Uncategorized

Een lange droomloze slaap

Gisterenmorgen was er al vroeg visite. Dochterlief kwam de twee baklijsten brengen. We haalden ze uit de verpakking en legden ze losjes langs het doek. Het werd ineens nog veel meer schilderij. Er was wel een schroefboor en een houtboortje voor nodig, dus ze komt van het weekend even alleen, zonder de kinderen.

Die waren er namelijk ook bij. Gezellig op de bank, met de auto’s en de poes, die de kleine filosoof zomaar ineens wel dorst te aaien. Pluis heeft de echte poezeneigenschap om haar eigen wil boven alles te plaatsen. Kinderen, daar had ze nooit zoveel mee. Maar de laatste tijd werd dat minder. Ze bedelde meer om aandacht en werd minder eigenzinnig. Eerst moest kleindochter uit haar natte majootje worden gepeld, want bij de eerste de beste regenplas was het al feest. En die nacht was er heel wat hemelwater naar beneden gekomen.

Na hun bezoek kocht ik een zogenaamd veldboeket bij de plaatselijke bloemist, die voor haar deur de verkoop deed, want ik wilde de vorderingen bij zoonlief bewonderen in zijn nieuwe huis. Slofjes aan de voeten en de witte balzaal kon betreden worden. Wat een groot huis, heerlijk. Hij heeft het prachtig opgeknapt. Omdat de helft van de meubels er nog niet instaan, nu met al die gesloten woonboulevards, is het helemaal enorm. Kinderen gebruiken de gladde gietvloer spontaan als ijsbaan, nu het er zo uitnodigend leeg bij ligt. Met een paar bijna uitgebloeide takken van zijn kant, maar goed voor een tweede ronde, kon de weg worden vervolgd.

Vlak bij zoonlief is de apotheek, waar het pakket van de volgende drie maanden klaar lag. Het bleek dat de Foster uit de koelkast moest komen, dus de apotheek in. Het hele riedeltje aan klachten, die allemaal ontkent konden worden werd door de strenge ‘poortwachter’ afgenomen. Handen ontsmetten en gaan. Via de achteruitgang mocht ik er uit. Ijzeren discipline en volmaakte rust.

Thuis verwerkte ik de reviews van het aanbod van het impressariaat van dinsdag. Het was leuk om ze weer voor de geest te halen en omdat er overal trailers van zijn, bleek dat een koud kunstje. Zodra de bekende beelden langs kwamen, zat ik weer midden in de sfeer van het stuk. Dubbel genieten dus.

Spelevaren met de nieuwe schilderprogramma’s op de Ipad. Voordat je alle mogelijkheden gevonden hebt, gaan er wel wat uurtjes heen. Ik teken met bibberlijnen de flat aan de overkant met een stukje van mijn balkon. Al schrijvend over het gebibber ging er in het achterhoofd het luikje ‘lineaal’ open. Vaag meende ik die ergens gezien te hebben aan de zijkant van het werkblad, maar waar. Ik werk nooit met een lineaal. De sport is om uit de losse pols de lijnen te trekken, zoals de portretten, die rechtstreeks onder het penseel uitkomen. De Ipad vertelde een heel eigen verhaal. Heerlijk om te spelevaren.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester-extra-tussen-linnen-en-vernis/26-01-2021/WO_AT_16416487

Tussendoor het programma ‘Het geheim van de meester extra’ in de herhaling. Een andere leerschool, bijna nog boeiender dan Het geheim van de meester zelf. Door de restaurator Michel van de Laar werden de trucs in de oude schilderkunst behandeld. Het meest opmerkelijkst is toch wel het touwtje van Vermeer. Hij prikte een miniscuul gat in het doek en volgde langs een touw nauwkeurig de verdwijnpunten. Jurgen Waden kreeg een gestolen Vermeer onder ogen, bestudeerde deze nauwkeurig op beschadigingen onder een scherpe lamp en kwam tot die ontdekking. Ook bij een aantal andere schilderijen van de schilder ontdekte hij dergelijke gaatjes.

Andere trucs waren: het Repoussoir, waarbij men een donkerder voorwerp op de voorgrond plaatste, de Camera Obscura, de voorloper van de eerste fototoestellen, daar maakte Breitner veel gebruik van, en het Claire Obscure, het grote contrast tussen licht en donker, een truc waar Rembrandt en Caravaggio veelvuldig gebruik van maakten. Boeiende materie.

Met een slaapmutsje viel de nacht en dat bleek goed voor een lange droomloze slaap.

Uncategorized

Daar is alles mee gezegd

De laatste tijd val ik na het schrijven weer in slaap, droom dan zo helder en duidelijk, dat het bijna een tweede leven lijkt. Ook deze nacht was ik vroeg wakker en luisterde naar de stilte. Geen auto te bekennen. Zelfs de regen viel zachter dan anders, ook al regende het gestaag door. Ik probeerde slaap te denken, maar daar trapte het gemijmer in mijn hoofd niet in. Dat bleef maar stilzwijgend vasthouden aan de opdrachten die er stonden, bij de vrijwilligersbadge van het ziekenhuis die ik die morgen in een retourenvelop had geschoven. Overmacht door tot de risicogroep te behoren. Je moet de dreiging niet op zijn staart trappen. Nooit meer neerzijgen op een bed, om het zwaard van Damocles gedeeld te verlichten, geen zalvende woorden als een deken over de ontstane onzekerheid leggen, die dwars door de toekomst heen scheurde. Geen kwinkslagen, om de humor erin te houden, omdat daar de hoop soms beter in gedijt. Een mijlpaal en ruimte voor nieuw dan maar.

De gedachten gingen ook op de loop met het verhaal voor de kleinkinderen, waarvan kleinzoon twee zich afvroeg, waarom er een leguaan in het ei zat. Hij had daar een kikker gedacht. Ik moest hem het antwoord schuldig blijven omdat leguaan, opa Sterretje en Tijn nou eenmaal in mijn hoofd zaten voor ik het zelf goed en wel in de gaten had. Dat accepteerde hij’ en moeiteloos stapten we over naar de hoeveelheid sterren, die overeen kwamen met al die overleden mensen en dat er meer tegelijk op een ster konden zitten. ’14 miljoen mensen op dat hele kleine stukje sterretje’, zong ik. Wat hem nog meer stof tot denken gaf.

De te recenseren boeken spookten ook door het hoofd. Te veel denken joeg Klaas Vaak zoals gewoonlijk nog meer over de kling. Lezen dus. Voor ik het wist was het een uur of twee verder en het boek uit. Dat is het voordeel van kinderliteratuur, vooral als het vlot in korte hoofdstukken beschreven wordt. Twee uur in het hoofd van een jongen van een jaar of twaalf, die zijn sexuele geaardheid ontdekt had. De zin waarmee het boek begon liet niets aan het toeval over: ‘Natuurlijk wist ik dat ik homo was, maar ik durfde er met niemand over te praten’. Het was een rode draad, maar vervlochten met nog een aantal andere rode draden, die minstens zo belangrijk waren voor een naoorlogs kind. Tipjes van de sluier van mijn jeugd werden opgelicht, vooral de regels en de do’s en dont’s, de kritiek van het moraal.

Daarna valt het niet mee om weer op aarde terug te keren.

Bij kleinzoon twee razen ook heel wat gedachten door het hoofd. Hij heeft onnavolgbare opmerkingen, die opmerkelijk veel verder gaan dan je zou verwachten bij een kind van tien. Zo zei hij vanmiddag, terwijl hij boven zijn voetbalplaatjes hing: ‘Het is zo lastig het leven’. Dochterlief en ik keken elkaar veelbetekenend aan boven de dampende mokken thee. ‘Waarom vind je dat, lieverd?’vroeg ik hem. ‘Omdat het nooit niet in een keer gelukt’ was het antwoord. En daarmee sloeg hij de spijker op zijn kop. Soms vergt het leven wel twintig keer opnieuw een poging voordat het slaagt of in de buurt komt van de wensen, die je jezelf hebt opgelegd. Alsof het leven de reclameslogan indachtig is: ‘De lat zijn wij, de hoogte bepaal jij’.

Het was er het moment niet naar om er dieper op in te gaan, maar eigenlijk had ik er nog wel een tijdje over door willen sparren. Kleinzoon voetbal die ik daarna bezocht had met zijn anderhalf een ware ballenbak te voorschijn getrokken. Kaatseballen met twee liet hem schateren van plezier, vooral als ik misgreep Zo simpel is het. Het antwoord voor kleinzoon twee. Fouten maken mag en dan heten het geen fouten, maar leermomenten, al is dat niet het meest poetische woord voor zo’n weids begrip. Ik zou zeggen ‘lichtpuntjes’. Het verleden denkt mee en fluistert me in: ‘Oefening baart kunst’ en daar is alles mee gezegd.

Uncategorized

Zo’n dag van wissewasjes

Thuis zijn in alle rust heeft voordelen. Wat betreft het huishoudelijke geploeter valt makkelijk over te stappen op het systeem: ‘Elke dag een karweitje’. Het vergt niet veel tijd, je huis wordt schoon onder je handen zonder dat je er afgemat van in stoel of bank belandt en de voldoening smaakt uitstekend. Het zijn de kleine dingen die het doen.

De voetbalplaatjes-stapel groeide en groeide, want zoonlief boodschapt elke dag bij die speciale super tot grote blijdschap van de kleine filosoof. Tijd om even aan te wippen, te theeën en bij te kletsen met dochterlief, maar vooral kleinzoon te verrassen. Die gaf van blijdschap een vreugdekreet, terwijl kleindochter haar aria’s van vreugde door de kamer slingerde. Een sopraan in de dop, dat was wel duidelijk.

Er was een vriendje op bezoek en ze speelden het spel met de verteldobbelstenen. Je gooit zes dobbelstenen met tekeningen erop op tafel en vertelt aan de hand van de afbeeldingen een verhaal. Als je het spannend wil maken, doe je er, met een zandloper, een tijdslimiet bovenop. Ook aan te raden voor een ontspannen avondje met vrienden. Succes verzekerd. Er komen de meest ongebreidelde fantasiën bij los.

Het was een druilerig dagje, maar daar was binnen niets van te merken. Kleindochter wilde wel kleuren, dus tekende ik een grappig poppetje na van de tweede gevonden zwerfsteenschat van afgelopen zondag, waarop ze dapper mee begon te tekenen op haar manier. onnavolgbare kinderlijnen vertelden een heel verhaal dwars door mijn tekening heen. Soms zou je in zo’n hoofdje willen kijken. Deurtje open, binnengluren, meegenieten en weer zorgvuldig sluiten. Straks als ze wat ouder is vertelt de tekening herkenbaar haar verhaal.

