwisseling de balans weet te treffen. Als leed zachtjes ingebed wordt in vreugde, men het gemis toe weet te dekken met de blijdschap van anderen en waar schrijnende scherpe kantjes gesmoord worden in warmte, telkens weer. Dat gebeurde op deze avond. Er werd ruimte gegeven aan wat het leven behelst in al haar facetten. Het mag er zijn. Allemaal.

filmgemijmer·Overpeinzingen

De kunst van leven en laten leven

Wat een slim idee was dat, een wonderschoon alternatief voor te hete dagen, zo’n bescheiden filmhuis in de middag. Net als verwacht sloeg de lome hitte elke vorm van energie eruit. Het was drukkend warm. De gierzwaluwen scheerden laag boven de daken en dat beloofde onweer, maar de lucht was nog steeds strak blauw.

Het was in de bus aangenaam koel zo op de vroege middag. Straks zou daar ook niets meer van te merken zijn. We besloten direct door te rijden naar het centrum van de stad, zodat we voordat de film begon, iets konden drinken in het filmcafe. Het tafeltje van de vorige keer was nog vrij, dus streken we er neer met uitzicht op de smalle steeg en de gesloten koekfabriek er tegenover, een klein pandje met de deur nog altijd potdicht.

Er was geen kassa open, maar de kaartjes konden gekocht worden aan de bar. Wij zouden met de E-tickets boven gecontroleerd worden bij de ingang van de zaal. De airco trok heel de warmte onderuit. Nog vier mensen hadden hun zinnen gezet op ‘Bergmans Island‘, verder bleef het rode pluche aangenaam leeg.

Het verhaal speelde zich allemaal af op het Zweedse eiland Fårö, waar Ingmar Bergman gewerkt, en gewoond heeft en begraven ligt. Dit eiland is een soort van bedevaartoord voor de Bergmanliefhebbers. De adoratie tijdens een ‘Bergmansafari’ wordt in de film hier en daar subtiel onderuit gehaald door de regisseuse Mia Hansen-Love. Het verhaal begint kabbelend, maar allengs neemt de spanning toe door een vernuftige gelaagdheid. Als alle grenzen van die lagen vervagen, is het steeds weer een verrassing welke wending het verhaal neemt. Het blijft boeien tot het einde toe. De natuur op het eiland is prachtig in beeld gebracht en past bij het bedachtzame peinzende karakter van de film.

Wat mij intrigeerde was de manier waarop je en passant meekreeg hoe de levens van de scriptschrijver en haar script letterlijk verweven raakten. Zeer de moeite waard. Wel een vest meenemen, want het was op een gegeven moment wel erg koel in de donkere zaal. Dat stond in stevig contrast met de overdadige warmte en het felle zonlicht buiten, maar door eerst nog maar een aperitief en een vega-borrelplank te genieten kwam de temperatuur op niveau in balans. Over de film raakten we niet uitgesproken en onze waarnemingen qua intentie en beleving waren praktisch gelijk.

De lokatie ‘De Slachtstraat’ is een oase vergeleken bij de drukte op de Neude, dat tegenwoordig volgebouwd is met terrassen en een spektakeltent. Het geroezemoes gaat daar over in een kakofonie van geluid, dat net zo overweldigend overkomt als de uit de voegen gestegen hitte. Dankbaar bejubelden we de stilte en de relatieve koelte in de kleine overschaduwde stegen naar het station, waar we de bus terug zouden nemen. Hoe wisselend kan een overvolle stad zijn.

De film is een aanrader als je van het kalme tempo, de sfeerbeelden en de mooie natuur houdt, die vaak zo kenmerkend zijn voor een psychologisch drama. Als je gevoelig bent voor de liefde en de schoonheid die de beelden uitstralen, word je dubbel beloond. Dat is de kracht van het verhaal, dat op een subtiele manier inzoomt op de kunst van leven en laten leven.

