Uncategorized

Voer voor dromen en filosofie

De stoofpot van de befaamde ‘Amandel’keuken lag te wachten op schoonzoonlief, in twee bakjes samen met krielaardappelen en verse sperziebonen. Een keer in de zoveel tijd was erdie onbedaarlijke trek. De belofte was gedaan voor zijn verjaardag begin januari, maar daar stak een virus een stokje voor. Zaterdag waren de riblappen van ‘beter leven’ in de aanbieding en was de som al gauw gemaakt. Belofte maakt schuld en één en één is twee. Bovendien hield ik van de geur, die door het huis trok. Pure nostalgie. Laurier, mosterd, broodkruim, kruidnagel  tekenden de jaren zestig.  Ze kwamen met vier man, vrouw en kind sterk, om het lang verbeide cadeau binnen te hengelen. Doorgaans eet schoonzoon vegetarisch/vegan mee met dochterlief. Een keer in de zoveel tijd, net als ik, was dit een van de onstilbare verlangens. Nostalgie naar moeders pappot.

De rest van de dag doezelde ik voort. De nacht was om te waken. Dat droevige verhaal van alleen zijn en thuis op de grond terecht komen, na een hersenbloeding. Pas een paar dagen later gevonden worden door een buurman. Geen kinderen of echtgenoot,  een zus en zwager op leeftijd. Zelfs in een serviceflat kan het mis gaan.

IMG_7747Dat malle gezichtje

Morfine dempte de pijn, die van tijd tot tijd aanzwol. Het lieve personeel, het blad met koffie en heet water voor thee en bouillon, het schemerlampje en dat malle gezichtje op het andere bed, van mijn positie uit gezien, dat de hele nacht bleef mee waken, vormden mijn decor voor de nacht. En de onregelmatige ademhaling. Het boek in de aanslag, een artikel over Vasalis, toepasselijk, op de Iphone. Mijn lievelings-woordenvangster en voorgoed aan het ziekenhuis verbonden, toen ik met haar hele oeuvre, drie dunne bundeltjes, de afdeling verloskunde binnenstapte met een tweeling in hun weeënde huls.

vasalis

Vasalis schreef in het gedicht ‘Zien’ uit de bundel ‘Vergezichten en Gezichten’:

Ik zie een boom. Een stam met takken, takjes, naalden.

Wat zou ik jong zijn als het daarbij bleef.

Maar ’t is een lariks, hij beweegt zijn lange armen

met draperieën en hij danst en rouwt.

Wat ben ik oud.

Ik moet denken aan de oude, zieke, rode beuk van 170 jaar in het Wilhelminapark, waar hedendaagse nimfen, half zo oud als het leven dat vertrekt, dansen om haar stam om te eren wat ze ons geschonken heeft. Straks wordt ze gekapt. Zo stel ik me de Lariks van Vasalis voor, terwijl ze in het laatste stuk van het gedicht eindigt met:

Ik zie de zee, het water danst tot aan de horizon.

Daar blijft het bij: het doet me denken aan de zee.

Wat ben ik jong.

Je kan iets ‘oud’ waarnemen of ‘jong’. Het ligt er maar aan hoe je er naar kijkt.

Pijn vertaalde zich in grimassen en onrustig bewegen van de arm en het been van de niet getroffen kant. Ik voel me, alsof ik kijk naar die oude monumentale boom. Ieder mens is monumentaal op de dagen van het afscheid. Tegelijkertijd voel ik, als Vasalis die kijkt naar de zee, de jeugdigheid van een nieuw begin. Ooit dichtte ik over afscheid nemen en doodgaan  ‘Met slechts de stofmantel als wachter, ook al blijft die eenzaam achter’.

Zo voelt het. Dit is een leven geweest in volle heftigheid, waar nu alleen de contouren zichtbaar van zijn, op de linkerzij oogt het oud als de jaren zelf, op de rechterzij steekt jeugd boven het lijden uit. ‘Het leven snurkt en ratelt, zucht soms wat, terwijl de klok haar uren tikt en verder gaat, maar de tijd hier stille staat’.

Na een lange nacht en een lichtheid die niet komen wil, vult de wandelgang zich met dag en dienst. Mijmeren over ‘jong zien en oud zien’. Voer voor dromen en filosofie.

 

Uncategorized

Meer dan waard

Gisteren was ik al vroeg op pad voor de zaterdag. Twee lieve vriendinnen speelden in de bibliotheek voor de kinderen het verhaal van Moppereend uit, het prentenboek dat centraal stond bij de nationale voorleesdagen.  Heel veel jonge ouders met hun kinderen hadden zich al beneden verzameld bij de afdeling kinderboeken. Ik mocht er tussen door glippen om de dames een ‘break a leg’ te wensen. Half om half namen ze het verhaal nog even door, het ingenieuze kleine decor stond klaar voor ontvangst. Muziek werd getest en de laatste hand aan de make-up gelegd. Ze waren er klaar voor. Daar stroomde de ruimte vol met het kleine grut,

IMG-7684

Bibliotheken gaan steeds meer mee met de tijd. Vroeger waren het bolwerken van stilte en werd elk geluid ontvangen door verstoorde of verbolgen blikken. Niet in de kleine bibliotheek in het woonhuis in de Elsstraat, waar we als kind wekelijks vertoefden, maar wel in de grote statige bieb in het centrum van Utrecht, in de Voetiusstraat, een indrukwekkend gebouw, waar boven de deur nog steeds te lezen staat: ‘Openbare leeszaal’. Bibliotheken werden voor mij een bezienswaardigheid. Graag ging ik er bij een stedenbezoek binnen om de gewijde sfeer te proeven. In de tijd dat ik een avondstudie MO-A Nederlands deed, studeerde ik in de universiteitsbibliotheek, waar de stilte bijna sacraal te noemen was, omdat niemand wilde storen en ieder met toewijding met de neus in de boeken zat.

Maar het liefst waren de bibliotheken waar ik met de vinger over de ruggen mocht wandelen. De openbare bieb verhuisde naar de Oude Gracht en werd veel toegankelijker. Even binnen wippen behoorde tot de mogelijkheden. Ooit werd ik lid, maar dat was mijl op zeven. Ik vergat vaak de boeken voor de juiste datum terug te brengen. Een eigen bibliotheek aanleggen was een betere optie. Als ik wil kan ik een kamer vullen.

IMG_7421

Tijden lang was de boekenkast naar boven verbannen, maar ik miste teveel de sfeer, die ze opriep. Het is dubbel. Merendeel van mijn bezoek vindt het stofnesten, waar het voor mij alleen maar bezieling betekent. Uitleggen waarom je van een boek houden kan, is nauwelijks te doen. Voor mij draait het met name om de taal van een boek, mooie rijke zinnen met verbeeldingskracht. Geen platgeslagen nuchterheid, maar sfeergevoelige warme woorden. In gedachte moet ik meegevoerd worden naar nieuwe werelden, waar ik geen weet van heb, maar die eigen worden door wat het oproept en los maakt.

Ik hoorde de kleintjes tijdens de voorstelling onbedaarlijk schateren en genoot. Er is niet veel nodig voor werelds vermaak. Een doek, een vijver die verandert in een regenboog, twee oranje kussens als voeten en een eend die eend wordt door een pet met een hele lange snavelklep. Als eend moppert, dan kwakkert hij. ‘Kwakkerdekwakkerdekwak’.  Succes verzekerd.

IMG_6901

Kinderboeken als voorlopers op het grote lezen, omdat het zo heerlijk is om te doen. Het is de zoveelste grauwe dag op rij met regen en motter. Tijd om op reis te gaan, dit keer naar Amerika. Om mee te leven met Ocean Vuong en de poezie te vangen van zijn verhaal als zoon van een Vietnamese moeder in Amerika en de kracht van het woord. Tussen twee werelden schrijft hij zijn eigen taal. Een, die de moeite van het lezen meer dan waard is.

Uncategorized

In voor-en tegenspoed…

Ik kwam haar tegen op het parkeerterrein bij het winkelcentrum. De achterkant van de medaille. Een zus van. ‘ Ben je het echt’, vroeg ze. ‘ Ik geloof het wel.’  Heel even was de ontmoeting uit de context geplaatst, maar toen ze zei dat haar zus was overleden, met de toevoeging ‘kort daarna’ op tweede kerstdag, viel alles op zijn plek. Woensdagochtenden lang hebben we elkaar begroet, maakte ze grappen, babbelde ze honderduit en als zussen gevulde koeken gingen halen voor haar, het enige wat ze nog at, ademde ze ongerustheid tussen de kwinkslagen door. Doorschijnend zat ze met opgetrokken knieen, de nagels en de lippen vurig rood, op de stoel en telde af.

003

Ze was een markante vrouw. Lang en benig, kleurrijke sjaal bij bijpassende kleding op haar kale hoofd, waar al weer haar doorheen schemerde. Dat had ze me laten zien. Trots had ze de sjaal afgetrokken en streek over het zachte dons. ‘Kleinzoon vind het nog een beetje eng’, vertrouwde ze me toe. Met een handig routinegebaar trok ze de sjaal weer over het hoofd. Ze had na al die maanden geen spiegel meer nodig. De felle ogen achter de grote bril, de blossen en vuurrode lippen extra aangezet om een zweem van ziek zijn te maskeren. Ruwe bolster, blanke pit.

021

Zus schetste  haar laatste weken en het feit dat ze zich groot hield tot de pijn de overhand kreeg en ze op een punt aanbeland  was, waar ziek zijn en pijn zwaarder wogen dan het afscheid nemen. We stonden op het troostelloze parkeerterrein en de kou die ons deed rillen, kwam niet alleen van buiten. Als ik haar niet tegen was gekomen, was alles ongewis gebleven. In een oogwenk werd ik een stukje zus, een stukje familie en het lijdzame leven ingetrokken.