Het vriendje was inmiddels opgehaald en de kleine filosoof begon aan zijn voetbalplaatjes. Wij scheurden ze van elkaar af en hij plakte ze in het bijbehorende boek en dat alles in het kader ‘Hoe hou je de regie over de dag en oma zoet’. Poes Daisy dorst eindelijk rond de benen dte dralen en wachtte zowaar op een aai. Het lieve zwarte schatje had een hachelijk avontuur achter de rug. Ze was de deur uitgespurt en had het op een lopen gezet. Bij de drukke vierbaansweg was ze overgestoken om net voor de stoep toch nog geraakt te worden. Als bij toeval vond dochter haar toen. Gelukkig viel het allemaal mee. Ze is pas een goeie week vanuit het asiel bij hen gekomen en moet nog even wennen. Een echte aaikat, lief voor kinderen.

Na een verwencake en een kop thee nam ik de kuierlatten, vrolijk uitgewuifd door vier zwaaihandjes voor het raam.

Krant lezen, puzzeltje maken, de la van de buffetkast uitmesten. Oude mascara’s en lippenstiften gingen onmiddellijk de prulllenbak in, Pluis haar bak verschonen en ontdekken wie de pindakraker was op het balkon. Terwijl ik halfverscholen goed zicht had op de plaats delict, zag ik iets bewegen in de prunus van de onderburen, die boven mijn balkonhek uitsteekt. Zwart en wit. Dat kon maar een ding betekenen. Terwijl Pluis op haar troon de boel nauwgezet in de gaten hield, had het brutaaltje daar lak aan, hipte op de balkonrichel, balanceerde even en vloog rechtstreeks naar de tafel met lekkernijen, pikte in de vlucht een pinda meeen vervolgde naarstig haar weg. Pluis mekkerde en loerde, maar ja, achter glas valt er geen eer aan te behalen. Ze koos eieren voor haar geld en zeeg weer gezapig neer. Lekker verder luieren omdat je de voerbak elke dag gevuld weet.

En ik? Ik sudderde ook door, gewoon omdat het kon op zo’n dag van wissewasjes.

Uncategorized

Zinvol en mooi

Er kwam een klein juweeltje door de bus. Het was een recensie-exemplaar van Dolf Verroen met tekeningen van Charlotte Dematons met de titel ‘Niiemand ziet het’. Alleen de kaft al is oogstrelend. Prachtige ‘blauwen’ als ondertoon, het jongetje wat bedremmeld aan de zijkant. Een prachtige novelle met autobiografische trekjes, over een jongetje, die in 1947 ziin geaardheid ontdekt. Het leek me, vooral in deze tijd, een prachtig boek voor het thema burgerschap.

Al met al was het voor ons gezin een bijzondere dag. Op de kop af twintig jaar geleden was de vader van de kinderen overleden. Een dag die we samen plachten door te brengen. Eerst met elkaar naar het strand rijden, daar een, vaak bitter koude, strandwandeling maken om dan op een rustige plek ergens, een boodschap aan de grote kleine man in het zand te schrijven in de wetenschap dat onze woorden zouden worden meegenomen door het getij en de bestemming zich vanzelf aan zou dienen. Een troostrijke gedachte. Maar niets van dat alles in deze tijd. Het enige wat restte waren appjes naar elkaar en het opsteken van extra kaarsen. Gedachten zijn er altijd, op welk tijdstip van welke dag dan ook. Altijd zijn er verwijzingen, herinneringen, een oogopslag in een kind, gelijkenissen in gezicht en handen. De koestering is voor eeuwig. De lunch met elkaar aan een lange tafel in een strandpaviljoen, veel geroezemoes, zand op het bord en koude toiletten, werd node gemist. Amaryllis met haar vuurrode rokken trachtte te verzachten met nog twee dikke knoppen vol belofte na deze vierde bloem alweer. ‘Die ouwe sokken doen het goed,’ schreef zuslief op deze boodschap. Haha.

Gisteren begon de dag vroeger dan de laatste maand te doen gebruikelijk was. Het waren de etalagedagen van Uit de Kunst. Een dag lang theater, dans, en muziekvoorstellingen vergt een uitgeslapen hoofd en discipline. Niet alles is even goed of boeiend, maar het hart en het hoofd en de verbeelding zijn toch ruimvoldoende gevoed en hebben veel inspiratie opgedaan. Bij sommige, wat absurdistische stukken voelde het vooral als meegroeien met de tijd waarin we leven. Het prikkelde vernieuwingsdrang of ook de neiging om bij het veilige vertrouwde te blijven, maar toch de bakens te verzetten. Vooruit stappen om de weg te gaan, die de tijd inslaat.

Er was een prachtige vertelling bij naar het boek van ‘De koning van Katoren’, een verhaal wat ik kan dromen, maar dat zo aanstekelijk en goed verpakt werd verteld, dat ik spontaan weer zin kreeg in de winteravond van ‘Mevrouw Sprokkelhorst’, waar ik met vriendinlief ieder jaar een hele avond een verhaal vertelde voor een bescheiden publiek. Ooit, vroeger, toen het nog bestond. Het lijkt mijlen ver weg maar de laatste is van twee jaar geleden.

Vele koppen thee en een snelle hap later kwam ik weer terug op aarde. In de pauzes had ik mijn gebruikelijke twee kilometer bij elkaar gesprokkeld. De zon scheen. Poes Pluis lag prinsessenheerlijk op haar troon, zongekoesterd, na alle verre reizen in verhalen was er om me heen niets veranderd.

Zoonlief kwam thuis en even later weer naar beneden met een verrassing voor mij. Een ipadpro met pen. Ik was de hemel te rijk. Wat een prachtige geste en nog veel handiger, hij had het geduld om zijn moeder wegwijs te maken in de teken-en schilderprogramma’s die hij erop had gezet. Dat wordt weer een tijdje stief studeren op de mogelijkheden, moeders van de straat, jawel. ‘Hij zegt zonder woorden, dat hij van me houdt’, schreef ik in de familie app, vervuld van het feit dat hij wist dat dit mijn grootste wens was, omdat het vooral bij het schilderen zo aangenaam hielp en mijn digitale teken- en schildercapaciteiten nog meer uitgebouwd konden worden.

Nu eerst de te recenseren boeken lezen en daarna komt er toestemming om verder te spelen. Het kind in mij, dat graag experimenteert, ontdekt, uitvogelt, is gewekt. Een golf aan ontdekkingen en uitbreidingen van de mogelijkheden, dankzij zoonlief. De dagen vullen met scheppingsdrang en creaties, kortom, met zinvol en mooi.

Uncategorized

Dat zouden meer mensen moeten doen

De dag begon vroeg omdat geluiden in huis ergens diffuus dwars door een droom heen drongen. Het was zoonlief die de mixer met veel geraas en kabaal de ingrediënten voor de ochtendshake liet fijnmalen. Had je me vroeger gevraagd wat een ochtendshake was, had ik een ouderwetse twist uitgevoerd met draaiende heupen en swingende voeten. Een onvervalste shake, rattle and roll.

Iets waar ik in deze losgeslagen tijden nog wel eens naar terug kan verlangen. Die tijd waarin de woorden nog een simpel begrijpen veronderstelden. Waar bedoeld werd wat je zei en niet met een wereld aan andere betekenissen erachter. Dat was de tijd van mijn jeugd. Toen mijn ouders er alles aandeden om hun roerige leven weer recht te trekken en niet anders dan veiligheid en geborgenheid wensten voor hun grote kinderschaar.

Vandaag kwam zuslief op de thee en omdat we slechts met z’n tweeën waren, was er ruimte om naar elkaars beweegredenen te vragen. Waarom doen we wat we doen. Is dat aard, aanleg of aangeleerd. Wat hebben we meegenomen van thuis, van het voorbeeld van onze ouders en hoe zijn we er zelf mee omgegaan. Hoe verschillend zijn wij zussen en waarom is het contact, ondanks deze verschillen, zo goed. We besloten dat het het geven van ruimte was, iets waar we allen toe in staat waren. Een ander de ruimte bieden te zijn zoals je bent, geeft harmonie. Dat betekent niet dat discussie vermeden wordt bij verschil van mening, maar je respecteert iedere kijk op de zaak. Het was een mooie conclusie daar op de zonnige bank, met de goudgele rooibos onder handbereik en een chocoladekoekje erbij. Simpele eenvoud, maar zoveel diepgang.

De vraag of of ‘Adat’ echt een volksaard was, of dat het afhankelijk was van de mens zelf, was een ander item. Ik geloofde wel in die volksaard, maar gaandeweg het gesprek bleek toch dat de meningen van ons beiden zich verstrengelden. Cultureel erfgoed afhankelijk van de interpretatie van de mens. Ook hier kwam de gegeven ruimte om de hoek kijken. Hoe meer je de teugels laat vieren, des te meer kan de ander deze aantrekken. Een mooi uitgangspunt om dieper op voort te borduren. Daar een juiste balans in te vinden, zou recht doen.

Ik wist ’s morgens al dat ze zou komen en tijd moest er aan geloven. Schrijven, krant en koffie, ochtendrituelen in verhoogd tempo. Met de stofzuiger naar beneden en bij het rondkijken in de kamer was er een drang naar die ouderwetsse knusheid van vroeger, juist omdat al die ongeloofwaardige, maar toch echt gebeurde, beelden aan het oog voorbij getrokken waren. De woede, de ongebreidelde lust tot destructie, dat zinloze geweld dat niets oplostte en alleen maar aanzette tot nog meer onbegrip en haat.

Dat kwam allemaal voorbij tijdens het stofzuigen en in het hoofd schoven de meubels op hun nieuwe plek. De hocker mocht naar het midden als tafel met de zonnig-gele plaid aan een kant en het grote robuuste dienblad erop. Ziezo, amaryllis met haar uitbundige rokken als vrolijke noot en een waxinelichthouder. Tevreden werd het resultaat gemonsterd. Er was nog wat geschuif met de planten voor nodig en poes Pluis haar troon werd tegen de verwarming geschoven. Dat zou behaaglijk toeven zijn onder de wuivende palmbladeren. De veranderingen stemden tevreden. Een kinderhand is gauw gevuld.

Nu wilde ik het geel ook terug laten komen op de wand en dat betekende schuiven met de schilderijen. Heerlijk als de keuze oneindig is en toen klopte alles. Feng shui met mijn bestaande middelen en inderdaad, die warme knussigheid die voor ogen stond. Zielstevreden liet ik zus uit na ons boeiende gesprek en bezocht de fysio voor de laatste keer. Vanaf nu was ik in handen van de hoop en de huisarts. De beweeglijkheid was licht verbeterd, dieper buigen, verder strekken, minder dik. Twee pijnlijke plekken nog, type ‘tegen het plafond’. Remedie: meer bewegen en spierkracht opbouwen. Dat was anders dan mijn zus had gedacht. ‘Als je teveel doet, dan gaat het mis’. Het beste middel was te blijven bewegen. Daarmee had je kans het nog een heel eind uit te kunnen zingen. Niets forceren en goed luisteren naar het lijf. Bij het fietsen goed bedenken hoe je afstapt, kortom bewuster bewegen.

