Uncategorized

Tot in haar eeuwigheid

Er heeft een of ander virus toegeslagen en niet alleen mij te grazen genomen, maar ook mijn aangedane longen. Dat is niet fijn. Snakken naar lucht, happen naar adem. Ik voel spieren spartelen, waar ik het bestaan nauwelijks van wist, Het hoofd is een diffuse brei van binnen.

Een voordeel: Ik heb het koud. Echt. Ik lig hier met mijn dekbed over mijn schouders getrokken. Da’s toch knap he, bij 28 graden schoon aan de buitenhaak.Ik kan het nu nog niet uitleggen, maar deze dag was wel zo’n beetje de enige dat ik het me niet kon permitteren. Wat hebben die goede goden voor me in petto. Lesje teleurstellingen ombuigen? Het scheelt dat die grijze massa daar boven niet tot normaal denken in staat is, wel in huilen. Grote dikke tranen rollen af en toe pathetisch een weg zoekend naar beneden. Naast de verse aanvoer aan heldere druppels uit de neus. Als ik hoest, scheurt er een deel van mijn wereld af. Ik ben ziek. Niet meer en niet minder.

Ik oefen in zen. Trek de luiken voor de ogen en dompel onder in het omfloerste rood. De geluiden van buiten filteren naar binnen. Met het hoofd achterover en de ogen dicht luister ik. Soms volmaakte stilte, maar vaker het zoeven van autobanden over het asfalt  het ruist, de wegebbende oprisping van een motor, het krijsen van een kind, het schateren van een ekster. Hij lacht me uit. Antibioticakuur voor een week overleef ik nog wel. Eetlust is nergens te vinden, was het maar te koop in de super ‘Mag ik een bordvol alstublieft en een half toetje.’  Het hoesten zorgt voor zoveel beweging in de maag, dat die er voor haar gevoel niets meer bij kan hebben. Bij de volgende hoestbui scheur ik middendoor.

IMG_4877

Ik wilde jullie nog wel vertellen  van mijn dappere escapades, toen ik gistermorgen, omdat de slaap maar niet komen wilde, om tien uur al ging gieteren op de tuin. Twintig gieters gaan er in en dan hebben de planten het nog niet breed. Een goede les, want nu krijgen ze even niets. Zo gaat dat met voornemens, die een andere kant op worden gestuurd. Flexibel denken is niet eens het issue, maar berusting. ‘Laat Gods water over Gods akker stromen’, zei men vroeger in de kerk. ‘ Makkelijk gezegd’ , dacht ik dan met mijn kleine nieuwsgierige muizenoren. ‘En de rest van de akkers dan’.

Ik had tijd over, want de volgende afspraak stond rond tweeën ingepland. Ik dook het Centraal Museum in. Jan Taminiau had daar de collectie en na zijn documentaire had ik me voorgenomen om het uitgebreid te gaan bewonderen. Een beste actie. Het was koel binnen, aangenaam duister en nog niet druk op dit eerste uur van hun dag. Er was een klein dingetje. Ik had alleen mijn tuinkloffie aan. Een te wijde tuniek, die vormeloos om me hobbezakte en een kniehoge flodderbroek.

IMG_4886

Iedereen die naar het museum gaat, raad ik een ding aan. Zoek een centrale plek, waar je even rustig kan zitten en kijk naar alles wat er aan je voorbij trekt. Grote mensen, kleine mensen, dikke en dunne, lange sladoods en ronde staketsels. Ze zijn er in alle soorten en maten. Maar ze gaan naar de grote Taminiau, dus heel wat modegevoeligen waren er goed voor gaan zitten, hadden hun kledingkast tot in detail omgespit, combinaties, gemaakt, accessoires gezocht, bijpassende schoenen toegevoegd. Hier liepen Jan Taminiau zijn grootste fans. Wat een aangename bijkomstigheid als bonus op de mooie tentoonstelling. Een oudere dame van in de zeventig vroeg of ik een foto wilde maken van haar voor enkele van haar lievelingsgewaden. Een van haar aangeplakte wimpers zat een tikje scheef, maar ze had met de hoogste precisie overgegeven aan haar modegevoel. Ze keek vanuit haar positie enigszins geschokt naar mijn outfit. ‘Lachen’, probeerde ik nog. Dat deed ze met een ongelovige blik in haar ogen. Ze had het bewijs voor de dag van haar leven in handen en een verhaal tot in haar eeuwigheid.

 

Uncategorized

Zodat er nog wat te mennen valt

Er was een slogan van bloemisten en die luidde: Zeg het met bloemen.’Een gouden zet. Natuurlijk kon je er alles mee vatten. Liefde, excuses, beloningen, bedankjes, je kon het zo gek niet bedenken of er was een reden om bloemen te geven.

003

Gisteren kregen we een andere manier aangereikt. ‘Zeg het met tekeningen’. Waarbij een aantal technieken aan bod kwamen die een dreigend saai vel in een oogopslag omzette in een prikkelend genot om naar te kijken. Het kwam door een kleurtje, de eenvoudige tekeningetjes, de aangebrachte schaduw waarmee het in 3D kwam te staan en zoveel meer levendig. Het stelde geen eisen. Je hoefde er niet voor te kunnen tekenen. Alles was teruggebracht naar een aantal basisvormen, daarmee kwam de wereld onder handbereik.

001Dagmar Vriends, Sisstrainingen.nl

De coach leidde ons stap voor stap de materie in. Ze was prettig om naar te luisteren, haar olijke blik ondersteunde de afwezige moeilijkheidsgraad. Wat een prettig mens. In een paar uur konden we 8 basisbegrippen in een eenvoudige picto met ondersteuning van het geschreven woord  simpel en doeltreffend uit onszelf vertolken. Opdracht begrepen, missie geslaagd.

We hadden dagritme kaartjes nodig op school. Mijn collega boog zich over de klus en kwam met een aantal  tekeningen die aangaven wat er zou gaan gebeuren. Kring, taal, rekenen, lezen, eten, gym, dans, voorlezen, buitenspelen, muziek, drama,. Nu ik er over na denk, had ik die legendarische kaarten mee moeten nemen. Ooit hebben we ze eens vervangen door foto’s maar de laatste jaren kwamen die oude vertrouwde dagkaarten weer te voorschijn. Het bracht sfeer op het bord, alsof de oudcollega er zelf nog was. Doorgaans pasten onze  ideeën naadloos in elkaar, omdat er ook de ruimte was. Zo werkt het. Brainstormen en associëren op hoog niveau. Daar rolden de meest fantastische plannen uit.

Eigenlijk past de vastgelegde dagstructuur mij niet echt. Het geeft me het gevoel dat ik in vrijheid beknot ben. Liever laat ik me gaan op wat zich aandient. Doordat er steeds meer kinderen kwamen die op de een of andere manier structuur nodig hadden, gingen we overstag. Hoe snel paste het in het geheel. Zolang het met Joie de Vivre gebruikt werd, was er niets aan de hand.

img_2789.jpg

Nu ik zonder agenda ben, stuurloos de dagen draag, merk ik hoe enerverend het is om niet te verdwalen in de brei aan vrije uren. In het begin waren er de ontelbare afspraken die er voor zorgden dat de dagen op mijn netvlies waren geschreven, maar nu is dat gereduceerd tot een keer per week fysio. Mijn tekendagboek was vol. Van de week heb ik een nieuwe aangeschaft. Het was een verademing om de dag en de datum neer te kunnen pennen. Vanaf vandaag weet ik weer in welke tijd ik leef. Zonder dat verglijden de dagen in weken, de weken in maanden en raakt tijd zoek.

De dagelijkse blog helpt niet, want WordPress houdt de dagtekening bij. Zonder poppetjes of eenvoudige symbolen. Dat dan weer wel en dan beklijft het niet. Ik ga de dagen weer optekenen. Letterlijk. Iedere dag een tekeningetje bij een gebeurtenis van die dag. Om de teugels van de tijd in de hand te houden, zodat er nog wat te mennen valt.

 

Uncategorized

De zuivere triller van een merel

Knoken en knekels. Dat was de opdracht voor gisteren. Ik mocht kiezen uit vier restanten van wat eens majestueuze indrukwekkende dieren waren geweest. Ik koos voor het bot met de snavel. Ineens schiet me nu te binnen dat ik zo in de ban van het tekenen was, dat ik vergeten ben te vragen welk dier het ooit was geweest. Uit eerbied voor zijn verleden. Je kijkt er dan toch anders naar.

004

Maar nee, ik kreeg een scherp geslepen potlood en een velletje en mocht los. Vorm, daar ging het om en kijken. Ach en wee. Wat een Zen-moment voor de arme doener in mij. Rustig zat ik daar en concentreerde me op elke ophoging en daling, mat met duim en potlood de juiste afstanden. Keek naar zichtlijnen en arceerde alvast enkele schaduwpartijen. Niet doen, waarschuwde de meester, die in de korte tijd dat hij me onder handen had, al met argusogen mijn befaamde snelheid in de peiling had. Rust. Bedachtzaam. ‘Komt het vandaag niet, dan komt het morgen wel.’ Zocht ik de academie uit, of de academie mij. Dit was precies waar ik hard aan moest werken. Niets hoeft met haast, de tijd is aan mij.

006

Het is dezelfde snelheid van handelen die mijn moeder tot op haar laatste nacht hanteerde. Alles ging ‘even’ én alles ging gedreven. Met brille en verve in de wereld staan. Gedachten komen ’s avonds in haar korte zenmoment, als mijn vader zijn oerwoud van overdag aan het verzagen was in de tweepersoonskamer van het bejaardentehuis. Haar eigen tijd is spaarzamer geworden. In de Amandelstraat, schreef ze haar dagboeken uit en mijmerde dan nog bij het schijnsel van de kamer haar dag bij elkaar. Alle andere lichten waren uit. Zeilende wolken bij maanlicht, diepe duisternis, twinkelende sterren brachten haar in een melancholische stemming. Zou ze ooit gedacht hebben: ‘Is dit alles’. Dat denk ik niet. Maar eerst schreef ze haar dagboekbladzijde. Dat deed ze trouw iedere avond zes jaar lang. In het oude huis en in de nieuwe kamer.

