Overpeinzingen

Zoals het een nieuw jaar betaamt

Arbeidsvitaminen krijgen we vandaag mee, terwijl we beiden aan het schrijven zijn op het overdekte terras. Rob de Nijs zijn zolderraam komt voorbij en de regen die er zachtjes op tikt, maar hier is het opgehouden met zachtjes regenen. Het klettert tegen het stalen dak en het klinkt ons als muziek in de oren. Na de droogte van de afgelopen weken en de smachtende natuur naar een druppel, de els, hier vooraan, is al bijna in herfsttooi, is dit een welkome afwisseling. Lief heeft er zelfs een warme bloes bij aangetrokken. Koffie onder handbereik, laptop en de ipad opengeklapt, wie doet ons wat.

Eergisteren was de rondgang in de nabijheid figuurlijk in het water gevallen. Het kasteel dat we wilden bezoeken was een resort van rijke senioren geworden en afgesloten met een dik smeedijzeren hek en het meer dat er achter lag, bleek alleen voorzien te zijn van particuliere tuinen die er aan grensden. Met geen mogelijkheid kwamen we dichterbij. Gelukkig zagen we nog wel een rij bonte kraaien op een electriciteitskabel boven een oude pipowagen zitten. Ze krasten onheilspellend een Hitchkock-tune bij onze komst en vlogen klapwiekend van de ene naar de andere plek. Prachtig desolaat land met die fantastische wagen. Soms vangt een enkel iets al de schoonheid van de dag.

De regen zorgt ervoor dat de wilde cichorei en de akkerwinde in grote getale hun kopjes opsteken en ook het gras doet haar best om de dorheid af te leggen. Hier en daar ligt er een groene waas over het land. De kruiwagen heeft vannacht de rest van het regenwater opgevangen zodat een en ander te peilen was. Het zijn pittige buien die alles goed maken.

Het schilderen wilde niet echt lukken zoals ik het wilde, dus in het teken van ‘kill your darlings’ overnieuw begonnen en eerst maar eens de tussenruimten gaan zoeken. Na de tocht van zondag en een slechte, lees ‘benauwde’, nacht, besloten we een langzaam-aan-dag te houden en die te vullen met tuinwerkzaamheden, voornamelijk door lief, en het tekenen van de lieve vier van het doek om een en ander in de vingers te krijgen. Met grafiet, gum, keukenrol en schetsboek in de aanslag en het uitzicht op de tuin werkte alles naar believen mee. Heerlijk rustig en genieten, iets wat iedereen ons de hele tijd aanraadt. ‘Werk niet te hard, vergeet niet te genieten’, maar dat gebeurt hier naar hartelust.

In het weekend lange gesprekken met de dochters. Heerlijk om de vertrouwde stemmen te horen. Dochter Frankrijk was aan het face-timen dus vloog ik in enkele seconden van hier naar een achtertuin in een Kleine Parijse voorstad, een waar kinderparadijs met het enorme plastic zwembad erin, waar de jongens naar hartelust verkoeling konden zoeken. Alles zal binnenkort gewoon weer een aanvang nemen. Het werk, de verplichtingen, school bijna. Ze moet volgende week de hele week voorbereiden op school en ik weet nog hoe dubbel dat voelde na de vakantie. Aan de ene kant had je geen zin om opnieuw in het gareel te lopen en aan de andere kant was het heerlijk om de groep en het lokaal op te frissen met een lik verf, nieuwe materialen, geslepen potloden, schone kasten en werkplekken en verrassingen voor de eerste week. Altijd namen we ons voor niet langer dan een paar dagen bezig te zijn, maar even zo vaak mondde het uit in een week met lange dagen tot ruim zeven uur. Nog even dit en nog even dat tot het allemaal in de puntjes was. En dan een fris begin, zoals het een nieuw jaar betaamt.

Overpeinzingen

We gaan het zien en beleven

Het is aanmerkelijk koeler vandaag. Na een week van boven de dertig graden is dat een welkome afwisseling. De dag begint, zoals hier te doen gebruikelijk, vroeg met koffie aan de grote terrastafel en uitzicht op de weidse tuin. In de verte staat de granieten dame en torst haar kruik. Merel, een juveniel mannetje, volgt onze bewegingen op de voet als we in de tuin zijn en hipt voortdurend om ons heen, soms opvallend dichtbij alsof hij gezelschap zoekt. Hier en daar snaait hij een wurmpje of pikt wat aan de gevallen morellen en wilde pruimpjes die her en der verspreid op de grond liggen.

Het is een mooie temperatuur om verder te gaan op het doek. Lief zoekt een interessante omgeving uit voor de namiddag. Eerst wordt er in de tuin gewerkt. Een tak van de enorme walnoot is bezweken onder de zwaarte van de vruchten en moet afgezaagd worden. Langzamerhand wordt de wildgroei teruggedrongen. Rondom het prieel valt weer te lopen en alles wat verdroogd is, wordt gesnoeid. De hosta schikt blij haar wat verkreukelde bladeren. Eindelijk vrij van wijnrank en bonte maagdenpalm die haar liefdevol en smorend aanbaden. Ze kan echt zonder hen.

Merel verschalkt nog een wormpje. Houtduif koert zijn hele levenslust eruit sinds vijf uur vannacht. Gisteren hoorde ik de koekoek er dwars doorheen. ‘s Nachts zijn de honden de baas. Die waken, zoals ze gewend zijn, op het erf en bij elke scharrelende viervoeter in hun omgeving wordt er een waar wolvengehuil aangemeten. ‘Wegwezen jullie’. Anders dan in Nederland leef je hier met de natuur.

Zoonlief heeft apps opgestuurd met tutorials voor de Procreate, met beeld erbij. Eigenlijk zou ik wat meer de ipad mee moeten nemen en onderweg schetsjes maken. Het is heerlijk om te doen en makkelijk, maar mijn eigen aquarelkit kan in de concurrentie omdat het net zo compact is.

Er schijnt een historisch museum vlakbij te zijn, het heet het Pipamuseum, maar heeft niets van doen met de eigenwijze Zweedse Pippi. Hier betekent Pipa pijp. Er is een meer vlakbij en de omgeving is wonderschoon, belooft lief. Een leuk vooruitzicht.

Gisteren reden we nog even door Szigetvar, waar we elke dag de boodschappen doen. Er blijkt naast het winkelcentrum een alleraardigst stadje te zitten, met straten die allemaal kriskras door elkaar lopen en uit kleurige gevels blijkt te bestaan. In het midden staat een megalomaan cultuurhuis en op het plein, waar we niet in mochten rijden, staat het raadhuis. Volgende keer zullen we lopend gaan kijken, nu was het veel te heet.

De vogels in de tuin zijn van slag. Ze kwetteren wat af naar elkaar. Tortel, merel en duif vliegen druk heen en weer van boom naar boom. Even later zien we de oorzaak van de opwinding. Door de takkenril tussen de buurman en ons komt een kleine zwarte poes aangeslopen. Soepel vervolgt ze haar weg en houdt het gevogelte scherp in de gaten. Maar alles is in de boom gaan zitten. Vogels zijn niet voor de poes.

Lief heeft een leuke route uitgestippeld. Voorlopig zijn we hier nog lang niet uitgekeken. Er zijn zoveel bijzondere plaatsen en er is een overvloed aan natuurschoon en rijkdom. Dit Verweggistan is schromelijk onderschat. De rijke Habsburgse tijden ademen nog altijd door alles heen. Van de week staat er een bezoek aan het hertenkamp op de agenda, waar kuddes damherten, edelherten, everzwijnen, moeflons en reeen rondlopen, heel wat anders dan de kleine hertenkampen die wij kennen. daarnaast worden er ook waterbuffels, schapen en grijze runderen gehouden. Er is een trip met paard en wagen. Een soort safari maar dan anders, denk ik zo. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

Rust roest

Het wordt een dag dicht bij huis. Lief wil wat werken in de tuin. Na de koffie steekt er een lauwwarme wind op en die drijft alle vermoeidheid uit het hoofd. Met het vooruitzicht opnieuw niet veel buiten te kunnen doen, maar een sterke drang diep van binnen tot bewegen, iets lijfelijk te doen, komt de Datsja in zicht. Nu was het er nog koel en aangenaam, omdat vannacht twee steekramen tegenover elkaar hadden open gestaan. Tijd om aan de slag te gaan met verf en penselen. Uit mijn oude tekentas haalde ik zowaar een oude verfschort tevoorschijn.

Gewapend met de tekentas, een wc-rol bij gebrek aan doekjes, twee stoffen schoonmaak-doeken om de kwasten aan af te vegen, en een berg goede zin trok ik naar achteren, de tuin in. Lief zou komen met de koffie en de ketel water. Het schilderij van de zussen had al een jaar staan te verstoffen thuis. Nu zou ik, op een minieme poging in april van dit jaar na, eindelijk serieus eraan gaan beginnen.

De routine was er uit, maar het vuur brandde, merkte ik. Fijn om te weten. Met duwen en trekken kwam er diepte in zus. De gelijkenis was nagenoeg nul, maar daar ging het in dit geval niet om. Op de een of andere manier moest het ouderwetse betere poetswerk er in komen. Met veel geduld en eigenlijk nog steeds de spirit voelde ik het terugkomen. Fijn met alle zeeen van tijd.

Na het schrijven zal ik me eens storten op het interieur van het huis. Ik slinger er een stofzuiger door. Als je binnenarrest hebt vanwege de hitte kan je je maar net zo goed op een andere manier nuttig maken. Opgegroeid met het idee, dat ledigheid des duivels oorkussen is, kan het niet anders. Bovendien loop ik nu alweer twee uur te lanterfanten en het overschot aan foto’s op de Ipad in te dammen en weg te werken.

