Uncategorized

Waar het allemaal om draait

Pijn verbindt. Dat wil zeggen een oud en een nieuw jaar. In mijn geval dan. Met stekende pijn naar bed en met stekende pijn weer op. Bij een peri myocarditis valt de dwingende felheid, waarmee de pijn alle gedachte een kant opstuurt, niet te negeren. Elke aanval lijkt op een angina pectoris, compleet met aspecifieke uitstraling naar de rechter arm. Gemiddeld op een dag overvalt het me vijf tot acht keer.

Ik sta naast mijn bed in het jaar 1990. Telefoon. Ik weet niet eens meer wie het bericht bracht, maar de woorden kwamen als een mokerslag binnen. Mijn oudste dochter staat vlak bij me. Ze kijkt met haar grote hazelnootogen en een verschrikte blik naar mij. Ze hoort de angst, de weerstand en het ongeloof. Mijn moeder had ’s nachts een hartaanval gehad en ze was eenvoudigweg morsdood. Springlevende jeugdige jongste bewoner van het bejaardentehuis, waar ze naar toe moesten, omdat mijn vader de verpleging dagelijks nodig had. Al het leven eruit geperst. Ik zeeg neer op het bed en was heftig ontdaan. Hoe moet je dan verder.

Jaren eerder, in de jaren zestig. Mijn moeder staat naast de televisie bij de telefoon. Ze luistert. Iets in haar stem waarschuwt ons. Met een angstige blik volgen we haar stem en zien de greep om de telefoon verkrampen. Haar wanhoop en de angst slaan ons te neer. We weten dat het niet meer goed zal komen als ze neerzijgt op het voetenbankje. De bodem onder haar voeten weggeslagen.

IMG_1007

Deze wetenschap kleurt mijn waarneming. De arts wuift het weg. Ik heb pakjaren. Echt? Nooit geweten. Nee je sjort niet echt een gevulde rugzak door het leven, maar je risicoverhogende factoren zitten in je pakjaren, dat door artsen aangeduid wordt om het risico te berekenen. Ik heb er aardig wat, dankzij de jeugdige onbezonnenheid, waarmee we naast de pepsels in de glazen op de feesttafel in de zestiger jaren ook de sigaretten wisten. De arts deelde het met kalmte en een grote beslistheid mee. Alle andere eventuele aanwijzingen dat er door de familie risico gelopen werd, werden weggewuifd. Het overlijden van mijn moeder? Hoe oud was ze? 71 jaar, telt niet mee. Mijn Opa, te oud. Mijn broer, te oud. Zelfs mijn eigen onvolkomenheden deden niet mee. Lekkende hartklep…Speelt geen rol, COPD…van geen betekenis, hoge bloeddruk…Geen issue. Schiet mij maar lek. Toch was hij zo duidelijk in zijn uitleg en ik zou hem bijna voor een groep met pubers willen zetten, omdat de waarschuwing dubbel zo helder binnenkomt.. Misschien bij mij nu meer dan ooit, omdat zijn nuchtere waarneming ter plekke verweefde met mijn angst en de grote onzekerheid om het eigen leven en de stekende pijn, waarmee het hart zijn bestaan benadrukte. Pakjaren drukken zwaar op een mensenleven na je zestigste, blijkt nu.

126

Nu haken herinneringen en de realiteit onlosmakelijk een duaal hemd van overleven. De pakjaren telde ik niet en alles wat niet telde, telde ik wel. Het zet het nuchtere beschouwen op het verkeerde been. Ik moet resetten en bovendien de pijn blijven bagatelliseren. Voor mij was elke vlammende steek een weg naar het onvermijdelijke. Duizend doden sterven en toch doorgaan met ademhalen. Dat is de optelsom van een dergelijk  vermaledijde hartzakje en die ondoorgrondelijke hartspier. Zij leven in een lijf een eigen leven en er is niets wat ik er nog meer aan kan doen, dan de pakjaren weg te gummen met een gezonde zelfspot.

We gaan het zien en beleven. Voorlopig word ik met elke pijnscheut teruggeworpen in diezelfde pakjaren om in de buurt van mijn moeder en mijn opa te zijn. De kunst is om hun manier van sterven buiten de deur te houden, juist omdat ik ze met hart en ziel heb binnengesloten. Kijk, dat leidt af. Dat is misschien wel precies, waar het allemaal om draait.

 

Uncategorized

Dat deelzame leven

‘Uiteindelijk zijn we allemaal een verhaal’, zegt Maria Goosens in deel 2 van Vara’s Drama in TV Monument. Het was naar aanleiding van de vraag of ze het beroep van schrijver mooi vond. Het is een prachtige zinsnede en het klopt. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. De een kan het opschrijven en de ander leeft het en het is beide even waardevol.

Er zijn voordelen aan verbonden dat je media informatie tot je kan nemen, dat blijkt nu wel weer. Zo’n programma had ik in de drie uur dat ik normaliter gemiddeld televisie kijk, nooit meegekregen. Zondagmorgen, de laatste dag van het jaar. De wind huilt mee met al het drama, dat in dit jaar heeft plaatsgevonden. ik hoef het niet verder op te rakelen, maar de grande finale was mijn eigen teloorgang in het vuur van de strijd. Aan de andere kant is de wind en de regen ook een symbool van vernieuwen. Het is een vorm van wit wassen. De bladzijde omslaan en een tabula rasa tegemoet treden met de eerste schreden op het witte vel. Helemaal wit is het niet. Bagage haalt je in en dat neem je mee. Ik zou het niet achter me willen laten. Het hele vorige jaar heeft zo veel opgeleverd en gebracht. Niet alleen als het voorspoedig ging en voor de wind, maar ook door tegenslag, waar het rendement, het vergroten van inzicht, altijd meerwaarde opleverde.

049

Mijn moeder zei bij dergelijke dalen: Na regen komt zonneschijn. iedere morgen keek ze blij omhoog en aanschouwde de lucht, die zoals altijd in Nederland, onvoorspelbaar maar van een ongeëvenaarde schoonheid kon zijn. Ze had er ook een praktische reden voor. Kon de schone was naar buiten. Wij keken met kinderogen mee naar de wolken, die een pop-up sprookjesboek ontvouwden in wat even zo vrolijk een grote donderbui zou kunnen worden en altijd weer zagen we de schoonheid door de ogen van onze moeder heen.

Iedereen heeft een verhaal. Haar verhaal was  er misschien een uit duizenden en toch zo heel speciaal en niet alleen voor ons. Niet alleen zijn we allemaal een verhaal, maar ieder van ons is er de reden van dat het leven van een ander een wending kan nemen, een inzicht kan veranderen en een visie kan wijzigen. ‘Ik heb een steen verlegd’, zingt Bram Vermeulen. Dat is de opmaak van het leven. Hoe kort ook of hoe lang het duurt. Je hebt deel uitgemaakt van het leven in de breedste zin van het woord. Ergens heeft een radertje een ander in beweging gezet.

26060423_10211417735779218_3181723114293192699_o

Ik kijk naar buiten en zie daar. De donkere lucht heeft plaats gemaakt voor een prachtige blauwe lucht met witte watten wolken en zo waar ook de zon. Wat leuk dat de symboliek  zichzelf letterlijk bevestigt en mijn moeders woorden bewaarheid worden. Neem de laatste dagen. Een dalletje dat virus heette haalde de vaart uit mijn opmars naar het einde van de jaarwisseling. Mijn moeder stuurde dwars door wind en regen heen haar boodschap in de relativerende en toch zulke waardevolle woorden van Maria Goosens. ‘Uiteindelijk zijn we allemaal een verhaal’ en er achteraan de woorden van het gedicht van Stefan Hertmans op het raam waar mijn aandacht naar toe getrokken wordt als ik haar mooie luchten vast wil leggen. ‘Je kunt je leven elke ogenblik Opnieuw beginnen door niets Meer te willen dan dit nu’…

Eens zal de laatste keer zijn. Robert Long zingt in zijn afscheidslied ‘Die overleden is, die blijft dat tot het end.’ Daar valt niet aan te tornen, maar de verhalen leven voort en dat maakt onze ingenomen en straks weer verlaten ruimte zo bijzonder speciaal en waardevol. Voor en door ieder van ons. Dat deelzame leven.

Uncategorized

Geen speld tussen te krijgen

Langs alle kanten stromen de adviezen binnen. Rustig houden, luisteren naar je lijf, voorlopig niet gaan werken, tot aan het pensioen kalm aan doen, niet eigenwijs zijn en een eigen koers varen, maar het lijf is oneindig meer wijs dan alle adviezen bij elkaar. Het zet me op een bank en na elke tien stappen werpt ze mij weer terug. Ze is de golfslag van mijn leven. Gangetje naar de deur…bank, gangetje naar de keuken…bank, gangetje naar het toilet…bank, gangetje naar de tafel…bank. Voorlopig pieker ik niet over meer doen dan het lijf aangeeft, omdat het eenvoudigweg niet tot de  mogelijkheden  behoort. De trap ’s avonds is de vesting en daarmee tevens de uitdaging.

003 Olieverf op Doek: Wegdromen

Wel staat het in schril contrast met de rest van de tegenwoordigheid van geest. Het lacht en praat en belt en schrijft. Zolang dat lijf maar zit, ligt, en niets anders qua lichamelijke inspanning moet doen is het goed. Iemand vroeg me hoe ik ondanks deze situatie toch aan de blogs toekwam. Juist in deze situatie, zou ik willen beweren, gaat dat van een leien dakje. Als mijn fysieke energie geen kans meer heeft om weg te stromen is er nog maar een uitweg. Door het linea recta vanuit het hoofd in de handen te laten vloeien, die gehoorzaam met hun vingers over de toetsen tikken om vast te leggen wat er zich achter het geteisterde brein afspeelt. Geteisterd, omdat het voor iemand die eigenlijk altijd onderweg is, een duizend dingen doekje pur sang, geen sinecure is om teruggeworpen te worden in het nu, zittend op de bank en een loopje heen en terug.

