Uncategorized

En zijn moeder binnenhaalde

De parkeerhaven lag er herfstig en verlaten bij. Helemaal aan de andere kant stonden wat auto’s en kwamen er mensen uit de aula. Wij moesten bij aula twee zijn. Het was een goede verzamelplaats voor de familie. De achterkleinkinderen en ik liepen voor de rouwauto uit en de kinderen en kleinkinderen liepen erachter. De dochters kwamen me versterken. Wij strooiden bloemen uit de kleine rieten hengselmanden voor de stoet uit. Met ingespannen snoetjes voltrokken ze hun belangrijke taak. De weg werd geplaveid met rozenbladeren.

Het was 1990. De oude begraafplaats met haar eeuwenoude statige bomen lag er stil bij. De wind had vrij spel door de uitbottende takken. Onze grote familie en de talrijke achterkleinkinderen van mijn moeder lieten de bloemblaadjes wervelen voor de kist uit. De zon scheen op het vrolijke spel van die dartelende kinderen. Mijn moeder ging met feestvreugde naar haar laatste rustplaats en ergens, vanaf haar wolk, heeft ze moeten glimlachen en ons toegeknikt. Zo voelde het. Moeder van de kinderen.

003.JPG

Vandaag hadden we hetzelfde bedacht voor schoonmoeder. Met de bloemblaadjes herhaalde zich die beleving en overbrugde het met gemak een tijdspanne van bijna dertig jaar. Familie stond aan de kant en keek toe hoe de kleine intocht zich voltrok. Voor de deuren van aula 2 hielden we stil en werden we naar de familiekamer geleid. De gasten in de kamer ernaast.

De aula zelf had twee kringen met een grote cirkel in het midden waar de kist kwam te staan. We waaierden uit en wachten op de binnenkomst van de mater familias, gedragen door haar kinderen. De laatste weg te gaan. Het voelde vertrouwd zo dicht bij elkaar. Er was beperkte zitruimte en de rest moest staan. Een lange dienst volgde. Op zich was het bijzonder, een heilige mis in een crematorium. Een kerkdienst met teksten die zo oud waren als de bomen op het terrein. Ze werden uitgesproken door neef. die mevrouw moest zeggen, maar liever over tante Cornelia sprak. Ergens ging het luikje met Heilige Mis open, maar de psalmen waren mij volkomen vreemd en zo te horen aan de zang, voor anderen ook. Neef ging voor en wij volgden, maar minder stemvast en steevast een fractie van een seconde later.

De kleintjes hielden zich groot, maar vielen halverwege bijna in slaap of vermaakten het publiek op de banken achter hen. Het zoethoudertje was het pepermuntje, dat brandde in hun zak, met een belofte voor later, na de plechtigheid. Pepermunt heeft altijd goed gewerkt  in tijden van contemplatie. Tijdens de dienst vroeger, waarbij we nuchter moesten blijven,  zogen ‘wij van het koor’ onze zonden weg op een pepermuntje. Dat was noodzakelijk om de keel te smeren, had iemand eens in een gouden ogenblik tot regel gemaakt. Alleen daarom al gingen we bij het koor.

De eigen teksten van de twee schoonzussen, het  gedicht: ‘Alles komt goed’ van Koos Meinderts door mijn lieve dochter, een tekst van mijzelf op het laatst door zoonlief voorgelezen. Mijn stem was al in geen velden of wegen meer op sterkte, maar ik zou gaan huilen bij de eerste regel. Ik kan niet meer voordragen.

De omlijsting met de muziek gaf een golf aan emotie, door de keuze van de nummers die ooit waren gedraaid bij de vader van de kinderen. Ook hij was er onafscheidelijk bij. Op het graf van de oudste zoon zou de urn bijgezet worden. Zo werd het afscheid ingelijst en opgetekend. Onvergetelijk en dierbaar. Dankzij de aanwezigheid van alle vrienden, bekenden en bijna al  mijn lieve broers en zussen, die dit afscheid een bijzondere tint gaven. Afscheid vanuit het hart, waarbij de adelaar  ons uitgeleide deed en zijn moeder binnenhaalde.

 

 

 

Uncategorized

De cirkel rond

Afspraken bij de dokter zijn goed om vroeg uit de veren te komen. Gisteren was het zo ver met de gunstige bijkomstigheid dat de hele dag open lag. De dag van de mogelijkheden. Ik werd doorverwezen naar de Handenkliniek. Echter niet om er mooie poezelige handen op te doen. Deze noeste werkers zijn nog nimmer op die manier onder de loep genomen. Ik kan Annie er nog wel een keertje bijslepen, op het gevaar af, dat men er klaar mee is. Alleen het eerste couplet om ‘iet of wat’ positief te jeremieren.

‘Met mij is er totaal niets aan de hand.
Ik ben nog fit van lijf en van verstand.
Wel wat artrose in mijn heup en in mijn knie.
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog,
maar ik ben nog fantastisch goed… zo op het oog’

In alle vroegte wordt het De Bernagie. Lekker wat ronddarren door de tuinen en de zonnebloemen her en der bekijken. Regen gooide roet in het eten en ik besloot eerst langs het groot winkelcentrum te gaan. Hoog en droog verbaasde ik me over de absurde weggeefprijzen van sommige producten. Stoffen en stofjes die vooral naast de katoen en de wol en de cashmere hebben gelegen.

Met wat proviand kon ik door. Voor de dreigende Hollandse luchten uit liep ik langs de herfstige moestuinen. Oogst was kaalgeplukt, leeggeroofd door raaf en duif, woelmuis  en haas. De huisjes stonden er troostelozer bij, dan wanneer ze werden opgelicht door de zon. Het hout traande over zoveel mistroostigheid. De kalebassen lagen her en der half uitgehold op de grond, het woelmuizenbanket bij uitstek. Het was één groot feestmaal op de tuin voor de dieren in de herfst.

In mijn tuin vloog nog een verdwaalde dagpauwoog. Ze laafde zich aan de zoete nectar van de Guirlande d’Amour, die nog steeds haar laatste bloemen te voorschijn wist te toveren.

017

De zonnebloemen van buuf op de hoek stonden model. Buiten kon ik niet zitten. Het leek alsof de hemel naar beneden was gevallen nu het luchtige blauw had plaatsgemaakt voor het dreigende paars . In mijn Bernagie  had ik hoog en droog het mooiste uitzicht op de snel wisselende  luchten, de molen van Groenekan, de kleine roodborst, die zich onbespied waande en van tak naar tak  vloog, dicht bij de grond. Al gauw vielen de eerste dikke druppels naar beneden. Herfst in de tuin.

Het grote voordeel was de afwezigheid van de oude, die al te graag en veel aan het woord is Nu kon ik ongestoord aan het werk. Ik scharrelde net als de woelmuizen en maakte alles winterklaar. Bond de dahlia’s weer op, duwde de laatste lathyrus recht en moedigde de kleine asters aan. Het oefendoek was een dun paneel. De artrose schoot in pijn door het penseel en vertolkte op het doek het verval van de zonnebloemen, die haastig op foto waren vastgelegd.

Wel had ik de grote ondersteboven gefotografeerd. Zonnebloemen, kardoen en andere zware verdorrende bloemen laten de koppen hangen en dat geeft dat prachtige verweerde, de ruige aanblik van verval. Het blad vormt er een wezenlijk onderdeel van. De bruine sluiers, die de steel omkrullen in een breekbare bruinige zwaarte. Anselm Kiefer had gelijk toen hij voor zijn zonnebloemen tekeer ging met aarde en zand, lood, as en schellak. Zijn kracht zit in de beweging, het eeuwige begin, het zaad dat als een regen de bloem verlaat in zijn  „Sol invictus – Der unbesiegte Sonnengott“ 1995.

Dan zijn mijn eerste probeersels nog lieflijk te noemen, het onschuldige zachte en tere, ondanks het verval. Het past me ook beter. Een ets komt dichterbij Kiefer. Het materiaal doet er alles toe.

Thuis is de inktober opdracht van de Natural Science Version voor deze dag ‘Histology’. Ik kies muis, in zijn ongelooflijke naakte waarheid onder zijn velletje, om de muizen van mijn eigen duimen die tanend zijn. Zo is de cirkel rond.

Uncategorized

Omarmen wat er overblijft

‘Te leven tot we sterven kon dat maar’, verzucht Nicci french in een interview in de nieuwe Zin. Ik ben haar boek aan het lezen met de intrigerende titel ‘Woorden schieten te kort’. Het licht schijnt vooral op het wat/als-principe. De gedachte erachter is de angst die regeert. De angst voor wat nog komen gaat. Ze heeft meegemaakt dat haar vader een oneindig hulpeloze en verwarde man werd, die overgeleverd was aan de genade van de wereld.

006

Het voelt zoals het klinkt. Tragisch en zwaar. Mijn hele leven lang heb ik geprobeerd te vermijden grote stappen vooruit te denken over eventuele rampen die je zouden kunnen treffen. Een vliegtuig dat naar beneden zou kunnen storten, een heftige aandoening, die je mogelijk overkomt, een zwaar verlies dat je moet lijden. Ik geloof in het moment zelf. Je kan, met een ongebreideld optimisme, langer genieten van de aard der dingen, ook al zijn er factoren die het bemoeilijken. ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel.’ Die eenvoudige Cruijffiaanse filosofie is precies datgene dat de sjeu aan het leven geeft. Natuurlijk valt uit te spinnen wat er gebeuren zal als je Alzheimerend de ouderdom in gaat. Je persoonlijkheid verandert. Je verliest je vroegere zelf, maar er staat een nieuwe zelf op. Een, die van de kleinste dingen van het leven eventueel nog genieten kan of iemand die sobert en sombert. Het kan vriezen, het kan dooien.

De idioot in het bad.

Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
Haast dravend en vaak hakend in de mat,
Lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
Gaat elke week de idioot naar ’t bad.

