Uncategorized

Het perfecte plaatje

Een bezoekje aan het Mauritshuis. Het verlangen naar wat inspiratie is te groot. Leve de virtuele omloop. Niet alleen kun je je laven aan de groten der aarde, maar ook is het mogelijk detail voor detail uit te vergroten tot aan de verfstreek toe. De stier van Potter, het melkmeisje van Vermeer, een studie van twee koppen van Rembrandt, het puttertje van Fabritius, een landschap van Van Ruysdael. De informatie erbij werkt ook verhelderend. Ineens begrijp ik daardoor, hoe Donna Tart op het idee van de terroristische aanslag is gekomen in haar roman Het Puttertje. Tenminste ik meen het te begrijpen. Fabritius is zelf op 32- jarige leeftijd omgekomen bij de ontploffing van een kruitschip vlak bij zijn atelier. Donna laat het Metropolitan instorten. Zo’n kruitschip dat ontploft is letterlijk een donderslag bij heldere hemel. Hoe vernuftig steekt taal in elkaar en de associatie.

Gisteren kwam het vierde boek binnen van een van mijn grote meesters der verwondering met prachtige illustraties erbij. Weer zo’n juweel. Ik beschouw mezelf als een bevoorrecht mens. Donderdagavond komen de vrienden van de leesclub bijeen, daarna kan ik eindelijk beginnen met de biografie van Jeanne Biersma Oosting door Jolande Withuis geschreven en aan de recensies van de jeugdliteratuur. Voor straks heb ik in mijn hoofd om de boekenkasten uit te wisselen. Alle recente literatuur staat nu hier boven, die kunnen naar beneden. Er mag ook een schifting plaats vinden. Wat boeken naar de lang-leve-de-kringloop en de rest naar boven. De vergeten boeken komen zo eveneens onder de aandacht.

De situatie van vriendlief lijkt te kenteren. Woensdag ga ik poolshoogte nemen. Er is een voorzichtige hoop tussen de regels van zijn mails door te lezen. Het geeft een fijn gevoel, verwachtingsvolle aanknopingspunten. Er kan meer dan je denkt. Hij bivakkeert vlakbij zee. Wie weet, zit er nog een wandelingetje in. Iets om me op te verheugen.

Het doek van de zussen was gisteren onderwerp van verandering. De jongste zus moest, doordat ik haar koppie in de juiste proporties had gebracht, in de goede verhoudingen worden afgebeeld. Tot dan toe, stond het grote hoofd wonderlijk op het gedrongen lijfje. Het is nu prettiger om tegen aan te kijken. Ze bleef maar trekken aan mijn onwil om de penselen op te nemen. Het bezorgde voortdurend een vaag gevoel van schuld. Doordat ik aan het aanpassen ben geslagen moet de vierde zus ook opschuiven. Een gebed zonder end.

Het nieuwe nummer van Stromae is gelanceerd. L’Enfer. Hij beschrijft daarin zijn eigen helletocht van de afgelopen jaren, grotendeels veroorzaakt door de psychische klachten die hij had opgelopen na gebruik van een antimalaria middel. Het is indringend en zo waar. Hij wilde niet eerder nieuwe nummers maken voor hij weer goed in zijn vel zat. Positieve energie is nodig om verder te kunnen. Ik hoop dat er nog vele prachtnummers volgen. Ik hou van deze creatieve en vernieuwende geest.

Het begin lijkt op de mysterie voix Bulgaren, maar ik kan niet traceren of ze het zijn. Mijn voorliefde voor hen stamt uit mijn volksdansverleden en de reis naar Bulgarije, waar een groot meerdaags optreden op diverse podia werd gegeven. Groepen uit het hele land kwamen dansen, muziek maken en spelen in de heuvels rond het dorp Trojan. Het was overweldigend en oprecht een lang weekend ogen en oren te kort komen om alles te ondergaan. Herinneringen waar lang op te teren valt en vaak aan wordt teruggedacht. Als ik mijn ogen sluit hoor ik, boven de merkwaardige meerdaagse pannenlatten daken uit, de indringende klanken van de Zurla en de Tapan. In die combinatie het meest vredige tafereel dat niet anders kon zijn dan zo. Het perfecte plaatje.

Overpeinzingen

Een nieuwe intensiteit

Ja, het derde boek lag in de bus. En wat voor een. Nadat ik het karton van de verpakking open had gerist, kwam er een stevig gebonden nachtblauw boek uit, met mooie krulletters in oranje/goud en een glimmend plaatje van een helifietszeeër met eronder de subtitel: Een reisgids naar je verborgen talenten. Ik vond mezelf na het beschouwen van boek en inhoud terug met een brede gelukzalige glimlach en vlak daarna met het besef zelden me zo bewust gelukkig te hebben gevoeld bij een nog te ontdekken boek.

Dat doet iets moois met je. Als musea gesloten zijn is er altijd nog het boek. Natuurlijk wilde ik er direct aan beginnen, maar eerst het andere leeswerk. Nog vier dagen worstelen met Gül.

Gisterenavond was het weer een zaterdag als vanouds. Heerlijk. Met ‘Matthijs gaat door’ krijgt het de sfeer van pyjamaatjes aan, wangetjes schoongeboend en voor de televisie je stroopwafel van de markt oppeuzelen. Iedereen genoot mee van Rudie Carrell en de uitzending met Esther Ofarim als zeemeermin bijvoorbeeld of Tom Manders als Dorus met zijn lieve mottenfamilie.

De stroopwafels hebben plaatsgemaakt voor naturel chips en de pyjama voor warme soksloffen en een huispak, maar het grote genieten is er. Hoe blij kan je worden bij het ontdekken van de passie en de vreugde, dat muziek maken oproept bij een ander. Tel de zegeningen en het wordt een dag met inhoud, herinneringen incluis.

In de rubriek ‘For Ever Young’ kwam Hans Dulfer vertellen. Hij woont ergens middenin de polder naast een oude molen, waar hij zijn archieven en de opgespaarde spullen uit het verleden bewaart. Een molen tot de nok gevuld met verleden en nostalgie. Hij verzamelde alles wat over hem geschreven was, knipte het niet uit maar bewaarde het in het geheel als katern met de achterkant erbij, een tijdsdocument om het te kunnen plaatsen. Die achterkant bleek veel interessanter en van groter belang dan het stuk over hemzelf, gaf hij aan.

Het grote pluspunt is de keur aan artiesten, die Matthijs iedere keer weer in zijn programma weet te halen. Zo kom je nog eens op nieuwe ideeën. Wie altijd bij dezelfde leest blijft, zal nooit iets nieuws ontdekken. De boodschap voor zijn eeuwige jeugd zat bij Hans in het omarmen van alles wat nieuw op je pad komt. Blijf vernieuwen en daarmee dus verjongen. Daar komt die verwondering om de hoek kijken. Aan wie zich kan blijven verwonderen en open staat voor de indrukken en ervaringen zal zich het nieuw te bewandelen pad openbaren, een nieuwe weg om in te slaan. Het wijst zich vanzelf, zoals het nieuwe kinderboek dat die ochtend door de bus gleed en waar het geluk en de wijsheid vanuit de bladzijden naar buiten buitelden.

In een artikel in Nivoz lees ik het verhaal over het belang van de kunst boven het belang van de methodeboeken. Juist omdat ze de verwondering opwekken. De schrijfster haalt daarbij een voorbeeld aan van een jongetje dat op Oeral onbevangen en vol vertrouwen de grote ballon binnenstapt achter de bedenkers aan.

Met een sprong reis ik terug in de tijd, zo’n jaar of wat geleden. Er was een oproep geweest of er vrijwilligers waren die mee wilden doen aan een experiment met een grote ballon voor een nieuwe act. Altijd in voor iets nieuws had ik me opgegeven. Dus stonden we met een groepje mensen te wachten tot we naar binnen mochten in een oude schuur of fabriekshal. Daar was die enorme ballon en inderdaad lieten we ons naar binnen leiden. We zaten letterlijk en figuurlijk in een bubbel. De ontmoetingen met elkaar werden er intenser door in die vervreemdende omgeving. Het was een bijzondere ervaring, juist omdat alles stil viel. Er praatte niemand, er was geen geluid, alleen die witte wereld, verzachtender nog dan de laag eerste sneeuw.

Een nieuwe drempel overgaan, het is een opstap naar een nieuwe intensiteit.

Ruimte scheppen

Zien zuivert

De kerstboom liet moeiteloos haar versierselen los en strooide nog enkele naalden over de vloer. Dochterlief belde terwijl ik bezig was kerst te ontmantelen. Ze kwam graag even helpen, wel zonder het kroost in dit geval. Kinderen, kerstballen en naalden gaan niet al te best samen.

Een half uurtje later belde ze aan en ging meteen aan de slag. De kerstspullen waren al opgeborgen, alleen de boom stond nog midden in de kamer. Volgende week vrijdag wordt ze buiten opgehaald. Tot die tijd mocht het als groenaccent in een hoekje van het balkon staan. Stofzuiger in de aanslag en dochterlief die de vloer schoon ragde. Ondertussen kookte het water voor de thee met bosvruchten en de Earl Grey.

Tussendoor uitrusten en theeën met een diepgaand gesprek van moeder tot dochter en vice versa. Over de vriend in nood en wat wijsheid zou zijn. Zo heerlijk als er op het juiste moment een klankbord in de buurt is. Door dat intieme delen samen schoot door mijn hoofd, dat er weinig tijd is voor dergelijke kwaliteitstijd, als de kinderen er omheen darren. Dat was ook een van de redenen dat we, de dochters en ik, hebben afgesproken een keer per jaar een lang weekend te plannen. Het leidt tot een volledig ander samenzijn. Aandacht voor elkaar, niet de moeder maar de mens. Na de thee was de rest van de kamer aan de beurt. We schoven en trokken alles in de oude positie. Alleen de sagopalm liet ik staan op de hoek van de bank. Ze voelde zich wonderwel op haar gemak in de buurt van de verwarming. De eettafel mocht in de bureaupositie. Ruim, ruimer het ruimst, zo werkte het ongeveer. De locker werd van tafel zitruimte. Wat is ruimen met z’n tweeën leuk. Van beide kanten goeie invallen. Bij het afscheid was de kamer schoner dan schoon. Voetstappen op de galerij stierven weg. Dag lieverd groetjes aan de kinderen.

