Uncategorized

Niet klagen, maar dragen

Wandelende sneeuwpoppen, daar moest ik aan denken, toen ik gisterenavond in de sneeuwstorm van school naar het station moest lopen en er maar geen bus kwam. Ik had een tijdlang bij de bushalte gewacht. Alleen de stapvoets rijdende auto’s kraakten nu en dan de sneeuw dwars door de huilende wind om de flatgebouwen heen. Stuifsneeuw schuurde bij vlagen priemend langs het stukje onbedekte neus en wang.

cropped-118.jpg

Wiebelende tenen in mijn stevige zwarte kisten, blij met het halve maatje te groot. Kou deerde hen niet. Jas en sjaal waren, van die twee kilometer van school af, bedekt met een dikke laag witte nattigheid. Aangekleed gaat uit, wandelende sneeuwvrouwen. Na een half uur wachten zat er niets anders op dan de sneeuw te trotseren. Nog geen halve rij huizen van de halte verwijderd, stoof een bus voorbij. Een glimp van zijn achterlichten werd opgevangen onder het schild van doek en sneeuw. Ik sjokte hijgend voort, terwijl de wind, maar ook de natte lappen voor neus en mond de adem benam. Waar was dat vermaledijde station. Aan de andere kant van het centrum, wees een vriendelijke sneeuwpop, die in tegengestelde richting liep, de weg en hij lachte vriendelijk een wit craquelé.

Dicht langs de voortuintjes, in de winkelstraten dichter langs de kleurige en verlichte etalages. Mensen sloten deuren, ratelende hekken zakten in allerijl naar beneden. Ze verdwenen naarstig de hoek om of stapten, gewapend, de koude nattigheid in. Gedachten sneeuwden net zo onder als het vege lijf en bedachtzaam, de blik op de volgende stap gericht, herhaalden ze de mantra. ‘Station, station, station.’

NS Station Woerden 07.JPG station Woerden

Na ruim een half uur lopen blonken de neonlichten mij warm en troostrijk toe, maar binnen onder de grote tochtige overkapping boven de sporen, sloeg de vrieskou pas echt neer. De wachttijd viel nauwelijks te overbruggen. De sprinter reed, als enige, alle intercity’s waren uitgevallen. In de trein moesten natte lappen afgeslagen en uit, koude handschoenen van de vingers, vlees en bloed de ruimte geven, laten doorstromen, tintelen en nog niet denken aan het walhalla van het hoekje in de grote bank, thuis.

Utrecht Centraal was overvol. Overal tuurden mensen hoopvol en weifelend naar de grote borden, tot ook die functie stokte en alleen de blikken omroepstem de aankondigingen deed. ‘Beste reizigers’ galmde het elke minuut.  De koffie in de kiosken op de perrons was gratis, als doekje voor het bloeden. Tot overmaat van ramp reden de bussen nét niet meer. Vlak voor onze voeten daverde een vracht sneeuw met een enorm geraas van de brede richels van de traverse naar beneden op het glimmende wegdek als onderschrijving van het dreigende gevaar. De tram. Gezegend zijn de steden waar een tram of metro rijdt.

025

De meute zette spoorslags in naar taxi en tram, om buiten weer in een oogwenk te veranderen als haastig schuifelende sneeuwpoppen. De lift was nog vrij, de roltrap staakte. In de opening beneden kleumden vier dakloze mannen. Ze dronken een slok en praatten raspend, een man lachte zijn haveloze rij tanden bloot. Met een klap was ik terug in de realiteit. Wat had ik nou te klagen om een kleine barre winterse vesting van drie uur, waar mensen een heenkomen moesten zoeken in de beschutting van een buitenlift, die haar deuren ontsloot.

In de warmte van de tram schoven de beelden in elkaar. De sneeuwmannen tegen de lift aangeplakt, de vermoeidheid en het koukleumen. Mijn huis opent deuren naar echte behaaglijkheid. Bij het ontbreken daarvan, rest je niet anders, dan een surrogaat te zoeken. Barre winters, niet voor ons, maar voor de dak-en deurlozen. Alleen al bij het denken eraan, stijgt het schaamrood je naar de wangen. Niet klagen, maar dragen. Het kan altijd nog heel wat graden kouder!

3 gedachten over “Niet klagen, maar dragen

  1. Nou deze komt binnen en ik was nog geneens buiten. Heb sowieso al te doen met het leed van de dak-en thuislozen waarvan *we verwachten dat ze die buiten normale mensen zullen worden. Koud ijskoud. Genoegen redenen om niet meer te kunnen dragen, bezweken.

    Fijn dat je vingers weer warm hebt kunnen typen en ik ff mee was op je barretocht.
    Warme armen, iedereen heeft ze nodig! X

    Like

    1. Het was zo’n tegenstelling, die doorgewinterde mannen te zien in tegenstelling tot al die hummige mensen! Op Hoog Catharijne worden ze waarschijnlijk weggejaagd, 😦

      Geliked door 1 persoon

  2. Wat heb je dat mooi verwoord, vooral ook de tegenstelling tussen dak- en thuislozen met ons die onder dak wonen en zo een (warm) thuis hebben. Hoop dat middels jouw verhaal de mopperaars en chagrijnen als er sneeuw valt en het koud is, eens wakker worden geschud. Hoe goed toeven is het in ons verwarmde nest ten opzichte van de kou buiten…

    Like

Reacties zijn gesloten.