De damp die van het warme water slaat
Maakt hem geruster : witte stoom…
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
Bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
Komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
Hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
Hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
En hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij uit ’t bad gehaald wordt,
En stevig met een handdoek drooggewreven
En in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
Stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
En wreed gescheiden van het veilig water-leven,
En elke week is hem het lot beschoren
Opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – — – – – – – – – – – – – – – –
uit: Parken en Woestijnen van M.Vasalis (1909-1998)

Daarbij put ik uit de ervaring in de tijd, die ik doorbracht als beginnend verzorgende in het particuliere Huize Sollglytt in Leiden. Een huis met oude, doorgaans psychiatrische, patiënten. Ik had de jeugd in pacht. Was achtien, woonde samen met vriendlief en werkte in dat wonderlijke huis, Daar had De Idioot van Vasalis geschreven  kunnen worden. De demente bejaarden lagen er verward in de sluitlakens en de riemen en werden bedlegerig gehouden. Of ze waarden rond in het huis in de wirwar van hoge en lange gangen zonder ooit op de plaats van bestemming te komen. ‘Ik moet dwalen, ik moet dwalen.’ Het lied lag er in vraagtekens onder. De tomatenboer rukte en trok aan zijn leren banden om de de hekken van het bed tot ze rammelden. Hij moest de oogst binnenhalen en niemand die de nauwgezetheid van de man kon pareren. Zijn stelligheid was groter dan menig riem.

Toch waren er in al die somberende dagen  ook lichtpunten. Letterlijk in de vorm van de de doorschijnende fragiele vrouw in haar witte nachtpon, die in haar verleden woonde en minzaam de kleine gebruiken omarmde. Het schikken van denkbeeldige koekjes op een bonbonschaaltje. De verrukking over het arrangement was van haar gezicht af te lezen. Ze beleefde de kleine vreugde telkens opnieuw. Of de goedlachse sjekkies draaiende Marie aan de grote tafel, die de boel nauwlettend in de gaten hield en het voetvolk dirigeerde als de koningin zelf. Dan waren er nog de twee oude izegrimmen, die al mopperend elkaar iedere keer weer aan het uitdagen waren en soms in grinniken uitbarsten in hun intrigerende spelletje. Volkomen andere tijden uit een sepia verleden.

Dat bedoel ik. Niet alles is een gifbeker. Elke schaduwkant kent ook een lichte zijde. Met het licht ga je voorbij aan je zelf, je eigen belevenis, je context van de ratio. Het zijn de verzachtende omstandigheden voor die algehele verwarring. Liefde en vreugde zitten zo vaak in de allerkleinste dingen.

Angst regeert in de meeste verhalen die Nicci French hoort. Mensen die zich voorbereiden op de ouderdom en daarmee ernstig rekening houden om, net als hun ouders,  alzheimer te krijgen of dement te worden. Deze gedachte vergt veel van levenslust. Symptomen vormen het leven soms voor ons, maar de anst voor diezelfde symptomen verlammen. De zorg om die duistere deken wordt dan letterlijk het doek dat valt. Jezelf verliezen en een ander zelf vinden in klein geluk. Die gedachte roept het op. Omarmen wat er overblijft.

Uncategorized

Ogen op steeltjes en gaan

Scholen zijn vestingen tegenwoordig. Daar kwam ik achter, toen ik een aantal pakketten met de jeugdcronyck hielp verspreiden. Ik dacht het ‘even’ te zullen doen. Binnenlopen, afgeven en klaar. Niets was minder waar. In het oude dorp waren scholen waarvan de ingang nauwelijks te vinden was. Er waren steeds meerdere deuren, maar een daarvan bleek de ingang te zijn. Als je aan een andere deur stond te rammelen, dan bleef ze negen van de tien keren dicht.

Zelfs toen de congierge zijn werk stond te kopiëren, net tegenover de verkeerde deur waar ik voor stond, hoorde hij het getik van mijn sleutel niet. Ik werd wel gespot door een klaslokaal erachter en binnen enkele minuten draaiden alle hoofden zich in de richting van mij, zwaaiend met het pakket en tikkend met de sleutel en de onverstoorbare congiërge. Eindelijk mocht iemand hem waarschuwen. Hij was kortaf, maar kon nog wel melden dat de ingang aan de zijkant van de oude school was. Helemaal logisch was dat niet.

overkant

Deuren dicht draaien was op onze school lange tijd taboe. Iedereen, kinderen en ouders, mensen van buitenaf, mochten er binnenlopen. Een duiventil met gemeenschapszin. Samen spelen, samen delen. Met de komst van de televisies en  computers kwam de angst om alles wat kostbaar was, geleidelijk aan, binnensluipen. Zeker toen we een keer een insluiper op bezoek hadden, zonder dat we het direct in de gaten hadden. De man liep met een schoonmaakdoekje door de lokalen en wreef hier en daar eens achteloos over de vensterbanken. De loerende blik sprak boekdelen, maar argeloos en te goed van vertrouwen, dachten we dat het een nieuwe schoonmaker was. Die wisseling van de wacht was vaker aan de orde. Niemand had opgemerkt, dat de schoonmaakkar ontbrak. Zonder wisser en dweil was het toch allemaal wat kaal. Langzaam vielen praktische vraagtekens op hun plek. De man had ons horen praten en bellen met het schoonmaakbedrijf en maakte rechtsomkeer. Eenzelfde incident, maar dan met het weghalen van de tv en de dvd-speler, achteloos weggedragen op klaarlichte dag, zorgde voor die dichte deur.

Dat had uiteindelijk verstrekkende gevolgen voor het onbezorgde vrije leven. Bezoekers moesten aanbellen. Daar werden kinderen voor geregeld, die portier konden spelen en de basisregels werden aangepast aan de hermetisch afgesloten deuren. Het betekende dat je afspraken moest maken en niet meer zomaar op de bonnefooi naar binnen kon lopen. Het gemoedelijke karakter verdween met deze, in de aard, kleine veranderingen, die echter een enorme impact bleken te hebben.

Zo werkt het dus. Onderbreek een radartje van een goed geolied systeem en de verandering zal groot zijn, ondanks flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Van de scholen die ik gisteren bezocht, was er slechts één met open deuren en, het verbaasde me niet, dat was een traditionele vernieuwingsschool, zoals de onze, ooit, vroeger.

Het was leuk om al die verschillen naast elkaar te zien. Sommige scholen hadden zich in het nieuw gestoken, andere waren gemoedelijk en hier en daar versleten. Weer anderen waren stokoud, nieuwe glorie in een prachtige oude jas. De schoolpleinen pasten bij de gebouwen, groot, groter of piepklein. De scholen in het oude dorp heb ik gehad, nu het nieuwe gedeelte. Ik ben benieuwd wat ik straks weer tegenkom. Ogen op steeltjes en gaan.

Uncategorized

De draad oppakken

Het is al acht uur geweest. Ik denk dat slaap dacht: Nou is het mijn beurt. Gisteren was ook al een lummeldag. Wel heb ik de tuin opgezocht en heb geprobeerd het gras te maaien. Het was erg nat, te nat eigenlijk, en daardoor ook zwaar, maar het lukte wel. Ik was er laat in de middag en moest haasten om op tijd bij de vernissage van een vriendin.

Haar prachtige houtskoolwerken had ze sfeervol opgehangen op panelen, waar kleine spots opgeklemd konden worden om de tekeningen beter uit te lichten. De panelen had ze met verschillend behang bekleed met veel aandacht voor de print. Kahlo op een bloemetjes behang bijvoorbeeld. Het was de eerste keer dat ze met haar werk naar buiten trad. De spanning voor het exposeren was groot. Het is altijd weer afwachten. ‘Vinden mensen het de moeite waard, willen ze wel komen, als ik hier maar niet de hele avond met de twee andere exposanten zit en verder niemand.’

003Fragment van Waterfall door Emilie Aartsen

Het was een heerlijke expositie en het werd hooglijk op prijs gesteld door alle bezoekers. Met een paar takken en wat bloemen uit de tuin en een flesje wijn onder de arm was ik er om vijf uur. Maar ik had gerust wat later kunnen komen. Ze had naast haar tekeningen nog een kleine tijdlijn opgehangen, waar kleine fotootjes uit die tijd van haar zelf op waren geplakt. De allereerste probeerseltjes op haar tekenpad. Elk met een bijzonder verhaal van het roerige leven en inwisselbaar met mijn eigen gevolgde weg. Uiteindelijk verschilt een mens niet veel van elkaar als de manier van in het leven staan al raakvlakken vertoont.

Een paar werken waren met epoxy behandeld en dat zag er strak uit. Een hele spannende onderneming, want blijft de tere houtskool, ondanks de fixatie, intact. Aan een wand zaten op een metalen plaat van alle werken kleine magneetjes en er naast stonden in een houder kaarten ervan. Kleine prijsjes konden dus ook daardoor. . De opbrengst van de expositie gaat naar een heel bijzonder doel. Het project ZorgenDat. Daarmee wil vriendin een ontmoetingsplek realiseren voor amateur(kunstenaars) met en zonder beperking. Op de website valt er meer te lezen over dit mooie initiatief.

http://www.zorgendat.nl

Wat heerlijk dat er dergelijke initiatieven worden genomen ter meerdere eer en glorie van iedereen.

Vandaag is de dag dat het project van Swifterbant, de jeugdcronyck van start gaat. Straks ligt er op iedere school hier in de stad mijn verhaal. Dat is eigenlijk bijna net zo spannend, want hoe zal de ontvangst zijn. Belandt het direct bij het oud papier of kan men er mee aan de slag. Wordt er op school iets meegedaan of gaan de kinderen individueel zich er nog in verdiepen. We gaan het zien en meemaken. Iedereen heeft, net als bij de expositie, het beste beentje voorgezet.  Het ziet er prachtig uit.