Daar ga ik me in deze dagen maar eens op focussen. Het wordt weer tijd voor een wat hoger bewustzijn. En…Niet om het een of ander, maar dat zouden meer mensen moeten doen.

Uncategorized

Missie geslaagd

Het was niet alleen de juiste dag na twee weken bijna alleen maar rust nemen en binnen zitten, maar het was ook nog eens het meest uitgesproken uur. De perfecte omstandigheden om het wandelen rond de zuil uit te breiden met wat kilometers buiten. ZouweBoezem had als muziek in de oren geklonken. Dichtbij, een wandelpad van ongeveer anderhalve kilometer, zon, wind door mijn haren en het eindeloze geklok van eenden en ganzen en ander watergebroed. Wat ik nog niet wist, maar wel zo bleek te zijn, met oevers vol riet en een observatie’hut’ er middenin met, als bonus, geluk op mijn pad..

De dag deed haar best en kleurde de lucht in blauw competatief met de kleine blauwe prins, maar voegde witte wolkenflarden toe, die uitnodigend in stralen uiteen vielen. Een rijtje geparkeerde auto’s markeerden het begin van een smal pad. Met het fototoestel in de aanslag stapten de voeten doordacht voort en was de blik op de horizon gericht, speurend naar kiekendief, buizerd en blauwe purperreiger, die hier ook voorkwamen.

Langs de kant lagen grote opengebroken zoetwaterschelpen op een hoopje, een emmer met nog meer hing aan een soort wigwam van wilgentakken. Het waren de schelpen van de zwanenmossel. Ze moest zich hier in dit waterrijke gebied erg thuis voelen. De zwanen aan de overkant van de sloot lieten ze links liggen en wapperden hun vleugels wijd.

Wilgen te over in dit vlakke land. Mooie ouwe nog niet geknotte knoesten met takken van een jaar oud. Af en toe was er een doorkijk gemaakt en kon je speuren naar de slobeend, de krakeend en de smient. Mijn bril reikte niet ver genoeg even als het oude fototoestel in mijn koude handen.

Dan ineens eeen pad naar rechts dwars door het riet en daar lag, tot mijn grote voldoening, een zwerfsteen. Achterop stond -te houden/ of door te geven-. Een vrolijke blauwe met twee hartjes als lippen. Een verdwaalde zoen van een medereiziger. Veel waard in deze tijden van gemiste lijfelijke genegenheid. Ze verdween diep in mijn zak. Warm van binnen vervolgde ik mijn pad, dat recht toe, recht aan door het hoge riet naar een vlonder met een houten scherm leidde, waar observatiegaten in zaten. Daar lagen nog een paar zwerfstenen in de kieren en hoekjes verstopt, met grappige tekeningen erop, maar niet zo’n officiële als de blauwe. Een kleine zwarte met een aandoenlijk figuurtje met hart op een zwart fond nam ik mee en ik beloofde om zelf een nieuwe steen te schilderen om ergens neer te leggen. Voort wat, hoort wat. Achter het scherm de eindeloosheid van de moeras-en rietvelden met talrijke watervogels.

Het waren de kleuren, goudgeel, waar scharlaken en sienna doorheen schemerden, soms bijna violet, het groen van het kroost in de kleine beek onder de blauwe koepel en de stralende wolkenvegen, die alle dagen thuis tussen vier muren snel deden vergeten en me dubbel lieten genieten. Zet een mens op dieet, want als dan de teugels vieren, is het feest twee keer zo groot. Het was de roep van het land, verweven met de stilte. Geen kiekendief of purperreiger te bekennen en een belofte om terug te keren in het broedseizoen.

Het kleine rietpad weer terug naar de landweg en door tot aan het huis, beloofde ik mezelf, of nog ietsje verder. Het kleine huis middenin bleek een natuurhuis te zijn en was voor de verhuur. Fietsen, een bootje en water te over. Links uitgestrekte weilanden vol ganzen, rechts de eendenkooi met haar bijzondere bewoners. Een perfecte schrijvershut of anderszins. Ik sloeg de Kikker op achter het deurtje ‘voornemens’.

In de polder stond een molen en het is hier Nederland op haar best. Het pad liep door langs verdronken land, maar verderop werd de stilte ineens overvallen door een immens geraas van autoverkeer van de snelweg. Of de wind was gedraaid, of het was de bocht, die het pad paralel liet lopen aan de snelweg. Snoeiharde geluiden van motoren. Gestoord in mijn naar binnen gekeerde mijmeringen zocht ik snel de stilte weer op. En warempel, voorbij de kromming luwde het geluid en verdween. Toen ik bij de Kleine blauwe kwam, zaten er 2,9 km in de benen en stond er een ruime oogst op het netvlies. Missie geslaagd.

Uncategorized

Beloofd is beloofd

In de kussens weggedoken, liggend op mijn zij, dringen diffuus geluiden door en worden allengs harder. Het kolken en klotsen van de was in de wasmachine, het gerommel in de dakgoot, waar ik de kauwen weet die af en toe uitvliegen om in de boom voor het raam beraad te houden, het ronken van poes Pluis, het gemompel in de kamer hiernaast tussen zoonlief en vriendin, de dunne wanden gedempt met de kledingkast geven het een doffe klank, af en toe klatert een lach, het gekras van een meeuw en in de verte hoor ik een duif, terwijl een ander achter mij antwoord geeft. Ik verlang naar de merel.

Dag is in volle glorie hemelsblauw getrokken met lange slierten wit als een ongekamde haardos na ontwaken en is zacht om aan te raken, stel ik me zo voor. Het hoofd in de wolken, de rest op een oor.

De droom bracht school, grote zwermen kinderen met iefde en roltrappen. Een paard in de gang terwijl we er langs moeten, een donkerbruine met witte bles en lange zwarte manen. Ze slaat met haar staart. Twee kinderen blijven achter met hun benen in de modder, een laat zich voorover vallen en komt er als een bruine vlek weer uit, de ander stampt dikke modderklodders in het rond omhoog.

Dat paard komt bij ‘Matthijs draait door’ vandaan, gisterenavond op televisie. Eindelijk weer eens een wervelend programma met veel muziek, een boek, jeugd aan het woord en André van Duin in een persoonlijk interview. Een korte film met een rondleiding door het huis van André en een inkijkje in zijn studio, terwijl hij de oude carnavalskraker: ‘Er staat een paard in de gang’ in drie talen aan het vertalen is. Frans, Duits en Engels. Gewoon, voor de lol. ‘Waar blijven nou de opnames met Franse liedjes’. ‘Ja, ja, als de tijd daar is’.. Hij zegt het niet, maar dat zie ik hem denken. Over ziek zijn en gemis en wat er door je heen gaat. Een onvermijdelijk lot. Hij oogt als herboren. Jong en sterk, even een blink van ontroering in het oog, maar verder geen tranentrekkers. De muziek is prachtig. Heerlijke scheurende saksen en funky schwung en aan het eind een ode aan Bowie met drie operazangers omdat de film zo slecht schijnt te zijn. Vijf jaar zonder alweer.

De krant wacht met de boekenbijlage, Eerst koffie en de kwark voor de medicijnen, de droom verwerken en bedenken of ik vandaag voor het eerst sinds twee weken weer een wandeling zal maken. Dat kan naar de tuin, maar het zou ook kunnen naar een plek dwaarover vriendin vertelde, de Zouweboezem. Het klonk zo aanlokkelijk met al die vreemde vogels van diverse pluimage, die daar voorkwamen. Wat wil je nog meer op een mooie zondagochtend. En een wandelingetje van 2,5 km moet te doen zijn, met de dagelijkse 2 km van deze week in de benen. Alsof het afgesproken is roert de zon zich nu ook. Ze lokt me duidelijk. Kom maar. Het is prachtig. Waar je ook bent op dit ogenblik. De wasmachine centrifugeert en zoonlief schuift met de stofzuiger door zijn kamers.

Een kauw vliegt in de hoogste boomtop en lokt en roept, al gauw komt de tweede aan gevlogen en nog vier. Dan zet het stel zich in beweging naar de overkant, waar het kleine park is. Vroeger als kind verlangde ik naar een tamme kraai, die op je schouder zat en aan je haren trok als hij wat wilde duiden. Net als in de film ‘Kauwboy’. Ik zou hem alles leren wat maar denkbaar was.

Het is er nooit van gekomen. Om de mogelijkheid te bewerkstelligen richtten we onze eigen ‘zielige-dieren-opvang’ op. Alles wat maar kreupel liep, tegen het raam aanvloog, hulpeloos heen en weer waggelde, werd opgenomen en op de IC avant la lettre gelegd in een grote schoenendoos, op een matras gemaakt van het hoofdkussentje uit het poppenbed en toegedekt door een zakdoek van mijn vader. Niet zelden lag het de volgende dag met gebroken ogen . Na zieltogen sluipt de dood erin.

En nu de koffie. Beloofd is beloofd.

Uncategorized

Voeden en gevoed worden

Voor de zoveelste keer gaan op FB mijn felecitaties rond, een hele fijne dag en een prachtig en inspirerend jaar. Ondanks dit tijdsgewricht meen ik het. Iedereen die jarig is wens ik het geestelijk vermogen van het optimisme toe. De lichtpuntjes, het kleine geluk, de dagen in hun kleinheid, in alleengaan en toch het ervaren van de schoonheid en de bijzondere momenten die het oplevert. Voor nu, straks en later. Zullen we zeggen ‘Weet je nog’ en het weglachen of zullen we zuchten onder nog zwaardere last. Niemand kan het zeggen. Een gedicht:

Amnesie

Een man liep op de gang van neurologie/het lange silhouet in het gefilterd licht/versterkte zijn lengte en de gang/hij slofte wat, drie vier stappen, dicht/langs de kale muur en bleef dan staan/hief zijn hoofd op, keek  zoekend om zich heen/en schalde ‘Zuster…..ken u me zeggen waar het toilet is’/de woorden sneden messcherp de stilte uiteen/ik wees hem op het einde van de gang

hij slofte voort, drie vier stappen,/om daarna stil te blijven staan/en onbeholpen op zijn eigen voet te trappen/‘Zuster….. ken u me zeggen waar het toilet is’/weer wees ik hem de weg en hij ging door/maar  in mijn ogen moest zijn te lezen/hoe dapper deze man de strijd beslechtte/door vanuit zijn diepste wezen/volhardend zijn eigen weg te gaan/overtuigd een oplossing te vinden/omdat zijn geheugen hem liet staan

Ooit werkte ik, als verpleegkundige in opleiding, op de afdeling Neurologie in het AZL in Leiden. Diep onder de indruk was ik van de mensen die daar lagen met hun hersenaandoeningen. Soms was de spraak verdwenen, soms het geestesvermogen, soms de werkelijke leeftijd, zodat de persoon afdaalde naar het kind in hem. Met de neurologen en met de collega’s hadden we boeiende gesprekken over de ongrijpbaarheid van het menselijk brein. De deernis die ik voelde als iemand met afasie een heel verhaal mummelde in brabbeltekens waarbij, vermoedelijk op de vraagtekens in mijn ogen, de radeloosheid binnensloop in de blik van de persoon in bed. Of de jonge glazenwasser, die uit zijn bakje was neergestort en met zijn hoofd op de plaveien terecht kwam en daardoor aan geheugenverlies leed, dus om de haverklap de weg vroeg, terwijl het antwoord resoneerde tegen de hoge muren van de lange gang. Nooit ben ik ze vergeten en al helemaal niet het ongewisse waar ze in waren beland.

