Uncategorized

Terwijl ik droomde van Sneeuwwitje

Melancholische Fado’s en indringende Spinvis. Ze kwamen gisterenavond langs in het atelier, waar we een weg zochten naar de juiste penseelvoering, de lichtste toets. Dan zingt Spinvis de woorden: Waar ik wankel in geloof….en verderop…en wat slaapt onder de grond en met stille wortels wacht. Het sluit zo prachtig aan bij de poging. Het woordeloze zwoegen om het wonder te ontdekken. Tot het licht haar longen vult

En nu,
nu het zo ver is.
Nu het niet zo lang meer duurt,
en de wind voor eeuwig ligt.
Nu alles is,
nu alles is.
En misschien,
misschien te laat.
Misschien wel voor altijd.
Als een vreemde,
als een vriend.
Misschien tot ziens,
misschien ook niet.
Hoe in elk gezicht,
en hoe de eerste keer,
en hoe alles langzaam weer,
naar de bodem zinkt.
Hoe liefde is.
Hoe leven moet.
Hoe afscheid klinkt.

Wat ik ken,
wat ik niet meer ben.
Waar ik wankel in geloof,
hoe de mensen zijn.
In hun hart.
In hun hoofd.
En wat slaapt onder de grond,
en met stille wortels wacht.
Op de allereerste dag,
tot het licht haar longen vult.
Adem uit. Adem in.
Er is verder niets,
er is verder niets.
Alleen de liefde bleef,
dat is alles wat er is.
Alles is.

Langzaamaan opbouwen en dan met een paar verkeerde toetsen alles wat geboren was te niet doen. Dat kunnen wij, kwamen we achter. Was het mij al de dag ervoor gelukt om een indringend portret om te bouwen tot een plat plaatje, nu zonk de moed in de schoenen van mijn kompaan in de strijd om de lossere toets. Adem uit. adem in. zong Spinvis. We dansen op de laatste tonen, hangen het penseel aan de wilgen, nadat mijn golf opnieuw de branding slaat. Er is verder niets.

002

Er was eenzelfde hectiek in het ziekenhuis. De vakantie leverde te weinig handen op bij de vrijwilligers. Wij werden gevraagd mensen te rijden naar de huiskamer waar gezamenlijk thee en koffie, en ook de broodmaaltijd werd genuttigd. ’s Morgens werd er naarstig gecharterd. Een pas erbij zetten en aan de slag. Het leverde mooie contacten op. Een van de vrouwen die ik ophaalde, was normaliter ook vrijwilliger, maar nu helaas patiĆ«nt. Een wereld van verschil, die altijd op de loer ligt. Er is maar weinig voor nodig. De man met zijn frisse rood/wit geblokte overhemd en zijn mooie witte kransje om het hoofd kon niet anders dan het hoofd diep gebogen houden. ‘Er was niets meer aan te doen’, zei hij, met spijt in de stem en zijn zucht weerkaatste via de grond terug omhoog. In zijn kamer liet hij me vol trots de puzzel zien, vijftig tinten groen om je op stuk te bijten. ‘Ik vind er elke dag wel een paar’, vertelde hij trots. De moed erin houden heet dat.

Er kwam een enorm groot bord mens-erger-je-niet te voorschijn. De vier mensen hielden het een uur vol. Ergernis bleef verre, af en toe klonk er geschaterlach. In de gang zat een breekbare mevrouw in nog fijnere kleding. Ze keek een beetje verweesd en wachtte. Ik gaf haar een compliment over het mooie vest. Toen keek ze stralend op. Later was haar man bij haar en had een arm om haar heen geslagen. Ze snikte, zoals een kind, de onmacht uit. De sussende woorden van de man rolden de gang in. Later zaten ze toch samen aan de tafel en aten een broodje mee. Het leed was voor even geleden.

Alleen de liefde bleef. Dat is alles wat er is. Alles is.

Drie slanke zussen liepen druk pratend de wachtkamer in. Twee met prachtig asblond haar en de derde met een gekleurde sjaal om het hoofd gedrapeerd en felrode lippen, Sneeuwwit en bloedrood voltrok zich een grimmig sprookje. Ze grapte. ‘We komen hier niet voor mij hoor, maar voor haar of haar’. Een korte knik naar haar beide zussen. De klank net iets te hard. ‘Wat leuk dat jullie drie zussen zijn’. ‘Dat was nog maar een fractie.’, vertelden ze in koor. Er waren er zeven en vijf broers. Baas boven baas.

Zo schoof de ochtend uit haar paniek, maar bij thuiskomst vertelden mijn voeten het hele verhaal terug en viel ik in een diepe slaap, terwijl ik droomde van sneeuwwitje.

Uncategorized

Op eigen tijd en in eigen uur

Avondrood, water in de sloot. Op dit ogenblik scheurt de hemel open in een rozerood en violet palet aan kleuren en weet ik wat scharlaken rood inhoudt. Het duurt maar enkele minuten en daarna is het voorbij. Als ik op dat moment niet naar buiten had gekeken had ik het niet eens geweten.

Waarneming, daar draaide het gisterenavond om. Het portret van Louise de Bourgeois , de vage cover op een boek, keek me aan. Het omfloerste van de foto speelde parten in de weergave. Ik was er eigenlijk een beetje klaar mee. Het was tijd voor een zomer lang pauze. Soms is afstand nemen van de zaken belangrijker om straks door te kunnen gaan.

De dag was heerlijk rustig verlopen, voortgekabbeld met het uitpakken van een doos opgeslagen spullen. De mallen voor de hoge zijde en een ouderwetse gleufhoed kwamen eruit te voorschijn. De kachelpook, een rolmaatje, twee flessenopeners, zelfs een paar ‘Friesche’ doorlopertjes, kindermaat. Drie gietijzeren strijkbouten voor op de kachel. Een mens verzamelt wat in het leven. In de Bernagie kon ik het niet kwijt. Vriend nam het liefdevol op in zijn krakende huis.

In de ochtend een bezoek aan broer in het ziekenhuis, die een paar dagen moest blijven na een inspectie. Er was opnieuw een ontsteking. Hij lag op zaal met twee oude mannen, een lijdzame en een mopperende, de jongste was gevlucht naar gezelliger oorden. Het klagen hing tegen de ramen. Broer had Ipad binnen handbereik, een mooie oplossing om te verdwijnen.

img_3769.jpg

Ik luister naar de merel naast mijn raam in de boom. Hoeveel klanken en trillers kent ze wel niet. Voldoende om me af te leiden met haar melodieuze ochtendlied.  Er liggen twee dunne kinderboeken te wachten van Freinet, de oude pedagoog, om te recenseren. De gedateerdheid van het verhaal sloeg al bij de eerste bladzijden toe. Ik weet niet wat de verhouding is geweest met zijn moeder, maar wij dames komen er nogal bekaaid van af. Vrouwen zijn onaardig en bazig stoomt uit de regels op de eerste bladzijden omhoog. Dat maakt het moeilijker om door te lezen. In principe zijn ze met hun minieme dikte in een ochtend uit te lezen, maar de schrijfstijl en de vooroordelen maken ze tot een ondoordringbaar verhaal. De verzachtende omstandigheid is het feit dat ze stammen uit het jaar prik. ‘Tony de Wees’ is in 1925 geschreven. Zijn andere boek heet ‘Minet’. Het beschrijft het leven van een jonge poes. De tegenslag die op haar pad komt, het gevaar dat loert.  Er zijn gebeurtenissen die nu eenmaal zo gaan, waar je zelf niets aan kunt doen. Als je dat in de gaten hebt, lukken de goede dingen beter, sta je meer en meer in je kracht, is de boodschap. Een overpeinzing waard. eerst maar eens beide verhalen lezen en mijn eigen waarde eruit filteren.

Het zal doorbijten worden. Ik maak een lijst met een aantal zaken, die er moeten gebeuren vandaag. Achterstallig onderhoud wegwerken. Dat lucht op en geeft ruimte voor nieuw. Ondanks mijn oneindige vakantieperiode, die pensioen heet, ben ik toe aan vrij zijn. Even helemaal niets. geen verplichtingen, geen opdrachten. Een zee van ruimte in het hoofd. Wachten op de verlichting die, als het ochtendlied van de merel, zich aandient op eigen tijd en in eigen uur.

Uncategorized

Tot in de kleinste finesses nu

Stofzuiger er doorgejaagd, rondslingerende spulletjes geordend en zwevend goed naar de trap verbannen en toen was de kamer klaar voor ontvangst. Ruim op tijd. Vriendinlief kwam langs en er was geen vooropgezet plan. Het zou al veel eerder gebeuren maar door een gebroken teugel van haar Haflinger brak ook vriendin en belandde een tijdlang in de lappenmand.

Nu was het zover om verloren tijd weer in te halen met Jasmijnthee om in de eerste aanzet de overbrugging van Brabant naar hier te maken. Honderduit viel er te kletsen. Over ets, het boek, de kinderen, manlief en kleindochter. De planning was om de Bernagie, dat wonder op wielen, met eigen ogen te aanschouwen. Dus togen we op pad. De lucht trok bij tijd en wijle gevaarlijk dicht in alle grijsschakeringen van diep donker tot lichtgrijs. De verwaaide bries, jas aan, jas uit, sliertte  met snelheid langs en verdreef even zo haastig de aankomende regendruppels.

013

Het pad langs de sloot verstilde, het stadsverkeer achter ons op de drukke rondweg, hield bij toverslag op te ruisen, nu wind ons door de haren streek. De tuin lag er vredig bij en liet zich van haar mooiste kant zien met de bloeiende Phloxen, de Dagkoekoeksbloem, de zee aan Nicandra, de bloeiende Geraniums en Hosta’s. Kussens op de stoelen en de eerder uitgekozen lunch met het verse Turkse volkoren brood en de dip  op de gedekte kleine tafels maakte het feest compleet. Toen er toch wat druppels overvlogen zijn we binnen gaan zitten. De toost met verse karnemelk in de walsende wijnglazen was zo feestelijk als vriendinlief, die er zat met een brede glimlach. Eindelijk had ze beeld bij de woorden en het klopte helemaal met de voorstelling die ze zich gemaakt had.

Na de lunch wilde ik de binnenstad laten zien.We liepen langs de Beyerskameren naar het Universiteitsmuseum en de achterliggende eeuwenoude Hortus. De vijver lag er feeƫriek bij en de oudste Ginkgo Biloba van Nederland wenkte uitnodigend met haar knoestige takken en haar indrukwekkende oude stam, de groeven diep ingesneden, de kruin fier opgeheven.