De zon schijnt. Mijn lieve kleinkind gaat goed, de pasgebakken vader en moeder doen het prima, het leven lacht ondanks het afscheid. Het musje Cornelia staat gezusterlijk naast bronzen Pien de mus van vriendin bij de computer. Ze kijken naar mijn pennevruchten op het scherm. Het is toch gezelliger zo. De dag roept. Geen ziekenhuis vandaag maar even rust. Pas op de plaats om straks met voldoende energie de draad weer op te pakken.

 

 

 

Uncategorized

Terwijl de maan de glorie geeft

Gisteren had ik een zuivere Aha-erlebnis van lang geleden. Dat kwam door een vitamine-D kuur, die ik de komende acht weken zou moeten volgen. Er zaten vier plastic ampullen in de twee platte doosjes, die de apotheek had meegegeven. Een keer per week, op dezelfde dag, moest ik een ampul openknippen, leeg druppelen op een lepel, en innemen.

Vijf kleine kinderen staan op een rij voor de kelder van de Amandelstraat. Daar stond de grote griezel in de vorm van een flesje. Mijn moeder, gewapend met een lepel, zette ons in het gelid. De -R- zat in de maand en dan moesten we er als kind aan geloven. Levertraan. Ieder een lepel. Dat dikkige tranende goedje met die nare smaak zorgde ervoor dat je gezicht vertrok en de tranen in je ogen  sprongen. Brrr, wat vies.

In de ampul van gisteren zat de vitamine D ook verpakt in levertraan. Ik was er niet goed op voorbereid, maar zodra ik de eerste druppel proefde, stond ik voor de kelder in de Amandelstraat en trok een vies gezicht. De griebels over de rug. Die sensatie. Elke dag acht maanden lang een seconde die gewaarwording. De lepel zelf werd in de beleving reusachtig, de druppels erop wasten aan tot een hele slok. Mijn moeders hand stuurde kordaat de lepel in de mond en wipte hem naar boven om hem er weer uit te nemen. Zo moest je tot de laatste drop het goedje naar binnen werken. Mijn ouders waren onverbiddelijk en wij nooit meer ziek.

Deze beleving was een goed begin. Het was de dag van het verleden. We moesten de kamer leeg maken van schoonmoeder en achter elkaar gingen de laatjes en de kasten open, kwamen er ansichtkaarten van jaren te voorschijn, brieven, boekjes, folders. In elke la weer, stapels en stapels. Sieraden waren verstopt in vazen, potten, oude sigarendozen, sieradendoosjes, nachtkastlaatjes, in tassen. Je kon het zo gek niet bedenken of er zat wel wat in.

Ik mag wel alvast beginnen met zelf doorspitten, dacht ik, toen ik de snelheid van de besluitvorming zag. Drie keuzes waren er: Boka, vuilnis, hebbedingetjes. De grote blauwe zakken vulden zich rap. Kinderen en kleinkinderen mochten uitzoeken wat ze graag wilden hebben als aandenken. Religie en kitsch gebroederlijk naast elkaar. De kerstgroep naar dochter, de vrolijke uitspattingen van de kerst met de kinderen mee. Het karafje met de vier geslepen glaasjes voor kleinzoon. De kamelenkruk ‘daar zaten we altijd op voor de kachel’ ging met zoonlief mee. Zo werd hand over hand een inboedel afgelezen aan waardevol, door niet in geld te denken maar in betekenis. Dat is de kunst.  Wat moeten we in godsnaam met al die fotoboeken. Uitzoeken en met de foto’s, die niet in de al gemaakte compilaties terug te vinden zijn, een nieuw boek maken. Wat doe je dan met de rest. Vragen, vragen, vragen en de antwoorden worden ingevuld door derden, want uit de kamer ernaast blijft het stil.

De achterkleinkinderen komen kijken, met grote ogen bij het bed. Verdrietig, wat angstig, maar ook nieuwsgierig. Een puntje van het laken oplichten om te kijken naar de voeten. Hoe ziet dat eruit. De vragen vallen stil als ze iets mogen uitzoeken van oma-oma. Een rode kerstkous en een kerstkrans van steen. De oudste het compas en een sneeuwbal als waardige oma-relikwieën

Bij vriendin heet zo’n oude oma ‘Superoma’ omdat ze al die generaties heeft zien komen en zelfs soms overleefd. De rouwkaart is een Superoma waardig waar de prachtige jonge vrouw ons aankijkt in haar sepia sluiering.

IMG_5828

’s Avonds dragen we haar in de kist uit haar kamer naar de auto. De lange gang door, langs het dagelijkse leven. Hoeveel kisten zien de bewoners langs komen.

Het huis pinkt een traan terwijl, hoog boven ons, de maan de glorie geeft

 

 

Uncategorized

Wij tellen de slagen

Geheimen zijn er om bewaard te worden en soms mag je er een prijs geven. Mijn schoonmoeder is in de nacht van 12 op 13 oktober op reis gegaan. Even daarvoor in de middag was het eerste kleintje van zoonlief en lieve schoondochter geboren. Leven en dood op de drempel. Na een lang leven mocht ze gaan en kleinzoon kon aan zijn tocht beginnen. Moe zei vaak: ‘Er zijn al genoeg oude mensen.’ En ‘Schiet mij maar in de lucht’. Honderd worden is nog maar drie jaar weg.’ Het bleef hinkepinken.

IMG_5530

Voor ons is het allemaal heel dubbel. Vreugde om het nieuwe leven en blijdschap om het lijden dat er niet meer is, maar ook een weemoedig verdriet. Aan alles komt een eind. We hebben in een weekeinde aardig wat geschiedenis geschreven. We gaan nu de week in van daadkracht en saamhorigheid. Want naast alle emoties zijn er ook nuchtere feiten. De dienst moet geregeld, de foto’s uitgezocht, de kaarten geschreven, de woorden bedacht. De kamer moet leeg. Wat moet verdeeld worden en wat kan naar de kringloop. Het zijn twee kamers, maar het is verbazingwekkend wat een mens allemaal bergen kan in een betrekkelijk kleine ruimte. Welke herinneringen neem je mee. Een enkele foto misschien, mogelijk een van de musjes. Maar verder leeft ze voort als beeld in mijn gedachte. Bij elke verjaardag zal ze er een beetje zijn, met een citroenjenevertje of een glaasje wijn. Het leven valt te vieren als de zorgen over zijn.

Met het nieuwe leven denk ik aan mijn eigen eerste ervaringen met het moederschap. De baby werd geboren terwijl het huis er nog niet was. We woonden in een huis met drie mensen, ieder een eigen kamer. Wij hadden de zolderkamer. Daarna konden we al gauw verhuizen naar een grote voormalige boerderij maar ook alleen op zolder met een klein washok. Koud water, geen wasmachine, geen verwarming. Het waren koude winters, die van de beginjaren tachtig.

In de eerste de beste vriesweek zijn we hals over kop naar het huis van mijn schoonmoeder gevlucht. Een warm kamertje en een beetje rust. Ideaal was anders, maar voor mijn gestresste gemoed was het op dat moment de beste oplossing. Na niet al te lange tijd kon het echte leven beginnen in een mooie beneden-maisonette. Wat waren we blij dat het aanmodderen voorbij was. Zijn er cursussen te vinden waar het echte leven geleerd wordt? Ook al had ik in mijn pleegjaren honderd baby’s in mijn handen gehad, bij de eerste eigen kleine valt alles uit het geheugen omdat zorg, onwennigheid en angst de grootste plaats innemen. Vader of moeder worden leer je met vallen en opstaan. Iedere gebeurtenis is een leerpunt en brengt je een stap hoger op de tree naar evenwicht en balans. Stairway to happiness.

Ik vond de babyromantiek, waar iedereen het over had…Roze hartjes, speelklokjesgetingel en verliefde moeders…slechts een luier vol en kon er op dat moment niet méér uithalen. Het is allemaal goed gekomen. Er volgden nog vier stuks van dat kleine grut en we wisten op vader en moederinstinct, intuïtie en liefde en later ervaring, de halszaken te tackelen. Ouderschap leer je door te doen.

De geschiedenis herhaalt zich. De familiekroniek wordt geschreven waar je bij staat. Dag na dag, week na week, maand na maand en jaar na jaar tot bijna een eeuw lang wentelt het wiel en wij tellen de slagen.

 

Uncategorized

Weet je wat ik in mijn handen heb

Sommige boodschappen zijn er om wereldkundig gemaakt te worden door de betrokkenen zelf. Dat kunnen anderen niet doen. Als een ander er wel weet van heeft, dan worden het geheimen.

Er was een heel fijn lied, dat ik veel met de groep gezongen heb. Een evergreen, die ieder jaar terugkwam.. Het stond op een cd die eigenlijk niet bestond. Een demo. De tekst was als volgt: ‘Weet je wat ik in mijn handen heb, dat is een geheimpje, weet je wat ik in mijn handen heb, dat is een geheim. Toe vertel het aan mij, voor deze ene keer,,,Nee Ubbie neee, dan is het geen geheimpje meer.’Vervolgens kwam ‘Weet je tot hoever ik tellen kan’, en dan ‘Weet je wat ik in mijn hoofdje heb’. Tijdens het zingen’ hielden we onze handen op elkaar zodat een holletje ontstond en schudden ze hoog en laag op de maat van de muziek. We zaten er iets voorovergebogen bij. Een fluisterhouding, zoals je vaker doet, als je toch een geheim wil verklappen. Het was een ingenieus lied en het gaat natuurlijk nog verder. Uiteindelijk verklapt Ubbie toch het geheimpje aan zijn vriend Frum. In zijn handen zit ‘Niets’, hij kan tellen ‘Tot vijf’ en in zijn hoofd zat..’.Uh…Zaagsel.’

De hele cd bevatte juwelen aan liedjes. *Prikkeltje de egel-als ik schrik wordt ik een balletje, een prikkelig gevalletje, *Ik vlieg-over Ubbie die vloog met zijn zeiloren, *De luchtbij-Ik ben geen aardbei maar een luchtbij, *Het geheimpje en *Ga maar slapen, waarbij Frum Ubbie in slaap wiegt.

