Overpeinzingen

De helaasheid der dingen

Zoonlief voelde zich niet lekker. Hij had hoge koorts. De dag ervoor had hij in een cursus een ijsbad genomen. Twee minuten als een Vermout on the rocks. Hij liever dan ik. Met de snel ingevlogen test bleek dat het daar niets mee te maken had. Uitdagend gloeiden twee rode streepjes op. In quarantaine op zijn kamer en de boel achter zich ontsmetten als hij gebruik moest maken van de badkamer. Vriendin had haar eigen woonruimte net ingeleverd. Pech. Omzichtig handelen wordt het devies.

In de ochtend een belletje van zus. ‘Of ik zat’ informeerde ze. ‘Kom maar door met de slechte berichten’, verzekerde ik haar. Haar eega had een hartaanval gehad de avond ervoor en lag nu in het ziekenhuis. Hij zou in de middag nog gekatheteriseerd worden. Ze sprak gedempt, want was nog in het ziekenhuis, maar haar nuchtere kijk op het leven klonk door. Beiden hadden zich niet laten opschrikken of van de wijs brengen.

Bij de fysio was er een frisse nieuwe stagiair. Een innemende jongen, zo een die als zoon niet zou misstaan. Vriendelijk, bereid tot een praatje en goedlachs. Heerlijk. Hij mocht de zesminuten looptest bij mij afnemen. Geen verslechtering. Ik hing nog steeds boven de gemiddelde uitslag. Dat voelde alleen maar gunstig. Als de saturatie tot 85 daalde tijdens de inspanning dan was ze daarna weer supersnel op het juiste niveau. Ook niets om me druk over te maken. Dat doe ik bij de zuurstofwaarde toch al nooit. Die schommelt maar raak.

Daarna wipten we aan bij zus. Zwager lag wel goed daar op de cardio, maar haar even laten weten dat we meeleven. Een mooie bos lichtpaarse en rode tulpen met wat takjes gagel ertussen dat een diepdonker paarse kleur had. Wat een prachtig boeket. Ze mocht zelf weten of ze er van wilde genieten of het mee wilde nemen naar het ziekenhuis. Zwager berichtte dat alles goed was gelukt. Hij had een stent gekregen en mocht de volgende dag alweer naar huis, als alles goed bleef gaan. De lengte hebben ze dus aangepast. Ik moest destijds bij dezelfde ingreep vier dagen blijven. Het blijvende medicijnengebruik krijg je er als bonus bij.

Gisteravond zagen we de docu van Close-up over Patricia Highsmith, ‘Loving Highsmith’. Ze schreef onder een synoniem ‘Carol’, het eerste lesbische liefdesverhaal, zo luidde de kwalificatie. Een intrigerende vrouw was ze zeker, maar de vrouw die haar door en door kende, Marijanne Meaker, een van haar grote liefdes, was minstens zo fascinerend. Ze sprak over de wonderlijke invallen die Patricia had en waar zij nooit aan gedacht zou hebben. Het feit dat die eerste roman onder synoniem werd uitgegeven was te wijten aan de rechtlijnige Texaanse opvoeding door haar moeder, waar we een glimp van mee kregen. Een wereld van stoere mannen met cowboyhoeden op en lonkende meisjes. Een boeiend verhaal. Haar reislust bracht haar veel vrijheid. Ze was vastbesloten uit iedere ramp iets goeds te halen. Het negatieve omzetten in iets positiefs is een groot goed. Dat dat niet altijd lukte bleek aan het eind van haar leven, toen ze als verbitterde vrouw weer op de drempel van Meaker stond. Haar persoonlijkheid was onherkenbaar veranderd, Meaker vond het gruwelijk zoals die ten slechte was gekeerd.

Iets voornemen en te allen tijde doen zijn twee totaal verschillende begrippen. Net als de beeldvorming, die al vroeg werd opgebouwd en nu als een ballon uit elkaar spatte. Mensen veranderen en soms is dat de helaasheid der dingen.

Overpeinzingen

Klaar voor een nieuw project

Gisteren nog een aantal lijstjes opgeduikeld in twee kringloopwinkels, en alvast een aantal etsen en linosnedes ingelijst. Het oogt gelijk beter. Morgen breng ik ze vast naar dochterlief. Zaterdag is het vertrekfeestje en dan wordt tegelijkertijd de verjaardag van onze lieve creatieve kleindochter gevierd. Alles wordt ter verkoop aangeboden. Het opgehaalde geld is voor het goede doel in Budapest aan het einde van de reis.

Gisteren boog ik me over een verse lino a la Sonia Delaunay. Het was een hele klus, maar wat is het toch een heerlijke bezigheid. Lief genoot zichtbaar van het ‘atelier’ zoals hij het noemde. Vond het ook wel een bezigheid voor hemzelf.

Bericht van de nieuwe auto die onderweg is om geleverd te worden. De kleine blauwe prins, trouwe vriend in bange dagen, gaat in de verkoop. Voor Verweggistan hebben we een stevige auto nodig. Dit keer is het een witte. De naam komt pas als ze is gearriveerd. Kijken hoe het voelt. Dergelijke beslissingen leveren spanning op. Ook al wil je ze niet altijd nemen, dan is het soms beter om wijsheid te betrachten.

De tijd vliegt weer eens voorbij. Vroeger leek het alsof de uren langzamer zouden verstrijken naarmate je ouder werd, maar niets is minder waar. Het gaat twee keer zo hard. Het geeft wel energie om lekker bezig te blijven. Vooral met wat zich aandient. Onverwachtse wendingen zijn stiekem het allerleukst.

In de kast vond ik een heen-en-weer-schrift tussen mijn lieve duo en mij. Alle namen uit ‘het zopas geworden verleden’ passeerden de rol. Hier en daar tippen we, naast het wel en wee met de kinderen, ook de bezigheden naar elkaar. In dit schrift begint het grote project van Tralali Tralala, een soort paradijsvogel die de kinderen zes weken lang in de ban zal houden. Citaat onder andere: ‘Hello deary, heerlijke drie dagen gehad, zitten goed in het project. Veel mooie dingen gemaakt: Een reuze worm, een wormenhotel, een zee met tante kwal en haar vrienden de vissen, de krab en de kreeft. Letter J is de letter van de week. Regelmatig roep ik ‘Jajaja of Janterfantjes of joligjoosje’ Haha’. Die zee kwam onder de trap van het speelhuis, met golvende slierten crêpe in blauw en wit. Daartussen in kwamen elke dag nieuwe dieren te zwemmen.

De reuzeworm was een pantykous gevuld met lappen, ogen en een mond. Het wormenhotel bestond uit twee kanten perspex in houten sleuven, ook dicht aan de zijkanten, die gevuld konden worden met aarde, dorre bladeren en zand. Natuurlijk moest er fanatiek worden gezocht naar wormen. Daar waren altijd veel liefhebbers voor te porren. Tante Kwal was een aandoenlijke tante, anders dan haar naam deed vermoeden. De moeder van die prachtige blauwe zee. Later maakte ieder kind een eigen vis om aan de crêpe-papieren slierten te hangen. Zo groeide het project zienderogen onder onze handen en kon iedereen meegenieten, ouders incluis.

Het is maar een dun schriftje, maar het brengt school even helemaal terug. Vergeleken daarmee, gaat de tijd inderdaad langzamer dan destijds. Als ik terugdenk aan de voorbereidingen die je moest treffen voor het werken met zo’n project, de administratie per kind, dat almaar meer werd, de rapportage naar ouders toe wat soms echt de spuigaten uit kon lopen, het voorbereiden van de weeksluitingen en het bijhouden van de portfolio’s door de kinderen zelf. Soms kwamen we handen te kort. In de groep was het heerlijk toeven. We konden, letterlijk en figuurlijk, lezen en schrijven met deze lieve schatten. Vandaag hou ik nog even atelier en dan heb ik me voldoende van mijn taak gekweten. Klaar voor een nieuw project.

Overpeinzingen

Het kale niets

Zaterdag bracht de kleine blauwe ons naar de Hoek, dik een uur rijden. Onderweg net voor de file uit. Een heiige dag net als de kwesties die zometeen besproken zouden worden, zaken als financiën, verplichtingen, aflossingen etcetera. Iets waar ik me nauwelijks in had verdiept en waar lief heel lang over zou moeten denken, terwijl broer de zaken in een oogwenk helder uit de doeken kon doen. Een van de leerpunten van lief, en indirect van mij, was hulp vragen als dat verlichting brengt.

Schoonzus bereidde ondertussen het diner. De stoofpot moest twee uur in de oven, tussendoor zouden we een strandwandelingetje maken of in ieder geval even een afzakkertje halen bij een van de vele strandtenten die de boulevard rijk was. Broer moest even bijkomen van het vele denkwerk dat hij ‘s middags had verricht. Hij placht dan in stilte buiten te zitten, te genieten van een natje en een droogje om zo de broodnodige rust te ontvangen, die zijn piepende oren nodig had. Zijn brein schudde ondertussen de kaarten. Lief wandelde met ons mee, we liepen langs het treinstation dat eigenlijk al gereed was, maar de rails er naar toe ontbrak hier en daar op diverse plaatsen. Als alles af was zou Hoek de grandeur krijgen van Zandvoort of Scheveningen, daarvan was ik overtuigd.

Zee straalde met een ondefinieerbaar licht aan de horizon geheimzinnigheid uit, een straffe wind begeleidde haar. In de breed opgezette strandtent was het zondagsdrukte en aangenaam kouten na een kleine wandeling langs de vloedlijn. Uitgewaaid en fris kwamen we thuis en broer had zijn meditatie afgebroken. Hij toverde onder het bureau in de kamer een klein blikje tevoorschijn. Het bleek een blikje babyvoeding uit 1941 te zijn. Het had in de oude bewaarspullen van zijn vader al die tijd opgeslagen gelegen. De fabriek bestond zelfs nog. Clapps met dubbel -p-, als de peren van onze oude perenboom in de achtertuin van mijn moeder vroeger.

