Overpeinzingen

De zondag door

Omdat de Benjamin om twaalf uur zijn slaapje moest doen, hadden we besloten de familiebrunch om tien uur te beginnen. Dus zaten er twee slaperige koppies om half negen boven een kop koffie te wachten tot het energie-level zou ontwaken. Er gaat niets boven bijkomen in de vroege ochtenduren.

De grote tafel werd aan de kant geschoven, daarop kwamen alvast de borden en de kommetjes, het bestek, de schaaltjes met het vleeswaren-en-kaasassorti. Jam, humus, salades en de salade Caprese. Verse Munt-thee in de aanslag. Binnen een half uur waren de voorbereidingen klaar. Klapstoelen en krukken plus een kinderstoel erbij. ‘Klaar is Kees’. De goegemeente kon komen.

Rond tienen druppelden de eersten binnen. En binnen een half uur waren we compleet op ons lieve reizende gezelschap na, die inmiddels onderweg bleken te zijn naar Les Moulins Des Iscles, de molens van de eilanden. Ben benieuwd hoeveel molens er daadwerkelijk zijn. Mischien vangen ze ergens nog een glimp op van een Franse Don Quichotte, je weet nooit hoe een koe een haas vangt.

Ondertussen draaide het voor een groot deel om de kinderen die her en der een eigen stekkie hadden uitgekozen. De kleine krullebol speelde met de mand met autootjes bij de terrasdeuren, de Benjamin wandelde overal tussendoor met een vriendelijke glimlach voor iedereen, Dribbel baste er vrolijk op los en zorgde ervoor dat hij niets te kort kwam, de twee groten sneakten alvast de komkommers en de paprika’s tussen alle lekkernijen uit, kleindochter zat op een punt van de tafel miniscule kraaltjes te rijgen samen met onze hoogzwangere schone dochter.

Voor de zoetigheden had de familie Amersfoort gezorgd, de oudste zoon kwam met de broodjes en croissants en dochterlief was vergeten drank te kopen gisteren. Ze had bij de benzinepomp tegen megaprijzen een paar pakjes gehaald. Eigenlijk was er al drank genoeg, want thee en water volstond ook. Zo vulde zich de tafel en was daarna alles in een mum van tijd aan het smullen. Ongedwongen, soms aan de tafel, soms binnen op de bank, soms op de grond, het maakte allemaal niet uit. Een heerlijk ontspannen geheel. Ik was druk met de broodjes, maar zag uit mijn ooghoeken dat iedereen gezellig met iedereen aan het kletsen was en dat er zelfs ruimte was voor de wat serieuzere gesprekken.

Af en toe schoven de kinderen bij elkaar aan en deelden in de feestvreugde. De kleine krullebol zag wat pips en lag in de paarse stoel een beetje ziekjes te zijn. Daar was een griepje aan het pratten. Toen zij als eerste vertrokken, was er ruimte voor het pinda rijgen. Gewapend met vork om de gaatjes voor te prikken en naald en draad, gingen kleindochter en ik voortvarend aan de slag, terwijl Dribbel de pinda’s onder onze handen uit at. Hij had niet in de gaten dat er twee inzaten en overal lagen halve pinda’s in de dop. Al gauw lagen de schilfers in alle hoeken en gaten, maar de pret was des te groter.

Voor het toekomstige kleinkind hadden we als gezin een rieten reismand gekocht, die nu gegeven kon worden. 37 weken alweer, dus het schiet op. Zoonlief belde naar de ‘Missing Link’, daar in het verre Frankrijk, terwijl ze onderweg waren. Zwaaien en kushanden om de afstand te overbruggen. Dag lieverdjes.

Toen er eenmaal vertrokken werd door deze en gene was het huis zo weer leeg. De boel moesten ze de boel laten, want met zeeën van tijd konden wij dat varkentje wel samen wassen. Het was fijn. Het pindasnoer ging aan de vogelkooi voor de mezen en de vinken, de stofzuiger stond in de aanslag voor de ontplofte pindazak en Lief fungeerde als wandelende afwasmachine. Het leed was snel geleden en met warme herinneringen op het netvlies soesden we de zondag door.

Overpeinzingen

Mooi meegenomen

Ik zat nog maar net in de rieten tuinstoel of de tas trilde. Een boodschap van de buitenwereld. Frankrijk aan de lijn. ‘Wel even je video instellen, mam’. O ja. Ineens popten de lieve vertrouwde gezichten op in een omgeving die zorgeloos en vrij aandeed. Kleindochter verhaalde opgetogen van de speeltuin en kleinzoon van zijn schoolprestaties, waardoor hij nu een dag extra vrij had. Geweldig. Dochterlief liep over het terrein om me het uitzicht op de Mont Ventoux te laten zien. Het vertrouwde beeld doemde op achter het kobalt-kleurig hek van de camping. Ze vertelde dat er staanplaatsen waren met de nominatie: Vergezichten. Daar betaalde je een paar euro meer voor per nacht, maar altijd stond het blauwe hek ertussen. Dat schoot niet op.

Ooit, lang geleden, toen ik nog met De Oude reizen maakte naar Frankrijk, woonden vrienden van ons op de berg boven de oude zijdefabriek waar wij logeerden. Ze hadden een olijfboomgaard en vrij uitzicht op de Mont Ventoux. Hun huis was wit gepleisterd. Overal stonden de bloembakken met bloeiende geraniums, achterin de tuin een chalet in aanbouw. Een idealere plek zo bovenaan was er niet. Dicht onder de zon, de hemel om aan te raken en een bourgondisch leven.

Het was al een behaaglijke 17 graden op de camping en de kinderen speelden met rode konen in de zon, een warrige haardos door de wind, die er speels doorheen plaagde. De lucht was overweldigend blauw. Schoonzoon kwam ook nog even voor de camera grijnzen en deed ondertussen verstoppertje met zijn dochter. Alles, de wijdheid van het landschap, de rust die er heerste, het weer, zorgde voor het ultieme buitengevoel. Ik beloofde dochterlief foto’s te maken van al de bloeiende bollen die ze in het najaar in de tuin schuin achter ons op het volkstuinencomplex erin had gegooid.

Zelf moesten we ook het nodige aanpakken. De takken van de gesnoeide wilgen hoopten zich op. Bij het monsteren van de zijkanten van de tuin, viel het vermolmde hekje tussen de buuf en mij in het oog. Hoe moeizaam ook, daar moest een nieuw vlechtwerk komen. Toen ik eenmaal aan een stuk vergaan hout begon te trekken, ging de hele opbouw moeiteloos mee. Het hout was poreus en makkelijk in kleine stukken te breken. Lief was ondertussen de wilgen aan het snoeien. Met het gebrekkige gereedschap was het eigenlijk mijl op zeven. De zaag was er niet geschikt voor. Ooit had ik een snoeizaag, maar die was op onverklaarbare wijze verdwenen. Tuingereedschap is net een boekenkast.

Dwars door alles heen floot een merel de seconden aan elkaar met lange trillers. Terwijl ik uitrustte op het trapje van de pipowagen genoot ik van dit heerlijke lenteconcert. Vinken, mezen en winterkoninkjes hipten af en aan tussen de takken van de al ontluikende bomen.

Aan het eind van de middag rond zessen was de koek compleet op. Opruimen en naar huis was het devies. Eerst nog even de foto’s bij dochterlief maken. Haas koos daar met flukse sprongen het hazenpad. Er was geen bloemetje te zien. Alles lag nog besmuikt winters te sluimeren. Bollen vallen vaker ten prooi aan de woelmuizen en in dit geval misschien ook wel aan haas. Toch maar wel voor de beeldvorming de plaatjes schieten. Even een vertrouwd stukje thuis in dat verre Douce France.

Vooraan op het complex was het vertrouwde gezicht van de Turkse ‘conciërge’. Het jaar daarvoor was hij er het hele jaar niet geweest en omdat hij altijd aanwezig is, misten we hem zeer. Nu stond hij weer als vanouds op zijn hek geleund te kletsen met zijn buurman. Zijn vrouw was bezig met de grond pootklaar te maken en zwaaide, enthousiast en met haar bescheiden verlegen glimlach. ‘Fijn dat jullie er weer zijn’, liet ik weten.

Terug in de kleine blauwe, de allerlaatste keer dat we met ons stoere autootje waren, die modder en rommel zo goed kan verdragen, constateerden we tevreden dat de buienradar er naast had gezeten met haar voorspellingen van een flinke bui. Altijd proefondervindelijk ervaren. Alles wat je kan doen, al is het tussen de buien door, is mooi meegenomen.

Overpeinzingen

Een betere leerschool is er niet

Het derde verslag van de reis door Europa trekt voorbij. Lezen, kijken naar de bijbehorende foto\s, proeven van opgedane ontdekkingen, zien van de rode konen bij de kinderen, genieten van de verwaaide blije koppies en de ingebouwde momenten van rust. Hoeveel indrukken doe je op als de wereld ineens veel groter blijkt te zijn dan de vertrouwde omgeving. Trots op het stel.

Om twaalf uur zet ik het haar in de henna. Nu is het een dag van niets en is er tijd voor, straks treden er misschien allerhande onvoorziene omstandigheden op. Je weet nooit wanneer een kind besluit om ter wereld te komen. Tijdens de vaste intrekperiode van twee uur maak ik een tajine-schotel, geïnspireerd op een oorspronkelijke stoofschotel met lam. Dat lieve lentedier mag gewoon door blijven dartelen. Ze wordt vervangen door een glanzende aubergine en de champignons die er nog in de koelkast waren. Samen met een uienchutney met gekookte en meegebakken rozijnen, het kruidenmengsel en de gekookte rijst als basis voor deze heerlijke schotel. Geroosterde amandel erop en klaar.