Nu blijkt dat ik ook de media van deze site onder handen moet nemen, anders kunnen foto’s ter verluchtiging niet meer geplaatst en die zijn nu juist zo de moeite waard,

Met tekenen vorder ik gestaag. Het is inderdaad handig aan de hand van de opdrachten uit het boek en leerzaam. Vooral het blind contouren tekenen is een uitdaging. Er staan honderd dagen voor, iedere dag één. Je merkt dat het kijken steeds beter wordt en ook het gevoel voor plaatsing. In het begin zijn het wat krassen door en over elkaar, maar langzamerhand worden er daadwerkelijk omtrekken zichtbaar.

Het lezen vordert traag. Er is teveel te doen en te zien of we zijn na een hele dag eenvoudigweg te moe. Marten Toonder kijkt me vanaf zijn kaft minnetjes en licht misprijzend aan. Op zijn vorsende blik liggen nu twee exemplaren van Olivier B. Bommel, die ik hier in de bibliotheek vond. Met de twee exemplaren van thuis zijn het er vier om te bestuderen. De titels zijn veelzeggend. De een heet: ‘Ik wist niet dat ik het in mij had’ en de tweede: ‘Zoals mijn goede vader zei’

We zullen eens kijken wat de oude Toonder onder zijn herenhoed heeft verborgen. Maar nu eerst een potje thee en in de benen. Rust roest.

Overpeinzingen

Wat een weldaad

Het is vroeg, maar de zon belooft extra haar best te doen en hoe ik haar ook probeer te overtuigen dat ze er gerust minder energie in mag stoppen, lapt ze het allemaal aan haar laars. Gisteren was ze ook al zo eigenzinnig. Dat betekende voor mij een binnendag voor het grootste gedeelte. Het grote huis stamt minstens uit 1880 en zal vermoedelijker nog ouder kunnen zijn. het heeft hele dikke muren en hoge plafonds. Voor alle ramen zitten rolluiken. Het is er heerlijk koel en hoe laat het ook wordt, het blijft zo. Ideaal voor aangedane longetjes.

Lief wilde aan het werk in de ochtend en pakte het, door oude druif overwoekerde, prieel aan. Opgebouwd uit hout had het de kracht van de ranken niet helemaal overleeft. Druif kon het niet schelen, die groeide er zo mogelijk nog lustiger op los. De toppen van de ranken hingen tot op de grond of hadden minzaam de omringende planten gewurgd, al liet de bonte maagdenpalm zich ook niet onbetuigd. Zo werkt het in de natuur, de wetten van de sterkste hoog in het vaandel.

Gisteren hadden we afgesproken om deze ochtend naar de overdekte markt in Kaposvar te gaan. Dat betekende een derde ochtend op rij vroeg uit de veren en vroeger dan anders op pad. Het beloofde ruim 35 graden te worden, dus voor tweeën terug was de boodschap.

De reis er naar toe was een openbaring. Hongarije is prachtig. Tot nu toe was het enige wat ik had gezien de oude schattige dorpen met hun gekleurde gevels en hun schobbedebonk-wegen, de vlakke velden met tarwestoppels, zonnebloemen en groen er tussendoor, hier en daar een enkel visvijvertje. Nu reden we door de uitlopers van het kekesgebergte, een gebied met uitgestrekte bossen, hertenkuddes, grote meren, mooie stadjes en steden, ieder met hun eigen bezienswaardigheden. Kaposvar is een grote stad met een prachtig theater, de oude straten met imposante gevels en enorme hoge oude deuren, waarachter vaak koele huizen met een ouderwetse grandeur aan afmetingen. Veel is er de laatste jaren aangepakt en opgeknapt, de oude rijke uitstraling in ere hersteld.

De markt was wat gemoderniseerd met een parkeergarage op niveau een en de hele markt getransporteerd naar niveau twee. Deels overdekt, deels open lagen vlees, fruit, vis en kleding te kust en te keur. Overvloedig uitgestald of van een beperkte eenvoud alsof men de voortuin had leeggeplukt. Een van de oude vrouwen zat aan een tafeltje bij de ingang en verkocht er een bosje solidago voor 200 forint, nog geen euro. In de wetenschap dat het nog twee uur in de hitte van de auto moest overleven, kochten we er drie. De vrouw zag eruit of ze het kon gebruiken.

De kramen op het andere deel van de markt, was een bont kleurenpalet met mensen erachter die de oude tijden lieten herleven. Het was kleine handel die behoorlijk moest scharrelen om aan de kost te komen. Ik bleef hangen op dille-toppen, die zorgvuldig in nat papier waren gewikkeld en een schaaltje met augurken, vlak naast een kraam met afgeladen groenten, grote courgetten en granaatappels van buitenproportionele afmetingen. Het smakelijke verhaal van een koopman met indrukwekkende tatoeages op zijn brede donkerbruine armen, naar een kompaan verderop, bulderde tot onder de ronde metalen bogen van het gebouw en echoden zinderend na. Feest voor de zintuigen.

Met beelden te over op het netvlies wandelden we het ernaast gelegen park in, waar kinderen de speeltuin onveilig maakten en wij genoten van de enorme platanen met hun wit/grijze basten, het rozenprieel verderop en de schaduw die over het gras en de paden vlinderde. Een koel briesje, een bankje en een deel van het centrum later, na een lavenis op het terras van een pizzeria, liepen we terug. De airco van de auto was als een heerlijke koude douche. Wat een weldaad.

Overpeinzingen

Een sprookje waardig

We zitten samen aan de grote stevige houten terrastafel, waar we met ons hele gezin met gemak uitgebreid aan zouden kunnen dineren. Ik mis de kinderen, hier in dat stille Verweggistan. De uitstapjes van eergisteren en gisteren zijn welkome onderbrekingen, maar met alle foto’s die langs komen via de app van alle kleinkinderen, genietend van een nieuwe omgeving, nieuwe speelmogelijkheden, nieuwe ervaringen en de verwondering die dat opwekt, zou ik bij ze willen zijn. Nu zweef ik slechts een fractie van het leven om een hoekje, om een momentje mee te kunnen pakken. ‘In oktober’, beloofde zoonlief troostend, ‘Nog maar een paar weekjes’. En dat is zo. Ergens is in de Ardennen een groot huis afgehuurd met alle ruimte om iedereen te kunnen herbergen. Dat belooft een feest te worden.

Vooralsnog blijft er hier natuurlijk heel veel over om ten volle van te genieten. Na een ochtend die de diepte niet schuwde, waren we alweer vroeg op stap om de moskee te gaan bezoeken. Inderdaad was die ver van de Dom verwijderd. Om de stad heen, langs uitgebreide voorsteden, reden we door tot we in het oude centrum kwamen. Even aftasten door welke straatjes er wel en niet gereden kon worden, vorsend naar verkeersborden die de route zouden bepalen. Uiteindelijk kwamen we niet ver van het grote plein op een beheerde parkeerplaats terecht, waar de auto vier uur lang tegen drie euro onder de vorsende blik van de man achter het loket kon blijven staan.

Verbazing alom van mijn kant, omdat het plein, na een wandeling door de rustieke smalle straat, zich in volle glorie in de ochtendzon openbaarde. Grote imponerende gevels, glinsterende leien torens en de stille aanwezigheid van een overmaat aan beeldhouwwerk imponeerden de aanblik. De palmen, oleanders, geraniums, daglelies in grote bloembakken zorgden voor een mediterrane sfeer. Een modern waterballet voor de allerkleinsten sproeide verfrissing uit de grond, waar kleintjes met kleine gilletjes probeerden de stralen te ontwijken. Kinderspel is grenzeloos.

Een imposant standbeeld te paard van Janos Hunyadi, de grote zuil in het midden van het plein, de terrassen langszij, het voorname provinciehuis, de uitgestrektheid van het plein zelf en het ontbreken van het verkeer gaf alles tezamen een indrukwekkende uitstraling met als hoogtepunt aan het eind ervan de moskee met haar lichtgroene koepel en de verbroedering van het kruis met de sikkel als kers op de taart. De moskee was duidelijk een staaltje van over grenzen heen denken, in ogenschouw genomen dat ‘er vele godsdiensten zijn, maar maar een geloof’ zoals een éminence grise mij ooit trachtte bij te brengen in het bejaardentehuis waar ik werkte.

De restauratie van de kerk ter ere van Maria had prachtig uitgepakt met het sparen van de vele details van het oorspronkelijke gebouw. Erom heen waren de gangen met ingemetselde graven die, in tegenstelling tot de oude kerken, die je doorgaans tegenkomt met hun stoffige graftombes, hier nog steeds in gebruik waren. Bloemen bij bijna alle ingemetselde stenen met hun gouden opschriften. Een ode aan de doden met een mooie muurschildering en een kaarsentafel, waar twee waxinelichtjes na ons bezoek gebroederlijk en gezusterlijk brandend naast elkaar kwamen te staan, onze eigen lieve doden samen, als een symbool voor het bijzondere van ons samenzijn.

Als beloning was er een terras onder de bomen met zicht op het hele plein, met daarna die bijzondere straat, waaraan onder andere het imposante Nationale Theater stond met haar twee fonteinen en waar allerlei doorkijkjes waren naar in weelderig groen gehulde binnenhofjes, afgeschermd van het nietsontziende zonlicht, kruip door, sluip door, een sprookje waardig.

