Uncategorized

Een opkikkertje is altijd welkom

Uitgerekend het moment dat we in de auto zaten, vielen de eerste spettertjes op de ruit. Ze kwamen letterlijk en figuurlijk uit de lucht vallen. Het gaf niets. Het zou toch al een korte wandeling worden, waarbij ik ze alleen de mooie omgeving wilde laten zien, zodat ze er later, met mooi weer, ook naar toe zouden kunnen. Te doen gebruikelijk op zondag, was er een drukte van jewelste en helemaal stond er een lange rij voor de veldkeuken, waar koek en zopie werd verstrekt. Met al de lichtjes en het wat sombere weer zag het er uit als een bescheiden kerstmarkt. Overal stonden kleine groepjes mensen met dampende bekertjes in de koude handen. Het was waterkoud.

Een klein rondje over het landgoed, een groet aan de geitjes, waarbij de enige witte dacht een kans te wagen toen het hekje open bleef staan. In een wolkje boven zijn hoofd stond geschreven ‘ Een raam naar de vrijheid’ en hij voegde de daad bij het woord door hard op de opening af te stormen. Net op tijd deed zus van schoondochter het hek weer dicht. Angstig vloog kleindochter, bij het zien van die opvliegende baal witte wolligheid, achter mijn benen. Het hield op met zachtjes regenen en nu vielen zware druppels loodrecht naar beneden. Maar als vrouwen van stavast lieten we ons niet van de wijs brengen. Sjaals over het hoofd en dwars door het bos, waar de bomen nog enigszins beschutting boden.

Thuis wachtte een lekkere grote kop warme thee en een nadere kennismaking met de vader en de broer van schoondochter. Moeder vertoefde op Curaçao voor een korte vakantie en zoonlief was met de voetbal op trainingskamp in Barcelona. Ooit ben ik in de winterperiode naar een warm oord gegaan in Spanje. Daarna kon ik niet meer wennen aan de barre koude maand, die er hier terug in Nederland, op volgde. Daardoor bezwoer ik heilig nooit meer de cirkel van de seizoenen te onderbreken, maar ze te ondergaan. Het zorgt voor een natuurlijke balans.

Vriendlief is in Utrecht aangekomen bij zijn oude vrienden. Een van hen had hem geadviseerd zijn medicijnen niet te vergeten, maar het enige wat hij nodig heeft, is zijn zalf voor de huidproblemen op de benen. Ze vielen achterover van verbazing, omdat ieder van hen de gebruikelijke ondersteuning, bloeddrukdempers, cholesterolverlagers, cardio medicatie, te slikken had. Ineens realiseerde hij zich, dat ze allemaal op leeftijd waren en dat er altijd wel ergens bij allen een jichtig addertje onder het gras lag. Dat hielp om zich minder druk te maken over de zwabberbenen. Zo helpen de lammen de blinden. Wat zullen ze het fijn hebben met elkaar in de Ardennen.

De biografie van Jolande Withuis over Jeanne Bieruma Oosting geeft een interessant tijdsbeeld van de vrouwen en hun emancipatieperikelen in het begin van de vorige eeuw. Te denken dat dat pas honderd jaar geleden zeer traag aan het veranderen was, geeft een hoop te denken over huidige veranderingen in bijvoorbeeld andere culturele groeperingen en de traagheid van een proces.

Pluis wringt zich tussen mij en het toetsenbord, maar gaat uiteindelijk aan mijn zij liggen. Even warmen aan wat persoonlijke aandacht van de vrouw.

Straks ga ik naar schoondochter om haar te helpen met grote broer en de Benjamin. Het blijft namelijk strompelen met de pijnlijke voet. Ook daar kan wat extra aandacht geen kwaad. Het is nog steeds een zeer pijnlijke bedoening, maar ziet er wel genezend uit. Even broeden op een extraatje. Een opkikkertje is altijd welkom.

Uncategorized

De rest van de dag

Weer een teneergeslagen dichte wereld. Kauw en kauw blijven veilig in het nest en laten zich niet zien in de boom voor het raam. Weer om in je schulp te kruipen, de meest vrolijke of de meest droevige film op te snorren, een flinke middagdut te doen of meer van dergelijke winterlingen.

Zoonlief vraagt of ik hem kan helpen. Hij heeft een voederbak op berkenstam gekocht en een plan bedacht om de vogels te lokken en heeft een twee maal zo’n grote bak gevuld, 1/3 deel met houten knoest, aarde en mos, en het overige deel met water. In de spleten van de schors heeft hij vogel-pindakaas en zaad gestopt. We kijken even naar het resultaat. Binnen een kwartier heeft hij wel wat pimpelmezen, een roodborstje en een vink naar het balkon gelokt. Vooralsnog vinden ze de kokosnoot met vet in de boom het lekkerst. Ben benieuwd wanneer ze zijn vogelparadijsje durven op te zoeken. Ondertussen heeft hij het glas van de balkondeur schoongepoetst en zit hij geduldig te wachten achter zijn giga-lens.

mijn simpele iphone-foto’s

Schoondochterlief heeft kokend water over haar voet heen gekregen toen ze heet water in een glas goot en het glas knapte. Hoewel ze vliegensvlug en in een vaartje haar sokken uittrok, zijn het toch derdegraads verbrandingen. Normaal hangt de lieve grote broer om haar benen bij alles wat ze in de keuken doet, maar nu gelukkig niet. Daar is ze zielsgelukkig om. Maar ze heeft krukken nodig en pijnstillers, wat met de moedermelk niet fijn is.

In de biografie over Jeanne Biersma Oosting val ik achterover van de enorme verschillen tussen arm en rijk aan het begin van de vorige eeuw en de wijze waarop de adel en de goegenoten tegen het ‘voetvolk’ aankeken. Alles aan knecht, dienstmaagd en keukenpersoneel werd niet ‘gezien’. De wijze waarop ze behandeld werden, was stuitend, hoe ze woonden zeer armoeiig en vaak zelfs erbarmelijk. Terwijl een rijke familie een aantal statige woningen bezat, tot aan paleizen toe. Alles werd ook onder de eigen pet gehouden. De adel vormden de notabelen en grootgrondbezitters. Het is te gênant voor woorden.

Kinderen werden wel toevertrouwd aan gouvernantes en kinderjuffrouwen. Ouders lieten zich niet veel in met het kroost. Ze hadden het druk met het bezoeken van andere graven en gravinnen, hertogen, freules en wat dies meer zij. Wel gaven ze strenge regels door of legden pittige straffen op. Toen de kleine Jeanne steeds haar jurken smerig maakte, omdat ze argeloos over het landgoed dwaalde, over hekken klom, in de tuin speurde naar insecten om ze te tekenen of te schilderen, kreeg ze door haar moeder een stijve katoenen hooggesloten jurk met lange mouwen aangemeten. Wel de lasten en niet de liefhebbende zorgen van moeder en vader. Geen wonder dat ze zich er later van afkeerde. Dat was ook inherent aan het feit dat ze alleen maar leefde voor de schone kunsten. Jolande Withuis beschrijft het met vlotte pen en het is niet moeilijk om terug te reizen in de tijd op die manier.

Vandaag heb ik voor het eerst sinds lang mijn droom opgeschreven. Hoe gedetailleerd het toch allemaal in beeld komt. Een mij onbekende collega in een enkellange jurk zweefde omhoog, eerst dacht ik aan Harry Potter praktijken, maar ze liet de stellage zien, die onder haar jurk verstopt zat. Een soort trapsgewijze houten opstap. Toen ik het de hemel in wilde prijzen, zakte ze precies op dat moment dwars door het bovenste hout heen. Heerlijke dromen. Daar kunnen er niet genoeg van zijn. Maar nu, aan de slag met de rest van de dag.

Uncategorized

Het perfecte plaatje

Een bezoekje aan het Mauritshuis. Het verlangen naar wat inspiratie is te groot. Leve de virtuele omloop. Niet alleen kun je je laven aan de groten der aarde, maar ook is het mogelijk detail voor detail uit te vergroten tot aan de verfstreek toe. De stier van Potter, het melkmeisje van Vermeer, een studie van twee koppen van Rembrandt, het puttertje van Fabritius, een landschap van Van Ruysdael. De informatie erbij werkt ook verhelderend. Ineens begrijp ik daardoor, hoe Donna Tart op het idee van de terroristische aanslag is gekomen in haar roman Het Puttertje. Tenminste ik meen het te begrijpen. Fabritius is zelf op 32- jarige leeftijd omgekomen bij de ontploffing van een kruitschip vlak bij zijn atelier. Donna laat het Metropolitan instorten. Zo’n kruitschip dat ontploft is letterlijk een donderslag bij heldere hemel. Hoe vernuftig steekt taal in elkaar en de associatie.

Gisteren kwam het vierde boek binnen van een van mijn grote meesters der verwondering met prachtige illustraties erbij. Weer zo’n juweel. Ik beschouw mezelf als een bevoorrecht mens. Donderdagavond komen de vrienden van de leesclub bijeen, daarna kan ik eindelijk beginnen met de biografie van Jeanne Biersma Oosting door Jolande Withuis geschreven en aan de recensies van de jeugdliteratuur. Voor straks heb ik in mijn hoofd om de boekenkasten uit te wisselen. Alle recente literatuur staat nu hier boven, die kunnen naar beneden. Er mag ook een schifting plaats vinden. Wat boeken naar de lang-leve-de-kringloop en de rest naar boven. De vergeten boeken komen zo eveneens onder de aandacht.

De situatie van vriendlief lijkt te kenteren. Woensdag ga ik poolshoogte nemen. Er is een voorzichtige hoop tussen de regels van zijn mails door te lezen. Het geeft een fijn gevoel, verwachtingsvolle aanknopingspunten. Er kan meer dan je denkt. Hij bivakkeert vlakbij zee. Wie weet, zit er nog een wandelingetje in. Iets om me op te verheugen.

