Overpeinzingen

Op het leven en elkaar

De dag opende met een lauwe douche voor de grasmat, dat zich later uitbreidde tot flinke stortbuien. Het groen sidderde van genot. Eindelijk na weer ruim twee weken temperaturen van om en nabij de 35 graden.

In de vroege ochtend de boodschappen, omdat het in de middag heftig zou gaan onweren. Dat was het plan. Dat onweer hadden we die nacht ook al gehad en als het eenmaal begint, dan houdt het hier niet meer op, omdat de bergen de buien vasthouden. Een eb en vloed aan rollende donder en flitsende bliksem.

Het was kalm op de weg. Welhaast een zondagse rust. Bij de Tesco en de Lidl waren de parkeerplaatsen verlaten. Huh. Hadden we ons vergist en was het zondagmorgen. Ineens begon het ergens in het achterhoofd van lief te dagen dat het de twintigste was. Sinds Orban was dat een nieuwe feestdag. Daarom hingen al de vlaggen uit in de kleine dorpen naar de supermarkten toe. Alles was dicht. Beteuterd verzonnen we een list. De wijn was op en dat was ongeveer de voornaamste reden waarom we naar de winkel wilden. De benzinepomp leek ons niet de aangewezen plek, omdat er niet met alcohol op gereden mocht worden.

Lief groef in zijn geheugen en kwam uit bij de wijnstreek in de buurt van Pecs. Dat stond al langer op het lijstje van bezienswaardigheden, omdat de kleine wijnkelders in de heuvel onder en boven elkaar waren gebouwd en men van daaruit de wijn verkocht. Richting Vilany dus. Opgewekt en met oog voor dat prachtige landschap, waar boven de zwarte schaduwen van de bergen de toppen in witte nevels waren gehuld, lange slierten witte wieven, speurden we naar de wijnranken die zich in deze streken wel moesten uitstrekken. Maar al wat we zagen waren de goudgeel verdorde maisplanten, klaar voor de oogst en de nu bruine zonnebloemvelden.

Het was zo’n inmiddels bekende tocht. Een deel over de snelweg en al ras een vervolg door de vele lintdorpen richting het doel. De omgeving ademde rust, verlaten dorpen, oud verval afgewisseld met prachtig opgeknapte panden, die door hun uiterlijk al snel sierlijk en kleurrijk het landschap overnamen. De vrolijkheid van de groene, zacht oranje, gele en soms knallende tinten gaven de dorpen een speelse aanblik. De borden gaven in het Hongaars en in het Duits de bewegwijzering aan. Het verraadde de aanwezigheid van de Schwaben, herinnering uit een ver verleden. De oude industriële, vervallen resten van een vorig leven, bijvoorbeeld de grote steenbakkerij waar we langs reden, vertelden een ander deel van de geschiedenis. Zo had alles een eigen verhaal.

In een dorpje voor de grote wijnstad stopten we omdat daar de authentieke wijnkeldertjes met hun prachtige deuren zich tegen de voet van de berg hadden genesteld en het park er tegenover een ruime parkeerplek bood. We wandelden de berg een stukje op en genoten van de aanblik, de gebouwtjes, sommige kreunend onder de tand des tijds met verweerde oude deuren in allerlei tinten of vernieuwd en opgeschilderd met wijnranken langs de posten, zitjes op lange schagen en houten banken ervoor, uitzicht over het dorp, hier en daar oleanders in grote wijnkuipen en geraniums. Lieflijk, anders, en heel bijzonder om daar te lopen.

In een van de uitnodigende wijnkelders beneden namen we koffie en vroegen om een proeve van hun eigen wijn, de regina, een droge witte, kregen er sodawater bij en een slok in een mooi glas. Bovendien knoopte de jonge gerant een praatje aan in het Hongaars met lief en vroeg of we uit Holland kwamen want hij herkende de klanken. Een aanwaaihondje van de buren spoot hij met hetzelfde gemak, als waarmee hij ons te woord stond, nat met de sodafles, en legde omstandig uit, dat het diertje niet van hem was. Zijn eigen keffertje was de straat opgelopen en teruggehaald door zijn vrouw. Ach ja. Zo blijft er leven in de brouwerij.

We namen twee arrangementen af en vertrokken opnieuw op de bonnefooi, omdat dat ons toch op de mooiste plekjes had gebracht tot nu toe. zo kwamen we er achter dat de wijnranken aan de andere kant van de stad te vinden waren. Volmaakt gelukkig en voldaan kwamen we zonder de heftige onweersbuien thuis en proosten met de nieuw aangekochte rose, gekoeld in het vriesvak, op het leven en op elkaar.

Overpeinzingen

Daarna lijkt alles mooier

Het zijn pittige temperaturen en het blijft een kwestie van vroeg in de ochtend wat activiteit ondernemen. Toch ging ik gistermorgen naar de Datsja om te schilderen. De dag ervoor had ik een goeie opzet gemaakt en ik had zin om verder te gaan ondanks de warmte. Heerlijk zo’n drijfveer.

Soms kan het gebeuren dat de flow goed is. Met een Braziliaanse fado als ondertoon bleek het goed werken en vloeide het penseel op dat heerlijke ritme als vanzelf. Zuslief kreeg vorm. Steeds even bijschaven, zoeken naar de mogelijkheden, duwen en trekken. Het mocht. Er was tijd genoeg. Aan het eind van mijn zwoegen voelde het goed. Morgen de puntjes op de -i- en door naar een nieuwe opzet. Het marktvrouwtje met de paar schamele bosjes Guldenroede. We hadden haar ontdekt in Kaposvar bij een overdekte markt. Temidden van de enorme uitstalling aan waar op de andere kramen, zat ze bescheiden achter een tafeltje bij de ingang van de grote hal en wachtte af. Haar mimiek was ondoorgrondelijk maar met een ondertoon van verlegen. Ze was het toonbeeld van eenvoud.

De hele week was ik vol verwachting naar de post. Op de hoek, twee huizen verder, zit het postkantoor. Zoonlief had op mijn verzoek twee puzzelboekjes opgestuurd. Gisteren ontdekten we dat de straatnaam niet helemaal klopte. Inmiddels was het verzenden al een week geleden gebeurd. Met zo’n verkeerd woord in het adres begon ik ‘m toch te knijpen. Na een eerste vergeefse poging, het postkantoor was net gesloten, ondernam lief er later op de middag nog een en kwam na een half uurtje triomfantelijk met de enveloppe binnen. Zoonlief had geadresseerd aan mama met achternaam. Daar waren ze niet helemaal uitgekomen. Zekerheid voor alles.

In de avond kwam vriend langs. Na lange werkdagen was het goed toeven in de schaduw van de tuin. Alcoholvrije biertjes hadden we speciaal gekocht om te gebruiken voor dit soort gelegenheden. Het promillage dat is toegestaan tijdens het rijden is nul en daar zijn ze behoorlijk streng op. Vriend vertelde hoe zijn vriendin, die hier geboren en getogen is, eigenlijk nog bijna niets van de omgeving heeft gezien. Na mijn enthousiaste verhalen over wat we tot nu toe hebben meegemaakt en hoe mooi het hier allemaal is, besloot hij om nog eens een poging te wagen haar uit haar vertrouwde omgeving te pellen.

Het werd een aangename lange avond met tsjirpende krekels, waarvan ik er een op beeld gevangen had in de vroege ochtend, omdat ze naar binnen was geslopen en tegen het raam geplakt zat. Deze kleine prachtige beestjes roepen te enenmale de sfeer op van de nacht die Vasalis beschrijft in haar gedicht De krekels. Daarin beseft ze het voortgaan van de tijd en haar eigen vergankelijkheid ‘Ondanks de schijn van eeuwigheid/in enkle stille ogenblikken/hoor ik voortaan een fijn, schor tikken…’ De onrust van de dag werd gesmoord met dit vertrouwde geluid, wat bleef, was schemering en diepe vredige rust.

Het daggedicht van Annie bleek gisteren er een te zijn die ik niet kende. Dat komt zelden voor. Het heeft de opbeurende titel ‘ De Dame sterft uit’. Ik las het voor aan lief en samen moesten we er om gniffelen. Heerlijke onbetaalbare humor. En ik zou iedereen iedere dag een gedicht voor willen schrijven als tegenhang voor het dagelijkse nieuws. Klop er luchtigheid in en een beetje vertrouwen. Daarna lijkt alles mooier.

DAGGEDICHT – Annie M.G. Schmidt (1911-1995) – De dame sterft uit

De dame sterft uit

Vertelt u het verder, maar niet al te luid:
er is iets ontzettends, de dame sterft uit.
O, vrouwen genoeg (veel te veel, Lieve Heer),
maar dames die hebben we bijna niet meer.

De dame sterft uit, we zullen het zien,
precies als het rendier, maar eerder misschien.
Ze droeg een jabootje, ze wist niets van seks,
ze was wel nerveus, maar ze had geen complex,
sprak nooit over buik, want ze noemde het maag,
ze zei met een hele beschaafde stem ‘graag’,
gebruikte nooit poeder of crème op ’t gezicht,
beschouwde het echt’lijk verkeer als een plicht,
bracht kinderen voort in Den Haag en Schiedam,
maar wist nooit precies hoe dat allemaal kwam.
Ze wou ’t ook niet weten, ’t was allemaal vies
en ze waste persoonlijk haar Sèvres servies.

Zo was ze, maar ach in de tijd die nu komt
zeggen de dames voortdurend ‘verdomd’.
De douairières, zij dragen -als norm-
een merry-go-round of een Maidenform.
In plaats van ‘laat mij eens’ zeggen ze ‘lames’.
Waar blijven de echte dames?

Ze zijn er nog wel, een paar, een paar…
maar ze zijn al zo oud en over tien jaar,
dan merken wij plots op een maandag in maart,
dat er geen dames meer leven op aard.
Misschien kan men nu in de komende jaren
de laatste tien dames nog even bewaren,
wat koel, in een dames-natuurreservaat.
Of is het te laat, is het al te laat.

En vinden wij binnenkort nog alleen
een enkel klein opschrift, gebeiteld in steen,
gesierd met wat rozen en witte cyclamen:
‘Hier ligt de laatste dame’?