Zus brilde verdriet in meer rimpels en wallen dan anders achter het glas. Gearmd liepen we tot waar haar auto was. Een ontmoeting zo maar op straat, een oplopen voor een korte tijd, om elkaar weer los te laten.

Ik liep verder met het kunsttijdschrift onder mijn arm. Twee werelden even bij elkaar gebracht en nu weer ieder een eigen weg. Het werkte wat vervreemdend. Thuis besloot ik na het droedelen in het klein, wat groter te werken als voorstudie op een doek. Notorious Big als model. In potlood was het effect anders dan met de pen. Toen ik de volle wangen vorm gaf, trok het benige koppie er weer dwars doorheen. Ik zou haar moeten tekenen, zoals ze in mijn geheugen is gegrift. Voortdurend bleef de boodschap van vandaag door alles heen sluimeren. Ik keek naar the Voice, maar hoorde Robert Long met zijn ‘Liedje voor als ik er niet meer ben’.

Ze heeft een stempel gedrukt en betekenis gegeven aan het bestaan. Om haar heen zullen mensen zijn die terugdenken aan haar ‘stoere’ karakter met het zo gevoelige hart, die ontroerd kon raken door het minste of geringste. Vrouw, moeder, oma maar bovenal ook zus.  Drie zussen die haar kenden van de hoed en de rand, die ze van tijd tot tijd wegstuurde, omdat ze het gekwebbel zat was, maar waar ze zo van hield. Zussen, die haar steunden door dik en door dun. Zussen, die de make-up bijwerkten als het felste rood door de begrafenisondernemer was weggeveegd en die haar en eigen nagels rood lakten. Solidair lijdende zussen. De vier zussen bij elkaar vormden het paralelle leven en dat schiep een band, die groter bleek dan de aangegeven grenzen. In voor-en tegenspoed…

 

Uncategorized

Nu de biceps nog

Malle Pluis wil nog niet naar binnen. Ze is onder een terrasstoel gekropen en loert naar de somberte van de winterplanten op het balkon. Sinds ik het hekje weer tussen ons en dat van de buurman heb vastgeklemd op de rand, laat de witte kat zich niet meer zien. Het is maar goed ook. Pluis krabt haar het vel van de oren en vice versa. ‘Het is mijn balkon’,  hoor je haar denken, terwijl ze alle grijze haren imponerend op zet.. En zo is dat.

pluis in sneeuw Pluis toen er nog sneeuw lag

Gisteren voor het eerst weer naar de fysio geweest. Daar ben ik nog altijd, ook al is de conditie nul, de meest fitte die er tussen loopt. Er is een vrouw die de hele tijd praat, mompelt, roept. Ze heeft het tegen iedereen en niemand in het bijzonder. Ze maakt zich druk over de conditie van de man die van de loopband stapt en bleek wordt, naar zijn hoofd grijpt, gaat zitten. Ze kijkt me in paniek aan, schudt haar hoofd, mompelt ‘Als dat maar goed gaat’. Er staat een fysio en een stagiair bij. Ik vermoed dat het wel goed zal komen. Ze houdt hem angstvallig in de gaten. Er is een vrouw die moeizaam schuifelt van steunpunt naar steunpunt. Het handvat van de hometrainer, de greep van de crosstrainer, de stoel van de legpress, tot ze neerploft op de stoel van de bicepstrainer.

De man van de loopband is ondertussen weer opgeknapt en gaat naast haar zitten. Samen doen ze ups en downs. Ze bespreken ze niet. Een vrouw krijgt bij de ladder een looptraining, een voetbaltraining waardig. Er worden steeds leuke varianten verzonnen, die eerst voorzichtig maar allengs gewaagder worden uitgevoerd. De fysio legt mij vast aan het gewicht om de benen te trainen. De lieve praatgraag schoof door naar de legpress, babbelend over vakanties en wintersport. Ze zoeven in gedachte slalommend met z’n drieën al pratend van de piste af.

pluis sneeuwPLuis in oongerepte sneeuw

Wintersport is iets waar ik absoluut niet over mee kan praten. Ik hou van sneeuw, als ik ervan mag genieten. Maagdelijk wit, ongerept, bomen met hun witte pruikenpracht. Dus langlaufen had misschien nog gekund. Maar een piste, de berg afzoeven, en de after-ski dat alles is niet aan mij besteed. Een berghutje, de stilte en de schoonheid graag.

Ik hou mijn mond terwijl het gesprek verder gaat. Praatgraag is in haar element. Hoewel ze met een stok loopt, komen er glimmers in haar ogen bij de gedachte alleen al. Volgende week gaat ze al. Ze nemen de ultieme theorie door, benoemen haken en ogen en de ontlading bij het afdalen.

Wilskracht doet wonderen, bedenk ik me, als ze even later achter mij langs schuifelt met de stok, terwijl ze zwaar leunt op haar mans arm.

Ziezo, we zijn er weer. Dit jaar is er nog maar vergoeding voor één keer per week fysio. Dan zal ik naar de ‘sportschool’ moeten. Geen opgave. Het blijft daar ook  leuk, omdat er veel te zien is en te overpeinzen valt. Rustig aan beginnen en kalmjes uitbouwen. Vanmiddag eerst maar eens kijken hoeveel spinazie ik erbij moet nuttigen om het ijzergehalte omhoog te vijzelen. De Popeye in mij is wakker.  Nu de biceps nog.

 

Uncategorized

Een ijzige wind

Iets later dan anders doordat alle wegen blokkeerden. Zes rijstroken lang lint van rode lichten. Toch viel er aan de linkerkant in een rustig tempo door te glippen, want alleen de weg naar de tunnel stond vast. Incidenteel op de vrije baan de wachtenden om in te voegen. Het werd slalommen.

De  twee dwergkonijnen in het gras graasden onverminderd voort. De grote run op de draaideur was alweer geluwd. Bij de post kreeg ik twee enorme zware pakketten toegeschoven, waardoor de gang twee keer zo lang scheen. Bij het overleg was het druk, de inluider voor een wat rommelige ochtend. Op de dagbehandeling waren er al stoelen gevuld. De eerste koffie of thee kon geschonken.

Een jonge man in de stoel in een van de kamers. Zoals altijd stelde ik me voor. Een uitnoding om zijn doopceel te lichten. Klaarblijkelijk was de behoefte aan ventileren groot. In een notendop hoorde ik zijn relaas aan. Voor een onschuldig dingetje naar de dokter, over het opgezette gevoel in zijn buik vertelt, dokter met gevoelige vingers, echo besteld.  Totaal onverwacht bleek er een tumor te zitten. donderslag bij heldere hemel. Niet de chemo was erg, maar de pijn die de grillige werking van zijn darmen opriep. Bij de laatste controle bleek dat de chemo was aangeslagen en de tumor slonk. Hij vond het mazzelen, als je, hier op oncologie, om je heen keek en luisterde. Leed leggen naast de gradatie-meetlat van de afdeling is een gave, want dan bof je al gauw. De positieve blik stond op voorwaarts en een thee graag. Goudkleurige rooibos.

Een lieve bekende met zus. Zo’n prachtig mens, haar warrig op zolder, een persoonlijkheid. Binnen vier weken was ze mens-af en patient-rijk en stond ze oog in oog met het einde. De levensdraad doorgeknipt door een tumor en diens gretige lange vingers, die als een dolle door het lijf heen hadden gegraaid. Ik moest denken aan het aangrijpende nummer van  Stromae en wist dat het zo gegaan was. Naast me vloeiden tranen van onmacht middenin het relaas en huilde mijn hart mee. Troost was een knuffel en daarna koffie. De wens was een mooi jaar met de kleine familiekring, in alle rust. Chemo om te lengen.

De man met de kwinkslagen en een praatje voor iedereen. De vrouw manend tot kalmte, maar hij bleef kletsen en iedereen aanspreken. Al gauw bleek waarom hij meer eufoor was dan anders. Het was zijn laatste keer, dan was de behandeling afgelopen en kreeg hij de uitslag over het verloop eind februari. ‘Wie dan leeft, die dan zorgt’ met een gulle lach erachteraan. Woorden krijgen hier eenvoudigweg altijd een diepere lading. Twee volle dropzakken bleven achter.

De vrouw met haar hoofddoek met de cyclaamkleurige wijze uilen dacht in symbolen. Ze zag er beter uit dan ooit. Trots kwam uit het zijvak van haar handtas de witte mini-kralen met in het midden een rijtje gouden, vier rijen dik om elkaar heen geweven. Een proeve van geduld. Bosvruchten om de uilen te voeden. Ze was bijna klaar, nog maar twee keer. Hier telde de regel van het afstrepen, de laatste dag van de kuur als baken.

IMG-7667uitzicht

Op zaal mocht iemand naar huis. Geen blijdschap maar berusting. Daar ging ze heen omdat hier niets meer te doen viel. Ze had het goed met dochterlief, een close band. Dat was fijn, maar moeilijk. Hoe geef je de liefde een eervolle plek als het naderende einde als in de steek laten voelt. Ik stopte haar pantoffels in de koffer. Het zware paarse geval kwam op haar schoot te liggen en zwagerlief duwde haar voort. Welke woorden vervangen ‘tot ziens’.

Bouillon delen, broodbriefjes…het leven gaat voort ook al staat het hier stil. Het brengt een ‘pas op de plaats’ en als vanzelf wordt je teruggeworpen in gedachten. Terwijl ik uit de draaideur rolde, sneed een ijzige wind mij de pas af en nam mijn gedachten mee.

Uncategorized

Vastgelegd en vorm gekregen.

Gisteren was ik aan het droedelen en bedacht me, dat het gaaf zou zijn om een keer te lijnschetsen met olieverf. Zou dat mogelijk zijn. Vriendinlief stuurde me voorbeelden van grote namen die ooit aan lijntekenen deden. Picasso en Matisse, maar dat zijn alleen  lijnen. Daarmee wordt het een andere manier van schetsen.

