Uncategorized

Ware schoonheid verloochent zich niet

In de holte van mijn arm zat kleinzoon en luisterde. Ik las hem mijn ‘kinderbijbels’ voor. Kikker en Pad en de verhalen van Uil, beide boeken van Arnold Lobel, en kikker van Max Velthuijs. Over de twee bobbels in bed moest hij even nadenken, zelfs toen uil zijn voet bewoog en een bobbel ook bewoog. Subtiele boodschappen waar lang over nagedacht kan worden. Met grote ogen luisterde hij ademloos.

Datzelfde effect was er als ik in de kring een boek voorlas. Het laatste dikke voorleesboek was De Gorgels van Jochem Meyer en het werd net zo’n succes als de klassiekers van Annie M.G. Schmidt, Lobel, Toon Tellegen. Ook mijn kinderen thuis heb ik elke avond voorgelezen. Hoeveel kinderboeken zijn er wel niet door mijn handen gegaan. Ademloos luisteren, leunen tegen het verhaal aan en aan het eind een diepe zucht. Wat jammer, nu al afgelopen. De magie van een goed verhaal.

Vroeger, thuis, werd er op de radio voorgelezen. Nachtponnetjes aan en schoongeboend voor de radio. Daar ging het belletje al. Het klokje van zeven uur. We liepen mee met dappere Paulus en Oeroeboeroe en griezelden bij de krakende stem van Eucalypta, de valse heks. Spannende verhalen, waar we ademloos naar luisterden. Daarna kwam er het beeld bij op televisie. ‘Varen is fijner dan je denkt’, met het lied van Zeefje. Dappere Dodo, Okkie Trooy met zijn koffertje en Oma Tingeling en Mik en Mak. Zonder dat we het in de gaten hadden werd de fantasie tot in het oneindige geprikkeld, beelden  opgeroepen, herinneringen vastgelegd. Nog altijd worden de vruchten ervan geplukt. ’s Nachts in de dromen ging de fantasie aan de haal. Soms veel te spannend, waardoor ik zwetend wakker werd, soms lieflijk en mooi. Vaak was de wens de vader van de gedachte en wilde ik ook  naar een onbewoond eiland of varen op een schip. Alles werd nagespeeld, buiten op het landje achter de poort of op het kleine kamertje met de stapelbedden.

Zodra we zelf konden lezen, mochten we los. Eindeloos ver viel er te reizen met Remi in alleen op de wereld, aan de hand van Gulliver in Gullivers reizen of dichter bij huis met de avonturen van Pinkeltje, Ernstjan en Snabbeltje en met de schavuitenstreken van Pietje Bell. Eenmaal bij de kabouters op de scouting werden sommige verhalen vorm gegeven met drama en decor tijdens de kampweek. Het was de kiem voor het verhalend ontwerp. Alles was denkbaar, de toverkracht van knikkertje Lik, de onverschrokkenheid van de ridders, krantenhoed op het hoofd, stok in de aanslag of het opzetten van een circus met Herr Sandrino.

006

Met dat kleine warme lijf tegen me aan, de grote ogen, de rode wangen van de spanning, de verwonderde blik en het onuitputtelijke, nog een, en nog een, kwam het gevoel terug van vroeger. De geborgenheid, het vertrouwd zijn en je veilig voelen. Wat er ook gebeurde, hoe spannend het ook was, hier waren we veilig.

Vorige maand was er een discussie gaande over het kinderboek. Buwalda wantrouwde volwassenen die kinderboeken lazen. Ted van Lieshout probeerde erachter te komen waarom. Het enige wat ik zou willen zeggen, is dat Buwalda zich weer eens zou kunnen gaan verdiepen in de grote klassiekers, hierboven beschreven, zoals ik gisteren mijn kleinzoon heb meegenomen in de avonturen van Kikker en Pad. En verder staat het iedereen vrij te vinden wat hij wil en staat het ieder ander vrij het daar mee eens te zijn of niet. Ik denk er het mijne van en sla zo ‘De kleine Prins’ nog maar eens open. Ware schoonheid verloochent zich niet.

Uncategorized

Ik ben er klaar voor

Thuiskomen. Dat kan alleen in een warm nest. De gang was strak opgeruimd en de haken voor de jassen, die er steeds maar weer uitvielen, omdat het wandje te dun was voor de zware exemplaren, waren vervangen door lichtgewicht, die keurig vastgeschroefd zaten in de muur. De gaten gestuct, alle rommel aan kant, de lijstjes van de foto’s op de sidetable in de gang keurig netjes uitgestald, alle overtollige ballast op de vloer was weg,

IMG_4456

Er hadden twee tornado’s door het huis geraasd, de kamer was gestofzuigd en gedweild, de planten waren verzorgd, de keuken blonk, het fornuis was als nieuw. Het was bijzonder en heerlijk, vooral omdat ik het totaal niet had verwacht. De planten op het balkon hadden zich kiplekker gevoeld, dankzij de plens water elke dag. Mijn tornado’s waren 1.80 en 1.90 meter lang en hadden zich uitstekend vermaakt in de week dat ik er niet was. Poes kwam eerst nog wat nuffig, ‘waarom heb je mij verlaten’, langs lopen, maar al gauw wilde ze best wel weer een vertrouwde aai en wat gekrieuwel achter de oren. s’ Avonds bij het naar bed gaan zag ik dat ze zelfs mijn bed hadden verschoond. Dat lag maagdelijk wit te wachten. Vergenoegd gleed ik tussen de frisse lakens en in een droomloze diepe slaap.

De terugreis was voorspoedig verlopen. We hadden nog een kleine opdracht. Door omstandigheden hadden we de gebruikelijke picknickfoto niet kunnen maken. Nergens was de juiste entourage, waar we hadden kunnen picknicken of we hadden het gevonden en werden weggestuurd, of we vonden een beek zonder grasveld.

301

Nu reden we pardoes een terrein op van het Limburgs landschap aan de Maas, maar dat bleek ook een naturistenterrein en er stonden vier wilde paarden. We wandelden wat rond, die prachtige Maas aan de voeten, en reden verder naar een kleine jachthaven, waar een restaurant aan het water bij was. Bij aankomst bleek het pas een half uur later open te gaan. We liepen om de jachthaven heen en schoten de ‘picknick’foto zonder kleed en zonder brood op een stenen muur op de kop van de haven. Heerlijke foto, goed gelukt en daarna uitgebreid lunchen in het restaurant als bezegeling van een mooie vakantie.

zussen in LimburgFoto door Mirk genomen(zelfontspanner)

In de auto speelde het tekort aan slaap wel een rol. Ik leek wel een ja-knikker. Gedachten tolden vaag door elkaar en het hoofd werd zwaarder en zwaarder. Verwoede pogingen om wakker te blijven ondernam ik door drop te kauwen. Malende kaken voor een malend gemoed. Zuslief had er geen last van en loodste ons door de binnenweggetjes tot bij Eindhoven en daar schoten we de snelweg weer op. Dikke knuffies bij het afscheid, tot gauw!

Straks komt dochterlief met dochter even bijkleppen en daarna wil ik naar de tuin. De accu voor de maaier ligt in de aanslag. Ik ben benieuwd hoe daar mijn blommekes de droogte hebben doorstaan. Aan de andere kant zal de natuur gewoon zichzelf regelen. Gisteren heeft het hier ook geregend, vertelde de cassiere bij de supermarkt.

Nu eerst de bedankdag voorbereiden voor het vele werk aan de Bernagie. Feest voor alle noeste helpers op de tuin. Alleen het weer heb ik niet in de hand. Zus gaat me helpen, grootscheepse barbecue, dat heb ik nog nooit gedaan. Ik ben er niet zo van. Maar nu moet het er maar eens van komen. Voor allen die hebben geholpen mijn leven te verruimen met mijn kleine paradijs op aarde. Daarna volgt de actie regenton. Mooie voornemens voor een uitgerust hoofd en een verfrissende start. Ik ben er klaar voor.

 

Uncategorized

De lucht is geklaard

‘Je moet het beestje bij de naam noemen’ werd er vroeger gezegd als er te lang om de hete brij werd heen gedraaid en er tientallen verdoezelende of verzachtende argumenten werden aangevoerd om een verhaal aannemelijk te maken.

Spijkers met koppen slaan, was het devies en dat kon alleen maar als je alle factoren benoemde, zodat een ander er op kon reageren. ‘Communiceren kan je leren’, dreinde het zeurstemmetje in mijn hoofd. Op het eind van de vakantie en na een lange week samenzijn is er zo’n moment van reflectie. Iemand zegt iets, een ander reageert emotioneel, er wordt gevraagd naar het waarom en een pittig gesprek is wenselijk met het benoemen van man en paard, vrouw en stokpaard in dit geval.

IMG_4147

Altijd, ergens op een vakantie, komt er zo’n moment. Daar kan men de klok op gelijk zetten en eigenlijk zou je willen, dat die kleine irritaties al direct vanaf het begin bij  de horens kon worden gevat, eer ze de gelegenheid krijgen om zich op te blazen. Het klaart de lucht. Als ik naar buiten kijk hebben de fikse regenbuien, vrijdagmiddag begonnen en gestaag doorgegaan tot nu, plaats gemaakt voor een zwoele zomeravond. Gesluierd, dat wel, nog niet tot lichtende helderheid uitgegroeid, maar haar eerste wankele schreden op het pad van een warme zomerdag straks, morgen, als we huiswaarts gaan.

We bezegelden het waarachtige ontmoeten met een etentje en toen diende het volgende issue zich aan. Waarom is het lastig een goed gesprek aan te snijden, of beter nog, wat is een goed gesprek. Hangt het af van een passieve (lees relaxte, onderuitgezakte) houding of is een actieve luisterhouding met ogen die belangstellend vertellen open te staan voor elke gedachte, gewenst. O wat heerlijk om het naast de tapas op de borden te leggen en te sparren hierover. Binnen de kortste keren hadden we een interessante discussie met voors en tegens, aannames werden aangehaald en verworpen, argumenten versterkt en het bleef een ventileren zonder verstarring, met een vleug filosofie.

Thuis in het familiecircus waren wij zussen de vier van de vijf kleintjes en die weer het staartje van de elf. Ik was de oudste  van de vijf (Is dat een equivalent voor wijste?), de tweede was de zus van de ratio, de derde de nuchtere en de vierde het gevoelsmens. Vier bijzondere kwaliteiten, vier bijzondere individuen, vier zussen voor het leven, vier zussen van vlees en bloed, vier vrouwen vol zusterliefde.

