Overpeinzingen

Ze komen er wel

Het nieuwe boek van Sacha Bronwasser ligt nog strak in haar boekenrug, maagdelijke bladzijden. Een vriendin van mij heeft de eigenschap om een nieuw boek alleen maar door haar zelf te laten aanraken. Een vriend of kennis die er doorheen zou willen bladeren is uit den boze. Dat kakelverse boek, onberoerde bladzijden, dat ligt te wachten op een eerste kennismaking en bereid is zich helemaal over te geven aan jouw leesbehoefte. Ontroerend vond ik dat toen ik het hoorde.

Het boek heet Luister en omdat ik pas op de derde bladzijde ben, weet ik nog niet waar de titel op slaat. Ongetwijfeld maakt het boek de verhalen openbaar, maar nu nog even een eerste spielerei, met heimelijke verwijzingen, onzichtbare draden die geweven worden tussen de mensen waar het om draait en verhoudingen die worden blootgelegd. Dat zorgt voor het verlangen de zalige onwetendheid te stillen bij elk nieuw boek dat op mijn schoot ligt, klaar om gelezen te worden.

Nu de sjaal af is, heb ik de mini bolletjes van 25 gram opgepakt om aan een nieuwe te beginnen. Ik heb er wel nog twee pakketten bijbesteld in bijpassende kleuren. Nu wordt het een sjaal in gebroken wit, beige en bruin, een uni-sjaal, goed voor ons beiden, maar dan wel in wol en bamboo. Het voelt heerlijk zacht en weelderig. Iemand vroeg laatst nadat de vorige af was, of ik niet in een gat zou vallen. Dat nou niet. Maar ik was wel een meditatief uurtje van de dag kwijt. Zo een waar spontaan alle gedachten aan komen lopen zonder om oplossingen te bedelen, een beetje mijmeren zonder het oog te hebben op de dagelijkse beslommeringen, een beetje dromen. Vandaar die nieuwe actie. Zo’n rustpunt middenin een druk bestaan geeft net dat beetje ruimte om op adem te komen, opnieuw de kaarten te schudden, of zomaar, weg te zweven uit het aardse.

Een kleine klapmuts is geboren op Vlieland dit weekend. Koot en Bie hadden het al eens over zo’n dier gehad, maar omdat die twee met schwung een satirische draai aan de werkelijkheid geven, heb ik jaren gedacht dat het woord uit hun eigen koker kwam. Ze bestaan dus echt. Klapmutsen. Heerlijke naam voor een prachtig dier. De kleine boreling zal na vier dagen zogen bij de moeder zelfstandig zijn, maar deze Cystophora Cristata kent daarentegen wel een verlengde draagtijd. Dat hij gezoogd wordt op Vlieland is zeldzaam. Klapmuts is zo’n woord dat je proeft en daarom blijft het hangen.

Dochterlief en het gezin vertoeven inmiddels in Italië. Er is een kort stukje geschreven, maar de foto’s spreken boekdelen. Kleindochters verjaardag in geuren en kleuren. Voor de kinderen de reis van hun leven. Mij bekruipt de gedachte dat het eigenlijk allemaal niet zo groots hoeft te zijn. Genieten in de kleine marge. Ik heb er vaker over geschreven en het wordt zeker bevestigd als ik die blije gezichten zie bij elke nieuwe stap die ze zetten. Ze zijn eigenlijk op doorreis naar Toscane, zodat ze deze huidige stadscamping kunnen verruilen voor opnieuw een groene oase om er langer te toeven. Laat die lieverds maar schuiven. Ze komen er wel.

Overpeinzingen

Een betaalbaar uitje

‘Floortje gaat mee’ bracht ons gisteren naar een Duitse vrouw in India, die zich het lot aantrok van de heilige koeien in het land, die er soms deerniswekkend bij lopen, Ze had inmiddels in haar opvangcentrum zo’n drieduizend beesten rondlopen waar ze zich samen met vrijwilligers over ontfermde en als het er teveel werden dan zocht ze een plekje bij de andere koeienopvang-centra. We hebben met verbazing haar relaas aangehoord. Wat een wereld van verschil is er toch.

Dwars door alles heen speelde een andere opvang door ons hoofd. Met het heen-en-weer gereis naar Verweggistan, heeft Pluis straks geen vastigheid meer en zou ze iedere keer ondergebracht moeten worden bij deze of gene. Iets voor een eigenzinnig poesje geen sinecure. We hebben naarstig naar een oplossing gezocht en bedacht dat ze het beste af is bij een nieuw huis, waar ze in liefde wordt ontvangen en aandacht krijgt. Vorig jaar vonden we op die manier een heel goede plek voor het hondje van Lief. De nieuwe eigenaren zijn nog steeds dolgelukkig met hem. Een Seniorenparadijs heeft ons helpen zoeken naar een warme thuishave. Pluis gaat, met pijn in het hart maar in de wetenschap dat het beter voor haar is, volgende week ook die weg. Zo zie je maar. De ene verandering zet vele andere in werking en soms moet je kiezen voor wijsheid en wenselijkheid.

Zoonlief zit met het hele gezin in een vakantiehuisje midden in het bos. Ze moeten de tijd overbruggen waarop hun vloer en muren, na de renovatie, worden aangepakt. Nadat de overbuurman hun pui aan gort had gereden, vorig jaar, zit er nu eindelijk schot in het geheel. Al met al is hun geduld danig op de proef gesteld, maar nu hebben ze dan toch een extra paar vakantieweken en straks een gloednieuw huis. Dat was wel nodig na alle misère . Het betekent voorlopig in ieder geval heerlijk ravotten voor de kleine krullebol en de Benjamin.

Het druilt hier door. De lang verwachte regen. Gisteren kon lief nog zijn geliefde Singels afwandelen, maar vandaag was dat niet mogelijk geweest zonder een nat pak te halen. In die tussentijd ben ik toch maar eens de penselen op gaan pakken om te experimenteren met de water-vermengbare olieverf. Het werkt anders, maar kent heel veel voordelen. Het slaat op de eerste plaats niet op mijn longen. Dat is de pure winst en alles, tot en met de penselen en het palet toe, is heel makkelijk schoon te maken. Het schilderen zelf stelde nog niet veel voor, maar de eerste aanzet is er, dus we blijven optimistisch.

Vriendinlief appte om te vragen waar ik de wol voor de das op de kop had getikt. Ze moest langdurig kalmpjes aan doen en dan kan je maar beter wat onder handen hebben dat niet of nauwelijks inspanning vergt. Vandaag appte ze weer, dat het breipakket was besteld. Heerlijk om elkaar te kunnen tippen.

Zo kabbelen de dagen voorbij. We zijn in afwachting van het negende kleinkind en omdat het niet te voorspellen is, kinderen komen op hun eigen tijd en in hun eigen uur, blijft het spannend. De telefoon staat op stand-by. Je weet maar nooit. Het is altijd weer een wonder, zo’n pril leventje.

Facebook trakteert me op een foto van mij uit 1956 bij de fonteintjes van het Noorderbad. Gebreid badpakje met strakke badmuts bij de kraan. ‘Je bent niets verandert’ schrijft een van mijn lieve vriendinnen. Haha. Iedere dag vanaf eind maart lagen we in dat zwembad. Jongens en meisjes gescheiden, zoals alles gescheiden was. Mijn moeder kocht aan het begin van het jaar een gezinsabonnement en dan waren we voor een heel jaar onder de pannen. Voor een gezin van elf kinderen een betaalbaar uitje.

Overpeinzingen

Waar het schip strandt

De kleine blauwe lag half uit elkaar. Tenminste, een benzinedop hing los en een of andere dop aan de onderkant was er onderuit gevallen, een puzzelstukje. Vijf schroeven, een zilverkleurige houder en een losse schijf die daar weer op moest passen. Mijn broer kwam kijken en schopte een deuk in de gebutste zijkant. Hoogste tijd om wakker te worden natuurlijk.

De sjaal is af. Tenminste, ze moet nog afgewerkt worden. De losse eindjes aan elkaar knopen, zal ik maar zeggen. Maar dan mag ze prijken op zomertruien en zich vleien tegen lentebloesjes aan. Met haar zachte ecowol past ze niet op de ruige winterse exemplaren. Ineens zijn er zeeën van tijd en loze uurtjes te verhapstukken. Krant, boek, tv, boodschapje, bliksembezoek van zoonlief om relaas te doen van de kleine blauwe Prins, die klaar is voor de verkoop. Vandaar de droom natuurlijk. Hij heeft alle mogelijke rompslomp op zich genomen om mij uit de wind te houden. Heerlijk om je daardoor te laten vertroetelen. Zorgzaam zijn staat hoog in zijn vaandel.

Lieve kleindochter in het verre Frankrijk sprong met dochterlief in beeld. Videobeelden van de heerlijke oase daar. Jaloersmakende blauwe lucht, blote armen en benen, verhalen over zwemmen in het meer in de vroege ochtend, kouder dan in zee. Het genot van tijd voor elkaar en het grote verbond dat gesmeed wordt als je op elkaar bent aangewezen. Alle gezichten tonen balans en rust. Onze lieve kleine was overladen met cadeaus. Kralen om armbanden te rijgen, een pluchen regenboog-eenhoorn, een step die hoger en lager kon. Trots als een pauw liet ze ijverig zien dat ze hem al getemd had. Met een marsepeinen mierzoete Franse feesttaart als afsluiting was ze moe maar voldaan nog voor ‘het boekje voorlezen’ in slaap gevallen. Jarig op de vleugels van het kleine geluk.

Gisterenavond Jasper Krabbe die met Tom Waes op stap ging en ronddoolde in De Draak van Knokke, een geweldig kunstwerk in de achtertuin van een particulier, hermetisch afgesloten voor de buitenwereld. Waes was van zijn sokken geblazen. Hij kende Knokke al zijn hele leven en nu kon een Hollander een plek aanwijzen waar hij het bestaan niet van wist. Ongehoord natuurlijk. Jasper bleek ook de sleutel te hebben van de gesloten discotheek, waar Tom Waes ooit vijf jaar de uitsmijter had gespeeld. Spectaculair beeld van de reporter achter de draaitafel, wit gezicht in het aardedonker. Het portret, dat Jasper aan het eind maakte in zijn atelier is er een van een enorm formaat. Het was even wennen, maar ik zag het net terug op de Ipad en ik moet zeggen, dat het dan veel meer op zijn plek valt. Een mooi programma om te zien hoe iets tot stand komt. De schilder die zich inleeft. Het was boeiender dan ik verwachtte.