Overpeinzingen

De goden waren met ons

Enerverende dagen zijn het. De dag komt fris om een hoek van de nacht kijken om zichzelf al snel op te blazen tot een graad of dertig. Omdat er in de ochtend een pad te effenen was gingen we pas rond 13.30 richting Pecs. We kwamen in een dijk van een regenbui terecht. Loodrecht stortte het zich uit boven dat verdroogde land. In de befaamde butsen en kuilen op de weg spoten de wielen aan weerskanten ware opwaartse watervallen op. Bij een tegenligger werd het water woest tegen de voorruit gesmeten, zodat op de tast de koers recht moest worden gehouden. Onbekende wegen zijn dan niet handig.

De dom, een grote kathedraal lag binnen de oude gerestaureerde muren van de stad. Het hele complex oogde rijk, niet in de laatste plaats door de megalomane afmetingen die men gebruikte voor gebouwen met cachet, in dit geval alles wat toebehoorde aan ‘Het Rijke Roomse Leven’. Een ophaalbrug gaf toegang tot een van de vier torens, een waar duivenparadijs. De vlag wapperde overal fier tegen een strakblauwe achtergrond.

Langs de zijkant liepen we naar voren, waar op een van de balkonnetjes van het bisschoppelijk paleis een versteende Franz Liszt minzaam nonchalant op zijn rechter elleboog leunend het volk, dat langszij kwam, in ogenschouw nam. De kathedraal oogde dichter dan dicht, maar terwijl ik onder de bomen op een bankje uitrustte van de inspannende klim naar boven, pluisde Lief het een en ander uit. Altijd is er wel ergens een zijdeur te vinden, zo ook in dit geval. Onder het vorsende oog van twaalf apostelen en even zoveel geparkeerde auto’s ervoor, traden we binnen en schoten van de ene verwondering in de andere. Het klatergoud was allesbehalve bescheiden in gebruik genomen en de tegenstellingen met de arme bevolking behelsde net zulke afmetingen als de kathedraal hoog was. Bertus Aafjes schoof even aan: ‘God zit niet op een troon van chroom en nikkel, soms zit hij in een perenboom en merelt, soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind.’ Natuurlijk was het een staaltje van kunst en pracht en praal en zeker de moeite van het bekijken waard, maar ergens bleef er altijd zo’n Bertus knagen bij dit soort tegenstellingen.

De koelte in de kathedraal was verkwikkend, de ijverige cipier ook evenals de jongen achter de kassa, die zo goed en zo kwaad als het ging in het Engels verslag probeerde te doen, van de hoogtepunten. We namen een kaartje voor zowel de kathedraal als de moskee aan de andere kant van de stad. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt. Lief trotseerde elke vermoeienis en slofte de trappen naar een van de torens op waar hem het aanzicht op vier grote bronzen klokken wachtte en een prachtig uitzicht op de stad. Ik bleef wachten in de koelte om straks mee te genieten van de foto’s ervan. Parelend van het zweet kwam hij weer beneden.

Te warm wandelden we in een langzaamaanactie naar de auto terug. De terrassen hier boven op de berg straalden allen vooral het advies uit van ‘doorlopen’. Dat deden we.

Het voornemen lag er om de volgende dag, vandaag dus, in de ochtend richting moskee te gaan, omdat het kaartje voor deze twee dagen geldig zou zijn. Het is gelukt. De avond was net zo enerverend als de ochtend begonnen was. In de vroege morgen viel er nog heel wat bij te praten, maar om negen uur zaten we gepikt en gesteven in de auto. De goden waren met ons.

Overpeinzingen

Op de lauweren rusten

Een plukje kleine blauwe bloemen staan tussen mij en de rode acer in. De beuk bleek bij nader inzien een rode Acer te zijn, die de zon, tot mijn grote vreugde, iedere ochtend aanzet. Vriendinlief in een dichte nabijheid, fijn om bij te mijmeren. Straks zullen er over het hele terrein verborgen bloemen ontwaken nu we tot op het detail alles kunnen blijven verkennen en laten staan.

De schapenvachten bleken in een nadere analyse te bestaan uit twee echte kleintjes en drie grote neppe. Ze kwamen gelouterd en fris uit de trommel te voorschijn. De echte kleintjes met de lederen huid aan de achterkant hadden zich goed gehouden. Het was al met al een geslaagd experiment en zeker toen na het drogen aan de zon bleek dat de achterkant nog steeds in orde was.

Dochterlief belde terug op mijn ‘vergeten’ belletje van gisteren, die ik vanmorgen maakte. Alles ging goed daar op de Friese camping. De kinderen zijn met verve aan het neuzelen op alles wat een dergelijk bestaan met zich meebrengt. Ponypaardjes schuieren en er op rijden, in het zand spelen, de kleine speeltuin bezoeken en de kleine grote filosoof had zelfs gesupt. Dan worden oma’s plaatsvervangend trots, zo’n kleine pork op zo’n grote plank, die volleerd aan het spelevaren is.

Eergisteren ben ik begonnen met de opdrachten uit het boek ‘tekenen met je rechterbrein’. Het is leuk om te doen, speciaal omdat het mogelijkheden opent, die nog niet eerder waren gepasseerd. Terwijl lief met zijn boek zich had teruggetrokken in zijn zetel, was de grote houten terrastafel mijn territorium. Blind contouren tekenen is een vak apart. Het is ongelooflijk leuk om te zien of er gelijkenis is ja dan nee. Altijd zit er wel iets van herkenning in. Het wiel van de kruiwagen bijvoorbeeld. Bij de hand was er de opdracht om een lijn blind te trekken en dan naar het geheel te kijken om daarna de punt van het potlood bij een volgende lijn te zetten. Alles gaat op z’n elfendertigst en dat is een welkome leerschool ter compensatie van mijn ‘Snelle Jelle’- gedrag.

Traagheid speelt nog op een ander vlak een rol. Lief is beschouwend, een denker bij uitstek. Het is een tempo, wat niet tot mijn habitat behoort en ook al is het buiten warm en zeer geschikt om onder een boom te zitten lezen en je gedachten mee te laten nemen door de wind, hou ik dat niet een hele dag vol. Er wil bewogen worden. Het voordeel is dat het binnen heerlijk koel en aangenaam is en dat de stoffige kast in de bibliotheek schreeuwt om wat aandacht. Ik schik en herschik de boeken op de planken, zet ze op grootte, val van de ene verbazing in de andere bij het lezen van de titels van sommige exemplaren. Als we het er later over hebben blijft de gedachte hangen op het feit dat een boekenkast het verhaal van een leven vertelt. Niet alleen dat van jou, maar ook dat van de mensen die deel ervan hebben uitgemaakt. Met wat mijmeringen over de eigen boekenkast kon ik het beamen, al herbergt die vooral mijn persoonlijk leven. Al gravend constateren we dat het vroeger al niet anders was. Juist door het te blijven delen, komt het samen. Dat is tegelijkertijd het boeiende van verschillend zijn in bepaalde dingen.

De boekenkast was dankbaar. Ik kon het merken aan de gewilligheid waarmee ze mijn handelingen omsloot. Ze liet braaf toe dat ik planken omgooide, ze sorteerde, mappen naar het lagere deel verplaatste en zo kwam ik ook op het mysterie van het verdwenen deel tien van de grote Oosthoek, die ik gebroederlijk op een plank had samengebracht. Wat zou daar ingestaan hebben, waardoor het kennelijk de moeite waard was geweest om het ter hand te nemen. Lief haalde me uit de droom. Ze had gediend als ophoging van het een of andere wankele object. Een groot jugendstilboek mocht als blikvanger op een leesstandaard staan. Ziezo, naar volle tevredenheid kon ik op de lauweren rusten.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

Omdat veerkracht altijd wint

Schuur en zolder blijken van onschatbare waarde, zeker als ze in elke uithoek wel een bijzonder item bewaren. Twee van de vier witte rieten stoelen zijn heel en te gebruiken. Wat afgebladderd en krakerig maar met een likje verf zijn ze zo weer de dametjes van weleer. In de grote gangkast ontdekte ik twee grote schapenvachten. Die waren al jaren buiten gebruik. Straks worden ze in de wasmachine gewassen, dan ogen ze weer als nieuw. Ook kunnen ze dienst doen om tere ouderdomsbilletjes te ontzien en, niet onbelangrijk, ze geven cachet aan de oude stoelen.

Het is nog wat fris, zo om half zes. De zon piept nog niet over de boomtoppen heen. Gisteren ontdekte ik de horfunctie van de luiken die je voor alle kamers naar beneden kan laten rollen. Als je ze net niet helemaal tot op de vensterbank sluit, behouden ze openingetjes, waardoor de frisse lucht vrijelijk doorkomt maar insecten niet. De ramen gaan naar binnen toe open, dus ideaal voor de nachten, die tot nu toe broei deelden, een landklimaat waardig. Dit was aanmerkelijk koeler. Minpuntje ervan zijn de blaffende honden en het grote verkeer dat langs dendert of de lading lost in de vroege ochtend.

De glasplaat uit de schuur was perfect. Het dekte de tafel half af en de vellen ongeprepareerd papier pasten er op alsof ze maatgemaakt was. Een voor een haalden we de rest van de schilderspullen naar de Datsja. Wat een weelde is het, zo’n relatief grote ruimte. Ruim werken en ruim zitten. De veranda is de uitwijkmogelijkheid om te overpeinzen, van de vogels en het bos te genieten of te lezen. Maar ze moest eerst bevrijd worden van een rookoven en een grote plastic tuinkist vol verpakkingsmateriaal. Daarnaast stond er een ‘tuin’kast op een totaal verkeerde plek. Aan de slag met het betere sjouwwerk en de bezem. Eerst werd er plek gemaakt in de schuur, waar loopruimte en een doorgang voor de grote grasmaaier moest blijven. Lief bemoeide zich daarmee, terwijl ik me bezighield met de feng shui-zijde van het verhaal.