In de periode dat ik handen en voeten gaf aan haar bedrevenheid en de dagboeken openbaarden voor de familie, zat ik in haar hoofd. Het leek of ik zes jaar lang een ander leven leidde naast dat van mij. Alsof je een soapserie voor jaren aan het volgen ben en je hoofdschuddend kan bedenken dat een en ander niet zo slim was van een van de spelers, of waarbij je een grondige hekel kon krijgen aan een ander type. Toen haar bladzijden leeg bleven na 17 april 1990, gaf dat in die schrijfperiode van mij opnieuw een schrijnende afwezigheid. Er was een belangrijk, nee het belangrijkste, stuk uit de geschiedenis geknipt. Ik wilde het herstellen. Terughalen kon, tot aan die datum, maar nooit meer er aan voorbij. Lege bladzijden hadden nog nooit zo intens betekenis gekregen. De stem van mijn moeder verstomde, de bedrijvigheid gesmoord.

010

Goedkeurend knikte Gerd en zei, net als de oude teken-non Adolpha uit de jaren zestig, ‘Schuif eens even op’. Met het oog van de meester liep zijn blik langs elke boog en knik, likte aan de vlakken, dikte de scherpte aan en knikte. Dat verlossende knikken betekende dat je door kon. Met kalmte. Oma heb ik mijn moeder vaak horen zeggen: ‘Kalmte kan je bewaren’. Al sloeg dat veel meer op haar eigen bedrijvigheid en natuur, in kwadraat die van mijn moeder. Ze zegt het nu, achter dat oude bot, dat eens frank en vrij in die vogel zat. ‘Kalmte kan je bewaren’. Ik knik.

0072.jpg

Van achter het hoge getraliede raam klinkt de zuivere triller van een merel.

Uncategorized

Welterusten

Vier uur geslapen en nu klaarwakker met een dikke keel en een nachtmerrie achter de kiezen. Er kwam geweld bij kijken en een nachtelijke tocht door onheilspellende ruimten, met lange gangen en donkere nissen, veel metaal en buizenwerk. Het is al de hele maand detectivemaand op net twee. Heerlijke onconventionele detectives met moeizame plots, waar veel in gepuzzeld kan worden. Het betere ontspanning en vermaak gehalte.

dienstdiploma

Ik moet denken aan de lievelingsprogramma’s van mijn vader, met mijn moeder in zijn kielzog. Zijn oude rechercheursinstincten kriebelden bij ieder Agatha Christie of Tatort die over het voetlicht kwam. Ooit, vroeger, stond hij, met meer stijl dan de man zelf, in een Colombo-achtige regenjas met een klassieke Borsalino look-a-like in sepiatinten gebogen over een gevallen motor. Het was overduidelijk dat hij de miniemste puzzelstukjes in elkaar probeerde te passen.  Ergens had hij dat, door mij  geromantiseerde, verleden verruild voor een uniform met strepen. Brigadier-Wachtcommandant met verve.

Het koude water met citroen prikt mijn keel schoon. Pluis komt even kijken of het goed gaat. De nachtmerrie was absoluut het gevolg van de detective van vanavond. Zo’n unheimisch verlaten parkeergarage met een enkele auto en het vehikel waar het om draaide onder een haperende schaarse verlichting, met een dode bestuurder erin. Jawel. Die holle stappen op de vloer van zo’n betonnen kolos bezorgen sowieso al koude rillingen.

045.JPG

Ik keek in de jaren tachtig graag naar Poirot en Ms Marple. Misschien wel om die wonderlijke discrepantie van het jaren vijftig leven in zo’n Engels dorp, waar de gemeenschap op de eerste plaats vooral met de andere dorpelingen bezig waren.  Het leek er vredig en rustig, maar onder het opervlak ging een wereld schuil van jaloezie en achterklap. Doorgaans was er een lijk in een vloerkleed gerold of lag onder grootvaders klok rood uitgewaaierd te wachten op een ontdekking. Subtiele aanwijzingen met een pluk haar, een zakdoekje, een knoop als aanwijzing. Dootgaans was niet de meest voor de hand liggende persoon de dader, maar de minst op de voorgrond tredende of het meest ontdane onschuldig ogende nichtje. Het was een mooie leerschool om te ontdekken hoe een plot van een thriller in elkaar stak.

Cresswell palace, Chelsea

De boeken van Agatha staan boven nog allemaal wat schotser en schever in het gelid. Binnenkort eindigen ze in de kringloop, want ik denk niet dat iemand uit de familie ooit nog de draad zal oppakken en er verwoed mee aan de slag gaat. Zo gaat dat met die dingen die van onschatbare waarde leken. Ze verbleken door de tand des tijds.

Mijn vader heeft zijn voorkeur met de mantel der liefde doorgegeven. Nog steeds vind ik een goede crimi niet te versmaden. Het mag soms wat minder gewelddadig, want de Skandinavische, zoals Millenium weten het aardig op te voeren, maar het plot, de spanning en de zoektocht blijven in de aard de kern van de zaak. Het is goed toeven, als de hersencellen kraken.

De nachtmerrie is weggeëbd en van het netvlies verdwenen. Het water heeft letterlijk en figuurlijk de scherpe randen er vanaf gehaald, zowel van keel als gemoed. Boven mijn hoofd cirkelt een helikopter, een exemplaar van de politie naar ik vermoed. Zij  vliegen rond in hun eigen crimi en speuren langs de A2 naar onvolkomenheden. Er wordt over mij gewaakt. Door de zonen, poes Pluis en de mannen van de nachtwacht in een moderne uitvoering. Ik ga weer even slapen. Keel geslonken, meer lucht en een gerust hart. Welterusten.

 

Uncategorized

Zijn Dapperstraat

De tuin was uitverkoren door RTV Utrecht om  aan iedereen die daar belangstelling voor had, te tonen, waarom tuinieren zo fijn kon zijn. Ze kwamen gisteren opnamen maken. De reden was, dat het om een ateliertuin ging, waar ik, als het huis in goede doen is, schilder, verzen schrijf, aquarellen maak op de brede buitentafel en een beetje filosofeer midden tussen de bloemen en planten, onder gekwinkeleer van de vogels die er zitten, merel, mees en vink, graspieper en boomklevers. Dat vond ik een mooi gegeven. Niet alleen het tuinieren geeft voldoening. Alleen al er zijn is voldoende. De tuin is mijn eigen paradijs, ‘My womans cave’ zoals Mieke Siemons dat zo mooi omschreef. Het is geen hol waar ik  mijn prooi naar toe sleep, het is de plek om volledig tot rust te komen. Het zorgt voor balans.

046Domweg gelukkig

Ik was emotioneel gedurende de opnamen. Ik wist wat de oorzaak was. Maanden lang probeerde ik de oude al te bewegen naar zijn tuin te komen, die aan de mijne grenst, wat op generlei wijze lukte en nu stond hij ineens daar, te midden van zijn bostuin, om aan de opnamen deel te nemen. Ergens in mijn achterhoofd pratte een wolk van onvrede, een verongelijkt gevoel. Het klopte niet. Hij genoot al een jaar of twee niet meer van de tuin zoals het ooit was. Dat heerlijke oord van luieren in de hangmat, boeken lezen, een tikkie schoffelen tussen het opschietende gewas, hier en daar wat snoeiwerk. Langzamerhand had het onkruid de tuin over genomen. Hele spoken van kleefkruid groeiden tegen scheefgezakte bomen op en elke bloem werd gesmoord in hondsdraf en bosaardbei, tot ik het niet meer aan kon zien en het ben gaan opschonen. De bellen van elkaars tuinen bleven stil. Er was niemand anders dan ik om ze in beweging te zetten. ‘Klop, klop’ ging al lang niet meer op.

De opnames in de tuin van de oude waren in volle gang. Met het verstand op nul-hoe schakel je emoties uit-zette ik de ezel klaar, mijn op bosbes lijkende waterbellen, penselen, doekjes, foto’s. Een idyllisch tafereel in het struweel. De zon scheen, het was heerlijk stil toen ze me ging filmen en de vogels stemden in door goedkeurend hun trillers te laten horen. Eerst een toneelstuk met de oude, die aan kwam lopen en groette. Niet meer dan dat.

008.JPG De voorste boom is de appelboom.

Daarna kwam de literaire tuin aan bod. ‘De appelboompjes’ van Vasalis. Daar voelde ik hoe mijn gevoel uit de bocht schoot, maar dat kon ik verbloemen met het driftig roeren van de penselen. Daarna vroeg ze me het gedicht voor te dragen. Dat had ik beter niet kunnen doen. Ergens na de derde regel werd de keel dik, het gemoed liep vol en de woorden snoerden zich dicht. Ze vroeg naar het waarom van die emotionele uiting. Het gemis van de oude, schoot het door mijn hoofd. ‘De kinderen zei ik. Dat het leven eindig was en dat niet goed te praten viel voor mijn lieve telgen. Het roerde de juiste snaar. Om dat vermaledijde hart, dat niet had gedaan wat een hart doorgaans moet doen. Blijven tikken. Het had haperend gewag gemaakt van mijn te energieke leven. Het bracht een heel leven even tot stilstand. De kaarten moesten geschud en daarna kon ik weer door. Confronterend was de teloorgang van het onbezorgde. Alles kreeg betekenis. Tot aan de kleinste beweging toe.

water a la leonardoHet water spettert….

Ik schrijf liever, omdat het spreken me teveel raakt, dat piepen en gesmoord zoeken naar woorden, waardoor ik van binnen zoekend door mijn leven zou strompelen, als dat het enige was, dat ter beschikking stond. Maar er zijn de penselen die verwoorden en er is het toetsenbord onder mijn vingers. Daarmee komen de verhalen soepel en vloeiend en kost het me geen enkele moeite om onder woorden te brengen, wat diep van binnen bruist.

