Uncategorized

Langtoetoet.

‘Ga toch slapen klein zusje, ga toch slapen klein zusje, je moeder is niet thuis en je vader is niet thuis, ga toch slapen klein zusje…’

Het liedje van lang geleden. Twee meiden kwamen een voorstelling geven in de groep. Ze hadden allerlei instrumenten bij zich en dit grappige lied. Af en toe kwam er een schuiftrompet voorbij, dat was de Langtoet, Ze liepen achter elkaar  aan en zeiden als in een mantra: Langtoetoetoetoet, langtoetoet, langtoetoetoetoet langtoetoet De kinderen genoten en ik ook. Wat een mooie combinatie. Instrumenten, een klimrek en fantasie. Klaar is de verwondering.

010Op de knietjes…

Het speelt door mijn hoofd want het is wakkernacht en waar vroeger de wakende engelen met mijn moeder mee door het hoofd zongen, zingt langtoeter nu.  ”s Avonds als ik slapen ga, komen mij veertien engeltjes na.’ Geknield op een kleedje voor het bed, de ogen stijf dicht, zodat er lichtvlekken in alle toonaarden ontstonden, schaduwspel bij het schaarse licht dat zich verspreidde over de twee stapelbedden in de kleine kamer.

prentenboek engelenOnze ‘bijbel’

De heilzame werking van het idee dat geesten de wacht hielden is opmerkelijk te noemen. Je zou er zo een stel demonen van kunnen maken. Ons rotsvaste vertrouwen in de waarde van de liefdevol vertelde katholieke sprookjes, de mooie prentenboeken erbij, zoetgevooisd in een omfloerste fondante kleurrijke wolk, bracht even rust in het woelige leven en zette de duivel en haar vurige vlammen in het hokje ernaast, stevig omkaderd, vast. De griezel zou door geen cordon engelen breken, daar zorgde moeder wel voor en beer, die ik in stelling bracht

Halverwege wakkernacht sluit ik de ogen en slaap in, door vermoeidheid overmand om ‘s morgens pas te ontwaken. Het viel dus reuze mee. Langtoeter heeft kennelijk de slaap erin gemarcheerd en werkte zoals vroeger de engeltjes, maar vooral de stem van mijn moeder. Datzelfde lied zong ik voor de kinderen. Als ze alle vier op bed lagen, de tweeling beneden en de meiden op zolder in hun met sari behangen kleurrijke wereld, hing ik de was op aan het eind van de dag. Eerst was er het maantje, dat tuurde en gluurde, Maria zat bij de ‘Rosenhag’ en als het even meezat, kwam na die klassieker vervolgens de engelen, die door de tand des tijds op feeën leken met een suikerlaag, dat een Little Pony niet had misstaan. Bij de allerlaatste noot waren ze in dromenland en de laatste sokken opgehangen. Drie vliegen in een klap.

bedtijd

Hoeveel nachten heb ik wel niet gewakkerd. Als vaste wacht, zeven nachten op en zeven nachten af. Heerlijke bevrijding bij het naar buiten lopen onder de poorten van het Akademisch ziekenhuis in Leiden door, waar alle dagplegen  naar binnen liepen.  Later, de gebroken wiegende uren bij de ontroostbare telg in de wieg, en het talken bij de krabbende garnalenvingers over een waterpok. Maar ook bij het hangen boven de studieboeken om na de zoveelste middeleeuwse tekst er ineens achter te komen dat de dag al aan het gloren was en de stramme knieën smeekten om een warm bed. Hazenslapen tot de kinderen zich zouden roeren.

Altijd waren er verzen, Vasalis en Annie.M.G, paraat om eigen ogen of die van anderen te sluiten. Soms letterlijk en dan kwam de slaap een lange tijd niet, omdat de zin van het leven aan mijn denken trok. Dat laatste dat zo aanwezig is in deze dagen vol tijd en duur.

De langtoeter is het roze olifantje. Die houden we er in om des avonds, als het woelen de overhand neemt, stil te vallen onder het staccato marspatroon: Langtoetoetoetoet…langtoetoet!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 thoughts on “Langtoetoet.

Comments are closed.