Wat zongen we eigenlijk veel. Er ging geen dag voorbij of een aantal liedjes kwamen aan bod. Soms gewoon in een ontspannen sfeer, soms in een muziekles, soms tijdens het werken of het buitenspelen. Zelfs in het speellokaal met onvermijdelijke zelfverzonnen danspassen. Zingen en voorlezen, twee onontbeerlijke dagelijkse bezigheden.

de gorgels

Een van de spannendste boeken die ik ooit heb voorgelezen, was door Jochem Meyer geschreven en heeft de intrigerende titel ‘De Gorgels’. Jochem neemt ons mee in de wereld van de jongen Melle, die ontwaakte omdat iets op de rand van zijn bed zat. Het bleek een Gorgel te zijn. Samen beleven ze een groot avontuur in hun gevecht tegen de Brutelaars, die het op de Gorgels gemunt hebben. Dat het zo uitzonderlijk spannend was, kwam omdat het een spiksplinter nieuw verhaal was voor mijzelf. Die geheime wereld met alles wat we in het leven tegenkomen aan angst, haat, overlevingsdrang, en heldenmoed kreeg gestalte. Bijna alles valt verbloemd neer te schrijven. Alle geheimen die je vertellen wilt, zijn te verpakken en zijn uit te spinnen tot niemand meer weet, wat de wezenlijke kern mogelijk zou kunnen zijn. Het is de kracht van een goed verhaal.

Boeken bevatten ook geheimen, die je te weten kan komen als je in het verhaal duikt. In het verhaal van Siri Hustvredt, ‘Herinneringen aan de toekomst’ draait het verhaal om flarden van een jammerklacht die de hoofdpersoon ooit als jonge kamerbewoner, door de muur heen hoorde. Haar buurbrouw jeremieerde die serenade van vernijn iedere avond weer door de muur van haar appartement heen. De flarden werden vragen, de vragen een veronderstelling en dat ontspon zich tot het uiteindelijke  verhaal in het hoofd van de onbedoelde toehoordster. Wat rest is een ijzersterk plot, breed uitgesponnen, verwarrend door het aantal tijdreizen, die je als lezer moet maken, maar kunstig in elkaar gestoken.

Geheimen, die verklapt worden zijn geen geheimen meer en de belofte maakt schuld. In mij hoofd neuriet daarom al de halve nacht dat ene lieve liedje. ‘Weet je wat ik in mijn handen heb…’

Uncategorized

Gedreven weer verder gaan

Een voor een druppelden we binnen. Hartelijke begroetingen, uitgelaten kreten. De voorlaatste ontmoeting, waarbij de hele familie aanwezig was, was alweer een jaar geleden. Dochterlief had een verrassingsfeestje voor haar vader, de op een na oudste broer, georganiseerd. Zoals vroeger de huiskamer van mijn moeder was gevuld met pratende en lachende, destijds nog, rimpelloze jeugd, zo zaten we nu bij elkaar. Gepokt en gemazeld door het leven, elke rimpel verdiend. Hier en daar wat uitgezakt, maar alle elf nog goed geconserveerd. Of nee, alle tien. Broer zelf wist niets van deze verrassing. Ook de schoonfamilie was van de partij. De kinderen  liepen heen en weer om hun oude tantes en ooms van de lekkerste hapjes te voorzien.

008-2.jpg

Op een andere plek is de man met de zeis bezig de bezitster van een lang en gezond leven te bewerken en over te halen om de drempel over te stappen. Ze is nog altijd sterk maar heeft zich ten einde overgegeven. ‘Kom haar dan maar snel halen’, is mijn gedachte. Waar leven lijden is, is de grens bereikt.

Het feest verliep in een gemoedelijk tempo. De verrassing was een schot in de roos. Totaal niet verwacht en het was een mooi gezicht om zijn twee werelden weer even samengevoegd te zien worden.  Ondertussen buiten de viering om was er nieuw leven dat stond te popelen om te mogen beginnen. Zo vormde zich op dit moment alle facetten van het leven.

Geboren worden, het leven vieren en het sterven. Het bestaan in een notendop. Het is veel en maakt wat onrustig. Als de ogen gesloten zijn stormen de gedachten binnen en rollen over elkaar heen, strijden om voorrang. Dromen nemen een vlucht van herinneringen naar de toekomst en weer terug. Voorstellingen van toekomstige nieuwe bewoners, oude geesten die voorbij komen, de wereld uit mijn jeugd, die binnen komt varen. Het huis aan de Amandelstraat en het huis aan de Elsstraat, waar de twee families woonden. Een steenworp afstand van elkaar. Een wereld van verschil. De kerk in het midden en het voetballen als gemeenschappelijke deler.

Aan het begin van de avond was er ook een verrassing voor mij. Schoonzus had de reportage van de karavaan, de tocht van de Bernagie naar haar uiteindelijke plek op foto vastgelegd en in een boek samengevat. Het was een heerlijk verslag van de hele organisatie en alle mensen die er aan meegewerkt hadden. Met de Barbeque als feestelijke afsluiting van een geslaagde onderneming.

Ik verlang naar de tuin. Twee weken geleden was ik er voor het laatst. Even mijmeren en me terugtrekken en dromen verwerken. Als de hectiek groot is, is alleen zijn de manier om je op te laden, energie te verzamelen om verder te kunnen. Soms ontaard het in puur onkruid trekken of snoeien. Het leeg maken door intens bezig te zijn, maar soms ook valt het stil en is observeren van het kleine leven voldoende.

Herfst doet haar intrede, letterlijk en figuurlijk. Het versterven van blad en vrucht die  hun nieuwe belofte hebben uitgezaaid. Het vastleggen. Het kleine zien in de overweldigende draai die het leven geeft aan het heden en even een pas op de plaats. Val stil, niets zeggen, ondergaan, beleven en gedreven weer verder gaan..

 

 

Uncategorized

De eenvoud is te benijden

Oktober is de maand van elke dag een voornemen uitvoeren. Dat kan stoptober zijn, een maand lang stoppen met een ‘slechte’eigenschap, zoals roken bijvoorbeeld.

2019promptlist.png

Het is ook inktober, de maand van de inkt-tekening elke dag. Er zijn twee versies in omloop en waarschijnlijk nog wel meer. Ik heb me op het pad begeven van de Natural Science Version. De ander is the Offical 2019 Prompt List. De norm is om een echte inkttekening per dag te maken. Ik heb het omgevormd tot elke dag een tekening, met welke techniek dan ook, maar wel naar de opdracht van de dag. Het is de snelle versie, passend bij mijn aard en aanleg. Het mondt uit in kleine aquarellen. Ze zijn eerst met pen getekend en dan ingekleurd. Het is fijn om zo bezig te zijn. Er is niet veel voor nodig. Een schetsboek, een pen en mijn kleine reis-aquarelset.  Ik teken met mijn eigen persoonlijke twist.

020.jpg71856127_10216003773667299_3283499323811168256_o002003 (2)IMG_E5663img_5665.jpg72954494_10216051158891900_6284471013082136576_n72886959_10216052616568341_7731070557344497664_o009.jpg018

Alle tien samen te zien geeft een voldaan gevoel. Als je op school werkt is er iedere dag wel een of andere creatieve ontlading. Er werd volop geëxperimenteerd met alle materialen. Veelvuldig gebruikte ik ze ook door elkaar om te kijken welke effecten het had. De kinderen, hoe klein ook, mochten los met alles wat ze tegen kwamen. Zodra je leert hoe met het materiaal om te gaan, leer je de do’s and don’ts vanzelf kennen. Ik kende mijn pappenheimers en ik wist dan ook onmiddellijk wie die verantwoordelijkheid niet aankon. In de groep maakten we Kunst met een hoofdletter.

050Kunstwerk van de groep 4-5-6-jarigen

School was de broedplaats van de ideëen. We schroomden niet om hele behangrollen te gebruiken, lappen te weven in de fiets, of een laken in de stijfsel te dopen. Zo kwamen projecten als de Lorelei tot stand en het grote Dinoskelet van botje bij botje. Op die manier onderzochten we de zonnebloemen net zo als we nu op cursus doen. Met ruiken, doorsnijden, observeren. Er was geen begrenzing als het om de objecten ging.

009Dinoskelet

Een etentje bij lieve vrienden. Een gekoesterde traditie van de laatste drie jaar. Sinds we elkaar niet meer dagelijks tegenkomen in het werk, organiseren ze dit al. Zo fijn om samen herinneringen op te halen en verhalen uit te wisselen. Het eten was heerlijk, de wijn fonkelde. de tijd verdronk in aandacht en liefde. Het bracht gebeurtenissen terug, die heel diep  weggezakt waren en nieuwe weetjes kwamen om de hoek kijken. Eigenlijk waren de vriendschappen uit die tijd onuitwisbaar, zowel bij dochterlief als bij vriendin. wat fijn om te weten dat de saamhorigheid nog altijd bloeit. Dat was te danken aan het familieconcept, de hechte gemeenschap van voor elkaar door elkaar. Het heeft zijn vruchten afgeworpen. De boom is om, maar de kern leeft voort.

Dochterlief kon met me mee naar de tram en terug naar huis zwierven flarden van de dag door het hoofd. De komende blije gebeurtenis, de droefenis om mijn schoonmoeder, die nog steeds niet at en nauwelijks dronk, het heerlijke opgeruimde huis, het warme gevoel van de avond. De rollercoaster die leven heet en gewoon haar vlucht neemt. We mogen instappen en ons mee laten voeren. Ik inktober rustig door en zie wel waar het pad toe leidt.

Pluis slaapt dwars door alles heen op haar grijze troon. Ze kijkt me aan, spint wat en krult zich nog eens om. De eenvoud is te benijden.

