Overpeinzingen

Balans in tijd

Het zijn vruchtbare ochtenden waarop we kantoor houden op de slaapzolder. Doorgaans zit ik rechtop in de kussens op bed en lief achter het bureau tegenover mij. om mij heen liggen dan de tijdschriften, de krant, de ipad en de telefoon. Lief bedient de laptop en zit tussen zijn papieren. We bekijken de agenda en spreken de dagen of de hele week door. Een fijne en aangename bezigheid, die rust brengt temidden van de hectiek. Vanmorgen kwam de tentoonstelling van Suze Robertson op mijn pad, in het Mesdag in den Haag. We wikken en wegen de dagen en prikken een geschikt moment. Zo is er ruimte voor veel en bewaken we de rustmomenten van de ochtenden en de avonden.

De opdracht van de Inktober Proms van gisteren was ‘Scallop’ dus zocht ik net zolang, totdat ik een mooie foto vond van een Jakobsschelp in zijn natuurlijke habitat. om te laten zien hoe klein de krabbels zijn, leg ik er mijn micro-pen naast. Een trouwe lezer vroeg zich af waar ik de tijd vandaan haalde. Dit was een uurtje werk, alles bij elkaar, het aquarelleren incluis. Daardoor moesten we wat haasten om op tijd bij de fysio te zijn. De stagiair was in ieder geval geslaagd. Nu werd er door mijn eigen peut weer serieus op de ademhaling gelet, wanneer uit en wanneer in. O ja.

Vriendinlief zou een bakkie thee komen doen. De blauwe prins stond koud op zijn plekje of ze kwam al naar ons toe lopen. Haar afspraak in IJsselstein was sneller afgelopen dan gedacht, maar ze wist dat we pas na drieën thuis zouden zijn, dus had ze zich aangenaam verpoosd bij de autoradio.

Ach, wat was het toch altijd weer vertrouwd om elkaar te knuffelen en goed vast te houden nu het kon. Een van de dingen waarvan ik zeker ben, is dat de mensheid van oorsprong is om van te houden en om dergelijke vriendschappen, die een mens opbouwt in het leven, op alle manieren te koesteren. Die wetenschap, dat het goed is als je elkaar ziet, ongeacht de lengte aan tijd ertussen, staat garant voor dat diepe innige blijvende warme contact. ‘Thats what friends are for‘, zingt Dionne Warwick in mijn hoofd en Stevie Wonder vult de klanken op met zijn magische mondharmonica. Precies dat maakt dat we binnen een seconde tot het diepst van de ziel kunnen gaan en ook weer terug naar het dagelijkse.

Als presentje heeft ze papieren bloemen meegenomen, in de Victoriaanse taal nog wel, zo passend bij het boek van de ooievaar, die ik nu aan het lezen ben. Het is geschreven door Mandy Kirkby. Mijn lievelingsbloem de lathyrus, staat er niet in, maar wel andere bloemen uit onze tuin. De Oost-Indische kers, de anemoon en vooral ook de egelantier.

Naast het lied ‘De egelantier’ van de Veulpoepers, lang geleden, is het ook de roos die prijkt onder de fruitbomen in de tuin en die in het groen voor een frisse, zo kleurrijke noot zorgt. In het boekje doet de auteur uit de doeken dat vooral Shakespeare de egelantier meer dan eens te berde brengt in zijn toneelstukken en sonnetten. In de tweede bedrijf, scene een, van de Midzomernachtdroom beschrijft hij het huisje van Titania en dat luidt zo: Ik ken een heuvelflank waar tijmkruid bloeit,/De sleutelbloem en het viooltje groeit,/Waar kamperfoeliestruiken schaduw spreiden/En roosje en eglantier hun geur verbreiden./Daar zoekt Titania vaak ‘’s nachts haar rust,/In ‘t groen met zang en dans in slaap gesust.

Nu is het verlangen naar de tuin nog groter, maar de agenda vult zich razendsnel. Geduld is een schone zaak. Ergens dezer dagen is er vast een mogelijkheid om te gaan. Dan kan de wortelgeschoten vijgentak haar vaste plek krijgen voor de vorst invalt. Ze heeft tijd nodig om verder te wortelen en te aarden, zoals wij de tuin nodig hebben om te aarden en voor de broodnodige balans in tijd.

Overpeinzingen

Een meter boeken in het verschiet

Dankzij de bijlage van de Groene Amsterdammer, over het Crossing Border festival in den Haag op 2 tot en met 5 november waar meer dan tachtig auteurs en muzikanten over de hele wereld naar toe komen, ontdekte ik binnen een leesochtend zoveel nieuwe verrassende inspiratie. Een van hen, de zangeres, poëtica en auteur P.J. Harvey timmert al heel lang aan de weg en hoe. Met het schaamrood op de kaken moet ik bekennen, dat ik voor het eerst van haar bestaan hoor. Ik lees me in en raak nieuwsgierig naar deze vrouw en vooral naar haar literaire aspiraties. Op youtube luister ik met verbazing en veel plezier naar haar nummers, zie de veelzijdigheid, hoor ook hier hoe poëzie doorklinkt in haar teksten. Op een gegeven moment zijn we beiden aan het luisteren en alle twee onder de indruk. Muziek en woorden om tot elke diepe vezel door te laten dringen.

Het is oktober en derhalve Inktober, the Proms. Het begon met een gargoyle ofwel een gargouille, die met zovelen toeven op de Notre Dame en waar de afzichtelijke, maar mooi van lelijkheid, grijnzende Quasimodo, tussendoor strompelde en vriendschap met hen had gesloten. De waterspuwers hadden buiten het nut van het afvoeren van het overtollige regenwater ook nog als doel de kerk te beschermen tegen kwade invloeden. Dat lukte niet helemaal want in 2019 woedde er een grote brand en een jaar later, toen we er waren voor een bezoek aan atelier de Lumière, stond ze nog strak in de steigers. Je kon destijds zo’n Gargouille adopteren. Dat hebben we toen maar niet gedaan.

De tweede opdracht was ‘Scurry’ wat ‘haasten‘ betekent. Niets zo moeilijk als het uitbeelden van een werkwoord zonder daarbij in karikaturale tekeningetjes te vallen. Het toppunt van haasten is een haas die haast natuurlijk. De verleiding was er, om het witte konijn na te tekenen uit Alice in Wonderland, die als een ‘haas’ ofwel een ‘kip zonder kop’ naar het paleis toesnelde om de koningin tevreden te stellen. Ooit hadden we een plastic singeltje door de brievenbus gekregen of misschien wel als reclame bij het een of ander, waar het hele lied van het witte konijn opstond. ‘Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat, nu loop ik hier als wit konijn te hollen als een haas/maar het is niet overbodig hoor/ ik moet naar het paleis/ men heft mij dringend nodig hoor/ breng mij niet van de wijs/ want bij de koningin kom ik. Niet graag te laat/ hou mij niet aan de praat/ ik ben te laat,te laat, te laat’. Dat de tekst en melodie in mijn geheugen staan gegrift, zegt alles. Toevallig kennen alle kinderen die ik onder mijn hoede heb gehad, de afgelopen jaren, dit lied uit hun hoofd en dus zonder dat ze het weten, een historisch tekst. Haas werd het. Het kon niet anders.

De derde opdracht was ‘Bat’, wat voor mij niet een knuppel maar een vleermuis moest worden. Altijd al vol fascinatie naar de wonderlijke dieren gekeken met een mengeling van bewondering en ontzag. Nooit heb ik ze als griezelig beschouwd. De lieve kleine vleermuizen hier in de spouwmuren heb ik dit laatste jaar niet meer gezien. Dat kan komen doordat ik nu uitzicht heb op de wereld en niet langer op de boom voor het raam. Het kan ook komen vanwege het feit dat men misschien de spouwmuren minder toegankelijk heeft gemaakt door betere isolatie. Het was altijd een belevenis om ze heen en weer te zien vliegen van de muur naar de boom en weer terug. In Verweggistan vliegen ze nog steeds in grote getale rond. Dat is een geruststellende gedachte.

Dat er weer wat uit de vingers komt aan creatieve uitspattingen is eveneens mooi. Net als alle beelden in mij hoofd die de bijlage van de Groene heeft gebracht. Er is veel om op te teren en als ik het zo bezie, ligt er minstens nog een meter boeken in het verschiet.

Overpeinzingen

Antwoorden op vele vragen

Dat was een ervaring die ik allang niet meer had meegemaakt. Kennis maken met een onbekende in je eigen huis. Natuurlijk maakten we gedrieën het huis aan kant. In de middag sneed ik alle ingrediënten voor de Soto fijn. Ziezo, het hooggeëerde bezoek kon komen. In het begin was het nog een beetje aftasten, maar gaandeweg werden de reacties spontaner en gezellig. Fijn om te weten wat de roots zijn van mijn lieve schoondochter.

Ook nu raakten we niet uitgepraat en veel onderwerpen kwamen langszij tot en met augmented reality en de digitale wereld aan toe. een klein filosofische moment. Wat als de realiteit niet meer van de digitale wereld te onderscheiden is en die twee volledig door elkaar heen gaan lopen. Is dan alles wat je ziet nog wel wat het is. Dat was naar aanleiding van een recensie van Wieteke van Zeil over het kunstwerk ‘Fragments of Lolita’s Blanket’ van Sampat studio in de volkskrant van zaterdag. Dat kunstwerk is een woltapijt van handgetufte wol en augmented reality waarbij je dat tweede deel pas kon waarnemen als je via een app ernaar keek. Een spanningsveld tussen tastbare en virtuele realiteit doet wonderbaarlijk aan, stel ik me zo voor.

Het werd een aangenaam verpozen. De Soto ging bijna schoon op en alles verliep zoals het in mijn hoofd zat. Fijn. Grappig waren de beide stemmen, van moeder en dochter die dezelfde toonhoogte en intonatie bevatten. Ik moest denken aan het moment waarop ik voor het eerst mijn moeder hoorde, toen ik een verhaal op een bandje had ingesproken. Ik had haar allang niet meer gehoord en nu klonk ze door in mijn stemgeluid. Moeder en dochter vloeiden in elkaar over, verleden en heden werden een. Een ouderwetse vorm van ‘augmented reality’? Naar stemmen die er niet meer zijn kan je een oneindig verlangen hebben.