Het water spettert op mijn vermeende bosbessen, de zon schijnt, het gebladerte ruist en ritselt als ze weg loopt met haar karretje. ‘Dat is het enige dat telt’, denk ik, terwijl ze al op weg is naar de volgende. ‘Domweg gelukkig in de tuin’ niet meer en niet minder. Net als dichter Bloem in zijn Dapperstraat.

Uncategorized

Zeeën van ideeën, zwembaden vol

Aan de overkant van het tuinencomplex ligt de bomentuin van de buurman. Daar, in de luwte van het bladerdek, gefilterd licht, ligt een golvende zee aan wit. Robuust en teer tegelijk. Haar schoonheid is overweldigend. Wie haar nadert zal op de blaren moeten zitten, want ze brandt van zich af. Het is de reuzenberenklauw. Hoe hou ik van haar als ze zich ontvouwt en de bloem langzaam te voorschijn popt. Er huist daar geen mens. Derhalve is er geen gevaar in deze tijd van het jaar met al die bloeiende berenklauwen. Een zee van wit ter inspiratie. Zo ver als het oog reikt, wijds en wit.

Daar moet ik aan denken als we tijdens het thema water het werk van de jonge Hockney induiken. De doorschijnende stille kracht van het water, soms gekaderd, soms water zover als het doek reikt, een zee van blauw. Het brengt me terug naar de herfst van 2017. Portugal in de brandende zon, het zwembad vanaf mijn balkon. Het huis voor ons alleen. Hockney, alive and kicking, onder mijn blik. Zelfs aan het strand vind ik hem, als ik daar het smalle duin af kom lopen, waar het strandpaviljoen haar parasols en ligstoelen in formatie heeft opgesteld. Met een paar stappen ben ik in de jaren vijftig. Het is te koud, maar het zand is bijna wit, de zee is blauw en de parasols zijn popart geel in het vroege ochtendlicht.

Hockney-portugal

We gaan diep vandaag. Van Monet naar Hockney.  Kouder en omlijnder kan de duik niet zijn. Van een paradijselijk sferisch tafereel dompelen we regelrecht het plastic lollipop-zwembad in. Met  acrylverf zijn de tinten hard en onbuigzaam. Zijn eros krijgt de gestalte van gebruinde torso’s en markante kaken. Mijn associatie voert over de crawl-arm van kleinzoon regelrecht de teil in, via het jaren zestig plastic badje van Mieke. Een decennia daarvoor stond op zaterdag de teil klaar en waren we één voor één de klos, de zes broers en ik. Schurende handdoeken wreven met stevige hand het lijf warm en rood tot brandends toe. Lieflijk maar spartaans. Zoete broodjes werden niet gebakken.

De wereld boog en barstte. De weelde verschool zich achter het craquelé van de armoe. Mijn zoon zou rillingen krijgen van onze schuurpapieren handdoeken uit die tijd. De door wasverzachter wollige maatschappij maakt doetjes om zonder handschoenen aan te pakken. Badend in rozenwater of kamelenmelk. Verwend, in de watten gelegd, een zee van wit, zonder de blaren.

Hockney friemelt er perspectief in of schildert het plat, voegt suggestieve spetters toe, en laat lichaamstaal spreken, zodat woorden overbodig zijn. De boodschap is duidelijk. Ik wil een zwembad met een bolle buik à la de rondingen in de ontwerpen van Raymond Loewy. Een zwemmer met zo’n befaamde colafles in zijn hand en de strakke parasols erachter. De lijnen van de patronen in het water zijn scherp, zigzaggend, in ruiten, doorklievend, of golvend. Het snijdt door het blauw in wit of alle tinten blauw, die je maar bedenken kan. Indigo, azuur, ultramarijn, kobalt, wede, pruisisch blauw, egyptisch blauw, mediterraanblauw, oceaanblauw of hemelsblauw. Het zwembad zindert in de lome hitte van de dag. De vleugels van een Chevrolet en wufte sjaaltjes om de hoofden van de meiden houden zich koest achter het badhok. Het is popart in een mannenwereld.

Ergens trilt een fietswiel na, als iemand oververhit rennend een duik neemt en het water bruisend wit op laat spatten, het zwembad van Hockney naar Nederland-fietsland vertaalt. Een zee van wit wordt het niet. Wat zou het fijn zijn om in die menshoge reuzeberenklauwen te darren, onbegrensd en onbevreesd. Af en toe het hoofd boven het maaiveld uit, zwemmen in een deken van wit.

In museum Voorlinden kan je onder het wateroppervlak kijken van zo’n azuurblauw zwembad. Het is een ervaring op zich, die als je boven op het rimpelende water kijkt een perspectivisch onmogelijke zwemmer laat zien, uitwaaierend zonder benen die moeiteloos crawlend de neerwaartse kracht tart. Iets verderop achter het schot is de parasol los geweekt bij een tafereel van Ron Mueck. Die heeft de ‘Beach’ het leven gegeven in jaren, oud, gerimpeld en zorgzaam zit het echtpaar daar, onder de gestreepte parasol, tot in lengte der dagen.

Zeeën van ideeën, zwembaden vol.

Uncategorized

Pas op de plaats

Vandaag appte een vriendin. Ze was doodmoe, uitgeput, over alle grenzen. Had net een enerverende periode van zorg achter de rug en nu waren de kaarten geschud en een en ander weer goed geregeld. Dan zit je thuis en ontmoet ineens je uitgeputte zelf. Wat heerlijk voor haar, dacht ik, dan kan ze weer eens helemaal aan zichzelf toe komen en haar krachten bundelen. Mijn moeder noemde dat ‘Pas op de plaats’. Even stilhouden, energie verzamelen en door. Je reinste Zen.

Vermaledijde vermoeidheid of helende rustperiode. Dat laatste denk ik. We zijn voortdurend in het leven aan het balanceren. Dat is wat anders dan compenseren. Daarbij moet je iets inhalen en dat is een ratrace tegen de klok. Bij het eerste kan de energie even volledig bij jezelf liggen. Het werkt bevrijdend.

Zondag kwam ik langs het beeld ‘Rond’ van Armando bij slot Zeist. De cirkel is het symbool van het leven. Doorgaans is het zware en donkerte van zijn beelden zo opvallend in mijn beleving. Ik bewonder ze, om de robuustheid en de durf, om het ten toon spreiden van die schaduwkanten van het leven, dood en verderf. Alsof ongecontroleerde moeheid en emotie in volle glorie getoond mag worden. Het is mijn eigen perceptie. Niet meer dan dat. Beelden en schilderijen van Armando doen dat met mij. Roepen mijn verdriet op, mijn zwaarte van het leven, met als uitlaatklep de pure bewondering. Dat is wat kunst vermag.

armando

Er is geen grotere discrepantie dan dat van de schaduwkant en de schoonheid in de kunst. Verdriet heeft de neiging om in een hoek te kruipen of in dramatische vormen, handen wringend, verdrinkend in het eigen leed, naar buiten te kruipen, maar hier is het omgezet in kracht en daad.  Zelden is er balans in het uiten van die gevoelens, maar als ik naar de beelden en de schilderijen van Armando kijk, daalt er een welkome rust over me heen. Hier hangen en staan mijn donkere diepten, onpeilbaar, maar onmiskenbaar een deel van mezelf. Daar zit verdriet bij en angst, onzekerheid en bovenmaatse inspanning om de zaken op orde te houden. Hier staat het heilige moeten, waar ik me nu zo aan het ontworstelen ben. Wat een zegen voor de mensheid dat we in de nadagen van het bestaan eindelijk bij onszelf mogen komen, te mogen mijmeren in een tijdloze ruimte, de stilte die neerdaalt en meer dan dat wordt.

composthoop

Als ik nu in de tuin bezig ben en me een doel stel, bijvoorbeeld de compostberg aanpakken, dan is het een mooi en gekaderd, prettig begrensd doel. Het wordt niet meer dan wat het is. Daar zit kalmte in. Energie opstuwen tot een hoogtepunt en weer neer laten dalen. Dat laatste vooral. Had het van betekenis kunnen zijn voor mijn voortvarende aanpak van vroeger, waarbij ik over alle grenzen heen, nog letterlijk meer hooi op de vork nam, zodat het compost mijn neus oog en oren uit kwam en ik daadwerkelijk overlopen werd. Destijds had ik er de rust niet voor gehad om het te horen.

Gisteren heb ik de berg, letterlijk en figuurlijk, voorlopig begrensd. Straks als de energie daar is, ga ik de berg slechten. Het leven leven, de beperkingen opheffen, de geest zuiveren en leeg maken. Vullen met zin en zon, met woord en gedachte, met gevoel in zeeën van tijd. Ziedaar het grote voordeel van het ontworsteld zijn aan het heilige moeten. Dat keerpunt. En juist omdat het een keerpunt is, is de impact vele malen groter. Deze wens is de vader of moeder van mijn gedachte voor eenieder. Pas op de plaats.