Hij had een en ander uitgekristalliseerd en nu begreep ik waarom hij rust nodig had. Alles werd keurig op een rijtje gezet en uit de doeken gedaan, waarbij hij zichtbaar genoot van het resultaat. Na een gezellige maaltijd en een compleet verhaal reden we huiswaarts.

De volgende dag zocht ik wederom naar de linosnedes van een paar jaar geleden. In de boekenkasten beneden en op zolder lag niets, maar bij de boekenkast op de werkkamer was het bingo. Helemaal boven op de kast kwam ik de linosnedes, wat etsplaten en de afdrukken tegen. Hoera. Nu kon ik voort. In de middag haalde ik bij de kringloop zwarte lijstjes en thuis drukte ik mijn lievelings lino, een ‘Sonia Delaunay‘, af. Avantgarde en stilistisch sterk. Het bleek al gauw dat je maar heel weinig nodig had om in te inkten. Anders worden de afdrukken vlekkerig. Ik maak er vandaag nog twee afbeeldingen bij, dan heb ik een serie. Het is tevens een hommage aan deze Frans-Oekraiense kunstenares. Morgen gaat de zoektocht naar nieuwe lijsten verder. Hoe meer dochterlief kan verkopen voor het goede doel, hoe beter.

Het programma over Vermeer viel tegen omdat de andere kunstwerken nauwelijks aan bod kwamen. Ook was er niet veel te zien van het maakproces. Enkele werden aan het woord gelaten. Als het wat minder talrijk van opzet was geweest hadden ze veel meer de diepte in kunnen gaan. Vandaag dan maar ‘Onze man bij de Taliban’ terugkijken. Wat betekent een verbod op de muziek. Onvoorstelbaar hoe de leiders stukje bij beetje, en soms met grof geweld, de schoonheid van het leven uitwissen en blijdschap tot nul reduceren. Er valt nauwelijks te leven in het kale niets.

Overpeinzingen

Ik kan me niet in vieren delen

Een opmerking in de wekelijkse bijlage in de krant triggert. Martin Bril wordt aangehaald met zijn uitspraak: ‘Je mist meer dan je meemaakt en dat is helemaal niet erg’. De vriendin die dat aanhaalt vond het juist wel erg. Ze wil alles meemaken en niets missen.

Er zijn momenten waar je graag bij wil zijn. Gewoon, om verschillende redenen. Misschien omdat je denkt dat mensen je nodig hebben en dat je ze met raad en daad bij kan staan, of omdat je wil laten weten dat je onder hun huid kruipt, meeleeft, wil helpen. Mijn moeder met haar grote gezin van elf had als verzuchting als er door meerderen een beroep op haar werd gedaan: ‘Je kunt je niet in vieren delen’

Ik ben het met Martin eens. Het is helemaal niet erg om iets te missen. Er gebeurt al genoeg om ons heen. Stel je voor, dat je van alles van de hoed en de rand zou willen weten. Ik denk dat ons arme hoofd er gillend gek van zou worden. Vaker wil ik juist van bepaalde dingen slechts zijdelings weten, of liever helemaal niet. Of dat weglopen van de problemen is, kan je je afvragen. Maar dat denk ik niet. Het is een natuurlijke bescherming. Immers, met mijn moeder meegedacht: Je kan je niet in vieren delen. First things first.

Meermaals verlang ik naar de eenvoud van de filosofie van vroeger, die men vertaalde in spreekwoorden, waarbij het beperkte woordgebruik meer dan genoeg te vertellen had. Soms is daarbij het beeld dat een zo’n zinnetje oproept, belangrijk. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, weet het verleden.

Heeft het sterk te maken met je onmisbaar voelen of het feit dat je een groot inlevingsvermogen hebt, dat altijd aanstaat. De vriendin Barbara van Beukering wil niets missen, omdat ze groots en meeslepend wilde leven. Iets wat uitvoerbaar bleek tot een lichamelijke kwaal haar terugfloot. Het lichaam greep eigenhandig in. Tot hier en niet verder.

Op de eerste plaats zal haar nieuwsgierigheid vooral te maken hebben met haar opleiding aan de school voor journalistiek. Wie voor bladen en kranten werkt als verslaggever moet gebruik kunnen maken van een breed spectrum. Dat verschilt van persoon tot persoon. Lief zegt dikwijls tegen mij dat ik ‘breed kijk’. ‘Jij ziet ook alles’ is een van zijn opmerkingen met regelmaat. Niet zo vreemd, als je dertig jaar voor een groep met jonge kinderen heb gestaan en ogen in je voor en je achterhoofd moest hebben, oren op steeltjes met een hoog associatievermogen als finishing touch. Ergo, beroep speelt een rol.

De verpleegkundige in mij liet bewust de patiënten op de afdeling achter de deur. Anders was het niet eens vol te houden geweest. Empathie tot aan de voordeur? Nee, doelbewuste bescherming, juist omdat het me al zo aan mijn hart ging om mensen te zien lijden. De vrije tijd was er om op te laden voor weer een nieuwe week nachtdiensten, waarin de onmacht en het verdriet, maar ook de vreugde en de humor weer volop aanwezig mochten zijn, al hadden op sommige afdelingen de eerste twee vooral de overhand. Een ingebouwde bescherming die broodnodig blijkt te zijn nu we ouder worden en de meegebrachte bagage soms zwaar weegt.

Meeleven

Kinderen met gezinnen, zussen, vriendinnen en vrienden, familie doen een beroep op je vrije tijd. Delen doe ik nog steeds graag, maar ik hoef niet meer alles te weten, niet van alles kennis te nemen. Daar zijn we in de aard te nietig voor. Ik ben mijn moeder en haar gevleugelde uitspraken dankbaar. ‘Ik kan me niet in vieren delen’.

Overpeinzingen

Schoonheid ligt op straat

De brievenbus zit vol verrassingen. Het nieuwe boek, dat we uitgekozen hadden voor de bioclub is binnen. Een biografie van Dola de Jong door Mirjam van Hengel. Nu eens niet een hele dikke pil, maar een bescheiden 297 bladzijden. Zo op het oog is het vlot en boeiend geschreven. De nieuwe Groene ligt er gebroederlijk onder en een geadresseerde folder. Genoeg aan leesvoer en aan voeding.

Lief had een probleem met een boodschap die hij doorgekregen had en was aan het piekeren geslagen. ‘Ga sparren met iemand’, was mijn advies. In dit geval met zijn broer. Als je hartszaken kan delen wegen ze een stuk lichter. Ik wist dat ik niet de aangewezen persoon was, om hem erbij te helpen. Vandaag trekken we naar de Hoek om een en ander te klaren of om er in te berusten als er niets meer aan te verhelpen valt.

In de nieuwe zin staat een interview met Ans Markus, die ernstig ziek is geweest en na zes chemokuren terugkijkt op die moeilijke periode. Er staan waardevolle gedachten in, maar de allergrootste uitdaging die het hele proces vergde was de aanvaarding van het feit dat dit haar overkomen is. Er kwamen natuurlijk allerlei bekende ongemakken bij kijken. Haar haar viel uit en ze liet zich kaal scheren. Met een pruik op voelde ze zich de zangeres zonder naam. Ze werkte met kleurrijke doeken en tulbanden, dat beviel beter.

Ze ziet er, als altijd eigenlijk, prachtig uit, met heel kort spierwit haar. Ze gaat vieren dat ze 75 is en heelhuids door de medische molen is gerold tot nu toe. Het leven vieren, zegt ze. Wat opmerkelijk is dat ze geen lust meer voelt tot schilderen. Ze gebruikte dat haar hele leven lang als uitlaatklep. Op die manier verwerkte ze alle gebeurtenissen. Ze kon er haar onzekerheden, angsten en verdriet in kwijt. Maar die passie is na haar aandoening niet meer terug gekomen. Ze tekent nu graag, dat was ooit de oorsprong van haar creatieve drang om te scheppen. Herkenbaar die dalen waar je wel doorheen moet als er gebeurtenissen zijn die boven je pet rijzen.

In het licht van de wereld is kanker of een of andere ongrijpbare aandoening een druppeltje, maar als het jezelf overkomt dan vergaat tegelijkertijd je hele opgebouwde eigen leven. Het vergt een andere modus, die zich aan zal dienen in eigen tijd. Mooi om te lezen hoe ze er handen en voeten aan weet te geven. Niet het heft in handen nemen, maar berusting voelen in deze nieuw ingeslagen weg.

Gisteren reden we spoorslags naar Bussum waar de snoepwinkel voor de creatieve geest zit. Natuurlijk was er nauwelijks parkeerplek te vinden. Maar uiteindelijk lukte het iets buiten de wijk. Een stukje lopen door het pittoreske stadje is geen straf. In het gesprek met dochterlief en alle voorbereidingen voor het feest, waarbij tegelijkertijd een aantal spullen te koop zullen worden aangeboden om te verkopen, doemde mijn aandeel op. Ik zou kleine schilderijtjes of iets dergelijks maken voor dat doel. Thuis had ik bedacht, dat linoleumsnede de oplossing was. Ze hadden gelukkig alles in huis en met een schat aan materiaal konden we huiswaarts keren. Morgen is een uitgelezen moment om de creativiteit te botvieren.

Dat geluk voor het oprapen valt, bleek uit onze sluip-door route. Spotte ik gisteren al de gedichten van Gerrit Achterberg tijdens de wandeling, nu kwamen we op de oude afgebladderde gevel van een groot warenhuis een klein gedicht tegen van Herman Gorter. Schoonheid ligt op straat.

