Uncategorized

De regen liet elke gêne varen

Ineens kreeg ik een lumineus idee. Kiezels vervoeren is niet mijn sterkste punt en vier trappen af sjouwen is ook geen licht werk. De oplossing was mijn zonnige ‘leren is leukkoffer’ op wielen. Daar paste alles in, penselen, verf, mooi kleed en een plastic geval voor op de schildertafel, maar ook de kiezels in een grote tas. Wie niet sterk is, moet slim zijn.

Op de tuin was men al volop bezig. En waar ik die nacht van gedroomd had, een tent op tegels, was bewaarheid geworden. Ze hadden de tent tegen de open deuren van de schuur aangezet. Nu hadden we heerlijk de ruimte voor de opbouw van de tafels. Met een aankleding van taarten en bloemen zijn ze een gedicht op zichzelf.

Ieder had wel wat meegenomen, de een strooide met bloemen uit de tuin, de ander had gebakken, er was Jip en jannekechampagne met knalkurk. Courgette, kweepeer, appel en gember uit eigen tuin waren in de taarten  verwerkt. Er was ijzerhard en munt en warm water uit de kookketel. Het zag er feestelijk uit.

IMG_1372

Mijn plannetje van de kiezels was wat in het water gevallen, want er was maar een kind op het hele feest., maar wel een dankbare. Ze kon er geen genoeg van krijgen en maakte de mooiste exemplaren. Aandachtig, op het puntje van de bank, streek ze de verf uit over de gladde kiezeltjes en versierde ze met stippen en strepen. De allereerste werd een lieveheersbeest en daarna verzon ze allerlei grobbebonken, griebelaars en kiezelkapers. Ik moest denken aan het project van de pozzebokken. Die hadden ook uitstekend van pas gekomen als kiezelig ‘wildebeest’.

009

Van AVVN, de landelijke organisatie voor natuurlijk tuinieren, kwam iemand ons een vierde stip uitreiken en een compliment geven. Na de speech werd  er nog iemand in het zonnetje gezet, met bloemen en een courgette. Deze tuinder heeft geen eigen tuin meer, maar het complex is zijn tuin geworden. Hij zorgt voor de oevers en de bosschages. Hij is tevens lid van de werkgroep Natuurlijk Tuinieren en samen zorgen ze ervoor, dat er speciale plekken voor onze tuindieren worden gecreëerd, zoals een takkenril voor de ringslang en de egel, een vogelbosje, een bijen en vlindertuin. Daarnaast geven ze ook workshops en organiseren ze kleine cursussen. Dat maakt het complex zo paradijselijk.

012-3.jpg

Er werden verhalen uitgewisseld en de sfeer was er vooral een van saamhorigheid. De nieuwe imker werd geintroduceerd, terwijl de oude lachend toekeek.  Mijn geïmproviseerde toespraak voor de groep Natuurlijk tuinieren werd bijna in een plotselinge emotie gesmoord. ‘Sentimentele oude dwaas’, dacht ik, als kind van mijn regelmatige huilende oude vader. De ontroering kwam bij de aanblik van de kleine hechte vriendenkringa, die steeds nog steeds aangroeit met fijne nieuwe mensen. We tuinen allemaal verschillend: Moestuinen, siertuinen, kindertuinen, bloementuinen in alle soorten en maten. De gemeenschap zelf is al net zo divers, maar met een groot hart voor de natuur en de dieren en dat schept een band.

img_1436.jpg  013.JPG

Vele handen maken licht werk en alles was zo opgeruimd toen het tijd was. Tegen vieren hield het op met zachtjes regenen en ging het los met de wind. De tent moest buiten blijven, maar diende daartoe wel vastgesjord te worden. Met flinke touwen en een verankering aan de zware tafels moest het lukken. Achter de tent had iemand alle bloemen in de plant voor de schuur gestoken als een knipoog naar de diversiteit van het feest.

IMG_1449.JPG

Warm van binnen om de fijne middag en met een jonge buizerd op mijn netvlies reed ik naar huis. De regen liet elke gêne varen.

 

Uncategorized

Denk erom

Druilerige zaterdag en een waslijst aan bezigheden. Omdat ze zo uiteenlopend van karakter waren, toch maar even op een rijtje gezet. Dat maakte het afvinken makkelijker en werkte efficiënter.

regen op het veld

Halverwege de dag belde zoonlief op, dat hij zijn scheenbeschermers thuis had laten liggen. Wat doet een voetbalminnend moederhart in zo’n geval. Dwars door de waslijst heen, reisde ik af naar het dorp in het midden van niemandsland en stond drie kwartier later toch een deel van de wedstrijd te kijken in de stromende regen. Gelukkig was er naast de paraplu ook een afdakje en een brede muur. Af en toe piepte zon tussen de wolken door en koesterde ik het koude gezicht in de nog warme zonnestralen. Vlak na de tweede helft moest de scheidsrechter het veld verlaten met een zweepslag en werd de wedstrijd even stil gelegd. Voor mij het teken om verder te gaan met de boodschappen.

Een lief cadeautje bij de wereldwinkel voor de Natuur-en-milieugroep, biologische appel en sinaasappelsap, een bezoekje aan schoonmoeder. Die lag in bed met haar kleren aan. Ze was zo moe. Ze vond dat ze lichamelijke reserves genoeg had om op te teren en wilde niet eten. Toen er in een flits een verzorgster naast haar bed stond, kennelijk in grote haast, werd soep beloofd en een toetje. Of ik haar intussen  naar de stoel wilde brengen. Ze praatte hard en in de derde persoon.

Bij het overeind helpen viel op dat schouders en armen pijnlijk waren bij het aanraken. Restantje van de val, maar ik kon niet zien of het blauw was. Met steun strompelde ze naar de tafel en stoel naast het bed. Zoef, daar werd het blad voor haar neus gezet, zonder de soep, die ze wel wilde, want dat was er alleen maar ’s middags en zoef, we waren weer samen. Een hap prei, de zurige saus, het niet weg te kauwen stukje vlees. Alles kwam gewoon weer retour op het bord, terwijl het gebit danste en rammelde. Ze schoot in een onbedaarlijke hoestbui. Ik besloot niet verder op te dringen. Als je je lamlendig voelt, dan is eten een brug te ver. Ik heb haar wat water gegeven en weer ondergestopt. Wilde nog wat vragen stellen en relaas van mijn bevindingen doen, maar de blauwe flits was in geen velden of wegen te bekennen. Het huis was verlaten op  dwalende dames in de gangen, met rolstoel of rollator, na.

stoneart.jpg

Thuis kwamen de voorbeeldkiezels tot leven als een lieveheersbeest, egel, of slak. en mocht ik afreizen naar het New York van de jaren zeventig in het boek van Siri Hustvedt waar de tijdsgeest door elkaar werd gehusseld. Dat gebeurde ook in het gesprek vanmiddag, waarbij we van het heden naar het verleden waren gevlogen en weer terug. Hoe hard ze had moeten werken toen ze nog een klein meisje was, het helpen bij de koeien waarbij ze, als jong kind, geen kracht had in de vingers om ze helemaal uit te melken, maar het toch moest en het ook deed. Iedere dag weer. Je wist niet beter. En repeterend: ‘We worden geboren om te sterven en dan zit er ook nog iets tussenin’. Over hemel of iets wat wachtte aan de andere kant: ‘Eerst zien en dan geloven’.

Een vos verliest wel zijn haren, maar nooit zijn streken. Ondanks de ellende toch wat kwinkslagen tussendoor en heimelijk gniffelend, toen de blauwe flits weg was, met een prikkend vingertje:’En luisteren hoor, denk erom’.

 

 

Uncategorized

En speelde haar eigen lied

Ach, wat een klein heerlijk oud stukje Utrecht zijn de drie straten achter de Oosterkade toch. Het kleine Maria Pallaes hof aan de Wulpstraat ligt er in alle rust en stilte midden in een bloemenparadijs van rozen, anemonen en grote struiken hortensia’s. De kleine blauwe prins stond bij Tolsteeg en het was een stief kwartiertje lopen naar het Louis Hartlooper maar op deze manier geen straf. In een opwelling had ik snel nog de paraplu uit de auto gegrist en dat was een helder inzicht. Vanuit  het niets, eerst nog een zonnetje, huilde de hemel loodrecht naar beneden op het laatste stukje van mijn route.

003

In het bioscoopcafé was het druk maar er viel altijd nog wel een plaats te bemachtigen. Ik zat tussen twee stelletjes, die elkaar klaarblijkelijk aan het verkennen waren. Innig verstrengeld en fluisterend, giebelend en zoenend. Ach ja. Door het gouden kalf heen keek ik naar buiten en ving een glimp op van vriendin. We hadden nog een half uur en de thee smaakte best. Koekje en chocolaatje erbij. De verwachtingen waren hoog gespannen. We hadden gereserveerd op rij vijf. Dat bleken meer mensen te hebben gedaan want in no time zat de rij vol en was de zaal nog half leeg. Naast me had een stel pinda’s meegenomen in een papieren kraakzak. Iemand in het midden van de rij zocht zijn toevlucht naar voren, waar hij het rijk alleen had. Eigenlijk hadden we hetzelfde moeten doen.

Wat volgde, in Birth of the Cool’  was een indrukwekkend verslag van het leven van de man die alles maar dan ook alles kon spelen omdat hij met ziel en zaligheid elke noot zuiver naast de andere plaatste. Zijn rauwe raspende stemgeluid, door de acteur Carl Lumbley voor deze documentaire geimiteerd, vertelde een deel van het verhaal. Nadat een goedaardig gezwel aan zijn strottehoofd was verwijderd,  was die stem de bonus, die Miles er aan had overgehouden.

