Overpeinzingen

Niets en niemand anders

Langzaam beginnen de reguliere gewoonten in elkaar te schuiven voor mijn wereldburger. Wat ooit in het verleden eenvoudig en bekend was, is een weggegleden herinnering door twintig jaar Verweggistan. De simpelste vragen worden een overwinning bij het binnenhalen van de antwoorden, maar vooral door de opgedane ervaring.

Bij het ontbijt, ik de kwark met medicijnen en hij vijf boterhammen met lekkers, boerenyoghurt met blauwe bessen, koffie en jus d’orange, vroeg hij ineens naar het openbaar vervoer. Maar natuurlijk. Morgen reizen we samen af naar Utrecht per bus, eerst de OV- kaart kopen, dan leren om die bij te laden, dan de bushalte inprenten en gaan. Alles is als baby’s eerste stapjes. Aandoenlijk en om verliefd op te worden. Maar zelfstandigheid is een uiterste must. En dan spreekt hij nog, als rechtgeaarde Hollander, goed Nederlands. Hoe wereldvreemd moet het dan voor een vluchteling wel niet zijn. Van lichtknopjes tot bepaalde gewoonten en hebbelijkheden, alles is één groot vraagteken.

Langzaamaan groeit de wereld voor hem weer op z’n plek. Ambtenarij is een dingetje, als je wel hier je paspoort hebt verkregen, belasting betaalt, je pensioen en AOW na 25 jaar hier in het onderwijs te hebben gewerkt, uitbetaald krijgt, is het een hele toer om bijvoorbeeld je digi-D uit het woud van regels op te diepen, omdat ze vastdraaien op het buitenlandse woonadres.

Gisteren stond in het teken van de omgeving verkennen, en kwam er in het winderige grijs een kuierende wandeling uit in het parkje aan de Overkant. Ogen kijken anders, of nee, ze kijken mee door de ogen van lief en zien zo een volledig andere dimensie, al zijn er ook heel veel raakvlakken. Hand in hand, innig verstrengeld of arm in arm, we proberen alles uit. Wat loopt het lekkerst. Alles eigenlijk. Kusjes voor de bezegeling. Verliefde bakvissen van zwaar middelbaar. Het moet niet gekker worden, of juist wel. Het geluk lacht dat idee toe.

Voor de wandeling was ik bij de fysiotherapie, waar de stagiaire die mij begeleidde een vader had die gevlucht was uit hetzelfde land als mijn lief. Ze verbeterde de uitspraak van het dorpje en kwam met een indrukwekkend verhaal over haar vader en zijn vlucht, hals over kop, toen het communisme er de regie nam. We deden wat geijkte oefeningen met elkaar, maar ondertussen bleek het land wederom een verbinding tussen twee mensen te zijn. Ze was zichtbaar trots op haar strijdbare vader, die nooit had teruggedeinsd voor verzet en weerstand bood met hand en tand. Mooi om daar de onderliggende symptomen van te bemerken. Een blosje op een wang, de sluikse blikken, de steelse glimlach. Hier werd een vader op handen gedragen.

Bij de boodschappen tulpen om de lente in te luiden en warempel de dag baadde vanmorgen in zonlicht. De biografie had nog een hoofdstuk om te gaan. Mijn kunstschilder Jeanne gaat met haar lange leven natuurlijk ook nog hemelen. Dat is voor vanmiddag. Vanavond rijden we als drie dames naar Amsterdam-Zuid. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat de anderen ervan vinden. Het zal een boeiend gesprek worden. Het is een lang en afwisselend leven geweest met vele hoogte-en dieptepunten en aanknopingspunten, zoals de adel in Nederland, grootgrondbezitters, feminisme, de lijn van de overheersing door het mannelijke bolwerk en het absurde terugdraaien na de tweede Wereldoorlog in de vooroorlogse benepenheid ten aanzien van gehuwde vrouwen. Ook kan men stellen dat Jeanne als geen ander, bij voorkeur de mens lief had, vrouwen en mannen, en daarmee niet in een hokje te stoppen bleek. Tel daarbij haar eigenzinnigheid op, dat er maar één meester te dienen viel(opmerkelijke uitspraak), dan weet je uit welk hout deze kranige dame gesneden is. Die meester was voor haar enkel en alleen de Kunst, met een grote hoofdletter, en niets en niemand anders.

Inspiratie

Onder zoveel geluk

Voor dag en dauw de deur uit, leek het, toen ik, net na het naar school gaan van de buurkinderen, het donker in stapte. De lawaaibomen beloofden storm. Niet van Liesje-Briesje, ons zelfverzonnen zinnebeeld van een zwoele lentebries, die alleen achtergelaten op haar wolk zat te mokken over het feit dat ze nog niet even uit mocht waaien van haar oom Toon Tyfoon en haar zus Sjaan Orkaan, maar moest wachten tot de natuur in een vriendelijke zachtheid was gegleden na de woedende winterwinden.

Hier beneden hield kennelijk tante Corrie huis en rukte en trok aan de bomen alsof er na het blad de oude takken werden gesommeerd een voor een los te laten.

Op naar een andere verbeelding in het oude gebouw dat met haar uitgesleten trappen en zicht op de binnentuin een eigen symfonie zong. Ik was er ruim op tijd om alles even rustig te laten bezinken, nog wat te mijmeren over vriendlief die zich behaaglijk om zou draaien in de wetenschap het nog altijd een tikkie vreemde huis te verkennen, om straks zijn pleegzoon te kunnen ontvangen. ‘Het is nog wat spoorzoeken’ schreef hij met warme emoticons er achteraan. In de koelkast had ik een briefje neergelegd voor hem, om de eeuwige dankbaarheid uit te spreken tegen die onbekende bekende, die hem uit het midden van zijn diepe eenzaamheid hals over kop hierheen had gehaald. Het begin van wat een groot geluk zou worden, omdat karma anders had beschikt.

Al die gedachten vlogen als kwetterende mussen af en aan tot de inleiding voor het begin van de reeks vertellingen, die we zouden gaan zien met een handvol mensen, omdat 2/3e thuis zou streamen. De aftrap was met Joris Lehr. Komt hij ooit in de buurt optreden, ga hem dan met of zonder kind aanschouwen. Hij is zo de moeite waard. Een grootmeester in de vertelkunst. Met slechts twee rode handschoenen en een bolhoed, een sobere grijze bretellenoutfit eronder, zette hij de vele types neer in dit nieuwe verhaal over De nieuwe kleren van de keizer. Zijn mimiek en pantomimiek zijn legendarisch, zijn buigzame stem, tot alles in staat, wendt en keert in elastieken veerkracht onder de rollende, smekende, driftige oogopslag, die boekdelen spreekt.

Daarna volgde een vertelling door een vrouw met minstens dezelfde potentiële succesformule, evenzo door de intensiteit waarmee ze in relatie tot haar vertelling stond. Janna de Lathouder heette ze en haar voorstelling heet ‘Worteltjes van oranje’. Ieder personage veerde op, als zij hem of haar aan het woord liet. Een ingenieus minimalistisch decor vormde de entourage. Het verhaal van ‘ mijnheer Zee’ heette ‘De Beesterij’ en was een bewerking van het verhaal van Orson Welles, ‘Animal farm’. Ingenieus, komisch, muzikaal met bezem en kruiwagen, socialistisch aandoende strijdliederen er tussen door, en een heerlijk spel middels geluiden met publiek. Daarna maakten we een reis met de ‘Nachttrein’ met Sahand Sahebdivani, luchtig verteld maar niet minder indringend, over zijn vlucht met zijn moeder uit Iran toen hij een jong kind was. Midden in het verhaal trok hij zijn schoenen uit en werd ik een tijdlang geïntrigeerd door het gaatje in zijn sok.

De groep kinderen die was komen kijken, leefde mee en bestormde hem met vragen nadat de voorstelling afgelopen was. Bij de laatste begon de lunch in de alertheid toe te slaan en dreigde mijn geest weg te zakken. Naarstig verstopte ik de geeuwen achter mijn hand en kon toch echt niet verhelpen dat de ogen weg dreigden dicht te vallen. Een mening over deze laatste voorstelling is er dus niet bij. Verzadigd en wel besloot ik niet de borrel af te wachten, maar in het stormachtige weer naar huis te gaan. Tante Corrie had de kuierlatten genomen, maar er woei nog een stevige bries.

Thuis, in de armen van mijn lief, met spreekstof van ons beiden voor een hele avond, was het warm en genoeglijk. Met een wijntje nestelden we ons in een hoek van de bank, die nog dieper begon uit te zakken, maar o zo veilig voelde. Ze houdt ons nog wel even, fluisterde ze, steunend onder zoveel geluk.

Overpeinzingen

Thuiskomen

Gisteren kwam nieuwsgierig aagje op bezoek. Zuslief hield het niet meer. Eerst eens horen en zien hoe de vlag erbij stond. Elk spatje tijd brengt een zee aan beleving, wederwaardigheden, ontdekkingen. Geen tijd om je te vervelen. Kordaat en digi-onderlegd als ze was had ze in ‘no time’ het grote huis in Verweggistan te voorschijn getoverd en zag ik ook voor het eerst de bossen die bezit waren van mijn lieve grootgrondbezitter. Het was aardig wat grond om bij te houden, heel veel werk om dat alleen te doen, als je recht van lijf en leden bent, maar als het grote getob begint, welhaast ondoenlijk.

Maar aan de horizon wapperden ook fier onze toekomstplannen met ideeën te over om het huis weer een thuis te laten zijn voor familie en vrienden. De Datsja om te toveren tot een atelier met schommelstoelen op de veranda. Eerst nog de nieuwe keuken en de ramen en fysiek hier het onderzoek en de ongemakken aan de benen laten verhelpen en dan konden we gaan kijken op de, voor mij nieuwe, en vernieuwde vakantiestek.

Na een kopje thee ging ze weer en jubelde in de zuster-app ‘Het leek wel of ik in een tijdmachine was gestapt. Haha. Back to the seventies. Was gezellig-leuk om hem te zien-Hij is niets veranderd. Dat bekende lachje heeft hij ook nog’. Jaja, zo wordt het hier ook nog altijd ervaren, uitgedijde halzen ten spijt en onze mentale ontwikkeling natuurlijk, die er wel degelijk geweest is.