Ongewis, dat was het brein, ongrijpbaar. Wat men ook probeerde al kon men steeds meer, maar het doorwrochten van de materie bleef tot in lengte der dagen en nog. Moeilijk te doorgronden wereld.

Hersenschimmen van Bernlef was voor mij een bevestiging, van de zware mist die op kon zetten om een dicht gordijn te vormen, waar de werkelijkheid in verdween en dat zo een eigen beleving schiep. Zoals de vrouw in het bed van het bejaardentehuis, die op een kamer met vier demente vrouwen lag en wakker werd. Haar ogen staarden in het niets, terwijl ik tuurde naar aanwezigheid. Ineens, in een kort ogenblik, trok de mist op, even heel helder keek ze me aan. Maar dan die diepe zucht, die sneed door de nachtelijke stilte, waarmee ze weer terugviel in de dofheid van wat was.

Ongrijpbaar en ongewis bleek de toekomst. Onvoorspelbaar. Toch bleef de glazenwasser stug zijn weg vervolgen, de afasiepatient doorbrabbelen tot de boodschap begrepen was, de demente vrouw haar toekomst indommelen en ging mijn leven door. In die dagen telde de kleine overwinningen die we behaalden, het minieme contact, het stukje begrijpen, het kunnen ontcijferen van gevoelens die diep in het binnenste sluimerden. Zelfs op die afdeling vielen er naast het leed ook parels te sprokkelen, zolang je voedzame grond boodt. De aanhouder won.

Vanmorgen was er op datzelfde FB een docu over een papier-kunstenaar, die in haar huis de fijnheid en de sierlijkheid van de natuur vertaalde in haar werk met een onstuitbaar geduld en met liefde voor het materiaal, dat ze in haar vingers had. De finesse, waarmee ze het klimopblad tot een filigrein aaide in het teiltje met water, getuigde van eerbied voor de oude techniek. De fijne doorzichtige schaal van dit filigrein, teer en kwetsbaar, maar zo prachtig, goudkleurig met het zachte licht erop, wiegde zachtjs in haar opgeheven handen. Het resultaat, het hoogste goed. Omdenken in schoonheid. Het zorgde voor het herstel van de balans in mijn gemijmer. Zo werkt dat dus. Voeden en gevoed worden.

Uncategorized

Een mens moet wat

‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, hou je adem in en stik niet’. We riepen het als je de pineut was en met je gezicht naar de muur moest wachten tot ieder zich verstopt had. Dan begon het aftellen van tien naar een en daarna kon het speuren beginnen. Verstoppertje was een zeer gewild spel onder de kinderen uit de buurt. Als je sneller was dan de zoeker tikte je de telplek aan en riep je: ‘Buut vrij”. Daar moest ik aan denken, terwijl we ons nu verschansen in de huizen en er een ander soort speuren begint. Respecteert iedereen de regels wel.

Tijd voor een nieuwe afleiding voor de kleinkinderen nu ik minder mobiel ben, anders zijn ze straks nog vergeten hoe ik eruit zie. Nu geen journaal maar een kakelvers oma-verhaal. Als uitgangspunt had ik een verhaal genomen, dat ik schreef voor een project op school en dat ooit op de nominatie stond om uit te groeien tot een boek. Nooit wat geworden, want ik liep hopeloos vast. Maar kleinzoonlief had gisteren al direct een nieuw idee aangeboord na het horen van het begin. De basis was simpel, maar spannend. Er is een kleine jongen, een reuzenei op het gras midden in de nacht en een opa Sterretje. Daar valt natuurlijk alles van te maken. Kleinzoon begon direct te raden wat er in het ei zou zitten en fantaseerde er zelfs opa Sterretje in. Dat is niet zo, zal hij vandaag horen, maar hij bracht me direct wel op een juiste benadering van de zaak. Ik had een en ander veel te realistisch gemaakt. Het kon ‘sprookjesachtiger’. Dan kon er immers van alles gebeuren en paste er elk idee naadloos in.

Het wandelen om de zuil heen bevalt me wel. Twee kilometer elke dag is een mooi begin. ‘Hoe doe je dat dan’, vroeg zuslief op face-time. Het is niet anders dan rondjes lopen, net zolang tot ik de drieduizend stappen gezet heb.

Het werd tijd om de koelkast te inspecteren. Januari was eigenlijk een perfecte maand voor de ‘Dwars-door-de-kast-recepten’. De buit bleek venkel en witte kool te zijn, wat oude rode krielaardappellen, geraspte oude kaas, een handjevol aangemaakte olijven met knoflook. Voldoende voor een voedzaam geheel en de groentela had weer een bodem. De doeken voor zoonlief zijn klaar en een nieuw werk staat in de steigers. Verder kabbelt het leven voort.

Bij de slimste mens zit een pittig jong ding, die eerst niet tot de juiste antwoorden komt, maar ineens als de huidige tijd wordt aangeroerd, achter elkaar en moeiteloos van alles oplepelt. Het ontlokt de eminence grise Maarten van Rossum de opmerking dat hij het een totaal onbegrijpelijke wereld vindt. En bij het kijken naar achter het nieuws valt het me op, dat de satire er nog wel is, maar ook voortdurend overschaduwd wordt door de ernst van de huidige situatie. En ook dat de gasten minder afwachtend zijn en hier en daar zelfs corrigeren of overstappen op de twitterprietpraat. De grootste vergissing van dit moment, want al wat gezegd is, staat. ‘Bezint eer gij begint’ was een van de heilige lessen vroeger, al dan niet met waarschuwende vinger om het gezegde kracht bij te zetten.

Zoonlief kwam voorbij op de Iphone en de hometrainer komt maandag. Dat is een prettig vooruitzicht. Bij de cardiofysio verzonnen we vaak waar we heen zouden fietsen. Een ritje langs de Kromme Rijn bijvoorbeeld of een tocht naar Kasteel Haarzuilen. Ook al is het maar fantasie, dan nog verbreedt het de horizon om dat het geliefde en bekende plekken zijn en je er met je ogen dicht nog kan toeven. Ook is het een gelegenheid om het verhaal verder uit te diepen. De vrijgekomen adrenaline zet het denken op scherp en boort nieuwe ideeën aan.

Straks komen de professor met zijn zus en dochterlief op bezoek. Om tien uur al. Een stok achter de deur maakt de dagen langer. Het is een loffelijk streven om minder te sudderen en wat bergen te verzetten. Nou ja, heuveltjes om mee te beginnen, molshopen misschien. We gaan het zien en beleven. Een mens moet wat.

Uncategorized

Prima zonder veel

Dankzij een blog over kringloopwinkels stapte ik weer even terug naar mijn eigen kringlooptijd. Secondhand-Rose in eigen persoon. Eerst werkte ik bij de boeken en later ging ik over naar de kleding. De kinderen speelden tussen de oude rommel en de jongste werd er opgevoed. Het kon allemaal. Er was niet veel geld dus het betekende ook overleven. ‘Geld hebben we niet maar spullen…!’ was een gevleugelde uitspraak, die ik te pas en te onpas deed. De vader van de kinderen was een echte nachtvlinder. Hij reed langs het grofvuil met zijn oude transportfiets en sleepte alles mee wat hem aanstond. Daar waren ook altijd karkassen van fietsen bij, die hij dan in zijn schuurtje uit elkaar sleutelde om van een combinatie aan onderdelen een nieuwe fiets te maken.

Op een dag zagen we de buurman aan de zijkant van de straat dozen uit het huis naar de grofvuilplek verslepen. Hij ging er zichtbaar onder gebukt. Het was nog licht, dus geen haar op ons hoofd die er aan dacht om te gaan neuzen tussen zijn afval, maar dat het de moeite waard kon zijn, hadden de voelsprieten allang ontdekt. Toen de avond viel wachtten we gelaten tot de lichten in zijn woonkamer waren uitgeknipt. Buurman torende boven ons uit in zijn drive-in-woning en keek vanuit zijn huis recht op het onze en op de stortplaats. Als een dief in de nacht slopen we richting dozen. Het waren boeken, dozen vol boeken. We hoefden ons niet te bedenken. Manlief sleepte de karrenvracht de kamer in. Veel literatuur en wetenschappelijke boeken, maar ook Baudelaire en Justus van Maurik en een dundruk van Dada en de Stijl. Alles voorzien van een zwierige handtekening voorin. Ik was in mijn nopjes. Wat een vangst. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat de tijd om een en ander door te spitten ontbrak. Ze hebben jaren als dubbele rijen op de planken gestaan en staafden mijn latere principe. Zet geen boek in de kast die nog niet gelezen is. Jaren later en een drietal verhuizingen verder belandden ze uiteindelijk toch bij de kringloop, waarbij ik hoopte dat iemand, die de waarde ervan inzag, met vreugde zich zou verheugen over de nieuw verworven schat.

Door te werken bij de kringloop zorgde een en ander er wel voor dat de drang om te zwichten voor van alles en nog wat, langzaamaan verdween. Niets is zo vergankelijk als materie. Iets wat eerst van oneindig belang had geleken, kon later zomaar aan betekenis inboeten. Zodra ik me af ging vragen of het belangrijk was voor ons, of het uit zou maken als het er niet was, of ik er blij van werd uitsluitend om de heb of ook omdat het werkelijk verschil zou maken, werden dat belangrijke criteria. Mijn collega bij de kringloop had kasten vol met kleding en zelf was ik ook aardig op weg, tot ik erachter kwam dat ik van sommige kledingstukken het bestaan niet eens meer wist en steeds meer moeite had om in de chaos het juiste te vinden.

Nu kan ik de kringloop inlopen en met lege handen even zo vrolijk weer naar buiten stappen. Dat was vroeger ondenkbaar. Alleen als het me regelrecht raakt, zoals het boek van Shaun Tan: ‘ De Aankomst’, dat prachtige getekende verhaal, of dat ene kleine bescheiden schilderijtje van een Javaanse danseres, gesigneerd door een zekere F van Bemmel. Meer is het niet en zelfs de kleding heb ik in grote getale uit de kasten verbannen en ze teruggebracht naar een kringloop. Alleen mijn sjalenzwak en mijn boekenkasten voed ik zo nu en dan nog. Verder kan het leven prima zonder veel.