View image on Twitter‘Every object in Museum Modern Art’.

Bij het zoeken naar lijnschetsen stuit ik op Jason Polan, een illustrator en kunstenaar, die iedereen in New York wilde tekenen. Hij liep met zijn schetsboek rond en tekende op afstand de mensen die hij zag zonder dat ze het in de gaten kregen. Hij heeft meer dan 30.000 Newyorkers getekend. Zijn tekeningen zijn in boekvorm verschenen en zeer de moeite waard. Twee dagen geleden is hij op 37-jarige leeftijd overleden. Hij had een doel voor ogen met zijn vele schetsen. Hij wilde mensen samenbrengen. Eerder had hij al alle kunstwerken in het Moma getekend.

Bijzonder dat ik op dit moment op zoek ging en hem nu vond, twee dagen na zijn dood. Het boek heb ik besteld om zijn daadkracht te eren. Wat een moed om in zo’n overvolle stad al tekenend rond te lopen. Met Urban Sketchers zijn we ook op locatie aan het schetsen, maar dan ben je met elkaar. Alleen er op uit trekken met een schetsboek in de hand is weer een ander ding. Ik weet niet of ik dat zou durven.

A074885B-1AEF-4BCD-B2A2-DE2CCD993E3C

De kleine schetsboeken en de fineliners liggen altijd onder handbereik. Vaak stop ik er voor de zekerheid een in de rugzak.

LAOL4595   IMG_7399   340E389D-9A38-44BC-8856-D214BAA6DFE5

Oefening baart kunst en niets is minder waar. Tijden heb ik ook een tekendagboek bij gehouden. De wereld in dagelijkse schetsen. Het is plezierig om te doen en ook overal mogelijk. De volgende tekenaar, die ik ontmoet op mijn zoektocht naar lijnschetsen is Cees Bantzinger. De verslaggever met de tekenpen, staat er in een kop van het NRC boven een artikel. Hij werkte met houtskool en lijnen, maar ook met stift en pen.

Portret  is waar mijn hart ligt. De ontwikkeling komt vanzelf. Binnenkort met olieverf aan de slag en gewoon eens gaan proberen om de techniek vast te houden, die bij het schetsen wordt gehanteerd. Fijne uitdaging. De ontdekking van Jason Polan is de meerwaarde van dit eerste uur van de dag. Wat een bijzonder mens.

Buiten is het nog aardedonker. De dagelijkse routine sluipt de dag in. Tijd is sneller weggetikt dan ik dacht en nu moet ik eigenlijk opschieten, als ik niet te laat in het ziekenhuis wil zijn. Vanmiddag gaat de zoektocht verder naar de groten der aarde. Rembrandt onder andere. Dankzij het etsen heb ik per slot van rekening het schetsen op deze manier ontdekt. Wie weet wat er nog op mijn pad komt.

Every Person in New York van Jason Polan

Het boek is besteld. Straks ben ik ‘Every Person in New York’ rijker. Jason had gelijk. Het schept een band en brengt mensen dichter bij elkaar. Al was het alleen al mijn bescheiden persoon, die dankzij zijn werk hem heeft leren kennen, omdat hij zijn naam in tekeningen heeft geschreven. Voorgoed vastgelegd en vorm gekregen.

 

 

 

Uncategorized

Er weer tegenaan

Met de zussen afgesproken voor de eerste wandeling van dit jaar. Nou ja, buiten de piepkleine rond het Spoel om. Nee, we zouden weer ouderwets van leer trekken, maar ook niet te lang. We schaalden in op een aantal kilometer tussen de 3,5 blauw en de 12,5 geel. Goed plan. De zussen met hun vertrouwde bevers en ik met mijn oude trouwe zwarte kloffen. Rugzak op de rug, fototoestel in de hand, Iphone in de jaszak.

IMG_2736 (2)Zoek  het roodborstje

We kozen het Panbos. Vertrouwd terrein, omdat we er vroeger als kind vaker waren geweest. Als eerste verwelkomde ons een roodborstje. Ze hipte van paaltje naar paaltje en net voordat ze voorgoed tussen de bomen verdween, drukte ik af.

IMG_2752 (3) De grote bonte specht

Het was een tijdstip waarop de vogels massaal aan het buiten spelen waren. We zagen in korte tijd een boomklever, de boomkruiper en koolmezen en merels op het pad.  Er stonden veel holle bomen tussen met afgebikte basten, de torenflats van de grote bonte specht en toen we verder liepen, hoorde ik hem. Met turen zagen we hem ineens in een kale boom op de hoogste tak. Een goed begin.

IMG-7645 Torenflat van de grote bonte specht.

Het leek wel of het bos overspoeld werd door willekeurige grilligheid. Prachtige houtsculpturen, gedraaide luchtwortels, bomen die zich hoog lieten optillen op de zandvlakte in het  hart van het bos, bomen die zich hadden laten ringeloren door…ja waar door eigenlijk. Bij het nazoeken bleek het om het ‘ringen’ te gaan, dat gehanteerd wordt als beheermaatregel met trekmes en een staalborstel. Het was een wonderlijk gezicht, die stam zo afgeroomd.  De bastloze bomen waren bros en brokkelden af als je ze aanraakte. We liepen langs het glooiende groene golfterrein, waarbij het hek een onnatuurlijke begrenzing vormde.

IMG_2770

De heuvels waren pittiger dan ik had gedacht. Kalm aan, dan breekt het lijntje niet. Zuslief wachtte steeds even bovenaan, tot ik met een slakkengang de heuvel overwonnen had. Adem in en adem uit en doorrrrrr! Het was fijn om te kunnen genieten van alles, wat het kleine leven in zich had, ik had het te lang gemist. We raakten het gele pad kwijt en belandden bij rood. Daar herkende ik de omgeving als dat van het, voor het panbos gelegen, landgoed Beerschoten. We staken een groen veld over en kwamen bij een vijver te midden van een symmetrisch aangelegde omgeving. Rododendrons en rode jonge beuken in een cirkel rondom, twee grote trappen naar het roestbruine water toe. Een wonderlijk stuk beschaving temidden van het ruige voorland.

IMG-7652

De navigatie van zus leidde ons alle kanten op, dus vroegen we het twee passanten, die wat benauwd opkeken bij het horen van ons doel. Kennelijk moest de pas erin, want de vrouw zei optimistisch, dat het wat later pas donker zou worden. Stug doorgaan. We waren niet voor één gat te vangen.  Daar was het gele bordje weer. Dat moest lukken. De Amersfoortse weg was voortdurend aan de rechterzijde. Verdwalen kon nauwelijks, wel een heel eind afdwalen van waar we moesten zijn en wie dan leeft, dan zorgt.

Een man met de kruiwagen strompelde voetje voor voetje zijn eigen wereld binnen, terwijl twee paarden aan de andere kant ons geen blik waardig keurden. Ineens doorkruiste een pad de brede laan, waar we in terecht gekomen waren. Aan de rechterkant zag zuslief blauw doorschemeren. Sneller dan verwacht, weliswaar 10.600 stappen ver, bleken we op de bestemming te zijn aangekomen.

In het rustige geroezemoes, de warmte en met een wat schuchtere ober smaakten de bitterballen opperbest. Na gedane arbeid was het zoet rusten. We konden er weer tegenaan.

Uncategorized

Adembenemend rijk

De zon tegemoet, zo tufte de kleine Blauwe Prins richting Haarlem. Twee jaar geleden reed ik iedere zondag van oktober tot en met december naar deze historische vertrouwde stad. Herinneringen aan de leuke teken-en schilderacademie roepen een gevoel van lichte weemoed op. Wat vond ik het jammer, om haar af te moeten breken, toen mijn gezondheid steken liet vallen. Ik had graag die jas afgebreid, maar kwam niet verder dan halverwege.

voetbalschoen

Er waren lessen van Koen Ebeling-Koning, die naar mijn optiek bijna grafisch werk maakt. Ik schilderde in opdracht een voetbalschoen, die veel te realistisch was. Stap uit je comfortzone, was de boodschap. ‘Wek een indruk, een impressie’. Ineens herinner ik me de grote canvasrol, die ik daar speciaal voor had aangeschaft. Ze staat te zieltogen in de meterkast Uit het oog uit het hart. De hoogste tijd om daar mee te gaan stoeien. Doeken zelf opspannen of in het platte vlak houden en prepareren.  Goed om te experimenteren in portretten. De kant die ik toch op wil. Ineens krijg ik weer zin om aan de slag te gaan, terwijl het animo zich in de winterplooien had verstopt. Op mijn eigen manier de boel verkennen, dat ga ik doen.

IMG_2606

Al mijmerend was ik doorgereden tot de ingang naar Parnassia. Het bleek volgens een app van zoonlief de juiste te zijn. Nog niet eerder was ik in de Kennemer duinen geweest, omdat ik eerder op Noordwijk en Katwijk was aangewezen toen ik in Leiden en Noordwijk woonde. Wat een juweeltje had ik laten liggen en wat was ik blij dat zoonlief deze locatie kende. Weliswaar hadden we de volgorde verkeerd ingezet. Het ging van laag naar hoog. Via de duinen liepen we het eerste stuk, tot daar waar strand en zee beloftevol lonkten door de houten palen heen. We zochten de opening en daalden af. Zonlicht schoot okertinten in alle schakeringen tegen de dreigende donkere achtergrond. Breed opende het duin een opening tot haar zee, een glorieuze entree naar het majestueuze brede strand.

IMG_2644

De kleintjes hobbelden met hun dribbelpas achter de groten aan. Naturlijk was er de bal, aan de voeten van de oudste en trapten de jongens een balletje mee. Kleindochter hing als een klein eskimootje op de rug van haar moeder in een warm winterpak en genoot met rode wangen. De allerjongste spruit lag in zijn draagdoek warm tegen schoondochter aan, terwijl de mannen de lege kinderwagens sjouwden, die ietwat overbodig bleken, maar als een extra conditietraining fungeerden. We vormden een bont gezelschap.