Het voordeel van zussen is dat je jezelf kan zijn. Dat je, eenmaal de drempel over,  je durft te geven. Ze zullen je onherroepelijk van repliek dienen als er onwaarheden sluipen in het betoog maar aan de andere kant kennen ze je van de wortels van je haren, tot aan de nagel van de grote teen. van ziel tot zaligheid. Geheimen zijn er niet, daar gaan we te lang voor met elkaar om. Wel zijn er perioden geweest, dat we minder met elkaar opliepen en daar vallen de hiaten. Het gezinsleven, de ontwikkeling en persoonlijke groei slurpte de tijd op. Nu hebben we de rode draad van het ontmoeten weer opgepakt. Al jaren. De kluwen wordt hoe langer hoe steviger en dient straks als een brede basis voor het opvangen van de grijze jaren. We hebben het gevierd.

De wijngeneratie heeft heerlijke wijn geslempt, de ijsgeneratie nam een levensgrote gevaarlijk verslavende sorbet. Bij thuiskomst waren we rozig en tevreden. We zochten vierstemmig de partijen op van ‘Bring me little water, Sylvie’ De stemmen zijn straks in balans, twee alten en twee mezzosopranen, nou ja…Nog even oefenen. De stemming is in balans. Het weer doet haar best, morgen schijnt de zon weer. De lucht is geklaard

Uncategorized

Al die andere kinderen

Huh. Als we de kaart niet goed hadden bestudeerd, hadden we het nooit geweten. Geen creditkaart, pin of ander digitale betaling mogelijk. Geen pinautomaat om de hoek. Gelukkig is er een uitweg, die van de directe betaling en graag in een keer het hele bedrag, geen geneuzel per persoon.

img_4369.jpg

We zitten bij Moeder de Gans en de entourage ademt een sprookjessfeer door de knusse, wat oubollige elementen, die toch verpakt zijn in een nieuwer jasje. Voor een toiletgang moet je naar buiten. Kinderen die op hun mobiel zoet worden gehouden, gelieve het geluid uit te zetten of anders onder de luifels bezijden het restaurant plaats te nemen. Het is even wennen. De kaart met alle regiospecialiteiten sluit naadloos aan bij de invulling van de rest van de dag.

‘Tante Nans

zat op een gans

Wip zei de gans

weg vloog tante Nans.’

Af en toe vloog ik ook weg. Het machtige eten, nostalgisch stoofpotje, bracht me terug naar de specialiteit van mijn moeder. Hachee, rundvlees met veel uien, laurier en kruidnagel gestoofd tot het uiteen valt in draadjes en dan over een kruimig aardappeltje. Mmmmm. Met de liefde van mijn moeder erin, die het ‘kneedde’ en liet pruttelen tot een van mijn lievelingsrecepten. Wat nu ter tafel kwam was een Limburgs stoofpotje en kon er niet aan tippen. Herinnering kleurt alles mooier. Misschien was het ook wel een beetje appels en peren vergelijken. De wijn, 90 % Chardonnay en tien procent Pinot Blanc, was een beleving op zich. Goede wijn behoeft geen krans. IMG_4374Mijn tante Nans vloog voortdurend weg. Het gesprek kabbelde wat voort. Over de honden die toegelaten werden, over het weren van het digitijdperk, over het eten zelf en ik zweefde heen en weer tussen nu en vroeger en overspande de tijd in een notendop. Dat heeft me altijd verbaasd, het gemak van afhaken in aanwezigheid. Dat ik, door een deel informatie af te sluiten, met het grootste gemak in een ander deel terecht kom. Terug naar het boek van Karin Bloemen, waar ik nog middenin zat, vlak voor we vertrokken. Waarvan ik niet weet wat ik er mee moet. Heftig, niet voor te stellen, boos ook, over de aantasting van een kinderleven, het kapot geselen van de onbevangenheid. Je eigen ego voor het leven van een ander stellen. Het valt in een dag moeiteloos uit te lezen. Het is de sfeer, de bedompte sfeer van dat huis in Schagen, dat uit de bladzijden van het boek omhoog stijgt en je meesleurt in de deprimerende gedachte.

Ik ken een ander huis in Schagen. Het werd bezongen door Martine Bijl en  het was tevens mijn eerste kennismaking met haar liedjesrepertoire. We gingen los uit volle borst op een fietstocht naar Friesland, we zongen het tijdens een van de vele kampvuren, we zongen het te hooi en te gras. Tegelijkertijd of misschien al eerder was er de minder onschuldige, behoorlijk geladen zelfs, hut van Jaap Fischer. Daar werd zijn jeugdige onbevangenheid gesmoord in een ‘burgerlijke staat van zijn’ met pijp en pantoffels en de libelle elke week.

Martine  hoorde een beetje bij de braafheid. Het keurige meisje. Wij waren rebelser, schopten toch een beetje tegen de gevestigde orde aan. Jaap Fischer heet nu weer Joop Visser en wij zijn keurige mevrouwen met af en toe een uitspatting. Een van de zussen was verbaasd over wat Martine allemaal nog wist te vangen in de verbeelding na haar hersenbloeding. Het kan, als ze zich de zaken herinnerde, want haar voorstellingsvermogen was vervreemdend. Beelden kunnen in je hoofd vervormen, omvormen. Ze kunnen betoverend mooi zijn, waanzinnig, surrealistisch bijna of gruwelijk angstaanjagend, alles in overtreffende trap buiten de werkelijkheid. De waan van de beleving. De laatste krachtinspanning van de liefde voor het leven, dat niet meer de normale baan volgt, maar een kronkelige weg in is geslagen, onberekenbaar en beangstigend, maar onmiskenbaar die van de emoties, een zuiver gevoelspad.

Kinderen moeten mogen zijn, zonder de bagage van een volwassen leven. Ontwikkeling zoals de natuurlijke gang van zaken is en niet plompverloren geconfronteerd worden met buitenkinderlijke realiteit. Hoeveel verloren kinderen lopen er rond? Ik gun ze allen de onmogelijke weg terug naar een onbedorven jeugd. Soms zou ik een enorme bordenwisser willen zijn, dan veegde ik ieder bord weer schoon. Uithuilen en opnieuw beginnen. Woorden van die strekking. Een eigen dans met tante Nans voor Karin en al die andere kinderen.

Uncategorized

Aan de wandel

Het idee was een hele tocht te maken deze dag. Nog steeds waren we aanhoudelijk op zoek naar water. Een visioen van een gorgelende beek, vrolijk meanderend door het frisse groen, een picknickmand, alle heerlijkheden uitgestald op het kleed, de warme poezelige voeten in het ijskoude bronwater en een weinig gekout. Kwinkelerende vink en mus boven onze hoofden, forellen die dartelend de sprong wagen. Het idyllische plaatje werd romantischer dan ooit, nu het al dagen niet gelukt was om de juiste plek te vinden.

IMG_4272

Maar eerst de proeverij. Lekkerbekken in het land van Herve. We werden meegenomen door Jean Sac, die met zijn beamer-hoofd op een pop zonder gezicht werd geprojecteerd. Een aangename stem en een film over de vele ambachtelijke vaklieden uit de streek. Kaas, cider, siroop in alle smaken, chocola, gevogelte, vis en brood. De zeven smaken van Herve. De entourage was mooi, het meisje aandoenlijk in haar koeterwaalse taal van Frans, Engels, en een enkel woordje Nederlands. Het was zichtbaar een van de eerste keren dat ze dit project mocht begeleiden. Ze had de kaas en de siroop samen met een heerlijk koel glas cider uitgeserveerd op de tafel van vier en verslikte zich in de bijwoorden en voorzetsels, zodat we toch alle vier hetzelfde glas hadden. Ach, de zon scheen, het was vakantie,en de dag rekte zich uit. Geen punt dus.

IMG_4267

Buiten hadden de bomen ondanks de hitte een kousebeen van gebreide wol. We gingen de tocht maken langs de verschillende lekkernijen. Lezen blijkt een vak apart. Bij de eerste siroopraffinaderij werden we te woord gestaan door een vriendelijke man, die aangaf dat pas morgen de rondleidingen waren. Dat bleek ook op de folder te staan. Wij zussen zijn meesters in het verzinnen van onuitvoerbare ideeën. De volgende gang was een kastelentocht. Dan zouden we de dagen gewoon omgooien. Die hadden we de volgende dag zullen doen. Plan B werd plan A en vice versa.

Het eerste het beste kasteel dat we bezochten bleek te zijn omgetoverd tot een viskwekerij, we konden er omheen rijden, maar zagen niets anders dan de torentjes van een minikasteel en veel auto’s langs de weg. Een druk bezocht establishment. He, de kaart gaf water aan, grote vlekken blauw op de beduimelde kaart iets verderop. Dat bleken de kweekbakken te zijn. Geen picknickplek. De enorme uitgebreide picknick in mijn hoofd was al gereduceerd tot vier uienbroodjes en vier witte bollen. De rest van de buit was nog niet binnen. Een beekje langs de kant van de weg. Een kant volop in de zon zonder schaduw, maar aan de overkant een bossage. Onmiddellijk toen we het terrein opreden, kwam er een waarschuwing van achter ons vandaan. Privé terrein, hadden wij weer. De zon was er ook klaar mee. Steeds vaker hield ze zich op achter de slierten bewolking, heiig en wel.

We ondernamen nog een poging om bij Neufchateau een van de negen kastelen te bezoeken, maar toen ook dit strandde in een vruchteloze poging, het kasteel bleek een gesloten Fort-museum te zijn, kozen we voor de Intermarche. Een wijs besluit, gezien de onstuimige regenval, die waar te nemen was in de lucht een aantal dorpen verder, zware loodgrijze verticalen aan de horizon, die geheid onze kant op zou komen. Lekkere dingen en een picknick thuis op het gras, ten behoeve van de jaarlijks Picknickselfie van ons vieren. Dikke druppels vielen bij de eerste installatie voor dit plaatje op ons neer. Snel twee foto’s en wegwezen.

Bij nader onderzoek bleken beide foto’s mislukt en daverde de regen neer op het droge land terwijl we veilig en wel binnen waren. Even nog knipperende lampen, doorgeslagen stoppen bij de buren en goudgele flitsen, die verdwenen in een donderslag.

