Uncategorized

Blauwdruk in meervoud

Ik lees een aantal blogs van anderen door en stuit op een opmerking van een van hen, die lang blijft nazinderen: ‘Als je ouder wordt, word je steeds onzichtbaarder voor de buitenwereld, tenzij je al een onuitwisbare indruk hebt gemaakt.’

Ik denk graag in blauwdrukken. Als je ergens geweest bent, ligt daar een stukje zelf voor de volgende te wachten. Door een voetstap, een hand die langs de muren glijdt, de warmte die achter je blijft hangen. Ik denk vaak aan mijn moeder en haar voetstappen. Op elke plek die zij door haar ogen heeft bezien, voel ik haar aanwezigheid. Zij heeft mij geleerd er zo naar te kijken. De schoonheid van de lucht, de bloemen in haar stadstuintje, de liefde voor de oude stad, ja zelfs het oude deel van Hoog Catharijne, waar ze verbaasd en vol verwachting haar eerste Mac binnenliep om met een van haar kleinkinderen een patatje te smullen.

scannen0016

Met hetzelfde glorieuze gevoel troonde ze ons daarna mee naar Betje Boerhave achter Het Hoogt, in een tocht van het moderne heden naar het historische verleden, waar zij als kind zo vaak een kruidenier was binnengelopen. Als we dan zuurstokminnend door de Kloostergang slenterden en ze, zittend op de rand van de fontein, ons wees op de gewelfde poorten en de schansen, waren de beelden zo zoet als de zuurstok lang was. Dat waart rond in Utrecht. De liefde voor de oude stad. Toen dochterlief gisteren het onderwerp verhuizen aanroerde en zich afvroeg waar die voorliefde voor de oude stad vandaan kwam, schoven pas veel later deze beelden voor ogen.

De stille zondagmorgen op de Nieuwe gracht onder het luiden van de klokken en de eeuwige zondagsrust als een deken van stilte over de weerspiegelende grachten. Ik loop er in gedachten rond, met een krant en verse broodjes voor bij het ontbijt en op mijn balkon geniet ik van de eerste ochtendzon. Daar kan ik van dromen.

019

Het zijn de winkels niet, de drukke Oude Gracht laat ik voor wat het is. Het is de bloemenmarkt op zaterdag op het Janskerkhof, een film in de voetstappen van mijn vader, het Louis Hartlooper. Het is de Twijnstraat, het Museumkwartier, de statige oude Hortus. Het zijn de Singels, de bomen, de beelden, de schoonheid van een rijk verleden. Het is de Maliebaan, de voetstappen van vriendin en mij in het Wilhelminapark met het bankje in de late avondzon, het is het park Bloeyendael met de paddenpoel, de witte roosjes van de de Guirlande d’Amour met haar troostende zachte weeïge geuren. Het zijn de stegen in Oudwijk en Witte Vrouwen, de spoorbaan er dwars doorheen. Het is het Julianapark met het roestige hek,  de hoge heuvel met haar paaseieren, beer en de oude bomen.

scannen0006

Het zijn de voetstappen van het kind in mij, die van mijn moeder, die van mijn kinderen, die van hun kinderen. En alles vlecht zich in elkaar. Je bent altijd ergens, laat overal iets na. Een gedachte, een herinnering, een anekdote, een lievelingsgerecht. Eigen-aardigheden die jou en daarmee de anderen vormen. Hoe oud je ook bent.

IMG_7554

Pluis ligt aan mijn voeten te soezen. De zon schijnt. Het idee van verhuizen heeft me vannacht bezig gehouden. Ik was in een oude citroënbus een dundoek aan het ophangen. Om me heen werd het vol en lawaaiierig. Het leek op Vierhouten tijdens een volksdansfestival. Toen ik even weg was, repte het hele veld zich leeg. Daar stond ik. Geen tent en geen reuring meer te bekennen. Alleen ik met het vermaledijde dundoek. Wat vertelde de droom. Een toekomstbeeld, een waarschuwing, of niet meer dan een malle voorstelling van zaken.

Hoe ik het leven ook in een koffer zal proppen, mijn voetstappen liggen overal. Je hebt geen wereldfaam nodig, om een blauwdruk in meervoud achter te laten.

 

Uncategorized

Nieuw elan met frisse teugen

Steeds beter uit de voeten. Stofzuigen boven, badkamer, stofzuigen beneden, kattenbak, toilet, bloemen verzorgen. Miep Kraak schuift er door heen. Nou ja, met de nodige ingelaste pauzes, maar toch. Bij elkaar is de inspanning goed voor de helft aan energie van gisteren. Het zijn alledaagse dingen die gedaan moeten worden en dat het veel is merk je pas, als het een tijdje heeft stilgelegen. Zuslief op de thee. We luisteren naar Dido en Aeneas, een kameropera van Purcell, die ze woordelijk mee kan zingen. Door het zoeken naar een klassiek koor in de buurt, tovert Google dit uit de hoge hoed. Het is een koor van formaat. Wat ze brengen klinkt goed. Het verhaal is een oude klassieker. Een ander meesterwerk, maar in een hele nieuwe jas, is L’Orfeo van Reisopera, een voorstelling die hoog op de wensenlijst staat. Vier vrouwen hebben het stuk vanuit diverse invalshoeken benaderd en vorm gegeven. Dans, drama, zang, kunst en kostuum zijn volledig op elkaar afgestemd en vloeien in elkaar over.  Het enthousiasme van de makers werkt aanstekelijk.

We zoeken en kijken en theeën en kletsen een genoeglijk uurtje bij elkaar in het kader van ‘Na gedane arbeid is het zoet rusten’. In mijn bankhangperiode ben ik vooral aan het droedelen geslagen. Van schilderen komt niets, al staat de ezel met het grote witte doek uitdagend in de kamer. Een boek lezen is ook nog niet aan de orde. Letters en woorden blijven los zand, onsamenhangend, de concentratie ontbreekt. Geduld is wat telt. Kalmpjes aan, alles op z’n tijd.

Tekenen is een fijn tijdverdrijf. Gedachteloos droedelen en kijken of je de juiste snaar weet te pakken. In de vaste stek, een hoek van de bank, ligt mijn huisatelier opgestapeld. De fineliners, de zwarte schetsboekjes A5, het tekendagboek met haar mooie rijkgeborduurde kaft, mijn Urban Sketch-set met de aquarel in de aanslag en tijdschriften voor de inspiratie en het tijdverdrijf. Op televisie komen de vergrijzende dorpen voorbij en buurtbewoners die zelf winkels in stand houden Op Twitter maakt men gewag van het feit dat in diezelfde dorpen gymzalen, bibliotheken en cultuurhuizen noodgedwongen moeten stoppen, omdat er geen geld meer is. ‘Het kind met het badwater weggooien’, zei men vroeger. Eeuwig zonde omdat al dat soort voorzieningen hard nodig zijn voor de balans.

IMG-7542

Ik krabbel mezelf, uitwaaierend aan de Lek, en geniet opnieuw van de gedachte alleen al. Het wordt de hoogste tijd voor de tuin. Ik wil zien of roodborst er nog steeds is. Natuurlijk kijken de wilgen me met hun kale staketsels afwachtend aan. Die moet ik laten voor wat ze zijn. In februari misschien een knotterij organiseren met stoere vrouwen en mannen met spierballen en lucht. De weg er naar toe is nog een klein obstakel, maar ook dat valt bijna te slechten. Het blijft een kwestie van doseren. Aken en Keulen zijn ook niet op een dag gebouwd.

Maandag mag ik weer. Dan is de presentatiedag van Bureau Bannink en durf ik het erop te wagen. De voorstellingen vinden plaats in de Kom en dat is voor mij een thuiswedstrijd. Ik mag op elk willekeurig tijdstip in- en uitstappen. Dat maakt het behapbaar. Eindelijk weer een verse voorraad aan gedachten, associaties, inspiratie en beleving. Het is hoog tijd. Achter de geraniums is nog lang niet aan de orde. Met moed, beleid en trouw spreidt de weg zich en slingert voort. Nieuw elan met frisse teugen.