Er bestaat een bandje van mijn moeder met haar broer. Daar zingen ze samen de liedjes uit het liedboek van oma. Het duurde lang eer ik dat aan kon horen met droge ogen. Ze lachen wat af samen, vooral als ze de juiste melodie proberen te vinden. De stem, die lach en ook van mijn oom, zo vertrouwd dichtbij en tegelijkertijd onbereikbaar ver.

In de avond loopt Eus door Turkije en laat ons de ‘Halal’ zwemparadijzen aan de kust zien. Hotels met het concept van vrouwen-en mannenbaden. Ooit hier lang geleden afgeschaft. Ik weet het gevoel van opwinding nog goed als de tussenpoort open ging en wij als een haas naar het jongensbad vlogen, omdat bewondering oogsten leuk was, maar ook omdat je dan samen met de vrienden kon zwemmen. De afschaffing bracht veel meer rust onder de gemoederen. In die specifiek halal-baden gaat men nog een stap verder. Er viel geen glimp op te vangen van de dames. Ze verkeerden in een volkomen eigen wereld, hadden eigen vertier en vermaak. Er mocht geen telefoon mee naar binnen en de filmcrew kon ook geen opnames maken. Van buitenaf zag het eruit als de bunker van Dagobert Duck. Een onneembare vesting. Wat doet zo’n scherpe grens met verlangen.

In de krant een foto van een rijtje schapen met een microfoon voor hun neus en het artikel ernaast dat mijmert over een google translate voor dieren, opdat we eindelijk zullen weten met welk ‘gebed’ die mooie merel de dagen opent. Maar als je goed luistert kom je vanzelf uit bij het bezingen van de dageraad die aanbreekt, de gouden gloed van de zon over zijn zwarte verenkleed, de roep om harmonie en vrede. Luisteren naar wat de natuur te bieden heeft, geeft antwoorden op vele vragen.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Een hoofd vol nieuwe herinneringen

Vandaag komt de schoonmoeder van zoonlief kennis maken tijdens een kleine maaltijd. Ze schijnt erg van de Indonesische keuken te houden. Wel, dat geeft geen enkel probleem. Gisteren maakte ik de bouillon voor de soto al. Vanmiddag zal ik op mijn dooie akkertje, met de rijst als sluitpost, de andere bijgerechten koken. Aardappelen, eieren, prei en lente-ui, verse selderij, bawang goreng, boontjes en taugé. Om van te smullen.

Dat Nederland onder je door kan glijden, terwijl je geen weet hebt van de bijzondere omgeving. Daar peinsde ik over toen de kleine blauwe prins me opgewekt voortsnorde naar Almere. Het eerst viel me het grote windmolenpark op dat nu toch wel langzamerhand elke ouderwetse uitgestrektheid had laten verdwijnen met die vele enorme witte staketsels. Met de nadruk op veel, te veel zou ik denken. Blijf maar over het water kijken, hield ik mezelf voor en natuurlijk met één oog op de weg. Afslag 37 was betrekkelijk ruim voor Almere stad. Almere Hout stond er op het bord, terwijl er in de verste verte nog geen boom te bekennen was.

Verderop in de wijk merkte ik dat het sloeg op de houtbouw van de huizen. Alternatieve bewoning, een grote varieteit en mooie soms wonderlijke bouwsels, een houten boomhut, een houten hooiberg, een oude houten zuivelboerderij. Weid, weider, weids. De laatste straat was waar ik zijn moest. Tegen een bosrand aan inderdaad, ver het land in, stond het op een na laatste, houten huis, met een vriendelijke veranda er omheen, waar twee kleurrijke katoenen hangstoelen hingen te bungelen in de wind. Rondom het huis een aanleg van de al vorderende moestuin, achter het huis de distelvelden vol puttertjes, tijgerspinnen in de struiken en in de bossages achter het huis de vossen en reeën, nu nog schattig, maar met de komst van de eerste groenten misschien minder gewenst.

Dat mijn kennis over het gebied werd vergroot, was te danken aan de heer des huizes, die me vriendelijk ontving. Het gezelschap, dat wist ik, was nog aan de wandel. Bewust had ik er voor gekozen niet mee te gaan, geen blok aan het been, hoe zeer ze ook rekening zouden hebben gehouden. Hij gaf een uitvoerig kijkje op het ontstaan van de bebouwing op de ruim bemeten kavels om hem heen. het land bleef haar agrarische karakter behouden, dus hadden de buren erachter vier varkentjes en de bewoners voor aan het straatje kippen en geiten. Bij hen was de in aanwas zijnde moestuin het agrarische gedeelte.

Ondertussen stonden bij de bessenstruiken aan de zijkant van het huis mijn lieve volksdansvrienden en vriendinnen te luisteren naar de uitleg van onze gastvrouw. op de tafel stonden taarten in verschillende variaties, zelfgebakken of snel gekocht, bij de thee koos ik voor de heerlijke cheesecake.

Toen iedereen modderschoenen had verwisseld en men was uitgewasemd kwam er een warm bad van welkom. Na een jaar was het goed toeven temidden van het gezelschap die meer dan tien jaar lang als familie voelde. Samen hadden we zoveel beleefd. Allen waren we wat ouder geworden, maar toch nog opmerkelijk jonger dan de drie van mijn leeftijd. Dat viel ooit weg, zo tussen de veertig en de vijftig, maar nu was het duidelijker te merken. Jeugd vertaalde zich blakend.

Er was zoveel te bespreken. Lief en leed werd gedeeld. Wat was er allemaal langs gezeild in het leven, hoe ging men ermee om, hoe trachtte je tegenslagen op te vangen, was er ruimte voor nieuw. In de loop van de ochtend bleek het versje van de tien visjes zich vertaald te hebben in het dunner worden van de spoeling. Een voor een moesten mensen afbellen die ziek waren geworden, in contact waren gekomen met iemand die corona bleken te hebben, of uit vrees voor het gezelschap en het zich zo roerende virus en allemaal liever thuis wilden blijven.

Uiteindelijk waren we met tienen. De aangename bijkomstigheid van een klein gezelschap was dat er veel meer ruimte overbleef om bij te kletsen met iedereen. Het meegebrachte eten was heerlijk, de focaccia, vooral die zonder knoflook maar met tomaat, werd goed ontvangen. De avond vloog om, maar na de koffie en de thee was bij mij de koek op. warme omhelzingen zorgden ervoor dat ik met een brede glimlach huiswaarts reed. Zachte muziek in de auto, donkerte om me heen en een hoofd vol nieuwe herinneringen.

Overpeinzingen

Fijn dat het kon

Het is 1 oktober en de dag is al een ochtend oud. De bezige bij in mij heeft zich op het laatste brooddeeg gestort en een uurtje later lag er een mooie focaccia op de plank, de tweede. De eerste kwam gisteravond laat uit de oven, nadat een vorige poging met pizzadeeg te hard was gegaan. In tijden van rampen en tegenspoed, bewaar Uw kalmte. Ademhalen en opnieuw beginnen. Tijd te over.

Het was de dag van Toonder. Iedereen had het boek uit. Dat is met die dikke biografieën niet altijd vanzelfsprekend. We waren het er unaniem over eens dat Bommel ons lief was, maar de heer Toonder van zijn voetstuk was gevallen. Een van ons had zich vooral geërgerd aan de interpretaties van de biograaf, Wim Hazeu, op bepaalde feiten. Al ras verrees de vraag of het negatieve beeld dat bij ieder van ons was ontstaan ook door diens beeldvorming kwam. De zachte kanten van de charmeur Toonder werden niet genoemd. Leverde dat een disbalans op? Ook de benadering van de vrouwen in het leven van Bommelmans kwamen er bekaaid af. Phiny bleef een schaduw op de achtergrond. Er werd een feestelijke bijeenkomst genoemd, waarbij bijvoorbeeld alleen de mannen werden opgesomd en als enige Renate Rubinstein een plek in het rijtje kreeg. Het is ondenkbaar dat er niet meer vrouwen waren, De meeste van ons waren meer gefocust geweest op Toonder. Eigenlijk zou ik nu het boek moeten herlezen met het licht op de biograaf. Wie weet welke aannames aan het licht zouden komen. Volgende keer zal ik focussen op beide. Zo leert een mens nog iedere dag.

Daarna bracht ik twee vrouwen van deze club naar het centrum van de stad en door de wirwar van eenrichtingssteegjes, wegwerkzaamheden en opgebroken wegen kwam ik een half uur later aan bij dochterlief. Gelukkig wel op tijd om mee te lopen naar de school om de filosoof op te halen. Kleindochter wiebelde op haar kleine fietsje voor ons uit, terwijl dochterlief corrigeerde als het dreigde fout te gaan. Schoonzoon liep mee met de fiets aan de hand. Er was een tien minuten gesprek en in de tussentijd kon ik mooi op de kinderen letten, die op het schoolplein bleven spelen. Een vriendje zou meegaan naar huis. De kleine had een vriendinnetje gevonden en beide dametjes waren zoet aan het spelen in de zandbak waar alras een taart verrees op de rand van de zandbak, compleet met schelpjes, takjes, blaadjes als versiering. De jongens hadden als hobby freestylen, en sprongen vervaarlijk van de rand van de zandbak op het klimgedeelte middenin en vice versa. Niet er aan denken wat er fout kon gaan, nam ik me voor. Maar oei, oei, oei, dan moet je op de tanden bijten hoor.

Ooit sprong lang geleden een buurmeisje dat niet kon zwemmen in het Noorderbad van de kant tot de steiger en terug. Een keer ging het mis en kwam ze in het midden terecht. Ik sprong haar achterna en door haar paniek verdween ik constant onder water, omdat ze zwaar op me leunde. Met moeite bereikten we de kant. Vanaf toen ging ze op zwemles. Het voorval is me altijd helder voor de bril gebleven, omdat zo duidelijk was dat de angst ervoor zorgde dat ze alleen zichzelf probeerde te redden en niet meer aan mij dacht. Een kat in nood maakt rare sprongen.