Henna uitspoelen, genieten van de rust, hier en daar een pennetje breien tussendoor. Lief leest het te bespreken boek, De Verborgen Spoorlijn van Colson Whitehead. Dat liet ik achter voor hem. Zelf hadden we waarschijnlijk genoeg te bespreken. Voor het huis kwam ik vriendinlief tegen met een mooie mededeling en druk babbelend letten we niet goed op. We bleken voor de verkeerde deur te staan. De bewoonster kwam wat slaperig naar beneden. Duizend excuses.

Het goede huis een blok verder. Ach ja, dat was helemaal de stijl van onze gastheer en gastvrouw. Dat krijg je ervan als je zoveel te bespreken hebt. De hartelijke ontvangst, de knusheid van een huis, de warmte, er was een open haard aan. O jee. Als ze goed trekt en ik er ver van af zit met een luchtrooster open is het te doen. Dan wil je toch geen spelbreker zijn. Zo is het goed. Als iedereen er is en de landelijke politiek in vogelvlucht langszij is gekomen, kunnen we aan de bespreking van het boek beginnen.

Had iedereen het gelezen. Hoe stond men er in. Het is fraai hoe we de ruimte bieden aan de diverse verhalen en bevindingen. Er worden emoties uitgewisseld, de afschuw gedeeld en het hele verhaal blijkt een opstap tot een grote mondiale bespiegeling te zijn dwars door tijd en ruimte heen. Hoe komen mensen er toe zich ten enemale superieur te voelen ten opzichte van een ander. Kenmerken als macht, invloed, status en het overschreeuwen van de eigen angst met de bijbehorende indoctrinatie komen langszij en dat levert een scala aan overpeinzingen op. Waar zie je deze gevolgen niet. Het vergelijk met het huidige wereldbeeld is snel gemaakt. We vragen ons af hoe we zelf zouden handelen, als we in de verdrukking zouden komen door bijvoorbeeld intimidatie. Trek je je terug, treed je op, lever je verzet, ga je in de contramine. Boeiende gedachten, zo met die hand in eigen boezem.

We beschouwen onze eigen werelden, soms divers en kleurrijk, soms opvallend los van het doorsnee gemiddelde. De veiligheid en de bescherming van de bourgeoisie. Een van ons merkt op dat we in luxe en grote vrijheid zijn opgegroeid, zonder oorlogen, zonder dreiging, zonder honger ook. Nou, daar zitten toch nog wat kleine nuanceverschillen in. Die uitwisselingen zijn waardevol voor het wereldbeeld en voor de vriendschap. Het is goed om het leven te delen met elkaar. Als we afscheid nemen staan er twee nieuwe afspraken op de agenda en is er een lijst van nieuwe boeken om uit te kiezen. Heerlijke avond met fijne diepgaande gesprekken.

Thuis nog even na mijmeren met Pluis naast me en lief boven. De tulpen van schoonzus staan er fier en blozend bij. Ze omlijsten het te lezen verhaal van dochterlief, schone zoon, de kleine filosoof en de kleine meid. Volop zijn ze de wereld aan het ontdekken, los van alle reuring, één met de natuur en de schoonheid van het bezochte land. Een betere leerschool is er niet.

Overpeinzingen

Daardoor te laten leiden

Vanavond is de literatuur-bijeenkomst en bespreken we ‘De Ondergrondse Spoorweg’ van Colson Whitehead. Het boek dat je niet in één adem kunt lezen, want je hebt veel aan tijd tussendoor nodig om het te laten bezinken, maar wel met dezelfde spanning en geraaktheid. Wat een boek.

Gisteren, na het stemmen en het lezen, was het de avond van Volle zalen door Cornald Maas. Dit keer was hij bij Stef Bos op bezoek. Een van mijn grote voorbeelden van het verbeelden van het gedachtengoed in schitterende woordentaal. Die middag had ik in de Zin-Magazine in zijn column gelezen over wat taal eigenlijk betekende voor de Zimbabwaanse Louis Mhlanga, die hij ooit ontmoet had. Toeval bestaat niet. Die gaf daarop antwoord dat het zoiets was als ‘Je voorouders een stem geven’. Daarop mijmerde Stef voort over het feit dat je eigenlijk een doorgeefluik bent als schakel in een eindeloze keten. Daaruit trok hij de volgende conclusie. ‘De beste zinnen verzin je niet, ze verzinnen jou’. In dat verband noemde hij tevens het collectieve onbewuste van Jung. Alles wat ooit door voorouders en ouders is overgedragen vermengt zich met het eigen vervloeien in de tijd.

In het televisieprogramma zien we Stef in zijn grote huis in Kaapstad, een jarendertighuis tussen ‘Die Tuine van de kompagjie’ en de Tafelberg. Hij verhaalt zijn visie op het leven aan de hand van zijn vrouw en haar kunst, het leven samen met haar en de kinderen, aan de twee verschillende werelden waarin hij leeft, in Zuid Afrika en Vlaanderen, aan zijn Nederlandse achtergrond, aan de hand van een ernstig ongeluk van zijn schoonouders en zijn kinderen, waarbij hij in een fractie van een seconde dacht dat ze dood waren. Belangrijk hierin was het gevecht van de zoon om er weer boven op te komen. Die hele laatste gebeurtenis vooral bracht een wending in zijn leven.

Ontroerend was een bezoek aan de man die af en toe het verkeer regelt en slaapt in een klein caravan in een loods. Hij praat met hem maar vooral hoort hij de boeiende verhalen aan. Hij maakt ons mededeelzaam, waarbij het Stef zelf niet onberoerd laat als hij de puurheid en de schoonheid in deze man roemt.

Cornald luistert, stelt de juiste vragen en Stef kopt ze met een hoog open gehalte in. Eerlijk zijn waar het je gevoelens betreft maakt een mens zoveel meer mens. Door het hele programma heen loopt de vrolijke rode draad van zijn samenzang met een groepje dames op een welhaast gospelachtige manier. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg, zo klinkt het ongeschreven lied. Blijf dicht bij jezelf. Wat fijn dat hij zijn eigen eenvoud deelt met ons in dit programma.

In zijn column wordt dat evenzeer duidelijk. Hij vertelt over het feit dat hij de neiging had om er steeds een schepje bovenop te gooien en niet het lied zelf het werk te laten doen. Als je je de techniek hebt eigen gemaakt dan is het zaak om alles los te laten op het moment dat je er mee aan het werk gaat, is de visie van de meester.

Het doet me denken aan mijn lessen voor de stagiaires aan wie ik steevast vroeg of ze de lessen goed hadden voorbereid. Als ze beamend en ijverig knikten zei ik hen: ‘Mooi, dan mag je dat nu weer allemaal loslaten. Ga de groep in en verbind je met de kinderen, dan komt de rest vanzelf’.

Stef besluit met de prachtige gedachte: ‘Na al die jaren weet ik eigenlijk niet of ik mijn stem gebruik of dat het eerder andersom is. Mijn stem zingt mij’.

Een mooi idee. Dat wat je leert en in je hebt samen voegen en een hoofdrol toekennen om je daardoor te laten leiden.

Overpeinzingen

Dat is de schoonheid van het moment

Wat te doen met beren op de weg. Parkeren, een mooie plek zoeken waar ze mogen sluimeren, winterslaap bij uitstek. Heeft het zin om in Wat-Als te denken. We hebben naar aanleiding van een gesprek gisteren in de vroege ochtend een kleine verhandeling over dit feit en komen tot de conclusie dat het lucht en ruimte geeft door in het ‘Nu’ te blijven. Het is geen onverschilligheid, maar het is de realiteit van wat je behappen kan. Het heeft geen zin om in vooronderstellingen te denken, als die er nog niet zijn. Op het moment tot een oplossing komen heeft meer effect.

Het is niet hetzelfde als ‘Wie dan leeft, die dan zorgt’, maar het schuurt er wel degelijk tegenaan. ‘Vrolijkheid met vlijt kent geen tijd’ verzin ik, door een aantal spreekwoorden op een hoop te gooien en er een nieuwe van te maken. De tijd is niet belangrijk in ons geval. Ze is onvoorspelbaar. Het ligt tussen nu en later. Er valt niets zinnigs over te zeggen. Samen er een feest van maken zonder de beren, die als logge bruine gevaartes, als het zwaard van Damocles boven het hoofd kunnen hangen. Strikt genomen is het een feit dat het leven eindig is. Zuchten erover zet geen zoden aan de dijk. Het antwoord is in oplossingen denken en wel vandaag, hier en nu, ter plekke. We kunnen er een feest van maken, zolang je de dag plukt zoals ze zich aandient.

Eigenlijk zijn het fijne gesprekken. Het is fijn om naar elkaars diepste gedachten te luisteren en daar over na te denken, ieder op een eigen manier. Lief is er aan toe om een flinke wandeling te maken. Beschouwen in het nu en niet driedimensionaal met een gedachte aan de slag te gaan. Bij mij is er de neiging om de vleugels uit te slaan en dochterlief te zien, het over hele andere dingen te hebben. Maar eerst mag ik even los bij de fysio. Vanwege het tekort aan zuurstof zitten we nog steeds op de krachttraining en het sterken van de borstspieren. Er komen gewichten aan te pas. Ik zie mezelf daarbij in de spiegel, altijd weer een overwinning, maar eigenlijk ook een goede oefening op zich. Laat het maar zien, het is goed zoals je bent, iets in die trant. Al schieten er hele andere gedachten door me heen. ‘Volgende keer een ander t-shirt aan, buik verdient geloof ik ook wat aandacht, span die spieren’.

Na de fysio in versneld tempo lekkere dingen halen voor dochterlief en de middelste kleinzoon, die voor de drumles nog even aanwippen. Hij is de meest creatieve van het stel. Het zit er allemaal in, theater, dans, schilderen, verhalen, muzikaal en ritmisch. Natuurlijk mag Greetje, mijn kleine mensenkind, crackertjes eten. ‘Njam, njam, njam’ klinkt zijn stem, al zwaarder door de opkomende baard in zijn keel. De Djembe wordt beroerd, maar het liefst wil hij schilderen. Daar komt mijn pas aangeschafte aquareldoosje goed van pas. Dochterlief en ik babbelen honderduit. Als hij aan het schilderen slaat, een zee met haai en bootje, bestudeert dochterlief het boek over tekenen met het rechterbrein en ik geef haar een leeg blad in het schetsboek om omgekeerd een tekening van Picasso na te tekenen, maar dan per detail. Het is een hele leuke oefening en voor we het weten moeten ze er alweer vandoor om de kleine dribbel bij een vriendje op te halen en op tijd bij de drumles aan te komen.