Zoonlief wil een voederplaats om vogels te lokken en ze zo van nabij te kunnen vastleggen op beeld. Probleem is onze balkonkat. Pluis haar enige ontsnapmogelijkheid voor het halen van een frisse neus. ‘Dan doen we een belletje om’ grijnst hij ‘ of ze gaat aan een touwtje’. Of ze daar op zit te wachten. Ik weet zeker van niet.

In een fragment op Facebook uit het boek ‘Eeuwige Echo’s’ van John O’Donohue kom ik iets tegen dat uitstekend geschikt is tijdens het winteren in deze dagen. Hij zegt ‘Zodra je rust in het huis van je eigen hart, beginnen deuren en ramen naar buiten open te gaan naar de wereld. Niet meer op de vlucht voor je eenzaamheid, je connecties met anderen wordt echt en creatief. Je hoeft niet langer heimelijke affirmatie te schrapen van anderen of projecten buiten jezelf’ Meteen er achteraan komt er een waarschuwing: ‘Dit is traag werk; het duurt jaren om gedachten thuis te brengen’

Het is tevens het proces dat in gang wordt gezet bij het ouder worden, merk ik. Tenminste, zo voelt het voor mij. Sinds ik de tijd heb en zeker ook de rust om in mijn eigen retraite te gaan, kent ‘alleen zijn’ geen eenzaamheid en geen wanklank meer. In die innerlijke stilte vindt de rust die weg. De meerwaarde van de sociale media is het delen van dergelijke verheffende inspiratie, een overpeinzing waard. O’Donohue komt in ieder geval op een van mijn nader te bestuderen-lijstjes.

De boom voor het raam

In de boom voor het raam zit de kleine boomkruiper. Ze kruipt omhoog in spiralen rond de stam en de takken, een en al nijverheid en op zoek naar heerlijkheden tussen de grillige bast. In de stilte van het moment valt deze piepkleine harde werker het gezichtsveld binnen. Zien zuivert.

Overpeinzingen

Er de bezem doorhalen

Een van de kauwtjes uit de dakgoot is danig in de war. Ondanks de lichte rijp op de daken haast ze zich met tak vanaf het nest naar de boom en laat het daar vallen, terwijl ze parmantig heen en weer wandelt over het rondhout. Ze heeft het op haar heupen en is bezig met de grote schoonmaak. Omdat het me aan vroeger herinnert en de eerste grote schoonmaak in de lente, waarbij alle buurvrouwen in wolken stof wiegden op het ritme van de mattenkloppers in de achtertuinen, vermoed ik het vrouwtje. Er werd toen geschrobd, geklopt, geschuurd en geschuierd dat het een lieve lust was, vuurrode armen uit de opgestroopte mouwen. Winter eruit verbannen, nieuw en schoon leven erin geblazen. Dwars door mijn reis door de herinnering heen vierde verbazing hoogtij. Ze zal toch niet nu al aan het nest beginnen. Er moest minstens nog een winter of iets wat er op lijkt, komen. Ik wacht de acties met spanning af. Er gebeurt heel wat in het leven buitengaats.

Vriendlief heeft zijn omstandigheden beschreven. We moesten maar eens samen aan het werk om een en ander in goede banen te leiden. Mijn indruk over het geheel is er gesterkt uitgekomen. De allereerste stap zal een bezoekje zijn.

Gisteren was er sprake van twee afspraken achter elkaar. Mijn boek ‘De zwarte schuur’ van Oek de Jong voor de jarige schoonzoon moest naar de plaats van bestemming gebracht worden op een tijdstip dat het rustig was. Natuurlijk zat er al een nichtje met twee kinderen in dezelfde leeftijd als de filosoof en zijn zus. Verstoppertje door het hele huis, geroffel op de trap, balletjes trappen, een beetje de jongsten plagen, met poppetjes spelen, zoete broodjes bakken met chips en limonade…Het was er allemaal. Er tussendoor, af en toe nauwelijks verstaanbaar, de pedagogische problemen, corona-perikelen, familiebanden in een notendop. Om vijf uur een deurtje verder voor de boodschappen en een bosje bloemen voor de volgende visite.

Vriendin en manlief met hun nieuwste aanwinst, een prachtige zwarte trouwogige lieverd. Eindelijk zou ik hem in levende lijve zien. Er waren al vele foto’s langs geroetsjt op social media, maar in levende lijve aanschouwen was toch leuker. Ze waren druk bezig in de keuken, zag ik, toen ik de feestelijk verlichte entree inliep. De beslagen ramen getuigden van een nijvere voorbereiding.

Dat vertrouwde sfeertje van jarenlang met elkaar de tijd gedeeld te hebben, zette zich moeiteloos voort, de rest van de avond. Natuurlijk kwam school langs en het prachtige systeem waarin de Jenaplan en wij de lesstof hadden gegoten. Hoe het diende tot opvang voor alle kinderen, die door anderen als ‘moeizaam‘ werden aangemerkt. De bakermat van het aloude principe ‘laat alle kinderen tot mij komen’ in een sociale context en letterlijk uitgevoerd. We haalden juweeltjes uit deze schatjes met ieder hun eigen kwaliteiten, die nu ruim boven konden zwemmen. Dieper duiken deden we ook, Erasmus kwam langs, bijzondere vriendschappen, pensioenperikelen, geloof, de liefde voor het dier en dat alles onder het genot van een heerlijke, op Oosterse leest geschoeide, maaltijd. Het huis straalde gastvrijheid en warmte uit conform de lieve vrienden.

Het rijke leven, zo’n onthaal en met de belofte van zeker snel weer, niet meer zo’n lange pauze als ervoor, nam ik met een ‘Namaste’ afscheid. Thuis knipoogde de kerstboom met haar lampjes me olijk toe. Morgen ben jij aan de beurt, beloofde ik. De drie koningen zijn inmiddels gearriveerd. Ik denk dat ik de kauw maar eens achterna ga. Opruimen en er de bezem doorhalen.

Overpeinzingen

Kan iets gelukzaliger zijn dan dat

Het eerste boek is binnen. Verleidelijk, dus toch alvast drie hoofdstukken gelezen. Dat is geen titanenklus, want het zijn mooie afgemeten lengtes. En spannend is het al snel. Het verschil van een goed boek met een moeizaam exemplaar is dat het ene je onmiddellijk op haar trein laat stappen en de ander maar blijft talmen op het perron met gesloten deuren. Ik doe mijn best Gül uitgelezen te krijgen voor aanstaande donderdag, dan komt de leesclub bij elkaar, maar het is een bezoeking. Ik ben benieuwd wat de anderen ervan vinden.

Het kleurde opnieuw prachtig boven de daken. Een zacht rozerood luidt een zonnige dag in. Met een etentje in het verschiet vanavond extra feestelijk.

Gisteren zag ik de film Philomena op NPOPlus. Ze is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Een Ierse dame gaat op zoek naar haar zoon, die tegen haar wil in, door de nonnen is verkocht aan rijke Amerikanen. Een schrijnend relaas. Nog heftiger vond ik het verhaal dat tussen de regels door verscheen en minstens nog wel goed zou zijn voor een film of een boek of twee. Die van de begraven, jonge, soms heel jonge moeders, die de bevalling niet hadden overleefd. De zusters hanteerden de grote doofpot met verve en gingen zelfs zover de archieven te verbranden. Het had weinig tot niets met barmhartigheid te maken, al stond dat groot op de poort vermeld.

In het nieuwe nummer van Zin-magazine schrijft Stef Bosch over hartstocht: ‘Wat een mooi woord. Een synoniem voor ‘passie’ maar het komt dichter bij de kern van waar het over gaat. Een hart op de tocht’. Bij nader onderzoek is het niet de deur die openstaat tegenover de ramen en de lucht die het daarmee naar binnen sluist, maar is het ‘tocht’ in de betekenis van trek ofwel begeerte. Volgens Stef: ‘Hartstocht is een rivier die zijn eigen weg gaat‘ en zich dus niets aantrekt van eventuele gedachten. Mooi beeld levert dat op. Zo’n eigenzinnig hart dat, overspoeld door verlangen, rücksichtlos door roeien en ruiten gaat om daaraan tegemoet te komen.

Ik kan uit volle overtuiging zeggen dat ik hartstochtelijk veel van bepaalde dingen hou. Taal bijvoorbeeld, schoonheid in de breedste zin van het woord. Mooier dan passie en hartstocht dekt bevlogenheid de lading. Het stijgt boven de lust uit en is de drijfveer, de motor achter het handelen. Het geeft het leven kleur en maakt het daardoor waard om geleefd te worden. Hoofd, hart en handen zijn ermee gemoeid. Een hart op de tocht doet me aan ‘hunkeren’ denken en het eeuwige, vaak ook, onvervulbare verlangen dat overgaat in weemoed en stil verdriet.

Zo werkt dat met de beelden in het eigen hoofd. een volstrekt ander verhaal. Niet meer of minder waar, gevoed door eigen ervaring en waarneming. Dat hele persoonlijke, dat er voor zorgt dat er meerdere wegen naar Rome leiden. Bijzonder, dat denkhoofd van ons.

Het begin van de sjaal is er. Het stemt tot nadenken of soms tot helemaal niets. Dan brei ik me rechtstreeks een wolkenloze hemel in, zonder wat dan ook. Stilte, getik van pennen en verzonken in het ‘recht en averecht’ van het moment. En dat met alle rond cirkelende gedachten als die van mij en met al mijn passie, mijn hartstocht en bevlogenheid. Even op de pauzeknop gedrukt. Kan iets gelukzaliger zijn dan dat.