Overpeinzingen

Als herboren verder gaan

Met de haren in de henna, zit ik op het oude vertrouwde bed met het uitzicht op de boom voor het raam de twee uur intrektijd uit. Met een teveel aan bewegen zou de henna zich losmaken van de bruine toef op mijn hoofd en onder de plastic zak doorlopen. Hennakleurtjes zijn hardnekkig te verwijderen. Eigenlijk is de andere mogelijkheid, vergrijzen, nooit in me op gekomen. misschien wel omdat het haar zo gezond blijft onder die zalige dosis puur natuur. Mijn moeder had wazt men in die dagen noemde ‘Melkboerenhondenhaar’, al zag ik dat niet en vond ik ieder sprietje even lief. De vetbulten op haar hoofd baarden me meer zorgen, maar daar legde ze dapper en zorgvuldig de was-en-watergolf overheen. Wat je niet ziet, is er niet. Er warenn wel pogingen ondernomen om ze chirurgisch te laten verwijderen, maar de tweede keer was dat echt een martelgang geweest. Een milde verzoening was het resultaat bij de terugkomst van de vermaledijde bulten.

De beloofde en in onze ogen aangename temperatuur van 24 graden bleek stiekem toch gaande weg uit te lopen naar richting de dertig. De opnieuw aangeschafte vier zakken zand leverde een enthousiaste caissière op toen ze me gewaar werd. ‘Ik ken U ergens van’. ‘School’, probeerde ik voorzichtig. ‘O ja, U bent geen spat veranderd. Hoe lang is het geleden dat ik daar schoonmaakte, vijftien, twintig jaar?’ Heel langzaam kwam die tijd terug in mijn krakende hersenen en ik zag haar de balie poetsen. Hoe zorgvuldig was ze in haar werk. Na haar was de school nooit meer zo proper geweest. Ze nam ruim de tijd om onze gezamenlijke herinnering op te poetsen. Allengs werd de rij achter ons langer. Ik zag het steunbeen van de meneer achter me vanuit mijn ooghoeken ongeduldig wisselen en breidde er toen maar een eindje aan. Ze wenste me een fijne dag en dat werd het.

Niet in de laatste plaats door de komst van dochter en kleindochter. We zetten de tafel met de vier stoelen onder de Vasalis-appelboom met zijn twee stammetjes en zaten heerlijk in de schaduw. Lief haalde ondertussen de vier zakken zand met de kruiwagen uit de auto op. Na de lunch zouden we de vijver stellen. daar liet ik hem in begaan, want hij had er een heel eigen idee over. Ik had vier pollen tijm aangeschaft voor in de kruidentuin als bodembedekker om de groei van de hardnekkige weilandgrassen van vroeger, die nog altijd op de scheidslijn van buuf en mij groeiden, in te dammen. Kijken wie er uiteindelijk sterker is.

De lunch smaakte heerlijk bij het aangenaam verpozen in de schaduw. Kleindochter vermaakte zich kostelijk met de dipstokjes en een bekertje roomkaas met kruiden. Later kwam er aquarelverf en papier bij om de tijd te veraangenamen. Ze verveelde zich geen ogenblik. Dochter en wij konden weer eens goed bijkletsen en de eventuele plannen op de agenda doornemen. ‘Wat ga je doen met je verjaardag”, vroeg dochterlief. Ik wilde eigenlijk, net als toen ik 65 werd, enkel en alleen met de kinderen zijn. Een lekkere lunch of een heerlijk diner op een plek waar alle kleinkinderen goed uit de voeten konden en de menukaart een hoog vegetarisch gehalte had. Zo’n intiem samenzijn was goud waard.

Nadat het tweetal weer vertrokken was en ze nog wel een foto van ons aan het einde van het pad had genomen, iets wat ik altijd omgekeerd placht te doen, pakten we de draad van het klussen weer op. Ik de tijm en lief de vijver. Gieteren vond ik mijn pakje aan en kliefde een weg door rand van groot hoefblad aan de kant van de sloot, zodat we niet meer het halve pad af hoefden te lopen voor het vullen van de gieters. Bezorgdheid bewoog hem tot een helpende hand, maar nodig was dat eigenlijk niet geweest, maar heel lief.

