Uncategorized

En het omarmen ervan

De merel liet zijn eerste triller horen om 3.56 uur vannacht. Ik was wakker en verbaasd over het feit dat de nacht was opgeslokt door het licht, zuiver en helder, het witte licht van een vroege ochtend. Het duurde even eer ik me realiseerde dat het gisteren  de langste dag, de midzomernachtwende, was geweest. Wat is het heerlijk als er meer dag is dan nacht. Het voelde goed om het zo bewust te beleven. Het kwam door merel, die mijn verbazing wekte met diens vroege trillers en deze woorden leven inblies.

001

Het kwam ook door het filosofieboek dat ik daarna opensloeg en waarin een verzameling korte verhalen en gedichten stonden van mensen en dieren die aan het filosoferen waren op kleine en nog kleinere schaal. De sperwer van Armando, de Skillig van David Almond, De schildpad van Toon Tellegen, Boekje open van Ted van Lieshout of de Doorreis van Erik van Os bijvoorbeeld.

Doorreis  

Ik ben op doorreis/naar volwassen  Zo goed als zeker/dat ik aankom  maar wat als ik mij/daar niet beval

003

Het ontroerde me. Die laatste conclusie:‘Wat als ik mij daar niet beval’. Dat zou toch eeuwig zonde zijn als je die hele reis bent aangegaan en op jezelf neer kijkt aan het einde van die lange tocht.

Het was wel een eyeopener. ‘Ben ik tevreden met wie ik ben’ werd de volgende overpeinzing en direct sloeg de schaamte toe. Je gaat jezelf toch niet op zitten hemelen. Maar daar ligt de essentie niet. Die zit ‘m vooral in die tevredenheid. Hoe is het gesteld met het verlangen. Er zijn wat aardse zaken, dat zeker. Maar door de bank genomen kan ik stellen, dat ik mijn leven fijn vind. Ik hou van mijn kinderen, mijn familie, mijn vriendinnen en vrienden, mijn omgeving, mijn bezigheden. Het brengt nieuwe energie, ze geven zin aan het bestaan. Er komen mooie kleinoden op mijn pad. Ongevraagd en letterlijk in de schoot geworpen. Ik heb het verlangen naar ongrijpbare wensen gereduceerd tot tevreden zijn met wat er is.

005

Dat malle huis met haar gebreken geeft me wel iedere morgen de mooiste zonsopgangen, laat me door haar grote ramen de prachtigste wolkenluchten zien, de blauwe Prins, klein maar fijn, brengt me overal naar toe,  de kinderen zorgen voor afwisseling, nieuw leven, delen de liefde, de vriendinnen her en der verspreid over het land brengen steeds weer nieuwe ongekende ervaringen, de familie zwoegt mijn prachtige Bernagie bij elkaar en op de tuin, in dat kleine atelier zijn de aardstralen zo gunstig, dat ik er alleen maar gelukkig kan zijn. Alles heeft betekenis.

002

Het boek heet ‘De wereld in een kiezelsteen’ en is door Ingeborg Hendriks samengesteld en geschreven. Miljoenen kleine kiezelstenen maken een grote.  Als een variatie op een citaat van Julia Abigail Fletcher Carney in haar gedicht Little things: ‘Little drops of water, en haar little grains of sand, make the mighty ocean, and the pleasant (solid) land’. Heel veel kleine deeltjes maken dat ene grote geheel.

In een van de verhalen stond de eekhoorn van Toon Tellegen op het punt om steeds meer van de wereld te ontdekken in een kiezelsteen, toen hij gestoord werd door giraffe, die hem vroeg mee op ontdekkingsreis te gaan. Als ze moe, na het ontdekken van allerlei ‘gewone’ zaken, zoals  een mier die lag te slapen, een beer die aan een voorwerp ingesmeerd met honing sabbelde, bij de rivier gaan zitten, vallen ze uitgeput  in slaap. Toon trekt de conclusie hoe makkelijk het is om in slaap te vallen aan de rand van de wereld. Daar komt de titel van dit boek uit voort. ‘De wereld in een kiezelsteen’. Niets meer en niets minder en het omarmen ervan.

 

.

Uncategorized

Met hoofd, hart en handen

Voor de tweede keer deze week wandelde ik door de grote trage draaideur naar binnen. De verwachtingen waren hoog gespannen. Het was alweer een tijd geleden dat ik een cursus gevolgd had. Het idee aan Hand en voetmassage bracht me even terug naar het huis in de Amandelstraat. Mijn vader had boven de kleine kamer ingericht als sportmassageruimte. Onder de dakpannen van onze meisjes-slaapkamer stond nu een met skai beklede massagetafel. De blikken van de klanten zouden door het zelfde raam naar buiten staren als onze dromerige puberogen dat jaren eerder hadden gedaan. Mijn vader ontving de ‘clientèle’ met de professionele oogopslag van de meester. Hij hoorde de klachten aan en zijn beslissing was een indicatie om wel of niet naar boven te gaan. Daar trok hij een witte korte jas aan en zalfde met zijn kennershanden de pijn tot een aanvaardbaar niveau. Dankbaar vertrokken de gasten weer.

004Mijn vaders handen

Mijn handen zijn deels die van mijn moeder en deels die van mijn vader. Het knokige van der Linden trekje zit erin, maar de artritishanden van de Driehuizen ook. Een goede mengelmoes. Ik zou best eens aardig kunnen leren masseren.

De mail met de aanvangstdatum was gericht aan twee. Wie schetst mijn verbazing toen er een hele club dames bleek te zitten. Sommige uit de vrijwillige zorgsector, anderen weer vanuit een eigen massagepraktijk. De toepassing bij ons op de afdeling oncologie, was het voorbeeld van een werkende praktische uitvoering. De theorie was beknopt. Het draaide vooral om de praktijk. Er werd opgesplitst in tweetallen en ik vormde met twee anderen een groepje van drie. Dat betekende dat je iedere keer aan beide handen tegelijk gemasseerd werd. Dat was een voordeel. Je kon overduidelijk het verschil merken en voelen wat het meest plezierig was.

002-5.jpg

Door het huidcontact is het een diepgravende intimiteit. Waar het mij betrof was dat vooral bij de voeten het geval. In de ochtend had ik mijn best gedaan om me een paar zomervoeten aan te meten. Schurend puimsteen, vijl en eeltschrapers mochten aan het werk na een warm voetenbad met scrubzout. Ik besloot de nagels niet te lakken, want helemaal vlekkeloos lukt dat nooit. Niets van dat alles viel op, alleen mijn knokige melkflessen naast al die stevige bruine benen en armen staken af. Maar het maakte niet uit. Er waren negen deelnemers en tweedubbel zoveel voeten en handen, die allemaal eigen herkenningstekens hadden. Krom, plat, dik, dun, knokig, eeltig of keurige gemanicuurd en gepedicuurd. De uitleg en de behandelwijze werd verpakt in een gemoedelijk Brabants accent en een betere aanmoediging dan dat was er niet. We kregen allemaal de smaak te pakken.

Gingen we in de ochtend bij de handen nog met een sneltreinvaart er vandoor, nu hadden we de tijd in de vingers en masseerden aandachtig en kalmpjes de kneepjes van het vak. De heerlijke sesamolie liet handen met aandacht over de huid glijden en alleen al het zien van de beweging, het mantra van de herhaling, bracht een diepe rust en ontspanning.

Toen we de draaideur uitwandelden, voor de file uit, was de zon doorgebroken en scheen uitnodigend. De wereld lag aan onze gezalfde voeten. Oefening baart kunst. Straks kan ik iedereen overvallen met mijn massage. Maar eerst maar eens los gaan bij de zussen en de kinderen, om een en ander in de vingers te krijgen, met de reader ernaast. Het wordt ook oefenen op mijn vaders professionele blik boven het jasje voor de spiegel. Over mijn schouder mag hij meekijken en af en toe zal ik hem smeken om mijn hand te leiden in een uitgebalanceerd evenwicht van empathie, professionaliteit en gevoel. Met hoofd, hart en handen de ander beroeren raakt. Raakt ons. Raakt ons allen. Raakt ons allen aan.

Uncategorized

Er dwars doorheen

In de ronde koepel van het gebouw was het hele schouwspel fantastisch te volgen. De dreigende onweersbuien, die op het nieuws tijdens de heenreis in Zeeland het land waren binnen gedreven, hadden twee uur later al het midden bereikt. De lucht vulde zich in alle violetten, die maar te vinden waren, tot op het laatst diep grijs en zwart. Tegen de donkere lucht lichten de bliksemschichten fel op. Daar werden van boven de prachtigste foto’s genomen van het machteloze land, dat naarstig probeerde de hoeveelheden water naar binnen te werken. Zomer in Holland vermengde zich met het leed van de afdeling en leidde de aandacht op het juiste moment af van het rollenspel dat zich daar vervulde.

De man kreeg voor het eerst zijn helm opgemeten. Sjaal eronder en een soort fietshelm erop. Hij stuurde een foto naar de kinderen. ‘Klaar voor de TT in Assen’, grapte hij eronder. Bij het vullen van zijn kopje koffie hoorde ik hem het verhaal doen tegen de verpleegkundige en al het leed van grote en kleine kwalen kwam voorbij. In mijn hoofd spookten zijn slapeloze nachten en die van zijn vrouw. Samen probeerden ze de moed erin te houden. Humor was de beste medicijn, in ieder geval vrolijker dan de agressie waarmee de andere medicijnen naar binnen werden geleid. Het was de dag van de verhalen. Iedereen wilde wel wat kwijt. Ze liepen op tegen verkeerde bloedwaardes en teleurstellingen. Sommige werden onverrichter zake weer naar huis gestuurd.