IMG_5861

Schrijven is toch een soort tweede natuur geworden. Als ik naar een onbewoond eiland zou worden gestuurd, dan is een van de allerbelangrijkste dingen die ik nodig heb een toetsenbord. Of dat nou een Remington is of een Apple. Kennelijk heb ik toetsen nodig die woorden vormen. Natuurlijk heb ik heel veel geschreven, dagboeken en journalen vol. Allemaal met vulpen, balpoint of fineliner. Bij de komst van de computer was daar dat magische verlengstuk van mijn handen, net als vroeger in the old days de typemachine. Letters die oplichten en smeken om er woorden van te vormen. Soms zo dwingend dat ik struikel en de handen niet bij kunnen benen wat de geest verzint.

Het is als het staan op een podium. Die angst aan het begin, het spreekwoordelijke duwtje in de rug en dan de bevrijding. Een podium, waar je kwijt kan wat je aan kwaliteiten te bieden hebt, zonder dat je je afvraag of het hout snijdt. Achteraf, bij het terugluisteren van opname’s hoor ik kwinkslagen, dubbele betekenissen, bij die enkele openbare ‘troon’ rede die ik voer. Zodra de duisternis de anonimiteit wegneemt, daalt er een schaduw neer, die mijn rol overneemt en driftig aan de weg timmert om de toeschouwers betrokken te maken. Na een lezing of een improvisatie trekt met de duisternis tussen de coulissen de euforie maar ook de blinde vlek weg, als mist voor de zon. Pas veel later dwalen zinsneden door mijn hoofd, waar ik wakker van kan liggen, flarden aan herinneringen waardoor de glimlach de mondhoeken krult en lofbetuigingen die na sudderen en het ego strelen.

Schrijven is een podium bieden aan de gedachte, is een platform voor de overpeinzing, het doorgeefluik van de bezieling. Zeeën van tijd zijn er, vijvers van inkt geeft het, als het hart moet berusten. Hoe waar is die ene onsterfelijke voetbalmoraal: ‘Elk nadeel heeft z’n voordeel’. Daar is geen speld tussen te krijgen.

 

Uncategorized

Buffer bij tegenslag

Zo’n eerste nacht in je eigen bed, mijn kleine begrensde veilige en vertrouwde zelfontspanner, voelt weldadig aan. Vooral als een nacht is gepasseerd zonder alarmerende bellen, bliepjes, schimmenspelen en de zuigende crèpe zolen op het zeil van de gangen en de zalen. De stilte werd niet verscheurd door een gierende hoest of een zwaar zuchten, het holle draaien op een met rubber omspande matras onder het dunne onderhoeslaken, het gedempte gefluister van de verpleegkundigen  of de genadeloze luide muziektoon van de telefoon bij spoed.

Pluis haar fluistervoeten, zoon in diepe slaap twee deuren verder en af en toe een auto die voorbij schiet in de straat, dat is alles. Mijn boeken onder handbereik. Ik droom een fascinerende droom, want ik reis af naar de kringloop en daar kom ik mijn muziekvrienden tegen, die daar een optreden verzorgen. Maar eerst frommelt een medewerker een schuw klein katje onder de nekband van Pluis, die verbaasd, maar ook troostend kijkt naar het wriemelende mormeltje onder haar neus. Ik waarschuw voor onverwachte uithalen, maar de man haalt zijn schouders op. Ik zoek en vind in wat oude kerkbanken de jongens, twee van hen in ieder geval. De zanger geeft aan niet meer te kunnen. Hij voelt zich beroerd en wil niet meer. Genoeg geleden. Zijn vriend fluistert samen met hem verder, een arm beschermend om de ander heen. Ik ga zoeken naar de poes en de auto en wordt wakker door de Iphone, die aangeeft dat het tijd is voor de medicijnen.

126

Verdwaasd blijf ik even liggen, sluit de ogen en zie nog net het kleine jonge poesje wegglippen door de kieren van wat oud schroot tegen de wand. Dan ontwaakt de realiteit. O ja, die batterij aan medicijnen. Ineens ben ik een wandelende medicijnkast geworden en geen computers hier, die het registreren. Ik moet zelf goed lezen. Bloedverdunners 3 x daags, maagbeschermer 1 x daags, cholesterol verlager 1 x daags, aceremmer 1 x daags, ontstekingsremmers 2 x daags met daarnaast nog de gebruikelijke drie puffen: ontstekingsremmer 2 x daags en twee luchtwegverwijders 1x daags.

Je zou er het risico van een opname mee vergroten. Wat moet dat arme vege lijf, dat zo redelijk draaide op haar eigen kracht en nu dankzij een virus haar natuurlijke status afgeremd weet. Griekse yoghurt voor ontbijt  met wat bosbes en als filmpje tegen de chemische handel en wandel van de mij toegediende preparaten ligt zwaar en langdurig op de maag. Alles went.

137

De bevrijding van plakker en snoer onder het schone katoentje doet weldadig aan, de grote bloedverdunners gestuurde blauwe plek op de huid van mijn hand, waar gister nog de naald doorstak, knikt  manhaftig met zijn ene rode oog. Alle ellende trekt ook weer weg, geef het tijd en rust en ruimte. Ik blijf liggen. alleen in de heerlijke stilte van mijn eigen oorgesuis, met uren die ik mag stukslaan op mijn eigen tijd, met poes beschermend dichbij.

132

Mijn eigen zorgkat, wat een luxe. Het wolletje op en de verwarming naast het bed koesteren het gebutste ego. Hergroeperen en door, maar wel met een flinke pas op de plaats. Jaren tellen, dat weet inmiddels weer de geest en Pluis en mijn stofmantel. Ik doe hem nog niet uit, maar strijk de kreukels glad en verstel de sleetse plekken met de maasnaald van mijn moeder. Een vleug optimisme steek je onder de pech en door en door. De enige juiste buffer bij tegenslag.

Uncategorized

Zorg met zorg is Zorg zonder zorgen!

Vanaf het voeteneinde zie ik de grote geel met roze ballonbloem in het schemeren van het ganglicht, die met een uitbundige smile mijn bezwaard gemoed probeert op te fleuren met een glimlach. Prioriteiten leven in een ziekenhuis een eigen leven en zijn doorgaans bepalend voor de gang van zaken. Nergens heerst hier ‘Wie het eerst komt, wie het eerst maalt.’ Wat telt is de mate van hoe men binnenkomt. Zelfs de brancard staat niet garant voor een Vip behandeling en geld heeft daar nauwelijks invloed op. Klassen zijn afgeschaft.

Decennia geleden op de afdeling Neurochirurgie IC in een Academisch ziekenhuis in een van de grote plaatsen werd er door de professor gebeld dat er een spoedgeval uit Spanje zou worden ingevlogen met een privé vliegtuig en dat we onmiddellijk plaats moesten maken. Het was overvol op de intensive care, een grote zaal, waarin de patiënten afgezonderd in compartimenten aan de bewaking lagen. Voor dit spoedgeval moest er een meneer, die uit een glazenwassersbak rechtstandig op zijn hoofd was gevallen en er ernstig aan toe was, toch  naar de gewone zaal. Er waren nog geen geavanceerde ontwikkelingen als monitoren die over afstanden toch bereik hadden via futuristische kleine kastjes om de nek van een patiënt, zoals bij mij nu. Eigenijk werd mijnheer afgevoerd voor iemand die nog slechter was en die meer hulp nodig had.

Het had wat voeten in de aarde eer we de glazenwasser een plek hadden gegeven, ingebouwd met goede bedoelingen, een ongerust gevoel en een overdosis aan de instructies voor het personeel van de gewone afdeling. Controles die we om de vijf minuten uitgevoerd wilden zien en een bewaking van bijna een op een. Zijn kamer werd klaar gemaakt voor de Patiënt onder de Spaanse vlag en Professor zelf voerde een inspectie uit of alles naar believen was. Een wonderlijk gegeven want doorgaans was dat aan ons. Wat schertst onze verbazing toen deze  ‘doodzieke’ patiënt zittend op de brancard werd binnengebracht. VIP first class, dat geleid had tot een gedwongen uitzetting van de glazenwasser zonder te oordelen naar kwaal, maar wel naar klasse. Mijn rechtgeaarde zusterhart en het voltallige IC-personeel waren volledig ontdaan door zo’n aanpak, die qua medische beoordeling volledig de plank had misgeslagen en waar geld boven menselijkheid werd gesteld.

Bij Klasse intern van een ander ziekenhuis serveerden we ragout-en nierbroodjes en pasteitjes tot aan gepocheerde eieren toe. Zoete broodjes werden er met handen vol gebakken. Sterker nog, een gerenommeerde patient met Levercirrose had in de kast een geheime flessenvoorraad en die was niet gevuld met haarwater. Niet alleen de prof maar ook de hoofdverpleegkundige sprak een andere taal dan de doorsnee verpleegkundige op de werkvloer.