(Uit: Tot hier toe: gedichten en liedjes voor toneel, radio en televisie 1938-1985. Querido – Beeld: illustratie van Fiep Westendorp bij bovenstaand gedicht uit: En wat dan nog? De Arbeiderspers, 1967)

Overpeinzingen

Een waaier aan kleur

Wat we wilden bereiken in de vroege ochtend lukte wonderwel. Om elf uur zaten we gepikt en gesteven in de auto op weg naar die grote blauwe Donau, die door de stad Mohacs stroomde en een stief uurtje later liepen we over de boulevard, waarlangs druk gebouwd werd en kennelijk in allerijl appartementen werden opgetrokken. De lantaarns, het muurtje en de wandelweg aan de voet ademden allemaal en grandeur van weleer, maar was nu vooral een toonbeeld van oud en nieuw. In de Donau dobberden twee enorme hotelschepen met een zeer steile loopplank waar net twee mannen met hun koffers zeulend omhoog gingen. Iets verderop was een veerboot heen en weer aan het varen. Nader onderzoek verklapte dat de nabije overkant een eiland bleek te zijn. Een uitspanning boven het inrij-haventje zag er uitnodigend uit en was in deze hitte niet ongewenst. Het uitzicht was prachtig.

De Donau zelf strekte en rekte zich imposant en liet het water kabbelen. Een oude tanige vrouw in een kleurrijke hippielange rok van weleer liet haar mottige oude hondje pootje baaien aan de oevers naast het veer, tenminste, dat hoopte ik. Ze pasten wonderwel bij elkaar en bij hun omgeving. Grandeur van weleer dus.

Het jonge meisje serveerde ijskoud alcoholvrij bier en wij en diverse wespen genoten daarvan en van het wonderschone uitzicht, water zover als het oog reiken kon en een schouwspel aan wandelende mensen die naar het eiland wilden of terug kwamen en de auto’s die kris kras hun plekken innamen op het veer of er af reden. Er waren badgasten bij en toeristen, mensen die gewinkeld hadden met plastic tassen en trolleys, de waterpolitie die aan het controleren was, het doordeweekse leven van een stad. De veerman draaide alsof zijn leven er van afhing aan het wiel aan de zijkant van het schip waar kennelijk een kabel aanzat, die een tweede man met zich mee trok de wal op om de lus om de bolder te leggen. Frequent voer hij heen en weer tussen de Rijnaken door die hun weg onverstoorbaar vervolgden.

Natuurlijk wilden we meer Donau en storten ons wederom in het ongewisse door de rivier te volgen, zoals we bij de Drava ook gedaan hadden. Maar we liepen stuk op kleine doodlopende weggetjes en de doorgaande weg leidde ons door bescheiden dorpen, de een nog stiller dan de andere. Tot onze verbazing reden we ineens het grote Duna-Drava Nemzetipark in. Opnieuw waren de goden ons gunstig gezind. Bij een oude arm van de Donau stapten we uit. Heel veel dood hout aan de zijkanten, staketsel van bomen staken uit het bruinige water en voor mijn ogen vloog de blauwe ijsvogel gehaast naar een veiliger plek verderop, onzichtbaar voor de lens. In de diepte trok een grote groene pad de aandacht, terwijl hij zijn kostje bij elkaar scharrelde. De weg was verrassend goed begaanbaar en liep door een dorp dat verlaten oogde. Hier en daar was een huis nog in gebruik, maar opvallend was de leegstand. Ook de school bleek al jaren buiten gebruik. ‘Ex-school’ vertaalde lief het bord ervoor en het scheefgezakte gebouw erachter bevestigde dat met nadruk. Wel zagen we er drie varkens en een biggetje lopen met opvallend lange snuiten in een goed omheind kot. Eindelijk, daar zijn de zwijnen. Iets is beter dan niets. In het ongerepte loofbos erachter zaten ze zeker, maar dan zou je in de vroege avond op pad moeten. In het midden van het park kwamen we weer een enorme vlakte bebouwd met zonnebloemen tegen en aan het eind van de weg een hek. Daar kon je alleen nog lopend verder. Dat was voor een volgende keer.

Op de terugweg zagen we een zwanenfamilie in een tweede oude arm , de Belso Beda, die statig en kalm met kroost heen en weer zwom. Op de terugweg de goudgeel verdorde maisvelden, de bruine stoppel-akkers tegen de blauwgrijze hoogste top van het Mecsekgebergte. Ongerept en een waaier aan kleur.

Overpeinzingen

Als je de tijd aan jezelf hebt

De beuk is weer aan en schittert in haar volle rode gloed. De acer, aan het begin van de tuin, verliest het van diens intense kleur als de zon er op schijnt. Gisteren was het te heet om ver weg te gaan. Het werd een dagje Datsja. Het papier lag klaar. De iPad bracht heerlijke dromerige fado’s, de temperatuur had zich aangepast aan de lome Portugese klanken en er bleef gelukkig een lauwe bries door het struweel waaien. Het was er goed toeven. Lief zat op de veranda in de rieten leunstoel.

Om te zorgen dat de penselen zich weer naar mijn wil zouden buigen, oefende ik op zomaar iets, dat uiteindelijk net zo dromerig werd als de Fado klonk. De uren streken voorbij en voor ik er erg in had, gutste het water letterlijk van mijn lijf. Het werd nu echt te heet. Dit eerste probeersel was af en het tweede stond in de basis erop. Morgen was er weer een dag.

We schoven met ons borreltje, een koud Belgisch biertje en een een even koude witte wijn, naar verschillende schaduwplekken in de tuin. Eerst de fluweelbomen, te weinig wind door de dikke juniperus-struik ervoor. Daarna achter de boeddha met uitzicht op de oude caravan die dienst deed als schuur voor het kleine tuingereedschap en toen zelfs voor de caravan met uitzicht op het beeld van de nimf met de kruik. Dat was eigenlijk een fonteintje, maar helaas had ze dat genoegen nooit mogen smaken. Wat verweerd stond ze er te staan, vertrouwd wit baken in het groen. Ik nam een foto van lief in de stoel, haha, Pa op de camping, zo oogde het. De foto’s appte ik door aan dochterlief. Volgend voorjaar staan ze hier waarschijnlijk een paar weken met hun caravan en wie weet, viel de onze op te knappen tot extra tuinhuisje annex slaapplek.

Ondertussen maakten we plannen voor vandaag. De Donau stond nog steeds bovenaan. Nu besloten we het gedegen aan te pakken en puzzelden de tocht via google Map en vooral ook via google Earth uit, zodat we niet weer voor verrassingen kwamen te staan. Mohacs werd de bestemming. Een wat grotere stad aan de Donau en een uur rijden van hier. Dat was een mooie afstand voor een dagje weg. Waarschijnlijk alleen de ochtend en de vroege namiddag, want later beloofde het 36 graden te worden en dan kon je maar beter op het erf zijn.

Opeens werd de stilte van de middag verbroken door een alarmerend gillende sirene van de ambulance, even later een brandweerwagen en twee politiewagens er achteraan. Niet veel verderop, op de weg naar Szigetvar, was kennelijk een groot ongeluk gebeurd. Het verkeer moest omgeleid worden door onze straat. Dat gebeurde bijna nooit, vertelde lief, maar nu stonden ze op de hoek bij het kruispunt heel druk het verkeer te regelen. Vlak voor het huis stopte een grote vrachtwagen met een trieste lading. Varkens voor de slacht. Ik zag door de spleten heen hun oren wapperen en hun snuitjes snuffen. Er bleken een aantal varkenshouderijen verderop te zijn.

Wij waren blij dat we hadden ontdekt dat de Penny in Szigetvar de grootste keuze Vega van alle aanwezige winkels in de omtrek had. Ze hadden überhaupt veel meer keuze. Bij de diepvriesgroenten waren sperziebonen en doperwten te krijgen en tussen de blikken vond ik kievitsbonen. Superheerlijk. Daar stond tegenover dat je moest nadenken over het tijdstip van inkoop, want er waren maar twee kassa’s met gemiddeld lange rijen. Geen probleem als je de de tijd aan jezelf hebt.

Overpeinzingen

Op onze lauweren rusten

Gisteren kwam het idee voor een verhaal over het rampjaar letterlijk binnenstormen en bleek niet meer te ontwijken te zijn. De diepte in dan maar. De dood of de gladiolen en wie niet waagt, die niet wint. Dus verdwijn ik naar de meer dan koele keuken, om de dertig graden van buiten te ontvluchtenen verzin al sparrend met Lief de ingang voor het verhaal.

Het lukte wonderwel en mondde uit in een vijf uur durende schrijfsessie. Moe en leeg geschreven en verstijfd van de kou omdat ik had verzuimd een warme trui aan te trekken, plofte ik naast lief neer, die in de schaduw van de fluweelbomen zat op te drogen. Hij had de hele tijd kleine fruitboompjes verwijderd, snoodaards die overal hun kopje opstaken, maar daarbij wel steeds de schaduw opgezocht. De temperatuur bleef moordend en de arbeid koos een eigen route om weg te vloeien.

Opa was de aanzet voor het verhaal en een in elkaar gevouwen krantenartikel in een binnenzak. De rest blijft tot publicatie binnenskamers. Het luchtte op, maar bracht toch een totale vermoeidheid met zich mee, letterlijk leeggeschreven. Geen puf meer voor het verslag van de heerlijke dag ervoor.

Op zondag wilden we de Donau opzoeken en dat leidde ons naar Barcs. Kennelijk hadden we toch iets over het hoofd gezien, want deze stad, die we als ijkpunt hadden genomen, bleek slechts over één rivier te beschikken. Daar slingerde zich de Drava in volle glorie langs. De parkeerplaats grensde aan een wandelpad en dat beloofde veel, maar het leidde ons slechts langs beboste oevers en rietkragen, met aan de andere kant een desolaat en roestig industrieterrein. Hier en daar was er een glimp van de uitgestrektheid van het water op te vangen, maar het meeste bleef te raden. Terug bij de auto besloten we op de bonnefooi langs de rivier te rijden. De weg slingerde zich er een tijdlang braaf naast en week toen af naar het ‘binnenland’. Een, twee, drie in godsnaam en God zegene de greep. Op naar het avontuur. Het werden kleine kronkelwegen, soms met diepe butsen in het geïmproviseerde wegdek, maar het bracht ons wel bij een van de juwelen waar dit land om bekend stond. Haar uitgestrekte poesta’s. Tegenwoordig doorgaans bebouwd, maar hier, in het midden van het grote niets, zaten we ineens tussen het betere werk. Ongerept en nauwelijks bereikbaar via boerenwegen en ooit aangelegde paden voor een enkele electriciteitscentrale, vanwaar uit de grote palen met hun langgerekte snoeren naar dorpen in verste verten werden geleid. Wat een schoonheid, wat een uitgestrektheid en wat een ruimte.

