Uncategorized

We komen er aan

Waar het woord het eerst opdook binnen de conversatie weet ik niet. Het had een metaalachtige bijsmaak. Je zegt het en nog eens en weer een keer en het wil zich maar niet voegen naar de geest. Sommige woorden doen dat. Er gaapt een onoverbrugbare kloof tussen de werkelijkheid en het woord. Toch gaan we het doen.

116

Ervaringen van jaren hebben zich geprobeerd te mengen met de vreemde aanduiding. De meest verschrikkelijke ontberingen op kampeergebied hebben zich aan mij voltrokken. De ijzig koude nachten in Denemarken en Zweden uit de jaren zestig. Het legertentje met de knopen en zonder grondzeil, waar het water een weg vond naar de rugzakken en de haastig opgehoogde  en opgetaste kledingstukken. De bloedworst, die naar metaal smaakte met een vampierachtige afdronk. De macaroni met tomatensaus als enig overlevingsmiddel omdat we anders de zes weken niet vol konden maken, die we liftend en eindeloos wachtend doorbrachten in de prachtige natuur en langs de lange, lege wegen. De eindeloze verliefdheid die als een warme deken over alle activiteiten heen lag en waar zelfs de zee vol met kwallen geen afbreuk aan kon doen in het prachtige Arhus. De rode harten die samensmolten in het formica van het meubilair van het gemiddelde wegrestaurant, de grond die zacht werd van liefde, ondanks de dennenkegels en de distels, het stampen van het schip dat in zeeziekte verenigde, samen misselijk, een grotere liefde is er niet.

Of die keer dat we dwars door Spanje heen trokken. Te beginnen bij San Sebastian en te voet en sommige stukken per trein de dorre droogte van het land en de extra rugzak aan hitte  trotseerden. Daar leerde ik olijven kennen in combinatie met de paprika en de knoflook, druipend van de olie, met de smaaksensatie van simpel zeezout en peper. Niets was heerlijker. Alle engeltjes van het luchtruim zweefden over de tong. Honger maakt zelfs rauwe bonen zoet. Geen angstaanjagende blaffende zwarte hond in een van de verlaten en uitgestorven dorpen of het gezoem van de muskieten boven het aardappelveld te Guadelajara, waar we aan de rand de slaapzak hadden uitgerold, konden het eufore gevoel verwoesten. We waren Die Hards in het kamperen.

IMG_9675

Jaren later was er een studiereis voor de drie jongste jongens. ‘Hoe leer ik survivallen ten tijde van luxe en gemak.’ Ik had ze meegenomen naar Italië en ze zwoegden om de haringen niet als kromme staven in de keiharde grond langs de kust bij Genua te slaan. Het zweet droop van de gebruinde koppies. Twee sheltertjes, wat luchtbedden en een beperkte rugzak met kleding was onderdeel van mijn Spartaanse cursus. Als beloning kregen ze de prachtige Duomo, toevalligerwijs in het stralende zonlicht en de godentroon bij uitstek, de voetbaltempel in Milaan op een presenteerblaadje. Kamperen was niet voor watjes, maar voor echte mannen en vrouwen van stavast. Aan mijn opvoeding zou niets ontbreken.

Zo heb ik aardig wat ontberingen doorstaan en tegenslagen getrotseerd. Een heerlijke tijd om op terug te kijken en te mijmeren. ‘Weet je nog…. toen we jong en in de bloei van ons leven….’. Dat was ook de reden, dat ik even moest slikken bij ons nieuwe avontuur met mijn drie zussen. Ondertussen ook kompanen in het overwinnen van malheur. Elke vakantiewoning kende wel een gebrek, maar met het geërfde optimisme van ons aller moeder sloegen we ons er dapper doorheen. Achteraf gaven de ‘beproevingen’ de mooiste verhalen, waar voor eeuwig op te teren viel.

206

Onze volgende onderneming wordt er dus weer zo een. We mogen haar nu al  bijschrijven door de onverenigbaarheid van het woord. De Glamping. Op luxe safari. Tropenhelmen in de aanslag, zaklampen op scherp, muskietennetten laten zakken, trek de kniekousen hoog.  Zeeland…we komen er aan.

 

 

2 thoughts on “We komen er aan

Comments are closed.