Overpeinzingen

Nieuwe impulsen

Hoe bijzonder is het. Gisteren was de verjaardag van broer en kwamen alle broers en zussen, eventueel met partners, bij elkaar om het te vieren. Wie weet keken pa en ma van hun wolk goedkeurend neer op dit elftal nou vooruit, een foto voor het nut van het algemeen en straks voor de telgen erna een mooi aandenken. Als cadeau had ik de boekenkast eens goed bekeken en ontdekte ik een fotoboek van Utrechtse straten en wijken van 1900 tot 2000, een eeuw aan nostalgie. Broer kan steeds minder goed lezen en zo’n plaatjesboek met bekende ijkpunten en weinig tekst zou fijn kunnen zijn. Dankbaar dat mijn verzameling altijd wel een boek heeft voor deze of gene.

Koetjes en kalfjes-gebabbel, grappen en grollen over en weer, toosten op broer. De groeven wat dieper, de koppies wat magerder of juist ronder, de haren witter of nog meer verdwenen, maar allemaal volgens de jongste schoonzus, dezelfde twinkelende blauwe ogen op standje ‘genieten’. Het weer speelde mee en verhoogde de feestvreugde. Zo kon het als een zoete inval worden in de volle kamer, met de keuken en de tuin als uitvalbasis.

Twee uur duurde de bijeenkomst ongeveer en dat was voor broer lang zat, maar hij genoot van het gezelschap, die van onze kant en de vrouwen van mijn schoonzusjes familie. Tussendoor liepen kinderen en kleinkinderen en zelfs een achterkleinkind, al dan niet bekend. Ergens in het leven verlies je de draad van Ariadne uit het oog. Dan gaan de generaties verder zonder dat je er nog weet van hebt.

We worden allemaal een tandje ouder, brokkelen af hier en daar, de geest werkt iets minder soepel, het lijf hapert soms, maar als ogen nog altijd kunnen twinkelen geeft het betekenis aan het leven. Trots mogen we zijn op deze kranige familie.

Geen handen schudden, geen kussen uitdelen, geen omhelzingen in verband met de broosheid van een enkeling, nu corona in opmars was. Zo moeilijk om je in te houden.

Deze laatste week voor de vakantie begint met een bezoekje aan het filmhuis. Pisarro, de grondlegger van het impressionisme, en zijn leven. We gaan met de bus naar het centrum. De vorige parkeermeter, bij ons bezoek aan het theater, rekende 16 euro voor een paar uur. Van dat geld kan je bijna samen nog een keer naar de film. Dus stappen we hier vlakbij huis op en in het centrum uit, iets vroeger, om ook nog een vleugje stad te proeven. Alsof het zo moet zijn regent het weer. Vorige keer dat we samen de bus namen, goot het ook. Straks zitten we in het bescheiden zaaltje van ‘de Slachtstraat’ binnen.

Lief leest Babel, verzamelde verhalen van Russische auteurs, van begin 1800 tot 1940. Een verhaal per dag is meer dan genoeg, want het zijn geen vrolijke verhalen. Het gaat over machtsvertoon en geeft met name de armoede en het grote verschil tussen volk en hof, weer. Gedoseerd tot je nemen, is de boodschap.

Gisteren had ik geen puf meer om Chansons te kijken, zelfs de tekening schoot er bij in. Een inhaaldag is op z’n plaats. Maar eerst de film voor de broodnodige inspiratie en nieuwe impulsen.

Overpeinzingen

Zo zal het straks ook gaan

Het druilerige begin van de dag ging snel over in het serieuzere werk. Zware plensbuien roffelden op de ramen. Het was de juiste sfeer om kalmpjes op te starten. De voetbalwedstrijd van zoonlief thuis stond op het programma, maar ik wilde vooraf zelf graag even langs dochterlief terwijl lief de tafel van de werkkamer in drie delen en een onderstel naar boven zou slepen. Welgeteld vijf trappen te gaan, dus een aardige middagvulling.

Het miezerde nog wat na toen ik met de kleine blauwe erop uittrok. Op de stoel naast me lag het brievenboek van Poohbeer. Ooit gebruikt bij een project over communicatie en straks een welkome verrassing voor kleindochter, die gisteren en vandaag gezellig de dag had doorgebracht alleen met mama. Het was een knus en kneuterig bezoek. Natuurlijk moest het boekje voorgelezen met als verrassing steeds weer een nieuwe brief aan alle vrienden in het bunderbos. Iejoor was jarig en ze waren stiekem een feestje aan het voorbereiden. Lieve goeie ouwe verwarde, sombere Iejoor. Een karakter die vanzelf de lieveling wordt van het verhaal. In de laatste brief voor Iejoor zelf stak, behalve een felicitatiekaart, ook nog een regenboog-verjaardagshoedje.

Daarna was het een uitgebreid bekijken van de sinterklaas speelgoedfolder, een dik boekwerk waarin het eindeloos zoeken, kijken en uitknippen was. Een barbietent stond op het lijstje, maar ze wilde hem niet uitknippen. Dan tekenen we ‘m even na, opperde ik en zo geschiedde. Binnen de kortste keren stond de tent en Chase van Paw-Patrol gebroederlijk naast elkaar. Dochterlief knipte een snoer gitten los om als kraal voor leuke armbandjes te gebruiken.

Het deed me denken aan lang geleden. Teruggeworpen op het huiselijk bestaan na de bevalling van de eerste, kon ik niets anders verzinnen dan te handwerken en naaide ik kleine lovertjes op alles waar ze op pasten. Portemonnees, jurken, bloezen, jasjes, je kon het zo gek niet bedenken. Oeverloos lang, in kleermakerszit op het grote bed, temidden van alles wat schreeuwde om aangepakt te worden. Maar tja, ik had het druk met mijn nieuw verworven activiteit. Nee, een echte huisvrouw ben ik nooit geweest. Dochterlief wel hoor. Heel structureel en georganiseerd maar alles met veel ruimte om te kunnen zijn wie je bent. Knap vind ik dat.

Er kwam nog een filmpje langs van kleindochter die danste in de regen en rondjes draaide met een vrolijk parapluutje in de hand, luidkeels zingend. Heerlijk. Tijd om naar de tweede helft van zoonlief te gaan kijken. Ik werd al onthaald door een sombere supporter die meldde dat ze al 2-0 achter stonden. ‘Daarom ben ik er nu’ lachte ik en toen de jongens weer het veld opkwamen, een voor een toegejuicht door twee rijtjes pupillen ondanks de achterstand, werd ik lachend toegezwaaid door zoonlief. Heerlijk vind ik het spel als ik daar rustig en in mijn eentje van mag genieten zonder afleiding door gesprekken. Binnen de kortste keren stond het 2-1 en ik zag zoonlief een dijk van een wedstrijd spelen met een 2-2 gelijkspel.

Een kus en even kletsen en terug naar huis na de boodschappen om de laatste andijviestamp te maken, weer met aardappelen in de schil. Een blijvertje. Vandaag wordt de één na oudste broer tachtig en prompt droomde ik vannacht dat we een kringloop op een wolk, of daaromtrent, onveilig maakten, om een nostalgisch cadeautje uit te zoeken. Er kwamen de wonderlijkste dingen voorbij. Blikken autobussen, een videoband met programma’s van lang geleden, een raffia tas met franjes. Geen idee waarom en niets voor broer. Maar zus en ik moesten haasten, want andere zus moest nog opgehaald worden. Met weemoed liep ik langs de witte Renault 4, dat was een goed cadeau uit het voorbije verleden. Onbetaalbaar natuurlijk, dus niet realistisch. Dan maar een bloemetje en zo zal het straks ook gaan.

Overpeinzingen

Vriendinnen voor het leven

Zussendag sinds een eeuwigheid. Een zus net terug van een werkbezoek aan Zweden en toch, omdat er een vrij moment was, gekozen voor een ontmoeting samen. Vier zussen zouden vandaag de omgeving van twee kleine stadjes in de buurt onveilig maken. Alles in een straal van nog geen tien kilometer.

De allereerste tocht werd die langs het ouderlijk huis, een totaal ander aangezicht nu er een nieuwe school tegenover de oude woning zou komen. Het nummerbord was nog steeds ons oude vertrouwde emaille nummerbord. 59. Het hing er troostend aan de gevel. Een aanblik op wat was. Dwars door de kriskras-straten van het Ondiep ging het. Het eerste huis van mijn ouders was tegen de vlakte, het huis van oma stond nog, bakker Boonzaaijer op de hoek ging dapper door. Daar haalden we het toetje van de dag. Sneeuwballen, de enige echte, waar we vroeger op getrakteerd werden bij elke verjaardag en we allen zo dol op waren.

Vervolgens naar de eerste kringloop. Een koud pand tot aan de nok gevuld, behalve de entree waar de meubels enigszins de ruimte vulde. Achter in de zaak echter een overvloed aan prullaria en kleding en boven nog meer schappen met hebbedingetjes. De prijzen op kringloop niveau, een kwestie van eurootjes tellen. Tijdschriften filosofie, een miniatuur beeldengroepje voor de kerst, twee truitjes en wat klein spul voor de belevingstafel van zuslief.

Het cafetaria op de hoek stilde de inwendige mens. De volgende wens was een vintagewinkel met prijzen die bij bijna nieuwe merkkleding hoorden. De vrouw achter de kassa was druk in de weer met prijzen en ophangen. Alles was gewassen en gestreken. Een keur aan hoeden, mutsen en petten, nieuwe, prachtig getinte truien en vesten, zwierige jurken, mooie, als nieuwe schoenen. De jongste van ons, nog volop in het werkend leven, moet vaak representatief te voorschijn komen en sloeg haar slag. Jurken, jassen, bloezen, jasjes gingen achter elkaar aan en uit. Wij liepen door de rekken en ik bleef hangen op de truien en vesten met net nog iets te ruime prijs. Aarzel, aarzel. Misschien later, maar niet deze maand. Wel twee simpele korte bloezen.