Erachter bood de kruidentuin aan om elke kwaal te verhelpen met zoetgeurende moerasrozemarijn als een gouden tapijt, de rijkbloeiende Borage tussen de Goudsbloemen en haar leverkruid. Elke kwaal gaat aan de haal met deze bloemenpracht, bedacht ik me, terwijl de woordenstroom de tijd probeerde in te halen.

Het koetshuis was leeggehaald en de kuipplanten stonden nu op het terras er voor te pronken. Een kleine jongen zat voorovergebogen bij de vijver en stak zijn hand tussen de ijverige Guido Gezelle ‘schrijverkens’, die hij waterjuffer noemde, om boven te komen met twee waterslakken. Hij corrigeerde me zonder een spier te vertrekken. ‘Welke zwemt het snelst’. ‘Slakken zwemmen niet, ze kruipen’. Samen bogen we wat dieper om te kijken wat er zou gebeuren, toen hij ze weer op een richel onder water zette.

De kassen hadden te lijden gehad onder de droogte, en de cacteeĆ«n waren wat schraal, de vetplanten gelig en verschrompeld, maar de varens tierden welig. Het prachtige lijnenspel valt dubbel te genieten door de rechthoekige vijvers pontificaal in het midden van de oude houten monumentale kassen.  We nestelden op het terras, dat op maandag gesloten bleek. En voordeel, want nu streken we neer op een klein en rustig terras aan de Vaartsche Rijn om met een heerlijke wijn de dag te bezegelen.

Middenin de spits terug naar huis was geen optie. Dat zou filerijden betekenen van hier tot aan den Bosch. Zalm met pasta en basilicum was een welkome overbrugging. Prime time met aandacht en liefde. Meer is niet nodig om de dag te beleven tot in de kleinste finesses.

 

Uncategorized

Het leven als een sprookje

Er ligt een grote bruine steen in het midden met aan weerskanten rijen witte en zwarte stoelen. De tent, waar we dachten onder te zitten staat leeg aan de linkerkant en is zo breed als de rijen stoelen lang zijn.

Vasalis heeft ooit mijn lievelingsgedicht geschreven waarbij zo’n steen genoemd wordt, een stuk graniet, onwrikbaar. Alleen wordt dan de steen met Tijd vergeleken. Ze droomt.

Tijd/Ik droomde, dat ik langzaam leefde …./langzamer dan de oudste steen.

En later in haar laatste bundel

Steen

Verdriet kit al mijn krachten samen,
zodat ik roerloos word als steen.
Mijn hele wezen wordt materie,
een ondoordringbaar star mysterie,
o sla de rots, opdat ik ween.

De steen in het midden droeg niet de emotie, maar de droom, die eenzame wandelaars wilde lokken en vangen in een jarenlange slaap. Zijn alter ego was een klein lelijk flemend mannetje, die lokte met zijn kromme vingers en een zoetgevooisd stemmetje: ‘Kom maar hierrrrrr’. Een kleine kobold, een dwerg, een elf. Waar de steen vandaan kwam wist niemand. Ze was er ineens.

IMG_0838

Het was doodstil op het landgoed waar de voorstelling te zien was. Hoog boven in de lichtgrijze lucht vloog bij tijd en wijle een zweefvliegtuig over. Bij het kiezen van de plaatsen spraken jonge mensen ons aan en vertelden over dromen en elfen, over maanlicht en sterren, over waarheid en verbeelding en over sprookjes…Het bonte gezelschap, jong en oud,  Het wachten was op de laatste bezoekers en tot het tijd was.

De kobold had een prachtige droom voor een van de meisjes in petto. met een krakerige stem, die soms lispelde en verlekkerd lachte, verleide en fleemde, verleidde hij haar met een droom, waarin haar dochter het songfestival won. Hij was gelukkig en tevreden zolang hij haar als slachtoffer honderd jaar kon laten dromen. Alleen een prins kon haar wakker kussen en die lag op de loer, een Afrikaanse prins. Achter elkaar werden items benoemd en uitgespeeld, de vluchteling, het meisje in het bos, de twee mannen. In het bos waren wilde dieren, mannen, mensen. De angst kreeg gestalte in de grijze massa, onweer en bliksem, het ongewisse.

Het was een spektakelstuk van formaat. De muziek zorgde naadloos voor de omlijsting, zweepte op, bracht de zachtheid en de stilte, het koor was indrukwekkend met haar uniformiteit en toch weer geheel eigen. De solozang was van een klassieke schoonheid, zuiver en ontroerend en steeds weer in een andere, onverwachte vorm.

De rechtspraak, het verdict, de wisselende rollen en de humor, de grote afwisseling in alles en de onverwachte elementen smeden het geheel tot een groot nieuw sprookje. We zweefden weg van de plek en bewogen mee met de steen en zijn alter ego, werden het meisje, de dansende prins, de rei en de twee mannen in het bos.

Uiteindelijk draaide het om De Kus, clichĆ© als in de vluchteling en het meisje, de prins en Doornroosje, de dwerg die zijn elf ontmoet, de kus tussen twee mannen. De liefde is grenzeloos en kent geen beperkingen als het gaat om hartenzaken. Het sprookje kent een eind goed, al goed. De bezegeling vormde de bevrijding, letterlijk en figuurlijk, los van alle banden, een wilde danspartij,  waarbij iedereen, het publiek incluis, zich uitleefde en ook de regisseur zijn ingewikkelde lichtvoetigheid met ons deelde.

Na afloop konden we aanschuiven bij het lievelingsmenu. Kip, patat en appelmoes. Een kinderhand is gauw gevuld en we waanden ons weer even kind in de jaren zestig met onze ouders en de allereerste keer kip met patat en appelmoes. Nostalgie bij uitstek, het leven als een sprookje.

De kus werd gespeeld op het landgoed Paltz in Soest. https://hermanvanveenartscenter.com/

Uncategorized

Achter de poort valt de duisternis in

De kat van Ome Willem is een bereisde kat en geeft kopjes op z’n Frans. De kater waar ik gisteren langs mocht is een echte Fransman en hij geeft geen Franse kopjes, maar klauwt zijn nagels graag ergens in als hij dreiging voelt. Deze Frans voelt zich al snel bedreigd. Als je de was afhaalt bijvoorbeeld. Hij springt omhoog, hangt in het pyjamaatje van de middelste, valt met zijn buit naar beneden en springt weer. Het lukt me niet om alle was binnen te halen. Stoer loopt hij langs me heen en vertelt mauwend en met dreigende blik zijn ongenoegen omtrent het stille huis. Sorry lieverd, kan er niks aan veranderen. Bakjes vullen, vers water plenzen en gaan. Au revoir et Ć  bientĆ“t.

Vanavond is het feest en mijn zilverwitte kruintje schreeuwt om hulp. Haar in de henna, beetje noir erbij om niet als een vuurtoren te eindigen om het twee uur later, net op tijd voor het feest, weer uit te kunnen spoelen. Missie gelukt. Als ik onderweg ben naar het kasteel en langs de landerijen van Vleuten tuf in de kleine blauwe prins, langs het buitengebied rond de Hamtoren, vraagt het om er nogmaals terug te keren. Wonderschoon strekt het landschap zich uit en verleidt en fluistert haar geheimen.  Dan is er de oprijlaan naar het kasteel toe, de slagbomen uitnodigend open en zeeĆ«n van ruimte op het parkeerterrein. Zachtjes regent het nu. Dat is op bestelling, want water loopt als een rode draad door het leven heen. Water is de bindende factor deze avond.

Het verjaren van een lieve vriend zal niet ongemerkt voorbij gaan. Het koetshuis is de entourage, de instrumenten staan al klaar en over de toren van de poort heen, langs de aloude slotgrachten schalt een oceaan me tegemoet. Daar zie ik de vertrouwde gezichten al. Ongemerkt regent het harder als ik aankom en omhelsd wordt in een wolk van rood.

‘Een oceaan…’Zingt vriendin de singer-songwriter, de tekst die onmiskenbaar op vriend slaat, herkenbaar, voelbaar en vindbaar, maar ook op ieder van ons.. De lading is groot door de afwezigheid van twee vrienden, die de grote oceaan zijn overgestoken en nooit weerom zullen komen. Ze zijn te vinden in de teksten van de Dijk, die de avond gedeeltelijk vullen.

Vooral in het breekbare ‘Zullen we dansen’ omdat dansen ook het leven van de jarige onderstreept, maar wat het mooiste nummer was van het hele repertoire dat we met  z’n allen brachten. Alle vertrouwde koppen van de band en haar gevolg, herkenning hartverwarmend achter de vele ogen, spreken boekdelen als de muziek inzet. Een traan vindt haar weg. Verdriet laat zich niet vangen, voor sommige van ons is het een oceaan van verdriet. Zullen we dansen, denkbeeldig dansen. En de herinnering verbindt.

Dan is er het aandoenlijke optreden van dochter begeleidt door haar moeder de singer-songwriter. Ze wilde graag een lied zingen voor het feestvarken en koos het broze ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia De Breij, heel zacht en bedeesd zet ze in, fluistert bijna door de microfoon en af en toe werpt ze een schuchtere blik op haar grote vriend. Als de laatste klank versterft is er een korte stilte, dan een daverend applaus. Glimmend van trots neemt ze het in ontvangst om daarna in de armen van de grote vriend weg te duiken.

021

Dan is dat tere moment voorbij en wordt er wat luchtigheid door het water geklopt. Het bruist en danst. Alles wat een feest tot een feest maakt. De BBQ, het eten, het drinken, het feestelijke gezelschap, de liefde, het leven, de dood, we vieren het met elkaar. Zo’n moment van vreugde, zo’n moment van een nieuwe herinnering, als het voorbij is.  We slenteren naar de auto, weten het koetshuis achter ons. Een laatste streep avondrood geeft een feestelijke toets. Achter de poort valt de duisternis in.

 

 

Uncategorized

De koningin te rijk

Doemdenken, af en toe schiet het erin. Al een paar dagen een opgezette voet en been.  De weg naar de woorden van de cardioloog was gauw gemaakt. Ik dacht niet eens aan een kneuzing, wat het misschien wel is. Heet dat nou hypochonderen? Ik spreek mezelf vermanend toe, maar met een randje vergoelijking.