We werden getrakteerd op een muzikale conversatie van het Miles Davis Quintet. Vraag en antwoord in een virtuoos samenzijn. Op zijn ongedwongen tijd in Parijs met de prachtige Juliette Greco en de allesomvattende vrijheid, die hij daar genoot als muzikant en als mens. Terug in New York City besprong hem het racisme en viel het rauw op zijn dak. Nooit had hij het schrijnender gevoeld, als na het warme bad overzee.

Zijn leven verliep grillig met diepe dalen  in de relationele sfeer en met zijn verslaving aan coke en alcohol. Het drukte een stempel op zijn sociale en muzikale leven en later ook op zijn optredens. Er waren periodes bij dat hij niet in beeld was. We kregen een overweldigende hoeveelheid aan informatie en dat beet zich vast in een overdracht, die net zo snel wende en keerde als zijn noten klonken. Ontzag voor de mens Miles met zijn gouden trompet, in alle opzichten waar het de muziek betrof en verbazing over de man Miles, zijn omgang met vrouwen en zijn zelfdestructie. Toch krabbelde hij iedere keer weer op om iets verheffends neer te zetten. Van tree naar tree, als in de liefde. Hij keek niet om maar op.

Naast mij kraakten tot twee keer toe andere noten tenenkrommend en toen een vriendelijk verzoek om compassie met het muziekgehoor van anderen niet werkte, werd een tweede keer afgestraft.

006

Er was ruimte en plaats genoeg in het hoge lichte café met zicht op de buitenplaats. Buurkat bracht afleiding. Ze mocht eigenlijk niet binnen maar bedelde dapper om kopjes en meer. We doken het leven van de jazzgeweldenaar nog eens in, schuurden die aan onze ervaringen en schaafden zijn vele misstappen bij. Iemand die zo vernieuwend kan blijven gedurende zijn eigen tijdpad is een hele grote. De regen kletterde koud op het glazen plafond, maar binnen was de warme vriendschap voelbaar..

007

Na het tweede rondje namen we afscheid met de belofte aan herhaling. Buiten klaarde de lucht en speelde haar eigen lied.

 

 

Uncategorized

Kom maar op

Het miezerde toen ik bij het kleine museum op het fort aankwam. Er huppelden al kinderen rond op het kleine plein. Hun haren dansten en de metalen hoepels, die ze giechelend in bedwang probeerden te houden, ratelden op de keien bij het voortbewegen van de stok. Aan de zijkant onder het afdak schuimde het water licht op in de zinken teil onder de zeepklopper. Het wasbord stond er al in. Ik dacht aan vroeger als we de klopper lieten dansen in het warme water en het schuim grote ronde bellen blies met een doorzichtig regenboogpalet. De vrouwen om de teil heen waren jonger.

hoepelen 1

Boven stonden de kinderen en mochten om beurten hun tien gram koffiebonen malen. Ze hadden ze eerst voorzichtig afgewogen op de oude  weegschaal met als tegenhang het allerkleinste gewichtje. Nu draaiden ze aan de slinger van de wandkoffiemolen aan de muur en probeerden niet naar de twee mombakkesen te kijken van de stramme poppen, die uitdrukkingsloos in de stoelen hingen.

leitje-e1569558043797.jpg

De jonge opa van een van de kinderen begeleidde het groepje. Hij ging speels in op hun opmerkingen. Verderop werd er op de leitjes geschreven met hele of halve griffels. Het kraste en piepte en vergde de nodige inspanning om de sierlijke letters op het leitje te krijgen. Opa stond achter de lessenaar en hield indianenverhalen hoog door te vertellen van de lat of het rietje, waarmee de meester op de vingers sloeg als het een knoeiboel werd.

Bij het naar beneden stommelen verzuchtte een meisje: ‘Bestond zo’n oude school maar echt, dan wilde ik daar naar toe’.

wasbord

Ook deze groep kinderen boende de poep, hilariteit om de aangelengde speculaas, uit de luiers en ik deed voor, puntje bij puntje en nog een keer dubbel, hoe ze uitgewrongen werden. Wat was het leuk om alles te begeleiden. Na gedane arbeid was het zoet rusten en het wachten was op de volgende groep, maar die had zich afgemeld. Er waren geen auto’s genoeg. Wat een pech voor die kinderen en wat een pech voor mij.

Alle attributen werden opgeborgen.  De waslijn, het springtouw, de hoepels, de geteerde katrol en de steltlopers werden beneden gestald. De koffiebonen, het koffieblik, de puntzakken, de leitjes en de griffels gingen terug de doos in. De klok tikte door, maar de tijd stond weer stil tussen de zwijgende getuigen van weleer. Buiten was het opgehouden met zachtjes regenen.

Thuis wachten de kiezels om schoon te boenen en te drogen. Straks moet er acrylverf komen en kwasten om voorbeelden te schilderen voor het  het oogstfeest op de tuin van aanstaande zondag. Naar aanleiding van hun grillige vormen kies ik voor de vrije hand: ‘Kijk naar de kiezel en zie het beest’. Een drakenkop of een slang, een lieveheersbeestje, een vlieg. Er trekt een wereld aan beesten voorbij in de handvol kiezels uit de grote zak. Ik moet er nog veel meer naar boven sjouwen en wassen. Stukje bij beetje, dan breekt het lijntje niet.

Een app van wolkenwietje. Morgen film? Ja graag. ‘Birth of the cool’ een documentaire over Miles Davids. Met de regen en de kou breekt een heerlijke tijd aan van het elkaar vinden in die andere werelden. Film en boeken. Nog even een week of wat nazomeren en dan herfst en winter en zeeën van tijd om er in onder te dompelen. Kom maar op.

 

 

Uncategorized

In de luchtballon

Men had gewaarschuwd voor ernstige verkeersproblemen door wegwerkzaamheden voor de komende zes weken, maar gelukkig ging dat vrijdag pas in. Ik kon in een keer doorrijden en genieten van een dappere poging van de zon om door het grijze wolkendek heen te piepen.

004

Bij de automaat die de uniformen langs een dunne lijn naar beneden liet zakken, stond een lange rij tot in de gang. Een automaat was buiten werking. Geduldig bleef iedereen staan wachten op zijn of haar beurt. Op de afdeling was er al volop bedrijvigheid en de eerste mensen druppelden binnen voor de dagbehandeling. Het was kwart over acht.

Met de post kwam een rouwkaart binnen. Op de buitenkant stond een grote foto. Ter plekke, realiseerde ik me, dat er steeds en veelvuldig kaarten binnen zouden komen. In de zusterspost was er een speciale hoek gemaakt voor overlijdensadvertenties. Hier viel het leven, de kwetsbaarheid, het lijden en de dood samen.

Ze zat op de stoel een tikje scheef weggezakt en wachtte op het te verschonen bed. Tanig gebruinde huid. Ze staarde verlangend naar buiten. Zon en zomer waren verder weg dan ooit. In de kamer naast haar zat mevrouw adelijk bleek en had een enorme bloeduitstorting op haar hand. Ze vroeg of ik de vlek even weg wilde poetsen. Nee, niet met een droog gaasje natuurlijk, een beetje water erop en dan wrijven. Mevrouw was duidelijk gewend orders te geven. Ze wilde niet verder eten en goot alsnog het laatste slokje van de thee over de bloes heen. Ze dacht dat ze maar weer eens op zou stappen. ‘Wat vind jij’, vroeg ze me, ‘Of zou ik nog even blijven zitten’. ‘Ik zou nog even blijven zitten ‘, zei ik. Vraag en antwoord herhaalde zich nog drie keer. Het verse, warme kopje thee was een welkome bliksemafleider toen de focus weer naar het bekertje ging.

In de behandelkamer zat een bleke man te trillen. Zijn vrouw kwam voor de behandeling, maar hij voelde zich allesbehalve goed. Hij had nu hard suiker nodig en de lichte paniek was voelbaar. Eerst thee met dubbel suiker, toen limonadesiroop. Langzaam trok hij bij en verdween de bezorgde blik in de ogen van zijn vrouw.

Ze liep in de gang te zeulen met een grote weekendtas. Ze mocht naar huis, had ze even daarvoor vertelt. Ze liep alleen. ‘Zal ik de tas even dragen’, vroeg ik. ‘Maar hij is te zwaar’ protesteerde ze. ‘Ik zet je met tas en al in de lift, dat scheelt weer een stuk’. Ze laat het zich aanleunen. Alleen zijn vormt stoer, maar steun is soms zo fijn. Het was het tegenovergestelde bij de man en vrouw die samen binnenkwamen. De man bleef nauwlettend om de vrouw heen draaien en reageerde op elke beweging. Op een vraag naar koffie of thee antwoordde hij ontkennend voor haar. Toen hij weg was, wilde ze tomatenbouillon op halve sterkte. Zo reeg de ochtend zich aaneen. Een snoer van grote en kleine verhalen, elk met een lading. Toppen van de ijsberg.

001

Schoonmoeder zat te dommelen op de stoel. Haar haar was verward, ze had de bril niet op en schudde het hoofd over moe worden van het niets doen. Maar toen zoonlief en ik grapjes maakten en schalks ingingen op haar opmerkingen, bleek het vliegen van gisteren in een luchtballon te moeten en kregen de verhalen  een luchtiger wending. ‘Of ze de honderd haalde’ was de vraag. Nog maar drie jaren. Wat is drie jaar op een heel mensenleven. Met de bril op zwaaide ze ons uit. Buiten ontwaarde ik een prachtige geschubde inktzwam

In de auto draait zoon ‘Man in nood’ van Willem. Vier of vijf nummers komen voorbij met indringende teksten. Een leven in een notendop. De top van de ijsberg en al het leed dat eronder ligt. Verwerken van een crises doet ieder op zijn eigen manier, Respect voor de man met zijn mooie tracks, respect voor de vrouw met de zware tas, respect voor schoonmoeder in de luchtballon.