De eigenaresse was spraakzaam en vertelde over hoe moeizaam het was om aan goeie tweedehands truien te komen en dat ze ze daarom nieuw inkocht. We probeerden op de andere naam van de techniek ‘tie and dye’ te komen, maar het lukte niet. Een van mijn aankopen was met die techniek gemaakt. We dachten dat batik een andere techniek was, maar het bleek toch hetzelfde te zijn. Verven met een waterafstotend middel, dus kaarsvet of katoendraad, strak omwonden en natuurlijk gedaan in die roerige jaren ‘70. Ikat was er ook, maar dat was geweven. Zo sprokkelden we een aardig aantal verhalen bij elkaar, waarbij leeftijden, ouders, en jeugdervaringen in een notendop voorbij kwamen, terwijl de andere zussen goedgemutst en soms proestend van het lachen de diverse items uitprobeerden.

Bij de Emmaus neuriede iedereen, viel me op. Kennelijk een vrolijke noot, deze winkel. In een van de pashokjes stond een man uitbundig te hummen en te passen terwijl een oudere vrouw me ervan probeerde te overtuigen dat het korte jasje dat ik aan had me beeldig stond. Toch hing ik het weer terug. ‘Draag ik het, heb ik het nodig, ben ik er weg van, zijn mijn ogen groter dan mijn klerenkast’, zijn de vier vragen die ik steeds mezelf stel om me te behoeden voor een klerenkast vol. ‘Welke kledingstuk thuis ruil ik er dan voor in’ zet aan het denken.

Na alle escapades en een bezoek aan een gerenommeerde zaak waren we klaar voor een bezoek aan een lieflijk restaurant in een uithoek van het stadje. Een steile trap is het obstakel maar daarna mogen we uitrusten en genieten van wat ter tafel komt.

Het toetje bij zus is de ultieme herinnering aan onze jeugdjaren en de goede zorgen vroeger met een mooie nieuwe ervaring er aan toegevoegd. Een om met vreugde op terug te kijken. Zussen, vriendinnen voor het leven.

kunst.·Overpeinzingen

Een berg aan inspiratie

Het was een enerverende woensdag met een bezoek aan een oud collega en zijn vrouw van lief, waarbij de herinneringen ver voorbij het samenwonen gingen en pardoes belandden bij ons gezin in de Amandelstraat. Dat kwam omdat ze daar te kerke gingen en dat alles wat met het Ondiep te maken had op een brede belangstelling kon rekenen.

Lieve hartelijke mensen met een uitgebreid scala aan gespreksonderwerpen, we raakten niet uitgepraat. Thee en koffie, zoete lekkernijen en een huiskamer als een rariteiten kabinet. Ieder vrij plekje werd benut en er viel veel te zien. De liefste, meest bijzondere, potsierlijke en sierlijke, wonderschone en van lelijkheid mooie voorwerpen, kleinoden van de kinderen en kleinkinderen om te koesteren en geërfde exemplaren hadden allemaal een eigen plek gevonden. Overal waar je keek overheerste het woord. Boeken in de aangebouwde serre achter de keuken, in de gang, in de kamer. De veelzijdigheid kwam overeen met hun interesse, in ons, in de wereld, in de oude en de nieuwe technieken. Het plukboeket werd dankbaar aangenomen en later liet de vrouw des huizes per foto weten hoe het stond met een lief woord over de geslaagde middag erbij.

De volgende dag stond een bezoek aan de pedicure op de rol. Om negen uur stipt kon lief aanbellen en doodde ik in de auto de tijd met een puzzeltje en de Zin. Hoe ouder je wordt, hoe strammer de onderdanen te bereiken zijn, tel daarbij twee jaar corona op en dan is zo’n bezoek een welkome keuze. Het resultaat was verbluffend. Poezelige voetjes.

Het tweede deel van de dag hadden we gereserveerd voor Suze Robertson, de Hollandse kunstenares die leefde van 1855 tot en met 1922. Er was een expositie in museum Panorama Mesdag in Den Haag. In eerste instantie had ze zich bekwaamd in het tekenen en gaf er ook les in, maar ze ging door met zich ontwikkelen en schilderde op geheel eigen wijze haar oeuvre bij elkaar. Prachtige verweerde vrouwenkoppen uit de arbeidersklasse in diverse studies, de wasvrouw, de vrouw op de bleekvelden, de dienstmeid, de aardappel-schilster, de vrouwen achter het spinnewiel. Ze werkte veelal met gouache, waterverf, houtskool en olieverf. Kleur en vorm in een eigenzinnige vlakverdeling, vaak donkere tinten met een eruit springend aandachtspunt.

Vijf zalen vol heerlijkheden en in de tijdgeest vooruitstrevend werk, dat ze bleef doen, zelfs na haar huwelijk, wat niet gewenst was. Bovendien schilderde ze ook naakten en dat was faliekant tegen de ethiek van die tijd. Daar hoorden vrouwen zich niet aan te wagen. Ook bleef ze eigenzinnig doorgaan. Met lesgeven tussendoor. Ze werd wel een feministe ‘sans la lettre’ genoemd en was een inspiratiebron voor onder andere Mondriaan en Toorop.

Bij de laatste zaal met schilderijen werden we overvallen door twee groepen leerlingen van een ROC, die giebelend en luid commentaar gaven op de getoonde werken of er achteloos langs liepen en de toiletten lange tijd onveilig maakten om onder de aandacht van de docent uit te komen. Even viel het stil, toen ze het Panorama Mesdag bezochten en dat was het moment om rust te pakken en een kopje thee of koffie.

Even later kwamen ze het restaurant binnen zwermen en was het voor ons een teken om op te stappen en de vuurtorentrap naar boven te betreden. Panorama Mesdag is een ongelooflijk knap kunstwerk, een augmented reality avant la lettre, bedrieglijk echt toont het dat kleine Scheveningse dorp uit de 19e eeuw, met als herkenningspunt de koepel, een strand vol vissersboten, de cavalerie, vissersvrouwen, nettenboeters. Een Oud- Hollandse kust, waar je naar kan verlangen. Het is adembenemend. Op de achtergrond hoor je een enkele zeemeeuw tegen het zachte ruisen van de zee.

Lief had het eerder gezien, maar met minder aandacht en ik kende het helemaal niet. Eigenlijk is het een must voor elke liefhebber van de schone kunsten, de zee, de verbeelding. Laven aan schoonheid rondom. Kunst zover het oog reikt. Opgetogen trokken we richting de kleine blauwe. Wat een heerlijke dag, wat een berg aan inspiratie.

Overpeinzingen

Na een enerverende dag is het zoet rusten

Bij de fysio was het duwen en trekken, kipfilets harden en balancerend met de bal gooien. Van oorsprong eigenlijk multitasken omdat er drie opdrachten ineen waren gestopt. Overal is letten op de juiste in-en uitademing een must. Sinds ik met deze fysio in zee ben gegaan kan ik de vier trappen naar onze maisonnette in een keer op, en dat is een belangrijke winst.

Daarna doorvliegen naar de school van de kleinkinderen, want dochterlief had een zoommeeting en de een na oudste moest van school naar zijn therapie worden gebracht. Dribbel mocht ook mee. We moesten een klein uur overbruggen, dus dat betekende een ijsje op de hoek. De zaak bleek vorig jaar overgenomen door een moeder van een van mijn oudleerlingen. Het was een hartelijk welkom. Twee dikke ijsjes voor de jongens en een boeiend gesprek met haar en later met mijn twee filosofen in de dop.

De oudste merkte op dat we niet buiten de zon konden. Als die weg was, waar moesten we dan nog om draaien. Kosmisch groot dacht de lieverd. Goed gezien schat. ‘Jullie waren meer van de natuur’, vertelde hij en doelde op mij en zijn moeder, tante en ooms. ‘Wij zijn meer van de stad’. Als ze eenmaal van hun telefoontjes zijn losgeweekt, krijg je de meest opmerkelijke gesprekken met boeiende theorieën over het voortbestaan van de aarde. Hopelijk zien de mensen van school dat ook en staren ze zich niet blind op zijn moeizame schoolresultaten met zijn dyslectie. Ook Dribbeltje filosofeerde mee met een serieus koppie en de ogen afgestemd op diep nadenken met een dikke denkrimpel ertussen.

Iets wat ik het allerliefste doe, met hen in een serieus gesprek gaan. Dat was al zo met de kinderen op school en nu gelukkig nog met mijn eigen kleinkinderen. Volwassenen zouden veel beter naar hen moeten luisteren want hun ideeën klinken eenvoudig, maar zijn vaak zo wijs omdat er een dubbele laag van doordenken onder ligt. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Voor ons was het in ieder geval Prime Time.

Na de ijsjes bracht ik de oudste weg terwijl Dribbel in zijn stoelverhoger wegzakte in een droom. Ook de coach was een oud collega, vriendin en een moeder van twee oud leerlingen van mij. Zo leuk om elkaar even te knuffelen en te horen. Het moment was maar kort, maar dat gaf niets. Elkaar ontmoeten en ons verbonden voelen is net zo waardevol. Onderweg had de oudste uit zitten rekenen hoeveel mensen ik ongeveer kende. We kwamen uit op om en nabij de 18000. Terug naar de school waar dochterlief was. Aan Dribbel vertelde ik dat de kleine blauwe Prins hem een droom had ingefluisterd, waardoor hij nu zo lekker sliep, dus droomde hij in de auto van zijn moeder gewoon verder, terwijl wij nog wat wederwaardigheden uitwisselden.

Thuis lag er als verrassing de nieuwe biografie van Etty Hillesum door Judith Koelemeijer op de tafel. Een kloek maar ook weer niet te dik exemplaar. Zo’n zin om aan te beginnen. Maar niet voordat de andere boeken gelezen zijn. Heerlijk om in iemand anders wereld te duiken.

Lief had ik in de ochtend naar de tandarts gebracht en daarna naar het SVB. Thuis lag het schetsboek met de getekende ‘Eagle’, de opdracht van de dag in deze Inktobermaand, die kon nog een finishing touch gebruiken. Even in alle rust in de weer met aquarel. Een klein experiment ondertussen. Andijviestamp met aardappels in de schil. Het bleek een recept dat ik iedereen aan kan raden. Goed wassen en in kleine blokjes snijden, dan koken, boter en melk erdoor, husselen tot de aardappels grof puree vormen en op het allerlaatst de fijngesneden andijvie er door roeren. Het was om te smullen en dat deden we dan ook. Na een enerverende dag is het zoet rusten.