Overpeinzingen

Nog altijd

Eergisteren werd er een klein pakje bezorgd om half acht ‘s avonds. Respect voor deze harde werkers die van hot naar haar lopen om onze noden te lenigen. Hij werd met gejuich begroet, want ik wachtte al een aantal dagen op deze bestelling en zoals verwacht zat het feestelijk in mooi bedrukt vloeipapier verpakt met een kaartje en een beschrijving erbij. Vijf prachtige kleuren wol van een mooie kwaliteit voor mijn troostsjaal in donkere dagen.

In 2017 toen ik moest herstellen van mijn infarct heb in in de drie maanden daarna een meterslange sjaal gebreid in okergeel. Breien werkt helend. De handen doen voort terwijl de geest wegdwaalt in de meest uiteenlopende hersenspinsels, al net zo rustig en bedaard als het ritme van de breinaalden je vertellen. Zo kabbel je verder, terwijl er onder je handen een stilistisch eenvoudig maar toch kunstig weefsel verschijnt, en niet in de laatste plaats om die prachtige natuurlijke tinten.

Hoera, al drie toezeggingen voor de kinderboeken zijn binnen. Het is een prachtig thema en ik probeer om voor alle leeftijden te vinden wat de noodzaak van verwondering benadrukt. Kinderen verwonderen zich van nature, het is de volwassene die er ruimte aan moet leren geven. Stap af van je bagage en je denkhoofd en glij in de bijzondere wereld van het kind. De gekozen boeken helpen daarbij. Als ze zijn wat ze mij beloven in advertenties en aanbevelingen. We gaan het ervaren.

Gisteren had ik maar liefst drie mensen achter me staan bij de fysio. Ik was vast gaan inlopen op de band. Mijn eigen fysio had er twee stagiaires bij, die hij ondertussen bestookte met vragen waar ze hun hoofd op mochten breken. Ik moet altijd op mijn tong bijten om het antwoord er niet gewoon uit te flappen, maar ik hield me keurig in. De vierdejaars mocht met me aan de slag en het was een prettige ontmoeting, al moest ik een aantal oefeningen doen, die niet vanzelf gingen. Kramp, disbalans, maar verbeten blijven proberen natuurlijk. Het heerlijke van een serieuze stagiair is de toewijding waarmee hij aan het werk gaat. Respectvol, voorzichtig en geduldig. Alle routine is er nog niet ingeslopen. Het half uur vloog om.

Zoonlief is aan het vogelen geslagen. Hij trekt er met vriendin en pittige camera op uit, om urenlang tussen het riet te liggen terwijl hij wacht op het juiste moment. Zijn geduld wordt nu nog beloond met de kleintjes, roodborstje, puttertje, staartmees, vink en dan is er ineens een valk die de ganzen beneden hem de stuipen op het lijf jaagt en een buizerd die zich laat bewonderen in een wijd gespreide vleugelpracht. Wat een mooie dromen vangt zijn jonge ambitie. Geen rap of rock uit zijn EarPods, maar vogelgeluiden, de een na de andere. Vriendin kent dezelfde interesse om beelden te vangen, maar dan de paddestoel, een blad dat het laatste zonlicht vangt, de grillige bast van een boom. Wat een heerlijke hobby en zoveel om te ontdekken. Op de manier waarop hij altijd weer een uitdaging aangaat en zorgt dat het een kracht wordt en kwaliteit levert, ben ik trots. Nog mooier is om te ervaren hoe jeugd begon, gretig met een drang naar meer. Zo herkenbaar en nog steeds achter een van de deuren in mijn hoofd te vinden. Jeugdig elan. De deur die open zwaait, als de tijd er om vraagt. Nog altijd.

Op avontuur

Dag mooie plek

Een verlate Nieuwjaarsdag met zoonlief. Op de eerste was er sprake van griepachtige verschijnselen, dus dorsten ze het niet aan. Ergens halverwege onze woonsteden zochten we het avontuur in de Lange Duinen, onderdeel van de Soesterduinen. Natuurlijk had grote broer zijn vrolijke rode bal mee en al direct op de parkeerplaats stond hij oog in oog met een ponypaard, waarover hij honderd vragen afvuurde op zijn vader. De berijdster vroeg vriendelijk of hij er op durfde zitten. We bespeurden een lichte aarzeling, maar de nieuwsgierigheid won. Even later zat hij trots voorop te glunderen met een handje nog in de grote vertrouwde knuist van zijn paps. Wie niet waagt, die niet wint.

Even later trokken de sparappels op het pad de aandacht, maar toen we hem wilde tonen hoe ze aan de boom groeiden, waar nog een late eenzame vrucht hing, had hij al weer oog voor de bal. Veel honden op het pad, die hem geen angst inboezemden. Eenmaal buiten het bos kreeg de wind een venijnig randje, dit tot ongenoegen van de Benjamin, die naar adem hapte met de volle laag in zijn snoetje in zijn moeders draagzak.

De grote zandbak toonde clusters, kleine groepen mensen met heel veel honden. We zochten de stilte. Tussen twee bomen in, met een grote reikwijdte, waren twee elastieken gespannen, waarop twee mensen balanceerden. Bijna als op de trampoline voerden ze hun capriolen uit.

Om de drassigheid te ontlopen moest er goed gekeken worden waar je de voeten neerzette, en ook, minder prettig, door de talloze hondenpoep, wat een minpuntje veroorzaakte. Schoondochter kon niet over de berg kind en sjaals over haar buik heen kijken, dus was ik haar geleide en had haar gelukkig vast toen een grote hond uit het niets tegen haar op sprong en met zijn lange riem onze voeten omstrengelde, maar zo hard trok, dat het nog gevaarlijk werd ook. Ik zette een van mijn grote kloffen op de riem en voorkwam dat we onderuit geschoffeld werden. Toen wij ons uit de touwen hadden los geworsteld, dartelde hij vrolijk door naar grote broer en, waar ik bang voor was, geschiedde. Met een sprong lag de kleine pork in het zand, dodelijk geschrokken en in tranen. Er liep nog een grotere hond achter bij twee mensen, die aan het grijnzen waren. ‘Die van ons doet niets hoor’, riepen ze. Volkomen onbegrijpelijk voor ons, tot achter hen vandaan een vrouw kwam aanrennen en zich in allerlei toonaarden verontschuldigde. Het was die van haar, jonge hond, speels, moest nog veel leren, lange riem, losgetrokken, het hele riedeltje. Wilde grote broer hem eens aaien. En ondanks de schrik, wilde onze dierenvriend dat wel. Eind goed, al goed.

Dader op de plaats delict

Zo viel er nog veel te ontdekken en beleven in die grote zandbak. In de luwte van het bos liepen we terug, maar het kleine willetje had in zijn hoofd gezet om nog even bij de balanceerders het kunstje af te kijken. Zwieperdezwiep, zo zwaaide het smalle koord. Als ze er na een te grote waaghalzerij van af vielen, hoorde je een doffe klap in het zand. Niet helemaal zonder gevaar dus, die grote mensenwereld. Gelukkig was er weer de bal en helaas ook hier had hond het pad gemarkeerd. Dan maar op de nek van zoonlief. Hoog en droog. Benjamin was al lang in slaap gevallen.

Wat een fijn avontuur. Moe maar voldaan in de autostoel stuurde hij kushandjes naar oma in de blauwe auto. Dag lieverd tot gauw. Dag mooie plek.

levenskunst/wandeling/natuur

De vervulling van het verlangen

Buiten wordt er ijverig geklotterd op ijzer. Dat geluid hebben we voor minstens twee weken niet gehoord. Iedereen op kerstreces. Je mist iets pas als je een geluid hoort ná afwezigheid. In die dagen hoor je stilte en het verbaast je niet omdat alles stilgevallen is. Een schrijfvriend haalt in een overpeinzing aan, dat hij liever verkiest te schrijven over wat er niet is. Hij laat zijn poëtische woorden vergezellen door de woorden van de Mier van Toon Tellegen tegen de Eekhoorn, wijze woorden. ‘Wat wij horen,’ zei de mier tegen de eekhoorn ‘is bijna niets. Er is zo veel meer dat wij niet horen…’ De eekhoorn zweeg. Hij had nooit nagedacht over wat hij niet hoorde.

Er kan puur verlangen zijn naar wat er niet is. De schapenwolkjes die plotseling, zo leek het, verschenen na de ongelooflijke somberte van de vroege morgen, waren voor mij een grote onbedwingbare lokroep naar de zee. De Sirenen deden hun uiterste best en zongen het lied van verlangen, binnen twee tellen besloot ik die wens te vervullen, eenvoudigweg omdat het binnen het bereik lag. Zussen geappt, wie gaat er mee, alle alarmbellen van de media over code geel negerend. Een straffe wind voor helderheid in het hoofd, het was me heel wat waard. Twee zussen konden niet, maar fotozus ging mee.

Foto: zus Marijke

De kleine Blauwe begreep de noodzaak en bracht ons gezwind en bijna foutloos naar Kijkduin. Een afslag gemist, dus via het veel te drukke Scheveningen. Zonovergoten baadde het land in de onwinterse warmte. Het geluk was al de hele weg meegereden en hield ons een zonnig vooruitzicht voor, als de appel aan de stok om de ezel te bemoedigen.

De eerst gevonden parkeerplek bleek een invalidenplekje, de tweede was een gaatje, maar paste precies. Geen parkeergeld vertelde mijn parkeerapp en bevestigde een vrouw in een auto er tegenover. Wat gastvriendelijk, het siert de gemeente. Een mooie plek die ons rechtstreeks naar een klein duinpan leidde en omhoog. Kalmpjes aan, dan brak het lijntje niet. De batterij van het fototoestel bleek leeg. Zus gaf tips en schoot met kunstenaarsoog haar plaatjes bij elkaar. Boven het helmgras uit zagen we behalve het felle zonnelicht de halve bogen. De lucht was vol van vreemde vogels en had de meeuwen verdreven naar rustiger oorden. Om het duin heen dreef de wind de wangen rood en het haar, wijselijk opgestoken, weg uit het gezicht.