Het doek van de zussen was gisteren onderwerp van verandering. De jongste zus moest, doordat ik haar koppie in de juiste proporties had gebracht, in de goede verhoudingen worden afgebeeld. Tot dan toe, stond het grote hoofd wonderlijk op het gedrongen lijfje. Het is nu prettiger om tegen aan te kijken. Ze bleef maar trekken aan mijn onwil om de penselen op te nemen. Het bezorgde voortdurend een vaag gevoel van schuld. Doordat ik aan het aanpassen ben geslagen moet de vierde zus ook opschuiven. Een gebed zonder end.

Het nieuwe nummer van Stromae is gelanceerd. L’Enfer. Hij beschrijft daarin zijn eigen helletocht van de afgelopen jaren, grotendeels veroorzaakt door de psychische klachten die hij had opgelopen na gebruik van een antimalaria middel. Het is indringend en zo waar. Hij wilde niet eerder nieuwe nummers maken voor hij weer goed in zijn vel zat. Positieve energie is nodig om verder te kunnen. Ik hoop dat er nog vele prachtnummers volgen. Ik hou van deze creatieve en vernieuwende geest.

Het begin lijkt op de mysterie voix Bulgaren, maar ik kan niet traceren of ze het zijn. Mijn voorliefde voor hen stamt uit mijn volksdansverleden en de reis naar Bulgarije, waar een groot meerdaags optreden op diverse podia werd gegeven. Groepen uit het hele land kwamen dansen, muziek maken en spelen in de heuvels rond het dorp Trojan. Het was overweldigend en oprecht een lang weekend ogen en oren te kort komen om alles te ondergaan. Herinneringen waar lang op te teren valt en vaak aan wordt teruggedacht. Als ik mijn ogen sluit hoor ik, boven de merkwaardige meerdaagse pannenlatten daken uit, de indringende klanken van de Zurla en de Tapan. In die combinatie het meest vredige tafereel dat niet anders kon zijn dan zo. Het perfecte plaatje.

Uncategorized

Zilte zee, zon, wind en zoutkristallen

Als het in het hoofd eenmaal stormt, dan stormt het goed, in variatie op het thema van het lied van De Dijk. Het tolt in het rond, een aantal gedachten, dringt zich een voor een op, en maalt en het schuiert. Er is geen houden aan. Alles heeft te maken met de zoektocht naar een tijdelijk onderkomen of tijdelijke behuizing voor vriendlief, die het nu op een kleine kamer moet zien uit te houden met, minimaal, met eveneens rondtollende gedachten k tegen het decor van de depressie, die nu over het land trekt, een allesbehalve opbeurende situatie.

Gemiddeld om het uur word ik wakker en ontsluit de verscheidene pagina’s van tijdelijk verhuur, anti-kraak, natuurparken met huisjes voor tijdelijke bewoning, groter dan een kip caravan. iedere keer slaap ik daarna weer in en droom dan een ideale of een desastreuse situatie bij elkaar, eigenzinnig.

Zelfs de kauwtjes uit de dakgoot laten zich niet zien in deze somberte. Hoe doen kauwen dat, zich verstoppen. Waarschijnlijk koppie diep tussen de vleugelveren en je niet meer verroeren. Grijs, grijzer, het grijst, vijftig tinten zijn het niet, maar gemiddeld vallen er vijf schakeringen te ontdekken. Van Payne grey tot blauwgrijs. om de donkerte kracht bij te zetten valt de regen bij tijd en wijle loodrecht naar beneden of miezert en sijpelt door.

Met dat ik bovenstaande opschreef en tussendoor naar Filmtalk keek, een interview van Noa Johannes met Danielle Kwaaitaal over de film van gisterenavond van de VPRO met de titel ‘Jimi. All is by my side’, blies een stormachtige wind de dikke deken open. Als je de film gemist hebt, is het zeer de moeite waard om hem terug te kijken om te zien hoe de wat verlegen Jimmy transformeert in de legendarische Jimi Hendrix in de vrijstaat die het leven eind jaren zestig/ begin jaren zeventig was, kleurrijk en experimenteel.

Gisteren bleef het bij rondlummelen en dan is de keuken de aangewezen plek nog iets uit de handen te krijgen, in dit geval een Caprese in bladerdeeg op de plaat. Heerlijk, half uurtje bereiding en daarna binnen twintig minuten op tafel. Op de geur alleen al roffelde zoonlief met schoondochter de trap af om te kijken wat moeders nu weer had verzonnen. met 2/3e van de plaat verdwenen ze weer naar hun domein. Het smaakte heerlijk.

Hoera, schapenwolkjes, dat klaart letterlijk en figuurlijk op. Onmiddellijk komt de energie terug en kunnen plannen gesmeed worden om deze dag wat te ondernemen. Ik verlang naar het strand om alle perikelen en stofnesten daarboven even door te laten blazen en schoon en fris weerom te keren. Vaak levert het nieuwe ideeën op en de betere ingevingen, hard nodig nu. De zon piept er zelfs doorheen.

Schoonzoon is jarig maar mijn beurt om op het feest te komen is pas donderdag, dat hebben we op oudjaar afgesproken. Morgen wordt er wel een kleine verrassing bezorgd. Het heeft ook wel wat, dat intieme vieren. Het komt sneller tot diepgang en het moment van ontmoeten telt dan dubbel.

De oproep om naar zee te gaan is geplaatst in de app van de zussen. Ik ben benieuwd wie ik naar buiten gelokt krijg. Ik kom eraan, zilte zee, wind, zon en zoutkristallen.

Uncategorized

Oprecht fijn

‘Scherts’ vraagt de kruiswoordpuzzel uit mijn dagelijkse krant en onmiddellijk springt de associatieknop op aan. Grap. ‘Is dit een grap of om te huilen. Is er iemand die haar benijd. Wie zou er met haar willen ruilen. Dag in, dag uit waar blijft de tijd’. Herman ‘s sonore stem druist door het hoofd en ik zing uit volle borst met hem mee, terwijl ik probeer zijn diepe doorklinkende galm te vangen. Het lag verborgen in een puberaal grijs verleden. Fantastisch dat het boven komt drijven, net nu het even nodig is. Maar de puzzel vraagt humor en geen ander woord. Humor bedrijf je, denk ik, en een grap of scherts maak je en tik de puzzelbedenker licht op de vingers.

Vannacht, ja weer die vroege ochtenduren in het spoor van de midwintermaan, keek ik het wetenschappelijk jaaroverzicht van Matthijs van Nieuwkerk en Robbert Dijkgraaf terug. Wat een genot om tussen alle quizzen, woordspelletjes, kerst met het hele omroepbestel, de parels uit de wetenschap te mogen aanschouwen en uitgelegd te krijgen in heldere duidelijke taal met prachtige panoramabeelden erachter. Alles wat van belang is om over te horen kwam aan bod. Van de ontwikkelingen en de werking van Moderna en Pfizer, de opwarming van de aarde tot aan het quantumkompas van het roodborstje, verstopt in zijn schrandere kraaloogjes en met aan het eind de hamvraag: ‘Hebben de algoritmen de wetenschappers al ingehaald of zijn ze nog steeds niet in staat nieuwsgierigheid op te wekken’. ik hoop dat veel weifelende twijfelaars omtrent de vaccinatie hebben gekeken en geluisterd. Het was exact de boeiende uitleg, die mijn lieve etsvriend begin november zo helder uiteengezet had op die late avond. Een boeiend betoog en zo ook dit hele gesprek, een uur lang.

Mijn tweede kerstdag zit erop. Gisteren kon ik precies rond enen de kleine blauwe voor het huis van zoonlief parkeren. De kinderen lagen op bed en schoondochter was naar haar eerste werkdag op de nieuwe praktijk. Dat betekende, meegebrachte sloffen aan en heerlijk in mijn warme slobbertrui op de bank achter een kopje thee en de diepte in met zoonlief. Wij kunnen dat als geen ander. Dit was, wat je noemt een extra cadeau. De ‘kerstbijdagen’ zijn niet zo officieel en opgeprikt. Sans scrupules je hele eigen zelf kunnen zijn als je op visite bent is een prachtig gegeven.

We delibreerden en filosofeerden tot de jongste kleine huiltjes liet horen. Daarna kwam schoondochter al snel thuis en sloeg aan het redderen. Binnen een handomdraai had ze een kerstbrunch uit haar mouw getoverd. Feestelijk en sfeervol rood, compleet met kaarsjes zaten we om tafel. Het was heerlijk, de gekozen klassieke carpaccio en het verse stokbrood. Grote broer had de kerstmannetjes met groene basilicumblaadjes helpen prikken en keek vergenoegd naar de vrolijkheid op het bord. Alle zoetigheden waren voor hen met de andere twee kerstdagen indachtig. Dikke sneeuwman- donuts en kersttompoezen.

De benjamin mocht na de borst bij mij op schoot en viel in de behaaglijke warmte van de trui en het gestage ritme van de harteklop al snel in slaap. De grote broer at met smaak anderhalve croissant weg omdat het feest was en reed met zijn kleine autootjes tevredenheid naar binnen.

Na de maaltijd was er nog een vragenspel, dat in een kerstpakket had gezeten, terwijl grote broer zoetjes verder speelde met zijn wagenparadijs. Het vroeg om antwoorden waarbij je hoge ogen zou kunnen gooien, maar ook met hetzelfde gemak irritatie en ongemak kon los kietelen. Niet anders dan verwacht, bleef het bij het opsommen van elkaars eerlijke en goede kwaliteiten en daarmee kreeg heel deze tweede kerstdag zomaar midden in de week een prachtig, bijzonder en persoonlijk tintje. Oprecht fijn.

Uncategorized

Een gouden glans over de vrieskou

Het begon met het gebruikelijke wikken en wegen waar we de wandeling zouden gaan maken. Voorlopig zaten we eerst nog warm en knus aan de taart en de cappuccino. Zus één vond een stadswandelingetje voldoende, maar de jongste had net nieuwe wandelschoenen aangeschaft en verlangde naar Michelin-mensjes op het bevroren land met wangen rood als appeltjes en piekende haren onder een muts. Kasteel de Haar, Maarssen, de Vecht, Haarrijnen, de keuze was groot.