 

 

 

Uncategorized

Mind my mind

Het was prachtig weer gisteren en het kostte dan ook geen moeite om naar buiten te gaan, zodra het ochtendleed geleden was en de hoofdpijn was weggetrokken. Ik wilde water en weidsheid zien op deze eerste dag na zoveel weken gekluizel.

IMG_7496  IMG_7526

Bij Everdingen zijn de uiterwaarden aardig te belopen. Ik reed door tot aan het Spoel en parkeerde daar de kleine Blauwe. Hochie op en de dijk oversteken. Het was modderig en ik slibberde al stiefelend over de grassen, maar wat fijn om weer te kunnen wandelen. De temperatuur was niet te koud en de lucht zo strak blauw. Het fototoestel lag thuis. Met de telefoon was het bereik beperkt, in ieder geval niet genoeg om de eenden aan de overkant op de foto te zetten, dus legde ze het kleine geluk vast.

IMG_7503  IMG_7508

Dapper bloeiende madelieven, een rozet van de driedistel met fijne haartjes als spinrag er doorheen geweven, konijnenkeutels, een mysterieuze holle boom, de pier met het kabbelende water erom heen. Twee veertjes op wereldreis in het koude nat, het eerste frisse beloftevolle groen, het goud kleurende riet, oplichtend in het zonlicht.

IMG_7511  IMG_7521

Terwijl de zon zich op ging maken voor een glorieuze ondergang, zoals alleen zij kan, schreven vliegtuigen boodschappen in het blauw en mijmerde ik, leunend tegen de enige paal op de pier, mijn eerste overwinning. Het bleken in totaal 4000 stappen te zijn, goed voor 2,2 km. De kop was eraf.

Onderweg kleurde de dijk met haar rietkragen en de uiterwaarden zacht oranje. Bij de supermarkt kwam ik dichtvriendin tegen. Uitwisselingen over het Buddy-zijn en betekenis kunnen geven door ervaring te delen. Over het dagelijkse bestaan, mannen met pensioen. Over de door onszelf naar ons toe getrokken rol van vrouw en moeder, het gemis aan leunen bij ziekte en in kwetsbaarheid, het overwinnen, maar soms zo graag even dat kind willen zijn, dat tegen de schouders van een van de ouders, aan wil leunen. ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia de Brey, dat gevoel.  We omhelzen elkaar en beloven in het voorjaar bij uitbottende natuur weer samen te komen. Een prachtige en krachtige vrouw met zoveel mooie dingen in zich.

Met de buit aan boodschappen naar huis en dan de bel. De grote boodschappen. Daar heeft zoonlief voor gezorgd. Kilo’s aan kattegrit en grutterijen vier trappen op in twee enorme dozen. In paniek bedenk ik me dat het enige losse geld een euro is als fooi. Waarom schaam ik me toch altijd bij zulke acties. Omdat wij nog kunnen lopen, zij het wat beperkt. Het sjouwen is echt nog even een brug te ver. O lieve jonge jongen, kon je mijn hersenspinsels maar wegvagen, maar hij zei: ‘Ik dacht dat er een lift was’. Bijtend zuur in mijn schuldgevoel.

Bij ‘De Wereld Draait Door’ zijn er drie mensen die over de animatiefilm ‘Mind my mind’ van Floor Adams praten en proberen uit te leggen, dat dat mannetje in het hoofd van de autist een juiste weergave is. Knap verwoordt de film de problemen die opdoemen. Elk detail wordt gesignaleerd om daarna te proberen alles te rubriceren. Als het teveel is, mondt het uit in Chaos. Dat waren de handen voor de oren van mijn lieve leerlingen, die in een overvolle lawaaierige gemeenschapsruimte naarstig bij me op schoot kropen of  wegdoken in een hoekje.

Op FB blogt een lieve vriendin over normaal doen en zijn. Voor mij bestaat de norm niet. Ieder heeft eigen kwaliteiten en begrenzingen. Ruimte inbouwen en niet beknotten lijkt me een uitstekend gegeven. Je moet het niet willen doorgronden, je moet het voeden. Daaruit onstaan de mooiste ideeën. ‘Mind my mind’.

 

Uncategorized

Opgaan in verwondering

Het hoofd zit nu al een paar dagen ’s ochtend in de bankschroef. Lastig want het belemmert het vrije denken. Wist niet dat die bijholtes zo aanwezig konden zijn. Het maakt op het ogenblik zelfs het schrijven lastig. Buiten schijnt de zon uitbundig en heeft voor mijn gevoel eindelijk een winterse tint gekregen. Straks, als de pijn afzwakt, meestal rond een uur of twee, een wandeling langs de Lek proberen te maken, misschien brengt nieuw zuurstof nieuw elan, of waait het de verstopte grijze cellen open.

IMG_7492

Om de weerstand op te bouwen eet ik Ijslandse Skyr met wonderfruit als mango, papaya en granaatappel.  Een beetje zonneschijn en warmte in mijn schaaltje. Vriendinlief en ik waren gisteren aan het sparren over overwinteren.  Via Ibiza naar Portugal, een maand of drie. Voor het eerst begrijp ik waarom je tot een dergelijke keuze komt. Mijn verplichte winterslaap is er debet aan. Suffig immobiel apparaat, dat lijf van mij en al ondersteboven door een klein tegendraads virus.

IMG_5515

Vandaag had ik eigenlijk kinderen bij het project Jan en Jet moeten begeleiden. Het was er prachtig weer voor. Het door de groene zeep, bleke warme water in de teil. De kreten van afkeer bij de speculaas poepluier. Ik kan het zo voor me halen. Hoge schelle stemmetjes. ‘Eek, dat ga ik niet doen hoor’. En dan toch de lol laten zien van het schrobben, het klappen van de schone luier en het ophangen zonder knijpers. Het wonder van de dubbele touwen. We hebben helemaal niet zo veel nodig, als we denken. Weg met die knijpers.

ik op school

Ondertussen draait er een was en komt er op facebook een herinnering langs van school. Toveren met pandakrijt. De kinderen stonden allemaal op de bank. Dat was al feest als dat mocht. Iedereen kon het dan zien. Kleuren aanbrengen over elkaar heen en dan het ultieme zwart. Met de prikpen de tekening krassen. Kleine prachtige miniaturen van schilderijen. Ineens weet ik, wat ik moet gaan doen. Alle technieken die we ooit bedacht of bij elkaar verzameld hebben, uitvoeren, op beeld zetten en op die manier bewaren voor het kroost, dat straks uit de onuitputtelijke wonderwereld van oma mag putten.

Dat zijn er in die dertig jaar heel wat geworden. Gisteren heb ik de uitzending van DWDD teruggekeken en me kostelijk vermaakt met het enthousiasme waarmee Ramsey Nasr een piepklein deel van de collectie uit zijn wunderkammer toont. Wat een heerlijke man. Ik ben verkocht. Hij houdt van de meest wonderlijke rariteiten. Een ander woord voor wonderkamer is rariteitenkabinet.

Vroeger, toen ik klein was, liepen we regelmatig naar de Amsterdamse Straatweg en kwamen dan langs een hoekhuis tegenover een plein. Met bonzend hart en klamme handen schoof ik langs het venster en tenenspitzend hield ik me vast aan de vensterbank. Daar stonden de meest wonderlijke opgezette dieren in alle soorten en maten. Glazige ogen keken op me neer en de spanning om die griezelige dode dieren schroefde mijn keel dicht. Nu nog denk ik te weten, hoe het daarbinnen rook tussen het pluche en de mottige stoffige gevederden en herten, marters en wezels. Ik ben er echter nooit binnen geweest. De herinnering is een combinatie van iets met oma en de salamander op het worteldoek, boenwas, dood en de grijze ouderdom. De ooievaar met haar lange snavel toornde erbovenuit, maar klepperde nooit meer. Zo klein als ik was, wist ik dat. Twee kamers vol, om te griezelen, in het doodnormale hoekpand van het rijtje.