Op ons gelukkig gesternte en Truusje Tomtom zagen we of een weggetje doorgang vond of niet en dat behoedde voor vastlopen. Het overweldigende gevoel van nietigheid in de grootsheid van deze natuur overspoelde elke vezel.

Zo kwamen we wel weer in de bewoonde wereld. Nog even was er de hoop op een knorrend everzwijn, maar die moesten we er zelf bij denken. We bemerkten een rondje te hebben gemaakt, want we stonden weer bij Barcs en nu ontdekten we met het geluk aan onze zijde, het wandel en fietsgebied langs de Drava, dat ‘Amazon of Europe Bike Trail, heette en waar eeuwenoude bomen een parkje aan de oever van de rivier omzoomden, maar wat ook een wandel en fietspad herbergde dat een aardig aantal kilometers lang beloofde te zijn. Aan de zijkant stond een kleine uitspanning. De rivier strekte zich in al haar glorie breed uit tot zover we kijken konden.

We kuierden tussen de enkele badgast door en lief ontdekte een jonge ringslang in het water. Ze had ons, door de trilling waarschijnlijk ook waargenomen en stak parmantig maar alert haar kop boven het water, wachtte even en schoot toen de diepte in.

De aanzet van de bedding was drooggevallen en we konden om de eerste machtige pijler heen lopen. De Drava schijnt een van de schoonste rivieren te zijn. In breedte kon ze wedijveren met de Donau en verderop bleek het Duna-Drava natuurpark te liggen, waar de twee rivieren zouden samenkomen. Dat was voor een volgende keer. Nu wachtte ons een heerlijke koele lafenis met ijs op dat kleine terras en het nagenieten van alles wat we hadden meegemaakt. Na zo’n tocht mochten we eindelijk op onze lauweren rusten.

Overpeinzingen

Van vrucht naar vrucht

Gisteren een app van het thuisfront. Zoonlief had een ingenieus irrigatiesysteem ontwikkeld om op weinig stroom, met een klein zonnepaneel, de planten op de galerij water te geven. Het zag er professioneel en kien uit. Trots op onze uitvinder, die er niet voor terugdeinst om iets heel nieuws te proberen.

Hier was gisteren een overvloed aan vocht. Op een andere manier zijn er ook waterzorgen. Tenminste, de afvoer gaat met een ouderwetse sceptictank. Die moet niet te vol zitten met het gevaar op overlopen. Een bedrijf komt het in dat geval leeg pompen. De finesses zijn me onbekend, want ik heb het nog niet meegemaakt. Ben wel benieuwd. lief vindt het maar drie keer niks dat het op deze manier gaat. Ach ja, iets met de lusten en de lasten denk ik dan. Dat is wellicht tekort door de bocht. We gaan het zien en beleven.

Een thuisdag gisteren, de tweede op rij. Er moest een oud nestje met helaas een dood vogeltje boven op zolder geruimd worden, dat nam lief voor zijn rekening en ik had de kookkriebels. Dwars door de kast koken is een sport geworden. Vooral hier, waar niet teveel eten moet blijven liggen. Rijstnoedels waren voor handen en daar past een gewokte gemengde groente bij met vissaus en oestersaus en bij gebrek aan sambal wat chili. Om in beweging te blijven was ik vroeg begonnen met het gevolg dat we om half vier al aan de dis zaten. Voor mij niets vreemd, omdat ik, toen ik alleen was, nooit andere tijden hanteerde dan de maag aangaf, voor lief even wennen.

In mijn hoofd tollen mogelijkheden door elkaar. Voor het rampjaar heb ik nog geen aanknopingspunt, wel mooie verhalen over het onder water zetten en het verzet van de boeren en de vernietiging van de hervormde kerk. Ik moet eens kijken of er chocola van te maken valt.

Vamdaag gaan we naar Barcs, een dorpje aan de grens met Kroatië en tot mijn grote vreugde zag ik dat de Donau er doorheen stroomde. Als ik ergens ontzag voor heb dan zijn het die enorme brede traag stromende rivieren die zich dwars door een aantal landen slingeren. Het toonbeeld van mooi. Begrijpelijk dat er componisten dichters en schrijvers zich hebben uitgeleefd om hun verrukking voor die prachtige stroom kenbaar te maken. Als je de ogen dicht doet en je mee laat voeren met de klanken van Der Schonen Blauen Donau van Johann Strauss volg je automatisch de meanderende loop van de rivier. Claudio Magris schreef er een levensloop over die net zo meandert als de rivier zelf: Donau. Biografie van een rivier. Van Beieren tot aan de zwarte zee reist hij met hem mee en verhaalt van het ontstaan, voorbije tijden en toekomstige dromen.

‘Het zijn profetische woorden’ schrijft men in een recensie in Trouw. ‘In de verdere loop van zijn carrière is Magris zijn ideaal van open, grens- en taaloverschrijdende culturen steeds hechter gaan verbinden met het idee van een werkelijk verenigd Europa waarin ‘grenzen tussen landen en culturen eerder bruggen dan obstakels vormen’. En echte klassieker en zeer de moeite waard. De Donau, ik zet Strauss op en laat de muziek van het Wiener Philharmonischer golven over de groene oase, waarin de tuin sedert de regendagen veranderd is. Ineens komt de zon door alsof ze zich geroepen voelt. Een sprankje hoop die het land in een oase verandert. De grote witte koningspage deelt in de vreugde en fladdert tevreden met haar mee van vrucht naar vrucht.

Overpeinzingen

Ware vrijheid

Na gisterenavond hier op de veranda de regen te hebben omarmd, werden we verblijd met de muzikale Hongaarse klanken van een feest hier aan de overkant van de grote doorgangsweg. Met het ritme van de regen op het dak van het overdekte terras extra feestelijk en gezellig.

Op Facebook komt er een link langs met daarin een artikel over Liesbeth Woertman. Ik ga naarstig op zoek naar artikelen van haar en kom uit bij de volgende quote: ‘Je voelt je niet op je mooist in de narcistische bewondering, maar juist in het aangeraakt worden. Je wordt gemaakt in de fysieke aanraking, en je voelt je geweldig door de bevestiging en de nabijheid. Mooi zijn heeft te maken met momenten waarop je met jezelf samenvalt. Met uitzinnig dansen, of een zoen op de fiets. Juist als je niet met je uiterlijk bezig bent, ben je op je mooist.’

Het is zo waar wat daar staat. Het is wat ik persoonlijk ondervind nu wij elkaar opnieuw gevonden hebben. Het vertrouwen was er al, blind zelfs wist ik nog van onze eerste acht jaar samen, maar nu sterker dan ooit. Samen oud worden en er voor gaan is een stap, waarin we beiden nauwelijks meer geloofden, maar wat een meerwaarde heeft het ons gebracht. Dat spiegelt zich in alles waar we mee bezig zijn. Mogen zijn wie je bent op alle fronten is om te koesteren, een groot goed. We herkennen het in de rust die over alles heen filtert, de glans in de ogen, het ontspannen gelaat, de groei in het elkaar vinden en de veranderingen die het brengt. We bespreken het en komen tot de conclusie dat het leven goed is voor ons beide, bekroond met dit samenzijn. Zonder sentimenteel te worden overigens, maar wat er is mag benoemd worden.

Gisteren kregen we bezoek. Het echtpaar met hondje, waar Lief, tijdens hun reizen naar Nederland, iedere keer weer op had gepast. Beiden gepensioneerd. Hij had jarenlang in allerlei landen als consul gewerkt en zij ging met hem mee om hem daarin te steunen en vrijwilligerswerk te doen voor organisaties en waar dat nodig was. Ze hadden in verschillende culturen gewerkt en geleefd, het nodige meegemaakt en veel gezien en gehoord.

Het werd een geanimeerd en boeiend gesprek. Heerlijk om mensen te ontmoeten uit een andere leefwereld. Koekjes bij de koffie en over en weer niet uitgepraat raken, dat was zo ongeveer de strekking. Het vriendelijke hondje snuffelde en bedelde zijn behoefte aan aandacht bij elkaar. Beloven elkaar gauw te zien, de volgende keer als we hier zijn en uitwuiven, lekker ouderwets. Aan beide zijden de armen uit het raampje. Dag, dag.

De natuur heeft zich voorgenomen om dit uitgedroogde stuk land eens goed te doordrenken. Er komt geen einde aan. Wij lezen en schrijven ons er doorheen en ervaren het niet als een bezwaar. In tegendeel. In mijn hoofd speelt het rampjaar 1672 op, het verhaal voor de scholen moet gaan over dat stukje geschiedenis. De vraag is wie ik als hoofdpersoon opvoer. Een fictieve molenaarsdochter of een boerenzoon. Het wachten is op die ingeving die altijd en overal komen zal.

Lief leest De Keuze van Edith Eva Eger en is in het vooroorlogse Hongarije. Ik reis met Marten Toonder af naar Amsterdam, waar de belegering een feit is en er allerlei wegen gevonden moeten worden om door te kunnen blijven werken. Verguizen of omarmen daar komt het op neer. Moeilijke keuzes allemaal, maar om met Edith te spreken, die is er wel. Samen bespreken we bepaalde passages en toetsen het aan onze leefwereld. Wat zou jij doen in dezelfde omstandigheden. Die zijn zo verschrikkelijk dat het nauwelijks voor te stellen is. De belangrijkste zin is die van haar moeder aan haar: ‘We weten niet wat er gaat gebeuren. Maar onthou, dat niemand dat wat je in je eigen gedachten hebt van je af kan pakken’. In dat advies huist ware vrijheid

Overpeinzingen

Glazig keken ze op ons neer

Gisteren begon de dag met het prepareren van vier vellen papier met gesso. Dankzij de verhandeling over negatieve ruimten en de oefening erbij uit het boek tekenen met je rechterbrein was ik enthousiast geworden over de bereikte resultaten. Hoe anders kijken we dan. nu zie ik al een tijdje de negatieve ruimten eerder dan het object. Haha. Het moet niet gekker worden.