Ik zwaai ze uit en als ik de tafel opruim valt me de schoonheid van de tulp op, die bijna klaar is met zijn lange bloei. Wijd spreidt ze haar blaadjes uit, alsof ze wil zeggen, ‘Kijk nog maar goed. Straks is het voorbij’. Zo is het. Dat is de schoonheid van het moment.

Overpeinzingen

Dit was vast niet de eerste keer

Deze longarts was nieuw voor mij. Ik had hem weliswaar een keer telefonisch gesproken bij het consult van vorig jaar, maar nu wilde ik een beeld bij de stem hebben en vond ik het ook fijn dat hij me even kon horen na de corona van drie weken geleden. Hij was vriendelijk, keek naar mij en niet alleen naar de computer, stelde wat vragen en lichtte de longen door. Lang geleden dat dat voor het laatst was gebeurd. Tevreden stelde hij vast dat ze, ondanks het vele hoesten, schoon waren. Ik mocht een aantal keren meer gaan puffen op een dag als dat nodig was. Raadzaam ook, vanwege de ontstekingsremmer, die daarin zat. Binnen dezelfde tien minuten als het telefoongesprek zou duren, stonden we weer buiten. Nu met een compleet plaatje in mijn hoofd.

Even vieren met Latte en koffie, een broodje en een croissant, en daarna bijkomen thuis. Om half een togen we richting Laren, waar we om half twee een tijdslot hadden gereserveerd. De kluisjes waren met een viercijferige code en twee handelingen, allemaal niet handig voor de wat versleten koppies die doorgaans het museum bevolken.

Ik had die ochtend gemerkt dat de kaartjes niet te downloaden waren en belde met het museum, waar ik ene Julia aan de lijn kreeg, die me vertelde dat zij er in de middag ook was en dat we ons bij haar moesten vervoegen. Bij aankomst, er was zowaar plek op de parkeerplaats, zocht ik de naam Julia passend bij de vrouwen achter de desk. Goed gegokt. Ze was het even kwijt, maar herinnerde het zich weer. Het bleek vaker voor te komen bij de bestelling als je behalve met de museum jaarkaart ook nog een donatie had gedaan. Gelukkig was het nog niet vol, dus twee kaartjes konden er nog vanaf.

De tentoonstelling van Kees van Dongen was prachtig. Een respectabel oeuvre op sfeervolle wijze uitgestald in de zalen. Handig dat van Dongen veelvuldig in series of periodes werkte. Zo wandelde je door zijn ontwikkeling binnen de schilderskunst, maar ook door zijn leven, met de diverse ontmoetingen in beeld. Met de vroegste werken, zicht op Delfshaven, en daarna zicht op Parijs met het herkenbare Montmartre, vanuit het beroemde ateliercomplex Le Bateau-Lavoir, in alle toonaarden, was het een mooi begin. Daarna vielen we in de ene na de andere verstilling bij het zien van zijn vrouwen, de portretten, de kleuren en lijnen, de vormen, de diverse stromingen, al dat moois bij elkaar. Een van zijn modellen, Fernande Olivier, bleek ook de geliefde en het favoriete model van Picasso te zijn.

Het was niet moeilijk, ondanks de drukte, om één op één van een werk te kunnen genieten. Mijn favorieten hingen er op gezette tijden zelfs verlaten bij. Mazzelen. Niets fijner dan elke indruk, elke verfstreek, elke beroering in rust tot je te nemen.

Een mooie toevoeging waren de drie grote muurfoto’s van de kunstenaar in zijn atelier, waar je ook de doeken onder constructie herkende, die hier aan de wanden in volle glorie waren uitgestald. Een kijkje in de keuken. Indrukwekkend was ook de hoeveelheid. Men had meer dan honderd werken over de hele wereld bij elkaar verzameld. Een mooi compleet beeld. Er was na de laatste doeken geen ruimte meer voor de overige Nardinczalen. Die hadden we al eens gezien, en het kon er nu eenvoudigweg niet meer bij.

In het oude gedeelte van het restaurant met haar aangename ouderwetse lambriseringen en met het zicht op de Oudolf-tuin waar de wind vrij spel had, was het goed toeven. Dat er daarna ineens nog wat kaarten te schudden vielen, is voor later. De kluisjes gingen, zoals verwacht, bij ons niet open, evenals bij de dames ernaast. De wat norse cipier liet ons de inhoud opdreunen. Daarna toverde hij de deurtjes van het slot. Dat was vast niet de eerste keer.

Overpeinzingen

Naar eigen smaak

Een kleine lentestorm woedt om het huis. Alsof de winter in nijd haar laatste stuiptrekkingen kracht bij wil zetten. Vanuit Frankrijk komen er foto’s van dochterlief en haar gezin door. De kleine filosoof en zijn zus houden in hemdsmouwen een waterballet. 21 graden geeft de temperatuur weer. Heerlijk warm, terwijl ze die ochtend nog in de sneeuw stonden. Dat is het grote voordeel als je verder naar het zuiden trekt.

Ondanks de troosteloze miezer van gisterenochtend trokken we er toch op uit. Met de kleine blauwe nog even. Om de modderschoenen en de vaak rommelige parkeeracties op de tuin, waar veel in en uitgeladen moest worden. De sloot strekte zich. Eenden in paren lagen te doezelen op de kant en een koppel meerkoeten zwom bedaard in het rond. Niemand maakte nog aanstalten tot een nest.

In de tuin was het speuren naar de twee nieuwe aanwinsten. De Gelderse roos en de vogelkers. Ze lagen keurig op de tafel met een briefje erbij. Wat fijn. Natuurlijk had ik ze halve bomen gedacht waar een takje met wortels de realiteit bleek. Ze mochten tot aan het poten in de vijver om de wortels goed te doordrenken.

Ondanks de wat onappetijtelijke weersomstandigheden gingen we toch aan de slag om de twee de grond in te werken. Plaats bepalen, grassen weg trekken, kuil graven en de takken erin. Lief deed het zware werk en ik trok met de hark het gras weg, tegelijk maar voor zover het oog reikte, dan was dat ook weer gedaan. De vijg bij de composthoop was op mysterieuze wijze verdwenen. Ook dat was maar een tak met worteltjes. Zaak om een wat groter en steviger exemplaar aan te schaffen. Misschien had haas wel trek gehad in een sappig twijgje of hadden we bij de vorige opschoning van de tuin de tak abusievelijk over het hoofd gezien. Wie zal het zeggen.

Vlak voor we het pad opschoten vloog een winterkoning op richting de bamboe. De mezen en de vinken hielden zich schuil, maar lieten zich wel horen. De narcissen waren opgekomen en hier en daar stak er nog een krokus het kopje op. Lief besloot toch vast een poging te wagen om de drie wilgen aan de rechterkant te snoeien. Op het wankele trapje ging hij in de weer. Typisch een geval van niet kijken, omdat ik hem in visioenen al tegen de vlakte zag liggen. De blauwe heksenbal van dochterlief bracht ik voor de zekerheid in veiligheid. Stel je voor dat er net een grote wilgentak op zou vallen. Er lagen ook takken van de vorige snoeibeurt. Die moesten nog kaal. Nu was het tijd om een aanvang te maken met het kleine hekje, vanaf de paal met het nummer tot aan de bomenheg van buurman.

Drie wilgentakken verticaal dienden als weefraam. Er was voldoende om mee te vlechten en dat in een harmonische afwisseling van zitten om de takken tot kale staken te maken en dan het vlechten, waarbij ik moest bukken. Met dit gehalte aan lucht altijd een dingetje maar overkomelijk door de paar tellen rust ertussen.

Er kwam een grote groep mensen langs die een bezichtiging kregen in het tuincomplex en vermoedelijk allemaal op de wachtlijst stonden. Eerst voor de halve tuinen en dan later voor een vrijgekomen hele tuin. Later kwam ook nog de man van de gebrachte bomen kennis maken. Hij bleek de tuin overgenomen te hebben van de architect met het grappige tuinhuis. Vol bewondering overigens voor onze ‘Pipowagen’ zoals hij hem noemde. Terwijl hij het zei, bedacht ik me dat er nu al generaties rond liepen die nog nooit van een pipowagen zullen hebben gehoord en er geen beeld van NoNoNoNo, Mamaloe en Pipo op het netvlies zouden hebben bij die associatie.

Na gedane arbeid is het zoet rusten. Moe maar voldaan nam ik foto’s van de arbeid en daarna trokken we op huis aan. Als toetje om mee uit te rusten was er in de avond het programma over Vermeer, waarbij we, zoals vaak, allebei niet de winnende kunstenaar maar de kompaan verkozen. Zo kiest ieder naar eigen smaak.

Overpeinzingen

Een wereld waar je onbeperkt jezelf mag en kan zijn

Heerlijk soepje gemaakt in de vroege morgen. De hele inhoud van de groentenla uit de koelkast mocht meedoen, want de pureerstaaf deed haar werk goed. Voor onszelf hou ik van grof gesneden groenten in de soep, maar bij iemand die niet direct een soepliefhebber is, kan je dat beter niet doen. De familie stuurde foto’s van een bezoek aan het Nijntje museum, zoon en dochter met aanhang en kinderen. Jammer genoeg konden we er geen deel van uitmaken. Maar ja, je kunt je niet in tweeën delen en de afspraak met broer en zijn vrouw stonden er al langer.

Een mail van de tuin dat er bomen te geef waren. Ik vroeg om een vogelkers en een Gelderse roos. Ze liggen al in mijn tuin, even in het water leggen en dan direct de grond in, dat wordt dus het akkevietje van vandaag. Duimen dat het weer werkzaam blijft.