Wat het in ieder geval bracht is dat het de drang om zelf de penselen op te nemen begint los te kriebelen. Nu het breiwerk is gedaan en de tuin nog even moet wachten met die wisselende buien vallen er uren tussenuit die makkelijk met andere zaken te vullen zijn. Een oud boekwerk met sepia foto’s van gezinnen uit de vorige eeuw is eigenlijk ook een inspiratiebron. Gewoon eens even los gaan en dan maar zien waar het schip strandt.

Overpeinzingen

De moeite waard

De indeling laten afhangen van hoe de dag gaat verlopen. Een soort van ‘met de wind meewaaien’ en niet met alle dus, in variatie op een thema. Dat was gisteren. Om kwart voor tien ‘s morgens stonden we gepikt en gesteven bij zoonlief op de stoep om hem even heen en weer te rijden naar het ziekenhuis in Woerden voor een kleine handeling. Fijn om hem even in de nieuwe witte te hebben, want dan kon hij alle extra snufjes nog eens uitleggen. Vliegensvlug vlogen zijn vingers over de diverse toetsen heen. Er waren zoveel tot dan toe onbekende mogelijkheden. We voelden ons de koning te rijk.

De dag ervoor waren we toch naar de tuin getrokken ondanks de diep paarsblauwe luchten die bij vlagen voorbij trokken. In eerste instantie wilden we alleen het nieuwe gereedschap wegbrengen, maar natuurlijk moest de vlijmscherpe zaag uitgeprobeerd en lag er een stapel wilgentakken te smachten om vervlochten te worden. Het was droog. De zon zag kans om tussen de wolken door te piepen. Ergens klonk een tjiftjaf. Een uitgelezen moment om toch de handen uit de mouwen te steken.

Lief zaagde alle zij-staketsels van de al gesnoeide wilgen tussen mij en de buuf, zodat ik makkelijker kon vlechten. Ondertussen knipte ik alle zijtakken en takjes van de staken. Ziezo. Aan de slag. Het werk vorderde gestaag terwijl achter in de tuin boom twee en drie onder handen werd genomen. Om vijf uur was voor mij de koek lang en breed op, maar lief wilde de laatste takjes nog even doen. Nu hadden we weer een grote berg wilgenhout. Dat is voor de volgende keer. Even de noeste arbeid op de foto vastleggen en op huis aan.

De dag erna was kleinzoon jarig. Met zijn veertien jaren leek de tijd nog harder gevlogen te zijn. Zo’n kleine krummel van toen die nu al bij tijd en wijle bassend door het leven ging. We zouden het zondag pas vieren. Dat bleek maar goed ook, want na de fysio en het tuincentrum waar we even langs waren gegaan om wat paarse voorjaarsbloeiers te halen, kon ik geen pap meer zeggen. Het was de schuld van de fysio bedacht ik me. Met gewichten de nek, de armspieren, de monnikskapspier getraind, maar die waren al zo lang buiten bedrijf geweest. Het na-effect bleef dan ook niet uit. Wie zich brandt, moet op de blaren zitten.

Kleindochter in het verre zuiden van Frankrijk is jarig. Het was al dunnetjes gevierd bij hun afscheidsfeest voor de grote reis, maar nu was de echte dag. Over de app liet de hele familie zich van hun beste kant zien. Liedjes, hartjes, kusjes en een opwind-kuikentje dat heen en weer waggelde, kon de afstand met gemak overbruggen. De oprisping van heel even knuffelen kroop er tussen door. Ach ja. Ze werd vier en met de gekochte cadeautjes daar, voelde ze zich nu, bij het ontbijt, al helemaal jarig. Lang leve het internet, in dergelijke gevallen.

Tussen alles door was het bericht dat Wim de Bie was overleden toch wel het meest ingrijpend. Een stuk van het leven verdwenen. Er waren de hele dag en avond sketches van hem en Kees van Kooten te zien en Lief en ik, die opgegroeid zijn in dat tijdsbestek moesten er nog steeds smakelijk om lachen. Maar we bedachten ook dat bepaalde satire, of niet meer kan op die manier, of achterhaald is, omdat sommige zaken wezenlijk bewaarheid zijn geworden. Dat maakt het voor de lieve jeugd moeilijker. Daar sprak ik over met de fysio. Hij bekende de cabaretiers van vroeger maar zozo te vinden en nog nooit iets van deze mannen gezien of gehoord te hebben. Bij het doorborduren van Lief en mij concludeerden we dat satire hout snijdt als het zo actueel mogelijk is, want veel spitsvondigheden zijn een antwoord op de tijdgeest waarin we verkeren. Als dat decor er niet meer is, blijft de clue en de vingerwijzing in de lucht hangen.

Toch raadde ik de fysio aan eens te gaan kijken naar bijvoorbeeld een Jacobsen en van Es. Meesterlijke oplichters zijn van alle dag, heel herkenbaar en zeer de moeite waard.

Overpeinzingen

De tijd vliegt

Overbekende namen. Lange Levendaal, de Hoge Woerd, de Kaasmarkt en de Botermarkt, Breestraat, Middelste Gracht, Lammenschansweg, Koornbrug, Vismarkt. Winkelstraten die fietsstraten waren geworden en waar je niet meer in kon, overvolle parkeerpleinen of lege plekken om te parkeren vlak langs de Nieuwe Rijn, iets waar behendigheid voor nodig was. Beter maar een parkeergarage zoeken. Ik vond er na drie rondjes centrum een vlakbij, onder de supermarkt. Het was op dit tijdstip, om elf uur, heerlijk rustig. Voorzichtig laveren en zoeken. Omdat de kleine blauwe Prins een keer een lichte verwonding had opgelopen in een parkeergarage was ik altijd behoedzaam op zoek naar een plek die zo veilig mogelijk was.

Met een 1,2,3, in Godsnaam liet ik haar over aan de goede wil. De weg vinden naar het stadhuisplein was niet moeilijk. Temeer omdat heel Leiden uit 1970 eindelijk op haar plek viel in mijn geheugen. In de Breestraat hervond ik de oude stripboekenwinkel waar lief en ik zoveel van ons verdiende geld hadden heen gesluisd. Sussen en Wissen, Kuifje, Guus Flater, de hele santenkraam waar wij groot mee geworden zijn en voor de jeugd nu, volkomen achterhaald.

Inderdaad, aan de achterkant van het stadhuis, even statig als altijd, was het Italiaanse restaurant waar we hadden afgesproken. Een groot establishment dat rustige hoekjes telde en in een van deze was al een kleine groep voor de hereniging neergestreken. Alle overbekende vertrouwde gezichten. Enthousiaste begroetingen over en weer. Gegil, gelach, gekakel, gebas. Zoals het gaat als men elkaar weerziet na een aantal jaren. Voor mij was dat tien jaar geleden. In 2013 hadden we elkaar voor het laatst gezien. Tien jaar maakt geen verschil meer als leeftijd eenmaal is binnen komen sluipen. Al snel was de sfeer ‘ons kent ons’ en rolden de anekdotes en de grappen over de tafel. Maar er was ook ruimte voor serieuze gesprekken en gemijmer.

Natuurlijk kwamen de vermaarde of verguisde hoofdzusters in geuren en kleuren aan bod. Berkhout die altijd over je haardos viel als er een haartje uit piekte en die de langharige studenten onder ons eerst naar de kapper stuurde en Veerman met haar militair regime, waar je moest opstaan als de professor binnen kwam. Omdat iedereen op andere afdelingen had gezeten waren sommige herinneringen nieuw voor mij. Of was ik ze eenvoudigweg vergeten door de veelvuldigheid van de gebeurtenissen na de verpleging?

De brunch was heerlijk, een luchtige Insalata Caprese met focaccia en dip was meer dan genoeg. De andere gerechten zagen er eveneens niet te versmaden uit. Het werd een genoeglijk samenzijn en tot mijn spijt, want het had nog veel langer mogen duren, moest ik er na twee uurtjes vandoor. Voor een herhaling vatbaar, daar waren we het over eens.

In de regen naar de parkeergarage, waar de witte stond te glimmen in al haar glorie tussen twee Suv’s in. Na een voorspoedige reis sommeerde ik Lief naar beneden te komen en konden we op weg naar het kleine dorp vlak onder Houten. Niet de Lekdijk op maar er voorlangs. Binnen zat de hele kamer vol. Dochterlief was er ook met de hele familie. Nog een stukje nostalgie. Schoonfamilie. Allang niet voltallig meer, want ook hier waren er door de jaren heen bressen geslagen. Het was even schakelen naar die volkomen andere sfeer. Een houtkachel loeide en trok gelukkig erg goed door. Schoonzus liep af en aan met even bekende als nostalgische hapjes. Leverworst, Gelderse gekookte, voor de jeugd vooral veel komkommer en nibbit voor de kleintjes.

Lief liet zijn wangen naast de kachel opbloeien als bellefleuren en pas toen het spul naar buiten trok om daar bij het open vuur te zitten terwijl de lieve jeugd kon ronddarren op de grote buitenplaats, werd het binnen rustiger en koelde het af. Ongemerkt trok de rook van buiten naar binnen en schoonzus, die soep had gemaakt voor iedereen, kon dat niet meer aan ons slijten. Rook en mijn longen gaan nu eenmaal niet samen. Ook spijtig, maar het was niet anders. In ieder geval had ik alle nichten en neven met kinderen opgeschaald naar het huidige niveau en was de verwondering over hoe snel de tijd ging onverminderd. Waar eerst het grut nog een zoete wolk babyromantiek was, bleken ze nu mondige eigen willetjes. Zo werkt het. De tijd vliegt.