Het leven is opgedeeld in voor en na en wie eenmaal in de malle molen terecht was gekomen moest wel voort. Er was geen weg terug. Aan tafel zat een man te wachten. De enige vraag die ik hem kon stellen ‘Wilt u iets drinken’ opende zijn overweging om de kuur op te schorten of een tijdelijke pauze in te lassen. Wat was wijsheid. Hij worstelde met het feit dat de ene specialist niet kon beslissen zonder de ander en dat het moment van overleg steeds werd opgeschoven. Het meest lijdende aan de hele kwestie was het feit dat je zelf niet wist hoe het er van binnen uit zag. Ter overpeinzing gaf hij me de mindset mee, die ontstond bij het binnen stappen van het ziekenhuis waardoor hij zich steeds onmiddellijk op alle fronten patiënt voelde , terwijl hij de dag ervoor nog een groot zeilschip had bestuurd. Zijn cynisme en zijn gevoel voor humor hadden een pact gesloten. Eronder lag de gelatenheid.

010

De blauwe prins stond geduldig te wachten in de rij en had de stortbui overleefd. Tijd om te checken waar ik ergens in het achterhoofd steeds mee bezig was geweest. Het kleine raampje van de Bernagie op de tuin had ik gisteren vergeten dicht te doen. Was er schade en zo ja hoe veel. De zonkracht had de donkerte verdreven en niets dan de kleine plassen op het pad, herinnerde aan de dreigende ochtend. De margrieten en korenbloemen langs de sloot stonden er fris en parmantig bij.

009

Een dappere klaproos waagde zich dichtbij de slootrand. Onder mijn voeten klonk het lied der zompigheid, ze werd begeleid door de vele kikkers en padden uit de paddenpoel.

003-5.jpg

Het kleine raam was ingenieus gemaakt. Het had keurig alle regen van zich af weten te slaan naar buiten toe. Tijd om te genieten van zon en verder te gaan met het portret dat ik in snelheid als oefening had opgezet. Wat een zaligheid om in de tuin te kunnen schilderen. Toen de wolken zich samenpakten was het tijd om te gaan en niet de tweede donderbui af te wachten.

006

Het dakraam thuis had het overduidelijk moeilijker gehad met de stortregens. Haastig moesten kleden en doeken verplaatst worden en emmers neergezet om op te vangen wat er door de dakplaten heen sijpelde. De woningbouw mag zich er op stuk bijten. We wachten het af, terwijl de regen op het zolderraam tikt en er dwars doorheen.

 

 

 

Uncategorized

De weg terug naar huis

De zussen appten al vroeg om het atelier te bewonderen. Vroeger dan normaal ging ik op pad. Eerst de sleutel van het hek terughalen bij broer en blij te worden verwelkomd door het wolbolletje op vier poten. Die lieve Sjors. Zodra drempels verdwenen zijn dan is zo’n trouwe viervoeter de mijne.

IMG_3205

Op de tuin was het drukkend benauwd. Alleen al het pakken van de grasmaaier zorgde voor een parelend voorhoofd en na het door de hele tuin heen trekken van de kleine veelvraat, klotste het. De baardiris stond in bloei en er kwam nog een knop achteraan. Het hele perk was een oase aan roze en paars-nuances dankzij het uitbundige bloeiende vingerhoedskruid en de laagbloeiende salvia’s. Later toen de zussen kwamen met koek en zopie staken ze wonderschoon af tegen het groen. Het veen was wat zompiger dan normaal, de woelmuizen hadden vrij spel onder het groene oppervlak en speelden doolhofje, zo te zien aan de opbollende grond.

Ik was net aan een nieuw  doek begonnen, toen de oude controleerde of ik op de tuin was. In de kas had hij lathyrusplantjes voor me staan, die zaterdag op de bloemenmarkt waren gekocht, zo heerlijk. Ik wist precies wat ik er mee ging doen. Een klein hekwerk voor de Bernagie en daar de klimmers tegenaan. Bij voorbaat droomde ik ze al in uitbundige bloei. Nog even geduld. Rond kwart over drie werd het tijd om de file voor te blijven, maar het stond al vast. Dat betekende de wijk nemen naar de rondweg rond Utrecht en omdat ik bij vriendinlief in de buurt was, kon het boek ‘Zondagskind’ eindelijk naar haar bestemming. “s Avonds door naar Knockart, waar Sergio Vacchi door de avondvierdaagse werd opgehouden. Later dan te doen gebruikelijk gingen de penselen los. Hoe ik het ook probeerde, ik had niet veel met de man.

026

Door te filosoferen met elkaar over een volgend thema kwamen we bij de vrouwen in de kunst en ineens was daar weer een van mijn grote heldinnen, Louise Bourgeois. Deze eigenzinnige  tante, verpakt in een oud dametje, liet zich niet aan de kant zetten. We hadden haar al eens uitvoerig bestudeerd. Op een van haar boeken prijkte ze in een Vacchi-achtige stelling met het licht vol in het gezicht, zodat de sfeer om haar heen zwart en duister bleef.

Ideaal en blij iets gevonden te hebben, dat strookte met mijn grote bewondering voor Louise ging ik aan de slag. Het was weer boetseren ten top. Grove opzet en bijwerken met hier en daar een aanwijzing. Ik zat op een kruk en dit gaf meer verlichting dan de hele avond staan.

009

In de frisse buitenlucht stond men in bewondering voor de zich zojuist geopende teunisbloem en een van ons was net op tijd geweest om een opname te maken. Toeval bestaat niet. Het was een treffer van formaat. Afscheid met die schoonheid op het netvlies zorgde voor een brede glimlach op de weg terug naar huis.

Uncategorized

Wie weet

Het theater Helsdingen in Vianen was nieuw voor me. Ooit, lang geleden, pakte ik de picknickmand in, verzamelde her en der badspullen en toog met de vier kleintjes richting natuurbad. Daar was het goed toeven, als je voorbij het chloorrijke binnenbad was gelopen. In een oase van rust, omdat het zo uitgestrekt was, wist je altijd wel een plek te veroveren, waar de kinderen naar hartenlust konden spelen. Het wier tussen de tenen namen we voor lief.

001

Toen ze groter werden kwamen er voetbalvelden en balletzalen voor in de plaats en ging het zwemmen op een lager pitje. Er waren nog berichten over de sloop van het oude zwembad en de bouw van een nieuw. Dat het een sport en cultuurcomplex was geworden was me volkomen ontgaan. Vlak onder de rook van de A2 ligt er een enorm oppervlak aan vermaak en vertier. Met een buitenspeelplaats voor de kinderen, een vennetje om te vissen, een voetbalveld en binnen, het zwembad, de sporthal en een waar theater in stemmig blauw. Al dat schoons kon ik nu zelf in ogenschouw nemen. Ruim op tijd, de kinderen zouden een uur later komen, maar vroeg genoeg om kennis te maken met de twee acteurs van het stuk, Harro en Gert-Jan. Ze hadden het decor al staan. Net als de kinderen kom ik het liefst blanco binnen en laat me verassen door wat komen gaat.

003

De banner stond klaar, de badge bungelde aan mijn sjaal, de kinderen konden komen. De afspraak was om ze buiten op te vangen en te wachten tot alle scholen gearriveerd zouden zijn. Die ochtend zouden er drie scholen komen, goed voor 115 kinderen. Buiten bij de ingang hoorde ik al de van ver gedragen kinderstemmen. Er waren twee klassen achter het complex aan het spelen. Het verzamelpunt was voor. Groepen zeven en acht met wiebelbenen en onderzoekende vingers, een versterkt aantal decibellen waardoor het gebruikelijke praatje ter inleiding volstrekt overbodig was. Ze waren niet stil te krijgen.

002-4.jpg

Binnen was het een ander verhaal. Toen ze eenmaal de trappen op waren gestormd, de zware deuren door, was er een opmerkzame kanjer, die ongevraagd de tweede deur openhield. Het gestommel nam af en in de zaal werden ze door de geluidsman per rij in de juiste banen geleid. Het licht ging uit, de spots aan en het spel kon beginnen. De bravoure was nog voelbaar, maar verdween als sneeuw voor de zon, toen ze zich mee lieten slepen door het verhaal. De zaak Vlaskamp. Een aanstekelijke rechercheurszaak met een moord, diverse daders en aanwijzingen die ook door de kinderen opgemerkt dienden te worden. Het gemak waarmee de acteurs de onrust beteugelden, het enthousiasme dat uit het meeleven van de kinderen klonk, de flitsende energie, en de snelle rolwisseling, maakten het stuk tot een onvergetelijke ervaring. Hier werd genoten op de punt van het blauwe pluche.

Na de pauze kwamen er vier scholen. Er was een groep bij, die op de achterste rij zat en kennelijk al contact hadden gehad met de vorige groep over het stuk. De dader werd vooraf al met naam en toenaam herhaaldelijk geroepen. Ze waren onrustig. Ook nu waren de rechercheurs niet uit het veld te slaan en speelden onverdroten door. Bij het verlaten van de zaal waren er glanzende ogen, verhitte wangen en namen ze afscheid met een boks van de meest stoere van de twee mannen. Even waren ze hun eigen Flikken Vianen in de dop, met speurneuzen op, argusogen aan en het brein op scherp. Een beleving die lang zal blijven hangen en misschien is er ergens, tussen al die kinderen, wel een piepkleine kiem gelegd voor een nieuwe rechercheur. Wie weet.

 

Uncategorized

Die kleurrijke wereld van vandaag

Niets is heerlijker dan op zondagmorgen om zeven uur over de bijna verlate wegen te zoeven. Een zon begeleidde de rit en zorgde ervoor dat bezijden de weg een rustiek Hollands tafereel ontstond met grazende koeien in het frisse dampende groen door de koudere nacht.

010-3.jpgFrancoise Nielly, deel 1. @galerieStreetscape door Mieke Hofman-Rozing.