Nasr vertelt aanstekelijk en nu wordt zijn eigen wonderkamer samen met de verzamelingen van Willem Jan Hoogsteder en Jan Bleuland tentoongesteld in Museum Gouda. Een bezoek waard, als de tijd daar is. Om de fascinatie een beetje te doorgronden die erachter steekt. Het leven ervaren tot in het kleinste detail. Opgaan in verwondering.

Uncategorized

Heerlijke deelzaamheid

De waarheid ligt in het midden. Daar moest ik aandenken toen er een verontwaardigde boodschap langs kwam met, in zwarte dikgedrukte letters, de volgende aanhef: ‘Rode kaart voor amateurvoetballer na slokje uit bidon’. Alle alarmbellen gaan af bij elke voetbalminnende lezer.

Ergens onder het commentaar wordt er gelukkig een nuance aangebracht. De betreffende speler was uit het veld gestapt en had niet gewacht tot de scheidsrechter hem toestemming gaf weer terug te komen. Die hanteerde straf de regel. Je kan hem betichten van geneuzel in de marge, uitmaken voor  controlfreak of regelneef, maar het feit blijft staan. Een oordeel is gauw geveld, zeker als iets uit de context wordt getrokken en een verhaal zo gekleurd is.

Door de decennia heen heb ik geleerd om elk nieuws af te wachten. Op de eerste plaats omdat men ons vroeger leerde, dat de soep nooit zo heet gegeten werd als ze wordt opgediend, maar ook omdat feitelijke nieuwsgaring zeldzaam is. Een kleurrijk overgoten sausje is snel gegeven. Collectieve verontwaardiging laten bij mij de alarmbellen rinkelen.

IMG_7488

Ik schrijf het op en buiten kleurt de wereld een schilderij. Adembenemend mooi, een kleine postzegel die aan mijn oog voorbij trekt.  Op de eerste pil van de antibioticakuur, waarom hebben die toch altijd het formaat van een slagschip, soes ik weer weg. Het pijnlijke hoofd op het kussen. Straks is het weer voorbij, weet ik en tel mijn zegeningen. De mensen op de afdeling moeten het alweer een week zonder mijn koffie en thee doen. Zij zijn pas echt ziek en in het ergste geval gaat het ook niet meer over. Ik mis het werk, de gesprekken, de voorzichtig opgebouwde verbondenheid.  Het brengt de broodnodige balans door de relativering en de bewustwording van de waarde van het leven.

Ik denk aan de vrouw die ‘onze’ Aart heeft aangereden. ‘Buiten haar schuld’ luidde het oordeel. Gelukkig maar. Haar bagage is al twee keer zo zwaar geworden door het feit alleen al. Ik stel me haar slapeloze nachten voor, het woelen, de herinnering aan het moment en de wens om alles over te mogen doen. Ik voel met haar mee. Soms zou je willen dat uitgummen mogelijk was. In kringgesprekken deed ik dat wel met de kinderen. ‘Terugspoelen en opnieuw beginnen. Hoe zou je het dan aanpakken’. Het was altijd een mooi moment van bewust worden en in oplossingen denken. Soms valt er niet te kiezen of terug te spoelen. Dan sta je voor een voldongen feit.

Nog een sof. Ik zou voorlezen aanstaande vrijdag bij kleinzoon 3. Ik had me erop verheugd. Vorig jaar had ik het ook gedaan. Met een kleine groep in de poppenhoek. Een mooi boek, door een van de kinderen uitgekozen en die intieme sfeer als we zo dicht bij elkaar een reis gaan maken. Ik had het boek ‘Eiland’ van Mark Janssen willen gaan lezen, om de reacties te testen. Een boek zonder letters. Toen ik kleinzoon 2 over dit fenomeen vertelde, sprong hij juichend op. Ze hebben op school voornamelijk zijn leeshonger getemd. Hij kan geen letter meer zien en zet zich er op alle fronten tegen af, maar hij is gek op verhalen. In de media rept men over het taalniveau, de taalachterstand, de slechte basis, als de kinderen het middelbaar onderwijs binnenwandelen

Het wordt niet voorkomen door boeken erin te pompen. Het wordt pas opgelost, als je de liefde voor het lezen kan overbrengen en doorgeven. Iedere dag wat verhalen. Heerlijk vond ik het. Een vast boek met een cliffhanger en dan de losse verhalen en versjes nog. Taalspelletjes uit het taalhandboek, waar vingergrappen in verwerkt waren. We kennen in Nederland een schat aan versjes, de meest heerlijke, grappige  en ondenkbaar prachtige teksten, zo voelbaar, zo om van te genieten.

Als ik inzette met ‘Mijn Sokke sakke so..’ van Joke van Leeuwen, met een vet amsterdams accent, rolde iedereen ondersteboven van de pret. Ze kenden de woorden tot op de letter. Het mes snijdt aan twee kanten, buiten het voorlezen, valt er voor jezelf ook veel te genieten. Opgetogen koppies, twinkels in de ogen en heerlijke deelzaamheid.

 

 

Uncategorized

Niets was wat het leek

Gisteren stond een presentatiedag bij een theaterbureau op de agenda met jeugdtheater voor kinderen van 2 tot 12 jaar. Het beloofde veel poppentheater. Dit vertel ik met enige spijt. Een gemiste kans. Had er zomaar een hele dag aan inspiratie kunnen opdoen.  ‘Als hadden geweest is, is hebben te laat’ orakelde Oma in geval van treurnis.

Ik werkte als puber bij een poelier in Utrecht. Het was een groot gezin en mijn taak was afwisselend in de huishouding en de winkel te werken. Dat hield in, dat elke pauze erbij inschoot. Ik vocht me elke zaterdag door de berg werk heen en zong lang en weemoedig de liedjes van Jaap Fischer.

044

Op een dag werd er een groot feest georganiseerd voor de Bonpa van de familie en of ik poppenkast wilde spelen. Het was mijn doelgroep. Ik deed naast het werk de opleiding voor kleuterleidsters. Vriendin gevraagd, verhaal in elkaar geflanst en met flair neergezet. Kinderen zoet, ouderen feest en wij ondersteboven, want na afloop kregen we 150 gulden voor het optreden.

045

Onze voorliefde voor het poppenspel kwam door een voorstelling die onze handenarbeiddocent had bewerkstelligd. Een optreden van haar man. Hij bracht een poppenvoorstelling, waarbij de tot leven geroepen figuren de pollepel en de afwasborstel waren, met een schuimspaan en een vergiet en zijn eigen handen. Het was de eerste keer dat we zoiets meemaakten en op dat moment werd een nooit aflatende passie voor de fantasie en het drama geboren.

De opleiding vond plaats in Amersfoort vlakbij het Randenbroekerbos. Daar staat het Koetshuis  waar,  in de jaren tachtig,  een klein en intiem poppentheater kwam. Jaren later zou ik daar mijn opleiding Drama doen, midden tussen de esprit van de oude marionetten als stilzwijgende getuigen langs de wanden. In die sfeer aan pluche en theater kreeg de verbeelding diepgang.

De kern voor mijn ongebreidelde fantasie was ooit ontstaan door de film, die ik bij mijn vader, filmdraaier op zondag in het clubhuis, te zien kreeg. ‘Lili’ gebaseerd op een boek van Paul Gallico. Het verhaal was simpel maar geweldig. Het arme radeloze weesmeisje werd gered door de nurkse poppenspeler en zijn poppen. Levende poppen, voorbij de grenzen van de realiteit, voor het kleine meisje dat ik was, een sprookje dat bewaarheid werd. De kiem was gelegd..

Ademloos kan ik aanhangen tegen goed poppenspel. ‘Raaf’ in het stuk Falling Dreams van het Filiaal bijvoorbeeld. Een kleine maar intense rol, die onvergetelijk blijft en gespeeld wordt door Ramses Graus.

Een van de meesters van het eerste uur is Jozef van den Berg die in de jaren tachtig met enkel hartstocht en minimale middelen een nieuwe wereld bracht met zijn voorstellingen. Hij kwam op mijn gouden troon te zitten. ‘Meester der Verbeelding’.