 

Uncategorized

Het werkt altijd

Gisteren had ik met twee zussen een gesprek over ervaringsgericht onderwijs en hoe moeilijk het is om door te geven aan een doelgroep van pedagogisch medewerkers voor de groep van 0 tot vierjarigen, die vast zitten in het opgelegde stramien. Ik dacht dat het mogelijk was, ook al werk ik  vanuit mijn specialisatie met kinderen van vier tot en met zes jaar. Ervaringsgericht denken is een knop om zetten. De bezwaren die gemaakt worden, zijn bij elke doelgroep hetzelfde. De beren op de weg heten: ‘Geen tijd, er wordt al zo veel van ons verwacht, we hebben een hoog zorggehalte, de strikte voorschriften van de GGD, en de kinderen dan’. Noem het aantal argumenten maar op, er zijn er nog veel meer te verzinnen. In de auto terug met zus uit het speciaal onderwijs filosofeerden we verder over deze materie.

egoAlles is te gebruiken

Ervaringsgericht onderwijs is overal toe te passen en op elk uur van de dag. Het wil slechts zeggen dat je het zorgvuldig opgebouwde dagritme verrijkt met een denkbeeldige koffer aan materiaal naast een leerrijke omgeving. Het is associëren en in mogelijkheden denken en bij elk voorwerp weten, dat kinderen daarmee aan de haal zullen gaan. In feite laat je het thema of het verhaal mee lopen met het dagelijkse aanbod. Als een kind binnen komt met een beleving, bijvoorbeeld dat ze een molshoop gezien hebben, dan komt de dag centraal om mol te staan. Eerst maar even naar buiten om het met eigen ogen te aanschouwen en te ontdekken waar een molshoop van gebouwd is. Bij het voorlezen een verhaal en fantaseren wat mol zou doen, tijdens het eten molarmpjes die het eten naar binnen werken, bij het buiten spelen de gangen van mol graven, bij het werken een mollengang, mollenhuis, mol zelf met fluwelen vachtje om een wc-rol, aan de slag met molpotten en pannen, molsla, bij het voorlezen mol en pier en bij muziek het mollenlied ‘Onder de grond’.

ego1materiaal om techniek te ondersteunen

Een hele dag in het teken van de beleving van het kind dat een molshoop heeft gezien en er vol van was. Na een dag zijn ze diep in de wereld van mol gedoken en hebben het nergens anders meer over. Het schoonmaken van de tafels, de groep, kan leiden tot een gesprek hoe Mol zijn gang schoon zal houden. Met behulp van zijn snuit. Hilarisch om je eigen gang schoon te houden met behulp van je snuit of met je graafpootjes, probeer het maar eens. Zodra ik een thema hoor, zie of ontdek, ontsluit zich die wereld aan mogelijkheden. Om dat te bereiken is het zaak de knop te vinden, die de hele leeromgeving  in een ander licht zet, in de wereld van het kind, zonder het te willen begrenzen naar de maatstaven van de volwassenen.

ego2land van groen: Schrijven en beeldend

Vanaf het prilste begin van onze jaren in de onderbouw zijn we gestart met het maken van een grote en uitgebreide knutselhoek. Alles wat we gaande weg tegenkwamen op ons pad, thuis, in de winkel, op straat, in de kringloop sleepten we mee naar ons ‘hol’. Dat groeide gestaag. We hadden het overzichtelijk in grote doorzichtige plastic snoeppotten gestopt, zodat het lokkend stond te schitteren in de vensterbank. Alles wat er aan techniek bij kon helpen was ook voorradig in de laden met duidelijke picto’s van de inhoud erop. Individueel of in groepsverband konden ze los. Alles is aan te grijpen om tot thema om te buigen, van een kromme spijker tot een schaduw op een zonovergoten dag, het verhaal schrijft zichzelf. Bijvoorbeeld onderzoek doen naar klokken na het sprookje de wolf en de zeven geitjes, speurtochten naar waterleidingen en rioolpijpen bij een miniproject water met handpop de waterdruppel en die construeren, kastelen bouwen van karton, zo groot als je zelf bent en getekende ridders en prinsessen(elkaar omtrekken) bij de deur als de koningin jarig is.

ego4Kastelen van karton

In de huishoek kwamen de verhalen los, op de vertelstoel de bevindingen. Later kwamen de reflectiekringen erbij waarmee de dag zo zinvol werd afgesloten. Wat, waarmee, waarom, waarvoor en dan…Volg kinderen in hun ontwikkeling en zorg dat je zelf in de pas blijft lopen. Dat is EGO. Verwondering, welbevinden en een leerrijke omgeving voor 0 tot 80. Het werkt altijd.

Uncategorized

Langtoetoet.

‘Ga toch slapen klein zusje, ga toch slapen klein zusje, je moeder is niet thuis en je vader is niet thuis, ga toch slapen klein zusje…’

Het liedje van lang geleden. Twee meiden kwamen een voorstelling geven in de groep. Ze hadden allerlei instrumenten bij zich en dit grappige lied. Af en toe kwam er een schuiftrompet voorbij, dat was de Langtoet, Ze liepen achter elkaar  aan en zeiden als in een mantra: Langtoetoetoetoet, langtoetoet, langtoetoetoetoet langtoetoet De kinderen genoten en ik ook. Wat een mooie combinatie. Instrumenten, een klimrek en fantasie. Klaar is de verwondering.

Het speelt door mijn hoofd want het is wakkernacht en waar vroeger de wakende engelen met mijn moeder mee door het hoofd zongen, zingt langtoeter nu.  ”s Avonds als ik slapen ga, komen mij veertien engeltjes na.’ Geknield op een kleedje voor het bed, de ogen stijf dicht, zodat er lichtvlekken in alle toonaarden ontstonden, schaduwspel bij het schaarse licht dat zich verspreidde over de twee stapelbedden in de kleine kamer.

prentenboek engelenOnze ‘bijbel’

De heilzame werking van het idee dat geesten de wacht hielden is opmerkelijk te noemen. Je zou er zo een stel demonen van kunnen maken. Ons rotsvaste vertrouwen in de waarde van de liefdevol vertelde katholieke sprookjes, de mooie prentenboeken erbij, zoetgevooisd in een omfloerste fondante kleurrijke wolk, bracht even rust in het woelige leven en zette de duivel en haar vurige vlammen in het hokje ernaast, stevig omkaderd, vast. De griezel zou door geen cordon engelen breken, daar zorgde moeder wel voor en beer, die ik in stelling bracht

Halverwege wakkernacht sluit ik de ogen en slaap in, door vermoeidheid overmand om ’s morgens pas te ontwaken. Het viel dus reuze mee. Langtoeter heeft kennelijk de slaap erin gemarcheerd en werkte zoals vroeger de engeltjes, maar vooral de stem van mijn moeder. Datzelfde lied zong ik voor de kinderen. Als ze alle vier op bed lagen, de tweeling beneden en de meiden op zolder in hun met sari behangen kleurrijke wereld, hing ik de was op aan het eind van de dag. Eerst was er het maantje, dat tuurde en gluurde, Maria zat bij de ‘Rosenhag’ en als het even meezat, kwam na die klassieker vervolgens de engelen, die door de tand des tijds op feeën leken met een suikerlaag, dat een Little Pony niet had misstaan. Bij de allerlaatste noot waren ze in dromenland en de laatste sokken opgehangen. Drie vliegen in een klap.

Hoeveel nachten heb ik wel niet gewakkerd. Als vaste wacht, zeven nachten op en zeven nachten af. Heerlijke bevrijding bij het naar buiten lopen onder de poorten van het Akademisch ziekenhuis in Leiden door, waar alle dagplegen  naar binnen liepen.  Later, de gebroken wiegende uren bij de ontroostbare telg in de wieg, en het talken bij de krabbende garnalenvingers over een waterpok. Maar ook bij het hangen boven de studieboeken om na de zoveelste middeleeuwse tekst er ineens achter te komen dat de dag al aan het gloren was en de stramme knieën smeekten om een warm bed. Hazenslapen tot de kinderen zich zouden roeren.

Altijd waren er verzen, Vasalis en Annie.M.G, paraat om eigen ogen of die van anderen te sluiten. Soms letterlijk en dan kwam de slaap een lange tijd niet, omdat de zin van het leven aan mijn denken trok. Dat laatste dat zo aanwezig is in deze dagen vol tijd en duur.

De langtoeter is het roze olifantje. Die houden we er in om des avonds, als het woelen de overhand neemt, stil te vallen onder het staccato marspatroon: Langtoetoetoetoet…langtoetoet!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Kroegentaal voor gevorderden

Bierviltjessessie. Het komt niet uit mijn portefeuille, maar het is ooit in het leven geroepen door Renate Dorrestein, toen ze als schrijver op Locatie aan de VU verbonden was. Dat laatste: ‘Verbonden’ is in de meest letterlijke zin van het woord op te vatten. Ze maakte letterlijk verbinding met haar studenten en ze zocht naar wegen om hen met elkaar in verbinding te laten komen. Daarvoor had ze onder andere de digitale klaagmuren in het leven geroepen en de bierviltjessessie. Beiden monden uit in eenvoud en doeltreffendheid.

Het staat, waar meer verhalen van mijn hand deze weken een impuls hebben gekregen, in haar laatste boek ‘Dagelijks Werk’ beschreven en is op die manier bewaard gebleven voor de eeuwigheid. Het is een variant op de sessies die ik heb meegemaakt bij de samenvoeging van een nieuw team uit twee bestaande scholen. We zaten in een binnen en een buitenkring en moesten elkaar binnen een tijdspanne van een minuut vragen stellen en een ander moment naar levenservaringen vragen.

bierviltje

Het verschil met de bierviltjessessie is de manier van de reflectie erop. Bij de sessie vervliegen de woorden of verweven zich met een ander verhaal. Bij de viltjes vertelt iemand naar aanleiding van vragen in vogelvlucht een belangrijke gebeurtenis of een korte samenvatting van het leven en wordt het in steekwoorden opgeschreven op bierviltjes met de bedoeling dat het verhaal zich doorverteld en mensen er hun eigen levensthema’s in herkennen. Een verdieping in de kennismaking en een verbinding voor het leven filter ik uit het gegeven. Al die bierviltjes naast elkaar op een grote muur zou herkenning  en erkenning zijn en geven van al die bestaande levens. Hoe gaaf is dat.

204.JPGMuseum Voorlinden: Shilpa Gupta ‘Everyday art’

De digitale klaagmuur werkt als een dagboek, schrijf je problemen anoniem van je af in dat studentenparadijs, juist om elkaar te vinden in de onzekerheid, de twijfel, de bibberende vleugels die uitgeslagen worden. Een podium voor de angst. Iedere schrijver, blogger of dagboekenspecialist zal zeggen, dat die weg al zo oud als Methusalem is. Maar in het digitale tijdperk van haar studenten ondervond Renate vooral de twee duimen op het mobieltje en de doppen in de oren. Ziedaar de tegenwoordige mens. Niet meer in verbinding, dus is de drang om ze te leiden groot.

