Uncategorized

Laat de dagen maar komen

Het mooie weer had niet alleen mij, maar ook mijn buurtjes om me heen aangetrokken, om naar de tuin te gaan. De Bernagie stond, in haar monumentengroen, te glimmen in de zon. Roodborst liet zich zien in een paar tuinen terug, waar gesnoeide wilgentakken lagen te wachten op de verdere verwerking. Niets fijners voor roodborst dan te hippen tussen kreupelhout. ‘Ze zien me niet, ze zien me wel, ze zien  me niet…’

IMG_7568

Buur was aan het zagen en elke tak was goed om verstookt te worden in de kachel, waar de rook in sluiers uit omhoog kringelde en neerdaalde. Ik besloot om er alleen maar te zijn, binnen te zitten en te kijken naar het uitzicht, mijn doeken, een aquarelletje te maken van de scheefgezakte hut van de oude, die op instorten stond. De fruitbomen stonden al  in beloftevolle knoppen. De tuinbeeldjes hadden vrij uitzicht nu alles nog sluimerde onder de droge staken. Mol had de winter van haar leven, getuige de grote zwarte omhoog gerulde aarde, de kleine gangetjes waren van de woelmuizen. Het was feest ondergronds met deze zachte winter.

IMG_7555

De wilgen willen nodig geknot en verwerkt worden, maar daar zou ik hulptroepen voor moeten inschakelen. Meer dan ooit, ook door het gezaag van buur, zou ik willen dat ik daarmee zelf nog aan de bak kon. Knotten en vlechten, de heg vernieuwen, takken-ril aan leggen en ruimen. Een frisse wintertuin. ‘Je kan nou eenmaal geen ijzer met handen breken’, bedenkt de ratio met weemoed. Zo is het. ‘Weg met weemoedige gedachten. Wat kunnen we wel’. Vooral genieten en kijken wat al dapper groen is. Het grote rozet van het vingerhoedskruid en de frisse rozemarijn, die fier de kou trotseert en zon vangt. De geraniums houden de rijp gevangen tussen de harige blaadjes en vertonen zo een zweem van wit.

IMG_7570

De vijver spiegelt de scheefgezakte roestige wulp aan de rand, die roerloos in het water tuurt. Buuf komt begroeten en de omarming is hartelijk. Bezorgde blikken door de overduidelijke raspende ademhaling, maar we lachen het weg en kijken naar wat er uit de kale grond spriet, praten de kerst bij, roemen het uitzicht en de kleinkinderen.

Als het koud optrekt en de zon achter de wolken zakt, is het tijd om te vertrekken. Buuf en buur lopen mee op, passen met liefde snelheid aan en hoffelijk wordt het hek open gemaakt.

De zon duikt glorieus te voorschijn in haar dalende pracht, telefoon leger dan leeg, fototoestel is thuis. Dan het beeld maar achter mijn ogen stallen. De hele avond blijven ze in zoete glans stralen. Niet door het beeld alleen, maar om de warmte die de kleine oase een aantal kilometers verder op, me steeds weet te schenken, de eenvoud, het evenwicht., de lieve mensen erom heen. Klein maar fijn, meer is niet nodig.

Thuis wacht de bank geduldig en Studio Sport. De winterstop voorbij. Het gewone leven kan weer een aanvang nemen. Morgen een presentatiedag als thuiswedstrijd en vooral dan ontdekken op welk level het lijf zich bevindt. Ik heb er vertrouwen in.

Pluis komt me mauwend tegemoet. Mijn voetstappen op de galerij trekken haar naar de deur. Warm welkom. Ook hier vertier. We nestelen ons samen met een deken op de bank. Laat de dagen maar komen.

 

2 gedachten over “Laat de dagen maar komen

Reacties zijn gesloten.