Richting zee tufte ik op cruise control de A2 over. Bij aankomst van de workshop stonden de doeken al klaar, met foto’s en afbeeldingen, opgedeeld in schaduwschakeringen. Alles was tot in de puntjes voorbereid. De olieverf, de paletmessen, de paletten, wat penselen, verdunde acryl. De zoektocht naar de juiste ezel was gauw gevonden. Half negen zouden we beginnen en de koffie stond klaar. Het internet lag eruit, dus een filmpje zat er niet in. Maar ik had Francoise Nielly thuis al bestudeerd. Een explosie aan kleur en dan vooral in een samenstelling die je niet gauw voor een gezicht zou gebruiken. We werkten hard, van donker naar licht en raakten af en toe verstrikt in de vele nuances, maar altijd weer was er een mouw aan te passen. Er waren prachtige kleurstellingen bij. In zo’n groep, waar iedereen vertrekt vanuit eenzelfde uitgangspunt qua vorm, ontpopt het individu zich altijd weer. Sterk en persoonlijk worden alle ‘Francoises’. Vriendin had extra handen erbij gevraagd om iedereen op de wenken te kunnen bedienen. Het atelier, dat tevens galerie was, was ruim en hoog, met de expositie van de cursisten van het inloopatelier als extra stimulans aan de wand. De inspirerende omgeving werkte als altijd weer verheffend.

Niet alle schilderijen konden er blijven, anders was er geen ruimte meer voor de inloopochtenden. Met knoeidoek eronder nam ik kleinzoon al in een ver gevorderd stadium mee. Volgende les verder.

015

Door het vroege tijdstip en het harde werken moest het hoofd even leeg. Zo dicht bij het strand kon dat maar een ding betekenen. Nog geen half uurtje later snoof ik de zilte zeelucht op, terwijl de kitesurfers door de golven dartelden. Letterlijk, want sommige wisten hoog op te springen en te wentelen in de touwen, zodat ingewikkelde salto’s een feit waren. Spelende kinderen aan de vloedlijn daagden de zee uit en gooiden zand op, deinsden terug voor de golven, hoog gegil en ijle kreten op hoog stappende  veulenbenen. De staartjes wipten op en zand, water en zonlicht zorgden voor een gouden gloed. Hier en daar vloog een bedaarde meeuw boven de uitgestrekte duinen, waarop de witte wolken lagen als een toef verdwaalde slagroom.

019

Onder het rijden op de terugweg sloeg de benauwdheid toe. De olieverf had liggen dampen in het warme afgesloten compartiment van de auto. De longen wilden frisse toevoer van zuurstof. Ramen tegen elkaar open want de airco had een averechts effect. In het geraas van het verkeer er buiten, ging de radio wat harder en werd de aanval in de kiem gesmoord door een luide samenzang met de radioklanken. Al snel was er meer lucht. Kleinzoon mocht naar het atelier op de tuin. Thuis zou er binnen de kortste keren een olieverf-Pluis door de kamer hebben gewandeld met al die plakkaten verf op het doek. In de sloot had de lucht zich samengepakt. Het lag er stil en vredig bij. Zondagsrust ten top.

023

In de avond was er een voorstelling van een van mijn oudleerlingen, die prachtig dwarsfluit speelde en haar eerste dramapogingen op het grote podium losliet. Een tragi-komisch verhaal met een goede afloop en vier dappere dametjes die de sterren van de hemel speelden in een fantastisch decor à la Maison de Pippi Langkous.

027

Bij het teruglopen naar huis winkte de zon nog net met haar laatste stralen door de wolken heen. Een laatste groet aan die kleurrijke wereld van vandaag.

Uncategorized

De dag roept

De hemel huilde gisteren een groot deel van de ochtend en de tuin was daardoor een brug te ver. In het veen is het dan te nat, er valt niet te maaien en onkruid trekken is geen pretje, omdat de kluiten zich verdichten en vasthoudend zijn. Weer om binnen aan de slag te gaan dus. Ik had het vorige week al eens op de heupen gekregen en was beneden aan de gang gegaan, maar nu moest de zolder het ontgelden. Daar sliep zoonlief ongezellig te midden van afgedankte spullen uit de kamer van de tweede.

003

De stofzuiger rolde achter me aan en elke hoek moest van goede huize komen om te ontsnappen aan mijn rigoureuze opruimwoede en het stofhappen. Boven was ooit het atelier. Meer uit nood geboren en nooit mijn lievelingsplek geweest, omdat de hoge ramen het naar buiten kijken beletten. Met mijn behoefte aan ruimte en weidsheid voelde ik me op de zolder ingekapseld, als in een cocon, waardoor het gevoel van vrijheid ontbeerde.

Ik worstelde me door de ladekasten, de oude lamp, de paperassen, de schoolspullen heen, zocht uit, gooide weg wat overbodig was, las en herlas sommige stukken. Ergens lag het functioneringsgesprek van lang geleden tussen. Volstrekt achterhaald en niet meer van belang. Vluchtig nam ik de oude voornemens door om bepaalde hiaten van mezelf aan te pakken en te verbeteren. Reflecties op je eigen handelen zijn wonderlijke zaken. Vooral als de situatie waarin je verkeerde in rook is opgegaan en het een en ander totaal niet meer relevant is. Al die emoties die het los maakte liggen ver achter me. Een van de voordelen van vrij zijn.

Langzaam kwam er lijn in het geheel en lukte het om alles weer te ordenen tot een samenhangend geheel. De tafel was leeg, er was een gezellig zitje. Op de overloop stonden mijn doeken in de hoek. Ik bekeek een en ander kritisch en zag door de beelden heen de worstelingen, bloed, zweet en tranen om tot resultaat te komen, de beeltenissen die allen een zweem hadden van de werkelijkheid. Mijn verleden en ik. Zo wandelde ik door de jaren heen in sneltreinvaart en was er het besef van het vervliegen van de tijd.

De stofzuiger had er lak aan en maande me door te werken. Onder mijn handen werd gesorteerd, de zeven doeken van de kleine prins, de koning, de dronkenlap, de lantaarnopsteker, de zakenman, de geograaf, de ijdeltuit en de kleine prins zelf, waren elkaar uit het oog verloren. Het waren de allereerste doeken in olieverf, als ik me het goed herinner. Er staat nog steeds veel echte rommel tussen, die naar beneden getransporteerd moet worden en onmiddellijk diende een volgend project zich aan. De schuur. Volgestouwd met de overtolligheid van het bestaan. Alles wat weg kon stond te wachten op een belletje naar de gemeente. ‘Stel niet uit tot morgen wat gij heden doen kunt’, hoorde ik ergens temen in mijn hoofd. Maar mijn rug sprak andere taal. Het was genoeg geweest.

002-3.jpg

Het beloofd een prachtige nieuwe dag te worden.  Ik geniet al twee uur van het ochtendleven. De kauwtjes blijven onrustig en vliegen af en aan, ze houden de kleine gierzwaluwen op afstand, die nestelen onder de daken van de andere flats. Merel negeert het gekakel van de druktemakers en bracht net vlakbij zijn mooie trillers ten gehore. De houtduiven koeren met elkaar een vraag en antwoord spel. De eerste auto’s komen langs, terwijl de zon al boven de boomtoppen uit komt. In de benen maar weer, de dag roept.

 

 

 

 

002-3.jpg

Uncategorized

De balk van vooruitgang

Het oude pand kreunt onder de regen. Hier is geschiedenis geschreven. Het staat op de nominatie om gerenoveerd te worden. De ateliers huizen in een voormalig pand van het werkspoor. Buiten, achter de hoge ramen, bloeit de berenklauw welig en werpt haar schaduw over de duizendschoon, de maagdenpalm, de margrieten en de brandnetels. Dapper doen die hun best om boven het kleefkruid uit te groeien. De vogels vinden het best. De merels en de vinken, de mezen en de mussen. In het welhaast ondoordringbare woud achter de spoordijk kunnen ze ongestoord hippen en fluiten dat het een lieve lust is. Het enige dat hen stoort is af en toe een roestig raam dat knerpend open wordt gedaan.

De weg naar het atelier toe, ging vanmorgen niet zonder hindernissen. Het leek wel of alle lesauto’s de straat op waren gestuurd om net voor mijn kleine blauwe prins de kneepjes van het vak onder de knie te krijgen. Op de eenbaansweg werden er bushokjes verwisseld in een bedaard en zorgvuldig tempo. Riemen eromheen gesjord, kraan er aan vast gemaakt en hoog boven de weg draaide het bushokje richting het convoi exceptionnel.  Daar landde het minuten later voor mijn gevoel. Daarna konden we redelijk doorrijden tot bij het benzinestation, waar een bermwerker zijn graafmachine schuin op de hoek had gezet om de sloot leeg te scheppen en in traag tempo zijn dienst beleed. Het duurde even eer de voorste bestuurder van de lange rij auto’s bedacht, dat hij er om heen kon. Dat obstakel was daarna snel genomen, tot het steekkarretje op de volgende weg zich breed had uitgesponnen en zo bleef voortrollen met een slakkengang. Bij de laatste afslag moest hij er af en ik de volgende. Vlak voor ik er was wandelden er nog een kip en een haan over. Het was een koddig en parmantig gezicht en alles bij elkaar zorgde het er wel voor dat ik zo’n tien minuten later binnenviel. Er zijn van die dagen…Mijn Maarten stond in contouren op het paneel en keek me vorsend aan. Gebeurde er vandaag nog wat. Ik kon niet wachten op de klassieke input voor het portret en om een en ander te mogen doorgronden. De aanwijzingen kwamen per onderdeel en ik volgde ze braaf op. Titaan, gebrande Omber, aanwijzingen voor de penseelvoering, varkensharen penseel voor de haren, het licht in de ogen, wat een uiterst delicate toevoeging bleek, evenals de aanwijzingen voor de schaduwpartijen. Het leren zien van het licht en donker door heel nauwkeurig te kijken. Alles bleek waardevol en verhelderend. Kennis schuilt in die hele kleine foefjes en ik ben benieuwd hoe me dat morgen helpen zal bij de workshop à la Francois Nielly,.

IMG_3150

Langzaam prikt de bedachtzame blik van Maarten door de kleurschakeringen heen en komt hij meer en meer van het paneel af. De achtergrond in een zelfgekozen licht groengrijs, op aanwijzigingen verkregen door titaanwit, Schevenings zwart en Chromium oxide groen te mengen.  Hier worden vorderingen gemaakt. Na viereneenhalf uur schilderen met een broodje tussendoor en appeltaart met koffie is de koek op. Letterlijk en figuurlijk.

