Overpeinzingen

Kan ik het even stilzetten, die tijd

Lieve oudste dochter is jarig en ik kan het niet helpen, maar vannacht gleed ik naar 17 mei 1980, waar alles me helder voor de geest stond, vanaf de eerste aankondigingen van haar komst tot aan de nacht na de geboorte, waar ik bibberend van de naweeën en met onrustig trillende beenspieren in het hagelwitte ziekenhuisbed in het oude Antonius lag.

De gynaecoloog ontpopte zich gedurende het hele proces als een norse man, die. niet graag zijn zaterdagavond met bijbehorend slaapje wilde laten schieten en zeker niet voor een vrouw die niet eens de moeite had genomen haar hulpeloze voeten, die over de beensteunen bungelden, grondiger te wassen.

Koesteren en loslaten

Hoe kon ik hem uitleggen dat het een van die dagen was dat nestdrang aan mijn energie had getrokken en ik met de dikke buik de tuin was gaan ontginnen. Er is niets meer ontspannen dan wroeten op je blote voeten in troostrijke aarde, als die eigenaardige borreling daarbinnen, dat zachte gekriewel, bescheiden maar onmiskenbaar getrek, al een onbewuste aankondiging waren. Pas tijdens het koken ‘s avonds, het was mijn beurt om te koken voor onze woongroep van vier personen, kwamen de weeën toch snel op gang en na het eten liepen we het ziekenhuis binnen, met in de haast gewassen en derhalve niet volledig schone voeten. Ik had mijn India-jurk aan en de aanstaande vader had al zijn sieraden in zijn oor, terwijl zijn haar sluik en lang naar beneden hing, in de ogen toch wel een verwilderde blik. Wat stond ons daar te wachten.

Dokter kwam met wapperende witte jas binnenstuiven om na een constatering van een beginnende ontsluiting even haastig weer weg te vliegen. Daar lag ik, overgeleverd aan een avondzuster die nog nooit van haar leven een primi para met een stuitbevalling had meegemaakt, toen er tot overmaat van ramp een fikse weeënstorm volgde, die zorgde voor een bliksemaankondiging van die kleine dappere daarbinnen. Halsoverkop werd dokter met dezelfde vaart teruggeroepen. Norsig, uit zijn slaap gerukt of misschien wel uit zijn spannende detectiveserie vandaan, deed hij zijn werk. In ieder geval werd er geen woord teveel verspild. Zuchten, persen, zuchten. Mijn gedachten vlogen uit de bocht. Wat maakte ik nu in vredesnaam mee, geen controle meer, een lijdzaam ondergaan en dan oerkracht, energie een vrouw eigen op dit moment supreme. Daar was het wonder. Dat er nog meer moest komen werd vergeten in het onpeilbare geluk, de opluchting, de blijdschap, dankbaar om het stoppen van de razernij der spieren. Ze was er eindelijk, 4000 gram schoon aan de haak, stuitbevalling, krijsend het leven omarmend zoals het met de eerste kreet van levenslicht en lucht betaamd.

In het boek van Jaap Robben: ‘Schemerleven’ is er sprake van zwanger zijn, bevallen, en het is verbazingwekkend hoe hij een en ander heeft weergegeven . Hij heeft vast een goede muze gehad, die hem de intiemste details kon influisteren. Bewonderenswaardig is het hele boek, dat over een vrouw gaat compleet met haar emoties en gedachten, de intiemste belevingen. Dat schoot er vannacht allemaal door me heen, toen ik weer even een werd met dochterlief op afstand. 43 jaar geleden is het nu en toch zijn het gebeurtenissen als de dag van gisteren. Dat betekent dat ik dat aantal jaren bij kan tellen. Het gaat soms zo geweldig snel. Waar zit de handrem? Kan ik het even stilzetten, die tijd?

Overpeinzingen

Dan valt de wereld in beelden uiteen

Het is koud en regenachtig. Geen weer om behaaglijk op het terras te zitten of buiten aan het werk te zijn. Alles is drijfnat. Zodra je onder de morellen en de kersenbomen loopt in de tuin, vallen er ijzige druppels in je kraag en glijden tergend langzaam de kou naar binnen.

Vanachter het glas kijken we op het huilende groen, de druif met haar vele trossen straks als een stille belofte, de bevrijde Hosta’s die glansrijk de regen vangen in hun grote bladeren, de dappere Allium, stralend wit en nu enig in haar soort. Roos scoort hoog met twee knoppen in een welhaast verdwenen struikje, de Pioenen staan op barsten. Wat me brengt bij het lied ‘Mooi’ van Maarten van Roozendaal, een ode aan de heerlijke lente, het seizoen van hoop en beloften. Alles is wat later door de grilligheid van het weer, een winterkou die niet echt winter was, maar toch te lang lage temperaturen met zich mee bracht.

In de familie-app foto’s van een zonnig Zeeland waar zoonlief met de kleine krullebol, de Benjamin en hoogzwangere schone dochter(Het tiende kleinkind alweer)zich vermaken op het brede zand van Breskens. Ze lachen en ik hoor ze daadwerkelijk schateren ook al zijn het geen filmpjes. De herinnering van een klank, die zich ongevraagd maar op welgezette tijden kan aandienen.

Met moederdag dacht ik aan de stem van mijn moeder. Er zijn nog drie cassettebandjes in mijn bezit, waar die op te horen is. Soms klinkt tussen mijn oren ineens mijn moeder door in een opmerking die ik op een filmpje maak tegen de kinderen of kleinkinderen. Vooral bij dat laatste. Soms spreekt ze me toe in een droom maar doorgaans is dat woordeloos met veelzeggende gebaren en een allesverkondigende blik. Die stem van mijn oma ben ik kwijt, maar van opa herinner ik me een vrolijk gebrom als hij meetikte op een vermeend ritme van een lied, terwijl de radio een andere keuze had gemaakt. Mijn vader zijn stem herken ik als geen ander in de vele herinneringsstemmen. Bars of juist heel vrolijk, op feesten met een vet Bargoens accent, er was een vrouw met zo’n lip, er was een vrouw met zo’n lip, etcetera. Vrolijke ogen, glinsterend en ondeugend als van Johny Kraaijkamp, terwijl hij zijn lip in de meest scheve standen trok. Die vrouw moest een kaars uitblazen, wat natuurlijk niet lukte. Boos of blij.

We hebben eerst even de boodschappen gehaald. En de Groene van vorige week was er eindelijk met spannende wat-als-verhalen over de Turkse verkiezingen, die nu al achterhaald schijnen te zijn.

In de avond is er ruimte voor een crimi. De serie die we nu kijken is gruwelijk spannend, maar houdt onze aandacht zo vast, dat we ons er niet los van kunnen rukken. Op de heftigste momenten gaan we iets inschenken of de luiken dicht doen, omdat we er allebei niet meer zo best tegen bestand zijn, dat nodeloze brute geweld. Zijn we sentimentele oude dwazen geworden, of hebben we te scherp gezien waartoe het leiden kan. Niet voor niets stemde ik vroeger al PSP. Het speuren naar oplossingen is natuurlijk de drijfveer om toch te blijven kijken. Spanning is nodig om te kunnen ontladen, ik droom er niet over. Denk maar aan de niets ontziende sprookjes van vroeger. Alleen van Blauwbaard had ik nachtmerries, een wolf meer of minder, daar draaide ik mijn hand niet voor om. Natuurlijk opende je met gemak een buik, haalde er kinderen of geiten uit en gooide hem weer dicht. Geen enkel probleem. Iemand die ook nog wel eens kwam stoken was die heen en weer springende lelijke dwerg van Rozerood en Sneeuwwitje, die vastzat met zijn baard. De kinderen waren doorspekt van goedigheid, maar hij gaf ze boosaardig stank voor dank in een scheldkanonnade die er niet om loog. Waarschijnlijk had ik de voorstelling in mijn hoofd nog gruwelijker gemaakt dan de plaatjes in het grote Grimm-boek. Zo zie je maar. Als je ouder wordt dan valt de wereld in beelden uiteen.

Overpeinzingen

Waar een kleine wereld al niet groot in kan zijn

Lijster vliegt druk heen en weer, vanuit de grote spar naar de andere bomen of ze trekt hier en daar een pier uit de grond. Ik moet dan altijd denken aan die grappige illustratie uit een van mijn kinderboeken in de groep over een worm, waar onder de grond aan het arme dier getrokken werd door een mol en boven de grond door een druk wroetende kip. Ze schoven het beestje heen en weer, de ene keer stak er een lang stuk boven uit en dan aan de onderkant. In de aard een koddig gezicht als het een draadje was geweest. Pier valt in stukjes uiteen ben ik bang, maar dat kan zomaar weer aangroeien. Ik was vergeten welk boek het was of om welk kippetje het ging.

Gisteren was het huilen met de pet op qua regenval. Ons enige uitje was het boodschappen doen in Szigetvar, waar het erg rustig bleek omdat mensen toch waren weggebleven om de nattigheden. Een snelle tocht door de inmiddels vertrouwde winkel en weer terug. Dan maar uitgebreid koken. Zo’n dag was het vooral. Vorige week had ik de verleiding van een klein potje ansjovis met kappertjes niet kunnen weerstaan. Nu had ik pasta bedacht, met pesto, de gevulde ansjovisjes, olijven, ui, knoflook, kastanjechampignons en kaas. Voor ze in de geurende saus konden worden geroerd was het potje visjes al half leeg. De heerlijke combinatie van zout en zuur was niet te versmaden. Smullen geblazen.

De hele dag was het druk geweest met apps en telefoontjes. De kinderen wilden even een korte telefoonknuffel geven op moederdag. Heerlijk om iedereen en alles te zien. Dochterlief en co hebben vanuit de kust van Kroatië een uitstapje gemaakt naar Bosnië/Herzegovina. Daar zitten ze een nachtje in een hotel. De caravan bleef aan de kust. Als ze terug zijn, zakken ze af richting onze stek.

Zon probeert dapper door de dikke grijze deken heen te prikken.. Nu het wat helder wordt zijn de druppels aan de druivenranken kleine opsekopse wereldjes. Met de macrofunctie komen ze prachtig in het vizier. Toevallig leest lief het boek ‘De botanische revolutie’ van Norbert Peeters, over de beschouwingen en de eigen tijd van Darwin. ‘In een notendop’, geeft hij aan, ‘Maar boeiend’. Onder de vijg schiet eindelijk de Oost-Indische kers omhoog. Hoera, straks hebben we bloeiers. Een ander mooi foto-object is de tak die afgescheurd is van de fluweelboom, een fleurige tekening in ringen herbergt de bast en aan de buitenkant tieren de korstmossen welig.