In verband met de kramp die nogal eens op komt zetten in de benen ‘s nachts, was er de gedachte aan het tekort aan beweging. Normaal gesproken is er in Nederland de dagelijkse gang van vier trappen naar de galerij, op en af, en dan nog het trappengeloop in huis zelf. Hier hoef ik slechts over het landgoed te sloffen en nauwelijks te klimmen. Eerst dacht ik aan het opstapje bij het terras om die vier keer per dag zo’n tien keer te nemen, maar lief herinnerde me aan de trap naar de slaapkamer boven. Natuurlijk. Goeie work-out. Vier keer per dag op en af, en dat natuurlijk minimaal. Meer is altijd beter.

Na een dag van schrijven, lezen, puzzelen en vooral veel tekenen werd het tijd voor een nieuwe verkenningstocht. De omgeving van Orfu stond op het programma. Er was een groot meer met een wandelpad rondom. De weg er naar toe was adembenemend mooi. Wat een kleurenpalet heeft men hier rondgestrooid en dan de uitgestrektheid, iets waar wij in Nederland lyrisch over zouden zijn. Het laatste stuk ging dwars door het Mecsekgebergte en ontvouwde daar een ongerepte schoonheid dat golvend met de auto meereed. Onderweg moest natuurlijk het prachtige dal vastgelegd worden, daar diep beneden ons. Het grote meer met het omliggende dorp, van hieruit huizen argeloos uitgestrooid langs de randen van het water, strekte zich langgerekt en in volle glorie uit. Achter ons de akkervelden, geelgoud gestoppelde tarwevelden, een veelvoud aan groenen in alle tinten die er maar konden zijn, afgewisseld met steppen en toendra’s. Adembenemend mooi.

Het zien ervan is voldoende. Er hoeft niet aangemeerd te worden bij de vele uitspanningen waar badgasten de inwendige mens aan het versterken zijn. Een wandeling over het voetpad leert ook hier de vele visplekken die het meer rijk is, onbereikbaar, afgesloten en particulier, en de hoge rietkragen waar niet overheen te kijken valt. Aan de rechterkant van de parkeerplaats ontdekken we een enorm zwembad, maar kennelijk is het naseizoen al begonnen, want het is dicht. De schamele doorkijkjes die er waren, lieten ons een meer zien, waar jonge kinderen in zeilbootjes, kleine polywoods, aan het oefenen waren met gijpen en overstag gaan. Wendbare witte vlekken in het rimpeloze water. Ergens in het midden zwom een koppel statige zwanen met hun al bijna volgroeide kroost, zes stuks in totaal en boven het hoofd cirkelde opnieuw een visarend of een andere grote roofvogel.

Terug in Szigetvar op het raadhuisplein met de statige gesloten kerk, eveneens ooit een moskee, sloten we de dag af met een aperitief. De ijskoude Rieslinger werd geschonken in een enorme bel met ijs. De bewoners oogden kunstzinnig en modern of gemoedelijk en dorps. De pizzeria waar we zaten was duidelijk een stamkroeg en een ontmoetingsplek.

Er was een kringloop, ontdekte ik. Second-hand shop heette het. In graaibakken ervoor lag de kleding. Daarnaast een goedkope kledingwinkel waar een Aziatische meneer de scepter zwaaide, compleet met mondkapje. Het ging hier vooral om veel. Er was veel van alles. Men kon terecht voor een complete uitrusting, ook voor schoenen, tassen en een hoed. Voor twee of drie euro viel er een linnen jurkje te scoren, die doorgaans op alle markten van Europa te vinden was. Exclusiviteit was er vooral in de verderop gelegen authentieke winkeltjes met de kleine etalages en een hoog jaren vijftig gehalte aan etalagepoppen en uitgestalde jurken. Glazig keken ze op ons neer.

Overpeinzingen

De stilte omarmde ons

Na die heerlijke regen in de ochtend, werd het ‘s middags dampend droog. Het leek alsof de natuur zich had herpakt en levendiger werd dan ooit. Maar tamme merelman, die iedere dag dichterbij kwam hippen en ons voortdurend in ogenschouw nam, was verdwenen. Had de zwarte poes, dat magere scharminkel dat schuw binnen kwam sluipen, er iets mee te maken. Gek genoeg waren we aan die jonge merel gewend geraakt. We missen hem nu. Poezen horen niet in dit vogelparadijs. Dat vinden ook de twee Turkse tortels die heftig misbaar maken als zo’n indringer zich meldt.

Lief wist een mooi natuurgebied, daar wilden we heen. Eerst de boodschappen bij de vertrouwde supermarkt met Belgische dure biertjes in het schap. Dat feest wilde hij zich niet ontnemen. Duur is relatief hier, alles is goedkoper. Benzine is helemaal een feest.

Met een volle tank reden we naar Terecsenye en kwamen eerst terecht in het dorp, maar huizen, ook al zijn ze nog zo vrolijk en uitbundig gekleurd, wilde ik niet zien. Een klein onooglijk weggetje verderop bleek de juiste. Daar reden we een groot natuurgebied in met een wildpark vol edelherten, damherten en vooral everzwijnen. Maar rechts stond om het hele gebied schrikdraad. Er was sprake van de een of andere infectieziekte, zo stond op een bord te lezen, die vooral bij de zwijnen voor bleek te komen en door isolatie probeerden ze erger te voorkomen. We konden wel de prachtige sfeer proeven en opsnuiven. De immens hoge eeuwenoude dennen gaven het laaggebergte een imposante aanblik. Er tussendoor konden we dalen en volgende hoge heuvels zien. Opmerkelijk was de zuiverheid en de stilte in die oerbossen.

De woudreuzen hadden kennelijk hun potloden geslepen, daar lag een hele stapel puntig en wel te wachten op de verwerking. In míjn verbeelding bewogen ze zich traag met grote stappen als de gelaarsde kat, door het gebied heen en schreven hun boodschappen in de wolken.

Een vogel liet een waarschuwende kreet horen en nog een paar keer, daarna vloog hij verstoord op, een enorm beest, die we niet goed konden zien maar in de buurt van een adelaar of visarend kwam, qua grootte. Het gebied heette adelaarsweide.

We konden niet anders dan haast met eerbied over het begaanbare pad te lopen, in de wetenschap dat er een wereld vol leven om ons heen ritselde, waar wij geen deel van uitmaakten. Woudleven, puur en ongerept. Wat een prachtige ontmoeting.

Met de auto reden we even later de enige weg die er was aangelegd af en kwamen aan de voet van een van de heuvels over een spoorbaantje heen bij een hotel-restaurant en reden door naar de Bosbouwschool, waar een groepje mensen zaten te picknicken en er een grappige dennenhouten au naturel speelplek was aangelegd.

Daar ging het asfalt over in een bergweggetje die we, wijselijk door de eerder opgedane ervaringen, links lieten liggen. We besloten bij het restaurant wat te gaan drinken. In de kalmte en met nog twee hotelgasten op het terras, een gerant die Engels sprak en vier bierviltjes bij ons aperitief gaf tegen het gevleugelde grut, ontdekten we hoe handig het was als je je glas er mee afsloot. Een wesp had zich al dronken gezwommen in het bier van lief. Die had hem omzichtig gered en ze lag bij te komen tussen de blaadjes van de groene klaver in.

De weidsheid van de natuur bracht zoveel rust. De stilte omarmde ons.

Overpeinzingen

Zoals het een nieuw jaar betaamt

Arbeidsvitaminen krijgen we vandaag mee, terwijl we beiden aan het schrijven zijn op het overdekte terras. Rob de Nijs zijn zolderraam komt voorbij en de regen die er zachtjes op tikt, maar hier is het opgehouden met zachtjes regenen. Het klettert tegen het stalen dak en het klinkt ons als muziek in de oren. Na de droogte van de afgelopen weken en de smachtende natuur naar een druppel, de els, hier vooraan, is al bijna in herfsttooi, is dit een welkome afwisseling. Lief heeft er zelfs een warme bloes bij aangetrokken. Koffie onder handbereik, laptop en de ipad opengeklapt, wie doet ons wat.

Eergisteren was de rondgang in de nabijheid figuurlijk in het water gevallen. Het kasteel dat we wilden bezoeken was een resort van rijke senioren geworden en afgesloten met een dik smeedijzeren hek en het meer dat er achter lag, bleek alleen voorzien te zijn van particuliere tuinen die er aan grensden. Met geen mogelijkheid kwamen we dichterbij. Gelukkig zagen we nog wel een rij bonte kraaien op een electriciteitskabel boven een oude pipowagen zitten. Ze krasten onheilspellend een Hitchkock-tune bij onze komst en vlogen klapwiekend van de ene naar de andere plek. Prachtig desolaat land met die fantastische wagen. Soms vangt een enkel iets al de schoonheid van de dag.

De regen zorgt ervoor dat de wilde cichorei en de akkerwinde in grote getale hun kopjes opsteken en ook het gras doet haar best om de dorheid af te leggen. Hier en daar ligt er een groene waas over het land. De kruiwagen heeft vannacht de rest van het regenwater opgevangen zodat een en ander te peilen was. Het zijn pittige buien die alles goed maken.

Het schilderen wilde niet echt lukken zoals ik het wilde, dus in het teken van ‘kill your darlings’ overnieuw begonnen en eerst maar eens de tussenruimten gaan zoeken. Na de tocht van zondag en een slechte, lees ‘benauwde’, nacht, besloten we een langzaam-aan-dag te houden en die te vullen met tuinwerkzaamheden, voornamelijk door lief, en het tekenen van de lieve vier van het doek om een en ander in de vingers te krijgen. Met grafiet, gum, keukenrol en schetsboek in de aanslag en het uitzicht op de tuin werkte alles naar believen mee. Heerlijk rustig en genieten, iets wat iedereen ons de hele tijd aanraadt. ‘Werk niet te hard, vergeet niet te genieten’, maar dat gebeurt hier naar hartelust.