Uncategorized

Waar licht is, is hoop

De lijst met te bestellen boeken is weer rond. Straks begint de reis door de kinderboeken, die meer dan eens niet te versmaden zijn voor volwassenen. Het thema ‘Burgerschap’ leent zich daar uitstekend voor. Wie eenmaal aan het grasduinen slaat, opzoek naar passende onderwerpen, trekt al snel een bodemloos blik open. Wat is er veel op dat gebied. Met eeen beetje vernuft valt er natuurlijk praktisch alles aan op te hangen. Kritisch speuren is geboden.

Af en toe sta ik op de weegschaal van zoonlief. Maar de laatste weken is het niet langer mijn grootste vriend. Ingegendeel, vaker nog, kijkt hij me licht verwijtend aan. De impasse begint op te spelen, letterlijk en figuurlijk. Nu de stroom aan bezigheden langzaam is opgedroogd en de knie voor nog meer belemmeringen zorgt, nestelt het lijf zich graag op de bank. Ergo: Te weinig beweging, te veel aanwas. Dat moet anders. In het begin van de eerste sessie binnenzitten liep ik mijn befaamde kamerrondes. Iedere dag minimaal 2 kilometer. Daar moet ik toch weer aan gaan beginnen. Een zuilentred van 2 km iedere dag is een loffelijk streven. En toch eens kijken naar een hometrainer. Een mens moet wat.

In de trouw van gisteren stond naast de column van Eva Meijer ook een interview van Roek Lips met Pim van Lommel, een cardioloog. Het begint met de intrigerende kop: ‘Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding’. Pim van Lommel is de auteur van het boek: Eindeloos bewustzijn. Hij deed ruim 34 jaar onderzoek naar mensen met een Bijna Dood Ervaring(MBD). Als je zoiets hebt ondergaan, dan verandert dat je inzicht op de dood. Het is niet langer het einde waardoor je dichter bij de essentie van het leven komt. Als je gelooft dat het leven tijdelijk en eindig is dan ga je voor het uiterlijk, geld en de macht, maar de essentie is heel wat anders. Voordat hij het onderzoek begon, ging hij er vanuit dat het bewustzijn een product was van de hersenen. Bleef de vraag hem bezighouden hoe het kwam dat mensen zich zoveel weten te herinneren van een BVD, terwijl de hersenfunctie een rechte lijn vertoonde. De cardioloog is door al die onderzochte ervaringen met BDE-ers inmiddels van overtuigd dat het bewustzijn eindeloos is en vergelijkt het met een cloud. ‘De hersenen en het lichaam maken de ontvangst van dat eindeloze bewustzijn mogelijk, maar het wordt niet door de hersenen geproduceerd’. Hij haalt Plato aan, die het lichaam als de tijdelijke drager van de ziel die blijft, zag. Iets om even goed voor te gaan zitten en het boek dat me zeer de moeite waard lijkt.

Een mooie ondersteuning bij de zoektocht naar de zingeving van het bestaan. In deze dagen waarbij we zoveel meer op ons zelf zijn teruggeworpen, komt meer dan eens de vraag naar de zin boven drijven. Mijn ervaring met mensen die dood gaan zijn met regelmaat de bevestiging dat er meer is dan alleen de stofmantel die achter blijft. Een heldere blik vlak voor het sluiten van de ogen seint in dat de overgang bewust wordt meegemaakt, net als de koude windvlaag die langs je heen kan trekken. Niet uit te leggen hoe dat voelt, maar onmiskenbaar daar.

‘Het nieuwste inzicht is dat bewustzijn fundamenteel is en dat alles in het universum voortkomt uit bewustzijn. Ook materie‘ zegt hij aan het eind van het interview. Ik zoek in Wiki bewustzijn op: ‘Bewustzijn is het geestesvermogen dat het individu in staat stelt de buitenwereld waar te nemen en te verwerken, oftewel een beleving of besef te hebben van het eigen ik, ingebed in zijn omgeving’.

De essentie van het zijn, zou ik denken en inderdaad de basis voor de wijze waarop wij de wereld om ons heen ervaren. Zijn conclusie is : ‘Ik ben optimiistisch. Ik denk dat die verandering de komende jaren snel gaat en dat is ook nodig. Want als we ons bewustizijn niet veranderen, zullen we het als mensheid niet overleven’. Het klinkt als een waarschuwing. In dat geval kunnen we alleen maar hopen dat de theorie klopt en zijn optimistische kijk op het geheel de overhand zal nemen. Waar licht is, is hoop.

Later vond ik de film over het boek, een aanrader.

Uncategorized

Rekbare ruimte

Het was een wonderlijk begin van de dag. Alle ochtendrituelen schoven met de opening mee op. De huisartsenpost meldde dat ik om kwart voor tien bij de huisarts langs mocht. Een invalarts. In versnelling gaan als je er niet op had gerekend, betekende dat niet alleen het lijf maar ook de geest mee moest. Een prettige bijzonderheid was de frisheid van een ochtend in de praktijk. Nog niet veel geziene patienten, dat bracht tijd en rust en een heldere diagnose. Het vege lijf, dubbel geleefd door al mijn bezige buien, liet de zekerheid voor wat het was en begon wat te kraken en te piepen. ‘Ouderdom komt met gebreken’ wist Oma Driehuis, die krom liep en hief haar zwarte stok op als grote waarschuwende vinger. ‘Krakende wagens, piepen het langs’ wist ik er tegenin te brengen. Maar zover was ik nog niet, natuurlijk. ‘Jawel, meisjes van 68 zijn ook oud’, fluisterde de tijd in mijn oor. ‘Dat kan je me toch wel op een andere manier wijs maken’, protesteerde ik zwakjes. ‘Ik dacht dat we de kwalen eerlijk zouden verdelen onder de jongsten en nu heb ik er al drie te pakken.’ Dubbel geleefd, dubbel gelachen, dubbel gesleten. Annie. M. G. neuriede plagerig haar liedje voor oude meisjes. ‘Maar ik ben nog fantastisch zo op het oog’. Vriendinlief appte de spijker op de kop: ‘Ge wor ’n bietje krakkemikkuggg’. Schuddebuikend nam ik de krant door, terwijl een andere lieverd belde om even een oppeppertje door te geven met flink veel humor.

Versleten tot bijna op het bot, ik weet het, het zit nu eenmaal in de familie. De krant brengt de nodige afleiding met een fantastische nieuwe ontdekking, waar ik nog heel wat uren kijkplezier aan kan beleven. In de column van Eva Meijer met de kop ‘Waar zijn mensen voor’ refereert de schrijfster aan de kunstenaar Laurie Anderson. Het gaat over de film ‘Heart of the dog’, waarin Laurie zich afvraagt waar de dagen voor zijn:’Om ons wakker te maken, om tussen eindeloze nachten te zetten’. Iemand die dergelijke taal vindt heeft meer in haar mars, dacht ik en zocht als een haas de trailer van de film op. Soms is verdere aanvulling totaal overbodig. Als je deze trailer ziet, dan weet je dat er een juweel op een gouden dienblad ligt.

Alleen de start al, een getekende Laurie Anderson spreekt uit wie zij is: ‘This is my dreambody. the one I use to walk around’

‘In het beeld zien we een blauwe lucht met boomtoppen’ schrijft Eva. ‘Waar zijn de nachten voor‘ peinst Laurie Anderson verder. ‘Om door de tijd in een ander wereld te vallen’. Dat kan zeker als je een droomlijf hebt, degene die met je wegwandelt als je in slaap valt, mijmert of peinst. Degene die mijn gedachten draagt, denk ik er achteraan.

Eva vraagt zich op een gegeven moment af, door vraagstellingen van mensen in de media over de meest uiteenlopende zaken: ‘Waar zijn woorden voor’ en geeft vervolgens zelf het antwoord: Het lijkt als je de politiek volgt soms alsof woorden stokken zijn om tussen de spaken van de werkelijkheid te steken en zo je punt te maken’. Jaloersmakende vondst. Alles kent een eigen taal. Die veelvormigheid vind je terug in romans. ‘Waar zijn romans voor‘. ‘Ze willen het leven vangen door de tijd te vangen’ vind Eva. Dat kan. De roman vangt vooral het beeld met haar woorden, omsluit een wereld met haar letters, creëert een droombeeld.

‘En mensen dan’, is de laatste vraag. daar komt het antwoord van Laurie weer om de hoek kijken in de slotsom van Eva: ‘Om lief te hebben zoals honden met hun hele hart. Om opnieuw te beginnen, het beter te willen doen. Om na te denken over dit alles en erom te lachen. Om wakker te worden, om door de tijd in een andere wereld te vallen. In de dagen, de nachten, de boeken, door een opening die je eerder niet zag’.

Voor mij was dit de opening die ik nog niet had gezien. De wereld van Laurie Anderson(en dat wordt smullen) en die van Eva Meijer. Ik laat me tuimelen dwars door het gat heen en zwem door de trailers, zie hun beelden gemaakt uit gedachten, goed voor verfrissend en nieuw elan. Het lijf mag dan slijten, het hoofd nog geenszins. Daar is nog veel rekbare ruimte.

Uncategorized

De moeite meer dan waard

Dankzij de inspiratie door een van de afleveringen van BinnensteBuiten had ik van de week, met vooruitziende blik, al gist gehaald. Gisteren was zo’n dag van de kleine vreugde. Het was de hoogste tijd voor een Focaccia, een heerlijk Italiaans brood, dat in een handomdraai op tafel staat. Ooit in het grijze verleden bakte ik bijna elke dag een brood maar langzamerhand, door drukte in het gezin en op het werk, kwam daar het slop in. Met al dat rusten op de lauweren werd het weer de hoogste tijd voor lekker, voedzaam en gezond.

Bloem, gist, zout, suiker en water is alles wat nodig is voor het brood zelf en voor de aankleding, olijven en knoflook, tijm, oregano, parmezaanse kaas en zeezout. Voor de broodnodige vitaminen zou ik een aangepaste versie van de tomatensalsa maken. Het werd een feestje daar in die kleine keuken van mij. Het scheelde niet veel of ik had ‘La Traviata’ van Verdi opgezet. Het mooie deeg was goed gerezen en daarna duwde ik de vulling er met de vingertoppen in. De salsa was een eitje om te maken en samen bleek het een voedzame en zeer smakelijke maaltijd. Ik heb nog veel meer gist. De kok in mij, die diep lag te sluimeren als een soort Doornroosje, is wakker gekust door de kookprogramma’s. Heerlijk tijdverdrijf op lange dagen.