Terwijl de kinderen om ons heen aan het spelen waren dronken dochterlief en ik een kopje thee en kletsten alle dagen bij dat we elkaar niet gezien hadden. Helsinki was prachtig geweest en de dochters hadden genoten. Fijn dat het kon.

Literatuur.·Overpeinzingen

Wat het derde hoofdstuk brengen zal

In mijn droom was er een volgeladen boodschappentas, die lief op de aanrecht tilde maar er stonden twee dozen eieren op elkaar gestapeld net onder het handvat. Dus bij het optillen kwam de onderste doos in het gedrang met als resultaat minstens twee kapotte eieren. Wat valt hier uit te duiden. Het maakt me nieuwsgierig omdat het beeld zo helder op mijn netvlies bleef hangen. Bij nader onderzoek bleek het ei een positief symbool te zijn dat staat voor vernieuwing en heelheid en een kapot ei vertelt dat je voor een overgang in je leven staat. We nemen het mee in de dagelijkse kost

Gisteren zijn we ieder ons weeg gegaan om inkopen te doen. Slenteren langs de winkels en vooral een bezoek aan de outlet met de degelijke naam, die vaak het midden houdt tussen tuttig en draagbaar, maar altijd van hogelijke kwaliteit is. Met vier broeken en een blouse ging ik de paskamer in, maar alleen de blouse mocht mee. Onmogelijk, vond zoonlief bij thuiskomst dat ie ooit 99 euro had gekost en nu voor 22 de deur uitging. Wie betaalt er nu zo ongelooflijk veel voor een eenvoudige katoenen blouse. Ach lieverd, soms snap ik het zelf ook niet, maar duurzaam, geen kinderarbeid maken zelfs het eenvoudigste object kostbaar. Mooi blauw was het wel. Twee truien bij een andere winkel mochten ook mee naar huis. Drie andere kledingstukken uit de kast gaan naar Humanitas. Zo blijft er ruimte.

Toevallig was er ‘s avonds een programma over de veranderde houding ten opzichte van kleding, dat in deze tijd een wegwerpartikel is geworden. Met heimwee denk ik soms terug aan de tijd dat je wikte en woog voordat je tot aanschaf over ging. En ook aan de puzzel die mijn moeder voor haar kiezen kreeg met het beperkte budget en de elf kinderen die ze te kleden had. Ze was geen naaister, dus betekende het economisch slim inkopen. Als de oudste nieuw spul kreeg, konden de anderen het afdragen. De stof waarvan de kleding gemaakt was was immers onverwoestbaar en sleetse plekken konden hersteld worden. Zelfs de dikke denier nylons die mijn moeder droeg, gingen naar de reparatie, waar ladders konden worden opgehaald.

Sokken stoppen werd een sociaal werkje voor ons meiden, met de paddestoel en de kaartjes Brat(stopwol) in de aanslag, net als de kniekousen en de majootjes. Kom daar nu nog maar eens om. Schoenen waren voor de schoenmaker, winterjassen werden om de beurt gekocht. Ach, die goeie ouwe tijd, maar ook de tijd van kriebelende borstrokken en vuurrode blote knietjes van de kou, afgetrapte gympies en krakende zondagse jurken. Zolang het niet verschoten is is het maakbaar, denk ik nu. Mijn maasnaalden liggen nooit ver weg en er is altijd nog een kringloop in de buurt.

De foccacio werd met het broodmeel dat ik bij de meest goedkope supermarkt had gekocht meer een roggebroodje, haha. Goed, dat ik hem had getest. De olijven dreven bovenin. Dieper duwen in het deeg, lees ik in de verschillende recepten, tot op de bodem van het blik of de bakplaat. Ik was zo aan het experimenteren dat ik vergat een foto te maken. Dat is voor later. Nu is er eerst de bioclub en bespreken we uitgebreid de Toonderbiografie. Een nieuwe keuze is al via de app gemaakt. De biografie van Etty Hillesum door Judith Koelemeijer. Een heerlijk vooruitzicht. Maar eerst het boek van Anjet Daanje. Ben benieuwd naar wat het derde hoofdstuk brengen zal.

Overpeinzingen

Zondag dus

Er valt een reep zonlicht door het kleine dakraam aan de achterkant. Honderden kleine parels, goed verborgen voor het blote oog, geven hun aanwezigheid prijs. Zodra de de zonnestraal lager zakt zijn ze verdwenen. Lief zit achter de voile van parels en kijkt er bedachtzaam naar. Ik weet wat hij denkt. Hoe is dat voor de aangedane longen. ‘We leven in een schijnwereld’ zegt hij. Ik vul aan ‘Wat je niet ziet, is er niet’. Dat wordt beaamd. Een mooi stukje waarneming van dit natuurverschijnsel.

Vriendinlief heeft een mooie boodschap om de dag mee te beginnen. Het zorgt ervoor dat die zonnestraal beantwoordt aan de positieve gedachten die met de boodschap meekomen. Dat kan ik bijna niet zeggen van het boek dat ik aan het lezen ben. Dat zwaarmoedige Anglicaans dorp, gewenteld in armoede, waarin boodschappen naar elkaar niet uitgesproken worden maar dreigen te verstrikken in de gedachten die zich vaster zuigen in een net van vermeende vooronderstellingen en aannames. Verstikkend, dat verdrinken van het ware gevoel uit angst dat de gemeenschap oordelend de rug toe zal keren bij het weten van de waarheid. Het doet me denken aan de boeken van Siebelink, ‘Knielen op een bed violen’ waarin diezelfde benepenheid, die dat zware geloof met dat vermeende geoorloofde gedrag met zich meebrengt, ook ten voeten uit toont.

Of ik dit jaar mee doe met inktober. Ik bekijk de opdrachten voor de hele maand. Uitnodigend om de verbeelding in gang te zetten is het wel. Het begint met een waterspuwer, als je de officiele promptlijst voor 2022 aanhoudt. Een fijne invulling van de avond. Het idee sluimert ook nog om verder te gaan met de sepia familiekiekjes van lang geleden. Nu ik op de site van broerlief kan komen, heb ik er nog meer om in pentekening op klein formaat na te tekenen. Bij elkaar ontstaat er op die manier een familiewand. Iedere dag een is goed te doen. Nou vooruit misschien inktoberen en een familiekiekje, dat kan ook.

De eerste dag valt samen met een reünie van de volksdansgroep. Er kon meegereden worden, maar ik ga liever op eigen gelegenheid, dan kan ik weg als ik te moe word. ‘S Middags wordt er gewandeld. Bergschoenen mee, klinkt het alarmerend, al is er geen hoogteverschil te bekennen in Almere. Dat kan dan alleen maar duiden op een stevige wandeling, vermoedelijk in marstempo. Die zal ik een stukje meedoen, om me dan verder te bemoeien met de voorbereidingen van het eten.

Het is sowieso de maand van de reünies. Er volgt later in de maand nog een ontmoeting met mijn lieve, beste vriendinnen van de kleuterkweek en aanvankelijk zou er ook een reünie van de opleidingsgroep voor verpleegkundige-A zijn, maar die is, door persoonlijke omstandigheden, opgeschort tot later. Het is lastig om in de beperkte tijd van twee maanden alle bezoeken te plannen met kinderen, zussen, vriendinnen en vrienden, feesten en partijen. Soms fluistert het van binnen: ‘Er is te weinig van mij om alles bij te houden’, in variatie op een thema(Jesus Christ Superstar, de film). Op deze manier wordt een agenda toch weer van belang.

De zon schijnt. Er worden vandaag nog een proef-focaccia gebakken. Met olijven en knoflook. Zoonlief belde vanmorgen en de lieve kleine krullebol en de Benjamin deden mijn hart smelten. Morgen is de bioclub en dochterlief aan de beurt. Lief gaat wandelen. Ik heb het rijk alleen. Het kan zomaar eens zijn dat ik even aanwip.

Gisteren heb ik een voorproefje gemaakt van de Vega-soto. Voor de eerste keer zonder soepkip. Het pakte heel goed uit met de vega kipstukjes die ik eerst meegebakken had in de boemboe en die daarna vol en kruidig waren. Waardige vervangers en voor herhaling vatbaar. Zondag dus.

filmgemijmer·Overpeinzingen

Een vredig samenzijn

Lief zoekt naar verbanden tussen mijn voorouders en de zijne en prevelt namen, kijkt, vergelijkt, zoekt data op, plaatsen. Het is een totaal andere wondere wereld. Het boek ‘ Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje ligt tegen mijn opgetrokken knieen, 643 bladzijden dik, de noten achterin niet meegerekend, die welhaast allen bestaan uit delen van gedichten van Emily Bronte.

Het verhaal begint in 1847 en ik vertoef dus ook in vroegere eeuwen, net als lief met onze wortels. het boek begint met het leven van Susan Knowles-Chester en haar wonderbaarlijke beroep. Ze is de aflegster van het dorp en komt als een schaduw op verzoek naar de doden toe, doet haar werk en vertrekt eveneens zo geruisloos mogelijk. Ze maakt een ijzingwekkende ervaring mee met een van de doden en kan daarna haar vak niet meer uitoefenen. Het is een wonderbaarlijk verhaal, zo boeiend verteld dat ik het eerste hoofdstuk in een adem uitlees. Morgen verder.

De paarse stoel, die zaterdag stond te pronken in de kringloop en die in alle dromen van het weekend terug kwam, stond nog op haar vaste plek temidden van de pittig geprijsde andere meubelen en bedekt onder een lading afgrijselijke kussentjes en de neppe schapenvacht. Dat was misschien wel een geluk, want niemand heeft op die manier kunnen inschatten, hoe mooi ze was. Een medewerker naast de kassa was verbaasd over de schoonheid ervan en had niet geweten dat ze er stond. Het was niet geveinsd kon ik zien aan zijn monsterende blik. De kleine blauwe ontving de vondst met voldoende ruimte, nadat ik de achterbank had opgeklapt. Zo nieuwsgierig hoe ze zou staan bij de andere meubels.