Overpeinzingen

Een volgende ronde

Tjonge tjonge. Half twaalf en bij wijze van spreken al een halve marathon achter de rug. Om zes uur ging de wekker in huize ‘Diepe Rust’. Even laten snoozen en dan toch eruit. De telefoon is al langer in bedrijf merk ik. Een app van zoonlief of zijn broer hem naar schiphol zou kunnen brengen. Onder de deken klonk een stem vol slaap, die benieuwd was hoe laat hij dan present moest zijn. “Uhhh nu…’

Zo, alle basisenergie is present. Snel wat hete koffie erin en op pad. Bij zoonlief bedelt het kleine moppie, aangekleed en wel, om een tekening van oma. Baloe, die scheefgezakt tegen haar bordje hangt, is een dankbaar lijdend voorwerp. Er mogen regenbogen, gras en bloemen bij en, onmisbaar om een dag vrolijk in te luiden, de zon. Het afscheid van verloopt daardoor vlekkeloos. We lezen samen nog een boekje over de aarde, het heelal en de zee en dan is het tijd om de schoenen aan te doen. We moeten de kinderen bij de achterdeur brengen en het is niet de gewoonte om nog even aan te schuiven met een werkje. Ouders blijven voor het raam staan zwaaien. Ik denk aan de televisieserie en neurie in gedachten ‘Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent’.

Er komt een Pinkie kleine Batman langs stuiven, het postuur herken ik wel, het gezicht gaat schuil achter een masker, schoonzoon loopt er bedaard achteraan. Dribbel heeft me niet eens gezien en gehoord. Zodra hij in de buurt van school en zijn vrienden komt heeft de buitenwereld afgedaan. De twee zitten bij elkaar in de groep. Een en al gezelligheid.

Dochterlief vraagt of ik even een bakkie kom doen. Nu meteen maar, dacht ik. Spoorslags naar Utrecht en een uurtje bijkletsen en schilderen met de lieve kleindochter, die geheel op eigen wijze haar te knutselen zwembad dirigeert aan mams, die helpt het te verwezenlijken. Nog een aquarelletje van mij en van haar en klaar. Tijd voor de koffie thuis.

Het belooft heerlijk weer te worden. Dat was gisteren wel anders. Zuslief en ik hadden afgesproken te gaan wandelen en reden richting Langbroek. Hier en daar was er nog een waterig zonnetje, maar allengs nevelde het zelfs wat. Koud was het ook. Kouder dan de dag ervoor. We zouden de kastelenroute van Langbroek doen, maar kwamen bij kasteel Sandenburg uit dat oogverblindend wit was en daarmee prima als baken kon dienen. Auto in de berm, de oude schoenen aan en gaan over de klompenpaden, door een weiland, over een stuk weg naar een autovrije laan, waar we het bos weer in konden.

Vinken en roodborst hipten voor ons uit, Hier en daar was het modderhoppen. Aan het begin van de weg stonden de veelbesproken herten in deze dagen, die officieel regeringswijs het bos in zouden moeten. Even verderop stonden een paar bruin/zwarte mottige dikke-vacht-schapen sop hun schijnbare breekzame pootjes kalm te malen. Een vrouw van betamelijke leeftijd stiefelde met haar harige vriend over het pad en wees ons de weg. Terug bij het kasteel kwamen we haar nogmaals tegen. Beide hadden we een rondje in tegengestelde richting gelopen.

Veel wel en een klein beetje wee kwam langs en na vijf kilometer wandelen hadden we een afzakkertje verdiend. In het gemoedelijke wijk bij Duurstede was er nog plaats in de herberg. De frituur was helaas al uit. De bitterballen waren voor een volgende ronde.

Overpeinzingen

Nog even moed te houden

Prachtige stralende dag en uitstekend weer voor een ritje naar Amsterdam, waar de bioclub bij elkaar zal komen. Gewapend met Rumi en de Mashrawi, benieuwd naar de bevindingen van de andere vrouwen. Iedere keer neem ik me voor op te schrijven wat me beroerde terwijl ik aan het lezen ben, want de ervaring leert dat ik dergelijke aantekeningen in mijn hoofd vergeet, als ik ze niet onmiddellijk vastleg. Helaas heb ik dat dit keer ook weer verzuimd. Volgende keer dan maar. Bovendien ben ik wel een voorstander van het spontane gesprek dat zich zal ontwikkelen. Op die manier is er ook ruimte voor spontane vragen en antwoorden. Als ze op papier geschreven staan, is een en ander al vastgelegd.

Gelukkig verschillen we allemaal nogal. Er is iemand die dat nauwgezet doet, aantekeningen maken en er is iemand van de kritische vragen, ik ben nog steeds een beetje meisjesachtig onzeker. Haha. Dat is geen halszaak hoor. Ik beschouw het als een leerzaam proces. Zo werkt dat nu eenmaal. Met nieuwe kennis vergaren gaan er deuren open in dat oude hoofd van mij. Soms moet de boel wat afgestofd, vaker moet ik opzoeken hoe een en ander in elkaar steekt. Boeiend blijft het bovenal.

Het bleek dat Rumi mooie filosofische en diep filosofische vragen had los gemaakt. Ook belangrijk individuele meningen over hoe wij, allen van een andere beleving, het wezenlijke van God ervaren hebben, naar aanleiding van de verhalen van Rumi en zijn levensbeschouwingen. Een van de vragen was ook of we dachten dat je pas heel was als je de andere helft van jezelf had ontmoet. Een soort voorbestemd lot, dat uit kon komen. Zoals Rumi Shamsi ontmoette en daar een onlosmakelijke verbondenheid mee voelde. Een boeiende vraag die verder gaat dan het spreekwoord uit het verleden’Op ieder potje past een deksel’. Geen van allen hadden we het gevoel voor elkaar bestemd te zijn. Als je immers ergens anders was geboren had je een hele andere Dick of Truus tegen het lijf gelopen. Al moest ik bekennen, dat ik bij Lief en de bijzondere wijze waarop we elkaar opnieuw gevonden hadden, het voelde alsof het min of meer toch zo had moeten zijn. Misschien het Romantische beeld, dat gaf ik toe, maar misschien niet vreemd na 25 jaar solo de wereldzeeën te hebben bestormd en nu in de wetenschap dat weer samen te mogen doen. Het geeft zo immens veel rust en voeding voor het geestelijk leven.

Beschamend moeten we toegeven, dat we zo ongelooflijk weinig blijken te weten van de islam, die altijd als De Islam wordt afgeschilderd, maar die uit zoveel verschillende stromingen bestaat en ook van het verloop van de geschiedenis. De eeuwenoude beschavingen, waarvan we allemaal wel hebben gehoord, maar de intensiteit ervan eveneens nooit op de juiste waarde geschat. Zo kouten we de middag stuk, terwijl de zon met de vogels mee kwinkeleert in de grote boom voor de enorme ramen van dat Amsterdamse bovenhuis drie hoog. Er is thee en appelcake, er zijn speculaasjes en er is genoeg voedsel voor nieuwe mijmeringen.

Op de terugweg rijdt vriendinlief mee naar huis en verhalen we van elkaars wel en wee. Haar leven zit op dit moment in een tumulteuze achtbaan met verbouwingen, zieke familieleden en het tuinhuis dat ook nog in de steigers staat. Met de groeven net iets dieper dan normaal in haar gelaat is ruimte om los te kunnen gaan met alles wat dwars zit van groot belang. De kleine blauwe overstemt soms haar zachte stemgeluid, maar mijn oren staan op scherp voor zover ze dat nog kunnen. De wetenschap dat het huis straks echt mooier, ruimer, lichter zal tonen en wonen is de grote troost en de drijfveer om nog even moed te houden.

Overpeinzingen

Doe wat je hart je ingeeft

Pluis had dagenlang op de armzalige 50 gram geleefd en we hadden goede hoop dat ze nu weer wat meer mocht hebben. Ze was vast en zeker afgevallen. Maar nee. Weliswaar niets bijgekomen, maar ook niet afgevallen. ‘Nog even zo doorgaan’ luidde het advies. Jammer Pluis, we hadden graag je wat meer voorgeschoteld. Het was prachtig weer vanmorgen toen we in alle vroegte, iets te laat door het krabben, richting dierenarts gingen. Tijd voor de booster en de andere berichten. Pluis gedroeg zich voorbeeldig en liet zich geduldig achter de oren krabbelen ten tijde van de prik. In een half uur waren we weer thuis, de portemonnee wat lichter en Pluis een voorschrift rijker. Mousse voor op de kale plekken op haar buikje. Gelukkig nog niet aan de prednison. Ach ja die kleine huis-tuin-en-keukenzorgen.

Alles valt in het niet bij de verschrikkelijke ramp in Turkije en Syrie, die gisteren al het andere wereldnieuws overspoelde. Wat zijn we nietig en klein tegenover het natuurgeweld. Zouden al die heersers eens tot dat inzicht kunnen komen. Dat niets anders er nog toe doet? Inzien dat we elkaar nodig hebben zolang dit soort rampen kunnen gebeuren in plaats van elkaar schade toe te brengen en te vernederen of landje-pik te spelen, terwijl in de aard van de zaak de aarde aan niemand toebehoort.

In de boekenkast op zoek naar mijn boekje met gedichten van de Perzische dichter Hafiz kom ik ineens een exemplaar tegen met fragmenten uit de Mashnawi van Djalalu’ddin Rumi naar het Perzisch vertaald door DR. R. Van Brakell Buys en een boekje met Perzische kwatrijnen. De laatste van de hand van Baba Tahir en Hafiz. Zo zie je maar. Een mens is vaak rijker dan gedacht. De taal van de Mashnawi is wat gezwollener dan die van Kader Abdolah, maar het past wel bij de dichterlijkheid van de Perzen. Prachtige beeldspraak valt er te lezen. Bijvoorbeeld: ‘Hij fluisterde aan het oor van de roos en men zag hoe zij lachende openbloeide. Hij sprak tot de steen in de donkere schacht verborgen en zij werd het cormalijn in de mijnen. Hij gaf het lichaam een boodschap door en ziet, het werd de drager van de geest’. Steeds weer zie je rijke omschrijvingen voor het gedachtegoed. Ik zal proberen voor morgen, als we Rumi gaan bespreken, nog wat fragmenten door te nemen.