Vort met de geit, de eerste dan toch. Dik aangekleed, warme dassen, handschoenen, stevige stappers, grote ruime jassen, vier winterkinderen op pad. Natuurlijk was het kasteel dicht en jammer genoeg ook de prachtige tuin, maar het wandelpad langs de glooiende heuvels van de golfbaan was gewoon open. Zegge en schrijve hadden we een stief uur de tijd.

Het was prachtig buiten. De frisse kou zorgde voor bellefleuren en de schoonheid van de lage zon met haar bijzondere licht weerspiegelde haar hemelse rust op de wandelaars. De rijp op het dorre blad tekende de schoonheid van elk afzonderlijk lijntje. Zuslief wees op de grote wit beslagen kastanjebolsters. ‘Net egels’. We knipten er lustig op los. Zij met haar prachtige toestel, ik met de kleine telefoon. Toen een van ons plots een jong hert zag op het met rijm beslagen veld schoten we allebei haar vliegensvlugge ontsnapping richting bosrand. Mijn hertje was zo klein als een miniatuurbeeldje op een schoorsteenmantel. Een waar zoekplaatje achteraf gezien.

Ook bij de roep van de buizerd veerden we op en zagen het dier met majestueuze vleugelslag tussen de bomen door wegvliegen, evenals een kleine winterkoning die schielijk het pad overstak. Het was voor het eerst sinds al mijn belemmerende kwalen dat er een flinke wandeling in zat. Het was een perfect moment. Zuslief hielp een stelletje uit Singapore aan een foto van hen samen zonder mondkapje. Dankbaar werden we overladen met erkentelijkheid en een Merry Christmas.

Ruim op tijd, nog zeker een half uur te gaan, zaten we weer in de warme auto en stopten bij een streekwinkel, die open bleek te zijn. De winkelbehoefte ging los. Anders hadden we de kringlopen bezocht en nu moesten we het met deze overheerlijke streekproducten doen. De klandizie was groot en de rieten mand van de zussen rijkelijk gevuld. Af en toe moet je jezelf eens kietelen en tegelijkertijd de plaatselijke ondernemer in de watten leggen. Mijn budget was de dag ervoor al opgegaan.

Bij de toko stond onze rijsttafel voor drie personen al klaar. Twee papieren tassen, zuslief sprokkelde nog snel de kroepoek en de emping erbij. op naar huis met de buit.

In de vroege ochtend had ik de tafel aangekleed, niet met het plastic kleed maar met het witte douchegordijn en de aubergine lopertjes. Nu leek het een chique tafel. De wijn erbij, een karaf water, cola voor zus. Alles werd met grote snelheid in mijn kleine Chinese schaaltjes gewerkt. De porseleinen lepels pasten er naadloos bij. Wat een heerlijkheden stonden er. De rendang, de sajoer lodeh, de sajoer toemis, Atjar, saté babi, telor, ajam opor, het waren stuk voor stuk kleine heerlijkheden met grote zorg bereid. Een aanrader deze tante Lien. Al zingend, van kerstlied tot tante Leen, als in de keuken van onze moeder vroeger, werd de afwas gezwind weggewerkt. Verbondenheid ten top.

Ondertussen kwebbelden we honderduit en waren de lange noodgedwongen pauzes tussen onze ontmoetingen op slag vergeten. Zoonlief kwam thuis met een kerstpakket, dat met veel aanprijzen werd uitgepakt. Na de lychee, het ijs en de koffie ging heel het spul weer op huis aan. Ik dook op de bank om met de film ‘A boy called Christmas’ de winterse kou en de sfeervolle kerstwarmte vast te houden. Een gouden glans over de vrieskou.

Uncategorized

Gebakken peren

Stralende zon in een wat rode gloed als ik de ogen opsla. Om zeven uur weer in slaap gevallen en met nichtlief door Amsterdam gestruind. Ze bleek ineens opvallend goed mondharmonica te spelen en hun prachtige oude huis aan de gracht had nu een monumentale uitstraling op de hoek van een plein. Ze bikte tussen neus en lippen door een 16e Eeuwse vloertegel uit haar entree, net niet helemaal ongeschonden, en maakte zich wat druk om haar geparkeerde auto een paar straten verderop. Een mens heeft wat zorgen te verdragen.

De kauwtjes vlogen in grote getale naar hun vergaderboom waar vervolgens druk onderhandeld werd. Vermoedelijk over de kerst en de verstoorde natuur, nu na de afgelopen zachte dagen, ineens de vrieskou was ingetreden, maar wel met feestelijk licht en rijm op de daken, zoals het een goede kerst betaamd.

Pluis komt informeren of ik er aan toe ben om haar uitgebreide kopjes te beantwoorden. Straks lief zacht fluweeltje, eerst de dagelijkse bezigheden. Spinnend neemt ze de weigering in ontvangst en belegert ondertussen mijn hele schoot. Een tactvolle zet.

Gisteren haalde zoonlief zijn kerstpakket op. Het boek van Finkers en een Donald Duck-game bleven achter. We bespraken de voorgenomen kerstbrunch op tweede kerstdag dat in een rooskleurig recent verleden was afgesproken. Als we met elkaar zijn dan zijn we met 11 volwassenen en acht kinderen. Zelfs voor een wandeling buiten is dat te veel. Wikken en wegen zoals altijd. Liefde, pedagogisch handelen en emoties doen een duit in het zakje. De ratio schudt het wijze hoofd. De uitslag is dat ik nu bij iedereen langs ga. Met de één een wandeling, met de ander de kerstbrunch, met een volgende een borrelplank enzovoort. Drukke bedoening dus, maar het hangt niet op die ene dag kerst. Op derde kerstdag komt dochter met de kleine filosoof de kast met de puddingvormen uitmesten. Als leuke nevenactiviteit kunnen we natuurlijk altijd een heerlijke oerouderwetse Engelse Christmaspudding in elkaar flansen en Melanie er bij afspelen.

Voor de zussen wordt vandaag een rijsttafel voor drie personen besteld. Dus ging ik gisteren op pad om een vers en hagelwit kleed te scoren. De enige mogelijkheid daartoe was de drogist. Er stonden twee luid pratende dames voor me met een sloot dreinende kinderen er naast, die voortdurend een snauw te pakken kregen op hun onmetelijke gevraagd. Ze zochten ook iets voor de tafel. Ik ben te netjes opgevoed. Een andere mevrouw kwam langs, schoof een van de rijzige gestaltes opzij en speurde naar servetten die eronder lagen. Na zeker een kwartier wikken, wegen en neuzelen stoomde het hele zwikje op richting kassa. Van de weeromstuit griste ik snel wit, grijs/wit en organza aubergine bij elkaar. De rij voor de kassa was winkellang. Geen goed plan die keuze om nu er naar op zoek te gaan. Bij thuiskomst bleek het witte damasten kleed van plastic. Dompertje. Maar een wit laken uit de kast trekken, want nog een zo’n hachelijke onderneming is teveel van het goede. Alles met mate doseren, daar houden we van.

De grote en kleine waxinelichten zijn aangevuld en dat is voor een kerstelijk tintje voldoende. Vandaag nog een bosje amaryllis en wat lekkere wijnen binnenhalen en klaar zijn we weer.

Morgen de eerste wandeling sinds lang in de buurt van het Indisch afhaalrestaurant. Daar liggen de Maarseveense plassen. Met deze winterkou mag het fototoestel niet ontbreken. Maar vandaag eerst maar eens aan de schoonmaak in de keuken, alles spic en span voor onze eigen vervroegde zussenkerst. In mijn tempo kost dat wel een dag. Die tijd is er volop, want Breda ging inderdaad niet door helaas en zelfs geen stream. Dan dans ik zelf de keuken rond. Met moed, beleid en trouw, dat wel. Voor je het weet zit je, in plaats van met een kerstpudding ,met de gebakken peren.

Uncategorized

Wie deelt, heelt

De ingestudeerde liederen gisterenmorgen gingen me redelijk goed af. We waren met zeven zangers. Er was maar een sopraan, de alten, tenoren en bassen konden zich aan elkaar optrekken. De dirigente jaste er met niet aflatende energie een aantal pittige recitals door. Dat leverde een nieuwe ervaring op. Mijn stem was bij het spreken erg ‘gebroken’, bij het zingen verdween dat euvel als sneeuw voor de zon. Dat is tegenwoordig te doen gebruikelijk. Maar na een uur zang kroop er een branderig gevoel aan de onderkant van de longen omhoog. Het noopte me te gaan zitten. Dat was voor het eerst en een niet bekend fenomeen. Onaangenaam. Even onthouden.

Zuslief stelde voor om ons uitje aanstaande woensdag naar de kringloop, dankzij de nieuwe ontwikkelingen, dan te vullen met spelletjes. O jee. Dat is niet mijn kopje thee, om met de Engelsen te spreken. Ik ga straks voorstellen of we niet een restaurant in de buurt een hart onder de riem kunnen steken door ze een uitgebreid diner te laten bezorgen. Lekker lang tafelen in de middag. We hebben elkaar al tijden niet gezien, dus er valt heel wat te bespreken. Meer is niet nodig voor een fijn samenzijn. Als compensatie kan er daarna nog wel een spelletje in. Het leven is geven en nemen.

Voor een zware lockdown suist er hier beneden mij nog heel wat verkeer over de weg. Zoonlief was al om negen uur aan de wandel rond de plas hierachter. Ik heb slechts koffie gemaakt, de zaterdagse krant mee naar boven gezeuld en Pluis uitgelaten en weer binnengehaald. Dat zijn al twee trappen op. Onder de omstandigheden vermoeiend genoeg. Nu blijven de liedjes van gisteren al anderhalve dag door mijn hoofd spoken. ‘Oh don’t deceive me, oh never leave me…lalalalalala A poor maiden so’. Bij het lalala zijn de woorden me ontschoten.

Vaag had ik afgesproken met dochterlief de puddingvormen uit te zoeken en op te schonen. Ooit had ik bedacht dat ze best een beetje antiek waren en bij mijn verhuizing hier naar toe, ruim dertig jaar geleden, had ik ze omzichtig in krantenpapier gepakt en op de bovenste plank van de gangkast gestald. Ze zijn er niet meer uit gekomen. Wonderlijk dat ik ze verzamelde, want toetjes zaten nooit in het systeem. Er zitten nog meer merkwaardige verzamelingen aan keukenspullen in die kast. De deur kan dicht en op slot. Alles wat dan even uit het zicht moet, verdwijnt erachter. De kast van het grote vergeten. ik voel een verhaal aan komen.