Op deze afdeling in dit ziekenhuis wordt geen klasse, als een scheidingswand tussen twee sekten, opgedragen en uitgevoerd. Men werkt hier met Klasse, door geduld en aandacht, behulpzaamheid en troost. Het zijn hun bedachtzame, informatieve, zachte stemmen, zalvende handen, omzichtige bewegingen als balsem voor de waanzinnige hectiek op de Cardio bij de afdeling van de eerste hulp. Overbuuf en ik werden tot de lichte categorie mens gerekend. Dat betekende in klare taal: M&M’s, cakejes, vruchtenkwark, roomvla of yoghurt. Vetrijk en zoet zonder extra geld toe te leggen. Rijkelui met een hoge bloeddruk of een infarct moeten ‘inleveren’ en worden gedoemd tot een arm dieet, zonder zout en cholesterol. Het knisperende geld mag achterwege blijven. Geen arts die er nog gevoelig voor is.

rozen

Zorg met zorg is zorg zonder zorgen voor iedereen, met of zonder financiële  armslag.

Uncategorized

De koning te rijk

Daar lag ik ineens. Van mijn sokken gekletst door de dienstdoende arts, die vermoedde dat de pericarditis ook wel eens een licht infarct zou kunnen zijn. Angst overspoelde het verdict van vier dagen eventuele opname. Traan spiegelde zich in dochterlief. Als de sluisdeuren eenmaal opengaan, vindt de onrust en de angst een makkelijke prooi. Wij bezitten in de familie een ‘hoog waterlander peil’.

Dan volgt er een opeenvolging van gebeurtenissen. Van de ene naar de andere eerste hulp. Alles komt langs. Het was een komen en gaan van ambulance personeel, verwisseling van kamers en bedden, verschuivingen in de prioriteiten.  Was je eerst omringd door alle zorg, een warm bad van niet aflatende aandacht dan duurde dat tot de volgende zich melden zou. Of de kwaal moet hoog boven alles uittorenen, zoals een mevrouw aan de overkant, die, veel te jong, twee flinke infarcten achter elkaar te verduren kreeg tot reanimatie aan toe. Nu ligt ze tegenover me op de afdeling en heeft het leed een gezicht gekregen. Het gezicht van de berusting en de hoop. We kijken naar elkaar en weten het. Zonder woorden smeed het lot een band.

Er aan vooraf ging een nachtelijke tocht door de gang, aangestuurd door een persoon, nu de drukte op de medium care de overhand nam. Een prachtige flipperkast zou het zijn, baf links, baf rechts en in mijn verbeelding ben ik de kleine, aan de heidenen overgeleverde knikker, die niet aflatend tegen de kanten aan botst en in vliegende vaart zijn eigen waarde tollend kwijt raakt. Niets is minder waar. Ze loodst me zorgzaam en voorzichtig door de uitgestrekte gangen heen. De stilte wordt onderbroken door bliep en ruis.

.IMG_1009

De vier persoonskamer, in diepe duisternis gehuld, schrikt op uit de slaap. Mijn adem klimt tegen de bedompte warmte op, het neonlicht omlijst het grote vierkante kader waar mijn bed in komt te staan. De man schuin tegenover mij rochelt een narrig welkom en pas als de duisternis is nedergedaald, valt het in een zagende stilte uiteen. Gordijnen ontnemen het zicht. De deur gaat potdicht. Adem in, adem uit. Er valt niet anders te doen dan een mindfull beleven. Ik hoor, voel en denk het nu, voor andere gedachten is geen ruimte, totdat de lichten aanfloepen van het bed tegenover mij en er en schimmenspel wordt opgevoerd door twee nachzusters en een oude man. De schaduwen vloeien weg over het plafond de omringende duisternis in en worden golvend een.

bloem.jpg

Bij het wegdommelen sluist de warmte de zuurstof weg en wordt ik luchtzoekend wakker. De deur moet open, bedissel ik, tegen de wens van de izegrim en wordt beloond door een van de verpleegkundigen. Een koele onderstroom bevrijdt de leefbaarheid.

De volgende ochtend is het verhaal van de zaalarts meer dan helder. Een virus vangen is vette pech, net als een griep oplopen. In de groep zijn er veel virale snottebellen, maar de vatbaarheid speelt een even grote rol. Of de busreizen met de sneeuw, de vermoeide tochten als een geëvenaarde Yeti, het racen tegen de klok, een onbegrensde groep kinderen.

Morgen nog een Echo en bij de juiste uitslag richting bank. Alle lieve berichten en apps zijn een riem onder het vliesdunne laagje om het hart, balsem voor de ziel en als ik met oud en nieuw thuis ben, voel ik mij straks daarmee de koning te rijk.

Uncategorized

Morgen weer een dag

Gisteren brak de dag aan na een goede nacht. Heerlijk geslapen op de golven van de twee films van eerste kerstdag, lui op de bank en nergens toe gekomen. Kerstdiner met de kinderen was al twee dagen achter de rug en de dag lag vorstelijk en breed voor me open. Vandaag, tweede kerstdag, stond dat grote kerstfeest, zoals ieder jaar, op de rol. Er was een veeg teken aan de wand geweest gisteren. Geen zin in drukte, geen puf om mooie outfit bij elkaar te sprokkelen en geen zin in ontmoetingen. Toch ging er nog geen belletje rinkelen. Ik zou de dag heerlijk rustig doorbrengen met Poes Pluis, Films op Netflix en mijzelf. Heerlijk genesteld in de hoek van de grote bank.

IMG_1007

Dat was grotendeels gelukt, buiten alle nietwensen. Dus deze tweede feestdag dag, vaste gewoonte, ging ik eerst naar beneden om twee koppen koffie te halen, alvorens aan mijn schrijfwerk te beginnen. Halverwege de vaat en de koffie begon het. Een stekende of doffe, geen idee wat de juiste waarneming was op dat moment, pijn in de borststreek, eigenlijk meer nog iets erboven. Ze streek langs het borstbeen en trok door naar de armen, wat een loden last veroorzaakte en weinig verheffend bleek te zijn. Kramp in kaak en slokdarm en het koude zweet brak in alle heftigheid uit. Toch, met een onrustig gevoel naar boven gestrompeld met de koffie in een poging om met de normale gang van zaken deze onmachtige overval te weerleggen.

IMG_1008

De pijn hield aan, sterker nog, werd heviger en hoezeer ik ook bedacht dat het mijn eigenwijze longblazen zouden zijn, die opspeelden, schoof het hart hartnekkig in het zicht. Zoonlief was na drie keer gealarmeerd en aarzelde geen moment, maar belde 112 na het zien van mijn deplorabele toestand. Er zou hulp komen binnen enkele minuten. De ambulancebroeders namen een ECG af en constateerden dat een ziekenhuisbezoek raadzaam was. In pyjama en met mijn kloffen op weg naar de brancard, vier trappen beneden. Met een spray onder de tong hadden deze medicijnmannen de pijn laten wegebben, zoals ze even daarvoor nog met bezwerende gebaren langs hoofd en achter oren een temperatuur hadden opgemeten. Geen koud staketsel in het oor, maar een subtiel gebaar. Ik telde mijn zegeningen.

Ingesnoerd in de gele brancarddeken striemde de koude wind op tot ongerustheid, waar ik een simpel kleine eerste hulp auto had verwacht. In de brancard zoefde de verstrooide verlichting voorbij. Kwetsbaarheid, uw naam is mens. Het ziekenhuis wenkte toen de deuren open zwenkten. Op de eerste hulp vol bravoure, een pericarditis is een afgebakend en begrensd begrip. Daar waren hulpmiddelen voor, maar toen de dienstdoende arts vertelde dat het misschien toch ook wel een licht infarct kon zijn, sloeg de spanning in alle hevigheid neer.

rozen.jpg

Paar dagen blijven, onderzoeken, uitsluiting van andere mogelijkheden. Nog steeds speelde de ontsteking een rol, maar de andere versie werd wel aannemelijker. Daar lag ik nu, tweede kerstdag en aan de heidenen overgeleverd, sjamanen in de dop, Ik werd op mijn wenken bediend door de ongeruste achterban, kinderen en zussen paraat, Schone kleren, noodzakelijke opsmuk en rode rozen. Zoonlief wrikte er grappen tussen door en ik lachte mijn vaten los. Morgen weer een dag.

Uncategorized

Loving Vincent

‘Starry starry night, paint your palette blue and grey, look out on a summers day, with eyes that know the darkness in my soul, Shadows on the hills, sketch the trees and the daffodils, catch the breeze and the winter chills, in colors on the snowy linen land.’

Don McLean zingt het, sinds 1971, al die tijd in mijn hoofd. De woorden zijn verankerd en zodra de eerste klanken klinken, ontrolt zich de tekst als een draaiorgelboek en trekt het beeld van de zanger voorbij, forever young, bij het aanslaan van de eerste noten. Gisteren schoof de versie van Lianna la Havas er overheen, een blauwdruk, maar een prachtige, de moeite waard om het moeizame lijden van Vincent te omlijsten. Hoe wonderlijk om in de getekende beelden de herberg te zien, de weg weer te lopen naar de stoppelvelden en de bescheiden graven van de twee broers. Ik was weer terug in de tijd. Terug in Auvers sur Oise in het jaar 2008 met dochterlief.

IMG_1003.jpgDagboek gekocht in de herberg.

Lofbetuigingen en eerbetoon vallen er, de ooit zo verguisde schilder, ten deel. De Auberge is uitgebaat en een bedevaartoord geworden voor verstokte van Gogh adepten. De slaapkamer is, in volle glorie, minder kleurrijk dan het schilderij, de lucht doordringend en muffig. ‘Dust to dust’. Die associatie roept het op. Daar komt Kansas langs uit dat grijze verleden, akoestisch, ‘Dust in the wind, all we are is dust in the wind…’.en het wordt bevestigd door het uitzicht over de goudgele velden en de eenzame landweg naar de begraafplaats toe, waar een lauwe wind waait. In de kerk, die op ons pad geduldig wacht, steken we twee kaarsen op uit naam van alle vervlogen zielen en realiseren ons eens te meer, dat hier geschiedenis werd geschreven. Nu bijna tien jaar later, klinken mijn voetstappen moeiteloos door via de prachtige geschilderde animatiefilm, met de beelden die, daar en toen, voorgoed tot het referentiekader zouden gaan behoren.