Vandaag in deze hitte van de beloofde 30 graden zagen we vanmiddag een buitenkans om in een koel filmhuis de film ‘Bergmans Island’ te gaan zien. die op de verlanglijst stond. Met de bus naar de stad en vlakbij het doel uitstappen. Maar eerst de broeiende smurrie op mijn hoofd uitspoelen en als herboren verder gaan.

Overpeinzingen·Theater

Meesters van onze eigen tijd

Het was mijn laatste voorstelling die ik voor Kunst Centraal zou doen daarna zou mijn vrijwilligersjas voorgoed aan de kapstok hangen. Aanvankelijk wilde ik naar het theater hier in het centrum lopen en ik was al welgemoed op pad gegaan. Ineens had ik een helder moment en bedacht dat de banner, die ik bij elke voorstelling uitrolde, nog mee moest. Tja en die lag achterin de auto en was te zwaar om mee te zeulen. Op rasse schreden omgekeerd en dan toch maar de auto genomen. Er zouden maar liefst om en nabij 2x 300 kinderen komen bij beide voorstellingen van vandaag. Het stuk heette Meesters van de Tijd en het was een samenwerking van theater Jaski & De slagwerkgroep Percossa.

Ik had een paar jaar geleden de premiere al gezien en wist dat het een boeiend spektakelstuk was met hele spannende elementen erin. Officieel stond het voor 5+ maar daar was het veel te spannend voor. Van zo’n twintig scholen waren de groepen 5/6 uitgenodigd. De kinderen konden heerlijk ravotten voor het theater tot het tijd was om naar de zaal te gaan. Als een school niet kwam opdagen moesten we, de andere publieksbegeleidster en ik, gaan bellen om naar de reden te vragen.

Vooral met de tweede voorstelling zat het publiek er goed in. Ze hadden de meegestuurde liedjes ingestudeerd en zongen uit volle borst met Sophie, de hoofdrolspeelster, mee. Het was een aangename en een geslaagde dag, niet in de laatste plaats door de soepel en goed georganiseerde aanpak van de leden van De Kom zelf.

Lief was gaan fietsen naar zijn vrienden die samen zouden komen in Houten en daar zonder routeplanner toch goed aangekomen, begreep ik uit zijn smsje. Dat was een hele geruststelling. Ik was ondertussen naar de garage gereden om een afspraak te maken voor de kleine blauwe prins die in de revisie moest om ons daarna nog een heel jaar als nieuw te kunnen blijven vermaken. Het was een wikken en wegen geweest omdat onder andere de airco gemaakt moest worden en dat was een kostbare post. Zonder dat was het niet te doen op de lange rit naar Verweggistan, omdat we de grote tunnels in Oostenrijk door moesten en dan is een beetje verkoeling meer dan wenselijk, zo hadden we de eerste keer ervaren.

Vanmiddag gaan we de vijver waterpas stellen. Daar moeten we eerst nog twee zakken zand voor halen. Het gras zal ook wel om een schrobbertje met de maaimachine vragen. Het belooft een aangename temperatuur te worden en dan is het er goed toeven.

Lief verteld vanmorgen dat de vrienden met elkaar in gesprek waren geraakt over de manier waarop het aardse afscheid gegoten zou moeten worden als de tijd rijp was. Een boeiend onderwerp dat niet snel gespreksstof zal zijn, maar wel betekenis gaf aan de vriendschap. Vanmorgen bespraken we het samen. We hadden al eens eerder dat onderwerp bij de horens gevat. Terug naar de natuur was ons heilige voornemen en in alle eenvoud zonder al te veel rituelen, een samenzijn ter plekke. Daarnaast filosofeerden we ook over de reden, waarom men zo’n afscheid beoogde. Meer voor de achterblijvers dan voor de overledene in ieder geval. In hoeverre de ziel zelf het ritueel nog bij zou wonen, bleef in het ongewisse.