Hoog en droog en volkomen tevreden hadden we een gesprek over hoe ieder eigenlijk een vakantie zou vieren, als je alleen was. Zoals verwacht was het zeer divers en de aanpassingen op alle fronten gelijk. We zouden het niet willen missen. Morgen kunnen we eindelijk gaan lopen , want de hitte is, in gelijke tred met de gemoederen, gedaald tot nul. We hebben zin in te doen wat we allemaal fantastisch vinden. De paden op, de lanen in. Jo met de banjo in een modern jasje. ‘Hupsaketeetje’, zegt zus in zo’n geval. Aan de wandel.

Uncategorized

In alle opzichten

Een markt in een klein dorpje en eindelijk de Geul, die er dwars doorheen stroomt. Helder in de betekenis klein maar fijn, met begroeiing erin van springbalsemienen, wilgenroos en kattenstaarten. Wat een oase te midden van de hitte. Hier en daar een gouden flits, forel verkleed als goudvis.

Nederland zit op terrassen of binnen met nul-punt-nul. Bij iedere stap gutst het zweet over glimmende voorhoofden. ‘ Gut’ zegt de uitbaatster van een kleine kledingzaak ‘ Als ik had gedaan wat ik vanmorgen bedacht had, was ik nu rijk geweest’. Nieuwsgierig vroeg ik naar haar idee. ‘Dit spaarvarkentje neerzetten, met de woorden: ‘Iedereen die een opmerking maakt over de warmte betaalt een euro’. Haar pronte verschijning, prachtig bruin gekleurd vel in een Ibiza-lange-jurk van uitbundig roze boven glasdiamanten slippers, ruiste goedlachs mee.

Op speurtocht naar het restaurant met airco na een leger aan winkeltjes. We hadden ‘Het grote niets’ vaarwel gezegd. Als een vis op het droge benam het gebrek aan zuurstof me de adem. Alleen verkoeling zou helpen. En dat was niet het pretentieuze golfterrein waar een van de behulpzame inwoners op had gewezen.

IMG_4238

Het zwembad ligt er kabbelend bij, kind noch kraai, bemoedigend. Kom maar, dan breng ik de verkoeling wel. De valkenfamilie komt uitgebreid langs. Slechtvalken met een aantal kinderen. Wat een genot om de ouders te zien bidden voor hun eten. Het geluid zoeken we op. Ja hoor, slechtvalken, geen twijfel mogelijk. De waarschuwende roep van het mannetje waarschuwt de jonkies, de vrouw antwoord met haar weeklagend gekrijs. Ze bidden in het schootsveld voor onze ogen. Dit is de eerste avond met zo’n duidelijk zicht op de zaak.

Martine schrijft in haar boek de problemen van zich af. In de bekende Martine-stijl, met kwinkslagen en droge humor, waar voortdurend de ondertoon schuilt van haar grote leed. Ze schrijft haar gekneusde hersenen leeg tussen de zwarte regels door, zonder woorden, met een licht verwijt naar zichzelf toe. ‘Ik maak altijd grapjes’.

Wonderlijk mechanisme. Ze noemt zich een hersengeletselde. Wat een gave term is dat.  Hersenkneus had ook gekund. Ze krijgt ‘ hele kwaaie maagsappen van welzijnstermen’ . Zo’n opmerking is voldoende om de machteloosheid te omschrijven. Het kind in de stoel, waarbij met een onverwachte natte doek de gekruimelde toet wordt afgeveegd, achterwaarts. Je ziet het niet aankomen. Je wil de lijdzaamheid eruit schreeuwen, maar volstaat met droge humor.

‘Rinkeldekinkel’ bewaart de Martine-taal in belangrijke mate en is daarom al onbetaalbaar. Haar gezicht zweeft boven het boek. De geamuseerde lach en vooruit ja, ‘De groenten van Hak’ stijgen op uit de bladzijden, de hiaten in haar leven, het zonnige bestaan.

Luchtig en toch zwaar voor wie tussen de regels door kan lezen. Het brengt me terug naar de middag van gisteren, waar mijn stem ineens ijl en dun als glas werd, de lucht niet langer zuurstof was, maar dikke drabbige modder, waar niets meer uit te filteren viel. Dat zelfs het hooi als een baal vlak voor mijn snoet stuiterde. Martine heeft een E.T. achter haar ogen en een zwarte deken, die vooral onverhoeds aan komt sluipen en zich over haar erheen gooit, reutelend wacht hij in de hoeken van haar brein en slaat onverwachts, als een dief in de nacht, toe.

Ik herken ze allebei, al had ik ze die namen niet gegeven en ze laten zich voeden met de onzekere hand die de toekomst vasthoudt. Mijn onmacht klinkt door in de auto, als we op zoek moeten naar een restaurant met airco, de onmacht als schuld verstopt in mijn verstikte stem. De zwarte deken is er niet, ze hebben andere namen, die demonen, slechts gevoed door de omstandigheden. ‘Slecht-weer-demonen’. Mijn eigen Pandora, met haar doos vol van onverkwikkelijke en onveranderlijke gebeurtenissen. Ze dienen zich aan op hun eigen tijd.

Het boek Martine heb ik uit. Het boek is dicht, moet ik spijtig constateren. In alle opzichten.

Uncategorized

Dat belooft wat

Om elf uur naar bed en het klokje rond slapen. Nou ja, bijna rond. Het is nu 6.10. Wat kan een mens blij zijn met de kleine geneugten van het leven.Weliswaar steeg ik voortdurend op, omdat de ventilator in de slaapkamer stond te loeien als een Boeing 737 en de weinige streep verse zuurstof die door de deur viel, verspreidde, maar ik vloog regelrecht naar dromenland.

Het waren de ontberende uren slaap van de afgelopen nachten, die mede parten speelden. Het grote niets van gisteren bestond uit een zwemmen. Zuslief ging onmiddellijk in een work-out met andere zus. 50 baantjes schoolslag. Nu ik zoveel jaar niet meer heb gezwommen was dit ook weer een ontdekking van het zuiverste water, nou ja, het kon schoner. Lekker freewheelen in het blauw, het allemaal kabbelend over je heen laten komen, dan weer buik, dan weer rug. Veel drijven en af en toe een kwinkslag aan borstcrawl. Voor het eerst sinds jaren ben ik ook weer onderwater de boel aan het verkennen geweest. Iedere keer een schoolslag meer, tot ik het halve bassin weer haalde. Dat meanderende geluid op elke beweging, de trage vastlegging van de handeling, het geeft zo’n andere gewaarwording.

Tocht naar het verleden stond op het programma. We zouden proberen om het grote huis op Chateau D’Eau te gaan zoeken in Homburg, met de afspraak drie maal is scheepsrecht en anders maar niet. Het was eigenlijk slechts een half uur bij ons vandaan, maar de streek werd oneindig veel groener, gevoed door de geul, die in mijn beleving meer was geweest dan het aanminnige kleine watertje, dat nu door het landsschap stroomde. De omgeving nam haar dankbaar op als voedster van de schoonheid.

IMG_4196

In de dertiende-eeuwse kerk St Brice D’Homburg was ik vertederd door de klaarstaande onderdelen van de Processie. In 1982 aanschouwden we daar de eerste optocht door het kleine dorp. De grote en kleine engelen met hun  mottige vleugels, de naar kamfer ruikende gewaden in hemelsblauw en wit, de rode baldakijn met gouden stiksels en versieringen, maar bovenal onder het rode gewelf de maagd Maria met alle dorpse devotie gevangen in de plastic bloemen en de wierook rondom haar verschijning. Toeschouwers langs de weg haastten zich op een knie te vallen en een kruis te slaan. Vol verbazing en met een tikkeltje nostalgie gingen gedachten op dat moment naar onze eigen processies uit de jaren vijftig. De weerbarstige krullen glad gestreken en witte kanten sokjes met lakschoenen aan, de indrukwekkende drie heren voorin de stoet, de misdienaren in hun lange gewaden erachter en de gouden monstrans, die eerbiedig werd meegedragen. Hoe klein ik ook was, het staat in het geheugen gegrift. Hier had de nostalgie weer regel geleken. Al moesten we ook een beetje gniffelen om de grote verkleedpartij.

Hier stond het verleden in koele duisternis te wachten tot het tijd zou zijn, te samen met het eeuwige geloofsgeduld.  De lamp Gods hing klaar, opgepoetst en wel, en niemand kon er straks meer omheen.

Bij Sippenaeken was een alleraardigst restaurant waar het Geuldal tegenover lag. Er viel niet te wandelen vandaag, nu de temperatuur zich ver boven de dertig graden liet leiden. De natuur hield zich in alle opzichten koest en de zandpaden zouden brandden onder de voetzolen. De volgende tocht was naar een Wintertuin. Een lieflijk huis met oude elementen, die net over de grens lag en waar een klein bordje scheef aangaf dat de tuin gesloten was. Niet verwonderlijk in de zomer. Niet getreurd met een Limburg dat vergeven is van de terrassen. In de lommerrijke schaduw van een oude boerderij op een terras hoger konden we de uitgebreide lunch genieten. De wind droeg bij aan het aangenaam verpozen, maar zeker ook het meisje, dat met gemoedelijke gezelligheid elke wens in vervulling wilde laten gaan, tot natspuiten met de tuinslang toe, als het moest.

Vanmorgen kwam ie op in nog geen tien minuten als de Koperen Ploert om met het koloniale verleden te spreken. Ook vandaag zal ze de 38 graden aan te tikken. We staan bij de grote openslaande deuren op het Oosten, mijn zus en ik, en nemen de verschijning waar, van rood puntje tot strakke volbloed cirkel, die langzaam in goudgeel verkleurt. De heiige sluierbewolking trekt langzaam weg. de kraai krast en vliegt het zonlicht tegemoet als een schaduw van Icarus. Dat belooft wat.

Uncategorized

Niet meer dan niets

Terwijl het nog donker is in huis, staan alle ramen wagenwijd open. De zware gordijnen wapperen zowaar. Door de vensters heen gloort het licht en als ik naar buiten loop, ontdek ik dat een zus gevlucht is naar het terras. Daar ligt ze heerlijk in haar lakentje gevangen, te slapen op de wiegende schommelbank. In het oosten kleurt de hemel al. Eigenlijk wil ik koffie maken, maar de waterkoker zou de andere slapers niet sparen. Dan maar met een handdoek omgeslagen op het terras op de eerste rij om de zonsopgang te bewonderen. Langzaam ontwaakt het dal. Hier en daar pinkelen nieuwe lichten. De wassende maan heeft een omfloerst Halo, de sterren zijn allang verbleekt. De bomen ruisen en de eerste hanen kraaien. Ergens blaft een hond in de verte.