IMG_2679

Halverwege lagen er scheermessen te over. Een uitstekende plek om onze boodschap mee te geven aan de zee. Kleinzoon twee zat vervaarlijk dicht bij de vloedlijn. Hij vertelde dat hij een gedicht had geschreven voor opa, maar dat hij er voor de zekerheid een hartje had bijgetekend, omdat hij niet wist of het goed was opgeschreven. ‘Maar’, vertrouwde hij me in de wandelgangen toe: ‘De zee neemt het mee en maakt mijn gedicht wel af, hè oma, en dan gaat het regenen en komt het bij de wolken(proces van verdampen vulde ik in) en dan komt het vanzelf bij opa’. Ik beaamde zijn verhaal met smeltend hart en hij kroop even onder mijn armen.

IMG_2643

Het was er eigenlijk helemaal niet druk, terwijl het parkeerterrein toch vol stond met auto’s. Ik nam me voor om deze heerlijke plek met de zussen te delen. Zeker toen we, na een fotosessie door een aardige passant overgenomen van zoonlief, bij het paviljoen Parnassia arriveerden. Aan de achterkant een magistraal uitzicht op die mooie duinen en aan de voorkant met eerst het ruime terras, de zee. Het werd een aangenaam verpozen met centraal de verbondenheid en liefde voor elkaar. Een plek om te onthouden, omdat het toont hoe rijk een klein land kan zijn. Adembenemend rijk.

 

Uncategorized

Voor altijd

Gelukkig. er vallen gaten in het grijze dek. Vandaag is het zo’n bijzondere dag die dat verdient. Eerst was er een ontmoeting tussen Israël en Palestina, ik in mijn blauwe Israelische jurk en hij in een Palestijnse traditionele kaftan op de grens van de droom. Met Gouden spikkels achter een zilveren montuur.

Dan een foto ter herinnering aan ons zessen van zes jaar geleden, zodat ik niets anders kon doen dan hem delen. Vandaag de sterfdag van de vader van de vier. Inmiddels een kostbaar koestermoment, boodschappen in het zand om het gemis van het hart af te schrijven en een heerlijke brunch samen, met alle kinderen, schoonkinderen en de kleintjes. Bij het paviljoen naar beneden en een kortstondige wandeling naar een plek waar het nog ongerepte zand ruim baan maakt voor wat ieder kwijt wil. Een warm samenzijn ondanks het vaak koude weer.

scannen0024

Gisteren hadden we een aangenaam verpozen met de vijf kleintjes. Dat zijn de jongste vijf van de rij van elf. Het was erg fijn. Zuslief trakteerde, omdat ze in deze maand haar eerste vrijheidssalaris had ontvangen. Nu zijn alleen de jongste twee nog aan het werk en genieten de drie oudsten van de vrijheid van het bestaan. We kozen voor een kaasfondue, omdat onze traditionele erbij ingeschoten was, dit jaar. Er was een ‘thuis’restaurant, die het op de kaart had staan. Een lekkere Gruyere, die lange draden trok op de drie waxinepitjes naar mate de avond vorderde en nog een keer op het vuur werd gezet. Lekkere hapjes erbij.

in de tuin

Wij vijven trokken het meest met elkaar op van de elf. Altijd samen. In de tuin en buiten aan het spelen, samen of met de buurkinderen. ‘De maan is rond’ tegen de kopse muur van de Amandelschool, stoepranden, hoepelen, tollen en tikkertje. Er was gisteren een uitgebreide theorie over het ontwikkelen van linker-en rechter hersenhelften, maar ooit kregen we het als kind met de paplepel ingegoten. Ergens daar werd een basis gelegd voor gelijk opgaand evenwicht.

82687167_10215704063250544_4946405107706101760_o

Een rijk weekend met de hereniging en het afreizen in de gedachte. We vierden ‘ruim baan voor de wensen en verlangens-vrijheid’, bespraken de dood. Het komt zo het komt. We constateerden met elkaar dat we allen een mooi leven hadden gehad. Met ieders eigen haken en ogen, maar nooit diep doorgebogen, was de eindconclusie. Geestelijke vrijheid was het hoogste goed. Van nu af aan was alles in tijd mooi meegenomen. Een troostrijke gedachte. Als we de kansen berekenden op mijn moeders sterfelijke leeftijd kwam die inderdaad rap dichterbij. We bespraken ‘gezond’ en ‘ongezond’. Liever kort en een tikkie baldadig, lees ‘tegen de angstcultuur in maar gelukkig’ dan leven in de wetenschap dat plezier nooit meer samen op zou lopen met verboden vruchten. Dat konden we omarmen en beamen. Het werd een heerlijke avond met kwinkslagen en diepgang.

Zo trekt het volle leven voorbij en schrijft geschiedenis. De droom over de twee verenigbare werelden, Palestina en Israël, is misschien wel de langst gekoesterde wens, waar ik diep van binnen in geloof. Grenzenvrij. Als daar gouden spikkels achter een zilveren montuur bij komen kan dat alleen maar een verrijkende betekenis hebben. De kaftan heb ik niet meer, de jurk nog steeds wel. Ooit in de jaren zeventig in een kleine Egyptische winkel in den Haag gekocht.

029

Kijk, de zon komt te voorschijn. Gouden spikkels dus, voor een gedenkwaardige dag. Een dag zonder afscheid, omdat de liefde in het hart zit. Voor altijd.

 

 

Uncategorized

Meer dan genoeg

Iemand komt op facebook langs met een vraag voor de filosofische praktijk. ‘Hoe word ik gracieus oud’. Ik ben nog nooit op het idee gekomen om daarover na te denken. Het blijkt dat er veel meer achter steekt, dan zo op het oog lijkt. Haar man is wat aan het kwakkelen met zijn gezondheid. Bij doorvragen blijkt dat hij minder vitaal is en dat ze daar van alles van denkt. Dat vitaliteit een luxe is, het probleem derhalve een luxeprobleem en dat het maar een gevoel is en daarom niet erg.Het wordt een interessant gesprek. Voor mij ligt hier de boodschap, dat vitaal en niet kwakkelen opgevat kunnen worden als een luxe en dat de definitie van gracieus er alles mee te maken heeft.

met jimi 2

Ik vind kleine tengere vrouwen over het algemeen heel gracieus. Als ze zich daarbij ook modebewust en vrouwelijk kleden, maakt het het plaatje rond. Maar gracieus zal nooit de graadmeter zijn voor het gevoel dat ik bij iemand heb. Ikzelf ben nooit fijntjes geweest. Eerder een beetje grof van snit en ik hou zo van zwart en henna dat ik nooit als ‘bevallig’ zal worden weggezet. Daarnaast hou ik van kleding, die niet alledaags is. Veelal zwierig, want ik heb een hekel aan strakke en knellende banden. Zoals mijn geest waait, zwabbert mijn broek. Maar fijnbesnaard, dat wel. Onder al die lappen en warrige haardos zit een teer gevoelsleven. Dat zou op zichzelf wel als een kenmerk van gracieus kunnen gelden.

De gracieuze vrouwen in mijn omgeving zijn er zeker. Ze zien er uit om door een ringetje te halen, hebben altijd de juiste combinaties aan, zilverwit haar, fijne gezichten, perfecte make-up. Nooit zal er eens een kohlpotlood uit de pas lopen, of een lippenstift in gaten en hoeken kruipen, waar je het niet wil hebben. Mascara loopt nooit door en ze schieten niet uit met de dagcrème. Ze zijn te benijden.

Je wordt minder gracieus oud, als je van alles vindt over manlief, die niet uit de voeten kan, of die vergeetachtig wordt, of nog heftiger, als je het gevoel hebt hem op sleeptouw te moeten nemen. Ik vermoed dat dat diepere groeven brengt, verbitterde lijnen rond mond en oog, gemopper in de marge.  Slepen maakt het dubbel zwaar.

scannen0016

Mijn moeder had haar modus gevonden bij het verzorgen van de oude knorrepot, die mijn vader was geworden. Ze walste rond hem heen en trok zoveel mogelijk haar eigen pad. De stortvloed aan verwijten liet ze van zich afglijden. Mijn moeder was een praktische vrouw. Ze had zich bij het ziek worden van mijn vader afgevraagd, hoe ze zichzelf kon blijven naast zijn veeleisende aanwezigheid. Alle gaten van het net had ze dichtgemaasd met haar eigen energie. Daarom was het vol te houden. Welke indruk ze zou wekken was geen issue. Je bent. Zo simpel was het.

‘Gracieus’ is sierlijk, bevallig. ‘Bevallig’ is lief en aardig. ‘Sierlijk’ is bevallig en elegant, volgens De Dikke van Dalen. Het is maar onder welke noemer een mens wil vallen. Ik zou van alles wat kiezen. Een beetje fijnbesnaard, een beetje erudiet, een beetje empathisch, een beetje chaotisch, een beetje impulsief, een beetje grappig. Een hollewaai dus, met gebreken, dat ook, maar met een positieve instelling en een drive om eruit te halen wat er in zit. Het leven leven. Dat lijkt me meer dan genoeg.

Uncategorized

Met ingang van nu

Vannacht was ik op school. Er waren twee  leerlingen, Theo en Lars. Eigenlijk was Lars meer een Theo, want overgestructureerd en op zoek naar ritme en duidelijkheid. Theo was veel meer een Lars, met de chaos in zijn hoofd. De oorspronkelijke Theo wilde niet meer praten. We stonden in een kast om de was op te ruimen. Ze was door een van de ouders diezelfde avond nog gewassen, gedroogd en gestreken. Ik kreeg het terug in kartonnen rechthoekige dozen met een handvat aan de zijkant, en een venster, zodat je kon zien wat er inzat. In iedere doos gingen twee stuks van elk. Theedoeken, handdoeken, schorten. Heerlijke dozen om mee te knutselen.