Uncategorized

Dikke tranen

Vriendin spin zorgt voor een prachtige observatie op ooghoogte vlak voor mijn raam. Soms is ze aan het werk en spint haar draden tot bestaansrecht en dan weer hangt ze roerloos in het midden van haar web stilletjes te wachten op wat komen gaat. Vandaag is de dag vriendelijker begonnen met zonnestralen, die de bladeren van de grote plataan lichtgroen, bijna geel doen oplichten. Het is al veel later en ik heb een gat in de dag geslapen met de meest wonderlijke dromen.

Er was een handig ‘ogen’-gezelschap. Ze hadden een stellage gemaakt,  waar kinderen onder konden kruipen. Ze staken hun hoofd door het gat en kwamen in een soort doos met open voorkant. Zo kon je hen met het grootste gemak de ogen schmincken. Ik vond het een ingenieus idee. Aan de andere kant liep een gezelschap dat zou gaan optreden. Een deel ervan leek verdacht veel op De Dansers, die ik vorige week nog gezien had tijdens hun optreden. Ik had een rolletje. Ik moest zeggen: ‘Wie is die vrouw’. Bij de tweede voorstelling in de droom vergat ik mijn ‘moment of fame’, want ik was mijn wegrollende zilveren ringen aan het zoeken. De maakbare wereld vind je in dromen.

Gistermorgen kwam de zon net te voorschijn toen ik uit de auto stapte om naar het ziekenhuis te lopen. De kleine konijnen graasden gemoedelijk hun ontbijt bij elkaar op het grasveld aan de zijkant. De zon kleurde de hemel en de  rook van de fabrieken aan de horizon sliertte er in grijze sluiers doorheen. Op de afdeling was het een komen en gaan van mensen. De afdeling had me ingelijfd bij de hulptroepen en wisten me een paar mensen te melden, die wel een handmassage wilden hebben.

antonius een

De vrouw heette net als ik met een letter minder. Ze was zo oud als mijn jongste zus en had haar haar in een artistieke draai losjes omhoog gewerkt. Dat schiep een band. Terwijl ik haar masseerde, vertelde ze de reden waarom ze hier, op oncologie, lag. Zachtjes en berustend. Er was geen weg terug  Dus keek een mens voorwaarts. Er zat niets anders op. Ze benoemde de machteloosheid als het moeilijkst te aanvaarden. Het ziek-zijn niet, de bijverschijnselen niet, de symptomen niet, maar het gedwongen ondergaan. Het vechten tegen de bierkaai. Er kwam een dokter binnen lopen, maar die maakte rechtsomkeer toen hij zag dat ik er was. Ze huiverde even en vertelde dat dat, ze knikte met haar hoofd in de richting van de deur, de brenger van slecht nieuws was. Nog even niet aan denken.

Op de gang liep een meneer te kuieren. Hij had de beide handen op de rug. Hij kon niet tegen heel lang stil zitten of liggen. Er moest wat beweging in. Thuis zat hij nooit en was hij altijd in de weer. Ik liep een eindje met hem op en buiten het feit dat hij de benen strekte, strekte hij ook zijn ziel. Het hele relaas van zijn krachtsinspanning kwam boven. Hij dacht een jaar geleden een aantal omleidingen te hebben overwonnen en had gedacht zijn leven nieuw elan te kunnen geven. Aan het begin van dit jaar bleef hij te moe. De onderste steen kwam boven en daarmee ook een pittig vonnis. De longen waren aangedaan. Hij werd hierheen verwezen om de schade eventueel te beperken. Zo af en toe was het fijn om stoom af te kunnen blazen. ‘Als het goed is, weet ik vrijdag meer’, zei hij en ik zag de gelatenheid, die hem overvallen was.

Toen ik in het voorbijgaan nog even de kamer inkeek van de vrouw, zat dokter aan haar bed. De onheilstijding had haar werk gedaan. Buiten waaide het en plaatselijk huilden de bomen dikke tranen mee.

 

Uncategorized

Een zonnige afsluiting

We doken weer gretig in de zonnebloemen. Dit keer maakten we een impasto met krijt en ei om later aan de olieverf toe te voegen. Het hele ei mocht erin. Goed opkloppen. Mengen als volleerde alchemisten zonder de bijbehorende bezwerende spreuken te prevelen. Het leverde een wittig goedje op en maakte in eerste instantie het cadmiumgeel pastelachtig. De voorbewerkte vellen papier waren uitstekend om op los te gaan. Bloemen. Een beetje uit de comfortzone blijft het. Eerst maar met het beperkt palet van omber, cadmium geel en kobald blauw. Het leverde een mooie kleur groen op en met de omber en het geel konden we de verdorde kleur van de groene blaadjes aardig bewerkstelligen. We werkten met spatel en penseel.

IMG_1615

Ergens schoof het beeld van van Gogh weer tussen, met zijn ezel aan de rand van dat grote veld vol bloemen. De intensiteit van kijken van deze man, die alle kleuren die zich opdrongen, vastlegde en elk detail een podium gaf. Wat heeft de man zintuigelijk gewerkt en met heel zijn ziel en zaligheid.  De explosie aan kleur die de reeks zonnebloemen kende zijn er nu stille getuigen van. Paars, violet, zuiver zonlicht, in zijn ‘uitgebloeide zonnebloemen.’ Ze liggen er verwelkt maar nog steeds stralend bij. Het leuke van met zoveel mensen aan het zelfde onderwerp werken is de eigen handtekening van iedereen persoonlijk.

Losse toetsen, intens gemillimeter, een partij bloemen helemaal doorwerken of vluchtig op het doek zetten, lijnen en streken. Het krijt maakt de verf stroef en werkt minder prettig. Ik hou van de vloeibare substantie, maar het beperkte kleurenpalet ligt me weer wel. Zo haalt ieder zijn eigen voordeel eruit. De resultaten, een atelier vol met zonnebloemen, mogen er zijn. Ze hangen en staan overal. Heerlijk om de aanwas te zien groeien. Volgende les kunnen we los op doek. In het stadje op de terugweg was de kermis in volle gang. Een explosie van licht in de donkere nacht. Het geluid drong de auto binnen. De gillende aankondiging van de pret met al haar lawaaiierigheid was niet te missen. Het was maar een klein stukje om. Scooters sjeesden af en aan.

Thuis inktoberde ik mijn archeology bij elkaar. Het werd een bot van een dino. Even iets heel anders aan mijn hoofd alvorens te kunnen slapen. Wat een overgang. van de drukte naar de diepe rust.

In de ochtend was ik bij de dokter langs geweest, Een foto moest uitwijzen of beide handen onderhevig waren aan artrose. Met het hoestje en de benauwdheid werd een uitgebreid bloedbeeld geprikt. Dan weet je maar weer waar je aan toe bent. Ze was toch bang, dat misschien mijn bloeddrukverlagende medicijnen de oorzaak waren van de krampen in mijn handen. Alles kon in een tijdsbestek van vier uur afgehandeld worden. Heerlijk dat er zo snel plek was. De voorspellingen waren minder.

Langzaam sluipt het verval binnen. Afbrokkelend oud worden is een Annie M.G. Schmidtgedicht.

‘Met mij is er totaal niets aan de hand.
Ik ben nog fit van lijf en van verstand.
Wel wat artrose in mijn heup en in mijn knie.
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog,
maar ik ben nog fantastisch goed… zo op het oog’.

Als dochterlief en ik naast schoonmoeder zitten en ze gemoedelijk op een zout dropje sabbelt verdwijnen de overpeinzingen over die klachten als sneeuw voor de zon. Je kan ook oud worden zonder. Alhoewel, gaande weg merk ik bij haar, dat een karaktertrek is dat je niet moet zeuren. We hebben het even over de Spartaanse opvoeding die dat opleverde. Ziek zijn bestond alleen bij de gratie gods. Zolang je nog op je achterste benen liep, kon er meegeholpen worden in de huishouding. In afgezwakte vorm had ik dat mijn eigen kinderen ook meegegeven. Zoete broodjes werden er niet gebakken.

Ze voelde zich wat beter. Dochterlief met de kleine en ik liepen naderhand het dorp nog in om de tijd te overbruggen en even te sparren, Daarna volgde ieder een eigen weg. Zij naar school om zoonlief op te halen en ik naar het ziekenhuis voor de foto. Een zinvolle dag met een zonnige afsluiting.

Uncategorized

Allemachtig prachtig

Het leersumse veld is een uitgestrekt gebied dat tussen de bossen van Doorn en Leersum begint. Er zijn drie grote vennen en zandverstuivingen, je vindt er gemengd bos en larix, spar den, en heide, er zijn voor de begrazing Piemontese koeien en schapen die vrij rond lopen. Ergens, maar gisteren in geen velden of wegen te bekennen, zijn er dassen, reeën en watervogels en de zeldzame heikikker leeft er. Belangrijker nog, het is de stilste plek van Nederland.

Het allermooist om te ervaren is de zachte verende bodem van haarmos tussen de statige lariksen, dat zich als een golvende zee uitstrekt aan de voet van de dunne kale stammen. Een smaragdgroen tapijt, verleidelijk en uitnodigend. Daarop te liggen met de ogen gesloten en te luisteren naar stilte, weldadige stilte. Het zou een zen-moment van optima forma zijn. De aanblik alleen al brengt een ongekende rust in het geheel.

We lopen door en volgen de kleine schapenpaadjes, afgewisseld met de grote vlakte, ontwijken de koeienvlaaien van de Piemontesers en de schapenkeutels en schromen niet om over hekken met prikkeldraad te klimmen. Heuveltje op en heuveltje af. De paddestoelen nemen af en toe een grote vlucht en we komen grote uitwaaierende heksenkringen tegen. Het brengt me op het lied van Ellie en Rikkert, zo vaak gezongen tijdens een van onze geliefde heksenprojecten. ‘Kom kom kom kom in onze heksenkring…’

Het was toch de tijd van kabouters, elfen en heksen met al die uitgestrooide zwammen en boleten. Prachtige rode paddestoelen met hun witte stippen. Kabouter Spillebeen was in de verste verte niet te bekennen, maar hij had er eentje omgewipt.