Vandaag ga ik het ontstane ritme van deze week doorbreken. Al die tijd een lomig, genietend, samenzijn en sudderen in de vroege ochtend, de stilte op zolder zo anders dan de weg langs het huis, de boom voor het raam en het rumoer van de ontwaakte stad. Er is veel gerommel van de buren…De familie Kauw, maar verder volmaakte sereniteit.

Ik duik het volle leven weer in. Een hele dag voorstellingen van het verteltheater in de stad. Heerlijk wegdromen bij de verhalen van diverse grootmeesters. Namen als Joris Lehr en Niels Brandaen, mijn grote helden bij het oproepen van nieuwe werelden, een beleving om mee te maken en zeker om te zien hoe elk kind om de vinger wordt gewonden en meegenomen in het verhaal, hoe dat gaat leven aan de hand van de buigzame stem, de mimiek, de groteske en soms minieme gebaren. Verwondering oproepen is voor deze mannen een tweede beleving geworden.

Ook leuk zijn de vele, voor mij nieuwe, verhalenvertellers die aantreden. Bij sommige, zo leert de ervaring moet je oppassen niet in slaap te vallen, anderen brengen je naar de toppen van de vervoering, op zo’n manier, dat je ze wil blijven volgen, net als de eerder genoemde helden.

Na zo’n gevulde dag zal ik thuiskomen. Letterlijk en figuurlijk. Een andere nieuwe dimensie. Normaal huppelt Pluis bij thuiskomst naar de deur en bedelt kopjes. Nu weet ik daar mijn lief, die me met open armen zal ontvangen. Armen om in weg te kruipen, een klankbord om de belevenissen te delen, de visite van zijn zoon aan hem, en mijn wonderlijke verhalen.

Zo thuiskomen. Nooit meer gedacht en eigenlijk al stevig afgeritst. Het leven was een alleen-gaan, al meer dan 25 jaar. Met verve en schwung en afleiding voor een life time, een gevuld en gepassioneerd leven voor alles wat er in de omgeving en ver daarbuiten gebeurde. Maar nu ligt er een deken van rust en vredigheid overheen gesluierd, die balans brengt in de som der delen en de rijkheid met zich meebrengt van een overloop aan liefde. Het hart stroomt vol bij elke aanblik. Het mag zo veel en weldadig zijn, na al het gemis in het leven van ons beide, de liefde mag vloeien als zoete honing. Nu en hier. Thuiskomen.

Uncategorized

Het maakt woorden overbodig

Een prachtige mooie winterdag was het afgelopen vrijdag. De zon, daar was ze eindelijk weer, trok haar lange winterschaduwen over het veld tussen Rhijnauwen en Amelisweerd. Twee zielen in het groene gras, elke vezel barst van leven en liefde. De wereld draait door en dit heerlijke landgoed verandert niet. Het kleine meisje met alle broers en zussen wijst picknickplaatsen aan, waar de voetstappen liggen van haar en haar ouders, de broers en de zussen. Boterhammetjes en een thermosfles met lauwe thee. Een goddelijke versnapering na de rennende kindervoetjes door de laan, die eekhoorntjes de boom in doen springen en hazelmuizen op de vlucht laten slaan. Kinderstemmen schallen tegen de hoge bomen en echoën de blijdschap om de vrijheid in dit ademende groen.

De rij statige populieren staan als wachters aan de zoom van het bos, als altijd. We zoeken bewust de stilte om te genieten van elkaar, in gelijke pas, de handen vast. Zo’n bijzondere ervaring om samen door ons eeuwenoude bos te gaan. Hoe vaak hebben we er vroeger, van de liefde knetterend, gelopen, net als nu. We geven licht en de grachten weerspiegelen de onpeilbare diepte ervan.

Als we aan komen lopen bij de jeugdherberg, dat herkenbare oude pand, met de trap naar het bordes, ontwaar ik een vriendelijk gezicht, ze zwaait, met de hond aan de hand kan ze niet te dicht bij komen, anders wordt hij te enthousiast. Omhelzen kunnen we elkaar niet, moeder van een dochter en twee zonen, die jaren achter elkaar ooit mijn leven hebben verrijkt met hun komst in de groep. Hun speciale kijk op de wereld zorgde voor een vaste plek in mijn hart, een deur waarachter de herinnering aan dit bijzondere drietal sluimert.

Bij de laatste fotozoektocht kwam ik de foto tegen van de dochter in haar specifieke vrijgevochten houding, triomfantelijk een boek omhoog, het stoere jekkie los, de springerige blonde haren als en warboel om het olijke hoofd. Zo legde ik haar vast op een digitale tekening en nu toonde ik die aan haar moeder. Vertederd zag en herkende ze haar dochter, het stoere jekkie, jaren uit het verleden borrelden boven. Herinnering aan ons toneelspel op de kampen in die tijd, moeder hoogzwanger van de derde, als hulpeloze vertederende worm in de rulle aarde, een worm met een buikje. De kinderen vonden niets wereldvreemd.

We namen afscheid van haar en vriendin, terwijl de hond met een gevoel van spijt ons met trouwe hondenogen nakeek en doken terug in de wereld van ons samen. Overal opende natuur zich voor de heerlijke winterzon, een schrale wind, dat nog wel, een bankje om uit te rusten en te mijmeren over alles wat nieuw en toch zo hetzelfde was gebleven.

De volgende dag schoot door het lome rusten de tijd om te schrijven er bij in. Bovendien zou het eerste coronavrije gezin zich ‘s middags melden om te komen eten en om, brandend van nieuwsgierigheid, kennis te komen maken met vriendlief. Naarstig op zoek naar een feestelijk tintje aan de maaltijd besloot ik Griekse wraps te maken, met homemade tzaziki, rode ui, gegrilde gemarineerde vegan kip en tomaat, komkommer en frisse groene veldsla.

Samen boodschappen doen is als je dat altijd alleen doet, een verrijking. Twee weten meer dan een, lachte de toekomst. Daarna nog een stief uurtje voor de voorbereiding. Tzaziki bracht het verlangen naar zon en wandelen door de nauwe schaduwrijke straatjes met de gepleisterde muren, het okergele zand en een zee, blauwer dan blauw. Een sprankje zonlicht op het bord. Er kwam geen einde aan gespreksstof toen een onontgonnen terrein werd aangesproken. De kinderen in het grote tekenboek, een oude huisagenda, waar kleindochter een monstergezin wilde met haren, papa monster, mama monster, broermonster en zusmonster, waarop de kleine filosoof spontaan zijn eigen monsters tekende. Langzaamaan wordt het het grote monsterboek, een soort vriendelijke barbapappa’s.

Met smaak werden de Griekse lekkernijen verorberd, een ijskoud biertje voor de mannen, wij een heerlijke frisse sancière en weer vergeet ik de gebruikelijke foto’s te maken, omdat hoofd en hart zo vol zitten. Dochterlief schiet ze stiekem en later spat de liefde van het beeld, als we naar elkaar opkijken. Het maakt woorden overbodig.

Uncategorized

Een perfecte harmonie

Ja, blauwe lucht met roze wolkjes, letterlijk licht in de duisternis. Niet dat hier sprake van is, maar wel voor de rest van de wereld waar iedereen ziek is of onderweg en ouders ziek zijn van het geregel met kinderen in huis en thuiswerk.

Gisteren werd gekleurd door de warmte van het samenzijn, het wederzijdse begrip, de aandacht voor elkaar en elkaars bezigheden, om daar tussendoor als vanouds samen het huishouden weer op te pakken, kleine details verfijnen maar vooral plannen maken voor de nabije toekomst en die van hopelijk wat verder weg. Wat het meest treft is de eerlijkheid in de vele gesprekken. We hoeven het niet meer mooier te maken dan het is. Allebei wat krakkemikkig, maar vol vuur, opnieuw leven ingeblazen, het buffert alle fysieke ongemakken.

In de biografie van Jeanne Bieruma Oosting was er weer een opmerkelijk feit te verwerken. In de oorlog hadden veel vrouwen zich ontpopt tot daadkrachtige en heldhaftige vrouwen, die met hand en tand verzet pleegden tegen de vijand. Mannen en vrouwen solidair aan eenzelfde verantwoordelijke taak en vaker nog, solitair of in samenwerking met andere vrouwen. De teleurstelling na de oorlog was des te groter. In plaats van dat vrouwen gelijke rechten kregen, werd het arbeidsverbod voor gehuwde vrouwen van stal gehaald en bleven gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam en mannen hoofd der echtvereniging. en zo werd de vrouw weer teruggedrongen naar het huishouden. Om het negentiende eeuwse adagium maar aan te halen, volgens Jolande Withuis: Hem de wereld, haar het huis. Dit idee beleefde zijn gloriejaren.

Waar waren de strijdbare vrouwen, hoeveel ruimte moest dat mannenbolwerk krijgen. Ongelijkheid is nog steeds aan de orde van de dag. Als je geluk had met vriend of echtgenoot dan waren er op kleine schaal wel veranderingen. Dat ervoer ik aan den lijve. Samen een huishouden bestieren was ons antwoord op de almaar redderende vrouwen uit de jaren ‘50. Zelfs mijn moeder wist met list en slimheid zich er onderuit aan het vechten, voordat ze tot mantelzorger werd gebombardeerd. We gingen ook wel de barricaden op, maar zette het zoden aan de dijk op dat punt van gelijkheid en inclusie.

Enfin, er volgt in het laatste stuk van het boek nog veertig jaar ontwikkeling, waar we grotendeels ook zelf deel van uitmaakten. De tijd zal het leren.

De zon schijnt uitbundig en ik gooi de balkondeuren open. Heerlijk licht stroomt de kamer binnen. Pluis ziet haar kans schoon en zit met dichtgeknepen oogjes te genieten, maar als er een Turkse tortel komt aanwakkeren, vliegt ze behendig het hekwerk van het balkon op en had het arme dier bijna te pakken, haastig fladderend ontspringt ze net op tijd de dans.

We besluiten na een eenvoudige brunch om wat te gaan wandelen in Amelisweerd en te genieten van het hand in hand lopen. Een simpel iets voor stelletjes maar voor ons is het een wereld van verschil zoals alles wat zich in liefde aandient en waar we zo gelukkig om zijn.