In het weekend lange gesprekken met de dochters. Heerlijk om de vertrouwde stemmen te horen. Dochter Frankrijk was aan het face-timen dus vloog ik in enkele seconden van hier naar een achtertuin in een Kleine Parijse voorstad, een waar kinderparadijs met het enorme plastic zwembad erin, waar de jongens naar hartelust verkoeling konden zoeken. Alles zal binnenkort gewoon weer een aanvang nemen. Het werk, de verplichtingen, school bijna. Ze moet volgende week de hele week voorbereiden op school en ik weet nog hoe dubbel dat voelde na de vakantie. Aan de ene kant had je geen zin om opnieuw in het gareel te lopen en aan de andere kant was het heerlijk om de groep en het lokaal op te frissen met een lik verf, nieuwe materialen, geslepen potloden, schone kasten en werkplekken en verrassingen voor de eerste week. Altijd namen we ons voor niet langer dan een paar dagen bezig te zijn, maar even zo vaak mondde het uit in een week met lange dagen tot ruim zeven uur. Nog even dit en nog even dat tot het allemaal in de puntjes was. En dan een fris begin, zoals het een nieuw jaar betaamt.

Overpeinzingen

We gaan het zien en beleven

Het is aanmerkelijk koeler vandaag. Na een week van boven de dertig graden is dat een welkome afwisseling. De dag begint, zoals hier te doen gebruikelijk, vroeg met koffie aan de grote terrastafel en uitzicht op de weidse tuin. In de verte staat de granieten dame en torst haar kruik. Merel, een juveniel mannetje, volgt onze bewegingen op de voet als we in de tuin zijn en hipt voortdurend om ons heen, soms opvallend dichtbij alsof hij gezelschap zoekt. Hier en daar snaait hij een wurmpje of pikt wat aan de gevallen morellen en wilde pruimpjes die her en der verspreid op de grond liggen.

Het is een mooie temperatuur om verder te gaan op het doek. Lief zoekt een interessante omgeving uit voor de namiddag. Eerst wordt er in de tuin gewerkt. Een tak van de enorme walnoot is bezweken onder de zwaarte van de vruchten en moet afgezaagd worden. Langzamerhand wordt de wildgroei teruggedrongen. Rondom het prieel valt weer te lopen en alles wat verdroogd is, wordt gesnoeid. De hosta schikt blij haar wat verkreukelde bladeren. Eindelijk vrij van wijnrank en bonte maagdenpalm die haar liefdevol en smorend aanbaden. Ze kan echt zonder hen.

Merel verschalkt nog een wormpje. Houtduif koert zijn hele levenslust eruit sinds vijf uur vannacht. Gisteren hoorde ik de koekoek er dwars doorheen. ‘s Nachts zijn de honden de baas. Die waken, zoals ze gewend zijn, op het erf en bij elke scharrelende viervoeter in hun omgeving wordt er een waar wolvengehuil aangemeten. ‘Wegwezen jullie’. Anders dan in Nederland leef je hier met de natuur.

Zoonlief heeft apps opgestuurd met tutorials voor de Procreate, met beeld erbij. Eigenlijk zou ik wat meer de ipad mee moeten nemen en onderweg schetsjes maken. Het is heerlijk om te doen en makkelijk, maar mijn eigen aquarelkit kan in de concurrentie omdat het net zo compact is.

Er schijnt een historisch museum vlakbij te zijn, het heet het Pipamuseum, maar heeft niets van doen met de eigenwijze Zweedse Pippi. Hier betekent Pipa pijp. Er is een meer vlakbij en de omgeving is wonderschoon, belooft lief. Een leuk vooruitzicht.

Gisteren reden we nog even door Szigetvar, waar we elke dag de boodschappen doen. Er blijkt naast het winkelcentrum een alleraardigst stadje te zitten, met straten die allemaal kriskras door elkaar lopen en uit kleurige gevels blijkt te bestaan. In het midden staat een megalomaan cultuurhuis en op het plein, waar we niet in mochten rijden, staat het raadhuis. Volgende keer zullen we lopend gaan kijken, nu was het veel te heet.

De vogels in de tuin zijn van slag. Ze kwetteren wat af naar elkaar. Tortel, merel en duif vliegen druk heen en weer van boom naar boom. Even later zien we de oorzaak van de opwinding. Door de takkenril tussen de buurman en ons komt een kleine zwarte poes aangeslopen. Soepel vervolgt ze haar weg en houdt het gevogelte scherp in de gaten. Maar alles is in de boom gaan zitten. Vogels zijn niet voor de poes.

Lief heeft een leuke route uitgestippeld. Voorlopig zijn we hier nog lang niet uitgekeken. Er zijn zoveel bijzondere plaatsen en er is een overvloed aan natuurschoon en rijkdom. Dit Verweggistan is schromelijk onderschat. De rijke Habsburgse tijden ademen nog altijd door alles heen. Van de week staat er een bezoek aan het hertenkamp op de agenda, waar kuddes damherten, edelherten, everzwijnen, moeflons en reeen rondlopen, heel wat anders dan de kleine hertenkampen die wij kennen. daarnaast worden er ook waterbuffels, schapen en grijze runderen gehouden. Er is een trip met paard en wagen. Een soort safari maar dan anders, denk ik zo. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

Rust roest

Het wordt een dag dicht bij huis. Lief wil wat werken in de tuin. Na de koffie steekt er een lauwwarme wind op en die drijft alle vermoeidheid uit het hoofd. Met het vooruitzicht opnieuw niet veel buiten te kunnen doen, maar een sterke drang diep van binnen tot bewegen, iets lijfelijk te doen, komt de Datsja in zicht. Nu was het er nog koel en aangenaam, omdat vannacht twee steekramen tegenover elkaar hadden open gestaan. Tijd om aan de slag te gaan met verf en penselen. Uit mijn oude tekentas haalde ik zowaar een oude verfschort tevoorschijn.

Gewapend met de tekentas, een wc-rol bij gebrek aan doekjes, twee stoffen schoonmaak-doeken om de kwasten aan af te vegen, en een berg goede zin trok ik naar achteren, de tuin in. Lief zou komen met de koffie en de ketel water. Het schilderij van de zussen had al een jaar staan te verstoffen thuis. Nu zou ik, op een minieme poging in april van dit jaar na, eindelijk serieus eraan gaan beginnen.

De routine was er uit, maar het vuur brandde, merkte ik. Fijn om te weten. Met duwen en trekken kwam er diepte in zus. De gelijkenis was nagenoeg nul, maar daar ging het in dit geval niet om. Op de een of andere manier moest het ouderwetse betere poetswerk er in komen. Met veel geduld en eigenlijk nog steeds de spirit voelde ik het terugkomen. Fijn met alle zeeen van tijd.

Na het schrijven zal ik me eens storten op het interieur van het huis. Ik slinger er een stofzuiger door. Als je binnenarrest hebt vanwege de hitte kan je je maar net zo goed op een andere manier nuttig maken. Opgegroeid met het idee, dat ledigheid des duivels oorkussen is, kan het niet anders. Bovendien loop ik nu alweer twee uur te lanterfanten en het overschot aan foto’s op de Ipad in te dammen en weg te werken.

Nu blijkt dat ik ook de media van deze site onder handen moet nemen, anders kunnen foto’s ter verluchtiging niet meer geplaatst en die zijn nu juist zo de moeite waard,

Met tekenen vorder ik gestaag. Het is inderdaad handig aan de hand van de opdrachten uit het boek en leerzaam. Vooral het blind contouren tekenen is een uitdaging. Er staan honderd dagen voor, iedere dag één. Je merkt dat het kijken steeds beter wordt en ook het gevoel voor plaatsing. In het begin zijn het wat krassen door en over elkaar, maar langzamerhand worden er daadwerkelijk omtrekken zichtbaar.

Het lezen vordert traag. Er is teveel te doen en te zien of we zijn na een hele dag eenvoudigweg te moe. Marten Toonder kijkt me vanaf zijn kaft minnetjes en licht misprijzend aan. Op zijn vorsende blik liggen nu twee exemplaren van Olivier B. Bommel, die ik hier in de bibliotheek vond. Met de twee exemplaren van thuis zijn het er vier om te bestuderen. De titels zijn veelzeggend. De een heet: ‘Ik wist niet dat ik het in mij had’ en de tweede: ‘Zoals mijn goede vader zei’

We zullen eens kijken wat de oude Toonder onder zijn herenhoed heeft verborgen. Maar nu eerst een potje thee en in de benen. Rust roest.

Overpeinzingen

Wat een weldaad

Het is vroeg, maar de zon belooft extra haar best te doen en hoe ik haar ook probeer te overtuigen dat ze er gerust minder energie in mag stoppen, lapt ze het allemaal aan haar laars. Gisteren was ze ook al zo eigenzinnig. Dat betekende voor mij een binnendag voor het grootste gedeelte. Het grote huis stamt minstens uit 1880 en zal vermoedelijker nog ouder kunnen zijn. het heeft hele dikke muren en hoge plafonds. Voor alle ramen zitten rolluiken. Het is er heerlijk koel en hoe laat het ook wordt, het blijft zo. Ideaal voor aangedane longetjes.

Lief wilde aan het werk in de ochtend en pakte het, door oude druif overwoekerde, prieel aan. Opgebouwd uit hout had het de kracht van de ranken niet helemaal overleeft. Druif kon het niet schelen, die groeide er zo mogelijk nog lustiger op los. De toppen van de ranken hingen tot op de grond of hadden minzaam de omringende planten gewurgd, al liet de bonte maagdenpalm zich ook niet onbetuigd. Zo werkt het in de natuur, de wetten van de sterkste hoog in het vaandel.

Gisteren hadden we afgesproken om deze ochtend naar de overdekte markt in Kaposvar te gaan. Dat betekende een derde ochtend op rij vroeg uit de veren en vroeger dan anders op pad. Het beloofde ruim 35 graden te worden, dus voor tweeën terug was de boodschap.

