Uncategorized

Voer voor dromen en filosofie

De stoofpot van de befaamde ‘Amandel’keuken lag te wachten op schoonzoonlief, in twee bakjes samen met krielaardappelen en verse sperziebonen. Een keer in de zoveel tijd was erdie onbedaarlijke trek. De belofte was gedaan voor zijn verjaardag begin januari, maar daar stak een virus een stokje voor. Zaterdag waren de riblappen van ‘beter leven’ in de aanbieding en was de som al gauw gemaakt. Belofte maakt schuld en één en één is twee. Bovendien hield ik van de geur, die door het huis trok. Pure nostalgie. Laurier, mosterd, broodkruim, kruidnagel  tekenden de jaren zestig.  Ze kwamen met vier man, vrouw en kind sterk, om het lang verbeide cadeau binnen te hengelen. Doorgaans eet schoonzoon vegetarisch/vegan mee met dochterlief. Een keer in de zoveel tijd, net als ik, was dit een van de onstilbare verlangens. Nostalgie naar moeders pappot.

De rest van de dag doezelde ik voort. De nacht was om te waken. Dat droevige verhaal van alleen zijn en thuis op de grond terecht komen, na een hersenbloeding. Pas een paar dagen later gevonden worden door een buurman. Geen kinderen of echtgenoot,  een zus en zwager op leeftijd. Zelfs in een serviceflat kan het mis gaan.

IMG_7747Dat malle gezichtje

Morfine dempte de pijn, die van tijd tot tijd aanzwol. Het lieve personeel, het blad met koffie en heet water voor thee en bouillon, het schemerlampje en dat malle gezichtje op het andere bed, van mijn positie uit gezien, dat de hele nacht bleef mee waken, vormden mijn decor voor de nacht. En de onregelmatige ademhaling. Het boek in de aanslag, een artikel over Vasalis, toepasselijk, op de Iphone. Mijn lievelings-woordenvangster en voorgoed aan het ziekenhuis verbonden, toen ik met haar hele oeuvre, drie dunne bundeltjes, de afdeling verloskunde binnenstapte met een tweeling in hun weeënde huls.

vasalis

Vasalis schreef in het gedicht ‘Zien’ uit de bundel ‘Vergezichten en Gezichten’:

Ik zie een boom. Een stam met takken, takjes, naalden.

Wat zou ik jong zijn als het daarbij bleef.

Maar ’t is een lariks, hij beweegt zijn lange armen

met draperieën en hij danst en rouwt.

Wat ben ik oud.

Ik moet denken aan de oude, zieke, rode beuk van 170 jaar in het Wilhelminapark, waar hedendaagse nimfen, half zo oud als het leven dat vertrekt, dansen om haar stam om te eren wat ze ons geschonken heeft. Straks wordt ze gekapt. Zo stel ik me de Lariks van Vasalis voor, terwijl ze in het laatste stuk van het gedicht eindigt met:

Ik zie de zee, het water danst tot aan de horizon.

Daar blijft het bij: het doet me denken aan de zee.

Wat ben ik jong.

Je kan iets ‘oud’ waarnemen of ‘jong’. Het ligt er maar aan hoe je er naar kijkt.

Pijn vertaalde zich in grimassen en onrustig bewegen van de arm en het been van de niet getroffen kant. Ik voel me, alsof ik kijk naar die oude monumentale boom. Ieder mens is monumentaal op de dagen van het afscheid. Tegelijkertijd voel ik, als Vasalis die kijkt naar de zee, de jeugdigheid van een nieuw begin. Ooit dichtte ik over afscheid nemen en doodgaan  ‘Met slechts de stofmantel als wachter, ook al blijft die eenzaam achter’.

Zo voelt het. Dit is een leven geweest in volle heftigheid, waar nu alleen de contouren zichtbaar van zijn, op de linkerzij oogt het oud als de jaren zelf, op de rechterzij steekt jeugd boven het lijden uit. ‘Het leven snurkt en ratelt, zucht soms wat, terwijl de klok haar uren tikt en verder gaat, maar de tijd hier stille staat’.

Na een lange nacht en een lichtheid die niet komen wil, vult de wandelgang zich met dag en dienst. Mijmeren over ‘jong zien en oud zien’. Voer voor dromen en filosofie.

 

Een gedachte over “Voer voor dromen en filosofie

Reacties zijn gesloten.