Op school hielden de kinderen en ik buiten hele ontdekkingstochten. Binnen de groep zijn er altijd een paar nog meer geïnteresseerd in de wereld van de bescheiden natuur. Het zijn zij die met hun neuzen op de grond liggen en speuren naar pissebedden, mieren, slakken, wormen, kevers, lieveheersbeestjes en spinnen. Als hulpmiddel hadden we de vergrootpotjes, maar ook zwart karton om de slakken hun sporen te laten trekken, wormenhotels om te leren hoe de wormen hun gangen groeven, kaars en ecoline om een glinsterend spinnenweb te toveren. Tussendoor weefden we de verhalen, waardoor het rijk van de kleine beesten een dwaaltuin bleek te zijn, waar hele spannende avonturen konden plaats vinden. Zaak is wel. dat je als volwassene zelf ook met je neus op de grond gaat liggen en bij elke ontdekking er een vervolg op zoekt, bijvoorbeeld door de juiste vragen te poneren.

Als het de tijd was van de vlinders werden er de prachtigste nieuwe creaties bedacht in vetkrijt en verf. Een enkele keer hielden we een pop in het herbarium om te kunnen zien hoe ze zich zou ontvouwen als de tijd rijp was. Het bleef genieten voor ons allemaal. Waar een kleine wereld al niet groot in kan zijn.

Overpeinzingen

Wat wil een mens nog meer

Vandaag viert Nederland moederdag. Het is een wonderlijke feestdag. Wij hanteerden de stelregel dat op alle dagen en wel 365 in een jaar het ouder-zijn mag worden gevierd, of de kind-van-je-vader-en-je moeder=dag of Opa-en-oma-dag of familie-dag of dag-van-jezelf-dag. Op school werden er ook geen papieren stropdassen, zeepdoosjes, zelfgemaakte bloemenvaasjes van klei gemaakt. Toen de wereld werd vergroot met digitale middelen, gingen we over op kinderen die hun eigen foto’s schoten, eventueel voor die dag maar even zo vrolijk voor om het even welke dag dan ook. De historische wortels waren sowieso een obstakel, Hitler trok moederdag op zijn edel-arische niveau en de commercie vierde ook hoogtij met zulke dagen. Roeren in de soep en er zelf chocola van maken, in hartjesvorm zo je wilt.

Gisteren was het de dag van de noeste arbeid voor ons. De wildernis voor het huis moest eindelijk worden aangepakt. Het liep langzaam maar zeker uit de hand. Het gras schoot op tot dijhoogte en de taxusstruik groeide uit tot een wirwar van stekelige staketsels, zowel in de lengte als de breedte en een vlier had zich er spontaan en dapper doorheen gevlochten. De drie bomen hadden we vorig jaar al gesnoeid. Lief wilde de bloemetjes laten staan, maar dat waren die kleine wildgroeiers, de smeerwortel, de boterbloem, ereprijs, fijnstraal en rolklaver en op de een of andere manier vielen ze meer uit de toon, toen al het gras er tussenuit was getrokken. Enfin een schoonheidsprijs krijgt het niet met de ontstane kale plekken. Het moet maar weer gauw een tikkie aangroeien.

Het grassige deel aan de overkant van de geul, die het hemelwater af moet voeren, knipten we met de hand. Dat leverde meewarige blikken van de buren op, die dat maar een barbaarse methode vonden. Zo deden ze dat vroeger, maar toch niet in deze tijd en toen ik met mijn damesmaaiertje op de proppen kwam, dachten ze echt dat we met jeugdige overmoed iets wilden bereiken. Dat zou toch helemaal niet werken,lieve kinderen. Ondertussen zijn we ongeveer even oud of nog ouder hoor, daar niet van. Hoe ouder, hoe gekker.

Voordat ik besloot om mijn maatje, die daar voor aan het zwoegen was, uit de brand te helpen, had ik nog een oefenportret gemaakt in de Datsja. Buiten riep de wielewaal en volgens mijn app was er ook een torenvalk in de buurt. De zon was toch gaan schijnen ondanks de alarmerende berichten over heftige buiigheid die komen zou. Alle omstandigheden waren gunstig. De olieverf op waterbasis bevallen mij en mijn longen bijzonder goed. Ik hou het op die manier veel langer uit. Met een luchtige toets, goede observatie van de tussenruimten en vrij naar inzicht durf ik los te gaan. Resultaat van jaren oefenen en je neus stoten. Branden en op de blaren zitten, alles om je eigen stijl te vinden. Bij de een komt dat vanzelf, bij de ander gaat dat moeizamer, maar de volhouder wint.

Vandaag komt de regen met bakken uit de lucht zetten en prijzen we het geluk om de dag er voor te hebben gekozen voor het grove werk voor. Met deze nattigheid kan er absoluut niet gemaaid worden. Helaas ziet het er voor de hele week niet zo best uit, terwijl het wel groeizaam weer is. De grassprieten ruiken hun vrijheid en veren op. De ene sierui, die ik eigenlijk al de hele groei met afdrukken van de verscheidene ontwikkelingen volg, bloeit nu bijna optimaal. Volgens lief stonden er veel meer, maar die zijn langzamerhand verdwenen. Dat deze de winterperiode heeft overleeft komt door de zachte winters, vermoed ik.

Vandaag blijft het bij het betere denkwerk. Lezen, schrijven, schilderen, mijmeren en hier en daar een boodschap. Een dag van zondagse rust. Wat wil een mens nog meer.

Overpeinzingen

Een gerustgesteld gemoed

Na de regen die met bakken uit de lucht kwam vallen gisteren en alles schoonspoelde wat het nodig had, verschijnen er nu tussen het grijze grauw af en toe een paar zonnestralen die onmiddellijk, alles wat lente is, doet opgloeien en bloeien.

Lief vroeg of ik de weg naar Ecseny wel aandorst tijdens dit waterballet. Natuurlijk, wat hier valt, valt daar misschien niet en omgekeerd. Het lag op 79 km afstand, niet zo ver van het Balatonmeer af. Hemelsbreed kan dat veel verschillen. De weg ernaar toe kent grote tegenstellingen. Naar Kaposvar toe zijn de wegen vol hobbels en dien je het stuur stevig in handen te houden, vooral met de vele bochten en het klimmen en dalen als moeilijkheidsgraad. Het gejakker van sommige locals kan ronduit irritant zijn als ze op je bumper blijven kleven tot er een recht stuk weg zich aandient. Hoe hard je ook rijdt, ze willen er altijd langs of het nu toegestaan is of niet. Dan volgt de weg dwars door Kaposvar heen met al zijn stoplichten en het drukke verkeer. Daarna kom je op de ‘nieuwe’ weg. Een gloednieuw aangelegde racebaan richting Balaton met heerlijke wegen langs het glooiende en afwisselende kleurrijke landschap. Zachte dekens van fris jong groen en akkerbruin, afgewisseld met lieflijke dorpen tegen de heuvels geplakt of verscholen in het struweel waarbij alleen de kerktorenspits hun aanwezigheid verraadt.

Daarna moeten we het platteland op en daar begint de ellende. aanvankelijk is de weg nog een lappen deken, maar gaandeweg vallen er diepe gaten en kuilen in het sleetse asfalt en zigzaggend weten we de meeste te ontwijken, maar helemaal ontkom je er ook niet aan. De huizen van de lintdorpen zijn al even wisselend. Grote boerenschuren die leeg en vervallen de tand des tijds vertonen naast huizen op de heuvel, opgeschilderd met wat pastel, schuren en schuurtjes er tegen aangeleund, de houtstapels aan de overkant van de weg, wachtend op de barre winters, die hier net als in Nederland er eigenlijk niet meer geweest zijn.

Vriendlief had het hek al opengedaan, het laatste landweggetje, niet meer dan een bospad eigenlijk en de bevrijdende zwaai het erf op, een glad keurig glooiend gazon, de witte bungalow, deels totaal gestript en verbouwd, de eveneens witte garage met solide deur en de schuur in een vrij oorspronkelijke staat, maar tot in de puntjes opgeknapt.

We wilden bij hen op bezoek om dat de man des huizes net een zware operatie had ondergaan waarbij een tumor was verwijderd. Geen hele zware klachten, maar wel last. Een agressieve snelgroeiend celkluwen zat op een plek waar het niet wenselijk was. Ondanks al de bloedwaarden pas in volle omvang ontdekt tijdens de operatie. Door de ingreep had vriend een jas uitgedaan, maar het stond hem goed. De omgeving had er meer moeite mee dan hijzelf. Hij ging uit van het principe dat je er niets aan kon veranderen, dus er beter een vorm voor moest zien te vinden. Vrij laconiek. Zijn vrouw had het er moeilijker mee. Er waren tot nu toe steeds derden geweest om te helpen. In dit afgelegen gebied, ergens in het midden van nergens, is het lastiger om niet meer geheel mobiel te zijn.

Het gesprek ging voor een deel daarover, maar al gauw namen de wereldproblemen, hun anekdotes uit de landen waar hij consul was geweest, prietpraat, maatschappelijke betrokkenheid, verschillen tussen onze cultuur en hier, de prijsstijgingen, de overhand. Schilderachtige verhalen, doorspekt met onze herinneringen, niet minder schilderachtig maar op een heel ander niveau en toch gemoedelijk. Kopjes thee in het wedgwood servies, zelf gebakken cake en daarna koel helder water met citroen. De uren vlogen om. Tijd om te vertrekken en hen achter te laten met een gerustgesteld gemoed.

Overpeinzingen

Een klein paradijs

Hanengeschrei hoort er bij. Tenminste hier, terwijl we in ons eigen warme nestje liggen, worden we steevast elke ochtend gewekt door de twee hanen, een aan de linkerkant en een aan de rechterkant. Twee die ons wekken, in variatie op een thema. Ik doel op dat liedje over de waakzame engeltjes in de nacht, iets van heel lang geleden toen God nog op een gouden troon zat en trompetgeschal de hemel kleurde.