Het was er druk en toch weer niet. In de massa was er meer dan genoeg ruimte om vlak langs de vloedlijn te lopen en niets anders te zien dan zon en zee, de flikkering op het water, de weerspiegeling in de teruggetrokken natte vlakte, de aanstormende golven en het aangename razen en trekken van de grommende wind, waar de kitesurfers zich lieten meevoeren in het behendige samenspel tussen de elementen en hun jonge lijven en hun jeugdige overmoed. Een kraai stapte er doodgemoedereerd rond tussen alle bovenmaatse en minieme kleine schoothonden in. Maar tussen ons en de zee was er slechts de leegte, het vuilgele schuim, de stralend witte kragen en het oneindige blauw in alle tinten.

Wat een karma was er op deze dag. Alle schoonheid in balans te samen om het natuurlijke evenwicht in ons te herstellen, de oude jassen uitgedaan en als herboren de nieuwe aangetrokken. Wat een heldere ingeving met de juiste intentie om het nieuwe jaar in te gaan. ‘Een goed begin is het halve werk’, zegt het spreekwoord. Het heeft zo moeten zijn, dat we op het juiste moment in het juiste uur, precies één uur, daar waren, waar alle elementen samen balden om nieuwe energie door te geven. Opladen en heel lang genieten met een belofte om meer gebruik te maken van ons goede gesternte als dat wakker werd gefluisterd. En zo is dat. Een goed voornemen is al de helft van de vervulling van het verlangen.

Uncategorized

Zilte zee, zon, wind en zoutkristallen

Als het in het hoofd eenmaal stormt, dan stormt het goed, in variatie op het thema van het lied van De Dijk. Het tolt in het rond, een aantal gedachten, dringt zich een voor een op, en maalt en het schuiert. Er is geen houden aan. Alles heeft te maken met de zoektocht naar een tijdelijk onderkomen of tijdelijke behuizing voor vriendlief, die het nu op een kleine kamer moet zien uit te houden met, minimaal, met eveneens rondtollende gedachten k tegen het decor van de depressie, die nu over het land trekt, een allesbehalve opbeurende situatie.

Gemiddeld om het uur word ik wakker en ontsluit de verscheidene pagina’s van tijdelijk verhuur, anti-kraak, natuurparken met huisjes voor tijdelijke bewoning, groter dan een kip caravan. iedere keer slaap ik daarna weer in en droom dan een ideale of een desastreuse situatie bij elkaar, eigenzinnig.

Zelfs de kauwtjes uit de dakgoot laten zich niet zien in deze somberte. Hoe doen kauwen dat, zich verstoppen. Waarschijnlijk koppie diep tussen de vleugelveren en je niet meer verroeren. Grijs, grijzer, het grijst, vijftig tinten zijn het niet, maar gemiddeld vallen er vijf schakeringen te ontdekken. Van Payne grey tot blauwgrijs. om de donkerte kracht bij te zetten valt de regen bij tijd en wijle loodrecht naar beneden of miezert en sijpelt door.

Met dat ik bovenstaande opschreef en tussendoor naar Filmtalk keek, een interview van Noa Johannes met Danielle Kwaaitaal over de film van gisterenavond van de VPRO met de titel ‘Jimi. All is by my side’, blies een stormachtige wind de dikke deken open. Als je de film gemist hebt, is het zeer de moeite waard om hem terug te kijken om te zien hoe de wat verlegen Jimmy transformeert in de legendarische Jimi Hendrix in de vrijstaat die het leven eind jaren zestig/ begin jaren zeventig was, kleurrijk en experimenteel.

Gisteren bleef het bij rondlummelen en dan is de keuken de aangewezen plek nog iets uit de handen te krijgen, in dit geval een Caprese in bladerdeeg op de plaat. Heerlijk, half uurtje bereiding en daarna binnen twintig minuten op tafel. Op de geur alleen al roffelde zoonlief met schoondochter de trap af om te kijken wat moeders nu weer had verzonnen. met 2/3e van de plaat verdwenen ze weer naar hun domein. Het smaakte heerlijk.

Hoera, schapenwolkjes, dat klaart letterlijk en figuurlijk op. Onmiddellijk komt de energie terug en kunnen plannen gesmeed worden om deze dag wat te ondernemen. Ik verlang naar het strand om alle perikelen en stofnesten daarboven even door te laten blazen en schoon en fris weerom te keren. Vaak levert het nieuwe ideeën op en de betere ingevingen, hard nodig nu. De zon piept er zelfs doorheen.

Schoonzoon is jarig maar mijn beurt om op het feest te komen is pas donderdag, dat hebben we op oudjaar afgesproken. Morgen wordt er wel een kleine verrassing bezorgd. Het heeft ook wel wat, dat intieme vieren. Het komt sneller tot diepgang en het moment van ontmoeten telt dan dubbel.

De oproep om naar zee te gaan is geplaatst in de app van de zussen. Ik ben benieuwd wie ik naar buiten gelokt krijg. Ik kom eraan, zilte zee, wind, zon en zoutkristallen.

Overpeinzingen

Een sprankje is genoeg

De blog van vorig jaar had ik moeiteloos kunnen gebruiken voor vandaag. Het was er allemaal. Het negeren van het vuurwerkverkoop met meer illegaal en zwaar vuurwerk dan ooit, poes pluis die dicht bij me in de buurt bleef en dankzij haar aangepaste brokken met een meer bestendige maag bij harde knallen. De inderhaast weggegriste oliebollen en vier appelflappen uit het broodschap van de supermarkt, Matthijs gaat door, dit keer met beloofde chansons in de toekomst, de klok en de Tribute to Freddy Mercury gezien. Voor de tweede keer die dag, maar zo boeiend. In de ochtend had ik de docu ‘The final Act’ van James Rogan over het gevecht van de zanger met Aids op 3Doc bekeken en was er de hele dag al behoorlijk van onder de indruk. De uitsmijter, en niet de mijne, dan dit keer Peter Pannekoek in plaats van Youp. Niet de helderheid van geest om geconcentreerd te kunnen luisteren en een oordeel te vormen. Dat is voor later.

Ook vorig jaar begon het nieuwe jaar met een droom, toen over de zussen en nu over mijn lieve Cioful en de Wijze, maar niet minder levendig en met een stralende heldere lucht als belofte voor alles wat nieuw is in dit komende jaar.

Het oude jaar was afgesloten met een heerlijke familiedag, eerst met het grote cadeau van het aflopende jaar, namelijk nieuwe kleindochter en schoondochter, en zoonlief. Een matineus begin met thee en geknutsel om half elf. Daarna op mijn gemak, tussen alle drukte door, de boodschappen en vervolgens naar het huis van dochterlief. Stenen schilderen met de nieuwe acrylstiften. Heerlijke bezigheid en om Aboriginals-kunst te maken, een uitkomst voor het betere stipwerk. Daar kwam ik achter toen ik zo’n steen maakte voor de kleine filosoof.

Met zijn zus in de buurt werd het al snel spelletjes uit de grote klepbank, onder andere een potje uno, waarbij ik haar op kleur liet sorteren. De opgetogen snoet om het door hebben van dat kunstje maakte extra duidelijk hoe waardevol zo’n succeservaring zijn kan.

Ondertussen was dochterlief druk in de weer met haar vegetarische rijsttafel en met de kleine zwarte poes Daisy, die voor een wandelingetje naar buiten was gegaan en ondanks het gerammel met brokjes en een bekende lokroep geenszins van plan was binnen te komen. Het leverde een ongerust vrouwtje op, vooral na iedere knal of kleurenuitbarsting buiten. Terwijl wij plaats namen aan het feestmaal kwam ze, haast achteloos, aangekuierd. Het teken om de maaltijd ten volle te laten smaken. Het was heerlijk en feestelijk. Zoonlief en schoondochter waren ook aangeschoven.

Ik liet ze achter en ging naar mijn eigen retraite-moment. Op de bank met wat appelflappen kwam de mail van de lieve wijze vriend binnen, die een overzicht had gemaakt van zijn moeizame jaar. Het leverde stof tot mijmeren op. Wat is de weg om hem zijn isolement te helpen overwinnen, nu de jaren beginnen te tellen en gaan opspelen in kwalen en kwaaltjes. Het allergrootste obstakel is zijn mismoedigheid die danst op de ongelukkige omstandigheden. De warmte van de mensen om je heen weten, maar er niet bij kunnen. Tussen de regels door ligt het lakende onvermogen verweven om tot een goede oplossing te komen.

Het zijn de momenten, waarop een naarstig zoeken naar een opening in het grijze grauw begint en die zich hopelijk aanbiedt om met beide handen te kunnen worden aangegrepen. Dat licht, die hoop. Een sprankje is genoeg.

Overpeinzingen

Een belofte vol schoonheid

Op de site van de stichting Nivoz kom ik een verhaal tegen over aandacht en het voorgenomen streven van de auteur om in het vervolg er te zullen ‘zijn’. Ze haalt een verhaal aan over een kind dat haar vraagt of hij op de IPad mag. Het antwoord verzandt in allerlei opmerkingen, maar wordt geen antwoord op de gestelde vraag. Deemoedig gaf ze toe dat ze de vraag moeilijk vond en derhalve er omheen bleef dralen.

Er schiet me een gesprek van lang geleden te binnen. De juf van de volksdansvereniging was bezig met het maken van kostuums voor de optredens, toen haar zoon binnenkwam. Hij praatte aan een stuk door over wat er op school allemaal was voorgevallen. Ze antwoordde steeds met stopwoorden. Jaja, mmmm, huhhuh. Hij bleef het proberen maar ving niet de aandacht waarop hij duidelijk vlaste. Al wat hij nodig had was oogcontact, een luisterend oor en een kopje thee. Kortom een klankbord.

Er werkelijk zijn is een loffelijk streven. Het op de loop gaan van je gedachten herkenbaar. In het eerste verhaal werden vliegensvlug gedachten tegen elkaar weggestreept en kwam het daarom niet tot een helder antwoord. De oplossing bleek eenvoudig, namelijk te vertellen wat ze er werkelijk van dacht, ‘Liever niet, want je hebt de hele dag al gezeten, ga lekker spelen’, waar gehoor aan werd gegeven zonder morren. Een minuut echte aandacht weegt zwaarder dan een half uur vage antwoorden.