Overpeinzingen

Het zit vaak in de kleine dingen

Terwijl de nacht zich halsoverkop, maar te laat, uit de voeten probeert te maken, begint de nacht in schemerdonker gehuld. Wat een verschil met gisteren. De zondagstilte strekt zich als een dikke deken over de ochtend, maar de schoorstenen roken en geven aan, dat het een tijdstip van ontwaken is.

Straks neem ik weer een duik in het verleden, als ik de mensen ga ontmoeten waar ik ooit de opleiding tot verpleegkundige-A mee ben begonnen. Lief studeerde medicijnen en er was geen werk voor ons op de kleuterscholen of samengevoegde basisscholen. Een overschot aan personeel waar je nu alleen nog maar van kan dromen.

De keuze voor verpleegkundige was evenzeer romantisch als praktisch. Natuurlijk zouden we straks een eigen praktijk beginnen en zou ik de randzaken waarnemen terwijl Lief zijn patiënten met raad en daad bij zou staan. We zouden hard werken en als het zo uitkwam een sliert kinderen krijgen. Dromen kon nog beginjaren zeventig. Het pakte anders uit. We gingen na de studie, zowel de zijne als de mijne, ieder ons’ weegs. Mijn spoor leidde na een paar jaar richting vertrouwde stad van mijn thuishaven.

Lief kwam daar uiteindelijk ook te wonen. Maar in al die jaren die tussen onze laatste ontmoeting en de hernieuwde kennismaking lagen, kwam ik hem maar één keer tegen in de binnenstad. Van de weeromstuit volgde een zeer formele begroeting. Schrikken hoor als een deel van je hart ineens langszij komt.

Nu ga ik al die vertrouwde gezichten terugzien. Ongetwijfeld doorspekt met levenswijsheid, rimpels in het gelaat, grijze haren en talloze kwalen en kwaaltjes, die we links zullen laten liggen omdat de omarming van het moment veel belangrijker zal zijn. Waar zijn al die levenspaden naar uitgewaaierd. Hoe groot is het bereik nog. Er is iemand van ons die in Griekenland woont, maar de rest toch echt nog hier.

Enfin we gaan het zien en beleven. De plek is al even nostalgisch. Leiden, ergens midden in het centrum, achter de Breestraat, waar ik nog een half jaar alleen gewoond heb. Om precies te zijn tussen dat oerpraktische Hollandse warenhuis en de apotheek in. Daar kocht ik mijn lievelingsmok met het driekantige oor, die ik nu niet meer gebruik uit angst dat ze het niet zal overleven. Een troostbeker pur sang, was het. Te duur voor mijn budget, maar zo’n schoonheid.

Uitgebreid heb ik de parkeerplaatsen bestudeerd en er een aantal gevonden. Of ze makkelijk te bereiken zijn, zo midden in het centrum is de vraag. Wie dan leeft, dan zorgt.

Het boek van Mounir Samuel werd gisterenavond laat nog bezorgd. Verbazingwekkend. Weekenden zijn niet heilig meer, dat blijkt wel. Lief is er ingedoken. Heel benieuwd waar het toe zal leiden. In ieder geval maakt het de nodige gedachten los.

Voor het eerst heb ik getankt met de nieuwe witte. Handig, de tankdop zit aan dezelfde kant als de bestuurder. Voor die van de kleine blauwe prins moest ik omlopen. Geen enorme halszaak maar wel een vorm van subtiele luxe. Het zit vaak in de klein dingen.

Overpeinzingen

De tijden veranderen

Het nieuwe boek van Sacha Bronwasser is binnen met de titel ‘Luister’, en als verrassing kreeg ik het boekenweekgeschenk van Lize Spits: ‘De Eerlijke Vinder’ er nog bij. Het eerste boek gaat over een au pair in Parijs.

Mijn lieve oudste dochter was dat ook, een aantal jaren geleden. Buiten dat ze nu vloeiend Frans spreekt is schoonzoon ook een Fransman en hebben ze het eerste aantal jaren na de geboorte van de oudste kleinzoon daar in een appartement gewoond. Ze ging uiteindelijk werken op de internationale school die in Parijs gevestigd was. Voor de familie was dit de kans om uitgebreid op bezoek te kunnen en een stukje Parijs’ leven mee te krijgen. Zwerven over Montmartre, bezoek aan de Sacre Coeur, de Notre Dame, le tour d’Eiffle, alle musea die er maar te vinden waren en slenteren door de oude stegen en over de immense pleinen en parken. Parijs, wereldstad. Voor de jongens een reden om op de Champs Elyssee macarons te kopen in het suikerzoete odeur van de patisserie van Ladurée en schoenen in de Nike-Store met hun naam erop. Luxe artikelen, waar ik niets mee had, maar waar ze dolgelukkig mee waren.

Wandelen langs de Seine bracht mij meer in vervoering. Het hoogtepunt in die mooie stad was hun bruiloft met een aantal familieleden uit Nederland, allemaal ondergebracht in de budgethotels in de buurt. Feest met de hele Franse familie erbij. Dat betekende, lange verhandeling in het plaatselijke stadhuis van het voorstadje en een daverend festijn boven op een berg in een oude houtzagerij met uitzicht over tout Paris. Dat was allemaal alweer een tijd geleden. Alleen daarom al. Graag even in Parijs te verdwijnen middels het boek, met de beelden op het netvlies gegrift. De recensies zijn positief. Eerst de biografie van Dola de Jong uitlezen en daarna mijn kennis van het Frans oppoetsen.

In de Groene van deze week staat een uitgebreid essay van Mounir Samuel over het boek ‘Je mag ook niets meer zeggen’. Een statement dat ik de laatste tijd steeds vaker hoor. Mensen die struikelen in de taal omdat het begrip ‘inclusiviteit’ zo nieuw voor ze is. We leven in een essentieel veranderende tijd. Inderdaad. Alles staat op de schop, alles wat ooit veilig en vertrouwd was. Het zorgt ervoor dat het voelt alsof de basis wankelt. Alles waarop je blind kon terugvallen, kantelt in betekenis. Het thema spreekt mij erg aan. Een gegeven van alle kanten benaderen en dan je eigen bouillon ervan trekken. Het is eerder wonderlijk te noemen, dat het zo lang geduurd heeft voordat men ermee aan de slag ging, maar nu is de tijd rijp om mee te hollen met al die veranderingen en niet stil te blijven staan. Ook dit boek is besteld. We zijn benieuwd.

Het is genieten van de koolmezen op het balkon, die zich tegoed doen aan de vetbol in de open vogelkooi, een truc om kauw en ekster ervan af te houden. Ondanks de slagregens af en toe vliegen ze af en aan. Pluis mekkert haar ongenoegen bij elkaar op haar troon voor het raam. ‘Spekkie voor mijn bekkie’, hoor ik haar denken.

Na het boodschappen doen en tussen de buien door reden we naar de Lek om even uit te waaieren. Heerlijke rustgevende muziek, dat ritme van de golven, die achter elkaar na elk vrachtschip op het kleine strand aanspoelden. Het riet stond wuivend bijna licht te geven in de verstoppertje spelende zon, die steeds om een wolk heen piepte. Prachtig kleurenpalet, zo tegen de donkere lucht verderop.

De kleine blauwe Prins is leeggehaald en mag morgen een deur verder. We gaan hem node missen. Dat bedoel ik dus. Op alle fronten gaan de ontwikkelingen door. De tijden veranderen’.

Overpeinzingen

Schoenmaker, blijf bij je(eigen)leest

In de biografie over Dola de Jong wordt door Mirjam van Hengel verhaald van haar overpeinzingen, aan wat ze van waarde zou willen behouden wanneer er plotseling brand uit zou breken. Op aandringen van haar man zou ze zich eigenlijk moeten zetten aan de inventarisatie van haar huisraad. Ze denkt terug aan haar vlucht uit Nederland. Ze ging toen naar Tanger en van daaruit ging ze per schip via Portugal naar Amerika en nu zat ze aan de keukentafel, jaren later, en bedacht wat ze het allerbelangrijkste in haar leven vond. Wat ze mee zou nemen in haar twee armen op moment supreme.

Dat was op de eerste plaats haar zoon die al rond de veertig pond woog, En dan…Natuurlijk de dagboeken van haar jongste broer Jan, die in 1943 omgekomen was in Auswitsch en die vanaf zijn zestiende tot tien jaar later zijn illusies en gedachten heeft neergepend. Die dagboeken zou ze niet willen missen, maar verder mocht ‘de hele mikmak verbranden’. Ze beredeneerde dat het dan de derde keer zou zijn in haar leven dat ze alles zou verliezen, maar het was inmiddels geen verlies meer. Het liet haar onverschillig, zolang ze zoonlief en de dagboeken maar in veiligheid kon brengen. Hoe ouder je wordt, hoe makkelijker het lukt om los te laten.

Ik wandel in gedachten alles langs hier in huis en vind, net als zij, dat er maar weinig zaken zijn die er werkelijk toe doen. Ook hier staan de dagboeken bovenaan. Dagboeken van overleden personen zijn dierbare blauwdrukken van hun bestaan. Daarin krijgt de tijd gestalte. Ze zijn de stille getuigen van een uitgewist leven, maar wie er de moeite voor neemt om ze te lezen, rafelt bladzijde voor bladzijde contouren, vorm en geest van de scribent bij elkaar.

Dola, die samen met haar oudere broer na de oorlog de zaken van haar vermoorde ouders en broer doorneemt om te zien wat er geschikt is voor de veiling, verzandt in kleine, maar daarin zo grootse, memorabele voorwerpen uit haar jeugd. Ze komt aan in Amerika met een houten snijplank en broodmes van de Hema die altijd thuis werd gebruikt, een vaal bontje waarmee ze als kind op de foto stond, een koffiepot, een halsbandje van Moortje, een Chinese vaas met een stukje er af. Herinneringen die voor een ander van generlei waarde zijn, maar voor haar een stukje thuis, een stukje Holland, een stukje verleden betekende.