Eerst was er de fysio en de allerlaatste sessie met mijn leuke stagiair, die, doe eens gek, een parcours in elkaar had gedraaid met zware ballen tot 16 kilo en een wiebelloop. Om te beginnen moest ik de slee met zware gewichten, grote zwarte ronde schijven, trekken en duwen. Trekken was een eitje, maar duwen putte volledig uit. Als toetje mocht ik de kipfilets van de armen plagen, terwijl hij een elastieken koord vast hield. Ik zal zijn diversiteit in grappige oefeningen missen. Een ding weet ik zeker. Hij komt er wel.

Lief ophalen bij huis voor een filmmiddag. We hadden stoelen voor een Koreaans geproduceerde, geschreven en geregisseerde film van Park Chan-wook om vier uur gereserveerd. Deze Mysteriefilm heette: Desicion to leave. We hadden er prachtige natuur bij verwacht door de omschrijving die er bij de trailer gegeven werd, maar dat was sporadisch. Veel eerder waren de andere filmbeelden in hun stadse lelijkheid sfeervol verfilmd. Het duurde even voor we door hadden hoe de gedachtengang van de auteur in elkaar stak. De heftigheid van sommige scenes waren er wel maar welhaast ijzig verstild of met een zo plotselinge uitbarsting dat het nauwelijks te voorspellen was. De vrouw als zoete verleidster of als een sirene met lieflijke zang tot de rechercheur in haar fuik zou lopen. Het gaf een wonderlijke beleving, een vervreemding haast, waardoor de vragen na afloop bleven hangen als nevel in de stille avondschemer.

De festiviteiten rond het gouden kalf slokte de ruimte van het belendende restaurant op. We besloten richting de parkeergarage te lopen en aan de kade een restaurant te kiezen. Dat werd een Balinees restaurant, de Spice Monkey, waar je met vier of vijf kleine gerechten je maaltijd samenstelde. Met de daging rendang, de telor pedis, de sajour lodeh en de tempeh sambal goreng deden we ons ook te goed aan de vele indrukken die de film had achtergelaten en de raadsels die om antwoorden of duiding vroegen.

Bij thuiskomst een appje. De dochters waren weer veilig thuis en nog een, zoonlief bleef slapen bij vriendin. De stoel paste, zoals bedacht in de droom, een welkome aanwinst. De avond sluimerde verder in een vredig samenzijn.

Overpeinzingen

Morgen is er weer een dag

Na een aangename ochtend waarbij de regen herfstachtig op het raam kletterde en het binnen steeds behaaglijker en knusser werd, besloten we richting broer af te zakken die zijn 81ste verjaardag vierde vandaag. Geen groot feest. Een kopje koffie en wat taart. Het zou vast niet druk zijn op zo’n doordeweekse maandag, bedachten wij. Het was even zoeken op het recreatiepark naar de juiste ingang naar de caravans toe, kleine paadjes tussendoor, die uitmondden op het grote meer. Aan weerskanten hingen en stonden de caravans, hun schuttingen, hun tuintjes, sommige strak en vlekkeloos, anderen met allerlei tierelantijnen, bij schoonzuslief een kabouterdorpje.

Zo een waar ik me vroeger aan had vergaapt bij de buurman op de hoek, op mijn blote knietjes voor een spleet in de schutting. De wereld van Pinkeltje, Paulus de boskabouter en Wiplala ineen. Een kabbelend beekje met een rond bruggetje erover, een kabouter met een hengel die eeuwig in het water hing, onder zijn snor een brede glimlach met appelwangen. Later vond ik dergelijke kabouters vooral terug in de twee boeken van Rien Poortvliet, het leven der kabouters. Twee mannetjes met de armen om elkaars schouders fluks voortstappend door weer en wind. Een schone slaper, met de handen gevouwen onder zijn kleine kabouterhoofd, die de dagen zoet versleet met eeuwig gemijmer. Daar tussendoor het gemurmel van het water, dat kabbelend een weg zocht tussen de stenen van de aangelegde beek en mijn hoofd, waar de verhalen zich ontsponnen om later met vuurrode knietjes mijn weg te vervolgen. De wereld van alles is mogelijk, een waar sprookjesparadijs.

Tot onze verbazing was het huis vol. Enthousiaste begroetingen. Alle broers op twee na en drie van mijn lieve schoonzussen. De jarige, onze oudste broer, zat op zijn gemak in zijn grote seniorenstoel feestelijk te zijn. Een heerlijke stroopwafeltaart onderschreef het. De gesprekken schoten over en weer, vooral die naar aanleiding van het grote fotoboek van het feestvarken, dat bij het 50 jarig huwelijk door zoonlief in elkaar was geknutseld. De jaren veertig en vijftig, een huwelijk in 1968, de roerige zeventiger jaren met kleine kinderen en vakanties, voetbalfoto’s, nog meer vakanties, familiefeesten en familiedagen, alle zussen van schoonzus nog springlevend door de lens vastgelegd. De vaststelling van het bijzondere, dat ons wonderlijke gezin allen nog in leven waren. Soms met loodzware kwalen, de pijntjes, maar ook met de berusting en de zorg over hoe iets verder moest en bovenal het,van onze moeder geërfde, optimisme en de levenslust.

Lief stond, natuurlijk, als jonge God te prijken op de familiefoto’s met mijn vader en moeder erbij en al hun kinderen en kleinkinderen. Het waren de jaren van samen zijn en lief en leed delen. Het voelde dan ook vertrouwd daar in die kleine knusse woonkamer. Ons kent ons.

De eersten gingen weg en de jongste broer was net gearriveerd. De rol van onze vader kwam ter sprake. Hoe zat dat in de oorlog, zijn tewerkstelling in Oostenrijk en het onderduiken en wat was de taak van mijn moeder geweest met haar kinderwagen en haar gang naar het station met een gesjeesde para aan haar zij. De oude familiebanden kwamen aan bod en een staaltje Nederlands voetbal door jarige broer, die in hoge kringen had vertoefd.

Mijn vader had nooit een boek open gedaan over zijn leven. Er liggen nog steeds verstofde geheimen te wachten in alle kieren en gaten van verbrokkelde opmerkingen, meningen, gedachten en oude herinneringen. Gistermiddag kwamen er een aantal te voorschijn en daarmee was het zo betekenisvol, die verjaardag van grote broer.

Terug naar huis spraken we alles door. Lief had een afspraak met de jongste broer. Die zou zich melden op zijn geneologie-site. Die twee hadden vooral veel vorige levens te bespreken. Lief ging naar huis en ik reed door naar de kleine filosoof en zijn zus, die samen met hun pipa de vier moederloze dagen aan het overbruggen waren en ik was net op tijd om verhaaltjes voor te lezen, met kleine meid op schoot in de veilige warme sfeer van een nachtlampje. Knuffies en kusjes, high five en dag. De tijd glijdt in sneltreinvaart voorbij. Morgen is er weer een dag.

Overpeinzingen

Echte zielsverwanten

In voorbereiding op de middag hielden we het de ochtend kalm. Youtube-instructies over het bereiden van de Imam Bayildi met minieme verschillen. Wel komijn, geen komijn, wel tomaat, geen tomaat, wel frituren of toch maar grillen. Het is zo leuk om deze zaken met elkaar te vergelijken. Een Turkse Tante Saniye die simpelweg op één pitje bakt en kookt neem ik als voorbeeld. Kalmpjes voorbereiden en dan achter elkaar aan de slag. Zodra de aubergines gefrituurd en wel op de bakplaat liggen is het grootste werk gedaan. Dan is het alleen nog maar een kwestie van afbakken.

Een maaltijd bereiden is afdalen naar jezelf. Terwijl de handen kalm doorgaan met bereiden, vier uien, vier paprika’s, drie tomaten, zes teentjes knoflook in plakjes of stukken snijden, daalt het hoofd naar binnen af. Die paarse rotan stoel waar ik die nacht van droomde, zou die er nog zijn in de kringloop. In mijn droom had ik haar toch opgehaald en de twee zitkussens van de grote woonwinkel, die op,de kleintjes let, erbij gekocht. Nu wilde ik niets liever dan als eerste op de stoep staan op dinsdag om haar alsnog te halen.

Hoe zouden de dochters het hebben? Die vermaken zich wel aan de foto’s te zien en ze hebben zelfs in zee gezwommen. Redden de mannen het met de kinderen. Natuurlijk wel, hokjes denken, vrouwen redden het ook met de kinderen. Zal lief zich vermaken nu mijn lieve vrienden op bezoek komen en zal hij ze net zo leuk vinden als ik. Hoe staat de tuin er bij, vast een tikje verwilderd, als het droger wordt moeten we er spoorslags naar toe. Morgen niet vergeten Toonder uit te lezen. Dinsdag toch spoorslag naar de kringloop. Zo vliegen de gedachten aan, terwijl mijn handen onverdroten verder gaan.

Olie in de pan en op het vuur. Om en om de aubergines bakken gedurende vijf minuten. Voor mooi zijn ze iets te dik,leert tante mij. Zij heeft kleine, wat dunnere, exemplaren gekozen. Dus frituur ik ietsje langer. Ondertussen meng ik komijn en chilitomatenpuree door het prutje. Lief verzekert me dat het heerlijk ruikt. Mijn geur is een herinnering.

Een appje meldt dat ze onderweg zijn. Wat fijn en wat lang geleden weer, dat we op deze manier bezoek hadden. Het stond al voor twee maanden gepland en door de inhaalverjaardagen van de kleinkinderen moesten we het al een keer verzetten. Aubergines in het bakblik, vulling erin en vast in de oven geschoven. Straks als ze er waren, konden ze nog 25 minuten stoven. Couscous in de aanslag. Dat was slechts een kwestie van kokend water erop gieten.

De bel en een weigerende deur. Lief gaat persoonlijk beneden open doen. Achter een groot plukboeket, vers uit eigen tuin, komen twee breed lachende gezichten te voorschijn en terwijl de mannen onderling een groot Betuwepakket uitwisselen(veel te gek, toch)zoeken wij een vaas voor de bloemen en zitten onmiddellijk op ons eigen spoor van vertrouwd en bekend.

