Uncategorized

Patatjes bij de Mac

Het is drukkend heet op de tribune van het zwembad, waar ouders en grootouders  zitten om de activiteiten van het kroost te kunnen volgen, die opgaan voor diploma B. Intens warm, jassen gaan uit en sjaals, vesten en daarna truien. Broers en zussen lopen in een hemdje of willen in hun blote bast. Het is ook ongezond benauwd, met de vrijgekomen chloordampen in het zwerk. Tussen de grote rij, van spanning bibberende, jongens en meisjes zit mijn kleinzoon, breedlachend. Twee duimen op naar de aanhang hoog boven hem. Het kleine stipje op de iphone haal ik dichterbij. Ik zie twee glanzende, verwachtingsvolle ogen.

004

Het Noorderbad was in mijn eigen jeugd een baken. Daar speelde een groot deel van het leven af, gedurende de zomermaanden. Met de broers mee zwemmen en met een duwtje het diepe in. Zo leerde je wel om je hoofd boven water te houden. Cecilia kon nog niet zwemmen toen ze van de kant af naar de pilaartjes sprong om zich daar op te hijsen en weer naar de kant te springen. Een keer sprong ze mis. Een sprong in het ongewisse. Ik zag haar proesten en kopje ondergaan. In geen velden of wegen was er een badjuffrouw te bekennen. Ik sprong haar achter  na. In doodsangst zette ze haar maaiende handen op mijn schouder en leunde zwaar op mij. Ik moest alle zeilen bijzetten om niet zelf ten onder te gaan. Haar angst was desastreus. Op de een of andere manier, met dat zelfde gevoel te vechten voor mijn leven, kon ik achter haar komen en haar hoofd vasthouden, zodat ik eindelijk kon zwemmen. Het beheersen was een zegening. Mijn zwemcapaciteit op z’n hondjes, die ik in overlevingsstand had aangeleerd, bleef hardnekkig aanwezig. De koude haak in mijn nek stuurde me in drilvorm naar de juiste slag, eindeloos lang voor mijn gevoel. Een diploma A en B was voldoende. Mijn halve jeugd lag ik in het water.

Het bad ging vroeg in het seizoen open en mijn moeder had een gezinsabonnement, zodat we onbeperkt konden gaan. Een lucratieve manier om ons alle elf die kans te gunnen. Als het even kon, lagen we in het koude chloorwater. Regen en wind, maar vooral koude trotserend. Niet zelden doken we met blauwe lippen op uit het ijskoude water.

Jaren later stonden we aan de rand van een groot stuwmeer in België, weifelend nog, diep weggedoken in de grote badhanddoeken, tot een van ons de sprong waagde en wij als makke schapen erachter aan sprongen. Het water was adembenemend koud en het was geen kwestie van er door zijn, maar het bleef ijzig, Bij het op de kant kruipen en weer snel in de badhanddoek wegduikend, zag ik twee pimpelpaarse tenen. We bibberden ons door de berg kleren heen en pas toen zagen we het bord met ‘Verboden te zwemmen’ staan. We waren tot op het bot verkleumd.

034

Het heldere blauwe water omsloot de kleine koppies, die hoopvol en afwachtend keken naar de grote badmeester, die met zijn microfoon de verrichtingen van zijn pupillen aanprees alsof het een olympisch record betrof. Ze waren op komen draven als de godenzonen van een eredivisie voetbalteam met de bijbehorende muziek eronder. Er was groot applaus voor elk kind bij het zes meter onder water zwemmen. Die stoere lieverd van ons zwom er als enige nog drie meter achteraan. Wij klapten onze handen blauw.

Er gingen grote cadeaus over de tafel. Ik had alleen maar knuffies bij me en oma’s trots. Dat bleek voldoende. De beloning was een grote grijns, die niet meer van zijn gezicht week en twee kleine knuisten met de duimen omhoog. Een kinderhand is nog steeds gauw gevuld. We vierden het met patatjes bij de Mac.

 

2 thoughts on “Patatjes bij de Mac

Comments are closed.