Door allerlei acties die nodig waren voor een bepaalde aanschaf was de ochtend ineens voorbij en pakten we haastig wat spulletjes bijeen om naar de wekelijkse fysio te gaan. Die had een paar leuke en afwisselende oefeningen voor de borstspieren, nodig om het ademhalen wat te verlichten.

Eenmaal weer buiten scheen het zonnetje te uitbundig om zomaar aan ons voorbij te laten gaan. Tijd voor een wandeling door het prachtige Rhijnauwen., waar alle tekenen van lente zich glorieus en sneeuwwit aandiende in veldjes vol sneeuwklokken tussen het prachtige roestbruin van de bladeren op de grond, door grote proppen met elzenkatjes en de verse nesten tussen de takken. De bomen trokken hun lange namiddagschaduwen. Rond het fort was het goed toeven met de koesterende eenden in de al warme voorjaarszon. De koeien stonden onrustig te rammelen aan hun kettingen in de grote boerenstal en loeiden hun onmacht uit. Ze roken het voorjaar natuurlijk of moesten ze gemolken worden?

Na een opkikker in het rustige restaurant, enkele doorzetters aan de tafeltjes in de tuin gewapend met plaid, maar wij warm in het binnenvallende zonlicht door de grote raampartijen liepen we, moe maar voldaan, langs de twee ezels en een fuut terug naar de kleine blauwe. Blij toe met de lente-wending die deze dag genomen had. Doe wat je hart je ingeeft.

Overpeinzingen

Onbegrensde tijd

De vroege ochtend begon met zon en de belofte aan meer. Om het huis waaide het straf. De boomkruin zwiepte heen en weer. Beneden klonk gestommel en gedempt gepraat. Eerst maar koffie, schrijven en een puzzeltje.

Wat een kabbelend dagje beloofde te worden resulteerde in een reis door het verleden. Onze eigen geschiedenis in een notendop. De Wassenaarse slag was het vertrekpunt. Daar fietsten we vroeger naar toe vanuit ons laatste huis samen, in Voorschoten. Opmerkelijk, hoe lange wegen lijken te zijn gekrompen. In mijn beleving was de weg er naar toe eindeloos, maar nu moesten we vooral goed opletten anders waren we de cruciale punten alweer gepasseerd.

Op het strand tornden we tegen de wind op, die woeste schuimkoppen liet meerollen met de golven. Twee kraaien hadden de rol van zeemeeuw op zich genomen en stapten dapper voort, terwijl hun verendek in een warrige aanblik veranderde. Een handvol windsurfers trotseerden de kou en cirkelden sierlijk onder hun zeilen. Een enkele hond blafte vernietigend naar drie ruiters binnen de vloedlijn, terwijl het water hen om de dansende oren spatte.

Het strandtentje was te druk. Op temperatuur komen in de auto dan maar, bovendien zouden straks de herinneringen al ras de temperaturen opschroeven. De weg naar de Narcisstraat in Voorschoten reed ik blindelings, alleen was alles eenrichtingsverkeer geworden, dus moesten we kruip-door sluip-door, wat eigenlijk nog leuker was, want daardoor kwamen we langs veel memorabele plekken. De weg naar Leiden was nog niets veranderd en nu kwamen we, dankzij de tomtom, helemaal in de oude, ons destijds zo vertrouwde, straten en pleinen. Daar was station Lammerschans, de halte waar we vroeger uitstapten als we uit Utrecht kwamen, om vervolgens te lopen naar de Hoge Rijndijk, ons eerste huis samen. In mijn hoofd was de bovenverdieping al decennia lang een torentje geweest, maar nu zagen we dat daar geen sprake van was. Wel de hoogste verdieping met de drie ramen. Een van het piepkleine zitkamertje en een van de Pijpenla, dat tot slaapkamer werd gebombardeerd.

Uitzicht op het benzinestation, dat er nog altijd was. Door naar de zo vertrouwde straten. De Plantage, het Lange Levendaal, de Hoge Woerd met de trouw bezochte bioscoop op de hoek, die nu helaas verdwenen was. We groeven diep in de herinneringen en er kwam steeds meer boven. Ineens reden we onder de oude spoortunnel door bij het centraal station, waar we even verderop, recht tegenover de statige Boerhaave, de oude poort van het academisch ziekenhuis ontwaarden. Hier lagen de voetstappen van alledag, als Lief naar zijn collegezalen ging en ik mijn stages liep op de diverse afdelingen. Urologie, Long, Gynaecologie, Chirurgie en K.N.O.

Tot onze vreugde werd de wat gehavende ingang in ere hersteld, zo te zien aan de steigers. Ook de vleugels van het poortgebouw waren nog in takt. Tussen de oude zuilen door kon je de lange gangen inkijken en vlogen we dwars door de grenzen van de tijd, naar de hol klinkende voetstappen als je de hal betrad en over de trappen naar boven liep. Aanzwellend geroezemoes, gangen vol van leven en overal witte jassen en schimmen van vertrouwde gezichten die samen met ons daar gelopen hadden.

We namen foto’s onder en voor de poort, koesterden de oude met smalle glazuren steentjes betegelde zuilen. Verleden en heden vielen in een fractie samen. Onbegrensde tijd.

Overpeinzingen

Waar deze zachte winter al niet goed voor is

In de Groene vraagt Marja Pruis zich af of een mens verandert naarmate je ouder wordt of dat je in de kern jezelf blijft, met de gedachte het karakter is gevormd en dan volgt de rest vanzelf. Of iets dergelijks. Of ik veranderd ben, vraag ik me af en denk aan dat kleine dikkerdje uit mijn jeugd, die daar zoveel last van had en vanuit die gedachte zich probeerde staande te houden. Dat betekende dat je je een houding aanmat van vluchtgedrag met de gedachte ‘Als ik niet thuis ben, kan ik zijn zoals ik me op dat moment voel’. Het stigma valt weg. Zoiets. Er zijn karaktertrekken waar je overheen groeit omdat de omstandigheden veranderen, maar ook omdat je leert van alles wat op je pad komt. Er zijn er die in de kiem gevormd zijn en blijven bestaan. Het onverwoestbare optimisme van nu hoort bij het vluchtgedrag van vroeger, bedenk ik me nu. Het heeft voordelen, want je houdt het oog op het kleine geluk, het ontdekken van de schoonheid in waar je mee bezig bent of wat je omringt.

Even daarvoor trachtte de Groene te tornen aan mijn beeld van Roald Dahl, die ik alleen maar uit zijn boeken ken en waarvan ik nog geen biografie gelezen heb. Zelfs boy en solo staan hier ongelezen in de kast. Vanaf mijn aanschaf van deze boekjes heb ik het lezen ervan vooruit geschoven. Misschien om de heerlijke satire uit zijn fantastische jeugdboeken vast te houden. Elke vorm van analyse ervan verstoort mijn magische beeldvorming daaromtrent. Zelfs nu is er aversie tegen. Deze boeken heb ik eindeloos voorgelezen aan mijn kinderen en daardoor zelf de betovering ervaren die het met een kinderziel doet. Inderdaad, lekker griezelen, een meisjesheld vinden, met superlatieven leven, fantasie opkloppen tot grote hoogte.

Dochterlief had besloten om alvorens met de hele familie naar de tuin te gaan, eerst te gaan lunchen bij het heerlijke alternatieve tuincentrum op de hoek. Goed plan, dus sloten we aan. Het weer werkte op alle fronten mee, er verscheen hier en daar zelfs wat zon, nauwelijks wind, zachte temperatuur, ideaal dus. Kleindochter moest even aan het idee wennen, dat broerlief na het voetballen bij een vriendje was gaan spelen. Daarna zaten we vreedzaam aan de zuurdesem met ei of groentekroket. Voor de kleine was er een pitabroodje met kaas. Even bijkletsen en mijmeren over de periode dat ze bij ons langs zouden komen in Verweggistan. Wat te doen als ze daar eerder zouden arriveren dan wij er waren. Dat dilemma viel met gemak te tackelen. Goede vriend daar zou de honneurs waar nemen.

Het was zo gemoedelijk tijdens de lunch dat schoonzoon de kleine filosoof alweer op moest halen, dus liep dochter met de fiets aan de hand met ons mee op en wandelden we in alle rust naar de tuinen achterin. Bij het schuurtje met de bijenkasten waren er opmerkelijk veel nieuwe kasten en later zou blijken dat ze vol leven waren. Dochterlief ging bij haar aan het werk en wij gingen de eerste wilgen snoeien tussen de tuinen van ons en die van de achterbuuf. Vier stuks te gaan. Een overzichtelijke hoeveelheid. Ik knipte de dunnere met snoeischaar en lief ging de grote dikke te lijf met de takkenschaar en een enigszins botte zaag.

Het was heerlijk om langzaam het uitzicht op de velden en de molen, onbelemmerd door de kale takken, weer terug te hebben. Ik had al twee keer gezoem gehoord en ineens zag ik haar. Het nijvere bijtje. Tot mijn vreugde wist ik de maagdenpalm en de dovenetel in bloei. ‘Nectar aanwezig, kleine dappere’ schoot het door me heen. Waar deze zachte winter al niet goed voor is.