Zo werkten we gestaag door tot in de vroege middag. Alles lukte wonderwel. De vloer van het terras kwam leeg, bevrijd van spinrag en dorre bladeren, aan de lantaarn kwam de lichtgroen-doorschijnende schelpenmobile uit Terschelling te hangen, nu waren de dochters dichtbij. Ze tingelde vredig het nieuwe bestaan in. Alle overtolligheid was geborgen, zo viel alles op de juiste plek tezamen.

In de plaatselijke super kochten we een waterkoker, wat lekkere hapjes en bier en wijn om de uitbreiding aan dit nieuwe bestaan te vieren. Kniertje, het meegebrachte bittertje uit Terschelling werd eveneens ingewijd. Zo was het thuisfront er ook een beetje bij. Alsof de voorzienigheid er mee speelde, belde dochterlief op dat moment. Tussen de groenteafdeling en de schappen met brood in hoorde ik even haar vertrouwde stem, beloofde terug te bellen, maar mijn vergeethoofd is niet zo sterk meer in beloftes. Vandaag nog maar eens proberen.

We nestelden ons op het nieuwe terras. Aan de ene kant was er uitzicht op het bos en het achterland en aan de andere kant was er de open ruimte met de aangrenzende tuin van buurman en zijn kippen. Natuur tierde welig, planten en vogels in harmonie. Voor het gemak had men tijdens onze afwezigheid rigoureus alles kort gemaaid, de bloemen incluis. Het zal zich wel herstellen, eenvoudigweg omdat veerkracht altijd wint.

Overpeinzingen

Dat is de kunst

De dag kiert door de gordijnen heen. Hier is er geen ‘zicht op de wereld’ zoals het raam thuis op zolder heet, waar de grote beer te zien is, de voorbij trekkende wolken, de inktzwarte nacht of het witte licht, afhankelijk van het tijdstip. Wel schijnt de buitenlamp hier door de ramen in de gang en werpt sfeervolle schaduwen op de muren, op de openstaande kamerdeur met de ruitjes en het witte gordijn. De erfhonden blaffen de hele nacht hun kelen schor. Als er een stopt neemt een ander het over.

Gisterennacht waren er twee losgebroken honden op het erf van de buurman geweest. Ze waren door de omrastering van de kippenren heen gebroken en hadden een kip doodgebeten. Lief dacht dat ze van een buurman verderop waren, die doorgaans niet hier verbleef. Als de buurman ze weer betrappen zou, pakte hij zijn luchtbuks, had hij gezegd. Dat schijnt hier te mogen. Hij heeft de kippen naar de voorkant van het erf gehaald, want haan kraait ineens vlakbij.

De lange reis had toch nog wat naweeën. Gisteren begonnen we de dag met het schudden van de kaarten om samen opnieuw in hetzelfde spoor te komen. Dat vergde gespar en vooral ook geduld. Tijd deed de rest. De vermoeidheid moest er vooral uit bij mij. Terwijl ik even ging liggen, sloop er een heerlijke bonenschotel met linzen en uien, tomaat en paprika mijn hoofd binnen. Dan is het de goden verzoeken om nog te blijven liggen. Aan de slag maar weer. Net dat duwtje had ik nodig om in de energie te raken, want daarna konden we beginnen met het inrichten van de Datsja, dat atelier zou worden.

Het oude Perzische kleed wat er lag, was goed en moest alleen flink gestofzuigd worden. het werd schiften, passen en meten maar na een tijdje flink zwoegen voelde het senang en waren er mogelijkheden te over. De hoek van de ezels was bepaald, de tafel als werkplek fraai in de ruimte geplaatst. Alle overtollige meubelen zoals een kleine koelkast, drie warmteplaatjes een butagasstel mochten naar de schuur, een tafel werd meegenomen naar het grote huis. Het eindresultaat mocht er zijn. Het enige wat er ontbrak was water, maar de grote aluminium ketel op het oude stenen fornuis in de keuken zou prima dienst kunnen doen als watervoorraad. Een waterkoker komt er voor de thee. De gevonden ezel op zolder was er een van het type ‘lawaaibomenhout’. Toch volgende keer een grote stevige staander meenemen voor de grote doeken. De Oriëntaalse hangmat mocht dienst doen als gordijn. Straks kwam mijn eigen ezel er nog bij, de doeken, penselen en de kist met olieverf. Klaar voor gebruik.

In de ochtend ontdekte lief een spin in het zakje met lupinen-en akeleien-zaad, dat ik had meegenomen uit de tuin van het vakantiehuis in Friesland. Ze leefde nog. Er zat niets anders op dan de Friese exoot hier los te laten. Klaarblijkelijk was ze in het zakje in de winterstand gegaan, want er zat ruim een week tussen de spontane opsluiting en zijn vrijlating. Snel werd dekking gezocht tussen het nog natte frisse groen. De beloofde regen was net daarvoor ruim een uur lang gevallen. Het had flink gekletterd op de metalen overkapping van het terras en onmiddellijk veerden er in het gras groene loten op van het een en ander.

Door de vermoeidheid toe te laten en om acht uur naar bed te gaan daalde de rust neer. In mijn gedachten was het een en al bedrijvigheid. De glazen plaat uit de schuur kon op de tafel in de Datsja als werkblad om papier te bewerken met gesso en als eventuele printplaat. De rieten stoelen op zolder mochten naar de veranda, afgestoft en eventueel geverfd. Lief gaf aan dat er plek was in de schuur voor de spullen die er nog op stonden, een kist en een rookketel. Fijn, dan werd het eveneens een mooie mijmerplek. Zo knutselt het een en ander zich in elkaar. Met kleine stappen bergen verzetten, dat is de kunst.

Overpeinzingen

Regen is een zegen

Het is net zes uur en heerlijk buiten. Met deze temperaturen is een tropenrooster aan te raden. Eigenlijk kun je in de zon, zelfs in de ochtend niet, aan het werk in de tuin. Dan is het een ware uitputtingsslag. Twee tortels maken gebruik van de fluweelboom om in alle rust te wennen aan de opkomende zon, die straks boven de boomtoppen uit zal komen en de mussen tjilpen hun vertrouwde lied. Omdanks dat het zaterdag is, is er veel verkeer over de weg die dwars door het dorp gaat. In de vroege ochtend is het hier doodstil, maar ietsje later is er heel veel leven in de brouwerij tot na de spits.

De vloer van de datsja is afgelakt met botenlak. Straks kan ik het in gaan richten . We hebben de tweede driepoot-ezel van zolder gehaald en nog een paar lijsten ontdekt, waar wat in kan. In het atelier zelf hangen ook wat schilderijen van een meestervervalser hier uit het dorp die, net als mijn vader, Jochem heette. Ze zijn wat klassiek. Het wordt tijd dat de penselen hun werk gaan doen en voor eigentijds en eigen werk aan de muur zullen zorgen.

De boel is al een beetje ingeruimd. De grote oude olijf en de bijna dode yucca staan op het terras met flinke plenzen water en proberen terug te veren in de modus. Zelfs de meer dan dode geranium staat buiten op de tafel, maar daar heb ik weinig fiducie in. Het zou me verbazen als de groene vingers van lief die nog tot leven kunnen blazen. Boven op zolder stonden hier een hele grote koffer en een kleintje gebroederlijk naast elkaar. Blij dat er op het laatste nippertje thuis niet een gekocht is. De bordeauxrode kan leeg mee naar huis om bij een volgende komst weer gevuld terug te gaan. Zo werkt dat hier. De leefbaarheid komt langzaam in elke vezel van de kamers terug. Stofdoek en frisse wind erdoor doen wonderen. De meegebrachte etenswaar zit in de schone nieuwe potten. Hier moet je het niet wagen om iets buiten een glazen verpakking te laten. Er is teveel buitenleven, dat altijd op zoek is naar een niet te versmaden hapje. Op het terrein lopen zelfs vossen en reeen en in de grote dennen, die volhangen met dennenappels, schijnen eekhoorns te zitten. Ik heb ze nog niet gezien.

Onder de vijg bij het terras door zie ik de rode beuk opgloeien. Het is een prachtig gezicht al die kleuren bij elkaar, die aan worden gezet door het zonlicht. De buurman is bezig op zijn land en zwaait me vriendelijk gedag , Lief knoopt in het Hongaars een praatje met hem aan en de klanken die naar me toe waaien klinken als koeterwaals in mijn oren. Bij de supermarkt weet ik nu dat je ‘Köszönöm’ zegt, als je hebt afgerekend. ‘Bedankt’. Gisteren gingen we naar de Spar, die hier naast Lidl en Tesco ook bleek te bestaan en zowaar, er zat een vriendelijk meisje achter de kassa, die lief lachte. Dat overkomt je bij de enorme drukke winkels niet. Ze hadden er verse taartjes, verse zwarte olijven en verse roomkaas liggen, goed voor de pasta pesto en ook niet onbelangrijk, er was ruimte te over in de brede gangen. Die heeft er in ieder geval de komende weken een klant bij. Alleen de wijn is duurder. Maar duur is hier nog altijd gemiddeld veel goedkoper dan elders.

Ineens steekt er een frisse wind op. Ze blaast de pluizen van het onkruid als bellenblazen de lucht in en nieuwe zaadjes waaieren uit. Achter in de tuin hoor ik de bamboe staven aan de kokosnoot oriëntaals klepperen. De lucht begint dicht te trekken, grijs dek met witte randen, vogels trekken gehaast een boompje verder. De weersverwachting voorspelt regen voor vandaag en zelfs langdurig. De tuin smacht en het zal alleen maar goed doen. Dan zijn de regenbeden, die we gisteren, terwijl we over de met morellen en wilde pruimen bezaaide dorre grond liepen, toch verhoord. Regen is een zegen.