Uncategorized

Wie weet

Het is 4.18 en ik lig al te woelen en te draaien vanaf drie uur De beste remedie tegen slapeloosheid is schrijven. Zodra ik daar mee bezig ben, stopt het denkwerk in mijn hoofd. Mijn schoonmoeder is een beetje aan het kwakkelen. Vorige week is ze gevallen en later pas gevonden. Daardoor heeft ze een lichte longontsteking opgelopen. Ze is tot nu toe altijd vief en goed gehumeurd geweest. Had er nog wel zin in, ook al was ze al een jaar of dertien weduwe. Ze deed graag mee aan de activiteiten in huis, thee en koffie drinken met vriendinnen, glaasjes citroenjenever of witte wijn nippen met de kinderen tijdens feesten en partijen.

015-2.jpg

Maar nu is ze ziek. Dat betekent afhankelijkheid, slap als een vaatdoek in bed, afwachten wie er langs komt. Dan komen de sombere gedachten aanvliegen. Wat doet ze hier nog. Oudere mensen moeten plaats maken voor de jonkies, eigenlijk zou je weg moeten kunnen vliegen, hup de lucht in. Ze mompelde het allemaal, toen mijn dochters bij haar op bezoek waren.  Ik zag het al voor me. Moe die met haar korte ronde lijf in een zucht de wolken invloog, eerst nog een laatste rondje , een pirouette in de lucht en dan dwars door het wolkendek  naar de hemel. Daar wil ze vast naar toe, schat ik in.

Met bijna een eeuw heb je aardig uit het leven gehaald, wat er in zit. Ze heeft  De crisisjaren in de jaren dertig overleefd, een oorlog overwonnen, de rebellie van de jaren zeventig, de economische groei van de jaren tachtig, het millennium gehaald en in haar weduwebestaan de krenten uit de pap gehaald en de room op de taart gekregen.

Nu gaat het allemaal niet meer vanzelf. De afleiding valt weg  en dan begint het grote piekeren. Veel mensen die ze kende zijn haar voorgegaan, kinderen hebben haar ingehaald. De wereld wordt leger en de dagen duren voort.

Door mijn hoofd spookt al een paar dagen het lied van De oudjes. Les vieux van Jaques Brel door Ernst van Altena zo treffend vertaald. ‘Hun huis geurt: witte was/Lavendel, koperpoets/En ’t werkwoord van weleer’  geeft prachtig weer, dat  een been staat in vroeger en een been in het heden. Tijd gaat als los zand door de vingers, trager, langzamer het tempo. De klok die dagen langer tikt dan wenselijk. De wankelheid van het bestaan ligt besloten in ‘Vallensbang zijn en toch vallen‘. Het is haar overkomen en nu draagt het zijn wrange vruchten, want de schil van het goede leven is dun. De scheidslijn is kwetsbaar. Daarom wil ze de lucht invliegen, lichter worden, doorzichtig en wegzweven. Zonder pijn, zonder weet hebben van leed en verdriet, zonder de ondraaglijkheid. Straks als ze de longontsteking te boven komt, de zon weer schijnt,, de lucht geklaard is, kan het zomaar anders zijn. Voorlopig trekt de herfst haar de winterdagen in en ziet de vermoeide blik de uitbundige kleuren niet meer door dichte gordijnen en het bevend gemoed.

De kinderen en kleinkinderen zijn paraat en iedere dag is er wat afleiding, al was het maar om stoom af te blazen. Te laten weten dat er van haar gehouden wordt en daarmee de druk van de ketel te halen, het lijden lichter te maken. De klok tikt door, maar die van haar stond even stil. Als het aan de kleinkinderen ligt dan mag ze even vliegen en dan weer terugkomen. Ze hopen op een pirouette door de kamer. Wie weet…

 

 

Uncategorized

Leerzame levenslessen

Het thema van de kinderboekenweek is ‘Reis mee’. De leukste reis, die ik dit jaar gemaakt heb, was ‘De grote reis’ van Judith Nab. Er stond een bus naast het theater en wij, volwassenen, mochten er voor deze keer ook in.

007   014

Normaal gesproken was er slechts ruimte voor één groep en de juf. In een tijdsbestek van 35 minuten trok de wereld aan ons voorbij. De bus trilde,  gromde, remde, stond stil, trok op en wij reisden mee. Voor onze ogen ontvouwde de aarde zich in bergen en rivieren, in zeeën en woestijnen. Niets was te dol. Toen we de eindbestemming hadden bereikt had ik een transformatie ondergaan. Niet de wereld in de bus was naar mijn beleving irreëel, maar het koude winderige centrum, waar we ons bevonden.

016  009

Judith was als kind een half jaar lang met haar ouders en broers op een grote reis geweest en liet zich daardoor inspireren. samen met haar vader Dick Nab maakte ze de tekeningen en animaties.

Reizen in boeken is me niet vreemd. Zodra het boek je bij de lurven grijpt of bij de kladden ben ik verkocht. De omgeving vervaagt ten dienste van de beelden die de woorden oproepen. De hoofdpersonen komen tot leven, het landschap ontrolt zich, helder en duidelijk en ik wandel mee met Gulliver, met Alice, met Remi, met de kleine Prins. Geen land is me vreemd. Een heel leven lang verzamelen we beelden, waaruit we te allen tijde mogen putten. Een rijke schakering, een bron die nooit opdroogt.  Zelfs in dromen zijn die beelden helder en tot in de details uitgewerkt. Voorwerpen die ik nog nooit in mijn vingers heb gehad, maar die wel gestalte krijgen.  Een kreeftmagneet bijvoorbeeld, met trillende scharen en gekrulde staart, ragfijn uitgevoerd in koraal en zilver. Ze kwam gisteren in mijn slaap voorbij en ik herinner me vooral mijn opgetogen verbazing over de schoonheid ervan.

192Jan Sluyters

Er zijn lange reizen bij en ultra korte, maar ook tijdreizen dwars door alle lagen heen, realistische of fantastische reizen. ‘Reis mee’ is reizen in je luie stoel voor de boekenkast, maar ook reizen in het museum, in het theater, bij een concert. Een doek wat je meevoert naar het oude Griekenland, een theaterstuk dat de middeleeuwen leven in blaast, een beeldhouwwerk dat je meevoert naar China. In muziek komen al die beelden samen. Ze varen op de klanken, vullen je hoofd en je zintuigen tot in elke vezel. Wij zijn gemaakt om te reizen.

We fietsen mee met het kinderboekenweekgeschenk ‘Haaientanden’ van Anna Woltz. Om het te kunnen beschrijven is ze zelf rond het Ijsselmeer gaan fietsen. In totaal heeft ze negen uur gefietst. Daardoor wist ze precies wat haar hoofdpersoon heeft gevoeld en gezien en werd het boek een beleving en geen maaksel.

Het kinderboek dat me zeer recentelijk raakte, is het boek van Ferm van Thirza van Schie. Het verhaalt over het jongetje Ferm, die in uitersten leeft. Hij kan heel boos worden en heel verdrietig, zijn ideeën zijn heel groot. Hij doet nooit iets half. Een temperamentje heeft Ferm en dat wordt niet altijd gewaardeerd. Hoe gaan we daar mee om. Zijn ze dan lastig, of ligt de oorzaak dieper. Ons opgeplakte predikaat ‘lastig, druk, lui, dom’ vormt het kind, want het zal er op reageren, ontkennen, nog bozer worden en nog verdrietiger. Het is goed om je dat bewust te zijn en de golven van emoties op de juiste waarde te schatten. Als je op de toppen leeft, zijn de dalen net zo diep.

Buiten alle fantastische reizen om dus ook een reis door de persoonlijkheid. Door die van Ferm en door die van mij. Wat is mijn reactie op boos en ondeugend, vanuit welk licht beschouw ik het. Stof tot nadenken en leerzame levenslessen.

 

Uncategorized

En zo is dat

Gisteren zwaaide ik betraand de kinderen uit. Niet door emotie overmand, maar het was het resultaat van het wegtrekken van het onkruid. Kennelijk had er iets tussen gezeten dat direct alle slijmvliezen en traanklieren in opperste paraatheid had gebracht.

019.JPG

Wat een koddig gezicht, de drie schatjes met helm op. Sportief om te komen fietsen. Het bleek altijd nog een kilometer of zeven. Ik was blij dat ik in een opwelling gauw alle resten van een losbandig leven uit de koelkast had geplukt. Er was kaas, toost, biologische perensap en houmous. De tweede kleinzoon ging onmiddellijk tussen de bramenstruiken kijken en stopte zijn zwarte schatten in het inmiddels lege kaasbakje.  Het was een schrale oogst.

Het tweede lot van de voetbal-loterij was voor mij. Oma bleek goed voor vier loten onder begeleiding van glunderende snoetjes. Daarmee werd het sein gegeven om op zoek te gaan naar meerdere slachtoffers. Sans gêne struinden ze de tuinen af. Met een resultaat van negen loten. Kusjes, knuffies en daar gingen ze weer. Zwaaien door de tranende ogen heen.

In een blog van een lieve zielsverwant lees ik over de angst voor de gaten in het geheugen. Als ik iets vergeet, komt het door gebrek aan focus. Twee of meer dingen tegelijk willen doen. Ik merk  het bijvoorbeeld met koffie en thee schenken in het ziekenhuis. ‘Suiker en melk’ is altijd de vraag. Als ik op dat moment meer let op de manier waarop men reageert, hoor ik het antwoord nauwelijks. Ik dwing mezelf om eerst te luisteren en dan pas te kijken.

De oude heeft een geheugen als een olifant. Hij vergeet niets, helaas. Elke misstap, een van hem gekregen horloge doorgegeven aan mijn dochter, de kastanje gekregen bij een verjaardag en niet gebruikt, bestek dat hij me ooit schonk en nu mist, achtervolgt me al mijn hele leven.  Hij schroomt niet het voor de voeten te gooien. Het heeft dus nadelen en voordelen.