Overpeinzingen

Tot gauw

Gisteren hadden we net de ogen open of de volle hectiek van de dag besprong ons. Dochterlief belde dat schoonzoon voor de deur stond, zoonlief was ook gealarmeerd met het gevolg dat we allemaal rond half negen present waren. Eerst maar koffie voor deze en gene. De oudste belde tegelijkertijd op, dat we bepaalde formulieren stand-by moesten hebben voor een ander akkevietje en zo kon het gebeuren dat we het rustige opstarten, waar we alle twee toch langzamerhand aan gewend waren geraakt, voor vandaag in ieder geval konden vergeten. Eigenlijk kwam het heel goed uit. Er viel veel te doen voor een etentje met vrienden, die voor vanavond waren uitgenodigd. Eindelijk, na een hele lange tijd. Langzamerhand probeer ik tussen alle voorvallen door op z’n minst iedereen weer even te zien voordat we naar Verweggistan zullen gaan.

Een kwestie van plannen als de agenda soms overvol dreigt te raken. Schoonzoon kwam met zijn oude thermostaat, die de geest had gegeven. Maar gelukkig hebben we hier onze eigen electronica-techneut rondlopen en die hielp hem uit de brand. Kennis, die wij van ons ‘lang zal ze leven’ niet meer op zullen doen. Zo’n printplaatje is complete acacadabra voor ons. Voor schoonzoon trouwens ook.

Voor vanavond waren we in touw om de laatste loodjes in goede banen te kunnen leiden. Nog even naar de Marokkaanse winkel, nog even naar de super, twee heerlijke salades bereiden, een momentje inbouwen voor thee en dan nog wat voorbereidingen. Bij thuiskomst had Pluis, die op dieet is vanwege haar dikke buikje, zich aan het brood vergrepen. De arme ziel zit op 50 gram brokjes per dag en het is overduidelijk dat ze er niet genoeg aan heeft. Nog even volhouden en niets meer buiten de (koel)kast laten staan. Dinsdag moet ze weer op de weegschaal.

Bij de Marokkaanse winkel heerste de sfeer van een Soukh vlak voor de aanvang van de vrijdag. Het krioelde er van de mensen. Heerlijk om de geuren op te snuiven van de verse kruiden en de specerijen en de kleurrijke uitstalling te zien van hun groenten. Twee werelden apart, daar en in de supermarkt even verderop.

Eindelijk was het dan zo ver. Een uurtje voor tijd zaten we uit te puffen op de bank. Er was een voldaan gevoel over mijn stoofschotel en al het lekkers erbij. De Pide, het platte brood, hoefden we niet meer af te bakken. Ik had twee exemplaren uit de ‘Soukh” meegenomen. De wijn stond koud evenals de Choufjes en de alcoholarme bieren. Borrelhapjes stonden op het dienblad. Alles was in kannen en kruiken. Dat was de entourage.

Waar het werkelijk om draaide waren de lieverds zelf, die binnenkwamen verscholen achter een doos met kleine, maar fijne attenties. Vrolijke bloemen in mijn lievelingskleuren, valentijnhartjes om het gemis, zelfs aan Pluis was gedacht middels twee heerlijke zakjes kattenvoer, die nu natuurlijk niet konden. De fles Veltliner mocht koud. Vriendinlief had ik ergens in oktober voor het laatst gezien. Er viel ongelooflijk veel te bespreken. Bovendien kenden beide mannen elkaar niet.

Het werd een hele fijne avond. Met gesprekken over en weer, een kwinkslag, een vleug politiek, soms de ontwikkelingen in de wereld, die ons verbaasden, onze eigen handel en wandel, het wel en wee van de kinderen. ‘Wat moet je stevig in je schoenen staan als je in deze tijden jong bent’, merkte ik op. Klonken we nu als hoog bejaard? Ieder tijdsgewricht kent haar eigen sores. Er was bij ons ook dreiging, maar weer anders dan destijds bij onze lieve vrienden, die gemiddeld twintig jaar jonger waren. Groeide angst met de jaren mee?

Er was geen toetje en er was geen taart. Dat waren we zelf, zo gemoedelijk met elkaar. En koffie was ook een mooie afsluiting. Pluis kreeg alle aandacht en liet het zich aanleunen. Veel te vroeg, sommige mensen wil je vasthouden, was het tijd om te vertrekken. De rozigheid van de maaltijd ontwaakte. Nog even terug de kou in. Dag lieverds tot ‘gauw’.

Overpeinzingen

Letterlijk en figuurlijk

Gisteren hadden we bedacht eindelijk ‘De acht bergen’ van de Vlamingen Felix van Groeningen en Charlotte Vandermeersch, een verfilming van het boek van Paolo Cognetti ‘Le Otto Montagna’, te gaan zien. Hij stond al langer op het lijstje, nadat we de voorfilm hadden gezien.

Ze draaide in het filmhuis ‘De Slachtstraat’, een van onze lievelingstheaters, omdat je er heerlijk in alle rust vooraf nog een kop thee kon nuttigen en achteraf, in dezelfde rust door de wijdse opzet, bij een wijntje en een bittergarnituur de bevindingen van de film kon bespreken en delen. Bovendien stopte de bus, die een halte vlakbij huis heeft, bij halte Neude. Ideaal, als je niet minstens zoveel parkeergeld kwijt wil zijn als de entree voor de film. In deze dagen geen overbodige luxe om in ogenschouw te nemen. We hadden vele goede verhalen erover gehoord en waren benieuwd. Het boek van Paolo had ik niet gelezen. Het liefst lees ik of het boek, of ik kijk de film. Niet en, en. De beelden in mijn hoofd zijn tijdens een verhaal doorgaans te sterk bij het lezen ervan en die beelden koester ik.

Zo kwam het dat we gisteren door de straten van Utrecht dwaalden omdat we een halte eerder waren uitgestapt. Zo snel als mogelijk door het prestigieuze Hoog Catharijne om eindelijk te kunnen slenteren over de Steenweg naar de Oude gracht met zijn winkel van Sinkel, de plek waar vroeger de Tregter was, een berucht centrum van ondeugd volgens mijn vader, de kinderboekenwinkel waar veel van onze voetstappen lagen, het oude stukje stadhuis aan de zijkant, de leuke winkeltjes met de mooie gevels in de Schoutenstraat erachter, om vervolgens te eindigen in de Kintgenshaven en de Slachtstraat. Glorieuze statige oude stad, waar we vroeger eindeloos als begin twintigers alle mogelijkheden van vriendschap en ‘verliefd zijn’ hadden uitgediept.

Nu vonden we een tafeltje in het achterste gedeelte. Uitzicht op het tweede stuk van de bar. Zoals altijd kwam er een vriendelijke vrouw de bestelling opnemen en staken wij de loftrompet af tegenover elkaar over de weldaad van een mooie oude binnenstad, waar we ng steeds stiekem best een optrekje hadden willen hebben. Thee, chocolaatje en een Utrechtse sprits, wat wil een mens nog meer. Bij aanvang van de film werden we opgewacht door een vrijwilligster, die de kaartjes bekeek met de gebruikelijke gemoedelijkheid. Geen scan of niets, de kaartjes en onze mooie blauwe en bruine ogen waren voldoende.

De film begon rustiek en filmisch, met prachtige beelden van een oud bergdorp en de natuur erom heen. Er werd weinig gesproken, de beelden rolden traag over het doek, twee jongens, een vader en moeder, vriendschap en subtiele aanduidingen van karakters hielden op een gegeven moment de slaap niet weg. Bij de tweede knikkebol vermande ik me, schoot rechtop en daarna ging het beter. Het tweede stuk van de film, waar een van de vrienden wegtrekt naar verre oorden, beviel veel beter. Symboliek en de triestheid van het lot door de loop der dingen, misschien bij het maken van de verkeerde keuzes, een idee wat zich hardnekkig in het hoofd had gezet, de genen misschien zelfs, leidden allemaal tot het indrukwekkende laatste shot. Dat maakte dat we toch ten volle de beklemming voelden die voor de makers aan het geheel ten grondslag had gelegen.

Daarna een wandeling naar de bus, een tocht door de donkere avond, lantaarnlicht dat lange schaduwen wierp op stoepen en het glimmende asfalt, geroezemoes. Twee mensen in de bus, mijmerend over wat net voorbij getrokken was, letterlijk en figuurlijk.

Overpeinzingen

Geduld is een schone zaak

De bekende klassiekers ‘Raad eens hoeveel ik van je hou’ en ‘Rupsje Nooitgenoeg’ stonden op me te wachten in de kast met kinderboeken. ‘De zonnetjesbroek’ en ‘Kikker en Pad’ had ik al klaargelegd. Even vergeten dat dit peuters zijn met een spanningsboog van ongeveer een kwartier. De eerste twee boekjes waren ruim voldoende.

Ze mochten meedoen met het aangeven van de reikwijdte van de liefde van Hazeltje en grote haas (Zooooooveeeeeel)en met het happen door al die dingen, waar rupsje zich met smaak doorheen boorde. Grrp, Grrp, grrp. Daarna mochten ze vrij op de gang spelen en mij uitzwaaien. Kleindochter mocht naast me op de bank zitten en eerst wilden ze allemaal kwijt, dat ze ook een oma of twee hadden. Die lieve koppies, beetje schuin, luisterend, bedachtzaamheid bij sommige, herkenning bij anderen, verwondering alom. Fijn om weer eens mee te maken.

Vrijdag komt vriendinlief met haar liefhebbende echtgenoot eten, dus probeerde ik nog eens de ‘Imam Bayildi’ op het bord te krijgen. Ooit had ik het gerecht al eens gemaakt en was het zeer in de smaak gevallen, maar nu vond ik het eigenlijk te zwaar voor lekker. Het was goed gelukt, zag er prachtig uit, maar was het toch niet helemaal. Even iets anders verzinnen. Altijd leuk om gerechten te bedenken.