031

Het was heerlijk wandelen. Moe maar voldaan streken we neer in een kleine brasserie. Alleen de prachtige oude houten vloer al en de groene hoge luiken in de serre brachten de sfeer van weleer. Naast de bitterballen waren er bieteballen. De laatste waren inderdaad van biet gemaakt. Alles valt te frituren.

Na afloop nog even langs het bejaardentehuis. Schoonmoeder lag te slapen. Eindelijk wel op haar andere zij. Toen ik haar aansprak en vroeg hoe het ging, kon ze me vertellen, dat ze zich ietsje beter voelde. En warempel. Ik maakte wat kippenbouillon. Ze kwam zuchtend op de rand van het bed zitten en nam er zowaar een paar nipjes van. Liggend rolden de kwinkslagen weer over de lakens. Ze hield me stevig vast en hunkerde naar verhalen van buiten af, die niet over kwalen gingen, maar het vrije leven binnenbracht. Ik vertelde over mijn boservaringen van zo-even en liet een paar foto’s zien. Toen ik vroeg of ze nog wat wilde drinken, moest ik er maar mee ophouden dat te vragen. Ze werd er zo moe van. Ik mocht wel vertellen wat ze nu eigenlijk had en waarom  ze hier zo lag. Bij de wensvraag kwam zoute drop omhoog en zure bommen. Eerst de drop maar, alles wat eetbaar en vooral lekker is.

Toen ik weer naar huis wilde gaan, kwam de avonddienst binnen. Ik nam afscheid en nam me voor om een nagelknipper mee te nemen. Het was de hoogste tijd voor een oliebadje en een handmassage.

Thuis zocht ik een benadering van de groene kleur van het mos in ‘Het geheime leven van kleuren’van Kassia St Clair. Smaragd kwam nog het dichtst in de buurt al was Scheeles groen ook kandidaat. Nooit geweten dat in de groene verf arsenicum zat en dat Napoleon zoveel arsenicum in zijn lijf had, dat hij goed geconserveerd boven de grond kwam bij de opgraving in 1840. Hij had een groen behangetje. Zo komen we aan de term gifgroen, natuurlijk. Wat zit de wereld toch ingenieus in elkaar. En prachtig met al dat natuurschoon, allemachtig prachtig..

 

Uncategorized

Integendeel

Terwijl mijn hoofd bij huis,  tuin en keukengedachten zat, lichtten er boven de snelweg twee rode kruisen op en scheurden erachter elkaar twee ambulances voorbij met alarmerende sirenes en lichten. Even later reden we vlak langs een auto die zich in zijn voorganger had geboord en waren ernaast  mensen op de grond aan het reanimeren. Wat een bizarre gewaarwording als je in de vaart der volkeren verder moet en iemand vecht op hetzelfde moment voor het leven. Van de weeromstuit nam ik de verkeerde afslag en moest half Utrecht Noord door crossen om bij dochterlief te komen. Naast de afgesloten binnenstad voor het verkeer was er een markt op de Amsterdamse Straatweg. Ik dankte Onze Lieve Heer op mijn blote knieën, dat ik alle sluipwegen van Utrecht kende.

Een half uur later dan gepland stoof ik binnen. Verrassing. Zoon en Schoonlief waren er ook. We zouden met z’n allen de sportieve heer des huizes, die meeliep met de Singelloop, binnen halen. Het weer werkte niet mee. Miezerde het eerst nog, later ging ze los en had alle herfstbriezen van een wolk gehaald om goed huis te kunnen houden. Op het station moesten we overstappen op een andere bus. Tegen de trap aan stond een jongen, die telkens zijn hoofd afwendde. Zijn gezicht was nat van de tranen, die hem over de wangen bleven stromen. Dochter ging vragen of ze hem kon helpen. Dat was niet het geval, maar toch bedankt. Ik stond naast hem, maar had dat nooit aan hem kunnen vragen zonder mee te huilen. Wat zitten we toch wonderlijk en emorioneel in elkaar.

IMG_5633

De tweede bus mocht ook niet door de binnenstad, vier haltes op de route waren geschrapt. Ik wist dat het vanuit de Jan van Scorelstraat maar een klein stukje lopen was naar het park. We liepen regelrecht naar de finish.. Onderweg kwamen we hardlopers in de meest bonte outfits tegen. Het Wilhelminapark was afgeladen vol met mensen en de stroom hield voorlopig nog niet op. Met kinderwagen en kind op step was het oppassen geblazen om elkaar niet kwijt te raken.

Met een belletje was onze sportieveling al snel getraceerd. Hij liep ons zelfs al tegemoet. Heerlijke reactie van de kleine, die zijn vader ontwaarde. Een dikke knuffel en terwijl schoonzoon trots zijn medaille liet zien, kreeg de kleine van een andere loper uit het niets ineens diens medaille omgehangen. Verguld keek hij naar het ronde schijfje en trots naar zijn vader. De man dook weer net zo snel weg als hij gekomen was. Wat een lieve geste. De stoet bleef maar aanwassen. Eerst de warme kleren aan en dan een fijn café zoeken.

Dat laatste viel niet mee. In de wijde omtrek hadden mensen hetzelfde in hun hoofd en was er nergens een stoel nog onbenut. Er zat niets anders op dan met de plu uit door te lopen tot het eerste het beste dat we tegen zouden komen. Dat bleek, met een goede ingeving van dochterlief, de stadsschouwburg te zijn. Zeeën van ruimte zelfs en aangenaam weinig mensen in de lounge. Het was tijd voor de borrel. Een enthousiaste kreet van herkenning, een van mijn oudleerlingen beheerde de kassa en kwam me begroeten. Ze herkende de kinderen ook en het weerzien was hartelijk. Wijn en bier, sap en bitterballen en kaaskroketjes en olijven versterkten de inwendige mens. Er werd berekend wat de snelheid was geweest van de loop en eigenlijk was het een megaprestatie in de drukte en met het koude weer.

IMG_5663.jpg

We konden tenslotte met één bus naar huis en hoefden niet meer over te stappen. Het bleek dat het slot om de fiets van schoonlief heen was gedaan, zonder vast te zitten. Heerlijke hilariteit, waar nog lang om gegniffeld werd. Dikke zoenen. Zoon en schoonlief hadden hun laatste weken samen. Tegen het einde zou het mooie ronde buikje ingewisseld worden en daarna zou alles anders zijn. Spannend vooruitzicht. Thuis wachtte dag vijf en zes van Inktober volgens de natural science version. Airborne en Geology. Met bij en fossiel sloot ik af. Ondanks alle regen was de dag niet in het water gevallen. Integendeel.

 

Uncategorized

Het gouden tintje dat het verdiende

Het was even aanpoten om op tijd, om half negen , beneden aan de weg te kunnen staan. Vriendinlief kwam me halen en we hadden een betrekkelijk lang stuk te gaan. Auto rijden met z’n tweeën is altijd een aangename bezigheid. We houden ervan om betekenis te geven aan het gesprek en kunnen al gauw de diepte in. Het kleine knusse compartiment, de zachte zangerige stem van de Belgische mevrouw die ons vertelde wat de mogelijkheden waren en het opkomende zonlicht, dat de troosteloze aanblik van de vorige dagen als sneeuw voor de zon liet verdwijnen zorgde voor een harmonieus geheel.

20191005_134309.jpg

Eer we er erg in hadden, waren er met de omwegen erbij anderhalf uur verstreken en rolden we net op tijd, afwachtend van wat er komen ging, het heerlijke atelier binnen. Omhelzingen voor Marian, die alles klaar had voor de etsworkshop, zus van vriendin en een man die in het dorp zelf woonde. Voor ieder was er een ruime plek gereserveerd en alles lag keurig in het gelid te wachten. Voor mij de droge naalden, de vijl en de schuurspons, voor de anderen de etsnaald, de vijl , het polijststaal. De prachtige etsen van haarzelf aan de wand  en de staande objecten, vitrinekasten met insecten, een opgezette kauw, kleine en grotere bronnen nodigden uit en werkten inspirerend.

20191005_134158.jpg

De droge naald had alles met de longen te maken en het is ook een techniek die me beter ligt dan etsen. Ik heb een krachtige krashand, Precies waar de lijnets om vraagt. De zonnebloemen aquarel, die ik een aantal dagen geleden gemaakt had van de bloemen thuis, stond model. Het onderzoek naar de zonnebloemen van afgelopen dinsdag stond nog helder op het netvlies.  Het was een inkoppertje, al begon ik veel te voorzichtig. Toen Marian zei, dat ik los kon gaan, was dat niet tegen dovemansoren. De anderen waren in het ambachtelijke proces van het etsen aanbeland. Niets is fijner dan het krassen van de pennen, de rustige begeleiding en de verwachtingsvolle spanning, die het altijd weer oplevert.

We werden op onze wenken bediend en voorzien van  koffie en thee, maar de lunch met de versgemaakte erwtensoep was het hoogtepunt. Iets om een jaar lang naar uit te kijken.

Marian gebruikt voor het etsen een ijzerchloride en werkt niet met zuren, wat een stuk aangenamer voor de gezondheid is. Het woord van de dag was plakhangen. Als de etsen moesten bijten, werden ze aan een stevig plakband in de ijzerchloride gehangen. De gevleugelde uitdrukking werd: Even … minuten plakhangen. Hilarisch.

Zus van vriendinlief had al een tijd niet meer geëtst. Ze had goed in haar hoofd hoe het resultaat moest worden en voorstudies gemaakt. Marian hielp haar met raadgevingen voor de achtergrond na een proefdruk. Bij het opvolgen ervan en de volgende drukproef sprak het oplichtende gezicht boekdelen. Die spanning van hoe de ets onder de pers uit zou rollen en de ontlading erna, na het hoog houden van het resultaat zijn een fotosessie waardig. Dat ene moment is goud waard.