Vannacht moest ik ineens op zoek naar kanten bloesjes. Iedereen in de straat moest een kanten bloes aan, dat was de ‘dresscode’. Een gegeven dat vooral de laatste tijd in mijn omgeving op sluipersvoeten wordt gehanteerd. Voor de bruiloft van de broer van lief luidt het ‘casual smart’. Daar kan een mens wel alle kanten mee op. Het mag slordig slim zijn of functioneel slim, als je de vertalingen mag geloven. Officieel is het woord casual, casueel en dan weet je nog niets.

Dan duikt het dilemma op van de keuze. Wat doen we. Rijden we naar Pecs om ons in het winkelende stadsgewoel te storten of duiken we de kledingkast in op zoek naar een passende combinatie. Ik kies voor het laatste en kom tot de verrassende ontdekking dat er meerdere casuals in de kast hangen. Haha, kwestie van goed combineren. De of-white culotte met de wijde zwarte flodderjurk en het lange vest in dezelfde kleur als de broek werkt fantastisch en het groene enkellange hes, ooit in een opwelling uit een rek getrokken maar nooit aangehad blijkt met een beetje bloes erbij ook een fantastische mogelijkheid.

Het enige wat nog roet in het eten kan gooien is het weer. ‘Laagjes, laagjes’, zingt mijn moeder op de achtergrond en zo is het. Het vest kan uit, dan zijn er nog wat bleke betjes als blote armen, maar met de zwarte sjaal valt er heel wat te draperen en te bedekken. Lief heeft nog een mooie lichte zomerbroek en een prachtige donkerblauwe denim bloes, met een t-shirt eronder is hij het baasje. Hij moet sowieso om mijn gedub lachen. Als het maar lekker zit, toch.

Dochterlief belde om afspraken te maken over hun komst. Daar hebben we allebei heel veel zin in. Ze zal een lijstje maken van artikelen die we meenemen vanuit Nederland. Er zijn pas dingen die je echt gaat missen als je ze in de schappen van de supermarkten, ook al dragen die dezelfde naam als in Nederland, niet kan vinden. Belegen kaas bijvoorbeeld, drop natuurlijk en stroopwafels, maar ook de vegan-en-de-toko producten, al kom je met Japans nog een heel eind. Maar misschien ook tekenbladen en tekengerei, zeker een aantal boeken en nog zo wat.

Lief ‘breidt’ verder aan zijn paadjes. We maken een dwaaltuin, overal verschijnen geheimzinnige doorgangen, tussen de kleine fruitbomen, langs de schaduwtuin, voor de bellen van de hop langs, over het citadel en langs het bastion, om de dame heen, die straks hopelijk met haar voeten in de Oost-Indische kers staat. Natuurlijk mogen daar de dwaallichten niet ontbreken. Er zweeft een verhaal doorheen, dat straks vanzelf gestalte krijgt als de kinderen hun eigen salamander-speurtocht inzetten of als de kleine filosoof zijn plannen gaat uitvoeren om alle dieren die hij tijdens de reis tegen gekomen is, te boekstaven. Er kan zo maar eens een dwaallicht op eigen houtje gaan dwalen en wie weet wat die allemaal tegenkomt. De verrekijker ligt al klaar en voos fruit gaan we vast en zeker gebruiken om de vlinders mee aan te trekken. Er zijn hier zo veel soorten. Van oranje-tipje tot de koningspage en zijn koningin. Onder de bomen vallen juveniele kers en morellen, als die straks wat rijpen brandt het los. Een dwaaltuin met vlinders en vogels, salamanders en slangetjes om Freek Vonk te mogen spelen. Een klein paradijs.

Overpeinzingen

Een uitgelezen moment

Er waait een nogal straf windje, dat de temperatuur meteen doet zakken naar nazomerse temperaturen. Warm aankleden dan maar en vroeg op pad voor de boodschappen. De scheve fluweelboom moet verder om en dan is het prettig om achter elkaar door te kunnen gaan en niet onderbroken te worden door een uitstapje. De berichten van dochterlief en co vanuit Kroatië zijn heerlijk. Even waanden ze zich in het paradijs in Istrie, parel in de Adriatische zee. De foto’s zien er uitnodigend uit. Dan te bedenken dat het maar vijf uur rijden is vanuit hier. Op de lijst van te ondernemen pleziertochten wordt ze vol verve bijgeschreven.

Toen ik naar de datum keek bedacht ik me dat het morgen, de twaalfde mei, de dag van de verpleging was, goed voor een gratificatie of een feestelijk accent bij mijn vroegere werkkring. Het brengt me even terug naar het Academisch ziekenhuis in Leiden, waar lief zijn opleiding volgde tot arts en waar ik mijn stages liep in de verpleging. Urologie, KNO, Longafdeling, Neurologie, Gynaecologie en Klasse Intern waren mijn leer-plekken. Lief en leed werden steeds meer onderdeel van mijn bagage. Langzaam maar zeker raakte ik vertrouwd met wat voorheen taboes waren en overwon de betrekkelijke preutsheid van de mens in al haar naaktheid. ‘Knopjes/knieën scheren’ was een van mijn eerste opdrachten als jonkie. Van borst tot de knie moesten alle haren weg uit hygiënisch oogpunt voor een operatie, daarna kwamen de mensen, nog diep in slaap, weer terug met een huid die in lapjes okergeel was opgedeeld en waarover geheimzinnige zwarte strepen waren getrokken. Ik had nog nooit een ander lijf dan lief aanschouwd. Even slikken en er overheen stappen, stoïcijns alsof het de gewoonste zaak van de wereld was en anders hielpen je door de wol geverfde collega’s wel een handje, door grappen uit te halen waarbij het schaamrood soms naar de kaken steeg.

Ooit heb ik alleen mijnheer pastoor links laten liggen toen ik hem tegenkwam in Overvecht. Dat kon ik niet aan zijne vermeende heiligheid verkopen, vond ik. Een exparochiaan die hem in volle glorie zou aanschouwen. Bovendien kon ik dat zelf al niet aan.

Leiden was bijzonder aangenaam als opleidingsinstituut. Destijds nog betamelijk kleinschalig, maar wel met mensen met de meest interessante aandoeningen vanuit het hele land. De zelfstandigheid was vergeleken met de streekziekenhuizen aanmerkelijk groter. Ik was dan ook echt een academische zuster en gewend om meer of minder een stem in het kapittel te hebben en zo zelfstandig mogelijk te handelen. In ieder geval werden we gehoord, zeker op de opleiding. In de praktijk wilde het daar nog wel eens aan schorten en op klasse intern vond ik het verschrikkelijk, omdat de hiërarchie er hoogtij vierde en we geacht werden te gaan staan als de professor de overdrachtspost binnenkwam. Zuster Veerman met haar haviksblik zwaaide de scepter en niets, geen enkele vergissing van onze kant, ontging haar. Ze had de gewoonte om dat ter plekke op te merken. Dubbel vervelend voor het slachtoffer dus, te weten mijn persoontje en de patiënt. Dan stond ik daar iemand tegen te houden bij het omdraaien in bed en schitterde de steek haar vanaf de grond tegemoet, iets wat ten strengste verboden was. Op zo’n moment snerpte ze je naam en keek je aan met blikken, alsof je de patiënt onachtzaam linea recta op de grond had doen belanden.

Ach ja, mooie mijmeringen en de moeite waard om er bij tijd en wijle stil bij te staan. Hoe anders het was in die dagen dan nu volgt een andere keer. Steeds minder vaak liepen we tussen de middag zelf het eten voor de mensen op te scheppen vanuit de gaarkeukenpannen op de kar. En er waren meer van dat soort anekdotes. Maar wie wat bewaard die heeft wat.

De Javaanse jongens zijn klaar geloof ik. Ik zal ze ophangen dan kan ik ze monsteren. Vaak ontdekken we dan nog het een of ander. Niets meer aan doen zegt lief, maar ik zie altijd wat. Het boek schemerleven van Jaap Robben is bijna uit. Bij deze temperaturen is het een uiterst geschikte dag om te gaan lezen. Dan moet de biografie van Kuipers er ook eindelijk verder aan geloven. Een uitgelezen moment.

Overpeinzingen

De aanhouder wint

Wat een verteller is die Jaap Robben toch. Wat aanvankelijk een heel herkenbaar verhaal lijkt, van een leven dat voor de voordeur van een bejaardentehuis blijft liggen, maar dat hij langzaam maar zeker mondjesmaat zo indringend ontvouwt, blijkt een levensgroot probleem van onze ‘tijd’ te behelzen. Stoppen met lezen is moeilijk, maar ik sta me mondjesmaat deze intrigerende verdwijnwereld toe.

Gisterenmorgen begon ik maar niet met lezen, anders waren we nooit richting Kaposvar gekomen. Door het trage tempo wat we ons hier hadden aangemeten, bleef de ochtend toch al in een kalm wakker worden en ontbijten steken. Maar om kwart voor elf waren we dan toch op weg. De route die we namen deed onze provincie Baranya vloeiend overgaan in Somogy, glooiende heuvels langs de kronkelende tweebaansweg, waar de bordjes de snelheid van het verkeer tussen de 40 en de 90 laveerde, maar waar voor de Hongaren zelf een andere snelheid gold, getuige de vele inhalers die langs suisden. Het zicht op het natuurschoon was als iedere keer indrukwekkend genoeg, harder wilde ik niet eens. We passeerden de vele lange lintdorpen met hun vriendelijke pastelhuizen, weinig tot geen vee in de weilanden, hooguit een verdwaalde kudde schapen hier of daar. Uitgebreide bossen met hun enorme bomen die halsreikend naar de hemel groeiden. Nauwelijks mensen langs de weg, voor een deel wel een fietspad erlangs, wat hier zeldzaam is. Fietsen is een ware kamikazetocht op de meeste autowegen.

We waren ongeveer om half twaalf vlak bij de overdekte markt, het doel voor deze ochtend. Een parkeerplaats was ruim voor handen binnen de zone echter, dus er waren forinten in munten nodig om in de parkeermeter te gooien. Helaas, ons beider portemonnee was leeg op een bedrag voor een kwartier na. Omdat een meneer had gezegd dat dat goed was voor een uur, hadden we het toch in het apparaat gegooid, enfin 15 minuten dus, te kort om naar de markt alleen al te lopen. De zoektocht naar een parkeerplaats buiten de zone duurde minstens een half uur. Bij aankomst in de grote hal van de deels overdekte markt bleek die al leeg en opgeruimd te zijn. Hier en daar was nog wat reuring maar we waren echt te laat.