Een kalm begin van de dag met mooie voornemens en een goede overpeinzing. Het boek van Willem de Zwijger was bijna uit, dan zou lief voorlopig uit de Middeleeuwen vertrekken, al stond er alweer een nieuw boek op stapel. Ildefonso Falcones met Kathedraal van de Zee, een verhaal dat zich afspeelt rond 1400. Voorlopig is mijn bescheiden en opgeschoonde bibliotheek luilekkerland voor hem en daarmee ook voor mij, omdat het fijn is opnieuw terug te duiken in die literatuur.

Het zonnetje schijnt vrolijk, de dakgootkauwtjes houden zich koest, de dag strekt zich uitnodigend uit voor ons, de meesters van onze eigen tijd.

Overpeinzingen

De eigen tred veert op

In de supermarkt een stadje verderop stond ik mijn vijf of zes boodschappen in de kleine rugzak te proppen toen ik vanuit mijn ooghoek haar aan zag komen. ‘Ha lieverd, wat doe jij nou hier’. Het was een heerlijke grote winkel met brede paden en een groot assortiment, een plezier om doorheen te lopen.

Na die uitleg kregen we het over een straks te bezoeken gezamenlijk feest. Hoe het met lief was en of hij meeging. Natuurlijk wel, een soort vuurdoop met al die goede vrienden bij elkaar. Voor haar was elk feest ook een dergelijke beleving als ze er in haar uppie naar toe moest. Alleen tussen goede vrienden niet, daar voelde het senang om de goede sfeer en het ons-kent-ons gevoel. Dan hoefde je nooit wat uit te leggen. Ze verhaalde van een feest waar ze zich heel bewust was geweest van het alleen zijn.

Ik dacht aan de afgelopen 25 jaar en al die keren dat ik zonder wederhelft al die feesten en partijen en andere gelegenheden had bezocht. Soms in gezelschap van een van mijn vele lieve vriendinnen, zussen, kinderen, maar vaak ook alleen. Een aangenaam kouten, een wijntje erbij en een vaag gemis bij het zien van een hand om een middel, een steelse blik, een verdwaalde zoen. Dat alles was mijn eigen keuze geweest. Op mijn voorhoofd stond in hanenpoten geschreven ‘Nooit meer of hij moet van hele goede huize komen’. Dat laatste in overdrachtelijke zin natuurlijk.

Bij haar was er geen sprake van een keuze. Na een moeizaam jaar vol leed en verdriet afscheid te moeten nemen van het allerliefste, het allerbeste wat je ooit overkomen was, geeft een heftig gevoel van gemis ondanks dat het aardse leed niet nog verder beschadigen kon, iets dat op zich een opluchting was. Maar dood is dood. daar krijg je de geliefde niet mee terug. De liefde blijft, tot in de eeuwigheid. In dat geval levert een alleengang op feesten en partijen alleen maar die schrijnende momenten op van het gemis bij zo’n weemoedige herinnering ingezet door die verdwaalde hand, zo’n heimelijke steelse blik. Het voelen van innige verbondenheid legt de eenzaamheid in al het schuren bloot.

In ons kleine moment van elkaar omarmen en dat korte gesprek werd een wereld gelegd van verdriet en herkenning, al was beide op een andere leest geschoeid. Een waardevol en warm zijn ‘temidden van het blikgehakt’ zou Annie M.G. gedicht hebben. We namen afscheid en in de wetenschap dat het feest straks alleen maar heerlijk kon zijn, met al die mensen die ons lief waren. Ik peinsde verder.