Dat kunnen we ons allemaal goed voorstellen. Al die kleine malle dingen, waar een emotie aankleeft waardoor ze bijna onvervangbaar worden. Gelukkig slaan we ze altijd op in de galerij van niet-te-vergeten-dingen, achter de deuren in ons hoofd. Ze blijven, hoe dan ook, meereizen.

Ooit bewaarde ik in manden, achter deuren van kasten op zolder en in diverse laatjes een paar dierbare kledingstukken en gekoesterd speelgoed van de kinderen. Toen ze ouder werden en uit huis gingen, werd het niet meegenomen. Destijds vond ik dat spijtig, maar achteraf gezien was het logisch. Het zijn mijn dierbare herinneringen en niet die van hen. Ik zag het kind er nog in of mee rond hobbelen, een beeld dat alleen bij mij hoort. Zij maakten hun eigen herinneringen. Zo werkt dat.

We zijn geneigd om onbewust onze beleving toch ‘op te dringen’ aan een ander, vaak zonder dat we dat zelf in de gaten hebben. In mijn hoofd spinnen de gedachten en in mijn oor fluistert het verleden: ‘Schoenmaker, blijf bij je(eigen)leest’.

Overpeinzingen

Denken in oplossingen

De dag begint met een rommelbuik. Ze is overduidelijk van slag. Ik wijt het aan de venkelsoep, die ik gisteren uitkoos in het duurzame tuincentrum op de hoek bij het tuinencomplex. Duurzaam vanwege het concept: ‘Oog voor lokaal, circulair en biodivers en zo verantwoord mogelijk’. Allerlei kleine ondernemers uit de regio doen mee. Ook kunstenaars, koffiebranders en ontwerpers, huiskwekerijen, voedseltuinen, pluktuinen en ‘de boer op’. Voor elk wat wils, zowel voor ons als voor hen.

De vermeende boosdoener, groene venkelsoep met Zuurdesembrood en ravigotteboter, was smaakvol. We zaten tussen de groene planten, vlakbij de speelhoek voor de kinderen, maar de grote ruimte was op twee stelletjes na, nagenoeg leeg. Lief kreeg een bieten/pastinaaksoepje omdat er nog maar een kom venkelsoep was. Allemaal goed. Tussen ons in stond de mand met de aanwinst van die dag. Een mooie stevige snoeizaag, een bijpassende steel voor het hoge werk en een goede snoeischaar voor mij, die minder stevig hoefde te zijn dan die van Lief met zijn ongekende krachten. Er zat evengoed tien jaar garantie op.

Terwijl buik heen en weer golft piept de zon door het wolkendek heen en tovert een stuk blauwe lucht te voorschijn. Dat is wat anders dan het wat somberende buitje van daarvoor. Het boek van Dola de jong van de schrijfster Mirjam van Hengel heeft me eindelijk toch te pakken gekregen. Het leert hoe fijn het is als je doel helder is en bij de zekerheid waarmee je er op af stevent helemaal. Met haar assertieve optreden weet ze heel wat wegen vrij te maken voor haar onderneming. Tot daar, waar ik nu ben, is dat Tanger. Ze schuwt daarbij niet om een visum af te dwingen en voor het eerst te gaan vliegen. Iets wat niet direct van een leien dakje blijkt te gaan. Een pronte dame dus.

Nog zo’n dame kwam aan bod in Volle zalen. In Zuid Limburg had Cornald Maas een ontmoeting met Willeke van Ammelrooy. Een voorbeeld voor mij hoe beeldvorming werkt. Naar aanleiding van haar werk als actrice, eerst op het toneel en later in de film, gaf ze een gastles aan jonge filmmakers en daarbij kwam een heel andere Willeke naar voren, dan die ik uit haar vroegere zelf had gefilterd. Het was een leerzaam moment. Alles is niet altijd wat het lijkt te zijn. Dat bleek nu maar weer.

De gedachte aan de soep, door de spartelingen van de stofwisseling, deden me terug denken aan vorig jaar. In Verweggistan stond de Roomse Kervel kniehoog over het hele terrein verspreid. Het lijkt daarbij op fluitenkruid, maar als het afgemaaid is, ruik je anijs en dan weet je zeker wat je voor je hebt. Daar kon ik eveneens soep van trekken, wist ik. Een heel landgoed vol soepplanten. Het bleek heerlijk te zijn, maar over-eten zou tegen-eten zijn geweest. Het verlangen naar de Hof en het land werd er meer nog dan anders door gevoed.

Vanmorgen hadden we een comedy capers in de straat achter het huis. Een mevrouw met een Pak-een-bak achter haar auto wilde achteruit draaien om bij de flat hierachter te komen. Na diverse pogingen, waarbij ze een keer bijna tegen het huis aan de overkant aan zat en een keer een bloemenperk inreed had ze kennelijk genoeg van het scharen van het bakkie. Ze koppelde het los, liep ermee eigenhandig tot voor de andere flat en reed daarna de auto er achteraan. Zo kan het ook. Iets in de trant van ‘Wie niet slim is moet sterk zijn’ in een variatie op het thema. Ze had in ieder geval doorzettingsvermogen en een oog voor het denken in oplossingen.

Overpeinzingen

Deze dame

‘Ga je nog iets leuks doen vandaag’, vroeg de fysio. ‘O ja, ik ga lekker naar de tandarts vanmiddag’, antwoordde ik. Twee paar ogen keken me groot en met opgetrokken wenkbrauwen erboven aan. ‘Nou, jij liever dan ik’, griezelde de stagiaire.

Ooit in het verre verleden was de tandarts het zwaard van Damocles. Weken lang hing het als een doem boven onze hoofden. We liepen bij de oude Stomps met zijn ‘heetwaterboor’, die hij veelvuldig en langdurig plachtte te hanteren. Eerst reden we met de fiets naar het statige herenhuis aan de singel midden in het oude centrum van de stad. Dan konden we naar binnen via een loodzware deur en mochten naar boven, naar de krappe wachtkamer. Uit de behandelkamer kwamen sinistere geluiden. Het tollen van de boor en het gekreun van de patiënt onder behandeling. In de wachtkamer zaten we doorgaans met meer en ieder keek bedremmeld of angstig. De seconden tikten weg. Schaduwen op de muur werden monsters.

Stomps had grote handen en een zeer resolute aanpak. Genieten van de lente in de bomen achter het grote statige hoge raam konden we niet. Je werd achterover in de stoel gedrukt, aarzelend ging de mond open en sans scrupules velde de barse man zijn oordeel. Daar kwam de heetwaterboor al aan. Het gevaarte zwenkte aan zijn hand naar voren. Tijdens het boren sproeide het water. Doordat hij grondig te keer ging werd het water heet. Stomps en wij, kinderen, zouden nooit dikke vrienden worden, dat stond vast.

Daarna was het een lijdensweg langs andere inferieure tandartsen. Je had de kiezentrekker, die niets liever deed dan dat. Je had de man met de slagershanden die nooit het gebit reinigde, je had de op geld beluste tandarts die ‘Eerst betalen’ en ‘voor wat, hoort wat’, hoog in diens vaandel had staan.

Toen kwam ik eindelijk bij deze verlosser. Ze was rustig, vriendelijk, nam de tijd. Schouwde het beulenwerk van haar vorige kompanen en ging grondig aan het ruimen. Er kwamen een paar kronen en helaas, ook hier en daar een enkel plaatje. Wat er aan ‘eigen’ stond werd gekoesterd en vertroeteld. Bij alles wat ze deed, woog ze af hoe het moest gebeuren. Ik werd er zelfs dapper van. Bij dat ene gaatje ooit vertelde ik dat het zonder verdoven mocht. Inderdaad, het boren zelf was net zo ‘pijnlijk’ als de prikjes voor het verdoven. Zelfs een wortelkanaalbehandeling doorstond ik glansrijk en nog steeds bleef de angst ver weg. Vanaf dat moment liep ik weer rond met een stralende glimlach. Ik die al zo lang niet anders dan achter de opgeheven hand meesmuilde. Ze is mijn tandarts al sinds midden jaren negentig. Bij iedere nakijkbeurt valt er altijd een klein beetje tandsteen weg te krabben en polijst ze de boel glanzend schoon. Daarna sta ik als herboren weer buiten. Een goede tandarts is goud waard.

Inmiddels ben ik begonnen in de autobiografie van Dola de Jong, schrijver en danser, door Mirjam van Hengel geschreven. De aanleiding was een ‘vlammende brief van Dola’, zo vermeldt de achterflap. Dat nodigt onmiddellijk uit. Het is vlot geschreven in een stijl die dichtbij de lezer ligt. In het begin had ik nog wel moeite met het ontdekken wanner de autobiografe aan bod kwam en wanneer de schrijfster zelf. Wie was waar aan het woord, dat idee. Nu de kop eraf is, begin ik er aan te wennen. Een boeiende vrouw, deze Dola, met een zeer eigenzinnig karakter. Nooit een ‘verveel-moment’ met deze dame.

Overpeinzingen

We nemen het mee

Het druilt tegen het venster. In de verte meen ik een bloeiende krentenboom te ontwaren, maar het blijkt de zijkant van een van de huizen te zijn. Kippigheid geeft soms mooie denkbeelden.

Zuslief appte gisteren met de vraag of ik om half twaalf thuis was. Ze moest zwager naar de fysio brengen in het ziekenhuis hier en daarna kwam ze een bakkie doen. Superleuk. In vogelvlucht bespraken we honderdeneen dingen. Lief was boven zijn administratie aan het ordenen en kwam er het laatste kwartier bij zitten. Mooi, zo’n onverwacht moment.

De dag ervoor had ik in de middag een programma zitten kijken na de drukte van de familiebijeenkomst. Ik hou van het beschouwelijke aanbod op twee en als het lijf verlichting vraagt, waarom de geest dan niet gelijk meegenomen. Het was een programma van ‘De Boeddhistische Blik’ en heette ‘Moeders zijn ook dochters’, een tweeluik waarin Sarah probeert inzicht te krijgen in hoe de moederband ons als kind vormt en hoe het ons vermogen tot intieme relaties kan beïnvloeden, zo luidt de aankondiging.