Overpeinzingen

Wie het eerst komt, het eerst maalt

Ik zit aan de tafel op mijn geliefde stekkie in de keuken van de Hoff. In het voorjaar een feest met het uitzicht op de krijgertje spelende mussen en de rondvliegende merels. Druif heeft er in de afgelopen drie maanden beslist andere ideeën op losgelaten en de gelegenheid te baat genomen om met verve het prieeltje, dat we zo hadden gevrijwaard van onkruid en andere ongerechtigheden zoals mos tussen de tegels, volledig te overwoekeren. Het arme houten geraamte dreigt nu, hier en daar steunend en kreunend onder de zware last, ten onder te gaan. Het uitzicht is nu een grote wal van donkergroene bladeren met helemaal bovenaan een toefje oplichtend groen en de toppen van de twee grote fluweelbomen die er bovenuit steken.

Binnen staan deuren en ramen open om frisse lucht door te laten stromen. Het huis is zichtbaar verheugd met hernieuwde aandacht. Hier en daar zijn er wat planten doodgegaan, omdat we ze op een nieuwe plek hadden gezet, die de vriend, die af en toe binnenwandelt en dan water geeft, over het hoofd had gezien.

De reis ging voorspoedig. Eigenlijk vliegt het voorbij met een auto die zo geruisloos over de weg zweeft dat het lijkt alsof je vliegt. Met een nieuwe weg was een deel van de schobbedebonk-wegen verleden tijd. Nu hoefden we niet langer binnendoor maar konden grotendeels over de doorgaande weg. Natuurlijk stond de auto gisteren te stralen in het zonlicht en waren alle muizenissen en het slaaptekort in een oogwenk van mijn bordje geveegd. Het ontbijt was heerlijk en afgezien van de sfeer en de atmosfeer, het was zo benauwd en warm geweest op de kamer, was het een prima hotel om door te reizen. En toch mis ik de rustmomenten daarin. Het voornemen ligt er om te gaan zoeken naar de idyllische plekken en route. Bijvoorbeeld kleine dorpen met vensters die uitkijken op de Donau, dat wonder van waterzee temidden van het droge land en dat gold evenzo voor de picknickplaatsen onderweg. Weg van de ongezellige wegrestaurants en de rommelige grasvelden er omheen. Het is nog even zoeken, maar we komen er wel.

Zo’n reis maakt veel los. Voornamelijk omdat we beiden op de verschillende golflengtes zaten met de gedachten. Lief maakte vooral weer reizen door zijn herinneringen en dat staat mijlen ver af van mijn concentratie en waarnemingen van het moment. Mijn doel is veilig aankomen en dat vergt de nodige concentratie. Al pratend vliegt de tijd voorbij. Dat was te merken toen ik vroeg of er nog leuke onderwerpen in de aanbieding waren. Te over, zo bleek en voor we het wisten reden we al door Verweggistan, nog maar een uur te gaan voor we thuis zouden komen. De Lidl was goed voor de boodschappen. De vriend stond ons al op te wachten met de sleutel van het hek.

Alles was gegroeid behalve het gras, lachte hij en wees op de wat dorre ondergrond. Alles wat was gaan woekeren zoals de blauwe regen was nogal rigoureus gesnoeid. Behalve de druif dan. Ook wat we in de lente nog hadden gezaaid was ten ondergegaan aan geslepen messen. Eerst puinruimen en dan verder zien. Misschien valt de schade reuze mee, als het overzicht er weer is.

Een ander aspect was het opkomende zonlicht, dat in April het terras tot een uitnodigende plek maakte om in alle vroegte te genieten van de ontwakende tuin. Nu kwam ze veel later binnen door de begroeiing van de vele bomen op het terrein. In het eerste gedeelte, vlak bij het overwoekerde prieel, stonden twee hibiscussen uitbundig in bloei en Boeddha werd overschaduwd door een nieuw ontsproten vijg. De vriend waarschuwde voor de vele wespen, want de grote vijgenboom op het terras droeg bijna voldragen vrucht en dat betekende zoetigheid te over op het terras van de afgevallen vrucht.

Straks maken we een wandelingetje over het terrein en maken een inventaris aan de nodige klussen die liggen te wachten. Zoals altijd ligt er ergens een begin, om te eindigen in het ongewisse. Wie het eerst komt, het eerst maalt.

Overpeinzingen

Een doodnormale werkdag

Het is tien over vijf en de omgeving rond het hotel ontwaakt. Het was een beetje hanenwaken met de verse geluiden van de nacht. De auto stond uit het zicht en de nacht bleek gevuld met verbeelde breekijzers en knuppels. Ramkraken leken me hier, in de wat wonderlijke omgeving, aan de orde van de nacht. Er lag niets van waarde in de grote voiture, maar of eventuele boeven en nooddruftigen dat ook wisten, geen idee. Ze konden wel met hun creativiteit uit de voeten, als ze de tekenkoffer hadden ontdekt.

De lucht kleurt prachtig oranje/blauw/grijzig boven een berg in de verte achter het winkelcentrum. Toen we aankwamen was er een groot gezelschap buiten aan het verpozen. Het leken allen vrij jonge mensen. Wij waren na een prachtige rit, maar met als toetje een ingewikkelde zoektocht naar het hotel dwars door het centrum heen, wat verfomfaaid aangekomen. Bepakt en bezakt melden we ons bij de receptie en bestelden naast de al betaalde kamer, een ontbijt voor de volgende ochtend. De ervaring had ons geleerd toch vooral iets te eten mee te nemen voor de avond, omdat de restaurants bij het hotel doorgaans gesloten waren in verband met personeelsgebrek.

Ergens was ik toch in slaap gevallen, want ik werd wakker met de opdracht een kathedraal te tekenen en vond een vloeipapier met daarop al een tekening van een grote eikenhouten deur, overduidelijk een kathedrale deur. Alexander was er ineens en probeerde me op de kast te krijgen. Dat lukte niet en ik waarschuwde dat ik zeven broers had en dat we dat appeltje later wel zouden schillen. Welgemeende vreugde alom en ik werd wakker door een geluid van beneden.

De weg dendert door de open ramen naar binnen. Lief doezelt nog even, maar ik ben de slaap kwijt. De wespen op de terrassen van de wegrestaurants langs de Duitse Autobahn hadden we twee keer getrotseerd. ze waren er in groten getale? ‘Volgende keer zoeken we een leuk dorp op’, beloofden we elkaar, maar nu wilden we vaart maken omdat we laat waren vertrokken. Er was meer sjouwwerk geweest dan gedacht. Lieve zus had aangeboden om eventuele missende benodigdheden voor het schilderen te willen halen en opsturen. Dat gaf een warm gevoel, zoveel betrokkenheid.

O jeetje, er gaat buiten een loeiend alarm af. Weer zie ik onze comfortabele auto in deplorabele toestand en doe schietgebedjes uit om het ergste te voorkomen. Hotels met hoorbare nachten zijn niets voor mij. Geef mij maar een klein hostel of een B&B. Volgende keer de tijd nemen om er naar te zoeken. Lief ligt in alle rust op een oor en is te benijden om zijn stoïcijnse houding en het ongewisse.

Rijden in zo’n hybride is zweven over de weg. Wat een zaligheid, al waarderen we de kleine blauwe Prins des te meer om zijn taaie karakter en doorzettingsvermogen. Hij heeft het vorige keer toch maar allemaal gedaan en al die bakbeesten van vrachtwagens getrotseerd. Het raam staat nu wagenwijd open, deze kamer ventileert niet goed. Boven het bed staat in eigenwijs rood met sierlijke krulletters ‘Nimm Dir Zeit Zum Traumen, es ist der Weg zu den Sternen’ met grote en kleine rode sterretjes erom. Het mocht niet baten, nou even dan, tegen de ochtend. De dag ligt nog open.

Als beloning komt de zon statig en in alle rust achter de bergen vandaan en slaat een kerkklok zes uur, dat vreedzame geluid van zondagsrust. Hier neemt het verkeer het roer over en stort zich de hectiek van een doodnormale werkdag.

Overpeinzingen

Daar komt het eigenlijk op neer

‘De taal zo buigen dat je in iemands hart komt, is het leukste wat er is’ zeggen de Vlaamse scenarist Raf Njotea en Nederlands dichter Joost Oomen in een interview. Het is de week van het Nederlands. Er wordt gesuggereerd dat veel mensen het Nederlands lelijk vinden. Er is geen vezeltje in mij die dat vindt. Wie de taal koestert, heeft de meest mooie woorden ter beschikking. De taal van mijn jeugd, mijn schrijvende moeder, mijn vader met zijn oorspronkelijke gevoel voor drama en de ouderwetse spreekwoorden en gezegdes die gebezigd werden hebben onze taal doen sprankelen. In ieder geval hebben ze ervoor gezorgd, dat ergens iets in de kiem ontwaakte. De liefde voor de taal. En wie lief heeft, koestert. Als je opgegroeid bent met Guido Gezelle en zijn krinklend winklend waterding dan weet je dat de Vlamingen voorliggen in de beleving. Daar danst de taal aan alle kanten, zingt zich een weg door de samenleving en dat begint al ergens onder de grote rivieren. Wat ons rest, is de echo te zijn van het verleden. Voor zover als mogelijk de rijkdom van de taal door te geven, in mijn perceptie de manier om tot iemands hart te spreken. Zoals de taal uit mijn boekenkast mij te allen tijde bereiken kan, als er behoefte aan is.