Het hele verhaal over de familie Roulin was weggezakt en naamloos aan mij voorbij getrokken in zijn schilderijen. Dat werd de eerste queeste na het zien van Loving Vincent. Wie was Armand Roulin? De film zindert na en naast veel voorspelbare en een aantal onverwachte wendingen is het vooral een kust en keur aan prachtige beelden. De uit elkaar spattende kleurrijke worden overmeesterd door de ingetogen zwart wit beelden in de flashbacks van het leven van van Gogh zelf. Ze hebben een heldere fotografische uitwerking en vormen het verbond tussen heden en verleden.

De intimiteit van de kleine oubollig aangeklede pluchen zaal heeft een storende ruis van de airco, waardoor de sonore stilte, als het wegvalt, ineens een ode brengt aan de toon van de film. Ze omlijst de impressie sfeervol, om later, weer in volle hevigheid, verder te ruisen en de onrust van de kraaien in het veld, te onderschrijven. De film leest als een boek. Door de traagheid waarmee het begint, dommelen de ogen soms even weg, om later aan het doek gekluisterd te blijven. De intro als opwarmertje, zoals het een goed verhaal betaamt.

Wie ooit voor de sterrennacht heeft gestaan en de impact ervan heeft laten inwerken op het gemoed, kan alleen maar beamen dat deze schilder in zijn wanhopige en emotionele rollercoaster betekenis en toegevoegde waarde heeft. Ieder die het hart heeft opengezet, wordt begeesterd door de koortsachtige vaart, waarmee hij niet alleen zijn doeken heeft geschilderd, maar ook zijn voorstellingsvermogen heeft doordrenkt. Die zinderende beweging is te voelen door de hele film heen. Dat is de grote verdienste van de regisseurs Dorota Kobiela en Hugh Welchman en hun team van 115 schilders. Het enige wat rest, is om Vincent van Gogh en zijn doeken lief te hebben.

Uncategorized

Waar wegen elkaar kruisen

De zondag vouwt zich open en geeft zicht op een scala aan mogelijkheden en zeeën van tijd en ruimte. Het kerstdiner is achter de rug en het was een groot feest van gezelligheid. In de drukke dagen voor kerst hoef ik niets meer en dat is op zich al een zalige gedachte. met alle voorbereidingstijd die me gegeven was, kreeg ik alles in alle rust op orde. De finishing touch, de bereiding van het hoofdgerecht werd met gemak gehaald. De grote verrassing was de Crispy camembert met bosbessenjam. Wat een heerlijkheid.

006

Zuslief zit zichtbaar te genieten van al het grut. Het feest is compleet als er een mooi nieuw leven in de maak blijkt te zijn. Natuurlijk wisten wij het al op de winderige André zeedag, maar nu mogen we het verkondigen aan ieder die het weten wil. Hoe zou mijn moeder zo’n boodschap hebben ervaren. Zo graag zou ik dat over de grenzen heen willen vragen, mijn vierde kleinkind tegen de 23 van haar. Wie zaait zal oogsten. Straks is één lange tafel niet meer voldoende. Tel uw zegeningen.

Daan e n Michiel Destijds…

Drie maanden en een buikje voeren terug naar destijds. In de euforie van groei, die buik, waar geen zeggenschap meer over was en die een compleet eigen leven ging  leiden, letterlijk en figuurlijk. Nooit gepland en altijd welkom. Perpetuum mobile. De cyclus gaat voort. Verrassingspakketje was ooit de tweeling, die zich pas openbaarde bij de 26ste week. Een vogelvlucht, nu ze samen aan de afwas in de keuken zijn, meer tweeling dan ooit daarvoor.  Na deze vroege viering zal kerst een bezinningsmoment zijn, puur genieten in eigen tijd, een oase in de hectiek van alle dag.

Als de stilte weer neerdaalt in het huis, ‘kus, omhels, kus’, de laatste voetstappen verstorven op de galerij, de onttakeling van de lange tafel, is er dat moment van stilte en zalig nietsdoen. Met het voldane gevoel trekt het beeld voor mijn ogen mij de wereld binnen van vier Soedanese weeskinderen, die naar Kansas City in Amerika mogen uitwijken, vanuit het Ethiopische kamp, waar ze al jaren zitten. ‘The Good Lie’ van regisseur Philippe Falardeau. De kaarten worden geschud. Het is een wereld van verschil, zowel voor de mannen, die denken dat telefoongerinkel een alarmbel is, als voor mij die net uit de warmte stapt van het samen delen. De zus wordt geplaatst in Boston en een broer blijkt te zijn vermist.

De goede leugen is een andere dan een leugen om bestwil. De oudste broer levert zijn identiteit in als hij na omwegen de vermiste broer weer vindt en eindelijk zijn taak als verantwoordelijke voor het gezin kan inwisselen door broer ook naar Amerika te krijgen. Daar eindigt het verhaal,  in de wetenschap dat de oudste zoveel kennis heeft opgedaan, dat hij de wegen zal kennen om terug te keren. Sterk geromantiseerd, maar derhalve ingrijpend en vervreemdend. Wat, als wij, als pionnen, van het ene bord op het andere worden gezet en alles wat oud en vertrouwd is, bij toverslag verdwijnt in de onpeilbare diepten die onder het vliegtuig door glijden.

Een memorabele afsluiting in een juiste belichting door de melancholie van kerstlampjes omlijst. Waar wegen elkaar kruisen, voert de bespiegeling voort.

 

 

 

Uncategorized

Leven

Gisteren liep de hele organisatie van een leien dakje. De auto weggebracht en tegen een kerstgratificatie gemaakt door mijn vrienden van de garage. Riemen en voorbanden in een ochtend gefikst en de kleine blauwe Prins weer en wind bestendig, is klaar voor wat er allemaal nog komen gaat.  Een witte kerst zit er niet in, begreep ik uit het verhaal van de weerman, toonbeeld van optimisme, omdat, hoe droef de boodschap ook is, ik dwars door de radio zijn glimlach hoor in zijn gekrulde zinnen. Geen nood. De aankleding is feestelijk, lang leve de ledverlichting. Buiten bijna lente en binnen de sfeer.

IMG_0940.jpg

Vroeger dan anders hebben we het kerstdiner. Wat een zalig idee. Kerststress  blijkt in de twee dagen zelf te zitten. Nu het eerder mag, is het een bezoek als altijd, maar dan met een kersttintje. Er schuiven 15 personen aan en ik heb alle tijd om huis en hoofdgerecht tot een goed einde te brengen. Dat er eerst een halve verbouwing voor nodig was, is geen probleem. Het ziet er allemaal reuze knus uit. Poes is van slag. Het is een gewoontedier en alles is, zelfs tot aan de kattenbak, verplaatst en verschoven.

Boodschappen doen is vier dagen voor kerst een verademing. In alle rust en ruimte laveert het karretje door de schappen en zoekt het lijstje bijeen, dat in de telefoon is opgeslagen. In mijn hoofd zingt James Brown, ‘I feel good tehtehtehdeteh…’ en af en toe swingt het karretje mee de bocht uit. Zus komt vanuit een ander werkverband nog een kerstpakket brengen. Vier prachtige wijnglazen in een plak boomstam om de hals van de fles heen. Ingenieus en leuk bedacht. Het andere kerstpakket was een mooie juten tas met streekgerechten. Prachtige jam, heerlijke honing, kersenwijn, mosterd honing saus. Alles wat het goede leven tekent.

IMG_0944.jpg

Toch schuurt mijn hart iedere dag langs de pijn van een ander. Kilometers hier vandaan, waar kerstmannen en vrouwen uitsluitend witte jassen dragen, vecht een dappere vriend al maanden voor zijn leven. Aanvankelijk werd er gesproken van goede en slechte dagen, later werd dat bekeken van dag tot dag en nu is het zelfs al zover dat er sprake is van een leven van ochtend tot middag, van middag naar avond. Iedere keer als we bijgepraat worden in de app, zie ik het beeld voor me, dat ik maar niet weggesluisd krijg. De broze breekbare vriendin en de kinderen, die meestrijden door er te zijn, te steunen, te troosten, maar machteloos toe moeten kijken hoe stamcellen een eigen leven leiden en complicaties oproepen in dat moegestreden lijf. Licht in deze dagen krijgt er een bijzondere betekenis door. Kunnen gedachten verlichting brengen. Ik stuur ze naar hem toe, naar hen toe om ooit, ooit weer met elkaar te kunnen dansen op zijn vulkaan, als een Phoenix te verrijzen uit die poel van diepe onzekerheid en angst.

074De phoenix

Het is goed om stil te staan bij de keerzijde van de medaille. Straks ga ik er vol in, maak een prachtige schotel klaar en schenk een klare wijn, maar tussen de warmte en de liefde voor elkaar schijnt dat ene licht, het leven daar en van al die anderen, die in een andere fase verkeren en voor wie ‘leven’ het hoogste goed blijkt te zijn en geen vermeende vanzelfsprekendheid meer.

Uncategorized

Tempo Doeloe

Gisteren was een oude vriend jarig. Traditiegetrouw gingen we samen uit eten en speelden een versie van ‘Oude mensen en de dingen die voorbij gaan’. Hij speelt het uit overtuiging en ik doe voor spek en bonen mee, omdat ik niet het gevoel heb, dat ik er al aan toe ben. Dankzij het werk en de kinderen sta ik volop in het leven . Dat wilde ik ook zo houden. Om Couperus in ere te houden, had hij voor zijn feestje toko Mitra op het oog. Ik kende het niet.

