Uncategorized

Wie weet

Het is 4.18 en ik lig al te woelen en te draaien vanaf drie uur De beste remedie tegen slapeloosheid is schrijven. Zodra ik daar mee bezig ben, stopt het denkwerk in mijn hoofd. Mijn schoonmoeder is een beetje aan het kwakkelen. Vorige week is ze gevallen en later pas gevonden. Daardoor heeft ze een lichte longontsteking opgelopen. Ze is tot nu toe altijd vief en goed gehumeurd geweest. Had er nog wel zin in, ook al was ze al een jaar of dertien weduwe. Ze deed graag mee aan de activiteiten in huis, thee en koffie drinken met vriendinnen, glaasjes citroenjenever of witte wijn nippen met de kinderen tijdens feesten en partijen.

015-2.jpg

Maar nu is ze ziek. Dat betekent afhankelijkheid, slap als een vaatdoek in bed, afwachten wie er langs komt. Dan komen de sombere gedachten aanvliegen. Wat doet ze hier nog. Oudere mensen moeten plaats maken voor de jonkies, eigenlijk zou je weg moeten kunnen vliegen, hup de lucht in. Ze mompelde het allemaal, toen mijn dochters bij haar op bezoek waren.  Ik zag het al voor me. Moe die met haar korte ronde lijf in een zucht de wolken invloog, eerst nog een laatste rondje , een pirouette in de lucht en dan dwars door het wolkendek  naar de hemel. Daar wil ze vast naar toe, schat ik in.

Met bijna een eeuw heb je aardig uit het leven gehaald, wat er in zit. Ze heeft  De crisisjaren in de jaren dertig overleefd, een oorlog overwonnen, de rebellie van de jaren zeventig, de economische groei van de jaren tachtig, het millennium gehaald en in haar weduwebestaan de krenten uit de pap gehaald en de room op de taart gekregen.

Nu gaat het allemaal niet meer vanzelf. De afleiding valt weg  en dan begint het grote piekeren. Veel mensen die ze kende zijn haar voorgegaan, kinderen hebben haar ingehaald. De wereld wordt leger en de dagen duren voort.

Door mijn hoofd spookt al een paar dagen het lied van De oudjes. Les vieux van Jaques Brel door Ernst van Altena zo treffend vertaald. ‘Hun huis geurt: witte was/Lavendel, koperpoets/En ’t werkwoord van weleer’  geeft prachtig weer, dat  een been staat in vroeger en een been in het heden. Tijd gaat als los zand door de vingers, trager, langzamer het tempo. De klok die dagen langer tikt dan wenselijk. De wankelheid van het bestaan ligt besloten in ‘Vallensbang zijn en toch vallen‘. Het is haar overkomen en nu draagt het zijn wrange vruchten, want de schil van het goede leven is dun. De scheidslijn is kwetsbaar. Daarom wil ze de lucht invliegen, lichter worden, doorzichtig en wegzweven. Zonder pijn, zonder weet hebben van leed en verdriet, zonder de ondraaglijkheid. Straks als ze de longontsteking te boven komt, de zon weer schijnt,, de lucht geklaard is, kan het zomaar anders zijn. Voorlopig trekt de herfst haar de winterdagen in en ziet de vermoeide blik de uitbundige kleuren niet meer door dichte gordijnen en het bevend gemoed.

De kinderen en kleinkinderen zijn paraat en iedere dag is er wat afleiding, al was het maar om stoom af te blazen. Te laten weten dat er van haar gehouden wordt en daarmee de druk van de ketel te halen, het lijden lichter te maken. De klok tikt door, maar die van haar stond even stil. Als het aan de kleinkinderen ligt dan mag ze even vliegen en dan weer terugkomen. Ze hopen op een pirouette door de kamer. Wie weet…

 

 

7 gedachten over “Wie weet

  1. Je nachtelijk schrijven is herkenbaar, maar prachtig mooi geschreven. Het hoort bij oud worden. Ik maakte het zelf mee met mijn vader, die vorig jaar de wolken is ingevlogen, zomaar op een stille donkere nacht. Hij was eraan toe, wij bleven ver’wees’d achter.
    En ik geef toe…..ik ben er ‘dood’sbang voor….

    Liked by 1 persoon

Reacties zijn gesloten.