Iets om ons te realiseren, nu we ongemerkt vaak naar het scherm van de telefoon aan het turen zijn. Oogcontact maken, een echte ontmoeting hebben, het is een kostbare begrip. Een mooi voornemen, meer in contact met elkaar zijn, nu de ontmoetingen sterk zijn uitgedund. Laten we er diepgang en kwaliteit aan geven.

Ik peins over de laatste dag van het jaar, toen ik nog kind was. Eigenlijk stond die altijd in het teken van de oliebollen en de appelflappen. Ongelooflijk dat mijn moeder echt een wasteil met beslag had staan rijzen onder de theedoeken. Ze had er een dagtaak aan, samen met mijn vader, om er de bollen van te bakken. Appelflappen van vroeger kan je alleen maar zelf maken, als je die smaak van toen terug wil. In niets lijken de moderne varianten erop. De oliebollen mochten uitdampen in de koele kelder en iedere keer liep een van ons naar beneden om de schaal aan te vullen, die op tafel stond.

Om ons wakker te houden was er een bordspel dat mijn opa gemaakt had en waarvan ik de details niet meer heb onthouden. De jongens waren doorgaans met de verzameling kerstbomen in de weer. Ze moesten naar het braakliggend landje aan het begin van de straat versleept worden. De hele week voor oud en nieuw waren er grootscheepse kerstbomenjachten geweest. De veroverde exemplaren lagen bij ons in de tuin opgeslagen. Ik was er heilig van overtuigd, dat dat was omdat onze vader bij de politie werkte. Exact om twaalf uur ging de vlam erin onder groot gejuich, klokkengebeier en rondvliegende gillende keukenmeiden en rotjes. Wij als kleintjes stonden bibberend van de spanning en de slaap aan de deur met een brandend sterretje en alle buren liepen bij elkaar naar binnen om Gelukkig Nieuwjaar te wensen.

Vanavond zal ik alleen met Pluis mijn jaarwisseling zoetjes en genietend ondergaan. In alle stilte met af en toe een belletje van een van de kinderen. Zo wil ik het het liefste. Overpeinzen, in het moment zijn, het leven koesteren. De ochtend geeft alvast een voorbode voor de feestelijke afsluiting vanavond en kleurt de hemel met haar eigen vuurwerk prachtig rozerood. Een belofte vol schoonheid.

Film.·Literatuur.

Hoe kleiner de begrenzing, hoe groter het bereik

Sofietsje deed haar uiterste best, maar verder dan twee minuten+een ging het gisteren niet. Vandaag derhalve vier. Voordat ik naar de Oostvaardersplassen kan fietsen, duurt het nog wel eventjes. We gaan stug door, met ademhalen en met opbouwen. Op die plassen kwam ik omdat zoonlief met vriendin daar vandaag is heen getogen om foto’s te maken. Het weer is er niet naar, maar waarschijnlijk levert het dan juist veel boeiender plaatjes op. Ze zijn er goed op gekleed en kunnen wel tegen een stootje.

Vannacht keek ik Wintergasten terug. Om tien uur ‘s avonds kan ik het niet opbrengen, veel te moe om me goed te concentreren, want dat is een vereiste, wil je geen woord laten ontglippen in dat boeiende gesprek. Dit keer was het de schrijver Colson Whitehead. Welbespraakt, met een keuze uit boeiende fragmenten en hoe hij zijn weg heeft gevonden in het schrijversbestaan en de stad New York. Wat een heerlijke zinvolle programma’s zijn het toch. Het zet een mens aan het denken, is inspirerend en brengt stof tot filosoferen.

Een fragment uit de film The twilight zone, een zwart/witfilm uit de jaren 50. De hoofdpersoon is een nerd, die stiekem boeken leest in de kluis van de bank waar hij werkt en dan is er de Apocalyps, die hij als enige overleeft. We zien hem klauteren over de puinhopen van de bibliotheek en hij kan zijn geluk niet op als hij stapels klassiekers tegenkom. Hij legt ze op stapels in maanden en bij een klok tussen het gribus, realiseert hij zich, dat hij de tijd heeft gewonnen. Alle tijd zelfs, om niets anders te hoeven doen dan dat wat hij het liefste doet. Lezen, lezen en nog eens lezen. Geweldig. En dan gebeurt het meest desastreuse dat hem kon overkomen. Zijn bril valt en de glazen breken. De grote teloorgang, zijn droom volledig aan diggelen. Hij is verdoemd, net als alle anderen.

Je voelt zijn ontreddering. Het moge duidelijk zijn. Juich niet te vroeg, want een ongeluk zit in een klein hoekje. Je kan nog zo alle touwtjes in handen hebben, maar het lot beschikt.

Het fragment uit Downtown ‘81, een film uit de tachtiger jaren met Jean-Michel Basquiat geeft een prachtig beeld van het Manhattan in die tijd. Wandelen door New York doet me denken aan mijn eigen week bij een goede vriend daar. Het MoMA, Central Parc, de trappen naar de entree van het Metroplitan museum, het komt allemaal langs en is ruim in beeld. In 2000 toen ik er was, hebben we vooral alles lopend gedaan, met gevolg, dat de waarneming scherper is. Sfeer, geur, indrukken, ze leven nog steeds voort in de herinnering. Met deze beelden komt alles even helder terug. Een aangrijpende en ontroerende scène zat in het laatste fragment, een verfilming van zijn boek The underground railroad, die vanaf gisteren op de nominatie staat van zeker te lezen boeken.

Al met al weer een bijzondere maannacht toegevoegd aan het rijtje. De ochtend was goed voor een twee uur durende inhaalslaap en een lucide droom. een mooie manier om het jaar langzaam uit te luiden. Ook staat er nog een bliksembezoek en een etentje te wachten op oudejaarsdag. Maar ‘s avonds wil ik op de bank met Pluis en haar, ondanks het verbod, de denkbare, knallende avond doorloodsen.

Gisteren kreeg ik een prachtig boek van schoondochter lief. Haar lievelingsboek, Cecile & De tocht van Kareem van Ish Ait Hamou, in een gebonden versie met sfeervolle dromerige illustraties van Penelope Deltour. Als dank voor het feit dat ze hier mag zijn en zich zo welkom voelt. Vanzelfsprekend natuurlijk, iemand die mijn kroost omarmt, omarmt mij. Het moet nog even wachten, maar o, wat verlang ik naar poëzie en de schoonheid van de taal. Nog 290 bladzijden van ‘Ik ga leven’ te gaan.

Verwondering is het thema van de kinderboeken dit keer. Mooie rijke speurtochten door de jeugdliteratuur, met uitbreiding naar het middelbaar. Beter. Hoe kleiner de begrenzing, hoe groter het bereik.

Inspiratie·Overpeinzingen

Die van het zegevieren

De dag begon met een ellenlange rij aalscholvers, die luid kekkerend overvlogen. Te snel om met tegenwoordigheid van geest mijn telefoon te pakken om het plaatje vast te leggen. Fascinerend. Tegelijkertijd ook kenmerkend voor deze tijd van het jaar. De dikke grauwe deken over de wereld en de donkere grote rij vogels er middenin. Het sluimert, het overpeinst, melancholie smeert zich uit. De bijbehorende stilte ontbreekt.

Ik zie op een filmpje van ‘See All This’ Claude Jongstra struinen door haar winterse tuin, met de silhouetten van de kaardenbollen, de meekrap, de gulden roede, de brandnetel en het fluitenkruid. Verwenste planten in een border of aangelegde tuin, maar de kiem voor de schoonheid van moeder aarde in al haar kracht. Claude verft er onder andere haar wol van de Drentse heideschapen mee en raakt geïnspireerd door de kleuren van deze prachtige planten. Haar nieuwste kunstwerk is ‘Guernica de la Ecologia’. Een monumentaal kunstwerk geïnspireerd door die van Picasso en op dezelfde grootte, monumentaal dus, uitgevoerd. Een ode aan alle vergeten gewassen en kruiden. Ze laat me achter met heimwee naar mijn kleine paradijs. Straks, het komt wel weer. Nu blijven we bij de boom voor het raam en de verrichtingen van het echtpaar Kauw en de Kool-en-pimpelmezen.

Het past bij mijn mijmeringen over de twaalf midwinternachten, waar we nu midden in zitten, de nachten van 20 tot en met 31 december en die vermoedelijk de oorzaak zijn van mijn wakkere doorleving. ‘Niemandstijd’ noemen ze het in het blad Happinez, die ik speciaal cadeau heb gedaan aan mezelf, omdat het onderwerp ‘Dromen’ was. De yule-beleving krijg ik er gratis en voor niets bij en sluit prachtig aan bij het boek ‘Winteren’ van Katherine Mae. Twaalf nachten om filosoferend te ondergaan of blanco te blijven op de vibraties van wat zich aandient in een persoonlijk mantra. ‘Niemandstijd’ is een wonderschoon begrip. Als een hagelwit en onbeschreven blad dat zichzelf volschrijft met gedachten. letters die gevormd worden tot woorden, woorden die in samenhang de zin maken zonder de ratio en puur op gevoel. Laat maar stromen, die energetische golven, het brengt altijd weer nieuw licht.

Bij de fysio ging alles niet helemaal vanzelf. Hij vindt dat ik twee keer per week nodig heb, maar ja, ik verkeer zoals vaker tussen tafellaken en servet. Wel erg benauwd, maar net geen exacerbatie. Het hangt er altijd tussenin. Toch weer navragen bij de huisarts. De longarts staat namelijk pas in maart op de kalender, even als de twee longonderzoeken.

Pluis nu ook wakker

Pluis is ook aan het winteren geslagen. Ze houdt niet van miezer en kou en negeert derhalve open deuren. Ze blijft met haar poezelige voetjes liever binnen. Terwijl ik aan het waken was, ronkte zij jaloersmakend hele bossen omver, behaaglijk opgekruld, het koppie vertrouwend achterover, argeloos haast.