Overpeinzingen

De juiste optie

Het onderhoudend en relativerend gesprek van gisteren leidde ertoe dat er onmiddellijk nieuwe afspraken en nieuwe voornemens gemaakt werden. Bij het SVB bleek dat je eerst een telefonische afspraak moest maken. Mijl op zeven, dat gebouw aan de drukke doorgaande weg. Parkeren op het jaarbeursterrein. Als je niet weet hoe het daar werkt is een beetje spitsroeden lopen. Ik trek een parkeerkaart en vraag me af of we er dan. Nog wel uit zullen komen en hoe dan. Maar met moed, beleid en kalmte blijkt alles zich vanzelf op te lossen. Bellen dus. In de druilerige regen halen we de boodschappen op en verschansen ons daarna binnen, doen achterstallig onderhoud en via lief gaan er diverse telefoontjes heen en weer. Nederland, toppunt van bureaucratie.

Ik sla aan het tekenen, wat in de drukte van de afgelopen dagen achterwege is gebleven. Eerst wordt dat een tekening van schildpad en haas, omdat het de leukste wedstrijd is die ik ken. Hoogmoed komt voor de val. Zo’n mooi ouderwets spreekwoord dat alles in zich draagt aan wijsheid. Het thema is ‘Match’, daarna volgt ‘Nest’. Dat spreekt voor zich en dan is er nog ‘Crabby’, wat pardoes een eigen creatie wordt, omdat het met name om een gezichtsuitdrukking gaat. Al krabbelend luister ik naar het gebabbel op tv, omdat het hoofd duidelijk behoefte heeft aan even niets. Teveel denkwerk met die volle maan die me ‘s nachts uit de slaap houdt. Wel ving ik een prachtig exemplaar door het kleinste dakraampje. Troostrijk en vertrouwd. Vooruit dan maar. Crabby bleek vandaag erg toepasselijk. Een dubbele ‘Maan’dag.

Voor de maaltijd had ik iets bedacht, dat ik voorbij zag komen vandaag. Spaghetti puttanesca, een gerecht waarvan de naam me triggerde. Is de naam geënt op puttana, dat prostituee betekent of duidt het op iets anders. In dit recept lees ik dat de combinatie van kappertjes, olijven en ansjovis, tomaat en chilivlokken is ontstaan in de rosse buurten van Rome, maar ergens anders blijkt dat het woord is afgeleid van het Latijnse woord ‘Stinken’ en dat het in het geheel betekent ‘In de stijl van de hoer’. Het zou goed kunnen kloppen. Het maakt niet uit want het smaakt in alle eenvoud heerlijk. Met het zilte van de ansjovis, het sjeuiige van de olijfolie en het zure van de kappertjes waan je je binnen no time met de ogen dicht op de biënnale van Venetië. En wie wil daar niet zijn.

Vandaag zal de tijd ineen schuiven met halen en brengen van kleinzoon, fysiotherapie vooraf, nog een keer de gang naar de SVB, nu met afspraak en lief, die voor het eerst hier naar de tandarts gaat. Als bezige bijen vliegen we heen en weer en zelfs de kalme opstart ‘s morgens dreigt in de knel te komen. Volgende week is er ruimte voor een pas op de plaats. Alhoewel ik een film over Pisarro voorbij zag komen, waar ik dolgraag naar toe wil. De allereerste echte impressionist. Even laven aan wat creativiteit, waar steeds weer tijd tekort voor blijkt te zijn. Er is nog een gaatje zaterdag, maar of dat verstandig is? Maandag kan ook.

Op het aanrecht in de keuken voltrekt zich een klein wonder van overlevingskracht. Dappere munt, eerder al als smaakmaker in een kan met water gebruikt, drie dagen ondergedompeld geweest, presteert het om met herwonnen levenskracht het kleinste blaadje nieuw leven in te blazen. Verstild geluk in een glas.

Het boek van Philip Huff intrigeert. ‘Wat je van bloed weet’ is een heftig verslag van het leven, zoals het eigenlijk niet bedoeld zou moeten zijn en hoe alles wat je meekrijgt in je opvoeding doorwerkt op je eigen karakter. De jongen uit het boek wil het niet, maar hij heeft dezelfde gewelddadige uitbarstingen als de in zijn ogen verachtelijke man, die hij vader moet noemen. Aan de ene kant is het moeilijk het boek weg te leggen als je weer in het verhaal zit, aan de andere kant heb ik soms moeite om het op te pakken, om de impact die het heeft. ‘Keuzes, keuzes’, klnkt het door. Inderdaad, daar is alles op gebaseerd. Zo ook de drukte. Schrappen en keuzes maken is de juiste optie.

Overpeinzingen

Spijkers met koppen

Oog in Al ademde zondagse rust. Het landhuis in de stad waar we hadden afgesproken met de broer en diens familie bevond zich midden in het oude park met de majestueuze bomen. Zon zette de beuk in een vuurrode gloed. Onder de bomen hier en daar een tapijt van paarse herfsttijlozen, ranke voetjes in het tanende gras. De vijver bleek een veilige haven voor twee witte ganzen, Aka waardig, die luid snaterend gewag maakten van de fotograaf achter hen, die wel heel dichtbij kwam voor een foto. Elke vlaag wind nam ritselend blad mee naar beneden. In het water schemerde spiegelend de ondiepe bodem. Ook hier de roestbruine bladerpracht als een vloerkleed uitgespreid op het wateroppervlak. Een Vlaamse Gaai scharrelde haar kostje bij elkaar. Achter de vijver gloorde een hertenkampje. Het park leek op het oude Julianapark, maar hier gingen we vroeger nooit naar toe met mijn moeder. Het was waarschijnlijk te ver lopen geweest met onze dribbelbeentjes toentertijd.

De host van het landhuis wees onze gereserveerde tafel aan. Het was een hoge tafel met barkrukken. ‘Dat gaat hem niet worden’, vertelde ik haar, want dat zou broer van lief nooit volhouden. Als we op de bank plaatsnamen zou zij proberen twee lage ronde tafeltjes te regelen. Ondertussen viel me op hoe hard het personeel aan het werk was, en ondanks alles bleven lachen en naarstig naar oplossingen zochten bij opdoemende problemen. Even later zaten we aan een tafel voor vijf personen te wachten op de familie, die stralend binnenkwam. Wat was het mooi, wat een leuke entourage, wat een heerlijk weer en bovenal wat een select gezelschap.

Het werd aangenaam kouten over en weer. Uitwisselen van nieuwtjes, delen van voorkomende perikelen over de verkoop van het huis van broerlief en lief die uitgebreid opsomde waarom het hem nog steeds veel energie kostte om te wennen aan het nieuwe leven. Terwijl het gesprek voortkabbelde bleef dat door mijn hoofd spoken. We smikkelden van het rijkelijk belegde zuurdesembrood en de salade, alleen mijn pompoensoep kwam maar niet. Halverwege toch maar even aan de bel getrokken en onder excuses kon ik na vijf minuten ook genieten van een smaakvolle en kleurrijke soep. Broer trakteerde en daarna mochten we nog wat uitzoeken in de landswinkel met streekproducten. Gulhartig en joviaal genoot hij van zijn eigen geste. Met knuffels en een beloofd ‘tot gauw’ namen we afscheid en brachten het nichtje naar haar kamer in het Science Parc.

Terug naar huis moest me van het hart dat het gesprek wel heel erg was blijven hangen op wat er allemaal niet goed ging in de ontwikkelingen en aanpassingen. Het gaf niet het juiste beeld. Veel van wat we aan wilden pakken, was al gelukt en eigenlijk leek het op hetzelfde verhaal als in het begin. Er waren toch heel veel dingen ten goede gekeerd. Lief dacht na en beaamde wat ik naar voren schoof. De hele weg terug en lang daarna bespraken we het een en ander. Het was de hoogste tijd om de kaarten opnieuw te schudden en dat zorgde ervoor dat er daadkracht geboren werd. Inderdaad, hier en daar moest de knop om. Nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden.

Zo af en toe hebben we het nodig om eens flink het licht te laten schijnen op onze eigen verhalen en daar eventueel in te schuiven of aanpassingen te doen. Dat is goed. Het schept ruimte voor nieuw en het geeft de broodnodige energie om spijkers met koppen te slaan.

Overpeinzingen

En even helemaal niets

Voor het eerst sinds heel lang was de buzzer ingesteld om me om zeven uur wakker te tsjirpen met het krekelgeluid dat me even nog in de waan liet, in de donkerte achter mijn dichte ogen, een zwoele zomeravond mee te maken. O. Ja, vroeg op voor de voorstelling van Het Filiaal, ‘ Blauw van Jou’ met kleindochter die wij op zouden halen en Dribbel en dochterlief.

De koffie bewaarden we voor een snel bakkie beneden. Ruim op tijd zaten we in de kleine blauwe en reden richting Utrecht. Met een gevulde rugzak, uitgezwaaid door de goegemeente en de andere opa en oma togen we richting binnenstad. Van te voren hadden we al uitgeknibbeld de kleine blauwe prins in garage Springweg te parkeren en omdat het heerlijk vroeg was, reden we er rap naar toe, zonder obstakels en omleidingen.

Er was al behoorlijk wat winkelend publiek en door de ogen van de kleine zag en hoorde ik alle geluiden, zoals ze binnen zouden komen. Scherpe krassen over een tegelvloer met een stapel terrasstoelen, de harde stemmen van de bouwvakkers bij een grote lege winkelpui, klingelende fietsers die langs ons heen zoefden, het opstellen van een stalling voor het raam voor de koopwaar, het praten, lachen en roepen van voorbijgangers, het dwingende roeren in een koffiekop van een vroege terrasganger. Bij het theater draalden we wat, maar vrij snel kwam dochterlief met dribbel achterop al aanfietsen.

Boven in de foyer was er ruimte om overtollige energie kwijt te kunnen en de bar was al open, dus koffie en thee voor ons en tijd om even bij te komen.

‘Blauw van Jou’ is een voorstelling voor 4+, alleschattigst en gelaagd, met een vader die aan blauwzucht leed en de dochter die aanvankelijk dacht dat alles blauw was omdat ze tijdens haar leventje nooit anders had gezien. Als Marter plots op komt dagen en haar kleur laat zien begint het rotsvaste vertrouwen in Pa en zijn kennis van de wereld langzaam af te brokkelen. Een ingenieus compact decor en een slimme belichting maakte het stuk voor de twee net niet te spannend, maar veiligheid op schoot was wel geboden even als een nat gesabbelde zeemeermin als ontlading van de voelbare spanning.