De ankers van tape mochten van de knie af en het wonder was geschied. Ze was eindelijk geslonken, leek me. Of het was een vurige hoop die het me liet geloven. Het kwam goed uit, want langzamerhand droogde de inspiratie een beetje op tussen de vier muren, ook al bleef ik er naarstig naar zoeken.

https://www.npostart.nl/avro-close-up-lennaert-nijgh-tip-van-de-sluier/24-11-2012/AVRO_1565467

Gelukkig zijn er tussen het aanbod van de programma’s doorgaans een aantal parels te vinden. Een die me regelrecht terugbracht naar mijn puberjeugd was die van Lennaert Nijgh uit de Close-up serie van de Avro. Het beeld uit mijn jeugd, Nederland vlak voor provo haar intrede deed, werd vooral gevoed door singer-songwriters en het cabaret van dat moment. Boudewijn de Groot zong de teksten van Lennaert met verve en wij zongen ze met liefde mee. Het waren onze wapens om mee te schermen tegen de dogma’s van de jaren vijftig en zestig, de vooroordelen, de minzaamheid en de benepen burgerlijkheid, de oorlogsdreiging, de kernwapens, de onderdrukking van de vrouw en meer van dat werelds ongenoegen. Het leven was een achtbaan waar niet uit te ontsnappen viel anders dan met onze eigen gecreëerde wereld. Met woorden zeg je zoveel meer dan met wapens. Ze beten zich een weg naar het echte leven, de liefde, de vrijheid. De documentaire ‘Tip van de sluier’ probeert inzicht te geven in het leven van deze grote dichter, die de wereld teksten bracht van een krachtige en tegelijk breekbare taal, een lied van pijnlijk verlangen naar de onbereikbare liefde, in de meest ruime zin van het woord.

Zijn vrouwen zijn het er allemaal over eens, dat niemand echt helemaal tot in de kern door kon dringen. ‘Een mysterieuze man’ zo omschreef Astrid Nijgh hem. Er komen prachtige verhalen los als ze hem uittekenen in het interview. Over wat zijn teksten met de zangers deden. Iemand zei daarover: ‘Je zit er middenin. Je bent de camera van zijn verhaal’, ‘De werkelijkheid en de droom liepen paralel’. Hij vroeg zich tegenover Boudewijn ooit af: ‘Heb ik mijn teksten beleefd of leid ik mijn leven’. Het is geen opbeurend verhaal, triest om te zien hoe moeizaam een periode het schrijven ging en wat dat met hem deed. Hij werd onzeker, keek met ontzag naar andere schrijvers, terwijl hij de beste Nederlandse tekstschrijver was. Vooral in het laatste stuk kwam steeds dezelfde vraag in mijn hoofd op. Kan je leeg geschreven zijn? Boudewijn zegt: ‘Voordat hij dood was, miste ik zijn teksten al’. Aan de andere kant heeft het gemis aan zijn teksten ervoor gezorgd dat de zanger zelf in de wereld van het tekstschrijven is gedoken. Zo werkt dat dus.

Lennaert Nijgh is voor mij de man van mijn jeugd, de jaren zeventig, de poezie van het leven, zijn leven. De moeite meer dan waard.

Uncategorized

Het helpt echt

In de krant de column over de cynische pen van Jeroen van Merwijk door Matthijs van Nieuwkerk. Daar noemde hij een uitdrukking, waar ik de betekenis niet van kende. ‘Des Poedels kern’. En pardoes vloog ik Goethe’s Faust binnen om met de professor mee op te wandelen en zodoende de ware gedaante te leren kennen van de poedel die achter ons aan liep. Het was Mephisto in hoogst eigen persoon. Daar komt de uitdrukking vandaan. Mooi. Dus als je het over ‘des poedels kern’ hebt zeg je in feite dat de ware aard van de zaak boven tafel komt.

Op dit ogenblik is code geel verandert in zonneklaar. Ze staat uitbundig te schijnen en het kleine restje sneeuw vanmorgen, dat nog op de daken en in de goten lag, smolt letterlijk als de gebruikelijke sneeuw voor de zon,, een inkoppertje. Arme lieden die een stormloop veroorzaakt hebben onder de postbezorgers, die allen nog op tijd een arretje voor het kroost moesten brengen.

Het mooist van de sneeuw is wat het losmaakt in de ogen van een kind die het voor het eerst kan aanschouwen. Als het een andere tijd was geweest hadden we vast gisteren in de namiddag een wandeling met het stel gemaakt en dat wonder met eigen ogen kunnen vaststellen. Niets is heerlijker dan een kind te zien die voorzichtig de eerste keer een vlokje laat smelten op het tongetje.

Ik bedenk nu dat ik verzuimd heb om Pluis naar buiten te laten gisterenavond. Twee jaar geleden stapte ze voor het eerst omzichtig met haar pootjes in de witte laag om daarna behoedzaam hoog op de poten haar afdrukken achter zich te laten. Niets aandoenlijker dan kleine voetstappen of de afdruk van poezelige kussentjes in de ongerepte sneeuw. Dat had dit jaar zeker mogelijk geweest. Door de ongereptheid was het best een laagje geworden. Vandaag dan toch de sneuiigheid door de snelheid waarmee dat winterse tafereel was opgelost als een voorbijgegleden droom, een kortstondig geluk. Maar ze kon weer bijgeschreven in de analen. Natuur met haar schilderijenschoon.

Vriendin kon gisteren niet wachten om te jubelen over de op handen zijnde weersverandering. Ze had het bijna naar beneden gekeken en toen het zover was, lukte het van het kleine dunne laagje toch nog een betamelijke sneeuwpop te boetseren met de buurkinderen. Zelfs de heuvel afglijden was bewaarheid geworden. Tijdens het bellen werd haar een potje pindasoep gebracht door een buuf van even verderop. Het voordeel van een kleine en betrokken buurtgemeenschap. Ik kon het ruiken door de telefoon heen en moest denken aan de Leidse Groenoordstraat, de kleien volkswijk achter de Groenoordhallen, waar we in een oud huisje de benedenverdieping wisten te bemachtigen. Toen ik ziek was, werd er ook schuchter aangebeld door een van mijn buurvrouwen, die in onvervalst Leids vertelde dat soep de beste remedie was in geval van nood, waarna ze me achterliet liet met het pannetje en bergen onversneden liefde voor de mensheid. ‘Wie goed doet, goed ontmoet’, vertelde ik vriendinlief met veel meer woorden, maar dat aanvaardde ze tenslotte net als het compliment.

Vanmorgen, met de knie en een stijve schouder, zeker verkeerd gelegen, keek ik Brigitte Kaandorp terug. Wat ik razendknap vind van haar is dat ze met doodnormale gewone ‘voorvalletjes uit een mensenleven’ oeverlooslang kan breien en uitweiden. Vermakelijk, ontroerend, hilarisch soms. Het was een aangenaam verpozen nu de sneeuw onder mijn ogen wegsiepelde en Pluis weliswaar buiten was geweest, maar het nakijken had gehad. De krant belooft nog veel lekkers, dat vandaag genuttigd kan worden. De zwelling is bijna weg, dus het anker, de rust en de zalvende handen, maar vooral die liefde, hebben hun werk goed gedaan. Strooi het met bakken rond vandaag. Het helpt echt.

Uncategorized

Doekje voor het bloeden

Hoera. Pakketje van een boekhandel in Leiden lag in de bus. De wereld is vandaag de dag zoveel dichterbij. Ze dient zich aan zonder dat je op reis moet, in de luie stoel kan blijven zitten of in de ontvankelijke kuil, die dit jaar is ontstaan in de bank, een lievelingsplek.

Een zin slechts was nodig om tot aanschaf van haar werk over te gaan. De dichter Jana Beranová. Haar hele oeuvre was eenvoudig verzameld in ‘Werkboek’ met als ondertitel Bloemlezing 1983-2010.

Zo geraakt kunnen worden door een zin, roept een diep respect op voor deze vrouw, die de wereld betekenisvolle taal bracht. De kracht van het woord. ‘Wie een brug legt naar een ander kan altijd heen en terug’. Zo’n troostrijke gedachte en zo waar. Als ik door blader, vallen meer zinnen uit de bundel met een zelfde diepgang. Deze: ‘Ik leg je in mijn oog en zie door jou de wereld’ en deze: ‘Vleugels vertragen de val’. Een gedichtenbundel moet je proeven. Kleine hapjes, niet te overhaast en bij tijd en wijle stilstaan. Neem de tijd zoals ze komt. Alle zintuigen op scherp, taal kan je ruiken, woorden verbeelden, terwijl de weergaloze klanken van de bij elkaar geschreven regels, door de morgen heen breekt. Met Poes Pluis aan mijn zij. Als kacheltje, nu de thermostaat beneden stil staat bij de gewenste temperatuur, terwijl hier door het raam het rooster de winter binnen sluist. Een aangenaam verpozen.

Gisteren kwam de ene zoon de was brengen en de ander zalvende fysiohanden. Even daarvoor had ik de bloemen in de vaas verzorgd. Dor blad eruit, verlepte rozen vormden een stillleven in de prullebak. Vers water staafde de stelen. De delphinium spreidde fier haar paarsblauwe jurkjes en speelde de koningin van het boeket met een bruidstooi van schilderachtig gipskruid. Ze vieren feest om mijnentwille.

Fysiozoon strijkt liefkozend het vocht uit de knie van zijn moeder weg. Zijn lange vingers, pianohanden die nooit het instrument bespeeld hebben, strelen nu de toon van de verzachting, een ouverture der genezing. Als hij daarna ook nog eens een ingewikkeld patroon aan appeltaart-ankers op mijn knie legt, versmelten opa sportmasseur en de kleinzoon. Aandacht en troost luwde de pijn.

De avond verstreek met aangenaam verpozen in mijn eigenhandig gesmede zitkuil, mails met vraag voor een stukje voor een nieuwsbrief en een mail van mij om de vrijwilliger op te schorten tot de tijd weer daar is van mondkapjes-vrije troostende gastvrouw, een beslissing met pijn in het hart genomen, maar voor nu het beste. Er vallen wat loten af in deze dagen, winterwaardig.

Het nieuwe thema voor de te recenseren boeken is bekend. Ik verklap het nog niet, maar het haakt aan deze tijd waarbij identiteit voorop staat, waarbij leerlingen hun eigen leerontwikkeling beheren, sturen en voeden. Waarin elke leerling zichzelf mag blijven en altijd voeding is voor het teamverband. Iets waar ik een groot voorstander van was en ben. Het is me nooit gelukt om alle leerkrachten zover te krijgen, maar eigenaarschap is nog steeds het hoogste goed als je de persoonlijke ontwikkeling, onderwijs en de vooruitgang tot een succes wil maken. Hetzelfde geldt voor de politiek. Geef er ruimte aan. Regeer eens van onderaf in plaats van het dogmatische ‘Mijn wil is wet’, ook al verbloem je het in zwabberbeleid en een grote grijns of een afgepast antwoord, waar geen speld meer tussen te krijgen is. De sneeuw zal straks vallen, zo zacht en minzaam als dit kabinet gevallen is. Ongerepte sneeuw is een plaatje wat je je een levenlang de winters wenst. Elk gebrek wordt bedekt, zoals poedersuiker de krenten in de oliebol of erger nog. Zelfs de sucade wordt niet tijdig genoeg herkend. Het strijkt glad wat krom is. De sneeuw zo maagdelijk. Een heerlijke kortdurende pret als doekje voor het bloeden.