Terwijl ik ze een voor een op de planken schoof, zei Theo dus: ‘Ik praat niet meer’. ‘O’, zei ik. ‘Dat geeft niet want ik weet een lijntje achter in je nek, en als ik die knuffel, dan praat je wel met mij. ‘, en ik voegde de daad bij het woord. Het bleek dat hij niet meer wilde praten omdat er niet naar hem geluisterd werd. Lars was altijd bezig met zijn eigen dingen. Ik legde uit hoe dat kwam. ‘Door de chaos in het hoofd van Lars zwiepen daar de hele tijd deuren en luiken open en buitelen er allerlei verhalen, ideeën en woorden door zijn hoofd. Dat maakt dat er geen ruimte meer is om naar een ander te luisteren. Het is er eenvoudigweg te vol’. ‘Dan kan hij nog maar een ding doen’ zei schrandere Theo. ‘Hij moet zich leeg schrijven’. Met deze simpele en hoogst waarschijnlijk zeer effectieve oplossing werd ik wakker.

Het was nog donker buiten en het verkeer begon al een beetje aan te trekken. Rond vijf uur moest het zijn en ik duikelde de volgende droom in. Er waren twee eenden in een modderige plas aan het zwemmen. Ik liep naar de rand van het water en ineens was het er heel helder, als een verse bron. De eenden waren ondergedoken en zwommen bijna als een rechte streep, de kleuren intens. Ik dacht spijtig aan mijn Iphone die thuis lag en voelde voor de zekerheid in mijn zakken. Hé daar was ie toch. Maar net toen ik wilde fotograferen, dook zoon langszij de plomp in, die ineens weer de modderige plas werd en zwom een paar baantjes. Ik maande hem eruit te komen, maar liet tenslotte ook mijn ochtendjas vallen. Zoon keek verbaasd naar de blauwe plekken die naast de tatoeage van een Lotus op de kop van mijn schouder stonden. Ik schokschouderde verlegen.

0f3bae75-f876-463a-bf8c-221e74dffec4

Op dat ogenblik denderde zoonlief in het echt de zoldertrap af. Met het nasoezen registreerde ik de droom en was nog steeds verbaasd over de eenden. Zo glashelder als de kleuren waren. Die lotustatoeage is er niet. Er waren in beide dromen mooie elementen. Dat zoon erin voor kwam, was ook omdat ik er ’s middags nog op  de thee was geweest. Heerlijk genoten van de zon in de knusse kamer en als vanouds een gesprek van hart tot hart. De kleine groeide als kool en kreeg de fles van mij. De thee zat in een beker met de tekst: ‘I-hartje-Mama’ en dat moest op de foto vereeuwigd worden, terwijl het mijne smolt.

IMG-7601

Even daarvoor had ik de longfunctietest laten doen. In en uitademen zo lang je kan, met de knijper op de neus, terwijl je hebt gehapt in de breedbekkikker-mondkap, bij de laatste twee zelfs tien tellen helemaal zonder lucht en dat in de herhaling. Omdat ik weet wat er komt, is er geen paniek. De uitslag hoor ik pas volgende maand.

Ik wil de lotus en de eenden wel op papier nu ze nog zo duidelijk op  het netvlies staan. De Lotus staat symbool voor eeuwige vernieuwing van het leven, nieuwe kansen of een nieuw begin. Dan hoop ik, om met Gorter te spreken, dat ze staat voor de nieuwe lente. Met ingang van nu.

 

Uncategorized

Alle kleine beetjes helpen

Alsof ik nooit was weggeweest, zaten de twee dwergkonijntjes in het gras. Ze keken af en toe even op, hipten een paar grassen verder en knabbelden dan gemoedelijk aan het malse geluk. De grote kolos slokte, zoals elke dag, de haastig toegestroomde mensen op met zijn zoevende draaideur. De gebruikelijke ochtenddrukte bij het wisselen van de wacht.

IMG-7595

Op naar de afdeling en de metamorfose van neutraal naar medewerker. Haar op zolder, ringen af, bril schoongepoetst.  Met de andere rol kwam ook een andere energie, iets wat ik van het begin af gevoeld heb. Door de zorgfactor verandert de instelling. eigen zorgen maken ruim baan voor die van hen, die het zwaarder hebben dan jezelf. Het is een ideale positieve wending voor het eigen gemoed. Daarom snijdt het mes met deze baan van twee kanten. Het werkt helend.

Koffie en thee zijn dankbare attributen voor mensen die soms eindeloos hebben moeten reizen om hier terecht te kunnen. Het echtpaar uit de Betuwe bijvoorbeeld. De vrouw haalt altijd wat leesvoer van de middentafel weg en manlief mijmert wat voor zich uit. Ik vraag hem naar zijn schilderijen en dankbaar laat hij er een paar zien. Kleinkinderen aan zee, vrouw aan zee. Hij is van de landschappen en stadsgezichten en er is een hele mooie bij à la Israëls. En passant laat hij ook met ingehouden trots zijn kleinkinderen op een rijtje zien. Vergeet daarbij even de lange wachttijd, die druppelsgewijs lengt.

Verderop wil mijnheer nu wel koffie, met een Tia Maria erbij en een schalkse knipoog volgt. Zijn vrouw lacht een tikkeltje verlegen. ‘Och malle’. Bij het tweede bakkie ben ik hem voor. De kwinkslag maakt hem vrolijker dan een echte Tia Maria zou doen.

IMG-7594

Op de afdeling ligt in het kamertje een vrouw alleen. Ze kijkt wat sip als ik langs vlieg. Ik besluit even om een hoekje te kijken. Ze schenkt met een bibberende hand de antibiotica in een maatbekertje. Ik probeer het land van herkomst te peilen, want ze praat met een accent en draagt een Hollandse naam. Er zal geen bezoek komen, verwacht ze, want iedereen is aan het werk of heeft het druk. De zucht is veelbetekenend. Al vier dagen hier, met een negatieve boodschap op haar bord, daar wordt een mens gelaten onder. Het blijft ondergaan als de keuze tussen twee kwaden is. Haar telefoon gaat af op seniorensterkte, luid en indringend.

Nog meer mensen van over de rivieren. Hij oogt norsig, maar is gewoon der dagen zat. Het lange wachten, de infuzen, de bijwerkingen, het doorbreken van de week op die plek, waar je eigenlijk niet wil zijn. Hij begroet me uitbundig voor zijn doen. ‘Waar was je nou’. Trots laat hij de vaste lijn in zijn ader zien. Nu kan het er gewoon blijven en is de kwelling van het eindeloze zoeken naar bruikbare vaten voorbij. Het scheelt enorm in de wachttijd, want de uitslagen zijn sneller gereed. Voor de lunch verlaat hij met zijn vrouw, dochter en kleinzoon het oord. Opgelucht en vrolijker dan ooit daarvoren. De kleinzoon heeft ondertussen de volle wachtkamer vermaakt met zijn guitige koppie en het wat kromme gerebbel. Hij mag water, maar sinaasappelsap vindt hij ook lekker en chocola. De ogen worden groot en hij kleurt er sneller van bij het idee alleen al. Met mama telt hij  tot tien en wil dan een high five en een grote en een klein boks. Die laatste kende ik nog niet.

De grote gele meneer aan de tafel schiet ervan in de lach.  De man blijkt wat verward en maakt luide grapjes, waarop zijn vrouw hem beschamend terecht wijst. Ik zou haar willen geruststellen. Het gaat buiten hem om. Als hij staat valt vooral de lengte op die overal bovenuit torent en de wonderlijke kleur. Zenuwachtig reddert zijn vrouw achter hem aan. De zuster maakt grapjes met hem. Koffie wil hij niet.

IMG-7596

Na gedane arbeid is het zoet rusten. Letterlijk. Na de omgevlogen ochtend mag de energie in de schoenen zakken, terwijl de film nog een keer voorbij trekt. Prietpraat, kleine gestes, afleiding. Alle kleine beetjes helpen.

 

 

Uncategorized

Het leven begint weer vorm te krijgen

Dochterlief had een lieve kleine panter in huis. Hij gromde wat, kreeg af en toe een stukje vlees toe geworpen om in zijn hol op te peuzelen, sliep soms onder de tafel en hielp zijn moeder met tafeldekken. Soms zei hij ‘Mama’.  Zijn hol was een kleine tent bestaande uit drie stoelen en een schuimrubberen valmat met daarover heen een dekentje. Hij gaf soms kopjes en at in een keer twee borden met spaghetti op. Alleen het raspen van de parmezaanse kaas was voor panters nog wat moeilijk. Er was een pandaknuffel, die mocht erbij maar de grotere cheetah moest uit het hol blijven. Die hoorde niet bij de familie.

IMG-7590

Aan het eind werd panter wat beduusder, want de tweede zwemles kwam in zicht. Soms viel hij even uit zijn rol en vroeg vooral aandacht om de spanning te overbruggen. Toen ik wegging was hij er bijna klaar voor. Ik vormde een hartje met mijn handen voor het raam en kreeg een lief hartje terug. Zo werkt dat met panters.

julia is een olifant

Er heeft ook al eens een dino bij dochterlief gewoond en nog meer Freek Vonk-bestendige wilde dieren. Ze hadden allemaal hun eigen functie. Kleinzoon laat zich dan de hele middag alleen bij toeval zien. Heerlijke fantasie die grenst aan het oneindige. Het deed me denken aan het boek van Yono Severs en Sandra Klaassens met de titel ‘Julia is een olifant’. Daarin is Julia van vier jaar iedere dag een ander dier. Ze drijft haar moeder soms tot grote wanhoop, omdat ze tot bij het boodschappen doen, in haar rol blijft. Ze hangt in de gordijnen als ze een aap is, plast, net alsof, tegen lantaarnpalen en bedelt om worst bij de slager. Elke dag is het een verrassing welk dier er uit de kast komt.