Alles eigenlijk, is nieuw en toch zo vertrouwd, samen luisteren naar muziek, een passage voorlezen uit een boek, een vleug wetenschap waar zoonlief ook alles van afweet zodat er een boeiend gesprek ontstaat over algoritmen en artificiële intelligente en ik, domweg gelukkig op mij bankje(ken uw klassiekers)deze gemeenschappelijke deler tot ontwikkeling zie komen.

Pluis ligt weer veilig op haar bank en droomt van Turkse tortels die het haasje zijn, vriendlief schrijft zijn gedachten uit op zijn computer en ik de mijne op de iPad onder de bedaarde klanken van een instrumentale evergreen. Een perfecte harmonie.

Overpeinzingen

Een perfecte bijkomstigheid

Op zolder luisterde ik naar de wind die om het huis huilt, met zo’n mooie hoge fluittoon. Dat hoort bij de verlaten prairiedorpen waar de tumbleweeds een speelbal zijn van de wind. Hoei…Ik stel me voor dat we in een tentje bivakkeren aan de Noordpool en plots vraag ik me af wat een sherpa op de Mount Everest doet, als hij thuis hoort op de Himalaya, een uitzending van gisterenavond gedachtig. Die malle associaties ook. Dus maak ik vriendlief wakker met die rare vraag en heb spijt, als ik de onderbroken slaap in zijn ogen bemerk. Met mijn kussens onder de arm vertrek ik naar een verdieping lager.

Gisteren in Hoek was het al even guur. We liepen stevig gearmd naar een lieve nicht een paar blokken verderop. Daar dronken we thee en deden kond van het voorgenomen plan. Met eenzelfde optimisme wuifde zij de beren op de weg weg. Herkenning. Oprecht blij was ze voor haar lieve oude oom. Er kwam, uit de archieven, een oud fotoboek naar boven van ons gedeelde leven, met foto’s die een aanvulling waren op de drie fotoboeken van mij. Wat een wonderlijke gewaarwording om een herinnering compleet te zien worden. Op de terugweg werd mijn onderlip dik. Ik bijt soms weleens een velletje weg, dan wordt het ook zo. Maar na de ellenlange weg terug naar mijn huis met spiegels overal, zag ik ineens dat ze zo dik waren, alsof ik mijn heil had genomen in een forse botox. Pas comme il faut en weinig charmant.

Met zijn geoefende doktersoog bekeek vriendlief mijn lippen op een eventuele insectenbeet. Allergische reactie, maar waarvoor. ‘Niet voor jou’ stelde ik hem gerust. Dat viel reuze mee. Hoeveel er daarna te bespreken was, er leek geen einde aan te komen. Alle raakvlakken waren dan ook aanwezig. De televisie leende met een wetenschappelijk programma en Tussen Kunst en Kitch ook nieuwe gespreksstof. Een schilderij aan de muur te hebben hangen naast je tv en niet te weten, dat daar een echte Isaac Israëls hangt. Hou me vast. De eigenaar had naar een handtekening gezocht, maar het nooit gevonden omdat het niet in de geijkte hoek stond maar middenin de afbeelding van het meisje met de hoed. Een juweeltje en fantastisch om te zien.

Ik dacht onmiddellijk aan mijn kleine Javaanse danseres, ooit in de kringloop op de kop getikt en ondertekent met F. Bemmel ‘22 en kom dan uit bij Frits Adolf Oscar van Bemmel, tekenaar, illustrator, kunstschilder, boekbandontwerper en ontwerper die inderdaad werkzaam was in Batavia. Toch eens langs gaan, misschien.

Zoonlief appt, ‘mam, botoxen is niet nodig, je bent al mooi van jezelf’. Natuurlijk grappig bedoeld, maar het ontroert. Ik wijt het aan de gemoedstoestand. Het vat van emoties stroomt over. Nog een schok voor vandaag. Broerlief moest gedotterd worden. Achteraf blijkt dat dat al langer moest, maar er was niet eerder plek. Dan is het een grote opluchting als het wel eindelijk kan. Hij heeft de ingreep en de nacht goed doorstaan.

Veel warmte stroomt ook binnen via de adhesiebetuigingen van mijn lieve vrienden en gisteren toen we de flat samen binnen kwamen, lag er in de brievenbus een kaart van dochter en haar gezin met de aanhef Lieve…En daar stonden onze namen als van oudsher onafscheidelijk naast elkaar. Een eerste welkomstkaart. Hoe attent en vol genegenheid.

Achterop een citaat van Poeh ‘Wanneer je iemand zijn grote laarzen ziet aantrekken, kun je er vrijwel zeker van zijn dat er een avontuur op komst is’. Inderdaad, met beide benen in het avontuur gestapt. Wat trouwens echt geweldig uitkomt. Hij is een langslaper, die mij de ochtenden laat. Is dat niet een perfecte bijkomstigheid.

Uncategorized

Het verlangen tegemoet

Hoofd in de henna, warm oud okergeel vest aan, paarse handdoek om de plastic zak op het hoofd, ik kan er weer twee uurtjes tegen. Vandaag herdenken we de vader van de kinderen, die nu al 20 jaar hoog boven onze hoofden in de lucht cirkelt. Hij is er altijd bij. De helft van de gezinnen is gevloerd door Covid. In het weekend naar het strand om boodschappen aan hem mee te geven met de zee, zit er dus niet in. We schrijven ze in hoofd en hart, ze komen toch waar ze wezen moeten.

Gisteren voor het eerst sinds lang een kringloop bezocht en een mooie blouse op de kop getikt. Een ouwetje van Didi volgens mij, maar dat mag de pet niet kreuken. Het zit heerlijk en staat leuk. Bij de fysio een paar lastige oefeningen en een gezellig gekout. Welke muziek wilde ik op en zowaar daar schalde Stromae door de zaal en daarna Wim Sonneveld, wat opmerkelijk was met zijn leeftijd, maar zijn moeder draaide vroeger de platen grijs.

We zijn nog steeds verstoken van zonlicht maar vriendlief appte gisteren en vandaag op deze bijzondere dag, ga ik hem halen. Dus van binnen volop warmte en zonneschijn. Vanuit hier kunnen we alle wetmatigheden afhandelen. Ik weet sinds kort weer wat verlangen naar betekent en ook het schrijnen als iemand ergens anders is. Dat is een mooie gewaarwording, die heel lang in de wacht was gezet door mij. Hoe je je kan wapenen tegen stekeleteeën door een schild op te trekken om het kwetsbare gevoel heen en wat er voor nodig is om dat te slechten. Het voelt echt als een wonder, met de goedkeuring van bovenaf. Liefde, anders dan die voor mijn lieve schatten, nooit gedacht dat ik het ooit nog zou beleven. Na 44 jaar weer samen en reken maar dat we het leven gaan vieren.

Vanmorgen keek ik project Rembrandt terug. Zoveel mensen mogen op komen draven, maar er moeten er wel weer gelijk 15 af. Dan is het wel een beetje zuur als je daarbij zit. Zou het niet handiger zijn om vooraf te schiften en dan vanaf de eerste uitzending het diepe in te gaan. Het blijft natuurlijk spannend, zoveel verschillende stijlen bij elkaar. Bij het stilleven van de citroen, moest ik denken aan mijn klassieke cursus, waar ik met veel ploeteren en aanwijzingen best twee kleine paneeltjes bij elkaar had geschilderd, maar het kostte me tot in de uiterste vezels moeite om het leuk te vinden. Ik ben meer van de grove streken. Ook voor stillevens. Ineens zag ik het oude tuinhuis weer voor me, waar ik een laken om de koude kachel had gedrapeerd en een theepot en schaaltjes plus stenen duif had neergezet. Rapsodie in grijs en wit.

Het boek van Jolande Withuis, de biografie van Jeanne Bieruma Oosting is zeer de moeite waard. Het zijn allemaal nieuwe feiten die de onbeschaamd de vorige eeuw uit de doeken doet. Soms val ik steil achterover van verbazing. Die onderdrukking van de vrouw…Duurde dat echt zo lang? Als ik mijn eigen jeugd bekijk, dan weet je het wel, maar toch. We zijn eind jaren ‘60 begin jaren ‘70 begonnen met het om schoffelen van al die benepen dogma’s. Sommige zijn verhevigd teruggekomen. Opvallend is hoe ver Parijs dan al was vergeleken bij ons land. Daar kon je als vrouw wel alleen ontbijten of dineren in een restaurant of bar. Daar hoefde je hier niet aan te denken. Op dit ogenblik woekert de oorlog over de bladzijden en ontdek ik hoe moeilijk het was voor kunstenaars om trouw te blijven aan de principes en te gaan voor vlag en vaderland. Het werken werd hen onmogelijk gemaakt, als je niet was aangesloten bij de KultuurKamer. Er moest toch brood op de plank.

Zo, de henna begint onder de handdoek uit te kruipen aan een koud straaltje te voelen. Tijd om in de benen te gaan mijn nieuwe avontuur en het verlangen tegemoet.

Uncategorized

In de voetsporen van de tijd

Een appje in de vroege morgen om het adres te vragen aan mijn recent weer ontmoette volksdansvriendin. Haar wens een uurtje later te komen kon met gemak in vervulling gaan. Geen probleem. Eigenlijk zouden we er ook een wandelingetje achteraan plakken, maar na de laatste chemo en een bacteriële infectie erna, met opname in het ziekenhuis, zat dat er even niet in.

Ze had een perfect mutsje over haar kale bolletje getrokken en met de vrolijk gebreide slobkousen tot aan de knie over haar broek zag ze er uit als een mooie Lapse, geheel in de steil en de sfeer van het huis, dat een keur aan folkloristische elementen bevatte. De tuin was een waar vogelparadijs. Pimpelmezen vlogen af en aan, vinken speelden krijgertje in de bomen, de Vlaamse gaai stapte overal bedaard door heen. Tot op het raam, waar tegen ook een voederbakje hing, kwamen ze pikken zonder een greintje vrees.