Uncategorized

En nu schapen tellen

De woelmuizen zijn er weer. Ze knagen gaten in de deuren van het verleden, zodat herinneringen en gedachten er door naar buiten stromen het vrije veld in en onbelemmerd in elkaar overvloeien. Zo zit ik samen met de Wijze in Leiden, driehoog in ons torenkamertje en dan weer brul ik tussen Beatle-gordijnen overtuigend mee met Adamo en zijn Tombe la Neige. Het eerste singeltje wat ik destijds kocht. Daarna zie ik een plant vallen juist boven op hetzelfde plaatje en breekt er een stuk uit. Geen nood. Ik kende het al uit mijn hoofd in die tien jaar tijd die er tussen de Beatlegordijnen en de gevallen plant lagen.

Dan ben ik bezig met de make-up voor het optreden met de volksdansgroep en vallen we in een lachstuip bij het draaien van de pony-rol niet van buiten naar binnen maar andersom, die straks onder de Arnemuidens kap uit zal pieken.

Wandelen over het strand met zus en turen naar de zee die een wordt met de lucht. We wachten tot de varende boot samenvalt met de schitteringen van de zon, gevangen in mijn lens neem ik hem voor eeuwig mee, op het netvlies en op een foto. Zus zoekt krabbetjes of daaromtrent en ik schets haar met stramme vingers van de kou, terwijl ik het penseeltje in het zilte water doop, eerder geschept in een schelp en geef vorm door kleur binnen de lijnen.

We lopen door het bos en langszij tussen die hoge verticalen strekt zich een zacht tapijt uit. ‘kom lekker liggen’, roepen ze, ‘het is hier zacht en groen en aangenaam toeven’. Maar we struinen door, de zussen voorop en ik als altijd iets daarachter. Dan verschijnt ineens die zwartkopspecht, dat is een ander bos met donker loofhout, maar onmiskenbaar dat zeldzame paar, vlak bij elkaar waarbij ik er net nog een op de foto heb gevangen.

Ik woel en draai en voel het aangedane been. Het is warm en ik open het raam op een kier. Geen vleermuis te bekennen. Ze winterslapen in de spouwmuren. Af en toe scheurt er een auto door de nacht. Licht in de duisternis.

‘De liefde van de man gaat door de maag’ vertelde men ons vroeger en ik kreeg het grote Libelle-kookboek mee toen ik ging samenwonen. Koken hadden we allang geleerd, van jongs af aan meehelpen in de keuken. Anders dan het meisje dat een kamer lager woonde in dat nieuwe huis en niet wist wat ze met een blik doperwten aan moest. Met ogen als schoteltjes heb ik haar aangestaard. Ze meende het.

De jongen met het haar tot op zijn borst, stroblond, zat in de henna en viel in slaap. Peentjesoranje schrok hij wakker en vloog ik door naar de volgende tijdsspanne. Luxemburg met de rugzakken, ook oranje, daarom misschien. Het kleine tentje, de lange indiajurk, de indiaslippers, de rinkelende banden om enkel en om pols, de vrijheid van het reizen en de vrijheid van het zijn. Aan de oever van de beek de hitte temmen met het waden door de koelte, kleine zilveren visjes schoten uiteen lang voordat het knabbelen aan tenen tot schoonheidswonder was uitgeroepen.

Het mediteren gebeurde vroeger onder de bomen, aan het strand, in een museum, waar de Grauballe-man, zwart van leerlooien huid zijn opgetrokken knie vasthield, het hoofd afgewend, opgeduikeld uit het veen bij Aarhus. ‘Soppa’ was geen soep maar saus. We ondervonden het, terwijl we voor de kleine legertent zonder grondzeil probeerden te overleven. Zeeën vol kwallen en verhalende kastelen.

Dolend in de keuken van het grote huis, waar de oudste op de zolder lag en het in de de winter zo koud was, dat we naar één kamer moesten verkassen met een elektrisch kacheltje, terwijl de luiers als stijve staketsels treurigheid uitstraalden aan het rek aan het Franse balkon. Maar het denken flitst zonder pauze door naar de aankondiging dat het een tweeling was, waarop we het met moorkoppen gingen vieren, terwijl Carole King trouwe vriendschap bezong.

Vriendelijk maar beleefd verzoek ik de kleine knaagvraten weer terug te gaan naar hun eigen krochten, ik wil slapen. Gehoorzaam zijn ze pas als ik beloof het op te schrijven, waarvan akte. En nu schapen tellen.

Uncategorized

Een pleister op de wonde

Het werd een tweede dag van koest houden en lanterfanten. Het Ajaxlogo op Kluivert zijn borst was niet naar het zin. Dankbare verf die het euvel laat verdwijnen. Zodra het droog is een nieuwe poging, maar eerst even droog oefenen op het logo zelf met stift op zwart papier. Ingenieus lijnenspel om de hellebaard te verkrijgen.

Een mens moet wat als ze veroordeeld is tot de bank. Fysio vertelde maandag dat er meer rust nodig was om het vocht uit de knapknie te krijgen. Verantwoord bewegen. Geen wandelingetje naar de winkel, want vier trappen af, auto in, gassen en remmen, winkel doorstrompelen en daarna weer vier trappen op, was teveel van het goede. Tuin al helemaal een ontoegankelijk gebied. Dan maar genieten van het allerkleinste om me heen.

Die nacht had de Amaryllis van zuslief stiekem haar rokken extra opgeschud. Aan de korte stelen ontsprongen maar liefst vijf bloemen. Ze was een beetje gedeformeerd door haar gedrongenheid, maar in de zon een vlammende vreugde, een echte aandachttrekster.

Natuur dacht: ‘Wat binnen kan, kan buiten beter’ en schoof over het blauwe veld een watten wolkendek. Alsof de hemel om haar as naar beneden was geschoven. ‘Ik vlieg op mijn kop boven de wolken’ bedacht ik me en glimlachte bij dat beeld op het netvlies. Je hoeft niet ver te reizen om tot existentiële vragen te komen. De kleine Prins was dichterbij dan men denken zou. De amaryllis schudde haar blad en snoefde: ‘Uitslover’.

Tijd voor een rondje koken dwars door de kast. Eigenlijk was januari bij uitstek geschikt om daar mee bezig te zijn. Gisteren had ik de gekregen artisjok van zoonlief soldaat gemaakt. Waarachtig genieten, want luxe op het bord. Maar vandaag had ik de koelkast beloofd een eind te maken aan de volle groentenla, verzameld in de tijd dat zoonlief hier in huis bivakkeerde. Dat werd een uiensoep uit de krant van dinsdag en een prutje met de overgebleven Zaalouk, waar ui, champignon, tomaat en doperwt voor extra smaak zorgden.

Het stond nog op een laag vuur te pruttelen toen de bel ging. Daar kwam over de galerij de kleine dribbel aangerend, ‘Oma’, dikke knuffel om de knieën. Dochterlief er bedaard achter aan. Heerlijke Rooibos met honing, goud in de theeglazen en babbelen, terwijl Dribbel probeerde zicht te vermaken met de doos autootjes en tegelijkertijd er alles aan deed om de aandacht te trekken van die twee koutende vrouwen. Crackers leidden even af, maar het werd hem toch te bar. Dan maar, ondeugende blik in de ogen, met de autootjes gooien. Op een vermanende blik kwam protest. Twee armpjes over elkaar, boze wenkbrauwen en een rondje om de zuil in de kamer. Om vervolgens weer enthousiast thee mee te slempen. Lief en leed in hoog tempo, maar ook hier was het ‘Aandacht, aandacht, geef mij aandacht’. Duidelijk. Vandaag was het ‘De dag van de Aandacht’. Voor mij graag, want een beetje zielig, voor de schone kunsten van de natuur, voor vergeten groenten en voor Dribbel en zijn moeder. Een beetje aandacht laat alles groeien.

Een lieve email van een blogvriendin met een uitnodiging om gastblogger te zijn. Geen beter moment dan dit. Het voelde als een warme deken en het hart maakte een sprongetje. Benjamin deed mijn boodschappen en ik zette zijn aardappelen op en verwarmde de oven voor. Om half acht kwam er een verlossende bel. De post had een pakje. Of ik het kon komen halen. Natuurlijk had ik nee moeten zeggen, maar ik was zo blij dat het er eindelijk was. Het zou tussen twee en half vijf komen, maar met deze gekte was het bikkelen voor die arme jongens. De buuf snelde ook naar beneden. Toen hij me zag strompelen, werden zijn wangen rood van schaamte en mompelde hij een excuus. Ik lachte zijn schaamte weg, blij als ik was met de weinige beweging van die dag en met mijn aanwinst. Een nieuwe jas en sjaal, een sjiek geval. Misschien wel te sjiek, maar mooi en lekker wijd, geschikt voor dikke truien. In dagen met minieme aandacht is extra verwennerij een pleister op de wonde.

Uncategorized

Straks, als het leven weer voluit kan gaan

En toen kwam de vraag. In de vooraankondiging dat het nogal impact zou hebben, schoof het laadje met duizend gedachten open en vlogen ze in een razend tempo langs me heen. Maar geen raakte aan de inhoud van de vraag zelf. Die luidde: ‘Zou je…..nog willen invallen???‘ Op het zelfde moment sprong de schuif met de ontelbare schoolparels los en tolden al die heerlijke momenten van voorheen als een draaikolk in mijn hoofd. Het koste geen moeite om de passende beelden erbij te halen.

Een picknick op het rode en blauwe kleed op een zonnige zomerdag in de schaduw van de lindeboom . Het vreedzame gekeuvel en de verhalen om me heen.

De zee onder de trap waar tante kwal woonde, tussen de tropische vissen, die door de kinderen waren gemaakt en die Tralala-tralali de paradijsvogel met een bezoek zou vereren. Moeiteloos schakelen tussen bos, lucht en zee.

Een heen en weerloop op de speelplaats een rechte lange lijn in het midden, verticaal om ze te leren wat een tegenligger was. Eerst had ik met de groep eindeloos langs de weg gestaan op de hoek om tegenliggers te bestuderen en spontaan toe te juichen. Daarna onder grote hilariteit de bevindingen in de praktijk gebracht.

Een stok in de emmer op het plein vlak bij het hek met de struiken. Bovenop het topje zat een gevangen kruisspin. Een verlengsnoer was uitgerold, de ventilator werd aangesloten en de harde wind, zo verkregen, zorgde voor het weven van een lange draad. De kinderen met de loep erom heen om alles goed te kunnen observeren. een vernuftigd staaltje natuur

Een hoofdstuk lezen uit de Gorgels, alle rode konen van de spanning in de ogen op mij gericht. Dat spannende avontuur, die rare wezentjes en dan die enge griezelige Groenlandse Brutelaars. Ze werden allemaal stuk voor stuk Melle of zijn gorgel. Het werd vastgelegd in de tekeningen daarna in de portfolio’s, de teksten die ze erbij verzonnen naarstig door mij eronder geschreven.