Buiten scheen de zon en voelde ik ook waterspetters. De stad had haar kinderboekenweekkleed aangetrokken en overal waren er kleine eenakters met vrolijke karakters uit diverse kinderboeken, maar er liep ook een oude man met een groot spandoek die de wereld wilde behoeden voor verder verval. In de nieuwe onderneming die op de plek was gekomen van de oude Broese winkel, kon men zich vergapen aan de duurzame artikelen die er lagen. Er was een restaurant met veel groen ingebouwd en een kaart vol biologisch verantwoorde lekkernijen om de inwendige mens te laven en Engels sprekende bediening.

Onder begeleiding van de muziek uit het ouderwetse orgel en het gerammel van de centenbakjes liepen we terug naar de garage. langzaamaan kwamen de verhalen van kleindochter los. Wel een beetje spannend, maar ook leuk en de ‘poes’ vond ze grappig, waarbij Marter een nieuwe naam had gekregen.

Thuis namen we afscheid. De kleine overmand door slaap. Iets wat ik begreep want bij mij zakte in een oogwenk van een seconde de vermoeidheid van de totale ondernemende week in de benen. De rest van de dag kabbelde voort in afstandelijk vermaak via beelden op de televisie, het hoofd leeg en even helemaal niets.

Overpeinzingen

Waar een mens nooit te oud voor is

Alles aan afspraak had gisteren afgezegd. Zoonlief, omdat zijn collega positief bleek en hij nu aan het hoesten was en vriendlief omdat hij zich vergist had in de verjaardag van lief. We hadden ineens zeeën van tijd en dus toch naar de tuin, was de onmiddellijke gezamenlijke gedachte.

Van het balkon nam ik de aarde uit de potten met oude pierige plantjes mee, die niet helemaal tot hun recht waren gekomen, maar waar volgend jaar in de volle grond zomaar ineens iets moois uit op kon bloeien. Ook de vijgentak, die flink wortel had geschoten, kon nu eindelijk in de grond worden gestopt. Er was immers nog een hele herfst om verder te wortelen.

We werden nauwelijks begroet door de dames schaap, die allen met een lodderoog lui in het gras aan de overkant van de sloot lagen. Er werd niet eens de moeite genomen om een ekster bovenop de brede wolrug van een van hen te verjagen. Hij pikte er vief zijn kostje bij elkaar. Het pad was niet te modderig. Met al die regen van de afgelopen weken had ik het me anders voorgesteld. De tuin bleek dapper door te zijn gegaan met bloei en groei.

De springbalsemienen versperden de ingang, maar lieten zich gewillig terugduwen in het gelid. Het gras was hoog en toe aan een maaibeurt, ook al was het nat. Maar eerst haalde lief met de kruiwagen het overtollige balkongoedje op. We vonden een goede plek voor de vijg, waar de derde vlier achteraan voor moest wijken. Sorry lieverd, maar we hebben nog steeds twee stuks. Hoe heerlijk is het gemak waarmee de boom geslecht werd, waar ik vroeger oeverloos lang op had moeten lopen zwoegen. Ik nam het gras voor mijn rekening. Het nadeel bij ‘nat’ maaien is dat je de maaier regelmatig op haar zij moet leggen om het mes weer te vrijwaren van de bulten gras. Moed, beleid en trouw waren de toverwoorden en kalm maar gestaag ploeterden we door.

Buurman van de hoek kwam langs en haalde uit zijn jaszak een mooie grote stoofpeer. Hij leek op de ouderwetse Winterrietpeer en dat zou heel goed kunnen omdat de buurman op die manier ook aan het tuinieren is. Delen is het devies op de tuin en dat maakt het zo bijzonder.

Na een middagje heerlijke fysieke arbeid als tegenhang voor al het denkwerk dat we in de ochtenden plachten te doen, konden we moe maar voldaan huiswaarts. Eerst de verbena en de bonte kornoelje opbinden en de andere, nog bloeiende, pareltjes vereeuwigen op de foto.

Door de foto’s te bundelen in een collage kreeg ik het idee om de tekenopdracht van Inktober voor die dag ‘Bouquet’ te maken van de tuinbloemen die met hun voeten in de aarde hadden mogen blijven. De dag ervoor was het ‘Flame’ geweest en daar had ik de mooie herrijzende Phoenix voor gekozen. Een van de vriendinnen reageerde met het feit, dat ze dat symbool net even nodig had. Wat een mooie onverwachte wending kan zo’n afbeelding hebben.

Lief is jarig en vanmorgen heb ik hem toegezongen en was er koffie met cake en twee kleine astertjes met een lintje er omheen geknoopt, als ontbijt. Als boeket ontving hij in liefde het getekende ‘Bouquet’. Gisteren kreeg ik niet de kans om ongezien een bloemetje voor hem op de kop te tikken, dan maar zo en straks een plukboeket. ‘Eindelijk volwassen’ giechelden we als twee overjarige pubers. Kinderlijke vreugde waar een mens nooit te oud voor is.

Overpeinzingen

De bruine papieren tas

Het gedicht op de bruine papieren tas, in kloeke markerletters geschreven, was voor mij, stond er duidelijk boven. Erboven was een gezichtje in de wolken getekend vergezeld door twee vliegende vogels. Het luidde als volgt en mijn hart smolt bij zoveel poëzie: ‘jij mag altijd/met je hoofd vol wens/bij mij komen liggen/hier ben je vrij/ want ik trek geen grens/tussen dag en nacht/dromen mag/ altijd bij mij/ ook overdag’.

Dat beloofde wat voor de inhoud in de tas, die mijn liefste vriendinnetje had meegebracht om ons samenzijn en mijn verjaardag nog even dunnetjes te herdenken. Maar…pas vanavond bij thuiskomst uitpakken, was de bijbehorende boodschap. ‘Is de ware Jozef er’, stond er in de app, die ze van te voren stuurde. ‘In vol ornaat’ was het antwoord. Eindelijk kreeg lief een gezicht.

Er was ook nog tijd om alle prangende vragen en haar belangstelling te stillen in thee en warme aandacht. Het was te lang geleden, dat we elkaar hadden gesproken en gezien. Vanmiddag zouden we samen naar vader, directeur en vriend van onze oude school gaan om hem uit te zwaaien met een vervroegd pensioen. Een strik om het leven van wat komen gaat, had ik eigenlijk in mijn hoofd voor hem als wijze raad. Hals over kop bedacht ik me, dat ik niet met lege handen kon komen. Als advies gaf ik hem mee om altijd buiten de lijntjes te kleuren, aan de hand van het kleine schilderij met handgetrokken kleurige strepen in acryl.

We dachten samen een goedkope parkeerplek te hebben, maar bleken achteraf maar bedrogen uit te komen. Het stadje had de tarieven drastisch omhoog gegooid. Als het leven zoveel duurder is geworden, is terughoudendheid op dergelijke heffingen een mooi toonbeeld van coulantie. Het was nog rustig in het eet-en drinkhuis. Vier mannen hingen rond een tafel en het feestvarken stond te praten met de directeur van de stichting in een lang en aanminnig gesprek. Binnen de kortste keren vulde de zaal zich en ons kent ons bracht oude Overkanters, vijf in dit geval, al ras bij elkaar. In zo’n geval is vertrouwd en lang geleden een ware drijfveer. Overal stonden groepjes die bij elkaar ‘hoorden’ uit de verschillende segmenten waar onze vriend gewerkt had. Die waslijst werd keurig opgesomd door de organisatoren van het bescheiden feest en toonde vooral de veelzijdigheid van zijn lange loopbaan.

Bescheiden speach en een bescheiden reactie erop en daarna was het feest voorbij, maar hadden we allang besloten met die vijf te gaan eten in het stadje zelf. In de entourage van het statige klooster was het goed toeven met een welwillende en joviale bediende en veel oude en vooral ook nieuwe verhalen over elkaars reilen en zeilen. Een warm bad, dat was het, van het begin tot het einde.

De sfeer was goed, het eten eenvoudig maar prima, de verhalen verheffend en dat allemaal in een warme sfeer van de grote hechte familie die opgebouwd was in de lange periode van samenzijn, toen we ons over de kinderen hadden ontfermd met eenzelfde instelling en liefde voor het kind.

Afscheid en knuffels en de hemel huilde dikke tranen mee. Afscheid met de belofte van gauw, nakletsen in de auto en thuis de tas met de cadeautjes. Ziedaar, een echte Hollandse tegel met, zo goed als, onze lieve Pluis erop om in Verweggistan aan te denken in vlagen van heimwee en gemis. En een prachtige sjaal, een die zich vleide om mijn hals in mijn geliefde roestbruine herfstkleur en de attente gedachte om een katoenen te nemen en niet die dikke van polyamide, omdat ik er anders als een ‘Einstein’ bij zou lopen.

Maar het aller, allermooiste was de lange, lange blog, uitgeschreven op zorgvuldig uitgekozen papier, die het geheel begeleidde. Zie je wel, in ieder van ons schuilt een blogger, met al onze verhalen, ervaringen en inspiratie. Met een vol hoofd met de mooiste gedachten en associaties sliep ik in en droomde van ons samen, een lauwe kop soep en een oud broodje. Vraag me niet waarom, maar de verbondenheid was des te groter om met een brede glimlach te ontwaken in de lijn van die uitnodigende woorden op de bruine papieren tas.

Overpeinzingen

Balans in tijd

Het zijn vruchtbare ochtenden waarop we kantoor houden op de slaapzolder. Doorgaans zit ik rechtop in de kussens op bed en lief achter het bureau tegenover mij. om mij heen liggen dan de tijdschriften, de krant, de ipad en de telefoon. Lief bedient de laptop en zit tussen zijn papieren. We bekijken de agenda en spreken de dagen of de hele week door. Een fijne en aangename bezigheid, die rust brengt temidden van de hectiek. Vanmorgen kwam de tentoonstelling van Suze Robertson op mijn pad, in het Mesdag in den Haag. We wikken en wegen de dagen en prikken een geschikt moment. Zo is er ruimte voor veel en bewaken we de rustmomenten van de ochtenden en de avonden.