De tuin verzacht. Tijd voor het kleine werk. Maaien, wieden, wilgen snoeien om uitzicht te behouden. Het zijn de wilgen bij de linker buuf. Daar valt het zicht op het weidse land achter het tuinencomplex te bewaken. Mijn ontsnappingspoort naar dromen over landerijen, het vrije veld, de buitelende kieviten. Vooral vanuit de Bernagie is het genieten. Ik zie een grote getale kauwen en meeuwen, wolken zwart en wit pointillisme in de lucht. Door de open deur hoor ik de paniek in hun waarschuwingskreten. Het is te ver weg om de oorzaak te ontdekken en het schouwspel goed te kunnen zien en ik vergeet, dat er een verrekijker aan de ingang bij de deur hangt.

Vriend heeft een hulp in dienst genomen en samen zagen en klotteren ze zich door de bostuin heen. Overal ontstaan ineens fitte plekken met planten, die nu weer licht en ruimte hebben en verlost zijn uit de overwoekering. Vriend is eigenlijk net als Doornroosje uit zijn lange slaaproes gewekt. Hij is wakker gekust door de pijnlijke beleving van zijn kwaal. Liever een prins natuurlijk, ja ook voor hem, maar als het resultaat hetzelfde is, mag het sprookje zo eindigen. Of liever, nu begint het pas. Na ieder geƫindigd sprookje schrijven we nieuwe, tot het boek vol is en de pen leeg.

De hulp is een jongen uit Ethiopiƫ en hij brengt een vat vol verhalen mee. Hij spaart zijn reis naar zijn geboorteland bij elkaar. Hij is tanig en sterk en kan, met het grootste gemak, de grote bomen aan in de tuin van vriend. Het verwerken gaat stukken langzamer.

De Nicandra in de tuin is weer helemaal terug. Ze heeft stilletjes onder in de composthoop liggen wachten op zonneschijn en nu bloeit ze volop met haar prachtige blauwpaarse eendagskelken. De bloemen worden uiteindelijk gedroogde zaaddozen van een schoonheid die niet onderdoet voor de lampionplant. In de volksmond heet ze Zegekruid en symbolisch is het, dat ze bij de ingang van de tuin weer tot volle bloei is gekomen. Een zegen.

Ondanks de droogte bloeit alles volop. Maar ik besluit wel te gieteren. Mijn pad naar de sloot is overwoekerd door groot hoefblad, maar met de snoeischaar knip ik de doorgang  begaanbaar. Ziezo. Dat scheelt met sjouwen en zwoegen. Er gaan flink wat gieters in. De sloot is geduldig en geeft. Door het smalle pad valt de gele plomp met haar grote bladeren te bewonderen. Meerkoet neemt de kuierlatten. Weg beschutte plek. Sorry meerkoet, maar gemak dient de mens. Haar nest is verderop en er staat nog een meter breed aan hoefblad.

009.JPG

Vriend heeft een cadeautje voor me. Oost-Indische kers. ‘Welke wil je hebben’, zegt hij als er twee planten staan. Eer ik wat kan zeggen, zegt hulp: ‘De grootste natuurlijk’ en vriend plukt lachend de grote pot uit de grond. Ze komen voor de lathyrus te staan in de volle zon. Als de heren op pad gaan om een telescopische uitschuif-ladder te halen, neem ik een moment voor mezelf. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Daar overvalt de vreugde mij.

Ik zie twee clematisbloemen in de wirwar van kamperfoelie en overal knoppen in een belofte voor nog veel meer. Ze heeft het overleeft, mijn kleine dappere purperen clematis. Ooit stond ze te pronken naast mijn mooie huis en nu naast dit nieuwe paleis; De Bernagie. Niets is wat het lijkt en alles kan veranderen, mijmert het. Tevreden leun ik achterover onder de drie wilgen in het gefilterde zonlicht en voel me de koningin te rijk.

 

 

Uncategorized

Letterlijk en onuitwisbaar

Het gebouw is een reis terug in de tijd. Ooit was het de bron van cultureel en ‘grenzen’loos vermaak. Over alle grenzen heen kon alleen in RASA. Daar ontmoette je de Sitar, de Zurna, de Darbuka, de Gaida, de Djembe, de panfluit.  De meerstemmige Bulgaarse koren, de klezmer, de Indiase Dhrupad, een aanstekelijke salsa, een steelband of Afrikaanse samenzang.

008-2.jpg

Ook waren er uitvoeringen van jeugdtheatergezelschappen tijdens de presentatiedagen of op zondag speciale kindervoorstellingen. Ik heb nooit begrepen waarom die belangrijke culturele broedplaats van wereldmuziek in 2017 weg moest.

Er is Kunst voor in de plaats gekomen. BAK, Basis voor actuele kunst, organiseert tentoonstellingen en publieke programma’s in samenwerking met onderwijsinstellingen en musea. Ze werken samen met hoge school voor de kunsten in Utrecht en de koninklijke academie voor beeldende kunsten. De musea strekken zich uit van Warschau tot Antwerpen. Op het moment dat de deuren zich openden was er een afstudeertentoonstelling van de HKU, Fine Art.: ‘Futures Without…’ 

Ik verwachtte eigenlijk weer een combinatie van kunst, schilderijen, installaties, film. Het bevatte echter video, ruimtelijke installaties, geluid en visuele ervaringen, tekeningen, objecten en fotografie van een individuele zoektocht van toen naar nu en morgen, naar ooit. Heel persoonlijk uitgevoerd met een link naar de maker. Sommige bliezen me van mijn sokken door de heftigheid, anderen ontroerden door de tederheid of de bewustwording.

Het was druk in de ruimte, De transparante bovenverdieping verspreidde de fascinatie voor de natuur als bijvoorbeeld ecosysteem of de mens als ‘Being a part of…’en een Tribute to Mount Fuji. Het was druk. Met alle stemmen op de achtergrond was het onmogelijk om de essentie te horen. Het bedelde om een herhaling.

We waren vroeg. Vriendinlief had haar poƫtische film met de boodschap in de grote zaal van het oude vertrouwde Raza. Het was er lekker donker. Er stonden drie comfortabele stoelen met koptelefoon en we nestelden ons met een glaasje wijn.

Eerder had ik haar libretto gelezen, een schriftelijke onderbouwing van de film. Nu, met de beelden erbij, vloeiden beeld en woord in elkaar en kwam het hele verhaal met haar gevoelens en kijk op de wereld erachter, tot leven. Ik had er uren naar kunnen luisteren en kijken. De stem, haar stem, was alleen al zo intens om aan te horen. Het maakte veel los. De ‘Burgers van Ergens Anders’ zullen nooit de burgers worden van hier, hoe hard ze hun best ook zullen doen. Maar ergens anders is een fictief begrip waar hele volksstammen, door de jaren heen, onder te lijden hebben gehad. De tweede wereldoorlog is er een voorbeeld van. Ze stelt vragen aan Hitler, ze legt Wagner onder haar loep, kijkt kritisch naar de rol van Churchill en loopt op met Hannah Arend en Susan Sonntag.

De beelden zijn verstild. De vergankelijkheid van een zonnebloem, de welhaast fossiele afdrukken op de muur van een verwijderde klimop, de schuur met een wirwar aan waarde, bagage voor het leven, de schutting in de tuin van het ouderlijk huis. Het zijn de  stille getuigen van haar bestaan in Engeland, land van grote afzondering, land door zee omringd, afgesneden van de wereld, land van de ‘Stiff upper lip’ en de ‘People van Elsewhere’.

‘Het Land van Overal en Nergens’ was ooit de titel van een project. Er woonden mensen in met bijzondere eigenschappen, tijdloze mensen. Daar moest ik aan denken toen de beelden voorbij trokken en ook aan de nietigheid van leven, dat zelden de betekenis en waarde krijgt toebedeeld, die het herbergt. Ze vliegt op herinnering met ons mee, niet zelden verborgen in de kabinetten van het bestaan, in geheime laatjes.

Met vriendin mee trek ik de mijne open, een wereld aan de kleinste details, beeld, geur, tastbaar. Letterlijk en onuitwisbaar.

 

Uncategorized

Letterlijk in dit geval

Lang geleden dat ik nachtdienst draaide. Waakmaatje is een mooi gegeven, de aanleiding was schokkend. Viel er gisteren te mijmeren over betekenisvol zijn voor iemand, had ik vandaag het tegenovergestelde. De contactpersoon die niet wilde komen en doorgeven aan de rest van de familie dat de mens stervende was. De hele nacht was er rust in de tent maar vlak voor mijn vertrek speelde ineens de angst op en verslechterde de toestand met een sneltreinvaart. Dokter schreef voor en na een half uur, boven op mijn geplande tijd, was de rust weergekeerd. Met leed in het hart nam ik in stilte afscheid om de onrust in slaap te houden. Zuster kreeg nul op rekest op een verzoek naar het familiefront.

De avond daarvoor had ik nog geschilderd en in de ochtend gewerkt. Slaap had ik ’s middags gevangen in wat gedoezel. Het was al met al een lange zit. Nog langer waken was geen wijsheid. Oordelen kan men nooit over zo’n situatie. Verwonderen mag, te allen tijde. Hoe scheef kunnen verhoudingen groeien.

We schrijven het jaar 1976. Leiden afdeling Keel Neus en oor. Nachtzuster zit bij het bureau. Naast zich, door het romantisch met klimop omlijstte raam, daagt het eerste morgenlicht. Merel laat zijn trillers horen. Ik schrijf rapport en mijmer. Ja toen ook al. Volmaakt geluk. De balans voor alle ellende op de afdeling.

008

Vannacht. Langzaam gloorde het, van zachtgeel tot een feestelijk oranje. Futuristische ‘gebouwen in de maak’ als decor. Binnen reutelt de adem, buiten viert men feest.

Feest was de avond ook geweest. Muziekje aan, Aretha Franklin door de boxen, good ol’ Aretha, ‘Laat de penselen swingen’ zegt mijn Wolkenwietje. Ach ja, waarom niet. Aanstekelijke klanken sturen de finesses. Kleurenkennis mag nog wat bijschaven. Nieuwe energie opgedaan. Klaar om te waken.

Feest was het, met vlaggetjes tegen het raam en al, in de ochtend. Twee grote dozen vlaai en een prachtige pruik waar anders het mutsje prijkte. De laatste kuur van een reeks en daarna kon het mens-zijn weer beginnen. Alleen de pretlichten in de ogen zorgde al voor een juichende stemming. Lijdzaam keken de anderen toe. Nooit had een omschrijving zó de kern geraakt. Nog drie, vier, zes te gaan.