De reis er naar toe was een openbaring. Hongarije is prachtig. Tot nu toe was het enige wat ik had gezien de oude schattige dorpen met hun gekleurde gevels en hun schobbedebonk-wegen, de vlakke velden met tarwestoppels, zonnebloemen en groen er tussendoor, hier en daar een enkel visvijvertje. Nu reden we door de uitlopers van het kekesgebergte, een gebied met uitgestrekte bossen, hertenkuddes, grote meren, mooie stadjes en steden, ieder met hun eigen bezienswaardigheden. Kaposvar is een grote stad met een prachtig theater, de oude straten met imposante gevels en enorme hoge oude deuren, waarachter vaak koele huizen met een ouderwetse grandeur aan afmetingen. Veel is er de laatste jaren aangepakt en opgeknapt, de oude rijke uitstraling in ere hersteld.

De markt was wat gemoderniseerd met een parkeergarage op niveau een en de hele markt getransporteerd naar niveau twee. Deels overdekt, deels open lagen vlees, fruit, vis en kleding te kust en te keur. Overvloedig uitgestald of van een beperkte eenvoud alsof men de voortuin had leeggeplukt. Een van de oude vrouwen zat aan een tafeltje bij de ingang en verkocht er een bosje solidago voor 200 forint, nog geen euro. In de wetenschap dat het nog twee uur in de hitte van de auto moest overleven, kochten we er drie. De vrouw zag eruit of ze het kon gebruiken.

De kramen op het andere deel van de markt, was een bont kleurenpalet met mensen erachter die de oude tijden lieten herleven. Het was kleine handel die behoorlijk moest scharrelen om aan de kost te komen. Ik bleef hangen op dille-toppen, die zorgvuldig in nat papier waren gewikkeld en een schaaltje met augurken, vlak naast een kraam met afgeladen groenten, grote courgetten en granaatappels van buitenproportionele afmetingen. Het smakelijke verhaal van een koopman met indrukwekkende tatoeages op zijn brede donkerbruine armen, naar een kompaan verderop, bulderde tot onder de ronde metalen bogen van het gebouw en echoden zinderend na. Feest voor de zintuigen.

Met beelden te over op het netvlies wandelden we het ernaast gelegen park in, waar kinderen de speeltuin onveilig maakten en wij genoten van de enorme platanen met hun wit/grijze basten, het rozenprieel verderop en de schaduw die over het gras en de paden vlinderde. Een koel briesje, een bankje en een deel van het centrum later, na een lavenis op het terras van een pizzeria, liepen we terug. De airco van de auto was als een heerlijke koude douche. Wat een weldaad.

Overpeinzingen

Een sprookje waardig

We zitten samen aan de grote stevige houten terrastafel, waar we met ons hele gezin met gemak uitgebreid aan zouden kunnen dineren. Ik mis de kinderen, hier in dat stille Verweggistan. De uitstapjes van eergisteren en gisteren zijn welkome onderbrekingen, maar met alle foto’s die langs komen via de app van alle kleinkinderen, genietend van een nieuwe omgeving, nieuwe speelmogelijkheden, nieuwe ervaringen en de verwondering die dat opwekt, zou ik bij ze willen zijn. Nu zweef ik slechts een fractie van het leven om een hoekje, om een momentje mee te kunnen pakken. ‘In oktober’, beloofde zoonlief troostend, ‘Nog maar een paar weekjes’. En dat is zo. Ergens is in de Ardennen een groot huis afgehuurd met alle ruimte om iedereen te kunnen herbergen. Dat belooft een feest te worden.

Vooralsnog blijft er hier natuurlijk heel veel over om ten volle van te genieten. Na een ochtend die de diepte niet schuwde, waren we alweer vroeg op stap om de moskee te gaan bezoeken. Inderdaad was die ver van de Dom verwijderd. Om de stad heen, langs uitgebreide voorsteden, reden we door tot we in het oude centrum kwamen. Even aftasten door welke straatjes er wel en niet gereden kon worden, vorsend naar verkeersborden die de route zouden bepalen. Uiteindelijk kwamen we niet ver van het grote plein op een beheerde parkeerplaats terecht, waar de auto vier uur lang tegen drie euro onder de vorsende blik van de man achter het loket kon blijven staan.

Verbazing alom van mijn kant, omdat het plein, na een wandeling door de rustieke smalle straat, zich in volle glorie in de ochtendzon openbaarde. Grote imponerende gevels, glinsterende leien torens en de stille aanwezigheid van een overmaat aan beeldhouwwerk imponeerden de aanblik. De palmen, oleanders, geraniums, daglelies in grote bloembakken zorgden voor een mediterrane sfeer. Een modern waterballet voor de allerkleinsten sproeide verfrissing uit de grond, waar kleintjes met kleine gilletjes probeerden de stralen te ontwijken. Kinderspel is grenzeloos.

Een imposant standbeeld te paard van Janos Hunyadi, de grote zuil in het midden van het plein, de terrassen langszij, het voorname provinciehuis, de uitgestrektheid van het plein zelf en het ontbreken van het verkeer gaf alles tezamen een indrukwekkende uitstraling met als hoogtepunt aan het eind ervan de moskee met haar lichtgroene koepel en de verbroedering van het kruis met de sikkel als kers op de taart. De moskee was duidelijk een staaltje van over grenzen heen denken, in ogenschouw genomen dat ‘er vele godsdiensten zijn, maar maar een geloof’ zoals een éminence grise mij ooit trachtte bij te brengen in het bejaardentehuis waar ik werkte.

De restauratie van de kerk ter ere van Maria had prachtig uitgepakt met het sparen van de vele details van het oorspronkelijke gebouw. Erom heen waren de gangen met ingemetselde graven die, in tegenstelling tot de oude kerken, die je doorgaans tegenkomt met hun stoffige graftombes, hier nog steeds in gebruik waren. Bloemen bij bijna alle ingemetselde stenen met hun gouden opschriften. Een ode aan de doden met een mooie muurschildering en een kaarsentafel, waar twee waxinelichtjes na ons bezoek gebroederlijk en gezusterlijk brandend naast elkaar kwamen te staan, onze eigen lieve doden samen, als een symbool voor het bijzondere van ons samenzijn.

Als beloning was er een terras onder de bomen met zicht op het hele plein, met daarna die bijzondere straat, waaraan onder andere het imposante Nationale Theater stond met haar twee fonteinen en waar allerlei doorkijkjes waren naar in weelderig groen gehulde binnenhofjes, afgeschermd van het nietsontziende zonlicht, kruip door, sluip door, een sprookje waardig.

Overpeinzingen

De goden waren met ons

Enerverende dagen zijn het. De dag komt fris om een hoek van de nacht kijken om zichzelf al snel op te blazen tot een graad of dertig. Omdat er in de ochtend een pad te effenen was gingen we pas rond 13.30 richting Pecs. We kwamen in een dijk van een regenbui terecht. Loodrecht stortte het zich uit boven dat verdroogde land. In de befaamde butsen en kuilen op de weg spoten de wielen aan weerskanten ware opwaartse watervallen op. Bij een tegenligger werd het water woest tegen de voorruit gesmeten, zodat op de tast de koers recht moest worden gehouden. Onbekende wegen zijn dan niet handig.

De dom, een grote kathedraal lag binnen de oude gerestaureerde muren van de stad. Het hele complex oogde rijk, niet in de laatste plaats door de megalomane afmetingen die men gebruikte voor gebouwen met cachet, in dit geval alles wat toebehoorde aan ‘Het Rijke Roomse Leven’. Een ophaalbrug gaf toegang tot een van de vier torens, een waar duivenparadijs. De vlag wapperde overal fier tegen een strakblauwe achtergrond.

Langs de zijkant liepen we naar voren, waar op een van de balkonnetjes van het bisschoppelijk paleis een versteende Franz Liszt minzaam nonchalant op zijn rechter elleboog leunend het volk, dat langszij kwam, in ogenschouw nam. De kathedraal oogde dichter dan dicht, maar terwijl ik onder de bomen op een bankje uitrustte van de inspannende klim naar boven, pluisde Lief het een en ander uit. Altijd is er wel ergens een zijdeur te vinden, zo ook in dit geval. Onder het vorsende oog van twaalf apostelen en even zoveel geparkeerde auto’s ervoor, traden we binnen en schoten van de ene verwondering in de andere. Het klatergoud was allesbehalve bescheiden in gebruik genomen en de tegenstellingen met de arme bevolking behelsde net zulke afmetingen als de kathedraal hoog was. Bertus Aafjes schoof even aan: ‘God zit niet op een troon van chroom en nikkel, soms zit hij in een perenboom en merelt, soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind.’ Natuurlijk was het een staaltje van kunst en pracht en praal en zeker de moeite van het bekijken waard, maar ergens bleef er altijd zo’n Bertus knagen bij dit soort tegenstellingen.

De koelte in de kathedraal was verkwikkend, de ijverige cipier ook evenals de jongen achter de kassa, die zo goed en zo kwaad als het ging in het Engels verslag probeerde te doen, van de hoogtepunten. We namen een kaartje voor zowel de kathedraal als de moskee aan de andere kant van de stad. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt. Lief trotseerde elke vermoeienis en slofte de trappen naar een van de torens op waar hem het aanzicht op vier grote bronzen klokken wachtte en een prachtig uitzicht op de stad. Ik bleef wachten in de koelte om straks mee te genieten van de foto’s ervan. Parelend van het zweet kwam hij weer beneden.

Te warm wandelden we in een langzaamaanactie naar de auto terug. De terrassen hier boven op de berg straalden allen vooral het advies uit van ‘doorlopen’. Dat deden we.

Het voornemen lag er om de volgende dag, vandaag dus, in de ochtend richting moskee te gaan, omdat het kaartje voor deze twee dagen geldig zou zijn. Het is gelukt. De avond was net zo enerverend als de ochtend begonnen was. In de vroege morgen viel er nog heel wat bij te praten, maar om negen uur zaten we gepikt en gesteven in de auto. De goden waren met ons.