De dagen kabbelen voort in een bepaalde broodnodige rust. Straks zijn er weer genoeg momenten, waarop de bezigheden worden gestuwd tot grote hoogten en de tijd in sneltreinvaart aan ons voorbij zal trekken. Dat verstillen is bij tijd en wijle nodig om tot inkeer te komen, dichtbij je ziel en zaligheid en alles wat je beroert, los van het wereldtoneel. Ineens weet ik ook wat er aan ontbreekt in deze dagen. Het is te nat en te winderig om naar de tuin te gaan.

Maar ik verlang naar de hippende roodborst, het kleine winterkoninkje in de haag van wilgentakken, die zo gemoedelijk heen en weer wipt, tak op, tak af, de buizerd hoog boven ons in het zwerk, het zompige gras met haar woelmuizengangen, de scheve appelboom van Vasalis met haar dubbele stam, de einder met het zicht op de molen, de velden, het je een voelen met de natuur. Geduld is een schone zaak, zeiden ze vroeger. En dat is zo. Al halen de weersveranderingen de natuur totaal onderuit en scharrelen de vogels van diverse pluimage nu al hun nestbekleding bij elkaar. De kauwen in de dakgoot zijn al druk aan het schikken en herschikken. Volgende week belooft het 8 tot 11 graden te worden.

Wellicht inderdaad goed om dan naar de tuin te gaan en de wilgen te knotten voor ze hun nieuwe uitlopers ten toon spreiden. Alles wat al kopjes opsteekt boven de grond bemoedigend toe te spreken, maar ook opnieuw lijfelijk in de weer te zijn.

Bij de fysio gisteren liet hij me op de bozobal balansen en tegelijk moest ik een bal ronddraaien. Het werd een doldwaze bezigheid, die de aanwezige zuurstof naar de achtergrond schoof. Wat heerlijk om met onbezonnen kinderlijke vreugde bezig te zijn en niet met alles wat de revue passeert in het nieuws en in het dagelijks leven. Wat ook zal helpen is een dagje strand. Wandelen tot het hoofd leeg is en niet meer gevuld met muizenissen, die straks een issue zullen zijn. Er moet ook nog het een en ander gebeuren, maar de heilige dwang wil ik er vanaf geschaafd hebben, anders komt het niet uit de vingers.

Tekenen, schilderen, Rumi, de tuin, opdrachtjes voor deze en gene, tot het nut van het algemeen en de balans voor jezelf in het bijzonder. Wat ik al zei: ‘Geduld is een schone zaak’.

Overpeinzingen

Flexibel zijn brengt nieuwe mogelijkheden

Beneden rommelen zoonlief en lieve schoondochter, dwars door de droom heen wiegen de stemmen naar boven, flarden van een gesprek. Gedempt gelach, de dag vangt aan. Buiten begint het verkeer langzaam op gang te komen.

Gisteren hadden we een kalme dag tussendoor. Het begin van de week vieren, dacht ik, bij het zien dat de rol bladerdeeg over de datum glipte, dat was beter dan de maandag in een blauwe kleur te wentelen. Niets mis met blauw overigens. Heb je ooit een lelijke blauwe lucht gezien, of een afzichtelijke kleine blauwe Prins, maar enfin. Weg met al die blue Mondays.

Fruit te over op de fruitschaal sinds zoonlief zichzelf weer op een gezonde voeding had ingesteld. Rissen(ja echt)bananen, appels te over, peren, gedroogde abrikoosjes in de koelkast en rozijnen. De laatste twee wellen, alles klein snijden, in het bladerdeeg stoppen, dichtvouwen en afbakken maar. Een kind kan de was doen.

De glazen theepot, waar thee op een waxinelichtje een prachtige warme oranje gloed gaf, naast de vers afgebakken strudel, de armetierige bosjes narcissen bij de allergoedkoopste supermarkt, die bloeiend toch een flinke bos waren geworden en een vleug lente met zich mee brachten en verhalen, over de door lief te installeren nieuwe printer op zijn computer.

In de ochtend had ik een respectvol bedankje gekregen waar eigenlijk de hele dag van mee geprofiteerd werd en waarmee ik geweldig blij was geweest, omdat degene die me schreef, me zo intens had begrepen. Dat geeft de burger moed. Lichtpunten zijn er vooral om geteld te worden.

Vandaag is kleindochter en haar groep aan de beurt en speelde door mijn hoofd welk boek er geschikt zou zijn voor driejarigen en jonger. Kikker en pad, omdat de stem van pad altijd een beetje klaaglijk en aandoenlijk laag klonk, was op zich een goede keuze door de gelaagde vertelling, al was het gehalte aan prenten minder. Een echt prentenboek vind ik hierboven misschien nog. De meeste heb ik weg gegeven. Het prachtige boek ‘De boom met het oor’ van Annet Schaap was nog net iets te moeilijk. Zo puzzel ik het oeuvre voor vandaag bij elkaar. Voor het eerst sinds een lange tijd voel ik de tijd als een zegen over de dag heen trekken. Oma leest voor.

Ik denk aan de groep en alle keren, iedere dag dus, waarop ik ze voorlas en ze aan hun stoel gekluisterd zaten. Ademloos hingen ze tegen het verhaal aan. Vooral het laatste boek, dat we nog met elkaar gelezen hebben. Dat was het net uitgekomen ‘de Gorgels’ van Jochem Meijer. Er was maar weinig voor nodig om ze in het verhaal te brengen. Een goed verhaal laat zich als vanzelf lezen, iedere dag bedelden ze om meer.

Gisteren dacht ik ineens, vermoedelijk door de stevige wind die om het huis heen huilde, aan Liesje Herfstbriesje. Dat was een windekind die bijna nooit van haar wolk af mocht, terwijl haar moeder Sjaan Orkaan, haar vader Toon Tyfoon en haar broer Storm wel altijd ergens aan het razen waren. Oom Koos windhoos komt op haar passen als de rest in de weer is. Natuurlijk glipt Liesje er van tussen als ze haar kans waar ziet en beleeft beneden een paar avonturen. Een superverhaal, verder uitgewerkt met mijn lieve duo. In het oorspronkelijke verhaal was ze trouwens Liesje Lentebriesje, maar we hadden het nodig voor een kamp en dat viel in de herfst. Geen probleem. Flexibel zijn brengt nieuwe mogelijkheden.

Overpeinzingen

De basis is er

De wonderlijke droom laat een, even vreemde, tweedehands zaak zien met prachtige geglazuurde keramieken tegels van insecten in groenen en blauwen. Ze zitten in eikenhouten lijsten maar die haal ik eraf. Dat maakt ze oubollig. Juist de tegeltjes verdienen de volle aandacht. Ze hebben de grootte van een koelkastmagneet. Hoe duidelijk zijn de beelden in het hoofd. Tot in detail neem je waar. Het verbaast me altijd weer.

Gisteren keken we naar de serie ‘Onze man bij de Taliban’’ van Thomas Erdbrink. Bewonderenswaardig is het gemak waarmee hij, met zijn kennis van het Farsi de harten van de mensen weet te bereiken, het gemak waarmee hij een gesprek opent, moeilijke onderwerpen aansnijdt en mensen daardoor bereidt zijn te vertellen wat ze denken en voelen.

Ik vang enkele woorden op, iets in de trant van ‘het daget in het oosten’ sinds ik ooit, in een grijs verleden, een jaar Farsi probeerde onder de knie te krijgen. Ik vermoed dat, als het alleen om het mondeling was gegaan, het nog wel een geslaagde poging had kunnen zijn, maar ik liep volledig stuk op de schriftelijke grammatica. Wat een onwijs moeilijke taal om te begrijpen. Er zweven herkenbare woorden langs, sendeki, halet tsjetorie, to goebi. Het klinkt mooi, zacht en zangerig en is volledig in tegenspraak met hun verhalen over de verheerlijking van het geweld. Maar hoe kan dat ook anders, als je vanaf het begin als klein kind, bent geïndoctrineerd met denkbeelden, dat de dood zaliger is dan het leven. Aan het eind van hun tunnel ligt het paradijs en dat haalt het niet bij het leven op aarde. Volgende week ontmoet de journalist de vrouwen. Vooral daar ben ik benieuwd naar. Een must om te kijken.

Zoonlief was ziek. Ik had in de nacht al wat wonderlijke geluiden gehoord, maar in de middag had hij weer een emmer nodig en maakte ik, als vroeger, warme thee en beschuitjes voor hem, een met alleen een beetje boter en een met kaas, met het devies erbij om het mondjesmaat te drinken en te eten. Ergens aan het eind van de middag vroeg hij of ik groentensoep wilde maken. Zijn vriendinnetje haalde de nog ontbrekende ingrediënten. Inderdaad, bij flauwte of misselijkheid helpt alleen een krachtig bouilonnetje en als je vegetarisch bent, wordt dat automatisch een groentenbouillon. Uien bakken in een scheut olijfolie, schijfjes zoete aardappel erbij, twee bouillonblokjes en water, fijngesneden prei. Het helpt enorm om de maag weer rustig te krijgen. Tussendoor sliep hij gaten in de dag en kwam in de avond naar beneden voor nieuwe beschuiten, nu met aardbeienjam. Voor het lekker dit keer. Het was leuk om de ouderwetse pleeg uit te hangen. Als dat er eenmaal in zit, komt het er op tijden dat het nodig is, wel uit.

Vandaag ga ik de boekenkasten nog eens doorploegen. Morgen lees ik voor op het dagverblijf van mijn lieve kleindochter. Voor corona heb ik dat met genoegen ook gedaan. Of was het al vorig jaar. Dat is me ontschoten. Door die twee gesloten jaren is de Tijd door elkaar gaan lopen. Je denkt in termen van voor of na corona, maar het is fluïde. Het komt zoals het valt. Het ligt ook aan het vorige turbulente jaar, waar lief en ik elkaar moesten ontginnen. Waar liggen de wensen ten opzichte van elkaar, wat zijn de oude gewoonten, welke bagage neem je mee, wat zijn de verwachtingen, hoe worden ze ingevuld. Soms is er een bezinningsmoment nodig en dan weer is het tijd om de buitenwereld bij dit hele proces te betrekken. Het gevoel nu ingebed te zijn en weer naar buiten te kunnen treden is een goed gevoel. We zijn er klaar voor. De basis ligt er.