Schoonzus had haar huwelijksaankondiging bij zich. Een prachtige zacht-velvet groene dubbele kaart met gouden letters. Het huwelijk valt ergens midden in mei en dan komen we even terug uit Verweggistan. De eerstvolgende stap is oppas verzorgen voor Pluis, die plusminus drie maanden onder de pannen moet zijn. Het eerste aanbod is al binnen, maar daar kan ze niet naar buiten in verband met een hond die op het erf vertoeft. Ze moet daar aanleren om in een tuigje aan de wandel te gaan. Dat zal nog wel een dingetje zijn. Het allerlaatste middel dus.

Het bezoek was aangenaam. De mannen bogen zich over belastingzaken, Wij kabbelden wat met prietpraat over het wel en wee, maar ook met serieuze verhalen over vroeger en hoe we het leven hadden beleefd. Zelfs later met de mannen erbij, kwam dat onderwerp aan bod. Terugkijken, achterom zien. Dat was ook het thema in de serie ‘Verborgen verleden’, waarbij Daan Schuurmans in het zijne dook en allerlei opmerkelijke zaken ontdekte. De familienaam van zijn grootmoeder was hetzelfde als de mijne. Een van de voorvaderen had zelfs de voornaam van mijn vader, ‘Adriaan’. Bijzonder. Zouden we misschien dan toch ergens familie van elkaar zijn.

Lief wordt even wakker en sluimert tussendoor weer weg. Hij had gedroomd van paarden op de Pusta, maar dat kwam omdat ik naast hem mijn verhaaltjes op de Ipad roffel. Dat geeft het geluid van hoeven op een zandpad, schijnt. Heerlijk zoals we in staat zijn om allerlei dingen te verwerken tijdens een droom. Het zou maar een fantasieloos bestaan zijn, als we niet meer kunnen dromen.

De soep werd genuttigd met afbakbroodjes. Als toetje was er nog een nabeschouwing over hoe we met elkaar tegen de wereld aankijken. Broerlief had in kinderhuizen gewerkt waar kinderen een labeltje opgeprikt kregen. Van meet af aan is hij cynisch geweest ten opzichte van een dergelijke indeling. ‘We zijn allemaal mensen’ is zijn loffelijke instelling. Als je iedereen in gaat delen, sluit je inclusie eigenlijk al uit. Hij wilde niets liever dan blanco een kind leren kennen, zonder vooronderzoeken of bevindingen. Dat schiep een band. Met de kinderen op school heb ik eigenlijk altijd precies hetzelfde gedaan. Als er kinderen van een dagverblijf af kwamen dan las ik de rapportage nooit. Een kind bouwt een eigen relatie op samen met jou. Hoe die bevindingen zijn is persoonlijk en een momentopname. Elk label wordt een etiket dat ze jaren mee kunnen slepen door zo’n schoolloopbaan en dat zeker belemmerend kan werken of een kind tot verkeerde keuzes dwingt. Het maakt niet uit hoe je bent. Het gaat om de ruimte die je krijgt om jezelf te zijn.

Wat een prachtig onderwerp om een zinvolle dag mee te eindigen. Het gaf veel stof tot denken, maar vooral ook veel herkenning. Fijn om te merken uit hetzelfde hout gesneden te zijn. Mensen zonder grenzen, om met open armen te ontvangen. Een wereld waar je inderdaad, net als in de reclame-slogan, onbeperkt jezelf mag en kan zijn.

Overpeinzingen

Tijd voor een nieuwe dag

Er was iets waar ik al dagen tegenaan liep te hikken en wat je eigenlijk dan beter niet uit kan stellen, omdat het in je hoofd alleen maar groter wordt. Afscheid nemen van de garage waar ik al 25 jaar een trouwe klant was. De jongens hadden me vanaf het begin af aan door de moeilijke tijden heen gesleept, iedere keer als ik door een of ander voorval stremde. Bijvoorbeeld die aanrijding met het gevolg dat de auto total loss werd verklaard, of toen de motor op vakantie in de brand was gevlogen en ook na die keer dat de eerste oude blauwe prins werd afgekeurd en er een nieuwe van een lieve vriendin op de proppen kwam, zorgden zij voor de juiste stappen in mijn ontwikkelingsproces, om maar te zorgen dat ik opnieuw vervoer kreeg. Onbaatzuchtig hielpen ze mij en trouw bleef ik komen en alle garagekosten betalen. Bij sommige auto’s twee keer per jaar en bij nieuwere exemplaren een keer in de twee jaar, net zo het uitkwam.

Bij de warme bakker haalde ik appeltaart, cake en bananenbrood, stopte er een brief bij in met een foto van een tekening, die ik ooit van de kleine blauwe had gemaakt, met wat vriendelijke en vooral lovende woorden, die ze echt hadden verdiend. Zo zenuwachtig als ik me voelde, zo nuchter waren de twee mannen achter de desk. ‘Ze zullen me missen’ had ik opgemerkt tegen zoonlief. Die moest lachen en antwoordde: ‘En je centen’. Sentimentele oude dwaas, dacht ik toen ik opgelucht weer achter het stuur van de kleine blauwe kroop.

De witte bolide stond, na mijn onrustige nacht, nog ongeschonden te prijken op dezelfde plek. Samen met Lief maakte ik een ritje naar de jongste zoon om een door hem besteld pakketje te brengen. Het was opgehouden met miezeren en nu daalden grote vlokken sneeuw neer, terwijl de auto dapper meekeek tijdens de rit. Ze liet weten dat de auto voor me optrok als ik te lang bleef talmen, dat de weg glad was, stuurde bij als ik over de streep ging en deelde allerhande waarschuwingen uitvoerig met ons. Voor de carplay was zoonlief nodig, die vingervlug iets met de telefoon deed en als vanzelf kwam alles wat in de telefoon zat, ook op het scherm van de auto tot en met Spottify aan toe. De telefoon bleek draadloos op te laden, door hem neer te leggen, maar daarvoor moesten we wel eerst naar een van de vrienden van hem, om een ander hoesje te halen. Iets wat hij regelde op afstand, zodat we het alleen maar in ontvangst hoefden te nemen. Gouden jongens, natuurlijk.

Mijn onrust gold trouwens niet alleen de angst voor de nieuwigheid of het afscheid van de garage, maar het bleek ook bijna volle maan. Terwijl lief al op een oor lag, zat ik, net als mijn moeder vroeger, nog wat na te mijmeren over alles en ineens viel me de schoonheid op van een maan dwars door het filigrain van de boom heen. Een foto waard.

Vannacht scheen ze vol verve naar binnen, een heldere nacht die resulteerde in mooie blauwe lucht met wat sluierbewolking. Langzaam kunnen we de winter weg strepen en de lente omarmen. Straks komen broer van Lief en diens vrouw langs om samen de belastingpapieren door te nemen. Dat betekent soep voor bij de lunch. Een noodlesoep of een groene groentensoep met prei, doperwt en courgette, daar ben ik nog niet uit. Ondertussen is de rijm op de daken verdwenen, schijnt de zon uitbundig en is de krant volledig uitgespeld. Tijd voor een nieuwe dag.

Overpeinzingen

Chapeau

Goed beschouwd maakt bezit onrustig. Gisteren werd er rond twaalven gebeld en een man zei dat hij met een grote oplegger de wijk in zou rijden. Of hij in de straat kon parkeren. Ik verwees hem naar de straat naast de maisonette en stond een tijdje op de uitkijk. Een half uur later zag ik de enorme vrachtwagen deze straat negeren en ik wist dat hij aan de andere kant van de wijk kwam te staan, omdat het een rondweg was en hij met dit gevaarte nergens kon keren. Gelukkig belde hij weer, toen we al buitenstonden en richting het grote parkeerplein liepen. Het was een vrij laconieke man. Hij liet mij een verklaring invullen en koppelde zelf de wagen los en reed haar eraf. Wat een prachtexemplaar. Maagdelijk wit met zwarte accenten en inderdaad helemaal nieuw. Mijn eerste in mijn leven.

Lief en ik bedankten de man omstandig en stapten in de auto om een proefritje te maken en vast achter de belangrijkste functies te komen. Een simpele was de continuïteit van de ruitenwisser. Hoe bewerkstelligde je dat. ‘Even stilstaan’ opperde lief ‘en dan uitzoeken. Dat bleek een goed plan. Zo vielen er nog meer functies te ontdekken’. We reden richting zoonlief, maar die was niet thuis, pikten een stukje snelweg mee en verder ging het. Stukje rondweg, stukje industrieterrein, even richting supermarkt voor de boodschappen. Wat reed het heerlijk, wat een ruimte, wat een luxe. We waren dankbaar om het feit dat we dit konden doen. Met puzzelen en uitknobbelen bleek het mogelijk te zijn. Een van de voordelen als je niet langer alleen maar met z’n tweeën botje bij botje kon leggen. In mijn eentje was deze vreugde me nooit ten deel gevallen.

In de avond en de nacht kriebelde het hier en daar, een vage onrust. Nieuw bezit zorgde heel even voor de angst. Wat als een ander het ook een mooie auto vond. Weliswaar verzekerd tot en met haar wieldoppen en de kleinste radartjes in het systeem, maar toch. Zo’n nachtmerrie op je netvlies van een lege plek de volgende dag. ‘Vervrouw je’, sprak ik mezelf toe. ‘Het is een voorwerp, een fijn en dankbaar voorwerp maar niet meer dan dat’.

Relativeren kon aan de hand van een artikel in de krant over de opvang van de lieve angstige kinderen op de scholen tijdens hun kortstondig verblijf eer ze teruggestuurd zouden worden naar het land van herkomst. Die arme schatjes in het voorportaal van het ongewisse, die met lede ogen toe moeten zien hoe steeds kinderen, vriendinnen, vriendjes, om hen heen verdwijnen. Het voorland. Dan weegt bezit niet op tegen zoveel leed. Waar hebben wij het hier in godsnaam over.