Straks ga ik me echt opnieuw storten op het doek van de vier zusters. De verhoudingen zijn me al maanden een doorn in het oog, bovendien heb ik het gezicht van een van de meiden weggevaagd, in een rigoreuze bui, omdat ze te cartoonachtig was. ‘Vernietig je lievelingen’, nog zo’n goede raad uit het Engelse. Een sprankelende opzet moet er voor in de plaats komen. Geen idee of het erin zit. Dat merk ik wel, als ik verder ga.

Een mail van de tuin. Iemand is tegen het ijzeren toegangsweg gereden. Het is lastig in en uitkomen. Er komt een nieuw hek, maar dat betekent vermoedelijk ook weer ontelbare nieuwe sleutels die verdeeld moeten worden. Normaal kom je met een kleine voiture wel door één hek, maar dan moet je toch nog altijd voorzichtig en berekenend erdoor. Dat is kennelijk niet gelukt.

Straks komt de vriend van de Historische kring een kerstgratificatie brengen, die niet door de brievenbus past. Hij neemt zijn dochter mee, die ooit als verlegen meisje bij mij de groep in stapte. Nu is het een mooie zelfverzekerde tiener, die de sterren van de hemel speelt op haar dwarsfluit. Een heerlijk vooruitzicht, zo’n middag-causerietje. En een verrassing. Ik ben gek op verrassingen. Er gaat niets boven een doos vol hebbedingetjes met lekkers, die je vervolgens zal delen met wie er bij past. Wie deelt, heelt.

Uncategorized

Verbondenheid vermag veel

Vannacht uitzonderlijk helder gedroomd. Hoe bestaat het dat huizen waar je, zeker te weten, nog nooit bent geweest, zich zo in vol ornaat laten bewonderen. Dit keer was het een groot ouderwets huis, type villa kakelbont maar nog groter, waar een echte commune leefde. Mensen en kinderen liepen in en uit, op de muren was de kunst rechtstreeks op het behang geschilderd, gelardeerd met heel veel geschreven tekst. Die lieve vriend liep er rond met een joyeuze zwarte alpino op zijn haar, en zag er al net zo hippie-wise uit. Er was alleen maar water te drinken, want dat was gezond en waarom had ik ineens een shaggie in mijn hand, terwijl ik niet rook. De kleine blauwe hadden ze geparkeerd langs het water, met de deur open en de sleutel naast het stuur.

Misschien had de droom met vertrouwen te maken, want er zijn wat veranderingen op komst. Vriendlief heeft medische zorg nodig en een uitgebreid onderzoek. In het Verweggistan, waar hij woont, spreekt hij de taal niet en is het een eenzame bedoening. Hier zijn mensen die met hem meeleven en het beste met hem voor hebben. We gaan hem helpen om een en ander uitsluitsel te geven en dat vertrouwen in zichzelf en zijn fysieke staat weer terug te geven. Daar zal de geest ook wel bij varen. Nu is het voor de rasoptimist te donker en te koud daarboven.

Vandaar ook de droom. Iets in de trant van; de kreupele helpt de blinde, maar het voornemen voelt goed. ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’, fluistert mijn moeder door het grijze wolkendek heen. Wie dan leeft, die dan zorgt. En zo is het.

Gisteren bij de thee en bij zuslief hebben we de twee nieuwe zangstemmen doorgenomen. Abschied vorm Walde van Mendelssohn en Entre le Boeuf, die lieve Franse kerst-evergreen. In een andere versie hebben we haar op de kleuterkweek aangeleerd gekregen. de altpartij is anders, maar toch herkenbaar. Het was gezellig en fijn om alles door te nemen, want aanstaande zaterdag moeten we het met twee van de vijf alten zien te klaren. Om half vijf na een kleine borrel was het welletjes. Tijdens de boodschappen had ik voor een nieuw kersthapje peer en gorgonzola gehaald en bladerdeeg. Maar ik kwam niet verder dan een paar pannenkoeken met mapple syrup . Als je het flesje omdraaide vloeide het direct leeg. Hele zoete hap dus, maar ook erg lekker.

De gedichtenbundel Fantasii van Ineke Riem valt open op het gedicht ‘Gedaantes’, als antwoord op mijn vraag in welk teken de dag staat vandaag en ik lees in haar onnavolgbare dansende zinnen;

Gedaantes

Ik word wakker in de letter i/Hij knelt als een korset./ Liever was ik een duinvalleien geweest.

Oma heeft mijn labels losgetornd. ik dapper/als een naamloze trui voor het raam boven.

Omdat tijd niet bestaat, ben ik weer negen en logeer ik/in mijn paletten versierde geheugen. In een sopje

Weekt oma de etiketten van jampotten en herinneringen/ook onze woorden glanzen doorzichtig. Zo kom ik

aan mijn liefde voor leegte. Ik knip natuurplaatjes/uit tijdschriften en vraag: zouden wespen vinden

dat hun naam knelt, hebben orchissen dromen/waarin ze eeuwig zijn, of een zwaluw?

In een flinke jampot zou best een duinvlakte passen./In een onbegrensd hoofd een waaier aan gedaantes.

Wat een heerlijk gedicht. Er is veel meer mogelijk dan men denkt als je de grenzen maar durft te laten vieren. Een uitstekende raad voor het vraagstuk dat nu op mijn bord ligt. Schouders eronder, neus dicht en gaan. Een sprong in het diepe. Verbondenheid vermag veel.

Uncategorized

Een kolfje naar zijn hand

De fysio had allemaal leuke nieuwe speeltjes klaar staan. Na het gebruikelijke lopen en de legpress vonden we dat de knie weer terug was in haar hok van de betamelijkheid. Geen pijn meer, geen losse delen, alleen nog een tikje vocht, maar dat was nooit meer anders geweest, dan de eerste keer dat ik er zo glorieus doorheen was gegaan. Nu was het zaak om de rest van de spieren op sterkte te krijgen, dus mocht ik hangen aan de touwen, schouders laag, rug recht, naar voren buigen over een stang met dezelfde restricties en vermaakten we ons met een balansoefening op de streep, de voeten achter elkaar, met vangen en gooien van een goudkleurige doorzichtige ondermaatse strandbal. Het was vooral leuk, een kolfje naar mijn hand.

Naar de kringloop in de speurtocht naar een dienblad, omdat de oude sinds de kerstverbouwing onder de sagopalm op de brede rug van de bank stond. Daar liep ik mijn verleden tegen het lijf, midden tussen de kook-, kunst-en-historische boeken. Daar ontvouwden zich de wederwaardigheden, achter haar mondkapje dat voortdurend afgleed naar de mond, alle oud collega’s kwamen langs, zowel van de kringloop als van school. Tranende ogen achter de brillenglazen, niet van verdriet, maar omdat het nou eenmaal een herkenbare bijkomstigheid van ouder worden was. Geanimeerde herinneringen schoven voorbij, het wel en wee van de kinderen werden gedeeld en de hele mispoge dat het virus te weeg had gebracht. We schoven voortdurend van de ene naar de andere kant om passanten te laten snuffelen tussen het rijke boekenaanbod. Met lege handen en een warm gevoel stond ik na een stief half uur weer buiten.

In het kader van de hapjes waagde ik me in de supermarkt aan de portobello’s uit de oven gevuld met lichte groenten en roomkaas. In mijn enthousiasme had ik het hele bakje erin leeg gekieperd. Resultaat, een bijzonder romig en machtig paddenstoeltje. Volgende keer beter letten op de verhoudingen en misschien de grootte reduceren tot kastanjechampignons. Al doende leert men. Roomkaas met lente-uitjes volstaan al.

Op de galerij kwam ik de buurman tegen, die aan zijn dagelijkse shotje zuurstof toe was. De buuf nodigde me uit voor een kop koffie, maar ik bleef liever in de frisse buitenlucht staan. We namen het plaatselijke nieuws door en de vermissing van een vrouw in het naburige stadje, die om acht uur ‘s avonds nog ‘even’ een boodschap ging doen. Van het andere nieuws hield ik me wijselijk afzijdig, want ik kende zijn mening, die volstrekt haaks op de mijne stond. Derhalve bleef het bij prietpraat, waar zijn eenzame huisarrest doorheen schemerde en dat hem noopte tot een enkel praatje op de galerij per dag als afleiding tussen de dagelijkse beslommeringen.

Op de bank genoot ik daarna van een herhaling van Masterchef Australië en ik weet allang wie mag winnen. In het kader van de hapjes is het goed toeven bij die geweldenaren in het bedenken van heerlijke combinaties.

Vannacht spookte de vermiste vrouw door mijn hoofd, waar zou ze zwerven in deze aardedonkere koude nacht. Tegen de ochtendschemer las ik dat er een lichaam uit het kanaal hier in het stadje was gevist. Er kon nog niets worden bevestigd, maar het leverde een onaangename kou op. Stel je toch voor, dat je weggaat voor een boodschapje en niet weerom komt. Hoe heftig moet dat zijn voor haar naaste familie. Was haar geest gaan dwalen net als haar geheugen deed.

Straks ga ik oppassen bij ‘grote broer’. Hij heeft al Corona gehad, ik de booster en samen durven we dat wel aan. Voor het eerst sinds al weer een te lange tijd. De Benjamin is op het dagverblijf. Prime-time en voorlezen, verwacht ik. Nu snel in de benen, de kleine blauwe prins staat vast al te trappelen van ongeduld. Eindelijk weer een flink aantal kilometers maken. Een kolfje naar zijn hand.