De opdracht van de Inktober Proms van gisteren was ‘Scallop’ dus zocht ik net zolang, totdat ik een mooie foto vond van een Jakobsschelp in zijn natuurlijke habitat. om te laten zien hoe klein de krabbels zijn, leg ik er mijn micro-pen naast. Een trouwe lezer vroeg zich af waar ik de tijd vandaan haalde. Dit was een uurtje werk, alles bij elkaar, het aquarelleren incluis. Daardoor moesten we wat haasten om op tijd bij de fysio te zijn. De stagiair was in ieder geval geslaagd. Nu werd er door mijn eigen peut weer serieus op de ademhaling gelet, wanneer uit en wanneer in. O ja.

Vriendinlief zou een bakkie thee komen doen. De blauwe prins stond koud op zijn plekje of ze kwam al naar ons toe lopen. Haar afspraak in IJsselstein was sneller afgelopen dan gedacht, maar ze wist dat we pas na drieën thuis zouden zijn, dus had ze zich aangenaam verpoosd bij de autoradio.

Ach, wat was het toch altijd weer vertrouwd om elkaar te knuffelen en goed vast te houden nu het kon. Een van de dingen waarvan ik zeker ben, is dat de mensheid van oorsprong is om van te houden en om dergelijke vriendschappen, die een mens opbouwt in het leven, op alle manieren te koesteren. Die wetenschap, dat het goed is als je elkaar ziet, ongeacht de lengte aan tijd ertussen, staat garant voor dat diepe innige blijvende warme contact. ‘Thats what friends are for‘, zingt Dionne Warwick in mijn hoofd en Stevie Wonder vult de klanken op met zijn magische mondharmonica. Precies dat maakt dat we binnen een seconde tot het diepst van de ziel kunnen gaan en ook weer terug naar het dagelijkse.

Als presentje heeft ze papieren bloemen meegenomen, in de Victoriaanse taal nog wel, zo passend bij het boek van de ooievaar, die ik nu aan het lezen ben. Het is geschreven door Mandy Kirkby. Mijn lievelingsbloem de lathyrus, staat er niet in, maar wel andere bloemen uit onze tuin. De Oost-Indische kers, de anemoon en vooral ook de egelantier.

Naast het lied ‘De egelantier’ van de Veulpoepers, lang geleden, is het ook de roos die prijkt onder de fruitbomen in de tuin en die in het groen voor een frisse, zo kleurrijke noot zorgt. In het boekje doet de auteur uit de doeken dat vooral Shakespeare de egelantier meer dan eens te berde brengt in zijn toneelstukken en sonnetten. In de tweede bedrijf, scene een, van de Midzomernachtdroom beschrijft hij het huisje van Titania en dat luidt zo: Ik ken een heuvelflank waar tijmkruid bloeit,/De sleutelbloem en het viooltje groeit,/Waar kamperfoeliestruiken schaduw spreiden/En roosje en eglantier hun geur verbreiden./Daar zoekt Titania vaak ‘’s nachts haar rust,/In ‘t groen met zang en dans in slaap gesust.

Nu is het verlangen naar de tuin nog groter, maar de agenda vult zich razendsnel. Geduld is een schone zaak. Ergens dezer dagen is er vast een mogelijkheid om te gaan. Dan kan de wortelgeschoten vijgentak haar vaste plek krijgen voor de vorst invalt. Ze heeft tijd nodig om verder te wortelen en te aarden, zoals wij de tuin nodig hebben om te aarden en voor de broodnodige balans in tijd.

Overpeinzingen

Een meter boeken in het verschiet

Dankzij de bijlage van de Groene Amsterdammer, over het Crossing Border festival in den Haag op 2 tot en met 5 november waar meer dan tachtig auteurs en muzikanten over de hele wereld naar toe komen, ontdekte ik binnen een leesochtend zoveel nieuwe verrassende inspiratie. Een van hen, de zangeres, poëtica en auteur P.J. Harvey timmert al heel lang aan de weg en hoe. Met het schaamrood op de kaken moet ik bekennen, dat ik voor het eerst van haar bestaan hoor. Ik lees me in en raak nieuwsgierig naar deze vrouw en vooral naar haar literaire aspiraties. Op youtube luister ik met verbazing en veel plezier naar haar nummers, zie de veelzijdigheid, hoor ook hier hoe poëzie doorklinkt in haar teksten. Op een gegeven moment zijn we beiden aan het luisteren en alle twee onder de indruk. Muziek en woorden om tot elke diepe vezel door te laten dringen.

Het is oktober en derhalve Inktober, the Proms. Het begon met een gargoyle ofwel een gargouille, die met zovelen toeven op de Notre Dame en waar de afzichtelijke, maar mooi van lelijkheid, grijnzende Quasimodo, tussendoor strompelde en vriendschap met hen had gesloten. De waterspuwers hadden buiten het nut van het afvoeren van het overtollige regenwater ook nog als doel de kerk te beschermen tegen kwade invloeden. Dat lukte niet helemaal want in 2019 woedde er een grote brand en een jaar later, toen we er waren voor een bezoek aan atelier de Lumière, stond ze nog strak in de steigers. Je kon destijds zo’n Gargouille adopteren. Dat hebben we toen maar niet gedaan.

De tweede opdracht was ‘Scurry’ wat ‘haasten‘ betekent. Niets zo moeilijk als het uitbeelden van een werkwoord zonder daarbij in karikaturale tekeningetjes te vallen. Het toppunt van haasten is een haas die haast natuurlijk. De verleiding was er, om het witte konijn na te tekenen uit Alice in Wonderland, die als een ‘haas’ ofwel een ‘kip zonder kop’ naar het paleis toesnelde om de koningin tevreden te stellen. Ooit hadden we een plastic singeltje door de brievenbus gekregen of misschien wel als reclame bij het een of ander, waar het hele lied van het witte konijn opstond. ‘Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat, nu loop ik hier als wit konijn te hollen als een haas/maar het is niet overbodig hoor/ ik moet naar het paleis/ men heft mij dringend nodig hoor/ breng mij niet van de wijs/ want bij de koningin kom ik. Niet graag te laat/ hou mij niet aan de praat/ ik ben te laat,te laat, te laat’. Dat de tekst en melodie in mijn geheugen staan gegrift, zegt alles. Toevallig kennen alle kinderen die ik onder mijn hoede heb gehad, de afgelopen jaren, dit lied uit hun hoofd en dus zonder dat ze het weten, een historisch tekst. Haas werd het. Het kon niet anders.

De derde opdracht was ‘Bat’, wat voor mij niet een knuppel maar een vleermuis moest worden. Altijd al vol fascinatie naar de wonderlijke dieren gekeken met een mengeling van bewondering en ontzag. Nooit heb ik ze als griezelig beschouwd. De lieve kleine vleermuizen hier in de spouwmuren heb ik dit laatste jaar niet meer gezien. Dat kan komen doordat ik nu uitzicht heb op de wereld en niet langer op de boom voor het raam. Het kan ook komen vanwege het feit dat men misschien de spouwmuren minder toegankelijk heeft gemaakt door betere isolatie. Het was altijd een belevenis om ze heen en weer te zien vliegen van de muur naar de boom en weer terug. In Verweggistan vliegen ze nog steeds in grote getale rond. Dat is een geruststellende gedachte.

Dat er weer wat uit de vingers komt aan creatieve uitspattingen is eveneens mooi. Net als alle beelden in mij hoofd die de bijlage van de Groene heeft gebracht. Er is veel om op te teren en als ik het zo bezie, ligt er minstens nog een meter boeken in het verschiet.

Overpeinzingen

Antwoorden op vele vragen

Dat was een ervaring die ik allang niet meer had meegemaakt. Kennis maken met een onbekende in je eigen huis. Natuurlijk maakten we gedrieën het huis aan kant. In de middag sneed ik alle ingrediënten voor de Soto fijn. Ziezo, het hooggeëerde bezoek kon komen. In het begin was het nog een beetje aftasten, maar gaandeweg werden de reacties spontaner en gezellig. Fijn om te weten wat de roots zijn van mijn lieve schoondochter.

Ook nu raakten we niet uitgepraat en veel onderwerpen kwamen langszij tot en met augmented reality en de digitale wereld aan toe. een klein filosofische moment. Wat als de realiteit niet meer van de digitale wereld te onderscheiden is en die twee volledig door elkaar heen gaan lopen. Is dan alles wat je ziet nog wel wat het is. Dat was naar aanleiding van een recensie van Wieteke van Zeil over het kunstwerk ‘Fragments of Lolita’s Blanket’ van Sampat studio in de volkskrant van zaterdag. Dat kunstwerk is een woltapijt van handgetufte wol en augmented reality waarbij je dat tweede deel pas kon waarnemen als je via een app ernaar keek. Een spanningsveld tussen tastbare en virtuele realiteit doet wonderbaarlijk aan, stel ik me zo voor.

Het werd een aangenaam verpozen. De Soto ging bijna schoon op en alles verliep zoals het in mijn hoofd zat. Fijn. Grappig waren de beide stemmen, van moeder en dochter die dezelfde toonhoogte en intonatie bevatten. Ik moest denken aan het moment waarop ik voor het eerst mijn moeder hoorde, toen ik een verhaal op een bandje had ingesproken. Ik had haar allang niet meer gehoord en nu klonk ze door in mijn stemgeluid. Moeder en dochter vloeiden in elkaar over, verleden en heden werden een. Een ouderwetse vorm van ‘augmented reality’? Naar stemmen die er niet meer zijn kan je een oneindig verlangen hebben.

Er bestaat een bandje van mijn moeder met haar broer. Daar zingen ze samen de liedjes uit het liedboek van oma. Het duurde lang eer ik dat aan kon horen met droge ogen. Ze lachen wat af samen, vooral als ze de juiste melodie proberen te vinden. De stem, die lach en ook van mijn oom, zo vertrouwd dichtbij en tegelijkertijd onbereikbaar ver.