Liesje herfstbriesjeLiesje Herfstbriesje

Poppenspel hebben we bij de projecten altijd gebruikt om verwondering op te wekken. Liesje Herfstbriesje, Bliep en Spliet Satelliet, Happertje, Tralala Tralali en nog vele anderen. Samen met de duo sparren, namen verzinnen, verhalen breien, poppen maken. Ze vormden de kern van elk project en de kinderen doken erin met hun hele ziel en zaligheid. Dat is wat schuren aan de werkelijkheid doet. Nieuwe werelden zoeken, letterlijk en figuurlijk grenzen verleggen, tot realiteit vervloeit met ongebreidelde fantasie. Alles en iedereen vergeten met de focus op iets wat nieuw en ongekend is. In de startblokken staan om te ontdekken, te ervaren en eigen te maken. Leren in verwondering.

Zo maakten we onze eigen “Alice’ in elk denkbaar wonderland,  waar het onmogelijke grensde aan de waarheid om meegevoerd te worden naar een onbegrensde, oneindige wereld, waar niets was wat het leek.

Uncategorized

Voor eeuwig in de mijne

Het begon allemaal met de Stratenmaker-op-zee-show. Voor ‘Woord voor woord’ was ik al te oud en me volop aan het afzetten, tegen alles wat wenselijk was. Koren op de molen was dat  tweede kinderprogramma, waar alles mocht. Een deftige dame die scheten liet, en dan, wapperend met een nuffig handje voor haar mond ‘O pardon’ zei. Heerlijke rebelse kinderprogramma’s, waarin taboes werden geslecht met een knipoog. J.J. de Bom, ook al zo grappig, waarin thema’s aan de kaak werden gesteld, zoals discriminatie, de school, verliefd, kattekwaad etcetera. Iets waar kinderen mee worstelden.

Toen de kinderen kwamen, groeiden ze op met Sesamstraat en later aangevuld met Het Klokhuis. Kinderidolen werden het, Aart Staartjes, Wieteke van Dort en Joost Prinsen. Op Facebook kwam een mooi gedicht van Tanja Helderman voorbij, over wat kinderidolen voor betekenis hebben:

J E U G D H E L D

jeugdhelden / die sterven niet / die groeien met je mee / die ken je uit je vroege jeugd  / die ken je van teevee

jeugdhelden  / die sterven niet  / die blijven voor altijd / het collectieve onderdeel / van onze kindertijd

ze staan symbool  voor sentiment / lichtvoetigheid en moed / ze hebben ons  / misschien ook wel  / een beetje opgevoed

jeugdhelden  / die sterven niet / die blijven eeuwig leven / door alles wat ze
jarenlang / aan ons hebben gegeven

 

Ze worden gemeengoed. Het was niet ‘de Aart’, maar ‘Onze Aart’ en dat zal altijd zo blijven. Ik keek de programma’s terug, die ter nagedachtenis nog eens herhaald werden op de televisie. Een andere man dan de acteur zelf. Een  man met een olijk oog op het doek, door Kim van der Enden neergezet en met een dichtgeknepen oog, inschattend, peilend. Later op de avond een programma over God en zijn gedachten daarover. Een vreselijk deerniswekkend verhaal over zijn gehandicapte zus en het schuldgevoel dat hij had ontwikkeld naar zijn vader toe. Zo openharig, zo getekend door de tijd. Het bracht een schok teweeg bij de interviewer, maar Aart reageerde heel laconiek.  Erfenis van zijn vader.

“s Middags was het nieuwe programma Mondo met Nadia Moussaid op tv. Een programma, waarin kunstenaars  hun visie gaven. Daarin ging het over literatuur, en de vraag of het nog mogelijk was, het zo te brengen. Er werden passages door Arnold Grunberg voorgelezen uit Turks Fruit, die nu misschien niet meer zouden kunnen. Grof en banaal zoals het omschreven werd. Ik herinnerde me mijn puberale rode oortjes en weet het niet. Ik denk aan de liedjes van Robert Long, die soms de meest provocerende teksten kenden, maar daardoor juist een snaar wisten te beroeren. Aan de ondeugende teksten van Jasperina de Jong en die van Adèle Bloemendaal. Aan de tegendraadse ondertoon van Annie M.G. Schmidt, aan het vileine gemopper van mijnheer Aart, de programma’s van de VPRO op het scherpst van de snede. Het doel heiligde de middelen.

Er werd heel wat tussen de regels door gedicht, gezegd en geschreven. Eigenlijk is dat goed. Het woord moet aan het denken zetten. Elke visie roept een tegenvisie op. Zoveel zielen, zoveel gedachten. Het zou vreselijk zijn als we het altijd met elkaar eens zouden zijn. een saaie en kleurloze maatschappij. Ik zag net het filmpje van J.J. de Bom over discriminatie, waarbij Joost Prinsen geschminkt was als Afrikaans jongetje, dat zou nu niet meer kunnen. Daar is teveel voor in beroering gebracht. Alles wat een ander leed aandoet, is niet goed. Aan de andere kant is satire en cynisme ook broodnodig voor het in werking zetten van de raderen. Waar ligt de grens.

IMG_2016

Zoals altijd is het moeilijk te bepalen, omdat elk vogeltje ontvangt, zoals ie gebekt is. (in variatie op een thema). Aart en de zijnen, Willem Wilmink, Hans Dorrestijn, waren meesters in het opzoeken van de ‘betamelijke’ grenzen. Tikkie over de scheef en zien wat het losmaakt. Daarbij dachten ze het liefst vanuit het kind. Hervormers naar mijn hart die voor altijd een gezonde kritische noot hebben aangebracht, waar het heersende normen en waarden betrof.

https://www.npostart.nl/sterren-op-het-doek/10-09-2019/POW_04351124

Hij is niet meer, maar zijn kinderziel staat voor eeuwig in de mijne gebrand.

 

 

Uncategorized

Er zijn er vele

Ze zijn van slag, de kauwtjes. Door de warmte hebben ze bedacht dat het tijd is voor het maken van hun nest in de goot boven mijn hoofd. Dat doen ze elk jaar, maar doorgaans eind maart, begin mei. Ze vliegen af en aan en scheren met hun vleugels wijd op het raam af, om net daarvoor op te liften en bij te sturen.

Ik ben ook van slag. Had ik me net voorgenomen om de conditie weer op te vijzelen, kropt het hoofd al haar vocht in de neusbijholten op en geeft een diffuse pijn boven het oog en ben ik me ineens bewust van de kaaklijn, voelbaar tot op het bot. Ik zal moeten bezwijken voor de paracetamol. Dit is niet fijn meer, het leidt teveel af. Huis-, tuin-en keukendokters vertellen dat er niet veel aan te doen is, druppelen en alert blijven. Ik zou in een winterslaap willen zinken en wachten tot al het ongemak achter de rug was.

waakmaatje

Gisteren met de enorme foto’s  bij  het interview over waakmaatjes, schrok ik me een hoedje. Te veel bladvulling, daar ging het niet om, maar om het verhaal. Het is mooi werk en betekenisvol. Het mes snijdt wat dat betreft aan twee kanten. Ook ik krijg er veel voor terug. Sterven doe je altijd alleen, maar in de uren ervoor, kan een houvast, letterlijk en figuurlijk, een meerwaarde zijn. Iemand uit de poule noemde het een beetje geromantiseerd. Misschien, maar het is de ervaring van degene, die er mee te maken krijgt. Het andere maatje is een jonge vrouw. Ze kiest ervoor, omdat ze zelf ook niet alleen zou willen zijn in het laatste uur.  Ze is volledig ontvankelijk. Als je dan voor het eerst meemaakt dat er iemand onder je handen wegglijdt, is dat een intense ervaring.

stranddreiging.jpg

De eerste keer dat ik met dood in aanraking kwam, was als twintigjarige in een verpleeghuis, waar ik werkte naast de studie. Onvoorbereid raakte ik in totale verwarring, maar het handelen ging gewoon door. De verwerking kwam later, daar zijn heel wat tochten over het strand voor nodig geweest.