Heel veel formica tafeltjes, glimlachende bediening en een keur aan de meest heerlijke Indonesische gerechten. Jeugd kwam boven drijven. Mijn geploeter uit het verleden om deze, voor mij uitheemse ingrediënten, naar mijn hand te zetten. Het kleine, oude, vertrouwde Indonesische kookboekje met de kerrie kleurige omslag en de vetvlekken tot in hoge graad was daarbij mijn baken.

Mijn vader hield van lekker eten en ik denk dat hij tijdens zijn dienst regelmatig ook wel een hapje buiten de deur at. Mijn moeder kookte traditioneel Hollandse pot. Spruiten, boerenkool, witlof, koolraap, bonen en bieten. Aan het eind van de maand kwamen de blikken op tafel. Doperwten en bruine, witte en sperziebonen. Veel aardappelen en jus, gehaktballen en schouderkarbonaden of spek en haar onvolprezen vers getrokken soepen. Veel voor weinig.. Een gezin waar elf kindermonden gevoed moesten worden vroeg om een hoog improvisatiegehalte.

We gingen al vroeg op vakantie. De auto werd afgeladen en vol gestouwd met augurk, aardappel en hagelslag onder de banken en wij er allemaal in. Veel kleding hadden we niet, dus het paste bij wijze van spreken in twee valiezen. Een van de bestemmingen was Hilvarenbeek. Daar kregen we naast de opwinding omtrent het wildpark, ook nog de allereerste keer te maken met een echte Chinese maaltijd van de plaatselijke Chinees in het dorp. We schreven 1966. In mijn optiek opende zich de hemel. Mijn moeders pot was heerlijk, maar dit riep hele andere beelden op.

Multatuli en Couperus hadden boven aan mijn boekenlijst gestaan en ook al was het niet de officiële Javaanse keuken, toch kwamen de kruiden, de geuren, het hele kleurrijke land tot leven. De groene sawa’s tussen de dessa’s, waar het lied van Sarina mijn hele jeugd al doorheen zong terwijl ik geen idee had, wat padi was. Ik klampte me vast aan die onfortuinlijke liefdesgeschiedenis en huilde iedere keer weer om die twee in de kiem gesmoorde kinderen.

Toen destijds vriendlief ook nog een piezeltje Menadonees door de aderen had stromen, werd het tijd voor dat orakel, dat decennia lang mijn stut in de branding zou blijven en waaruit ik leerde koken, anders dan mijn moeder me ooit had geleerd. Alleen het verschil al met geuren waarin het huis zich wentelde. Weg met de lucht van spruitjes of koopraap. Het leven nam een aangename wending in het verre Leiden met de heerlijkste toko’s en het Haagse Indische leven in de buurt.

Gisteren, in toko Mitra, was ik weer even terug in de tijd. De tafeltjes, het neonlicht, de ontbrekende wijn, het gaf allemaal niets. Daar lag de lontong , de gebakken tempeh en de tahoe op mijn bord, naast de sajoer boontjes en de ketimoen en deed alles om me heen vervagen. Over de borden heen leek vriend jaren ouder. ‘He needs a bit of glow’, schreef ik naar onze gezamenlijke vrienden in Washington met een bijbehorende foto.

Soto. foto Wikipedia

Toen ik om me heen keek, zag ik dat ‘glow’ inderdaad bij eenieder de grote ontbrekende factor was. Wat wat kaarslicht en een schemerlamp al niet zouden toevoegen. De kern van de toko is de nooit aflatende zorg voor de innerlijke mens. Dat bezorgt ze een warm pleidooi en ons een uurtje tempo doeloe.

Uncategorized

Wat één beeld al niet vermag

Als een kacheltje ligt poes te ronken op schoot. Maar ze moet een ander plekje zoeken, anders is er geen plaats voor het kleine toetsenbord.Na een vruchteloze nacht is er tijd om te mijmeren. Gisteren haalde de slaap tijd in en schrok ik wakker in de waan van de dag, om half zeven pas. Dat betekende, snel in de benen en op weg naar de laatste dag voor de vakantie op de school in Woerden.

Vandaag ben ik gevrijwaard van wat mijn laatste invalochtend voor de vakantie zou zijn. Ineens ging pols een eigen leven leiden. Dinsdag scherpte ze de pijn aan en ontwaakte het kind in mij, dat naar haar moeder verlangde. Troostende wiegende armen om je heen, die zouden verzachten, de veilige warmte als beschutting tegen nog meer onheil.

IMG_0931.jpg

Die volgende ochtend te laat, maar voor de rust, precies op tijd, pijnvrij, wakker.  Wonderlijke zelfregulatie. Zonder gedachten te ventileren ging ik op weg naar school. Heerlijke oase van rust en sfeer, kinderen zo ongelooflijk lief voor elkaar, dat ik een paar maal ontroerd werd door de zorg en de aandacht, waarmee ze elkanders verdriet op merkten en aftroefden met een lief en wrijvend handje, een aandachtige armslag. ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’ zong door mijn hoofd vanuit dat verre katholieke verleden. Aandacht en de wetenschap dat er anderen zijn die een deel van de zorg over kunnen nemen. Onbetaalbare rijkdom.

Aan het eind van de ochtend ineens een malle dikke handpalm/pols. Het lijf leidt een eigen leven en er valt niets aan te beïnvloeden, vertelde de kwaal. Weer verbaasd, omdat ik zomaar tussendoor bij de arts terecht kon, waar anders een wachttijd van twee dagen normaal is. Dat voelde als de kinderlijke vertroosting van die ochtend. Ontspannen huisarts, ondanks de drukte en we grapten. ‘Ons kent ons’. Artritis en slijtage heerst in de familie, maar ik heb al genoeg bijgedragen aan de ongemakken. Dit mocht, wat haar betrof, van tijdelijke aard blijven. Daar zou ze voor duimen. Wat een glimlach teweeg bracht en de wetenschap dat erover me werd gewaakt. ‘Stil maar, wacht maar…’

Malle tweede keer, die overpeinzing en dat denken aan troost. In deze donkere dagen voor kerst, waar vocht en mist een droefheid verspreiden, maar de warmte van het verstrooide licht zo intiem en knus de gedachte leidt en er voor zorgt dat de ander meer betekenis krijgt dan anders. Vreedzaam en aandachtig.

IMG_0932.jpg

Ik bel op naar de invalschool van vandaag en deel mijn ongemak. Aan de andere kant van de lijn hoor ik de stilte en valt de hoop in scherven neer. Het enige wat ik kan doen is duimen voor nieuwe inval. Er zit niets anders op. Het is alleen voor de ochtend. De ontstekingsremmers doen goed werk, nu al. De nieuwe dag strekt zich uit in een oase van rust en tijd. Er hoeft niets meer. Eerder dan verwacht is de vakantie begonnen. Er wordt goed voor me gezorgd door dat eigenwijze lijf, dat de pas op de plaats geregeld heeft. Het voelt als een vertroosting, alweer. Kerst, het feest van de troost, van de warmte voor de ziener, die in de kleinste details kan treden. Die kleine wrijvende hand rust nu op mij en stuurt alles wat er aan beleving mogelijk is, rechtstreeks door. Wat één beeld al niet vermag!

Uncategorized

Microniveau

Gisteren hadden we een integratie middag. Nee, dat is niet wat jullie denken. Dat mensen ingeburgerd dienen te raken, door zich de Nederlandse cultuur eigen te maken. Het is een middag schoolbreed verbroederen en verzusteren en niets is leuker dan dat proces te observeren.

IMG_0911.jpg

De opdracht was: ‘Teken jezelf aan het kerstdiner’. Een rand tussen bord en tafelkleed werd letterlijk de gouden draad. De vellen hadden allemaal hetzelfde formaat, het materiaal mocht eenieder zelf bepalen. Om een uur begonnen we eraan en om half drie was het weer gedaan, met opruimen incluis. Oudere kinderen komen de vijf en zesjarigen ophalen om vervolgens naar de klas te gaan waar ze zijn ingedeeld. Daar werd de korte uitleg gegeven. Denk groot. De gouden rand met de kartels naar benenden plakken op ongeveer tien centimeter van de kant.

Luisteren is een gave en wonderlijk genoeg had ik tussen de middag de uitleg naar mijn hand gezet en maakte ik in mijn hoofd ervan dat ze elkaar gingen schilderen.De ultieme verdieping is dat, dacht ik later. Het komt waarschijnlijk omdat ik in die vorm wel vaker twee aan twee heb laten werken. Maar goed. De bovenbouwers waren geweldig in het op sleeptouw nemen van de jongere kinderen. Er werden tafels in gebruik genomen en  op de vloer gewerkt en met een overgave hadden ze binnen no time de eerste opzet al klaar. Het kiezen van de materialen, waterverf, wasco, potlood, viltstift verliep soepel.

IMG_0910.jpg

Het nam, voor sommige jonge kinderen, wel de helft van de tijd om te acclimatiseren, door de overweldigende lijfelijke ruimte die werd ingenomen en de drukte die eruit ontstond. Geleide chaos was wel een inbreuk op het doorgaans rustige leven in ons heerlijke lokaal. Reuzen in kabouterland. De verlegen blikken van een van de meisjes, die vol angstig ontzag, schouders opgetrokken, licht hellend naar de tegenovergestelde zijde, naar de verrichtingen bleef kijken en stil zwijgend de invasie gelaten over zich heen liet komen, tot ze getrokken door het proces in volle overgave mee ging doen. Of een van de jongens, die mee zwom in de bravoure van de grote stoere jongen naast hem, ook gekke ogen, ook een gekke kleur haar, ook een gekke neus.