Gelukkig had ik vanuit mijn ooghoeken gezien dat er beneden om de hoek nog een ingang was toen we er langsreden met de auto. Daar kwam op dat moment net een vrouw uit met een volgeladen tasje. We liepen er heen en warempel, daar bevond zich de groentemarkt nog. Gelukkig. Niet helemaal voor niets. Zo heerlijk, al die frisse kleuren bij elkaar. Een hal vol schildersgeluk.

We slenterden er over heen en waren dankbaar dat er ondanks het late tijdstip toch nog een stuk markt te genieten viel. Er waren nog veel meer laatgangers. De kraamhouders deelden in het gemak waarmee de laatste bezoekers de groenten keurden, bevoelden en hun bestellingen deden. Niemand kent haast. Dat maakt het leven zo’n stuk aangenamer.

Buiten knipperden we tegen het felle zonlicht. Geen parkeergeld hebben, belemmert, dan maar eens een tuincentrum bekijken aan de rand van de stad. We wilden nog een paar hortensia’s voor schaduwrijke plekken kopen, wie weet. Het bleek een grote bouwmarkt te zijn met een tuinafdeling en een hoop kitsch aan kippen en kraanvogels en geemailleerde andere staketsels om tussen de planten te zetten. Toen ik de vele kleine potjes geraniums zag, wist ik ineens dat we de oude geraniums hier in de hal moesten gaan stekken. Suf dat dat idee er niet eerder was. We kochten niets, maar keken de ogen uit.

In de grote goedkope supermarkt met mondiale inslag deden we de boodschappen. Daarna reden we terug naar Szigetvar, waar we bij de Tesco op onderzoek uitgingen naar vega-artikelen en warempel. Daar hadden ze ook een wat uitgebreider assortiment. Zoekt en gij zult vinden. De aanhouder wint.

Overpeinzingen

Wat deze nieuwe dag brengen zal

De Javaanse jongens komen steeds beter uit de verf, maar het is nog te prematuur om ze ten toon te stellen. Het is natuurlijk maar een oefening.

De wielewaal riep zo hard vanuit zijn boom dat zijn bijzondere klanken zelfs mijn dove oren door de dichte deur binnen bereikten. Het is net een soort hol echo-achtige roep. Heel herkenbaar. Wat een fijn buitenleven is het toch.

De waterkoker had de geest gegeven. Onontbeerlijk voor het kopje koffie in de vroege morgen. Niet waar natuurlijk, want de ouderwetse gemoedelijke fluitketel op het gasfornuis is nog steeds haalbaar, al wordt dat in dit geval wel een pannetje. Op fluitketels was ik altijd verliefd. Voordat zoonlief met een vooruitziende blik betreffende het gas aandrong op de waterkoker in Nederland had ik een lieflijk blauw-wit gewolkt keteltje dat er schattig uitzag. Een buik als een piramide, de tuit fier opgeheven. Zonder fluit trouwens. Daar hield ik niet van, waarschijnlijk door het lied van Annie M.G,Schmidt over de nood van een zo’n fluitende ketel op het fornuis. Zover kwam het hier trouwens niet, al staat er in de Datsja zo’n prachtig ouderwets exemplaar van indrukwekkende omvang, die vroeger ook werd gebruikt bij de padvinderij om er de koppen chocola mee vol te schenken. Ineens herinnerde ik me de nieuwe waterkoker die we vorig jaar in april hadden aangeschaft voor de Datsja. Een mooi glanzend en nog nieuw zwart geval. Ze staat nu hier in de keuken te schitteren.

Lief is gisteren opnieuw aan het boetseren geweest op het land. Overal komen paadjes en hoeken te voorschijn, een stuk schaduwtuin onder de morellen, een pad langs de hop en de irissen, de hibiscus in veelvoud langs een ander pad. Overal verschijnen verborgen of schijnbaar verdwenen kruiden en planten die overwoekerd waren door de hoge grassen en de ongeremde groei van het struweel. Straks hebben we een kruip-door-sluip-door-circuit voor de kinderen. Heerlijk om op kindhoogte door deze jungle te mogen lopen. Soms verlangt een mens er naar. De feeërieke en sprookjesachtige spannende wereld van het simpele ontdekken op ooghoogte.

In de Groene een mooi artikel met Elsbeth Etty en Anet Bleich, beiden oud communisten. Hun leven liep ongeveer paralel aan dat van ons, met vooral de gedachte dat het anders moest dan het gezapige leven van dat moment, waarin geen ruimte was voor kritiek en voor de vrijheid van de vrouw. Wie in die tijd, net als wij, discussies voerden met vrienden, doorgaans studenten, herkent onmiddellijk de beroering van die dagen. Erkennen dat ook in die ultra linkse beweging het dogma schoof, dat communisme een achterhaalde orde is, getuigt van moed. Natuurlijk moeten wij in het leven blijven schaven aan onze ideeën en zeker niet blijven hangen op ons eigen ideaal, een utopie puur sang. De wereld zal niet vreedzaam worden, een paradijs op aarde, maar we kunnen om ons heen wel een eigen paradijsje scheppen en daar anderen van laten meegenieten.

Dochterlief stuurde een foto van het knuffeltje van Dribbel. Hij had de gehaakte knuffel verstopt tijdens de vakantie in een van de hotels onderweg en was hem daardoor vergeten. Nu moet hij zonder zijn raket door het leven. We zochten met het facetimen naar een manier om het leed te lenigen. De afspraak is gemaakt dat ik hem ga schilderen en dat het schilderijtje dan boven zijn bed mag hangen. Lastig is het wel want het meest kenmerkende aan het geval, zijn ronde rode neus en zijn grote voeten staan niet op de foto.

We gaan het zien en beleven. Nu eerst maar eens naar de markt in de stad en zien wat deze nieuwe dag brengen zal.

Overpeinzingen

Gezelligheid kent geen tijd

Gisteren was ik ineens heel erg moe. Waarvan dat begreep ik niet goed. Er waren alemaal goede berichten van het thuisfront. De kleine blauwe was verkocht voor een zeer behoorlijke prijs. Nu kan ik verzekering en mijn lidmaatschap opheffen, dat jaarlijks ook weer veel geld scheelt. Afscheid ervan had ik al eerder genomen. Mijn weemoed word opgeteld bij de andere veranderingen, niet in de laatste plaats om Pluis met zijn speciale plek in mijn hart. Dat zal nooit meer over gaan. Het is een mooi woord, weemoed, en geeft precies weer wat het met een mens doet als bepaalde wendingen in het leven het oude laten plaats maken voor het nieuwe fijne. Elke verandering vergt aanpassingen. Verstand kan alles beredeneren, maar het gevoel blijft daarbij soms dralen, een tikkie achter, nog even hangen in wat ooit was.

Die dappere kleine blauwe Prins heeft me per slot van rekening naar de wonderlijkste plekken gereden, avonturen met me opgezocht, glansrijke overwinningen op zichzelf behaald, het onderste uit de kan gegeven. Dan mag er geëerd worden door met een brede glimlach en een tikkeltje heimwee aan hem terug te denken. Maar nu hebben we haar, die mooie glanzende witte. Helaas ziet ze er door alle tochten die we hier maken uit als een echt Hongaars exemplaar, modder gebruind zeg maar. We hebben via vriendlief een autobedrijf gevonden dat ijverig auto’s van binnen en van buiten weer tot nieuw poetst. Eerdaags maar eens heen brengen.

Vannacht heeft het geregend, ik wist het al want ik lag twee uurtjes als vanouds wakker en daarna droomde ik weer een wonderlijk verhaal bij elkaar. Ik was in een Hongaarse bakkerij, waar het lekkerste gebak door kinderen gemaakt, werd verkozen in een wedstrijd. In het midden stond een tafel met allerlei heerlijkheden waar iedereen van mocht proeven, dat werd me tenminste met handen en voeten duidelijk gemaakt door de plaatselijke bevolking. Ineens hoorde ik Nederlands praten. En daarna nog een keer. Binnen de kortste keren hadden we een genoeglijk onderonsje over van alles en nog wat, als gemoedelijke buurvrouwen die elkaar ontmoetten op de hoek van de straat. De bewoners keken ons een tikje verwonderd maar vriendelijk aan. Het was prettig wakker worden. Oei, een gat in de dag geslapen, kwart over achten al.

Er piept zoveel aan plantjes omhoog dat ik benieuwd ben hoeveel van het zaaigoed zal zijn en hoeveel onkruid er is. De buuf van de volkstuin leerde me de drie blaadjes af te wachten, dan pas zijn ze te determineren. Het beluisteren van de vogels neemt ook een grote vlucht. We onderscheiden er steeds meer en met behulp van de app en van google leren we zo van heel veel vogels het bijpassende gekwinkeleer kennen.

Deze week gaan we op onderzoek uit naar leuke plekken en stekken om met dochterlief en co te bezoeken. Het zijn echte kinderen van de natuur, alle vier, dus zal het geen moeite kosten om ze in deze ongerepte wildernis aan hun trekken te laten komen. Er zijn weliswaar geen spectaculaire watervallen of besneeuwde toppen van de bergen te vinden zoals in Slovenië, maar wel veel elanden, herten, en ander wild, bijzondere vogels en vlinders. Er is een pijpenmuseum in een piepklein dorpje hier in de buurt, en er zijn grotten en meren te kust en te keur. Bovendien zijn er de grote wildparken waar onder andere de Drava en de Donau zich doorheen slingeren.

Ziezo, nu eerst maar even een snelle douche en dan verder met het schilderij van de Javaanse jongens, waarvan er een al goed uit de verf begint te komen. Bij Pluis heb ik de snorharen vergeten, ontdekte ik. Vandaag nog een dagje aanrommelen en morgen eerst naar de overdekte markt in Kaposvar en daarna eens kijken of het museum al klaar is met de spectaculaire verbouwingen van November. Gezelligheid kent geen tijd.

Overpeinzingen

Een avontuur op een serveerblaadje

Een opmerkelijk geluid. De wielewaal zit in de tuin. Heerlijk om deze vriend weer te horen. In het najaar deed hij zich te goed aan de rijpe vijgen. Hij is nu ook in de buurt van de vijg te vinden.