Gisteren vroeg kleinzoon twee aan mij wat het doel van het leven was. Ik besloot om te verhalen van het klein geluk. Hij was er kennelijk allang mee bezig geweest en zei: ‘Nee Oma, het doel van het leven is doodgaan’. Ik ben zo blij met deze kleine wijsgeer in de familie, die met acht jaar dieper over het leven nadenkt dan menigeen.

Als de natuur steken laat vallen en belemmerend werkt in het functioneren, dan zoeken de gedachten afleiding. Immers, hoe meer je denkt aan het lichamelijke ongemak, hoe meer het aanwezig is. Dus zoek ik de afleiding. In de kauwen die met nieuw leven in de kop zitten, de koolmezen, die piekend achter elkaar aan darren, Door de krant, die ik aangeschaft heb om het artikel te lezen, helemaal uit te spellen.

laol4595.jpg Talenten zien

Wijsgeer is ook een stuiterbal. Ik zag de aflevering over ADHD van Dennis Weening. Vijf stuiterballen bij elkaar, die op bezoek gaan bij andere stuiterballen. Sommige zweerden bij de Ritalin, anderen waren bang hun oorspronkelijkheid erdoor kwijt te raken. Ik heb heel wat stuiterballen in de groep gehad. Niet zij dienen zich aan te passen, maar de constructie van het onderwijs.  Het  systeem is er niet op ingericht. Uit ervaring weet ik dat juist bij het natuurlijk leren, deze kinderen uitblinken door hun ingenieuze invallen.  Wij zijn te controlerend en te formeel geworden. Benoem de kwaliteiten van een stuiterbal en je hebt hem voor het leven. Dan valt er mee te lezen en te schrijven. weliswaar met prachtige krullen en zwierige uithalen, maar voor de meest voedende teksten. Predikaten plakken helpt niet. Tel alle zegeningen dwars door het gestuiter heen. Ze  hebben de overhand. Of doe er je voordeel mee, zoals de vader van Dik Trom in 1937: ‘Het is een bijzonder kind…En dat is-ie’.

Pluk de vruchten, er zijn er vele.

Uncategorized

Zo is het maar net

Wat kan een mens druk zijn. Tussen dood en rouw, wie er was overleden was vaag, maar ik hoop vurig het RS-virus, heb ik alle kasten hier in huis aangepakt. Ik ben zelfs op zolder bezig geweest en in de schuur. Alle lappen en lapjes, op de twee laatste locaties, verdwenen naar de kringloop. De antieke puddingvormen stonden uitgestald op tafel en daar mochten de kinderen doorheen struinen. Als het niets was zou het bij de leukste kringloop die ik ken, met het minste winstbejag, ingeleverd worden. Alle zeventiger jaren lappen, oud hippiespul, mocht erbij. De babykleertjes waren weer voor het uitzoeken. Hé, wat was dat. De oude kneedmachine van de ECI uit 79 kwam uit de kast, met deeghaken en gardes. Dat ik ‘m nog had. Een visschotel, gietijzeren pannen met steetjes en theepotten, te kust en te keur.

img_7476.jpg

De sieraden op rij. Mijn oude hippiespul en laden vol met nooit gedragen kettingen. Ik laat me niet graag ringeloren. Cassettebandjes, LP’s, een platenspeler die het niet meer doet, een antieke klok, waarvan ik dacht dat ik ‘m teruggegeven had. Overtollig en nooit meer aangekeken goed. In de schuur gaat het moeizamer. Ergens zijn beer en pop. Die wil ik voor geen goud kwijt en mijn oude gedichtenbundel. Geschreven gedichten in de roerige eerste jaren van mijn zelfstandig bestaan. Ik ben er al mijn hele leven naar op zoek en kon het niet meer vinden. De tekeningen, de schilderijen, de boeken de beeldjes, het glijdt stuk voor stuk door mijn handen. Daarom werd ik zo laat wakker. Een intens lange droom. Met het lijk ging eindelijk iets gebeuren, dat haalden ze weg. We fietsten erachter aan en pikten gelukkig een van de kinderen uit de paralelgroep op. Stel je voor, dat we die vergeten waren.

Wat confuus wordt ik wakker. Het werk rust zwaar op mijn netvlies. Niets uitgevoerd. Alles is zo vol, als ik wist in mijn droom. De volgende gaat over lege kasten en zeeën van ruimte. Dat weet ik bijna zeker.

Bij het wakker zijn, herinner ik me zelfs dat de knotwilgen op de tuin ongeknot voorbij kwamen en dat alle mankracht uit de familie een tandje bijzette. Ik zou zo graag in die kaboutertjes geloven, die vroeger langs kwamen. Dat zei  mijn moeder altijd, als ze verbaasd was over een of andere handeling, die onverwachts toch was uitgevoerd. ‘Dat hebben de kaboutertjes gedaan’. Het werd ook gezegd, als er iets spoorloos verdwenen was en niet meer terug te vinden. Dat gebeurde vaker in een huishouden met elf kinderen.

ro;trap stedelijk museumSchema opbouwen.

Maandag ga ik beginnen met trainen. Naar de fysio en een schema opbouwen. Longen zijn luie wezens hoor. Ze nestelen zich graag in een ledig nietsdoen. Ze verdienen een schop onder hun spreekwoordelijke derrière. Het lieve toespreken is voorbij. Kom op, aan het werk.

Zal ik voorzichtig beginnen met het bed verschonen. Dat is een goed begin. Na het routine-ritueel van douchen en aankleden kan er een was in.  Ik droom weer een opbouwschema bij elkaar. Bij dit virus krijg je slaap en dromen er gratis bij. De meest uitzinnige, heldere dromen. Marco waarschuwt. De meeste dromen zijn bedrog” , maar toch. Al die kasten zitten echt vol met, precies datgene wat ik noem. een leven aan nostalgie. Er zit weer brandstof in de motor, de zussen hebben wat in gang gezet, gisteren. ‘That’s What friends are for’. Zo is het maar net.

 

 

Uncategorized

Vroeger of later

Een wervelwind, wat zeg ik…Een witte tornado. Twee zussen op bezoek. Eerst het gebruikelijke kopje koffie, prietpraat de uitwisseling. We hebben bloemen. Vaas zoeken. Overmacht aan bloemen, dus vaas is verder te zoeken dan voor de hand liggend. Help. Zuslief kijkt naar boven in mijn keukentje. Nooit doen als je bij iemand op bezoek bent die het huishouden niet als prioriteit bovenaan heeft staan. Ik hou, aan de bank gekluisterd, mijn hart vast. Ze ziet een van de reuze weckpotten met kaarsen erin. ‘ Heb je geen trapje’. ‘Nee lieverd, wel een keukenstoel’. ‘Malle, ik ben bejaard hoor’. Twee turende blauwe glimmers stropen de bovenkant van de koelkast af.

IMG_7469

Zwak laat ik een protest horen. ‘Daar ben ik al heel lang niet geweest’. Te laat. Resoluut greep ze een keukenstoel en hees zich er met gevaar voor eigen leven bovenop. Andere zus hield de stoel vast en pakte aan. De bevestiging dat het er tijd voor was, dwarrelde in alle vettigheid naar beneden. Ik gaf me over. Aan hoest en zussenliefde.

IMG_7472

De vaas was het eerst aan de beurt. Prachtige Lysianthus afgewisseld met bloesemtakken in een mooie ouderwetse weckpot, schoongemaakt en gevuld met lauw water. De vaas gaf zichzelf een voornaam uiterlijk door zich matglas aan te meten boven de watergrens. Een genot om naar te kijken. Daarna kwam er een heel verleden aan theepotten voorbij die allemaal, want uit het oog, een plekje boven op de vermaledijde hoge koelkast hadden gekregen. Mijn lieve Miep Kraak sopte er lustig op los. Niet gebruiksvriendelijk tot op het porselein ontsmet, maar huis-tuin-en keukenschoon. Ik hield van mijn zussen.