Ik beloof mezelf wel meer te gaan bewegen. Door de vicieuze cirkel, benauwd, versnelde ademhaling, vermoeider dan moe, en dan nog minder ondernemen, is er de neiging te blijven zitten, waar je zit en je niet te verroeren, zoals het verstoppertje van vroeger. Ongemerkt sluipt passiviteit er meer en meer in. Dat betekent toch weer voornemens stellen. De hometrainer grijnst vals onder de handdoek die erop ligt en de jas die er overheen hangt. ‘Pel me maar eens uit en begin met vijf minuten’, zendt ze door. Goed, ze krijgt een naam en daarmee een persoonlijkheid: Sofie(tsje). Maak je borst maar nat, schat. Vanaf vandaag vijf minuten en per dag wat minuten erbij. Wie weet. Het recht ligt in eigen hand, zeker die van het zegevieren.

Ruimte scheppen

Heerlijke leegte

Tel uw zegeningen. Grieperige zoon is negatief getest. Hoera. Gisterenmorgen kwam de boodschap binnen. Koorts, keelpijn, pijn in elke denkbeeldige spier, rillerig. Nu, dankzij de GGD en. Haar teststraten de uitslag. Dochterlief kwam op dat moment binnen met een voor haar uit huppelende kleine filosoof. Zin in ‘De Kast van de Vergeten Spullen’. Wat er ook inzat, in ieder geval geen kabouters die de schoonmaak hadden overgenomen. De kranten, waar al het spul in verpakt zat, schreven 2001/2003. Vergeelde berichten om het vettige glas en porselein.

Een voor een haalden we stapels van het een en ander naar de kamer om het op tafel uit te stallen. Foto’s maken voor de achterban met de vraag of er nog iets van hun gading tussen zat en tassen. Een voor de kringloopspullen, een voor dochterlief, een voor de oudste en een vuilniszak voor alles wat kapot was

Het theelichtje van oma, de wajangprikkertjes, een botervlootje, puddingvormen, vormen voor vispasteitjes, dekschalen en de beschadigde rose- kopjes, kleine Chinese kommetjes, tulband en cakevormen, een oud koffiezetapparaat, een klokkenman, een barbecue-ijzer. Alles was de afgelopen twintig jaar niet gebruikt. De parafeu schaal van Regout en de geslepen glazen schaal verleende ik gratie. Wie weet als iedereen nog eens kwam eten en ik in het groot moest denken. Kleinzoon vond de bal en sjouwde dapper mee. De borden van oma’s servies, oud, gebarsten en versleten, de mosselpan, de grote wadjan. Daarna vond hij ook een Donald Duckstrip en zonk in de vergetelheid.

We waren sneller klaar met de schifting, omdat ik nou eenmaal had bedacht dat het door mij niet meer gebruikt zou worden, bovendien had ik nu de foto’s nog. Dochter sleepte alles naar de schuur, vier keer vier trappen af en op. Daarna waren er de heerlijke broodjes en een gebakken ei. ‘Zo kan alleen oma ze maken’, zei dochterlief tegen haar zoon en ik hoorde mijzelf over de gehaktballen van mijn moeder. Wat schattig. Het waren gewoon drie eitjes, zwemmend in de boter, met een geplatzte dooier.

De oudste appte over wat zij wilde hebben en vroeg of ik nog wel servies over had, haha. Ik kon haar geruststellen, nog steeds was er voldoende voor een heel weeshuis. Ik dacht aan de schuur, waar in andere bakken nog een oud, puntgaaf Canadees servies huisde. Ooit gekregen van mijn lieve vriendinnetje, die nu op haar wolk, goedkeurend zal knikken omdat ik het niet verkwanseld heb, net als de rest.

Toen alles weer vertrokken was, stortte ik me op de twee grote mappen administratie, die gemiddeld tot 2005 liep en derhalve helemaal weg mocht. Mijn vingers werden een geroutineerde shreader en versnipperden alles aan naam en gironummers. Ik kwam het briefje tegen van de gerechtsdeurwaarder met een somma van 1130 gulden, direct te voldoen. De enige keer dat me dat was overkomen en door zoonlief op de hals gehaald, omdat hij zijn studiegeld niet op tijd had voldaan en daar niet over had gerept. Ik zie me nog moedeloos naar het gebouw lopen om een regeling te treffen, in zak en as, want ik had echt het geld niet. Weet zelfs nog precies, welke jurk ik aan had en hoe mismoedig ik me voelde.

Het is allemaal goed gekomen en bleek achteraf het sop in de kool niet waard, maar ja. Als je eens van te voren wist hoe iets uit zou pakken. Mijn kristallen bol werkte, qua geldzaken, voor geen meter. Wat een bevrijding om dat stuk verleden te kunnen versnipperen. Tevreden keek ik naar de nagenoeg lege kast, één plank voor de oudste dochter tot ze haar nieuwe keuken had gekregen. Voor de rest heerlijke leegte.

Kerst

Verleden tijd op een presenteerblaadje

Zoonlief belde op. Hij was ziek geworden tijdens hun kerstdiner voor twee, de dag ervoor. Ging zich laten testen, maar we besloten de brunch te laten voor wat het was en ergens in deze week gewoon mijn vijfde kerstdag te maken. Het hangt niet op een dag of wat.

Dat betekende een lange relaxte ochtend met als film, weinig vrede, De bende van Os. Ik kende het verhaal niet, maar het gaf prima de sfeer weer van de dorpse ons-kent-ons mentaliteit, waartussen geen vreemde komen kon. Iets met de gelederen sluiten en zwijgen als het graf.

Op tijd gleed de kleine blauwe haar parkeerhaven in en was er thee in het warme honk van dochterlief en schone zoon. De kinderen speelden zoet en we besloten toch nog even een rondje te maken, ondanks de ijzige kou. Fototoestel mee en naar de kerk, waar ik zo graag even naar binnen wilde om een kaarsje op te steken en de kerststal te zien. Een beetje nostalgie met het grut. Helaas had ik het fototoestel op het verkeerde niet-flitsen gezet, met een zeer bewogen beeld als gevolg, los van de emotie.

Schaapjes tellen bij de stal en vooruit, twee kaarsen branden. Een voor opa Sterretje en een voor alle bezette wolken daarboven. Om de hoek van de kerk kwam ik zowaar mijn oma tegen op een naambordje, in de wetenschap dat alle Broere’s familie van elkaar zijn. De Broerestraat.

De winterse kou dreef witte ademwolkjes naar buiten, die stuk sloegen tegen de dikke dassen. Een potje warm voetbal voor de kleine filosoof en zijn vader en een rondje speeltoestel voor zijn zus. Aan ons bleef een wandelingetje rond het veld, met de eeuwenoude bomen, die met hun wirwar aan staketsels van takken grepen in het bijzondere licht.

Thuis was er een bescheiden wijn met knabbeltjes en een heerlijke vegan shoarma met ketchup uit de pot van Pieter Pot. Wat een zaligheid zo’n kalme kabbelende tweede feestdag. Een mooie overpeinzing tot slot over mijn utopisch beeld dat wij allen niet anders dan mensen zijn met een vel, organen en emotie en dat geaardheid, ras en kleur niet vernoemd hoeven te worden in een gesprek, omdat het er niet toe zou moeten doen. Dochterlief vindt de bewustwording ervan belangrijk, juist om boven dat witte bolwerk uit te stijgen en mensen wakker te schudden. Ook een mooi en loffelijk streven. In mijn optiek zou elke vorm van begrenzing opgeheven mogen worden met respect voor het bestaansrecht van ieder mens. Een kerstgedachte bij uitstek.

Gevoed en gesterkt op huis aan. Mijmerend over deze gedeelde kerst, die zo goed is bevallen tot nu toe, omdat er voor ieder persoonlijke aandacht was, kleinkinderen incluis. De drukte is er ook niet. Er hoeft niet veel overhoop gehaald te worden, er is plek genoeg, de dagen zijn zeer gevarieerd en de veiligheid optimaal, wat wil een mens nog meer.

Ons gezamenlijke tochtje straks aan zee om boodschappen te schrijven aan de vader van de kinderen kan hopelijk wel doorgaan. Dat is pas over drie weken en zo niet, dan valt er vast weer een mouw aan te passen. Het virus prikkelt niet alleen de emotie, maar ook de inventiviteit.

Thuis wachtte een lieve kleine biedermeier, een heerlijk tulband en een zieke schoondochter. Geen Corona, want dubbel getest, thuis en in de teststraat. De kou is er naar om een griep op te lopen.

Straks komt dochterlief met de kleine filosoof en dan mesten we de kast van vergeten spullen uit. De puddingvormen, de ongebruikte keukenapparatuur en oude tierelantijnen uit het grijze verleden. Vergeeld, versleten en in onbruik geraakt. Als een deur eenmaal dicht zit en nooit meer open hoeft, beginnen de verhalen. Verleden tijd op een presenteerblaadje.

Kerst

Klaar om de eigen weg te volgen

Stralende zon en verraderlijke koude wind verspreidde zich over het landgoed van kasteel Groeneveld. Iedereen die een hond had of kinderen was op het idee gekomen vandaag een, misschien wel overdadige, kerstdis weg te werken met een stevige wandeling. Het parkeerterrein was nagenoeg afgeladen vol. Het meegebrachte kerstpakket voor mij mocht in de kofferbak wachten.