Een van de fluweelbomen die door midden was gescheurd tijdens de storm, moet toch omgehakt worden, want hij is een aantal centimeters gezakt en komt vervaarlijk lager te hangen. Het andere deel met de bloeiende wisteria leunt gemoedelijk in een Tête-à-tête tegen een sparrenboom en de muur.

De maaimachine doet goed werk en met zijn vernuft is het een zegen voor lief, die nu minder hoeft te zwoegen, waarbij hij toch steeds de neiging heeft teveel hooi op zijn vork te nemen. Letterlijk en figuurlijk, Zo rommelen we wat aan, terwijl het jagen op de houtbij onverminderd door blijft gaan, omdat die moeilijk te pakken is. Ik vermoed dat er veel meer bijen zitten, terwijl Lief het idee heeft jacht op een te maken. Ik help het hem hopen, maar ik betwijfel het ten sterkste.

Een van onze leesvrienden appt dat hij ons gekozen boek van Jaap Robben ‘Schemerleven’ in een adem heeft uitgelezen en dat hij het zo mooi vond. Ssstt.. dat zouden we beperken. Elke mening over een boek vormt de eigen mening mee. Het helpt wel om me over de digitale weerzin heen te zetten. Ik lees en lees en wil niet meer dat het stopt.

Door het onderwerp vlieg ik over de de jaren heen terug in de tijd. Ik ben in huize het Oosten in Bilthoven en zit alleen in de zusterkamer, een licht in de duisternis want om mij heen is alles aardedonker. Ik hoor water druppen. Ingespannen luisteren om het geluid te lokaliseren. Daarna volgt een controle van de kraan en de ketel op het pitje. Krekeltjirpen tussen het druppen door. Vasalis spookt met me mee. Ineens zie ik vanuit een ooghoek een druppel vallen. Het spat als een teken aan de wand op de grond en nog een. Ernaast ook en daarnaast en daarnaast. Oké, tijd om op inspectie te gaan. Zaklamp aan, de sleutel der sleutels, de moedersleutel mee. Daarmee kan ik gelukkig alle deuren openen. In het schijnsel van het licht vormen de gangen zich tot rijen. Op de trap klinken mijn voetstappen holler dan overdag opvalt. Af en toe blijf ik stil staan om te luisteren. Buiten de kamers van de ziekenboeg, zijn er appartementen in het huis en daarbuiten nog wat aanleunwoningen. Ik ben nachtzuster c.q. hoofdzuster, want er is niemand anders dan ik alleen. Ik hou supervisie op mijn eigen handelen.

Er is wat gemorrel, soms klinkt er ook geritsel. Nu moet er uitgezocht worden welke deur ik hebben moet. Op de rij waarvan ik vermoed dat het een van die kamers is, blijf ik luisteren bij deuren die in aanmerking komen omdat ze zich bevinden boven de zusterpost. Nergens hoor ik gestommel, iets wat op water lijkt. Nogmaals spits ik de oren en dan is het bij een deur raak. Onmiskenbaar hoor ik ruisen van water. Het is mevrouw X waarbij af en toe kleine mistwolkjes te voorschijn ploffen die er voor zorgen dat niet alles meer verloopt zoals het zou moeten. Overdag kan ze zich nog heel best redden, maar in de nacht is de begrenzing tussen droom en werkelijkheid vervaagd. Nogmaals luister ik ingespannen. Geen teken van leven alleen dat ruisen. Ik haal diep adem, steek zo voorzichtig mogelijk de sleutel in het slot en open zachtjes de deur. Meteen sta ik met mijn schoenen in het nat en zie bij het schijnsel van de zaklamp een stromende kraan boven een volgelopen gootsteentje, waar het water in volle vrijheid overheen gutst. Typisch een gevalletje kraan vergeten dicht te draaien.

Dan neemt het handelen een vlucht. Kraan dichtdraaien, stop uitnemen, handdoeken als dweil gebruiken. Ondertussen mevrouw zo zachtjes mogelijk ingelicht over wat er is gebeurd en dat ze nu weer heerlijk verder kan slapen. Morgen gaat men wel zien hoe groot de ravage is. Eigenlijk is ze nauwelijks wakker te krijgen. Ze mompelt wat, zucht diep, draait haar hoofd naar de muur en ronkt verder in zalige vergetelheid.

Beneden schrijf ik het rapport. De tijd had happen genomen uit de lange nacht. Er zat een verhaal in mijn hoofd met beeld erbij. Een avontuur op een serveerblaadje.

Overpeinzingen

Hoop doet leven

De nieuwe benzine-grasmaaier is binnen. Toen ik gisteren mijn dagelijkse blog schreef en, om het te kunnen publiceren, dicht bij het modem in de bibliotheek zat, stopte er een grote vrachtwagen van de Posta in de straat. Dat gebeurt nu ook weer niet zo vaak, dus was de nieuwsgierigheid getriggerd. Een man met een brief in zijn hand liep de huizen af op zoek naar het juiste nummer, stelde ik me zo voor. Omdat de maaimachine door vriendlief besteld was, rees het vermoeden dat dit het kon zijn. Ik riep naar lief die met zijn sleutels snel de dubbele voordeuren probeerde te openen en sinds jaar en dag aan het goochelen is met de juiste sleutels op de juiste deur. Net op tijd om de spiedende man de vraag te kunnen stellen waar hij naar op zoek was. Naar ons dus, om zijn grote pakket over te kunnen hevelen naar het juiste adres. Lief sleepte de grote doos naar het terras en begon het geval in elkaar te puzzelen op de voor hem zo zorgvuldige wijze.

‘S Middags kon zijn vriend hem uitleggen hoe een en ander werkte. Deze Rolls Royce onder de grasmaaiers had zelfs diverse versnellingen. Op deze vroege ochtend snort lief met zijn speeltje gemoedelijk door de tuin en daar waar alles nog te lang is, is het gras in een oogwenk gemillimeterd. De kleine damesmaaier had er een dagtaak aangehad. Een prettige bijkomstigheid is dat langzaam maar zeker qua zicht de diepte in de tuin weer terug komt.

Gisteren rond het middaguur belde zoonlief. Ze zaten met het hele gezin klaar voor een lange babbel ter compensatie van de lijfelijke afwezigheid. Ik nam ze via facetime mee het hele terrein over om ze te tonen hoe de tuin eruit zag, het bos erbij aansloot, waar de Datsja stond en tot hoever het achterland reikte. Ze waren onder de indruk van de grootte van het perceel. Hun kleine telg lag nu vreedzaam te slapen en was goed gegroeid. Natuurlijk waren er mensen in de omgeving die hem steviger wensten, maar zo zijn er altijd op-en-aanmerkingen die je gevoeglijk naast je neer kunt leggen. Als het goed voelt voor hen en alles min of meer natuurlijk verloopt dan is het oké

Terwijl de rode beuk bevrijd wordt van haar grassen is de zon al op volle sterkte. Zo oogt het ruimer en nog groter.

In de Groene van deze week staat een interview met Lieke Marsman. Ze is net dichter des Vaderlands af en ongeneeslijk ziek. Grenzeloze betrokkenheid met de wereld kan ze niet meer opbrengen. Het kost haar teveel energie en die heeft ze hard nodig voor haar eigen genezingsproces. Ze heeft kritiek, met name op het taalgebruik van de regering en in het bijzonder dat van Rutte, dat uitmondt in loze beloftentaal en wollige woordenbrij, waarbij de verantwoordelijkheid in de schoenen geschoven wordt van een ander. ‘Veel geschreeuw en weinig wol’, zeiden we vroeger. En dat is het ten voeten uit. Het resulteert in een weinig daadkrachtige overheid, die veel belooft en weinig waarmaakt.

Ze vraagt zich aan het eind van het interview af of je hoop nodig hebt om te kunnen geloven dat de dingen die onvermijdelijk lijken dat niet zijn. Ze hoopt nog altijd heel lang te kunnen blijven. Aan de andere kant is het ook troostrijk dat je hoop kunt blijven koesteren ook al zijn de vooruitzichten zo slecht. Dat je er zelf aan moet blijven werken en het hopen een actieve bezigheid wordt, is iets dat ze zichzelf gunt. ‘Ik moet mezelf het irrationele gunnen’, zegt ze ‘Me voorbereiden op het ergste en hopen op het beste’. Er spookt een gedicht van Emily Dickingson door haar hoofd: Hope is the thing with feathers/That perches in the soul/And sings the tune without the words/And never stops-at all’ .

Het roept bij mij de associatie op met ‘Het Verdriet is een Ding met Veren’, van Max Porter, waarbij kraai helpt bij de verwerking van de rouw om het verlies van een vrouw en moeder. Hij blijft net zolang tot het verdriet heeft plaats gemaakt voor nieuwe zachte mooie herinneringen. Dat is ook hoopgevend. Dat zorgt voor een blik op de toekomst, hoe lang die ook mag duren. Hoop doet leven.

Overpeinzingen

Arbeid adelt

De morgenstond heeft goud in de mond. We zitten voor het eerst nu al in een aangename temperatuur op het terras te genieten van de natuur die ontwaakt. De beuk staat in rode gloed, de zon koestert het groen en tovert kleine pareltjes op het bedauwde blad. De ochtenden beginnen op die manier weer vroeg, als vanouds. Om zeven uur zitten we aan ons eerste bakkie koffie.

We dachten al te merken dat de grote houtbijen zich niet om de tuin lieten leiden. Ze blijken zich aardig een weg door de stevige balken van de overkapping te vreten. Nu moeten we wel overgaan op drastische maatregelen en dat doet ons alle twee pijn, maar het kan niet anders. In hun drang om te nestelen werpen ze kleine hoopjes zaagsel naar buiten. Geen goed idee. Dat betekent dat vriendlief, die ons met de klussen om het huis helpt, met grover geschut, oftewel vloeibaar hout, aan de slag moet om de holtes vol te spuiten.

Zo in de vroege ochtend is het een waar vogelparadijs. Ze vliegen af en aan en geven hele recitals ten beste. Gisteren hoorden we de kneu, de nachtegaal, de zwartkop, de merel, de zanglijster, de staartmees en zagen we de withalsvliegenvanger in de top van de boom. De tortels kunnen er helemaal geen genoeg van krijgen/ Ze zijn elkaar voortdurend verleidelijk aan het uitdagen met het ellenlange koeren over en weer. Daar tussendoor roept de koekoek.