Overpeinzingen

Op de lauweren rusten

Een plukje kleine blauwe bloemen staan tussen mij en de rode acer in. De beuk bleek bij nader inzien een rode Acer te zijn, die de zon, tot mijn grote vreugde, iedere ochtend aanzet. Vriendinlief in een dichte nabijheid, fijn om bij te mijmeren. Straks zullen er over het hele terrein verborgen bloemen ontwaken nu we tot op het detail alles kunnen blijven verkennen en laten staan.

De schapenvachten bleken in een nadere analyse te bestaan uit twee echte kleintjes en drie grote neppe. Ze kwamen gelouterd en fris uit de trommel te voorschijn. De echte kleintjes met de lederen huid aan de achterkant hadden zich goed gehouden. Het was al met al een geslaagd experiment en zeker toen na het drogen aan de zon bleek dat de achterkant nog steeds in orde was.

Dochterlief belde terug op mijn ‘vergeten’ belletje van gisteren, die ik vanmorgen maakte. Alles ging goed daar op de Friese camping. De kinderen zijn met verve aan het neuzelen op alles wat een dergelijk bestaan met zich meebrengt. Ponypaardjes schuieren en er op rijden, in het zand spelen, de kleine speeltuin bezoeken en de kleine grote filosoof had zelfs gesupt. Dan worden oma’s plaatsvervangend trots, zo’n kleine pork op zo’n grote plank, die volleerd aan het spelevaren is.

Eergisteren ben ik begonnen met de opdrachten uit het boek ‘tekenen met je rechterbrein’. Het is leuk om te doen, speciaal omdat het mogelijkheden opent, die nog niet eerder waren gepasseerd. Terwijl lief met zijn boek zich had teruggetrokken in zijn zetel, was de grote houten terrastafel mijn territorium. Blind contouren tekenen is een vak apart. Het is ongelooflijk leuk om te zien of er gelijkenis is ja dan nee. Altijd zit er wel iets van herkenning in. Het wiel van de kruiwagen bijvoorbeeld. Bij de hand was er de opdracht om een lijn blind te trekken en dan naar het geheel te kijken om daarna de punt van het potlood bij een volgende lijn te zetten. Alles gaat op z’n elfendertigst en dat is een welkome leerschool ter compensatie van mijn ‘Snelle Jelle’- gedrag.

Traagheid speelt nog op een ander vlak een rol. Lief is beschouwend, een denker bij uitstek. Het is een tempo, wat niet tot mijn habitat behoort en ook al is het buiten warm en zeer geschikt om onder een boom te zitten lezen en je gedachten mee te laten nemen door de wind, hou ik dat niet een hele dag vol. Er wil bewogen worden. Het voordeel is dat het binnen heerlijk koel en aangenaam is en dat de stoffige kast in de bibliotheek schreeuwt om wat aandacht. Ik schik en herschik de boeken op de planken, zet ze op grootte, val van de ene verbazing in de andere bij het lezen van de titels van sommige exemplaren. Als we het er later over hebben blijft de gedachte hangen op het feit dat een boekenkast het verhaal van een leven vertelt. Niet alleen dat van jou, maar ook dat van de mensen die deel ervan hebben uitgemaakt. Met wat mijmeringen over de eigen boekenkast kon ik het beamen, al herbergt die vooral mijn persoonlijk leven. Al gravend constateren we dat het vroeger al niet anders was. Juist door het te blijven delen, komt het samen. Dat is tegelijkertijd het boeiende van verschillend zijn in bepaalde dingen.

De boekenkast was dankbaar. Ik kon het merken aan de gewilligheid waarmee ze mijn handelingen omsloot. Ze liet braaf toe dat ik planken omgooide, ze sorteerde, mappen naar het lagere deel verplaatste en zo kwam ik ook op het mysterie van het verdwenen deel tien van de grote Oosthoek, die ik gebroederlijk op een plank had samengebracht. Wat zou daar ingestaan hebben, waardoor het kennelijk de moeite waard was geweest om het ter hand te nemen. Lief haalde me uit de droom. Ze had gediend als ophoging van het een of andere wankele object. Een groot jugendstilboek mocht als blikvanger op een leesstandaard staan. Ziezo, naar volle tevredenheid kon ik op de lauweren rusten.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

Omdat veerkracht altijd wint

Schuur en zolder blijken van onschatbare waarde, zeker als ze in elke uithoek wel een bijzonder item bewaren. Twee van de vier witte rieten stoelen zijn heel en te gebruiken. Wat afgebladderd en krakerig maar met een likje verf zijn ze zo weer de dametjes van weleer. In de grote gangkast ontdekte ik twee grote schapenvachten. Die waren al jaren buiten gebruik. Straks worden ze in de wasmachine gewassen, dan ogen ze weer als nieuw. Ook kunnen ze dienst doen om tere ouderdomsbilletjes te ontzien en, niet onbelangrijk, ze geven cachet aan de oude stoelen.

Het is nog wat fris, zo om half zes. De zon piept nog niet over de boomtoppen heen. Gisteren ontdekte ik de horfunctie van de luiken die je voor alle kamers naar beneden kan laten rollen. Als je ze net niet helemaal tot op de vensterbank sluit, behouden ze openingetjes, waardoor de frisse lucht vrijelijk doorkomt maar insecten niet. De ramen gaan naar binnen toe open, dus ideaal voor de nachten, die tot nu toe broei deelden, een landklimaat waardig. Dit was aanmerkelijk koeler. Minpuntje ervan zijn de blaffende honden en het grote verkeer dat langs dendert of de lading lost in de vroege ochtend.

De glasplaat uit de schuur was perfect. Het dekte de tafel half af en de vellen ongeprepareerd papier pasten er op alsof ze maatgemaakt was. Een voor een haalden we de rest van de schilderspullen naar de Datsja. Wat een weelde is het, zo’n relatief grote ruimte. Ruim werken en ruim zitten. De veranda is de uitwijkmogelijkheid om te overpeinzen, van de vogels en het bos te genieten of te lezen. Maar ze moest eerst bevrijd worden van een rookoven en een grote plastic tuinkist vol verpakkingsmateriaal. Daarnaast stond er een ‘tuin’kast op een totaal verkeerde plek. Aan de slag met het betere sjouwwerk en de bezem. Eerst werd er plek gemaakt in de schuur, waar loopruimte en een doorgang voor de grote grasmaaier moest blijven. Lief bemoeide zich daarmee, terwijl ik me bezighield met de feng shui-zijde van het verhaal.

Zo werkten we gestaag door tot in de vroege middag. Alles lukte wonderwel. De vloer van het terras kwam leeg, bevrijd van spinrag en dorre bladeren, aan de lantaarn kwam de lichtgroen-doorschijnende schelpenmobile uit Terschelling te hangen, nu waren de dochters dichtbij. Ze tingelde vredig het nieuwe bestaan in. Alle overtolligheid was geborgen, zo viel alles op de juiste plek tezamen.

In de plaatselijke super kochten we een waterkoker, wat lekkere hapjes en bier en wijn om de uitbreiding aan dit nieuwe bestaan te vieren. Kniertje, het meegebrachte bittertje uit Terschelling werd eveneens ingewijd. Zo was het thuisfront er ook een beetje bij. Alsof de voorzienigheid er mee speelde, belde dochterlief op dat moment. Tussen de groenteafdeling en de schappen met brood in hoorde ik even haar vertrouwde stem, beloofde terug te bellen, maar mijn vergeethoofd is niet zo sterk meer in beloftes. Vandaag nog maar eens proberen.

We nestelden ons op het nieuwe terras. Aan de ene kant was er uitzicht op het bos en het achterland en aan de andere kant was er de open ruimte met de aangrenzende tuin van buurman en zijn kippen. Natuur tierde welig, planten en vogels in harmonie. Voor het gemak had men tijdens onze afwezigheid rigoureus alles kort gemaaid, de bloemen incluis. Het zal zich wel herstellen, eenvoudigweg omdat veerkracht altijd wint.

Overpeinzingen

Dat is de kunst

De dag kiert door de gordijnen heen. Hier is er geen ‘zicht op de wereld’ zoals het raam thuis op zolder heet, waar de grote beer te zien is, de voorbij trekkende wolken, de inktzwarte nacht of het witte licht, afhankelijk van het tijdstip. Wel schijnt de buitenlamp hier door de ramen in de gang en werpt sfeervolle schaduwen op de muren, op de openstaande kamerdeur met de ruitjes en het witte gordijn. De erfhonden blaffen de hele nacht hun kelen schor. Als er een stopt neemt een ander het over.

Gisterennacht waren er twee losgebroken honden op het erf van de buurman geweest. Ze waren door de omrastering van de kippenren heen gebroken en hadden een kip doodgebeten. Lief dacht dat ze van een buurman verderop waren, die doorgaans niet hier verbleef. Als de buurman ze weer betrappen zou, pakte hij zijn luchtbuks, had hij gezegd. Dat schijnt hier te mogen. Hij heeft de kippen naar de voorkant van het erf gehaald, want haan kraait ineens vlakbij.

De lange reis had toch nog wat naweeën. Gisteren begonnen we de dag met het schudden van de kaarten om samen opnieuw in hetzelfde spoor te komen. Dat vergde gespar en vooral ook geduld. Tijd deed de rest. De vermoeidheid moest er vooral uit bij mij. Terwijl ik even ging liggen, sloop er een heerlijke bonenschotel met linzen en uien, tomaat en paprika mijn hoofd binnen. Dan is het de goden verzoeken om nog te blijven liggen. Aan de slag maar weer. Net dat duwtje had ik nodig om in de energie te raken, want daarna konden we beginnen met het inrichten van de Datsja, dat atelier zou worden.

Het oude Perzische kleed wat er lag, was goed en moest alleen flink gestofzuigd worden. het werd schiften, passen en meten maar na een tijdje flink zwoegen voelde het senang en waren er mogelijkheden te over. De hoek van de ezels was bepaald, de tafel als werkplek fraai in de ruimte geplaatst. Alle overtollige meubelen zoals een kleine koelkast, drie warmteplaatjes een butagasstel mochten naar de schuur, een tafel werd meegenomen naar het grote huis. Het eindresultaat mocht er zijn. Het enige wat er ontbrak was water, maar de grote aluminium ketel op het oude stenen fornuis in de keuken zou prima dienst kunnen doen als watervoorraad. Een waterkoker komt er voor de thee. De gevonden ezel op zolder was er een van het type ‘lawaaibomenhout’. Toch volgende keer een grote stevige staander meenemen voor de grote doeken. De Oriëntaalse hangmat mocht dienst doen als gordijn. Straks kwam mijn eigen ezel er nog bij, de doeken, penselen en de kist met olieverf. Klaar voor gebruik.