IMG_0907.jpg

Alle stereotypen trokken voorbij, maar tegelijkertijd met die heerlijke individuele kwinkslag. De chaoot, de gestructureerde, de bedachtzame, de weifelaar en de sociale. Ze waren creatief in het vinden van hun passende oplossing, impressionistisch, expressionistisch of zo realistisch mogelijk. De naïeve schilderkunst vierde hoogtij.  De halve borden onder aan de bladzijde kreeg een extra dimensie omdat daar doorgaans het lievelingseten te vinden was. Tomaat, of aubergine, pizza, vlees of broodjes en het zoeken naar de juiste tinten om het zo realistisch mogelijk te maken was aandoenlijk. Slingers of vlaggetjes vrolijkten het op. Een en al kerst. Hier en daar zelfs wat glitter erbij.

Wat een top opdracht en wat een warme overgave om de integratie zo tot vervolmaking te zien komen. Er werd geen onvertogen woord gesproken, maar wel veel gelachen of serieus met de opdoemende problemen omgegaan.  Men hielp elkaar en leende elkaars materialen uit. Aan het eind van de rit was alles weer opgeruimd, waar het hoorde. Dat is al betekenisvol op zich, want het zegt wat over de omgang met het materiaal.

Na school hebben we in de gangen van midden-en onderbouw een lange tafelop de ramen gerealiseerd. Een groot feest van kinderen, gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar in alle maten, rangen en standen, met de gouden draad letterlijk als de verbinding in een saamhorigheid, ongeacht de verschillen, die de wereld niet zou misstaan. Dat is de kracht van op micro niveau te beginnen.

Uncategorized

Soms is zien zwijgen en zwijgen zien.

Na een heerlijke schilderochtend, de gladheid omzeild, door rustig te tuffen in een aangegeven tempo, was het haasten geblazen om op tijd voor de volgende afspraak te zijn. Utrecht in kerstsfeer dus alle wijken rondom het centrum waren volgelopen op de parkeerplaatsen. Hier en daar nog een enkele plek. Ik was de gelukkige. Het was een straatje stappen naar het Louis Hartlooper complex.

IMG_0905.jpg

Lief welkom met een groot glas thee, waar bier niet in zou misstaan, maar warm en lavend. De film wachtte op ons. De vierde zus was op het nippertje en ademde haast en ongerustheid. De kalmte daalde neer in het rode pluche van de dertiende rij van stoelen in zaal twee.

Ik nestelde me in en wachtte af. Visages Villages zond vakmanschap het zaaltje binnen, liefde en ontmoeten in de ruimste zin van het woord. De twee bijzondere zielen, die elkaar op voorspraak van hun professie hadden getroffen, verschilden een leven met elkaar. Zij, de kleine Agnès Varda was ruim de tachtig gepasseerd en haar evenknie JR had net de cruciale leeftijd van 33 bereikt. Beiden hadden de fotografie omarmd. Waarbij JR vanuit de graffitikunst uitgroeide tot het maken van gevelgrote pop-up foto’s, zocht Varda  de kleinoden van het leven en zette het naar haar beeldende handen, die sfeer en emotie verenigden in haar alziend oog. De camera is de rijkdom, de blik is onbegrensd.

IMG_0902.jpg

Samen op pad in een enorm fototoestel op wielen, die alle beelden opblies tot zijn eigen formaat. Twee mensen, de een als een springerige jonge hond, de ander met een wereld aan informatie door de jaren, ja zelfs de eeuw heen. Van Godart tot Varda en weer terug. Letterlijk. De verbazing omtrent de maskerade achter bril en hoed speelt als een rode draad, onbegrijpelijk voor een grande dame, die respect voor een ander vertaalt in een twintigste-eeuws concept.’Zet je hoed en zonnebril af voor je oma.’

In de film ontmoeten ze het leven op het dorpse platteland van Frankrijk in haar eenvoud en haar verborgen schoonheid door zich open te stellen, zoals het zich aan had geboden in de loop der jaren. De vergankelijkheid van beelden van weleer verenigd met de nieuwe frisse kijk van het heden. Ze smeden letterlijk een brug door vroeger te projecteren op het nu. Het maakt emotie los, bewondering, ontzag en respect voor beide.

De oude versleten ogen van Agnès krijgen het heldere zicht van JR mee, die zelfs het wazige veld weet te slechten in waarneembare objecten, door ze op te blazen. De verse blik van JR wordt ingebed door de diepte en de inhoud van het filosofische zicht van Agnès. Twee zielen, die elkaar ontmoeten en versterken. Kunst op hoog niveau.

Mijn bescheiden blik verliest zich in de prachtige sfeerbeelden er tussendoor. Jeugdige bravoure en de wijze ouderdom. Heel het leven en haar vergankelijkheid gevangen in één beeld, allesomvattend, zonder woorden. Het einde heeft de kracht van een ontlading die de diepe verbondenheid bevestigd. Hier hebben twee zielen elkaar geraakt. Hier is leven doorgegeven.

IMG_0898.jpg

Bij de ontluistering, door uit de duisternis het café binnengetrokken te worden, mijn bewogen geest nog op het platteland, wordt helder hoe divers iets kan binnenkomen. Mooi en sfeer zijn niet de woorden, die een ander kiest. Het is mijn hele persoonlijke beleving. Voor mij zijn het dorpsgezichten, die uitstijgen boven zichzelf door de decennialange sfeergevoelige ervaren kijk op het leven en de jeugdige fantasierijke en wereldse blik. Deze wereld ligt aan de voeten van iedereen die de moeite neemt om zich mee te laten voeren door de geest en de rijkdom van de beide fotografen, die Agnès tot een verhaal van beeld en weinig woorden heeft weten te smeden. Soms is zien zwijgen en zwijgen zien.

 

Uncategorized

Ieder heeft zijn eigen Droefboek

Michael Roosen schreef een kinderboek om om te kunnen gaan met verdriet. Het heeft de prachtige simplistische titel ‘The Sad Book’. Quentin Blake verzorgde de illustraties erbij. Zo ontstond er een juweel van een boek, die voor kinderen als klankbord zou kunnen dienen, als ze te maken krijgen met verlies en het verdriet daarom. Het Droefboek noem ik het en het is de moeite waard om met de kinderen er een te maken. Het doet me denken aan het verhaal van Uil en zijn tranenthee van Arnold Lobel. Uil denkt aan droevige dingen en plengt steeds meer tranen om een ketel vol te krijgen en er thee van te kunnen zetten. Het verdriet buigt om in een voorwaarde voor een alledaagse handeling en neemt daarmee direct de scherpe grievende randen weg van alles wat verlies veroorzaakt.

In The Sad Book heeft Michael Roosen het over het verschil in verdriet. Op de eerste plaats door het verlies van een dierbaar iemand, in zijn geval zijn zoon. Hij beschrijft zijn tegenstrijdige gevoelens daarin. Zijn woede, omdat zijn zoon hem verlaten heeft.  Soms wil hij erover praten. Bijvoorbeeld met zijn moeder maar die is er ook niet meer. Daar wordt je dan nog verdrietiger van. Het verlies roept de herinnering aan al dat verlies, dat achter je ligt, op en gaat ermee aan de haal.

Illustratie van Blake uit de Sad Book

Soms wil hij het uitschreeuwen of juist er niet over praten. Soms daalt het verdriet als een donkere wolk op hem neer en dan vraagt hij zich af waar het vandaan kan komen. Hij zoekt naar allerlei vermeende verzachtende omstandigheden. Er is verdriet dat minder pijnlijk is dan dat ene grote verlies bijvoorbeeld, iets wat iedereen wel eens overkomt. Elke dag probeert hij heel hard te denken aan iets waar hij trots op was. Dat verzacht. Of dat verdrietig zijn niet hetzelfde is als slecht zijn. Iedere dag probeert hij  iets te doen dat hem en anderen een goed gevoel bezorgt. Hij concludeert in het boek dat verdriet overal is en alom aanwezig, het komt op zijn eigen tijd en in zijn eigen uur, verdriet is iedereen. Het zoekt je en vind je en er is geen ontsnapping mogelijk. De tekeningen van Blake zijn er verhelderend bij.

Toen de vader van de kinderen overleed, was die behoefte erover te praten eigenlijk het allergrootst. Niet alleen om het onherroepelijke verlies zelf, maar ook om zijn zelfgekozen weg. We hebben een jaar lang gepraat over het dagelijkse kleine en grote verdriet. Daaruit kon ik filteren, dat het de lucht klaart als het verdriet handen en voeten krijgt en het er mag zijn. Daardoor leer je juist de verschillende vormen herkennen, zoals Michael ook beschrijft in zijn Sad Book en wordt het een toegevoegde waarde.

Zielepijn laat zich niet leiden, dat overvalt je of kapselt je in, dat blijft schrijnen of zachtjes deinen aan het oppervlak, dat is een dolksteek of een zachte vingerprik, het is hartverscheurend aanwezig of diep weggedoken. Een opmerking kan als een moker treffen. Een achteloos woord kan een wereld van verdriet oprakelen. Een ding is zeker. Ieder heeft zijn eigen Droefboek. Er zullen altijd momenten blijven dat je het tegenkomt, sluipend of in volle hevigheid maar vaker volkomen onverwachts.