‘Floor reist mee’ wasook een prima afleiding. Mensen die zich bekommerden om de arme zwerfhonden in Turkije, een man die zelfs protheses maakte voor verlamde lichaamsdelen. Een poot voor een zeearend of een karretje voor een hond met een verlamd achterlijf. Onbaatzuchtigheid ten top. Een Syriër die voor dierenarts had gestudeerd en net als velen door de oorlog de studie had moeten onderbreken, leerde in het opvangkamp voor vluchtelingen aan de kinderen daar, hoe je de dieren met liefde kon benaderen. Aandoenlijk hoe hij zijn best deed om het dier een gerespecteerd plekje te geven in dit stukje wereld en de kinderen duidelijk te maken hoeveel liefde ze er voor terug zouden krijgen. Bevlogen mensen, waar ik mijn hoed voor afneem. Chapeau.

Overpeinzingen

Dat is ook heel wat waard

Vroeg uit de veren gisterenochtend omdat er schimmelwerende verf gehaald moest worden voor het badkamerplafond. Omdat dat op het industrieterrein was, kon ik ook direct het kattegrit en het anallergic kattenvoer voor Pluis meenemen. Douchen was voor later, opdat de badkamer lekker droog bleef. Zoonlief was er al om half twaalf en ging onmiddellijk voortvarend te werk. Afplakken en aan de slag. Tussendoor belde schoondochter. Ze haalde het net niet om dochterlief met een vriendinnetje van school te halen. Lief had de kleine blauwe prins net volgeplompt met de resten van de oude badkamerkast dus mocht ik het enorme bakbeest van zoonlief meenemen om ze te halen. Ondertussen had ik al de voorbereidingen voor een heerlijke soep voor na de werkzaamheden opgezet. Dat kon rustig pruttelen.

De nieuwe auto had strak afgestelde remmen, die onmiddellijk de auto stilzetten. Dat werd even aftasten hoe te handelen. Een auto moet je aanvoelen en met moed, beleid en trouw kwam ik een heel eind. De dametjes waren er klaar voor. Ik was net op tijd bij school, waar de kleine dribbel werd opgehaald door mijn lieve schoonzoon en zijn Franse Pa. Knuffies en kusjes voor de twee kleinzonen, die achterbleven en wij gingen opnieuw op pad. De auto is heel sensitief en reageert op wandelaars achter de auto, op aankomend verkeer, het is een makkie. Wel altijd op blijven letten natuurlijk.

De meisjes moesten naar het huis van zoonlief en daar kon ik meteen al zijn werk bewonderen. Alle kamers waren bijna klaar op de zolder na, die ook al opschoot. Ze hebben prachtige aardetinten voor de babykamer gebruikt. Heerlijk om eens niet te zwelgen in roze en blauw, iets waar mijn kinderen nooit erg mee in de weer geweest zijn. De dametjes trokken zich terug op de slaapkamer om een verkleedpartijtje op touw te zetten. Schoondochter kwam net op tijd thuis om te waarschuwen dat niet alles overhoop gehaald moest worden.

Terug naar huis. Het plafond was al stralend wit en de tegels geboend, nu konden de kasten op hun plek. Keurige badkamer, eenvoudig maar doeltreffend en geen spoortje schimmel meer te zien. Zoonlief at een kom soep met ons mee en ging daarna huiswaarts. Wij brachten de oude kastresten naar de stort en een kledingrekje naar de kringloop en zochten bij het grote warenhuis waar alles voor een habbekrats ligt, naar een nieuw douchegordijn en een afvalemmertje. Gevonden en de badkamer afgestyled met nog een plantje op de kast, de handdoeken en wat spullen erin, en klaar waren we.

Het was een goed gevoel. Soda is nu verheven tot schoonmaakmiddel nummer één. De badkamer is weer bijna toonbaar op de kozijnen na, die de woningbouwvereniging moet aanpakken en wij zijn blij met deze nieuwe renovatie, zodat stap voor stap het huis zich voegt naar onze wensen.

Vandaag is het wachten op de nieuwe auto. Die wordt vanmiddag gebracht. Dan is het zaak om de kleine blauwe netjes op te leveren en alle papieren in orde te maken. Dat wordt zoeken, want door kleine volksverhuizingen van mijn kasten naar het tuinhuis, ben ik mijn belangrijke plek van de papieren een beetje kwijtgeraakt. Nooit een saai moment in huize Jan Steen. Stel je voor dat alles van een leien dakje ging.

Zo blijven we van de straat en lekker bezig en dat is ook heel wat waard.

Overpeinzingen

Zo niet alles

De hoestbuien zijn nog steeds een tikkeltje te heftig. Mijn vader na zijn eerste zware shag van de vroege ochtend in zijn stoel met de zilveren standaardasbak ernaast en een zorgvuldig opgetrokken rookgordijn. ‘Stoor me niet, laat me even bijkomen’ waren al deze eerste tekenen. Zo’n hoestbui dus. Maar ik rook niet.

Bij de fysio besloten we krachtoefeningen te gaan doen om de borstspieren wat te sterken, zodat ze deze vorm van ondermijning van het ademhalen op konden vangen. Gewichten dus. Aangespannen kipfileetjes en sterke, nog steeds wat jonge armen. Ondanks al die etentjes van het weekend nog een redelijk slanke pose in de spiegel stimuleerde, maar het tekort aan lucht was een spelbreker op gezette tijden.

De boodschappen leidden de maaltijdkeuze, kopen op de aanbiedingen, je moet toch wat met deze surrealistische prijzen. Een app van zoonlief. Dat hij de volgende dag het plafond van de badkamer kwam witten. De lieverd. Dat betekende dat lief nog een keer met het warme water en de soda aan de slag moest. We hadden bij de boodschappen van twee dagen geleden nieuwe schuursponsjes gekochte. Maar…Waar waren de sponsjes heen gegaan. Niet op de te doen gebruikelijke plaats onder het keukenkastje. Ze bleken spoorloos. Niet in de lege tassen, niet in de twee andere kasten. Ze waren opgelost in het grote onbekende niets, het zwarte gat van de huishouding.

Lief besloot dan maar snel bij de supermarkt vlakbij twee pakken te kopen en kon daarna aan de slag. Na een uurtje was hij klaar. Ervoor had ik warme thee en pure chocola met hazelnoot klaar om het leed te verzachten. Het hielp om de energie opnieuw op peil te brengen. Ziezo alles klaar voor de grote metamorfose.

Een paar nieuwe naalden aan de das breien. Het werk vordert gestaag en wie weet is het nog op tijd af om de eerste frisse lentedagen te sieren.

Vooralsnog ligt vandaag de rijm op de daken en zal het over een uurtje opnieuw gaan sneeuwen. Vermoedelijk natte sneeuw net als gisteren. Koning winter roert nog even de staart, maar daar is het maart voor.

Een appje van vriendinlief. Was er nog inspiratie als inleiding voor een project over vroeger. Onmiddellijk moest ik denken aan de beide dames die een heel schoolleven met mijn lieve duo en mij waren meegelopen. De onsterfelijke Bep en To, twee zussen die eigenlijk niet zonder elkaar konden en altijd bezig waren herinneringen op te halen. Iets in de trant van vroeger was alles beter, op de kleine ouderdomskwalen na, natuurlijk. To met haar rollator en jicht in de rug, Bep ook minder mobiel, maar nog steeds gek op spruitjes die schoongemaakt in de pan aan de voeten mochten ploempen. Het opspattende water als een feestelijke omlijsting. Succes verzekerd.

Lief komt met de koffie. We kletsen wat bij. Zuslief viert samen met haar man verjaardag in Brugge. Ooit waren de dametjes en ik er tijdens een bitter koud weekend en toch hebben we genoten. Brugge is mooi en pittoresk. Weer voor de tuin is het nog steeds niet, maar na deze week wordt het beter belooft de weerapp op de telefoon. In Verweggistan is het ongeveer hetzelfde weer en in Frankrijk waar dochterlief zit, zijn de nachten koud maar is het wel te doen in hun knussse caravan. Ach ja, de warmte van elkaars gezelschap vermag veel. Zo niet alles.

Overpeinzingen

Als je de natuur mag geloven

Gisteravond zou de redactie van ons blad Mensenkinderen bijeenkomen. We hadden elkaar lang niet meer in levende lijve mogen aanschouwen, dus een feestelijke aankleding was op haar plek. Dat betekende een cake bakken met als extra lekkers een appeltje erin verwerkt. Daarnaast moesten er nog extra lekkere dingen gehaald worden om de innerlijke mens te versterken.

In de avond druppelden de mannen binnen. Drie in getal en de twee dames die verder weg woonden of het te druk hadden gehad, online in een zoom aan het hoofd van de tafel erbij. Eerst hadden we een moeilijke constructie met de djembe, daarna met een keukentrap maar de oplossing bleek veel eenvoudiger te zijn. Met een verlengsnoer en de laptop van de hoofdredacteur was het zo gepiept.

Er werd een uitgebreide inventarisatie gedaan van hoe iedereen de afgelopen tijd had doorgemaakt. Wel en wee kwam aan bod, stimulerende ontwikkelingen, nieuwe stappen die gezet werden, het werk, soms heel veel maar te leuk om te laten liggen, soms de ontdekking dat het anders moest. Maar het was vooral het luisterende oor, de toon, de vertrouwde gezichten, de keuzes die men maken kan, het leven van eenieder op eigen wijze ingevuld. Zo waardevol om uit te wisselen.

Onder het genot van de koffie en de cake werd er een nieuwe opzet gemaakt voor de komende drie nummers. De eerste over natuur, had ik al ingestuurd en dat betekent dat ik pas in juli weer aan de bak moet. We mijmerden over de onderwerpen en brainstormden wat over de mogelijkheden die ze te bieden hadden. Dat is zo fijn is om te doen. Voor je het weet zit je in de bekende flow en stromen de ideeën binnen, maar het rakelde voor mij ook de herinneringen op aan de tijden van weleer, dat we met het team zo’n sessie beleefden en dat achter elkaar het ene lumineuze idee na het andere over de tafel rolde.