Zoveel mensen die om ons heen lopen en waarvan we de essentie van hun diepste gedachten niet meekrijgen omdat ze goed opgeborgen liggen in hun manier van zijn en doen. Ook al zijn ze een open boek dan weet je nog niet of je wel bij de kern komt. Dat maakt het leven zo boeiend. Die grote verscheidenheid, die verschillende opvattingen, die andere ervaringen die het leven hebben gekleurd. De mensheid in de meest diverse kleurschakeringen, letterlijk en figuurlijk. Omarmen denk ik, omarmen en verheugd zijn dat iedere ziel die er rondloopt een heel leven met zich meedraagt, waarvan we de essentie niet kennen maar dat ongetwijfeld boeiend en de moeite van het leven waard zal zijn.

Buiten prikt de zon door het grijze heen. Alles wat haast heeft lijkt langzamer te gaan. De eigen tred veert op.

Inspiratie·Overpeinzingen

Op eigen tijd en in eigen uur

De ochtend begint met langverwachte regendruppels op het dakraam in de entourage van een grijzig grauw. Welkom ondanks de twintig gieters die lief gisteren aan de tuinplanten had gegeven om in de verzengende hitte de grootste dorst te lessen. Als dank stak er een lichte verkoelende bries op.

Daarvoor hadden we de vijver leven ingeblazen. Het staat nog niet geheel recht, maar van de week scheppen we het kleintje weer leeg met de emmer en komt er een waterpas bij. Dat wisten we wel, maar we waren nieuwsgierig naar het resultaat van een kikker-en kindvriendelijke vijver. In de vorige was kleindochter al eens pardoes gestapt.

Regenachtig, zondag en vaderdag dat, bij elkaar opgeteld, betekende min of meer rustdag. Even na alle lichamelijke arbeid van gisteren de broodnodige rust pakken en genieten van wat er ter tafel kwam. Lief zou gaan wandelen met onze vriend en had het schoorvoetend besproken omdat we eerst nog dachten naar de tuin te gaan. Dat idee was al in het water gevallen maar ruim ervoor had ik hem bezworen dat het geen probleem was. Er volgen nog vele dagen waarop van alles mogelijk is. Leef bij de dag.

In de Volkskrant, uitgespeld bij een kop koffie op bed, stond een aangrijpend verslag over Rafael Schächter, een beloftevol pianist en dirigent in het concentratiekamp Theresienstadt zangers bij elkaar had gezocht om ze bij wijze van protest het requiem van Verdi te laten zingen. Tot drie keer toe moest hij overnieuw beginnen met instuderen omdat er dan weer een deportatie naar Auschwitz had plaats gevonden. Met groot doorzettingsvermogen was het hem uiteindelijk gelukt om de hoge Nazi-Duitsers dit lied als aanklacht, met een verborgen boodschap in de tekst, in het gezicht te slingeren. Voor de deelnemers een triomf.

De Duitsers waren zelfs niet op het idee gekomen dat het vreemd was, dat een Joods koor een katholieke dodenmis had ingestudeerd. Jaren later werd dit verhaal door de Amerikaanse dirigent en hoogleraar Murry Sidlin ontdekt in Minneapolis. Hij liep langs een boekwinkel met een stapel afgeprijsde boeken voor de deur. Het eerste boek wat hij beetpakte was ‘Muziek In Theresienstadt’. Hij was geimponeerd omdat hij het Requiem van Verdi onder optimale omstandigheden had uitgevoerd en toen bleek het een grote opgave. Hoe was het mogelijk dat deze Tjech het voor elkaar had gekregen onder die barre omstandigheden.

Sidlin besloot zich te verdiepen in dit verhaal en het wereldkundig te maken. Met verscheidene opvoeringen in tientallen steden wordt het concert vandaag voor de 52ste keer samen met het Radio Filharmonisch Orkest, het Nederlandse concertgebouw en vier internationale solisten in de Beurs van Berlage opgevoerd als eerbetoon aan deze moedige Dirigent en zijn koor. Schächter had zijn concert de titel ‘Defiant Requiem’ genoemd. Want wat zich daar afspeelde op die middag in 1944 was een regelrechte aanklacht tegen de wandaden van de Nazi’s en het werd gezongen met de hoop dat er ooit gerechtigheid zou komen. Op donderdag 23 juni zendt de NOS de opvoering uit. Het staat met hoofdletters in mijn agenda.