Het kenmerkende van goede vriendschappen is dat je nooit een gebrek hebt aan gespreksstof. Alles komt langs. Het bijzondere van de relatie, de kinderen, het huis in Verweggistan met het beeld in Google maps alsof we er voor staan en naar binnen kunnen. Een vraag van vriendinlief, in de winter valt het blad van de boom, hoe zit het dan met de assimilatie? De plantenboeken voor de recensies komen op tafel. Daar vinden we antwoorden in Briljante Planten. Een must have voor alle weetjes op gebied van het groen om ons heen. Herinneringen aan het ge-straattheater. Alle glansrollen komen voorbij, vaker dan ooit liggen we weer in een deuk om die grappige voorvallen. Niets was ons te dol in de gloriedagen van ons gezamenlijk optreden.

Ook de fotoboeken van het prille begin, lief als student, ik als beginnend verpleegkundige, komen te voorschijn en ontrafelen onze liefde van lang geleden. Ondertussen zijn we aan tafel gegaan, hebben een witte wijn opengetrokken en sudderen de aubergines in hun mooie rode saus naast de goudgele couscous. Een plaatje, maar het allerbelangrijkste, zooo lekker, om je vingers bij op te eten. Na de koffie en de thee, de vaat blijft de vaat voor later, gaan ze weer op huis aan. Het grootste compliment komt van lief. ‘Het is net alsof ik jullie al heel lang ken’. Daar draait vriendschap om. Zo werkt dat met echte zielsverwanten.

Overpeinzingen

Deze woelige wereld

Het begon allemaal voortvarend. Regelrecht naar de grote kledenwinkel, waar de keuze optimaal zou zijn. Bij de ingang had lief al door dat de kleuren op één kleed overeen kwamen met mijn wens. Ik was eerst meer op de rozerode kleden georiënteerd. De verkoper bij de balie begon al een beetje doelloos tussen de stapels door te lopen met een wakend oog op ons. Een beleefde vraag of hij ons kon dienen begeleidde zijn gang. Eerst wilden we echter zelf neuzen en de voors en tegens afwegen. We hadden allang bepaald wat het zo ongeveer worden moest. Bij het betreffende kleed van Lief vroegen we hem wel om het uitgestrekt op de grond te laten zien. Dankbaar schoot hij op ons af en trok het kleed met verve van de stang.

Het besluit lag er al voor het kleed de grond had geraakt. Het bijbehorende verkooppraatje, ‘geen doorsneekleed’, ‘spannende compositie’, ‘modern’, ‘weer eens wat anders ‘, kapten we voortijds af. Hij deed zijn best, met schalkse opmerkingen in vlotte clichés. Begrijpelijk als je de indrukwekkende stilte observeerde in de enorme winkel en dat op een zaterdagmorgen. We waren het er over eens dat we dankzij het gesnuffel van de vorige dag nu precies wisten wat het zijn moest. Dat was ook de reden dat we zonder moeite de tafelset en een biezen mand in een winkel verderop konden vinden. De buit vouwden en stouwden we in de kleine blauwe en reden eerst op huis aan voordat we het verdere verloop van de zoektocht konden uitvoeren.

Alles klopte als een zwerend vingertje. Dat beaamde zoonlief ook. Pluis begon van enthousiasme de nieuwe omgeving te verkennen vanaf haar troon. Het kleed had precies de juiste lengte en kleur, de tafels maakten het af, de mand onder de grootste kon weer gevuld met de Kunstmagazines en de wol van mijn te breien winterdas. De orchidee in de mooie rozerode tint van zuslief complementeerde het geheel.

Daarna was de jacht op de accessoires geopend. Kussentjes in de juiste tint en een dik plaid voor de op handen zijnde gasbeperkende winter. Bij de kringloop zochten we naarstig naar een stoel. Eigenlijk vond ik er een, een paarse rotan brede zit, maar die kende een pittige prijs, waar niets tweedehands op aan te bemerken viel. We keken ook nog naar lampen, maar vonden geen model naar het zin. Kalmpjes wachten tot we er tegen aan zouden lopen was het devies. Langzaam maar gestaag groeit alles naar ons beider zin. Onze smaak is nog steeds dezelfde. Daarom is het goed sparren over wel of niet.

Over de app komen prachtige beelden van de dochters uit het verre Helsinki. Ze genieten met volle teugen van de schoonheid van dit, tot dan toe, onbekende land. Er is niets leuker dan samen herinneringen maken en er later steeds weer aan refereren.

In de boekenbijlage van de krant staat een interview met de schrijfster van de biografie van Etty Hillesum. Wie heeft vroeger niet ‘Het verstoorde leven’ gelezen. De schrijfster Judith Koelemeijer heeft veel moeite gedaan om diens dagboekschrijfsels tegen het licht van de actuele feiten te houden. Daardoor krijgt een verhaal een belangrijke meerwaarde. Iets wat we van de week ook ontdekten bij het zien van de tentoonstelling: ‘De Nieuwe Vrouw’ in het Singer. Binnen de context vallen de verschillende puzzelstukken op hun plek. In haar speurtocht naar Etty stuitte ze ook nog op een dagboek van haar, eveneens Joodse, vriendin Leonie in Amerika. Deze vrouw was wel ondergedoken in de oorlog en ze overleden in 2013. Haar zoon had het huis in tact gelaten en daar kon de biografe door twee kamers met documentatie spitten. Een stoffige bedoening met deze belangrijke vondst tot gevolg.

Etty zelf kon de gedachte dat er een ander in haar plaats zou moeten sterven als ze onderdook niet verdragen. Ze stierf in Auschwitz in 1943. Een vrouw ‘die weigerde zich over te geven aan angst en vijanddenken’. Een mooi gegeven, toen en nu, in deze woelige wereld.

Overpeinzingen

Het moet niet gekker worden

Als eenmaal, naar de eigen bescheiden mening, een ideale combinatie aan kleur in het hoofd zit, wordt het lastiger zoeken. Eigenlijk zijn er meerdere composities mogelijk, maar door die ultieme gedachte werd de rest weggevaagd en ook wel omdat er vooral veel met blauw werd gecombineerd of het verkeerde groen.

Kleden te kust en te keur. Ontelbare rissen zijn door onze vingers gegaan. Bekijken, kleuren schatten, aarzelen, terugschuiven, nog eens bekijken. We waren nog een beetje beduusd door het feit dat ons oude vloerkleed geweigerd werd bij twee kringlopen zodat er niets anders op zat dan het hoogpolige verleden de bouw en afvalcontainer in te duwen. Hier lagen of hingen dezelfde hoogpolers weer, tegen een behoorlijke prijs. Het oude betaalde in ieder geval de prijs van de (betrekkelijke)welvaart. Mijn oude kringloophart huilt. Er was nog iets vreemds. Ik moest mijn legitimatie laten zien bij de ingang van de gemeentewerf. ‘Steekcontrole’ zei de oude baas, die ik eigenlijk al kende uit de tijd dat ik bij de kringloop ernaast werkte. ‘Zei hij dat op voorhand of omdat hij dacht dat er een lijk in het kleed verstopt zat of iets dergelijks’ grapten we naar elkaar. En toch voelde het een beetje zuur, zo’n ervaring. Alsof we niet te vertrouwen waren op onze respectievelijke blauwe en bruine ogen.

Bij één winkel hadden ze het goede kleed, zag ik op mijn telefoon. Spoorslag naar het winkelcentrum in de buurt, waar we een goede tuinvriend, de meest sociale jongen die ik ooit ontmoette, tegen het lijf liep in zijn witte Boernoes en met zijn gebedskralen in de hand. Om zijn mond krulde een stralende lach. We omhelsden elkaar. Sinds kort was zijn moeder over. Voor haar had de tijd in zijn oude land stil gestaan. ‘Ze denkt nog steeds dat ik dat kleine jongetje ben die ooit onder haar vleugels woonde’, vertelde hij berustend en zette de spitsroeden uiteen die noodzakelijk waren om heftige botsingen te vermijden. Het grote dilemma van de twee-culturen-problematiek kwam daarbij in alle heftigheid om de hoek kijken. Hij was al geruime tijd hier en als jong ouderloos kind hier gekomen. Zijn opvoeding was langs de wegen van de ervaring gelopen. Daar had hij zijn wijsheden opgedaan en later vooral ook door zijn opleiding. Zijn moeder stond daar ver vanaf. Even trok er een schaduw over zijn gezicht om direct weer te verdwijnen in die gulle lach. Hij wenste ons sterkte met zoeken en schoot de Turkse groentewinkel in.

Kort daarvoor hadden we wel de heilige Antonius aangeroepen om te helpen bij het vinden van een kleed. Maar hij had er vandaag geen zin in. Bij de winkel die we op het oog hadden, lag weliswaar het kleed in de kleur, maar veel te klein en veel te dun. Dat was genoeg voor vandaag. Moe maar gelukkig besloten we de volgende dag eraan vast te knopen om verder te zoeken. Bijzettafels hadden we al op het oog. Een fauteuil eventueel ook, afhankelijk van kleur van het kleed dat het uiteindelijk zou worden.

Bij de supermarkt haalde ik vast de ingrediënten in huis voor de Imam Bayildi. Op de fruitschaal liggen nu de auberginen, de paprika’s en de pepers hoog opgestapeld. Een lust voor het oog. Pluis had de bank willen confisqueren, maar snel haalde ik haar eigen krabpaal met kussentje erbij, daar zat ze hoog en droog, prinsessen-heerlijk, en keek minzaam toe hoe wij ons de bank hadden eigen gemaakt. Af en toe kneep ze de ogen dicht, alsof ze, bij hoge uitzondering, er haar goedkeuring aan gaf. Het moet niet gekker worden.

P

Overpeinzingen

O, wat is het lekker

Je moet ergens beginnen. Dat betekende dat als eerste de boeken, schetsboeken, tijdschriften, het pennengerei en anderszins van de achterleuning van de bank gehaald moeten worden. Omdat er in de boekenkast nog plaats was, kon ik daar een gedeelte kwijt. Daarna moesten de twee delen van de oude bank uit elkaar gehaald worden. Met rechtstandig optillen schoten de beide delen los van elkaar. Op de zijkant hevelen en schuiven nar de zijkant. Het tweede deel volgde.