Ik worstel met de zware schilderkist door de massieve deur, die achter me met een klap in het slot valt. De zon is gaan schijnen en heeft de benauwde ochtendbroeienis in de kiem gesmoord. Het voelde licht en ik vlinderde naar de auto ondanks het gewicht aan de hand, met alle kennis, die ik later nog eens op een houtskoolportret zal uitproberen.  Dat is de grote verdienste van het leren en het vermogen om zeurende stemmetjes, die om een halt smeken, in de kiem te smoren door door te zetten. IJzeren Heinigheid ten top.  Met dank aan de meester en met een streep op de balk van vooruitgang.

 

Uncategorized

Dichtbij huis gebleven

Facebook kent duizend doden, zo niet meer. Soms is alleen de naam er nog, anderen hebben alles behouden, de foto’s, de berichten. Vanaf mijn scherm lachen ze me toe, heffen een glas, zingen een lied. Het tastbare bewijs van het bestaan. Dat ik ben gaan zoeken op naam, komt door een droom.

scannen0687

In die droom was de tweeling nog klein. We waren op een feest. Ze waren heerlijk dichtbij en als vanouds te knuffelen. Ze hingen op mijn benen, terwijl ik op de grond zat, kropen op schoot, rolden zich op in de holte van de arm en ik voelde warme genegenheid dwars door de droom heen. Moederlijke koestering. Het was heerlijk wakker worden. Ik bleef nog even hangen in de beelden en in die beschermende rol van lang geleden.

In de droom waren er vriendinnen die er nu niet meer zijn. Dat was de reden dat ik op zoek ging naar hun digitale leven. Ik vond ze allemaal, met naam en toenaam. De tijdlijn op zwart maar de profielfoto in tact, jong en levend kijken ze me aan, lachen me toe, de levende doden. De meeste van hen kennen elkaar niet bij leven, maar ergens in het rijke universum zweven de zielen, verzusteren en verbroederen, verklusteren. Nee, ze dolen niet. Dan zouden ze hier een afslag hebben genomen om daar te dwalen. Ik hou het op een feestje.

Het verzinnebeelden van de dood is vanzelfsprekend geworden. De gierzwaluw, de roofvogel(sperwer, buizerd, havik, om het even welke), de vlinder, de wolk, de ster, de vergeet-mij-niet. Ze zijn er allemaal. Voor de kinderen zat oma op een wolk en schrobde bij tijd en wijle de boel schoon, als het heftig regende. Als het bliksemde kwam opa thuis. Het zijn mijn eigen ‘Facebookpagina’s’, allen met een verhaal maar vooral met de herinnering.

De kauwen buiten gaan te keer. Ik hoor een jong roepen. Hij staat op het punt om uit te vliegen. De hele kolonie is in rep en roer om het uitvliegen gestroomlijnd te laten verlopen. Ze verstoren de mijmering. Het is spannend. Ik hoor het aan het toenemende geroep, niet langer het gebruikelijke klokken.

Gisteren was er koffie op de tuin en vriendin in levende lijve. Het was wisselvallig weer, maar we konden even voor de Bernagie zitten. Later binnen schuilen. Het uitzicht over de polder als je op de troon zit. De troon is de schilderskruk voor de ezel. Dan kijk je tot voorbij de molen van Groenekan en waan je je midden in het veld. De vinkjes, de boomklever en de koolmezen vliegen af en aan. Ik nam verse gefilterde koffie mee en zij de heerlijke gebakjes. Ouderwetse met ruim kruimelwerk van het knapperige krakelingendeeg en meer dan verse vruchten, de ananas plots heerlijk fris. Van knoeien bij oma aan de keukentafel, stoffer en blik in de aanslag. De smaak van het verleden. We liepen de tuinen om, zagen de waterlelies en schoten in de lach om de meerkoet, die luid waarschuwde niet in de buurt te komen omdat moeder op pad was met twee pubers. We namen afscheid met de belofte om een dag samen te tuinen.

Bij de fysio was er nog maar één van het koppel dat altijd zo gemoedelijk samen binnen kwam schuiven. ‘De vrouw was plotsklaps na een bezoek aan de wolmarkt overleden’, vertelde hij en keek berustend. De oude baas ernaast snifte een traan weg. ‘Al drie jaar alleen en ik mis haar nog elke dag’ gaf hij als antwoord. Ze bleven samen zitten tot ik zei naar Amelisweerd te roeien. Dan wilden ze wel mee. De ene op de fiets en de ander op de loopband. ‘Wie er het eerst is, bestelt de pannenkoeken’, zei de oude baas en grijnsde zijn verdriet weg.

009

Thuis zat het huis ineens vol met kind en het kleine grut. Niet afgesproken,  maar toeval bestaat niet. Het moest zo zijn. Soezen met het kleine leven op schoot. Spelen op de grond en grut dat krioelde en onder mijn vleugels kroop, schaterlach en kleine armen om mijn nek. Ineens wist ik de herkomst van de droom. Ze was dichtbij huis gebleven.

 

Uncategorized

Een lied van klein geluk

Een hoofd vol verhalen levert me een ochtend in het ziekenhuis op. Het begint met een overdracht, waar eventueel meegedeeld wordt, waar ik van betekenis kan zijn. Het lijkt allemaal simpel. Een tas inpakken, iemand begeleiden naar de uitgang, maar het gaat vooral om de verhalen die los komen als je in vertrouwde sfeer al pratend over koetjes en kalfjes een snaar raakt.

De behoefte aan herkenning is groot. Grote en kleine zorgen, twijfel en verdriet zijn soms makkelijker neer te leggen bij een vreemde dan bij de mensen die je met liefde omringen. Het is soms sparren over het toekomstbeeld, niet zelden het afwachten op wat komen gaat en nog vaker er middenin zitten en je overgeven aan wat er gebeuren moet. Geen invloed hebben op de loop der dingen is zo moeilijk te aanvaarden.

Na drie weken ziekenhuis mag ze naar huis. Ze is iets jonger dan ik ben. Er ontspint zich een gesprek over rollators en boodschappenkarretjes. Het aanvaarden van de hulpstukken ook al voel je je bejaard, als je erachter loopt. Het gelijkvloers wonen is nu een zegen. De blijdschap over het verloop, de kundigheid van de medische wereld, de wetenschap met een been over de grens te hebben gestaan geeft een aparte veerkracht om er alles uit te halen wat er in zit. Met een lach en een dosis zelfspot.

Met het delen van de koffie en thee kom ik een echtpaar tegen waarvan de man zich letterlijk afzijdig houdt als ik in de buurt ben en de vrouw opengaat als een lang gesloten boek. Ze wil niet meer verder en wacht nu tot het moment dat haar dochter in het huwelijk treedt om daarna alles op te geven. De onwerkelijke situatie, de man druk in de weer met zijn Iphone en zij met het verdriet dat wordt weerspiegeld in de dikke tranen die hun weg zoeken naar beneden, werkt vervreemdend. Het gewone leven gaat door. Twee glazenwassers in een bakje trekken aan ons oog voorbij,  Het vermeende vuil spoelt omlaag. Heeft de traan dezelfde functie. Drie keer vertelt ze mij de deadline, die nog nooit zo omlijnd is geweest als nu, met de bruiloft in het zicht. Daarna het grote niets en rust, want daar verlangt ze naar. Als ik later langs kom, ligt ze te slapen en peinst de man met een berg aan leed achter zijn brillenglazen.

De man met het doorgroefde gelaat, een buitenleven, zwaait me vrolijk toe. Hij is altijd alleen. Hij deelt zijn chemo in naar mate van agressiviteit. De laatste is het verschrikkelijkst, geeft hij aan. Die zorgt ervoor dat je allemaal ijsscherven in je keel voelt branden als je iets drinkt of eet. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het geeft de mate van strijd aan die er woedt binnen in dat lijf. Chemo is een onafwendbaar, noodzakelijk, grijnzend monster.

De blik van herkenning, weten hoe je de koffie drinkt, een aai over de schouder, een kleurplaat bewonderen, elektrische fietsen, een doos met tissue’s, glanzende ogen bij het aanbod van bouillon, liefde zit in de kleinste dingen verpakt. Bij het naar buiten lopen is de gang lang genoeg om te schiften wat ik achter laat of mee wil nemen.

006

’s Avonds aan de kade op de Gruttersdijk zie ik bij het uitstappen een kleine schoonheid, dat dapper opbloeit tussen de stenen. Een lied van klein geluk.

Uncategorized

Dát maakt alles lichter

Gisterenavond reed ik naar huis en had het kleine slingerpad over de Lekdijk genomen, achter Vianen. In lome vredigheid graasden de koeien onder de ondergaande zon, die verderop, achter de brug, de lucht rood deed opgloeien. Zo’n klein vredig Hollands tafereeltje bracht alle energie terug, die door het vele schilderen op de dag was weggelopen. Maar de handen voelden als vogelklauwtjes en lagen verstijfd om het stuur. Een hele dag is misschien iets te veel van het goede. Het is ook schakelen van de totale rust en stilte op de tuin  naar de verspringende gesprekken en verhalen ’s avonds tijdens de les.

IMG_0648

We hadden lang gepraat over de doeken van vorige week en daarna een experiment met impasto gedaan. Hoe was het ook alweer. Graven in het geheugen. Het krijt aanlengen met het ei.De wonderlijke wereld van de chemie en de verbindingen. Haar eigenzinnige uitwerking en de resultaten. We hadden dit al eens eerder gedaan en bij de Rembrandttechnieken ook uitgebreider met de natuurlijke pigmenten, Sienna, Omber en Oker. Pasteus werken is een vak apart. Het was wel lekker om met een spatel aan de gang te kunnen.

Overdag op het tuinatelier had ik de moeder van de juf uitgewerkt. Hele stukken van de dag ervoor uitgediept, breder gemaakt of kleiner, gekeken en gekeken. streek zetten achter uit lopen, streek zetten en weer afstand nemen. Net zo lang tot ze naar mijn tevredenheid af was en ik haar kon vervoeren naar de les.