Stofzuigen, het vloertje nog even dweilen, het redderde maar door en al die tijd wist ik dat het zo goed was. Betekenisvol, zowel voor zus als voor mij. ‘Als we nou de volgende keer een boek meenemen’, dacht andere zus. ‘Of, laat maar zitten, dan gaat ze de boekenkast onder handen nemen’. Dat was naar alle waarschijnlijkheid realiteit.

De volgende keren, als ik beter bij been en long ben, ga ik ruimen. Alles aan overtollig mag weg. Toevallig had ik vlak daarvoor een artikel gelezen, waarbij iemand de stap had durven zetten om naar een Tiny House te verhuizen. 80 % aan bezit hadden ze moeten opdoeken, waaronder haar lievelingsstoel, die alle verhuizingen en kamers nog had overleefd. Ze zaten nu een half jaar in de kleine woning en het was de beste stap ooit. De stoel had ze nog geen dag gemist. Zo werkt dat. Je denkt dat je er niet buiten kan, maar in principe kan je buiten alle materie, als er geen duidelijke nuttige functie aan zit. Een senioren-appartement is ook een Tiny House. Alleen voelt het anders. Meer bejaard dan ooit. Dus schuif en duw ik het verwoed voor me uit. ‘De vier trappen zijn goed voor je beweeglijkheid’, zegt het angstmonster in mij. ‘Zo hou je je conditie op peil,’ lispelt een tweede in mijn oor, als ik uit sta te hijgen boven aan de trappenreeks. ‘Je blijft er ook gezond mager bij’, murmelt een derde.

Vandaag neemt realiteitszin het over en wint. Er zijn vast en zeker hele leuke appartementen, die niets met alleen maar senioren van doen hebben, maar prima in staat zijn om een rond schuifelende ‘Eigenwijs’ onderdak te bieden. Acceptatie is een dingetje. Geloof me, het dient zich vanzelf aan. Nog een paar van deze schoonmaak-acties en ik ben om.  Eerst nog even pas op de plaats, de bank, de schildersezel en de rijen boeken langs de muren. Verstand volgt heus wel. Vroeger of later.

 

 

Uncategorized

Geen gek idee

Het was de dag van de goede gaven. Niet om te geven, maar om te ontvangen. Mijn lieve vrijwillige werkgever, had via een bezorgdienst twee enorme boeketten laten bezorgen door de beste bloemist in Utrecht achter het Wilhelminapark. Daarna kwam er over de post nog een fantastische fleurop, Mona Lisa met een sip bekkie en een prachtige boekenlegger van vriendinlief. Ziek zijn is vervelend, maar dergelijke opstekers maken het dragen lichter. De kamer ziet er weer als nieuw uit, nu de kerstboom opgeruimd is en de bloemen een vleug lente binnen brengen.

IMG_7446

Nadenken over het nieuwe themanummer Stilte. De drie boeken die ik heb ontvangen maken het makkelijker. Stilte is een welkome afwisseling als er spektakel tegenover staat. Daardoor krijgt het een zalvende bijwerking. Balsem voor je overwerkte oren.

img_7454.jpg

Waarachtige stilte…Dat je een speld kan horen vallen, is er helaas niet meer bij. In het hoofd suist en ruist het al jaren. Het vervormt de klanken van een kantine vol gebral, het echoot tegen de wanden op, verdraait de woorden, monden worden opengesperde megafonen zonder inhoud. Als je er op let, dan wordt het oorverdovend of liever oor-vullend. Met een mooi woord klinkt het positiever. Tinnitus. Wat ruist er door het struikgewas…

img_7455.jpg

Geen stilte meer voor mij, niet in die zin. Maar heerlijke stilte, door de afwezigheid van wie dan ook, valt me heel vaak ten deel en is een belangrijk tegenwicht voor de overvolle en gevulde dagen ertussen. Stilte betekent mijmeren, beelden opslaan, geen rekenschap waar dan ook van te hoeven geven. Stilte betekent hier, bij mij, vrijheid om iets in te delen naar believen en uit te pakken naar wens of verlangen. Stilte is het cadeau dat ik mezelf best vaak gun. Het is nu om en nabij alweer de derde week op rij, dat ik stilte geniet op een enkele onderbreking na en daarmee is het evenwicht van de afwisseling verstoord. De dagen vullen zich anders, de nachten zijn onderbroken, de ochtenden verslapen zich in het grijze grauw van iets wat geen winter en geen lente is. Mijn regelmaat en routine raken verstoord.

Vanmorgen moest ik, voor het eerst sinds lang, vroeg op om de Kleine Blauwe Prins voor zijn tweejaarlijkse onderhoudsbeurt weg te brengen. Even was er weer een kleine oprisping van het dagelijks ritme voelbaar. Maar het lijf wilde niet mee en bleef hangen in het virus dat nog steeds woedt in de onderste regionen van die twee aangedane blaasbalgen. Ze stookte spieren op, waarvan ik me nauwelijks bewust was. Ik ging op karakter. Dapper en door.

twingo

Als beloning kreeg ik het zusje van de kleine Blauwe mee. Een kittig ding in zwart en wit met 5600 op de teller. Spiksplinternieuw voor me klaargezet. Ik voelde me de koningin te rijk. Bij de supermarkt verzon ik verse jus, omdat ik er een beetje klaar  mee was, met al dat hoesten en het bijbehorende ondraaglijke lopen op het tandvlees. Ik kocht kunst in bladvorm en nu zit ik in mijn dekentje op de bank en wacht op het telefoontje dat de blauwe weer klaar is. Zal ik zelf ook eens in revisie? Geen gek idee.

 

 

Uncategorized

Om te blijven hopen

Een gat in de dag geslapen en pas rond half elf wakker. Gedachten waren al ’s nachts bezig geweest de slaap te verstoren. Soms hoop ik op een vleug nostalgie, waarop kleine Klaas Vaakjes langs komen en zand in de ogen strooien zodat vergetelheid een lange en diepe droomloze slaap brengt. Iedere keer zijn de kleine Denk-Sarretjes van het eerste uur bezig een dergelijke onderneming te onderbreken. Ze trekken zich niets aan van mijn verlangen naar een ouderwetse Klaas Vaak.

IMG_7445

Dan, als het nu toch alweer de zoveelste sombere dag op een rij is, waar het het weer betreft, snel naar beneden en DWDD terugkijken. Uit de reacties op twitter begreep ik dat ik een bijzondere uitzending had gemist. Daar zie ik die breekbare vrouw van 97, zoals iedereen van die leeftijd eruit behoord te zien, zilveren haardos, bleek en broos gerimpeld vel, maar twee pientere ogen, de blik opwaarts gericht, haar verhaal doen.

Het verhaal wat achter ons ligt en toch zo dichtbij is op dit ogenblik. Het verhaal van een macht die anderen hun vrijheid af durft te pakken, die het (on)recht in eigen hand durft te nemen, die beslissen over het lot, onvrijheid brengen. Chabot gebruikt in de aflevering dit woord. Onvrijheid. Geen bestaand woord, want het klinkt me vreemd in de oren.

De vrouw is Selma van der Perre. Haar verhaal heeft ze voor ons opgeschreven. Haar boek draagt de titel: Mijn naam is Selma. Lang heeft ze gedacht dat ze over een gelukkig gesternte beschikte, omdat ze vaak ontsnapte aan heikele situaties. Maar iemand maakte haar attent op het feit dat ze dat geluk vooral te danken had aan haar intuitie, die er voor zorgde dat ze op het juiste moment de juiste beslissingen nam.

Ik ben erg onder de indruk van dit opgetekende leven, de helderheid en de overtuiging die altijd is blijven bestaan, ondanks het grote verlies door de dood van haar vader, haar moeder en zusje in de kampen. De onvrijheid bestond uit het feit dat je, ondanks dat je niet echt bezig was met de afkomst en het jodendom, een predikaat kreeg toegeworpen, je een identiteit werd aangemeten, die tot dan toe nooit de prioriteit had gehad. Ineens was je niet langer Selma, maar was je Jood op de eerste plaats.