20191005_151353

De zeldzame kever vergde meer tijd dan gedacht. Er moest nog langer aan gewerkt worden. Wat heerlijk als je dan in de buurt van Marian woont en zo langs kan gaan om er nog wat aan te sleutelen. De resultaten hingen zoals altijd weer te drogen aan de waslijn. Hoe voller het worden zou, hoe groter de tevredenheid. Een exemplaar was voor Marian. De rest mocht mee naar huis. Keurig verzameld in een mapje, om thuis uit te pakken en verder te drogen.

IMG_5629

Een hele dag zo heerlijk in alle rust scheppend bezig zijn is een verademing. Moe maar voldaan gingen we naar huis. Alsof het afgesproken werk was, kwam de zon ons achterop, haalde ons soms in en gaf de dag het gouden tintje dat het verdiende.

 

Uncategorized

Duimen maar

De regen hield op met zachtjes miezeren en kletterde met ziel en zaligheid naar beneden. Ik bleef veilig onder de grote parasols van een terras op de Mariaplaats staan. Tot ik door had, dat het ook kletterde vanwege de grote bomen die boven de parasol hun kruinen leeg aan het schudden waren.

gouden kalf.jpg

Nichtlief zat al te zwaaien. Door de mistige bril kon ik nog net dat onderscheid maken. Warme groet. Als vanouds vielen de jaren weg en waren we weer op het punt, waarop we gebleven waren. Rondom ons was men druk bezig met de opbouw voor een lezing van de avond, rond het festijn van het gouden kalf. Geluidsinstallaties werden opgebouwd, stukken in scene gezet om te kijken of er niets ontbrak aan benodigdheden. Ons eigen scenario, twee levens die paralel liepen en uitgewisseld werden vloeide voort in vanzelfsprekendheid. Gedeelde levens. Nicht en ik waren tweelingen. Zelfde dag, bijna hetzelfde uur geboren. We deelden de liefde voor de taal en het schrijven. Er viel heel wat bij te kletsen. Tijd vervaagde. Door de verhalen heen werden de contouren van de twee meisjes van vroeger zichtbaar.

Het was een aangenaam verpozen. We liepen samen terug naar het station. Zij moest de trein hebben, ik stapte in de bus. Tot ziens, tot later. Een uurtje op de bank en daarna naar het kleine knusse theater waar vriendin aan kwam hollen. We hadden nog even eer de voorstelling van start zou gaan. Een nieuwe sprong van heden naar verleden en weer terug. Ik had verwacht bekenden te zien, maar er waren er opmerkelijk weinig. Het decor was meesterlijk omgebouwd  tot een oude rommelzolder en alle hoeken en gaten waren benut, Van achteren en uit de coulissen , door het middenpad, overal kwamen de acteurs vandaan.

Ze zongen cabareteske teksten, evergreens. maar ook meer recentelijke liedjes. Achter elkaar kwamen Wim sonnenveld, Jasperina de Jong, Yvo de wijs, Neerlands Hoop, Brigitte Kaandorp en de vliegende Panters tot leven . Een lach en een traan en vooral veel humor met harmonieuze zangpartijen  was de opbrengst. De thema’s werden aangedragen uit de verhuisdozen, die wisselend werden opgepakt, neergezet, samengesteld, en weggedragen tot algeheel vermaak.

Wij zaten comfortabel op oude banken, er zat ook publiek op het podium drie rijen hoog en we hoefden niets te missen door drie grote schermen. Het zat ingenieus in elkaar. ‘Een bord met spaghetti’ van Rijk de Gooijer was de afsluiting, waarbij het publiek eindelijk los mocht. De tekst was moeiteloos op te lepelen.

Thuis moest een en ander bezinken. Er was een boodschap over de bloedwaarden van schoonmoeder. Nu was eindelijk bekend waarom ze zo moe en lamlendig was. Een hele geruststelling dat men er wat aan ging doen. Ze had een flinke weg te gaan en het lichaam was broos. Er zullen heel wat aderlatingen nodig zijn voor ze de oude weer is. De mens is kwetsbaar. Haar laatste achterkleinkind op schoot bracht weer een glimlach. Dat is in ieder geval een goed teken. Duimen maar.

 

Uncategorized

Je komt er herboren uit

Wat een luxe. Bus brengt me op drie minuten loopafstand van mijn huis regelrecht naar de Paardenkathedraal eveneens op drie minuten lopen van de halte. Geen parkeerplek zoeken, maar praktisch gratis en voor niets, vergeleken bij de parkeerkosten, als een diva voor de deur te worden afgezet. Dat was een goed begin.

Er werd een inleiding gehouden door Josephine van Rheenen, die veel vertelde maar het geheim van de dynamiek  bewaarde, totdat we het zelf konden aanschouwen en beleven. De omgeving bracht al de sfeer. Het prachtige gebouw midden in Wittevrouwen ademde met haar hoge ramen de dramatiek van het verleden en vormde een theatrale ruimte voor de vormgeving, met, toepasselijk, aan elkaar gestikte paardedekens als dekor. Het publiek zat op de hoge tribune en het ruime podium was aan de dansers zelf. Eerlijk verdeeld, want met ingehouden adem namen we niet veel ruimte in en konden we een uur lang genieten van dans en beweging, muziek vanuit het hart en tomeloze inzet. Hussel alles door elkaar, zodat muzikanten dansers worden en dansers muzikanten en je hebt met die veelzijdigheid een voorstelling, die het dak eraf spetttert. Shake, Shake, Shake. Schudt op je grondvesten, laat de wereld trillen, beroer de snaren, breng harten in beroering. De Dansers komen er aan.

Wat volgde was een onderdompeling in lijf, verbinding, zweet, zuchten , snuiven, wenden en keren, oneindig ranke ingetogen passen en gevlieg en gedraaf. Rauwe klanken, met de hele ziel en zaligheid uitgestoten, ademloze ingehouden solo’s met een intense weemoed en verlangen. Ik filter eindigheid en een nieuw begin. Opzwepend en dan weer ontroerend, uitbundig en intens bedroefd. Op de toppen van de emotie dansen en musicieren ze zich leeg en bereiken daarmee voor mij het ultieme mens-zijn.

Na afloop voelde ik op de eerste plaats een diep respect voor de groep en haar choreografen die samen het concept uitgewerkt hadden tot een beleving, die intens en diep raakte, niet alleen de snaren van de rockgitaren, de snare drums, maar vooral die van de ziel.

We dronken nog wat en wisselden uit, maar zuiver op de graad moest het eerst bezinken, alvorens een mening te vormen. Daar had ik een lange vorstelijke weg naar huis voor in een afgeladen bus. De omlijsting voor het gemijmer, de nacht met de wisselende belichting, de hoge gebouwen, de lantaarns, de reflectie in plassen en singels en de fluitende buschauffeur, die af en toe schel het geroezemoes doorsneed, vormden het juiste bed om mijn belevingen uit te spinnen.

001.jpg

Op de bank had ik mijn eigen kleine afterparty. Hoorde ik de scheurende sax weer en de opzwepende gitaarsolo’s. Rock en Roll tot in alle poriën en kwam de verbazing boven over het feit dat ze allemaal, stuk voor stuk, meervoudige talenten bezaten, tot aan slagritmes op het lijf toe. Ze waren muziek, dans, vorm en beweging in een.

De enorme kracht die er in de frêle lijven huisde en de buigzaamheid als was het riet, het buigt en breekt niet, vroeg  om bewondering en bracht verwondering, Een aanrader voor ieder die over de eigen grenzen heen, zich wil laten onderdompelen in de wereld van De Dansers. Je komt er herboren uit.

* Concept: Guy Corneille en Josephine van Rheenen, choreografie: Josephine van Rheenen, dans en livemuziek: Ruben van Asselt, Guy Corneille, Yoko Ono Haveman, Marie Khatib-Shahidi, Wannes De Porre en Hans Vermunt, foto: Moon Saris, www.dedansers.nl

 

Uncategorized

Bij voorbaat

Met een stapeltje kaarten kwam ik het kamertje binnen. Het bed was leeg. Een ochtendjas sliertte half van het bed over de grond.  Het bed was voor de deur van het toilet geschoven. Die stond op een kier en een hand had hem vast en duwde, maar er was geen beweging in het bed te krijgen. Ze stond achter de deur en wilde de kamer weer in. Dat ging niet. Hoe was ze in vredesnaam erin gewandeld. Ik schoof het bed opzij. Ze had het idee dat ze wat vergeetachtig was. Wat voor dag was het vandaag ook al weer. O ja. ‘Twee oktober. Voetje voor voetje werd het bed bereikt en kon ze zich laten zakken.  ‘Hèhè’.

‘Er is post voor U’. ‘O, dat kan heel goed’ antwoordde ze. ‘Ik was pas jarig, ziet U.’ ‘Welke dag bent u dan jarig?’  ’20 maart.  Welke dag was het ook al weer vandaag?’ ‘Twee oktober.’ ‘Nou zeg, dan vergissen ze zich toch echt. ‘Zoudt U iets voor me willen doen.’ Ze boog zich een beetje  naar me toe en haar stem daalde fluisterend naar algehele geheimhouding. ‘Zoudt U een kopje koffie voor me willen halen, daar heb ik zo’n trek in.’

Even later bij een tweede bezoek: ‘Weet U waar ik van droom. Van een lekkere dikke , grote gevulde koek, zo’n mooie glimmende met een amandeltje er bovenop.’ De vrouwen achter de koffiekar hadden alleen een ontbijtkoek voor haar. ‘Wat denkt U. Zal ik opstappen of nog even blijven zitten? Ik ben hier al een half jaar, moet U weten. Dat is lang hoor, een half jaar.’

Ik moest denken aan de serie Loenatik van de VPRO met Bep Brul. Een innemende vrouw met een paar bijzondere eigenschappen die vertederend waren én met een romantische inborst. Zo bijzonder was deze dame ook. Groezelig, de haren in slierten om het koppie, rouwranden onder de nagels, maar op een top een dame met een vlucht aan gedachten in het hoofd.

