Uncategorized

De zuivere triller van een merel

Knoken en knekels. Dat was de opdracht voor gisteren. Ik mocht kiezen uit vier restanten van wat eens majestueuze indrukwekkende dieren waren geweest. Ik koos voor het bot met de snavel. Ineens schiet me nu te binnen dat ik zo in de ban van het tekenen was, dat ik vergeten ben te vragen welk dier het ooit was geweest. Uit eerbied voor zijn verleden. Je kijkt er dan toch anders naar.

004

Maar nee, ik kreeg een scherp geslepen potlood en een velletje en mocht los. Vorm, daar ging het om en kijken. Ach en wee. Wat een Zen-moment voor de arme doener in mij. Rustig zat ik daar en concentreerde me op elke ophoging en daling, mat met duim en potlood de juiste afstanden. Keek naar zichtlijnen en arceerde alvast enkele schaduwpartijen. Niet doen, waarschuwde de meester, die in de korte tijd dat hij me onder handen had, al met argusogen mijn befaamde snelheid in de peiling had. Rust. Bedachtzaam. ‘Komt het vandaag niet, dan komt het morgen wel.’ Zocht ik de academie uit, of de academie mij. Dit was precies waar ik hard aan moest werken. Niets hoeft met haast, de tijd is aan mij.

006

Het is dezelfde snelheid van handelen die mijn moeder tot op haar laatste nacht hanteerde. Alles ging ‘even’ én alles ging gedreven. Met brille en verve in de wereld staan. Gedachten komen ‘s avonds in haar korte zenmoment, als mijn vader zijn oerwoud van overdag aan het verzagen was in de tweepersoonskamer van het bejaardentehuis. Haar eigen tijd is spaarzamer geworden. In de Amandelstraat, schreef ze haar dagboeken uit en mijmerde dan nog bij het schijnsel van de kamer haar dag bij elkaar. Alle andere lichten waren uit. Zeilende wolken bij maanlicht, diepe duisternis, twinkelende sterren brachten haar in een melancholische stemming. Zou ze ooit gedacht hebben: ‘Is dit alles’. Dat denk ik niet. Maar eerst schreef ze haar dagboekbladzijde. Dat deed ze trouw iedere avond zes jaar lang. In het oude huis en in de nieuwe kamer.

In de periode dat ik handen en voeten gaf aan haar bedrevenheid en de dagboeken openbaarden voor de familie, zat ik in haar hoofd. Het leek of ik zes jaar lang een ander leven leidde naast dat van mij. Alsof je een soapserie voor jaren aan het volgen ben en je hoofdschuddend kan bedenken dat een en ander niet zo slim was van een van de spelers, of waarbij je een grondige hekel kon krijgen aan een ander type. Toen haar bladzijden leeg bleven na 17 april 1990, gaf dat in die schrijfperiode van mij opnieuw een schrijnende afwezigheid. Er was een belangrijk, nee het belangrijkste, stuk uit de geschiedenis geknipt. Ik wilde het herstellen. Terughalen kon, tot aan die datum, maar nooit meer er aan voorbij. Lege bladzijden hadden nog nooit zo intens betekenis gekregen. De stem van mijn moeder verstomde, de bedrijvigheid gesmoord.

010

Goedkeurend knikte Gerd en zei, net als de oude teken-non Adolpha uit de jaren zestig, ‘Schuif eens even op’. Met het oog van de meester liep zijn blik langs elke boog en knik, likte aan de vlakken, dikte de scherpte aan en knikte. Dat verlossende knikken betekende dat je door kon. Met kalmte. Oma heb ik mijn moeder vaak horen zeggen: ‘Kalmte kan je bewaren’. Al sloeg dat veel meer op haar eigen bedrijvigheid en natuur, in kwadraat die van mijn moeder. Ze zegt het nu, achter dat oude bot, dat eens frank en vrij in die vogel zat. ‘Kalmte kan je bewaren’. Ik knik.

0072.jpg

Van achter het hoge getraliede raam klinkt de zuivere triller van een merel.

One thought on “De zuivere triller van een merel

Comments are closed.