Gisteren begon de dag aanzienlijk bedaarder, sloom bijna. In de eerste ochtendzon vond ik uit dat de weg hierachter lang langs een hoog maisveld voer en het uitzicht danig belemmerde aan de linkerzijde. Rechts lag het dal. Veel gites die allen waren verhuurd, getuige het aantal auto’s ervoor. Het was windstil. Hoog boven op een lantaarnpaal zat een buizerd, vermoedde ik. Thuis, als de foto kon worden uitvergroot, zou ik het pas zeker weten. De verrekijker lag in de Bernagie.

Bij thuiskomst was iedereen wakker. Het zwembad lonkte. eerst zwemmen en dan ontbijt. Een van ons ging hardlopen. Paadje op en paadje af in de herhaling bij gebrek aan de kennis van het netwerk aan dorpse wegen. Chloor en longen doen het samen niet goed. De deur kon echter wagenwijd opengeschoven en de zon zinderde een Hockneywaas over het azuurblauwe water. Vandaag neem ik het fototoestel mee. Je kon overal staan in het bassin. De gewichtloosheid in het water tilde me op en het voelde lichter. Met de andere twee baantjes trekken, afwisselend schoolslag en uitdrijven op de rug. Bij de paar slagen borstcrawl floot het vege lijf me terug. ‘He, he he dame, het zijn de Olympische spelen niet.’ Oké. met ons vieren was het bad vol.

Meesters zijn we in het ongepland plannen. Met een heerlijk ontbijt achter de kiezen, jus en vers gekookt ei, zwaaiden we via Saint-Andre, foto voor de kinderen, de naam van de vader, af naar Verviers. In mijn beleving en van jaren terug was dat een mooie en ruime stad, maar hier had de herinnering toch wonderen gedaan en het verval gemaskeerd met zoete dromen. Na een mislukte koffiepoging, wat winkels met kleding for sale, een sjaal voor zus en een parkeergarage met onooglijke en smalle bochten, waar de afgescheurde aluminiumfolie verbrand in het trappenhuis lag, kwamen we uit in het centrum. Een plein met een bonte stoet aan volk, scheurende stinkende Dominoscooters in het lawaaierige vangnet van verkeer. We streken neer, haast bevangen door de hitte, die bleef hangen in de straten. Veel mooie Afrikaanse jurken, junks, haastige mensen, kuierende toeristen, hangende jeugd en ouderen.

De gerant verontschuldigde zich. Er was een ramp gebeurd in de keuken, waar het onze bestelling betrof. De kaaskroketten waren ontploft. Helaas en sorry, sorry, ze moesten vervangen worden voor iets anders van de, op het bierviltje haastig neergepende, kaart. Het werd de croque madame, met extra aardappelcroquetjes en frieten.

Op de tocht terug liepen we een onverwacht mooi beeldenrijk binnen in de kleine kerk en in het kijkje ernaast waren er op de muren de mooiste tags en muurschilderingen gemaakt, gedichten op de muur en in een schilderij de golf van Hokusai met de mannen van Magritte. De tekst: ‘ Ceci n’est pas un Magritte’, wekte de humor en toonde de kracht van een gemeenschap. Verviers, stad om snel te vergeten. Toen we eruit reden zagen we het schonere deel met wat majestueuzere gebouwen, de kleurige vlaggen van Don Bosco, de brede lanen.

Op de terugweg een supermarkt, de hitte in plakken op de schouders bij het verlaten van de airco. Een korte siësta ter compensatie van de slenterpartij en een bezoek aan de boomgaard beneden, waar het rottende fruit een bedwelmend zoete geur verspreidde. De dag gleed in een verstikkende nacht met mug en weinig zuurstof.

IMG_4175

Ter compensatie is de wind er en de zon geheel ontwaakt net achter het huis, het zicht op de volledige opgang ontnomen. De lucht is geklaard. Hier en daar een veeg wit en roze. De wind is bijna koud te noemen, met 36 graden in het vooruitzicht beloofd het weer een warme dag. Een verkoelend beekje lonkt. Rustig aan het water en niets, niet meer dan niets.

Uncategorized

Vrij in alle opzichten

Gisteren ging de tijd van een leien dakje en paste zich perfect aan aan mijn planning. Het begon met koffie en schrijven, tussendoor opruimen, zorgen dat alles klaar was voor het huis om, zonder mijn hulp, de week door te komen. Een brief op de koelkast voor de jongens met aandachtspunten. ‘Planten op balkon iedere dag water geven, zeker met de beloofde hitte, twee maal de kattenbak verschonen, Pluis water geven op zijn eigengereide nuffige wijze, stromend uit de kraan’.

Het valies was gereed, de schoudertas met medicijnen, make-up, en badproducten eveneens, de tas met gympen en sandalen, de laptoptas, waarin ik de boeken had meegesmokkeld. ‘De keuze’ van Edith Eva Eger en natuurlijk ‘Monet’, het Taschen-boek.

Om iets voor elven droeg zoonlief de zware dingen en trippelde ik met het rugtasje en de schoenen-tas naar buiten. Het paste allemaal naast de twee koffers in de kofferbak van de auto van zus, waar de kleine blauwe prins met gemak twee keer in kon. Er was nog ruim plek voor een derde koffer, die we samen met de vierde zus zouden ophalen. Tot aan Eindhoven reden we over de snelweg en daarna de kleine binnenweggetjes op, om te gaan lunchen in Soerendonk, de lekkerste salade ooit, met veel aandacht en liefde bereidt.

Het gesprek kabbelde, we hadden er zin in. Het landschap werd glooiender en we moesten Maastricht voorbij, kwamen langs Margraten en door Saint-Andre. We reden de weg van de nostalgie, richting Homburg. Ik had een druk pratende vrouw des huizen aan de lijn, die zich grote zorgen maakte over de hitte, omdat we de Loft hadden vlak onder het dak van het huis. Er was een tweede ventilator bijgekomen en straks zou ze een parasol regelen. De sleutel stak in het slot, het zwembad was klaar voor gebruik.

Onze vooruitzichten maakten een alarmerende draai. Ik dacht aan al die andere jaren met huizen, waar bij aankomst een en ander anders was dan de verwachtingen. Geen balkon of geen tuin aan huis, maar aan een overkant, een te delen terras. Dit moest alles goed maken, beloofden de foto’s. Het verhaal van de vrouw bracht dat geloof aan het wankelen. Welk addertje lag er onder het Belgische gras verscholen.

Het viel allemaal reuze mee. Het uitzicht was schitterend, met de heuvels, de plukken goudgeel koren, de vele groentinten en aan de horizon de rijen bomen waar Sluijters en Mankes jaloers op konden zijn. De industriële inrichting begon al bij de roestkleurige ijzeren trap, platen die ook het terras vormden. Binnen was het een sfeervolle ambiance met veel aandacht. Een enorme koe direct op een goudkleurige muur geschilderd, met een prachtige losse toets, robuust en stoer zoals het betaamde bij die stijl.

Bij de plaatselijke supermarkt werden voornamelijk liflafjes ingeslagen, warme kip, mozzarella, basilicum en tomaat, houmous, tapenade, naturel chips. Sauvignon en frambozen bier, water, cola, en water met citroen, wat brood, wat crackers. Alles voor de diverse ontbijten. Zoveel mensen, zoveel wensen, of zoals men vroeger zei: ‘Zoveel hoofden, zoveel zinnen’. Dat hielden we in ere. Iemand wilde muesli met melk, een ander kwark of een Frans crisprolls, weer een ander yoghurt met vruchten en een keur aan koffie, cappuccino, Nescafe, vernuftige cupjes.

IMG_4134

Die avond luidde de belofte in aan rust, schoonheid, wandelen, doen waar je behoefte toe voelde. We kraakten wat chips weg, dronken met de ondergaande zon een zacht violette lucht tegen een pastel geel in, een gouden belofte voor dagen van rust, schoonheid, wandelen, doen waar je behoefte toe voelde. Vrij in alle opzichten.

 

 

Uncategorized

Het ei is gelegd

We zaten in een grote kring en ik moest veel te vaak waarschuwen. Steeds weer liepen er kinderen van hun plek of waren ergens mee aan het frotten. We zaten om de stad heen, die het hele lokaal besloeg. Er waren bruggen en wegen, al wat huizen, wat verkeer, maar er moest nog veel meer bijkomen. Toen de onrust bleef, besloot ik aan het werk te gaan met ze en met dezelfde vrije hand stuurde ik er een op pad om te kiezen. Hij kwam huilend terug. Voordat ik wrevelig kon worden, werd ik wakker.

Pfff, wat een malle droom. Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wreef, wist ik onmiddellijk wat ik verkeerd had ingezet. Ik stuurde ze doelloos op pad. We hadden het niet gehad over wat er allemaal ter aanvulling mogelijk was, huizen van Lego of karton, het ontwerpen van auto’s en hoe je die staande kon houden, mensen, die er woonden in de stad enzovoort. Nu, met lege handen en een even leeg hoofd, hadden ze niets te kiezen, want het was te onoverzichtelijk voor ze.

Ooit hadden we op school ‘Het land van wirwar’ gemaakt, als voorloper op een project van Kunst Centraal. Het werd iedere dag groter en er kwam steeds meer bij. Op  het laatst moesten we uitwijken naar de gang. De stad was van de watertafel af gegroeid. Uren konden ze ervoor liggen en spelen met de zelfgemaakte auto’s, de fietsers van ijzerdraad en papier, de papieren poppetjes. achter de huizen kwamen gordijnen aan draadjes wol en werden mensen geplakt. Het was een groot feest dat weken duurde. Het wegennet zat goed in elkaar met een rotonde en zijstraten, park en groenstroken waren niet vergeten.

005

Later kwamen er nog huizen bij van  melkpakken en nog veel meer verkeer. We waren er achter gekomen dat we ze  speelbestendig konden maken door ze te tekenen en op de blokken te plakken. Ook verzonnen we onze eigen ge- en verbodsborden, zoals ‘Je mag hier hinkelen’, ‘verboden op handen en voeten te lopen’ of ‘alléén achteruitlopers toegestaan’. We moesten ontdekken hoe het verkeer in elkaar stak, dus dat werd een tocht langs de drukke baan waar de school aan stond. Tegenliggers hebben we daar ook bekeken. Bij ieder auto riepen ze ‘Weer een tegenligger voor de andere kant’. Dat moesten we testen op het schoolplein, eerst met twee groepen tegenover elkaar de chaos nabootsen en kris, kras over hollen, dan orde scheppen door een onderbroken streep te trekken en netjes op de eigen helft te blijven.