0681.jpgMuseum Voorlinden: Annette Messager: Mes Voeux

Stel je voor, dat je in een reis met de trein bij elk setje, dat in het niets zit te staren, een oortje zou verwisselen. De consternatie alleen al is voldoende om elkaar te ontmoeten. Renate verbind ons over haar grenzen heen. Dat is knap. Ze heeft met haar visionaire blik vast en zeker voorzien dat de verhalen die ze heeft opgeschreven ons gevangen zouden houden in een denkproces, waarover je wel moet praten, schrijven, filosoferen. Ze haalt bij haar idee om te vragen Sonja Barendt aan die altijd orakelde: ‘Van vragen wordt je wijs’. Hoe, wat, waar, wanneer, waarom zijn de sleutelwoorden die je nodig hebt om dat persoonlijke verhaal uit te diepen. Het zijn dezelfde sleutelwoorden, die ik gebruikte bij de reflectie op het gemaakte werk van de kinderen. De ene vraag roept de andere op, stelt Renate vast. Niets is minder waar en het concept werkt als een rode draad.

Al die verhalen van ons geboekstaafd op een bierviltje of in een klassieke klaagmuur in een nieuwe jas. Het is niet nieuw, wel een originele en aansprekelijke vorm en meer dan dat, het is herkennen en erkennen en bovenal verbindend. Het is kroegentaal voor gevorderden

 

Uncategorized

De tijd zal het leren

Gisteren wandelde de kans om te verrassen en een zelf verzonnen overrompelingstechniek uit te voeren parmantig aan me voorbij in een uitgelaten rij. Twee aan twee liepen ze, stilstaand, trekkend, huppelend, babbelend. Mijn partner in crime voordat ik werd uitgeschakeld, maande ze met de blik van een ervaren rot aan om door te lopen, omdat die blauwe auto hen daar de kans toe gaf. Ik zat achter het stuur en werd niet herkend. Zo ging de ex-collega op in het stellen van de hoogste prioriteiten en de kinderen in het kennelijk in vooruitzicht gestelde uitje.

036Schatten zijn het.

Toen ik de vertrouwde koppies zag, ging er een schok van aandoenlijkheid door me heen. Ik heb hetzelfde bij alles wat, zeer recentelijk, herinnering is geworden, met name omdat ik weet, dat ik niet meer deel uit maak van het proces van groei tot ontgroeien van hun voedingsbodem. Dat voelt gek. Ik hou van mijn kinderen, van al mijn kinderen en als je rekent dat dat dertig jaar lang ongeveer groepen van rond de 25 kinderen zijn geweest, dan is het een respectabel aantal. Bij elkaar zo’n 750 zielen, die ik heb mogen helpen kneden en vormen in de basis. Dat wil wat zeggen. De sociale media zijn onontbeerlijk om te kunnen blijven volgen. Niet allemaal natuurlijk, maar een aantal. Stemmen uit het verleden die weer lichtend vorm geven aan hun bestaan en aan het mijne in die gouden tijden van weleer.

Het vraagt wel om een volgende missie, betekenis geven aan het leven om je heen in een ruimte, die dicht bij je ligt en waardoor je gevoed zal worden en tot nieuwe inspiratie komt. Het kan niet zo zijn dat een boek, het schilderen, een museum of de tuin daar voldoende rekenschap aan zal geven. Ik heb meer nodig. Interactie. Natuurlijk met de zussen en vriendinnen, maar nog meer dan dat. Is het tijd om achterover te leunen en terug te kijken op een rijk leven of is het een teken aan de wand dat er nog meer in het vat zit en het niet is uitgeschonken tot op de bodem.De factor ‘zorg’ trekt.

mueckRon Mueck

Ik voel me nog te jong om tot totale versterving over te gaan. De vegetatieve staat van zijn van een aantal ouderen, leeftijdgenoten, benauwd me. Ze leven op bij bezoek, of juist niet, spelen patience en houden deuren gesloten, richten zich op structuur in tijd en verbeiden in narrigheid of verbittering over de wereldse ontwikkelingen. Dat zou op zich allemaal in orde zijn, want ‘leven laat leven’ als geluk niet aan hen voorbij is gelopen. Geen woord rep ik er over. Wie zijn wij om de waarden van een ander af te nemen. Zelfs de verbittering kan het hoogste gespeelde en gewenste drama zijn en de lol daarom.

051Marc Sijan: Cornered 2011

Verdrietig word ik ervan als het onmacht is of onkunde, als het een aftakeling is tegen wil en dank, die zich heeft ingezet. Waar ligt de grens van het erkennen van het onmachtig zijn. Natuurlijk schrijf ik dit op, omdat het zich dicht bij me aan het voltrekken is en er mensen zijn, die dat uit liefde niet zien, terwijl het een aantal anderen zo glashelder schijnt. Het zijn zulke invoelbare emoties. Het vasthouden van het oude beeld, de opleving uitvergroten tot het normale bestaan, de ogen sluiten voor de minuscule en grotere veranderingen. Kracht is er nodig en groei in het aanvaarden van de onvolkomenheid van dat doen en laten, voor het bijten der jaren in de gezonde mens en het bijstellen van de optiek. De tijd zal het leren.

 

Uncategorized

Water onder de brug

Nog steeds aan het lezen in het boek van Renate: ‘Dagelijks werk’ en ieder hoofdstuk geeft aanleiding om de radertjes bovenin weer eens aan het werk te zetten. In het hoofdstuk van Geldzaken uit 2002 schrijft ze: ‘Als er maar genoeg tijd verstreken is, laat vrijwel elk drama uit je leven zich in twee of drie kalme zinnen navertellen. Al die emoties, die tranen, die slapeloze nachten…Je had ze jezelf net zo goed kunnen besparen, want na een paar jaar is alles water onder de brug.’ Relativeren is een kunst op zich.

Mijn moeder en mijn oma hadden er onmiddellijk aan toegevoegd: De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Daarbij hadden ze hun bedachtzame blik opgezet. Doordringend, vorsend ook, om te peilen hoe de uitdrukking zou vallen. Bij elk protesterig ‘Ja maar’ volgde een weloverwogen weerlegging, die niet zelden uitmondde in een nieuw gezegde. Ze waren mijn Orakel van Delphi après la lettre, als filosofen hun tijd ver vooruit.

De Pythia door John Collier

Renate haalt een waarheid aan, die niet te weerleggen valt. Als je maar lang genoeg wacht, strijkt de tijd de onwillige plooien glad. Verdriet, woede, wantrouwen verzachten met elke dag dat de emotie verder weg ebt. Soms zelfs zo dat je ineens op een punt bent aangeland, waarop de schrijnende pijn nog slechts oproepbaar is en niet meer als constante voelbaar.

Er zijn een aantal schrijnende verliezen voorgevallen in mijn leven. Dood wandelde voortdurend met me mee, omdat ik als een inktlap van vroeger, het verdriet opzoog als pure blauwe inkt, de vlek vergrootte en me het schuren van het verlies eigen maakte. In die vijver doopte ik vervolgens de inkt en schreef er dagboeken mee vol. Romanticus in de dop. Ik was een puber en vol uitwaaierende emoties, de Duitse taal kent die prachtige uitdrukking: Himmelhoch jauchzend zum tode betrübt”. Dat was ik en bleef ik tot in lengte der dagen

cropped-0011.jpg

Opa, oma, vrienden op jonge leeftijd, later vader, moeder, de vader van de kinderen ze gingen allemaal dood. De heftigheid is er af, inderdaad is het water onder de brug, de pijn opgegaan in het leven. Het gemis is gebleven. Net als de bijtende scènes bij het opheffen van de vriendschappen, verbonden die gesmeed leken voor het leven en die toch een einde vonden, een achtbaan aan emoties, zo hoog, dat het niet ooit te overstijgen leek door enig ander gevoel en toch kabbelde het ten leste een beek in, een meer, stilstaand water.

De muziek van de Dijk spreekt me daarom aan. Huub van der Lubbe penseelt een palet aan emoties in de kleuren van alledag. Ze zongen: ‘Niemand in de stad’ en daar maakte het water zich druppel voor druppel weer los, de doden kregen contouren, werden weer namen. Het zorgde er voor dat de pijn oplichtte voor zolang het nummer duurde en de woorden stroomden. Het mocht er zijn, gevangen in het lied, verzachtende ontlading.

050.JPG

Het komt allemaal langszij door die paar regels van Renate in een hele andere context. Ze werpt me jaren terug en leid me ‘het leven is lijden’ door tot het punt waarop ik, nu in kalm vaarwater, alles een plek weet te geven. Uit voorbehoud om het aangedane hart te laten rusten en omdat alles wat ooit zo belangrijk leek door de tand des tijds niet meer is dan dat. Een paar kalme zinnen en water onder de brug.

 

Uncategorized

Daar is alles mee gezegd

In het ‘Dagelijks werk’ van Renate Dorrestein komt een hoofdstuk voor dat handelt over de aspirant-schrijver. De schrijfster verhaalt dat ze ontelbare manuscripten opgestuurd heeft gekregen en dat ze met regelmaat ook mensen moet teleurstellen, net als de uitgevers, waar het desbetreffende stuk al eerder langs was gestuurd. Ze memoriseert zichzelf als : De vernietiger van dromen. Dat dit haar onder het tanden poetsen te binnen schiet, zegt alles over de orde van belangrijkheid. Ze heeft maar een eerste eis voor aspirant-schrijvers. ‘Het vermogen om kritiek te accepteren’. Dat is er een van levensbelang.