Inmiddels is het bijna middag en luieren we al lezend en schrijvend verder met het indrukwekkende ‘Dies Irae’ de hymne over de dag des Oordeels van Verdi op de achtergrond. Zo fijn dat dat mogelijk is op eigen tijd en in eigen uur.

Overpeinzingen

Na gedane arbeid

Bij de groene van deze week zit de gids ingesloten. Een krant vol poezie en literatuur. Een cadeautje dus, dat een aantal heerlijke leesuurtjes op de tuin impliceert, omdat het per artikel uit te spellen valt en zo er behoorlijk wat afwisseling te halen is. Een essay van de hand van Maria Barnas trekt ten volle de aandacht en wordt direct gelezen. Haar vraag bij de inleiding intrigeert: ‘Hoe doe je dat, met elkaar in gesprek gaan en elkaar proberen te begrijpen, als je elkaars bronnen niet erkent? Kan een toenadering ook een verwijdering zijn, een grens tussen jou en de ander in stand houden een vorm van respect?’

Lief en ik filosoferen over dit uitgangspunt. Is het daadwerkelijk een vorm van respect als je de grens in stand houdt. Het hele verhaal is opgehangen aan het feit dat de schrijfster een buurvrouw heeft op het volkstuincomplex, die aan het begin van het jaar een doemdenken uiteen zette, waar Maria afstand van nam, maar dat haar toch bezig bleef houden en ze benaderde de buurvrouw in een mail met de wens om over deze twee verschillende manieren van in de wereld staan te willen schrijven. De vragen die ze aan haar buurvrouw stelde resulteerde in een twee meter hoge schutting tussen hun beide tuinen in plaats van de dunne haag die er eerder had gestaan. De vragen waren bedoeld als een toenaderingspoging, maar was dat wel zo wenselijk geweest. De ontmoeting bleek de grondtoon van een verwijdering te zijn. Zodra mensen beginnen te roeren in het wel en wee van de ander wordt er kennelijk iets in gang gezet, dat soms zoals hier, ongrijpbaar blijkt te zijn en dat hier tot afzondering leidde. De ironie zit in de naam die het complex draagt: Nieuw Vredelust. Het bracht ons in ieder geval een van die fijne spar-momenten die juist een gevoel van verbondenheid geeft.

Met al dat leesvoer trekken we vroeg naar de tuin om, nu het nog redelijk van temperatuur is, de vijver in te graven en te vullen. Voorlopig zal ze nog ingebed zijn tussen de irissen en de daglelies, maar later, als de beplanting klaar is met de bloei, kan ze worden aangepast zodat het zicht op de vijver gewaarborgd is. Nu ligt ze nog geheel verscholen in het struweel. Ik hoop dat de kleine geel/bruine kikker op rasse schreden terugkeert, om naar hartelust te plonzen in deze oase.

De vier opdrachten uit het boek ‘Tekenen(met het rechterbrein)kun je leren’ zijn gemaakt. Een zelfportret in de spiegel, mijn hand in een bepaalde pose, een portret uit het hoofd en een stoel. Alleen al het feit dat er weer de rust is om te tekenen met een 2B potlood op het hagelwitte blad geeft voldoening genoeg. Dat was duidelijk alweer even geleden. Het is goed om mijn passie opnieuw bij de basis op te pakken, nu er ruimte voor lijkt te zijn, de ideeën vorm te kunnen geven anders dan in het woord nu daar behoefte aan is.

De plantjes op het balkon groeien gestaag. Straks kunnen we er de vruchten van plukken. Ik zie oneindig veel oostindische kers, afrikaantjes en verder bij de rest van de bakken is het afwachten wat schoondochter daar gezaaid heeft. Het is altijd weer een verrassing waar naar uitgekeken wordt. Er begint nu schot in te komen.

