In de holte van mijn arm zat kleinzoon en luisterde. Ik las hem mijn ‘kinderbijbels’ voor. Kikker en Pad en de verhalen van Uil, beide boeken van Arnold Lobel, en kikker van Max Velthuijs. Over de twee bobbels in bed moest hij even nadenken, zelfs toen uil zijn voet bewoog en een bobbel ook bewoog. Subtiele boodschappen waar lang over nagedacht kan worden. Met grote ogen luisterde hij ademloos.
Datzelfde effect was er als ik in de kring een boek voorlas. Het laatste dikke voorleesboek was De Gorgels van Jochem Meyer en het werd net zo’n succes als de klassiekers van Annie M.G. Schmidt, Lobel, Toon Tellegen. Ook mijn kinderen thuis heb ik elke avond voorgelezen. Hoeveel kinderboeken zijn er wel niet door mijn handen gegaan. Ademloos luisteren, leunen tegen het verhaal aan en aan het eind een diepe zucht. Wat jammer, nu al afgelopen. De magie van een goed verhaal.
Vroeger, thuis, werd er op de radio voorgelezen. Nachtponnetjes aan en schoongeboend voor de radio. Daar ging het belletje al. Het klokje van zeven uur. We liepen mee met dappere Paulus en Oeroeboeroe en griezelden bij de krakende stem van Eucalypta, de valse heks. Spannende verhalen, waar we ademloos naar luisterden. Daarna kwam er het beeld bij op televisie. ‘Varen is fijner dan je denkt’, met het lied van Zeefje. Dappere Dodo, Okkie Trooy met zijn koffertje en Oma Tingeling en Mik en Mak. Zonder dat we het in de gaten hadden werd de fantasie tot in het oneindige geprikkeld, beelden opgeroepen, herinneringen vastgelegd. Nog altijd worden de vruchten ervan geplukt. ’s Nachts in de dromen ging de fantasie aan de haal. Soms veel te spannend, waardoor ik zwetend wakker werd, soms lieflijk en mooi. Vaak was de wens de vader van de gedachte en wilde ik ook naar een onbewoond eiland of varen op een schip. Alles werd nagespeeld, buiten op het landje achter de poort of op het kleine kamertje met de stapelbedden.

Zodra we zelf konden lezen, mochten we los. Eindeloos ver viel er te reizen met Remi in alleen op de wereld, aan de hand van Gulliver in Gullivers reizen of dichter bij huis met de avonturen van Pinkeltje, Ernstjan en Snabbeltje en met de schavuitenstreken van Pietje Bell. Eenmaal bij de kabouters op de scouting werden sommige verhalen vorm gegeven met drama en decor tijdens de kampweek. Het was de kiem voor het verhalend ontwerp. Alles was denkbaar, de toverkracht van knikkertje Lik, de onverschrokkenheid van de ridders, krantenhoed op het hoofd, stok in de aanslag of het opzetten van een circus met Herr Sandrino.

Met dat kleine warme lijf tegen me aan, de grote ogen, de rode wangen van de spanning, de verwonderde blik en het onuitputtelijke, nog een, en nog een, kwam het gevoel terug van vroeger. De geborgenheid, het vertrouwd zijn en je veilig voelen. Wat er ook gebeurde, hoe spannend het ook was, hier waren we veilig.
Vorige maand was er een discussie gaande over het kinderboek. Buwalda wantrouwde volwassenen die kinderboeken lazen. Ted van Lieshout probeerde erachter te komen waarom. Het enige wat ik zou willen zeggen, is dat Buwalda zich weer eens zou kunnen gaan verdiepen in de grote klassiekers, hierboven beschreven, zoals ik gisteren mijn kleinzoon heb meegenomen in de avonturen van Kikker en Pad. En verder staat het iedereen vrij te vinden wat hij wil en staat het ieder ander vrij het daar mee eens te zijn of niet. Ik denk er het mijne van en sla zo ‘De kleine Prins’ nog maar eens open. Ware schoonheid verloochent zich niet.


Foto door Mirk genomen(zelfontspanner)

Mijn tante Nans vloog voortdurend weg. Het gesprek kabbelde wat voort. Over de honden die toegelaten werden, over het weren van het digitijdperk, over het eten zelf en ik zweefde heen en weer tussen nu en vroeger en overspande de tijd in een notendop. Dat heeft me altijd verbaasd, het gemak van afhaken in aanwezigheid. Dat ik, door een deel informatie af te sluiten, met het grootste gemak in een ander deel terecht kom. Terug naar het boek van Karin Bloemen, waar ik nog middenin zat, vlak voor we vertrokken. Waarvan ik niet weet wat ik er mee moet. Heftig, niet voor te stellen, boos ook, over de aantasting van een kinderleven, het kapot geselen van de onbevangenheid. Je eigen ego voor het leven van een ander stellen. Het valt in een dag moeiteloos uit te lezen. Het is de sfeer, de bedompte sfeer van dat huis in Schagen, dat uit de bladzijden van het boek omhoog stijgt en je meesleurt in de deprimerende gedachte.






Monet: Impression, Soleil levant

Fragment
Theatergroep Kraak

Penseelzwijn met zijn grappige oren
Turbulence, detail
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.