Er kwamen twee thermoskannen thee op tafel en een schaaltje met stroopwafels en brokken chocoladereep. Thee slempen en kletsen, oeverloos lang, van de hak op de tak oftewel kriskras door de tijd. Haar ervaringen met de eerste chemo’s, de eerste angst voor het volstrekt onbekende, de nieuwsgierigheid naar hoe een hoofd zonder haar er uit zou zien, omdat ze het haar ook wel gemillimeterd droeg en toch het dramatische van de werkelijkheid toen het een feit werd. ‘Plukken haar in een kam’, seinde mijn verbeelding in. Ik moest daarbij denken aan de scène van Olga uit Turks Fruit, die op een ochtend dat feit gewaar werd. Nooit zo’n heftig emotionele reactie als die meer gezien.

We kwamen er achter dat ze op de oude tuin met mijn lieve eigen tuinvriendinnen een tuin had gehad. Toeval bestaat niet. Dat is met het verleden op een presenteerblaadje de laatste dagen, een gevleugelde uitspraak. We bespraken het tijdsbeeld en trokken de conclusie dat het qua vrijheid van leven en liefde verreweg de beste tijd was, als je zoals wij in rijkdom waren geboren, hier op dit stuk grond.

Haar lieve partner die nog druk was geweest met de laatste kruimeltjes op te vegen toen ik te vroeg bij dit glazen paleisje aankwam, sukkelde langzaam in slaap. Zoveel zorg om haar zieke wederhelft, maar nu gelukkig, vier weken vrij, want ze gingen voor de laatste chemo vier weken in strenge quarantaine, omdat de bloedwaarden al niet denderend waren. Als die niet op peil zijn, zou de laatste chemo worden uitgesteld. Tussen de regels door zweefde het verlangen naar de dagen zonder ziekte en van vrolijk vermaak. Vriendinlief was een rasoptimist in hart en ziel en zag, net als ik, overal en altijd lichtpuntjes.

Het was een heerlijke namiddag en voor het eerst voelde ik de noodzaak van een stevige omhelzing, maar dat kon ten enenmale niet. Lucht-kussen en een diepe namasté-buiging, daar moesten we het mee doen. Dag lieve vrouwen, het was een aangenaam en huiselijk genoegen.

Mijn heel bescheiden vogelwereld. Vink op bezoek

Een appje van vriendlief, die bij de huisarts was geweest en een doorverwijzing had gekregen voor een vaatkliniek bij hem in de buurt. ‘Ik haal je op en dan rijden we er samen heen’, was mijn antwoord op dit heugelijke nieuws. Er kwam schot in de zaak. Stap één van het lijstje was gezet. Fantastisch. Nu kon de kluwen van regelingen zich afrollen. ‘Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet’, fluisterde mijn moeder goedkeurend in mijn oor. Zo is het. Dat is de juiste manier om deze weg te gaan. In de voetsporen van de tijd.

Gedeeld leven

Tot later

Hoe wonderlijk snel je aan fijn gezelschap went. Na het afzetten in het door somber weer onderstreepte zo troosteloze Hoek, mijn stemming was medebepalend, zoefde de kleine blauwe weer huiswaarts. Stiller dan stil oogde het huis. Op de bank overpeinsde ik de afgelopen dagen. Wat waren ze heerlijk vertrouwd geweest en…Een belangrijke conclusie, wat miste ik vriendlief en alle gedeelde tijd die we moeiteloos op konden lepelen.

Eenzelfde leegte ervoer vriendlief aan de andere kant van het land. Het werd tijd om diverse knopen door te hakken. Er viel eigenlijk alleen maar winst te behalen. Geen last is te hoog als het door deelzaamheid gedragen wordt. Een volgende domper op een van zijn afspraken trok alle behaalde winst van de afgelopen dagen in een vaartje door het afvoerputje. De beren waren terug. Hier moest een stevige stok voor gestoken worden. Met het gevoel op de barricaden te moeten om te redden wat er te redden viel, nodigde ik hem een tweede keer uit.

Was het altruïsme? Geenszins. Het was ook ter meerdere eer en glorie van mijn eigen gelukzaligheid. Twee mensen die zich diep verbonden voelen, hebben alleen nog de optelsom nodig. ‘Paradijselijk geluk, is dat ons gegeven’, vroeg vriend zich af. ‘Als wij daar voor kiezen, altijd’, was mijn antwoord. En plotseling viel alles op de juiste plek, alsof de weg met de bekende beren erop, openspleet om de liefde door te laten in een alles verwarmend vertrouwen. Het paradijs, de roze wolk, de vlinders in de buik, alle superlatieven om ons beider gemoed uit te drukken waren in volle hevigheid aanwezig. Ooit hadden we samen aan de basis van ons leven gestaan en nu zouden we het ingeslagen pad vervolmaken met harten gevuld van diep respect en genegenheid voor de ander, een gedeelde hartenklop, echte liefde. De cirkel was rond.

Geen ellenlange beredeneringen waren er meer nodig, het vertrouwen was wederzijds, de tijd had haast, het verlangen liet zich niet beteugelen. Waarom aarzelen in dit juiste uur. De praktische zaken moeten nog afgehandeld worden, maar dan kleuren we verder samen het plaatje in.

Dat alles werd gistermorgen in gang gezet en daardoor moest ik, lichtvoetig als het voelde, de gang erin zetten om op tijd op de plek van de auto-sketchcrawl te zijn. Het bleek een industrieterrein. Tussen de futuristische gebouwen stonden ijzeren dametjes verheven boven alles uit te torenen en hadden de lijntjes van het elektriciteitsnet in handen. Het koffiehuis in een klein park met grauwe abelen, hun ogen strak of in verwondering op ons gericht, had de naam Savannah. De eigenaar, die bezig was te bevoorraden en in en uitliep, keek argwanend naar mijn verrichtingen en je zag hem denken: ‘Wat moet dat mens, dat zo naar mijn toko aan het staren is’. Kale bomen tekenen is geen sinecure, met hun wirwar aan takken, een titanenklus van de eerste order. Fijn om sinds lang weer eens een potlood vast te houden. De fineliner liet ik voor wat het was. Vanuit perspectivisch oogpunt was het een hele kluif. De lokatie, het parkeerterrein en in de auto met een gezellig muziekje eronder, was een luxe aan warmte.

We bekeken elkaars werk, dat we op een muurtje legden. De anderen waren sneller geweest en hadden het geheel uitgewerkt, compleet in aquarel. Het was niet erg. Ik had weer eens deelgenomen aan de groep, dat was heel wat waard. Vriendinlief was er ook. Ze had de kleine blauwe niet herkend. We bespraken het een en ander en vooral natuurlijk wat mij zo voor op de tong lag. Liefde laat zich niet beteugelen door schroom. Zo blij ze was voor mij en ze herkende hernieuwde energie in mij. Zo voelde het. Een beetje blauw van de kou doken we, na een poos, weer ieder in onze eigen warme voiture. Tot later.

Feest der herkenning

Letterlijk en figuurlijk

Er werd aangebeld en de camera bij de deur liet zien dat beneden mijn vier oude vrienden stonden. Ze kwamen allemaal mee om mijn gast af te zetten. Het feest der herkenning. Sommige had ik al veertig jaar niet gezien. Door alle grijze haren en groeven en rimpels heen kwamen de beelden weer terug van toen en ooit. Dezelfde snedige kwinkslagen, de snelle gedachtenwisseling, de vragen over ieders belevenissen, de bezigheden, de schilderijen in de kamer. Vriendlief zat er wat stilletjes bij, nog beduusd van de overgang in steeds weer een nieuwe onbekende wereld. Na een kop koffie en een ontspannen en warm verpozen en met de belofte elkaar absoluut gauw weer te zien, zwaaiden we ze uit.

Met een glas wijn, de kaarsjes aan, de rust en stilte concentreerden we ons op de dagen in de Ardennen, die net achter hem lagen. De zwabberbenen hadden zich goed gehouden, terwijl er toch drie wandelingen van rond de zestien kilometer bij hadden gezeten en steil de berg op. Waar anderen op adem moesten komen, stapte hij met gemak voort. Op de laatste avond hadden ze hun pact van vijf gevierd. Een van hen vanaf een wolk en de anderen met een straf Belgisch biertje in de hand. Dat er nog maar veel dagen van samen zijn mochten volgen. ‘Santé’.

Er waren veel vraagtekens te slechten en dat lukte niet helemaal, maar Aken en Keulen waren ook niet op een dag gebouwd. Pen voor pen blijven breien, dat zou de weg zijn. Snel flanste ik rijst en gevulde aubergine uit de oven in elkaar om de inwendige mens te versterken om vervolgens verder te mijmeren over alles. Er waren een aantal ambtelijke hoofdbrekens bij de komst naar hier, die goed uitgezocht moesten worden en ook een stappenplan leek wijsheid. Zo puzzelden we de stukjes in elkaar tot een plaatje met nog een aantal onbeantwoorde vragen.

Omdat hij bij hem thuis in die eenzame uren van ‘s morgens vroeg tot ‘ avonds laat de ambulances door de stilte had horen scheuren, vertelde ik dat er hier slechts af en toe een langs kwam. Prompt hoorden we achter elkaar vier gillende sirenes. Ineens stonden er twee mannen voor het raam aan de bloembakken op de galerij te morrelen. Al gauw bleek dat er beneden groot materieel was ingezet. Een blusauto en een hoogwerker van de brandweer, een ambulance, een politiebusje. Buurman vertelde dat de buurman van drie huizen verderop niet goed was geworden en naar het ziekenhuis moest. De trappen in het flatportiek waren niet geschikt om een draai te maken met de brancard. Nu vloog buurman door de lucht, terwijl zijn vrouw hem allerlei bemoedigingen toeriep. Ze vertelde ons wat er aan de hand was en vervolgde toen haar weg naar de eerste hulppost van het ziekenhuis met de belofte ons op de hoogte te houden. Duimen voor de buurman. Spektakel ten top.

We luisterden naar de nieuwste nummers van Stromae en zoals altijd versnelde zich de tijd en vlogen de uren voorbij. Later dan ooit mocht hij bijkomen in het grote prinses-op-de-erwtbed en woelde ik nog lang na met alle aanstormende gedachten in het hoofd.