Met de bibberaties nog in de benen begon ik aan mijn deel van het inpakken. Niet alleen moest alles in de koffer gewerkt worden, maar tegelijkertijd kon de kamer stofvrij worden opgeleverd. Alle kleding die ik hier sporadisch draag, kon mee. Die kan dan daar blijven hangen, zodat er niet iedere keer een volksverhuizing op poten gezet moest worden bij iedere reis. Het gaf een prettige aanblik van een nog meer uitgedunde kast en altijd nog ruim genoeg bemeten om de dagen in te slijten.

Beddengoed was de volgende actie. De overtollige dekbedden van hier konden mee naar daar. tussen de bedrijven door was het rusten en luisteren naar de opstandige maag, die nog lang bleef na rommelen. Thee en crackers gingen goed, de kwark met medicijnen bleven binnen al was het ietsje later dan normaal.

Daarna het materiaal voor het atelier. Een koffer vol tekenspullen en boeken, nu er ruimte te over was in de grote auto. Een paar doeken om af te maken, nog wat lege of over te schilderen exemplaren en toch ook de vellen papier voor olieverf. Emmertje Gesso mee en de kist met olieverf. we hebben geprobeerd een winkel in schildersbenodigdheden te achterhalen, maar in heel Verweggistan zou er geen een te vinden zijn. Dat is tegelijkertijd een leuke ontdekkingstocht. Misschien valt er wat te vinden in de plaatselijke boekhandels.

Tussendoor komt er een filmpje van humanity en ik zie een prachtige rijzige vrouw op leeftijd, die een pleidooi houdt voor de goede geneugten van het leven, die ze ook volop kan proeven omdat ze kennelijk in de juiste omstandigheid verkeert. Haar boodschappen klinken fris en monter. Leef het leven zoals het komt, geniet van het goede. Iedereen heeft beperkingen maar laat je leven er niet door bepalen. Haar keuzes zijn gemaakt onder haar omstandigheden. Ze vertelt dat de zon altijd opkomt en het leven verlicht, letterlijk en figuurlijk. In het licht van de wereld vervormt er toch wel een en ander, maar ben je in deze gelukkige omstandigheid, wees dan bewust van de schoonheid om je heen. De kracht van de kleine maar fijne dingen. Daar komt het eigenlijk op neer.

Overpeinzingen

Al het leed geleden

Vannacht begonnen maag en darmen aan een eigen leven en lieten mij meegenieten. De Griekse yoghurt waar ik de dag ervoor de medicijnen mee in had genomen had al een wonderlijk zurig smaakje, tenminste dat wat ik nog kon waarnemen eraan. Ik was al wantrouwig om de duur waarmee het in de koelkast leek te staan naar mijn eigen analyse. Lief dacht dat het reuze mee viel, maar die let nooit op over-de-datastempels en beschikt nu over een betonnen binnenvoering. Het eerste glas water zit er in, er gloort hoop aan de horizon.

Zoonlief zorgt voor Pluis en de planten. Fijn als dat geen hoofdbrekens hoeft te geven. Ik zal de kleine trouwe lieverd missen, maar helaas is meenemen geen optie. Ze schiet al in de stress als ze oog in oog komt te staan met een kauwtje hier, laat staan als ze daar een salamandertje of een slang tegen komt.

De regen daalt gestaag neer. Fijn hoor. Tuin, galerij en balkon en de natuur buiten waren er aan toe. Wat een zegen kan regen zijn. Lief scharrelt zijn kleding bij elkaar om in een tas te doen en eigenlijk moet ik zijn onorthodoxe aanpak niet zien Wij zijn totaal verschillend in die dingen. Verweggistan is inderdaad ook een andere wereld qua mode dan hier. Je bent er al gauw hoog modisch. De sjofele aanpak van de dorpen weerspiegelt zich in het uiterlijk van de bevolking. Het zal ook te maken hebben met een vorm van isolement die de bewoners er kennen. Je schuifelt op het platteland naar je brievenbus, groet eventuele buren en schuifelt weer terug een keer in de week doe je met de auto de boodschappen in de Lidl of de Tesco. Daar komen ook de arbeiders en de boeren in grote getale in hun oude werkkloffies een lunch halen of zonodig bier voor de vrijdagmiddagborrel. Dan is het uitje al weer klaar.

In deze weken wil ik toch echt naar een middelgrote stad om te kijken hoe het er daar uitziet en er is daar ook een galerie met een museum zag ik. Maar voor het overgrote deel zijn we in het mooie oude huis aan het scharrelen. Het worden retraite dagen en die zijn doorgaans heel fijn. Gisteren gingen we kijken naar een goede passende schildersezel voor in de datsja. Marktplaats bleek qua prijs een betere optie. Dat komt de volgende keer. Nu kan ik nog uit de voeten met de twee driepoten die er zijn.

Maag wil nog steeds niet op haar plek blijven en walst zo’n beetje heen en weer. Het geeft en weeïg effect. Ik ga toch proberen alvast een beetje in te pakken. Wie weet trekt het met wat gewandel in de horizontale stand een beetje bij. De koffie krijgt het nakijken. Overigens is dat het enige voedingsmiddel dat ik meeneem. De kartonnen kokers met buisman koffie en wat kruiden die ik hier dubbel heb staan in de kast. Die kunnen daar dan blijven. De blikken met augurken, de mudden aardappelen, de hagelslag en de camping-boterblikken die mijn moeder en vader meesleepten onder de banken van de bus bij iedere buitenlandse vakantie naast hun uitgebreide kinderschaar zijn nicht im frage.

Het is tijd voor thee en droge crackers. Als die het redden is al het leed geleden.

Overpeinzingen

Nu de inspiratie nog

De kleine blauwe was aan de beurt voor de laatste kleine reparatie alvorens hij goed gekeurd zou worden. Waarschijnlijk was ik nog in de bonen van het vroege tijdstip. Het stond allemaal keurig genoteerd op de familiekalender. In mijn hoofd stond het op maandag de 26ste.

Helaas pindakaas, de juiste datum was dinsdag de 26ste. Een dag te vroeg. Ik mocht hem achterlaten. Tweede ongelukkige feit, er was geen vervangauto besteld. Dat betekende lopen en dat in alle vroegte. Tien over acht kuierden we over het industrieterrein van de stad. Het was al drukkend warm ondanks het windje. Eer ik vermoeid op mijn oude vertrouwde bank kon kruipen waren we ruim vier kilometer en een ontbijt bij een koffietent op het plein van het grote winkelcentrum verder. Daar zagen we allebei een grote bruine rat overlopen van de ene naar de andere kant. Niet eens heel snel, maar heel doelgericht. Ratten op klaarlichte dag, dan zijn er meer. Het schokt me altijd als ik een glimp van de, doorgaans onzichtbare, stadsjungle opvang.

Na de heerlijke ochtend van eergisteren namen we afscheid van zoonlief en schoondochter en van de kleine krullebol en de benjamin. Daar hoorden we welke spectaculaire belevenis de oudste had meegemaakt die dag. Hij had in de vroege ochtend zijn speen aan de ooievaar gegeven in het Amersfoortse dierenpark. Daar hingen al in groten getale de spenen van kinderen, die ze door wilden geven aan nieuwe baby’s. ‘Ben je met jouw speentje klaar, geef het aan de ooievaar’ stond er in hanenpoten op een bordje. Het koste wat moeite, maar er was een nieuw knuffeltje ter compensatie en dat vergoelijkte een hoop.

Gisterenmiddag wipten we even bij de tuin aan. In die van ons en van dochterlief was ernstig behoefte aan wat water. Het was er te warm om te werken, al wuifden de wilgen hun grote kronen uitdagend heen en weer. Daar had. Met gemak een stuk van af gekund. De maaimachine was kaduuk en we moesten het euvel derhalve grondig on der de loep nemen. Met de motor was niets mis, maar de beugel van de hendel evenwijdig aan het stuur was stuk. Al ras bleek dat je het ook prima met het kleine hendeltje kon doen waar het uiteindelijk om draaide. Met een handschoen aan was er geen centje pijn en toerde de oude getrouwe dapper rond. Ze maaide al het gras voor de voeten weg. Opgeruimd staat netjes.

Ik had wat schilderijen, die afgemaakt moeten worden, mee willen nemen voor het in te wijden grote nieuwe atelier in de Datsja in Verweggistan, maar ben ze vergeten. Dan gaat de rol schildersdoek mee en haal ik wel enkele spieramen. Straks ook even proberen hoe klein de ezel is als ik hem plat klap en of ie dan in de auto past. Daarginds staat alleen een wankele driepoot. Ook het tekenboek gaat mee, iedere dag een tekensessie is het voornemen. Daarnaast moeten er vorderingen gemaakt worden met de te lezen boeken(drie stuks) en het verhaal voor de scholen over het rampjaar 1672. De olieverf en de penselen gaan van hieruit mee. Eerst de oude voorraad op voor het aanschaffen van nieuw. Ik heb erg veel zin om het allemaal in te richten en het een goede plek te geven. Het uitzicht is er prachtig. Wie weet, waag ik me aan een landschapschildering. Het is nooit te laat om van je geloof te stappen. Al het andere tekenmateriaal mag ook mee, omdat er veel dubbel is. Productiemogelijkheden genoeg, tijd is ook in alles voorradig, nu de inspiratie nog.

Overpeinzingen

Wat een bijzondere ochtend

Nooit aan gedacht. Ergens ontbijten in de vroege ochtenduren. Het zijn van die typische ondernemingen voor de vakantie, maar waarom geen vakantie vieren in de eigen streek. Zoonlief had het idee opgevat om nog even samen te zijn voordat we straks vijf weken de kuierlatten zouden nemen. Hij had, zoals te doen gebruikelijk, alles tot in de puntjes geregeld en een plek uitgekozen waar wij ons doorgaans erg welbevinden. De veldkeuken in Oud-Amelisweerd.