De rode acer, de boom van vriendinlief, staat al volop in het blad. In Nederland kijk ik rond deze tijd van het jaar vol verwachting uit naar de komst van de gierzwaluwen, maar hier zijn alleen de boerenzwaluwen te vinden. Gierzwaluwen en Acers zijn het symbool voor haar leven hier op aarde, dat ze nu ruim 12 jaar geleden noodgedwongen moest inwisselen. Loslaten, afscheid nemen, gedenken, het zijn de termen die bij deze tijd zo’n beetje horen. Iets waar we stil bij staan en waarmee we het leven des te meer omarmen. Dat gebeurt vandaag in ons kikkerlandje, daar zal de vrijheid uitvoerig gevierd worden. Hier vieren we ook de vrijheid van het leven, van de schoonheid, van al wat groeit en bloeit.

Gisteren was het nog een vrij gure dag en opnieuw kon ik heerlijk schilderen. Door de weemoed had ik maar een onderwerp in mijn hoofd. Lieve Pluis. Ook nu viel alles op z’n plek. Inspiratie, bevlogenheid, bewondering en gemis. Dat resulteerde in onze enige echte Pluis. Fier de kop op, alerte blik, de oren gespitst. Vanuit een wonderlijk perspectief dus moeilijker, maar toch gelukt, vond lief, die haar kwam bewonderen. De achtergrond en de deken kunnen vandaag nog wat bijgeschaafd worden maar dan is ze echt af.

Er was gisteren nog een onverkwikkelijk bezoekje. Op een gegeven moment hoorde ik gezoem, dat zo zwaar was dat het bijna de lucht verplaatste. Het bleek een uitzonderlijk grote hoornaar te zijn. Waarschijnlijk een koningin. Ze kwam zoemend mijn atelier binnen en we hebben haar met de strobezem naar buiten gewerkt. Ze zoemt zo hard, dat ik bij elke poging die ze ondernam om opnieuw binnen te komen snel de deur dicht kon trekken. Deze dame is minder welkom, ook al is ze heel erg nuttig. Maar ze zoekt met name op dit moment een plek om haar ronde huisje te bouwen. Ga ergens anders heen lieverd. Voor twee dames is het huis te klein.

De irissen bloeien uitbundig, evenals het kleine onooglijke ereprijs, dat door de uitbundige hoeveelheid met haar schoonheid kan pronken. Vandaag kan ik maaien, omdat het 23 graden beloofd te worden en alles dan lekker droog is. Aan de voorkant van de datsja laten we een stukje met paardebloemenpluis, boterbloemen en wilde orchis hun eigen plannetjes trekken, omdat het prachtig is om naar te kijken en omdat er voldoende ruimte is. Langzaamaan begint de wildernis weer natuurlijk vormen en structuur te krijgen. Arbeid adelt.

Overpeinzingen

Dat gun je ieder kind

Een miezerdagje, iets om heerlijk te tuttebellen. Dat is een kunst op zich. Met het digitale leeswerk kom ik nog niet veel verder. Ik mis het geknisper van de bladzijden, het terugbladeren om een stukje te herlezen, het kalm omslaan van weer een bladzijde vol mogelijkheden tot nieuwe mijmeringen.

Ineens kwam het uit de lucht vallen. De zin om te gaan schilderen. Geen idee waardoor het geprikkeld werd of eigenlijk stiekem een beetje wel. Ik had de dag ervoor een foto uit het museum nagetekend van zo’n typische balkanvrouw, met sjaaltje om haar hoofd, dat onder de kin geknoopt was en met het kalme wijze gelaat van de jaren die tellen. De sjaaltjes doen me altijd aan mijn moeder denken, terwijl die toch ook wel van de mutsen was. Misschien was het een associatie van vroeger met het befaamde regenkapje of van nog langer geleden, toen vrouwen dergelijke sjaaltjes als dagelijkse dracht droegen. Daar moest ik dan als jong kind naar gekeken hebben. In ieder geval, die vrouw dus. Die wilde ik schilderen.

Daarom liep ik naar de Datsja. Lief effende het al plat getreden pad door snel de langste halmen te korten met zijn snoeischaar. Binnen kwamen twee doeken in aanmerking. Oud werk en een hagelwitte nieuwe. Het oude werk moest er aan geloven. De deur stond wagenwijd open. De nachtegaal floot haar mooist wijsje en kreeg af en toe antwoord terug van een ander verderop in ons bos(je).

De wateroplosbare olieverf bleek heerlijk om mee te werken. De transparantie had een wat hoger gehalte met mijn Omber, Siena, Oker, Wit, een tipje Aquamarijn en wat Cadmium rood. Dat gaf een bijkomstig mooi effect met de oude afbeelding eronder. Het leek alsof het allemaal luchtiger was. Tussendoor was er uitzicht op het heerlijke groen door het raam en op het tweede kleine beeld. De trillers van de vogels stroomden vrijelijk binnen. Muziek was er niet bij nodig. Een vreedzaam en misschien wel daardoor productief middagje. De tijd had zich de vleugels van de vergetelheid aangemeten en voor ik het wist was het tegen vieren. Tijd voor een korte pauze in de witte rotan stoelen op het terras samen met lief. Het bleek al gauw toch te fris. Bovendien wilde ik nog even door. Op de een of andere manier was het zaak om in de begeestering te blijven. En het doek mocht af, want het was immers bijna klaar.

Een half uurtje later wandelde ik ermee naar het grote huis. Lief stond nog steeds te knippen. Langzaam maar zeker kwam er schot in de zaak. Nu was de rotsige terrasheuvel alweer zichtbaar en overal kwamen planten te voorschijn die hij wel wist, maar die compleet overwoekerd waren geweest. Het nieuwe werk mocht in de gang bij de grote yucca’s, die we in de ochtend samen hadden aangepakt om te fatsoeneren, na de knauw die ze opgelopen hadden tijdens onze afwezigheid.

Een appje van dochterlief over de kampeermogelijkheden hier en met de vraag om een eventueel kampvuurtje te maken resulteerde in een mijmering over hoe we vroeger als kinderen hadden genoten van bijvoorbeeld het blikken fornuisje, waar ik op een vuurtje van blokjes als suikerklontjes kleine stukken vierkante aardappel in een aluminium pannetje gaar mocht koken achter bij de schuur in de stadstuin. Lief had op open vuur nog aardappels gepoft. Ook de stokbroodjes van school, deeg om een dikke tak, tijdens de kampsessies kwamen boven drijven. Kamperen is ontdekken en dat gun je ieder kind.

Overpeinzingen

Dat dus

Net toen we op het punt stonden om de vlinders van Magyarlukafa op te zoeken, begon het te miezeren. De weer-app gaf aan dat er nog veel meer water zou vallen. We besloten toch te gaan. Vlinders zouden we niet spotten maar we zouden wel een onbekend stukje omgeving kunnen verkennen. Altijd spannend zo’n reis omdat je niet weet wat je allemaal tegenkomt.

De weg was aanvankelijk voor Hongaarse begrippen nog goed te doen, maar toen we een weg naar de heuvels insloegen, begon het betere werk om de vele kuilen, hobbels en bobbels te ontwijken. De route leidde ons dwars door een handvol authentieke poesta-dorpen heen. Ook hier verval naast goed onderhouden huizen, sommige kleurrijk, sommige, waaronder de oude boerderijen, stemmig bruin. De erven waren drekkig. Bij een afgelegen boerderij liepen kippen en eenden te scharrelen, de hond zat achter het hek vlakbij het woongedeelte. Het dak van de oude schuur had de tand des tijds ternauwernood doorstaan en kon wel wat nieuw hout en pannen gebruiken. De tijd had hier stil gestaan.

Tussendoor glooiende hellingen en vooral heel veel rijk bloeiende koolzaadvelden, heldergeel tegen de bewolkte lucht. Magyarlukafa bleek ook een einddorp te zijn, dat wil zeggen, dat aan het einde ervan de weg ineen keer overgaat in een wereld bestemd voor rugzakken en wandelaars, trekkers in spe. Met de regen, gestaag door dreinend, iets om een andere keer te gaan bekijken, er een stukje te wandelen en de nu niet aanwezige vlinders te aanschouwen.

Onderweg was er een plaatje van een ruïne op een rechte lap grond. Ze stond voor aan de weg en was door de blauwe regen langzaam maar zeker overgenomen. Die klom door de ramen, over de muren, vormden een dak, daar waar de bedekking verdwenen was. Prachtige blauwpaarse tinten tegen een oude bakstenen half vergane muur. Een plaatje. Het wonderlijke was, dat achter het gesloten hek het gras wel bleek te zijn gemaaid. Er waren mensen die waarschijnlijk toch de schoonheid van het vergankelijke gebouw, ingepakt door de natuur, konden waarderen. Alle poestadorpen hier zijn een soort lintdorpen, met grote lappen al dan niet onbebouwde grond, zonnegeel tegen aardebruin, doorspekt met de enorme bossen, die door de heuvels boven zichzelf uitstegen in lengte en hun kruinen hemelwaarts strekten. Op een van de weggetjes zat op een draad een grote buizerd en keek op ons neer. Toen ik terugreed om het moment toch vast te leggen op foto, vloog hij met een luide kreet op. Via een omweg bleken we helemaal rondom het gebied te zijn gereden en kwamen terug in Szigetvar. Altijd goed om gelijk een paar boodschappen mee te nemen, dan waren we de volgende dag daar van gevrijwaard.

Tijdens de avond was er sprake van een misverstand, die op de een of andere manier te breed werd uitgesponnen. Twee mensen met verschillende opvattingen over hoe je de dingen zeggen kan, hoe iets binnenkomt, hoe het opgevat wordt. Je kan er oeverloos lang over doorgaan en dat gebeurde. Eens in de zoveel tijd is er een fris waaiende wind nodig door een leven samen. Een, die te denken geeft, waardoor je achter een aantal eigenschappen van jezelf en die van de ander komt in de reactie op elkaar. Iets wat tot een vaste gewoonte is vervallen en die nodig bijgesteld dient te worden. Ruggen rechten, opnieuw de kaarten schudden en morgen opnieuw beginnen. Dat dus.