De volgende ochtend waren zoonlief en schoondochter al bezig om zich op te maken voor een vroeg bezoek. Boven hoorde ik gestommel, tijd voor ontbijt. De ochtend is altijd te nuchter na de sfeervolle avond en er was ruimte voor hersenspinsels in het hoofd en beren op de weg met de geplande activiteiten in het weekend. Onderweg naar dat uiterste puntje van de provincie, zag ik, onder het praten door, de eindeloze industrie van Hoek zonder mist aan me voorbij trekken.

De kamer leek leger dan ooit. Ik beloofde tot snel en zag hoe het zwaaiende figuurtje in de achterruit steeds kleiner werd. Letterlijk en figuurlijk.

Ruimte scheppen

Laat de logee maar komen

Als je huis toe is aan een grote schoonmaak dan heb ik een goede remedie daarvoor. Zorg dat je het op je heupen krijgt. Daar is niet veel voor nodig. Een logee is een hele goede reden en zeker als dat iemand is die je een klein stukje huiselijkheid mee wil geven in zijn, tijdelijk wat uitzichtloze, bestaan. Vriendlief kwam logeren. De reden om de zolder grondig aan te pakken. Gisteren nam dat idee me volledig in beslag, zelfs zo, dat ik niet aan mijn gebruikelijke ritme toe kwam en de blog van 21 januari erbij inschoot.

Zodra ik de ogen open had, ging ik na twee ferme koppen koffie aan de slag. De zolder was er echt een van de oude stempel. Door de jaren heen het afvoerputje voor overtollige huisraad geworden. En alle doeken van de vorige jaren, de vele tekeningen, de schetsboeken, het serieuzere werk stonden op de rechterhelft en vulde daar de ruimte met het grootste gemak voor tweederde in. Manden met kleden uit het oude atelier, ingeklapte schildersezels, pigmenten, een partij ingedroogde penselen, alles stond er bij elkaar een stilleven te zijn.

Die kant moest zo veel mogelijk leeg, dus begon ik in de achterste hoek en stoomde min of meer diagonaal naar voren. Doek voor doek moest naar de andere kant gebracht, gevolgd door al het andere spul. Er zaten aartslelijke gedrochten bij, maar ook vertederende andere. Ze waren getekend door de periodes, waar ik toen in verkeerde. Aan de andere kant was er, na het grote lek in het dak, dat in de herfst van het vorige jaar eindelijk na lange tijd verholpen was, nu meer dan voldoende ruimte. Ik kon met een gerust hart daar de doeken onderbrengen.

Dat wil zeggen, met tussenpozen om wat zuurstof bij te tanken door amechtig hijgend op de rand van het tweepersoons bed van haar vorige bewoner, mijn lieve oudste zoon. Al heel lang had ik hem gesmeekt het gevaarte van drie matrassen dik daar weg te halen. Nu dankte ik de lieve God op mijn blote knietjes, dat hij dat nog niet had gedaan. Want ik had nu wel een kingsize prinses-op-de-erwtbed, en er zijn maar weinig personen die daar mee gezegend zijn. Aan de erwten-test hoefde ik hem niet meer bloot te stellen, deze prins op zijn witte paard, want ondanks de jaren ertussen, kende ik zijn zachtmoedige karakter van haver tot gort.

De pickup stond zielig in een hoekje de zwaarlijvige boxjes te torsen. Het oude beestje had nog precies twee keer gedraaid toen ik eindelijk al mijn oude LP’s weer had teruggevonden en was daarna zuchtend en kreunend ten onder gegaan. Met de stofzuiger ragde ik de boel schoon. De grote dikke Dagobertstoel van zoonlief kon in de hoek geschoven worden. Daarnaast kwam de grijze locker te staan waar ik de overtollige kleden, netjes opgevouwen uit het zicht, in op kon bergen. Al het overtollige oude en verkleurde beddengoed waaierde over de trapomheining onverbiddelijk naar beneden. Weg ermee.

De stofzuiger maakte een einde aan de rondzwierende stofnesten, voor, achter, rond de verwarming, bij het bed en de boekenkast. Af en toe aaide ik een geliefd boek over de rug, maar kwam niet in de verleiding er een open te slaan. Dierbare oude spulletjes kwam ik tegen. Mijn groene gemberpotje, daar konden mooi de rondslingerende munten in, en een kabouterloepje voor het minieme werk, twee kleine zilveren theelepeltjes, waar ik de oorsprong niet meer van wist, grappige kaarten en de kartonnen buste voor het betere modewerk, geheel op de juiste maat in te stellen. Ook de twee aapjes die de verjaardagskringen op school altijd hadden meegevierd, kwamen boven water en kregen een ereplek in de boekenkast. De globe, in een dikke stoflaag bleek, ondanks dat, gewoon licht te geven en mocht in een hoekje schijnen als beddelamp, passend bij de kleur van het laken.

Onder de liggende rommel kwam het bureaublad weer te voorschijn, hoera. Het zette zoden aan de dijk, zo’n klus. Bij de jongste leende ik beddengoed en zorgde voor een fris en fruitig bed. Daarna kwam het laatste restje van de andere kant aan de beurt. De sneakerparen van zoonlief werden keurig in gelid onder de stang met T-shirts en jassen gezet. Het kleedje gezogen, de boel ordentelijk aan de kant geschoven. De laatste keer de stofzuiger en de stofdoek erdoor en toen mocht ik eindelijk op de lauweren gaan rusten. Laat de logee maar komen.

De lieve jeugd·Overpeinzingen

Als de tijd rijp is

Geen kwark meer in de koelkast. Zonder dat is het moeilijk medicijnen wegwerken. Gelukkig appt dochterlief ‘Zin in bezoek’?. Ja, gezellig. Ze zou kattegrit meenemen en appte of ik nog iets anders wilde. ‘Ja, kwark’. Alles komt op eigen tijd en eigen uur met wat geluk of dankzij zulke lieve kinderen natuurlijk.

Vriendinlief belde op, positief getest dus een negatief humeur, maar vooral bang voor de test. Iets waar ze nu eenmaal niets aan kon doen. Ooit een sonde in de neus gehad en de therapeut omver getrapt met de puberbenen en het leed is geleden en een trauma geboren.

Dochterlief kwam binnen en van kleindochter kreeg ik prachtige roosjes in alle roze-rode kleurschakeringen. ze bracht de kwark, de grit en heerlijke chocoladekoeken mee, zette thee in een handomdraai en we genoten van het idee van alle spectaculaire veranderingen, die misschien op komst zouden zijn. Fantasie, gemijmer en verlangen, de geest nam een vlucht, terwijl kleindochter ondertussen onze benen op de grond hield met haar heerlijke prietpraat, het spel met de poppetjes en het tekenen in de grote oude agenda met de ringband. Straks is dat het boek der koppoters en krasmonsters. Die laatste wilde ze ook getekend hebben, na het kijken naar de plaatjes in een van de te recenseren boeken, waar vingerpoppetje monster deel van uitmaakte. Dus kwam er een vader, moeder, zus en broer monster. Die ging mee naar het thuisfront besloot tantetje gedecideerd.

Tussendoor waren we er getuige van dat de voedertafel van zoonlief werkte. Eerst een kauw, daarna de Vink, toen de merel en dikke dollie duif, daarna haar eega en natuurlijk de pimpelmezen. Wat heerlijk om te zien.

Met de eruit gescheurde tekening, het schilderij van de gekko’s voor de kleine filosoof en de lieve groetjes voor de twee thuisblijvers verdwenen ze weer. Handkusjes, zwabberhandjes en een terug rennen van het begin van de galerij naar mij toe, om alsnog de knellende armpjes om me heen te slaan en een ferme kus te geven. Liefde, echte liefde…Binnen zag ik vijf minuten later dochters telefoon. Ineens ben je om ‘t hand. Ze valt niet te bellen en het was te laat om erachteraan te gaan. Hopen op het gesternte en ja hoor, een paar minuten later toch de bel. Het afscheid op de galerij was identiek aan de eerste, inherent de armpjes en de kus.

Verder lezen in de boeiende biografie. Wat een mannenbolwerk was de wereld in de vorige eeuw. Als 26-jarige volkomen afhankelijk zijn van de welwillendheid van je vader, tenminste, als je nog tot de familie wilde behoren en ongetrouwd was. Zolang dat niet gebeurde, bleef je het kind. Dit was de wereld van de adel en het rijk der notabelen. Ik kan me niet voorstellen dat men in de arbeidshuisjes dergelijke praktijken bezigde. In de doorgaans veel te krappe bewoning en met een schrale beurs viel er niet veel meer in de melk te brokkelen.

Het was een slechte nacht, maar ach, volle maan dus luisterde ik nostalgische liedjes. Robert Long met zijn Liefde voor later. Zo’n passend sfeerbeeld, die je op sommige momenten net even nodig hebt, als gemijmer overgaat in een zweem van verlangen, gemis en dromen. In een podcast luisterde ik naar een interview uit 1985. Dan valt met name zijn prettige bedaarde stem en de rijkheid van zijn taal op. Hij noemde de inspiratie met Leen Jongewaard iets dat je kon opbergen in ‘het voorraaddoosje van verworvenheden‘. Wat een prachtig zinnebeeld der verbeelding. Dat is precies wat het is. Zo heeft ieder zijn eigen doosje, waar tot in lengte der dagen uit te putten valt, om alles op te kunnen poetsen als de tijd rijp is.

Theater

Vier de seizoenen

De polder had zich verstopt onder de dikke mist. Onwezenlijke kleine wereld aan mijn voeten. De zwanen speelden ton sur ton. De kleine blauwe Prins zocht behoedzaam haar weg in dit ongekende waterland. De routeplanner gaf duidelijk de loop van de weg aan. Ingebouwde veiligheid dankzij het technisch vernuft.

Bibliotheek en sportcentrum met het zalencentrum er aan vast. Er werd een doorloop gehouden. Iemand van de productie liep me tegemoet en stelde zich voor, terwijl de choreograaf nauwgezet naar de verrichtingen van de performers keek. De hal werd door mij geïnspecteerd. Wensen en verlangens behoorden ruim tot de mogelijkheden.