Na de impasto was de inspiratie volledig op. Klaar, uitgewerkt. De gesprekken gingen over de wens om minder plat te werken, hoe je dat moest doen, waar je op moest letten. Naar model of van een foto. Ik vind naar model veel fijner, maar moeilijk. Als oefening heb ik mezelf een aantal keren vanuit de spiegel nageschilderd. Lastig is het veranderen van de pose. Door steeds weer te blijven proberen krijg je het een beetje onder de knie. met vallen en opstaan. Veel tekenen van het hoofd helpt ook. Dan zitten de contouren al in de vingers.

Spijt heb ik niet, maar schilderen en tekenen zijn van die dingen die ik wel had willen uitbouwen. Als ik dat van jongs af had gedaan, dan had ik waarschijnlijk al verder geweest in de ontwikkeling. Er valt nog zoveel te leren. Aan de andere kant is ‘als’ nog altijd verbrande turf en hebben de ervaringen tot nu toe ertoe bijgedragen dat je tot hier gekomen bent en heeft alles wat je hebt meegemaakt, invloed op het handelen. Er zijn in de puberteit schriften en agenda’s geweest, die tot op elk piezeltje papier vol getekend zijn met mijn modepopjes. Twiggy-achtige figuren met bijbehorend kapsel en de grote ogen. Ik trok ze extravagante zwierige kleding aan, naar de mode van die tijd met wijde pijpen, minirokken, zwierige mouwen. Kettingen ontbraken niet. Toen ik de verpleging inging stopte dat volledig, op wat droedels na tijdens een telefoongesprek. Pas jaren later nadat alle kinderen uitgevlogen waren, heb ik het weer opgepakt. Het is heerlijk om te doen en ik ben blij dat ik het heb herontdekt, maar dat piezeltje verlangen blijft altijd lichtjes op de achtergrond schuren. Wat-als. Het is nooit in te vullen.

Natuurlijk zijn er redenen geweest, waarom het tekenen is gestopt.Er kwamen andere dingen op mijn pad. Nu is er tijd, rust en ruimte om iets uit te bouwen, te experimenteren en nieuwe vormen te ontdekken. Het is de natuurlijke loop en ik wandel met liefde in dat straatje. Zoals het tranend hart, dat in de tuin bijna verdwenen was door de weg die moest worden vrij gemaakt voor de hut. Nu staat ze weer dapper en met veerkracht te bloeien.

We komen er wel. Met puffen en geploeter, maar vooral ook met humor. Het is geen wet van Meden en Perzen. Het heilige moeten is er af.  Dát maakt alles lichter.

 

 

Uncategorized

En garde

Alle festivals met Pinksteren heb ik links laten liggen en ben gaan schilderen in mijn eigen kleine stilte. De buren waren druk bezig met water geven, planten opbinden, maaien. Eens in de paar dagen is er tijd en ruimte voor het groter werk. Ik heb alleen wat jonge planten knoflook-bieslook neergezet. Juist omdat  het me volslagen vreemd was. Het ruikt heerlijk. Ik kreeg van de buurvrouw nog wat tomatenplanten. Ze staan nu in de volle grond. Dan is het te hopen dat het een droge zomer wordt. Tomaat kan niet goed tegen regen op haar bolletje.

Af en toe kwam er een buitje over. Dikke zomerdroppels, die weinig zoden aan de dijk zetten, wat de droogte betreft. Het blijft qua vochtigheid ruim binnen de marge. Ik kijk het jonge groen omhoog. Ze beginnen al aardig te wortelen. Net als ik trouwens. Ik ontdek de kleine aanvullingen die er nog moeten komen. Er ontbreekt in het atelier een opklaptafel, waarop ik de telefoon kwijt kan als ik schilder naar foto en waar ik aan kan schrijven.

Deze week was de week van de mail. Ik stuurde er een naar de Wijze in Hongarije als antwoord op zijn uitgebreide verhandeling over tijd en hoe verleden en heden in elkaar overliepen. Hij is zijn schriftelijk leven met foto’s, kattebelletjes, brieven aan het inventariseren en archiveren. Bij het uitwerken van de dagboeken van mijn moeder maakte ik hetzelfde mee. Een spagaat van formaat. Met één been stond ik in het verleden van de jaren tachtig en met het andere in de tegenwoordige tijd. Met de brieven van mijn moeder, gericht aan mij en de Wijze, in de jaren zeventig, vulde het nog meer de gaten in de herinnering op. Zij beschreef vanuit haar kant mijn vertrek en aan de gebeurtenissen die mij overkwamen gaf ze haar eigen draai. Ik weet nu hoe het toen was en begrijp soms, nu pas, hoeveel impact mijn handelen destijds gehad heeft op al die andere, mij omringende, levens. In mijn jonge overmoed was bewust leven ten volle in ontwikkeling.

017-e1560237559538.jpg

Het is de reden geweest dat ik later, bij het werken met de kinderen op school, altijd geprobeerd heb om juist die kant los te kriebelen. Oorzaak en gevolg. Iemand reageert omdat men reflecteert op jou. De eigen rol daarin. Het blijft een boeiend proces en er kwamen mooie dingen uit voort. Heerlijke filosofielessen waren dat. Kinderen denken puur en eerlijk en stellen onbevangen vragen. Geen betere partners om mee te sparren.

De tweede mail kwam van een lieve vriendin. Een correspondentie tussen ons waar een stilte was gevallen na een stormachtige ochtend. Die periode van bezinning was nodig om de kaarten te schudden en de vriendschap te herijken. Dat die mogelijkheid er is, is goed voor een liefdevolle basis en we zouden het ooit nog vieren. Ze is op retraite gegaan en diep in zichzelf afgedaald. Mijn pad loopt over overkomelijkheden,  Diepgaande beschouwingen kun je laten of je eigen maken. De keus is aan jou. Fijn om weer op de oude voet door te kunnen met onze mijmeringen over leven en dood.

Twee belangrijke boodschappen van buitenaf om te mogen diepduiken. Nu ga ik eerst de grote foto’s ophalen en daarna weer naar mijn eigen retraite-oord. Omdat het vandaag lukken zal, zegt het gevoel, en regen en wind niet deren kan. Ik ga schermen met de penselen. En garde.

 

 

Uncategorized

‘Beter een goede buur dan een verre vriend’

Op de tuin is een stuk bestempeld tot broddellapje of kraamkamer, net hoe je het wilt noemen. Op dit ogenblik staan er vijf Meidoornloten in en een stek van een doornloze roos. Ze mogen er proberen te wortelen. Als het niet lukt is het spijtig, maar niet meer dan dat. Volgende keer beter.

De contouren van hoe het ooit was, komen langzaam terug. Voor het derde jaar op rij is de Oost-Indische kers verdwenen. Normaliter krijg je die heerlijke eetbare bloemetjes je tuin niet uit en hier gedijd ze niet. Toch eens wat naslagwerk verrichten.

De oude kwam ook. Met kattentongen en een berg energie. Er werden stukken tuin schoongemaakt en aangepakt. Grondig en zorgvuldig.’Werkoverleg’ hielden we in mijn tuin op een beschutte plek met water, brie en brood, wisselden wederwaardigheden uit. Het voelde als vanouds.

Ooit, decennia geleden, had de oude zijn eerste tuin op Westbroek. Later kwam ik er bij, met een tuin aan de overkant. Een paar jaar later verkwanselde de toenmalige eigenaar van het tuinencomplex de grond aan een broodwinner, die er prompt de huur exorbitant verhoogde en restricties ging stellen aan de gebouwde schuurtjes en huizen. Binnen de kortste keren had hij zo goed als iedereen van het complex verjaagd. Dat we aan de rand van de stad weer opnieuw mochten beginnen was een lot uit de loterij.

Stukje bij beetje verovert de oude zijn tuin terug op de woestenij die ontstaan was door jaren verwaarlozing. De verdovende deken van alcohol,die als een zure lap om hem heen hing de laatste jaren, is opgelost en er komt weer een meelevend mens te voorschijn. Het is heerlijk om samen wat te kunnen mijmeren.

Halverwege de jaren zestig zat mijn zus op een volksdansclub. Het duurde niet lang of ik ging mee. Daar leerde ik de oude, die toen jong en sterk was, kennen. Hij was degene die me in mijn puberale onzekerheid onvoorwaardelijk accepteerde zoals ik was. Groot en stevig. Dik in mijn beleving. Dat was de basis voor een lange vriendschap met uitbundige vriendenkringen, gedeelde vakanties met partners en mijn kinderen, logeerpartijen.

Alles wat ik geleerd heb over de natuur, de liefde voor vogels, voor plant en dier, komen uit zijn verhalen voort. Bij elke lange wandeling werd er veelvuldig stilgestaan en uitgebreid verteld. Hij wees me op de kiekendieven, de koekoek, de nachtegaal, de morgenster, het wilgenroosje, het zandblauwtje, de mistletoe, de heksenbezems, de beukenhagen langs de velden. Insecten kregen een naam en met zijn argusogen wees hij op de kleine salamanders die weg glipten, de schorpioenen, de meikevers. Ik leerde de wilde bij kennen en allerlei inheemse vlinders. Ik leerde vorsend te zien. We maakten jam van Vlierbloesem en munt, kruisbessen en al wat voorhanden was. We lazen het slootwater en ontdekten alles over de waterspin, het bootsmannetje, de geelgerande watertor, de waterjuffer en de bloedzuiger. Dagboeken vol met de verhalen over onze escapades bevolken mijn kast. Nu, een halve eeuw later, zie ik soms meer van alle schoonheid om ons heen, omdat het zicht beter is. Het is fijn dat hij weg terug heeft gevonden en we samen weer wat te delen hebben.

P1190217.JPG

Na gedane arbeid was er nog tijd om wat te schilderen, waarbij de oude verf onwillig een eigen weg trok en de Gamsol er niet was, maar ik een nieuw medium had, die anders uitpakte. Ze is het nog lang niet, maar toch pakte het, onder die omstandigheden, beter uit dan verwacht.  Tussen de bedrijven door stonden twee lege plastic kratten klaar om mee naar huis genomen te worden en het servies had een plek gekregen in de Bernagie, die langzaam maar zeker haar eigen invulling begint te krijgen en meer en meer past als een handschoen.