Uncategorized

Samenzijn en de gedeelde tijd

Stop het leven niet in een doosje zegt de ogenschijnlijk frêle vrouw in een YouTube-filmpjes van ‘All in The mind’. Ze heet Elrieda. Zuslief heeft het ontdekt en vond het de moeite waard om te delen. De omgeving is heel ideaal, een vrij afgelegen huis, veel natuur om haar heen, wat mooie zachtogige pinken, een hond en een poes, mooie geurige bloemen. De schoonheid der kleine dingen. We nemen afscheid van haar als ze gelukzalig op de schommel zit en al wiegend in de lichte bries van al wat haar leven vult, geniet.

Heel even wil ik het ook zo. In mijn oor zingt het eeuwenoude gezegde: Het gras is altijd groener bij de buren en trekt een lange neus. Kijk om je heen zegt ze er bestraffend achteraan. Een dak boven je hoofd, een boom voor je raam waar zich elke dag een wereld vol leven voltrekt, de rijkdom aan kinderen en kleinkinderen, je eigen tuintje en het vermogen om er altijd weer nieuwe levensenergie uit te halen. Als dat niet genieten is. Er valt niets anders te doen dan deze wijsheid te beamen. We zijn groot in het vinden van het kleine geluk, ondanks de tegenslagen en de lichamelijke ongemakken. ‘Je mag best eens verdrietig zijn’ zegt Elrieda, ‘Of boos, of angstig, maar zorg dat het ook weer voorbij gaat’. Ze heeft gelijk. Het leven hoort niet thuis in een doosje, ook al heet je Donald Jones. Het is bedoeld om ten volle geleefd te worden.

Wat een mijmering al niet los kan maken. Na de prachtige haiku van Basho gisteren schreef vriendinlief hoe blij ze was met de weergekeerde herinnering aan dat lieve herderstasje met haar fijne blaadjes en haar fantasie als kind of de herder wel alles in die tasjes zou kunnen prutsen. Een retrospectie in de tijd door een haiku, een gedachte van een Boeddhistische monnik uit de 17e eeuw, dat zijn mooie eindjes om verbondenheid aan te knopen en alle emotie, die dat met zich meebrengt, te koesteren.

In Winteren piekert Katherine May over de oudejaarsavond en het wel dan niet ophouden van de kinderen, wat betekent dat je zelf een stukje van je eigen ruimte af zal moeten staan. Ze vindt een middenweg door eerder met haar echtgenoot en zoon de kerstboom op het strand in vlammen op te laten gaan, zoals de jaarlijkse gewoonte is en net te doen alsof het jaar dan geëindigd is. Soms is het vrediger, de dingen naar je hand te zetten en het tij eigenhandig te keren. Straks begint haar nieuwe jaarcyclus. Het boek is het verhaal van een jonge vrouw en dat klinkt in alles door. Een zoektocht naar een leven in de tijd, een tweespalt tussen de alledaagse druk, de snelheid van het moment en de hang naar de oude bedachtzame riten van weleer. Soms heb ik de neiging haar toe te spreken. Ach meisje…Als een wijze oude Elrieda. Iets in de trant van ‘hebben we niet allen op zo’n drempel gestaan’.

In het kader van de nieuwe hapjes voor de zussen probeerde ik gisteren een eigen combinatie. Flammkuchen met cranberrycompote en geitenkaas, majoraan, basilicum en grote zwarte kalamata-olijven met rucola. Het werd te droog bij elkaar, terwijl de smaak goed was. Ik denk dat een roomkaas op de bodem een oplossing zou kunnen zijn, of in ieder geval meer olie. Eigenlijk zou je Flammkuchen zelf moeten maken, zodat het deeg veerkrachtiger en smeuïger is. Dat wordt oefenen, of gewoon ander deeg proberen. Het moet namelijk snel en makkelijk te bereiden zijn. De dag zelf zal in het teken van kringlopen en hilarische vondsten bestaan, maar bovenal gaat het om het samenzijn en de gedeelde tijd.

Uncategorized

Licht na de duisternis

Eindelijk weer eens een wakkere nacht, waar een goede maar korte slaap aan voorafging. Tijd voor het boek Winteren van Katherine May, waarin de schrijfster, anders dan ik verwachtte, ook de natuurkundige werking van de herfst 4e3en de winter op een biologische manier uit de doeken doet. Haar zoektocht maakt hink-stap-sprongen tussen wetenschap, historie, overlevering en riten. Het heerlijke verhaal van de hazelmuis in winterslaap blijft hangen. Ook de mare van Lucia, die letterlijk en figuurlijk verlichting bracht aan de verschoppelingen in de catacomben, geeft licht. De Zweedse Lucia in de kerk, maagdelijk wit, met de rode sjerp en de kaarsenkroon op haar hoofd, brengt mij hier, mijlen en tijden verder, dezelfde warme gloed en in vervoering. Het beeld zo overduidelijk aanwezig, als ze voortschrijdt.

Stonehenge, dat welhaast ontheiligde heiligdom, wordt door de beschrijving in het boek in mijn verbeelding gestapeld door enorme Reuzenhanden, dezelfde die onder het bed graaien om Jaap, die van de bonenstaak, te grijpen. Daar tussendoor dansen de druïden, die veel weg hebben van het exemplaar uit Asterix en Obelix. Ik weifel met haar mee als ze in de nachtelijke uren overspoeld wordt door gepieker en honderd gedachten de geest bestormen, tot ze de weg heeft gevonden om er een productieve tijdspanne van te maken en ze alles neerpent op het maagdelijke witte, ontvankelijke papier.

Eergisteren zond de NTR in Het Uur van de Wolf een documentaire uit door en over Heddy Honigmann, de filmmaker en regisseuse. Voordat deze film gemaakt zou worden, had ze geen flauw idee, waar ze zich als hoofdrolspeler daarin bevond. Langzaam werden alle herinneringen vervlochten met hernieuwde ontmoetingen. Ze reisde af naar Peru, naar het land waar ze was opgegroeid. Ontroerend om mensen te zien, die na decennia elkaar eindelijk weer in de armen konden sluiten. Ook de aanblik van het oude huis met het hofje met de lantaarnpaal in het midden, waar haar kindervoetstappen lagen, ontroerde zeer en brachten lieve vader/dochter momenten naar boven, terwijl ze de man lang heeft gezien als een liefdeloos persoon. Bij een oude jeugdvriend bleek, dat hij die kwaadaardige man als totaal anders had ervaren. Elke blik in het verleden is persoonlijk gekleurd.

In een van haar docu’s komt een jongetje voor, waaraan ze vraagt wat het leukste is, wat hij tot dan toe heeft meegemaakt. Hij haalde zijn schouders op. Of hij wel eens droomde? Hij schudde zijn hoofd. Wat hij verwachtte. Weer dat geschokschouder, maar meer nog zijn intens onpeilbare lege blik onderstreepte het afwezige verwachtingspatroon. Zonder doel zijn, zonder droom, zonder verlangen komt mij uitzichtloos voor. Geef dat kind de verwondering terug, de liefde voor het leven, de zin van de schoonheid der kleine dingen en daarom ook het zich veilig en geborgen voelen. Wie niet in staat is als de hazelmuis zijn eigen warme winterholletje te maken, diep weggedoken in de bol vochtig mos, schors en varen is prooi voor de boze buitenwereld. Het was een indringend portret dat Heddy van zichzelf onverbloemd neerzette, maar het allermooist vond ik het moment dat ze op een punt kwam, waarop ze haar vader met het concentratiekampverleden ineens begreep en hem ter plekke in gedachte omarmde, liefdevol en vergevingsgezind vielen alle vaders, die ze in haar herinneringen tegen was gekomen, samen. Een overbezorgde man die, in een alles verstikkende angst, zijn dochters beschermde door ze te harden in plaats van te liefkozen.

Fragment uit het boek: Met de winterzonnewende wordt een nieuw jaar geboren. De druïden houden een ceremonie, die alles wegwerpt wat de verschijning van het licht belemmert en gooien in de duisternis stukjes stof op de grond, waarmee ze de dingen aanduiden die hen hebben tegenhouden. Daarna wordt er met een vuursteen een enkele lamp aangestoken en naar. Het Oosten geheven, om een nieuwe cyclus te verwelkomen, die met de zomerzonnewende haar hoogtepunt zal bereiken.

Een mooie symboliek om in het reine te komen met dat wat was en klaar te zijn voor dat wat komen gaat. We stevenen af op de langste nacht in de wetenschap dat daarna de dagen weer gaan lengen. Licht na de duisternis.

Uncategorized

Vele wegen leiden naar Rome

Gisteren kwart voor negen ’s morgens alweer bij de huisarts. Pittig benauwd, je zou het bijna een gelukje noemen, want dan kan ze met eigen ogen aanschouwen hoe moeizaam alles dan gaat. De puf werd in overlegd teruggeschroefd van een vernevelaar naar de oude vertrouwde inhaler, zij het van een ander merk in verband met de prijs, zo bleek de apotheker te weten. Een week op proef en daarna al dan niet opnieuw een consult.

De kerstboom stond bij thuiskomst breed uitgewaaierd midden in de kamer en bedelde om opgetuigd te worden. Eerst uitrusten en plan de campagne maken. In gedachte verschoven alle meubels van hun plek, werden de grote planten bescheidener opgesteld, kreeg de poef een rol als tafel toebedeeld, mocht de ezel blijven staan en gingen alle andere overtolligheden in de kast, een beetje proppen, deur dicht, maar dan had je ook wat. Nu het zware werk.

Hoe kreeg ik, zonder een overdrive aan gehijg het gevaarte op het kerstelijk aangeklede tafeltje. Met twee theedoeken en vereende krachten, een twee drie in godsnaam, schoof ik het gevaarte nipt erop. Zonder kluit, dus minder zwaar, dat scheelde.

De sagopalm moest voor een paar weken de hoek in met mijn tweede dienblad eronder om de bank niet te verruineren. Mokkend bleef ze hier en daar achter de lamp hangen, maar uiteindelijk stond ze majesteitelijk over het interieur uit te kijken in een tropische warmte vlak bij de verwarming.

De brede poef kreeg een mosterdgele plaid als aankleding en het grote dienblad als tafel. De kunstboeken ernaast, de zwart-witte ballen van keramiek in een hoek van het blad. Waar kwam die van kleur wisselende sneeuwman vandaan? Die mocht de ballen gezelschap houden. Overal werd natuurlijk eerst de stofzuiger losgelaten. Op de vloer, op het kleed, op en in de bank, ze snorde naar hartelust, terwijl Pluis vanaf de tafel minachtend haar overdadig gespin aanhoorde.

