Uncategorized

Zeeën aan tijd en ruimte

Klaas Vaak weet mijn deur niet meer te vinden. Zomerhitte blijft lang hangen binnen de muren en bemoeilijkt het inslapen. ‘De eerste klap is een daalder waard’zei mijn vader in dergelijke gevallen. De klap blijft uit. Zoonlief staat goedwillig zijn ventilator af. Alsof ik over de zeven zeeën vlieg, mijmer ik. Onder het sonore gebrom van de luchtverplaatser vlieg ik rechtstreeks met een wapperende slaapvlecht in de nek naar de, tja , welke zee ook alweer. Opzitten, Google raadplegen, oké. Eerst de Middellandse zee. Ahhhh, ik lees dat de zangvogeltjes op de borden komen te liggen van de Maltezers, omdat ze nog altijd de jachtbuit van de stropers gretig afnemen. Geen wonder dat er kaalslag is bij  onze beschermde gevederde vrienden. Er vliegt een verhaal met me mee. Ze is klein van stuk en heeft een zwart koppie. De zwartkopmees laat een angstige triller horen. Het zwart van haar kruin kan wedijveren met de donkere nacht.

IMG_0430

Ik denk aan de kleine winterkoning in de tuin, aan de geelgors en de lijster. Er volgt een visioen van een kaalgeplukt vogellijfje op een wit bord met de pootjes omhoog, zoals laatst de dode merel uit de vijver en weer ben ik klaarwakker.

Ik kom niet verder dan de eerste zee en zoek in het donker de sterrennacht vanuit het slaapkamerraam af naar bekende punten. De grote beer als steelpannetje, een of twee verdwaalde Cassiopeia-sterren, waarvan er een altijd schuin boven het raam pinkelt en hoor zachtjes het zoete lied van het mannetje, van Ellie en Rikkert. ‘Er was een mannetje, dat zich verveelde…’

Het brengt me terug bij de kleine Prins, een ander klein mannetje en weer naar het heelal. De verhalen zorgen alles behalve voor slaap. Om vier uur haal ik de stekker uit het stopcontact en daalt de rust met een overweldigende hitte neer. Zoonlief wordt wakker en biedt oordopjes aan, doet het voor en controleert of ik het goed doe. Potdicht hoor ik geen ventillator meer, voel wel de bedriegelijke koelte en val onder die koude luchtstroom eindelijk in slaap. Geen droomloze, maar ik vergeet door de vermoeienis het avontuur op te slaan. Als ik wakker word en de stekker eruit trek, heeft de dag de nacht zweterig ingehaald.

IMG_0133

De vogels spoken door mijn hoofd. Vooral de barbaarse manier van vangen met de lijmstok. Wat valt er te peuzelen aan een eenhapscracker van broze botjes. Ooit heb ik er van gehoord, maar destijds nog geen voorstelling van zaken gemaakt, terwijl ik nu veelvuldig ‘vogel en merel’ door in de tuin te zitten en te observeren en de beelden een gruwel worden op het netvlies. Ondanks de slapeloze nachten blijft vermoeidheid uit. ‘Als je je ogen dicht hebt, rust je ook uit‘ vertelde mijn moeder ons, die zelf soms nachtenlang, met de kerkklok mee, de slagen telde. Ik hoor ze in gedachte, in alle toonaarden sinds eeuwen en tel mee.

Er ligt een nieuwe opdracht te wachten, buiten een verhaal voor de kinderen over deze brute vogelaars. Ooit in het grijze verleden, 30 januari 1295 om precies te zijn, kreeg ’t Geyn, een kerkdorp onder de rook van Utrecht, stadsrechten. Net als het verhaal van de Swifterbanters en de vondst van de vrouw met kind hier in Het Klooster, vormt het een uitdaging voor een nieuw verhaal. Geschreven op de grondvesten van de geschiedenis maar met een eigen twist voor de basisschoolleerlingen van de groepen zeven en acht.

Voer voor een uitgebreid onderzoek en een uitdaging. Daar duik ik straks in, met open ogen, dankzij de oordopjes. De zeeën bewaar ik voor de nacht. De tweede zee wordt de Adriatische zee. Ontdek de wereld vanuit je (te)warme bed. Dat krijg je met zeeën aan tijd en ruimte.

Een gedachte over “Zeeën aan tijd en ruimte

Reacties zijn gesloten.