Uncategorized

Letterlijk in dit geval

Lang geleden dat ik nachtdienst draaide. Waakmaatje is een mooi gegeven, de aanleiding was schokkend. Viel er gisteren te mijmeren over betekenisvol zijn voor iemand, had ik vandaag het tegenovergestelde. De contactpersoon die niet wilde komen en doorgeven aan de rest van de familie dat de mens stervende was. De hele nacht was er rust in de tent maar vlak voor mijn vertrek speelde ineens de angst op en verslechterde de toestand met een sneltreinvaart. Dokter schreef voor en na een half uur, boven op mijn geplande tijd, was de rust weergekeerd. Met leed in het hart nam ik in stilte afscheid om de onrust in slaap te houden. Zuster kreeg nul op rekest op een verzoek naar het familiefront.

De avond daarvoor had ik nog geschilderd en in de ochtend gewerkt. Slaap had ik ’s middags gevangen in wat gedoezel. Het was al met al een lange zit. Nog langer waken was geen wijsheid. Oordelen kan men nooit over zo’n situatie. Verwonderen mag, te allen tijde. Hoe scheef kunnen verhoudingen groeien.

We schrijven het jaar 1976. Leiden afdeling Keel Neus en oor. Nachtzuster zit bij het bureau. Naast zich, door het romantisch met klimop omlijstte raam, daagt het eerste morgenlicht. Merel laat zijn trillers horen. Ik schrijf rapport en mijmer. Ja toen ook al. Volmaakt geluk. De balans voor alle ellende op de afdeling.

008

Vannacht. Langzaam gloorde het, van zachtgeel tot een feestelijk oranje. Futuristische ‘gebouwen in de maak’ als decor. Binnen reutelt de adem, buiten viert men feest.

004

Feest was de avond ook geweest. Muziekje aan, Aretha Franklin door de boxen, good ol’ Aretha, ‘Laat de penselen swingen’ zegt mijn Wolkenwietje. Ach ja, waarom niet. Aanstekelijke klanken sturen de finesses. Kleurenkennis mag nog wat bijschaven. Nieuwe energie opgedaan. Klaar om te waken.

Feest was het, met vlaggetjes tegen het raam en al, in de ochtend. Twee grote dozen vlaai en een prachtige pruik waar anders het mutsje prijkte. De laatste kuur van een reeks en daarna kon het mens-zijn weer beginnen. Alleen de pretlichten in de ogen zorgde al voor een juichende stemming. Lijdzaam keken de anderen toe. Nooit had een omschrijving zó de kern geraakt. Nog drie, vier, zes te gaan.

‘Als ik klaar ben met de chemo’, sprak het Verlangen ‘Dan haal ik een taart bij de Syrische bakker. Die is zo geweldig’. Op een bed op de afdeling stond een tas. De pyjama was ingeruild voor een kleurrijke outfit. Een heel verhaal ontspon zich, over naar huis gaan en zo heerlijk met de eigen club. Sjoelen, de bingo, de borrel op vrijdag. In groot vertrouwen lichtte de doopceel zich. De intimiteit van persoonlijk contact.

Twee handmassages een een voetmassage in het verschiet, maar door de inloop van de diëtist, de laborant, de fysio en daarna bezoek konden we, wat het laatste betrof, alleen maar ‘volgende week’ aan elkaar beloven.

Dit keer wandelde ik aan de achterkant naar buiten en prompt de verkeerde kant op want ik liep vast in de heg, die de parkeerplaats omheinde. De uitgang was verder weg, dan naar de voorkant lopen waar de auto stond. Gaf niets. De bries gaf verkoeling. De keuze was de tuin of de bank.Een voet was wat dikker van het lopen op de zachte stoffen schoenen. Katoenen voetjes vergeten voor de nieuwe gympen die ik bij me had en die kilometers hadden moeten maken. Nog even aan gehad, maar al snel was er wrijving. Wie zich brandt moet op de blaren zitten. Letterlijk in dit geval.

Een gedachte over “Letterlijk in dit geval

Reacties zijn gesloten.