Wraak schreeuwt over de wereld na de dood van een generaal. De gezwollen retoriek, de opgezweepte massa, de haatkreten duwen een volk naar de identiteit van de gemeenschap. Niet langer individuen maar met veel bombarie de veroordeling van een overeenkomstigheid, deel van een geheel..

Selma.png

Vrijheid slaat haar vleugels uit, waar onvrijheid juist vastlegt, ankers slaat in een gedachte, wroet en wrikt totdat de haat naar boven peurt en de vrede verstikt. Ik hoop vurig met Selma mee, altijd weer de hoop op beter weten. Ze besluit het boek met het geven van woorden aan het grote gat diep in haar binnenste, dat het verdriet van haar dierbaren heeft geslagen en altijd voelbaar bleef, ondanks het gelukkige leven met man en zoon. Daarover memoreert ze:

‘Het is gruwelijk om iemand zijn recht op een natuurlijke dood te ontnemen’.

De onvrijheid ten top. Ze roert me en met mij vele anderen. Omdat oorlog, leed, haat en vergelding blijven bestaan als drijfveren voor een natie, aan welke kant van de medaille ook. Vrijheid is wat ik ieder toewens, nu en altijd, het recht om te bepalen, om keuzes te maken, om te blijven hopen.

 

Uncategorized

Oefening baart kunst

‘Op de bodem van je krachten leer je je tweede adem kennen’. Ik herhaal het en nog eens en nog eens. Toe aan mijn tweede adem voel ik de dubbele betekenis van deze wijze woorden. Ze zijn me toegestuurd door een lieve blogvriendin. Wij verkeren beide op dezelfde golflengten qua beleving, liefde en leven. Ze stuurde het me toe als een hart onder de riem. Alsof ze zeggen wilde: ‘Neem ruim. Er is altijd weer een nieuw begin’.

Sommige woorden zijn dubbel heilzaam omdat ze op het juiste moment komen. Dit en niet anders wens ik me toe. Een tweede adem, letterlijk maar ook figuurlijk. Om de strijd te volstaan en door te kunnen gaan. De draad van Ariadne slingert zich als het rode koord voor me uit. Ze biedt houvast. Wie wil er niet in deze tijden een tweede adem als buffertje na een diep dal, een enorme natuurramp, een stormwind begaan door een wereldleider.

Het temperatuurverschil trekt een dikke mist op tussen mij en de buitenwereld. De boom voor het raam is een Mankes in de mist. Het raam tekent de druppels erin. Ik hoor de auto’s ruischen,  maar zie ze niet.

IMG_7424

De kerst is weer verpakt in plastic, lichtsnoeren om het karton geslagen, deksel dicht, tot volgend jaar. De boom mag terug naar de oorspronkelijkheid. Groen kleed  op een naaldenbed.

IMG_7425

Gisteren ging ik op de oude adem nog naar buiten. Weer de galerij, weer de vier trappen en op naar de kleine Blauwe, die al die tijd trouw had staan wachten op mijn komst. Zo heerlijk om in te stappen en weg te rijden. Voortbewegen zonder vermoeienis. Een uitstapje naar het kleine winkelcentrum en bij een van de goedkope winkels daar, het zweet op de rug, ontwaar ik het zwarte vest, waar ik al langer op aas, maar dat ik te duur vond. Ze was afgeprijsd. Naast haar hng gezusterlijk de zwarte coltrui die vorige keer uitverkocht was. Soms is denken niet nodig. De buit was binnen, twee vliegen in een klap voor de helft minder. Het moest zo zijn. Toeval bestaat niet.

Na een klein boodschap toch rechtsomkeer. Elke vezel teemde om bedbanken. Ja, rustig maar. Eerst nog de vesting naar de ivoren toren. Zoonlief nam jonge groene asperges mee. Een koningsmaal met ei en gebakken aardappelen. Restje roomboter smelt een trage weg er doorheen. Ik zoek weer films.

Modigliani gevonden, Hannah Arendt kan je kopen via You Tube, Turner is gratis, zo sprokkel ik een respectabele lijst bij elkaar met behulp van vriendinlief. Een van de nieuwste van van Gogh is er zelfs al. Helaas zijn deze films niet op Netflix te vinden.

Straks kan ik weer naar het filmhuis, maar dan moet er eerst meer lucht in en minder hoest uit. Voor de maand januari heb ik de meeste afspraken afgezegd. Het is een geruststelling dat men de tijd heeft om vervanging te zoeken. Niemand is onmisbaar. Op gezette tijden is het goed dat te beseffen. Het maakt het leven eenvoudiger. Alles en iedereen is altijd te vervangen. Het schuurde wel een beetje. Er lagen zoveel leuke voorstellingen in het verschiet. Wie weet, ze komen vast allemaal nog ergens een keer langs. dan kan ik met de kleinkinderen. Dat geeft er gelijk een extra dimensie aan.

IMG_7431.JPG

Het boek is geduldig, daar ga ik eerst aan beginnen en wat er daarna komt, zien we wel weer. ‘First things first’ en zoals mijn bloggende zielsverwant schreef: ‘Met de kunst van het missen’. Oefening baart kunst.

 

Uncategorized

Een meerwaarde

Gisteren was het de zoveelste rustdag op rij. Wel een was er ingedaan, de vloer geveegd, kattenbak verschoond, én…Een blokje om gelopen. Vanuit mijn ivoren toren is dat mijl op zeven. De deur uit, de galerij af, vier trappen naar beneden en een blok om de flat. De wind was venijniger, dan ik had ingeschat. Ik was nog gewend aan de zachte temperaturen van voor mijn huisarrest. De trap op een vesting, een tree-rust, tweede tree-rust etcetera. Iedere trap kent zeven treden en iedere zeven treden worden vier keer herhaald. Maar de kop was eraf. Nu iedere dag een beetje meer.

Camille_Claudel

Daarna was het bedbanken en extra puffen geblazen. Onderwijl was wel het derde kinderboek aangekomen. ‘Het Geheim van de Stilte’ van Mireille Geus, die ligt me nu verwachtingsvol aan te kijken. Ik zocht op Netflix naar iets wat met kunst of kunstenaars te maken had en zocht op Claudel. Ik had zo’n zin in een beetje voeding. Te lang al weer verstoken van de schoonheid. Camille Claudel had het nadeel om als 19-jarige de grote August Rodin als leermeester te kiezen. Ze had veel talent, maar haar verliefdheid op de oude meester brak uiteindelijk haar geesteskracht. Ze werd verbitterd en paranoïa en eindigde in een psychiatrisch ziekenhuis, verguisd door haar familie. Hoe wrang kon het leed zich uitrollen.

Niet de film van Bruno Nuytten over Camille Claudel rolde uit mijn toverkast, maar de film: ‘Nise – O Coracao da Loucura’ van de hand van Roberto Berliner met, in een fantastische rol, de hoofdpersoon gespeeld door Glória Pires. Daar maakte ik, out of the blue, ineens kennis met een van die pioniersters van de ergotherapie, die in haar eigen kring, vanuit een diepgewortelde overtuiging, de gevestigde psychiatrie aan de kaak stelde. Onbaatzuchtig nam ze genoegen met een- voor een psychiater ondergeschoven rol- op een arbeidstherapeutische afdeling van een psychiatrische kliniek. Haar tegenspelers waren de heren Psychiater, die met lobotomie, de insulinetherapie en electroshocks alles wat menswaardig was aan hun patienten, te niet deden.

Nise da Silveira  bereikte op eigen kracht, dat haar cliënten, die jarenlang opgesloten zaten in hun onderbewuste en agressief of apathisch waren geworden, weer vrijheid, licht en ruimte, compassie en empathie konden ontvangen en uitdragen. Met beeldende vorming gaf ze het onderbewuste zeggingskracht.  Daarbij moest ze aardig wat heilige huisjes omver werpen en strijden tegen de gramstorigheid en de dogma’s van haar collega’s.

Soms kom je zo maar ineens pareltjes tegen. Vrouwen die onverdroten, vanuit een overtuiging, te werk gaan. Ze richtte in 1946 het  Museum of Unconscious Imagesop voor het werk dat gemaakt werd door haar clienten in het Casa Del Palmeras. Ze was een pionier op het gebied van de ergotherapie. Veel van haar clienten mochten zich vrij bewegen in de kliniek en ze liet katten en honden toe, omdat ze ervan overtuigd was dat hun onvoorwaardelijke liefde de mensen konden helpen.