In de ochtend ontdekte lief een spin in het zakje met lupinen-en akeleien-zaad, dat ik had meegenomen uit de tuin van het vakantiehuis in Friesland. Ze leefde nog. Er zat niets anders op dan de Friese exoot hier los te laten. Klaarblijkelijk was ze in het zakje in de winterstand gegaan, want er zat ruim een week tussen de spontane opsluiting en zijn vrijlating. Snel werd dekking gezocht tussen het nog natte frisse groen. De beloofde regen was net daarvoor ruim een uur lang gevallen. Het had flink gekletterd op de metalen overkapping van het terras en onmiddellijk veerden er in het gras groene loten op van het een en ander.

Door de vermoeidheid toe te laten en om acht uur naar bed te gaan daalde de rust neer. In mijn gedachten was het een en al bedrijvigheid. De glazen plaat uit de schuur kon op de tafel in de Datsja als werkblad om papier te bewerken met gesso en als eventuele printplaat. De rieten stoelen op zolder mochten naar de veranda, afgestoft en eventueel geverfd. Lief gaf aan dat er plek was in de schuur voor de spullen die er nog op stonden, een kist en een rookketel. Fijn, dan werd het eveneens een mooie mijmerplek. Zo knutselt het een en ander zich in elkaar. Met kleine stappen bergen verzetten, dat is de kunst.

Overpeinzingen

Regen is een zegen

Het is net zes uur en heerlijk buiten. Met deze temperaturen is een tropenrooster aan te raden. Eigenlijk kun je in de zon, zelfs in de ochtend niet, aan het werk in de tuin. Dan is het een ware uitputtingsslag. Twee tortels maken gebruik van de fluweelboom om in alle rust te wennen aan de opkomende zon, die straks boven de boomtoppen uit zal komen en de mussen tjilpen hun vertrouwde lied. Omdanks dat het zaterdag is, is er veel verkeer over de weg die dwars door het dorp gaat. In de vroege ochtend is het hier doodstil, maar ietsje later is er heel veel leven in de brouwerij tot na de spits.

De vloer van de datsja is afgelakt met botenlak. Straks kan ik het in gaan richten . We hebben de tweede driepoot-ezel van zolder gehaald en nog een paar lijsten ontdekt, waar wat in kan. In het atelier zelf hangen ook wat schilderijen van een meestervervalser hier uit het dorp die, net als mijn vader, Jochem heette. Ze zijn wat klassiek. Het wordt tijd dat de penselen hun werk gaan doen en voor eigentijds en eigen werk aan de muur zullen zorgen.

De boel is al een beetje ingeruimd. De grote oude olijf en de bijna dode yucca staan op het terras met flinke plenzen water en proberen terug te veren in de modus. Zelfs de meer dan dode geranium staat buiten op de tafel, maar daar heb ik weinig fiducie in. Het zou me verbazen als de groene vingers van lief die nog tot leven kunnen blazen. Boven op zolder stonden hier een hele grote koffer en een kleintje gebroederlijk naast elkaar. Blij dat er op het laatste nippertje thuis niet een gekocht is. De bordeauxrode kan leeg mee naar huis om bij een volgende komst weer gevuld terug te gaan. Zo werkt dat hier. De leefbaarheid komt langzaam in elke vezel van de kamers terug. Stofdoek en frisse wind erdoor doen wonderen. De meegebrachte etenswaar zit in de schone nieuwe potten. Hier moet je het niet wagen om iets buiten een glazen verpakking te laten. Er is teveel buitenleven, dat altijd op zoek is naar een niet te versmaden hapje. Op het terrein lopen zelfs vossen en reeen en in de grote dennen, die volhangen met dennenappels, schijnen eekhoorns te zitten. Ik heb ze nog niet gezien.

Onder de vijg bij het terras door zie ik de rode beuk opgloeien. Het is een prachtig gezicht al die kleuren bij elkaar, die aan worden gezet door het zonlicht. De buurman is bezig op zijn land en zwaait me vriendelijk gedag , Lief knoopt in het Hongaars een praatje met hem aan en de klanken die naar me toe waaien klinken als koeterwaals in mijn oren. Bij de supermarkt weet ik nu dat je ‘Köszönöm’ zegt, als je hebt afgerekend. ‘Bedankt’. Gisteren gingen we naar de Spar, die hier naast Lidl en Tesco ook bleek te bestaan en zowaar, er zat een vriendelijk meisje achter de kassa, die lief lachte. Dat overkomt je bij de enorme drukke winkels niet. Ze hadden er verse taartjes, verse zwarte olijven en verse roomkaas liggen, goed voor de pasta pesto en ook niet onbelangrijk, er was ruimte te over in de brede gangen. Die heeft er in ieder geval de komende weken een klant bij. Alleen de wijn is duurder. Maar duur is hier nog altijd gemiddeld veel goedkoper dan elders.

Ineens steekt er een frisse wind op. Ze blaast de pluizen van het onkruid als bellenblazen de lucht in en nieuwe zaadjes waaieren uit. Achter in de tuin hoor ik de bamboe staven aan de kokosnoot oriëntaals klepperen. De lucht begint dicht te trekken, grijs dek met witte randen, vogels trekken gehaast een boompje verder. De weersverwachting voorspelt regen voor vandaag en zelfs langdurig. De tuin smacht en het zal alleen maar goed doen. Dan zijn de regenbeden, die we gisteren, terwijl we over de met morellen en wilde pruimen bezaaide dorre grond liepen, toch verhoord. Regen is een zegen.

Overpeinzingen

Wie het eerst komt, het eerst maalt

Ik zit aan de tafel op mijn geliefde stekkie in de keuken van de Hoff. In het voorjaar een feest met het uitzicht op de krijgertje spelende mussen en de rondvliegende merels. Druif heeft er in de afgelopen drie maanden beslist andere ideeën op losgelaten en de gelegenheid te baat genomen om met verve het prieeltje, dat we zo hadden gevrijwaard van onkruid en andere ongerechtigheden zoals mos tussen de tegels, volledig te overwoekeren. Het arme houten geraamte dreigt nu, hier en daar steunend en kreunend onder de zware last, ten onder te gaan. Het uitzicht is nu een grote wal van donkergroene bladeren met helemaal bovenaan een toefje oplichtend groen en de toppen van de twee grote fluweelbomen die er bovenuit steken.

Binnen staan deuren en ramen open om frisse lucht door te laten stromen. Het huis is zichtbaar verheugd met hernieuwde aandacht. Hier en daar zijn er wat planten doodgegaan, omdat we ze op een nieuwe plek hadden gezet, die de vriend, die af en toe binnenwandelt en dan water geeft, over het hoofd had gezien.

De reis ging voorspoedig. Eigenlijk vliegt het voorbij met een auto die zo geruisloos over de weg zweeft dat het lijkt alsof je vliegt. Met een nieuwe weg was een deel van de schobbedebonk-wegen verleden tijd. Nu hoefden we niet langer binnendoor maar konden grotendeels over de doorgaande weg. Natuurlijk stond de auto gisteren te stralen in het zonlicht en waren alle muizenissen en het slaaptekort in een oogwenk van mijn bordje geveegd. Het ontbijt was heerlijk en afgezien van de sfeer en de atmosfeer, het was zo benauwd en warm geweest op de kamer, was het een prima hotel om door te reizen. En toch mis ik de rustmomenten daarin. Het voornemen ligt er om te gaan zoeken naar de idyllische plekken en route. Bijvoorbeeld kleine dorpen met vensters die uitkijken op de Donau, dat wonder van waterzee temidden van het droge land en dat gold evenzo voor de picknickplaatsen onderweg. Weg van de ongezellige wegrestaurants en de rommelige grasvelden er omheen. Het is nog even zoeken, maar we komen er wel.

Zo’n reis maakt veel los. Voornamelijk omdat we beiden op de verschillende golflengtes zaten met de gedachten. Lief maakte vooral weer reizen door zijn herinneringen en dat staat mijlen ver af van mijn concentratie en waarnemingen van het moment. Mijn doel is veilig aankomen en dat vergt de nodige concentratie. Al pratend vliegt de tijd voorbij. Dat was te merken toen ik vroeg of er nog leuke onderwerpen in de aanbieding waren. Te over, zo bleek en voor we het wisten reden we al door Verweggistan, nog maar een uur te gaan voor we thuis zouden komen. De Lidl was goed voor de boodschappen. De vriend stond ons al op te wachten met de sleutel van het hek.

Alles was gegroeid behalve het gras, lachte hij en wees op de wat dorre ondergrond. Alles wat was gaan woekeren zoals de blauwe regen was nogal rigoureus gesnoeid. Behalve de druif dan. Ook wat we in de lente nog hadden gezaaid was ten ondergegaan aan geslepen messen. Eerst puinruimen en dan verder zien. Misschien valt de schade reuze mee, als het overzicht er weer is.

Een ander aspect was het opkomende zonlicht, dat in April het terras tot een uitnodigende plek maakte om in alle vroegte te genieten van de ontwakende tuin. Nu kwam ze veel later binnen door de begroeiing van de vele bomen op het terrein. In het eerste gedeelte, vlak bij het overwoekerde prieel, stonden twee hibiscussen uitbundig in bloei en Boeddha werd overschaduwd door een nieuw ontsproten vijg. De vriend waarschuwde voor de vele wespen, want de grote vijgenboom op het terras droeg bijna voldragen vrucht en dat betekende zoetigheid te over op het terras van de afgevallen vrucht.

Straks maken we een wandelingetje over het terrein en maken een inventaris aan de nodige klussen die liggen te wachten. Zoals altijd ligt er ergens een begin, om te eindigen in het ongewisse. Wie het eerst komt, het eerst maalt.