Overpeinzingen

Het doet het hart goed

Het was een aardig eind rijden naar het stadsdeel aan het Markermeer. Wisselende luchten, maar vooral ook de zon, soms in samenhang met een diep indigo er tegenover. Dochterlief reed met de zwier die ik van mezelf herkende. We waren met drie vrouwen, ik en twee dochters, op weg naar de vrouwencirkel. In de ochtend had ik in alle vroegte een woordje geschreven voor de toekomstige moeder en het boek dat ze wilde hebben was alleen maar online te bestellen, dus gaf ik haar de titel in een mooie bloesemkaart. ‘De eerste 40 dagen’ van Heng Ou.

Het huis ademde Jan de Bouvrie en door de rust die het bracht was het uitstekend geschikt voor zo’n serene ceremonie. Hier en daar miste je de persoonlijke noot in het geheel van het design, maar de warme uitstraling kwam van de kring, ecru en bruine grote kussens op de grond rond een sisal ronde mat, kaarsjes, grote kaart in het midden, theepot met kommetjes en uitzicht op de tuin, grote beukenhagen met twee gelijke boompjes aan weerskanten, waarin ledlampen hingen.

De uitgenodigde vrouwen druppelden binnen, soms wat onwennig, omdat we elkaar niet kenden, dan weer met hartelijke omhelzingen. Het leek bijna of er een dresscode was afgegeven. Voornamelijk ecru of witte en zwarte of donkere kleding, yin-yang ten voeten uit.

Er werd een sfeervol en zacht meditatief muziekje opgezet en de binnenvallende zon door de grote ramen bracht de laatste finishing touch. Schoenen uit en ik had wijs de tai-chi schoentjes meegenomen. Er kwam vooral veel zoetigheid op diverse etagères, chocola, spekkoek en pandancake in de cirkel te staan. Er was kamillethee in kleine Chinese kopjes. Kalm koutend tot iedereen er was, stemmen werden automatisch gedempt, het wachten was op de moeder en haar zus en lieve schoonzus zelf. Ze had een broekpak aan met een topje, die haar bescheiden maar trotse buikje bloot liet.

We begonnen met een rondje voorstellen. Bij de eerste zinnen werd er al gelachen en gehuild. Emotie mocht vloeien vandaag. Sommige vonden dat ongemakkelijk, anderen hadden er geen moeite mee. We hadden ook allemaal wat woorden voor de lieverd opgeschreven. Ze zat in een bescheiden pauwenstoel aan het hoofd van de cirkel en kreeg onmiddellijk van de twee vrouwen die de ceremonie zouden leiden een voetenbad met massage met magnesium. Het doel, de aanstaande moeder centraal stellen, de kennis en de ervaring van de andere vrouwen uitwisselen, klonk als een mooi ritueel. Eigenlijk was er geen greintje van zweverigheid. Hier werd gereflecteerd op de eeuwenoude overlevering van vrouwen onder elkaar. Oma’s, moeders, dochters, zusters, nichten en vriendinnen met hun eigen verhalen maar ook werd de verbondenheid gedeeld.

Het werd een bijzondere middag met zeer persoonlijke verhalen, zowel van schoondochterlief en haar vergelijking van de eerste met de beleving van deze tweede zwangerschap en de ervaring van de andere moeders in de kring. Er werd een armbandje ter plekke gemaakt met betekenisvolle stenen waar ieder twee kralen van mocht uitzoeken. Haar moeder had amethist gekozen en ik ook, naast de maansteen, omdat de maan staat voor vrouwelijke krachtige energie en omdat de maan de levenscyclus vertegenwoordigt van geboorte, dood en wedergeboorte. De wassende maan als het groeiende buikje. Daarna waren er nog cadeaus en werd de ceremonie met een zachte lavendelgeur en dezelfde rustige klanken besloten.

Bewust zwanger zijn, schreef ik gisteren, is het hoogste goed. De wetenschap dat je naar je eigen lijf mag luisteren, naar de tekenen die het kind zelf doorgeeft, het beleven maar ook doorleven van alles wat er gebeurt daarbinnen en dicht bij de natuur, dichter dan wij ooit stonden in onze zwangerschappen. Zo’n pareltje, de wetenschap dat men dat stukje natuur probeert te heroveren, het doet het hart goed.

Overpeinzingen

De bron van leven

Het zijn weer roerige tijden. Er gebeurt van alles en soms gaat het zo snel achter elkaar, dat je het gevoel hebt in een tredmolen te rennen. Pas op de plaats dus en diep nadenken. Het heeft onder andere allemaal te maken met de auto die in het verschiet ligt en als het aan mijn zoon ligt, sneller dan ik denk. We puzzelen en passen en meten en weten dat het straks uitstekend zal verlopen.

Vanmiddag vieren we dat er een nieuw leven op komst is en zijn we ons er extra van bewust wat dat betekent. We zullen uitspreken wat we voelen en dat delen met de anderen. Bewust zwanger zijn is het hoogste goed. Toen we midden in het leven stonden, was er niet altijd tijd voor bewustwording. De wereld draaide door. Onze moeders moeten dat nog meer ervaren hebben. Kinderen krijgen was onderdeel van de invulling van het leven en het overkwam je vaak. De elfde keer is dat een andere ervaring dan bij de eerste. Bovendien had ze haar handen vol aan het grut. Er waren nog geen apparaten die de wind uit de zeilen konden nemen. Iedereen had een taak in het reilen en zeilen. De jongens poetsten schoenen, de meisjes stopten sokken. De rolverdeling was er. Dat ‘hoorde’ zo, volgens de toenmalige normen en regels.

Mijn eerste stage op de gynaecologie was op een grote zaal met ijzeren bedden, waar de pas bevallen vrouwen lagen met even zoveel wiegjes achter het bed. Privacy was er door een gordijn dicht te trekken, maar in alle rust genieten van de kraamtijd was er niet bij. Je lag met tien vrouwen. ‘s Avonds werden de wiegjes weggereden en lagen de baby’s gescheiden van de moeders. ‘S Nachts werden ze gevoed door ons en in alle vroegte werden ze eerst in bad gedaan. Babyromantiek werd gevangen in rozige schoongeboende lijfjes, flesje erin en rust in de tent.

De eerste keer zwanger. Je weet niet wat je overkomt. Het lijf neemt het over, er gebeuren allerlei onvoorziene wonderlijke kwalen en veranderingen. Omvang, kleine ongemakken, jurken waar je nooit meer in past. Alles wordt letterlijk zwaarder en als de kleine dan geboren is en jullie zijn samen thuis dan wordt de buitenwereld ongemerkt kleiner en weet je na een week al niet meer over iets anders te praten dan over krampjes en volle luiers en doe je alle mogelijke moeite om aan je baby af te lezen waar het behoefte aan heeft.

Stukken makkelijker vond ik het als ze eindelijk aan het brabbelen sloegen en ze vast voedsel mochten eten. De hele bewustwording werd door de verantwoordelijkheid en mijn eigen onrust daarin naar de achtergrond verdreven. Van een druk en werkzaam leven naar de grote en eindeloze wolk die soms roze, maar met kloofjes door de borstvoeding, het dwingende huilen, de eeuwige luiers, soms ook donkergrijs was.

Bewust zwanger mogen zijn is een prachtige start voor het hele gezin. Toen ik de rust ervoer die mijn dochter tijdens haar bevalling ten toon spreidde en in haar eigen natuurlijke habitat klaar was om het kind te ontvangen met open armen samen met haar echtgenoot, was ik geroerd. Die kalmte had ik nooit op die manier ervaren. Ik ben benieuwd naar de viering van vanmiddag. Het is prachtig om het op deze manier mee te mogen maken en samen te beleven dat er ergens in ons lijf zo’n natuurlijke oerdrift huist, de bron van leven.

Overpeinzingen

Een feestelijk begin

Vandaag is een dag als alle anderen en zo bijzonder. Normaal gaan we met elkaar naar het strand aan een willekeurig stukje Noordzee, het liefst Egmond, maar dat is eigenlijk soms een brug te ver. We schrijven er onze boodschappen in het zand en wind en water nemen ze mee om ze te tonen aan die vrije adelaar hoog boven moeder aarde, waarvan we zo graag geloven dat het de vader van de kinderen is.

Vandaag 20 jaar geleden gingen we aan boord van een zeewaardig schip in Scheveningen. Het was koud en winderig, de golven werden opgestuwd tot pittige hoogte en het schip deinde op en neer. We hadden allemaal naast het beklemmende gevoel in onze harten en geen echte zeebenen een bezwaard gemoed. De urn was lange tijd blijven staan en die dag zouden we de as gaan uitstrooien voor de kust van Egmond, waar mooie herinneringen aan hem ooit diep in het geheugen gegrift zijn.

Mijn Franse schoonzoon had het meeste last van de deining en lag grauw op een van de bankjes van het schip. Ooit had ik al verteld dat het strooien van as door de bank genomen een illusie is, want als een grote kluit stortte het in zee, toen de urn werd omgedraaid. De meegebrachte bloemen verzachtten het leed, want die werden drijvend meegevoerd naar onbekende oorden, ze dreven de vrijheid tegemoet. Wie er kan, wandelt zondag mee, weliswaar nu in het bos, en daarna stellen we de gemeenschappelijke dagen weer in. Door corona was er toch de klad een beetje ingekomen.