Het thema ‘Natuur’ vergt maar zo weinig om in alle opzichten, zowel waar het de beleving betreft als de doelstellingen, ten volle tot bloei te komen. Een polletje aarde is al genoeg. Wat was het leuk om de diverse verhalen van het opwekken van de verwondering aan te horen. Bij mij schoof de dood van molletje en zijn begrafenis dwars door de gedachten heen. De plechtige dodenmars en het statig schrijden op de maat, de afgemeten stappen, de ernstige snoetjes van de lange rij kinderen, het molletje op een rood fluwelen kussen die meer dan dood lag te wezen, de slag van de tamboerijn om het geheel cachet te geven. In variatie op een thema: ‘Een kinderhart is gauw gevuld’, maar je moet wel een ingewijde zijn om de ingang te kunnen vinden.

Een nieuw idee was het thema verlies. Een onderwerp dat je met veel diepgang en zo breed mogelijk kan oppakken. Goed beschouwd verlies je elk moment al een stukje van de tijd, die dan achter je ligt.Je hebt verlies van dierbaren, verlies van omstandigheden, verlies van een levensfase, verlies van woorden bij afasie of dementie, verlies van de geest, als je daar verder op door borduurt. Verlies wedijvert ook met winst. Levert ieder verlies een nieuwe winst op? In ieder geval komt er ruimte voor een nieuw gewin. Verlies is niet vervangbaar. Misschien levert het in de aard van de zaak acceptatie op, bijvoorbeeld door de prachtige herinneringen die achter blijven en waarmee het ook goed toeven is om de ontstane leegte te overbruggen. Zo sparren de gedachten met elkaar op deze morgen, waar witte sneeuwvlokken voor het raam de illusie opwekken dat de winter voor dit jaar nog niet helemaal verloren is.

Mooie romige dikke vlokken, alleen ontbreekt het aan de juiste temperatuur. Zelfs zonder zon verdwijnen ze even hard als ze gekomen zijn. Winterverlies is lentewinst als je de natuur mag geloven.

Overpeinzingen

Snoetjes van weleer

De zondag kabbelde voorbij in alle rust, zoals het een zondag betaamt. Lief sleutelde wat aan de badkamerkast en bij mij steeg de das in lengte met de gebreide draden uit mijn allerlaatste en appelgroene bol wol.

Vroeger kende de zondag vooral hectiek. In de vroege ochtend moest iedereen gepikt en gesteven aantreden. Deels voor de kerk en deels voor de ontvangst van tante Lena, die altijd na de hoogmis van tien uur aanbelde om genoegzaam een kopje koffie te nuttigen en het wel en wee aan te horen over de kinderschaar. In mijn hoofd sijpelt een schimmig plaatje door van een vader, die in hemdsmouwen in alle vroegte de kamer aan het stofzuigen is. Was dat naar waarheid of was het een in elkaar geflanst beeld van de losse herinneringen die zo hier en daar rondwaarden door de geest. Wie zal het zeggen. Mijn oudere broers weten het vast nog wel. Maar tante Lena is een waarheid als een koe. Er was ook een bepaalde opgewondenheid over het bezoek en dat zorgde ervoor dat de sfeer eveneens licht ontvlambaar kon worden.

Gisteren hadden we enkel en alleen de tijd aan onszelf tot een uur of vijf, waarna we koers zouden zetten richting restaurant waar we hadden afgesproken met ‘de vijf kleintjes’ en de aanhang ter ere van jarige zus. Ze vierde het nooit, maar dit was door de jaren heen zo’n beetje een traditie geworden. De vijf kleintjes zijn de benjaminnen van ons grote gezin met de elf kinderen. De twee-eiige tweeling, broer en zus, en de drie zussen erboven. Doordat de oudere broers erboven veel meer naar elkaar trokken, waren wij meer op onszelf aangewezen. Bovendien vertolkten we ook het vrouwelijke deel van de huishouding en derhalve viel het allerkleinste broertje een in de watten gelegd leven ten deel. Ze waren allerschattigst, die mollige twee in hun blauwe gewatteerde pakjes, kruipend over de stoep.

Goed beschouwd was er zo’n andere tijdsindeling vroeger. Als het zo uitkwam kon mijn moeder de hele dag in de weer zijn met het huishouden. Wassen was een dagtaak, strijken evenzo, eten bereiden met schoonmaken van de enorme hoeveelheden groenten, het koken an sich in de grote pannen, de vaat. De rest werd miniem bijgehouden, stoffen, schuieren of stofzuigen, afhankelijk van de tijd waarin we leefden, matten kloppen, bedden opmaken. De wc en de douche kregen dagelijks een beurt, want een schoon huishouden kenmerkte zich door een gegloord sanitair. Dat werd ons met de paplepel ingegoten. Tussendoor werden er kousen gestopt en schoenen gepoetst, neuzen afgeveegd, baby’s verschoond, kinderen naar school of de voetbalclub gedirigeerd en nog was er tijd om te lezen.

Als afleiding kwamen de winkeliers aan de deur, de verzekeringsagent van het Hoge Huys, Jo de melkboer, Ad de kruidenier, de bakker, Duikkie de groentenboer, de haringkar, de voddenboer, de scharensliep, maar nooit op zondag. Op zondag was er de kerk en tante Lena en natuurlijk het voetbal van de club waar mijn vader voorzitter van was en waar veel van mijn broers in het eerste speelden. Die kwamen eerst allemaal de heerlijke soep van mijn moeder eten bij ons thuis en dan werd ondertussen de hele mise-en-scene doorgenomen. Zo konden de mannen gesterkt aan de wedstrijd beginnen. Winst of verlies vertaalde zich in wisselende buien later op de dag.

Gisteren was er geen sprake van buien aan tafel. Zuslief zat helemaal jarig te wezen en we hadden met elkaar een uiterst genoeglijke avond met verhalen, herinneringen, anekdotes en veel humor. De keuze was prima, de gerechten en de wijn lieten zich smaken en wij waren weer even onder elkaar, de vijf kleintjes met of zonder de geliefden. Jeugdige ogen in de oudere gezichten, snoetjes van weleer.

Overpeinzingen

De juiste balans in het samenzijn

Een tikkeltje nerveus probeerde ik vijf kwartier in het uur te persen. Pas toen we op weg waren richting Amelisweerd viel tijd op haar plaats. Met twee lieve potten met blauwe prille druifjes, stuk voor stuk mooi ingepakt en een kinderboek voor de kleine met de hoofdpersoon Monstertje als vingerpop erbij, waren we klaar en praktisch op tijd voor de ontmoeting. De twee kinderen van lief, waarvan ik er al met één kennis had gemaakt maar de dochter nog nooit had gezien.

In de Veldkeuken was er gelukkig nog plek. We waren eigenlijk net de drukte voor, na een kwartiertje stroomde het volk binnen. We zaten boven en ik was verbaasd, hoe ruim het was geworden daar. Onder de hanenbalken en binten was het goed toeven. Een tafel voor zes met een kinderstoel aan het hoofd, waar de kleine pork al snel uit wilde omdat hij het houten gevaarte voor zijn buikje niet prettig vond. Dan maar op schoot bij tante, een spraakmaker van het eerste uur, met gezellige en sprankelende ideeën en verhalen en haar bedaarde en nuchtere echtgenoot. Beiden in balans. Het weerzien met lief was bijzonder aangenaam en verrijkend. Zo terloops kreeg hij steeds de credits toegeworpen die hij verdiende voor zijn inspanning om de kinderen een warme thuishave te geven. Zoonlief en zijn Braziliaanse echtgenote zaten wat verder weg, maar hen hadden we al eens eerder opgezocht en hadden alle niet gedeelde jaren bijgepraat.

Het boek en vooral het monstertje viel in de smaak en later was er gelukkig nog een kleurplaat, waar hard aan gewerkt werd. De lunch was heerlijk, eigenlijk hadden we bijna allemaal de bonensoep genomen, die werd geserveerd in enorme borden met rul gebakken broodkruim als knapperig bergje er middenin. Samen met het zuurdesem-landbrood uit eigen bakkerij een heerlijk maal.

Ze raakten niet uitgepraat over vroeger, de kinderen en lief, dierbare herinneringen aan de vele huizen waar ze in hadden gewoond, de bijzondere voorvallen die ze hadden meegemaakt en de roedel honden samen met de andere beestenboel, die deel had uitgemaakt van het gezin. Na de uitgebreide maaltijd met voor de liefhebber nog een toetje konden we niet anders dan een kleine wandeling maken door het ons vertrouwde gebied. De anderen hadden dit stukje natuur nog nooit gezien. De vele sneeuwklokjes waren aanleiding voor zoonlief om te vertellen dat zijn oma ooit sneeuwklokjes had uitgezet op Texel, omdat ze daar niet waren. Ze had ze meegenomen uit Frankrijk. Nu stond het hele eiland er vol mee. Een kleine wens voor het landgoed in Verweggistan.

Ze verlangden ernaar om het huis weer eens te zien. Toen zij er voor het laatst waren was het nog niet opgeknapt. Dochterlief vertelde dat ze het kamertje achter de zolder maar een griezelig oord had gevonden. Of de caravan er nog stond, vroegen ze zich af. Besmuikt dacht ik aan het bemoste obstakel. Misschien moesten we ‘m toch een keer opknappen, zodat er ruimte was om er te slapen. Nu stond ze vol met tuingereedschap dat makkelijk een plek kon krijgen in de grote schuur.

Heerlijk om zo even te dagdromen en te spelevaren met de mogelijkheden. Iets waar lief nu nog niet aan moet denken, door het flinke werk dat er aan vast zit. Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet.

Na de wandeling namen we hartelijk afscheid. De hele bijeenkomst had me hooglijk verheugd. Zo fijn om dat stukje verleden van lief tot leven te horen komen in warme herinneringen en enthousiaste verhalen. De juiste balans in het samenzijn.