In de avond loopt Eus door Turkije en laat ons de ‘Halal’ zwemparadijzen aan de kust zien. Hotels met het concept van vrouwen-en mannenbaden. Ooit hier lang geleden afgeschaft. Ik weet het gevoel van opwinding nog goed als de tussenpoort open ging en wij als een haas naar het jongensbad vlogen, omdat bewondering oogsten leuk was, maar ook omdat je dan samen met de vrienden kon zwemmen. De afschaffing bracht veel meer rust onder de gemoederen. In die specifiek halal-baden gaat men nog een stap verder. Er viel geen glimp op te vangen van de dames. Ze verkeerden in een volkomen eigen wereld, hadden eigen vertier en vermaak. Er mocht geen telefoon mee naar binnen en de filmcrew kon ook geen opnames maken. Van buitenaf zag het eruit als de bunker van Dagobert Duck. Een onneembare vesting. Wat doet zo’n scherpe grens met verlangen.

In de krant een foto van een rijtje schapen met een microfoon voor hun neus en het artikel ernaast dat mijmert over een google translate voor dieren, opdat we eindelijk zullen weten met welk ‘gebed’ die mooie merel de dagen opent. Maar als je goed luistert kom je vanzelf uit bij het bezingen van de dageraad die aanbreekt, de gouden gloed van de zon over zijn zwarte verenkleed, de roep om harmonie en vrede. Luisteren naar wat de natuur te bieden heeft, geeft antwoorden op vele vragen.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Een hoofd vol nieuwe herinneringen

Vandaag komt de schoonmoeder van zoonlief kennis maken tijdens een kleine maaltijd. Ze schijnt erg van de Indonesische keuken te houden. Wel, dat geeft geen enkel probleem. Gisteren maakte ik de bouillon voor de soto al. Vanmiddag zal ik op mijn dooie akkertje, met de rijst als sluitpost, de andere bijgerechten koken. Aardappelen, eieren, prei en lente-ui, verse selderij, bawang goreng, boontjes en taugé. Om van te smullen.

Dat Nederland onder je door kan glijden, terwijl je geen weet hebt van de bijzondere omgeving. Daar peinsde ik over toen de kleine blauwe prins me opgewekt voortsnorde naar Almere. Het eerst viel me het grote windmolenpark op dat nu toch wel langzamerhand elke ouderwetse uitgestrektheid had laten verdwijnen met die vele enorme witte staketsels. Met de nadruk op veel, te veel zou ik denken. Blijf maar over het water kijken, hield ik mezelf voor en natuurlijk met één oog op de weg. Afslag 37 was betrekkelijk ruim voor Almere stad. Almere Hout stond er op het bord, terwijl er in de verste verte nog geen boom te bekennen was.

Verderop in de wijk merkte ik dat het sloeg op de houtbouw van de huizen. Alternatieve bewoning, een grote varieteit en mooie soms wonderlijke bouwsels, een houten boomhut, een houten hooiberg, een oude houten zuivelboerderij. Weid, weider, weids. De laatste straat was waar ik zijn moest. Tegen een bosrand aan inderdaad, ver het land in, stond het op een na laatste, houten huis, met een vriendelijke veranda er omheen, waar twee kleurrijke katoenen hangstoelen hingen te bungelen in de wind. Rondom het huis een aanleg van de al vorderende moestuin, achter het huis de distelvelden vol puttertjes, tijgerspinnen in de struiken en in de bossages achter het huis de vossen en reeën, nu nog schattig, maar met de komst van de eerste groenten misschien minder gewenst.

Dat mijn kennis over het gebied werd vergroot, was te danken aan de heer des huizes, die me vriendelijk ontving. Het gezelschap, dat wist ik, was nog aan de wandel. Bewust had ik er voor gekozen niet mee te gaan, geen blok aan het been, hoe zeer ze ook rekening zouden hebben gehouden. Hij gaf een uitvoerig kijkje op het ontstaan van de bebouwing op de ruim bemeten kavels om hem heen. het land bleef haar agrarische karakter behouden, dus hadden de buren erachter vier varkentjes en de bewoners voor aan het straatje kippen en geiten. Bij hen was de in aanwas zijnde moestuin het agrarische gedeelte.

Ondertussen stonden bij de bessenstruiken aan de zijkant van het huis mijn lieve volksdansvrienden en vriendinnen te luisteren naar de uitleg van onze gastvrouw. op de tafel stonden taarten in verschillende variaties, zelfgebakken of snel gekocht, bij de thee koos ik voor de heerlijke cheesecake.

Toen iedereen modderschoenen had verwisseld en men was uitgewasemd kwam er een warm bad van welkom. Na een jaar was het goed toeven temidden van het gezelschap die meer dan tien jaar lang als familie voelde. Samen hadden we zoveel beleefd. Allen waren we wat ouder geworden, maar toch nog opmerkelijk jonger dan de drie van mijn leeftijd. Dat viel ooit weg, zo tussen de veertig en de vijftig, maar nu was het duidelijker te merken. Jeugd vertaalde zich blakend.

Er was zoveel te bespreken. Lief en leed werd gedeeld. Wat was er allemaal langs gezeild in het leven, hoe ging men ermee om, hoe trachtte je tegenslagen op te vangen, was er ruimte voor nieuw. In de loop van de ochtend bleek het versje van de tien visjes zich vertaald te hebben in het dunner worden van de spoeling. Een voor een moesten mensen afbellen die ziek waren geworden, in contact waren gekomen met iemand die corona bleken te hebben, of uit vrees voor het gezelschap en het zich zo roerende virus en allemaal liever thuis wilden blijven.

Uiteindelijk waren we met tienen. De aangename bijkomstigheid van een klein gezelschap was dat er veel meer ruimte overbleef om bij te kletsen met iedereen. Het meegebrachte eten was heerlijk, de focaccia, vooral die zonder knoflook maar met tomaat, werd goed ontvangen. De avond vloog om, maar na de koffie en de thee was bij mij de koek op. warme omhelzingen zorgden ervoor dat ik met een brede glimlach huiswaarts reed. Zachte muziek in de auto, donkerte om me heen en een hoofd vol nieuwe herinneringen.

Overpeinzingen

Fijn dat het kon

Het is 1 oktober en de dag is al een ochtend oud. De bezige bij in mij heeft zich op het laatste brooddeeg gestort en een uurtje later lag er een mooie focaccia op de plank, de tweede. De eerste kwam gisteravond laat uit de oven, nadat een vorige poging met pizzadeeg te hard was gegaan. In tijden van rampen en tegenspoed, bewaar Uw kalmte. Ademhalen en opnieuw beginnen. Tijd te over.

Het was de dag van Toonder. Iedereen had het boek uit. Dat is met die dikke biografieën niet altijd vanzelfsprekend. We waren het er unaniem over eens dat Bommel ons lief was, maar de heer Toonder van zijn voetstuk was gevallen. Een van ons had zich vooral geërgerd aan de interpretaties van de biograaf, Wim Hazeu, op bepaalde feiten. Al ras verrees de vraag of het negatieve beeld dat bij ieder van ons was ontstaan ook door diens beeldvorming kwam. De zachte kanten van de charmeur Toonder werden niet genoemd. Leverde dat een disbalans op? Ook de benadering van de vrouwen in het leven van Bommelmans kwamen er bekaaid af. Phiny bleef een schaduw op de achtergrond. Er werd een feestelijke bijeenkomst genoemd, waarbij bijvoorbeeld alleen de mannen werden opgesomd en als enige Renate Rubinstein een plek in het rijtje kreeg. Het is ondenkbaar dat er niet meer vrouwen waren, De meeste van ons waren meer gefocust geweest op Toonder. Eigenlijk zou ik nu het boek moeten herlezen met het licht op de biograaf. Wie weet welke aannames aan het licht zouden komen. Volgende keer zal ik focussen op beide. Zo leert een mens nog iedere dag.

Daarna bracht ik twee vrouwen van deze club naar het centrum van de stad en door de wirwar van eenrichtingssteegjes, wegwerkzaamheden en opgebroken wegen kwam ik een half uur later aan bij dochterlief. Gelukkig wel op tijd om mee te lopen naar de school om de filosoof op te halen. Kleindochter wiebelde op haar kleine fietsje voor ons uit, terwijl dochterlief corrigeerde als het dreigde fout te gaan. Schoonzoon liep mee met de fiets aan de hand. Er was een tien minuten gesprek en in de tussentijd kon ik mooi op de kinderen letten, die op het schoolplein bleven spelen. Een vriendje zou meegaan naar huis. De kleine had een vriendinnetje gevonden en beide dametjes waren zoet aan het spelen in de zandbak waar alras een taart verrees op de rand van de zandbak, compleet met schelpjes, takjes, blaadjes als versiering. De jongens hadden als hobby freestylen, en sprongen vervaarlijk van de rand van de zandbak op het klimgedeelte middenin en vice versa. Niet er aan denken wat er fout kon gaan, nam ik me voor. Maar oei, oei, oei, dan moet je op de tanden bijten hoor.

Ooit sprong lang geleden een buurmeisje dat niet kon zwemmen in het Noorderbad van de kant tot de steiger en terug. Een keer ging het mis en kwam ze in het midden terecht. Ik sprong haar achterna en door haar paniek verdween ik constant onder water, omdat ze zwaar op me leunde. Met moeite bereikten we de kant. Vanaf toen ging ze op zwemles. Het voorval is me altijd helder voor de bril gebleven, omdat zo duidelijk was dat de angst ervoor zorgde dat ze alleen zichzelf probeerde te redden en niet meer aan mij dacht. Een kat in nood maakt rare sprongen.

Terwijl de kinderen om ons heen aan het spelen waren dronken dochterlief en ik een kopje thee en kletsten alle dagen bij dat we elkaar niet gezien hadden. Helsinki was prachtig geweest en de dochters hadden genoten. Fijn dat het kon.