In de zandbak ging het feest verder. Wegen aanleggen, tunnels uitgraven, funderingen maken en huizen bouwen. Een van de jongens had zich opgesteld als opzichter en gaf aanwijzingen, stuurde bij, had een oplossing voor opdoemende problemen.

Zo werd de hele omgeving ‘stad’ en hadden we alle facetten bekeken en elke situatie nagebootst en uitgespeeld. In de reflectiekring van iedere dag kwamen ideeën te over rollen om de volgende dag weer mee aan de slag te gaan. Precies het tegenovergestelde als in de droom gebeurde.  Zo kan een simpel gegeven tot een ware nachtmerrie leiden, als je anders gewend bent.

Ik weet wel waar het vandaan komt. Ik ben op zoek naar de ingang voor een verhaal en dat kan ik nog niet vinden. Over het onderwerp is maar weinig bekend. Nu ik dit opschrijf, weet ik ineens, dat ik met de Swifterbandcultuur  aan de slag moet. Dat is het volk uit het mesolithicum, die vooral leefden van de visvangst en de jacht. Ava en Inge zijn een vrouw en een baby uit die cultuur, waarover het verhaal zal gaan. Ava betekent vogel, leven, kracht. Ze zijn gevonden in het oudste babygrafje vorig jaar in Nieuwegein. Een beetje dromen, een beetje mijmeren en het begin van een nieuw project is geboren. De vogel zal als rode draad het verhaal sturen. Het ei is gelegd.

 

Uncategorized

De tas kan dicht

Pluis is de hele morgen al onrustig. Ze heeft me al een paar keer wakker gemaakt. Ik weet dat het komt omdat ze eten wil. Zoonlief heeft haar op rantsoen gedaan. Sinds die actie is ze veel speelser en slaapt ze niet meer het grootste deel van de dag. Zo, het bakje is weer gevuld met brokken. Het levert kopjes op, zachtjes langs mijn been gestreken.

Naast me staat mijn oude vertrouwde zwarte valies. De semi-leren weekendtas, tot aan de nok gevuld. Maar ik zal haar weer leeg moeten halen. Met drie warme tropendagen in het vooruitzicht is het blotebenenweer. Korte broek moet mee en wijde losse lange broeken, hemdjes en een vest. Dat zal volstaan. De zwarte jurk met lange mouwen mag er uit. Die met korte mouwen zal ik nog snel door een sopje slaan. Zon, die de bomen van bladgoud voorziet, schittert één grote belofte.

In mijn boek gaat Monet eveneens op zoek naar het licht en naar een nieuwe manier van kijken. Het wordt bewerkt door een gelaagdheid aan kleuren dat de ruimtelijke impressie versterkt. Het is boeiend om de ontwikkelingen te volgen. Ondanks zijn vele werken en dankzij de aversie van de gevestigde orde gaat de verkoop niet over rozen. Een bijtende kritiek van de schrijver Louis Leroy door het doek ‘Impression, Soleil levant’ in 1973  te vergelijken ‘met behang’ en ‘niet meer dan een impressie’. Het leverde wel de geuzennaam op voor de groep ‘Onverzettelijken’, zoals ze zich zelf noemden. Vanaf dan noemden ze de stijl ‘Het Impressionisme’.

010-2.jpgMonet: Impression, Soleil levant

De trailer, van de biografie ‘I, Claude Monet’ toont aan hoe het hem lukt om het licht in zijn werken te brengen.

Buiten zingt de merel haar hoogste lied en valt uitgerekend samen met het lezen van een citaat van Monet op de achterzijde van het boek. ‘Ik zou graag schilderen zoals de vogel zingt’. Toeval bestaat niet. In de trillers van de merel hoor ik de harmonieuze schoonheid die Monet wil vangen, maar bovenal de bezieling waarmee de kleine zwarte gieteling het lied brengt. Ik kom de vakantie wel door, want hierna ligt het boek van Cézanne klaar.

We gaan naar het Plateau van Herve met de glooiende groene heuvels. Daar was het ook, dat we met de vakanties in Hombourg het zinkviolenveld ontdekten. Een zijbeek van de Geul stroomde langs het grote gele kleed van zinkviolen. Eindeloos konden de kinderen dammen maken in het koude riviertje met de kiezels van de oever.  Het waren de zorgeloze dagen van weleer. Zo’n veld is uitermate geschikt om vast te leggen. Aquarelverf, penselen, pen en schetsboek mee, het wordt een vakantie in woord en beeld.

Nu eerst de tas weer. Inpakken, uitpakken nog eens inpakken. Besluiteloosheid overboord gooien en spijkers met koppen slaan. Zeven dagen van een beperkte keuze en toch van regen tot zonneschijn. ‘Laagjes’, hoor ik mijn moeder fluisteren. ‘Wat je aan kan en ook weer uit’. Vanuit een ooghoek zie ik de witte Trevira vestjes weer lopen, op een blauw geplooide Terlenka-rok, de steunkousen en de ‘makkelijke’ schoenen, stevige stappers. Mijn moeder en mijn tante, arm in arm op een dag vrij reizen.

Voor elke dag een setje. De tas kan dicht.

 

 

Uncategorized

Als een verdwaalde meeuw

Het rommelt en ik lig heerlijk in mijn bed. Gisterenavond was er een oproep om te waken voor de nacht bij een veel te jong mens. De morfine deed haar werk, maar de oogopslag was tragisch als de ademhaling te zwaar ging omdat de energie van ver gehaald moest worden. Tegen de tijd dat de afnemende maan verbleekte en plaats maakte voor de zeilende wolkenluchten, vlogen de meeuwen vlak langs het grote raam. ‘Il est cinq heure, Utrecht s’ eveille’ in variatie op een thema.

016

Terwijl de reis maar moeizaam verliep, volgde ik de meeuw en moest denken aan dat prachtige lied van Robert Long: ‘Vanmorgen vloog ze nog’.

‘Vanmorgen vloog ze nog
Zoals een meeuw soms op de wind
Zonder bevelen
De vleugels wijdgespreid
Op eigen kracht
De mens ontstegen
En dan een knal en verder niets
Niet eens…’

Er viel niet veel meer te doen dan af en toe een natte washand en wat water of gel op de droge lippen.

Ik zat in de brede vensterbank in de wetenschap dat ik in het zichtveld was. Een hand werd onwillig weggeschoven. Geen polonaise aan het lijf, maar niet alleen zijn was belangrijk. Het boek dat naast me  opengeslagen lag, was dat van Monet. Een mooie innerlijke strijd naar schoonheid en de kunst, naar los maken van de heersende klassieke normen, de zoektocht naar het licht. In die zin de juiste keuze voor dit moment. Een struggle for life in beide opzichten. Als de verpleging begint met de ochtendrituelen, er meer stemmen klinken op de lange stille gangen, de lichten aangaan gaan de ogen open bij ieder te hard geluid. De blik gaat dwars door alles heen en ziet iets buiten de werkelijkheid.  Straks zou er familie zijn, een hoogbejaarde moeder en een broer.  Ik nam afscheid. Wat te zeggen als je weet dat de uren geteld zijn. Binnen die context klinkt alles even banaal.  De ogen bleven open.

Regen. Het raam van de Bernagie stond nog open. Dat betekende afreizen naar de tuin, omdat er nog veel meer nattigheid werd verwacht. Misschien huilde de hemel om de eindigheid der dingen. De controversie was het groeizame ervan. Juist dan gedijt de natuur.  De weg naar achteren langs de sloot in de regen viel zwaar en ineens bedacht ik me dat ik de medicijnen, gewoonlijk te nemen tijdens de ochtend koffie en kwark, nog niet had ingenomen. Geen puf, niks. Het verklaarde het kortademige karakter van de tocht. Gras maaien ging net, tussen de druppels door, voor de helft. De accu was leeg. De zijne en de mijne. Dé reden om huiswaarts te keren. Het was een goed besluit.

Inmiddels komt de regen met bakken loodrecht uit de lucht vallen. Zware zomerdrupppels met af en toe al een donderslag. Straks breekt de hel los en ben ik onder de pannen. Het verhaal over Monet houdt me bezig. Het boek boeide met de vele voetnoten naar de illustraties van zijn werk. Toen dochterlief jaren in Sannois woonde, wist ik niet dat de voetstappen van deze grote impressionist er lagen. En zijn huis in het naburige Argenteuil. Zaandam behoorde ook een aantal jaar tot zijn residentie en dat ligt hier om de hoek. Er valt weer genoeg te doen de komende tijd.

Nu eerst even helemaal niets en de verloren slaap inhalen en in mijn dromen een eindje meevliegen, scherend langs het raam als een verdwaalde meeuw…

Uncategorized

Dubbel feest

Zoonlief had een stoffen en een plastic tas op zolder gevonden met foto’s. Gisterenavond, na een dag hard werken op de tuin, was er alle tijd voor een wandeling door Memory Lane. Het bleek een schatkist aan nieuwe herinneringen. In nostalgische tinten drongen de jaren zich aan me op. Van zestig jaar geleden tot aan nu. Alle doden kwamen langs, lachend en levend. Een paar prachtige foto’s zag ik terug van de vele vakanties in Homburg. Een foto roept de realiteit op, maar hele periodes worden vergeten, als er geen afdruk van is. Veel momenten in de foto’s was ik kwijt, maar nu, met de beelden in de hand, stonden ze helder voor de geest, als de dag van gisteren. Niet alleen het tijdbeeld maar ook de bijbehorende blijdschap, de geuren en de setting van dat ogenblik.

Er was een brief bij gericht aan een van de zonen. In grote schuine hanenpoten, het handschrift van voor mijn tijd, was zijn naam geschreven. Eerst dacht ik aan mijn moeder. Maar de inhoud vertelde anders, want in de envelop bevond zich een briefje van 25 gulden. Ongeschonden. Kraakvers. Dat kon alleen het handschrift van mijn schoonvader zijn, want die gaf geld op hoogtijdagen. ‘Gelukkig Nieuwjaar’ stond er aan de binnenkant geschreven. Spijt omtrent het niet ontdekken dwarrelde even langs.