‘Als ik klaar ben met de chemo’, sprak het Verlangen ‘Dan haal ik een taart bij de Syrische bakker. Die is zo geweldig’. Op een bed op de afdeling stond een tas. De pyjama was ingeruild voor een kleurrijke outfit. Een heel verhaal ontspon zich, over naar huis gaan en zo heerlijk met de eigen club. Sjoelen, de bingo, de borrel op vrijdag. In groot vertrouwen lichtte de doopceel zich. De intimiteit van persoonlijk contact.

Twee handmassages een een voetmassage in het verschiet, maar door de inloop van de diĆ«tist, de laborant, de fysio en daarna bezoek konden we, wat het laatste betrof, alleen maar ‘volgende week’ aan elkaar beloven.

Dit keer wandelde ik aan de achterkant naar buiten en prompt de verkeerde kant op want ik liep vast in de heg, die de parkeerplaats omheinde. De uitgang was verder weg, dan naar de voorkant lopen waar de auto stond. Gaf niets. De bries gaf verkoeling. De keuze was de tuin of de bank.Een voet was wat dikker van het lopen op de zachte stoffen schoenen. Katoenen voetjes vergeten voor de nieuwe gympen die ik bij me had en die kilometers hadden moeten maken. Nog even aan gehad, maar al snel was er wrijving. Wie zich brandt moet op de blaren zitten. Letterlijk in dit geval.

Uncategorized

Daar draait het om.

‘Dat je betekenis hebt. Dat je er toe hebt gedaan’, antwoord ik op de opmerking van een van de trouwe bloggers en lezer, die schreef: ‘Ik hoop dat er iemand is die weet dat ik ik ben’. Naar aanleiding van het artikel in de Zin van Nicolien Mizee.  Kan je het leven leiden zonder door iemand opgemerkt te worden, of zonder een blauwdruk achter te laten van jezelf. Ergens in die lange periode van het leven, die altijd korter lijkt aan het einde van de rit, ben je iemand tegengekomen die verwonderd, verbaasd, bedachtzaam, geroerd is door je aanwezigheid. Mensen maken iets los bij elkaar, hoe nietig ook, dat aanzet tot bewust beleven. Ik kan me niet voorstellen, dat je een leven leeft en als schim weer verdwijnt, zonder opgemerkt te zijn.

Het contact verliezen en afdalen in zo’n schimmenrijk is waarschijnlijk een van de overwegingen, maar dan nog is daar een aanraking, een besef. Vriend was in zijn rol van de oude nauwelijks meer te bereiken. Hij speelde een toneel en zette daarmee de omgeving buiten spel. Dat was een hard gelag voor iedereen die van hem hield. Hij had wel degelijk betekenis voor iedereen, die door hem in zijn leven was getrokken en de familie en zijn wereld had leren kennen of anderszins. Eenzaamheid kan een stempel drukken, evenals verslaving, depressie of  verdriet. Een zin in een artikel dat stof tot nadenken geeft tot in lengte der dagen.

Gisteren had ik een afspraak met een oude bekende. Hij is lid van de historische kring. Of ik mee kan werken aan de kroniek van de vereniging en een jeugdkroniek kan maken met ideeƫn voor projecten op school. Om leerkrachten maar ook de kinderen te prikkelen. Ik moet een beetje denken aan de jeugdartikelen van vroeger achter in de televisiegids of middenin een blad, die zich speciaal richtte tot het kind. Joviaal en losjes, anders dan de rest van de inhoud van het blad. Tegenwoordig is de tendens veel kijken, dus plaatjes, en weinig tekst. Een longread bereikt een grote getale mensen niet, want die wordt bij voorbaat overgeslagen. Geschiedenis in een aanstekelijke jas. We praten en praten en ik waan me weer terug in de tijden dat we een brainstorm deden voor een project op school. De prikkel die er voor zorgt dat ideeƫn gaan bruisen en leven. In mijn beleving loopt de historische figuur waar het straks om gaat de levens binnen van ieder die er mee gemoeid is en zorgt door haar aanwezigheid alleen al dat ze betekenis krijgt. Daar raken de gedachten van de ochtend de dag.

IMG_0765

’s Avonds is er, tijdens het schilderen, een verhandeling over les geven, zorgen dat de eigenheid behouden wordt of voor een benadering kiezen waar, door allerlei regels, de eigen identiteit verloren gaat, bijvoorbeeld door teveel techniek. Zoveel mensen, zoveel zinnen. Het is lastig het iedereen naar de zin te maken. Een dilemma. Ik zoek naar een eigen identiteit en weet dat ik met portret door wil. Daar ligt een wens. Portret met een boodschap op geheel eigen wijze. Niet ‘in de voetsporen van ‘maar op eigen kracht. Ik parkeer het in de marge en weet dat mijn gemijmer er straks een oplossing aan verbindt. Temen en flemen. ‘Ze willen je gewoon niet kwijt’, zegt iemand. Aha, daar is het weer. Betekenis hebben dus, daar draait het om.

Uncategorized

Een mooi begin van de dag

Zo’n dag van rust en heerlijk niets. Er zou een mannetje komen van de woningbouwvereniging om naar het dak te kijken. De tijd overbruggen met opruimen, stofzuigen, planten water geven en tekenen. En ruimte maken op het plaats delict. Daar stonden alle schilderijen. Die moesten tijdelijk verkassen naar de andere kant.

005.JPG

Daarna was er nog ruimschoots tijd om portretten te oefenen in houtskool. Dit keer Agnes Varda van Visages villages, die prachtige film over een oude en een jonge fotograaf, die fantastisch werk deden in een aantal Franse dorpen en steden en aan de kust. Ze heeft zo’n uitgesproken uiterlijk met haar tweekleurig kapsel en haar 90 jaar zorgt voor een mooie karaktervol hoofd. Ze groeide onder mijn vingers. Nu de handen nog, oude gerimpelde handen die het hoofd ondersteunen op een bijzondere wijze. Houtskool is zo’n dankbaar materiaal dat zich al snel laat vertalen naar succes.  Op de een of andere manier beginnen kwartjes op hun plek te vallen. Vertrouwen hebben en stug doorgaan met oefenen. Dat is de les, die ik eruit gefilterd heb.

Toen zoonlief thuiskwam, aflossing van de wacht, kon ik naar de fysiotherapie. Ik had me weer een half uur in de tijd vergist. Kind aan huis, dus de stagiair kon gewoon gaan eten en ik draaide het schema af. Voor de balans verzon hij nog een leuk parcour met stepping stones en tennisballen die ik op de Vestamed, wiebel wiebel,  in een bak moest werpen. Hilarisch omdat ik met het werpen een aantal keren mistte en dan weer overnieuw begon.

Naar de kringloop om verder te speuren naar een aanvulling op de Bernagie, de losse plank voor over de witte kisten. Er stond wel een inklaptafel maar, die zou toch teveel ruimte in beslag nemen. Bovendien was hij loodzwaar. Het mag allemaal lichter. Het is een missie. We hebben de tijd. Alles mag tijd nemen. Daar heb ik genoeg van, zeeƫn van tijd. Om met een lome schoolslag in te zwemmen of een snelle borstcrawl, om bij tijd en wijle een moment te watertrappelen of uit te drijven op de rug. Niets moet en alles mag.

In de nieuwe Zin staat een artikel van de hand van de schrijver Nicolien Mizee. Over onze kinderlijke angsten, die weliswaar goed verstopt zijn achter onze mevrouwen-en-mijnheren-facade, maar die toch onverhoeds te voorschijn springen. Ze beschrijft een rit in de trein, waarbij ze met haar zus heeft afgesproken. De laatste zit in de laatste coupƩ. Nicolien rent naar het achterstuk maar de trein is lang. Ze is bang dat hij weg zal rijden zonder haar. Dan springt ze er toch maar in en kan niet doorlopen naar het achterste compartiment omdat ze in het voorlaatste treinstel zit. Een conductrice stelt haar gerust, als ze het probleem bibberig voorlegt. Bij de volgende halte kan ze overstappen en zal de conductrice er zorg voor dragen dat dat in alle rust gebeuren kan. De coupƩ waar zuslief zit blijkt een stiltecoupƩ. Het zwijgen levert een heerlijke intimiteit op. Een geluk bij een ongeluk.

Ik blijk het boek te hebben. ‘Moord op de moestuin’, van dochterlief gekregen voor moederdag. Moestuin…haha. Inderdaad. In alle opzichten een passend cadeau wat de locatie betreft. De handeling is minder. Moe’s tuin kan ook in ons geval. Over moorden gesproken. Pluis komt binnenwandelen met een muisje. Ach die arme kleine overleeft het helaas niet. Pluis kijkt triomfantelijk, maar vindt het maar niets als haar pas veroverde speeltje wordt weggehaald. Wat doet een muis op het balkon. Het is in al die jaren Pluis haar tweede vangst.

Er komt geen kip in de boekhandel waar de schrijver wordt neergezet. Ze keren spoorslags weer naar huis. De angst draait bij haar altijd om het verliezen van het contact met anderen. Als antwoord geeft het blad in een vetgedrukte zin ‘Zolang er nog iemand weet dat jij jij bent, hoef je niet te wanhopen’. Dat vraagt om bezinning. En de wedervraag of het noodzakelijk is dat ‘iemand’ altijd moet weten dat jij jij bent. Als je zelf maar weet wie je bent, mijmer ik. Anonimiteit kan heerlijk zijn. En waarom wanhopen? Inderdaad. Het vraagt om overpeinzing. Een mooi begin van de dag.

 

Uncategorized

Vergane glorie

‘Circus troelala…uit Zuid-Amerika…is op toernee door Nederland…

Het lied spookte al op de heenweg door mijn hoofd, maar boette niets aan kracht in bij het bezoek aan het safaripark. Ooit, lang geleden, een jaar of 50 om precies te zijn, waren we met de hele familie naar een camping getogen bij Hilvarenbeek in de buurt. ’s Nachts werden we als pubers gedropt om de weg naar de tent weer te kunnen vinden. We liepen in de buurt van het park. Opeens brulde de leeuw, die onraad rook. Met hartkloppingen en versnelde pas vlogen we terug naar de veilige haven. Het was een angstige bloedstollende ervaring.