 

Uncategorized

Diepgang en betekenis

Het was zo’n grauwe dag, bedoeld om een beetje te lanterfanten bij het opstarten. In het hoofd maalde kikker en de vreemdeling al geruime dagen. Varkentje met zijn rauwe snijdende stem, eend met haar temende nabouwen en Haas als een veredelde juffrouw ooievaar uit de fabeltjeskrant. Het was de dag van de Kerstavond van mevrouw Sprokkelhorst. Dat is voor de mensen uit IJsselstein en omstreken een begrip, een niet te missen gewaarwording, met ruim 90 culturele activiteiten op prachtige en bijzondere locaties en niet zelden ook in de huiskamers van de bewoners van de oude binnenstad.

Vriendin en ik hadden ’s middags afgesproken. Het schimmendoek was opgespannen maar moest nog gevormd worden tot een stabiele staat. De grote kringloop-proof schilderijenlijst was een perfect alternatief geweest voor een schimmenkast. Het idee is straks weer te gebruiken voor school. Het resultaat is lumineus met een schemerlamp erachter. De houten opbergdozen als steunen werkten perfect. Alleen moesten we ze met twee te kleine spijkertjes en een enorme hamer erin jenzen. Dat werkte niet. Schroef, schroef, schroef denderde het bij iedere hamerslag . Dat bleek de ideale oplossing.

sprokkelhorst

Check check en dubbelcheck. Bankje klaar, vogelgeluiden… Help de vogelgeluiden. Babyboomer en Iphone brachten uitkomst. Acht uur vogelgeluiden, check! Lamp, vakkundig de kap er af geschroefd. Achter het doek zag het eruit als een zonnetje. Check. Kleding in orde? Hoe kleed je een verteller en een kikker half aan. De groene panty uit de partyshop bleek een perfecte oplossing. Een pijp aan het been, een pijp over een zwarte t-shirt arm heen en klaar was kikker aan de ene kant en aan de andere kant als verteller stemmig zwart.

sprokkelhorst

Kleding voor rat, bruine harembroek en balkansokken, knotje met chinese houten pin er door. een echte vreemde eend in de bijt. Het antieke tafeltje waar de schimmenkast op moest staan, check. Lippenstift en make-up in de aanslag, check. Een paar keer oefenen en op pad. de doorloop was rommelig met al die wisselnede stemmen en poppen, maar na drie keer zat het er wel aardig in. Nu alles klaar zetten in het huis aan de Havenstraat.

Hoe bijzonder is het, dat mensen te goeder trouw,  hun huis openzetten voor de lange rij wachtenden. De hele avond buiten staan, portier spelen en standvastig de gouden regel, vol is vol hanteren. Zo’n twintig keer kan je een verhaal vertellen in drie uur, met nauwelijks pauze. Maar de beloning is groot. Het publiek luisterde aandachtig en wij genoten van de lieve verwachtingsvolle blikken in de ontvankelijke gezichten van de kinderen, maar ook van de intense beleving van het verhaal door de volwassenen. Aan het eind bleef het alle keren even stil, een moment van het verwerken van de boodschap. Die was duidelijk genoeg. ‘Het bos is groot genoeg’ zegt Haas in haar commentaar op het narrige varken en de neuzelende eend.

foto van Janine van Vossen.

Op FB schrijft Hans Oud vandaag: ‘Wie voor een betere wereld gaat, zet op het goede moment de beste stap.’ De Kerstavond van mevrouw Sprokkelhorst is voor IJsselstein elk jaar weer zo’n ‘beste stap’. De bevestiging dat we er met elkaar iets van kunnen maken. Op microniveau, maar daarom niet minder belangrijk, want de beleving en de strekking draagt verder, over alle grenzen heen. Kinderen nemen de verwondering mee, volwassenen het moment. Het is een van de vele kleine stenen in de loop van de rivier, die het meanderen richting geeft.  Mevrouw Sprokkelhorst zoekt met de wichelroede naar de onderaardse gangen, maar sprokkelt vooral warmte, sfeer en saamhorigheid. Dat geeft aan dit jaarlijkse sprokkelen die hele bijzondere diepgang en betekenis.

 

 

 

Uncategorized

De prins van zijn eigen vermogen

Een goede vriendin  van mij had een boek gekregen van de kleine Prins. Een prachtig pop-up boek in de Franse taal. Zonder omhaal werd ik voorbestemd om het te mogen ontvangen. De koningin te rijk voelde ik me. Het duurde, zoals altijd, eer ik het in ontvangst kon nemen. Heerlijke pop-ups in dergelijke uitvoeringen worden unieke reizen naar een andere dimensie. Elke bladzijde op zich is het waard om langdurig  bestudeerd te worden. De uitvoering verdient respect en aandacht. Toen ik het boek daadwerkelijk in handen had, wist ik heel zeker, dat  mijn lieve Frans-Nederlandse kleinkinderen voorbestemd waren om met dit boek aan de haal te gaan. De Hollandse versie hadden ze al van mij gekregen en nu lag er ter volmaking de Franse versie naast. Sinterklaas zou het geven op pakjesavond.

Le Petit Prince - Le grand livre pop-up

De eerste schokkende teleurstelling ‘Die hebben we al’ ebde weg toen deze Sint uitriep ‘Maar het is de Franse versie’. De oudste sloeg het boek open en begon een hoofdstuk te lezen. De methode veilig leren lezen op school, was voor hem allesbehalve veilig verlopen. Hij worstelde er al zijn hele schoolloopbaan mee en het had hem weinig vreugde bezorgd. Nu, bij elk woord dat hij las, nam de schittering in zijn ogen toe, groeide hij meters van trots en iedereen in de kamer luisterde vol bewondering naar de wijze Franse woorden van Saint Exupery en zijn kleine Prins. Er was geen mooiere ontvangst denkbaar. Het was een schot in de roos.

https://www.ipixtitude.nl/wot-deel-50-intuitie/

Gisteren was het WOT woord van Irene Intuïtie. Ik moest aan dit voorval denken toen ik haar blog las. De reis van het Pop-Up boek, het voorbestemd zijn, de keuze voor de ontvanger waren allen op gevoel gedaan. Empathie, inlevingsvermogen en inzicht lagen er aan ten grondslag, maar het volgen van de eerste impulsieve ingeving bracht de meer dan glorieuze uitwerking.

Het hele leven golft op gevoel. Dat is ons met de paplepel ingegeven. Het spreekt uit mijn voorkeur voor zorg en onderwijs, maar ook in mijn dagelijkse ontmoetingen. Zodra er een situatie ontstaat, waarbij een muurtje wordt opgebouwd, probeert intuïtie die te slechten door er doorheen te prikken en aan de haal te gaan met de empathie van de ander. Daar waar beiden elkaar ontmoeten, ontstaat onmiddellijk verbondenheid.

Een van de rijke ontdekkingen tijdens het invallen op diverse scholen is die van dat bijzondere ‘ons kent ons’ gevoel. De beleving met die ene, tijdelijke, collega waarmee je op dezelfde golflengte zit en ontdekt dat je beiden werkt vanuit je gevoel. Hier is herkenning de intuïtie. Vaak is het zo dat we elkaar aan het eind van zo’n dag in de armen vallen bij het afscheid. Bijzondere momenten zijn dat, warm en intens.

035

In de wereld van het bloggen maak ik, meer dan eens, mee, dat ik me verwant ga voelen met de schrijvers. Gevoelens lopen met elkaar op, worden eigen gemaakt, dezelfde gedachten worden gedeeld en uitgesproken. Het denken over verschillende vraagstukken is herkenbaar en onbewust trekt het je naar de schrijver of jouw lezer toe. Zo ontmoet je elkaar. Weliswaar niet in levende lijve, maar in zielsverwantschap. Daar ligt de kracht van de intuïtie. Het is er een om te koesteren. Niet altijd denken, maar ook gewoon gaan, surfen op je gevoel, vertrouwen op je innerlijke beleving en die wonderlijke impulsieve daden die er uit voortvloeien. Meer dan eens bracht het waarachtig geluk, zoals de triomf in de ogen van de kleine grote man, toen hij zonder haperen zijn Franse Kleine Prins las en zelf de prins werd van zijn eigen vermogen.

 

 

Uncategorized

Patatjes bij de Mac

Het is drukkend heet op de tribune van het zwembad, waar ouders en grootouders  zitten om de activiteiten van het kroost te kunnen volgen, die opgaan voor diploma B. Intens warm, jassen gaan uit en sjaals, vesten en daarna truien. Broers en zussen lopen in een hemdje of willen in hun blote bast. Het is ook ongezond benauwd, met de vrijgekomen chloordampen in het zwerk. Tussen de grote rij, van spanning bibberende, jongens en meisjes zit mijn kleinzoon, breedlachend. Twee duimen op naar de aanhang hoog boven hem. Het kleine stipje op de iphone haal ik dichterbij. Ik zie twee glanzende, verwachtingsvolle ogen.

004

Het Noorderbad was in mijn eigen jeugd een baken. Daar speelde een groot deel van het leven af, gedurende de zomermaanden. Met de broers mee zwemmen en met een duwtje het diepe in. Zo leerde je wel om je hoofd boven water te houden. Cecilia kon nog niet zwemmen toen ze van de kant af naar de pilaartjes sprong om zich daar op te hijsen en weer naar de kant te springen. Een keer sprong ze mis. Een sprong in het ongewisse. Ik zag haar proesten en kopje ondergaan. In geen velden of wegen was er een badjuffrouw te bekennen. Ik sprong haar achter  na. In doodsangst zette ze haar maaiende handen op mijn schouder en leunde zwaar op mij. Ik moest alle zeilen bijzetten om niet zelf ten onder te gaan. Haar angst was desastreus. Op de een of andere manier, met dat zelfde gevoel te vechten voor mijn leven, kon ik achter haar komen en haar hoofd vasthouden, zodat ik eindelijk kon zwemmen. Het beheersen was een zegening. Mijn zwemcapaciteit op z’n hondjes, die ik in overlevingsstand had aangeleerd, bleef hardnekkig aanwezig. De koude haak in mijn nek stuurde me in drilvorm naar de juiste slag, eindeloos lang voor mijn gevoel. Een diploma A en B was voldoende. Mijn halve jeugd lag ik in het water.