Onafscheidelijk met mijn oudste dochter was de bruine bol wol op vier poten met een wirwar aan krullen, de eerste twee jaar. De andere kinderen werden ook in liefde opgenomen. Ze kon altijd mee en overal naar toe. Zacht en lief was ze en op hoge leeftijd ingeslapen. Nog altijd is er dat vage verlangen naar een nieuwe kompaan. ‘Straks’ beloof ik mezelf steeds, ‘Als ik gelijkvloers en op mezelf woon’.

 Op het erf van het grote huis in Homburg ligt een berg hooi opgetast. Iedereen heeft meegeholpen het gedroogde gras van het weiland voor het huis te rapen. Met handen vol rennen de kinderen heen en weer, heuvel af en heuvel op. Ze genieten zienderogen. Allen duiken de berg in.  Wij ook, als kind met de kinderen, zoveel vrolijkheid is niet te weerstaan. Een hele middag lol met wat de natuur gratis geeft. Als je het maar ziet.

Zo wandel ik verder. De veranderingen zijn goed waar te nemen. Huis met enorm veel planten en veel kleedjes, huis met houten vloeren en krakende gemoedelijkheid, huis met witte wanden en rode accenten,  en hier en daar wat groen. Maar overal de boekenkast die nu op zolder staat. Wandbreed en door manlief in die tijd getimmerd van gevonden hout. Ze gaat al een leven lang mee. Steeds weer opnieuw bijgeschaafd, geverfd en met liefde en boeken gevuld. Later kwamen er nog meer boeken bij en dus ook meer kasten. Eenvoudige Billy’s tot aan het plafond. Ook de mode vertaalt zich op de afbeeldingen. Veel strik en streep, krullen, bebop, strak weggetrokken staarten, lange vlechten, hippie-rokken en jurken, lange rokken, korte rokken, broeken in alle soorten en maten, strak, wijd, skinny. Er valt van alles te ontdekken.

014

De mooiste foto is deze. Wat een vondst. We wandelen de heuvel af, door de wei naast het bos. De koeien grazen rustig voort. Ze slaan met hun lange sterke tongen het afgerukte gras naar binnen. Vol ontzag kijkt de tweeling naar hun stoere sterke vader, die het enorme dier wil aaien. Gelukkig staat ze wat lager en lijkt ze kleiner. Gewillig buigt ze de kop. Een plaatje om in te lijsten.

De tassen zijn leeg, het hoofd zit vol. ’s Nachts droom ik dwars door mijn rijke leven heen. Dubbel feest.

Uncategorized

Kwast en geest

De avond begon relaxt. Het wordt vakantie en dat was te merken aan het verkeer. Utrecht lag er bijna dromerig bij toen ik binnen kwam rijden over de Cartesiusweg. Nauwelijks verkeer, een vriendelijk zacht zonnetje en mensen, met hun benen bloot, op de fiets, opwaaiende zomerjurken van Oek de Jong.

Vriend belde. Hij had een pomp geregeld voor tussen onze tuinen in. Door aan te zwengelen hebben we straks grondwater in plaats van het zeulen met gieters uit de sloot en een ‘speeltje’ voor de kleinkinderen. Wat is er leuker dan bramen en frambozen plukken en daarna pompzwengelen om je rode toet te wassen.

De deur was nog dicht. Het was heerlijk buiten. Aan de overkant van de Gruttersdijk zaten twee jongens met een biertje. Het praten klonk als zacht gebrom, af en toe klaterde er een lach doorheen. Binnen stond kleinzoon op de ezel. Daar was nog een laatste hand aan te heffen. Meer zon erin en nog wat spanning door het opheffen van de eenheidsworst in de kleur van het lijf. Eerst thee, dat was het ritueel en het uitwisselen van de wederwaardigheden. Wat kunstenaars bezielt om een leven lang hetzelfde te doen of juist de keuze te maken om in ontwikkeling te gaan en te groeien, zoals Mondriaan deed. Groeit de aanhang dan mee of juist niet.

We vroegen ons af waar de grens lag tussen broodwinst, als in ‘Het verkoopt zo lekker’ en het steeds weer blijven vernieuwen. We vergeleken een paar kunstenaars die we hoog in het vaandel hebben, omdat hun toets ons aanspreekt of het kleurgebruik of de verbeelding. Martha de La Fuente, Pieter Pander en Amy Devlin, de impressionisten Breitner en Israels. Vriendin had het boek ‘Op ’t duin’ bij zich met 100 duingezichten en honderd duingedichten. Een must have van de eerste orde, vond ik bij het doorbladeren. Er was een uitgelezen keuze gemaakt uit schilderijen en gedichten. Zelfs een fragment van de mei van Gorter stond erin. Het opende met ‘De wijde Blik’ van Ferdinand Hart Nibberig, gezicht op Zoutelande.

Twee reminders aan andere tijden. Zoutelande in de zomer van vorig jaar, waar absoluut niet meer ‘wijd’ te kijken viel door de populariteit die maar groeide en groeide onder de gelijknamige topper van BLØF. De titel “De wijde Blik” herinnerde aan een kamer boven de deel van een oppasboerderij in de beginjaren tachtig, met een groot gevelraam met het uitzicht op de pinken in het wijde Drentse landschap bij een lage avondzon.

042 Fragment

Met dergelijke beelden nog warm op het netvlies groeide de inspiratie. Aan de slag met paneel en penseel. Er volgde nog een belangrijke eye-opener. Je kan schaduw aanbrengen door met dieper donker te werken, maar je kan het ook bewerkstelligen en aandikken door er licht tegenover te zetten. Niets is minder waar. Geen poetsen maar toetsen, speels, hier en daar en vooral zuinig, soms een frivole slinger. Donkerpaars voor de diepte, zalmkleur voor het licht. Een openbaring en heerlijk om te doen.

Op een gegeven moment is de beslissing er. Niets meer aan doen. Nieuw maagdelijk wit paneel en door met een probeerseltje voor het laatste uur. Andere ploeteraar had zoonlief verbeeldt, die over de rand van het bassin hing. Ook hier was het een strijd om  speelsheid tegen realisme af te wegen. Het eeuwige dilemma. Het mag weer spelen worden, met licht, met kleur, met vorm. Kleinzoon drie kwam uit mijn Iphone rollen en daarmee luchtig op het doek. Een grappige foto van vlak na de geboorte.

Om half twaalf was het welletjes. Het was de hoogste tijd voor het schoonspoelen van  kwast en geest.

 

Uncategorized

De schaterlach die volgde

Vanmorgen schoot ik wakker omdat de tractoren onder het raam buiten alweer hun motoren lieten loeien en de stratenmakers er bovenuit opmerkingen naar elkaar toe riepen. De iPhone gaf 7.44 uur aan. Dat werd een gehaast ochtendritueel. Koffie, kwark, medicijnen, douchen, tanden poetsen, in de kleren schieten, opkalefateren met een crème en de deur uit.

IMG_3911Theatergroep Kraak

Weg hemelse rust en zachtjes ontwaken. Weg, schrijfbehoefte. De patiënten riepen. Doorgaans als de dag laat aanvangt, gaat alles trager, maar nu liep het als een zonnetje en zelfs de vermoeidheid van de vorige dag was weggeëbd. Dat had te maken met de serotonine die vrij was gekomen de avond ervoor.  Er was een avond van Theater Totaal met de theatergroep Kraak en de muziekgroep Totall Loss. Mensen met een beperking die theater maakten en de hemel naar beneden zongen. Het raakte diep. Zo geweldig en puur was het spel. Wat er boven uitsprong was de liefde voor de aanraking met het publiek, de emotie die het los maakte, de ontlading, het applaus. Het leverde hen en ons een bevrijding op. Iedereen heeft kwaliteiten, of je  het nu schuchter toont, uitbundig, niet te stoppen of angstig en bedeesd. De eventuele haperingen werden opgevangen door de dramadocenten achter de schermen en de muziekdocente op het podium. De fantastische gitaarsolo’s, de wondermooie en zuivere stemmen, de intense inleving in een rol. Ze kregen een podium door de overtuiging waarmee erin gegaan werd.

Ze spelen normaliter voor scholen. Wat een top moment voor de basisschoolkinderen om ieder mens te ontmoeten in zijn eigenheid. Geen verschil, geen zij en ik, maar wij. Als alle grenzen vervagen en mensen alleen maar zichzelf mogen zijn, is dat een levensles van formaat. Net als ik, gisteren, zullen ze aan de grond genageld staan van de prachtige muziek, het overtuigende toneelspel en de gimmicks er tussendoor.

Met dat gevoel , alleen maar liefde, sliep ik in om pas laat, bijna te laat, wakker te worden.

Op de afdeling was het een drukte van belang in de kleine wachtkamer, waar de mensen gehaald zouden worden om naar hun stoel voor de dagbehandeling te gaan. Ik strooide wat koffie en thee rond en zette een verse kan ijskoud water neer. Het begroeten, oude jongenskrentenbrood, was uiterst hartelijk. Een bekend gezicht dat los stond van al het medische. Het beloofde aandacht, grapjes, liefde, het beloofde een stukje thuis, een beetje ‘alledaags leven’ . Een man op een kamertje alleen, verward, de morfine drupte langzaam de vergetelheid in. Op zijn nachtkastje stond een foto van een breed lachende vriendin op een mooie motor. Geen familie, geen contact behalve het diepe zuchten als er een vraag gesteld werd. De broer van een van de mensen op de dagbehandeling kwam bij hem kijken. De man in het bed was een gevelde oude vriend van eertijds. De vrolijke vrouw op de foto stierf twee jaar terug. Ineens werd het beeld completer. In zijn eenzame wereld gleed hij langzaam verder weg.

Een grijs koppie achter de openstaande deur, ik was er al voorbij. Nog eens kijken en ja, een bekende. Familie van familie. We hadden elkaar al eerder gevonden toen we beiden voor de scan moesten. Ze had mijn foto ontdekt op het grote bord met het leger zorgverleners van de afdeling en zich al verkneukeld op een ontmoeten. Vriendin zat bij haar. Gemoedelijk op het voeteneinde van het bed, gezellig kouten over het wonder van ontmoeten en de tegenstelling. Tegenslag of Geluk. Drie levens, even oud, zo verschillend. Dat de tumor weggehaald werd en de nieten wel eens niet goed zouden hechten, de berusting en het geloof in het optimistisch denken.

