Door de eerste buien heen geslapen. De vraag bleef hangen of dat al dan niet met onweer gepaard was gegaan. Het had in ieder geval de slaap niet verstoord of aan de poorten van de droom getrokken. Daarin was ik in het oude buurtje van mijn jeugd. De winkels waren er nog, maar verkochten allemaal wat anders of niets meer en dienden dan slechts als opslagplaats, zoals dat het geval was bij de sigarenboer op de hoek, waar ik de shag voor mijn vader moest kopen.
Het te warme weer werkte verlammend, maar nu voelde het heerlijk aan en je rook de regen. Gisteren toen ik op zus aan het wachten was, vlogen de gierzwaluwen laag over. Ze scheerden op hun gebruikelijke manier als nijvere bijen door de lucht. Laag, omdat daar de insekten zaten. Het leek een spel, tikkertje in de lucht, maar het was hun natuurlijke modus. Ongetwijfeld kon je het gieren horen, maar het geluid werd weggestreept tegen de tinnitus in mijn dove oren.
Bij zoonlief werden de tuinstoelen en de parasol vol vreugde ontvangen en trok de kleine alle aandacht van de drie oma’s naar zich toe. Glaasje water, alles uitproberen en opzetten en tevreden met het resultaat van wonderwel een eenheid en dat op de bonnefooi.

In de Tijdgeest van 5 juni staat een artikel over trots en over het dilemma dat de schrijfster Jacqueline Kuijpers ermee heeft. ‘Het ongemak dat trots heet‘ staat er als kop boven. Ze is opgegroeid in Zeeland en de woorden van haar grootvader zijn haar moeder en haar met de paplepel ingegoten. ‘IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid’, orakelde hij met de bijbel in de hand. Trots beschouwd als ondeugd, volgens David Hume, een Schotse filosoof. De schrijfster roemt de houding van de Amerikanen, die ieder compliment als een cadeau uitpakken. Vermoedelijk strooien ze ook makkelijker met complimenten. Vroeger was trots vooral iets wat je op je eigen prestaties kon zijn, maar nu kan je trots zijn op iedereen, door de vlucht die de media genomen heeft. Op Facebook en Twitter wemelt het van de opgeheven duimen, hartjes en het applaus. In de psychologie schijnt er een term voor te zijn: ‘Basking in reflected glorie’. Je koesteren in de reflectie. Aan het eind van het artikel: komt de vraag waar of de lezer trots op is en dat zet aan het denken.

Op de kinderen, vanaf dag één en op alle kinderen even trots. Omdat ze hun weg hebben gevonden, ondanks de moeilijke omstandigheden en liefdevol en doortastend zijn. Empathie en geëngageerd zijn zit ook in de familiekoker. Als je op jonge leeftijd al flinke tegenslagen heb moeten incasseren, dan verandert de wijze waarop je tegen de wereld aankijkt, maar ik begrijp ook heel goed dat het dubbeltje een andere kant op had kunnen rollen. Het is vooral dat ze elkaar niet hebben losgelaten en voor elkaar zijn blijven zorgen, waardoor we staan, waar we nu staan. Op die bereikte sterkte en de eenheid ben ik trots.
Wat moeilijker is mijn eigenwaarde. Het heeft lang geduurd voordat ik begreep dat mijn puberale ondeugdelijkheden voortkwamen uit de manier waarop ik de aandacht voor mijn ‘zwaarlijvigheid’ uit de vroege kinderjaren had verwerkt. Schromelijk overtrokken heeft die aanname zich vastgeklonken in alles wat ik ondernam. Aandacht, aandacht, geef mij aandacht, hoe dan ook. Lief gevonden willen worden en juist het tegenovergestelde bereiken is een frustrerende ervaring. ‘Week het los, geef het een plek’, fluisterde het ego al jaren. Trots zijn op jezelf betekent ook lief zijn voor jezelf, accepteren dat je bent, zoals je bent en trots zijn op wat er is bereikt.
Het feit dat ik zo kan reflecteren, laat de vorderingen zien van die zelfacceptatie. Het te mogen ervaren door de manier waarop de kinderen in het leven staan is heel wat waard. Iets om trots op te zijn.






















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.