Overpeinzingen

Ruimte voor nieuwe ontdekkingen

Een kabbelend dagje met vooral het kleine leven om ons heen. De grote blauwzwarte houtbij had inderdaad de balk al een heel eind uitgehold. Dat bemerkte lief toen hij er letterlijk en figuurlijk een stokje voor stak om het holletje te dichten en om de snode plannen van de bij tegen te gaan. Op slag zoemden er drie grote houtbijen om de balk, gedesoriënteerd, want ze waren hun holletje kwijt. Het zijn sterke beesten en ze gingen net zo lang door met er omheen zoemen tot de stokjes eruit vielen, natuurlijk gevolgd door een nieuw exemplaar. Op het laatst zag ik ze voornamelijk om de oude druif heen. Ga daar maar een poosje knagen lieve vrienden. De omleid-poging had vooralsnog goed gewerkt.

Tussen het maaien door wilde ik alvast het verdroogde gras wegharken. De bladhark had haar beste tijd gehad, maar ook bleken de longen niet bestand tegen het overdadig optimisme. Het leverde een hoop gehoest en geproest op. Dit was werk voor lief. Wel met een betere bladhark want de oude had er al decennia opzitten en was met hier en daar wat tandeloosheid en losgeraakte onderdelen aan vervanging toe. Letterlijk had hij geleden aan de tand des tijds.

Het vogelseizoen is in volle hevigheid aan de gang. Alles is druk in de weer om op te vallen of juist niet, nesten te bereiden, jongen te voeren. We zien en horen de meest uiteenlopende soorten voorbij komen. Sommige zijn prachtig gekleurd. De vogel-app maakt overuren. Ze maken dankbaar gebruik van de omgewoelde grond waar gezaaid is en pikken de dikke regenwormen er met liefde tussen uit. De een zijn dood is de ander zijn brood.

In de late namiddag reflecteren we altijd even, in de zon bij een glaasje van het een of ander en vlakbij het Boeddhabeeld met zicht over de hele tuin om de gedane arbeid in ogenschouw te nemen, te bedenken wat de voortgang zal zijn en vooral ook om even uit te rusten. Daar was het de beurt aan twee Argusvlinders om de show te stelen. Ze fladderden om elkaar heen en maakten elkaar het hof. Eenmaal op de droge grond werd er gepaard en voort ging het weer. Vlinderlicht en vrolijk.

Vanmorgen brachten de foto’s ons op het idee om vanmiddag de dagvlinders van de Magyarlukafa te bezoeken. Dat is hier niet meer dan een half uurtje rijden vandaan. Hongarije telt heel veel vlindersoorten en dit gebied kent bijzondere soorten, zelfs de hier zeldzame, en opvallend is ook dat er soms in grotere getale gevlogen wordt. Het is druk bezocht door vlinderliefhebbers, die speciaal hiervoor naar toe komen. De moeite van het ervaren waard.

In de familie-app komen er foto’s van de reizende kinderen binnen in…De sneeuw, Lachende gezichten met genietende kinderkopjes. Ze zijn in Slovenie de berg opgegaan om meer sneeuw te snuiven dan ze de hele winter in Nederland gedaan hebben. Ziezo, deze ervaring pakken ze niet meer af, moeten ze gedacht hebben. Natuurlijk hoort er bij dit feest een uitbundige warme chocomel met slagroom. Een winters uitstapje in hartje lente.

Veel rondreizende vrienden komen langs. Bali, Frankrijk, Noorwegen, noem maar op. Men trekt er flink op uit in deze meivakantie-periode. Het weer is er dan ook naar om zonnewarmte op te zoeken, begreep ik.

Kleinzoon groeit als kool. Gelukkig komen er iedere dag wel foto’s langs. Het Facetimen gaat soms een beetje moeizaam omdat het bereik minder is. Maar iedere glimp is mooi meegenomen.

Omdat de trek in een Oosterse stoofpot groot was, ben ik dwars door de koelkast heen gegaan. In de supermarkt hadden we Ras-El-Hanout gevonden. Iets waar doorgaans hier moeilijk aan te komen is. Van huis had ik de komijn, de kaneel en de saffraan meegenomen. In plaats van de versuikerde honing gebruikte ik marmelade om te zoeten. Alle andere ingrediënten waren voorradig, lekker laten stoven en samen met de bulgur opgediend. Omdat ik nog steeds ongeveer ter grootte van de ‘vlees’potten van Egypte kook, is het vaak voor twee of drie dagen. Dus een paar dagen respijt als keukenprinses en ruimte voor nieuwe ontdekkingen.

Overpeinzingen

Hout genoeg

Dag van de Arbeid wordt hier nog steeds groots gevierd. Dat vertelde lief mij toen ik een man door de straat zag lopen met een grote boom over zijn schouder, versierd met repen stof. Een Meiboom wist hij me later te vertellen. De buren waren van de week al dagen in de weer met bosmaaiers, maaimachines en elektrische zagen. Het drammende geluid was af en toe te veel. Vooral die bosmaaiers zijn heftig. Gisteren viel het al mee en konden we in de late ochtend en vroege middag luisteren naar het gezang van de nachtegaal, die in een boom vlak voor de veranda van de Datsja zat en naar de anderen verderop, die in echo hun indringende trillers als antwoord lieten horen. Wat een prachtig geluid is het toch. Waarom ze ‘nacht’egaal heten is mij een raadsel. Ze fluiten dag en nacht.

Het was gisteren een dag der vondsten. Op weg naar de dame met de kruik spotte ik een jonge hagedis, die zich languit door de zon liet koesteren bovenop het lange gras. Het determineren van het geluid van de nachtegaal, die veel vogelgeluiden imiteert was twee en bij het boodschappen doen was er de ingeving om in Szigetvar een kleine Tesco in te lopen om te kijken of we daar misschien een tweede batterij voor mijn damesmaaier konden vinden. Warempel en meer dan één zelfs. Maar we proberen het eerst met twee batterijen, om te kijken hoe dat gaat.

Tussen het maaien door was er een wasje op te vouwen, het kleed van het terras te ontmossen, en nog wat Oost Indische kers te zaaien, terwijl lief de grond achter de dame met de kruik schoon spitte. Harde, onwillige, bijna onbewerkelijke leemgrond, die je flink los moet bikken alvorens er iets in te kunnen stoppen. Rijk aan mineralen maar een hoop werk. Maar nu staat ze dan toch eindelijk tussen de zaadjes en straks tussen de bloemen mooi te wezen, hopelijk.

Tijdens het zingen van de nachtegaal besloot ik haar te tekenen met een fineliner en wat aquarel. Helaas niet ‘en plein air’ want de kleine met al die noten op haar zang laat zich niet of nauwelijks zien, dan maar een foto, een statische nachtegaal. Maar wel de kans om haar kleurschakeringen te bestuderen. Nu weet ik waar ik op letten moet. In Frankrijk hoorde je de Rossignol voornamelijk in de avond en de vroege ochtend, ver weg, als ze over het stille dal haar liefde voor het leven floot. Zo’n prachtige naam, la Rossignol, maar misschien ben ik een beetje bevooroordeeld door de chansons van George Moustaki, die ik zo eindeloos heb beluisterd.

Het werk op het land vordert gestaag. Steeds meer terrein veroveren we alle drie op het lange gras, lief, ik en mijn damesmaaier, de reeën die nog steeds komen overnachten ten spijt. Straks zullen ze alleen nog in het bos op het achterland, het laatste stuk van het landgoed, verblijven. Maar zolang er lang gras te vinden is, blijven ze komen.

De grote zwarte hommel die ik nu al dagen rond zie vliegen, blijkt een blauwzwarte houtbij te zijn, de grootste in zijn soort en inderdaad vreet hij zich een weg door het hout heen, dus ook door de balken, de dragers van het dak van het terras. Dat liever niet, natuurlijk. We zoeken naar een diervriendelijke oplossing, want niet wij worden lastig gevallen, maar wij vallen de natuur lastig door haar te vormen zoals wij wensen. Dan heeft een beetje blauwzwarte houtbij recht op zijn eigen stuk natuur. Misschien kunnen we een vermolmde oude boom voor hem uitzoeken. Jammer dat hij daar niet automatisch zelf voor kiest. Hout genoeg.

Overpeinzingen

Een nieuwe belofte voor later

Het was een dag om in te lijsten. Niet in de laatste plaats omdat de zon voor het eerst echt uitpakte en uitbundig scheen. De temperatuur noopte mensen om hun laagjes uit te trekken en in hemdsmouwen, t-shirts, korte broeken en jawel, zomerjurken verder te gaan. Het ritje naar Virovitica liet derhalve het land van haar beste kant zien. Geurende koolzaadvelden, uitgestrekte bruine poesta’s, groene woudreuzen en bossen in een glooiend landschap met op de achtergrond de grijzige schaduwen van het middengebergte. Er tussenin lagen de lieflijke lintdorpen in hun pasteltinten. Velen prachtig onderhouden, anderen van een schilderachtig verval.

Bij Barcs reden we over de brug van de Drava pardoes Kroatië binnen, stapvoets langs onbemande grensposten. Het eerste wat opviel waren de keurige huizen en tuinen van de dorpen die volgden en onze zo bekende zwart-wit gevlekte koeien, vredig grazend, in een wei. Het stadje dat we op wilden zoeken leek aanvankelijk alleen maar een imposante binnenkomst te vertonen met het kasteel Pejačević waar je recht op afreed, maar verder leken er alleen maar langgerekte straten te zijn. Bij nader onderzoek en na een ritje in de omgeving, stapten we toch maar uit bij het stadspark. De parkeermeter bleek simpel te werken, dat legde een Kroatische jongen in zijn beste Engels uit. Wonderlijk genoeg gaf het bonnetje aan dat we voor twee euro tot 2 mei onder de pannen waren. Vermoedelijk was het gratis in het weekend.

Het kasteel lag op de heuvel met het het stadspark aan haar voeten. Een pianobrug, die uitnodigend pianoklanken te berde gaf als je er over heen liep gaf toegang tot het park. Heerlijke speelse entree. We liepen om het paleis heen en het bleek ook het nationale museum te zijn. ‘Zullen we’, vroeg ik lief. ‘Ik heb zo’n zin in een beetje cultuur’. Dus duwden we de enorme deur open en stonden aarzelend te wachten in een verlaten hal.