Het kroost, oudste dochterlief met eega en de drie musketiers, Dribbel incluis, kwamen tien minuten later. Fototoestel mee, kinderwagen mee en de lieve ondernemer in een wat weerbarstig verzet. Ze kenden het terrein niet. Dat was een bof. Het is er prachtig en helemaal als je het voor het eerst aanschouwt. We doken een zijpad in door een opening in de brede beukenhaag, richting moestuin, alleen al om de massa te ontwijken. De korte route, besloten we, toen de koude wind langs de wangen schuurde. De slotgracht langs, met als groot oogstrelend verlangen een gifgroene voetbal van een gerenommeerd merk klotsend tegen de overliggende oever aan. De bomen trokken hun befaamde lange wintermiddagschaduwen, strepen over het uitgestrekte land. Afgezaagde bomen tellen bleek een uitstekend tijdverdrijf, evenals de boom met de pukkel en de deur van een Rien Poortvliet-kabouter in een oude stam. Oma wist het zeker. Klop, klop. Niemand thuis, net als de vogels. Die gaven ook niet thuis, op een zilverwitte reiger na, die laag over het weiland scheerde. Ondermaatse Schnautzertje, bovenmaatse doggen, en alles wat er tussen zat, darden vrolijk los of aan de lijn tussen alles door.

Brug over, slottuin in, fuikje, want geen andere uitweg, nieuw weggetje terug, de brug weer over en op de auto’s aan. Kerstwandeling was een feit en kon worden bijgeschreven in de annalen. De kleine ondernemer mocht met mij mee. Lage stand van de zon noopte tot extra opletten en nog zag ik een auto over het hoofd bij het invoegen. Vervaarlijk getoeter en een intens woedende blik. Bewust van mijn uiterst kostbare lading met extra argusogen verder op huis aan.

Daar wachtte eerst de warme kop thee om de ziel en de koude vingers aan te laven en daarna een heerlijke Franse kerstborrel. Behaaglijk bij hun gloednieuwe verwarming, ongekende luxe, omdat voor de verbouwing het hele huis slechts één gashaard telde, werden de de heerlijkste kazen uitgestald. Beaufort, Morbier, de Comte, de Mont d’or, een Brie de Melun, de Camembert, het was er allemaal, met een heerlijke Bourgogne er naast. Vraag een Fransman om een borrelplank en de samenstelling volgt au naturel. Een desem/notenbrood eronder met de zwierige Franse slag en het kon niet meer stuk. Wat een goed idee en wat een aangenaam toeven op zo’n doorgaans te vol gestopte eerste kerstdag. Heerlijk verwarmd door die ronde soepele zoete wijn op huis aan, knellende armen om de benen, dag, dag. Allemaal getest op Dribbel na, die een chronische verkoudheid had en straks aan de buisjes moest geloven.

In het eigen warme honk, kaarsjes aan, op de bank, de meest melige feelgoodfilm ever op de buis. Nou vooruit, tot een boek zou het niet meer komen. Een verkapte Robert ten Brink en nog meer lookalikes van het crème de la crème, het dagelijkse buizenvermaak, kweten zich naarstig van de taak om samenhang in het verhaal te brengen. Slaapverwekkend gelukkig. Rozig en warm naar bed.

Het verhaal van Lale Gul bracht me vannacht waar ik een beetje huiverig voor was. Een welhaast oneerbiedige benadering van het, in veel opzichten te begrijpen, verzet tegen het ouderlijk gezag. Voor een liefhebber van het woord, tenenkrommende aanduidingen waarbij geen enkel misverstand over de verhoudingen kon ontstaan, samengebalde afkeer verpakt in een bittere afdronk. Een oordeel valt nog niet te vormen, maar de eerste hoofdstukken voelden als een stuiterbal aan een elastiek om het been. Naar je toe, van je af, naar je toe, van je af, keer op keer. Als de vlag de lading dekt: ‘Ik ga leven’, dan hoop ik dat ze aan het eind van het boek glashelder heeft, hoe dat kan, zonder wrang oordeel maar met die eigenzinnige strijdkracht en met hetzelfde open vizier, dapper en helemaal klaar om de eigen weg te volgen.

Kerst

Een weldadige heerlijkheid

Een zonovergoten eerste kerstdag. Voor de wandeling straks alleen maar grote vreugde. Dribbel en zijn broers moeten nog even zin maken. Oma ook. Die ligt nog lui te bedde met poes Pluis op schoot, zoals altijd aandacht opeisend. Haar lijfje dient als ipadhouder.

Kerst vroeger. Dat betekende opblijven of wakker gemaakt worden voor de nachtmis. Een mis met drie heren, dus ook drie keer het hele riedeltje achter elkaar. Zittend, staand en knielend in de kale banken, klem tussen de kamgaren of scheerwollen zwarte jassen in een mengelmoes van wierookwalm en de zware geur van kamferballen. Zondagse kleren haalde je tussen de mottenballen vandaan, even opschuieren, wat pommade in de haren en het zwarte hoedje op het hoofd.

Het werd een voorbeeldig plaatje als je tussen je ouders, broers en zussen over de krakende sneeuw mocht lopen. Contrasten van licht en donker die door de lichten van de lantaarns uitgerekt werden tot het spel der silhouetten. Zodra je oud genoeg was brandde het pepermuntje in je zak, straks voor het zingen mocht er op gesabbeld worden. Boven in de kerk voor het grote orgel voelde het feestelijker en duurde het minder lang. Broers stalen in hagelwit en rood met de frisgeboende wangen de show op het podium, daar tussen het heilige en het altaar en sleepten af en aan met boeken, kelken en wierookbranders. Toonbeeld van deugdzaamheid.

Er werd gekucht, gefluisterd, goedertierende preken afgestoken en natuurlijk, U zei de glorie, kwam het hele kerstverhaal voorbij. De stal met levensgrote beelden pinkelde tussen het licht van de kaarsen als je de ogen tot spleetjes kneep. Soms was er een harde bonk te horen, dan wat beschaafd tumult en werd iemand uit het zwarte cordon afgevoerd naar de frisse lucht buiten de zware deuren van de entree of via de zijbeuken.

De hele voorstelling duurde lang maar eenmaal aan het laatste eindje van de derde mis maakten de bleke strakke gezichten plaats voor de glans en de blijdschap in de wetenschap straks aan het nachtelijke ontbijt te mogen zitten en de weeë magen te vullen met heerlijkheden die normaal uitgesloten waren op het wekelijkse menu. Eieren, vers brood, rosbief, roomboter, kaas en krentenstol met jus d’orange op een fond van wit damast.

Nooit smaakte iets lekkerder dan dat na het lange vasten van de avond. Na de maaltijd werden de kaarsjes voor het stalletje aangestoken en mochten we om de beurt een eigen kaarsje uitblazen. ‘Het is kinderbedtijd’, zei vader, ‘vooruit, de kaarsjes die moeten nog uit. Wie heeft er de beurt om te blazen vandaag, dat is kleine Coenie, die doet dat zo graag. Fuut fuut, fuut fuut, fuut fuut, dan blaast hij de kaarsjes uit’. Na de jongste was het de hoogste tijd. Feest van samen en feest van vrede, maar nu naar bed.

Het is nooit meer geëvenaard. In al mijn kerstnachten na die kindertijd niet en dat kwam door het ontbreken van dat lange vasten en wachten, de Latijnse mis, de drie heren, het gouden licht, het overdadig, de luxe, uitgepakte opsmuk voor een bijzonder feestelijke gebeurtenis en de dodelijke ernst, de plechtige riten, die naarmate de tijd vorderde, veranderde in een verzaligde blijdschap. De wierookbrander sloeg net iets joliger in de handen van de misdienaars, de wijwaterkwast werd een graadje losser gehanteerd. God zei geloofd en geprezen, maar straks mocht eindelijk de maag gestild worden met al die lekkernijen in het vooruitzicht. ‘U zei de glorie’, maar ons wacht een weldadige heerlijkheid.

Uncategorized

Oprecht fijn

‘Scherts’ vraagt de kruiswoordpuzzel uit mijn dagelijkse krant en onmiddellijk springt de associatieknop op aan. Grap. ‘Is dit een grap of om te huilen. Is er iemand die haar benijd. Wie zou er met haar willen ruilen. Dag in, dag uit waar blijft de tijd’. Herman ‘s sonore stem druist door het hoofd en ik zing uit volle borst met hem mee, terwijl ik probeer zijn diepe doorklinkende galm te vangen. Het lag verborgen in een puberaal grijs verleden. Fantastisch dat het boven komt drijven, net nu het even nodig is. Maar de puzzel vraagt humor en geen ander woord. Humor bedrijf je, denk ik, en een grap of scherts maak je en tik de puzzelbedenker licht op de vingers.

Vannacht, ja weer die vroege ochtenduren in het spoor van de midwintermaan, keek ik het wetenschappelijk jaaroverzicht van Matthijs van Nieuwkerk en Robbert Dijkgraaf terug. Wat een genot om tussen alle quizzen, woordspelletjes, kerst met het hele omroepbestel, de parels uit de wetenschap te mogen aanschouwen en uitgelegd te krijgen in heldere duidelijke taal met prachtige panoramabeelden erachter. Alles wat van belang is om over te horen kwam aan bod. Van de ontwikkelingen en de werking van Moderna en Pfizer, de opwarming van de aarde tot aan het quantumkompas van het roodborstje, verstopt in zijn schrandere kraaloogjes en met aan het eind de hamvraag: ‘Hebben de algoritmen de wetenschappers al ingehaald of zijn ze nog steeds niet in staat nieuwsgierigheid op te wekken’. ik hoop dat veel weifelende twijfelaars omtrent de vaccinatie hebben gekeken en geluisterd. Het was exact de boeiende uitleg, die mijn lieve etsvriend begin november zo helder uiteengezet had op die late avond. Een boeiend betoog en zo ook dit hele gesprek, een uur lang.

Mijn tweede kerstdag zit erop. Gisteren kon ik precies rond enen de kleine blauwe voor het huis van zoonlief parkeren. De kinderen lagen op bed en schoondochter was naar haar eerste werkdag op de nieuwe praktijk. Dat betekende, meegebrachte sloffen aan en heerlijk in mijn warme slobbertrui op de bank achter een kopje thee en de diepte in met zoonlief. Wij kunnen dat als geen ander. Dit was, wat je noemt een extra cadeau. De ‘kerstbijdagen’ zijn niet zo officieel en opgeprikt. Sans scrupules je hele eigen zelf kunnen zijn als je op visite bent is een prachtig gegeven.