Twintig minuten voor aanvang kwamen de kinderen opgetogen en rebbelend onder begeleiding van drie leerkrachten aan. Er was nog gelegenheid tot buitenspel, dus konden ze een tien minuten los. Ondertussen was de programmeur van Kunst Centraal ook gearriveerd. Heerlijk om elkaar daar na best een lange periode weer te mogen ontmoeten. Allemaal waren we het er over eens dat het de hoogste tijd werd voor hervatting van het culturele leven en dat deze try-out zowel voor De Dansers, de kinderen en voor ons, een unieke gelegenheid was, waar ieder met volle teugen van zou genieten. De kinderen kwamen na tien minuten weer binnen en met de juiste organisatie van een van de leerkrachten hingen er binnenste de kortste keren vijftig jassen aan de hoge haken van de kapstok te bungelen en zaten de kinderen in de hal op de grond en hoorden de toelichting aan van de choreografe zelf.

Het was de eerste keer voor publiek, de performers zelf hadden niet veel oefentijd gehad en iedereen hoopte op een goede afloop. De kinderen glunderden allemaal verwachtingsvol, het zou vast leuk worden. In groepjes van vijf mochten ze naar binnen, waar ze naar de juiste plek werden geleid. De voorstelling kon beginnen.

‘Vier ving aan’. De dansers liepen heen en weer en kriskras door elkaar met grappige kleine kwinkslagen, een omgeruilde stoel, twee verdwenen stenen, gegooi met een bezem, een schapenvacht, een hoofd boven het grote decordoek, lekker stampen met de blote voeten in de zwarte aarde, vegen op je gezicht en armen kortom een schouwspel van vermaak.

Daarna werd de strekking duidelijker. Een hoopje aarde, een zaadje, van grote hilarische hoogte een paar druppels water. Achter het doek kwam een mooie boom te voorschijn met een uit lattenhout aan elkaar getimmerde stam en roze crepepapieren rolletjes, die in een folkloristisch getinte dans losgemaakt werden tot een bloem, prachtig synchroon uitgevoerd, en het bezingen van de nieuwe lente, prompt gevolgd door een dansje om de boom.

Op die manier kwamen er drie seizoenen aan bod op een flitsende wisselende wijze met mooie subtiele handreikingen voor eventueel lesmateriaal, prachtige elementen zoals de zwiepende takken en de zwaaiende vlaggen, de stokken voor de regen, donder en bliksem, het lied van de zon, de benepen stemmetjes van de maan en het sterretje , die ook aandacht wilden. Bij elke emotie die het opriep werd de muziek aangepast, soms in serene rust en dan weer in heftige uithalen.

De Dansers zijn in hun voorstellingen altijd gericht op het kinderspel en denken vanuit het kind. Die waren geboeid door het snelle wisselen en alles wat er gebeurde, sommige lagen op hun buik, hoofd ondersteund door de handen te kijken. Een wonderlijk perspectief zal dat opgeleverd hebben. Anderen wezen elkaar op wat er gebeurde, tikten met hun handen op de grond het ritme van de regen mee. Het slotstuk was een grote sensatie, wat dit nou toch was, dat daar dwars door het decor hobbelde. Het verdween achter de deur van de kleedkamer gevolgd door een uitgesteld applaus.

Het vragenspel aan het eind leerde dat veel goed ontvangen en begrepen werd, er was een misverstand over welk stuk het zou zijn. De leerkrachten hadden een ander stuk voorbereid. Het bleek geen probleem. Alles werd meegenomen in de evaluatie en met de winter er nog achteraan, sommige scènes wat korter of langer en soms wat focus, was de voorstelling een feit. Met die mooie boodschap: Vier de seizoenen.

De lieve jeugd

Nu eerst even bijkomen

Toen ik ‘s avonds op de bank plofte kon ik terugkijken op een enerverende maar supergezellig dag. Het liep natuurlijk allemaal anders, dan het voorgenomen plan. Dochterlief belde dat zij het eerste deel van de dag haar schoonzus zou gaan helpen en ik zou de aflossing van de wacht zijn om twee uur tot na het eten. ‘Of ik een maaltijd moest bereiden’, was mijn vraag. Dat zou fijn zijn voor morgen. Dus na het gebruikelijke ochtendritueel flanste ik snel een vegetarische Spirali in elkaar.

Gewapend met een tas vol heerlijkheid reisde ik af. Dochter was inmiddels vertrokken om de zonen van school op te halen en ik vond schoondochter op de bank. Met naast haar in een wippertje de Benjamin. Overal lagen snippertjes papier, ik wilde onmiddellijk met de stofzuiger aan de slag, maar het bleek om een spel van kleinzoon te gaan. Grote broer had namelijk zijn vuilniswagen en de kliko’s voor het slapen gaan in stelling gebracht en ging na het wakker worden door met waar hij gebleven was, vuilnis ophalen. Haha, een voor een plukten zijn kleine garnalenvingertjes de snippertjes van de grond, stopte ze in de kliko en ledigde de kliko weer in de vuilniswagen. Daar was hij al snel een uurtje mee zoet. Een genot om de concentratie, waarmee hij de zaken aanpakte, van zijn snoetje te lezen.

Ondertussen voerde ik met de Benjamin een onderhoudend gesprek, van ‘prrrrrrr en brrrrrr en goed zo, toe maar, wil jij zo kletsen dan’. Hij kraaide het uit van plezier. Een heerlijk tevreden mannetje, die kleine. Schoondochter en ik wisselden wederwaardigheden uit. Ze wilde alles weten over vriendlief en vond het heel bijzonder dat we elkaar weer hadden opgezocht na al die jaren. Ik vertelde over ons begin samen, het studentenmilieu, de feesten met de Antilliaanse studiegenoten, de discussies die we voerden over de maatschappelijke problemen zoals vrouwenemancipatie, godsdienst en politiek. Ze ging helemaal op in die andere wereld en vroeg me de hemd van het lijf. ‘Een wereld van verschil met het leven van jou met de vader van de kinderen’, concludeerde ze. Inderdaad, en toch allebei zo gevuld met rijkdom en liefde.

Er landde een kleine valk, een smelleken, op de omheining in de achtertuin. Wow, die durfde. Snel legden we de snoodaard vast op beeld, waarna hij naar de grond dook in de tuin van de buren.

Tussendoor bleef grote broer om aandacht vragen. Na de kliko wilde hij rennen met oma, een spelletje dat hij met zijn vader deed, maar omdat ik niet kon rennen vroeg de kleine gewiekst of oma dan wilde lopen met hem. Ik liep en hij rende, daarna voetbalden we met de zachte bal waarbij elke panna, die hij maakte, werd begroet met een triomfantelijke ‘Goal Forza’ om vervolgens het spel van de snippertjes weer op te pakken. Tussendoor waren er natuurlijk rozijnen en mandarijnen en een lekker chocolade koekje met zijn beker water. Voor ons was er thee.

Het was al met al een heerlijk dagje, waarbij schoondochter het maar moeilijk vond om niet zelf in de weer te kunnen gaan, maar veel baat had bij de afleiding. De Spirella ging er bij grote broer in als zoete koek(vreemde ogen dwingen) en zoonlief kwam, als klap op de vuurpijl op deze dag der verrassingen, met een mooi en stevig blankhouten fornuis aan, compleet met accessoires. Pannetjes, spatels, kloppers, groente en houten stokbrood. Het vond gretig aftrek. Na een snelle spoelbeurt van de vaat stapte ik moe, maar voldaan, in de auto. Nu eerst even bijkomen.

Uncategorized

Een opkikkertje is altijd welkom

Uitgerekend het moment dat we in de auto zaten, vielen de eerste spettertjes op de ruit. Ze kwamen letterlijk en figuurlijk uit de lucht vallen. Het gaf niets. Het zou toch al een korte wandeling worden, waarbij ik ze alleen de mooie omgeving wilde laten zien, zodat ze er later, met mooi weer, ook naar toe zouden kunnen. Te doen gebruikelijk op zondag, was er een drukte van jewelste en helemaal stond er een lange rij voor de veldkeuken, waar koek en zopie werd verstrekt. Met al de lichtjes en het wat sombere weer zag het er uit als een bescheiden kerstmarkt. Overal stonden kleine groepjes mensen met dampende bekertjes in de koude handen. Het was waterkoud.

Een klein rondje over het landgoed, een groet aan de geitjes, waarbij de enige witte dacht een kans te wagen toen het hekje open bleef staan. In een wolkje boven zijn hoofd stond geschreven ‘ Een raam naar de vrijheid’ en hij voegde de daad bij het woord door hard op de opening af te stormen. Net op tijd deed zus van schoondochter het hek weer dicht. Angstig vloog kleindochter, bij het zien van die opvliegende baal witte wolligheid, achter mijn benen. Het hield op met zachtjes regenen en nu vielen zware druppels loodrecht naar beneden. Maar als vrouwen van stavast lieten we ons niet van de wijs brengen. Sjaals over het hoofd en dwars door het bos, waar de bomen nog enigszins beschutting boden.

Thuis wachtte een lekkere grote kop warme thee en een nadere kennismaking met de vader en de broer van schoondochter. Moeder vertoefde op Curaçao voor een korte vakantie en zoonlief was met de voetbal op trainingskamp in Barcelona. Ooit ben ik in de winterperiode naar een warm oord gegaan in Spanje. Daarna kon ik niet meer wennen aan de barre koude maand, die er hier terug in Nederland, op volgde. Daardoor bezwoer ik heilig nooit meer de cirkel van de seizoenen te onderbreken, maar ze te ondergaan. Het zorgt voor een natuurlijke balans.

Vriendlief is in Utrecht aangekomen bij zijn oude vrienden. Een van hen had hem geadviseerd zijn medicijnen niet te vergeten, maar het enige wat hij nodig heeft, is zijn zalf voor de huidproblemen op de benen. Ze vielen achterover van verbazing, omdat ieder van hen de gebruikelijke ondersteuning, bloeddrukdempers, cholesterolverlagers, cardio medicatie, te slikken had. Ineens realiseerde hij zich, dat ze allemaal op leeftijd waren en dat er altijd wel ergens bij allen een jichtig addertje onder het gras lag. Dat hielp om zich minder druk te maken over de zwabberbenen. Zo helpen de lammen de blinden. Wat zullen ze het fijn hebben met elkaar in de Ardennen.