Haar handen waren blauw van de bloeduitstortingen. ‘Ik hoef me maar te stoten en ik ben blauw.’ Ik zong wat regels van Annie M.G. Schmidt: ‘Blauw, blauw hemelsblauw, juffrouw is die kat van jou.’ In haar gezicht begon de zon te schjnen met een brede glimlach van oor tot oor. ‘Die ken ik helemaal niet.’ Een dameshand is gauw gevuld. Ik beloofde later terug te komen voor een handmassage.

regenboog.jpg

Ontvangst en koffie, thee of bouillon voor iedereen. Een halve regenboog deed haar werk en fleurde de boel een beetje op. De mutsjes waren al even kleurrijk. De vrouw met de vier zussen trok hem af en liet haar vlasharen zien. ‘Ik vind dit spookachtiger dan mijn kale hoofd,’ zei ze ‘Maar het voelt lekker zacht’. Met een handomdraai ging het mutsje weer op. Een routinegebaar. Mensen van diverse pluimage met een gemeenschappelijke deler. Soms teer en doorschijnend, soms veel en luid. Er waren er die op een praatje zaten te wachten en anderen die hun pijn deelden met de ipad of de telefoon of een goede vriendin.

Later op de ochtend wisselde ik mijn belofte in en kwam met handschoenen en olie bij Mevrouw. Ze lag op bed ‘een beetje te soezen’, zoals ze zei. Terwijl ik voorzichtig de kwetsbare handen wreef, zei ze weer met haar samenzweerdersstem. ‘Ik hou er eigenlijk helemaal niet van. Ik ging ook nooit naar een schoonheidsspecialiste. Dat gewriemel aan je lijf.’ ‘Zal ik er een verkorte versie van maken?’ ‘Als U dat doen wil, dan bent U een engel.’

Van sommige mensen hou ik bij voorbaat.

 

.

Uncategorized

Ik kan niet wachten

Het is geen straf om met al die regen buiten in het atelier van Knockart bezig te gaan met zonnebloemen. Ze waren er te kust en te keur. De avond begon met de omschrijving van wat je voelde, als je een zonnebloem in de handen had. Met de ogen gesloten namen we een groot en gedroogd exemplaar onder de loep. Het is al bijzonder op zich, hoe verschillend er geïnterpreteerd kan worden. Daarna was een kleinere verse zonnebloem aan de beurt. Elke vezel werd onder de loep genomen. Tasten, ruiken, zelfs proeven.

IMG_1458

De uitleg erbij was een openbaring. Het hart van de zonnebloem bestaat fragmentarisch uit allemaal kleine bloemen, die microscopisch klein zijn. Samen vormen ze het grote bruine hart. De bloemblaadjes kennen meerdere lagen, en de groene rozetten aan de onderkant zien er al even bloemig uit. De opbouw van de zaden laat een wiskundig patroon zien. Kaasje voor sommige van ons, die vaak tot in detail uitgespit willen hebben, hoe logisch hun objecten in elkaar steken. We startten met houtskool en een tijdllang hoorde je niet veel anders dan het krassen op papier. Rustgevende bezigheid.

IMG_1476  IMG_1487

De verdorde zonnebloemen vond ik het mooist. Die ingedroogde gekrulde harde bladeren om de kern, licht en donkerbruin van kleur, de grillige vormen, de schoonheid van verval. We schetsten en vergeleken. Bekeken de minuscuul kleine bloemen onder de binoculair en een loep. Een van de bloemen werd doorgesneden en het hart was zacht en vezelig. Een kussentje op zich.

IMG_1493

Na het gedetailleerde vorsen gingen we over op het schetsen van de vaas met de bloemen aan de ezels. Vanuit verschillende posities kwamen vazen tevoorschijn. Ingezoemd op de bloemen zelf, of het hele plaatje, met vaas en al en schaduw. Ook hier weer een groot verschil in benadering en verwerking. Bij het vergelijken bleek hoe voorzichtig ik was geweest. Had het al kunnen uitzetten naar een tekening op zich, maar het was eigenlijk bij schetsen gebleven. Het was lastig om tussen alle zwarte lijnen nog de bloem zelf te zien. Dat vroeg om stevige arceringen. Daar had ik wel meer los kunnen gaan.

IMG_1513

Het was een heerlijke avond. Buiten kletterde de regen op het dakraam, maar binnen was het een en al warme gezelligheid met kreten van verbazing en bewondering, het krassen van houtskool op papier en overal die zonnebloemen. ’s Middags was ik als voorstudie bezig geweest met het maken van een aquarel. Met kleur heb je wel sneller resultaat, maar zonder kleur moet je de diepte in, draait het om vorm en licht en donker. Ik nam me voor om binnenkort ook de kardoen onder de loep te nemen. Een bloem die minstens zo ingenieus in elkaar steekt als de zonnebloem. De botanische voorkennis van de juf was een welkome aanvulling op het geheel.

005

Ik heb niet van zonnebloemen gedroomd, maar ze bleven nog lang op mijn netvlies hangen en vanaf gisteren is de kijk erop voorgoed veranderd. Dat is de kunst van het leren. Het openstaan voor elke nieuwe aanvulling die zich aandient. Met een botanische blik kijk je anders. Volgende week gaan we schilderen. Impressionistisch als van Gogh of intens expressionistisch als Kiefer, mathematisch als Mondriaan of zo realistisch als mogelijk. Het kan allemaal. We dragen allen ons eigen handschrift mee. Ik kan niet wachten.

Uncategorized

Een herfstgedicht

De droom bestond uit een reusachtige poppenkast, die verkeerd om stond. Voor de kinderen was nog net plaats, maar dan moesten de hoofden ver in de nek gelegd worden. Dus werd het bakbeest in allerijl omgedraaid, terwijl ik aan het bedenken was hoe ik bij het poppenkast-raam kon komen om met het spel te beginnen. Midden in die puzzel werd ik wakker. Gistermorgen toen de regen naar beneden  plenste, vroeg zuslief zich af of we in de middag konden gaan wandelen.

100_5439.jpg

Toen ik de fysiopraktijk uitwandelde was er een stralend zonnetje. Bij de deur van zus weer een paar druppels. We kozen voor de bossen, gewapend met poncho’s en regenjas. Twee zussen en ik, want de derde zus zat in het verre Zweden voor een week. Het Miepje van de Tomtom leidde ons naar de Kaapse bossen, maar raakte aan het eind de kluts kwijt. Bij de remise, een allerschattigst rijtje huizen midden in het bos, werd de auto gestald. Het bos lag er zongespikkeld en verlaten bij en droeg de sporen van een beginnende herfst. Dat beloofde veel goeds.

 

Zuslief had gelezen dat juist in de buurt van berken de vliegenzwammen talrijk zijn. Overal waren zwammen en boleten maar nergens zo mooi rood als  in de buurt van die sfeervolle witte stammen. Dit was het bos van het kabouterleven. Het was niet moeilijk voor te stellen dat Rien Poortvliet in een dergelijk omgeving zijn verhalen bij elkaar had gesprokkeld. Op het pad lagen af en toe grote plassen, die tot ver in de diepte de woudreuzen spiegelden.

100_5513      100_5553.jpg

De fototoestellen hielden we paraat. Vereeuwigden kale verticalen in het sparrenbos, maar ook een treurende  horizontale met de armen wijd gespreid. Het werd afgewisseld met loofbos en grote partijen rhododendrons rondom een aangelegde tuin met haar gecultiveerde hagen. Dapper hadden ze gekozen voor een tweede bloei, en enkele bloemen waren al uitgekomen temidden van de talrijke knoppen.

100_5533

We vervolgden ons pad en midden in het bos stond een poort met een klein schuurtje ervoor. Daar vloog een leger heksen op hun bezems voor de schutting heen en weer en bewaakten dhet territorium.  Een kobold gooide zijn bezem over het hout heen en lachtte in zijn vuistje. Hoog boven in de toren, achter het raam, stond de opperheks. ‘Knibbel knabbel knuisje, wie loopt daar bij mijn huisje’.

100_5551.JPG

De zon scheen nu zelfs uitbundig en kleurde hier en daar de takken doorschijnend rood, bruin en oranje. Moeder aarde maakte zich op voor haar  kroon op het lommer, de ultieme herfsttooi. Daarna zou alles herinnering zijn. De natuur als perpetuum mobile.

100_5509.JPG

Tussendoor kwamen we bij een weidse plek die haar grassen goudgeel liet oplichten. We spotten tussen het lommer door, de  boomklever, een Vlaamse gaai, een roofvogel, een verdwaalde merel en een haastige eekhoorn, die met zijn vossenstaartje de stam afroetsjt en zich niet meer laat zien. Bos is één grote winterschuur met een overdaad aan eikels, paddenstoelen en kastanjes. Ruwe bolsters om hun bruine pit.’ Zouden de eekhoorns handschoenen aan hebben’, vroeg zuslief zich af bij het zien van de stekelige verpakking van de vrucht.

100_5465

Maandag bleek een uitstekende wandeldag te zijn. De mensheid was verstrooid als hier en daar een wandelaar met hond of fototoestel om herfst te vereeuwigen en verder niet. Via het fietspad liepen we terug naar de auto.

100_5575.jpg

Zuslief wilde langs het stoffenwinkeltje in een van de omringende dorpen. Daar was het een walhalla aan monochromen van kleur, een bonte verzameling lappen en lapjes, garen, band, wol en knopen. Elke centimeter werd benut. Met de buit reden we terug. In de herberg aan het dorpsplein brachten we brachten we een toost uit op de schoonheid van de wisselende seizoenen en op de vrijheid van ‘de oude dag’.

Tijd om de puzzel af te maken. Een trap brengt de oplossing en dan start het poppenspel met heksen en kobolden. Aangevreten boleten. Kabouters, die het bos kleuren met het penseel in de ene hand en hun verfemmer met warme aardetinten in de andere en elfen die stukken zonlicht plukken en aaneen rijgen tot een snoer van licht. Een herfstgedicht.