Uncategorized

In voor-en tegenspoed…

Ik kwam haar tegen op het parkeerterrein bij het winkelcentrum. De achterkant van de medaille. Een zus van. ‘ Ben je het echt’, vroeg ze. ‘ Ik geloof het wel.’  Heel even was de ontmoeting uit de context geplaatst, maar toen ze zei dat haar zus was overleden, met de toevoeging ‘kort daarna’ op tweede kerstdag, viel alles op zijn plek. Woensdagochtenden lang hebben we elkaar begroet, maakte ze grappen, babbelde ze honderduit en als zussen gevulde koeken gingen halen voor haar, het enige wat ze nog at, ademde ze ongerustheid tussen de kwinkslagen door. Doorschijnend zat ze met opgetrokken knieen, de nagels en de lippen vurig rood, op de stoel en telde af.

003

Ze was een markante vrouw. Lang en benig, kleurrijke sjaal bij bijpassende kleding op haar kale hoofd, waar al weer haar doorheen schemerde. Dat had ze me laten zien. Trots had ze de sjaal afgetrokken en streek over het zachte dons. ‘Kleinzoon vind het nog een beetje eng’, vertrouwde ze me toe. Met een handig routinegebaar trok ze de sjaal weer over het hoofd. Ze had na al die maanden geen spiegel meer nodig. De felle ogen achter de grote bril, de blossen en vuurrode lippen extra aangezet om een zweem van ziek zijn te maskeren. Ruwe bolster, blanke pit.

021

Zus schetste  haar laatste weken en het feit dat ze zich groot hield tot de pijn de overhand kreeg en ze op een punt aanbeland  was, waar ziek zijn en pijn zwaarder wogen dan het afscheid nemen. We stonden op het troostelloze parkeerterrein en de kou die ons deed rillen, kwam niet alleen van buiten. Als ik haar niet tegen was gekomen, was alles ongewis gebleven. In een oogwenk werd ik een stukje zus, een stukje familie en het lijdzame leven ingetrokken.

Zus brilde verdriet in meer rimpels en wallen dan anders achter het glas. Gearmd liepen we tot waar haar auto was. Een ontmoeting zo maar op straat, een oplopen voor een korte tijd, om elkaar weer los te laten.

Ik liep verder met het kunsttijdschrift onder mijn arm. Twee werelden even bij elkaar gebracht en nu weer ieder een eigen weg. Het werkte wat vervreemdend. Thuis besloot ik na het droedelen in het klein, wat groter te werken als voorstudie op een doek. Notorious Big als model. In potlood was het effect anders dan met de pen. Toen ik de volle wangen vorm gaf, trok het benige koppie er weer dwars doorheen. Ik zou haar moeten tekenen, zoals ze in mijn geheugen is gegrift. Voortdurend bleef de boodschap van vandaag door alles heen sluimeren. Ik keek naar the Voice, maar hoorde Robert Long met zijn ‘Liedje voor als ik er niet meer ben’.

Ze heeft een stempel gedrukt en betekenis gegeven aan het bestaan. Om haar heen zullen mensen zijn die terugdenken aan haar ‘stoere’ karakter met het zo gevoelige hart, die ontroerd kon raken door het minste of geringste. Vrouw, moeder, oma maar bovenal ook zus.  Drie zussen die haar kenden van de hoed en de rand, die ze van tijd tot tijd wegstuurde, omdat ze het gekwebbel zat was, maar waar ze zo van hield. Zussen, die haar steunden door dik en door dun. Zussen, die de make-up bijwerkten als het felste rood door de begrafenisondernemer was weggeveegd en die haar en eigen nagels rood lakten. Solidair lijdende zussen. De vier zussen bij elkaar vormden het paralelle leven en dat schiep een band, die groter bleek dan de aangegeven grenzen. In voor-en tegenspoed…

 

4 gedachten over “In voor-en tegenspoed…

Reacties zijn gesloten.