Er moeten nog twee zakken zand gehaald worden voor onder de vijver. Tijd voor een verfrissende douche, het oude tuinkloffie en wat lekkere koek en zopie in de koeltas voor een lome middag na gedane arbeid.

Overpeinzingen

Nieuwe inspiratie

Gisteren was de dag van de verrassingen. De vijver die we dinsdag hadden besteld werd gisterenmorgen bezorgd. Een snelservice van de eerste orde. Lief had het gevaarte pontificaal in de kamer gezet en toen ik beneden kwam was ik in de zevende hemel. Heerlijk dat we thuis waren op het moment van bezorgen. Het pakket was te groot geweest om bij de buren te stallen. Het feestje kon niet meer stuk, toen we begrepen dat ie qua afmeting precies de juiste grootte zou hebben. Iets wat bij een bezoek aan de tuin, om de planten water te geven werd bevestigd. Helemaal precies pas en dat op het blote oog. Kwam daar mijn gelukkige gesternte weer om de hoek kijken?

De planten waren toe aan een extra slok slootwater. Er gingen heel wat gieters in. daarna vertrokken we spoorslags naar België waar in een stad net over de grens de pleegzoon van lief met zijn gezin woonde. Een allerhartelijkste ontvangst was het gevolg, met een kleine pork van drie, als grote verbinder.

Het werd een aangename verkenning, onderhoudend gekeuvel maar ook de wat ernstigere zaken met, als tegemoetkoming aan de hongerige magen, verse pizza’s die ter plekke gemaakt werden en afgebakken in een kleine pizzaoven.

De kleine speelde zoetjes, het weer was heerlijk, de glazen gevuld met een koude prosecco en dan dit aangename gezelschap. De reis in de kleine blauwe zonder airco was vermoeiend en warm geweest, ook al was het slechts een uur en kwartier rijden. Rond een uur of acht togen we op weg om niet al te laat terug te zijn. Al met al een geslaagde ontmoeting.

Vandaag is zoonlief jarig. Straks hang ik de vlaggetjes op en krijgt hij een tegoedbon voor een zelf uit te kiezen cadeautje. Wat moet je ze geven tegenwoordig. Ik kon natuurlijk met een derde badlaken aankomen, maar ik dacht dat daar de behoefte nauwelijks lag, want zelfs die gebruikt hij niet al te vaak. Schoondochter zong hem haar wensen toe, waarop hij zich nog eens behaaglijk had omgedraaid. Van de vorige jaren wist ik dat ontbijt op bed ook geen gegeven was. Ik laat de bal bij hem. Eens kijken hoe het vanavond uitpakt.

Vandaag zal ik me eens over de eerste tekenopdrachten werpen. Heerlijk om aan een nieuw project te werken. Het is altijd stimulerend om opdrachten te krijgen waar je je mee bezig kan houden. Een van de adviezen om het rechterbrein te stimuleren kwam van vriendinlief. ‘Met de rechterhand tekenen en in de linkerhand een wijnglas’. Soepelheid betrachten op links. Haha, zo is dat. Er zijn natuurlijk vele wegen die naar Rome lopen.

De docent van het boek is uitgegaan van een uitspraak die de filosoof William James had gezegd: ‘Als mensen iets 90 dagen achtereen doen, wordt het een gewoonte’. Ze vond het het ei van Columbus. Als tekenen een gewoonte wordt, dan stop je er niet mee. Wat volgde op het eerste boek met de uitleg was een tweede boek, een werkboek, met allerhande tekenopdrachten en het advies om iedere dag een half uur te tekenen, oefenen en herhalen, zogenaamd vlieguren maken. Ze noemde het project De Gong. De meeste cursisten deden er aan mee en bleven zich daarna verder ontwikkelen. Ik denk dat het werkt en stort me graag op deze nieuwe uitdaging. Wie weet, brengt het nieuwe inspiratie.