Uncategorized

Allemachtig prachtig

Het leersumse veld is een uitgestrekt gebied dat tussen de bossen van Doorn en Leersum begint. Er zijn drie grote vennen en zandverstuivingen, je vindt er gemengd bos en larix, spar den, en heide, er zijn voor de begrazing Piemontese koeien en schapen die vrij rond lopen. Ergens, maar gisteren in geen velden of wegen te bekennen, zijn er dassen, reeën en watervogels en de zeldzame heikikker leeft er. Belangrijker nog, het is de stilste plek van Nederland.

022

Het allermooist om te ervaren is de zachte verende bodem van haarmos tussen de statige lariksen, dat zich als een golvende zee uitstrekt aan de voet van de dunne kale stammen. Een smaragdgroen tapijt, verleidelijk en uitnodigend. Daarop te liggen met de ogen gesloten en te luisteren naar stilte, weldadige stilte. Het zou een zen-moment van optima forma zijn. De aanblik alleen al brengt een ongekende rust in het geheel.

003

We lopen door en volgen de kleine schapenpaadjes, afgewisseld met de grote vlakte, ontwijken de koeienvlaaien van de Piemontesers en de schapenkeutels en schromen niet om over hekken met prikkeldraad te klimmen. Heuveltje op en heuveltje af. De paddestoelen nemen af en toe een grote vlucht en we komen grote uitwaaierende heksenkringen tegen. Het brengt me op het lied van Ellie en Rikkert, zo vaak gezongen tijdens een van onze geliefde heksenprojecten. ‘Kom kom kom kom in onze heksenkring…’

Het was toch de tijd van kabouters, elfen en heksen met al die uitgestrooide zwammen en boleten. Prachtige rode paddestoelen met hun witte stippen. Kabouter Spillebeen was in de verste verte niet te bekennen, maar hij had er eentje omgewipt.

031

Het was heerlijk wandelen. Moe maar voldaan streken we neer in een kleine brasserie. Alleen de prachtige oude houten vloer al en de groene hoge luiken in de serre brachten de sfeer van weleer. Naast de bitterballen waren er bieteballen. De laatste waren inderdaad van biet gemaakt. Alles valt te frituren.

Na afloop nog even langs het bejaardentehuis. Schoonmoeder lag te slapen. Eindelijk wel op haar andere zij. Toen ik haar aansprak en vroeg hoe het ging, kon ze me vertellen, dat ze zich ietsje beter voelde. En warempel. Ik maakte wat kippenbouillon. Ze kwam zuchtend op de rand van het bed zitten en nam er zowaar een paar nipjes van. Liggend rolden de kwinkslagen weer over de lakens. Ze hield me stevig vast en hunkerde naar verhalen van buiten af, die niet over kwalen gingen, maar het vrije leven binnenbracht. Ik vertelde over mijn boservaringen van zo-even en liet een paar foto’s zien. Toen ik vroeg of ze nog wat wilde drinken, moest ik er maar mee ophouden dat te vragen. Ze werd er zo moe van. Ik mocht wel vertellen wat ze nu eigenlijk had en waarom  ze hier zo lag. Bij de wensvraag kwam zoute drop omhoog en zure bommen. Eerst de drop maar, alles wat eetbaar en vooral lekker is.

Toen ik weer naar huis wilde gaan, kwam de avonddienst binnen. Ik nam afscheid en nam me voor om een nagelknipper mee te nemen. Het was de hoogste tijd voor een oliebadje en een handmassage.

016

Thuis zocht ik een benadering van de groene kleur van het mos in ‘Het geheime leven van kleuren’van Kassia St Clair. Smaragd kwam nog het dichtst in de buurt al was Scheeles groen ook kandidaat. Nooit geweten dat in de groene verf arsenicum zat en dat Napoleon zoveel arsenicum in zijn lijf had, dat hij goed geconserveerd boven de grond kwam bij de opgraving in 1840. Hij had een groen behangetje. Zo komen we aan de term gifgroen, natuurlijk. Wat zit de wereld toch ingenieus in elkaar. En prachtig met al dat natuurschoon, allemachtig prachtig..

 

7 gedachten over “Allemachtig prachtig

Reacties zijn gesloten.