We waren ruim op tijd en zoveel aan het kletsen dat we de juiste afslag misten om kruip-door-sluip-door via de Uithof, dat nu Science-Parc wordt genoemd, de oude bekende weg terug te vinden. Heerlijk weer, niet te warm, zo’n zoele ochtend waarop nog van alles mogelijk was.

Er was gereserveerd maar de tafeltjes waren allen onbezet, dus mochten we kiezen. We kozen er eentje vooraan, zodat we hen aan zouden zien komen, daarna konden we allen beslissen wat handiger was, de picknicktafels of de kleine terrastafels. Het werd een van de eerste tafels want groter en ruimte genoeg voor vijf personen. Heerlijk om ze weer even vast te houden na die week, de rollercoaster voor zoonlief met het verlies van zijn vriend, al het geregel en nu de rust en de stilte na het afscheid.

Het was een superontbijt en lief en ik ervaarden het als heilzaam om zo vroeg op te staan en dit soort activiteiten te ondernemen. Zij moesten door en wij konden nog een wandeling rondom maken. Maar eerst moest er een hoed voor Baloe de beer gevouwen worden. De eenvoudige handeling was me totaal ontschoten. Hoe deden we dat ook alweer. In gedachten zag ik het kind in mij met de krant in de weer, lang geleden in de sepiadagen van weleer. Nu bood gelukkig internet uitkomst. Binnen een tel had Balou een prachtig groen hoedje op, dat kleindochter, het bezige bijtje, versierde met een bloemsticker. Na dat uitgebreide ontbijt met verse heerlijkheden, subtiel versierd met goudsbloemenblaadjes, en het aangenaam verpozen namen ze afscheid, Baloe incluis. ‘Dag lieverds tot later’.

Ik wilde lief daarna de pluktuin laten zien en troonde hem mee langs het statige landhuis, langs de oude bomen, naar de tuinderij. Al bij het binnenlopen van de zijweg overviel ons de weldadige rust die de natuur daar ademde. In de pluktuin liepen mensen rond om een mooi boeket samen te stellen uit het weelderige aanbod, maar er waren er ook, die net als wij, alleen al genoten van de aanblik. De velden, de kassen, de moestuinperken, alles stond in het teken van een weelderige groei en bloei.

Er waren veel bijzondere plekken waar we even op adem konden komen en genieten van het natuurschoon. Een roodborstje, een jonkie zo te zien, hipte bij het prieel nieuwsgierig rond, nauwelijks onder de indruk van onze voetstappen. Vredig was het woord. Kalm en vredig.

Met een omweg langs het pannenkoekenrestaurant liepen we terug, genietend van een wijntje en van de gasten die in grote getale in kano’s of fluisterboten aan kwamen varen over de Kromme Rijn, aanmeerden, al dan niet met krachtsinspanning, en verheugd plaats namen aan een van de tafeltjes. Toen we even later aan de andere kant van het perceel de weg terug naar de auto vonden langs de gemoedelijk grazende ezels en in de slotgracht de wilgentak zagen met vier fiere uitlopers uit zijn bast als symbool voor de kracht van het leven, konden we in alle rust nagenieten van de gulheid van het land en voelden we de herboren energie. Wat een bijzondere ochtend.

Overpeinzingen

Samenzijn is zo waardevol

We zijn weer thuis. Lief leest naast me en zit nog steeds in de vroege middeleeuwen, waarin het Spaanse rijk aan het ontstaan is. Ineens bevind ik me weer in mijn eigen wereld, waarin ik moet landen en wennen aan wat anders loopt dan de week vakantie met de zussen en in zijn wereld, waar de gebruikelijkheden met lichte veranderingen zijn binnengeslopen. De borden staan anders, de gieters hebben een andere plek en meer van die futiliteiten. Bovendien zijn er de kinderen. He, mams is thuis. Een verhandeling over de kaduke grasmaaier, een invitatie om te ontbijten, een afspraak over een bliksembezoek in verband met op vakantie gaan of onze eigen Verweggistanreis. Daarnaast zijn er de binnengekomen bladen, kranten en andere tekenen van leven, die in die week vakantie verre van waren gebleven. Jawel het gewone leven neemt haar plaats in en terecht.

Soms loop ik in gedachten nog even in het polderende landschap, een tocht tussen dotterbloemen en riet in het krakend vers aangelegde park of vind mezelf terug op de fiets, haar in de wind, zussen voor me uit, in de pinkelende schaduwen van de bomen langs de weg waar druppels zonlicht doorheen vallen. De foto van de picknick, jaarlijks terugkerend moment, op Facebook brengt de zussen dichtbij. In hart en hoofd, daar zitten ze.

De ochtend is voor al het achterstallige leeswerk. De stapel kranten blijft voornamelijk bewaard voor de puzzels. Niets is zo heerlijk dan bij een ochtendkop koffie een puzzeltje op te lossen. Peinzen over woorden houdt de geest scherp. Straks gaan we in de benen, want de eerste afspraak staat. Ontbijt in de Veldkeuken met zoonlief en gezin. Daar knopen we een mooie wandeling in het groene Amelisweerd aan vast. Zo fijn om samen van de natuur en elkaar te kunnen genieten. Missen is omarmen van al wat achtergebleven is.

De terugreis verliep met de nodige hilariteit. Natuurlijk vermeden we de snelweg, maar we moesten wel op zoek naar een benzinetank. De routeplanner had er een gespot. Dat we daar vier keer het hele dorp voor moesten doorkruisen was potsierlijk en de vraagtekens boven de wenkbrauwen werden steeds groter. Waar zat het vermaledijde ding. Over een prachtig weggetje tussen de velden door, met als beloning een rij zonnebloemen langs een maisveld, kwamen we er uiteindelijk toch. De aanhouder wint.

Zuslief had de dag ervoor een prachtig beeld a la Appel, zo kleurrijk, op de kop getikt, maar bij thuiskomst scheurde bij de papieren tas de bodem eruit en viel het op de grond. De schade, een stuk eraf, wordt nu zorgvuldig door zwager onderhanden genomen. Het blijkt van een soort kunststof te zijn. Mijn idee om er met plasticine tegen aan te gaan, had dan niet gelukt. Straks heeft ze vast weer een pracht beeld op de beoogde plek staan.

Bij mijn huis was lief al naar beneden gekomen en omgelopen, dus kwam er een vertrouwd geluid achter ons vandaan bij het aanbellen. Wat was ‘thuis’ komen toch een bijzondere heerlijkheid als jaren alleen Pluis haar lieve kopjes tegen de benen gaf. Aan de oeverloze gesprekken kwam geen einde. De stroom verhalen beiderzijds kregen een plek, vonden elkaar, zoals wij elkaar bij het weerzien vonden. Samenzijn is zo waardevol.

Overpeinzingen

Herinneringen voor het leven

Het werd winkel-donderdag en niet in de laatste plaats door de beloofde stortregens. De laatste dag van een vakantieweek die omgevlogen is. Als het fijn is, kent tijd geen rem. Vanuit mijn kamer, deze morgen, fotografeer ik de sobere lariks, een raam met uitzicht, zoals op elke plek waar ik een nacht logeer. Dit retraitekamertje is bijzonder goed bevallen. Niet alleen vertoefde ik met mijn dromen, door de enorme dromenvanger boven mijn hoofd, in een stilte binnen de hectiek van de dag, maar ook kon ik er in alle rust in de vroege ochtenden naar hartelust en believen schrijven. Voor tekenen was er veel minder ruimte, omdat er altijd wel een onderwerp of twee, drie langs kwam drijven.

Er is een ding wat me vooral opviel aan de Friezen waar we praatjes mee aangeknoopt hadden of die we om hulp vroegen voor het een en ander, dat men over het algemeen buitengemeen aardig en spraakzaam was. Het predikaat ‘Stugge Fries’ werd niet als zodanig ervaren, in tegendeel. Wat een heerlijke, rustige en behulpzame mensen. Of we nu toeristen waren of niet, we werden met respect en egards behandeld. Het vrouwtje uit de brocante, de behulpzame fietsenmaker, de mevrouw van de bakker waar we de hele middag zaten, maar ook de winkeliers uit Drachten bleven praatjes aanknopen. Weliswaar was het een wisselwerking en natuurlijk kwamen wij als vier ongeremde hollewaaien de winkel binnenvallen, maar dan nog. We hoorden verhalen en kregen raad, die niet te versmaden was. Smullen geblazen. Zo bleek iedere ontmoeting een verrijking. De aanschaf bleef aan mijn kant bescheiden, bij de zussen wat uitbundiger.

Allereerst was er het geroemde telefoonkoord. Niet langer zal ik straks in de tuin mijn telefoon in een tuinhandschoen aan een veter hoeven te vervoeren, maar zal ze vastzitten aan een hypermodern koord schuin over de schouder. Met de jongen achter de balie hadden we nog een verfijnde conversatie, tussen neus en lippen door, over een vreedzame wereld en de betrekkelijk kleine groep mensen die dat kennelijk anders in hun hoofd hadden. Subtiel wees hij op de vredelievende inborst van de mens en schroomde niet er de godsdienst en de evolutieleer bij te halen. Filosoof in de dop, als je het mij vraagt.

In een van de winkels kocht ik de broodnodige nieuwe rugtas. Mijn ouwetje had al eens in een vroeger stadium de voering losgelaten, die ik er vervolgens zo goed en zo kwaad had uitgeknipt en alles rammelde zo’n beetje los door de binnenruimte. Deze tas, geen leren alsjeblieft, was een simpel doch doeltreffend model, plat op de rug, voldoende voor fototoestel, papieren en portemonnee. Het ontlokte aan de drie zussen een hartgrondig ‘hehe’ uit.