De oude snijdt wat bamboe uit en vult zijn tassen. Die zijn voor op zijn dak. Ik laad de kratten op zijn fiets. We speuren de houtwal af naar de ringslang, maar die laat zich niet zien. Moe maar voldaan sjokken we de weg af naar de auto. Daar kan ik mijn spullen inladen. Hij zwaait zijn been over de bamboe heen en fietst als vanouds zijn eigen weg, zonder zwabberen en gezwaai. Morgen is er een nieuwe dag op die meters kleine zaligheid. Met zijn twee tuinen en aangrenzend mijn tuin eindelijk weer een gedeelde plek. Hij kwam terug van een hele verre benevelde reis. Nooit werd een spreekwoord meer bewaarheid dan hier. ‘Beter een goede buur dan een verre vriend’.

 

 

 

Uncategorized

Op vleugels gedragen

Het trouwkerkje van Etten-Leur lag achter de tweelingtorens van de Sint Petruskerk vanuit ons gezichtsveld en bleek op de hoek te staan. De kleine blauwe Prins konden we kwijt op het parkeerterrein ertegenover. De wind joeg de wolken voort en haren en kleding stoven op onder haar bollende krachten. In de hal van het kerkje was een kapstok.

Dit was de tweede expositie van de etsen en lino’s van vriendin. Weer een prachtige omgeving, net als bij de vorige vernissage in Antwerpen. Hier hingen al haar vertrouwde lievelingen bij elkaar, omringd door de trotse kunstenaar zelf en haar familie. Samen hadden ze ook haar boek ‘Op vleugels’ vorm gegeven. Een overzicht van tien jaar lang etsen en linosnedes. Ik was samen met nog een kunstminnende en schrijvende vriendin. De begroeting was hartelijk. We hadden elkaar een tijdje niet gezien door allerlei omstandigheden. Nu was de hereniging feestelijker dan ooit. De tijd om te kletsen was er nagenoeg niet. Allerlei belangstellenden wilden op haar vleugels meewiegen. Onze boeken kregen een eigen opdracht mee.

002

De rit ernaar toe was een boeiend uitstapje geweest naar de banden met het verleden. Vlakbij de Duitse grens wonen en dan midden in het land verzeild raken. Opgroeien met een opvang voor dieren, de ruimte en de rust van het platteland en dan stranden in de drukte van de Randstad. Mee moeten in de vaart der volkeren, waar de wereld eerst nog zo rustig stil bleef staan. Natuur is onveranderlijk hetzelfde. De zekerheid van het bestaan inwisselen voor de hectiek van het ongewisse leek me een haast onoverkomelijke stap. Dan moest een mens toch over heel veel veerkracht beschikken. We hadden het over de kauwen, waar we beiden gek op waren. De kolonie hier in de bomen, de tamme kauw van haar vroeger, de verleiding om een jong weer tam te maken en de realiteitszin in de wetenschap van het leed van het ouderpaar van zo’n kleine.

Na het bezoek aan de vernissage reden we sightseeing Etten-Leur om aan de andere kant van het haventje te komen, terwijl we er eigenlijk vlak bij waren. Daar doken we midden in het Brabantse volksfestijn van de havenfeesten, compleet met Shantykoren, schommelende dames in oud Hollandse klederdracht in de grote hal van het Turfschip, annex café en de trekker-optocht aan de overkant. Buiten zitten was met het onstuimige weer geen optie. We doken in een hoekje bij het raam, door een oude piano afgezonderd van het feestgedruis. Voor ons zat een oude tekenlerares, een klein vogeltje met een verzaligde glimlach op haar gezicht toen manlief aan kwam schuiven. Ze tekende portretten na van foto’s met een klein afgeknoedeld HB-potlood, maar met trefzekere gelijkenis. Haar man zat naast zijn eigen dundruk.

Er kwamen mensen binnen. Een moeder trok haar grote zoon, met zijn afwezige blik, met zich mee naar het tafeltje. Toen het Ierse Dublinerslied ‘Wild Rover’ ten gehore werd gebracht, trok de lethargische wolk op en brak de zon door. Luidkeels zong en klapte hij mee in een ontroerende ontwapenende ontlading.

Op de terugweg doken we de verdieping in en deelden het lief en het leed van de kwetsbaarheid in een mensenleven en de afkeer van stigma’s en begrenzingen, hiërarchie, macht en toe-eigening. Vrij mag de mens zijn, als vogels in de blauwe lucht, als de klokkende trouwe kauwenkolonie’s, wars van beknotting, op vleugels gedragen.

Uncategorized

Laat Pinksteren maar komen

De tuin lag er nog net zo bij als ik haar gisteren had achtergelaten. Schijnbaar rommelig door het uitgetrokken onkruid op de grond. Ik zat op de stoel voor de Bernagie en keek eens goed rond. Wat ooit een wilgentenen gevlochten hekwerk was geweest bleek met een halve meter de tuin in te zijn gekomen. Bezweken onder braam en roos.  Eerst met de riek de chaos beteugelen en daarna, het hekwerk aanpakken.

010

Als nieuwe composthoop had ik de ruimte achter de Guirlande d’Amour gekozen. Het was een perfecte plek, zolang je er niet te dicht bij kwam. Een contradictio in terminis is de naam van deze schoonheid, omdat de kleine witte rozenwaterval met haar venijnige petieterige doornen elke geliefde op afstand zou weten te houden. De benadering met de riek was de enige juiste.

Code oranje hing als een zwaard van Damocles boven de dag, maar vooralsnog was er een heerlijke blauwe lucht met waaiwolken. Voor de maaier uit kroop een kleine bruine pad. Na het boek ‘Kikker en pad’ van Arnold Lobel, één van mijn kinderbijbels, had ik pad omarmd. Kikker was nuchter en wist het altijd beter, maar pad had een slome donkerbruine stem en peinsde zijn kleine leven bij elkaar. Stelde de juiste vragen op het juiste moment, zodat het licht anders op de aard der dingen viel. Zo ook bij deze kleine. hij sprong niet weg, maar klauterde. Geen wanhoop, maar bedaarde paniek, zoals het een Lobelpad betaamt.

Ik ontdekte dat de stoel naast de houtstapel een leuke plek was om hut en tuin in volle glorie te aanschouwen. Het zag er weer opgeruimd en vredig uit. Al was er nog werk tot in lengte der dagen, maar voor vandaag was het voldoende. Ik wilde schilderen. De twee overbodige stoelen konden verkassen naar het inpandige kleine schuurtje, samen met de grasmaaier. Zo was de ruimte heroverd in De Bernagie. Door wat te schuiven met stoel, tafeltje en schildersezel en kruk stond het in de juiste harmonie. Het belangrijkste om los te kunnen gaan op het doek. Ik besloot om de twee kleine kasten in de hoeken te laten staan tot helemaal helder werd hoe het gebruik ervan in de praktijk zou uitpakken. Het was er kleiner dan het huisje, dus vroeg het om ingenieuze oplossingen, die zich vanzelf zouden aandienen. Zeker en vast.

Op het doek verscheen de opdracht van deze week. Portret van de moeder van de juf in een snelle opzet. Oker en Sienna, vleugje wit, beetje groen. Vanuit mijn ooghoek zag ik dartelende koolmezen om me heen en voor het eerst een spreeuw, die in het pas gemaaide gras lekkere hapjes aan het vangen was. De laatste had ik in tijden niet gezien. De kwikstaart kwam ook nog even kijken. Met de grote ramen rondom stond hier mijn eigen fantastische wildhut, hoog en droog, voor het aanschouwen van dit prachtige kleine leven.

Het begon te waaien en de lucht betrok. Tijd om op te stappen. Het zou niet lang meer duren of de regen kwam. Ik pakte de spullen in, sloot de deur, schoot nog een foto door het raam en liep het pad af. Daar gleed vlak voor mijn voeten, naast de tuin van de oude,  met gezwinde snelheid een kleine ringslang, een jonkie nog, schatte ik, niet groter dan 50 cm. Te snel om vast te leggen, maar de volgende keer zou ik posten, want ik wist nu precies de plek.

Bij de bijenkasten waren twee imkers bezig met het inspecteren van de raten. De witte rook kringelde een geheimzinnige sfeer om de witte uitdossing heen en om de hoeden met de grote gazen kappen. De bijen zoemden er doorheen in grote bedrijvigheid.

021

Het miezerde wat en waaide grootser, de kringloop was een goed alternatief. Kasten te over, maar nergens de kleine smalle die ik zocht. Geduld was een schone zaak.Het leverde wel een fijne vondst op.  ‘Vincent van Gogh door Vincent’ , zijn leven in werken en de roman ‘Norwegian Wood’ van Haruki Murakami. Het noodweer bleek in een notendop te vangen. Laat Pinksteren maar komen.

 

 

Uncategorized

Weer even thuis

Ruim op tijd stopte de kleine blauwe voor de bibliotheek. Banner uit de achterbak en het monsteren van het gebouw. Twee verdiepingen. Beneden was alles dicht, dus automatisch dirigeerde ik de lift naar de eerste. Toen ik de deur uitkwam, stond daar tot mijn verbazing het jongetje op de banner me, in vol ornaat, toe te lachen…Of uit te lachen. ‘Nananananana, ik ben er lekker al’. Die van mij droeg ik veilig opgeborgen in de hoes in de hand. De schrijver was er, de juffrouw van de bieb en een van mijn collega’s, die weliswaar geen echte bevestiging had gekregen, maar er vanuit ging dat ze moest vandaag. Het misverstand bezorgde me een ouderwets gevoel van spijbelen. Mocht ik zomaar, terwijl ik rekende op een lange ochtend werken, ins Freie hinein, de kuierlatten nemen.

De snelweg liet ik voor wat het was en reed door de enorme donkere dichte boswegen via Doorn, Driebergen en Zeist naar een tuincentrum bij de Bilt.De fraai veranderende lucht zorgde voor een wisselend decor, dreigend, dan wel zonnig en stemmig filterend.