Een druilerige zondagmiddag brengt daarmee een boeiend gesprek op gang, als lief en ik beiden aanschouwen hoe de actrice Nazmye Oral met haar Turks sprekende moeder op het podium staat en openhartig hun relatie bespreekt. Ik wilde schrijven ‘aan de tand voelde’ en misschien was het ook wel zo. Ze houdt zich in ieder geval niet in en is oprecht in haar gevoelens naar haar moeder toe. Ze hebben deze voorstelling samen een jaar lang voor het voetlicht gebracht en Nazmiye vertelde met respect in haar stem hoe ze een totaal andere moeder had leren kennen dan ze tot dan toe voor ogen had. In deze familieproductie heeft iedereen een rol. Dat was niet onverdeeld even makkelijk. Toch wilde ze haar doel bereiken, dat ze als volgt samenvatte tegenover de reporter van BNN/VARA: ‘Ik wilde, voordat ik sterf, de kans grijpen dat wanneer ik tegenover mijn moeder zit, ik werkelijk voel dat ik van haar houd. Dat heb ik jarenlang niet gehad’. Daarvoor moest ze de trauma’s die opgedaan waren in haar jeugd, ontzenuwen. Eenzelfde idee had ook Sarah.

Zij ging terug in het verleden door haar ouderlijk huis op te zoeken , door de kamers heen te lopen en te voelen en te kijken en te weten. Heel veel details in het ouderlijk huis waren nog intact. Zo kon het gebeuren dat ze op de drempel van wat ooit de ouderkamer was, opnieuw het kind van elf werd, die haar vader zag lijden op zijn sterfbed. Ze stond er als vastgenageld en ging niet naar hem toe. Oprechte ontroering en toch zo begrijpelijk. De band met haar moeder was een zorgende band. Moeder was altijd ziekelijk of onderweg en claimde haar heel erg. Een van Sarah’s herinneringen brengt ons in een klap terug naar de sfeer binnen het gezin. Ze ziet haar vader thuiskomen van zijn werk en haar moeder terugdeinzen als hij haar een kus wil geven. Alleen dat al. Dat hoofd dat naar achteren wijkt. Hoe sterk kan één beeld vormend zijn.

Natuurlijk surf je door dergelijke inkijkjes op de vleugels van de tijd terug naar je eigen jeugd. Dat vergt een graven naar mijn moeders handelen. Het zorgen voor haar kroost, de drukte die dat met zich meebracht, de dominantie van haar echtgenoot, de hang naar kennis en de leeshonger die ze daarvoor nooit voldoende had kunnen stillen. Moeders zijn ook dochters. Alleen deze zin al is iets om even in te verdwijnen. Hoe vormen vrouwen zich. Hoeveel ruimte werd die moeders zelf geboden, hoe gaven ze het door. Hoeveel hebben we ervan meegekregen en gaf dat gestalte aan onze eigen manier van opvoeden bij onze dochters. In hoeverre drukken alle voormoeders een stempel op onze aanpak.

Vragen waarmee ik heel veel tijd zou kunnen vullen. Ook omdat het beeld verzandt in de beelden erom heen. Kalmpjes uitkristalliseren en daar vooral alle tijd voor nemen als je daarover voldoende beschikt. Het past in de rugzak vol herinneringen. We nemen het mee.

Overpeinzingen

De zondag door

Omdat de Benjamin om twaalf uur zijn slaapje moest doen, hadden we besloten de familiebrunch om tien uur te beginnen. Dus zaten er twee slaperige koppies om half negen boven een kop koffie te wachten tot het energie-level zou ontwaken. Er gaat niets boven bijkomen in de vroege ochtenduren.

De grote tafel werd aan de kant geschoven, daarop kwamen alvast de borden en de kommetjes, het bestek, de schaaltjes met het vleeswaren-en-kaasassorti. Jam, humus, salades en de salade Caprese. Verse Munt-thee in de aanslag. Binnen een half uur waren de voorbereidingen klaar. Klapstoelen en krukken plus een kinderstoel erbij. ‘Klaar is Kees’. De goegemeente kon komen.

Rond tienen druppelden de eersten binnen. En binnen een half uur waren we compleet op ons lieve reizende gezelschap na, die inmiddels onderweg bleken te zijn naar Les Moulins Des Iscles, de molens van de eilanden. Ben benieuwd hoeveel molens er daadwerkelijk zijn. Mischien vangen ze ergens nog een glimp op van een Franse Don Quichotte, je weet nooit hoe een koe een haas vangt.

Ondertussen draaide het voor een groot deel om de kinderen die her en der een eigen stekkie hadden uitgekozen. De kleine krullebol speelde met de mand met autootjes bij de terrasdeuren, de Benjamin wandelde overal tussendoor met een vriendelijke glimlach voor iedereen, Dribbel baste er vrolijk op los en zorgde ervoor dat hij niets te kort kwam, de twee groten sneakten alvast de komkommers en de paprika’s tussen alle lekkernijen uit, kleindochter zat op een punt van de tafel miniscule kraaltjes te rijgen samen met onze hoogzwangere schone dochter.

Voor de zoetigheden had de familie Amersfoort gezorgd, de oudste zoon kwam met de broodjes en croissants en dochterlief was vergeten drank te kopen gisteren. Ze had bij de benzinepomp tegen megaprijzen een paar pakjes gehaald. Eigenlijk was er al drank genoeg, want thee en water volstond ook. Zo vulde zich de tafel en was daarna alles in een mum van tijd aan het smullen. Ongedwongen, soms aan de tafel, soms binnen op de bank, soms op de grond, het maakte allemaal niet uit. Een heerlijk ontspannen geheel. Ik was druk met de broodjes, maar zag uit mijn ooghoeken dat iedereen gezellig met iedereen aan het kletsen was en dat er zelfs ruimte was voor de wat serieuzere gesprekken.

Af en toe schoven de kinderen bij elkaar aan en deelden in de feestvreugde. De kleine krullebol zag wat pips en lag in de paarse stoel een beetje ziekjes te zijn. Daar was een griepje aan het pratten. Toen zij als eerste vertrokken, was er ruimte voor het pinda rijgen. Gewapend met vork om de gaatjes voor te prikken en naald en draad, gingen kleindochter en ik voortvarend aan de slag, terwijl Dribbel de pinda’s onder onze handen uit at. Hij had niet in de gaten dat er twee inzaten en overal lagen halve pinda’s in de dop. Al gauw lagen de schilfers in alle hoeken en gaten, maar de pret was des te groter.

Voor het toekomstige kleinkind hadden we als gezin een rieten reismand gekocht, die nu gegeven kon worden. 37 weken alweer, dus het schiet op. Zoonlief belde naar de ‘Missing Link’, daar in het verre Frankrijk, terwijl ze onderweg waren. Zwaaien en kushanden om de afstand te overbruggen. Dag lieverdjes.

Toen er eenmaal vertrokken werd door deze en gene was het huis zo weer leeg. De boel moesten ze de boel laten, want met zeeën van tijd konden wij dat varkentje wel samen wassen. Het was fijn. Het pindasnoer ging aan de vogelkooi voor de mezen en de vinken, de stofzuiger stond in de aanslag voor de ontplofte pindazak en Lief fungeerde als wandelende afwasmachine. Het leed was snel geleden en met warme herinneringen op het netvlies soesden we de zondag door.

Overpeinzingen

Mooi meegenomen

Ik zat nog maar net in de rieten tuinstoel of de tas trilde. Een boodschap van de buitenwereld. Frankrijk aan de lijn. ‘Wel even je video instellen, mam’. O ja. Ineens popten de lieve vertrouwde gezichten op in een omgeving die zorgeloos en vrij aandeed. Kleindochter verhaalde opgetogen van de speeltuin en kleinzoon van zijn schoolprestaties, waardoor hij nu een dag extra vrij had. Geweldig. Dochterlief liep over het terrein om me het uitzicht op de Mont Ventoux te laten zien. Het vertrouwde beeld doemde op achter het kobalt-kleurig hek van de camping. Ze vertelde dat er staanplaatsen waren met de nominatie: Vergezichten. Daar betaalde je een paar euro meer voor per nacht, maar altijd stond het blauwe hek ertussen. Dat schoot niet op.

Ooit, lang geleden, toen ik nog met De Oude reizen maakte naar Frankrijk, woonden vrienden van ons op de berg boven de oude zijdefabriek waar wij logeerden. Ze hadden een olijfboomgaard en vrij uitzicht op de Mont Ventoux. Hun huis was wit gepleisterd. Overal stonden de bloembakken met bloeiende geraniums, achterin de tuin een chalet in aanbouw. Een idealere plek zo bovenaan was er niet. Dicht onder de zon, de hemel om aan te raken en een bourgondisch leven.

Het was al een behaaglijke 17 graden op de camping en de kinderen speelden met rode konen in de zon, een warrige haardos door de wind, die er speels doorheen plaagde. De lucht was overweldigend blauw. Schoonzoon kwam ook nog even voor de camera grijnzen en deed ondertussen verstoppertje met zijn dochter. Alles, de wijdheid van het landschap, de rust die er heerste, het weer, zorgde voor het ultieme buitengevoel. Ik beloofde dochterlief foto’s te maken van al de bloeiende bollen die ze in het najaar in de tuin schuin achter ons op het volkstuinencomplex erin had gegooid.

Zelf moesten we ook het nodige aanpakken. De takken van de gesnoeide wilgen hoopten zich op. Bij het monsteren van de zijkanten van de tuin, viel het vermolmde hekje tussen de buuf en mij in het oog. Hoe moeizaam ook, daar moest een nieuw vlechtwerk komen. Toen ik eenmaal aan een stuk vergaan hout begon te trekken, ging de hele opbouw moeiteloos mee. Het hout was poreus en makkelijk in kleine stukken te breken. Lief was ondertussen de wilgen aan het snoeien. Met het gebrekkige gereedschap was het eigenlijk mijl op zeven. De zaag was er niet geschikt voor. Ooit had ik een snoeizaag, maar die was op onverklaarbare wijze verdwenen. Tuingereedschap is net een boekenkast.