001Eindeloze oefening

Omgaan met teleurstellingen is iets wat je al doende leert. Door het leven zelf en de eigen rol daarin. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is het volgen van de ontwikkeling van het kind. Hele discussies heb ik aangezwengeld met ouders over de belangrijkheid van het stapelen. Eindeloos konden kinderen in de knutselhoek bezig zijn met stapelen van alles wat voorhanden was om dat met veel lijm en liefde, vooral dat laatste, aan elkaar te plakken. Als daarbij de berg steeds weer uit elkaar valt omdat de lijm niet deugt, moet er gezocht worden naar de juiste kleefkracht van bijvoorbeeld sterke lijm. Dus een beetje van jezelf en een beetje van het gereedschap. Ook de constructie kan niet deugen. Als je met een doosje begint en je wil er een grotere rij bovenop plakken zal het ook instorten. Door steeds alert te blijven en te vragen wat ze ontdekt hebben, wat wel werkt en wat niet, waar het aan ligt, wat er tegen te doen is om het op te lossen, groeit het inzicht. Teleurstellingen hebben alles te maken met het verwachtingspatroon dat het zicht op het inzicht in nevelen hult. De wens is de vader van de gedachte” hoor ik uit het verleden en zie de opgeheven vinger erbij.

025reflecteren kan je leren

Mijn reflectiekringen waren de basis van het hele onderwijs. Het leerproces kreeg zin door het open vragen stellen, door ruimte te geven aan de gedachte, door samen te filosoferen over oplossingen. Ergo, door het inzicht te vergroten en nieuwe manieren te vinden om de volgende stappen te kunnen zetten.

Je zou er vanuit mogen gaan dat het gesneden koek is als we groter groeien. Niets is minder waar. Het blijft een emotionele kant met zich meedragen en die laat zich niet snel onderschoffelen door kritiek. Waarom is men teleurgesteld als er afgewezen wordt, wat er gecreëerd is? Omdat het gevoel overheerst als persoon afgewezen te worden. Het is wat anders dan afgebrand worden, maar het ligt wel in diezelfde orde van grootte qua gevoeligheid. Onbegrepen reist men verder, om daarbovenop dezelfde fout te maken, omdat de kritiek niet binnenkomt.

035

Renate schrijft een brief naar een van die aspirant-schrijvers wat een bittere teleurstelling zal hebben opgeleverd. Toch zegt ze nergens dat de vrouw niet kan schrijven. Ze heeft het voornamelijk over de keuzes die er gemaakt worden om het verhaal pakkend te maken. Helemaal aan het eind wordt de deur geopend voor een nieuwe versie van het verhaal, met wat tips en mogelijkheden.  Dat laatste wordt vaak opbouwende kritiek genoemd. Ik zou, bij alles wat ik schrijf, een klein criticus op mijn schouder willen hebben zitten, met dezelfde vragen als in de reflectiekringen op school. ‘Waarom doe je dat, heeft het effect, zo niet kan je het een andere wending geven, waarmee het meer effect beoogt’. Enzovoort. Misschien zit ze er al lang. Fluistert ze van alles in mijn oren en boort vooral de kwaliteiten aan. Nu zegt ze: Omgaan met teleurstellingen is deuren openhouden voor mogelijkheden. Daar is alles mee gezegd.

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Als je er bij stil staat

Iedere keer als mijn lieve vriend uit Washington zegt wat hij meeneemt voor zijn dierbare thuisblijvers, wordt ik alleen al verliefd op het woord en nog meer op de manier waarop het uitgesproken wordt. Met zijn sonore timbre laat hij me weten ‘stropwaffels’ mee te nemen. De aanzet van het woord is rond in navolging van de o-klank, de waffels dragen een belofte aan hemelse zoetigheid met zich mee, waarbij de a het midden houdt tussen o en a. Op die manier wil ik wel honderd keer ‘stropwaffels’ eten. De oude probeert er een juiste uitspraak van te maken, maar het komt niet overeen met de smeuïgheid. Als de nadruk wordt gelegd op stroop krijgt het een calvinistische bijsmaak en is de zoetigheid verdwenen.

Niets is leuker om , als je Nederland gewend bent en weer terug gaat naar je land, de eigenaardigheden mee te tronen. Voor de vriend is dat winegums, want hij heeft ook lang in Londen gezeten en stropwaffels. De blik alleen al is hemels bij de herinnering aan de smaak en zeker als je het binnen de eigen landsgrenzen onbegrensd kan smikkelen. Smaken laten zich dat maar een keer zeggen en vergroten uit tot engeltjes die over de tong zweven. Vriend heeft gelijk en de oude natuurlijk ook, maar we gaan niet aan puriteins Nederlands doen als dat de smaak bederft. Zelfs drop klinkt koddig in het jargon van de vriend.    

Herinnering: 18 jaar geleden liepen we door New York. De Twintowers stonden nog gebroederlijk naast elkaar en ik schoot foto’s van een bruid die daar de achtergrond voor de bruidsreportage van maakte. Eekhoorns draaiden als duiven om ons heen en de zwervers hadden op gemiddeld bijna elke bank in het park hun thuis gemaakt met plastic zakken en een goed gevulde vuilnisbak in de buurt. De oudjes in de drukke stad werden voortgeduwd door Nannies, jonge vrolijke meiden die samen uit wandelen gingen, twee oudjes in de rolstoel ervoor. Alsof ze met de babies rond dartelden. De gesprekken gingen dan ook over de hoofden heen. Nooit zal me dat overkomen, beloofde ik mezelf, in de bloei van mijn leven en met jeugdige overmoed. In een van de drukke winkelstraten viel een klein winkeltje in het oog. Het was een dropwinkel. Voor tien gulden, destijds nog, konden we een ons drop kopen. Wow, hoe kwam ik als fervent liefhebber aan die mazzel. Hoe duur betaald ook, een ons werd van mij.  De smaak werd er door versterkt, ook al haalde het bij lange na niet mijn lievelingssoort drop: Zacht en groot. Pinpassen of Klene’s grote om maar een zijstraat te nemen. Dit waren harde kokindjes en munten, maar hé, drop.

Stroopwafels

Bij de vriend ligt het anders. Hij is in den vreemde verliefd geworden op de lokale lekkernij en dat moet mee, omdat het niet te krijgen is in NY. Het gesprek ontspint zich op het moment dat we ons te goed doen aan pannenkoeken, die andere heerlijkheid van eigen bodem. Weliswaar met een Italiaans tintje voor mij met de mozzarella en de rucola, maar de mannen gaan over op de ouderwetse variatie met spek en stroop. We spoelen het weg met een witte wijn omdat de rode op is, vanwege de drukte van de kanaaltrots afgelopen weekend. Dat  kan alleen hier, waar de oude contouren van de kelders zich weerspiegelen in het water en de zon bleekjes doorbreekt op de dun bevolkte terrassen. Binnen is het warm, geen muziek, jonge studenten en een muntkelder met lekkernijen. De wijn vloeit rijkelijk en de stropwaffels dragen het gesprek. Met vriend en de oude en de enige echte lekkernijen. Het is goed toeven, als je er bij stil staat.

Uncategorized

Straks zal er een antwoord zijn

Het was een bijzonder rare droom en het opmerkelijke was, dat ik hem al eerder gedroomd had. Ik was in een huis, dat qua grootte meer weg had van een museum of een bibliotheek. In de kamer beneden zou het een gemoedelijk tafereel hebben kunnen zijn, als er geen zwarte magie aan de orde was geweest. Ze was niet helend, niet verrijkend maar in staat om alle mooie voorgaande gebeurtenissen en handelingen te niet te doen.  Er waren gruwelijke beelden bij, waar ik langs liep maar letterlijk, ook in de droom, de ogen voor sloot. Die laatste beelden kon ik herleiden uit een recentelijke detective. De magie, waar voortvarende jeugd en ouderdoms-weerleggen in samen viel,  bleef hangen in de ruimte. De onrust broeide in mijn nek, nat en klam. In mijn verbeelding zag ik de net geverfde henna in de haren zich als een olievlek uitspreidde over het witte kussen. Ik schrok wakker met kloppend hart. Dat hart dat het nog steeds niet helemaal naar behoren doet en waar ik maar niet de vinger op kan leggen.  ‘Een bloedend hart’, om met BLØF te spreken

001In de Henna.

Ik verlangde naar een onbezorgde nachtrust. Zo een waarbij de overgang van avond naar ochtend tijdloos verloopt, aan een stuk, zonder de vele onderbrekingen van de laatste tijd. Met of zonder dromen, maar zorgeloos, zonder kwalen. Het hoofd bleef maar registreren qua onvolkomenheden. Dát denken te stoppen. Ik viel weer in slaap, met Poes Pluis vertrouwd en zorgzaam in de holte van mijn knieën.Ik droomde een tweede keer. Over een belangrijke internationale vrouwenbeweging, waar ik niets van af wist. Men keek me bevreemd aan, maar als ik durf te vragen, waar het voor staat en wat de doelen zijn, beamen ze ten leste dat er te weinig publiciteit in Nederland was en dat er meer mensen zijn, die geen idee hebben over de inhoud. We gaan op pad, een publiciteitscampagne. Dik gearmd, vriendinnen. Tot een van de topvrouwen aangeeft het niet meer aan te kunnen, de druk van buiten af is te groot. Ze besluit het leven te laten. Diep bedroefd, maar zusterlijk dragen we het grote verlies. Ik word wakker met de tafel op het netvlies, waaraan het laatst gedineerd is, nu met dochterlief. In het echt met de zussen gisteravond.

carlijn mensBlinde vlekken

Als ik aan het overpeinzen sla en de vrouwenbeweging weer in mijn herinnering schiet, roept het zo’n warm gevoel op, dat ik me moe maar voldaan voel met een randje.  Droom met een boodschap. Alles is te doorgronden als je het ongewisse durft op te heffen door te vragen. Onwetend zijn is niet erg maar doen alsof je het weet, of met stomheid geslagen willen blijven, zorgt voor de blinde vlekken in het hoofd. Het blijven zoeken naar de betekenis, het genuanceerde denken, geeft voldoening. Ineens weet ik waar de droom vandaan komt. Na een overpeinzing over een gesprek met de zussen waarom mensen handelen en wat dat zegt over hoorder en toehoorder, bracht het mij op het thema van de nuance. Daar ben ik mee aan het vlechten gegaan met als resultaat deze mooie beelden en de diepere gedachte. Ze strengelen zich voorlopig voort. Straks zal er een antwoord zijn.

