Uncategorized

Terwijl ik droomde van Sneeuwwitje

Melancholische Fado’s en indringende Spinvis. Ze kwamen gisterenavond langs in het atelier, waar we een weg zochten naar de juiste penseelvoering, de lichtste toets. Dan zingt Spinvis de woorden: Waar ik wankel in geloof….en verderop…en wat slaapt onder de grond en met stille wortels wacht. Het sluit zo prachtig aan bij de poging. Het woordeloze zwoegen om het wonder te ontdekken. Tot het licht haar longen vult

En nu,
nu het zo ver is.
Nu het niet zo lang meer duurt,
en de wind voor eeuwig ligt.
Nu alles is,
nu alles is.
En misschien,
misschien te laat.
Misschien wel voor altijd.
Als een vreemde,
als een vriend.
Misschien tot ziens,
misschien ook niet.
Hoe in elk gezicht,
en hoe de eerste keer,
en hoe alles langzaam weer,
naar de bodem zinkt.
Hoe liefde is.
Hoe leven moet.
Hoe afscheid klinkt.

Wat ik ken,
wat ik niet meer ben.
Waar ik wankel in geloof,
hoe de mensen zijn.
In hun hart.
In hun hoofd.
En wat slaapt onder de grond,
en met stille wortels wacht.
Op de allereerste dag,
tot het licht haar longen vult.
Adem uit. Adem in.
Er is verder niets,
er is verder niets.
Alleen de liefde bleef,
dat is alles wat er is.
Alles is.

Langzaamaan opbouwen en dan met een paar verkeerde toetsen alles wat geboren was te niet doen. Dat kunnen wij, kwamen we achter. Was het mij al de dag ervoor gelukt om een indringend portret om te bouwen tot een plat plaatje, nu zonk de moed in de schoenen van mijn kompaan in de strijd om de lossere toets. Adem uit. adem in. zong Spinvis. We dansen op de laatste tonen, hangen het penseel aan de wilgen, nadat mijn golf opnieuw de branding slaat. Er is verder niets.

002

Er was eenzelfde hectiek in het ziekenhuis. De vakantie leverde te weinig handen op bij de vrijwilligers. Wij werden gevraagd mensen te rijden naar de huiskamer waar gezamenlijk thee en koffie, en ook de broodmaaltijd werd genuttigd. ‘s Morgens werd er naarstig gecharterd. Een pas erbij zetten en aan de slag. Het leverde mooie contacten op. Een van de vrouwen die ik ophaalde, was normaliter ook vrijwilliger, maar nu helaas patiënt. Een wereld van verschil, die altijd op de loer ligt. Er is maar weinig voor nodig. De man met zijn frisse rood/wit geblokte overhemd en zijn mooie witte kransje om het hoofd kon niet anders dan het hoofd diep gebogen houden. ‘Er was niets meer aan te doen’, zei hij, met spijt in de stem en zijn zucht weerkaatste via de grond terug omhoog. In zijn kamer liet hij me vol trots de puzzel zien, vijftig tinten groen om je op stuk te bijten. ‘Ik vind er elke dag wel een paar’, vertelde hij trots. De moed erin houden heet dat.

Er kwam een enorm groot bord mens-erger-je-niet te voorschijn. De vier mensen hielden het een uur vol. Ergernis bleef verre, af en toe klonk er geschaterlach. In de gang zat een breekbare mevrouw in nog fijnere kleding. Ze keek een beetje verweesd en wachtte. Ik gaf haar een compliment over het mooie vest. Toen keek ze stralend op. Later was haar man bij haar en had een arm om haar heen geslagen. Ze snikte, zoals een kind, de onmacht uit. De sussende woorden van de man rolden de gang in. Later zaten ze toch samen aan de tafel en aten een broodje mee. Het leed was voor even geleden.

Alleen de liefde bleef. Dat is alles wat er is. Alles is.

Drie slanke zussen liepen druk pratend de wachtkamer in. Twee met prachtig asblond haar en de derde met een gekleurde sjaal om het hoofd gedrapeerd en felrode lippen, Sneeuwwit en bloedrood voltrok zich een grimmig sprookje. Ze grapte. ‘We komen hier niet voor mij hoor, maar voor haar of haar’. Een korte knik naar haar beide zussen. De klank net iets te hard. ‘Wat leuk dat jullie drie zussen zijn’. ‘Dat was nog maar een fractie.’, vertelden ze in koor. Er waren er zeven en vijf broers. Baas boven baas.

10903820_10203577779705216_8581914350657002736_o

Zo schoof de ochtend uit haar paniek, maar bij thuiskomst vertelden mijn voeten het hele verhaal terug en viel ik in een diepe slaap, terwijl ik droomde van sneeuwwitje.

4 thoughts on “Terwijl ik droomde van Sneeuwwitje

Comments are closed.