De planten hadden hun groen geschikt onder de verfrissende buien van de nacht ervoor en de bloemen hingen zwaar van het vocht wat naar beneden. Heerlijk om te drentelen tussen het aanbod, verbena in de kar, phloxen om de verdwenen exemplaren weer aan te vullen en de tuin straks uitbundig te laten vlammen en salvia’s. Als bonus mocht er een paar nieuwe tuinhandschoenen bij.

003.JPG

De kilometer langs de sloot was een weg te gaan met de loodzware tassen aan arm en schouder. De zon piepte door het wolkendek heen en het beloofde toch een mooie dag te worden. De tuin was opengebarsten in een weelderigheid van grassen en oogde stukken kleiner met de enorme haag aan de rechterkant van de Bernagie. Dat kon maar een ding betekenen, maaien en snoeien. Zonder het atelier open te gooien, eerst maar in de weer met de grasmaaier, die zuchtend onder het lange gras, steeds stilstond om te laten weten dat ze het er niet mee eens was. Daarna was de enorme bomenhaag aan de beurt. Rigoureus, ondanks heggenrank en roos, want anders kon ik haar nooit kortwieken, knipte ik de tuin een halve meter breder. De takken sleepte ik naar de tuin van de oude, die voor de haag gezorgd had. Ere wie ere toekomt.

Langzaam voortploeterend werden de contouren weer duidelijk van de moerbei en de rozenstruiken, piepte korenbloem te voorschijn, kwam het ronde bankje in het zicht en werden de bergen halmen en takken op het pas gemaaide gras groter en groter.Het creëerde ruimte voor nieuw, de verbena in het achterste bed, waar de helft uit was gegaan om de hut op haar plek te krijgen.

De majestueuze zee van guirlande d’amour liet ik net als de seagull, die hoog in de iep was geklommen, voor wat het was met hun stekeligheden. De handschoenen kwamen goed van pas. De rug kreunde, de schouderbladen steunden, maar de wilskracht om ruimte te scheppen was groter dan het leed.

Toch liet ik de helft op het gras liggen. Morgen weer een dag, dacht de pragmaticus in mij en trok om drie uur naar huis om later fit aan te kunnen schuiven bij mijn twee lieve vriendinnen, die op het terras van het restaurant het glas hadden geheven.  Net als de tuin hadden we alle drie wat onderhoud nodig met elkaar om de wederwaardigheden uit te kunnen wisselen. Vroeger waren die wederzijds, nu konden we ze vanuit drie compleet andere invalshoeken benaderen. Daardoor kreeg het een filter van de frisse blik van buitenaf voor wat meer licht en lucht. Met een tikje weemoed, maar met nog steeds hetzelfde hartverwarmende gevoel dat nooit zou slijten, al zagen we elkaar tijden niet. Met bloemen in de hand  en in het hart namen we afscheid, pareerden de onwillige scannende parkeerautomaat en toeterden parels over gouden ontmoetingen. Weer even thuis.

 

 

Uncategorized

Hemelsblauwe zeeën van tijd

Mijn helden van het eerste uur zitten in hun blauwe zadels en torenen hoog boven de nieuw verrezen stad. Lawrence of Arabia gordt zijn Chemozwaard aan en slaat verwoed de cellen neer, zijn tulbandhelm strijdbaar op het hoofd, grijs gestreepte doek beschermt zijn tere halshuid. Lapis Lazuultje hult zich in uitbundige blauwen, de nagels, oogschaduw, tulband op het hoofd, het vest in meer turkoois. ‘Blauw, blauw, hemelsblauw. Die kat is van de schooljuffrouw.’, zingt denkbeeldige Annie. De ringen aan haar vingers  zijn opvallend groot. Kobalt balt haar vuist. ‘Kom maar op. Ik lust jullie rauw’. De staalblauwe ogen weerspiegelen breekbaar en gelaten. ‘Mijn man wil niets drinken’, zegt zij, ‘Hij is een matig man’. Ze trekt de tulband van haar hoofd, gladde huid met stoppeltjes. ‘Het groeit’, dacht ik. ‘Het breekt’, zegt hij.  Plukken in de borstel. Hij zegt verder niets, hij denkt. ‘Mijn man is een matig man’, herhaalt ze nog een keer. Zijn bruine ogen kijken me aan. ‘Hoe kan ik zonder haar’, seint hij. Ik pluk aan het doek als die scheef terugvalt. Ze  stribbelt tegen en heeft schoonheid in de strijd geworpen. Ik heb leed gevangen.

Thee, foto Wikipedia

De bekers koffie en thee worden bakkies troost. Iemand geeft een bestelling door. Met melk en suiker. Bij het apparaat slaat de twijfel toe. Hij zei toch ‘thee’. In de wachtkamer liggen ze in een appelflauwte. Humor is onontbeerlijk. Thee dus. Zó drinken we dat in Nieuw Zeeland. Grote zoon van frêle moeder. ‘Ze wilde nooit naar de dokter’, sputtert Pa. ‘Kom ouwe, we mogen weer naar huis’ stapt kwiek de oude dame de kamer in en lacht de innerlijke tranen van de man weg. Ze steekt trots haar arm in die van de zoon. ‘In Nieuw Zeeland drinken ze dat’, zegt ze over haar schouder mijn richting op. Het gelach schalt door de gang. De schouders van haar man hangen laag.

Bouillon heeft magische krachten en thee wordt English blend, zonder de smaakjes, soms goudgele rooibos om de zon te laten schijnen. De chemo heeft een fonkelende oranje kleur. Schijn bedriegt. De meest agressieve in het mooiste jurkje. Het venijn vermomt zich hier.

De man met de verloren dochter. Als schim dwaalt ze door zijn hoofd en houdt hem ’s nachts wakker. Hij vertelt het verhaal iedere keer als ik hem zie. Er is altijd post voor hem. ‘Schrijf op wat je denkt’. Hij aarzelt. ‘Schrijven’? ‘Wat je schrijft ben je kwijt en je mag schrijven wat je voelt. Sans scrupules’. Het maakt lichter weet ik. Dan het dilemma. Wel of niet een operatie, risico is ‘voor altijd liggen’. De kringen onder zijn ogen pieken dieper en donkerder. Hij wikt en weegt al een week of twee.

Ik duik nog net op tijd de draaideur in en draai het rondje, frisse wind. De bedrijvigheid is in volle gang. De kleine blauwe staat alleen op haar plekje. Andere vrijwilligers verlaten evenzo hun post in gewone kleren. Ze zien er zo toegankelijk uit. Het gebouw hult zijn verhalen in vierkante dozen in de waterige zon.

In de avond staat literatuur op de plank. De bloemenzee bij het huis van een van de literaire boekenbabbels zijn een streling voor het oog, de kleuren uitbundig. Hier alle paars-violetten bij elkaar. De dag van kleur, denk ik als we het huis binnenstappen van vriendinlief met okergeel van Gogh op de muur. De avond is van Judith Visser, autisme en het zondagskind. We zien een interview met haar bij Pauw in uitzending gemist. Het boek wordt in herkenbare zinnen en ontroerende  flarden weer opgebouwd. Een van ons heeft het niet uitgelezen. Straks op vakantie, vier weken retraite op Kreta en hemelsblauwe zeeën van tijd.

 

 

Uncategorized

De buit was binnen

Het doden van de tijd tot de afspraak met de cardio vroeg om een afleiding, die zich onmiddellijk omzette in daadkracht. Boek uitlezen, bed verschonen, was draaien, badkamer poetsen. Er tussendoor steeds even stilte. Drie snelle schetsen maken van het model van die avond, zodat het al een beetje in de vingers zat. Ogen oefenen.

Beneden begon het helemaal te kriebelen. Eigenlijk was het mooi weer, maar naar de tuin kon nu niet. Het risico, om het in tijd niet te redden, was te groot. De afspraak met de cardioloog had op alle fronten voorrang. Ik keek naar de bergen tekenspullen op tafel, de boeken her en der, de onrust zoog zich vast en vroeg om adequate actie. Gelukkig stond de stofzuiger beneden.

Daarmee beginnen en dan zien waar het schip strandde. De bank was de uitvalsbasis waar ik letterlijk iedere keer op terug kon vallen. Alles ging in een sneltreinvaart met het verstand op nul. De bank uit elkaar gehaald.Nog nooit gedaan, maar de twee beugels aan weerskanten van de twee losse stukken waren lelijk en niet geschikt om getoond te worden. Oké. Dan moest het erachter brandhemeltje schoon. Gestaag verliep de schoonmaakactie. Ik was er al een tijdje niet geweest. Was dat mijn moeder, die riep, dat je dan zo’n eer had van je werk. Die eer kwam, zag en overwon. Natuurlijk moest in de verander-modes de tafel tegen de muur. Zeeën van ruimte, ik zou er een klassieker kunnen dansen. Ik wist het. Ik had het op mijn heupen. De enige manier voor het afwenden van een verwachting, de spanning daaromtrent. Dochter belde op. Vanmiddag, of later als de jongens weer gehaald moesten worden, kwam ze de sleutel oppikken. Kamer aan kant, hoofd weer kalm. De drie zakken kleding die al die tijd nog boven hadden staan wachten, meegezeuld en bij de kringloop afgegeven.

In de wachtkamer was het ongelooflijk druk. De werkdruk was af te lezen aan de vriendelijke vrouw die namen riep en mensen meevoerde voor een ECG. Veel grijs en een iemand met nog echte onvervalste zwartleren Jezus-sandalen. Dat was een tijd geleden, dat ik die gezien had. Misschien  zouden ze hem de verlossing brengen. Benige en bottige uitstraling, spits gezicht, de mond strak gespannen. Naast me hielden ze een samenspraak. De vrouw tegenover me keek me steeds betekenisvol aan, alsof ik mee het gesprek in moest. Even zo vaak keek ik weg, terwijl een lichte spanning voelbaar was. Ik mocht mee voor een ECG. Ik kende het kamertje, maar door de handeling, ontbloot het bovenlijf, was ik in verwarring en verwachtte heel even het röntgenapparaat. Met snelheid de plakkers erop en de bal van het lange wachten werd neergelegd bij een nieuwe stagiaire, die trager was door onervarenheid. Daarom was het zo druk.