Literatuur.·Overpeinzingen

Wat het derde hoofdstuk brengen zal

In mijn droom was er een volgeladen boodschappentas, die lief op de aanrecht tilde maar er stonden twee dozen eieren op elkaar gestapeld net onder het handvat. Dus bij het optillen kwam de onderste doos in het gedrang met als resultaat minstens twee kapotte eieren. Wat valt hier uit te duiden. Het maakt me nieuwsgierig omdat het beeld zo helder op mijn netvlies bleef hangen. Bij nader onderzoek bleek het ei een positief symbool te zijn dat staat voor vernieuwing en heelheid en een kapot ei vertelt dat je voor een overgang in je leven staat. We nemen het mee in de dagelijkse kost

Gisteren zijn we ieder ons weeg gegaan om inkopen te doen. Slenteren langs de winkels en vooral een bezoek aan de outlet met de degelijke naam, die vaak het midden houdt tussen tuttig en draagbaar, maar altijd van hogelijke kwaliteit is. Met vier broeken en een blouse ging ik de paskamer in, maar alleen de blouse mocht mee. Onmogelijk, vond zoonlief bij thuiskomst dat ie ooit 99 euro had gekost en nu voor 22 de deur uitging. Wie betaalt er nu zo ongelooflijk veel voor een eenvoudige katoenen blouse. Ach lieverd, soms snap ik het zelf ook niet, maar duurzaam, geen kinderarbeid maken zelfs het eenvoudigste object kostbaar. Mooi blauw was het wel. Twee truien bij een andere winkel mochten ook mee naar huis. Drie andere kledingstukken uit de kast gaan naar Humanitas. Zo blijft er ruimte.

Toevallig was er ‘s avonds een programma over de veranderde houding ten opzichte van kleding, dat in deze tijd een wegwerpartikel is geworden. Met heimwee denk ik soms terug aan de tijd dat je wikte en woog voordat je tot aanschaf over ging. En ook aan de puzzel die mijn moeder voor haar kiezen kreeg met het beperkte budget en de elf kinderen die ze te kleden had. Ze was geen naaister, dus betekende het economisch slim inkopen. Als de oudste nieuw spul kreeg, konden de anderen het afdragen. De stof waarvan de kleding gemaakt was was immers onverwoestbaar en sleetse plekken konden hersteld worden. Zelfs de dikke denier nylons die mijn moeder droeg, gingen naar de reparatie, waar ladders konden worden opgehaald.

Sokken stoppen werd een sociaal werkje voor ons meiden, met de paddestoel en de kaartjes Brat(stopwol) in de aanslag, net als de kniekousen en de majootjes. Kom daar nu nog maar eens om. Schoenen waren voor de schoenmaker, winterjassen werden om de beurt gekocht. Ach, die goeie ouwe tijd, maar ook de tijd van kriebelende borstrokken en vuurrode blote knietjes van de kou, afgetrapte gympies en krakende zondagse jurken. Zolang het niet verschoten is is het maakbaar, denk ik nu. Mijn maasnaalden liggen nooit ver weg en er is altijd nog een kringloop in de buurt.

De foccacio werd met het broodmeel dat ik bij de meest goedkope supermarkt had gekocht meer een roggebroodje, haha. Goed, dat ik hem had getest. De olijven dreven bovenin. Dieper duwen in het deeg, lees ik in de verschillende recepten, tot op de bodem van het blik of de bakplaat. Ik was zo aan het experimenteren dat ik vergat een foto te maken. Dat is voor later. Nu is er eerst de bioclub en bespreken we uitgebreid de Toonderbiografie. Een nieuwe keuze is al via de app gemaakt. De biografie van Etty Hillesum door Judith Koelemeijer. Een heerlijk vooruitzicht. Maar eerst het boek van Anjet Daanje. Ben benieuwd naar wat het derde hoofdstuk brengen zal.

Overpeinzingen

Zondag dus

Er valt een reep zonlicht door het kleine dakraam aan de achterkant. Honderden kleine parels, goed verborgen voor het blote oog, geven hun aanwezigheid prijs. Zodra de de zonnestraal lager zakt zijn ze verdwenen. Lief zit achter de voile van parels en kijkt er bedachtzaam naar. Ik weet wat hij denkt. Hoe is dat voor de aangedane longen. ‘We leven in een schijnwereld’ zegt hij. Ik vul aan ‘Wat je niet ziet, is er niet’. Dat wordt beaamd. Een mooi stukje waarneming van dit natuurverschijnsel.

Vriendinlief heeft een mooie boodschap om de dag mee te beginnen. Het zorgt ervoor dat die zonnestraal beantwoordt aan de positieve gedachten die met de boodschap meekomen. Dat kan ik bijna niet zeggen van het boek dat ik aan het lezen ben. Dat zwaarmoedige Anglicaans dorp, gewenteld in armoede, waarin boodschappen naar elkaar niet uitgesproken worden maar dreigen te verstrikken in de gedachten die zich vaster zuigen in een net van vermeende vooronderstellingen en aannames. Verstikkend, dat verdrinken van het ware gevoel uit angst dat de gemeenschap oordelend de rug toe zal keren bij het weten van de waarheid. Het doet me denken aan de boeken van Siebelink, ‘Knielen op een bed violen’ waarin diezelfde benepenheid, die dat zware geloof met dat vermeende geoorloofde gedrag met zich meebrengt, ook ten voeten uit toont.

Of ik dit jaar mee doe met inktober. Ik bekijk de opdrachten voor de hele maand. Uitnodigend om de verbeelding in gang te zetten is het wel. Het begint met een waterspuwer, als je de officiele promptlijst voor 2022 aanhoudt. Een fijne invulling van de avond. Het idee sluimert ook nog om verder te gaan met de sepia familiekiekjes van lang geleden. Nu ik op de site van broerlief kan komen, heb ik er nog meer om in pentekening op klein formaat na te tekenen. Bij elkaar ontstaat er op die manier een familiewand. Iedere dag een is goed te doen. Nou vooruit misschien inktoberen en een familiekiekje, dat kan ook.

De eerste dag valt samen met een reünie van de volksdansgroep. Er kon meegereden worden, maar ik ga liever op eigen gelegenheid, dan kan ik weg als ik te moe word. ‘S Middags wordt er gewandeld. Bergschoenen mee, klinkt het alarmerend, al is er geen hoogteverschil te bekennen in Almere. Dat kan dan alleen maar duiden op een stevige wandeling, vermoedelijk in marstempo. Die zal ik een stukje meedoen, om me dan verder te bemoeien met de voorbereidingen van het eten.

Het is sowieso de maand van de reünies. Er volgt later in de maand nog een ontmoeting met mijn lieve, beste vriendinnen van de kleuterkweek en aanvankelijk zou er ook een reünie van de opleidingsgroep voor verpleegkundige-A zijn, maar die is, door persoonlijke omstandigheden, opgeschort tot later. Het is lastig om in de beperkte tijd van twee maanden alle bezoeken te plannen met kinderen, zussen, vriendinnen en vrienden, feesten en partijen. Soms fluistert het van binnen: ‘Er is te weinig van mij om alles bij te houden’, in variatie op een thema(Jesus Christ Superstar, de film). Op deze manier wordt een agenda toch weer van belang.

De zon schijnt. Er worden vandaag nog een proef-focaccia gebakken. Met olijven en knoflook. Zoonlief belde vanmorgen en de lieve kleine krullebol en de Benjamin deden mijn hart smelten. Morgen is de bioclub en dochterlief aan de beurt. Lief gaat wandelen. Ik heb het rijk alleen. Het kan zomaar eens zijn dat ik even aanwip.

Gisteren heb ik een voorproefje gemaakt van de Vega-soto. Voor de eerste keer zonder soepkip. Het pakte heel goed uit met de vega kipstukjes die ik eerst meegebakken had in de boemboe en die daarna vol en kruidig waren. Waardige vervangers en voor herhaling vatbaar. Zondag dus.

filmgemijmer·Overpeinzingen

Een vredig samenzijn

Lief zoekt naar verbanden tussen mijn voorouders en de zijne en prevelt namen, kijkt, vergelijkt, zoekt data op, plaatsen. Het is een totaal andere wondere wereld. Het boek ‘ Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje ligt tegen mijn opgetrokken knieen, 643 bladzijden dik, de noten achterin niet meegerekend, die welhaast allen bestaan uit delen van gedichten van Emily Bronte.

Het verhaal begint in 1847 en ik vertoef dus ook in vroegere eeuwen, net als lief met onze wortels. het boek begint met het leven van Susan Knowles-Chester en haar wonderbaarlijke beroep. Ze is de aflegster van het dorp en komt als een schaduw op verzoek naar de doden toe, doet haar werk en vertrekt eveneens zo geruisloos mogelijk. Ze maakt een ijzingwekkende ervaring mee met een van de doden en kan daarna haar vak niet meer uitoefenen. Het is een wonderbaarlijk verhaal, zo boeiend verteld dat ik het eerste hoofdstuk in een adem uitlees. Morgen verder.

De paarse stoel, die zaterdag stond te pronken in de kringloop en die in alle dromen van het weekend terug kwam, stond nog op haar vaste plek temidden van de pittig geprijsde andere meubelen en bedekt onder een lading afgrijselijke kussentjes en de neppe schapenvacht. Dat was misschien wel een geluk, want niemand heeft op die manier kunnen inschatten, hoe mooi ze was. Een medewerker naast de kassa was verbaasd over de schoonheid ervan en had niet geweten dat ze er stond. Het was niet geveinsd kon ik zien aan zijn monsterende blik. De kleine blauwe ontving de vondst met voldoende ruimte, nadat ik de achterbank had opgeklapt. Zo nieuwsgierig hoe ze zou staan bij de andere meubels.

Eerst was er de fysio en de allerlaatste sessie met mijn leuke stagiair, die, doe eens gek, een parcours in elkaar had gedraaid met zware ballen tot 16 kilo en een wiebelloop. Om te beginnen moest ik de slee met zware gewichten, grote zwarte ronde schijven, trekken en duwen. Trekken was een eitje, maar duwen putte volledig uit. Als toetje mocht ik de kipfilets van de armen plagen, terwijl hij een elastieken koord vast hield. Ik zal zijn diversiteit in grappige oefeningen missen. Een ding weet ik zeker. Hij komt er wel.

Lief ophalen bij huis voor een filmmiddag. We hadden stoelen voor een Koreaans geproduceerde, geschreven en geregisseerde film van Park Chan-wook om vier uur gereserveerd. Deze Mysteriefilm heette: Desicion to leave. We hadden er prachtige natuur bij verwacht door de omschrijving die er bij de trailer gegeven werd, maar dat was sporadisch. Veel eerder waren de andere filmbeelden in hun stadse lelijkheid sfeervol verfilmd. Het duurde even voor we door hadden hoe de gedachtengang van de auteur in elkaar stak. De heftigheid van sommige scenes waren er wel maar welhaast ijzig verstild of met een zo plotselinge uitbarsting dat het nauwelijks te voorspellen was. De vrouw als zoete verleidster of als een sirene met lieflijke zang tot de rechercheur in haar fuik zou lopen. Het gaf een wonderlijke beleving, een vervreemding haast, waardoor de vragen na afloop bleven hangen als nevel in de stille avondschemer.