Bij DWDD een indringend gesprek over discriminatie, naar aanleiding van de documentaire ‘Terug naar de Akbarstraat’ een tweeluik van Felix Rottenberg en regisseur Gülsah Dogan. Over de veranderingen van deze straat sinds het eerste drieluik van Felix in 2002 en de veranderingen die hebben plaats gevonden. Daarin kwam een man aan het woord, die zich afvroeg wanneer je eindelijk als Nederlander opgenomen zou worden. Nog steeds had hij het gevoel niet geaccepteerd te zijn. Derde generatie, goede opleiding, eigen baas, huis, geld en nog is het niet genoeg. Het werd een interessant onderwerp omdat Ali B en Özcan Akyol ook aan tafel zaten met hun eigen licht op de zaak.

Wat het plaatje compleet maakte, was daarna het lied, dat Ayoub, een Marokkaanse jongen, en Kes, een Nederlands meisje, als duet hadden gezongen bij de Voice of Holland in het team van Ali B. Het lied heette Verleden tijd/ Menak Wla Meni het werd hier door Inez vertolkt, die het ook als eerste ooit heeft uitgebracht. Tijdens de Voice zongen beide jonge mensen Nederlands én Marokkaans en daarmee werd het lied de brug die voor verbinding zorgde tussen twee culturen. De kritieken waren lovend en terecht. Het was zo’n prachtige manier om te zeggen, dat je er meer aan hebt om de goede dingen van elkaar over te nemen en met die schoonheid ieders eigen wereld te verrijken.

Het is vroeg dag, vanmorgen, zoals vanouds. Straks ga ik naar het werk en kijk hoe ver ik kom. De laatste antibiotica zit erin. ‘Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet’, hoor ik fluisteren. Zo is het. Niets moet en alles mag met mate. Het leven begint weer vorm te krijgen.

 

Uncategorized

De meerwaarde was de dag zelf

Vroeg uit de veren. Een dag vol verrassingen lag in het verschiet. De Kom is een heerlijk gebouw voor een dergelijk gevuld programma. Het begon met een opening voor iedereen met Meesters van de tijd door theater Jaski en Percossa. Vier wonderbaarlijke  mannetjes, die in alles muziek zagen en een meisje dat moest wachten op haar oom. Om de tijd te overbruggen hielpen de meesters haar een beetje. Een speels en heerlijk verbeiden van de tijd met prachtige zang en gave percussie. Ze spoelden de tijd vooruit en ze spoelden de tijd terug. Het deed me denken aan de keer dat ik het thema ‘Tijd’ voor een project had gekozen. Intrigerende momenten deden zich daar voor. Er was een klok die de tijd terug kon draaien en spannende briefjes op een kast met ‘Lees dit niet’ erop. Maar ja, dan was het al te laat natuurlijk. Hoeveel begrippen er niet met tijd te maken hebben. In bijna iedere zin zit wel een tijdsaanduiding. Iets om over te mijmeren.

IMG-7586

Zo volgden de voorstellingen elkaar op. Er werd uitstekend voor de inwendige mens gezorgd, buiten al dat geestelijke voedsel om. Steeds kwamen we even bij elkaar om kort uit te wisselen. Theater is om van te houden. Het talent was groot en vooral ook jong. Er waren ingenieuze, overdadige en stilistisch eenvoudige decors. De laatste was er een over Geluk. De acteur, een fiets, een etalagepop-jongetje en een wit doek. Het concept dat aangesneden werd was groots en meeslepend met een duidelijke boodschap. ‘Volg je hart, waarheen je ook gaat’. Als je dat op die manier over kan brengen, dan kan ik alleen maar diepe bewondering voelen. Ik probeerde me te verplaatsen in het kind dat ik was. Had ik het opgepakt op die leeftijd. Toen nog niet, maar het wereldbeeld is zo veranderd. Kinderen zijn zich veel meer bewust van de wereld om hen heen. Die van ons was klein. Het gezin, de buurt, de handbalvereniging, het zwembad en op woensdag kinderseries.

BliepDe eigen versie van Bliep

De laatste voorstelling was vernieuwend van aanpak. Slapstick-theater. Het heette Bliep-Bliep en ging over een mannetje en een robot. Het herinnerde aan een eigen Bliep, met verve en veel verf door de kinderen gemaakt. Deze robot was van een heel ander kaliber. Eigenzinnig en niet bang.

Bliep 2 The making of…

Er zaten in deze vorm van theater-maken fantastische elementen in, die ik, als ik nog een groep onder handen had gehad, beslist had meegenomen. De achtergebleven indruk was beklemmend door het einde. Uit de reacties van de anderen bleek dat zij het ook zo gevoeld hadden. Dat maakt de beoordeling altijd lastiger. Wat schrijf je bij op tere kinderzieltjes. Eenmaal gezegd is gedaan en onomkeerbaar.

Al met al was het een onderdompeling  in de beleving. Ik had zolang niets meer aan voeding gehad, dat er niet genoeg overdaad kon zijn. Temeer omdat het ‘ondergaan’ was, de liften vrolijk op en neer zoefden van één naar vier en verder alles onder handbereik bleef. Met een hoofd vol inspiratie lieten we de borrel voor wat het was. De meerwaarde was de dag zelf.

 

Uncategorized

Laat de dagen maar komen

Het mooie weer had niet alleen mij, maar ook mijn buurtjes om me heen aangetrokken, om naar de tuin te gaan. De Bernagie stond, in haar monumentengroen, te glimmen in de zon. Roodborst liet zich zien in een paar tuinen terug, waar gesnoeide wilgentakken lagen te wachten op de verdere verwerking. Niets fijners voor roodborst dan te hippen tussen kreupelhout. ‘Ze zien me niet, ze zien me wel, ze zien  me niet…’

IMG_7568

Buur was aan het zagen en elke tak was goed om verstookt te worden in de kachel, waar de rook in sluiers uit omhoog kringelde en neerdaalde. Ik besloot om er alleen maar te zijn, binnen te zitten en te kijken naar het uitzicht, mijn doeken, een aquarelletje te maken van de scheefgezakte hut van de oude, die op instorten stond. De fruitbomen stonden al  in beloftevolle knoppen. De tuinbeeldjes hadden vrij uitzicht nu alles nog sluimerde onder de droge staken. Mol had de winter van haar leven, getuige de grote zwarte omhoog gerulde aarde, de kleine gangetjes waren van de woelmuizen. Het was feest ondergronds met deze zachte winter.

IMG_7555

De wilgen willen nodig geknot en verwerkt worden, maar daar zou ik hulptroepen voor moeten inschakelen. Meer dan ooit, ook door het gezaag van buur, zou ik willen dat ik daarmee zelf nog aan de bak kon. Knotten en vlechten, de heg vernieuwen, takken-ril aan leggen en ruimen. Een frisse wintertuin. ‘Je kan nou eenmaal geen ijzer met handen breken’, bedenkt de ratio met weemoed. Zo is het. ‘Weg met weemoedige gedachten. Wat kunnen we wel’. Vooral genieten en kijken wat al dapper groen is. Het grote rozet van het vingerhoedskruid en de frisse rozemarijn, die fier de kou trotseert en zon vangt. De geraniums houden de rijp gevangen tussen de harige blaadjes en vertonen zo een zweem van wit.

IMG_7570

De vijver spiegelt de scheefgezakte roestige wulp aan de rand, die roerloos in het water tuurt. Buuf komt begroeten en de omarming is hartelijk. Bezorgde blikken door de overduidelijke raspende ademhaling, maar we lachen het weg en kijken naar wat er uit de kale grond spriet, praten de kerst bij, roemen het uitzicht en de kleinkinderen.

Als het koud optrekt en de zon achter de wolken zakt, is het tijd om te vertrekken. Buuf en buur lopen mee op, passen met liefde snelheid aan en hoffelijk wordt het hek open gemaakt.

De zon duikt glorieus te voorschijn in haar dalende pracht, telefoon leger dan leeg, fototoestel is thuis. Dan het beeld maar achter mijn ogen stallen. De hele avond blijven ze in zoete glans stralen. Niet door het beeld alleen, maar om de warmte die de kleine oase een aantal kilometers verder op, me steeds weet te schenken, de eenvoud, het evenwicht., de lieve mensen erom heen. Klein maar fijn, meer is niet nodig.

Thuis wacht de bank geduldig en Studio Sport. De winterstop voorbij. Het gewone leven kan weer een aanvang nemen. Morgen een presentatiedag als thuiswedstrijd en vooral dan ontdekken op welk level het lijf zich bevindt. Ik heb er vertrouwen in.

Pluis komt me mauwend tegemoet. Mijn voetstappen op de galerij trekken haar naar de deur. Warm welkom. Ook hier vertier. We nestelen ons samen met een deken op de bank. Laat de dagen maar komen.

 

Uncategorized

Blauwdruk in meervoud

Ik lees een aantal blogs van anderen door en stuit op een opmerking van een van hen, die lang blijft nazinderen: ‘Als je ouder wordt, word je steeds onzichtbaarder voor de buitenwereld, tenzij je al een onuitwisbare indruk hebt gemaakt.

‘Ik denk graag in blauwdrukken. Als je ergens geweest bent, ligt daar een stukje zelf voor de volgende te wachten. Door een voetstap, een hand die langs de muren glijdt, de warmte die achter je blijft hangen. Ik denk vaak aan mijn moeder en haar voetstappen. Op elke plek die zij door haar ogen heeft bezien, voel ik haar aanwezigheid. Zij heeft mij geleerd er zo naar te kijken. De schoonheid van de lucht, de bloemen in haar stadstuintje, de liefde voor de oude stad, ja zelfs het oude deel van Hoog Catharijne, waar ze verbaasd en vol verwachting haar eerste Mac binnenliep om met een van haar kleinkinderen een patatje te smullen.

scannen0016

Met hetzelfde glorieuze gevoel troonde ze ons daarna mee naar Betje Boerhave achter Het Hoogt, in een tocht van het moderne heden naar het historische verleden, waar zij als kind zo vaak een kruidenier was binnengelopen. Als we dan zuurstokminnend door de Kloostergang slenterden en ze, zittend op de rand van de fontein, ons wees op de gewelfde poorten en de schansen, waren de beelden zo zoet als de zuurstok lang was. Dat waart rond in Utrecht. De liefde voor de oude stad. Toen dochterlief gisteren het onderwerp verhuizen aanroerde en zich afvroeg waar die voorliefde voor de oude stad vandaan kwam, schoven pas veel later deze beelden voor ogen.