Toen alles eindelijk op de juiste plek stond kon de aankleding beginnen. Eerst de snoeren. Vorig jaar ordentelijk om de kartonnetjes gewikkeld, de rommelsnoeren en het oeverloos geduld van het ontrafelen van de keren daarvoor in gedachten. Het krat was in een ommezien leeg terwijl de boom met haar versierselen kon pronken. Er zaten lieve hebbedingetjes tussen. Beneden in de schuur wist ik nog veel meer leuke ballen, maar dat was voor nu even een brug te ver. Alle lampjes deden het nog, zelfs het snoer voor het voorraam.

Nu moest de grote eettafel nog in de dinerstand, want dat gaf meer loopruimte. De hele dag was ik er zoet mee en genoot van dit altijd weer bijzondere moment. Als ik nu nog op school gewerkt had, stond de boom pas kerstavond. Dan had ik die van de groep naar huis genomen. Altijd zonde als die schoolbomen voor kerst al op de vaalt verdwijnen. daar zou je zomaar eens een fantastisch kerstverhaal over kunnen schrijven, iets in de trant van het kleinste kaarsje( ken Uw klassiekers).

Terwijl ik hierover mijmer, vloeit er op dit moment traag een klein straaltje henna langs mijn nek naar mijn rug. In de aanslag met een closetpapiertje veeg ik de overdaad weg. Nog ruim anderhalf uur te gaan en dan is de pruik salonfähig. Regeren is vooruitzien. Bij dit, min of meer opgelegde, thuiszitten, zijn deze klussen goed te doen. Zeeën van tijd. Dochterlief belde net. We hebben het vooruitzicht van vier dagen moeder/dochterweekend in april op Terschelling. Wat een heerlijk vooruitzicht. Het zijn deze uitjes in het verschiet die een winterdag weer lichter maken.

De puffer in haar nieuwe jas ligt klaar in de automaat van de apotheker, er is een lange brief onderweg naar de lieve vriend, al het achterstallige uit het sociale leven is verwerkt. We kunnen er weer tegenaan. Kerst om te delen, ik ga hier en daar eens met wat pakketpost strooien. Komt de berg niet naar Mohammed, dan komt Mohammed wel naar de berg en, in een moeite door, vele wegen leiden naar Rome.

Uncategorized

Zielenzorg

Een vragenformulier van het ziekenhuis omtrent de opbrengstverhogende organisatie. Een herindeling en een herijking van de functies in de twee grote ziekenhuizen en de twee kleinere poliklinieken in de regio. Begrijpelijk dat ze zo doeltreffend mogelijk willen zijn. Tevens onderzoeken ze de mogelijkheid van zorg aan huis, of videoconsulten. Vooral dat laatste lijkt me handig in deze tijd. Wel fijn als men elkaar kan zien en zeker als het om bekende kwalen gaat of als iets overduidelijk en onmiskenbaar te diagnosticeren is.

Ach ja, die goede oude tijd, toen ik nog op mijn fiets sprong om om half acht ‘s morgens aan te bellen bij de eerste patiënt. Hier een wasbeurt, daar het zwachtelen van de benen, het toedienen van een injectie, de wondverzorging en er tussendoor, bij deze het draaien van een (wisse)wasje of bij gene het schoonboenen van de douche. En altijd een kopje koffie met de zo broodnodige conversatie er achteraan. Ongemerkte zielenhulp, vooral bij de alleenstaanden. Sommige mensen keken reikhalzend uit naar dit bezoek, als enige aanspraak op een hele dag.

Hoe inspirerend was het om een draadje te hebben met zoveel verschillende levens. Zoveel zielen, zoveel gedachten, maar allen vonden de aandacht en vooral het luisterend oor fijn. Daarmee ving je de helft van het tobben af, voordat het zich weer omzette in nog een kwaal erbij.

Helaas dacht de rug er anders over, die had graag een tweede pleeg erbij gehad. Destijds moest alles in korte tijd efficiënter en economischer, vond men van hogerhand. De omzorg, zoals een wasje draaien of de keuken aan de kant ruimen was er niet meer bij. Het al niet ruime tijdsbestek werd gereduceerd tot tien minuten per bezoek, er was ruimte voor slechts een kop koffie ergens op de ochtend. Er kwam een overdosis administratie bij en zo werd het werken in de wijk een strijd tegen de klok om dat beetje menslievendheid, ondanks de strenge restricties, toch te kunnen blijven geven. Afmattend en uitputtend, voor alle partijen.

Ze komen nog weleens langs, de meneer met zijn overvolle nachtspiegel, die in het putje op het plein geleegd diende te worden, zodat hij zijn rood dooraderde vochtrijke benen uit bed kon zwaaien, waarna ze vakkundig in de zwachtels werden verpakt, of de vrouw in bed, die er zelfstandig niet meer uit kon komen en na een wasbeurt op haar stoel voor het raam werd gehesen met geen ander vertier dan de waggelende eenden aan de rand van het grasveldje en de sloot aan de overkant. Er was een meneer met een neusprothese die verzorgd moest worden en als je voorovergebogen zijn wond verzorgde, kwam steevast het grapje: ‘Pas op hoor, als je te dichtbij komt, bijt ik je neus eraf’. Om erna aanstekelijk te schudden van het lachen. Er was de vrouw met een jong gezin die ik iedere morgen uit haar rugkorset moest pellen om haar onder de douche te helpen. Kalmpjes aan, dan brak het hele dunne lijntje niet. Heel even bevrijd van dat gipsen harnas, ze keek er naar uit en er was de zorg voor een oude verwarde moeder in het houten huisje met, vaste prik, een geurend ouderwets bakkie koffie met zoete koek, dik beboterd. Je kende al je pappenheimers en wat je bij de een deed, liet je bij de ander, omdat je wist dat ze zo min mogelijk afhankelijk wilden zijn.

Zo werkte dat in de wijk en zo gek was het nog niet. Maatzorg aan huis en voldoende uren om het vooral ook zinvol te laten zijn. Terug naar de broodnodige zielenzorg.

Uncategorized

Lekker spekkie voor mijn bekkie

De dag begon in het donker gisteren. Om acht uur zou de kleine blauwe Prins zich moeten melden voor een onderhoudswinterbeurt. Een checkpoint na een bepaald aantal kilometers. Het kwam goed uit, want ik had me voorgenomen in een adem de vijf kinderboeken, die in de dagen ervoor verslonden waren, te verslaan. Om half negen zat ik met iPad en goede zin, een kop koffie onder handbereik, klaar voor de aftrap. Die avond zou er een meeting zijn via zoom om dit aanstaande nummer te bespreken en de volgende vast door te nemen.

Het lukte wonderwel, al was het aanpoten. Voor de fysio om half twee had alles al haar vlucht genomen via de mail en vice versa de complimenten voor het harde werken. Bij de fysio was er wat krachttraining om de kipfiletjes wat te versterken, nu knie, pols en benauwdheid zo belemmerend in de weg zaten. Er was een nieuw apparaat binnen, dat daar uitermate geschikt voor was en leuk voor de fysio om mee te spelen. Na de opdrachten liep ik voorzichtig en beheerst tien minuten uit op de band, kalmpjes aan, om de knie niet weer te ontregelen zoals in de morgen met de trap was gebeurd. Onmiddellijk schiet dan het vocht toe. Een trapgeraffel is er niet meer bij, terwijl dat zo’n heerlijk gevoel van vrijheid geeft.

De kleine Blauwe was net als haar bazin hier en daar aan vervanging toe. De remmen en remschijven moesten buiten kijf gebeuren, een scheurtje hier en een hapertje daar konden nog wel wachten. Verder werd alles doorgelicht en kreeg ik een vel met foto ‘s en al er gratis bij. Wat een slimme aanpak. Dan kon je zien wat men had gedaan.

De avond ervoor waren zoonlief en ik door de wasstraat gereden om hem spic en span af te kunnen leveren. Een bezoek aan het spookhuis dus. Nergens anders vliegen de watergeesten, de zeehelden, de octopussen en de grote harige waterspin je zo om de oren, terwijl je stuurloos in dat kleine compartimentje zit en toch voortbewogen wordt. Helemaal senang ben ik niet en zoonlief zit er met die half spottende, half vertederde blik naast. Daarna ijverde hij zich om alles schoon te zuigen, terwijl ik de matten door het windmachientje haalde. Altijd angstig dat ik ze niet stevig genoeg vast hou.

Bij de boeken zat een exemplaar waar een jong meisje bij haar oma logeerde voor een paar weken. Een beetje chaotische rommelpot-oma met laatjes en doosjes en prullaria op elk denkbaar plekje, zoals mijn kleinkinderen wel kennen. Langzaam ontdekt ze dat oma wel heel veel door elkaar haalt, want wat doet een haring in een zakje aan de waslijn, waarom noemde ze haar steeds bij de naam van haar moeder en verdwaalde oma als ze ging wandelen. Oma verzucht ergens dat haar hele leven zonder etiketten is. Zulke kleine subtiele aanwijzingen zijn goud waard in verhalen als deze.

In de zoom hadden we het over het verschil tussen lef en moed. Sommige vonden lef een beetje negatieve weerklank hebben. Als je denkt aan lefgozer dan vereenzelvig je het met stoer gedrag, maar als je denkt aan de uitdrukking ‘ Het lef ertoe hebben’ dan dekt de vlag de lading en is lef geassocieerd met moed. Het werd een boeiend gesprek en als het een negatieve weerklank heeft, dan is het vooral door de manier waarop je ermee bent geconfronteerd. Lef hebben is de schelmenstreek van vroeger, de Pietje Bell van de durf.