Drie dikke zoenen voor de vrouw op de dagbehandeling, die ik door mijn vakantie niet meer zou zien. Geen afscheid, een beladen woord op deze afdeling, maar een ‘Tot ooit, tot ergens’. De man, die een keer in de drie weken kwam, antwoordde op de mededeling dat ik  voor twee weken afwezig zou zijn: ‘O, dan kom ik ook niet’. Zijn pijn verdween voor even in een dikke knipoog vanonder zijn ijspet en de schaterlach, die volgde.

Uncategorized

Op Rijnhuizen

Er loopt al een paar weken een vrouw met me mee. Ze kijkt af en toe over mijn schouder, zingt soms een lied in mijn hoofd. Ze voert me terug naar lang geleden toen Nieuwegein nog uit twee dorpen bestond. Kleine bescheiden dorpen, Jutphaas en Vreeswijk,  met een vaste kern rond een kerk. Er woonden  voornamelijk boeren die de woeste grond hand over hand zouden ontginnen. Eerst Overeind en later Nedereind.

Ooit bewoonden we de zolder van een oude herenboerderij aan de Nedereindse weg. Nooit, zolang mijn voetstappen daar op die zolder lagen, heb ik stil gestaan bij de vroegere bewoners van het huis. Het was een barre tijd, want het huis kende geen verwarming. De zolder was groot en niet geïsoleerd en de drie straalkacheltjes vraten oneindig veel stroom, maar echt veel warmer werd het niet. De baby was net geboren.

Er zijn anekdotische verhalen te vertellen. De legendarische zoldertrap bijvoorbeeld op de gok gemaakt met treden, die ‘ongeveer zo hoog’ moesten zijn. Hier deed manlief een denkbeeldige stap, en zo werd het uitgevoerd. Met het gevolg dat de afstand tussen de treden veel te groot was. Of de eerste bestijging van de trap met kind in de armen. De mannen waren vergeten haar vast te zetten aan de ijzeren haken bovenaan. Onder mijn voeten voelde ik hem weg glijden. Ik kon nog net de kleine boven op de zolder schuiven en daar duikelde ik met trap en al de diepte in.

We hadden ook nog een brandje te blussen door een oververhitte oude centrifuge in het kleine kamertje. In de winter hingen de luiers als stijve lappen aan het Franse balkon. Planken van stof. Mijn handen waren rood van het wassen in het koude water. De zolder zelf zag er knus gezellig uit, met haar grote boekenkast en al het groen. Er was een vide, die alleen met een ladder te bereiken was en waar het bed stond. Op de grond lag een oude pers. Later verhuisden we door de ijzige kou, noodgedwongen, naar een kamer op de eerste verdieping.

Daar werd de chaos compleet met te weinig ruimte, de overvolle kasten, het strijkgoed her en der. Vanuit mijn drukke nachtdiensten op de intensive care werd ik ineens een fulltime huismoeder in barre omstandigheden. Het schakelen ging moeizaam en even was ik de grip op het leven kwijt. Met het nieuwe huis werd alles anders.

Rijnhuizen

Anna knikt me toe. Ze weet alles van de Nedereindse weg, want op Kerkveld, grenzend aan die weg had ze zelf de vijf Godskameren laten bouwen voor nooddruftige gezinnen en voor de schoolmeester. Het had tot dan toe, we schrijven 1595, aan onderwijs ontbroken. Hij ging les geven aan de dorpskinderen in een aangebouwde loods . Anna zorgde voor de centen. Zelf woonde ze op park Rijnhuizen in een benijdenswaardig optrekje. Aan de overkant van de Herenstraat, gescheiden door de Vaartsche Rijn, is het prieeltje al te bewonderen en in de winter een glimp van het kasteel zelf.

Ik hoop dat Anna nog even bij me blijft en me sterkt in het zoeken naar haar wel en wee. Over mijn schouder heen kijkt ze mee, controleert, corrigeert en fluistert me verhalen toe. Verhalen van lang geleden. Van een vrouw, die niet schroomde om anderen in haar rijkdom te laten delen. Het lied in mijn hoofd is dat van ‘Mooi Anna’. Daarin zit ze niet op Majesteit maar, in variatie op een thema, op Rijnhuizen’.

Uncategorized

De Franse lelies hielden zich koest

Zondagsrust met Tony de wees van Freinet, de tuin en het Maximapark. Het boekje is bijna uit en wil zich maar niet ontdoen van de lijdzame toon. Toch staat het ook vol met vergeten nostalgie. De armoede is vertaald in een homp droog brood en knoflook en een te zacht bed van hooi. Het lijdzame schikken van de kleine jongen is bijna vroom te noemen. Het gaat over hoeden van de geiten en de ossen, het dorsen en oogsten, het kleine dorpse leven compleet met een boeman en een wijze herder, die zijn leermeester wordt. Maar ook over het ontzag van zijn vrienden omdat hij al treinen en auto’s heeft gezien, in een stad heeft gewoond en zij nooit de berg af zijn gekomen. Die hierarchische ladder ligt overal op de loer.

Het weer is wisselvallig maar weerhoudt me niet van een bezoek aan de tuin. Gras maaien is de eerste handeling, daarna kan de ontdekkingstocht beginnen. Hè, de stokroos staat heel laag in bloei. Heeft zich verstopt achter de welig tierende geraniums en de moerasandoorn, die tot aan de bloei overal mag staan, omdat je haar zo weer uittrekt. Ze verstikt niet. Daar zijn ook de kleine leuke witte bloemetjes weer, waarvan ik maar steeds niet de naam ontdekken kan. De rozemarijn een beetje vrijwaren en de bieslook, die dapper probeert te wedijveren met de lange grassen, die sterker en overheersend zijn. Voor de lathyrus krijg ik van de buuf een ingenieus hekwerk en van vriend de bamboestokken en het ijzerdraad. De Oostindische kers aan haar voeten bloeit al.

Spoorslags naar het park, waar de parkeerplaats zich ontfermt over mijn kleine blauwe en de waterlelies zich onderweg naar het restaurant uitvoerig laten bewonderen. Op het asfalt bij binnenkomst en in de sloot aan de linkerkant. Prachtig wit en roze en uitbundig in bloei. De reservering was wat moeizaam gegaan, uiteindelijk had de gerant me een uurtje later gemanoeuvreerd, waardoor de helft van de familie was afgehaakt. Buiten bleek echter plek genoeg. De Franse opa en oma genoten met volle teugen van de kinderen en van het park. De kinderen speelden met een vluchtigheid die kinderen tegenwoordig eigen is en dolden van hot naar haar. Had de oudste nog niet kunnen lopen vanwege zijn dikke enkel, hier was zijn kwaal als bij toverslag verdwenen. De jongste dribbelde het hele park door met het accent op ‘Help mij het zelf te doen’. Eigenzinnig en niet bang ging hij op ontdekkingstocht.

In de speeltuin bekroop me de nostalgie. Met de groep hebben we hier ooit verjaardag gevierd. Het was zo’n dag waarop de zon al vroeg hoog aan de hemel stond en niet wilde wijken. Schaduw was er nauwelijks. De kinderen hadden de dag van hun leven. Helemaal toen de waterstralen in de kuil gevonden werden. De natte spullen waren in een oogwenk droog in de stralende zon. Het waren zeldzame verjaardagen waarbij het vooral om het genieten van het genieten ging. Er waren kinderen bij die nauwkeurig lang en uitgebreid stil konden blijven staan bij de kleinste elementen. De werking van de pomp, een mooie gladde kiezelsteen, zand dat door je vingers glipt.

   049

Het waren leerzame momenten zowel voor hen als voor mij. Steeds weer zien hoe verwondering tot leven komt is rijkdom, pure rijkdom.

De Apéro zoals de Fransen het aperitief noemen werd uiteindelijk op het terras geserveerd en niet in de loungehoek. Het maakte niets uit. We waren in goed gezelschap. Een ouderwetse bittergarnituur met kaasloempia’s volgens kleinzoon 2. Ik reken het goed. Internationale kost met een Engelse serveerster. Op de terugweg blies een zwaan zich groot en joeg een paar grote Canadeze ganzen over de kling.

De Franse lelies hielden zich koest.

 

Uncategorized

Levensvreugde

Ik werd wakker met een onderkaak van het everzwijn haarscherp in beeld. Alles viel te bewonderen, het vel, het haar, de tanden. Ik had het gevonden en wilde het aan een van de aanwezigen laten zien. Er waren oud collega’s bij, maar ook volslagen onbekenden en een beminnelijke man. Als ik probeer op te zoeken waar de onderkaak symbool voor staat vang ik , in dit geval dubbel en dwars, bot. Een heel wild zwijn, à la, maar een stukje…

IMG_9753.JPGPenseelzwijn met zijn grappige oren

Misschien had het te maken met het feit dat ik ooit mijn eerste everzwijn in Hongarije heb aanschouwd en nu weer een lange mail van de oude heb gekregen, die op dit moment in Hongarije woont. Of is het het penseelzwijn met zijn grappige kwastjes aan zijn oren uit Beekse bergen, die me voor de geest staat.

Staat de kaak voor veel kletsen, zo veel dat ie er los van schiet of voor beter kauwen. Of was de liefdevolle manier, waarop ik er mee omging in de droom, van zeggenschap.

Laatst was de documentaire over Erwin Olaf te bewonderen. Een knappe man met geprononceerde kaken.(!) Zijn werk is prachtig, confronterend ook. Het was voor mij dubbel om hem te zien. Zijn longfunctie is slecht, slechter dan de mijne. Het is wel mijn voorland. Hij trekt zijn schouders op en snakt letterlijk naar adem. Zijn werk betekent veel voor hem. Hij is afgestapt van zijn provocerende beelden van het eerste uur en maakt nu prachtige veelzeggende portretten en series. Altijd met een boodschap en na zijn werk Separation vooral met thema’s waarin de kwetsbaarheid en de eenzaamheid centraal staan. Zijn internationale bekendheid zorgt ervoor dat hij veel vlieguren moet maken.

Dat is dubbel, want vliegen is een risicoverhogende factor voor zijn gezondheid. Zijn gedrevenheid en zijn bevlogenheid zijn de drijfveer om daaraan voorbij te gaan, maar in de documentaire adviseert een arts hem met klem om het kalmer aan te doen. Ik herken veel in dit verhaal. Vooral het voortdurend over de grenzen heen reizen van je eigen vermoeidheid. Het balanceren op je beperkingen en vaak de keuze maken voor het onmogelijke mogelijke. Misschien hoort het erbij of is het dat wat een chronische aandoening aanvaardbaar maakt. De prijs betaal je toch wel vroeger of later.