———-———-

Daar bleef het gisteren bij, want door allerlei ontwikkelingen kwam er van schrijven niets meer. We zijn bezig met het zoeken naar een grotere leaseauto. De kleine trouwe blauwe Prins is een kanjer, maar voor de lange afstanden naar Verweggistan hebben we zwaarder geschut nodig. Zoonlief hielp erbij en zocht een aantal betaalbare modellen bij elkaar. Met een daarvan gaan we vandaag een proefrit maken. Spannend. Ik hecht altijd aan mijn auto’s en aan de kleine blauwe nog wel het meest. Ze hebben trouwens allemaal steevast namen gekregen en werden automatisch deel van mijn leefwereld. Nu zal dat anders voelen, maar misschien ook niet. Dat gaan we vandaag ontdekken. We hebben alles op een rijtje gezet, gewikt en gewogen, eventuele onvoorziene kostenposten meegenomen en zijn niet ontevreden over wat er uit de bus gekomen is.

Het is de week van de poëzie. Iedere dag een gedicht, is alvast een goed begin. Ik zou moeten doorgaan met Rumi van Kader Abdolah, maar op de een of andere manier kom ik bij de lieve gedichten van Hans en Monique van Hagen uit. Kattebelletjes vol wijsheid, filosofie, empathie en verwondering. Deze bijvoorbeeld:

‘ik weet wat warm is en koud is/wat zoet is en wat zout is/ik weet/wat lief is en wat stout is/wat goed is en wat fout is/

maar wat is nul en wat is niets/wanneer is ooit wanneer is nooit/en waar is nergens/dat moet ik nog bedenken/

ik denk nooit aan niets/want als ik dat probeer/denk ik stiekem toch aan iets/

Ooit ben ik met denken klaar/dan weet ik alles/van nul en niets en nergens/ dan ben ik een wetenaar’

Kleine woorden die grote gedachten schrijven, dat is het mooie van deze gedichten. ‘Iedere dag een gedicht’ wordt met de poëzie van deze twee kanjers een feestelijk begin.

Overpeinzingen

Mooier kan je het niet hebben

Hoe je je vergissen kan. Tien bollen wol besteld, hebben ze een ieniemienie-muizen formaat. Bollen van 25 gram, waar je inderdaad hooguit een poppenmuts of sjaal van kan breien. Natuurlijk had ik alles af moeten speuren en zeker naar het aantal grammen, maar wie verwacht dit nou. Een mooi leermoment en kijken wat ik er van kan brouwen.

Het was toch nationale pechdag hier in huis, want het begon letterlijk en figuurlijk met een koude douche. moest de ketel bijgevuld? Terwijl ik naar de fysio was met, bij inspanning, een saturatie van 82, hadden lief en zoonlief geconstateerd dat inderdaad de druk te laag was, maar na bijvullen werd er toch een ‘error’ aangegeven. Monteur beloofde langs te komen voor zessen.

Om het warm te krijgen vooral vroeg koken, bedacht ik me. Met het recept opgesnord op internet, makreel met ketjap-citroen saus, spinazie en tomaat en de overgebleven couscous van vorige week, smulden we ons dwars door de lage temperaturen heen. Klokslag zes uur werd er eindelijk aangebeld. Een hele grote vriendelijke monteur vulde de woonkamer en hij zocht zijn weg samen met lief naar de kaduke ketel. Even later ging hij een nieuwe ventilator halen uit zijn auto. De oude had al amechtig gepiept en gekraakt de afgelopen keren en nu had hij het helemaal begeven. De man was verbazingwekkend vriendelijk, al had hij op dit late uur ook nog een adres te gaan. Een zegen voor de mensheid, zulke mensen. Langzaam kwamen de verkleumde spieren, nog steeds onder de wollen plaid, tot leven.

Niet alles was beroerd. Zoonlief kwam met mijn nieuwe telefoon, groot scherm, extra ruimte en grotere letters. Niet onbelangrijk, een fantastisch beeld op de telefoon. Hoera. Handig zo’n ITer in huis, die de oude direct overhevelt naar het nieuwe exemplaar. Hoesje er omheen en klaar voor gebruik. Dag ouwe getrouwe 5. Ik leg je terug in je doosje.

Ik denk aan de evergreen van Donald Jones en Annie M.G. Schmidt; ‘Ik zou je het liefste in een doosje willen doen, en je bewaren, je heel lang bewaren’, denk er wel dat hele vette Amerikaanse accent van Donald bij. Dat was de romantische kracht van het lied/gedicht. Ik vond dit prachtige fragment met een ontroerde Annie, om het te duiden.

In de Groene van deze maand lees ik dat Max van Rooy een biografie heeft geschreven van H.P. Berlage. De auteur is ‘de kleinzoon van’ en heeft minstens 44 jaar na het voornemen pas dit cruciale werk voltooid. Enkele weken later overleed hij. Hij stelde zich ten doel om vooral over het leven van Berlage te schrijven en over de relatie ervan met betrekking tot diens gebouwen en projecten. Verhalen die hij vooral van zijn moeder, de dochter van Berlage, hoorde want hij zelf werd geboren na de dood van de beste man. Aan het eind van de recensie, merkt Chris van der Heijden op dat de biografie hem ontroerde en verwarde. Iets om zelf te gaan ervaren, lijkt me.

Gisteren wipte ik na het grit voor Pluis te hebben gehaald, nog even de naastgelegen kringloop binnen om het boek Abeltje van Annie M.G. Schmidt te zoeken voor dochterlief, die het verhaal wil vertellen aan de kleine filosoof. Deel twee had ik wel in huis, maar het eerste deel of met iemand meegegeven of uitgeleend.

Laat ik nou, in die kast vol kinderrepertoire kriskras door elkaar en niet op naam, een heel oud exemplaar vinden, precies een jaar ouder dan ik zelf ben. Het was er eentje uit de Kluitmanserie. Totaal vergeeld en met een herkenbaar adres van de vorige eigenaar en de datum waarop hij het boek had gekregen. Al met al brachten de gebeurtenissen van de dag elkaar aardig in balans. Pech en geluk. Mooier kan je het niet hebben.

Overpeinzingen

Beloofd is beloofd

Een hamsterrat die is opgeleid om bij een aardbeving slachtoffers op te sporen, laat de volkskrant gisteren weten. Het dier is uitgerust met een rugzakje vol electronica. De electronica is ontworpen in Eindhoven in samenwerking met Antwerpen. Van zo’n bericht wordt een mens weer blij tussen alle deprimerende berichten die er normaliter in staan. Ze kunnen ook landmijnen en actieve bommen opsporen, want ze zijn te licht om de mijn te laten ontploffen en ook zijn ze in staat om mensen met tuberculose te detecteren. Ze worden in Belgie en Tanzania getraind. Wat een prachtig samenwerkingsverband. Er is één probleem. Als bij een ingestort huis, de koelkast per ongeluk openspringt, moeten de ratten nog leren zich toch stug op hun doel te blijven focussen. Iedereen kent z’n eigen verleidingen.

In mijn verbeelding wandelt de rat rechtop met zijn rugzak vol electronica op de rug en kletst honderduit door een van zijn microfoontjes. Een script voor een stop-motionfilm of het begin van een prachtig kinderboek. natuurlijk wordt hij verliefd op een andere reddingsrat en gaan ze door middel van nog betere samenwerking nog veel meer levens redden. Eind goed, al goed natuurlijk, want er zijn al genoeg rafelige randen in de wereld.

Lief leest het voor op de rand van het bed. Samen de mooie zaken delen zet de dag in een ander licht. Ondertussen begon de ochtend al vroeg. De inwendige mens is nog wat aan het rommelen en is nog niet helemaal tot rust gekomen, maar er is goede hoop op herstel. Vanmiddag zal ik de fysio aan het werk zetten of hij mij, denk ik, maar vanuit dit gezichtspunt. Het is de stagiair, dus gelijk een mooi leermoment voor hem.

Gisteren gingen we op onze bejaardengang, slof slof, boodschappen doen en waren toch een beetje ondersteboven van de rekening, terwijl het helemaal niet echt veel was, wat we aan artikelen hadden. Deze week gaan we op de kijk-en-vergelijk-toer. Hoe verlagen we de uitgaven per dag.

In die vroege ochtenduren krijg ik soms de vreemdste intervallen. De winkel waar ik de leuke set had gekocht, maar waarvan ze alleen nog een kleine maat broek hadden, was ook online. Opgezocht, broek gevonden tegen dezelfde gereduceerde prijs en nu heb ik een mooie set. het was het laatste exemplaar in large, viscose en in de mooie gebrande Hennakleur van het hes. Dat was overigens van 119 euro afgeprijsd naar 10 euro. Dat zijn leuke verrassingen. Ik moest denken aan de wijze woorden van zuslief: ‘Altijd wachten op de 70%’, en zo is dat.

Het arboretum in Wageningen bezit bloeiende Hamamelis, schreef vriendinlief, maar het mooiste arboretum waar deze toverhazelaar veelvuldig voorkomt, is in Kalmthout bij Antwerpen. Het is erg verleidelijk om eens een bezoek te brengen.

In plantaardigheden.nl vind ik diverse verklaringen voor de naam, maar deze sprak me het meest aan. ‘Tover’ of ‘heks’ (in het Duits heet de plant Hexenhaselstrauch) kan zowel slaan op de magische wijze waarop de zaden worden weggeslingerd als op het merkwaardige tijdstip van de bloei in de winter. Of je zou de geneeskrachtige en cosmetische eigenschappen van de plant als tovenarij moeten beschouwen…Tot slot: probeer de toverwerking van de plant eens zelf uit: Doe wat afkooksel van het blad op een watje en wrijf daarmee de pijnlijke bulten en stekende beten van muggen en andere insecten in. Volgens de indianen is dit een probaat middel hiertegen.

Goed om te weten. Toch eens gaan kijken, misschien eerst naar Wageningen en daarna naar Antwerpen. Nu nog niet, want het is pas-op-de-plaats-week, heb ik mezelf en het vege lijf beloofd. Beloofd is beloofd.