Uncategorized

We komen er aan

Waar het woord het eerst opdook binnen de conversatie weet ik niet. Het had een metaalachtige bijsmaak. Je zegt het en nog eens en weer een keer en het wil zich maar niet voegen naar de geest. Sommige woorden doen dat. Er gaapt een onoverbrugbare kloof tussen de werkelijkheid en het woord. Toch gaan we het doen.

116

Ervaringen van jaren hebben zich geprobeerd te mengen met de vreemde aanduiding. De meest verschrikkelijke ontberingen op kampeergebied hebben zich aan mij voltrokken. De ijzig koude nachten in Denemarken en Zweden uit de jaren zestig. Het legertentje met de knopen en zonder grondzeil, waar het water een weg vond naar de rugzakken en de haastig opgehoogde  en opgetaste kledingstukken. De bloedworst, die naar metaal smaakte met een vampierachtige afdronk. De macaroni met tomatensaus als enig overlevingsmiddel omdat we anders de zes weken niet vol konden maken, die we liftend en eindeloos wachtend doorbrachten in de prachtige natuur en langs de lange, lege wegen. De eindeloze verliefdheid die als een warme deken over alle activiteiten heen lag en waar zelfs de zee vol met kwallen geen afbreuk aan kon doen in het prachtige Arhus. De rode harten die samensmolten in het formica van het meubilair van het gemiddelde wegrestaurant, de grond die zacht werd van liefde, ondanks de dennenkegels en de distels, het stampen van het schip dat in zeeziekte verenigde, samen misselijk, een grotere liefde is er niet.

Of die keer dat we dwars door Spanje heen trokken. Te beginnen bij San Sebastian en te voet en sommige stukken per trein de dorre droogte van het land en de extra rugzak aan hitte  trotseerden. Daar leerde ik olijven kennen in combinatie met de paprika en de knoflook, druipend van de olie, met de smaaksensatie van simpel zeezout en peper. Niets was heerlijker. Alle engeltjes van het luchtruim zweefden over de tong. Honger maakt zelfs rauwe bonen zoet. Geen angstaanjagende blaffende zwarte hond in een van de verlaten en uitgestorven dorpen of het gezoem van de muskieten boven het aardappelveld te Guadelajara, waar we aan de rand de slaapzak hadden uitgerold, konden het eufore gevoel verwoesten. We waren Die Hards in het kamperen.

IMG_9675

Jaren later was er een studiereis voor de drie jongste jongens. ‘Hoe leer ik survivallen ten tijde van luxe en gemak.’ Ik had ze meegenomen naar Italië en ze zwoegden om de haringen niet als kromme staven in de keiharde grond langs de kust bij Genua te slaan. Het zweet droop van de gebruinde koppies. Twee sheltertjes, wat luchtbedden en een beperkte rugzak met kleding was onderdeel van mijn Spartaanse cursus. Als beloning kregen ze de prachtige Duomo, toevalligerwijs in het stralende zonlicht en de godentroon bij uitstek, de voetbaltempel in Milaan op een presenteerblaadje. Kamperen was niet voor watjes, maar voor echte mannen en vrouwen van stavast. Aan mijn opvoeding zou niets ontbreken.

Zo heb ik aardig wat ontberingen doorstaan en tegenslagen getrotseerd. Een heerlijke tijd om op terug te kijken en te mijmeren. ‘Weet je nog…. toen we jong en in de bloei van ons leven….’. Dat was ook de reden, dat ik even moest slikken bij ons nieuwe avontuur met mijn drie zussen. Ondertussen ook kompanen in het overwinnen van malheur. Elke vakantiewoning kende wel een gebrek, maar met het geërfde optimisme van ons aller moeder sloegen we ons er dapper doorheen. Achteraf gaven de ‘beproevingen’ de mooiste verhalen, waar voor eeuwig op te teren viel.

206

Onze volgende onderneming wordt er dus weer zo een. We mogen haar nu al  bijschrijven door de onverenigbaarheid van het woord. De Glamping. Op luxe safari. Tropenhelmen in de aanslag, zaklampen op scherp, muskietennetten laten zakken, trek de kniekousen hoog.  Zeeland…we komen er aan.

 

 

Uncategorized

De volmaaktste schilderijen

Op zijde schilderen, dacht ik dus en had wel wat vraagtekens bij deze activiteit. Ongetwijfeld ook heel kunstig en verantwoord, maar niet mijn idee van het aanbod van de klassieke academie, waar eerder al twee zwoegende tekendagen aan vooraf waren gegaan.

Haha, nee dus, zijde schilderen was letterlijk wat er stond. Het schilderen van zijde, de stof, de textuur. Het zo weten te schilderen dat in een oogopslag duidelijk was,  waarmee men te maken had. De meester had een en ander voorbereid en het opzetten van het paneel was aanvankelijk allesbehalve te doorgronden. Vlakken verf , licht en donker, driehoeken en een foto van wat het worden moest, losse elementen. Hier werden we duidelijk bij de hand genomen om een techniek aan te leren. Daarvoor werd een van de grootste der groten van stal gehaald. Bartholomeus van der Helst met Abraham Del Court en zijn echtgenoot. Het draaide om haar knie. Een fraaie, oplichtende en glanzende, in zijde gehulde, knie. Het fragment, dat we als voorbeeld kregen, was onduidelijk, bijna abstract. Het ging niet om het plaatje an sich, maar puur om de techniek.

foto van Berna van der Linden.Dat wat zijde worden moet…

Hoogglanzende zijde vergt vooral eindeloos geduld. Niet haasten, geen vlugklus, maar kalmpjes aan, laag over laag, niet mixen, maar doezelen en dassen. Pas bij het laatste kwam de beleving. Dat was een tip van de, nu al veel zichtbaar wordende, sluier. Door miniem de kleuren in elkaar te werken met de platte penseel en het daarna nauwelijks te raken met een zeer zacht en rond penseel gaf het een glanzend effect. Bij lange na niet zoals Van der Helst, maar toch voelde het als een klein wonder om die kleuren zo zacht en met het grootst mogelijke effect in elkaar te zien vloeien. Het kleine hoge atelier werd een tafereel van zwoegen en zuchten aan die lange houten tafels, met als beloning de ontmaskering van een belangrijk gegeven. Ineens bestond de wereld uit stof, structuur, plooiend of glad, soepel vallend, stug of krakend stijf. Elke lap was een uitgebreide observatie waard. Overhemden, blouses, soepele broeken zwabberend om een been, klokkende rokken en gelukkig was het zomer en heerlijk weer. De impressie lag voor het oprapen.

505

De kracht van de aandacht.   Later op de dag in de bus op weg naar de stad, stond er een vrouw te wachten, die overduidelijk naar een feestje moest. Ze had een rode lange jurk aan met een geplisseerde rok tot op de opengewerkte schoenen. In haar oren twee grote gouden creolen, om haar nek vergulde glorie. De gouden glitterende armbanden om de rode voile stof van de mouwen klemden een grote imitatie Louis Vuitton vast. Haar haar was opgestoken en de ogen zwaar aangezet. De Zangeres Zonder Naam après la lettre. Ze keek de bus voorbij met stuurse blik. De zwierige voile schreeuwde om een foto, maar haar hele houding vertolkte de aversie. ‘Waag het niet’. Rode voile is geen witte zijde, plissé is niet glad. Er rolde mij een scala aan onbekende mogelijkheden voorbij.

De hele weg bleven stoffen en stofjes me achtervolgen en in het oog lopen. Nu kan ik weer de slaap niet vatten, alleen maar omdat de penseel zacht aan het dassen slaat, op het vermeende paneeltje, zodra ik mijn ogen sluit. Een onstuimige dans van rode voiles met witte zijde in een perfecte match. ’s Nachts schilder ik de volmaaktste schilderijen.

 

 

Uncategorized

Angstige momenten

Bij iedere bos gesnoeid hout die ik van de grond opraapte en dat verbazingwekkend vederlicht aanvoelde, bekroop me de gedachte aan een waterval van de kleine monstertjes. Ze liepen zich vast te verkneukelen op en te verlekkeren aan dat grote bleke vel, een luilekkerland bij uitstek. Mijn hoofd gaf ze een eensgezinde lange rij aan maatjes. Toch had ik er slechts een te pakken of hij of zij  mij. Dat laatste dus.

Het voelde als kriebelen en het was zich net weer aan het nestelen met wriemelende pootjes en probeerde onder de rand van de elastieken band te komen ter hoogte van mijn buik. Pincet ligt tegenwoordig in de aanslag naast mijn favoriete hangplek. Hebbes. Bij kop en kont zou mijn oma triomfantelijk gezegd hebben.

foto van Berna van der Linden.

Ik legde de kleine wriemelaar op een witte ondergrond om van dichtbij te kunnen bestuderen en de lens van de camera vergrootte het hele beestje uit. Alles zat erop en eraan. Ik kan me niet heugen ten tijde van mijn oma ooit door een teek te zijn overvallen. Toen hadden we oorwurmen als engerds en  we waren er heilig van overtuigd dat die maar een doel hadden. Regelrecht je oren in. Dan zouden we zo doof worden als opa en dat wilde je absoluut niet. Angst en ontzag hadden zich samengebald. Bij elke doek die je pakte, eerst schudden, anders waren de rapen gaar. Teken zijn de nieuwe belagers van deze tijd. Ze scharen zich, wat mij betreft, in het rijtje van de mug, de wesp en de daas. Ik zie ze liever gaan dan komen. De laatste drie tuindagen was het bingo. Ergo, teek heeft zich een aardig kostje ingekocht heden ten dage.