Het zijn van die onnavolgbare stappen in het leven. De verzachtende factor is de roem en in mijn geval de voldoening in de wetenschap iets te kunnen betekenen voor de omgeving. Stilstaan betekent achteruitgang in alle opzichten. Vooruitgang boek je door te blijven bewegen. De kern, de juiste balans vinden, is moeilijk. Je weet pas dat je te ver bent gegaan als je de dag erop de tol betaalt. Daar dan weer leergeld uit te trekken voor een volgende keer. Het lied van Hanse Panse Kevertje spookt door mijn hoofd. Dat malle kleine kevertje, dat omhoog klimt en met dezelfde vaart weer wordt neergesabeld door de regen en weer omhoog klimt. Tegen een eindeloos beter weten in.

Zijn we niet allemaal kleine Hanse Panses en is dat wat het leven is. Zwemmen tegen de stroom in, soms dobberen en soms met de stroom mee, zolang het voldoening schenkt en levensvreugde.

Hanse panse kevertje,
Die klom eens op een hek
Neer viel de regen
Die spoelde alles weg
Op kwam de zon
Die maakte alles droog
Hanse panse kevertje
Die klom toen weer omhoog

Uncategorized

Een kinderhand is gauw gevuld

Het avontuur begon zodra ik een stap buiten de deur zette. In de ochtend een karige verjaardagsgroet voor de zonen. De dag van de geboorte, mijn weeëngang naar het ziekenhuis nog vers in het geheugen gegrift en het gemak waarmee ze ter wereld kwamen. De snelheid ook. Met de drie Vasalisbundels onder de arm geklemd en een fles wijn voor de dokter meldde ik me om half acht bij de ingang, sloeg dubbel van een wee en mocht blijven.

Daan e n Michiel

Mijn moeder die om half twaalf al met me mee liep naar de couveuse. Daar lagen de twee, een had het moeilijk met ademen. Ademloos zocht ik naar de hoop tussen de zwoegende ribbetjes. Het kleine koppie met de gesloten ogen. Mijn moeder en ik omhelsden elkaar, op dat moment bovenal vrouw. Ze hebben het gehaald mijn stoere mannen. In gedachte omarm ik en koester de gedachte.

Het regende pijpenstelen en de hele dag stortte de hemel haar gemoed leeg. Het overmande de droge aarde en hier en daar overstroomde de boel. Nederland was al bezig een droogvlakte te worden. Nu kon alles weer naar groen. Groen gras is zoveel mooier dan het dorre geel, al is voor de kleur wel wat te zeggen. De kringloop werd schuilplek nummer een tijdens de heftige donderbui die volgde. Doelloos zocht ik tussen de rekken, leeg plukte ik tussen de lappen en vluchtte uiteindelijk weer terug naar het veilige compartiment van de auto, dikke druppels trotserend. Mijn zomerse pofbroek en het vest bliezen een valse noot.

Ik was vroeg bij school en had een ruime keuze parkeerplaats. Ook hier weer grote plassen en veel regen. Voor het hek stonden rijen mensen, maar ik glipte het schoolplein op. De kinderen kwamen een voor een, klaar voor vertrek, voor het raam staan met verwachtingsvolle ogen en kleinzoon zwaaide enthousiast toen hij mij zag, liet zijn buit zien. een zorgvuldig dichtgeknoopt zakje met werkjes erin.  Hij was als eerste buiten en probeerde de plastic zak met het kinderzitje uit Juf haar handen te futselen. ‘Nee, die is voor…’ Tot ze ontdekte dat hij het was. ‘O ja, voor jou, jij gaat met oma mee?’

Twee paraplu’s op en gaan. Braaf liep hij in mijn voetspoor. Alles schoof ik de auto in, zitje, kind en spulletjes. Het rugzakje met de sleutel mocht voorin. De supermarkt door en rennen voor een plakje worst, die hij ergens vandaan wist te plukken. Gevulde koeken, kaas en een hele doos ijslolly’s was de buit terwijl kleinzoon zijn klasgenoot tegenkwam en ze allebei pochten om het lekkerst. Chocomel met slagroom tegen de ijsjes. Alle twee goed besloten ze. Kristalheldere stemmetjes onder de bedrukte blikken van de oudere caissière. Regen was feest als je thuis kon genieten.

Het lege huis vulde zich. Tassen, jassen, beloftes. Eerst een perenijsje en een voorleesboek. Kind kroop in het holletje en samen genoten we van het knusse moment. Zachte haren tegen mijn wang, hij leunde de schoolse vermoeienissen eruit en ik viel bijna in slaap door het roezige van het samenzijn. Het boek was een zoekboek en als hij wist waar het gevonden voorwerp zich bevond, gaf hij de opdracht die te zoeken. Altijd een stap in het voren en ik had het nakijken. Hij vroeg zich af of er nog wel een tweede ijsje in zou zitten. Ik schatte de kans hoog als papa thuis kwam.

Die bracht droogte met zich mee en dochterlief. Een wolk van muggenbulten. In de gang stond de bestelde klamboe. Geen overbodige luxe voor de lieve schat. Dat tweede ijsje mocht, want het was oma-dag en dan mag bijna alles. Vier voorgelezen boeken en een cappuccino verder toog ik naar huis, handig het drukke verkeer omzeilend. Lombok, Muntkade, Kanaleneiland. Tijd voor wat nostalgie. Macaroni met uien en kerrie, meer niet. Armenluis-eten. ‘Waar is het feestje, hier is het feestje’. Moeders macaronipotje en de herinnering. Een kinderhand is gauw gevuld.

Uncategorized

Dromen, wensen en gedachten

Het was zo’n dag van niets hoeft en alles mag. Nou ja, Fysiotherapie stond vast, maar daarna lag de wereld open. Grappige oefeningen bij het balanceren, wiebel, wiebel. Spelletjes blijven altijd leuk. De scholen maken zich op voor de laatste dagen. Bedrijvigheid alom en ik rij met een voldaan gevoel de vrijheid in, richting Voorlinden in Wassenaar. Het museum spreidde haar vleugels uitnodigend. ‘Kom maar binnen’. De prachtige tuin is een kleurexplosie van gedurfd en gewild. Die bewaar ik als toetje.

Less is more, maar eerst moet het rugzakje aan de voorkant. Onhandig maar de noodzaak begrijp ik, als ik bij de kwetsbare tentoonstelling van Do Ho Sun kom. De installaties van minder is meer zijn om langdurig over na te denken. Het is aardig druk maar als je geduld hebt en wacht dan kan het zomaar gebeuren dat je een zaal bijna alleen voor jezelf hebt. De tijd is aan mij, nu ik alleen op pad ben gegaan en dat is een prettige bijkomstigheid. Ik mag overal net zo lang dralen en drentelen als ik wil. Dat doe ik, twee keer of meer opnieuw aanschouwen. Er is veel werk met spiegelende vervreemdende effecten.

040.JPGTurbulence, detail

De zaal in een notendop weerspiegeld tovert bij de zwarte knikkers van Mona Hattoum de herhaling boven. Ik buig me erover om beter te kijken. De suppoost buigt mee. Wat grappig om het van dichtbij te zien. Er ligt een knikker van zijn plek af, boven op de anderen. Wij vragen ons af of het per ongeluk is of een bewuste zet van de maker. Een knikkertje zorgt voor een deelzaam moment. De vele deurmatten uit een arme wijk van Krakau, een werk van Miroslaw Balka , met onmiskenbare sporen van gebruik vormen met elkaar een bont en hecht tapijt. Hoeveel voetstappen zijn er overheen gegaan. Voetsporen van de tijd.

De installatie van Pascale Marthine Tayou, getiteld Plastic Tree, raakt me. Dit is de tweede keer dat ik zijn werk aanschouw. De Kameroense kunstenaar verzamelt afval of afgedankte spullen en verweeft het tot kleurrijke kunst. Hier zijn plastic tassen in de takken geknoopt en ze vertellen allen een eigen verhaal over hun zwerftochten van over de hele  wereld. Samen vormen ze een licht en vlinderend gedicht.

Do Ho Sun moet je gaan zien en voelen. Zijn werk hangt van verrassingselementen aan elkaar. Niet alleen het huis van tule en ijzerdraad, tot in de details nagemaakt, maar ook zijn draadtekeningen op katoenpapier en zijn pentekeningen en aquarellen. Het is voorbij de haast en het jachtige bestaan. Hier mis ik de stoeltjes om er uren naar te kunnen kijken. De foto’s vertellen het hele verhaal. Alles wat in de handen van deze man komt wordt kunst en hij maakt het onmogelijke mogelijk is door zijn verlangen en zijn wens herinneringen mee te blijven dragen. Zijn werk Fallen Star is daar een staaltje van. Zijn doel is om de focus op de tussentijd te leggen. Het slotaccoord is een wandeling met zijn dochters vanuit hun perspectief gezien en door drie GoPro-camera’s geprojecteerd op drie wanden. Ze vormen The Pram Project en het zorgt voor een vernieuwende kijk op de wereld.

Yayoi kusama’s werk ontroert, tot in het diepst van je wezen. ‘Hoe hou ik mezelf staande in een vervreemdende angstaanjagende psychotische wereld’, lijkt ze te willen zeggen. Ze gaat het te lijf met polka dots en katoenen fallussen, zorgvuldig van lappen en lapjes gemaakt en andere textiele sculpturen, maar ook een ruimte vol ronde spiegels die refereert aan de stippen. Haar Infinity Mirror Room is een ervaring waard. Laat je verrassen door de glimmende lichten van de ziel.

Onder de indruk zak ik niet neer op de grote groene banken aan de achterzijde om van het panorama te genieten, maar duik de natuur in. Eerst langs de weelderige aangelegde bloemenzee om daarna van het pad af te wijken en naar het water te gaan. Daar, uit het zicht, vliegt de natuur losjes rond in de vele vlinders en staan de grassen en het gele guichelheil te wiegen naast de wilgenroosjes aan de waterkant. Het is een schatkamer aan bijensoorten. Een meerkoet laveert tussen de grote leliebladeren, zwart contrast met de witte bloemen zelf.

Ik leg het vast in een snelle schets en wandel terug naar de kleine blauwe. Vol van schoonheid en bewondering om de verwezenlijking van dromen, wensen en gedachten.