In de blog wordt een gedicht aangehaald van Geert de Kockere:

Er zitten gaatjes
in mijn verstand.
Van het vele piekeren
over onbegrijpelijke dingen,
mezelf nog het meest.

Maar ach, al bij al
is het best wel handig,
zo’n kop vol gaten.
Er kan dan af en toe
een frisse wind doorheen …

Het slaat de juiste toon aan. Luchtig en met humor. Piekeren en tobben verdringen andere zaken. ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’, glimlacht het verleden. Alles waar je je druk om maakt is verloren energie. En nog een: ‘Angst is een slechte raadgever’. Ze wisten het ons zo mooi te vertellen. Er zit een kern van waarheid in. De oplossing voor vriendin blijkt een geheugentraining te zijn. Waarbij inderdaad focus en bewust handelen drijfveren blijken, naast gemoedsrust en beweging. Aan de andere kant is het schrijven van een blog ook een mooie training. Ik hou veel meer vast van vroeger, van nu, dan ooit. Doordat ik erover schrijf en er een woordbeeld opplak. Met studeren deed ik precies hetzelfde. Hele schriften schreef ik vol met leerstof. Zodra het op papier stond, zat het in mijn hoofd.

IMG_0213.JPG ‘Beren op de weg’

Af en toe gooi ik bewust een deur dicht, dan rommelt er teveel door elkaar. De emotie probeer ik los te weken, waardoor piekeren denken wordt en in het beste geval filosoferen. Door de angst worden ‘beren op de weg’ steeds groter en dreigender. Mijn motto: ‘First things first’ heeft me geholpen bij de les te blijven. Eerst het een en dan het ander. ‘Je kan geen ijzer met handen breken’ fluisteren ze over mijn schouder heen. En zo is dat.

Uncategorized

In de ware zin van het woord

Zon en zoeven over verlaten boerenwegen. Meer is er niet nodig om tot rust te komen. Rechts ligt het Noorderpark met haar paden en bebossing en links de weilanden met achteraan grote kassen in een begrenzing van de bospartijen bij de Maarseveense plassen. Recht voor mij molen de Kraai en de toren van Westbroek. Dat kleine dorp verzonken in het veen, met haar plassen en grasland. Tegenover de molenpolder zijn de woonparken, waar ik op kraambezoek zal gaan. Nog net heb ik de laatste plek op de parkeerplaats veroverd. Ik moet bij het derde perceel zijn. Vlaggetjes van vreugde wijzen de weg.

Het wordt een weerzien met het verleden en het heden. We halen herinneringen op. De goede oude tijd, afghaanjassen, patchouli en musk, toen we elkaar nog dagelijks tegenkwamen. Wij als jonge moeders in vergelijk met de moeders van nu. Alles kon en alles mocht. Nu zijn er regels en ligt het zoveel meer aan banden. Maar wij, als wijze oude vrouwen weten onze plek. Een eigen visie op kinderen is zo waardevol en vooral de ruimte daarvoor.

Het kleine schattige bolletje wordt dicht tegen het lijf van moeder gehouden. Als het mutsje af gaat is er een koppie vol zwart haar. Vertederende garnalenvingertjes maken een vuist, bungelende kleine voetjes, babygeur. Ruimte te over voor een grootschalig kraambezoek in de grote tuin. De driezitsbank is wijselijk naar buiten gehesen. Heerlijke appeltaart en rozenwater. De versbakken ouders, oma’s en opa’s glunderen. De zon zet alles in een feestelijk licht. Als ik halverwege afscheid kom nemen, zit moeder met kind in de luwte van het kleine kamertje en gulzig drinken ze de voelbare liefde in.

guusje.jpg

Terug naar de auto gakt een eend een uitbundig vaarwel en waggelt aan wal. De prachtige cyclus van het leven houdt me nog even bezig. Wat fijn om nicht gelukkig te zien, wat heerlijk om straks weer nieuwe ontmoetingen te hebben met een afspraak die staat.

Op het voetbalveld, net op tijd voor de tweede helft, zie ik zoonlief zich in het zweet rennen. Ooit heb ik geprobeerd zo’n voetbalveld al rennend over te steken, toen ik nog op en top en jeugdig was. Zelfs toen haalde ik het niet. Respect voor de mannen en het harde werken. De beloning een gelijkspel.

Jacobine sneed in haar programma op televisie  een interessant probleem aan. Wat zijn de gevaren van een moderne spiritualiteit. Ik denk terug aan de keer dat ik een weekend meeliep met een seminar van Landmark, waarbij ik verbaasd was om te zien wat de bijeenkomst met mensen deed. Men beriep zich op het aangaan van de commitment en keuzes, maar nergens kon ik de vrijheid in diezelfde keuzes ontdekken. Er werden opdrachten gegeven, die ver buiten mijn grenzen lagen en ik wist toen al, dat dit niet het pad was dat ik moest bewandelen.

Aan tafel bij Jacobine zat de filosoof Stine Jensen, de advocaat Samuel Vermeulen en spiritueel leraar Hans Knibbe. Samuel was zelf een kind van Bagwan-ouders. Er vond in de ashrams emotionele verwaarlozing plaats van de kinderen, doordat ouders zo op zichzelf en hun geestelijk leider gericht waren. Hij is later teruggegaan naar de Ashram en vond er tot zijn verbazing voldoening. Het is de gemeenschapszin waar we naar op zoek zijn in deze tijd. De vraag is of we er een leider bij nodig hebben.

IMG_1126

Een volkstuinencomplex schept een band. Het doet letterlijk aarden. Een goede werkkring heeft dat, een sportvereniging, muziek, kunst, gelijkgestemden in de natuur, een familieband. De gemeenschappelijke deler in voelen, ervaren, ondervinden is rijker aanwezig dan soms lijkt. Samen met anderen blijf ik streven naar  een eigen visie op het leven en het geven van ruimte in de ware zin van het woord.

 

 

Uncategorized

Alleen in het donker kan je het licht zien

Wat is er leuker dan bij thuiskomst een bloemetje op tafel en in de koelkast twee doosjes kaas en een fles wijn te vinden van zoonlief met, bijna het aandoenlijkst, twee lieve kattebelletjes erbij. Dan smelt het moederhart.

 

Het was een lange dag geweest met de hele dag schilderen en daarna een bezoekje aan dochterlief, die onbestorven weduwe had gespeeld deze week, omdat manlief op visvakantie was met zijn vader en broers. Jongste spruit was uitgerekend deze week een beetje koortsig en kleinzoon was bij een vriendje spelen. Die gingen we ophalen. Het aloude liedje van spelen bij elkaar om aan het eind, als moeder op komt dagen, gestoord te worden in een spel. Te moe om met de teleurstelling om te gaan, duurde het even voor hij zich weer in kon stellen op de volgende, niet minder leuke, stappen.

054

Vanmorgen een appje dat hij het zo leuk had gevonden met mij in de Bobo te werken. Onze kleine professor had de juiste drive te pakken en vond het geweldig. Ik kwam ondertussen een beetje bij van de hele dag zitten turen op het kleine stappenwerk om de huid bij te werken tot ze acceptabel werd en steeds minder doods eruit zag. De groeven werden aan gezet met een puntje alizarin crimson lake, tipje ultramarijn en een snufje rauwe omber. Het is chemie al wat de klok slaat. Langzaamaan werd het beter, al moet er nog veel gebeuren aan mond, haar en wenkbrauwen. Over twee weken zetten we de laatste puntjes op de i. En dan mag ik kiezen. Een landschap of een dier

Een belletje van broer. Hij en schoonzoon stonden voor het hek bij de tuin, want ze wilden de kachel aansluiten in de Bernagie. Normaal is er altijd wel iemand, maar het hek was dicht. Wat zou het fijn zijn als de kachel weer kon branden in mijn paradijselijke onderkomen. Wat een fijne mensen zijn er toch.

059.jpg

In de Zin van deze maand stond een artikel over met pensioen gaan en een over ‘Later als ik groot ben’. Een van de mensen, die reageerde, was een man van 84 die zijn leven opnieuw zou willen leven. Alle gelukkige momenten nog eens mee maken en alle fouten vermijden. Hij zei het mooi:‘Vanuit de schaduw van de hoop naar de sterren van de hemel, naar een mooie toekomst’. Hij haalde een filosoof aan, die gezegd zou hebben: Alleen in het donker kan een mens het licht van de hemel zien’.

Ik gooi het in mijn denktank en ga er eens goed op kauwen. Want er zijn meerdere betekenissen uit te halen. Het is maar net vanuit welk ‘licht’ de mens het leven beziet. Tegelijkertijd vraag ik me af of voor mij hetzelfde zou gelden. Sla je andere wegen in, als je vooraf weet wat de opbrengst is? Misschien maak je dan juist hele andere keuzes en zou je een andere weg ingeslagen zijn. Kom je dan nog uit bij waar je nu bent.

Overdoen is het ontwijken van de beslissingen die genomen zijn. Maar elke ‘mislukking’ heeft bijgedragen tot een volgende stap, die misschien wel de eer en de glorie van deze 84 jarige man heeft gebracht. Zonder fouten geen leerpunten, zonder leerpunten geen nieuwe inzichten, zonder nieuwe inzichten geen vooruitgang.

Ik hou het maar bij dit onvolmaakte, maar liefdevolle leven. Het is niet groots in dromen maar verfijnd en haalbaar en van iedere dag. De hobby’s, de Bernagie en haar omhullende paradijs, de fijne vriendenkring, de lieve familie en vooral mijn zussen en bovenal de kinderen en kleinkinderen en de wetenschap dat ik het leven heb doorgegeven aan al die mensen en kinderen die een tijdje met mij meegewandeld zijn.

Het leven is de droom zelf en zoals hij zegt; Alleen in het donker kan je het licht zien.