Jaren later hadden we familiedag. Met inmiddels twintig kleinkinderen, elf kinderen en aanhang konden mijn vader en moeder makkelijk een safaribus vullen. We reden door Afrika en Aziƫ, Europa en zelfs een stukje Nederland en naar mijn idee, duurde het zo lang als het klonk. De dieren lagen of stonden, liepen rond, waren actief en we waanden ons echt op safari.

IMG_9704

Gisteren stonden we in de wachtrij voor een tocht met de safariboot.Ā  Toen we schuifelend door mochten lopen stopte de rij vlak voor we er waren. De boot was vol. Dan maar niet varen. Als we helemaal compleet zouden zijn konden we de bus nemen, zoals de familie jaren eerder had gedaan. We gingen te voet verder. In mijn beleving was Beekse Bergen altijd alleen een groot terrein gebleven, waar alle dieren enorm veel ruimte hadden. Het bleek te voet eigenlijk veel meer een dierentuin te zijn met hokken en kooien die weliswaar groter en ruimer waren, maar een paar dieren moesten inboeten

‘Met een oude aap, die heeft een kale raap en een manke olifant…’

IMG_9791

De bruine beer liep te ijsberen in zijn verblijf. De tweede lag voor pampus door de hitte. De niet aflatende stoet mensen trok aan ze voorbij. Er werden foto’s gemaakt van Iphone tot en met telelens. Beer ƩƩn bleef stug heen en terug lopen met zwaaiende kop, de tweede lag als een mottig vloerkleed op de grond en keek niet op of om.

‘De bruine beer…die bijt niet meer…Hij heeft allang een vals gebit…’

 

 

De leeuw lag languit gestrekt en verroerde zich niet. Die lag wel in het vrije veld, maar had minder ruimte dan je zou denken. Hij was het enige exemplaar. Het fototoestel had wel zijn machtige kop in beeld en zijn prachtige poten. Kleinzoon had meer oog voor het kleinere grut. De rode panda en de stokstaartjes. Panda lag languit op een tak, zijn poten liet hij afhangen naar beneden en het was een koddig gezicht, de stokstaartjes bleven ondanks de warmte beweeglijk. De grote mensapen hadden het zwaar in hun hok, dat mij te klein toescheen. Ze keerden hun rug naar iedereen toe. Vol ontzag waren de kleinzonen bij het zien van dat imposante grote lijf van de twee mannen. De chimpansees waren levendiger, maar hadden ook niet al te veel ruimte. Vooral de jonkies haalden de malste capriolen uit. Waarom ze binnen moesten blijven weet ik niet. Het was toch lekker warm weer.

‘En de leeuw die proest, de papegaai die hoest en domme August die heeft spit in zijn rug…’

IMG_9809

Toen alle kleinkinderen er waren zochten we de bus op. Als haringen in een ton, de drie dakramen open en alle plaatsen bezet gingen we op pad. Onze gids in haar rangerover pak was een enthousiaste en vlotte verteller, die onze jongens voor in de bus makkelijk aan de praat kreeg. Ze vroegen honderduit. De savannen, waar de zebra’s en giraffen liepen, leken op het weidse idee van vroeger, ooit, lang geleden, toen er nog geen autokaravaan door de woestenij trok. Bij de gnoe’s en de wilde honden stopte ze voor een uitvoerige verhandeling. De instelling doet goed werk. Ze helpen de diersoorten in stand te houden enĀ  het uitsterven ervan te voorkomen van. Het mes snijdt aan twee kanten.

Het werd een heerlijke dag, omdat we samen waren en er gedeeld werd. Later zullen ze het zich herinneren, zoals ik me de dagen van weleer nu herinner. Weids, groots en imposant, ook al leek het voor ons een beetje Circus Troelala en haar vergane glorie.

Uncategorized

Pluk de dag

Lummelen kan ik als de beste. Vooral de ochtenden bij dit warme weer. Heerlijk om zo langzaam mogelijk op te starten. Het laadt de motor voor nieuwe energie en dan kan ik er tegenaan. Gisteren was zo’n dag. Buiten net iets te benauwd, binnen heerlijk koel door op het juiste moment de deuren en ramen dicht te houden. Eerst wat schrijven met de koffie en de kwark in de aanslag, dan wat lezen en daarna wat tekenen. Lummelen dus.

079.jpg

Om vier uur was het feest van kleinzoon drie. Die zou een jaar worden. In de kringloop had ik een ouderwetse kleurentoren gehaald. Het feestvarkentje zat in een luchtige verpakking op de handdoeken en plaids die iedereen meegebracht had. Af en toe viel hij om. Een keer op de tas met taart, tot grote hilariteit van iedereen. Hij scharrelde overal naar toe in wankel evenwicht. Een man die naast ons zat gaf hij een dikke knuffel. De kleurentoren was een succes, maar het lege plastic bakje van de druiven was grappig als die open moest om er een zandvormpje uit te halen. Zijn broers waren, ondanks de hitte, met neef en de ooms aan het voetballen op het grasveld van het onvolprezen Julianapark.

julianapark

Wat een heerlijke plek. Dan te bedenken dat onze voetstappen daar al 60 jaar geleden lagen en die van mijn moeder en haar schoonzussen in de oorlog. Alles was nog precies hetzelfde. Alleen de speeltuin was aan veranderingen onderhevig geweest. Maar de oude stenen beer lag er nog, al kwam er geen water meer uit zijn bek. Vroeger stond hij aan het hoofd van het pierenbad. Dat was nu vervangen door wiebelzuilen, waar water uitkwam als je er op ging staan. De dieren in het dierenweidje hadden de schaduw opgezocht. De reeƫn stonden en lagen loom te kauwen langs het hek. De pauw was in alle staten in de boom gevlogen en hield met zijn alarmerende kreten de kraaien op afstand. Ze probeerden hem een keer uit de boom te lokken maar hij ging zo te keer, dat ze afdropen. Drie tegen een en nog wonnen ze niet.

Het feest werd overschaduwd door het nieuws dat een van de vriendinnen en klasgenoten van vroeger van dochterlief was overleden. Herinneringen van haar op school bleven maar rondspoken. Het meest wonderlijke was het feit dat ik een week ervoor haar facebook-pagina had opgezocht en de foto’s van haar en haar broer had bekeken. Zomaar, uit het niets. Dochter had foto’s opgesnord van de meiden van vroeger. Ze vierden de verjaardag van dochter. Vanuit haar telefoon keken vrolijke kleine meisjes op tijdens een picknick in het park. Verkleed en met lachende gezichten, een beloftevolle toekomst. De wereld lag open en alles was mogelijk. En dan dit bericht.

In een notendop was even daarvoor het leven en de dood langs me voorbij getrokken. Er was een bruiloft gaande toen ik voor het stoplicht moest wachten en de omstanders hadden gebaard of wij, automobilisten, wilden toeteren. Het huis was uitbundig aan de buitenkant versierd met wit tule en rode strikken, mensen op hun paasbest gekleed. Hoge hakken in het zand. Op de hoek van het volgende blok, voor de kerk, was er een uitvaart met een grote hoeveelheid mensen, de kist in de auto. Het feestgedruis van even daarvoor en dan deze rouw. Heel het leven.

086

Er was een bellenblaas op het feest. Grote bellen werden de lucht ingeslingerd. Prachtige grote gouden bellen waar een opsekopse wereld in besloten lag. Ze wiegden omhoog op het zuchtje wind dat er was. Ieder van hen droeg een boodschap mee. Ze deinden ‘Pluk de dag. Het zijn kostbare momenten als je ze delen mag ‘.

 

Uncategorized

De vrede is weergekeerd

De merel zit vlak onder het raam en laat zijn prachtige trillers horen in de vele varianten die hij rijk is. Als hij een deur verder gaat, neemt duif het over, maar het blijft stil aan de overkant, of wacht eens, heel in de verte klinkt een antwoord. Na verloop van tijd komt het dichterbij. Wat zouden ze elkaar te vertellen hebben.

De ateliers lagen er zonnig bij. Het prachtige gebouw, oud en verwaarloosd maar met de grandeur van het industrieel erfgoed van de vorige eeuw, met haar hoge ramen, de lange gangen inspireerde al zodra je binnen was.

Het was niet druk maar er werd genoeg gebabbeld. Het geluid klom tegen het venster op. Dan maar naar binnen keren. Concentratie als geluiddemper en noodzakelijk bij het minutieuze gedetailleerde werk. Het was wonderijk hoe de verschillende lagen de huid boetseerden. Wat schaduw vermag en het mengen van de kleuren. Steeds beter realiseerde ik me hoe de meester het eigenaarschap van de tinten in zijn vingers heeft. Zonder aarzelen somt hij de mengvormen op. Zinkwit, transparant oxide red lake voor de huid, omber, ultramarijn en titaanwit voor de ogen. Speldenknop groot is het mengen met aandacht van licht naar donker. Het werkt.

009Ā Ā Ā Ā Ā  013

Bij de pupil en de iris is de openbaring het grootst. Ineens komt er leven in de kop. Het oogwit is grijsblauw, de ogen blauw, maar het tipje wit met de halve maan er tegenover brengt letterlijk licht in de ogen.

Iemand is met wit krijt aan de gang op een met acryl zwart geverfd board. Een ruĆÆne verschijnt onder haar handen als ze klaar is met het overbrengen van de tekening. Er zijn mensen met enorme panelen, mijn postzegel valt er bij in het niet. Geduld leert de cursus me. Geduld is een schone zaak, wist ik van vroeger. De penselen zijn flinterdun, kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet, maar wel met ferme hand. Ook daar ligt weer veel in besloten. Het lijkt een tegenstrijdigheid, maar het kan goed samen. Niet te voorzichtig maar toch met moed, beleid en trouw.

Aan de overkant wordt ook gezucht. Neus moet drie keer over eer de afstanden kloppen. ‘Geef mij maar een landschap’ bromt ie. Maar halverwege begint hij er toch lol in te krijgen. Omdat het resultaat overduidelijk is en het uiteindelijk lukt door de aanwijzingen. Buuf heeft lucht gekozen om te oefenen, veel donker en wit, dat zachtjes met varkenshaar door elkaar gespateld wordt. Haar vorige lucht was mislukt. Terwijl ze aan het werk is blijft ze ratelen. Gesprekken over studenten, geld, schulden. Schandalig!

‘Licht in de ogen’ denk ik en neurie in mijn hoofd de stemmen weg. ‘Zijn het je ogen”Had je niet die mooie blauwe ogen” Blauw blauw hemelsblauw’. Van Koos Alberts, via Wim Sonneveld naar good old Annie M.G. Schmidt.