Overpeinzingen

Om met verve te dragen

Lief probeerde deurtjes af te stellen, zodat ze recht in de kleine wastafelkast zouden hangen, en ik met mijn eigen voortvarendheid trachtte aanwijzigingen te geven. Iets waarvan ik eigenlijk al wist dat het niet zou werken. In mijn ongeduld komt mijn vader in mij naar boven. Hij legt dan met veel bombarie gewicht in de schaal, iets wat de zachte en secure aanpak van een ander in het nauw drijft. ‘Niet doen Pa, blijf maar slapen, dan ga beneden lekker thee zetten’.

In die tussentijd, de telefoon lag beneden, had dochterlief vanuit Parijs gebeld. Als ik terugbel hoor ik haar vertrouwde stem alsof ze naast me op de bank zit. Ze hebben het naar hun zin, al moest kleindochter de omvang van ‘de reis’ nog leren bevatten. ‘Zijn we al bijna bij ‘de reis’’ was de vraag. Een mooi voorbeeld hoe verschillend het voorstellingsvermogen is en dat het tegelijk een bron van misverstanden kan zijn.

Ik las in de Groene van deze week een recensie van Zadie Smith, die eerder verschenen was in ‘The New York Review of Books’ over de film ‘Tar’. Er hoort nog een accent op de A, maar dat vergeet ik gemakshalve. Het is een boeiend verhaal over de generatiekloof die er heerst tussen Max, een jongen van achttien en de dirigent van om en nabij de vijftig. ‘Ik hou niet van Bach’, zegt deze Max tegen Lydia Tar en daarmee start een boeiende verhandeling over de grootte van de kloof tussen de diverse generaties. Een film om te onthouden want ze lijkt me zeer de moeite waard.

De stadscamping in Parijs bleek niet optimaal te zijn. Het was de enige camping, ze was niet erg schoon te noemen en het speelplaatsje voor de kinderen was buiten gebruik. Kinderen konden geen vrienden maken. Parijs zelf was heerlijk. Een groot avontuur. Ze zouden wachten op de voetbalwedstrijd vanavond in het stadion, waar zwager voor de kaartjes had gezorgd en dan toch morgenochtend al verder trekken richting Dyon en niet pas maandag, zoals het oorspronkelijke plan was. Fijn om haar zo dichtbij te voelen. In die zin is alles een stuk bereikbaarder dan vroeger, over een generatiekloof gesproken.

Straks zijn we uitgenodigd voor de lunch door de niet biologische kinderen van Lief. Het is de eerste keer sinds lang, dat de dochter ook weer van de partij is. Ik heb haar nog nooit gezien. De locatie was zo dichtbij dat we het op moesten zoeken. Het is bijna een thuiswedstrijd en toch herkenden we gewoon de plek niet, juist omdat het zo eigen is. Iets om over na te denken. Het kwam omdat de locatie nog steeds verbonden wordt aan de plaatsnaam van de naburige kleine stad en in mijn beleving hoort het gewoon bij Utrecht zelf.

Een beetje spannend vind ik het wel. Het gaat toch om een eerste indruk. Een kleine attentie is op z’n plek, bedenk ik me, een potje met bollen, voorjaarskruiers om het ijs te breken, de kleine een prentenboek. En verder misschien nog een wandelingetje in het bos, of de boom met de uitgesneden dassen bewonderen. Het blijft aftasten, zo’n nieuw deel van de familie. En dan heeft het slechts deze omvang.. Hoe veel meer mensen zijn er aan onze kant. Mooi om even bij stil te staan. Dat heeft Lief ook doorstaan. Uitdagingen houden het spannend.

De laatste bol wol is aangebroken. Dan is mijn das af en de winter voorbij. Geeft niets, want het zijn allemaal lentetinten. Hard aan gewerkt, die hele winter lang. Om met verve te dragen.

Overpeinzingen

Voor herhaling vatbaar dus

Die arme pakjesbezorger die in een keer de twee bouwpakketten naar boven sjouwde. O jee, bouwpakketten, daar hadden we even niet aan gedacht. Dat bedenk je alleen bij dat Zweedse warenhuis. De bezorger kreeg een gulle fooi, die gezien de zwaarte van de pakketten nog wel hoger had mogen zijn, bedacht ik me achteraf spijtig. Maar ja, berouw komt na de zonde. Hij moest het er mee doen en bedankte mij en het hele universum uitvoerig. Lief zou op de hem welbekende secure wijze aan de slag gaan en ik was blij dat ik met mijn ‘eventjes’ en ‘vlug’-instelling de kuierlatten kon nemen.

Mijn eerste reactie op de app van zoonlief over de locatie was ongeloof. Wat stond daar nu weer voor cryptisch, mijn eigen verschrijvingen en het zelfdenkende telefoontje kennende, vroeg ik hem nog eens om uitleg. Maar de locatie bleek te kloppen. De hei bij ‘t Bluk in de buurt van Laren.

De mevrouw in de telefoon dirigeerde me allesbehalve die kanten op. De afslag naar Baarn. Huh. Het kleine landweggetje opschieten richting Eemnes en dan bij een driesprong, een fietspad, een pad voor bestemmingsverkeer en het vervolg van de weg, werd het dusdanig verwarrend dat ze me nog een keer de snelweg op stuurde. Op die manier kreeg ik een extra rondje, gratis en voor niets, erbij. Het bleek dat het bord bij het bestemmingsverkeer andersom stond en daar stond op ‘Theehuis ‘t Bluk’. De aanhouder wint. Zoonlief was er al.

Schitterende heide, zo ver als het oog strekken kon, met een aantal fiets-en weinig wandelpaden helaas. Het was met kleine kinderen, die alle kanten op wilden behalve de goeie, dan ook kamikaze. Vooral met nietsontziende oudere heren op een racefiets in hun aalgladde pakjes, die al snuivend schreeuwden dat we uit moesten kijken. Is het niet zo dat langzaam verkeer voorrang heeft boven veel te snel verkeer. ‘Ga stoeptegels tellen’, dacht ik even in mijn wiek geschoven.

Bij het eerste het beste zandpad met een ruiterpad ernaast schoten we linksaf en daar lagen tot grote vreugde van de ondernemende kleine krullebol stammen en stammetjes die er om vroegen om dwars over het weggetje te leggen, temeer omdat een voorganger daar ook al mee bezig was geweest. ‘Zien slepen, doet slepen’ in variatie op een thema. De benjamin in zijn winterpak waggelde er welwillend achteraan en greep wat lichte takjes.

Op het ruiterpad lag een grote paardenvijg dat met een stokje aan een nader onderzoek werd onderworpen. Pas toen zoonlief zei dat het poep van het paard was, verdween het enthousiasme. Soms moet je ze niet wijzer maken dan ze zijn.

Halverwege het paadje keerden we om. Aan het begin van het pad stond een vader van het gezin, dat daar op een bankje was neergestreken, alle stammetjes naar de zijkant te slepen omdat er laatst nog een crossfietser was verongelukt. Zoonlief en de kleine krullebol hielpen braaf mee en daarna togen we richting speeltuin bij het theehuis. Dat was niet tegen dovemansoren. Thee, chocomel, appeltaart en schommelende kinderen, die hier en daar nog wel een duwtje nodig hadden, viel ons ten deel.

De bediening was met de late namiddagzonnestralen uitgelaten vrolijk. Om ons heen waren ouders of grootouders met kinderen neergestreken. Het was er gemoedelijk en gezellig. Op het speelfront moesten de kaarten even geschud. Wie wilde met wie spelen en wie mocht op de schommel of de glijbaan. ‘Allemaal’ was de conclusie, dat betekende water bij de wijn doen voor iedereen.

Na de versnaperingen en een laatste duwtje werd het echt tijd om naar huis te gaan. ‘Dag lieve schatten, high five of een kusje’, ze mochten kiezen. Wat een heerlijke middag en wat een prachtige plek. Voor herhaling vatbaar dus.

Overpeinzingen

Rust en balans

Internet afstruinen op jacht naar een badkamerkast en een wastafel-onderkast. Geen één leuke, die ook nog betaalbaar is en niet meteen een hoofdprijs kost. Maar dan, in een ingeving, bij een van de twee Duitse supermarkten staan beide te pronken voor een zeer haalbare prijs. Niet dralen maar betalen. En in no time is de koop gesloten. Er was geen handjeklap bij nodig.

Lief trekt strijdvaardig plastic handschoenen uit de la, de soda, een emmer met warm water en een zachte schuurspons, klimt de ladder op en gaat de schimmel in de badkamer te lijf. Ziedaar, als sneeuw voor de zon. Dat wisten we niet. We hadden het filmpje van onderhoud aan huurhuizen van de wooncorporatie bekeken en daar kwam die duidelijke instructie uit. Werkelijk, wonderen zijn de wereld nog niet uit. We zijn nooit te oud om te leren, dat bleek wel. Ik ontferm me ondertussen over de aankleding van de werkkamer en de slaapkamer. Ineens wordt het omgetoverd tot een eigen sfeer, een rustig zijn. Met de zon erop ziet het er nog mooier uit. Simpele veranderingen kunnen tot grote resultaten leiden.

Moe maar voldaan uitpuffen op de bank en genieten van Volle Zalen, dat een beeld schept van de zanger Dotan. Wat een prachtig inkijkje wordt er gegeven van een man die vooral leerde van zijn eigen stommiteiten en in alles wat in zijn macht lag, op zoek ging naar zijn werkelijke zelf. Iemand die mijlen ver weg was door het grote en vaak ook gedicteerde succes. Nu treedt hij op in kleine zalen, heeft elke vorm van snobisme laten varen, begeeft zich tussen het publiek, praat met zijn ‘aanbidders‘ die al zijn teksten uit het hoofd kennen en tussendoor straalt hij warme sympathie uit bij een ontmoeting met zijn Israëlische vader. Het is een wijs en aimabel man geworden, die oprecht op zoek is gegaan naar wat hem het meest beroerde en na aan zijn hart lag. Dat is weer eens wat anders dan een programma met alleen maar schimpen en verwijten. Op zoek gaan naar de goeie kanten van de mensheid zou ons allemaal deugd doen, zeker als er een aanleiding voor is. We leren per slot van rekening allemaal door te struikelen. Daar zijn we mens voor.