Jaja, het heeft wat voeten in de aarde, maar dan is er ruimte voor nieuw. Het was wikken en wegen en passen en meten, de boel grondig stofzuigen en dweilen, de ramen zemen, de verwarming afstoffen. Tussendoor koffie en bijkletsen over eventuele mogelijkheden. Lief schuifelde de grote bankdelen de galerij op. Veel te zwaar vond ik, maar in die zin is hij net zo eigenwijs als ik, haha. Twee zielen, een gedachte. Pluis speelde alpinist en keek triomfantelijk van boven af neer op onze inspanningen. Ze vermaakte zich opperbest.

De kamer veranderde in een balzaal zonder de planten die op het balkon hun tijd aan het overbruggen waren. De nieuwe bank kon haar plek innemen. Door de orchideetjes die ik van zuslief had gekregen, bleek het groen van de bank en het fuchsia-roze van de bloemetjes een mooi afgestemd palet. Op naar een fuchsia roze kleed en bijpassende kussenhoezen zometeen.

Nu kon het grote heen-en-weer schuifspel beginnen. Plant aan de kant, plant in de hoek, met een hoger tafeltje eronder, plant naast de bank aan de andere kant. Niets meer aan doen. Volgende plantenreeks. We werkten gestaag door. Daarna was de werkkamer boven aan de beurt. De oude kast die weg moest, bleek in erbarmelijke staat en moest helaas in barrels naar beneden. Zoonlief liet er zijn karatetrappen op los. Leedwezen aan mijn kant, opgeruimd staat netjes bij de heren. Overal kleven herinneringen aan, die wakker worden als de nood aan de vrouw komt.

Buiten klinkt de kraak van de grofvuil-wagen. Het maalt met zijn hebberige kaken al wat aan jaren achter me ligt. ‘Een nieuwe herfst, een nieuw geluid’ in variatie op een thema, om met Gorter te spreken. Toch fijn dat het voor de deur opgehaald kan worden. Ik kon niet meer zien of de straatmadelieven van de nacht er nog iets aan bruikbaar tussen uitgeplukt hadden, waar ik stiekem toch op hoop.

Gisteren belde zwager voor het houtkacheltje uit het atelier op de tuin. Hij zou het graag op willen halen en zorgt er dan voor dat het gat van de pijp in het dak weer netjes dicht komt. Ideaal natuurlijk. Het kacheltje is voor mij onbruikbaar geworden, omdat de rook averechts werkt op mijn gezondheid. Hij is ermee geholpen op zijn nieuwe ‘landgoed’. Dat is het betere werk. Doorgeven schenkt voldoening.

Het bed dat weg moest, kon gelukkig uit elkaar geschroefd. Anders had het ook dit onhandige trappengat niet doorgekomen. Beneden in de schuur staat nog een tafel gelijk aan die van ons. Dat wordt het grote bureau voor twee voor het raam recht tegenover mijn lievelingsboom. Ruim genoeg om beiden aan te kunnen werken, lezen of schrijven en te genieten van de zonsopgang bij mooie dagen, de vogels en de vleermuizen, het leven der seizoenen.

Zondag komen er eters en ik verzin alvast het menu. Natuurlijk komt de imam die flauw valt weer om de hoek kijken. De mare gaat dat bij het Turkse gerecht Imam Bayildi, wat inderdaad de imam die flauw viel betekent. Oorzaak, ofwel omdat hij het overheerlijk vond, of omdat hij zich een hoedje was geschrokken van de hoeveelheid olie die er gebruikt wordt om het gerecht klaar te maken. Ik hou het op het eerste, want o, wat is het lekker.

Overpeinzingen

Ten volle uit

Het was een stralende dag. De juiste omlijsting voor een bezoek aan het Singer Laren museum met haar prachtige Oudolf-tuin. Het museum had er in de loop der jaren een vleugel bijgekregen, maar de parkeerplaats was helaas nog steeds niet meegegroeid. We hadden er eigenlijk wat extra tijd voor uit moeten trekken. Het geluk zij met de domme want toen we voor de tweede keer het terrein opdraaiden, na een vergeefse poging in de periferie, ging er net een mevrouw weg. We hadden geduldig achter haar staan wachten en gaven haar de ruimte weg te rijden toen een grote zwarte Suf in de vrijgekomen plek wilde schieten. De kleine blauwe prins was hem te snel af. Meneer draaide zijn raampje open. Beleefd maakte ik hem fijntjes op onze lange wachttijd attent. Gelukkig haalde hij met wat gesputter toch bakzeil.

Als je een tijdslot had gereserveerd mocht je doorlopen om de museumkaart en de tickets aan de ingang van de zaal te laten scannen. Dat was maar goed ook, want de rij voor de kassa was groot. Er waren meer mensen op het idee gekomen.

De geschiedenis van de vrouw had me altijd al verwonderd vanaf de allereerste keer dat ik had gehoord over de suffragettes en Aletta Jacobs aan het begin van de vorige eeuw. Uit de biografie over Jeanne Bieruma Oosting was me onverwijld duidelijk geworden hoezeer vrouwen voor elke centimeter vrijheid hebben moeten vechten. Het feit dat ze niet behoorden te fietsen, hun baan op moesten geven als ze gingen trouwen en pas een academische studie konden volgen aan het eind van de negentiende eeuw en dan alleen nog maar de gegoede burgerij. De doorsnee studiebol moest veel langer wachten. Verbazingwekkend eigenlijk dat wij dames zich al die tijd zo lieten ringeloren.

Indrukwekkend waren de houtskoolportretten op een rij van de eerste vrouwelijke Surinaamse verpleegkundigen, die grafisch sterk naar voren kwamen op een achtergrond van zwarten en witten als de toetsen van een piano. Lief en ik kwamen ogen tekort. We bedachten dat het schilderij een andere dimensie kreeg als je het bezag vanuit de juiste tijdsduiding. Een vrouw op een fiets is allang geen bijzonderheid meer, maar in 1910 was dat andere koek. Vrouwen in sarong en kebaja zonder korset was ook zo’n gotspe in die dagen. Van de schrijfster Carry van Bruggen weet ik dat ze een van de eersten was in Nederlands-Indie die haar korset aan de wilgen hing omdat het een onhandig keurslijf was in die tropenhitte.

Ze waren er allemaal. Isaak Israel, Breitner, van der Leck, Lou Loeber, Besnyo, Dumas, Rodin, Iris Kensmil, Leo Gestel, Jan Sluyters, Jan en Charley Toorop en nog veel meer. Het was meer dan de moeite waard en niet in de laatste plaats door de geschiedenis er omheen en de inspiratie die het opleverde. Bij mij kwamen de houtskoolkriebels en de pastels spontaan omhoog bij het zien van al dat moois.

De Nardinc-collectie in vogelvlucht was het toetje en daarna komn er even niets meer bij. Op het terras was het geluk evenzeer met ons, want een stel zat te wachten tot ze konden betalen en we konden hun tafel overnemen. Op de eerste rang met uitzicht over de prachtig aangelegde Pieter Oudolf-tuin met de zon op onze wangen raakten we niet uitgepraat. Is er vrouwen-en-mannenkunst? Onzin vonden wij. Er is kunst, een uiting van gevoel, van de beleving, van het innerlijke zelf, los van sekse. Zelfs de termen mooi en lelijk gaan niet op. Op school leerde ik de kinderen kijken naar de tekeningen van elkaar, waarbij ze moesten omschrijven wat ze er van vonden zonder de termen mooi en lelijk te gebruiken. Dat leverde prachtige momenten op. Ware schoonheid is waar beleving en gevoel samen komen.

Daarna wandelden we door de prachtige tuin en genoten van de samenstelling ervan. Zoveel in bloei nog, met hier en daar de eerste tekenen van de invallende herfst. Een dag van schoonheid, ten volle uit.

Overpeinzingen

Per slot van rekening

‘De leugen: het middel om het leven de waarheid te geven waar je zo naar verlangt’. Ik lees het nieuw gekozen boek van de leesclub. Philip Huff is de schrijver, de titel is ‘Wat je van bloed weet’ en het omslagontwerp van het boek is van Claire Witte een en ongelooflijk mooi. Een vlag die de lading dekt.

Als het jongetje bovenstaande zin denkt, ben ik op bladzijde 64. Door de vorige hoofdstukken is het zonneklaar waarom hij dat denkt en wordt deze zin een waarheid, waar geen speld meer tussen te krijgen is. Het is de hoop die je doet ontsnappen uit bergen ellende. Het is de ultieme poging om te geloven dat er een wereld is die uit liefde bestaat, een zingende moeder, een trotse vader langs de lijn, een huis waarin je iedereen welkom kan heten omdat het er zo gezellig is. Philip Huff schreef een boek waaruit je nauwelijks kan ontsnappen, het valt bijna niet weg te leggen, zo houdt het verhaal je bezig.

Bij het zien van de kaft begint het creatieve brein te werken. Het wil aan de slag. Dat is wat een werk vermag dat raakt, vanaf de allereerste foto die ik ervan zag. In werkelijkheid is het nog veel mooier door het reliëf waarin het gedrukt is.

Het wordt de dag van de inspiratie. Vandaag gaan we naar Singer-Laren en misschien knopen we een wandeling over de hei eraan vast. Een verademing na de ‘Zweedse-Warenhuis-dag’ van gisteren. Op jacht naar vloerkleden en grote hoeslakens. Voor lief ging er een wereld open. Wat een uitnodiging tot consumeerderen in plaats van minderen. De kleden werden gewikt en gewogen en liggen nu in de opslag in ons hoofd, om te overdenken. Het hoeslaken is denk ik weer te klein voor dit kingsizebed. We zullen zien.