Ziezo, een vrije nieuwe dag ligt open met een check-up bij de tandarts. Zo kunnen de kleine Prins en ik als nieuw de winter in. Al komt aan zachtheid van weer er nog een mini-lente aan, beloven de weergoden. De arme tulpenboom was haar knoppen al trots aan het tonen en zelfs in de geraniums op de galerij bloeien nieuwe knoppen open. Pluis mekkert zich gek deze dagen bij het zien van alle kool-en pimpelmezen die af en aanvliegen. Ik zie haar loeren en denken: ‘Lekker spekkie voor mijn bekkie’.

Uncategorized

Wonderschone volksmuziek

Ellen van Damme kan het. Ze dook in de tijd en vond in ‘Negen koffers’ de rijkdom van het vroegere LiLaLo-theater terug, om die met een volharding om te smeden tot haar nieuwe repertoire. Daarbij vroeg ze zich wel regelmatig af of er nog mensen zouden zitten te wachten op deze Jiddishe muziek.

De documentaire van de EO gisteren was prachtig. Er waren fragmenten van het Jiddisch Huiskamertheater van Jacques en Jossy Halland te zien onder andere op hun reizen als rondtrekkende nomaden en kleinkunstenaars. Ellen zien we ook ronddolen. In Parijs met prachtige beelden van deze kleurrijke vrouw door de stille straten van Parijs. Haar moeizame veroveringen om zich de schwung van het Jiddish eigen te maken, met haar vriend, met het orkest en met een vriend die zelf als tweede taal met het Jiddish was opgegroeid. De documentaire heet ‘Negen Koffers’ en toont de vorderingen van Ellen in haar zoektocht naar dit wonderschone repertoire vanaf een heel pril stadium. Daarin is ze kwetsbaar en zoekend, heel anders dan hoe ze overkomt op een podium. Maar al ontdekkend wordt ze steeds meer één met de muziek van deze twee theatermakers, waarbij ze zich alleszins herkent in hun levensfilosofie: ‘Verbroederen, mooie dingen maken, niet oordelen’. Zo probeert ze ook in het leven te staan.

Zoals bij alles wat ze onder handen krijgt, lukt het dit keer weer om de ziel van het Jiddishe lied in de vingers te krijgen en ze maakt er een prachtige vertolking van. Niet hetzelfde als Jossy, dat wil ze niet, maar als Ellen die dat prachtige doorleefde repertoire durft te zingen.

Hongaars

Het mijmerde door, over het Volksdansfestival in Vierhouten in de jaren tachtig, waar altijd wel een Klezmerorkest te vinden was met die wonderlijke mengeling van wonderschoon, weemoed en droevenis, maar ook van losbarstende vreugde, onbekommerde blijdschap en verbondenheid onderling. Altijd deelden ze de beleving met hun publiek. Er werd spontaan meegezongen, gedanst en gefeest op de galmende zangerige toon van de klarinet, die luid oorkonde deed van haar zielenroerselen, versterkt door de echo die terug spatte van het tentdoek hoog boven ons. Verbroedering was er zeker te vinden, zoals bij welke vorm van dans en muziek uit al die omringende landen dan ook.

Soms werden we op onze wei in alle vroegte gewekt door het snerpende geluid van de Zurla en de doffe ritmische dreunen van de Tapan. Dan lag je te stuiteren in je slaapzak en was er niet meer voor nodig dan je kaplaarzen of je schoenen om in pyjama met de nog kreukelige slaapgezichten, wakker te worden bij de eerste schreden op een Turkse Hora, die dan weer Horon heette en recht te trekken.

Vele jaren achter elkaar was dit iets om naar uit te kijken en helemaal los te gaan. Later ook met de kinderen erbij, die een volstrekt eigen programma kregen voorgeschoteld en vaak ook met ons meededen. Het had in het geheel niet de sfeer van dansen onder de meiboom. Bulgaars, Grieks, Roemeens, Macedonisch waren toch wel mijn lievelingsdansen en wel zo moeilijk en snel mogelijk, we waren gevorderden. Dat was overdag, maar ‘s avonds danste weer alles door elkaar, jong, oud, langzaam, snel, moeilijk, eenvoudig, als er maar grenzeloos veel plezier gemaakt kon worden. Het feest duurde tot in de kleine uurtjes en tot de damp van de tent kil optrok in de koude nacht.

Met weemoed denk ik er aan terug, maar ook met warmte en ik voel nog steeds dezelfde passie bij het horen van de klanken van een Klezmerklarinet, het geschetter van de Zurla of de Bulgaarse Tamboura. Muziek is. De balsem voor je oren, zeker deze wonderschone volksmuziek.

Uncategorized

De deadline is in zicht

Zoonlief heeft me gisteren gewoon ontvoerd. Hij vroeg of ik over tien minuten klaar kon staan om me te nestelen in zijn luxe leren stoel van de auto. Limousine-achtingen associatie. ‘Wat gaan we doen’. ‘Wandelen en even gezellig samen zijn ergens in de buurt van Arnhem’. Knie mag geen inspanning deze week, maar dat was geen punt, want anders bleef ik gewoon zitten waar ik zat. Het miezerde en met angst en beven bedacht ik me, dat het voor een wandeling pittig heuvelig was. In mijn optiek waren het bergen, onbegaanbare bergen. Wat een schoonheid zag ik vanuit mijn luxe zetel voorbij trekken. Wat doen we toch in de randstad, vroeg ik me nogmaals hardop af.

Onderweg vroeg hij het hemd van mijn lijf over vroeger. Het verkeer. Ach jongen, de auto’s in de straat waren te tellen, buiten de karren van de handelaren. De groenteboer met paard en wagen, de melkboer met zijn container vol melk achterop de kar, waaruit we een halve of een hele liter konden tappen, de bakker met zijn glimmende kar, die wedijverde met het verse brood erop, de visboer met zijn zure bommen en hom en kuit, de kolenboer met zijn vegen in het gezicht en de linnen witte zak op zijn hoofd om de kolen te sjouwen. Mijn vader had een auto, omdat hij er zelf aan sleutelde, gewoon op straat of in de garage van zijn beste vriend. ‘ Werkte oma ook’, was de wedervraag. In huis, lieverd. De was nam al een hele dag in beslag, eten koken, sokken stoppen, kousen mazen, strijken, enorme hoeveelheden groenten voor dertien personen klaar maken, de kachel brandend houden en de bedden opmaken, kinderen in bad doen, eerst in de teil en later in de douchebak en in het weekend soep maken voor de jongens van het eerste elftal, waar mijn vader voorzitter van was. Daarna zoomden we in op mijn broers. Wat een fijn samenzijn zo met de zoemende verwarming en de bijna geruisloze motor. Buiten was het guur, hier binnen de nostalgie, de overlevering en de herinneringen.

De daad van zoonlief was een bliksemafleider van de eerste soort onder het mom van ‘ Even wat anders’ en een hernieuwde kennismaking met zijn schoonfamilie. Alles op veilige afstand met scan. Grote tafel in een ruim oord. Hoge plafonds, aangename industriële uitstraling met vleugjes oud weleer. Kleindochter had een domino in het Moluks bij zich. De rondjes uitgespreid op de tafel, ‘Doe je mee, Oma’. Bedelende blik. Tuurlijk doe ik mee en kom alle namen van lang geleden tegen, toen de Tong-Tongfair nog tot de jaarlijkse vaste bezoeken behoorden. Bintang, Mata Hari, Bulan….wat een leuk spel is dit. Kleindochter draaide wel erg veel rondjes om per keer en won glansrijk. Daarna kwamen de Jenga-blokjes op tafel en kreeg ze het voor elkaar dat iedereen mee ging spelen.

Wat een lieve familie, wat een mooie klik tussen ons en wat een goede daad van zoonlief. Gewandeld werd er niet meer en knie veerde op van pure blijdschap. Op de terugweg was er een app van de hoofdredacteur van ons blad met een prachtig compliment over een van mijn recensies. Een stimulans om vooral zo door te gaan.

Zuslief had ondertussen op de piano alle altpartijen uitgewerkt en opgestuurd. Vandaag ben ik er niet bij als het ensemble bij elkaar komt. Volgende week wil ik de boosterprik. Daarna zal ik me weer vrij en onbekommerd voelen. De oude Sint laat ik aan me voorbij gaan. Dat komt later wel weer.

Nu snel aan de kinderboeken en de uitwerking ervan. De deadline is in zicht.

Uncategorized

Winteren ten voeten uit

Ja, Toon Tellegen in de brievenbus. Het lijkt een pakje gebakken lucht, zo klein is het formaat van deze gedichtenbundel in het grote beschermende karton, maar het zijn kleine juweeltjes om over na te denken. Soms somber en ironisch van toon, soms lieflijk en zacht. Maar altijd herkenbaar en invoelbaar, altijd woorden die meer zeggen dan hun uitgesproken samenstelling en meer nog, wordt er tussen de zinnen oneindig veel verteld.

Gisteren was ik, bij het zien van dochterlief, zomaar ineens verdrietig. De allenigheid drukte zwaar tegen mijn slapen. De moeilijke keuzes die de hele tijd gemaakt moesten worden, de afwegingen over wat nou wel of niet verstandig was, de blije maar gemiste gezichten van zoon en schoondochterlief en de kinderen op het scherm van de pc, de somberte in het stille huis, de pijn in knie en pols en nog wat niet waardige feiten die, opgeteld, net een paar druppels teveel in de emmer van de vrije gedachte werden.

Ze had me gevonden in elkaar gedoken in een hazenslaapje in de bijna donkere kamer ondanks de brandende waxinelichtjes en bracht warmte en haar ongerustheid met zich mee. Het zijn de zeldzame momenten dat ik behoefte voel om even te leunen, even een schouder om op te rusten. Dat zijn de momenten dat ik met Toon kan zeggen:

Kleine demonen bijten zachtjes in mijn oor/kriebelen in mijn nek,fluisteren wat ze anders willen dan ik,/ bedenken woorden, zinnen die ik niet moet zeggen/laten me onthouden wat ik niet wil onthouden,/lachen me stilletjes en met de beste bedoelingen uit,/gaan overal met mij mee naartoe./. grote demonen zijn te oud daarvoor/hebben hun eigen kleine demonen/ komen af en toe nog langs/ voor een klein, verwoestend bezoek.