Gisteren een appje dat de nieuwe auto volgende week wordt geleverd. Een boodschappenritje met de kleine Blauwe Prins werd onmiddellijk een nostalgische ervaring, een soort heimwee avant la lettre. Ik ga hem heel erg missen, want in de stad is het een handzaam gevalletje parkeren. De kleinste plekken zijn goed. Met die witte tornado zal het leven alweer een andere wending nemen. Alles went op den duur.

In Parijs zijn de kinderen bezig aan een ander soort nostalgische toer. Ze bezoeken de creperie in Montmartre, drentelen rond de Eiffeltoren, omdat de kleine spring-in-het-veld haar stepje had meegenomen en die mocht niet mee naar boven en struinen door de Champs Elysee. Ze bezoeken al die plekjes, waar we met elkaar de eerste keer samen Parijs hebben gedeeld als gezin toen oudste dochterlief er au pair was.

Vanmiddag zie ik eindelijk zoonlief met mijn kleine krullenbol en de benjamin weer. We gaan wandelen in het bos. Uitgerekend vandaag komen ze een van de bestelde meubels afleveren. Lief blijft derhalve thuis. Morgen komt het tweede meubel al. In het huis van zoonlief zijn ze volop bezig om de schade, buurman’s auto die door hun gevel geschoten was, te herstellen. Eindelijk weer een normaal huis. Dan kunnen ze nu gaan focussen op de komst van de baby in juli. Dat gun ik ze heel erg. Nog een paar maanden rust en balans.

Overpeinzingen

De waarheid op alle fronten

Wat een wonderlijke dag was het gisteren. Het was al vroeg dag, omdat ik een afspraak had op de longfunctie. Even blazen. Geen sinecure als je net een covidbesmetting doorgemaakt hebt. ‘Wel iet of wat achteruit’, dacht de verpleegkundige maar pas van de longarts hoor ik de ins and outs. Geduld dan maar weer.

Tussendoor wacht ik op dochterlief en haar lieve man. Hij moet voor een extra scan naar de uroloog, na een verwijdering van een cyste en een minder soepel genezingsproces. Het blijkt dat ze nog een uur moeten wachten en ik moet door naar mijn fysio. Te weinig puf, dat wel en dat maak ik hem duidelijk ook. ‘Dan gaan we voor de makkelijke zitvarianten’, bedacht hij en ik kon het alleen maar onderschrijven, zo moe was ik alleen al na het tien minuten lopen.

De dag ervoor reden we in de kleine Blauwe naar de parkeergarage Vaartsche Rijn. Van daaruit hoef je alleen maar de kade af te lopen om bij het Louis Hartlooper-comlex te komen, in de volksmond nog altijd aangeduid als het politiebureau Ledig Erf. Om te koesteren dat oude gebouw, waarin de voetstappen van mijn vader de granieten vloeren mede hebben ingesleten. De film Aftersun wachtte, maar eerst de inwendige mens versterken met een harira-soepje. Heerlijke lunchhap voor tussendoor.

Het was druk in de zaal. Tja, weliswaar maandag, maar toch ook vakantie. Nu eens niet een golvende zee aan grijs boven de stoelen, maar ook veel jongeren, die bepakt en bezakt neerploften in het pluche. Wederom, zoals de laatste tijd zo vaak, bleef het de hele film lang doodstil. Zelden zagen we een film waarbij zoveel, tussen het gesprokene, zonder woorden werd gezegd. De zaal hing zwijgend tegen de beelden aan. Er kraakte geen zakje.

De trage start, het verheffende gebabbel van de jonge dochter, het moeizame openbloeien van de vader, de intens tedere verhouding tussen een vader en zijn dochter en het zwaard van Damocles dat alles als de rode draad van Ariadne met elkaar verbond, in een woord, adembenemend.

Zonder dat we het in de gaten hebben loopt de agenda voller dan vol. Een lunch midden in het bos, een etentje aan de plas ter ere van de verjaardag van zus, op de rol staande bezoekjes aan de kinderen, zorgen ervoor dat de tuin er bekaaid van afkomt. Gisteren was het nog te koud en te winderig, wij nog na-covid vermoeid, maar vandaag zouden we in huis bezig kunnen of op de tuin. Afhankelijk hoe lang we in bed blijven lummelen, puzzelen, schrijven, lezen, zullen we straks een plan maken. De zon lacht en straalt over onze verstilde skyline van Nieuwegein, met haar daken, pluimen uit de schoorstenen, kantoorgebouwen glinsterend in de zon. Af en toe doorkruisen vogels het zwerk. De straten zijn leeg en stil. Het is vakantie.

Het boek ‘De Ondergrondse Spoorweg’ van Colson Whitehead is adembenemend spannend. Gisteren zat ik in de wachtruimte van de longfunctie en kon er nog net een beetje in verdwijnen. De verpleegkundige was verbaasd en vroeg of ik me wel kon concentreren in de drukte van af-en-aanlopende patienten, het geroezemoes, de reuring door de oproepen. Als ik eenmaal in het verhaal zit, vergeet ik alles om me heen, verzekerde ik haar. De beelden die hij oproept over de slavernij op de plantages in Amerika zijn zo schrijnend. De mensonterende behandeling die het volk moest ondergaan bij vermeende vergrijpen zijn te gruwelijk.

Dit boek verdient een groot publiek, ook om voor eens en voor altijd de twijfel die er bestaat omtrent slavernijverleden op alle fronten weg te nemen. ‘Homo homini lupus est’, de waarheid op alle fronten.

Overpeinzingen

We blijven ze volgen

Het onzalige idee om op zondag dat Zweedse warenhuis binnen te lopen om een badkamerkast te zoeken is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Met dat ik de volle parkeergarage monsterde wist ik dat het een verkeerde keuze was. En eigenlijk was het me vanaf het begin al bekend. Ik had niet anders verwacht. Wie een observatie wil maken van de smeltkroes aan inwoners van Nederland, pakt ergens een Malmö-meubel, gaat zitten en kijken. Of ook goed te doen, verover een plek in het zelfbedieningsrestaurant, schetsboek in de aanslag en teken de langskomende verschillen. Het zal een verheffende ervaring zijn, kan ik jullie verzekeren.

Waar graaien mensen zoal naar. Op elke afdeling was het even druk, behalve op de kinderafdeling. Wonderlijk, juist omdat de voorjaarsvakantie hier is begonnen. Wel huilende kinderen vlak daarachter, die gedwongen werden om alle hebbedingetjes, speelgoedluilekkerland, achter zich te laten. ‘Nee, nee, nee ik wil niet’ klonk het uit zo’n kinderwagen.

Trap op, verkorte route, te ver doorgeschoten, stukkie terug en met hetzelfde marstempo er weer uit. Pfff. In de kleine Blauwe werd de hartslag weer rustig, daalde de geest neer, bevrijding van de koopdwang.

Geen kast, maar ik vermoed dat het bij de volgende discounter met gemak te vinden zal zijn, alleen niet vandaag. We waren beiden heel moe geworden. Dat was toch nog een nasleep van de coronaperikelen. Boodschappen waren snel gedaan, waarbij een van de medewerksters zich verbaasde bij een controle naast ons over de prijs van de olijfolie, ‘8 euro? Hoe dan.’ Ach ja. Welkom in de consumentenwereld, vloeibaar goud zijn onze liquide middelen, letterlijk en figuurlijk.

Wakker worden in een nieuwe kamer met uitzicht is altijd wennen. Het zonlicht, gefilterd door de licht geweven gordijnen kwam zacht binnen. Buiten zagen we de contouren van de strook bomen aan de achterkant van het park, nooit geweten dat je die van hieruit zittend op het bed kon zien. Er waren de daken van de huizen in de wijk en de kantoren erachter. Een feestje, omdat het een groot en licht panorama behelsde. Kauw stak zijn koppie om de hoek van de dakgoot heen, keek met zijn pientere ogen naar binnen en daarna naar de voederplank beneden om er in eenzelfde vaartje naar toe te vliegen. Gezelliger dan de drie takken van de boomkruin in ‘het venster op de wereld’ boven.

Vanmiddag gaan we naar de film ‘Aftersun’. Aanvankelijk wilden we naar het Singer Laren, maar daar was het al veel te druk, zagen we aan de reserveringen. Wel hebben we vast voor de Van Dongen-tentoonstelling op maandag over twee weken gereserveerd. Anders komen we er misschien niet eens meer tussen. De tentoonstelling is erg gewild.

Gisteren zagen we toevallig de derde aflevering van ‘De nieuwe Vermeer’. Men moest een voorstelling maken naar aanleiding van een verdwenen kunstwerk uit een vroege periode van Vermeer, waar Venus, Mercurius en Jupiter in voorkwamen, een mythisch gegeven. Alle kunstenaars gingen hard aan de slag, tackelden de beren op hun weg en de twee kunstenaars die werden ingewijd in het werk van Vermeer en zoveel mogelijk een beeld moesten creëren dat met een echte vroege Vermeer overeen kwam, gingen totaal verschillend te werk, waarbij de deadline voor een van hen angstvallig naderbij kwam zonder dat hij een streek op ht immens grote doek had gezet. Boeiend hoe zoiets werkt. Toch bleek zijn werk, onder hoogspanning vervaardigd, het uitverkorene te zijn. Door alle spanning en stress van de afgelopen tijd raakte hij ontroerd. Dat was mooi om te zien. Letterlijk bloed, zweet en tranen.

We zijn weer een mooi programma rijker. Dochterlief en haar gezin hebben het heerlijk in hun kleine knusse huisje. We blijven ze volgen.