We delibreerden en filosofeerden tot de jongste kleine huiltjes liet horen. Daarna kwam schoondochter al snel thuis en sloeg aan het redderen. Binnen een handomdraai had ze een kerstbrunch uit haar mouw getoverd. Feestelijk en sfeervol rood, compleet met kaarsjes zaten we om tafel. Het was heerlijk, de gekozen klassieke carpaccio en het verse stokbrood. Grote broer had de kerstmannetjes met groene basilicumblaadjes helpen prikken en keek vergenoegd naar de vrolijkheid op het bord. Alle zoetigheden waren voor hen met de andere twee kerstdagen indachtig. Dikke sneeuwman- donuts en kersttompoezen.

De benjamin mocht na de borst bij mij op schoot en viel in de behaaglijke warmte van de trui en het gestage ritme van de harteklop al snel in slaap. De grote broer at met smaak anderhalve croissant weg omdat het feest was en reed met zijn kleine autootjes tevredenheid naar binnen.

Na de maaltijd was er nog een vragenspel, dat in een kerstpakket had gezeten, terwijl grote broer zoetjes verder speelde met zijn wagenparadijs. Het vroeg om antwoorden waarbij je hoge ogen zou kunnen gooien, maar ook met hetzelfde gemak irritatie en ongemak kon los kietelen. Niet anders dan verwacht, bleef het bij het opsommen van elkaars eerlijke en goede kwaliteiten en daarmee kreeg heel deze tweede kerstdag zomaar midden in de week een prachtig, bijzonder en persoonlijk tintje. Oprecht fijn.

Uncategorized

Een gouden glans over de vrieskou

Het begon met het gebruikelijke wikken en wegen waar we de wandeling zouden gaan maken. Voorlopig zaten we eerst nog warm en knus aan de taart en de cappuccino. Zus één vond een stadswandelingetje voldoende, maar de jongste had net nieuwe wandelschoenen aangeschaft en verlangde naar Michelin-mensjes op het bevroren land met wangen rood als appeltjes en piekende haren onder een muts. Kasteel de Haar, Maarssen, de Vecht, Haarrijnen, de keuze was groot.

Vort met de geit, de eerste dan toch. Dik aangekleed, warme dassen, handschoenen, stevige stappers, grote ruime jassen, vier winterkinderen op pad. Natuurlijk was het kasteel dicht en jammer genoeg ook de prachtige tuin, maar het wandelpad langs de glooiende heuvels van de golfbaan was gewoon open. Zegge en schrijve hadden we een stief uur de tijd.

Het was prachtig buiten. De frisse kou zorgde voor bellefleuren en de schoonheid van de lage zon met haar bijzondere licht weerspiegelde haar hemelse rust op de wandelaars. De rijp op het dorre blad tekende de schoonheid van elk afzonderlijk lijntje. Zuslief wees op de grote wit beslagen kastanjebolsters. ‘Net egels’. We knipten er lustig op los. Zij met haar prachtige toestel, ik met de kleine telefoon. Toen een van ons plots een jong hert zag op het met rijm beslagen veld schoten we allebei haar vliegensvlugge ontsnapping richting bosrand. Mijn hertje was zo klein als een miniatuurbeeldje op een schoorsteenmantel. Een waar zoekplaatje achteraf gezien.

Ook bij de roep van de buizerd veerden we op en zagen het dier met majestueuze vleugelslag tussen de bomen door wegvliegen, evenals een kleine winterkoning die schielijk het pad overstak. Het was voor het eerst sinds al mijn belemmerende kwalen dat er een flinke wandeling in zat. Het was een perfect moment. Zuslief hielp een stelletje uit Singapore aan een foto van hen samen zonder mondkapje. Dankbaar werden we overladen met erkentelijkheid en een Merry Christmas.

Ruim op tijd, nog zeker een half uur te gaan, zaten we weer in de warme auto en stopten bij een streekwinkel, die open bleek te zijn. De winkelbehoefte ging los. Anders hadden we de kringlopen bezocht en nu moesten we het met deze overheerlijke streekproducten doen. De klandizie was groot en de rieten mand van de zussen rijkelijk gevuld. Af en toe moet je jezelf eens kietelen en tegelijkertijd de plaatselijke ondernemer in de watten leggen. Mijn budget was de dag ervoor al opgegaan.

Bij de toko stond onze rijsttafel voor drie personen al klaar. Twee papieren tassen, zuslief sprokkelde nog snel de kroepoek en de emping erbij. op naar huis met de buit.

In de vroege ochtend had ik de tafel aangekleed, niet met het plastic kleed maar met het witte douchegordijn en de aubergine lopertjes. Nu leek het een chique tafel. De wijn erbij, een karaf water, cola voor zus. Alles werd met grote snelheid in mijn kleine Chinese schaaltjes gewerkt. De porseleinen lepels pasten er naadloos bij. Wat een heerlijkheden stonden er. De rendang, de sajoer lodeh, de sajoer toemis, Atjar, saté babi, telor, ajam opor, het waren stuk voor stuk kleine heerlijkheden met grote zorg bereid. Een aanrader deze tante Lien. Al zingend, van kerstlied tot tante Leen, als in de keuken van onze moeder vroeger, werd de afwas gezwind weggewerkt. Verbondenheid ten top.

Ondertussen kwebbelden we honderduit en waren de lange noodgedwongen pauzes tussen onze ontmoetingen op slag vergeten. Zoonlief kwam thuis met een kerstpakket, dat met veel aanprijzen werd uitgepakt. Na de lychee, het ijs en de koffie ging heel het spul weer op huis aan. Ik dook op de bank om met de film ‘A boy called Christmas’ de winterse kou en de sfeervolle kerstwarmte vast te houden. Een gouden glans over de vrieskou.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

In volle glorie

Wit van de rijp glinstert de wereld me tegemoet in een zweem van zonlicht. Als het oplicht buiten, is de wens de moeder van mijn gedachte, want de daadwerkelijke gouden gloed mist hier. Het boek ‘Winteren’ is uit en zoals altijd met iets wat achter me ligt, voel ik een lichte spijt bij het dichtslaan van de laatste kaft. Tegelijkertijd is er ook de vreugde om het begin aan een nieuw avontuur, al weet ik niet waar deze schrijfster me brengen zal en staat ze mijlen ver af van de filosofische zoektocht van Katherine May. Lale Gul, de opdracht van onze leesgroep ligt verscholen onder wat losbladige lectuur onder het krukje dat diens doet als nachtkastje.

Tegelijkertijd draaien de gedachten op volle toeren en verzinnen ze de meest aannemelijke aankleding voor vandaag, kerstelijk samenzijn met de drie zussen. De boodschappen zijn in huis, de rijsttafel is besteld bij een lokaal restaurant, de keuken is aan kant. Waarom ik het gisteren toch ineens op mijn heupen kreeg, weet ik niet, maar wiebelend op een stoel moest de bovenkant van de keukenkastjes, die met de glazen karaffen en vazen, er aan geloven en ontkwamen niet aan de opruimwoede. Vettige kranten verwijderd, ooit een tip van mijn moeder, nog altijd ouderwets gehandhaafd, de glazen voorwerpen een voor een in het hete sop, met de stofzuiger de spinraggen weggezogen. Nou viel dat laatste mee hoor. Het waren stofjes tegen de muur aangekleefd.

Ook de keukenlades moesten het ontgelden en alles wat overtollig was of al jaren ongebruikt, mocht weg. Zo’n bui dus. Onhandig als je daarna nog de zware boodschappen in ging slaan, de wijnen en het laatste lekkers aan hapjes en zoutjes. Doodmoe kon ik geen pap meer zeggen. Zoonlief deed het laatste restantje, te weten, kapstok leeg maken en overtollige jassen naar de zolder. Straks snor ik nog een laken op, zorg dat de tafel gereed is om aan te vallen en kan dan tevreden terugkijken op deze titanenslag.

Vanuit de diepte, door alle inspanning in een ruk tot zeven uur doorgeslapen, kwam eindelijk een bericht van vriendlief, die kennelijk zelf een behoorlijke acclimatisering heeft moeten ondergaan. Een ‘diep mentaal duister’ had plaats gemaakt voor het ‘praktische ongewisse’, schreef hij. Al puzzelend vormden de losse woorden een beeld. Tijd om naar het licht te reiken, lijkt me.

Vanmorgen keek ik het progranmma ‘De nacht der slapelozen’ van Frits Spits. Hij praat met andere slapelozen, die, net als hij aan het werk zijn of gebruik maken van de nachtelijke uren om inspiratie te verwerken. Ze hadden het over ‘lucide dromen’. Iets wat ik vaak meemaak, als ik na mijn nachtelijke waakuren weer in slaap val. Dromen met hele heldere beelden, die in een soort waakslaap langs komen en zo blijven hangen, dat je ze nog herinnert en op kan schrijven. De Robin die hier over praat, vertelt mijn verhaal en dat geeft een gevoel van verbondenheid.

Ik wist al van jongsaf dat je het onthouden van de droom kan trainen. In mijn geval is dat vooral door hem in de laatste waakfase haar helemaal terug te halen. Dan blijven de beelden scherp. Als je ze alsnog niet vastlegt, verdwijnen ze in de mist of komen slechts in flarden terug. Net als deze Robin zet het mij ook aan tot nieuwe ideeën. Er trekken een aantal slapelozen langs. Een natuurfotograaf, een kunstenaar, een vrouw die uitleg geeft over de werking van slapeloosheid. Het verdient zeer de moeite om het hele programma terug te zien. Er worden hele zinnige voorbeelden aangehaald, waarin je jezelf herkennen kan als je ook behoort tot de dragers van deze nachtelijke uren. De warme, begripvolle stem van Frits verbindt. Niet alleen zijn vertellers, maar ook het leger aan nachtbrakers op de bank.

Dat is voor later. Nu eerst aan de gang. Kerstliederen neuriën en sfeertje kweken. Om een uur is er koffie met taart bij zus en daarna rolt de dag zich uit in volle glorie.