Het bad ging vroeg in het seizoen open en mijn moeder had een gezinsabonnement, zodat we onbeperkt konden gaan. Een lucratieve manier om ons alle elf die kans te gunnen. Als het even kon, lagen we in het koude chloorwater. Regen en wind, maar vooral koude trotserend. Niet zelden doken we met blauwe lippen op uit het ijskoude water.

Jaren later stonden we aan de rand van een groot stuwmeer in België, weifelend nog, diep weggedoken in de grote badhanddoeken, tot een van ons de sprong waagde en wij als makke schapen erachter aan sprongen. Het water was adembenemend koud en het was geen kwestie van er door zijn, maar het bleef ijzig, Bij het op de kant kruipen en weer snel in de badhanddoek wegduikend, zag ik twee pimpelpaarse tenen. We bibberden ons door de berg kleren heen en pas toen zagen we het bord met ‘Verboden te zwemmen’ staan. We waren tot op het bot verkleumd.

034

Het heldere blauwe water omsloot de kleine koppies, die hoopvol en afwachtend keken naar de grote badmeester, die met zijn microfoon de verrichtingen van zijn pupillen aanprees alsof het een olympisch record betrof. Ze waren op komen draven als de godenzonen van een eredivisie voetbalteam met de bijbehorende muziek eronder. Er was groot applaus voor elk kind bij het zes meter onder water zwemmen. Die stoere lieverd van ons zwom er als enige nog drie meter achteraan. Wij klapten onze handen blauw.

Er gingen grote cadeaus over de tafel. Ik had alleen maar knuffies bij me en oma’s trots. Dat bleek voldoende. De beloning was een grote grijns, die niet meer van zijn gezicht week en twee kleine knuisten met de duimen omhoog. Een kinderhand is nog steeds gauw gevuld. We vierden het met patatjes bij de Mac.

 

Uncategorized

Volledig in de ban

Door het droevige verhaal over het overlijden van een trouwe viervoeter met een naam van de elf Elyn uit ‘In de ban van de ring’ van Tolkien reisde ik jaren terug in de tijd naar het moment van de eerste kennismaking met De Hobbit en de trilogie.

Ik was een jaar of zestien en werd onmiddellijk ingepakt door de kleine dwerg. Dat was in die tijd toch het leven, wegdromen op de golven van de fantasie. Alles wat een puber kon overkomen, werd bewaarheid, maar boeken waren de zachte, zalvende doekjes voor het bloeden. Door af te reizen naar de voorgeschotelde wereld was ontsnapping mogelijk. Ik reisde mee met de Hobbit Bilbo Balings, die in dat grote avontuur terecht kwam en las ademloos de drie dikke delen vol fantasie en vreemde wezens uit. Wat een groot schrijver was deze man, dat hij je zo vast kon houden in de greep van het verhaal of liever gezegd ‘In de ban’ net als Bilbo Balings, Gandalf en de dertien dwergen.

067.jpg

Voor in het kleine pocketboek van de Hobbit stond de infrastructuur opgetekend van die wondere wereld, evenals de eigen taal en de karakters. Ikk kon het dromerige dorp zien liggen in het dal tussen de groene heuvels. Het gemoedelijke karakter van de kleine dwergen, die in mijn beleving er niet als kabouters uitzagen. Gandalf was de grote Eminence grise, die wijs en waardig hen met raad en daad bij stond. Begin jaren zeventig kwam er een langspeelplaat uit met dromerige muziek, die de sfeertekening in het hoofd prachtig omlijstte. Ze werd grijs gedraaid, terwijl ik de boeken las en herlas. Dat stuk Tolkien werd een deel van het leven.

Sommige literatuur zet de toon. Alle klassiekers behoren daartoe. Alleen op de wereld, Alice in wonderland, Poehbeer, de kleine prins en in die hele speciale fase in het leven deze. De manier waarop het boek me vasthield, was de reden dat ik die heerlijke beelden in mijn hoofd niet wilde bezoedelen met die van een ander. Ik heb de film nooit willen zien. Mijn Bilbo en mijn Gandalf waren de enige echte, daar kon onmogelijk een blauwdruk van zijn.

125

De boekenkasten groeiden en groeiden. ‘Tot in de hemel’ zou mijn moeder zeggen. Tot in de zevende hemel zelfs. Straks, als ik alle tijd van de wereld heb, is er de kans om weer in de wereld van het boek te duiken. Het hoofd is gevuld met jaren aan extra bagage, hoe anders zal het zijn te lezen. Het is de vraag of en hoe de waarneming nog steeds dezelfde ervaring kleurt. Ik ben benieuwd. De andere klassiekers heb ik nog wel eens opgeslagen om bepaalde passages na te lezen, zinsneden op te zoeken, maar het boek van de hobbit en de drie dikke delen van in de ban van de ring bleven dicht. Kan het verhaal weer net zo meeslepend zijn als in die hele belangrijke puberale ontmoeting.

De lieve te jong gestorven Schotse collie is in het rijk van midden aarde, een ster tussen de andere sterren. Het hoofdstuk is uit, maar de herinneringen blijven, samen met de beelden in het hoofd. Een leven lang om ze te koesteren en inspiratie uit te blijven putten net als door de troostende werking van het boek op een keerpunt in het leven. Volledig in de ban.

Uncategorized

Niet klagen, maar dragen

Wandelende sneeuwpoppen, daar moest ik aan denken, toen ik gisterenavond in de sneeuwstorm van school naar het station moest lopen en er maar geen bus kwam. Ik had een tijdlang bij de bushalte gewacht. Alleen de stapvoets rijdende auto’s kraakten nu en dan de sneeuw dwars door de huilende wind om de flatgebouwen heen. Stuifsneeuw schuurde bij vlagen priemend langs het stukje onbedekte neus en wang.

cropped-118.jpg

Wiebelende tenen in mijn stevige zwarte kisten, blij met het halve maatje te groot. Kou deerde hen niet. Jas en sjaal waren, van die twee kilometer van school af, bedekt met een dikke laag witte nattigheid. Aangekleed gaat uit, wandelende sneeuwvrouwen. Na een half uur wachten zat er niets anders op dan de sneeuw te trotseren. Nog geen halve rij huizen van de halte verwijderd, stoof een bus voorbij. Een glimp van zijn achterlichten werd opgevangen onder het schild van doek en sneeuw. Ik sjokte hijgend voort, terwijl de wind, maar ook de natte lappen voor neus en mond de adem benam. Waar was dat vermaledijde station. Aan de andere kant van het centrum, wees een vriendelijke sneeuwpop, die in tegengestelde richting liep, de weg en hij lachte vriendelijk een wit craquelé.

Dicht langs de voortuintjes, in de winkelstraten dichter langs de kleurige en verlichte etalages. Mensen sloten deuren, ratelende hekken zakten in allerijl naar beneden. Ze verdwenen naarstig de hoek om of stapten, gewapend, de koude nattigheid in. Gedachten sneeuwden net zo onder als het vege lijf en bedachtzaam, de blik op de volgende stap gericht, herhaalden ze de mantra. ‘Station, station, station.’

NS Station Woerden 07.JPG station Woerden

Na ruim een half uur lopen blonken de neonlichten mij warm en troostrijk toe, maar binnen onder de grote tochtige overkapping boven de sporen, sloeg de vrieskou pas echt neer. De wachttijd viel nauwelijks te overbruggen. De sprinter reed, als enige, alle intercity’s waren uitgevallen. In de trein moesten natte lappen afgeslagen en uit, koude handschoenen van de vingers, vlees en bloed de ruimte geven, laten doorstromen, tintelen en nog niet denken aan het walhalla van het hoekje in de grote bank, thuis.

Utrecht Centraal was overvol. Overal tuurden mensen hoopvol en weifelend naar de grote borden, tot ook die functie stokte en alleen de blikken omroepstem de aankondigingen deed. ‘Beste reizigers’ galmde het elke minuut.  De koffie in de kiosken op de perrons was gratis, als doekje voor het bloeden. Tot overmaat van ramp reden de bussen nét niet meer. Vlak voor onze voeten daverde een vracht sneeuw met een enorm geraas van de brede richels van de traverse naar beneden op het glimmende wegdek als onderschrijving van het dreigende gevaar. De tram. Gezegend zijn de steden waar een tram of metro rijdt.

025

De meute zette spoorslags in naar taxi en tram, om buiten weer in een oogwenk te veranderen als haastig schuifelende sneeuwpoppen. De lift was nog vrij, de roltrap staakte. In de opening beneden kleumden vier dakloze mannen. Ze dronken een slok en praatten raspend, een man lachte zijn haveloze rij tanden bloot. Met een klap was ik terug in de realiteit. Wat had ik nou te klagen om een kleine barre winterse vesting van drie uur, waar mensen een heenkomen moesten zoeken in de beschutting van een buitenlift, die haar deuren ontsloot.

In de warmte van de tram schoven de beelden in elkaar. De sneeuwmannen tegen de lift aangeplakt, de vermoeidheid en het koukleumen. Mijn huis opent deuren naar echte behaaglijkheid. Bij het ontbreken daarvan, rest je niet anders, dan een surrogaat te zoeken. Barre winters, niet voor ons, maar voor de dak-en deurlozen. Alleen al bij het denken eraan, stijgt het schaamrood je naar de wangen. Niet klagen, maar dragen. Het kan altijd nog heel wat graden kouder!