 

 

 

Uncategorized

Mea Culpa

Gisteren ben ik finaal de fysiotherapie vergeten. Gewoon kalmpjes aan gedaan en naar de tuin gegaan. Daar was het eerst nog een beetje fris, maar toen de zon doorkwam was het heerlijk toeven. Het hek van de lathyrus boog onder de bloemenpracht. De appels erachter waren rijp en van de buuf, dus ze moest ze maar eens komen plukken. Met het gemaaide gras zag de tuin er weer uit als een plaatje, al zag ik hier en daar de brandnetels weer omhoog schieten. Geen probleem, daar was later tijd voor.

014

Voor het schilderen had ik  niet het juiste medium op de tuin. Die er stond probeerde ik tegen beter weten in. De scherpe geur dreef me de Bernagie uit. Even luchten. Bovendien wilde ik naar de ooievaar kijken die groot en statig boven het veld zweefde. Ze cirkelde naar beneden. Even verderop stond er nog een tweede. Het was feest op het weiland, want de grote trekkers hadden net gemaaid en de kikkers ijlden zich naar een veilige plek. Een buizerd schoot ook naar beneden. Kraai zat achter hem aan. Samen waren ze flink aan het bakkeleien.

ooivaar

Toen ik terugliep en genoot van de bloemenpracht van de buren stond de buurman van de overkant bij zijn compostbak en groette vriendelijk. We hadden elkaar al een tijd niet gezien. Een heerlijk gesprek over de weidevogels, de natuur in het algemeen, grassoorten, veengronden, het leven en het ouder worden, de kunst en alles wat daar tussen lag, volgde.  We namen afscheid met een belofte om samen een keer in het veld te tekenen. Hoewel hij meer grafisch was bezig geweest en nog veel tekende, wilde hij weer gaan schilderen. Dat schepte een band. Hij had het idee om, net als ik, een bouwkeet of iets dergelijks op de tuin te zetten, als het fundament er klaar voor was.

Even later kwam de buuf aan fietsen. We plukten de appelen. Het was net op tijd. Een was er al helemaal aangevreten door de woelmuizen, die keurig net hun gangetjes tot aan het hek hadden gegraven. De buuf zou appeltaart bakken met haar oogst van acht stuks.

Ik wandelde naar de achterbuurman, die aan het begin van de zomer vlak voor zijn huis in elkaar was geslagen. Hij was zich zichtbaar aan het verbijten over het onrecht, dat er voor gezorgd had dat de vakantie met zijn dochter niet door kon gaan en hem zwabberbenen had gegeven. Als hij het over zijn belagers had, stuwde de gedachte de tranen op, die hem hoog zaten. Het verhaal was deerniswekkend. Eerst moest hij die woede kwijt, want anders kon hij niet door. De tuin was een grote wildernis, omdat hij er de hele zomer niet had kunnen werken. Er was voor aankomende zondag acht man geregeld om hem te helpen zijn huis op te bouwen, zodat hij vandaar uit stap voor stap verder zou kunnen.

006.JPG

Toen ik de Bernagie sloot, stond de overbuurman net op het punt om weg te fietsen. Ik kon hem de Kardoen wijzen, die in het gesprek ter sprake was gekomen en aan de overkant hoog boven de andere planten uit torende.

Thuis stuurde ik de fysio een beschaamd Mea Culpa.

 

Uncategorized

Adem in, adem uit

Ze waren laat, de scholen met groepen kinderen voor de voorstelling. Men vergat dat alle 153 kinderen, die zouden komen, tijd nodig hadden voor het uitzoeken van een plekje en voor hun jas. Voordat alles goed en wel geinstalleerd was, ging er zeker een kwartier over heen. Één school kwam niet opdagen, omdat er bij het ruilen met een andere school iets was misgegaan. Wat jammer voor de kinderen, want de voorstelling was geweldig.

008

Altijd knap als je in je eentje, letterlijk en figuurlijk, want de voorstelling heette Eendje, met drie poppen de aandacht vast kan houden. Wat meespeelde was het ingenieuze decor, dat ter plekke en snel gewisseld werd, terwijl de voorstelling gewoon doorging en de grappige en vele stemmetjes die de poppenspeelster Kim van Zeben in petto had. Groep drie was aan het begin van het schooljaar eigenlijk gewoon groep twee. Als de poppenspeelster zich richtte op iets in de verte, draaiden alle hoofden verwachtingsvol om.

Mij was een vergadering in de middag door het hoofd geschoten. Gelukkig mailde de voorzitter en kon ik nog snel ter plaatse zijn. Vanuit het lichte heden naar het historische verleden. Ik hoorde allerlei journalistieke begrippen voorbij komen. Templates, lead en streamers vlogen over de tafel. Het blad was toe aan vernieuwing van de inhoud. Het moest fris en pakkend ogen. Wat leuk om daar met elkaar over na te denken en rond te wandelen in een compleet onbekende, nieuwe wereld. Sinds ik de toezegging had gedaan om te schrijven voor de jeugdcronyck, waren er al eerder deuren open gegaan naar het onbekende.

Nadenken over hoe te schrijven is linke soep. Er valt een stuk poezie weg, als het te belerend wordt. We zitten echter met twee journalisten om tafel. Ik schrijf vanuit het hart en vanuit het kind, met hun verwondering om de wereld die zich openbaart.

007

’s Avonds kon ik eindelijk penselen. Ik had twee foto’s laten vergroten, van spelende kinderen aan zee. Het bleef zoeken naar een opzet. Mijn losse toets was nog veel losser dan die van mijn grote voorbeeld. Het doek bleek alweer aan de kleine kant voor de forse insteek. Langzaamaan kwamen vorm en verhoudingen samen en begon de zon te schijnen. De avonden samen met hard werken en een, in dit geval, klassieke omlijsting vormden altijd weer een ontlading. We hielden laat op. Om half twaalf stapte ik de duistere ParkBee in en heel even was daar een lichte paniek toen ik een stem achter me en, al snel, naast me hoorde. Holle voetstappen versterkten mijn angst. De heer, die me achterop liep zei tot overmaat van ramp dat we hier nu samen liepen. Waat bedoelde hij daar nu mee? Er was verder niemand, het was aardedonker en de slagboom was dicht.

Door blijven lopen en vooral blijven ademen. Niets aan de hand. De man had de auto iets voor de mijne geparkeerd en maakte snel wat licht. Met kloppend hart maar uiterlijk onbewogen liep ik door. Voor de slagboom sloeg nog eens de schrik om het hart. Parkmobile opende niet. Als redder in nood klonk de stem van zoonlief door de telefoon. ‘Maak eerst je telefoon leeg’. Dat was inderdaad de boosdoener. Op een dag toch weer aardig wat bijgeleerd. Toen de boom openzwaaide, duurde het nog een tijd eer ik de hartslag weer onder controle had. Adem in, adem uit.

Uncategorized

Een herhaling waard

Vannacht heb ik repen driehoek-pannenkoek gegeten, compleet met suiker op driehoekbordjes. Er was een groot gezelschap en de tafel was niet gedekt, maar er stonden grote witte banken met tafeltjes ertussen. Er was plek genoeg. Het werd een soort lopend buffet en de pannenkoekentafel met hartig en zoet stond wat bezijden de drukte.

Er was vandaag uitval bij de publieksbegeleiders dus belde men of ik vandaag kon invallen bij de voorstelling Eendje. Vandaag geen ziekenhuis maar kinderen van groep drie, vier en vijf. Het kwam goed uit, dit rustige begin van de dag, want gisteren was het heerlijk maar hectisch toeven in de dierentuin met beide dochters en de drie jongste spruiten. Het loonde de moeite.

We waren ’s morgens op tijd om te zien hoe de panda’s gevoederd werden. Ze knabbelden in alle rust hun bamboe naar binnen, half liggend en zittend, in hun ruime hokken, om daarna weer verder te soezen. De pagode alleen al was een ingenieus staaltje van een bouwwerk. Het was door de Chinezen zelf opgebouwd met zachte Chinese muziek in de sfeervolle hoge ruimtes.

009  005

Bij de beren was het niet minder interessant. Dat kwam ook door de vrijwilliger in een standje met berenschedels en botten, waarbij de grootste schedel van een imposante holenbeer was geweest. Het verhaal ging over de adoptie van dansende beren uit de voormalige oostbloklanden. Er liepen er nu negen rond in het park en ze  kwamen steeds meer tot rust. Langzaamaan  kwamen de natuurlijke gewoonten terug, al waren sommigen te erg beschadigd. Ze oogden goed en de wolven, die in hetzelfde bos rond dolden, hielden het spanningsveld intact en de dieren fitter.

018.JPG

Bij de olifanten was het onrustig. Een bul en een vrouwtje stonden apart en in het hok er vlak achter, slechts gescheiden door een hek, liepen nog wat andere vrouwtjes onrustig, trompetterend en grommend heen en weer. Het mannetje was in musth. Het was een bijzondere gewaarwording. De manier waarop de bul controleerde of de koe al er klaar voor was, het verstrengelen van de slurfen en de uiteindelijke bestijging. Nog nooit gezien en ook nog nooit zo duidelijk de olifanten gehoord. Onderzoek leerde dat de opgewonden toestand circa zes dagen duurde en dan zou het mannetje verstoten worden. De kudde zelf kent in het wild een vrouwelijke leider en bestaat uit zussen, tantes, de moeder en de kinderen.  De mannetjes vormen een kleinere groep.

Het was  de dag van het geluid, zelfs de pinguins lieten zich horen. Bij de tropische vogels was het stil op een sonoor zengeluid van een prachtige blauwe vogel na. Daar aten we ons broodje op. Even helemaal in rust. Geen wind, geen lawaai en in het schemerdonker.

078

Bij de aquaria met de kleurrijke koralen was ook een bak met minieme kwalachtige diertjes. Tegen de blauwe achergrond waren de doorschijnende diertjes goed waar te nemen. Sneeuwwitte doorschijnende dansende miniaturen, parapluutjes van glas zo leek het.