De beheerder van het winkeltje kwam uit zijn hok en begroette ons enthousiast. Ook hij sprak Engels, zij het met een zwaar Kroatische tongval, maar hij haalde er een dame bij die ons begeleidde naar boven waar een tentoonstelling moderne kunst en twee afdelingen folklore te vinden waren. We begonnen bij de schilderijen. Het hele museum was een waar genieten en het beste wat we hadden kunnen doen. Niet alleen was het een pracht gebouw, maar de majestueuze grote koepelramen gaven een goed zicht op het park dat symmetrisch was aangelegd. Van bovenaf was het patroon goed te zien. De schaduwen van de ramen vielen als ornamenten op de marmeren vloeren van de galerij, waar de verschillende kamers met de tentoonstellingen aangrensden.

Wooden Age heette de eerste tentoonstelling na de moderne kunst. We liepen regelrecht het bos in, een kunstig nagemaakte natuurbeleving met foto’s, video’s en immens grote audio-visuele installaties van de wouden en bossen die de natuur in Kroatië herbergt. Daarop aansluitend werden alle houtbewerkingen die er geweest zijn door de jaren heen zoals oude ambachten van meubelmakers, timmermannen en houten gebruiksvoorwerpen, vertoond. De tweede tentoonstelling gaf de cultuur en de geschiedenis van de streek weer in sfeervolle ruimtes. Een salon met een immens grote vleugel met de schilderijen aan de muur van de bewoners van het kasteel onder begeleiding van pianostukken. Sfeervolle vertrekken met veel liefde en aandacht tentoongesteld. Na de eerste verdieping waren we volledig verzadigd en bewaarden de tweede verdieping voor een volgend bezoek. ‘Dobredan’ galmde het naar de medewerker in de winkel. In het volle zonlicht wandelden we terug naar de auto.

Op de terugweg reden we over de hobbelige landweggetjes nog even naar de oevers van de Drava, waar spechten met hun roffels in de hoge bomen ons enthousiast begroeten. Maar hoe we ook tuurden, we zagen ze niet. Het water stond hoger dan van de zomer en kalm spiegelde de trage rivier voort met hier en daar wat eenden en aan de overkant een paar bootjes langs de steiger. Een idyllisch tafereel en een nieuwe belofte voor later.

Overpeinzingen

Ook hier zal kalmte ons redden

Pluis heeft een huis. Wat een geweldig bericht. Er was iemand die haar een schoonheid vond toen ze geplaatst was op de website. Bij het bezoek was zij zo blij met de persoonlijke aandacht dat ze van de weeromstuit kopjes en knuffeltjes uitdeelde. Ze is gelijk meegegaan naar huis. Er is een balkon en rust en iemand die veel van haar gaat houden. Ideaal dus. Ik heb de opvang bedankt voor de goede zorgen en nu kan ik het los laten, al zal ze altijd een speciaal plekje blijven houden achter een van de deuren van mijn hart.

Gisteren had ik de euvele moed om de kamer van de voorzolder te gaan zuigen. Dat is geen sinecure want er liggen doorgaans een flink aantal voortijdig aan hun eind gekomen insecten, van wants tot hommel, van mug tot vlieg. De stofzuiger had in een mum van tijd haar werk gedaan. Even aarzelde ik of er al geschoven moest worden met de meubels van de grote rommelzolder erachter. De jugendstil kaptafel staat er te verstoffen en ik wil van het logeerkamertje een gezellig vertrek maken. Het hoeft niet direct een boudoir te worden, maar een beetje aankleding kan geen kwaad. Alleen gaan sjouwen was natuurlijk niet te doen. Raadzamer was wachten. Geduld is een schone zaak, fluisterde mijn vege lijf en slaakte een zucht van verlichting.

Het werk in de tuin vordert gestaag. Lief knipt en dan vallen de kortere grashalmen verder door mij te maaien met de lieflijke maar beperkt toereikende damesmaaier. Zij en ik gaan goed samen. Zolang je maar kalm de route rijdt en af en toe ervoor zorgt dat het mes wat verheven is. Quark de kwartel is al drie dagen op rij niet meer gesignaleerd. Opmerkelijk hoe snel we geneigd zijn te hechten aan zo’n diertje.

Het andere leven bestaat verder uit heel veel vogels, achterin het bos zitten de nachtegalen en de merels en vooral in de vroege avond laten ze zich horen als je op de veranda van de Datsja vertoeft, vlinders, soms hele grote, en ander vliegend klein grut. Rond het terras zoemt ook een grote zwarte hommel of een bij op hommelgrootte rond. Vanmorgen bij een eerste inspectieronde van de tuin zag ik waarom ze altijd verdwenen was als ik haar nader wilde bestuderen. Ze kroop in een spleet van de balk van het dak. Lief fronste zijn wenkbrauwen toen ik dat vertelde. Dat vraagt om een onderzoek. Wat spookt ze daar uit.

Vandaag gaan we naar Kroatië. Vignetten zijn niet nodig, dat scheelt weer. De brug over de Drava bij Barcs is hier een half uur vandaan en de stad die we willen bezoeken 52 minuten, geeft onze onvolprezen wegwijsmevrouw aan. Goed te doen. Het zou vandaag rond de negentien a 20 graden worden. Een ideale temperatuur.

Alles groeit en bloeit er lustig op los. Zodra de zon erop schijnt, zie je knoppen en bloemen groter worden. De blauwe regen die zich hoog in de fluweelboom heeft geslingerd belooft straks een waterval aan bloemen. Dat moet een grappig effect zijn. De druif gaat ook razendsnel, even als de pioenrozen en de irissen. De hosta, die bevrijd is van al het kleefkruid en de Roomse kervel wiegt zich ruim in de breedte, het prachtige lichtgroene blad wijd uitwaaierend. In de bewerkte grond piept nog geen dahlia omhoog. Bij de dame met de kruik moet eerst de grond nog zaaiklaar gemaakt worden, alvorens ik er de Oost-Indische kers in kan stoppen. Bij het andere beeld staan er volop lelies in knop, maar als we ze niet vrijwaren van het lange gras, zien we ze niet. Alles op z’n tijd. Ook hier zal kalmte ons redden.

Overpeinzingen

Straks aan honing geen gebrek

Op naar de grootste supermarkt in zijn soort, een winkel op het industrieterrein in Pecs, buiten de oude stadsmuren. Dus goed bereikbaar en altijd parkeergelegenheid. Het is zo’n samengesteld iets, buiten de supermarkt zijn er ook nog andere winkels in gevestigd. Een boekenwinkeltje, een dierenspeciaalzaak, een kapper en een bakker onder andere. We besluiten om rechtstreeks ons kostje bij elkaar te scharrelen. Het was nogal een waslijst, waarbij een tweede batterij voor de maaier van belang was.. Maar dezelfde was helaas uitverkocht. Er was nog wel een batterij met minder vermogen, ongeveer de helft. Ze zou wel sneller opladen. Met veel wikken en wegen, ook prijs/verbruik afwegend besloten we toch te wachten.

Een scrapboekje vonden we wel. Dat kon dienst doen als schetsboek voor onderweg. Het paste in mijn rugzak en dat was voorlopig het belangrijkste criterium. Het meest vreemde voorval in dit uitgestrekte voederparadijs was het bevragen van een van de vakkenvullers naar vegaproducten. Lief deed dat in zijn beste Hongaars. Ze haalde haar schouders op en schudde haar hoofd. Een alom te begrijpen antwoord. Tot onze grote verbazing was er in diezelfde rij als waar ze stond te werken in een van de grote koelafdelingen een hele vega-afdeling te vinden. Vleesvervangers, broodbeleg, vegan kaas en ook verderop mondde het schap uit in melk en zuivelvervangers. Wat een weelde, luilekkerland in kwadraat. Nu geen gedraal en even fors inslaan voor de komende week was onze eerste gedachte.

De kassa’s waren trouwens allen gesloten en alle caissières liepen op de Zelfscan-afdeling te helpen. Alle mensen konden niet anders dan overgaan tot Zelf-scan. De apparaten bleken over een gebruiksaanwijzing te beschikken. Anders dan in Nederland moest je wachten tot er een lichtje op groen sprong, dan kon je verder en ook controleerde het apparaat of het wel de tas inging. Anders liet het geval via een pictogram weten deze handeling te willen alvorens je verder kon gaan. De techniek staat voor niets. Iets wat ze In Nederland ook wel kunnen gebruiken, zo’n handige anti-dievencontrole. Niemand spreekt Engels. Als pure buitenlander maak je niet veel. Lief spreekt Hongaars en dat opent toch makkelijker deuren, behalve bij onze vakkenvulster. Al met al een boeiend uitstapje, ha ha, maar de buit was binnen. Wel tegen Europese algemene prijzen, dat dan weer wel.

Op de terugweg viel het oog op de aankondiging van de camping die een aantal jaren terug nog in het bezit was van een Hollandse vriend van lief. Met zijn Afrikaanse vrouw waren ze echter een paar jaar geleden vertrokken naar haar thuisland en wij wilden zien wie er dan nu de camping beheerde. We reden door het dorp heen en kwamen in een puur natuurgebied uit met twee spiegelende meren en de vissteigers tegenover de huizen die op de berghelling waren gebouwd. Het waren kleurrijke typisch Hongaarse huizen met veel grond er omheen. We konden een heel eind doorrijden en genoten van de stilte, die volgens de onvolprezen app een wielewaal en een merel lokaliseerde. Het spiegelende water en de prachtige lucht erboven bracht aangenaam genieten. Er zwommen heel veel donderkopjes of kwakbollen rond. Dat beloofde een waar kikkerconcert voor de zomer. Een plek om naar af te reizen, compleet met schetsboek en aquarelsetje. De weg was nog net begaanbaar. Hier en daar moesten we wijken voor te grote diepe bressen die in het asfalt waren geslagen.

We konden niet helemaal rondom. De camping bleek te zijn verdwenen. Waarom het bord langs de weg er nog was, was ons een raadsel. Op de terugweg stopten we bij de uitgestrekte koolzaadvelden om foto’s te maken van dit fenomeen, dat nergens zo ruim was opgezet als hier. Daar waar de zon scheen lichtte het okergele veld op in citroengeel en schitterde ons verblindend tegemoet. Natuurlijk moest er een gezichtsbedrogje worden gemaakt. Aan de rand, een stap inwaarts en dan leek het net of je temidden van de zachtzoete geurende bloemen stond, waar zoemend een enorme hoeveelheid bijen hun nectar kwamen halen. Iets waar we in Nederland alleen nog maar jaloers op konden zijn. Het was er in ieder geval in overvloed. Straks aan honing geen gebrek.