Dwars door alles heen floot een merel de seconden aan elkaar met lange trillers. Terwijl ik uitrustte op het trapje van de pipowagen genoot ik van dit heerlijke lenteconcert. Vinken, mezen en winterkoninkjes hipten af en aan tussen de takken van de al ontluikende bomen.

Aan het eind van de middag rond zessen was de koek compleet op. Opruimen en naar huis was het devies. Eerst nog even de foto’s bij dochterlief maken. Haas koos daar met flukse sprongen het hazenpad. Er was geen bloemetje te zien. Alles lag nog besmuikt winters te sluimeren. Bollen vallen vaker ten prooi aan de woelmuizen en in dit geval misschien ook wel aan haas. Toch maar wel voor de beeldvorming de plaatjes schieten. Even een vertrouwd stukje thuis in dat verre Douce France.

Vooraan op het complex was het vertrouwde gezicht van de Turkse ‘conciërge’. Het jaar daarvoor was hij er het hele jaar niet geweest en omdat hij altijd aanwezig is, misten we hem zeer. Nu stond hij weer als vanouds op zijn hek geleund te kletsen met zijn buurman. Zijn vrouw was bezig met de grond pootklaar te maken en zwaaide, enthousiast en met haar bescheiden verlegen glimlach. ‘Fijn dat jullie er weer zijn’, liet ik weten.

Terug in de kleine blauwe, de allerlaatste keer dat we met ons stoere autootje waren, die modder en rommel zo goed kan verdragen, constateerden we tevreden dat de buienradar er naast had gezeten met haar voorspellingen van een flinke bui. Altijd proefondervindelijk ervaren. Alles wat je kan doen, al is het tussen de buien door, is mooi meegenomen.

Overpeinzingen

Een betere leerschool is er niet

Het derde verslag van de reis door Europa trekt voorbij. Lezen, kijken naar de bijbehorende foto\s, proeven van opgedane ontdekkingen, zien van de rode konen bij de kinderen, genieten van de verwaaide blije koppies en de ingebouwde momenten van rust. Hoeveel indrukken doe je op als de wereld ineens veel groter blijkt te zijn dan de vertrouwde omgeving. Trots op het stel.

Om twaalf uur zet ik het haar in de henna. Nu is het een dag van niets en is er tijd voor, straks treden er misschien allerhande onvoorziene omstandigheden op. Je weet nooit wanneer een kind besluit om ter wereld te komen. Tijdens de vaste intrekperiode van twee uur maak ik een tajine-schotel, geïnspireerd op een oorspronkelijke stoofschotel met lam. Dat lieve lentedier mag gewoon door blijven dartelen. Ze wordt vervangen door een glanzende aubergine en de champignons die er nog in de koelkast waren. Samen met een uienchutney met gekookte en meegebakken rozijnen, het kruidenmengsel en de gekookte rijst als basis voor deze heerlijke schotel. Geroosterde amandel erop en klaar.

Henna uitspoelen, genieten van de rust, hier en daar een pennetje breien tussendoor. Lief leest het te bespreken boek, De Verborgen Spoorlijn van Colson Whitehead. Dat liet ik achter voor hem. Zelf hadden we waarschijnlijk genoeg te bespreken. Voor het huis kwam ik vriendinlief tegen met een mooie mededeling en druk babbelend letten we niet goed op. We bleken voor de verkeerde deur te staan. De bewoonster kwam wat slaperig naar beneden. Duizend excuses.

Het goede huis een blok verder. Ach ja, dat was helemaal de stijl van onze gastheer en gastvrouw. Dat krijg je ervan als je zoveel te bespreken hebt. De hartelijke ontvangst, de knusheid van een huis, de warmte, er was een open haard aan. O jee. Als ze goed trekt en ik er ver van af zit met een luchtrooster open is het te doen. Dan wil je toch geen spelbreker zijn. Zo is het goed. Als iedereen er is en de landelijke politiek in vogelvlucht langszij is gekomen, kunnen we aan de bespreking van het boek beginnen.

Had iedereen het gelezen. Hoe stond men er in. Het is fraai hoe we de ruimte bieden aan de diverse verhalen en bevindingen. Er worden emoties uitgewisseld, de afschuw gedeeld en het hele verhaal blijkt een opstap tot een grote mondiale bespiegeling te zijn dwars door tijd en ruimte heen. Hoe komen mensen er toe zich ten enemale superieur te voelen ten opzichte van een ander. Kenmerken als macht, invloed, status en het overschreeuwen van de eigen angst met de bijbehorende indoctrinatie komen langszij en dat levert een scala aan overpeinzingen op. Waar zie je deze gevolgen niet. Het vergelijk met het huidige wereldbeeld is snel gemaakt. We vragen ons af hoe we zelf zouden handelen, als we in de verdrukking zouden komen door bijvoorbeeld intimidatie. Trek je je terug, treed je op, lever je verzet, ga je in de contramine. Boeiende gedachten, zo met die hand in eigen boezem.

We beschouwen onze eigen werelden, soms divers en kleurrijk, soms opvallend los van het doorsnee gemiddelde. De veiligheid en de bescherming van de bourgeoisie. Een van ons merkt op dat we in luxe en grote vrijheid zijn opgegroeid, zonder oorlogen, zonder dreiging, zonder honger ook. Nou, daar zitten toch nog wat kleine nuanceverschillen in. Die uitwisselingen zijn waardevol voor het wereldbeeld en voor de vriendschap. Het is goed om het leven te delen met elkaar. Als we afscheid nemen staan er twee nieuwe afspraken op de agenda en is er een lijst van nieuwe boeken om uit te kiezen. Heerlijke avond met fijne diepgaande gesprekken.

Thuis nog even na mijmeren met Pluis naast me en lief boven. De tulpen van schoonzus staan er fier en blozend bij. Ze omlijsten het te lezen verhaal van dochterlief, schone zoon, de kleine filosoof en de kleine meid. Volop zijn ze de wereld aan het ontdekken, los van alle reuring, één met de natuur en de schoonheid van het bezochte land. Een betere leerschool is er niet.

Overpeinzingen

Daardoor te laten leiden

Vanavond is de literatuur-bijeenkomst en bespreken we ‘De Ondergrondse Spoorweg’ van Colson Whitehead. Het boek dat je niet in één adem kunt lezen, want je hebt veel aan tijd tussendoor nodig om het te laten bezinken, maar wel met dezelfde spanning en geraaktheid. Wat een boek.

Gisteren, na het stemmen en het lezen, was het de avond van Volle zalen door Cornald Maas. Dit keer was hij bij Stef Bos op bezoek. Een van mijn grote voorbeelden van het verbeelden van het gedachtengoed in schitterende woordentaal. Die middag had ik in de Zin-Magazine in zijn column gelezen over wat taal eigenlijk betekende voor de Zimbabwaanse Louis Mhlanga, die hij ooit ontmoet had. Toeval bestaat niet. Die gaf daarop antwoord dat het zoiets was als ‘Je voorouders een stem geven’. Daarop mijmerde Stef voort over het feit dat je eigenlijk een doorgeefluik bent als schakel in een eindeloze keten. Daaruit trok hij de volgende conclusie. ‘De beste zinnen verzin je niet, ze verzinnen jou’. In dat verband noemde hij tevens het collectieve onbewuste van Jung. Alles wat ooit door voorouders en ouders is overgedragen vermengt zich met het eigen vervloeien in de tijd.

In het televisieprogramma zien we Stef in zijn grote huis in Kaapstad, een jarendertighuis tussen ‘Die Tuine van de kompagjie’ en de Tafelberg. Hij verhaalt zijn visie op het leven aan de hand van zijn vrouw en haar kunst, het leven samen met haar en de kinderen, aan de twee verschillende werelden waarin hij leeft, in Zuid Afrika en Vlaanderen, aan zijn Nederlandse achtergrond, aan de hand van een ernstig ongeluk van zijn schoonouders en zijn kinderen, waarbij hij in een fractie van een seconde dacht dat ze dood waren. Belangrijk hierin was het gevecht van de zoon om er weer boven op te komen. Die hele laatste gebeurtenis vooral bracht een wending in zijn leven.

Ontroerend was een bezoek aan de man die af en toe het verkeer regelt en slaapt in een klein caravan in een loods. Hij praat met hem maar vooral hoort hij de boeiende verhalen aan. Hij maakt ons mededeelzaam, waarbij het Stef zelf niet onberoerd laat als hij de puurheid en de schoonheid in deze man roemt.

Cornald luistert, stelt de juiste vragen en Stef kopt ze met een hoog open gehalte in. Eerlijk zijn waar het je gevoelens betreft maakt een mens zoveel meer mens. Door het hele programma heen loopt de vrolijke rode draad van zijn samenzang met een groepje dames op een welhaast gospelachtige manier. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg, zo klinkt het ongeschreven lied. Blijf dicht bij jezelf. Wat fijn dat hij zijn eigen eenvoud deelt met ons in dit programma.

In zijn column wordt dat evenzeer duidelijk. Hij vertelt over het feit dat hij de neiging had om er steeds een schepje bovenop te gooien en niet het lied zelf het werk te laten doen. Als je je de techniek hebt eigen gemaakt dan is het zaak om alles los te laten op het moment dat je er mee aan het werk gaat, is de visie van de meester.

Het doet me denken aan mijn lessen voor de stagiaires aan wie ik steevast vroeg of ze de lessen goed hadden voorbereid. Als ze beamend en ijverig knikten zei ik hen: ‘Mooi, dan mag je dat nu weer allemaal loslaten. Ga de groep in en verbind je met de kinderen, dan komt de rest vanzelf’.

Stef besluit met de prachtige gedachte: ‘Na al die jaren weet ik eigenlijk niet of ik mijn stem gebruik of dat het eerder andersom is. Mijn stem zingt mij’.

Een mooi idee. Dat wat je leert en in je hebt samen voegen en een hoofdrol toekennen om je daardoor te laten leiden.