De biografie van Jolande Withuis over Jeanne Bieruma Oosting geeft een interessant tijdsbeeld van de vrouwen en hun emancipatieperikelen in het begin van de vorige eeuw. Te denken dat dat pas honderd jaar geleden zeer traag aan het veranderen was, geeft een hoop te denken over huidige veranderingen in bijvoorbeeld andere culturele groeperingen en de traagheid van een proces.

Pluis wringt zich tussen mij en het toetsenbord, maar gaat uiteindelijk aan mijn zij liggen. Even warmen aan wat persoonlijke aandacht van de vrouw.

Straks ga ik naar schoondochter om haar te helpen met grote broer en de Benjamin. Het blijft namelijk strompelen met de pijnlijke voet. Ook daar kan wat extra aandacht geen kwaad. Het is nog steeds een zeer pijnlijke bedoening, maar ziet er wel genezend uit. Even broeden op een extraatje. Een opkikkertje is altijd welkom.

Uncategorized

De rest van de dag

Weer een teneergeslagen dichte wereld. Kauw en kauw blijven veilig in het nest en laten zich niet zien in de boom voor het raam. Weer om in je schulp te kruipen, de meest vrolijke of de meest droevige film op te snorren, een flinke middagdut te doen of meer van dergelijke winterlingen.

Zoonlief vraagt of ik hem kan helpen. Hij heeft een voederbak op berkenstam gekocht en een plan bedacht om de vogels te lokken en heeft een twee maal zo’n grote bak gevuld, 1/3 deel met houten knoest, aarde en mos, en het overige deel met water. In de spleten van de schors heeft hij vogel-pindakaas en zaad gestopt. We kijken even naar het resultaat. Binnen een kwartier heeft hij wel wat pimpelmezen, een roodborstje en een vink naar het balkon gelokt. Vooralsnog vinden ze de kokosnoot met vet in de boom het lekkerst. Ben benieuwd wanneer ze zijn vogelparadijsje durven op te zoeken. Ondertussen heeft hij het glas van de balkondeur schoongepoetst en zit hij geduldig te wachten achter zijn giga-lens.

mijn simpele iphone-foto’s

Schoondochterlief heeft kokend water over haar voet heen gekregen toen ze heet water in een glas goot en het glas knapte. Hoewel ze vliegensvlug en in een vaartje haar sokken uittrok, zijn het toch derdegraads verbrandingen. Normaal hangt de lieve grote broer om haar benen bij alles wat ze in de keuken doet, maar nu gelukkig niet. Daar is ze zielsgelukkig om. Maar ze heeft krukken nodig en pijnstillers, wat met de moedermelk niet fijn is.

In de biografie over Jeanne Biersma Oosting val ik achterover van de enorme verschillen tussen arm en rijk aan het begin van de vorige eeuw en de wijze waarop de adel en de goegenoten tegen het ‘voetvolk’ aankeken. Alles aan knecht, dienstmaagd en keukenpersoneel werd niet ‘gezien’. De wijze waarop ze behandeld werden, was stuitend, hoe ze woonden zeer armoeiig en vaak zelfs erbarmelijk. Terwijl een rijke familie een aantal statige woningen bezat, tot aan paleizen toe. Alles werd ook onder de eigen pet gehouden. De adel vormden de notabelen en grootgrondbezitters. Het is te gênant voor woorden.

Kinderen werden wel toevertrouwd aan gouvernantes en kinderjuffrouwen. Ouders lieten zich niet veel in met het kroost. Ze hadden het druk met het bezoeken van andere graven en gravinnen, hertogen, freules en wat dies meer zij. Wel gaven ze strenge regels door of legden pittige straffen op. Toen de kleine Jeanne steeds haar jurken smerig maakte, omdat ze argeloos over het landgoed dwaalde, over hekken klom, in de tuin speurde naar insecten om ze te tekenen of te schilderen, kreeg ze door haar moeder een stijve katoenen hooggesloten jurk met lange mouwen aangemeten. Wel de lasten en niet de liefhebbende zorgen van moeder en vader. Geen wonder dat ze zich er later van afkeerde. Dat was ook inherent aan het feit dat ze alleen maar leefde voor de schone kunsten. Jolande Withuis beschrijft het met vlotte pen en het is niet moeilijk om terug te reizen in de tijd op die manier.

Vandaag heb ik voor het eerst sinds lang mijn droom opgeschreven. Hoe gedetailleerd het toch allemaal in beeld komt. Een mij onbekende collega in een enkellange jurk zweefde omhoog, eerst dacht ik aan Harry Potter praktijken, maar ze liet de stellage zien, die onder haar jurk verstopt zat. Een soort trapsgewijze houten opstap. Toen ik het de hemel in wilde prijzen, zakte ze precies op dat moment dwars door het bovenste hout heen. Heerlijke dromen. Daar kunnen er niet genoeg van zijn. Maar nu, aan de slag met de rest van de dag.

Overpeinzingen

Heel veel gespreksstof

O, wat is het toch heerlijk om een beetje op te ruimen. Onze buren gebruiken, zoals met veel begrippen, een veel sierlijker taal. Kuisen heet het bij hen. Het huis kuisen. Dan krijg je toch meteen zin. Dat betekent het huis opschudden, ramen en deur open, zonnestralen erin, de boel eruit. Kleden, kussens, plaids laten doorwaaien. Frisse wind in de zeilen. Dat zonnetje bleef achterwege en er was zo’n dikke mist dat het druppels gaf. Stofzuiger erbij, natuurazijn in de aanslag en gaan. toilet, gang, vloer, bank, kussens, kleed, stoelen werden geschuierd, gezogen, gestoft en waar nodig geschrobd. Oude waxinelichtjes vervangen voor nieuw, rommel uit het oog geholpen. De kast der vergeten dingen was weer leeg, dus daar kon ‘t een en ander mooi verder overwinteren. De bemodderde wandelschoenen, een verdwaalde lekke leren bal, een stapel plastic doosjes. Wat ook niet onbelangrijk was, ik had de hele dag de tijd. Rustpauzes met een journaal, of My Kitchen Rules, waar ik dan weer onrustig van werd door de ruzieachtige sfeer tussen de gasten onderling om snel de draad van het ruimen nogmaals op te pakken. Het kleinste kamertje spic en spannetje schone handdoek incluis en de patchoeli-geur alom aanwezig, in de zeep, in de parfumspuit en op het vege lijf.

Ruim voor tijd was ik klaar en kon aan de borrelhapjes beginnen. Mijn heerlijke Brique de Brebis in schijfjes, salami met roomkaas, kaasblokjes, tomaat, vijg, dadel en uienchutney. Alles in afgesloten bakjes in de koelkast. De sauvignon in de koelkast en de Crozes Hermitage voor bij de Brique bij de hand. En nogmaals pas op de plaats.

Zo zou dat eigenlijk altijd moeten zijn. Steeds even tussen alle bedrijven door het zalige alles ontziende niets om opnieuw op te laden en bij te tanken. Om half acht de kaarsjes aan en Zen tot de eerste gasten kwamen. Vriendlief had zijn superdure racefiets alle trappen opgesjouwd en had daarmee zijn outdoortraining al gehad. Slim, want voor de flat weet je het maar nooit. Een van ons had het boek niet uitgelezen, kwam, net als alle anderen, nauwelijks of niet door de grove taal, onvervalste ‘slang’, heen. De taal liet bij tijd en wijle te wensen over door de vreemd in elkaar gewrochten zinnen, maar ze oogstte, net als bij mij, grote bewondering voor haar moed. Vanaf blz 154, adviseerde ik, dan wordt het pas echt een verhaal.

We keken ook nog het interview met Twan Nieuwenhuys en Lale. Natuurlijk kwam het gesprek daarna op acceptatie van culturen en tot hoever je moest gaan. Waar lagen de grenzen van het betamelijke of waren dat toch teveel ónze grenzen. De klok voor vrouwen stonden in de dogmatische religies nog steeds op 0. Dienstbaarheid en recht hadden we in de jaren ‘70, maar ook daarvoor, met hartstocht bevochten en niet zonder slag of stoot. Waren we terug bij af? Waar moest je beginnen om de bevrijding in die kringen in gang te zetten. Lag dat bij het onderwijs en was dat dan wel de juiste plek. Of moeten we wachten tot de rebellerende meiden hun krachten gaan bundelen en de straat op gaan. De angst voor repressailes is het grootst en die liegen er niet om. Hoe overtuig je iemand van het feit dat respect en ruimte voor elkaar meer oplevert dan afhankelijkheid en overheersing. Dat het zoveel meer schoonheid en liefde brengt én verbondenheid.

Het werd een heerlijke avond, met al deze gedeelde gedachten. Wat een boek al niet los kan maken. Het volgende boek belooft er ook een van zingeving te zijn. ‘De ziel kent geen leeftijd’ van Thomas Moore. Beschouwende literatuur en heel veel gespreksstof.

Overpeinzingen

En zo is dat

Niet alleen de ochtend was in nevelen gehuld, maar de hele weg lang richting kust lag verzonken in een dikke mist. Ondanks een klein zonnetje heb ik de zee niet gezien en dat wil wat zeggen, want ik reed op de dijk langs de grote zeeschepen.

Vriendlief morrelde wat aan de deur op mijn gebel en daar zwaaide de deur al open. Ondanks de perikelen waarover hij geschreven had, zag hij er opvallend goed uit. Na een eerste onwennig gestuntel met jas en kleine kapstok gingen we tegenover elkaar zitten en binnen de kortste keren werd het nieuwe oude gezicht zo vertrouwd als altijd. Vreemd hoe je elke beweging nog blindelings herkende. De oogopslag, de peinzende blik, de lieve glimlach, de houding Vannieuwkerke arm en hand bij een betoog. Naadloos buitelden de jaren terug naar veertig jaar geleden.