‘Tot de winter er op volgt’ is een gedichtenbundel van een man die ouder, onmiskenbaar ouder, wordt en met verlies, verlangen en berusting de eeuwenoude gang van zaken het hoofd biedt, maar ook ruimte laat voor twijfel. Nee, het is nog niet gedaan. ‘We worden oud, het oud van de eeuwige jeugd en de verbeelding’ schrijft Toon.

Zo overvallen die kleine demonen je en leiden de gedachtengangen in eigen banen. Het kan niet altijd rozengeur en maneschijn, een onwaarachtig leven, zijn. Er zijn altijd bergen geweest om te slechten, wegen om te wankelen, het volgen van het verkeerde pad, tot de dwaling, rechtgebogen door omstandigheden, aarzelende schreden zette, nieuwe keuzes maakte. Steeds opnieuw het vallen en opstaan en een rotsvast vertrouwen, dat het goed komt. Ook in het uur van verdriet. Verdriet mag er zijn, eenzaam voelen aan het eind van een lege dag mag, vooruitzichten op een lange winter dragen haastig wat haken en ogen aan, waarachter je bij tijd en wijle mag blijven hangen. Heel even somberen om straks, morgen, vandaag, verder te kunnen gaan.

Dochterlief kwam precies op het juiste moment met de troost van de warme thee, medeleven, afleiding en het luisterend oor. Het zet aan het denken. Heb ik mijn moeder ooit zo aangetroffen. Tijdens de wandelingen, hoe heerlijk te ventileren als je loopt, gingen we vaker de diepte in, maar diepste emoties werden toch altijd en herkenbaar verpakt in een wolk van optimisme of een vleug van gedecideerd wegwuiven. Leen Jongewaard zong in die dagen: ‘Kom Kees, het is maar tijdelijk, het zal wel weer overgaan…’

Precies dat onverwoestbare droeg ze uit. Niet bij de pakken neerzitten, maar er overheen stappen en daarmee de scherpe kanten er af schaven. Er is heel wat geschaafd en gebeiteld, destijds en later, een leven lang. Pleng een traan, duik er diep in, om daarna verder te kunnen gaan. De gedachten even flink husselen en schudden, nieuwe daden stellen en balans zoeken. Winteren ten voeten uit.

Uncategorized

Alles kan altijd erger

Lezen, lezen, lezen, aan een stuk door. Zodra de ogen open zijn, glijdt het boek op schoot en vliegen de letters langs mijn nauwelijks geopende spieders. Ze doen het werk wel. Dit dient aandacht, dat kan gescand, hier dient over nagedacht te worden, hé, dit is opmerkelijk. Schrijven, lezen, krabbelen, lezen, schemaatje maken, lezen. Waarom zijn we niet allemaal humanist geworden, bekruipt me, bij de heldere uitleg van deze Erasmus. Respect voor deze vorser en wetenschapper, deze onafhankelijke denker. Wat een taallievende aardbewoner.

Waarom is zijn leer niet eerder van stal gehaald, hier had de moderne mens, de wetenschapper zo mee uit de voeten gekund. Binnen een week heeft zich een tijdperk ontsloten waar ik alleen de oppervlakkige kant van ken. Die heerlijke katholieke riten, ook die vervelende regeltjes, die te allen tijde doorgingen, ongeacht de omstandigheden. De humanisten, wat is hun verhaal eigenlijk. Nader onderzoek leert vijf vormen kennen. Mijn bewondering voor deze man, die zo trouw is aan zijn eigen denkbeelden, vrijheid zo hoog in het vaandel heeft en, tegen elke stroom in, ook onderwijsprincipes hanteerde, die je blind op het vernieuwende onderwijs van nu zou durven plakken, heeft een soort openbaring geleverd, die mijn inziens in alles getuigt van een moderne en vrije geest. Als we bijeen zijn met het groepje biografie-lezers zijn we het roerend eens. Dit boek heeft ons verrijkt. Geschiedkundig, taalkundig en op het gebied van het geloof in de breedste zin van het woord. Er is grote bewondering voor de schrijfster, Sandra Langereis, die met hetzelfde doorvorsen als Erasmus deed, zich zijn leven heeft verdiept en die dat met ons, soms breedsprakig maar nooit vervelend, heeft gedeeld.

Ook de bijeenkomst was gemoedelijk middenin Amsterdam in een bovenhuis dat geurde naar boeken en kunst, de kamers met krakende vloeren, de hoge plafonds, de smalle gang, de uitgesleten trap, de spiegelende ruiten boven de winkelstraat. Op de terugweg in de auto bespraken we nog wat na, vriendin en ik. Eer we het wisten waren we alweer bijna thuis. Gezelligheid kent geen tijd. Op de weg terug brandde een lampje met een Engelse sleutel, dat ook weer verdween. Spannend, omdat je nooit weet wat er gebeuren gaat. De eerste gang vandaag is langs de garage. Dat staat buiten kijf.

Bij de volgende bijeenkomst bespreken we de biografie van de kunstenaar Jeanne Biersma Oosting, die door Jolande Withuis is geschreven. De titel is: ‘Geen tijd verliezen’. Ik kende het werk van deze krasse dame niet, dus eerst een beetje research.

Nu is er ruimte voor wat ontspannen lezen en de kinderboeken. Buiten is het somber en er viel zowaar al een verdwaalde sneeuwvlok. Soms trekt de lucht wat open. Het aantal schakeringen in grijs is opzienbarend, van vaal grijs tot paynes grey, soms mooier en somberder dan ik op het palet kan maken.

Dat is wel een idee. In deze zelfopgelegde solitude (George Moustaki) atelier maken in de kamer en lekker schilderen. Er ligt nog een hele rol linnen. Vlassen wat ik daarmee zal doen. Even in reeksen denken, vermoed ik en afwijkende vormen. Langgerekt aan hout, zoals mijn die piepkleine paneeltjes in inkt. Een drieluik, nu het hoofd uit de middeleeuwen is. O, dachten we trouwens dat het nu heftig was met ons virus, destijds hadden ze ook gemiddeld elke winter de builenpest en bleef iedereen binnen of vluchtte weg. Ik zal jullie de beschrijving van de symptomen besparen, maar iets werd me duidelijk. Misère komt in golven en alles kan altijd erger.

Uncategorized

Op slag ziet het er vriendelijker uit

In het nachtblauw trok een dikke witten watten deken over, zachtjes wiegend boven de wereld. Af en toe brak er, als extra troost, een wolk open en toonde een stralende ster. Met een lodderoog nam ik het waar, weggekropen onder het dekbed, veilig, geborgen en vertrouwd. Zoveel schoonheid in de stille nacht.

Ondertussen is er achter een andere deur in het hoofd een nieuwe wereld opengegaan. Die was summier bekend, enkele namen, wat spreekwoorden en een paar verhalen en romantische films van ridders en veldslagen. De literaire kant was volslagen onbekend. Met Erasmus mee een duik nemen in de Latijnse en Griekse klassiekers, de filosofen en de wijsgeren ontmoeten, de sofisten en de humoristen leren kennen. Te lezen over die laatste vermakelijke schrijvers, die er niet voor terug deinsden om in hun komedies scabreuze teksten te verwerken of om hun voordrachten te verluchtigen met grootse en soms obscene kostuums.

Daar tussendoor spoedt de tijdmachine zich naar de middeleeuwen rond de eeuwwisseling van 1500. Frankrijk, Engeland, Italië met zijn gewelddadige paus, die zijn macht aan het vergroten was met het leger Zwitserse huurlingen. De opkomst van de boekdrukkunst en de rol van het geloof daarin, het onderwijs, de pedagogen, monniken, priesters en bisschoppen, edelen vormden samen die roerige wereld.

Het leest langzaam, zoveel informatie vind je terug op elke bladzijde. Bovendien vallen er aantekeningen te maken, wil je niet over de belangrijke keerpunten in het leven van deze schrijver heen lezen. Het erudiete klimaat in Engeland doet weldadig aan, omdat hij daar in een bloeiende gemeenschap verkeert van kennis, cultuur en muziek, waar ook de vrouwen aan deelnamen. Zijn vrienden blijken al even belezen als hijzelf.

Hij heeft zojuist ‘Het lof der Zotheid’ geschreven, waarin Vrouwe Dwaasheid orakelt tegen haar publiek. Haar vader is ‘Kapitaal’, haar moeder is ‘Jeugd’. Uit zo’n verbond tussen geld en frivoliteit kan alleen maar dwaasheid ontstaan. Ik beleid mijn eigen zotheid. Nog 300 bladzijden te gaan in een tijdsbestek van twee en een halve dag, dat is geen sinecure.

Vriendlief schreef over zijn bezwaard gemoed in deze wereld van onrust en het roerige bestaan, van macht en geld. Met zo’n terugkijken in de geschiedenis wordt zelfs dat betrekkelijk. Is er ooit serene en volmaakte rust geweest in dat dagelijkse leven. Vroeger lijkt kabbelender, maar natuurlijk is niets minder waar. Natuur brengt rust, meditatie, contemplatie, een teruggetrokken bestaan. Daar heeft hij genoeg van om hem heen, maar nu spelen zijn ouderdomskwalen op en benemen hem de rust, omdat het lijf onwillig en grillig haar eigen voortgang uitstippelt. Een bijkomstigheid is het zwarte, dat boven komt drijven onder die omstandigheden. Niet bij machte zijn om nog de zon te zien als stralend baken, die ster die door het wolkendek prikt en een belofte pinkelt, een groeiende eenzaamheid.

De regen klettert ondertussen weer tegen de ruit. Aan de ene kant is dat een geruststelling. Geen weer om naar de tuin te gaan. Je zou er stranden op het modderpad en voorzichtigheid is geboden. De knie is aan het opspelen, misschien door verandering van het weer. De omslag, die zich vertaalt in de oude krakende botten en spieren. Het gezin van dochterlief is coronavrij verklaard. Bij zoonlief slaan ze zich er dapper doorheen.

Alsof de duvel ermee speelt, breekt ineens de zon door het grijs en vallen de varende wolken open om grote stukken hemelsblauw door te laten. Op slag ziet het er vriendelijker uit.