De cardioloog schudde me de hand. Alleen en zonder coassistent, dit keer was ze ontvankelijk en toeschietelijk. Ze hield een helder verhaal. Een kleine minimale afwijking bij de Stent, krachtige spierfunctie, zeker geen hartfalen, kleplek niet noemenswaard. COPD gerelateerd was een zuurstof tekort met name te merken aan dikke enkels. In mijn geval, voor nood Nitrobaat, wat de rust terug zou brengen, over drie maanden een kattebelletje, en na een jaar terugkomen.  Goedendag.

IMG_0555eerste lange stand

Het voelde als de lang begeerde stempel. Goedgekeurd. Geen stress omtrent eventuele acties meer. De klachten die er zijn, ontstaan door de longen en die kan ik nog altijd tackelen. Wat een heerlijk gevoel. Net zo verfrissend als de enorme donderbui die los kwam na de noeste arbeid op het atelier. Portretten met model nummer twee in snelle schetsen en twee langere standen. Het model was de moeder van de juf en een toonbeeld van rust voor het euforische gevoel. Lekker los mogen. Duwen en trekken. Drie aardige en een verprutste. De eerste opzet met olieverf is toch veel meer mijn ding dan de tekening, al gaat dat steeds beter af.

Ik bliksemde naar huis, in een wereld van lichtflitsen. Stof van dagen werd volledig weggespoeld. Met opgelucht gemoed stapte ik de zee van ruimte binnen met de sfeerverlichting van led in een craquelé bol. Rust in het hart, ruimte in het hoofd en vernieuwde energie. De buit was binnen.

Uncategorized

Zover als mogelijk

Er was genoeg plek op de eerste verdieping van de parkeergarage bij het ziekenhuis. De kleine blauwe schudde dan ook vergenoegd, terwijl ik inparkeerde dicht bij de nooduitgang. Het is een vast plekje, maar doorgaans pas op de derde of de vierde verdieping vrij. Achter ons scheurden de andere auto’s met piepende banden, een oorverdovend lawaai.

001.JPG

Op de afdeling was het stil en ik liep eerst aan de wachtkamer met het loket voorbij omdat het luik nog hermetisch afgesloten was en ik het zo niet herkende. Vanuit de ruimte klonk mijn naam met verbazing in de stem. Ik keek op. Daar zat iemand die ik hier helemaal niet verwacht had en die ik doorgaans tegenkom in het IJsselsteinse circuit van Sprokkelhorst, koor en theater. Ik gaf haar een zoen op de beide wangen en na de verbazing volgde het waarom van dit ontmoeten op deze vervreemdende plek.

Last van de maag had ze twee weken geleden gehad. Ze was naar de dokter gegaan. Ze dacht zelf aan een maagzweer. Onderzoek, maagkanker en straks moet de maag eruit.  Als een donderslag bij heldere hemel. Daar zaten we in die kale ruimte met de dichte balie. Nagenoeg even oud. Ze moest er tien over half acht zijn, inmiddels was het kwart voor acht. De sfeer was onwerkelijk. Er liepen genoeg mensen heen en weer, een buitenlandse arts met een grote glimlach, jonge verpleegkundigen of laboranten, secretaresses, broeders en overal de bekende gele waarschuwingsbordjes. Straling. Ze moest voor een PET-scan.

In mijn tas brandde het warme broodje kaas, snel gehaald bij de restauratie, die nog aan het ontwaken was. Ter plekke werd een homp brood afgesneden, plak kaas ertussen en klaar. Ik dacht aan de rommelpotterij van binnen, maar besloot het te negeren. Als de angst regeert, is de ondergang nabij. Waar had ik me die ochtend in godsnaam druk om gemaakt. Hier zat ik met net zo’n jong leven als ik, kinderen, kleinkinderen. Gelaten, omdat alles zo onwerkelijk was, en dapper. Ze ging ervoor. Twee vrouwen die elkaar herkennen zonder te spreken. Ze werd gehaald. Ik zag twee echtparen binnen komen en een man alleen.

Ik had het boek van Roos Schlikker meegenomen en las voorin de handgeschreven boodschap: ‘Omdat iedereen een beetje van glas is, Liefs. Roos’. De net verkregen tijding las mee en zorgde ervoor dat ik struikelde over de zinnen. Opnieuw en nu de concentratie op één verhaal. Herkenbaar aan de ene kant, de zorg van het kind om haar moeder, de beschermende voorwaarden van de omgeving, het leven op het Friese platteland vroeger in schril contrast met het leven in Amsterdam Noord. Aangrijpende verhalen, die er voor zorgden dat mijn eventuele obstakels onderuit gleden door de ontzetting om deze andere wereld. Wat een eerlijk en onverbloemd verslag, wat een breekbaar leven. Er zaten kleine juweeltjes van poëzie tussen de vlot geschreven zinnen, woorden die recht het hart vonden. Na de val kwam het gemis en alles wat dat had los getrild.

Tussendoor moest er van alles. Het infuus voor de radioactieve vloeistof. Het eten van de boterham en het drinken van de chocola, het wachten, maar ook weer het boek. Lang wachten, want het was druk. De wachtkamer liep vol. Mensen, wachtend op wat komen ging. Ze werden weggeroepen en kwamen met een verband terug, gingen weer en kwamen weerom. De ruimte op de nucleaire afdeling droeg haar naam met verve. Hier kon je alleen maar wachten tot je van binnen verlicht genoeg was om op de foto te mogen. Een half uur durende scan. Benen werden losse onderdelen, die ik gebood te ontspannen. Ik dacht mezelf vrij, terwijl ik daar lag, met de camera zwevend en zoemend boven me, die het hart gevangen hield in haar gouden greep. Daarachter het verhaal van de vrouw en die van de vrouwen uit het boek. Kwetsbare mensen, maar oneindig wilskrachtig en overlevers vanaf het eerste uur.

De kleine blauwe stond trouw op me te wachten en bracht me naar huis, waar ik met de koffie de rommelbuik weer toeliet en mijn benen, o zaligheid, optrok. Zover als mogelijk.

 

Uncategorized

Zon stemt in

Zoals te doen gebruikelijk zijn voorgenomen plannen er om bijgesteld te worden als er iets tussenkomt. Ik werd, toen ik op het punt stond de kleine kasten voor de tuin leeg te maken, overvallen door een naar virus. Met dergelijke ongemakken is de tuin geen optie door het ontbreken van sanitair.

017

De keuze werd voor mij gemaakt. Thuis blijven en je niet verroeren. Dat betekende dat ik het boek uit kon lezen wat we met de boekenclub hadden uitgekozen. Zondagskind van Judith Visser is een lijvige beschrijving van het leven van een opgroeiend kind, waarbij de geijkte uitspraak van de moeder typerend is: ‘Zo is ze nu eenmaal’. Op alle fronten voelt Jasmijn, de hoofdpersoon uit het boek, dat ze anders is dan anderen. Dus roept ze een ‘normale’ Jasmijn in het leven, die wel  het doorsnee leven leidt van een gemiddelde puber, terwijl zijzelf uit de toon valt door het zwijgen, het zich terugtrekken en ontwijken en het opzoeken van de stilte.

Er gebeuren een aantal aangrijpende gebeurtenissen die grote veranderingen te weeg brengen. Het is een vlot geschreven boek en het leest makkelijk weg. Als je er eenmaal in zit dan heb je binnen twee uur al een flinke sprong gemaakt. De hoofdstukken zijn kort en er blijft het nodige te fantaseren over. Het einde is verrassend, waardoor ik het eerste deel van het boek nog eens terug wilde lezen.

Af en toe keek ik verlangend naar buiten , waar de bomen hun frisse groene pruiken lieten schudden in de wind. Iedereen op straat hield een blote-benen-parade. In huis was het heerlijk koel.

Ik dacht het ergste gehad te hebben, maar vanaf vier uur ben ik weer aan het spoken. Het lijf blijft van slag. ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’ fluistert mijn sussend geweten in mijn oor. Tegelijkertijd weet ik dat het dan zo moet zijn en wordt het later weer ingehaald. Je kan nu eenmaal geen ijzer met handen breken. Om de aandacht van het onderhuidse gerommel af te leiden, neem ik het volgende boek ter hand. ‘Moeder van glas’ van Roos Schlikker. De moeder van Roos krijgt heel laat de diagnose manisch depressief opgeprikt, ze sterft door een jammerlijke val van de trap. Roos zoekt haar  achter het masker. Het boek begint met een samenspraak van Roos met haar dode moeder. Dat eerste hoofdstuk is al goud waard. Met de openingszin ‘Ik heb je in een koffer gestopt’ en verderop ‘We zouden samen door jouw leven reizen om er achter te komen hoe je het probeerde, altijd maar doen of je normaal was. De gekte buiten de deur duwen’.  Weten dat je anders bent dan anderen loopt als een rode draad door beide boeken. Maar wie bepaalt wat de norm moet zijn. Ieder kind is uniek. Dat is me met de paplepel ingegoten. Ergo, ieder mens ook.

Een Deense promotiefilm doorbreekt de hokjesgeest door aan te tonen dat er altijd overeenkomsten te vinden zijn of je nu een stoere rocker ben of een keurige zakenvrouw. Het is ontroerend om te zien en tegelijkertijd verhelderend te bedenken dat het achterwege laten van een oordeel al zou helpen.

Vanuit mijn raam zie ik het donker wegebben en plaats maken voor nachtblauw, een prachtige kleur tegen het zachte witte licht en het groen van de bomen. Het is, ondanks het ongemak, genieten geblazen.Dat hemelse palet, dat iedere keer weer verandert op ieder tijdstip van de dag is de reden dat ik de weidsheid, die zee aan ruimte verkies boven het laag bij de grondse.

Binnen houden de virussen feest. Het is nog niet voorbij. Ik geef het tot zeven uur de tijd. Zon stemt in