047

De Orang Oetan die hoog boven ons in een circuit van stalen draden boven de weg hing en zich voort bewoog door poot voor poot te verschuiven terwijl hij met de achterpoten op een draad stond was een spectaculaire attractie op zichzelf. Doodgemoedereerd en bedaard schoof hij door, terwijl hij met een schuin oog naar beneden keek. Voor hem was het ook een waar schouwspel, al die omhoog glurende wonderlijke tweebenige wezens met hun Iphones als zwarte balkjes op ooghoogte.Onverstoorbaar werkte hij het hele parcour af.

Aan het eind van de dag geen driehoek-pannekoeken, maar rode ogen en brandende voeten. Wat een topdag. De mooiste dierentuin tot nu toe, met ruimte voor de dieren, met zorg voor haar bezoekers, met een enorm natuurlijk speelparadijs, waar menig schoolplein nog een puntje aan kan zuigen. Hart voor de zaak spreekt uit alles maar vooral uit de ontspannen dieren zelf. Een herhaling waard.

 

.

Uncategorized

Net zo voldaan

Een grotere tegenstelling bestond niet dan de aankomst in Utrecht op het station en het slenteren door de oude stad. Tussen de kolossen op de traverse voelde ik me het kleine meisje Dorothy op weg naar de tovenaar in het land van Oz. Geen blikken man of vogelverschrikker, die me hielp de weg te vinden, maar een duidelijke aanwijzing voor het voetgangersgedeelte bij de brug overr alle sporen heen. Mijn einddoel werd bereikt, toen ik de wirwar aan fietsen had getrotseerd, de ‘vanplansingel’ over was gestoken en de oude stad had bereikt, waar de tijd had stil gestaan.

105     106

Daar klonk het gebeier van klokken, pikte een kraai brutaal aan een brood onder een snelbinder op de bagagedrager van een  fiets en wandelden en ontbeten de vroege vogels bij Bagels and Beans of met een meegebrachte lunch op het bankje achter mij.

70445455_127174185319175_464338647855798440_n

Het oogverblindende zonlicht van net had plaatsgemaakt voor de frisse schaduwen van huizen en bomen, waar zon haar best deed boven de smalle stegen uit te stijgen. De nacht hing nog in elk portiek. Vriendinlief was wat later want de overdekte fietsenstalling in de buurt ging pas om 12 uur open. Het was geen straf om op dat bankje te zitten. Links van mij klonk Engels, achter mij stortten de duiven zich op de kruimels. Rechts kwam een Japanse familie aangelopen die alleen oog hadden voor de grote Nijn op het plein, Dick Bruna aan de voorkant en Nijn zelf aan de achterkant. Kleine handjes aaiden de grote oren.

Af en toe probeerde een auto om te draaien. Zondagrust in Utrecht. Ik bestelde twee Lattes op het moment dat vriendin appte er bijna te zijn. De ober keek rond naar nummer twee, die er nog niet was en had vraagtekens in zijn olijke ogen. Ik suste dat het goed was, maar de noodzaak voor koffie hoog, vanwege het stresszoeken naar een parkeerplaats voor de fiets. Ze liep al op de kruisweg en zwaaide me tegemoet. Heerlijke koffie in de ochtendzon. Nog meer lieve vrienden kwamen aan en daar was warempel zuslief. ‘Als Mohammed niet naar de berg komt, komt de berg wel naar Mohammed’. Haha. Het was culturele zondag en er zou een hoop te zien zijn voor haar fotografisch oog.

108.JPG

Bij de pomp verzamelde zich het groepje tekenaars. Het was mijn eerste keer, deze Urban Sketching. We zouden van deur tot deur gaan, vijf losse schetsen van een half uur. Alles was in de buurt van de Mariaplaats en de laatste was achter de Domkerk bij het Pausdam. Het was een genot om in de zon of in de schaduw op de grond te zitten en zomaar te verdwijnen in dat ene beeld op je netvlies.

In de stegen ontbrak de hectiek van de dag en daalde de rust neer. Zonlicht  bracht het spel van licht en donker. Veel te vaak bleek mijn papier te klein omdat ik zomaar ergens begonnen was met een gedeelte zonder de contouren vast te leggen. Je hoorde niets anders dan het krassen van de pen. Elk half uur werden we gewaarschuwd en liepen we naar de volgende deur.

119.jpg

Details werden uitgelicht, ornamenten gesignaleerd, die ik nooit eerder gezien had. Soms stond de poort open en tekenden we de omlijsting en de doorgang.  Eer we het in de gaten hadden was de tijd om. Bij de laatste nam ik de aangewezen poort niet, maar een art deco-gevel aan de Nieuwe gracht. Heerlijke rebellie, maar moeilijker dan gedacht door de symmetrie.

124.JPG

De eindresultaten kwamen allemaal bij elkaar te liggen op de grond zodat we ze konden bewonderen. Grote verschillen in opbouw en kwaliteit maar allen met liefde en enthousiasme weergegeven. Dwars door de drukte van de kramen en aangeprezen hobby’s van de Uitmarkt wandelde ik terug naar het land van Oz. Te moe om te huppelen, maar net zo voldaan.

Uncategorized

Doodgewoon en toch zo bijzonder

Strak in de planning was ik om half twee op de tuin bij de ronde tafels voor een vergadering over de aankleding van het oogstfeest. Het beloofde een uitstekend feest te worden met twee taartenbakkende vrouwen, die de oogst van dit seizoen wilden verwerken met kweeperen, appels, pruimen, wortels en pompoen, de biologische drank en muntthee vers van het land. Er moest nog een kinderactiviteit bedacht worden. Katoenen vlaggetjes, bamboo en kartonnen bordjes.  Een oogstdeeldag. Wat een heerlijk vooruitzicht.

De andere planning was minder strak, want ik had tegen dochterlief gezegd dat ik een half uur eerder klaar zou zijn met vergaderen. De grond in de tuin was te vochtig en viel er niets anders te doen dan te wachten in het atelier.We besloten om naar huis te gaan, maar kleinzoon had hele andere ideeen . Dus zette ik hem bij mij in de auto en gingen we met z’n tweeën op stap. Naar het Julianapark was zijn grootste wens. In de auto namen we het stappenplan door. Eerst spelen in de speeltuin, dan een lekker natuurijsje en daarna langs de dieren. Hij vond het goed dat hij  naar het park ging, want dan kon hij zijn energie kwijt, anders zou hij maar stuiterballen, legde de kruimel van vijf mij uit. Inwendig bestierde ik het van het lachen, maar met een uitgestreken gezicht vroeg ik of hij dan nooit stuiterde. ‘Nee, nooit’ beweerde hij.

IMG_0136

Spelen in het Julianapark betekende eerst op de beer klimmen. De oude beer, die nog ouder was dan ik. Hij had nog steeds een karper onder zijn poten. Daarna moest er wel rekening gehouden worden met de kleintjes die met zanderige toetjes ook de glijbaan opwilden. Maar ook met het jongetje dat zijn onvermogen uitkrijste, schel en doordringend en af en toe hartverscheurend huilde, als hij weer eens niet begreep, waarom hij iets niet mocht Zijn vader had de handen vol aan hem en volgde hem met argusogen.Hoe leg je een kind uit dat de woedeaanvallen een andere oorzaak hadden.

IMG_0143

De schommel, de brede glijbaan, de takel voor het zand, de tol, alles werd uitgeprobeerd en ik moest duwen. Toen hij zelf ook rondtolde, werd het tijd voor dat heerlijke ijsje. Al genietend liepen we richting dieren. De pauw zag er verfomfaaid uit. Het was een mannetje, maar hij had zijn verenpracht verloren. We zongen pauw pauw pauw steek je veren uit, maar hij keek ons misprijzend aan. Geen wonder. Ze waren in de rui. Even later kwamen we nog twee armzalige kale pauwen tegen en een vrouwtje. Volgend voorjaar zouden de veren weer aangegroeid zijn, net op tijd om de vrouwtjes te imponeren.

IMG_0153

In de volières ontdekten we de kip met de wintersokken, kwartels, kleine zebravinkjes. Ze waren de hokken aan het opknappen en weer nieuw leven aan het inblazen. De reeën werden ondanks de vele waarschuwingsborden, toch gevoerd door kinderen met hun ouders. Soms blad, maar vaker gelukkig onschuldige eikels, die ze kraakten tussen de sterke tanden. Ze spuugden de schilletjes weer uit met een mummelbekkie en het was een koddig gezicht. Er stonden meerdere grote eiken rond het park met hun kruinen boven de weide. Voedsel was er te over.

joop en coenBroers in het park ca 1943

Het varken lag loom en lui languit te soezen in het zonnetje. Zo wandelden we de dierenweide rond. Dit Julianapark was al decennia de onvolprezen thuishave voor alle generaties binnen onze familie. Een heerlijke plek voor jong en oud. Als afscheid filterde ze het zonlicht zacht door haar oude bomen. ‘Tot de volgende keer’, ruiste het door het groene gebladerte. Er doorheen klonk kleinzoon zijn hoge kinderstem, die ratelde over alle avonturenvan deze dag. Doodgewoon en toch zo bijzonder.

Uncategorized

Heel de mens

Ik ben behoorlijk onder de indruk van de zonnebloemen van Kiefer. Op jacht naar de reuzen in alle toonaarden valt me ineens de doorgeschoten Kardoen op bij de oude in de tuin. Lange staketsels met de vlezige vrucht er nog aan. Ze zijn prachtig. Ze mogen blijven staan, omdat hij hoopt dat de vrucht zaadvorming zal geven.