In Singer is er een tentoonstelling met de titel ‘De nieuwe vrouw‘, deze titel werd aan het begin van de 19e eeuw gebruikt om de spot te drijven in kranten, tijdschriften en spotprenten met de vrouwen die steeds vaker het zo gebruikelijke mannelijke bolwerk begonnen te infiltreren en te slechten. Singer Laren maakt van die spottende benaming een geuzennaam. Gastcurator Maaike Rikhof stelde de expositie samen over de beeldvorming van de vrouw tegen de achtergrond van de voortschrijdende emancipatie. Het onderwerp spreekt ons beide aan. Met museum Voorlinden, waar ik hem zo graag mee naartoe zou willen nemen, wachten we nog even op de nieuwe tentoonstelling van Giuseppe Penone, de Italiaanse arte-poverakunstenaar met zijn boeiende installaties en zijn indrukwekkende sculpturen. Die gaat lopen vanaf 8 oktober 2022.

Het Nederlandse Film Festival is begonnen en er wacht ons weer een overvloed aan documentaires, films en series. De volkskrant gaat uitgebreid in op wat er aan belangrijks vertoond wordt vanuit Nederland. Boeiende reportages in kranten en prachtig werk op het witte doek of op de televisie. Genoeg culturele input dus. In oktober begint ook de ‘inktober’, iedere dag een krabbeltje. Ben benieuwd of dat er van komen gaat, maar binnenin bruist het al behoorlijk. Dat wil er ook uit. Eens kijken of er aan de wilde ideeën handen en voeten te geven zijn. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt per slot van rekening.

Overpeinzingen

En daarmee de vrijheid voelbaar maakt

Terwijl ik bij de tandarts een onrustige ademhaling van de vrouw links van me verweef met de gedachte dat angst voor de tandarts nu alweer jaren in een ver verleden lag bracht zoonlief onverwacht de nieuwe bank. Na de behandeling vertelde de wachtkamer-mevrouw en passant dat ze vreselijke kiespijn had en nu ook op hete kolen zat, omdat ze niet wist wat er komen zou. Ook kiespijn is een begrip uit dat zelfde verre verleden.

De bank stond opgestapeld langs de boekenkast.de grote oude hoekbank moest eerst weg en daar hadden we het grof vuil voor nodig. Straks even bellen en kijken hoe snel de klus geklaard kan worden. We hebben er zin in. De bank is van een mooi groengrijs, met een locker en erg comfortabel. Ineens moeten er honderdduizend-en-een dingen geregeld worden. De verwarming komt in zicht, dat is een ouwetje en minder mooi, dus misschien moet daar een ombouw omheen. Het volgende is een kleed en kussens en en nog wat snuisterijen, die passend zijn bij de vernieuwde aanblik. Het grof vuil is gebeld en vrijdag is alles weg, de kast en het bed van de te organiseren werkkamer incluis. Wat een actie zomaar tussendoor.

In een interview van Liddie Austin met Stef Bos wordt aangehaald wat in een gesprek tussen Freek de Jonge en Stef ter sprake kwam. Freek:’ We zitten op een rode draad die door de tijd heen loopt. Als we niet denken het te moeten verzinnen maar contact maken met de draad, stroomt er van alles door ons heen’. Vlak daarvoor mijmert Stef op de vraag of hij het zijn taak als kunstenaar vindt te verwoorden van wat je voelt in de maatschappij, dat hij niet meer is dan een doorgeefluik van gesprekken die hij heeft, van wat hij voelt, van alle kennis die hij heeft opgedaan. Datgene wat hij zegt of zingt tijdens een optreden is niet van hem maar hij geeft het alleen vorm.

In de tijd dat het vullen van een podium tot de bezigheden behoorden, zang, dans, toneel, straattheater, overkwam me vaak dat ik bijna buiten mezelf een act stond op te voeren. Alsof je van bovenaf erop aan het kijken was. Kwinkslagen, snedige zinsnedes, ze kwamen allemaal eveneens uit de lucht vallen. Zou ik het over moeten doen, dan werd het door het improvisatiegehalte iets volstrekt anders en navertellen was helemaal niet mogelijk. Zo gaan die dingen. Het voelt als die draad die Freek noemt. De rode draad van het creatief vermogen en het scheppend bezig zijn. Stef noemt daarnaast iets dat minstens net zo belangrijk is tijdens het optreden namelijk de magie die samen met het publiek gecreëerd wordt, ‘iets te leren of iets te ontdekken dat we al wisten maar zijn vergeten

Een bijzondere man met een sympathieke warme uitstraling. Ik mag hem graag horen en luister graag naar de mooie dingen die hij heeft gemaakt. Zijn levensmotto is fantastisch. ‘De ruimte is oneindig zolang je maar je grens verlegt’. Precies en dat hebben we helemaal in eigen hand. Hoe nauwer het hok waar de geest in verblijft, hoe bekrompener het denken wordt. Ik hou van de ruimte die grenzenloos mijmeren laat en daarmee de vrijheid voelbaar maakt.

Overpeinzingen

Duimen dat het over gaat

Dit ei is ook weer gelegd. Vanmorgen om vijf uur was het gedaan met de slaap en voer de onrust op de zeilen van de ochtend binnen. Er moest gelezen en geschreven worden. Er zat niets anders op. Beneden verschanste ik me onder de dikke wollen plaid met wakkere koffie en begon. In een acht uur durende marathon was alles uitgeschreven, foto’s er bijgestopt en de recensies konden eindelijk de deur uit. Het bracht trouwens oneindig veel nieuwe kennis. Ik had geen weet van het feit dat citroenen, sinaasappelen en limoenen door de mens zijn bedacht. Ik hoorde ook voor het eerst over de luchtwortels van de vijgenstruiken in Meghalaya in India die er voor zorgen dat de plaatselijke Khasi-bevolking er zo bruggen mee kunnen bouwen boven een van de natste gebieden op aarde. Maar ook niet dat de vijg zelf het vruchtvlees en de bloembodem is en de witte pitjes binnenin zijn de bloemetjes. Leuk en leerzaam leesvoer, maar bovendien prachtige ontdekkingstochten om met de kinderen te maken.

Gisteren vierde onze eigen grote Spring-in-het-veld zijn verjaardag en waren we, op de fotoshoot na, eindelijk weer eens in een ons-kent-ons-sfeertje bij elkaar. Lekker ongedwongen, keuvelend over van alles en nog wat. Dochterlief had, net als ik vroeger, soep met brood klaar staan en een Franse quiche. Het eerste deed me denken aan de verjaardagen van mijn eigen vijf, die altijd druk bezocht werden, waarbij ik in navolging van mijn eigen moeder ook soep en brood klaar had. Waar mijn moeder haar krachtige kippensoep uren op liet staan, roerbakte ik de groenten in de olie en maakte het af met bouillon en balletjes. Soep voor een weeshuis en altijd stokbrood erbij om weg te happen. Mijn moeder vond de beetklare knapperige groenten heerlijk en ik hield van haar soepie met de draadjes-kip en haar geheime ingrediënt. Zonder foelie geen soep. Op de vermicelli ben ik nooit gek geweest. Noedels zijn er lekkerder in. Vorige week was ik niet lekker. Een kippensoep is dan het enige wat helpt. Het zal voor een deel bijgeloof zijn, maar het werkt altijd.

Vorige week toen de allerkleinste zijn verjaardag vierde, was schoondochter een envelop kwijt. Ik vertelde dat ze de Heilige Antonius moest aanroepen ‘Heilige Antonius beste vrind, zorg dat ik mijn …… vind’. Ze deed braaf wat ik had gezegd en twee seconden later hoorden we een Indianenkreet. De envelop was boven water gekomen. Weer een succesvolle overdracht van onze ouderwetse middeltjes.

Straks wacht me de tandarts en daar kan ik me echt op verheugen. Doorgaans is ze hier en daar wat tandsteen in een moeilijke hoek aan het wegkrabben en verder hoeft er alleen maar gepolijst te worden. Daarna is alles weer blinkend en fris.

Ziezo, vanaf vandaag hebben we samen meer tijd voor de leuke geneugten van het leven. Woensdag gaan we naar Singer Laren naar een tentoonstelling waar ik al een tijdje erg naar uitkeek. Centraal staat de beeldvorming van de vrouw tegen de achtergrond van de voortschrijdende emancipatie. We gaan het zien en beleven.

De kleine dribbel heeft weer oorontsteking, koorts en keelpijn en opnieuw een antibioticakuur. Hij was al een maandje aan het tobben. Ik stuurde een berichtje en er was zowaar een kleine glimlach op zijn zielige toet te zien. Lastige dingen hoor die oren. Nu maar weer duimen dat het over gaat.

Overpeinzingen

Een vreedzame gemeenschapszin

Gisteren zag de wereld er voor een middag uit zoals mijn mooiste utopie. Vredig, vreedzaam, deelzaam, grenzenloos vrij. De zon scheen, de wind joeg grote episch wolken door het zwerk, de gekleurde vlaggenlijnen aan de witte tent en langs de afscheidingen wapperden ritselend hun feestelijke bescheiden noten ter ondersteuning van de flapperende panden van de gisteren al opgestelde partytent. Heel af en toe drumde de regen haar ritme op het zeil ter ondersteuning, maar merendeels was het droog. Het was de ideale omlijsting voor het feest van de volkstuinvereniging en voor de opening van het ecologische verenigingshuis aan het begin van het complex.

De tafel voor de hapjes begon zich al ras te vullen met internationale heerlijkheden die de leden thuis met alle liefde hadden gebakken, gekookt of in de gauwigheid snel ingeslagen bij de Turkse bakker of de supermarkt. Twee grote tapflessen met water en feestelijk groen, komkommer en munt onderschreven het feestelijke buffet. Zo geborgen als de oro koekjes naast de kleine Hindoestaanse loempiaatjes, de Turkse cake, de vegetarische notentaart en de gevulde kebab lagen, zo gebroederlijk en gezusterlijk gingen de makers van al dat lekkers met elkaar om. Vriendschap en vrede in heerlijkheden.