De laatste les van dit seizoen, september weer de eerste. Een app. Waakmaatje is gecanceld. Er is een zus overgekomen en er komt een hospice in beeld. Wat fijn dat die gelegenheid er is. Spoorslags rij ik, met zeeën van tijd, richting tuin. Ik weet het weekend bezet en besluit  alvast te maaien. Machientje snort er lustig op los. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Ik geniet van de eenvoud en de stilte.

015.JPG

Bij het naar huis wandelen langs de sloot is puber meerkoet in alle staten en zijn moeder belaagt eend die met haar twee jonkies aan komt zwemmen. Ik heb nog nooit een kwaaie meerkoet gezien, maar dit is er een en hoe. In vliegende vaart zit ze het drietal tot vier keer toe achter de vodden. Moeder eend is verstandig. Ze neemt de kuierlatten. Meerkoet draait zich hooghartig van haar af. Verbeeld ik me het nou of kijkt ze me aan met een blik van ‘Ziezo, dat varkentje heb ik even mooi gewassen’. Warempel, ze knikt er zelfs bij.Ā  Puber meerkoet houdt wijs haar snavel nu de vrede is weergekeerd.

 

Uncategorized

Een nieuwe dag

Opruiming in de kringloop maakt dat het allemaal voor een habbekrats te koop is. Drie nieuwe kledingstukken met de kaartjes er nog aanĀ  voor een prikkie. Lang leve het goeie gesternte, dat op het juiste moment langs gaat. Kleinzoon op school ziet me al bij het naar binnengaan. Hij zwaait en zwabbert wat. Juf spreekt hem licht vermanend toe. eerst nog even de concentratie, tien minuten nog maar. Hij hopst op twee benen naar binnen.

Kleinzoon een lust geen drop. ” Ik heb lekker geld’, zegt nummer twee, met de zwarte zoete pinpas in de hand. In huis is de vader op zijn paasbest en nummer drie, die eerst lacht, maar brult als hij vermoed wat er staat te gebeuren, kruipt snel in de armen van zijn vader. Een flesje gaat er nog in, maar als ik dat over wil nemen krijst hij zijn hele ziel en zaligheid eruit. Toch even doorzetten. Nummer een ontfermt zich over broer en Pa glipt weg. Er is een handzame bal, die rolt. Dapper stapt de kleine er nu achter aan. Leuk spelletje. Het huilen is gestopt en spelen doet wonderen.

003

En passant vouw ik was en door hem te laten scharrelen, de andere twee zitten in hun digiwereld, lacht hij me steeds vaker toe. Een verzaligde glimlach van oor tot oor. Af en toe klap ik en juich. Hij doet het na, klappen en twee handjes in de lucht. Ondertussen de vaat, het aanrecht schoon en voetballen met le petit. ‘De maan is rond’ en ‘Berend Botje’ komen langs en ‘Klap eens in je handjes’ brengen zijn handen op zijn ‘boze bolletje, in zijn zij’. Een eeuw aan oude kinderliedjes schuift voorbij, moeiteloos opgelepeld.

010-5.jpgNicandria

Dochter is verbaasd na een drukke dag op school. Ze was het even kwijt dat er oppas was. Kind mocht aan de borst en met warme knuffies kon ik er weer vandoor. Vriend stuurt bijna juichend een bericht vanaf de tuin. Hij telt meer dan tien Nicandria’s in de kraamkamer van mijn tuin. Misschien komt de Borage dan ook wel. Vruchtbare grond zit er onder de oude composthoop, die afgegraven werd om de Bernagie de tuin in te laten rijden. Iets om over na te denken als ik de file inglij. Slim omzeilen bracht me nog verder in de problemen, want dat hadden er meer gedacht. Gelaten reed de kleine Blauwe stapvoets voort, terwijl er allerlei overpeinzingen langs kwamen. Haast heb ik een paar jaar geleden laten varen. Zonder haast verdwijnt de ergernis.

Er was een oproep gekomen voor waakmaatje voor de nacht. In het ziekenhuis was iemand die behoefte had aan een hand, een luisterend oor. Die nacht lukte het niet met het oog op de volgende dag, maar de poel is groot. Er komen vast anderen. Ik schrijf in voor de volgende avond van half vijf tot elf.

012-2.jpg

Op dat moment besefte ik in een flits dat ik de fysiotherapie eenvoudigweg vergeten ben. Tussen de mazen van de dag doorgeschoten. Wat suf. Een en ander mag terugkeren tot een ritme van de week en misschien vaker de agenda raadplegen. Dan beschik je over de volledige vrijheid en ben je toch zo druk als een kleine baas. Het maakt het leven wel betekenisvol en leuker. ‘Never a dull moment’. Met de zon die door de wolken piept en de geur van verse koffie ligt een nieuwe dag open.

 

Uncategorized

De vriend is terug

Het is onrustig buiten. De bomen kleuren schaduwzwart en de wind zorgt voor een rusteloze aanblik. Beneden wordt er hard gewerkt. Er liggen grote stapels geel steen opgetast op het gras, evenals hoge bergen zand, beiden achter een hoog hekwerk. Er staan grote containers, waar de oude stenen in worden gegooid. Er wordt af en aan gereden met grote vrachtwagens, die met hun achteruit signalen laten weten dat ze er zijn. Bij tijd en wijle worden we opgeschrikt door een donderend geraas. Dan legen ze de inhoud aan puin. Alles is in beweging. De lome warmte heeft plaats gemaakt voor tien graden minder. Het verkeer raast voorbij en klinkt ruisend door het open raam. Grote plukken witte watten dragen mee aan de chaos en drijven in hoog tempo voorbij.

004.JPG

Gisteren mocht ik na de cursus hand en voetmassage zelf aan het werk. Het was een beetje onwennig. Eerst vroeg ik een mijnheer of hij daar behoefte aan had. Hij lachte me vierkant uit, maar hij wilde me wel uitleggen hoe een sudoku werkte, nadat ik hem vertelde, dat ik daar nooit wat van begrepen had. De eerlijkheid gebood me te zeggen dat ik er niet naar taalde, cijfers een noodzakelijk kwaad vond en de Sudoku’s altijd links heb laten liggen. Scrabble, woordpuzzels, crypto’s bekoren meer. Het werd een gemoedelijk onderonsje, hij promoveerde tot professor in de Sudoku-kunde en zijn zieke lijf schudde van het lachen. Zo ver had hij het nog nooit geschopt.

Bij de volgende deur was er wel behoefte. In de halfschemerige kamer en de lijdzame stilte zalfde ik de dunne polsen en handen. We babbelden wat en soms overmande de slaap. Volgende keer in de herhaling vroegen dankbare ogen. Kleine handeling met een hoog rendement.

Het echtpaar zat met een verwachtingsvolle blik te kijken. Bouillon graag, tuinkruiden en tomaat. Geen kippensoep. Ze hielden krielkippen en een kip was zojuist ontsnapt. Die was vermoedelijk het haasje. De humor glansde in hun blikken. Vos zal zijn werk wel gedaan hebben in de weilanden erachter. Drie keer per week raapten ze voor ieder een krielei, precies genoeg. En geen haan. Die van de buren kraaide voor de hele wijk. Niet dat ze zich er ooit aan ergerden. Natuurlijke geluiden hoorden bij het leven, een haan, een hond, koerende duiven. Het beeld van een dorp met een stille straat kwam boven, waar achter de huizen het kleine leven scharrelde in gemoedelijkheid en met de rust van het platteland.

Een welige klaproos tekende het sjaaltje op haar hoofd. ‘Mijn zomermuts’, lachte ze terwijl ze de English Blend met kleine teugen naar binnen nipte. Ze was er elke week met haar trouwe broer, die niets wilde drinken. ‘Doorgekoffied’ bromde de man van weinig woorden. Humor houdt het lijden lichter. Vorige week moest ze onverrichter zake naar huis. Onwetendheid doet gissen en gissen geeft onzekerheid, voer voor gedachtespoken en olie op het lopend vuurtje van ziek zijn. De oncoloog had duidelijk het pad uitgestippeld. Dus klaprozen en die gulle lach.

012-1.jpg

Tuin is goed om te laven, letterlijk en figuurlijk. Een mooie tegenhang voor een arbeidsintensieve ochtend. Moeiteloos had ik de negen kilometer weg getikt. Ook hier was aandachtĀ  zeer gewenst. De lathyrus kwijnde een beetje onder de droogte, maar was toch dapper het hek in geklommen. Water deed wonderen. DeĀ  grassen lieten zich makkelijk trekken. De vaste planten waren blij met de ruimte, die verstikkend door de hondsdraf werd opgeĆ«ist en nu met een zwaai op de grote hoop belandde. Met de riek schoof ik de bergen op de composthoop onder de Guirlande d’ Amour. Uit het zicht.

De oude kwam langs. Zoals het er nu voorstaat, met zijn dieet van louter sappen, goed eten en zin in het leven, ziet hij er patent uit. Doortastend is hij stukje bij beetje zijn tuin en zichzelf aan het ontginnen. Zoals hij erbij zit, gebruind en sterk, is hij niet langer ‘De oude’. De vriend is terug.

 

 

 

 

Uncategorized

Geen speld meer tussen te krijgen

Al die warmte vraagt om de juiste strategie. Die valt uiteen in een oud lied van lang geleden. Eigenlijk een soort opzegvers: ‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, hou je adem in en stik niet’. Dat riep de tikker waarschuwend naar haar slachtoffers bij het spel ‘De maan is rond’. Deze tikker stond met haar hoofd naar het dwarse stuk muur van de ommuurde Amandelschool in de Amandelstraat. Ze telde hardop af van tien naar nul. ‘Ik kom’ schalde het dan door de straten. Wij waren allemaal uitgewaaierd en hadden ons verstopt in de poorten, bij het landje, achter een haag van een van de tuinen. Auto’s stonden er nog niet. Als je heel snel was, rende je naar de tikplek, klapte er met een hand tegen en riep ‘Buut vrij’.

028.JPG

Voor een tikspel was het nu te warm. In mijn laatste restje koffie had een lieveheersbeestje een duik genomen. Hij ging al kopje onder. Gelukkig zag ik hem en viste hem met de lepel er weer uit. Ik zette de lepel behoedzaam op het glas en wachtte op wat komen ging. Na een poosje wriemelden de pootjes weer en nog even later kroop hij over de rand van het glas, waar hij zich aan de voorkant liet vallen om te drogen. Ik zag hem zich wassen, dus liet hem met rust. Dat ging helemaal goed komen. Nicht schreef: Van een cafeĆÆne-dood gered’. Het was mijn eerste goeie daad van die dag.