Als object zijn ze net zo imposant als de verdorde zonnebloemen van Kiefer. Heel anders dan de zonnebloemen van van Gogh. Ik probeer ze vanuit elk perspectief te vangen. Het enige wat niet lukt is van bovenaf. Nu nog op doek. Dat is voor later.

groot hoefblad  Groot hoefblad

Wat zijn ze fraai. Het was een soortgelijke ontdekking als die ik bij het groot hoefblad had. Het ouderdomsproces brengt verrijking in de schoonheid van de plant. De paarse bloemen van de Kardoen bij bloei zijn prachtig, maar deze vrucht is boeiender met veel facetten. De baardharen, de schubben en de weerbarstige vormen werken er aan mee. Op de terugweg zie ik in een van de verste tuinen er nog veel meer parmantig uitsteken. Morgen eens langs lopen. Wie weet. Wat naslagwerk leert, dat je niet de vrucht moet eten, maar de gebleekte steel met blad.

ets groot hoefblad  Mijn ets van Groot Hoefblad

Bij de winkel voor kunstenaarsbenodigdheden vind ik een handig reisblik met plaats voor halve en hele napjes aan aquarel verf en een handzaam schetsboek. In het atelier stuit ik op een Rembrandtkist met aquarelverf. Ooit gekregen van vriendinlief, toen haar moeder overleden was. Met penselen en alles erbij. Ik heb destijds de kist dicht gedaan en ben het weer vergeten, totdat ik op zoek ging naar mijn eigen tekenmateriaal, dat ik maar niet kan vinden.

Aan de tafel teken ik de grootbladige adderwortel ,die ik recht voor me zag, kleur het voorzichtig in met diep auberginerood, die ongelooflijk rijk is aan pigment. Ik besluit de kist in takt te laten en de napjes van een grote doos van thuis over te zetten. Ik zal deze op de tuin houden met alle herfstrijkdom in het vooruitzicht.

Thuis wacht het boek. De titel van Nicci Gerrard ‘Woorden schieten te kort’  slaat niet op haarzelf. Op een prachtige wijze schildert ze de taferelen in subtiele dichterlijke taal bij de beschrijving van het vaderproces. Daarnaast een heldere uiteenzetting van de maatschappelijke toestanden, die ze onder de loep heeft genomen en de impact op de mens zelf. Ze geeft de groepen vergeten mens een podium. Daartoe behoren verwarde ouderen, de zwervers, de ontheemden, de verslaafde prostituees, Onzichtbare mensen.

Het boek gaat over dementie, maar ook over ouder worden en het wonder van bewustzijn, over herinneren en vergeten, over afscheid en ziekenhuizen, over kunst als verbindingsmiddel. Ze haalt William Utermohlen aan, de kunstenaar, die zijn vijf jaren van dementie vastlegde in portretten en ze noemt het ‘een uniek logboek van identiteitsverlies’.

Bij de kardoen en het groot hoefblad zag ik de verrijking van ouderdom, zoals ook te ontdekken valt in de mens om ons heen. In woorden weten we dat iedere rimpel een heldendaad telt. De opvoeding van de kinderen, de betekenis voor de maatschppij, de bijdrage aan de wereld. Het is bekend. Maar vaker ‘schieten onze woorden te kort’ om het te benoemen. Gerrard meldt dat we ‘langer oud zijn dan jong’. Heerlijke relativering van het leven. In de kunst zoek je naar de spannende contrasten. Geen spannender contrast denkbaar  dan groepen vergeten mensen binnen te laten en de herfst-rijkdom te koesteren, kortom de mens te zien. Heel de mens.

 

 

Uncategorized

Heel de mens in alle opzichten

Na elke inspannende dag, lichamelijk of geestelijk, volgt een dag van pas op de plaats. Een mooie modus om de balans erin te houden. Hoe heerlijk is het om een langzame start te mogen maken. Koffie krijgt op die manier een extra lekker aroma. Het geschreven woord mag worden uitgespeld, de keuze erin weloverwogen gemaakt. Het is een voorrecht om in die luxe te leven. Alleen de fysio roept en pas om 13.00 uur. Het geeft zeeën van tijd en spiegelende meren van rust.

003

Ook in de fysiopraktijk werken we aan balans, maar dan met het vege lijf. De mannen al schuifelend en ik met de bal en het batje. Daarna ga ik op jacht naar een handig opbergetui voor de Urban Sketching van a.s. zondag. We gaan letterlijk de deuren langs en schetsen die in een half uur. In het etui moet dus plaats zijn voor een boekje, de aquarelset, een kwast en mijn pennen. Ik weet naar welke kringloop ik moet. In Vianen hebben ze veel van het kleine spul. Warempel. Op de bovenverdieping tussen de kampeerspullen kom ik in een kast op de bovenste plank een vierkant etui tegen. Aan de vorm, binnenin te zien, is het van een microfoon geweest. Een uitstekende compacte schets-reisset. Het is de dag van het geluk want op de kledingafdeling ontdek ik in het zelfde blauwgrijs van mijn broek een bloes in wit en dezelfde grijstint. Alles is te koop voor een euro. De dag kan niet meer stuk.

001

Vriendinlief wil naar Downtown Abbey maar ik ben niet speciaal een grote fan van kostuumfilms en op de een of andere manier voel ik dat ik de rust moet bewaren. Andere keer maar weer. Wat in het vat zit verzuurt niet.

Het huis wacht, heerlijk opgeruimd. De beloofde maaltijd, rijst met kabeljauw en sperciebonen, is in een ommedraai klaar. Jinek in de herhaling omdat ik het late tijdstip nooit haal. Een moeilijk vraagstuk leunt zwaar op tafel. Wanneer voer je een wilsverklaring om euthanasie uit als de menselijke geest is uitgeschakeld door dementie. Wanneer is lijden lijden voor de demente man of vrouw zelf.

Lijden voor de omgeving is het vanaf het eerste begin. Als langzaam het vertrouwde beeld in de mist verdwijnt en er nog maar een schim overblijft van de grote liefde…Man, vrouw, vader, moeder, weldenkend en handelend mens. Het stamelen, het zoeken, het dwalen in de geest schuurt en geeft een diep verdriet. Wanneer is lijden leed voor henzelf? Is het gevloek wel een uiting van onmacht, boosheid om het leven dat onvoltooid blijft. Of is het het beperkte denken dat slechts nog op emotie teert en dat vertaalt in lichamelijke woede. Is het zachte zeverende beven en geprevel het verdriet om wat er misbegrepen wordt of is het een verlies van spierfuncties en krachteloosheid in plaats van machteloosheid.

Ik voel met de arts mee die bij het gesprek zit, maar ook met de vrouw die de grote aftakeling van dichtbij meemaakt en de momenten van opleving, als het leed plotseling even manifest wordt voor haar man, onderschept. Het is welhaast ondoenlijk om dan niet met die euthanasieverklaring te wapperen. Kenbaar maken wat de wil was van de mens bij het volle bewustzijn. Wanneer is de mens de mens niet meer.

006-2.jpg  005

Het is het juiste ogenblik om het aangrijpende boek van Nicci Gerrard ter hand te nemen. ‘Woorden schieten tekort’. Na de dood van haar vader, die ze naar eigen zeggen ‘In slow motion’ heeft zien sterven, raakt het onderwerp Alzheimer en alle aspecten vandien haar diep. Ze vraagt ons om bovenal de eigen identiteit te blijven zien en te koesteren. Heel de mens in alle opzichten.

Uncategorized

Ombuigen naar kracht brengt het leven glans

Vanuit de kleine blauwe zie ik prachtige afwisselende lucht voorbij trekken, maar als ik bij het ziekenhuis aankom, slaat ze dicht met een ondoordringbaar grijs en niet veel later waaien de eerste druppels in mijn gezicht vlak voor ik de draaideur binnen gaat.

Het begint rustig en kalm. De gebruikelijke handelingen, uniform halen, post halen, intekenlijst parafreren, diensttelefoon ophalen, omkleden. Haar in de staart, ringen af. Post rondbrengen is altijd weer een feestje. Even een kattebelletje dat er aan je gedacht wordt door het thuisfront, vrienden en familie zorgt dat de last lichter wordt. Het is zo eenvoudig om een zonnestraal te zijn in leed en verdriet.

007-1.jpg

De overdracht is helder. Twee mensen voor extra aandacht. De dagbehandeling siepelt vol. Een mijnheer steekt voortdurend de draak met de koffie. Bij het apparaat moet ik hard nadenken en kom met de verkeerde terug. Het moest zwart zijn. Als ik snel de fout herstel, vraagt hij ondeugend ‘En waar is nou de melk’. Als ik schrik, schatert hij het uit en even later liggen we alle drie in een appelflauwte. Hij, zijn zieke vrouw en ik. Afleiding helpt als het leven een eigen loopje neemt.

Er ligt een ouder iemand in een kamer apart. De brillenglazen zijn van een aristocratische lichtheid evenals de dunne pootjes. Ze versterken de peinzende grote grijze ogen, die af en toe betraand worden gesloten. Duidelijk vermoeid stamelt er een dankwoord voor de mensen die zorgen, soms in een onbegrijpelijke taal van gehusselde klinkers en medeklinkers. Eminence grise, adellijk doorschijnend in het witte bed.

Bij vier dames op zaal klinkt een lachsalvo. Ik ga eens even informeren, waar de lol uit bestaat. We komen uit bij de visboeren in drie bekende Utrechtse wijken, waar we stuk voor stuk onze voetstappen hebben liggen. Zuilen, Ondiep en Lombok. Omdat we allemaal bijna even oud zijn, wordt het een ‘ons kent ons’ onderonsje. Na het uitwisselen van gedeelde ervaringen, de visboer met zijn glimmende kar, de zure bommen en Joodse uien op vrijdag door de straat, hebben we allemaal een onbedwingbare trek in hom en kuit van de bokking. Het bestaat nog, weet een van hen. Dat belooft een speurtocht dit weekend. Hoe meer ik er aan terugdenk hoe groter de trek wordt. Nostalgische smaken.

