Uncategorized

Angstige momenten

Bij iedere bos gesnoeid hout die ik van de grond opraapte en dat verbazingwekkend vederlicht aanvoelde, bekroop me de gedachte aan een waterval van de kleine monstertjes. Ze liepen zich vast te verkneukelen op en te verlekkeren aan dat grote bleke vel, een luilekkerland bij uitstek. Mijn hoofd gaf ze een eensgezinde lange rij aan maatjes. Toch had ik er slechts een te pakken of hij of zij  mij. Dat laatste dus.

Het voelde als kriebelen en het was zich net weer aan het nestelen met wriemelende pootjes en probeerde onder de rand van de elastieken band te komen ter hoogte van mijn buik. Pincet ligt tegenwoordig in de aanslag naast mijn favoriete hangplek. Hebbes. Bij kop en kont zou mijn oma triomfantelijk gezegd hebben.

foto van Berna van der Linden.

Ik legde de kleine wriemelaar op een witte ondergrond om van dichtbij te kunnen bestuderen en de lens van de camera vergrootte het hele beestje uit. Alles zat erop en eraan. Ik kan me niet heugen ten tijde van mijn oma ooit door een teek te zijn overvallen. Toen hadden we oorwurmen als engerds en  we waren er heilig van overtuigd dat die maar een doel hadden. Regelrecht je oren in. Dan zouden we zo doof worden als opa en dat wilde je absoluut niet. Angst en ontzag hadden zich samengebald. Bij elke doek die je pakte, eerst schudden, anders waren de rapen gaar. Teken zijn de nieuwe belagers van deze tijd. Ze scharen zich, wat mij betreft, in het rijtje van de mug, de wesp en de daas. Ik zie ze liever gaan dan komen. De laatste drie tuindagen was het bingo. Ergo, teek heeft zich een aardig kostje ingekocht heden ten dage.

Ik heb een grote liefde voor insecten en deins nergens voor terug. Ik hou van hun aparte kleuring, hun prachtige tekeningen, hun kunstige facetogen en zie dan ook vaak alleen de glanzende schoonheid van hun bestaan. Nergens deins ik terug bij spinnen, kevers, torren, mieren, duizendpoten, of vliegende schoonheden als libel, vlinder, motjes. De vliesvleugeligen, de, al dan niet, geleedpotigen, kunnen me allen bekoren. Een van onze mooiste projecten was er een van Reinhard en de waterjuffer.

Het jongetje, wiens slaapkamer we hadden nagebootst op het Robbeneiland sliep met een vliegenmepper en een spuitbus op zijn nachtkastje en werd door een waterjuffer meegenomen naar het rijk der insecten, zoals de kleine Erik uit het insectenboek van Godfried Bomans meegetroond werd. Wat volgde was zes weken lang de meest prachtige avonturen in het levendige ondergrondse bestaan. Toen het project klaar was, was er geen kind meer, die nog ooit naar een spuitbus grijpen zou. Ze waren diep onder de indruk van de levens van al die kleine wriemelaars. Dat is het gevolg als iets betekenis krijgt.

Afbeeldingsresultaat voor erik en het kleine insectenboek

De wandelende takken, die ik op mijn armen liet dansen en die bewondering oogsten voor hun prachtige gestroomlijnde kunstje, namen gretig aftrek. Dat wilde iedereen wel op de eigen armen proberen. Dat slakken kunst kunnen maken is een vast te stellen eigenschap. Iedere ochtend liep iedereen om het hardst om te kijken hoe de sporen getrokken waren in de dauw van de vroege ochtend en welk patroon dat gaf, om het na te bootsten met sterke witte lijm en ecoline.

Ik ben blij, dat ik teek niet tegen kwam in die dagen, want ik had ze moeten waarschuwen. Het blijft een mooi geval, met dat grote ronde achterlijf en de kleuren en ik had hem graag met mijn kleine observators uitgebreid willen bekijken onder een vergrootglas. Alleen te bedenken dat hij een ziektedrager is, is minder en maakt hem tot verguizen. Door er laconiek mee om te gaan, wordt in ieder geval de druk van de ketel gehaald, want ik weet niet wat erger is. De panische angst of het dier zelf. Puntig pincet in de aanslag en met marker een kringetje rond de plek. Daar haal je zekerheid mee en dat scheelt een hele hoop angstige momenten.

 

 

One thought on “Angstige momenten

Comments are closed.