Overpeinzingen

Dat is de schoonheid van het moment

Wat te doen met beren op de weg. Parkeren, een mooie plek zoeken waar ze mogen sluimeren, winterslaap bij uitstek. Heeft het zin om in Wat-Als te denken. We hebben naar aanleiding van een gesprek gisteren in de vroege ochtend een kleine verhandeling over dit feit en komen tot de conclusie dat het lucht en ruimte geeft door in het ‘Nu’ te blijven. Het is geen onverschilligheid, maar het is de realiteit van wat je behappen kan. Het heeft geen zin om in vooronderstellingen te denken, als die er nog niet zijn. Op het moment tot een oplossing komen heeft meer effect.

Het is niet hetzelfde als ‘Wie dan leeft, die dan zorgt’, maar het schuurt er wel degelijk tegenaan. ‘Vrolijkheid met vlijt kent geen tijd’ verzin ik, door een aantal spreekwoorden op een hoop te gooien en er een nieuwe van te maken. De tijd is niet belangrijk in ons geval. Ze is onvoorspelbaar. Het ligt tussen nu en later. Er valt niets zinnigs over te zeggen. Samen er een feest van maken zonder de beren, die als logge bruine gevaartes, als het zwaard van Damocles boven het hoofd kunnen hangen. Strikt genomen is het een feit dat het leven eindig is. Zuchten erover zet geen zoden aan de dijk. Het antwoord is in oplossingen denken en wel vandaag, hier en nu, ter plekke. We kunnen er een feest van maken, zolang je de dag plukt zoals ze zich aandient.

Eigenlijk zijn het fijne gesprekken. Het is fijn om naar elkaars diepste gedachten te luisteren en daar over na te denken, ieder op een eigen manier. Lief is er aan toe om een flinke wandeling te maken. Beschouwen in het nu en niet driedimensionaal met een gedachte aan de slag te gaan. Bij mij is er de neiging om de vleugels uit te slaan en dochterlief te zien, het over hele andere dingen te hebben. Maar eerst mag ik even los bij de fysio. Vanwege het tekort aan zuurstof zitten we nog steeds op de krachttraining en het sterken van de borstspieren. Er komen gewichten aan te pas. Ik zie mezelf daarbij in de spiegel, altijd weer een overwinning, maar eigenlijk ook een goede oefening op zich. Laat het maar zien, het is goed zoals je bent, iets in die trant. Al schieten er hele andere gedachten door me heen. ‘Volgende keer een ander t-shirt aan, buik verdient geloof ik ook wat aandacht, span die spieren’.

Na de fysio in versneld tempo lekkere dingen halen voor dochterlief en de middelste kleinzoon, die voor de drumles nog even aanwippen. Hij is de meest creatieve van het stel. Het zit er allemaal in, theater, dans, schilderen, verhalen, muzikaal en ritmisch. Natuurlijk mag Greetje, mijn kleine mensenkind, crackertjes eten. ‘Njam, njam, njam’ klinkt zijn stem, al zwaarder door de opkomende baard in zijn keel. De Djembe wordt beroerd, maar het liefst wil hij schilderen. Daar komt mijn pas aangeschafte aquareldoosje goed van pas. Dochterlief en ik babbelen honderduit. Als hij aan het schilderen slaat, een zee met haai en bootje, bestudeert dochterlief het boek over tekenen met het rechterbrein en ik geef haar een leeg blad in het schetsboek om omgekeerd een tekening van Picasso na te tekenen, maar dan per detail. Het is een hele leuke oefening en voor we het weten moeten ze er alweer vandoor om de kleine dribbel bij een vriendje op te halen en op tijd bij de drumles aan te komen.

Ik zwaai ze uit en als ik de tafel opruim valt me de schoonheid van de tulp op, die bijna klaar is met zijn lange bloei. Wijd spreidt ze haar blaadjes uit, alsof ze wil zeggen, ‘Kijk nog maar goed. Straks is het voorbij’. Zo is het. Dat is de schoonheid van het moment.

Overpeinzingen

Dit was vast niet de eerste keer

Deze longarts was nieuw voor mij. Ik had hem weliswaar een keer telefonisch gesproken bij het consult van vorig jaar, maar nu wilde ik een beeld bij de stem hebben en vond ik het ook fijn dat hij me even kon horen na de corona van drie weken geleden. Hij was vriendelijk, keek naar mij en niet alleen naar de computer, stelde wat vragen en lichtte de longen door. Lang geleden dat dat voor het laatst was gebeurd. Tevreden stelde hij vast dat ze, ondanks het vele hoesten, schoon waren. Ik mocht een aantal keren meer gaan puffen op een dag als dat nodig was. Raadzaam ook, vanwege de ontstekingsremmer, die daarin zat. Binnen dezelfde tien minuten als het telefoongesprek zou duren, stonden we weer buiten. Nu met een compleet plaatje in mijn hoofd.

Even vieren met Latte en koffie, een broodje en een croissant, en daarna bijkomen thuis. Om half een togen we richting Laren, waar we om half twee een tijdslot hadden gereserveerd. De kluisjes waren met een viercijferige code en twee handelingen, allemaal niet handig voor de wat versleten koppies die doorgaans het museum bevolken.

Ik had die ochtend gemerkt dat de kaartjes niet te downloaden waren en belde met het museum, waar ik ene Julia aan de lijn kreeg, die me vertelde dat zij er in de middag ook was en dat we ons bij haar moesten vervoegen. Bij aankomst, er was zowaar plek op de parkeerplaats, zocht ik de naam Julia passend bij de vrouwen achter de desk. Goed gegokt. Ze was het even kwijt, maar herinnerde het zich weer. Het bleek vaker voor te komen bij de bestelling als je behalve met de museum jaarkaart ook nog een donatie had gedaan. Gelukkig was het nog niet vol, dus twee kaartjes konden er nog vanaf.

De tentoonstelling van Kees van Dongen was prachtig. Een respectabel oeuvre op sfeervolle wijze uitgestald in de zalen. Handig dat van Dongen veelvuldig in series of periodes werkte. Zo wandelde je door zijn ontwikkeling binnen de schilderskunst, maar ook door zijn leven, met de diverse ontmoetingen in beeld. Met de vroegste werken, zicht op Delfshaven, en daarna zicht op Parijs met het herkenbare Montmartre, vanuit het beroemde ateliercomplex Le Bateau-Lavoir, in alle toonaarden, was het een mooi begin. Daarna vielen we in de ene na de andere verstilling bij het zien van zijn vrouwen, de portretten, de kleuren en lijnen, de vormen, de diverse stromingen, al dat moois bij elkaar. Een van zijn modellen, Fernande Olivier, bleek ook de geliefde en het favoriete model van Picasso te zijn.

Het was niet moeilijk, ondanks de drukte, om één op één van een werk te kunnen genieten. Mijn favorieten hingen er op gezette tijden zelfs verlaten bij. Mazzelen. Niets fijner dan elke indruk, elke verfstreek, elke beroering in rust tot je te nemen.

Een mooie toevoeging waren de drie grote muurfoto’s van de kunstenaar in zijn atelier, waar je ook de doeken onder constructie herkende, die hier aan de wanden in volle glorie waren uitgestald. Een kijkje in de keuken. Indrukwekkend was ook de hoeveelheid. Men had meer dan honderd werken over de hele wereld bij elkaar verzameld. Een mooi compleet beeld. Er was na de laatste doeken geen ruimte meer voor de overige Nardinczalen. Die hadden we al eens gezien, en het kon er nu eenvoudigweg niet meer bij.

In het oude gedeelte van het restaurant met haar aangename ouderwetse lambriseringen en met het zicht op de Oudolf-tuin waar de wind vrij spel had, was het goed toeven. Dat er daarna ineens nog wat kaarten te schudden vielen, is voor later. De kluisjes gingen, zoals verwacht, bij ons niet open, evenals bij de dames ernaast. De wat norse cipier liet ons de inhoud opdreunen. Daarna toverde hij de deurtjes van het slot. Dat was vast niet de eerste keer.

Overpeinzingen

Naar eigen smaak

Een kleine lentestorm woedt om het huis. Alsof de winter in nijd haar laatste stuiptrekkingen kracht bij wil zetten. Vanuit Frankrijk komen er foto’s van dochterlief en haar gezin door. De kleine filosoof en zijn zus houden in hemdsmouwen een waterballet. 21 graden geeft de temperatuur weer. Heerlijk warm, terwijl ze die ochtend nog in de sneeuw stonden. Dat is het grote voordeel als je verder naar het zuiden trekt.

Ondanks de troosteloze miezer van gisterenochtend trokken we er toch op uit. Met de kleine blauwe nog even. Om de modderschoenen en de vaak rommelige parkeeracties op de tuin, waar veel in en uitgeladen moest worden. De sloot strekte zich. Eenden in paren lagen te doezelen op de kant en een koppel meerkoeten zwom bedaard in het rond. Niemand maakte nog aanstalten tot een nest.

In de tuin was het speuren naar de twee nieuwe aanwinsten. De Gelderse roos en de vogelkers. Ze lagen keurig op de tafel met een briefje erbij. Wat fijn. Natuurlijk had ik ze halve bomen gedacht waar een takje met wortels de realiteit bleek. Ze mochten tot aan het poten in de vijver om de wortels goed te doordrenken.

Ondanks de wat onappetijtelijke weersomstandigheden gingen we toch aan de slag om de twee de grond in te werken. Plaats bepalen, grassen weg trekken, kuil graven en de takken erin. Lief deed het zware werk en ik trok met de hark het gras weg, tegelijk maar voor zover het oog reikte, dan was dat ook weer gedaan. De vijg bij de composthoop was op mysterieuze wijze verdwenen. Ook dat was maar een tak met worteltjes. Zaak om een wat groter en steviger exemplaar aan te schaffen. Misschien had haas wel trek gehad in een sappig twijgje of hadden we bij de vorige opschoning van de tuin de tak abusievelijk over het hoofd gezien. Wie zal het zeggen.