Bij een ander is de smaak door de chemo veranderd in blik. Alles heeft een metaalsmaak. Het verschil tussen zuurkool en boerenkool is er niet meer. Er wordt slechts nog structuur waargenomen en soms iets van zoet, zuur of zout. Het beperkt het eetpalet in hoge mate. De hand schuift om de pols. ‘Kijk eens, twintig kilo heb ik er aan verloren’.

De verhalen gaan weer mee en de focus komt op de avond te liggen. Voor de leesclub Boekenbabbels sla ik ‘Kletskoppen’ in. Ruim voorbereid verwacht ik de gasten. In allerijl bedacht ik ’s middags dat een tafel in het midden eigenlijk pure noodzaak is als je onbeholpen situaties met hapjes en glazen wil vermijden. Ik speur bij de kringlopen en daarna stroop ik  de meubelwinkels af met kleine schietgebedjes tussendoor.  Ik ontdek, verloren en afgezonderd het kleine kobaltblauwe tafeltje. Afgeprijsd van veel naar weinig en moederziel alleen.

001

Ze past precies bij het grotere tafeltje van boven. Ziezo. Een goede voorbereiding is het halve werk. Als ze binnenvallen raken we serieus aan de praat over het boek ‘De Keuze’ van Edith Eva Eger. Het  heeft heel wat los gemaakt en vooral harten geroerd. Als de verhalen zich verweven met het persoonlijke leven duiken we de diepte in en raken en worden geraakt.  Wat is het fijn om alles te durven vragen en alles te kunnen overwegen en bewoorden. ‘De Keuze’ gaat met name om het feit  of je kiest voor het lijdzaam ondergaan van pijn en leed, of om te blijven hangen in boosheid en agressie omdat het zo gelopen is of de keuze te maken om er krachtiger uit te komen.

Je kwetsbaar durven opstellen opent deuren, het bespreekbaar maken geeft mogelijkheden en het ombuigen naar kracht brengt het leven glans.

 

Uncategorized

Voor elk wat wils

Het fort lag er stil en verlaten bij, maar dat was schone schijn. In de vakken stonden genoeg auto’s. Het museum was een bescheiden voorhuis. Erachter lag het dorpshuis. In de kleine keuken zaten vier mensen. Het waren de andere vrijwilligers. De vrouw die me ontvangen had, stelde me voor aan drie mannen, die aan de koffietafel zaten. De oudste paste naadloos in het interieur van het museum zelf. Het was een oude binnenschipper. Na een kop koffie werd ik ingewijd in het oude Vreeswijk van zijn jeugd. Er was veel te zien. Herkenbare en minder bekende tijdfasen. Een hele schippershut bijvoorbeeld. Er hing een grote koperen bel voor met een dik touw eraan.. Daar mochten kinderen absoluut niet aankomen, was de boodschap. Het leek mij een staaltje van de kat op het spek binden. Wat een moeilijke opgaaf. Er tegenover was een grutterswinkel, waar de koffiebonen gewogen konden worden.

De poppen met hun oude maskers in de huiskamer zagen er griezelig uit in kinderogen, kon ik me zo voorstellen. Ze zaten verweesd te kijken. Vooraan was het lessenaartje en daar stonden ook de metalen hoepels. Er was een binnen en een buitencircuit. Buiten werden luiers gewassen op het wasbord en gehoepeld met de stok.

002

Toen ik weer buiten stond duizelde het. Ik was benieuwd hoe, in die betrekkelijk kleine ruimte, vol met veel, de kinderen zich staande zouden houden.

Bij vriendin was het warm en gezellig. Een kop thee, een goed gesprek en het luisterend oor. Ooit begonnen we, met onze collega’s samen, elke keer weer aan het nieuwe jaar. De leemte van het wegvallen van dat vertrouwde ritueel  werd in een paar woorden overbrugd. Zo bij elkaar viel de tijd even stil. Het was goed toeven.  Met een pot chrysanten mocht ik weer naar huis en de belofte van de herhaling.

Bij de kringloop bracht ik de uitgezochte kleding van gisteren. Ik had de tassen met tijdschriften ook mee willen nemen, maar ze waren te zwaar om in een keer te dragen. Er stond een wat oudere vrouw bij de schoenen. Ze paste een paar rode Gabor schoenen en legde uit dat ze een brede voorvoet had. Deze zaten perfect. Ze keek me verrukt aan. Zo’n toevallige uitwisseling maakte het makkelijker om overtollig spul weg te doen.

Thuis poetste ik verder aan de keuken en sleepte nog twee tassen naar beneden. Ook die bracht ik weg. Heerlijk. Bij de kringloop had ik een soort rek gevonden voor in het toilet, waar mijn lieve kaartjes en herinneringen aan geknijperd konden worden. Ik had het al een week eerder gezien en toen niet meegenomen. Het leverde een vaag gevoel van spijt op. Nu had ik het buit gemaakt en wat ik al dacht was waar. Alles wat de moeite waard was om naar te kijken hing ik er aan. Een klein memento mori. Bovenaan prijkte de leporello, die  me zo dierbaar was.

006

Gisteren haalde een blogvriendin het boek ‘Hug me’ aan van Simona Ciraolo, over de vriendschap tussen een Cactus en een ballon. Het deed sterk denken aan de vriendschap tussen de egel en de ballon, het verhaal dat vriendin en ik eens samen hadden verzonnen in een creatieve bui en dat door haar in beeld gevat was in deze leporello, klein maar fijn als zijzelf.

Ik werd getipt over sterren op het doek. De ster was dit keer Aart Staartjes. De lepe kop in volle glorie werd fantastisch neergezet in het gekozen portret. Een versie van Aart, die opdoemde uit het blauw, was verrassend en boeiend, maar ik begreep de uiteindelijke keuze. Graag had ik meer over de schouder van de kunstenaars willen gluren. Het gaat voornamelijk om de ster en het resultaat. Toch is het fijn om te zien hoe verschillend een verbeelding kan zijn bij eenzelfde onderwerp.

Zo is het leven gelukkig. Smaken verschillen en er is voor elk wat wils.

 

Uncategorized

Het leven is al zo kort

Twee tassen afgeladen vol was het resutaat van een speurtocht door de kledingkast. Alles wat ik twee jaar lang niet had gedragen, werd naar de kringloop verbannen. De kledingstukken die te krap waren en naar de achtergrond geschoven werden met het idee dat het ooit nog eens haalbaar zou zijn, mochten eindelijk weg. Daarna was het de beurt aan de kunsttijdschriften. De tableaus mochten naar het atelier, maar de oudere kunstzones konden naar de kringloop. Waarom het hier op stapeltjes laten liggen als een ander er nog plezier aan zou kunnen beleven. Het was weer een verademing. Met de stofzuiger joeg ik vermeende en echte spinnenwebben weg. Die er waren en die in mijn hoofd. Ziezo, opgeruimd staat netjes.

001.JPG

Vandaag kan ik de tassen wegbrengen en voorlopig komt er niets meer bij. Pas op de plaats en op de kleintjes letten. Fysio kwam er tussendoor. Daarna was de huiskamer aan de beurt. Het internet lag er telkens uit en dat gaf een onrustig gevoel. Steeds was er voor een paar minuten verbinding en dan weer een lange tijd niet. Als afleiding was er genoeg te doen. Op het balkon ontdekte ik dat de selderij uitgegroeid was tot een flinke bos, verstopt achter het aangewaaide bomengroen. Tussen de bieslook zat als verstekeling een mini zonnebloem. Gratis en voor niets erbij gekregen.

zonnebloem  selderij

Vandaag staat het museum van Vreeeswijk op het programma en een gesprek met de conservator. Het is de plek waar de kinderen van de basisschool kennis gaan meaken met Jet en Jan. Ooit ben ik er geweest in een grijs verleden. Toen ik de vrouw opbelde vertelde ze dat er eigenlijk in die ruim dertig jaar nauwelijks iets veranderd was. Dat krijg je natuurlijk met een historisch museum. Alles van waarde staat al op de juiste plek.

Met het doornemen van alle losse papieren die her en der zweven kom ik erachter dat ik een dubbele afspraak heb gemaakt op een dag in oktober. Beide zijn belangrijk. Dan is het een kwestie van zorgvuldige overwegingen maken en afstrepen.

002  003

Ik ontdek ook een fragment van een interview door Elisabeth Lockhorn met Hella S. Haasse uit 1996. Het is opgenomen in de Schrijf-scheurkalender van 2018, die samengesteld is door Marja Pruis, Joost de Vries en Kees ’t Hart. De schrijfster verdween in boek of spel als ze zich als kind ongelukkig voelde. Hetzelfde verwachtte ze min of meer ook van haar dochters. Dat dat buiten de realiteit was, beschreef een dochter in het boekje ‘Altijd piano’ door Ellen van Lelyveld. Ik kom over dit boekje een recensie tegen van Marja Pruis in de Groene van 2014. Daaruit valt op te maken dat de schrijfster haar dochters beziet vanuit ‘haar eigen interpretaties van de werkelijkheid’. Er werd al zoveel verhevens geschreven over haar moeder dat ze nu eens ‘de huis-tuin en keukenbelichting’ heeft gegeven. ‘Voor mijn gevoel wordt mijn moeder daar meer mens door.’

Het is een interessante gedachte. Kan je zo in de schrijfwereld leven dat je de werkelijkheid buitensluit? Of zegt het inderdaad veel meer over de dochter, zoals Marja Pruis veronderstelt. Misschien heeft de moeder het spel van haar jeugd volgehouden door te verdwijnen in een wereld die ze zelf creeëren kon. Een nieuwe werkelijkheid. Triest voor hen beiden. De dochter die niet vond bij haar moeder waar ze behoefte aan had, de moeder die haar dochter niet vond. Het leven is al zo kort.