We waren veel te vroeg bleek. Ik had de aanvang van de voorbereidingstijd in mijn hoofd op 12 uur gezet. Het bleek dat het feest pas om twee uur zou beginnen. Achteraf kwam het goed uit, dat we een helpende hand uit konden steken, want er moesten nog vier bomen gehaald worden bij het ecologische bedrijfje Stekkers dat achter het tuincentrum Steck verscholen lag. De zeilen, twee stuks, waren veel te klein voor de beide, inderhaast geïmproviseerde, tafels. Bij het tuincentrum bleek het plastic zeil verscholen in het magazijn. Groen zeil is niet lelijk. ‘Er zit nog maar een beetje op’zei de man met de rol in zijn hand. Dus ging ik voor alles op de rol, dat toch wel meer bleek te zijn dan een beetje. Zeven meter rijker kleedde ik de tafel aan waar ook de bruisende peren en appelchampagne op kwam te staan, sans alcohol.

De twee Turkse mannen van even verderop, de een altijd vriendelijk zwaaiend van de overkant, de ander wat stugger, maar door de amicale houding van zijn makker aangestoken, groetten beiden met een brede glimlach. Er zou weer een Samowar komen beloofde de eerste. Hij kon er zelf niet voor zorgen, maar zijn vriend nam de honneurs waar. Geweldig. We hadden heet water en Turkse thee in overvloed. Ik sneed gember en citroen om het geheel te completeren.

Nu was zo’n beetje alles klaar voor ontvangst en de mensen kwamen in hun grote verscheidenheid binnen druppelen. Wethouders en een vertegenwoordiger van de AVN waren inmiddels gearriveerd en er kon gespeecht worden. In een gemoedelijke sfeer vertelde de voorzitter hoe trots we mochten zijn op dit prachtige gebouw, weliswaar nog niet helemaal klaar, maar al gereed voor ontvangst en straks voor het houden van workshops, vergaderingen, informatieve avonden en alles wat er nog meer aan verrijkende ideeën zou ontspruiten.

We keken terug op een rijke middag. Er konden namen gebrand worden in twee houten planken, wat later tot een bank zou worden gesmeed door een timmerman. Een in meerdere betekenissen op te vatten ‘Verenigingsbank’. Verder was een oude lelijke tafel toe aan een opknapper. Allen mochten onder het motto ‘Iedereen kan een steentje bijdragen’ werken aan het mozaiek dat gelegd werd met kapotte tegels en met servies dat in de tuinaarde op het complex was gevonden. Scherven brengen geluk en tuinfeesten een vreedzame gemeenschapszin.

Overpeinzingen

Een nieuwe weg

Vandaag tussen zon en regen door is de opening van de doorkijker, zoals het ontwerp wordt genoemd aan het begin van het tuinencomplex. Eindelijk, na vele jaren, hoef je niet meer van het complex af voor een toiletbezoek. De boodschappen voor het feest zijn gedaan. Alleen de vlaggetjes nog. Vanwege de duurzaamheid zullen dat stoffen vlaggetjes zijn. Twee winkels komen in aanmerking om ze te halen. De dag begint vroeger dan normaal, maar eerst is er koffie.

Gisteren kwam dan eindelijk het vierde boek binnen. ‘Briljante planten’ en in het kort noteerde ik in de grijze hersencellen; een lust voor het oog en vooral ook grappig, met veel zoekplaten erin en vragen voor het nieuwsgierig aagje. Eigenlijk doen al die plantenboeken dat goed. Ze prikkelen allemaal en nodigen uit tot onderzoek en experiment. Alles wat er nodig is om kinderen warm te laten lopen.

Heerlijke momenten vond ik dat, dat vrije onderzoek buiten aan de hand van alles wat groeit en bloeit. Van boombast tot kikkervis, van herfstspin tot gierzwaluw, van zonnestand tot zwaartekracht, van vogelperspectief door ergens op te klimmen versus kikkerperspectief door op de grond te liggen en op te kijken. Alles waar dit soort ondervindingen bij komen kijken, blijven in het geheugen gegrift en nodigen uit tot het nemen van volgende stappen aan de hand van nieuw onderzoek.

Het land van groen binnentreden met de verhalen van de handpop, die in de groene ecoline was gedompeld, zorgde voor het vergroenen van alles wat we deden. Sorteren met groen, beeldend werk met alleen de groentinten en mengen van blauw en geel tot de mooiste kleuren groen, kleien van groenten en die allen groen verven tot en met de worteltjes en de bloemkool toe. Groene soep koken van erwtjes, bonen, groene prei, selderij en die uit groene schaaltjes eten. Een groene winkel met uitsluitend groene producten maken, net zolang tot alles groen voor ogen zag. Het onderwerp van de kinderboekenweek is Gi-Ga-Groen. Alle plantenboeken passen binnen dit thema en het thema van het blad De Buitenklas’.

Ik stuit in de nieuwe Zin-magazine op het verhaal van Simone Kleinsma en hoe ze de dood van haar man Guus vooral heeft verwerkt door ritme in haar leven en het feit dat ze op de planken stond als Annie M.G.Schmidt. Ze moest het lied zingen dat Annie schreef voor haar overleden man, ze zong dus haar eigen leven binnen. Maar het hielp haar om steeds weer verder te komen in de verwerking en ze beschouwde Annie.M.G. en de musical als haar reddende engel. Een van de aangehaalde quotes van Simone, ‘Ons leven was een duet, nu is het weer solo’ en dat is na 31 jaar een grote overgang. In mijn leven ging het omgekeerd. 25 jaar solo met de kinderen en dan ineens een duet levert de mooiste levensliederen op, maar natuurlijk is het ook aanpassen en voegen tot het senang voelt en vertrouwd.

Waardevolle momenten om bij stil te staan door dit soort mooie verhalen. Niet uit nieuwsgierigheid maar om te delen. Hoe verwerken we onze levensfases, wat voor oplossingen zijn er te vinden voor de eventuele beren op de weg en helpt het beter als je omhoog blijft kijken. Verdriet mag er zijn, te allen tijde, maar zon toelaten in het leven als zij zich aandient, is ook fijn. Ze vindt ouder worden een ‘dingetje’ omdat de fysieke kwalen en kwaaltjes zich aandienen. Toch oogt ze op de foto’s stralend jong. Ik bedenk dat de liefde voedt en dat door het overlijden van de partner die voeding als het grootste gemis wordt ervaren. Beide kanten heb ik gekend. Het gemis aan geborgenheid is het grootst en dat het grote klankbord wegvalt. Respect voor iedereen die daarna de draad weet op te pakken en open staat voor de wankele eerste schreden op een nieuwe weg.

Overpeinzingen

Waarom haasten als het anders kan

Matthijs van Nieuwkerk vertelde in zijn programma ‘Matthijs gaat door’ dat hij het bundeltje met teksten van de in april overleden Henny Vrienten ‘De een is de ander niet’ de hele zomervakantie met zich mee had gedragen. De ontroering die zijn overlijden had losgemaakt waren te lezen tussen de zinnen van Matthijs, in de gevoelige zang en in de ogen van zijn zoons.

De kaft is prachtig blauw, dat van een heldere zomerhemel bij een stralende zon, de ondertitel is ‘Leven in liedjes’, met een notitie op een wit etiket, dat aangeeft dat het boekje in geval van verlies terug moet naar Henny Vrienten. Een rechtstreekse vlucht naar de hemel, denk ik, nog steeds beduusd over het feit dat hij er niet meer is. Het laatste interview bij hem thuis had diepe indruk gemaakt.

Prachtig vind ik het gedicht met de titel: Het museum van weemoed en gemis, waarin hij al zijn tekortkomingen laat hangen in doeken op de muur. Schaamte, spijt en zelfverwijt, vergeten dromen en een grote zaal verloren tijd, uitgestelde daden, oud verdriet, pech op ware grootte naast ijdelheid met grove kwast en nog een aantal eigenschappen of daden. Er is een waarschuwing dat we niet bedroefd moeten worden bij al dat falen omdat hiernaast het museum ‘De goede Hoop’ ligt, waar vast wel wat te halen valt, al is het niet goedkoop. Het is een kleinood voor iedereen die hem lief is naast zijn mooie vertolking ervan in de muziek.

Gisterenavond kwam de leesclub bijeen. Heerlijk om elkaar weer te omarmen, te spreken en te zien. Er viel een veelheid aan vakanties bij te praten, alle belevenissen op een rij in een grote verscheidenheid. Uitgewaaierd over de wereld, persoonlijke ervaringen opgedaan en hier temidden van de knusse zitkamer op tafel gelegd midden tussen de lekkernijen en gedeeld. Zo reisden we allemaal een stuk mee met elkaar, zagen de stranden, de heuvels en dalen, voelden de vrijheid van tijd voor elkaar, het samenzijn op hoog niveau, de uitgestrekte goudgele vlaktes.

Daarna waren de boeken aan de beurt. Pieter Waterdrinker werd door een aantal als een plezierige vakantieroman gelezen. De schrijfstijl werd geroemd, de verhaallijnen wat licht bevonden, de vorige romans de hemel in geprezen. Dat niveau haalde dit boek niet, was de conclusie. Twee van ons ervaarden het als een typisch mannenboek. We waren het eens over het feit dat de leegte en de stilte in corona tijd vertolkt werden als historisch feit. Zo was het.

Bij Roxanne van Iperen bleven we een tijd verwijlen bij de vraag waar ze zelf stond, had ze er een mening over en waarom werd haar toon in het tweede deel van haar essay als minder objectief ervaren, of was het een gedeeltelijke herkenning in de bezigheden van de genoemde vrouwen in het essay. Mijn idee is dat ik haar niet op polarisatie heb kunnen betrappen, maar dat ze wil beogen, dat men zich bewust is van het gedachtegoed dat er leeft en waar de oorsprong ervan ligt. Boeiende materie.

Er valt nog veel meer over te praten, maar dan zijn er ook nog items als het uitwisselen van ervaringen en waar aan te wennen valt als ‘het heilige moeten’ verdwijnt. De nieuwe invulling van het bestaan dit jaar, een nieuwe prachtige baan, de druk van het werk, de aanvaarding van het feit dat ieder dat werk op eigen wijze en tempo doet, er viel veel te bespreken buiten de boeken om. Het was goed toeven met het scherpen van de geest in die gemoedelijke en vertrouwde sfeer.

Het nieuwe boek is besteld. De regen spoelt de warmte weg, de bussen staken en de ochtend glijdt in gemijmer voorbij. Waarom haasten als het anders kan.