De festiviteiten rond het gouden kalf slokte de ruimte van het belendende restaurant op. We besloten richting de parkeergarage te lopen en aan de kade een restaurant te kiezen. Dat werd een Balinees restaurant, de Spice Monkey, waar je met vier of vijf kleine gerechten je maaltijd samenstelde. Met de daging rendang, de telor pedis, de sajour lodeh en de tempeh sambal goreng deden we ons ook te goed aan de vele indrukken die de film had achtergelaten en de raadsels die om antwoorden of duiding vroegen.

Bij thuiskomst een appje. De dochters waren weer veilig thuis en nog een, zoonlief bleef slapen bij vriendin. De stoel paste, zoals bedacht in de droom, een welkome aanwinst. De avond sluimerde verder in een vredig samenzijn.

Overpeinzingen

Morgen is er weer een dag

Na een aangename ochtend waarbij de regen herfstachtig op het raam kletterde en het binnen steeds behaaglijker en knusser werd, besloten we richting broer af te zakken die zijn 81ste verjaardag vierde vandaag. Geen groot feest. Een kopje koffie en wat taart. Het zou vast niet druk zijn op zo’n doordeweekse maandag, bedachten wij. Het was even zoeken op het recreatiepark naar de juiste ingang naar de caravans toe, kleine paadjes tussendoor, die uitmondden op het grote meer. Aan weerskanten hingen en stonden de caravans, hun schuttingen, hun tuintjes, sommige strak en vlekkeloos, anderen met allerlei tierelantijnen, bij schoonzuslief een kabouterdorpje.

Zo een waar ik me vroeger aan had vergaapt bij de buurman op de hoek, op mijn blote knietjes voor een spleet in de schutting. De wereld van Pinkeltje, Paulus de boskabouter en Wiplala ineen. Een kabbelend beekje met een rond bruggetje erover, een kabouter met een hengel die eeuwig in het water hing, onder zijn snor een brede glimlach met appelwangen. Later vond ik dergelijke kabouters vooral terug in de twee boeken van Rien Poortvliet, het leven der kabouters. Twee mannetjes met de armen om elkaars schouders fluks voortstappend door weer en wind. Een schone slaper, met de handen gevouwen onder zijn kleine kabouterhoofd, die de dagen zoet versleet met eeuwig gemijmer. Daar tussendoor het gemurmel van het water, dat kabbelend een weg zocht tussen de stenen van de aangelegde beek en mijn hoofd, waar de verhalen zich ontsponnen om later met vuurrode knietjes mijn weg te vervolgen. De wereld van alles is mogelijk, een waar sprookjesparadijs.

Tot onze verbazing was het huis vol. Enthousiaste begroetingen. Alle broers op twee na en drie van mijn lieve schoonzussen. De jarige, onze oudste broer, zat op zijn gemak in zijn grote seniorenstoel feestelijk te zijn. Een heerlijke stroopwafeltaart onderschreef het. De gesprekken schoten over en weer, vooral die naar aanleiding van het grote fotoboek van het feestvarken, dat bij het 50 jarig huwelijk door zoonlief in elkaar was geknutseld. De jaren veertig en vijftig, een huwelijk in 1968, de roerige zeventiger jaren met kleine kinderen en vakanties, voetbalfoto’s, nog meer vakanties, familiefeesten en familiedagen, alle zussen van schoonzus nog springlevend door de lens vastgelegd. De vaststelling van het bijzondere, dat ons wonderlijke gezin allen nog in leven waren. Soms met loodzware kwalen, de pijntjes, maar ook met de berusting en de zorg over hoe iets verder moest en bovenal het,van onze moeder geërfde, optimisme en de levenslust.

Lief stond, natuurlijk, als jonge God te prijken op de familiefoto’s met mijn vader en moeder erbij en al hun kinderen en kleinkinderen. Het waren de jaren van samen zijn en lief en leed delen. Het voelde dan ook vertrouwd daar in die kleine knusse woonkamer. Ons kent ons.

De eersten gingen weg en de jongste broer was net gearriveerd. De rol van onze vader kwam ter sprake. Hoe zat dat in de oorlog, zijn tewerkstelling in Oostenrijk en het onderduiken en wat was de taak van mijn moeder geweest met haar kinderwagen en haar gang naar het station met een gesjeesde para aan haar zij. De oude familiebanden kwamen aan bod en een staaltje Nederlands voetbal door jarige broer, die in hoge kringen had vertoefd.

Mijn vader had nooit een boek open gedaan over zijn leven. Er liggen nog steeds verstofde geheimen te wachten in alle kieren en gaten van verbrokkelde opmerkingen, meningen, gedachten en oude herinneringen. Gistermiddag kwamen er een aantal te voorschijn en daarmee was het zo betekenisvol, die verjaardag van grote broer.

Terug naar huis spraken we alles door. Lief had een afspraak met de jongste broer. Die zou zich melden op zijn geneologie-site. Die twee hadden vooral veel vorige levens te bespreken. Lief ging naar huis en ik reed door naar de kleine filosoof en zijn zus, die samen met hun pipa de vier moederloze dagen aan het overbruggen waren en ik was net op tijd om verhaaltjes voor te lezen, met kleine meid op schoot in de veilige warme sfeer van een nachtlampje. Knuffies en kusjes, high five en dag. De tijd glijdt in sneltreinvaart voorbij. Morgen is er weer een dag.

Overpeinzingen

Echte zielsverwanten

In voorbereiding op de middag hielden we het de ochtend kalm. Youtube-instructies over het bereiden van de Imam Bayildi met minieme verschillen. Wel komijn, geen komijn, wel tomaat, geen tomaat, wel frituren of toch maar grillen. Het is zo leuk om deze zaken met elkaar te vergelijken. Een Turkse Tante Saniye die simpelweg op één pitje bakt en kookt neem ik als voorbeeld. Kalmpjes voorbereiden en dan achter elkaar aan de slag. Zodra de aubergines gefrituurd en wel op de bakplaat liggen is het grootste werk gedaan. Dan is het alleen nog maar een kwestie van afbakken.

Een maaltijd bereiden is afdalen naar jezelf. Terwijl de handen kalm doorgaan met bereiden, vier uien, vier paprika’s, drie tomaten, zes teentjes knoflook in plakjes of stukken snijden, daalt het hoofd naar binnen af. Die paarse rotan stoel waar ik die nacht van droomde, zou die er nog zijn in de kringloop. In mijn droom had ik haar toch opgehaald en de twee zitkussens van de grote woonwinkel, die op,de kleintjes let, erbij gekocht. Nu wilde ik niets liever dan als eerste op de stoep staan op dinsdag om haar alsnog te halen.

Hoe zouden de dochters het hebben? Die vermaken zich wel aan de foto’s te zien en ze hebben zelfs in zee gezwommen. Redden de mannen het met de kinderen. Natuurlijk wel, hokjes denken, vrouwen redden het ook met de kinderen. Zal lief zich vermaken nu mijn lieve vrienden op bezoek komen en zal hij ze net zo leuk vinden als ik. Hoe staat de tuin er bij, vast een tikje verwilderd, als het droger wordt moeten we er spoorslags naar toe. Morgen niet vergeten Toonder uit te lezen. Dinsdag toch spoorslag naar de kringloop. Zo vliegen de gedachten aan, terwijl mijn handen onverdroten verder gaan.

Olie in de pan en op het vuur. Om en om de aubergines bakken gedurende vijf minuten. Voor mooi zijn ze iets te dik,leert tante mij. Zij heeft kleine, wat dunnere, exemplaren gekozen. Dus frituur ik ietsje langer. Ondertussen meng ik komijn en chilitomatenpuree door het prutje. Lief verzekert me dat het heerlijk ruikt. Mijn geur is een herinnering.

Een appje meldt dat ze onderweg zijn. Wat fijn en wat lang geleden weer, dat we op deze manier bezoek hadden. Het stond al voor twee maanden gepland en door de inhaalverjaardagen van de kleinkinderen moesten we het al een keer verzetten. Aubergines in het bakblik, vulling erin en vast in de oven geschoven. Straks als ze er waren, konden ze nog 25 minuten stoven. Couscous in de aanslag. Dat was slechts een kwestie van kokend water erop gieten.

De bel en een weigerende deur. Lief gaat persoonlijk beneden open doen. Achter een groot plukboeket, vers uit eigen tuin, komen twee breed lachende gezichten te voorschijn en terwijl de mannen onderling een groot Betuwepakket uitwisselen(veel te gek, toch)zoeken wij een vaas voor de bloemen en zitten onmiddellijk op ons eigen spoor van vertrouwd en bekend.

Het kenmerkende van goede vriendschappen is dat je nooit een gebrek hebt aan gespreksstof. Alles komt langs. Het bijzondere van de relatie, de kinderen, het huis in Verweggistan met het beeld in Google maps alsof we er voor staan en naar binnen kunnen. Een vraag van vriendinlief, in de winter valt het blad van de boom, hoe zit het dan met de assimilatie? De plantenboeken voor de recensies komen op tafel. Daar vinden we antwoorden in Briljante Planten. Een must have voor alle weetjes op gebied van het groen om ons heen. Herinneringen aan het ge-straattheater. Alle glansrollen komen voorbij, vaker dan ooit liggen we weer in een deuk om die grappige voorvallen. Niets was ons te dol in de gloriedagen van ons gezamenlijk optreden.

Ook de fotoboeken van het prille begin, lief als student, ik als beginnend verpleegkundige, komen te voorschijn en ontrafelen onze liefde van lang geleden. Ondertussen zijn we aan tafel gegaan, hebben een witte wijn opengetrokken en sudderen de aubergines in hun mooie rode saus naast de goudgele couscous. Een plaatje, maar het allerbelangrijkste, zooo lekker, om je vingers bij op te eten. Na de koffie en de thee, de vaat blijft de vaat voor later, gaan ze weer op huis aan. Het grootste compliment komt van lief. ‘Het is net alsof ik jullie al heel lang ken’. Daar draait vriendschap om. Zo werkt dat met echte zielsverwanten.