Het liedje van de Gruffalo, dat zo spannend was omdat we er zware bassen en rollende ogen onderlegden. Geen genoeg konden ze ervan krijgen. ‘Nog-eens-en-weer-gebedel’. Of de tranen die vloeiden bij het lied van de muis:‘Ik ben zo grijs ik ben zo grauw, hoe kan dat nou’. roerend gezongen door Hakim.

Met de hele groep de gang door van de school op zoek naar rioolbuizen en afvoerpijpen. Op de tenen langs de groepen van de midden en bovenbouw en in iedere wc gesmoord gejuich, weer een gevonden, zelfs de grote buizen van de verwarmingsketel mochten meedoen.

Liesje Herfstbriesje

Het maken van de film van het afscheid van Liesje Herfstbriesje na een groot avontuur die terug zou vliegen in een luchtballon naar de grote wolk waar ze woonde bij haar broers de Noorder-, Zuider- Ooster- en-Westenwind, met Sjaan Orkaan. Ik balancerend op het bankje onder de Lindeboom, terwijl de stagiaire filmde, zwaaiend met de ene hand denkbeeldig naar boven. In de andere hand de stok waaraan een papieren luchtballon hing met in het mandje Liesje Herfstbriesje. ‘Dag kinderen, dag lieverds’.Ademloos bekeken ze de film en niemand zag dat stukje stok, dat per ongeluk meegefilmd was. Het geheim van de kracht van het verhaal zat hem in het meespelen. Iets wat ze haarfijn in de vingers hadden, stuk voor stuk.

Zonder de wisselwerking tussen de kinderen en ons zou het nooit tot die grote beleving komen. Zij waren de voeding voor het maken van nieuwe parels, telkens weer. Niet zelden vloeide uit het ene project een ander voort door vraagstellingen en nieuwe ideeën. Ze waren altijd in voor een experiment, een onderzoek of een nieuwe uitdaging. Wat we ook deden het werd een succes, niet op de laatste plaats door hun inzet en het enthousiasme, hun individuele eigenschappen die elkaar zo goed aanvulden. Dat was de kracht waarmee de groep haar saamhorigheid smeedde, maar ook door elkaar te accepteren zoals men was, zodat ieder zichzelf mocht zijn. School komt regelmatig terug, verweven in de dromen en in mijn mijmeringen.

Het laadje kon dicht, het was even goed toeven. Vriendinlief die de vraag had gesteld kwam ook al gauw met het vermeende antwoord. ‘Of is dat echt veuls te risicovol, ik vermoed dat laatste…’ Inderdaad, dat laatste. Hoe graag ik het ook zou willen en de verleiding in deze stilgevallen tijd groot is, maar ook en vooral omdat ze op een school werkt waar de sfeer van mijn oude school voelbaar is. Met pijn in het hart was het antwoord ‘Nee’. Straks als de inentingen er zijn, dan kan ik wel weer gastlessen geven, opleven, nieuwe inspiratie opdoen. De famtasie moet geprikkeld blijven worden, de verwondering gevoed. Straks, als het leven weer voluit kan gaan.

Uncategorized

Een azuurblauwe hemel

Gisteren bij het programma ‘Kruispunt’ kwam het begrip ‘Blubberbrei’ langszij. Francien Oomen, de schrijfster, gaf aan dat dat vooral op haar van toepassing was in de periode van de overgang. Ze vergat dingen, ze was heel twijfelachtig,en heel erg verstrooid. Ze dacht dat ze of een vervroegde Alzheimer of misschien zelfs een herseninfarct had gehad. Ze kwam ook niet meer toe aan schrijven. Ze liep er maandenlang mee rond. Waarop haar door de interviewster de vraag werd gesteld of ze dit dan wel gedeeld had met de mensen in haar omgeving. Daarop vertelde ze dat het een soort overlevingsmechanisme in haar was, om dat niet te doen. Je moest doorbikkelen, groot en sterk blijven en stoer zijn, vooral niet willen toegeven dat je iets niet aankon. Na maanden van paniek en twijfels viel het kwartje. Het was de overgang.

https://www.npostart.nl/kruispunt/11-01-2021/KN_1716260

Vooral dat overlevingsmechanisme herken ik. In zekere zin zijn we daar vanuit huis mee vergroeid. ‘Niet zeuren’, werd ons vaak gezegd. ‘Gewoon doorgaan’. Kinderen konden niet moe zijn. Toen ik een keer van school naar huis werd gestuurd, overduidelijk groen en geel van ellende en ziek, mocht ik direct meehelpen in het huishouden en werd aan een grote bak met aardappels gezet, schilmesje in de knuisten en gaan. Op het moment dat bleek dat ik wel degelijk koorts had(hand op het voorhoofd en in de nek) en te misselijk was, mocht ik naar bed. ‘Maar dan ook daar blijven’ kwam er als waarschuwing achteraan. Teiltje naast het bed en dat was dat. Zoete broodjes werden niet gebakken. Dat was ook onmogelijk in een gezin met elf kinderen.

Hetzelfde hield ik mijn kinderen voor. Ziek was je pas als iets echt niet meer kon. Ondanks mijn verpleegkundige opleiding was ik geen zalvende heelmeester, integendeel. Bagage die ik mee genomen had van thuis. Het betekende ook dat je niet moest klagen. Ook dat was het credo dat door het ouderlijk huis waarde. Niet klagen, maar dragen.

Er was een ontwrichtende periode in het leven, waarbij ik alles steeds dieper wegdrukte. Als je iets negeert, is het er niet. Het werd doorbikkelen, niets delen met de mensen om je heen, mooi weer spelen. Tot ik tenslotte toch ingehaald werd door de ernst van de zaak. Zo ging dat. De jaren van de overgang die volgden, waren tropenjaren. Ik hyperventileerde, had men vastgesteld. Iets wat mij totaal vreemd voorkwam. Toen dat eenmaal in mijn dossier stond, werd alles wat anders was door de hormonale verschuivingen, onder die noemer geschaard. Zie dan maar eens duidelijkheid te krijgen. Veel en veel later werd uiteindelijk de longaandoening ontdekt, waardoor de ademhaling in een vrije val was geraakt.

Francien kwam aan het woord over de overgang, omdat ze een stripboek heeft gemaakt dat heet ‘Oomen stroomt over’. Een dagboek in tekeningen waarbij alle ongemakken op een zeer plastische manier bleken te zijn uitgewerkt. Het hielp met terugwerkende kracht om haar te horen praten. Met name over dat deel van mij, dat alle gebeurtenissen weliswaar had overwonnen, maar zich nog altijd een beetje schuldig voelde over die labiele periode.

Blubberbrein,een prachtige omschrijving voor een wonderlijke tijd, maar met als kroon op de verkwanselde energie, de boot die nu in kalm vaarwater verder kabbelt, op wat kleine ongemakken na. Een hoofd vol witte Magritte-wolken aan een azuurblauwe hemel.

Uncategorized

Galerij van bezielende boeken

Met liefde naar de uitzending van Ruben Terlou gekeken, die in een antal afleveringen op zoek gaat naar Chinezen in het buitenland. Zijn eerste gang was naar Kenia. Alleen al om die boomlange Ruben Chinees te horen spreken, wil ik kijken. Wat klinkt de taal toch fascinerend als er een zware bas onder ligt. Het verbaasde me hoe ze hun plek daar hebben gevonden zonder zich te verdiepen in de gangbare normen en waarden van de Kenianen. Er was een Keniaanse die vloeiend Chinees sprak en zong. Ze was Chinees gaan studeren om de mooie taal en om de karakters waar ze dol op was. Op het podium werd ze een Chinese, vertelde ze. Tussen de waslijnen zong ze een aandoenlijk licht lied. Het intrigeerde Ruben, die er dezelfde passie in herkende. Vreemde gewaarwording, want toen ze begon te zingen, zag ik de metamorfose die ze onderging. In het laatste interview spaarde een man hard om met zijn gezin weer terug te kunnen gaan naar China. Als laatste redmiddel gokte hij, om het geluk in de kaart te spelen en veel geld te winnen. Ik was benieuwd hoe het bedrag dat hij uitgaf opwoog tegen de 250 euro die hij ten slotte won na het laatste spelletje.

https://www.npostart.nl/de-wereld-van-de-chinezen/10-01-2021/VPWON_1296258

De dag valt sombertjes en met veel lawaai binnen. De buren zijn bezig in hun nieuwe huis en op het geluid van de boor schrik ik wakker voor de tweede keer. Later dan gewend. Dan zal ik de slaap nodig gehad hebben. De boekenclub hebben we een maand uitgesteld. Met de verlenging van het thuisblijven is dat een logisch gevolg. Vanmiddag staat er eindelijk de afspraak met de fysiotherapeut. Ben benieuwd wat hij vindt van de vorderingen, die de knie nauwelijks maakt. In het boek Mrs Degas las ik vannacht dat een beperking ook een verrijking kon opleveren. Zo denk ik zelf ook. Het helpt om iets te aanvaarden of te ondergaan. In het geval van de knie heb ik er een beetje moeite mee. Heb het idee, dat ik weinig verder kom door de pijn en de frictie. Knie heeft voor mijn gevoel een olifantenmaat. Waar de pijn zit, wordt het in de beleving groter.

De doeken zijn klaar, de baklijsten stonden al bij dochterlief, maar ze zijn zwaar en onhandig om te sjouwen. Ik dacht eigenlijk dat ze -in elkaar gezet- geleverd zouden worden. Maar niets is minder waar. Volgende week als de randen wat droger zijn kan ik er mee gaan stoeien. Nu eerst koffie en de krant, terwijl Pluis zich net lekker naast me genesteld heeft.

Wie zich ook meer dan genesteld heeft in Rotterdam is Jana Beranová, een van oorsprong Tjechische dichter. De foto bij het interview met Anton Slotboom in de Trouw van vanmorgen toont de kleine dichter midden tussen haar uitpuilende boekenplanken. Ze is voornemens om het huis na haar dood samen met de inboedel na te laten aan een internationaal netwerk van Vluchtelingen en de Rotterdamse stichting Verhalenhuis Belvédère gaat het huis beheren. Ze wil dat het een vluchthuis voor schrijvers wordt na haar dood. Regeren is vooruitzien. In het hele interview komen een paar zinnen van haar voor, als voorbeeld van de zachtheid in haar werk. Ik kende deze dichter niet maar deze dichtregels vielen regelrecht mijn hart binnen:

“Wie een brug legt naar een ander/ kan altijd heen en terug’

en deze: Waar telkens weer bommen vallen/Zijn schuilplaatsen gedachten/En omgekeerd’.

Tijd om de bakens te verleggen en deze dichter toe te voegen aan mijn eigen galerij van bezielende boeken.