De stille zondagmorgen op de Nieuwe gracht onder het luiden van de klokken en de eeuwige zondagsrust als een deken van stilte over de weerspiegelende grachten. Ik loop er in gedachten rond, met een krant en verse broodjes voor bij het ontbijt en op mijn balkon geniet ik van de eerste ochtendzon. Daar kan ik van dromen. Het zijn de winkels niet, de drukke Oude Gracht laat ik voor wat het is. Het is de bloemenmarkt op zaterdag op het Janskerkhof, een film in de voetstappen van mijn vader, het Louis Hartlooper. Het is de Twijnstraat, het Museumkwartier, de statige oude Hortus. Het zijn de Singels, de bomen, de beelden, de schoonheid van een rijk verleden. Het is de Maliebaan, de voetstappen van vriendin en mij in het Wilhelminapark met het bankje in de late avondzon, het is het park Bloeyendael met de paddenpoel, de witte roosjes van de de Guirlande d’Amour met haar troostende zachte weeïge geuren. Het zijn de stegen in Oudwijk en Witte Vrouwen, de spoorbaan er dwars doorheen.

Het is het Julianapark met het roestige hek,  de hoge heuvel met haar paaseieren, beer en de oude bomen. Het zijn de voetstappen van het kind in mij, die van mijn moeder, die van mijn kinderen, die van hun kinderen. En alles vlecht zich in elkaar. Je bent altijd ergens, laat overal iets na. Een gedachte, een herinnering, een anekdote, een lievelingsgerecht. Eigen-aardigheden die jou en daarmee de anderen vormen. Hoe oud je ook bent. Pluis ligt aan mijn voeten te soezen. De zon schijnt. Het idee van verhuizen heeft me vannacht bezig gehouden. Ik was in een oude citroënbus een dundoek aan het ophangen. Om me heen werd het vol en lawaaiierig. Het leek op Vierhouten tijdens een volksdansfestival. Toen ik even weg was, repte het hele veld zich leeg. Daar stond ik. Geen tent en geen reuring meer te bekennen. Alleen ik met het vermaledijde dundoek. Wat vertelde de droom. Een toekomstbeeld, een waarschuwing, of niet meer dan een malle voorstelling van zaken. Hoe ik het leven ook in een koffer zal proppen, mijn voetstappen liggen overal. Je hebt geen wereldfaam nodig, om een blauwdruk in meervoud achter te laten.

 

Uncategorized

Nieuw elan met frisse teugen

Steeds beter uit de voeten. Stofzuigen boven, badkamer, stofzuigen beneden, kattenbak, toilet, bloemen verzorgen. Miep Kraak schuift er door heen. Nou ja, met de nodige ingelaste pauzes, maar toch. Bij elkaar is de inspanning goed voor de helft aan energie van gisteren. Het zijn alledaagse dingen die gedaan moeten worden en dat het veel is merk je pas, als het een tijdje heeft stilgelegen. Zuslief op de thee. We luisteren naar Dido en Aeneas, een kameropera van Purcell, die ze woordelijk mee kan zingen. Door het zoeken naar een klassiek koor in de buurt, tovert Google dit uit de hoge hoed. Het is een koor van formaat. Wat ze brengen klinkt goed. Het verhaal is een oude klassieker. Een ander meesterwerk, maar in een hele nieuwe jas, is L’Orfeo van Reisopera, een voorstelling die hoog op de wensenlijst staat. Vier vrouwen hebben het stuk vanuit diverse invalshoeken benaderd en vorm gegeven. Dans, drama, zang, kunst en kostuum zijn volledig op elkaar afgestemd en vloeien in elkaar over.  Het enthousiasme van de makers werkt aanstekelijk.

We zoeken en kijken en theeën en kletsen een genoeglijk uurtje bij elkaar in het kader van ‘Na gedane arbeid is het zoet rusten’. In mijn bankhangperiode ben ik vooral aan het droedelen geslagen. Van schilderen komt niets, al staat de ezel met het grote witte doek uitdagend in de kamer. Een boek lezen is ook nog niet aan de orde. Letters en woorden blijven los zand, onsamenhangend, de concentratie ontbreekt. Geduld is wat telt. Kalmpjes aan, alles op z’n tijd.

Tekenen is een fijn tijdverdrijf. Gedachteloos droedelen en kijken of je de juiste snaar weet te pakken. In de vaste stek, een hoek van de bank, ligt mijn huisatelier opgestapeld. De fineliners, de zwarte schetsboekjes A5, het tekendagboek met haar mooie rijkgeborduurde kaft, mijn Urban Sketch-set met de aquarel in de aanslag en tijdschriften voor de inspiratie en het tijdverdrijf. Op televisie komen de vergrijzende dorpen voorbij en buurtbewoners die zelf winkels in stand houden Op Twitter maakt men gewag van het feit dat in diezelfde dorpen gymzalen, bibliotheken en cultuurhuizen noodgedwongen moeten stoppen, omdat er geen geld meer is. ‘Het kind met het badwater weggooien’, zei men vroeger. Eeuwig zonde omdat al dat soort voorzieningen hard nodig zijn voor de balans.

IMG-7542

Ik krabbel mezelf, uitwaaierend aan de Lek, en geniet opnieuw van de gedachte alleen al. Het wordt de hoogste tijd voor de tuin. Ik wil zien of roodborst er nog steeds is. Natuurlijk kijken de wilgen me met hun kale staketsels afwachtend aan. Die moet ik laten voor wat ze zijn. In februari misschien een knotterij organiseren met stoere vrouwen en mannen met spierballen en lucht. De weg er naar toe is nog een klein obstakel, maar ook dat valt bijna te slechten. Het blijft een kwestie van doseren. Aken en Keulen zijn ook niet op een dag gebouwd.

Maandag mag ik weer. Dan is de presentatiedag van Bureau Bannink en durf ik het erop te wagen. De voorstellingen vinden plaats in de Kom en dat is voor mij een thuiswedstrijd. Ik mag op elk willekeurig tijdstip in- en uitstappen. Dat maakt het behapbaar. Eindelijk weer een verse voorraad aan gedachten, associaties, inspiratie en beleving. Het is hoog tijd. Achter de geraniums is nog lang niet aan de orde. Met moed, beleid en trouw spreidt de weg zich en slingert voort. Nieuw elan met frisse teugen.

 

 

 

Uncategorized

Mind my mind

Het was prachtig weer gisteren en het kostte dan ook geen moeite om naar buiten te gaan, zodra het ochtendleed geleden was en de hoofdpijn was weggetrokken. Ik wilde water en weidsheid zien op deze eerste dag na zoveel weken gekluizel.

IMG_7496  IMG_7526

Bij Everdingen zijn de uiterwaarden aardig te belopen. Ik reed door tot aan het Spoel en parkeerde daar de kleine Blauwe. Hochie op en de dijk oversteken. Het was modderig en ik slibberde al stiefelend over de grassen, maar wat fijn om weer te kunnen wandelen. De temperatuur was niet te koud en de lucht zo strak blauw. Het fototoestel lag thuis. Met de telefoon was het bereik beperkt, in ieder geval niet genoeg om de eenden aan de overkant op de foto te zetten, dus legde ze het kleine geluk vast.

IMG_7503  IMG_7508

Dapper bloeiende madelieven, een rozet van de driedistel met fijne haartjes als spinrag er doorheen geweven, konijnenkeutels, een mysterieuze holle boom, de pier met het kabbelende water erom heen. Twee veertjes op wereldreis in het koude nat, het eerste frisse beloftevolle groen, het goud kleurende riet, oplichtend in het zonlicht.

IMG_7511  IMG_7521

Terwijl de zon zich op ging maken voor een glorieuze ondergang, zoals alleen zij kan, schreven vliegtuigen boodschappen in het blauw en mijmerde ik, leunend tegen de enige paal op de pier, mijn eerste overwinning. Het bleken in totaal 4000 stappen te zijn, goed voor 2,2 km. De kop was eraf.

Onderweg kleurde de dijk met haar rietkragen en de uiterwaarden zacht oranje. Bij de supermarkt kwam ik dichtvriendin tegen. Uitwisselingen over het Buddy-zijn en betekenis kunnen geven door ervaring te delen. Over het dagelijkse bestaan, mannen met pensioen. Over de door onszelf naar ons toe getrokken rol van vrouw en moeder, het gemis aan leunen bij ziekte en in kwetsbaarheid, het overwinnen, maar soms zo graag even dat kind willen zijn, dat tegen de schouders van een van de ouders, aan wil leunen. ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia de Brey, dat gevoel.  We omhelzen elkaar en beloven in het voorjaar bij uitbottende natuur weer samen te komen. Een prachtige en krachtige vrouw met zoveel mooie dingen in zich.

Met de buit aan boodschappen naar huis en dan de bel. De grote boodschappen. Daar heeft zoonlief voor gezorgd. Kilo’s aan kattegrit en grutterijen vier trappen op in twee enorme dozen. In paniek bedenk ik me dat het enige losse geld een euro is als fooi. Waarom schaam ik me toch altijd bij zulke acties. Omdat wij nog kunnen lopen, zij het wat beperkt. Het sjouwen is echt nog even een brug te ver. O lieve jonge jongen, kon je mijn hersenspinsels maar wegvagen, maar hij zei: ‘Ik dacht dat er een lift was’. Bijtend zuur in mijn schuldgevoel.