Ik heb een grote liefde voor insecten en deins nergens voor terug. Ik hou van hun aparte kleuring, hun prachtige tekeningen, hun kunstige facetogen en zie dan ook vaak alleen de glanzende schoonheid van hun bestaan. Nergens deins ik terug bij spinnen, kevers, torren, mieren, duizendpoten, of vliegende schoonheden als libel, vlinder, motjes. De vliesvleugeligen, de, al dan niet, geleedpotigen, kunnen me allen bekoren. Een van onze mooiste projecten was er een van Reinhard en de waterjuffer.

Het jongetje, wiens slaapkamer we hadden nagebootst op het Robbeneiland sliep met een vliegenmepper en een spuitbus op zijn nachtkastje en werd door een waterjuffer meegenomen naar het rijk der insecten, zoals de kleine Erik uit het insectenboek van Godfried Bomans meegetroond werd. Wat volgde was zes weken lang de meest prachtige avonturen in het levendige ondergrondse bestaan. Toen het project klaar was, was er geen kind meer, die nog ooit naar een spuitbus grijpen zou. Ze waren diep onder de indruk van de levens van al die kleine wriemelaars. Dat is het gevolg als iets betekenis krijgt.

Afbeeldingsresultaat voor erik en het kleine insectenboek

De wandelende takken, die ik op mijn armen liet dansen en die bewondering oogsten voor hun prachtige gestroomlijnde kunstje, namen gretig aftrek. Dat wilde iedereen wel op de eigen armen proberen. Dat slakken kunst kunnen maken is een vast te stellen eigenschap. Iedere ochtend liep iedereen om het hardst om te kijken hoe de sporen getrokken waren in de dauw van de vroege ochtend en welk patroon dat gaf, om het na te bootsten met sterke witte lijm en ecoline.

Ik ben blij, dat ik teek niet tegen kwam in die dagen, want ik had ze moeten waarschuwen. Het blijft een mooi geval, met dat grote ronde achterlijf en de kleuren en ik had hem graag met mijn kleine observators uitgebreid willen bekijken onder een vergrootglas. Alleen te bedenken dat hij een ziektedrager is, is minder en maakt hem tot verguizen. Door er laconiek mee om te gaan, wordt in ieder geval de druk van de ketel gehaald, want ik weet niet wat erger is. De panische angst of het dier zelf. Puntig pincet in de aanslag en met marker een kringetje rond de plek. Daar haal je zekerheid mee en dat scheelt een hele hoop angstige momenten.

 

 

Uncategorized

Een mooiere uitdaging is er niet.

Niets om wakker van te liggen en toch….Ongeklaarde klussen doorwasemen gedachten en loeren op het moment van het in slaap vallen. Ze springen te voorschijn en dringen de gerafelde eindjes op, waar nog heel wat aan te breien valt. ‘Nanananana’ ‘Je wilde nu toch al niet slapen?’

002Losse eindjes

Beneden rijden afwisselende plukken geslaagden langs. Met vlag en wimpel, die lang en breed te wapperen hangt aan de voorgevel of van het balkon af, geslaagd. Ze joelen, vertellen elkaar anekdotes, daveren lachsaldo’s de nachtelijke stilte in en alles met een te luide stem, zwijmelend en rooskleuriger door de alcohol. Het einde van een schooltijdperk moet ruim gevierd worden. Ik kan me vaag iets herinneren van het wachten buiten bij de Ludgerusschool in Zuilen. Geen idee waarom juist daar, want onze school lag aan de andere kant van de wijk tegen de Vecht aan. Misschien had ik een herexamen of moesten we daar het mondeling doen. Zelfs de bijbehorende euforie die er ongetwijfeld was, bleef me niet bij. De school waar ik vijf jaar vertoefde, had me eindelijk weer vrijheid geschonken. De hele periode was een rollercoaster aan gevoelens. Heen en weer geslingerd tussen zelfacceptatie en verachting denderde de kennis erover heen. Alleen in muziek en Nederlands kon ik wegvluchten. Teken aan de wand, wat er pas veel later weer uitkwam. Het dagboek bracht soelaas. Daar kon ik veel in kwijt.

Facebook wordt overspoeld met geslaagden evenals Instagram en App. Meestal in drie of viervoud als ouders,opa’s en oma’s ook de telgentrots delen. Op twitter blijft het verdacht stil. Verkeerde doelgroep. Gelukkig maar. Ergens moet een oase van stilte zijn om even adem te halen en de wereld als totaalbeeld voor te stellen. Mijn hart ligt ook bij de minder gelukkigen, die met een her eindigen of erger nog, gezakt zijn. De herren vallen tussen de wal en het schip. Die moeten nog een keer flink aan de bak, maar er gloort hoop. Zij, die het niet gehaald hebben verdrinken in de troosteloze gedachte van nog een jaar verstoken zijn van de vrijheid en bijten zich een weg door de zure appel heen, dwars door al het geslaagde verbale geweld van de bijbehorende toeters en bellen. Er zijn momenten, dat je wilt dat de grond zich opent als de grot van Aladin, opdat je erin verdwijnen kan, hoofd op de knieën, handen voor de ogen. ‘Ik ben er niet, ik ben er niet en nee, geen pijnlijke antwoorden op voor de hand liggende vragen.’

foto van Berna van der Linden.Kwetsbaar.

Ooit ben ik tot op het bot vernederd, toen ik terug werd gezet halverwege het jaar, vlak voor de kerstvakantie. Ik weet niet wat erger is, blijven zitten of dit. Uit de groep geplukt worden waarmee je al vier jaar lang optrok en jezelf terug vinden te midden van een vreemde klas met een totaal andere dynamiek. Het betekende, dat ik voorstander werd van een systeem zonder zitten blijven. Al vroeg begreep ik, dat het mogen volgen van eigen ontwikkelingslijnen het hoogste goed was. Een diplomaloze maatschappij leek me het ultieme paradijs. Geen wedijver, want geen verliezers en geen winnaars, maar iedereen in de kracht van de eigen kwaliteiten. ‘Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.’

Het is goud in de handen van elke opvoeder, die weliswaar grenzen stelt maar het individu niet uit het oog verliest en mee wil nemen op een eigen ontdekkingstocht naar zichzelf. Los van het feit dat je in de gangbare modus teleurstellingen moet leren incasseren. Daar zijn andere wegen voor. Teleurstellingen ombuigen in mogelijkheden. Een mooiere uitdaging is er niet.

 

Uncategorized

Bewolkt land

Met het thema water namen we na Leonardo Da Vinci een diepe duik tussen de waterlelies. Het kan erger. Wat een fantastische beperking legde Monet zichzelf op door van het kleurenpalet alleen de cadmium pigmenten te gebruiken. Als fervent gebruiker van het klassieke rijtje van de gebrande Sienna, de Omber en de Oker betekende het een nieuwe wereld die zich onder mijn penseelstreken openbaarde.

Op mijn queeste naar de bloemrijke watervallen van Giverny kwam ik niet veel verder dan plukken witte waterlelies en de prachtige gele plomp in de oer-Hollandse sloten  majestueus tussen het prachtige groen van de grote wasachtige bladeren. De vijverpartijen vond ik bij het kasteel Haarzuilens, waar de mevrouw achter de kassa stil viel, toen ik haar vroeg of er ook vijvers à la Monet aanwezig waren. ‘Nou ja, of er ook bruggetjes te bewonderen vielen en waterlelies en zo.’ Ze wist het niet zeker.

027

‘Waar je met je neus bovenop zit, ga je meestal aan voorbij’, bedacht ik me. Het was niet erg. Het kasteel hoefde even niet en ik had zeeën van tijd. De oogst aan Giverny was mager, maar een mooie compositie lag er voor het oprapen met prachtige treurwilgen en bruggetjes, precies als die waar Monet van dromen kon. Geen zon helaas, dus onpeilbare donkere diepte, waar het licht subtiel ruimte schiep. Een van de grote vijvers was bedekt met het kroos, groener dan groen en een prachtige omlijsting voor de witte zwanenfamilie die ik er vond, waarbij pa zich opvallend koest hield. Dat had ik ooit wel anders mee gemaakt.

061

Zo kalm als de zwanen, zo kalm leek het kleurenpalet. Ik schoot wat foto’s en aan de hand daarvan ontdekte ik ’s avonds dat kijken en kijken nog altijd twee is. Ik struinde het park door en genoot van de grijzige stilte, van het rosarium aan de voorkant met haar priëlen en verstilde cherubijnen. De enige wandelaars waren een handvol toeristen, waarvan vooral de Japanners met selfie-stick en in allerlei mogelijke posities uitgebreid een poging ondernamen om alles vast te leggen. Er liepen opvallend chique geklede gasten rond en aan de aankondigingen te zien, bleek er een bruiloftsfeest te zijn. Dat verklaarde veel. Daarom werd ook het kleine paviljoen buiten de muren van het kasteel nijver in gereedheid gebracht. Alles is te koop behalve de zon, schoot me te binnen terwijl ik naar de grote opengeklapte parasols keek. Ze zouden als regenschermen dienen.

068

’s Avonds kregen de opgedane indrukken gestalte met het opzetten van een achtergrond, van bovenaf naar beneden in een verloop van ‘donker naar licht. Daar paste de authentieke klassieker van de grote vijver van het kasteel makkelijk in. De streken werden als vanzelf haast doorschijnend, van een pastelachtige teerheid. De kleuren lokten elkander tot dat zachtaardige verloop en eigenlijk was ik overrompeld om wat zich voor mijn ogen en onder mijn handen voltrok. Daar ontworstelde zich aan de eerste opzet een Franse tuin met haar schaduwspel in tere tinten in een overvloed aan zachte rozen, gelen, blauwen en violetten. We waren aan het oogsten. We plukten de vruchten van de heldere pigmenten.

070.jpgdetail

Ieder van ons was verbaasd over het effect van het werken met de restrictie. Geen tranendal maar een kleurexplosie. Wat een mooie opsteker. Frans licht op de grijs/groene somberte van een bewolkt land.