Vlak voor we het pad opschoten vloog een winterkoning op richting de bamboe. De mezen en de vinken hielden zich schuil, maar lieten zich wel horen. De narcissen waren opgekomen en hier en daar stak er nog een krokus het kopje op. Lief besloot toch vast een poging te wagen om de drie wilgen aan de rechterkant te snoeien. Op het wankele trapje ging hij in de weer. Typisch een geval van niet kijken, omdat ik hem in visioenen al tegen de vlakte zag liggen. De blauwe heksenbal van dochterlief bracht ik voor de zekerheid in veiligheid. Stel je voor dat er net een grote wilgentak op zou vallen. Er lagen ook takken van de vorige snoeibeurt. Die moesten nog kaal. Nu was het tijd om een aanvang te maken met het kleine hekje, vanaf de paal met het nummer tot aan de bomenheg van buurman.

Drie wilgentakken verticaal dienden als weefraam. Er was voldoende om mee te vlechten en dat in een harmonische afwisseling van zitten om de takken tot kale staken te maken en dan het vlechten, waarbij ik moest bukken. Met dit gehalte aan lucht altijd een dingetje maar overkomelijk door de paar tellen rust ertussen.

Er kwam een grote groep mensen langs die een bezichtiging kregen in het tuincomplex en vermoedelijk allemaal op de wachtlijst stonden. Eerst voor de halve tuinen en dan later voor een vrijgekomen hele tuin. Later kwam ook nog de man van de gebrachte bomen kennis maken. Hij bleek de tuin overgenomen te hebben van de architect met het grappige tuinhuis. Vol bewondering overigens voor onze ‘Pipowagen’ zoals hij hem noemde. Terwijl hij het zei, bedacht ik me dat er nu al generaties rond liepen die nog nooit van een pipowagen zullen hebben gehoord en er geen beeld van NoNoNoNo, Mamaloe en Pipo op het netvlies zouden hebben bij die associatie.

Na gedane arbeid is het zoet rusten. Moe maar voldaan nam ik foto’s van de arbeid en daarna trokken we op huis aan. Als toetje om mee uit te rusten was er in de avond het programma over Vermeer, waarbij we, zoals vaak, allebei niet de winnende kunstenaar maar de kompaan verkozen. Zo kiest ieder naar eigen smaak.

Overpeinzingen

Een wereld waar je onbeperkt jezelf mag en kan zijn

Heerlijk soepje gemaakt in de vroege morgen. De hele inhoud van de groentenla uit de koelkast mocht meedoen, want de pureerstaaf deed haar werk goed. Voor onszelf hou ik van grof gesneden groenten in de soep, maar bij iemand die niet direct een soepliefhebber is, kan je dat beter niet doen. De familie stuurde foto’s van een bezoek aan het Nijntje museum, zoon en dochter met aanhang en kinderen. Jammer genoeg konden we er geen deel van uitmaken. Maar ja, je kunt je niet in tweeën delen en de afspraak met broer en zijn vrouw stonden er al langer.

Een mail van de tuin dat er bomen te geef waren. Ik vroeg om een vogelkers en een Gelderse roos. Ze liggen al in mijn tuin, even in het water leggen en dan direct de grond in, dat wordt dus het akkevietje van vandaag. Duimen dat het weer werkzaam blijft.

Schoonzus had haar huwelijksaankondiging bij zich. Een prachtige zacht-velvet groene dubbele kaart met gouden letters. Het huwelijk valt ergens midden in mei en dan komen we even terug uit Verweggistan. De eerstvolgende stap is oppas verzorgen voor Pluis, die plusminus drie maanden onder de pannen moet zijn. Het eerste aanbod is al binnen, maar daar kan ze niet naar buiten in verband met een hond die op het erf vertoeft. Ze moet daar aanleren om in een tuigje aan de wandel te gaan. Dat zal nog wel een dingetje zijn. Het allerlaatste middel dus.

Het bezoek was aangenaam. De mannen bogen zich over belastingzaken, Wij kabbelden wat met prietpraat over het wel en wee, maar ook met serieuze verhalen over vroeger en hoe we het leven hadden beleefd. Zelfs later met de mannen erbij, kwam dat onderwerp aan bod. Terugkijken, achterom zien. Dat was ook het thema in de serie ‘Verborgen verleden’, waarbij Daan Schuurmans in het zijne dook en allerlei opmerkelijke zaken ontdekte. De familienaam van zijn grootmoeder was hetzelfde als de mijne. Een van de voorvaderen had zelfs de voornaam van mijn vader, ‘Adriaan’. Bijzonder. Zouden we misschien dan toch ergens familie van elkaar zijn.

Lief wordt even wakker en sluimert tussendoor weer weg. Hij had gedroomd van paarden op de Pusta, maar dat kwam omdat ik naast hem mijn verhaaltjes op de Ipad roffel. Dat geeft het geluid van hoeven op een zandpad, schijnt. Heerlijk zoals we in staat zijn om allerlei dingen te verwerken tijdens een droom. Het zou maar een fantasieloos bestaan zijn, als we niet meer kunnen dromen.

De soep werd genuttigd met afbakbroodjes. Als toetje was er nog een nabeschouwing over hoe we met elkaar tegen de wereld aankijken. Broerlief had in kinderhuizen gewerkt waar kinderen een labeltje opgeprikt kregen. Van meet af aan is hij cynisch geweest ten opzichte van een dergelijke indeling. ‘We zijn allemaal mensen’ is zijn loffelijke instelling. Als je iedereen in gaat delen, sluit je inclusie eigenlijk al uit. Hij wilde niets liever dan blanco een kind leren kennen, zonder vooronderzoeken of bevindingen. Dat schiep een band. Met de kinderen op school heb ik eigenlijk altijd precies hetzelfde gedaan. Als er kinderen van een dagverblijf af kwamen dan las ik de rapportage nooit. Een kind bouwt een eigen relatie op samen met jou. Hoe die bevindingen zijn is persoonlijk en een momentopname. Elk label wordt een etiket dat ze jaren mee kunnen slepen door zo’n schoolloopbaan en dat zeker belemmerend kan werken of een kind tot verkeerde keuzes dwingt. Het maakt niet uit hoe je bent. Het gaat om de ruimte die je krijgt om jezelf te zijn.

Wat een prachtig onderwerp om een zinvolle dag mee te eindigen. Het gaf veel stof tot denken, maar vooral ook veel herkenning. Fijn om te merken uit hetzelfde hout gesneden te zijn. Mensen zonder grenzen, om met open armen te ontvangen. Een wereld waar je inderdaad, net als in de reclame-slogan, onbeperkt jezelf mag en kan zijn.

Overpeinzingen

Tijd voor een nieuwe dag

Er was iets waar ik al dagen tegenaan liep te hikken en wat je eigenlijk dan beter niet uit kan stellen, omdat het in je hoofd alleen maar groter wordt. Afscheid nemen van de garage waar ik al 25 jaar een trouwe klant was. De jongens hadden me vanaf het begin af aan door de moeilijke tijden heen gesleept, iedere keer als ik door een of ander voorval stremde. Bijvoorbeeld die aanrijding met het gevolg dat de auto total loss werd verklaard, of toen de motor op vakantie in de brand was gevlogen en ook na die keer dat de eerste oude blauwe prins werd afgekeurd en er een nieuwe van een lieve vriendin op de proppen kwam, zorgden zij voor de juiste stappen in mijn ontwikkelingsproces, om maar te zorgen dat ik opnieuw vervoer kreeg. Onbaatzuchtig hielpen ze mij en trouw bleef ik komen en alle garagekosten betalen. Bij sommige auto’s twee keer per jaar en bij nieuwere exemplaren een keer in de twee jaar, net zo het uitkwam.

Bij de warme bakker haalde ik appeltaart, cake en bananenbrood, stopte er een brief bij in met een foto van een tekening, die ik ooit van de kleine blauwe had gemaakt, met wat vriendelijke en vooral lovende woorden, die ze echt hadden verdiend. Zo zenuwachtig als ik me voelde, zo nuchter waren de twee mannen achter de desk. ‘Ze zullen me missen’ had ik opgemerkt tegen zoonlief. Die moest lachen en antwoordde: ‘En je centen’. Sentimentele oude dwaas, dacht ik toen ik opgelucht weer achter het stuur van de kleine blauwe kroop.

De witte bolide stond, na mijn onrustige nacht, nog ongeschonden te prijken op dezelfde plek. Samen met Lief maakte ik een ritje naar de jongste zoon om een door hem besteld pakketje te brengen. Het was opgehouden met miezeren en nu daalden grote vlokken sneeuw neer, terwijl de auto dapper meekeek tijdens de rit. Ze liet weten dat de auto voor me optrok als ik te lang bleef talmen, dat de weg glad was, stuurde bij als ik over de streep ging en deelde allerhande waarschuwingen uitvoerig met ons. Voor de carplay was zoonlief nodig, die vingervlug iets met de telefoon deed en als vanzelf kwam alles wat in de telefoon zat, ook op het scherm van de auto tot en met Spottify aan toe. De telefoon bleek draadloos op te laden, door hem neer te leggen, maar daarvoor moesten we wel eerst naar een van de vrienden van hem, om een ander hoesje te halen. Iets wat hij regelde op afstand, zodat we het alleen maar in ontvangst hoefden te nemen. Gouden jongens, natuurlijk.

Mijn onrust gold trouwens niet alleen de angst voor de nieuwigheid of het afscheid van de garage, maar het bleek ook bijna volle maan. Terwijl lief al op een oor lag, zat ik, net als mijn moeder vroeger, nog wat na te mijmeren over alles en ineens viel me de schoonheid op van een maan dwars door het filigrain van de boom heen. Een foto waard.

Vannacht scheen ze vol verve naar binnen, een heldere nacht die resulteerde in mooie blauwe lucht met wat sluierbewolking. Langzaam kunnen we de winter weg strepen en de lente omarmen. Straks komen broer van Lief en diens vrouw langs om samen de belastingpapieren door te nemen. Dat betekent soep voor bij de lunch. Een noodlesoep of een groene groentensoep met prei, doperwt en courgette, daar ben ik nog niet uit. Ondertussen is de rijm op de daken verdwenen, schijnt de zon uitbundig en is de krant volledig uitgespeld. Tijd voor een nieuwe dag.