004-5.jpg

Lunchen en genieten van de capriolen van de jongste twee telgen, bijkletsenĀ  met de meiden en zoonlief. Heerlijk zo’n onverwachte halve reünie. Zoon twee appte: Er moet ook nog gewerkt worden’ en de spijt dreef door zijn woorden heen. Buiten werd het te warm en we verkasten naar binnen, in de koelte.

039

Vriendin woonde bij mijn lieve ouwe trouwe school. We hadden elkaar al een tijd niet meer gezien en hadden voor maanden gespreksstof. Van de hak op de tak, maar zo heerlijk om weer even te knuffelen met dat belangrijke verleden. Vanmorgen had ik al aan de gierzwaluwen een lieve groet meegegeven voor hartsvriendin. Het was op de kop af negen jaar geleden en ook een vrijdagmorgen toen ze met hen op reis was gegaan, murw en moegestreden. We speelden wat met haar herinnering en beaamden wat voor een bijzonder team we toch waren geweest. Met hart voor de zaak, kinderen en collega’s. Iedereen had lijntjes lopen met elkaar en allemaal samen. Goudgele rooibosthee, in de luie stoelen hielden we het uren uit, schaterde de lach door de open deuren, kwam buuf en moeder van toen nog wat overgebleven taart brengen en een omarming en voor we het wisten was het tijd om op te stappen.

038

Eigenlijk meed ik het om school te zien, maar nu het leegstond was het verlangen groter. Hier lagen mijn voetstappen en de hare en die van iedereen. Er was een plantenbak omgegooid. In de tuin stond het onkruid hoog. Door het raam was tot mijn verbazing de buitenkant van het speelhuis niet overgeverfdĀ  en zag het eruit alsof we de school hadden geruimd voor de vakantie. Alles naar een kant, dan konden ze de vloeren wissen. De school was leeg. Door het raam nam ik de foto’s en ontdekte dat de buitenkant zich spiegelde in de binnenkant. Twee vliegen in een klap. Het was het juiste moment om daar te zijn. Onze voetstappen mengden zich en eenieder was dichterbij dan ooit. ‘Partir c’est mourir un peu’. Waar gedachten samen vallen. De oude school, de speciale dag, de vriendschap, de liefde voor elkaar.

041.jpg

Alsof het zo moest zijn voerde het heden me terug uit de nostalgie, toen uit de brievenbus de kaart kwam met een acrostichron van vriendinlief, die de dag ervoor nog was komen lunchen. Een prachtige foto van kinetische kunst om van te genieten. De boodschap is duidelijk. Geniet, herinner, maak eigen en leef. Daar is geen speld meer tussen te krijgen.

Uncategorized

Een slotakkoord van formaat

Aspen. Het klinkt als een dorp in Drenthe. De man achter de toonbank wees met een breed gebaar naar de linkerkant. ‘Voorbij de sokken rechter schap. Welke wilt U de blauwe of de oranje”Ik ken het verschil niet. ‘Blauw is viertakt en oranje tweetakt’. Contact met de oude was gewenst, want ik had geen idee. Niet van de naam en niet van de motor van de maaimachine van de buren.

Aspen 4

Met de blauwe jerrycan wandelde ik naar buiten. De hitte sloeg loodzwaar toe.Ā  In de luwteĀ  zaten twee voorbijgangers uit te puffen met rode hoofden. Ze zochten verkoeling door een ijsje te eten. Ze keken nieuwsgierig naar mij en volgden elke handeling nauwgezet. Vanuit de auto kreeg ik de neiging naar ze te zwaaien toen ik langs reed en afboog. Ze keken niet weg.

Al vroeg had ik de fysio gedaan, omdat vriendinlief kwam lunchen. Het was er vermakelijk omdat er een vrouw was, die het niet eens was met de oefeningen die ze kreeg en aanwijzingen bleef geven om het aangenamer te maken. Ze was slecht ter been en mocht niet alleen op stap, maar iedere keer schoot ze onder de vleugels van haar bewaker uit en ging in wankel evenwicht er vandoor. Wij hielden haar allen nauwlettend in de gaten en maakten de invaller attent op haar capriolen.

Bij de winkel achter de fysio stond een grote groep scholieren te wachten. er mochten er maar een paar tegelijk naar binnen. Ik vroeg de bewaker, die er stond, waar de mandjes waren. Hij keek me meewarig aan. ‘Hoe lang komt u al hier mevrouw’. Normaliter had ik een klein stoffen tasje waar de boodschappen voor mijn eenpersoonshuishouden prima in pasten, maar nu had ik meer nodig. Ik stamelde stuntelig een paar woorden, maar bedacht ineens dat ik niets hoefde uit te leggen. Als een komeet schoot ik door de winkel en graaide wat lekkers bij elkaar. Een batarde, beleg, kwark, sla.

Met vriendin was het heerlijk kleppen op de bank. Alles kwam langs. Grote en kleine gedachten, zorgen hier en daar, regels voor kinderen en ons eigen uitgaansleven. Metro, Vriendschap, Wooloomooloo, Pandje, voor sluitingstijd de Bedstee, zes uur naar de markt en dan pas naar huis. We hadden geen sleutel. Mijn moeder loodste me naar boven. Er was ook geen sleutel nodig, want er was altijd iemand thuis. De kinderen van nu zijn echte sleutelkinderen. Dat was vroeger een schande, maar nu niet meer weg te denken.

De Oude app-te dat de Lathyrus nu echt de grond in moesten en of ik die Aspen wilde halen. Ondanks de hitte dan toch maar op pad. De plek van de rijkelijk bloeiende klimmers had ik al bedacht. Niet de makkelijkste weg want ik moest het oude vermolmde wilgenvlechtwerk er voor slopen en ruimen. De oude legde de lange staken over de knie en brak ze in stukken. Aanmaakhoutjes voor de winter.Ā  Boven ons hoofd kwinkeleerde vermoedelijk een vink aan zijn gezang te horen. Ze bleef in de buurt, zolang ik er was.

013-3.jpg

De oude had er weldra genoeg van en ging in zijn eigen tuin verder en daarna naar huis. Met flinke tussenpozen lukte het me om de takken te breken en te ruimen, het gaas te knippen een met twee bamboestokken een klein hekwerk te maken. Lathyrus leek dankbaar bij het uittrekken van haar krappe zwarte plastic jas. Met de wortels in de natte aarde veerde ze op.

021.JPG

De hoogste tijd om languit op de grond te gaan liggen. Gras ruiken, wolken kijken en luisteren naar vink. De juiste mindset bij deze hitte. Zachtjes wiegde de wind wat koelte toe.

026.JPG

Met de camera in de aanslag wandelde ik naar de parkeerplaats en legde onderweg alle dappere bloeiers vast. De zon piepte net tussen twee wolken door en dook in de sloot, waar de kikkers en padden haar met hun schor gekwaak begroetten. Een slotakkoord van formaat.

 

 

Uncategorized

Met je hele ziel en zaligheid

De stad is warm en ligt er zinderend bij. De verlaten straten duiden dat de meeste mensen weg zijn of zich in een koel huis hebben opgesloten. Er staat een oostenwindje, maar die valt stil in de straten.

Op de tuin is het heerlijk. De wind zorgt voor de verkoeling, een zachte bries, die over de verhitte gemoederen waait. De rust daalt in. Tijd voor de maaimachine met fikse tussenpozen. Gehoorzaam doet het apparaat haar werk. Kleine bruine padden trekken op hun manier een sprintje om te ontsnappen aan de vermorzelaar. Het gras is gelukkig niet te hoog en ik zie ze voortijdig, waardoor ik ze beter kan omzeilen. De opgeworpen veengrond door de woelmuizen wordt geplet.

002.JPG

Als de accu leeg is, is dat bij mij ook het geval. In mijn schaduwhoek met The Three Willows erachter is het zoet rusten. Als voorzorgsmaatregel zijn er blikjes radler 0.0. Het is weldadig koel. Achterin de tuin zijn de grassen het langst, daar is nog niets aangedaan sinds de Bernagie er staat. Na de eerste stop werk ik daar door. Grasjes trekken met wortel en al. Wind, wuivend gras, warmte en stilte. Beter kan niet om het verstand op nul te krijgen.

De Oude komt met een saffie nat gesabbeld in zijn mondhoek babbelen, maar als vriendin langs komt dwalen, neemt hij de kuierlatten. Ze heeft heerlijke watermeloen bij zich en de Oude leent zijn Opinel voor het snijwerk. Het gesprek neemt een vlucht over onzekerheden die schilders voelen en wij in het bijzonder. Waarom ik met schrijven nooit twijfel en met schilderen altijd. De vraag blijft hangen. ‘Waarom schilder je dan?’ ‘Omdat ik het zo leuk vind’ Het hele proces, scheppend bezig zijn. Met de kinderen beeldend werken was het leukste dat er was. Alles was voor handen aan materiaal en er werd naar hartenlust geĆ«xperimenteerd. Daardoor ontstonden de mooiste resultaten.

2016-06-16

Bij het in gedachten langslopen zie ik weer de grote drukpers staan, een oude wringer, die ik voor 100 euro uit Rotterdam had weggehaald bij een kunstenaar en waarmee in een workshop mooie monoprints werden gerealiseerd. Het plezier alleen al bij het draaien en de magie van het optillen van het vel. Verwachtingsvolle ogen, rode konen van de inspanning, verfvegen op het gezicht.

050

Bij het project vreemde vogels kon ieder kind z’n eigen vogel ontwerpen op stevig behang. Het resultaat, een echt groot groepswerk, was prachtig en kon multifunctioneel alle kanten opgedraaid worden.

Het tweemansweven met de oude ikea poppenkast, waarvan de flappen waren verwijderd en waar vitrage tussen gespannen werd, was ook zo’n heerlijk experiment, waar heel veel lol te halen viel. Niets kon fout gaan. Ze mochten, ieder aan een kant, met de grote borduurnaalden, alles doorsteken wat ze aan bruikbaar materiaal konden vinden. Doorbordurend op dat thema had ik ooit een grote oude overtollige opoefiets op de kop getikt en tegen de trap gezet met een uitnodigende berg lappen ernaast. Als vanzelf gingen ze aan het werk. Repen scheuren en maar weven tussen de spaken en het omwikkelen van de stangen. De hele groep deed mee. Het werd kunst voor aan de muur. De fiets heeft nog maanden in de gemeenschapsruimte gehangen.