We hadden veel te bespreken en overpeinzen. Prioriteiten stellen en vooral denken in oplossingen. Al waren de omstandigheden niet ideaal, het was wel een goede plek waar hij nu tijdelijk verbleef met een liefdevolle achterban van broer en zijn vrouw en een nichtje. Mooi om te zien hoe de spanning langzaamaan plaats maakte voor zijn eigen, veel evenwichtiger, zelf en het lukte zelfs om een lach te ontketenen. De tijd vloog om en na twee koppen thee, de Utrechtse sprits en in de wetenschap het allerbelangrijkste te hebben gedeeld met elkaar, stapte ik weer in de kleine blauwe met de belofte elkaar snel weer te zien.

De telefoon laadde in de auto gelukkig wel op, want dat had hij bij vriendlief halsstarrig geweigerd. Zonder mijn eigen vertrouwde lispeltuut(ken uw klassiekers) had ik het nooit gered in die ondoordringbare dikke deken. Zo mistig als het buiten was, zo helder was het gesprek geweest. Dat gaf een fijn gevoel. Zorgen zijn er vooral om te delen, om een klankbord te hebben, waarbij het licht vanzelf doorbreekt en deuren opent, letterlijk en figuurlijk.

Straks moet ik even hard aan de poets. Het huis schreeuwt om de stofzuiger, een stofdoek, een dweil hier en daar. Dat moet kalmpjes aan, veel pauzes ertussen. Als dat eenmaal met jezelf is afgesproken lukt het beter. Het lijkt een eeuwigheid geleden, bezoek aan huis van vrienden. Met de zelftests, lang leve deze snelle peiling, durf ik het met de booster wel aan. Ik hoop dat morgen alles weer open gaat. Het water staat elke ondernemer aan de lippen. Als iedereen zich aan die paar regels houdt, moet het goed te doen zijn.

Pluis komt eens kijken en rommelt zich een lekker plekje bij elkaar. Eigenlijk wil ze op schoot, maar daar ligt de IPad al. Dan het voeteneind maar innemen.

Er komt een oproep binnen voor het begeleiden van een try-out volgende week dinsdag. Nu duimen en dromen dat er op het laatst geen roet in het eten wordt gegooid. Het is in een cultuurhuis, waar ik de weg goed ken, dus anderhalve meter is goed te doen in de theaterzaal. Dat durf ik aan. Het is een bekend muziekensemble en dat belooft een boeiend spektakel te worden. Nieuwe uitdagingen, hoe heerlijk om naar uit te kijken. Het jaar is goed begonnen. Een goed begin is het halve werk, zegt het spreekwoord. En zo is dat.

Overpeinzingen

Wie wil dat nou niet

Een dikke grijze mist is, toen ik even niet keek, als een dikke deken op komen zetten en wikkelt de wereld in een doorsluizend morsig grijs. Vage contouren van bomen en huizen, bewegende koplampen. Ik hoop dat ze snel op zal trekken.

Gisteren na de fysio ging ik eerst even langs de garage, want de kleine blauwe prins was zijn stem verloren. Doodse stilte als ik de claxon beroerde. Het akkevietje mag wat kosten, zo’n klein dingetje is een rib uit het lijf. Zonder kan je niet.

Lale Gül haar boek ‘Ik ga leven’ heb ik vanaf hoofdstuk 15 in een adem uitgelezen. Doorzetten kent zijn voordelen. Waarschijnlijk stond mijn eigen esthetiek in de weg bij dat eerste deel. Het is lastig om door grof taalgebruik heen te prikken, zo niet ondoenlijk voor mij. Hele stukken daarvan heb ik gescand. Daarna geeft ze zo’n goed beeld van haar situatie en schetst ze treffend de onmogelijkheid ervan. Ik heb diepe bewondering voor deze jonge vrouw gekregen. Oordeel niet en verwonder je slechts was hier beter op z’n plaats geweest in eerste instantie. Je bent gelukkig nooit te oud om wat bij te leren.

Morgen is de bijeenkomst hier. Dat vergt nog wat voorbereiding. Van zolder heb ik de kleine blauwe opklaptafel geplukt om in het midden neer te zetten. Van te voren doet iedereen een zelftest. Met de stijgende besmettingen geen overbodige luxe. Ik ben benieuwd naar de mening van de anderen. Zijn ze voortijdig afgehaakt of hebben ze dezelfde ervaring als ik. Dat is het voordeel van een leesclub. Het is een stok achter de deur om het boek uit te lezen. Anders was ik nooit zover gekomen.

In de aflevering van gisteren van Binnenstebuiten liet een medewerker van de hortus Botanicus in Leiden zien wat het verschil is tussen een echte cactus en een plant die er wel de uiterlijke kenmerken van lijkt te hebben, compleet met stekels, maar die behoort tot de wolfsmelkachtige. Als je met een naalden van een cactus een gaatje prikt in de plant gebeurt er bij de cactus niets en bij de ‘nepperd’ komt er witte melk uit. Heerlijk om weer even een Hortus van binnen te zien.

Lang geleden heb ik die in Leiden bezocht met vriendlief, waar ik straks naar toe zal gaan. In Leiden zijn we ooit begonnen aan ons gedeelde leven. Er was een piepklein appartement ergens boven in een statig herenhuis met twee kamertjes. Een voor een matras op de grond en een om in te zitten om te kunnen lezen en te turen naar het draagbare zwart/wit teeveetje met losse antenne.

Voor de juiste ontvangst moest je eindeloos draaien met dat ding en als het beeld bleef sneeuwen, wilde een klap er bovenop ook nog wel helpen. De ruimte zelf leek ook wel op een hortus, er hingen en stonden volop planten, sinaasappelkisten vormden de kasten, een rotan stoel van oma het meubilair en voor de ramen had ik oranje/bruine macramé gordijntjes geknoopt. Het was een lief en mooi begin. Mijn moeder wist van ons samenzijn, maar mijn vader mocht het absoluut niet weten anders zou de oude patriarch in hem naar boven komen om deze rebelse daad.

Nu ga ik hem zo weer op een kamertje treffen. Geen idee hoe een en ander zal verlopen. We gaan de opties bespreken die er zijn, als hij weer hier in Nederland wil gaan wonen. Het voelt als spannend en is tegelijk iets waarop ik me verheug.

De mist is verdwenen als sneeuw voor de zon. Het zicht is helder. Als dat de uitslag is van ons gesprek zou het een mooi begin kunnen zijn. Denken in mogelijkheden. Wie wil dat nou niet.

Overpeinzingen

De lucht is solidair en penseelt alvast met Amber

Wonderlijk hoe een begrip blijft kleven aan een naam. ‘Doe je zo de kachel even aan’, vraag ik daarnet aan zoonlief, als hij naar beneden gaat. Maar ik heb al meer dan veertig jaar verwarming. Het woord is het begrip geworden.

De zon scheen zo uitbundig, gisterenmiddag, dat ik na het boodschappen doen doorreed naar de Lek. Misschien ook om een beetje de gedachten te ordenen, na het gesprek met zuslief, die morgen. Wijze raad en een lijstje met adviezen, die ik evenzo vrolijk al in het achterhoofd had. Fijn dat we zo op dezelfde golflengte zitten. Een droevig bericht was er ook nog van haar kant. Goed om daar ook bij stil te staan en het de aandacht te geven die het verdient. Er zijn gebeurtenissen waar je niet zomaar overheen kunt stappen en die voor de betrokken personen grote input kunnen hebben op het gemoed. De balans zoeken en de kaarten schudden, behoort niet tot de eerste prioriteiten. Verdriet mag een plek hebben en troost zal het omlijsten.

De Lek ligt er bijna oogverblindend bij, zoals de zon op het water schittert. De klare lucht toont nu nog meer de kaalslag die het verdwijnen van de aloude boogbrug voor Vianen teweeg heeft gebracht. De A2 dendert nu moeiteloos in een rechte streep door van de ene oever naar de andere oever.

Voorzichtig om merendeels de graspollen te raken en niet het prille groen van de opkomende wilde peen en het fluitenkruid speur ik de einder af. Ganzen zitten in groten getale helemaal vooraan in de uiterwaarden langs de dijk. Op deze plek, ergens halverwege dobberen slechts wat meerkoeten en een eendenpaar op het water. Als de grote binnenvaartschepen langs trekken kabbelt het water in golven langszij en klotst tegen de rietkragen en de stenen beschoeiing.

Nog altijd, ondanks het late tijdstip, ligt er dauw op het gras. Ik loop tot de grienden en dan weer terug met de zon op de wintertoet. Heerlijk om daar even alleen met mijn gedachten te zijn. Bij het kleine zandstrandje verderop staan grote rietpluimen met hun wapperende vaantjes in de zon en kleuren zilver. De stilte met het zachte ruisen van het verkeer in de verte en het zachte deinen van het wiegende water brengt een weldadige sereniteit. Twee fietsers boven aan de dijk en zelfs de kleine blauwe prins hoog verheven ontroeren tegen de blauwe lucht. Alles ademt vrede en rust.

Thuis bedenk ik dat het boek van Gül een grote tweeledigheid kent. Er staan veel grofgebekte hoofdstukken in, maar als je bij de kern van haar verzet komt, weet ze het heel helder uiteen te zetten en gebruikt ze krachtige taal, die haar actie alleen maar versterkt. Het schoppen tegen de heilige huisjes is welhaast puberaal, maar de redenering erachter is weloverwogen. Ere wie ere toekomt.

Er heerst een gezellige drukte op straat. Grote en kleine voetstappen, kinderstemmen, aanmaningen van een moeder, wandelende rugzakjes en verkeer dat ronkend wacht tot het zebrapad vrij is. Ze gaan weer naar school. Het brengt me even terug in de groep. Januari is een heerlijke maand na de waanzinnige drukke feestmaanden. Alles oogt schoon en fris. Soms waren de vloeren geboend in de vakantie. De kinderen hadden er zin in, waren alle vermoeidheid vergeten. Nog even flitsen met wasco en ecoline voor het maken van het vuurwerk en daarna stond er een nieuw project op de rol met een grappig toneel vooraf en een nieuwe beleving. ‘Mis je het niet,’ vroeg schoondochter laatst. De interactie wel, het sparren met de kinderen en de inspiratie door hun ontdekken en ervaren, waar er vaak genoeg een heel nieuwe techniek werd gevonden vooral.

Dat is het voornemen om dit nieuwe jaar mee te beginnen. Het experiment en de toevalligheden, die er uit voort komen. De lucht is solidair en penseelt alvast met Amber