Natuurlijk werd er koffie gedronken bij ‘t zusje. Dat kon niet anders en ook hier was er een uitgebreide conversatie. Zo ging het de hele dag door. Bij het Friese Schathuis deed de eigenaar uit de doeken hoe moeilijk het was om de trends uit het westen te volgen. Het had wat langer voorkooktijd nodig dan anders. Ze waren niet al te snel om. Dat maakte het moeilijker inkopen. Zo hoorden we in elke winkel het wel en wee. In de laatste kocht ik eindelijk de ring, die ik, wegens alle praktische bezwaren al jaren lang afsloeg. Een prachtige,grillig gevormde, grote onhandige ring. Bij het dagelijkse schoonmaken zou ze uiteindelijk niet dienen. Ze was voorbestemd voor feesten en partijen.

Deze laatste dag werd beklonken met een heerlijk dinertje bij een nieuw restaurant aan de markt. de regen deerde niet langer, de optrekkende kou werd getrotseerd. In het huisje werden de laatste drankjes opgemaakt. Alles stond in het kader van vertrek.

Deze vroege ochtend ruimen we met een vleugje weemoed op, schrijven lovende woorden in het gastenboek en voegen dit zinvolle zussen-samenzijn toe aan de andere ervaringen. Herinneringen voor het leven.

Overpeinzingen

En bovenal vrede

In de ochtend een belletje van lief. Een windvlaag had hem buitengesloten op de galerij bij het water geven aan de planten, de sleutel lag binnen. Zoonlief kwam verlossing brengen.

Het werd de dag van de sleutels, maar dat wisten we toen nog niet en de dag besloot tegelijkertijd maar onze inventiviteit op de proef te stellen. Na een heerlijk begin van de uitgestippelde fietstocht, op wat gestechel over de route na, kwamen we in Kollum aan voor de eerste stop. Heerlijk koffie gedronken op een nog winderig terras, die alle hitte in de kiem smoorde. Goed toeven dus. De kerkklok luidde, vijf minuten voor het heel, zijn hele ziel en zaligheid eruit. Beierende klokken brengen altijd iets speciaals met zich mee.

We besloten even wat winkeltjes aan te doen, omdat de combinatie fietsen, natuur snuiven en wonderlijke dingen ontdekken in kleine eigensteedse winkels het altijd goed doen en verrassingen bijschrijven. Natuurlijk vind je dan net dat korte zwarte vest waarnaar je al zo lang op zoek was of ontdekte de schoonheid van de vintage winkel, een kruising tussen heerlijke tweedehands kleding, een galerie en een brocante. Snuisterijen te over. Hoedjes, beelden, poppen te kust en te keur, tuinbeelden die in Verweggistan niet zouden misstaan en overal mooie volle plantenbakken, petunia’s in weelderige bloei, ouderwets rode geraniums tegen een mooie witte muur, een blauwe kerkbank. Het was een lust voor het oog. Het was ook veel. En ergens, in die veelheid, ben ik haar dus kwijtgeraakt. Was het bij het passen van een grappige top of bij het bewonderen van een schilderij. Geen idee. Bij de fietsen bleken ze niet meer in de tas te zitten, niet in de broekzakken, niet in mijn handen. Die bleven loos naar mij staren. ‘Sorry folks’.

De twee jongsten wilden terug fietsen naar Kollumerzwaag om de reservebos op te halen, zeven kilometer heen en zeven kilometer terug. Zuslief en ik brachten de wachttijd door op een terras van de bakkerij in de drukke winkelstraat. Radler en thee en ladingen geduld. Juist nu was ik het tekenblok vergeten in de tas te stoppen, wat spijtig was. Na twee consumpties en redelijke tussenpozen zagen we hun koppies weer boven de geparkeerde auto’s uit. Gelukkig. Nu kon ik aan de slag met de grote sleutelbos. ‘Heilige Antonius beste vrind zorg dat ik mijn sleuteltje vind’. Raak bij de derde sleutel aan de bos. Al had hij bij mijn bede in de winkels liggen slapen, nu gaf hij eindelijk gehoor, die Antonius, als we die toch niet hadden.

We besloten de uitgestelde lunch binnen in de bakkerij te nemen, want het was inmiddels al vier uur. Broodjes meer dan gezond en voor mij de champignonnensoep met brood. Heerlijk en noodzakelijk. Daarna konden we voort. We reden de straat uit en zus stopte, floot ons terug, ‘Meiden, lekke band’. Ook dat nog. Het zat niet mee. De fietsenmaker in het dorp was niet te ver weg. Onze eigen fietsendokter stond alleen in de zaak en kon niet langs rijden. Dus gooide zus al haar charmes in de strijd om de dorpsfietsenmaker te bewegen even snel een band te verwisselen. Gelukkig had ik voor de zussen een hart met chocolaatjes gekocht bij de bakkerij, die viel de behulpzame man ten deel, naast de 25 euro en de lekke binnenband onder de snelbinder. Verteerd rond het ventiel bleek de oorzaak, dus voor rekening van onze man. Zo werd een en ander gecompenseerd en konden we de dikke sleutelbos en de lekke binnenband terug gaan brengen. Met boodschappen in de plaatselijke super, een bliksemflits en een donderslag als dreiging boven onze hoofden, fietsten we in rap tempo naar huis terug. Eind goed, al goed.

In de avond begon het toch weer te kriebelen. De regen en het onweer was minder heftig dan voorzien en om negen uur werd het droog. Tijd om naar het wad te rijden en de spectaculaire zonsondergang te zien, dit keer wel in zee en veel mooier dan de dag ervoor verzekerde men mij. Daar, die lucht met een palet waar je van kan dromen, de geluiden van de scharrelende steltlopers op het droogvallende wad, de lucht zo fris, zo vol belofte, wuifden alle obstakels ver weg. Er was nu, er was tijd, er was eeuwigheid en bovenal vrede.

Overpeinzingen

Het antwoord laat zich wijzen

Zonsondergang is iets dat je gratis en voor niets kunt bijwonen, hier of aan de kust of hangend uit je zolderraam. Terwijl de zussen in de na-zinderende hitte van de dag toch nog naar de waddenkust reden om daar de zon in de zee te zien zakken, bleef ik thuis bij de kippen en had een genoeglijk onderonsje met de scharrelende dames, tot ze, de een na de ander, stilletjes op stok verdwenen.

Voor me uit kleurde de hemel zacht oranje. Afhankelijk van waar ik stond, gaf mijn Ipad de beelden al dan niet in werkelijkheid weer. Het was niet alleen het schouwspel in de lucht, dat de moeite waard was, maar het ging ook om de zachte omlijsting waar ieder blad, iedere boom en het huis in verpakt werd. De wonderschone betovering door die zachte perziktint. Leven met een strik erom.

Binnen twee uur kwam de auto het erf weer oprijden. Zon had haar eigen plan getrokken en was niet in zee maar in een wolk gezakt. De filmpjes die ze opstuurden om me mee te laten genieten, bewezen, dat het zeker de moeite waard was om daar deelgenoot van te kunnen zijn.

Zelfs in de solitude lukte het me niet om ook maar een letter te lezen. Er was simpelweg teveel te zien en te beleven rondom. De buurvrouw kwam met zoon of dochter de kippenren sluiten. Ze was de oppas in deze vakantie voor de levende have. Hun stemmen waren op de wind al van verre goed te horen. Ik vroeg me af wie dat zouden kunnen zijn in dit niemandsland. Pas toen haar hond gehaast en uitgelaten om de hoek kwam, werd het duidelijk. Goed volk. Je weet het maar nooit.

Vandaag is de fiets opnieuw aan de beurt. Ik weet nog niet welk plannetje er uit te stippelen valt, als het maar wel van pleisterplaats naar pleisterplaats is. Er zijn fietsroutes genoeg, beloven de geplastificeerde kaarten in de map. Vandaag wordt het een ietsiepietsie minder heet dan gisteren, maar de graden komen nog altijd boven de dertig uit, een respectabele hoogte. Bewaar je innerlijke koelte, fluistert het stemmetje diep in mij. Haha, gisteren schreef een van mijn leesvriendinnen, dat ik oud en wijs genoeg was om mijn eigen vermoeidheid goed in te kunnen schatten. Dat is zo, maar die wens, die soms zo verschrikkelijk sterke wens, om er bij te zijn en niets te missen, om die uit te schakelen moet je aardig je best doen.

Een andere boodschap kwam binnen via de virale kanalen. Een van mijn blogvriendinnen was gevallen en had een heup gebroken. Ze lag te wachten voordat ze de operatiekamer binnen zou worden gereden. Wat een pech. Net nu alles waar ze zo naar verlangde eindelijk bewaarheid was geworden, een huis naar wens, een eigen atelier, tentoonstellingen aan huis, een mooie tuin, en dan ineens deze spelbreker. Het verleden fluistert in mijn oor: ‘Van het concert des levens heeft niemand een program’. Dat is zo, maar daardoor verandert deze domper niet. Het blijft zuur. Ik duim dat het niet teveel pijn zal doen en vooral, dat het te dragen is met deze hitte.

Insecten zoemen, buiten en veilig achter het hor, hun blijdschap over warme zonnestralen die tegen de gevel zijn geplakt. Het is zeven uur en de dag roept. Ook hier hoor je verkeer, valt me op en toch zijn we omringd door groen. Geluid draagt ver. Zal ik nog even gaan dromen of hanenwaken of toch maar vast aan de koffie. Dat zijn de dilemma’s van het moment. Het antwoord laat zich wijzen.