002

De grote berg van papier-machƩ zou middenin de Rijn komen. Lekker met de handen in de behangplak en het laken nat strijken, zodat er een echte Lorelei verrees, die groen en wit geverfd moest worden. Het werkte.

ego

We bouwden ‘De Hoge Torens van Allerhande’. Eerst dozen stapelen en dan beplakken met de verpakkingsmaterialen. Daarna mocht alles geverfd met acryl, schorten aan en gaan. Super torens, die het project dubbel zo spannend maakten.

013-2.jpg

Met acryl-geverfd plastic kleurden we bij een ander project de zee, waar tante kwal woonde, de tante van Tralala-Tralali de paradijsvogel. Een mooiere blauwe zee was er niet. Inrollen van de verf, tafel-groot, het blauw spatte er vanaf. Dolle pret leverde het op.

We moeten weer gaan spelen, bedacht ik me. Dat ben ik een beetje kwijtgeraakt door nooit meer te kunnen sparren met de kinderen. Niet het resultaat maar het proces, daar wil ik weer naar terug.

008.JPG

Toen de meloen op was en het water lauw, drentelden we naar de kop van de sloot. Daar in het donkere water, lichtten de waterlelies op naast de gele plomp en het grote blad. Dat gaan we doen. Schildersezels erbij en schilderen maar. Een beetje Monet en een beetje van jezelf. Spelen met kleur, licht en water Ʃn met je hele ziel en zaligheid.

Uncategorized

Een wereld gaat open

De dag begon met het uiteenvallen van de nacht. Verwachtingsvol startte een missie, een langgekoesterde wens. Drie maanden geleden hadden we met de leesclub het boek ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Isik gelezen en nu was het moment daar om het ‘inner centre’ van de Bijlmer te ontdekken. Onze gids was een vrouw die er jaren middenin gewoond had en nog steeds woonde, zij het de laatste jaren meer aan de rand, bij de Gaasperplas.

Tante Nel woonde er vroeger in de jaren zestig. De pronte dame met een vet Amsterdams accent en een gulle lach was net zo exotisch als haar woonoord, door mijn moeder tijdens een van de vrij reizentochtjes beschreven in haar dagboeken. ‘Ruim en groen’ luidde haar visie.

IMG_9591

Het eerste deel van de wijk was inderdaad oneindig ruim en groen. Het geschreven woord schuifelde voor ons uit met een rollator. De man had een laken met het woeden der wereld op zijn rug en dat zette onmiddellijk de trend. De Bijlmer is eigenlijk een voorbeeld van een tolerante samenleving in liefde en leven met elkaar. Kerken met verschillende godsdiensten onder een dak. Joden, Moslims, Christenen met allemaal een zaal binnen het gebouw. Meer dan 130 nationaliteiten herbergt de wijk Zuid-Oost.

061

Middenin de wijk staat het monument voor de Bijlmerramp met de namen van de slachtoffers en de woorden en mozaĆÆektegels van de overlevenden, hulpverleners en bewoners. Alles wordt beschut door de boom die alles zag, die haar groene kruin breed uitwaaiert boven de betekenisvolle scherven MozaĆÆek. Op een verdronken fiets zit een aalscholver en wiegt zachtjes in het zoeken naar het juiste evenwicht heen en weer.

086Ā  090

Heel veel van onze voetstappen liggen er nu. We wandelen over de nog bestaande dreven, zoeken in de oude parkeergarage naar een glimp van haar bewoner, trekken langs de open ateliers. Een hartelijke omarming met de kunstenaar in residentie, die zowel een oude vriend van de gids blijkt te zijn als een bekende van een van ons. De Bijlmer wordt een beetje familie. In de straat waar de dag is opgedeeld in kunst aan de muur zijn de oude vergeelde gezinswaarden, vrouwen achter het aanrecht en mannen aan het werk, in kleurrijke beelden te bewonderen. Er is meer kunst te vinden. Het aloude gezeik is volledig gelimiteerd verwerkt in een beeldengroep van Pascall Tayou met de titel ‘Tayouken Piss’ Zeik wordt zijk. Een staaltje van oplossingsgericht denken.

IMG_9656.JPG

De honingraten van flats waar al die bewoners, legaal of ongedocumenteerd in en uit zoemen, zijn gerestaureerd of vervangen door huizenblokken. Enkele uitzonderingen daar gelaten, waar de flats nog in de oorspronkelijke staat te bewonderen zijn. De buurtzorg is er groot.

Middenin het hart van de wijk staat een witte tent, waar een rapper in flarden van zinnen uiteenvalt door het lawaai van het verkeer dat naarstig op zoek is naar een parkeerplek om de markt te kunnen bezoeken.Ā  Daar, waar de oude metrorails nog bovengronds loopt valt de sfeer uit Murats boek te vangen en roert de menigte zich in een rijke kleurschakering door bonte kleding, een veelheid aan hoofddeksels in alle varianten en Bungelende tassen en tasjes, sjaals en schommelende lappen.

024.JPG

Er wordt geroepen, geknikt, gelachen, geluisterd, omhelsd, geluierd, gekeken en in elkaar kletsende handen vertellen in geuren en kleuren een verhaal.

Humor staat er op de grote flat , het monument voor de vele nationaliteiten, als er te lezen valt: ‘Mijn God, waar komen die blanken vandaan’… De essentie is bovenaan te lezen als er tussen alle nationaliteiten ook te vinden is: ‘Hier is er gelukkig vrede’.

IMG_9666IMG_9665

Ten leste komen we bij de kop van Fleerde, de flat van waaruit Murat zijn leven beschrijft en dat als enige nog overeind is gebleven van die ellenlange flat met haar dreven en geschakelde delen.

De zon schijnt er uitbundig op en daar voelen we hoe de voeten branden en de maag knort. 9 kilometer gelopen en nog maar een fractie gezien. Als je Murat hebt gelezen kan je alleen maar een Turks restaurant zoeken. We nemen hartelijk afscheid van onze lieve Ā  gids, die oneindig veel kennis heeft van het bewogen leven daar in die prachtige wijk en duiken met een hoofd vol indrukken en beelden achter een heerlijke koele lafenis. ƉƩn middag in de Bijlmer en een wereld gaat open.

 

Uncategorized

En het omarmen ervan

De merel liet zijn eerste triller horen om 3.56 uur vannacht. Ik was wakker en verbaasd over het feit dat de nacht was opgeslokt door het licht, zuiver en helder, het witte licht van een vroege ochtend. Het duurde even eer ik me realiseerde dat het gisterenĀ  de langste dag, de midzomernachtwende, was geweest. Wat is het heerlijk als er meer dag is dan nacht. Het voelde goed om het zo bewust te beleven. Het kwam door merel, die mijn verbazing wekte met diens vroege trillers en deze woorden leven inblies.

001

Het kwam ook door het filosofieboek dat ik daarna opensloeg en waarin een verzameling korte verhalen en gedichten stonden van mensen en dieren die aan het filosoferen waren op kleine en nog kleinere schaal. De sperwer van Armando, de Skillig van David Almond, De schildpad van Toon Tellegen, Boekje open van Ted van Lieshout of de Doorreis van Erik van Os bijvoorbeeld.

DoorreisĀ Ā 

Ik ben op doorreis/naar volwassenĀ  Zo goed als zeker/dat ik aankomĀ  maar wat als ik mij/daar niet beval

003

Het ontroerde me. Die laatste conclusie:‘Wat als ik mij daar niet beval’. Dat zou toch eeuwig zonde zijn als je die hele reis bent aangegaan en op jezelf neer kijkt aan het einde van die lange tocht.

Het was wel een eyeopener. ‘Ben ik tevreden met wie ik ben’ werd de volgende overpeinzing en direct sloeg de schaamte toe. Je gaat jezelf toch niet op zitten hemelen. Maar daar ligt de essentie niet. Die zit ‘m vooral in die tevredenheid. Hoe is het gesteld met het verlangen. Er zijn wat aardse zaken, dat zeker. Maar door de bank genomen kan ik stellen, dat ik mijn leven fijn vind. Ik hou van mijn kinderen, mijn familie, mijn vriendinnen en vrienden, mijn omgeving, mijn bezigheden. Het brengt nieuwe energie, ze geven zin aan het bestaan. Er komen mooie kleinoden op mijn pad. Ongevraagd en letterlijk in de schoot geworpen. Ik heb het verlangen naar ongrijpbare wensen gereduceerd tot tevreden zijn met wat er is.

005

Dat malle huis met haar gebreken geeft me wel iedere morgen de mooiste zonsopgangen, laat me door haar grote ramen de prachtigste wolkenluchten zien, de blauwe Prins, klein maar fijn, brengt me overal naar toe,Ā  de kinderen zorgen voor afwisseling, nieuw leven, delen de liefde, de vriendinnen her en der verspreid over het land brengen steeds weer nieuwe ongekende ervaringen, de familie zwoegt mijn prachtige Bernagie bij elkaar en op de tuin, in dat kleine atelier zijn de aardstralen zo gunstig, dat ik er alleen maar gelukkig kan zijn. Alles heeft betekenis.

002

Het boek heet ‘De wereld in een kiezelsteen’ en is door Ingeborg Hendriks samengesteld en geschreven. Miljoenen kleine kiezelstenen maken een grote.Ā  Als een variatie op een citaat van Julia Abigail Fletcher Carney in haar gedicht Little things: ‘Little drops of water, en haar little grains of sand, make the mighty ocean, and the pleasant (solid) land’. Heel veel kleine deeltjes maken dat ene grote geheel.

In een van de verhalen stond de eekhoorn van Toon Tellegen op het punt om steeds meer van de wereld te ontdekken in een kiezelsteen, toen hij gestoord werd door giraffe, die hem vroeg mee op ontdekkingsreis te gaan. Als ze moe, na het ontdekken van allerlei ‘gewone’ zaken, zoalsĀ  een mier die lag te slapen, een beer die aan een voorwerp ingesmeerd met honing sabbelde, bij de rivier gaan zitten, vallen ze uitgeputĀ  in slaap. Toon trekt de conclusie hoe makkelijk het is om in slaap te vallen aan de rand van de wereld. Daar komt de titel van dit boek uit voort. ‘De wereld in een kiezelsteen’. Niets meer en niets minder en het omarmen ervan.

Ā 

.