Bij ‘De Wereld Draait Door’ zijn er drie mensen die over de animatiefilm ‘Mind my mind’ van Floor Adams praten en proberen uit te leggen, dat dat mannetje in het hoofd van de autist een juiste weergave is. Knap verwoordt de film de problemen die opdoemen. Elk detail wordt gesignaleerd om daarna te proberen alles te rubriceren. Als het teveel is, mondt het uit in Chaos. Dat waren de handen voor de oren van mijn lieve leerlingen, die in een overvolle lawaaierige gemeenschapsruimte naarstig bij me op schoot kropen of  wegdoken in een hoekje.

Op FB blogt een lieve vriendin over normaal doen en zijn. Voor mij bestaat de norm niet. Ieder heeft eigen kwaliteiten en begrenzingen. Ruimte inbouwen en niet beknotten lijkt me een uitstekend gegeven. Je moet het niet willen doorgronden, je moet het voeden. Daaruit onstaan de mooiste ideeën. ‘Mind my mind’.

 

Uncategorized

Opgaan in verwondering

Het hoofd zit nu al een paar dagen ’s ochtend in de bankschroef. Lastig want het belemmert het vrije denken. Wist niet dat die bijholtes zo aanwezig konden zijn. Het maakt op het ogenblik zelfs het schrijven lastig. Buiten schijnt de zon uitbundig en heeft voor mijn gevoel eindelijk een winterse tint gekregen. Straks, als de pijn afzwakt, meestal rond een uur of twee, een wandeling langs de Lek proberen te maken, misschien brengt nieuw zuurstof nieuw elan, of waait het de verstopte grijze cellen open.

IMG_7492

Om de weerstand op te bouwen eet ik Ijslandse Skyr met wonderfruit als mango, papaya en granaatappel.  Een beetje zonneschijn en warmte in mijn schaaltje. Vriendinlief en ik waren gisteren aan het sparren over overwinteren.  Via Ibiza naar Portugal, een maand of drie. Voor het eerst begrijp ik waarom je tot een dergelijke keuze komt. Mijn verplichte winterslaap is er debet aan. Suffig immobiel apparaat, dat lijf van mij en al ondersteboven door een klein tegendraads virus.

IMG_5515

Vandaag had ik eigenlijk kinderen bij het project Jan en Jet moeten begeleiden. Het was er prachtig weer voor. Het door de groene zeep, bleke warme water in de teil. De kreten van afkeer bij de speculaas poepluier. Ik kan het zo voor me halen. Hoge schelle stemmetjes. ‘Eek, dat ga ik niet doen hoor’. En dan toch de lol laten zien van het schrobben, het klappen van de schone luier en het ophangen zonder knijpers. Het wonder van de dubbele touwen. We hebben helemaal niet zo veel nodig, als we denken. Weg met die knijpers.

ik op school

Ondertussen draait er een was en komt er op facebook een herinnering langs van school. Toveren met pandakrijt. De kinderen stonden allemaal op de bank. Dat was al feest als dat mocht. Iedereen kon het dan zien. Kleuren aanbrengen over elkaar heen en dan het ultieme zwart. Met de prikpen de tekening krassen. Kleine prachtige miniaturen van schilderijen. Ineens weet ik, wat ik moet gaan doen. Alle technieken die we ooit bedacht of bij elkaar verzameld hebben, uitvoeren, op beeld zetten en op die manier bewaren voor het kroost, dat straks uit de onuitputtelijke wonderwereld van oma mag putten.

Dat zijn er in die dertig jaar heel wat geworden. Gisteren heb ik de uitzending van DWDD teruggekeken en me kostelijk vermaakt met het enthousiasme waarmee Ramsey Nasr een piepklein deel van de collectie uit zijn wunderkammer toont. Wat een heerlijke man. Ik ben verkocht. Hij houdt van de meest wonderlijke rariteiten. Een ander woord voor wonderkamer is rariteitenkabinet.

Vroeger, toen ik klein was, liepen we regelmatig naar de Amsterdamse Straatweg en kwamen dan langs een hoekhuis tegenover een plein. Met bonzend hart en klamme handen schoof ik langs het venster en tenenspitzend hield ik me vast aan de vensterbank. Daar stonden de meest wonderlijke opgezette dieren in alle soorten en maten. Glazige ogen keken op me neer en de spanning om die griezelige dode dieren schroefde mijn keel dicht. Nu nog denk ik te weten, hoe het daarbinnen rook tussen het pluche en de mottige stoffige gevederden en herten, marters en wezels. Ik ben er echter nooit binnen geweest. De herinnering is een combinatie van iets met oma en de salamander op het worteldoek, boenwas, dood en de grijze ouderdom. De ooievaar met haar lange snavel toornde erbovenuit, maar klepperde nooit meer. Zo klein als ik was, wist ik dat. Twee kamers vol, om te griezelen, in het doodnormale hoekpand van het rijtje.

Nasr vertelt aanstekelijk en nu wordt zijn eigen wonderkamer samen met de verzamelingen van Willem Jan Hoogsteder en Jan Bleuland tentoongesteld in Museum Gouda. Een bezoek waard, als de tijd daar is. Om de fascinatie een beetje te doorgronden die erachter steekt. Het leven ervaren tot in het kleinste detail. Opgaan in verwondering.

Uncategorized

Heerlijke deelzaamheid

De waarheid ligt in het midden. Daar moest ik aandenken toen er een verontwaardigde boodschap langs kwam met, in zwarte dikgedrukte letters, de volgende aanhef: ‘Rode kaart voor amateurvoetballer na slokje uit bidon’. Alle alarmbellen gaan af bij elke voetbalminnende lezer.

Ergens onder het commentaar wordt er gelukkig een nuance aangebracht. De betreffende speler was uit het veld gestapt en had niet gewacht tot de scheidsrechter hem toestemming gaf weer terug te komen. Die hanteerde straf de regel. Je kan hem betichten van geneuzel in de marge, uitmaken voor  controlfreak of regelneef, maar het feit blijft staan. Een oordeel is gauw geveld, zeker als iets uit de context wordt getrokken en een verhaal zo gekleurd is.

Door de decennia heen heb ik geleerd om elk nieuws af te wachten. Op de eerste plaats omdat men ons vroeger leerde, dat de soep nooit zo heet gegeten werd als ze wordt opgediend, maar ook omdat feitelijke nieuwsgaring zeldzaam is. Een kleurrijk overgoten sausje is snel gegeven. Collectieve verontwaardiging laten bij mij de alarmbellen rinkelen.

IMG_7488

Ik schrijf het op en buiten kleurt de wereld een schilderij. Adembenemend mooi, een kleine postzegel die aan mijn oog voorbij trekt.  Op de eerste pil van de antibioticakuur, waarom hebben die toch altijd het formaat van een slagschip, soes ik weer weg. Het pijnlijke hoofd op het kussen. Straks is het weer voorbij, weet ik en tel mijn zegeningen. De mensen op de afdeling moeten het alweer een week zonder mijn koffie en thee doen. Zij zijn pas echt ziek en in het ergste geval gaat het ook niet meer over. Ik mis het werk, de gesprekken, de voorzichtig opgebouwde verbondenheid.  Het brengt de broodnodige balans door de relativering en de bewustwording van de waarde van het leven.

Ik denk aan de vrouw die ‘onze’ Aart heeft aangereden. ‘Buiten haar schuld’ luidde het oordeel. Gelukkig maar. Haar bagage is al twee keer zo zwaar geworden door het feit alleen al. Ik stel me haar slapeloze nachten voor, het woelen, de herinnering aan het moment en de wens om alles over te mogen doen. Ik voel met haar mee. Soms zou je willen dat uitgummen mogelijk was. In kringgesprekken deed ik dat wel met de kinderen. ‘Terugspoelen en opnieuw beginnen. Hoe zou je het dan aanpakken’. Het was altijd een mooi moment van bewust worden en in oplossingen denken. Soms valt er niet te kiezen of terug te spoelen. Dan sta je voor een voldongen feit.

Nog een sof. Ik zou voorlezen aanstaande vrijdag bij kleinzoon 3. Ik had me erop verheugd. Vorig jaar had ik het ook gedaan. Met een kleine groep in de poppenhoek. Een mooi boek, door een van de kinderen uitgekozen en die intieme sfeer als we zo dicht bij elkaar een reis gaan maken. Ik had het boek ‘Eiland’ van Mark Janssen willen gaan lezen, om de reacties te testen. Een boek zonder letters. Toen ik kleinzoon 2 over dit fenomeen vertelde, sprong hij juichend op. Ze hebben op school voornamelijk zijn leeshonger getemd. Hij kan geen letter meer zien en zet zich er op alle fronten tegen af, maar hij is gek op verhalen. In de media rept men over het taalniveau, de taalachterstand, de slechte basis, als de kinderen het middelbaar onderwijs binnenwandelen

Het wordt niet voorkomen door boeken erin te pompen. Het wordt pas opgelost, als je de liefde voor het lezen kan overbrengen en doorgeven. Iedere dag wat verhalen. Heerlijk vond ik het. Een vast boek met een cliffhanger en dan de losse verhalen en versjes nog. Taalspelletjes uit het taalhandboek, waar vingergrappen in verwerkt waren. We kennen in Nederland een schat aan versjes, de meest heerlijke, grappige  en ondenkbaar prachtige teksten, zo voelbaar, zo om van te genieten.

Als ik inzette met ‘Mijn Sokke sakke so..’ van Joke van Leeuwen, met een vet amsterdams accent, rolde iedereen ondersteboven van de pret. Ze kenden de woorden tot op de letter. Het mes snijdt aan twee kanten, buiten het voorlezen, valt er voor jezelf ook veel te genieten. Opgetogen koppies, twinkels in de ogen en heerlijke deelzaamheid.