De film zette behoorlijk aan het denken. Over overtuigingen, gebaande wegen, macht der gewoonte, en opstaan tegen de gevestigde orde, en,niet onbelangrijk, in een tijd, waarbij de vrouw een ondergeschikte rol bekleedde. Ze studeerde af in 1926 aan een universiteit als enige vrouw tussen 152 mannen. Dat kenmerkt al haar eigenzinnigheid en haar durf.

De beelden zijn ontroerend en zeer de moeite waard. Soms is een pas op de plaats, ook al moet er veel geduld voor worden aangesproken, een meerwaarde.

 

 

Uncategorized

Het verhaal en meer niet

‘Broodschrijvers zijn doodschrijvers’. De zin valt in een keer binnen. Het is waar. Zodra je om het succes gaat schrijven, dan ebt passie en gevoel weg. Je kunt nog zulke mooie literaire volzinnen componeren, maar zonder gevoel wordt het gezwatel, een stel woorden bij elkaar geveegd. Vannacht las ik een artikel over de ‘Veellezer’ van ons land Maarten ’t Hart. Hij heeft meer dan 13.0000 boeken gelezen. Dat hij het zo nauwkeurig weet, zegt veel over zijn persoonlijkheid. Vanaf zijn vijftiende noteert Maarten de titels en de schrijvers met naam en toenaam in zijn opschrijfboekjes. Hoeveel schriftjes heeft dat al niet opgeleverd. Nauwgezet hield hij weken bij, waarin hij wel vier  boeken op een dag las.  Leesverslaafd. In het interview vraagt hij zich terecht verbaasd af, waar hij de tijd toch vandaan haalt. Hij heeft immers ook nog een betamelijk oeuvre op zijn eigen naam staan.

007Lezen…1980

Hij maakt gewag van ‘goede  auteurs’, die volgens hem niet onverdiendstelijke meesterwerken hebben achtergelaten en daarbij neemt hij er een die makkelijk schrijft. Zo makkelijk, dat de auteur naast dat ene geweldige vierluik ook een boek heeft geschreven dat wel aardig is. Dan moet er brood op de plank en schrijf je wat.  Broodschrijven. Zo werkt dat dus. Ik pik wat op, de droom stoeit  er mee en er wordt een spreuk geboren.

In hetzelfde blad schrijft men over het roerige jaar 2019, waar het de literaire prijzen betrof. Het gekizzebizz of de juiste schrijver is uitgekozen en niet iemand gediscrimineerd wordt, als het plaatje te veel beantwoord aan de grote witte man. Mijn simpele mening is dat het woord zichzelf verdient. Daar heeft men nu eenmaal die mooie gave voor gekregen. Als mensen het boek willen kopen, willen ze geraakt worden. Niet omdat het ‘verkocht’ wordt in een talkshow of om de smeuiigheid rond de auteur.

In het artikel wordt gerefereerd aan vroeger. Toen we onze lijstjes aan het maken waren voor HBS, ULO of Gymnasium, deden schrijvers er niet toe. Het ging om hun product. Het schrijven an sich en het boek in het bijzonder  Je kon, zonder voorkennis, wegzwijmelen bij de sfeer van de ivroren wachters of je zelf kwijtraken in de prachtige taal van Multatuli. Beelden maakten zich los uit de zinnen en stegen op tot heldere waarneming in het hoofd. Taal ging leven. Dat is mijn voornaamste drijfveer om te lezen. Dat reizen in je luie stoel. De boodschap die elk goed boek in zich draagt.

img_7421.jpg

We wisten wel dat schrijvers hun eigenaardigheden hadden of welke politieke kleur en hoe ze er ongeveer uitzagen. Meestal waren ze niet groter dan een verstarde postzegel op de achterflap van een boek. Dat was alles. Er werd door niemand naar gevraagd. Het boek en haar inhoud, daar draaide het om. Mijn kasten staan vol boeken en niet vol schrijvers.

006

We zijn op een punt aangeland dat het boek zichzelf niet meer verkoopt, maar de commercie een boek naar de hoogte schreeuwt. Dat het woord niet meer belangrijk is, maar het leven van de schrijver. Soms verlang ik heel erg naar vroegere tijden. Daar, waar boeken nog boeken waren, het verhaal en meer niet.

Uncategorized

Dubbele pret

Gisteren had ik een afspraak met vriendinlief om naar ‘De Intimi van van Gogh’ te gaan in het Noordbrabants museum. Je kan niet alles en omdat ik al zeven dagen gekluisterd aan de bank zit en de tentoonstelling slechts tot 12 januari duurt, zoek ik online verder naar wat ik gemist heb. Ze komen allemaal langs. Theo van Gogh, Anthon van Rappard, Sien Hoornik, Paul Gauguin, Paul Signac, Marie Ginoux. Het versterkt eigenlijk alleen maar, dat ik iets gemist heb. Kun je iets missen, waarvan je niet weet hoe het eruit ziet. Mis je de verwachting, of mis je het nieuwe, of mis je de gemiste kans op zich.

Een opdracht in het online verhaal is de volgende: Tegenwoordig communiceren we steeds korter en vluchtiger. Tijd is kostbaar. Geef jouw tijd daarom nu eens cadeau. Bezoek Van Goghs intimi en stuur een handgeschreven bericht aan iemand die een belangrijke rol speelt in jouw leven.

Daar neemt de denkradar het over. ‘Iemand die een belangrijke rol in je leven speelt’. Als kind had ik op zo’n moment mijn moeder feilloos bovenaan gezet. Ik heb haar heel wat brieven geschreven en kreeg er ontelbare terug. Ik heb ze allemaal bewaard. Haar grootste brief was het aantal dagboeken dat ze heeft nagelaten aan ons. Brieven uit haar hemel, brieven van haar wolk, brieven uit het verleden, brieven als herinnering.

Nu zijn er teveel mensen die een belangrijke rol  in mijn leven spelen. Niet een, maar alle kinderen en hun schatten, alle zussen, de broertjes, schoonfamilie, vriendinnen, vrienden, de wijze, schatten op de tuin, ja…ook mijn Blogvrienden-en vriendinnen. Ik zou niet willen kiezen. Ik zou een brief willen schrijven aan iedereen die een tijd met me heeft opgelopen en daar een belangrijk aandeel heeft bijgedragen aan mijn bescheiden bestaan, die het mogelijk hebben gemaakt om te zijn waar ik op dit moment ben.

Van invloed op een mensenleven: Omgeving, boeken, kunst, natuur, creativiteit, schoonheid, kinderzielen. Verleden, heden, tijdreizen en alles wat daar tussen zit. Verwachtingen, teleurstellingen, vreugde en verdriet en de keuzes daartussen.

‘Oud jaar, staatje maken. Nieuw jaar, plannen kraken.

IMG_7414

De energie komt langzaam terug. Ik merk het aan de lust om weer wat te ondernemen. Te lang passief op de bank gezeten, aan het droedelen geslagen om tijd te doden. Het helpt een beetje, maar niet genoeg. Gisteren voor het eerst in een week weer trek in iets. Waarin precies weet ik niet, maar zin. Om te ontladen is de kerstboom vandaag de klos.  Daar zal ik alle opgespaarde energie bij aan het werk zetten. Dan vraag ik zoonlief de ezel weer naar beneden te halen. Om op mijn eigen tempo  in mijn eigen vertrouwde omgeving een beetje aan de slag te kunnen gaan. Dagen doorbreken, passiviteit ombreien naar positieve veerkracht. Het hoort er allemaal bij.

Ik heb niets gemist. Weliswaar heb ik niet rondgedoold tussen de schilderijen van de intimi van van Gogh, maar ik heb er het nodige van online gezien. Dat was al genoeg. De voorstelling van een leven in de omgeving van Arles kan ik maken, omdat ik de omgeving kan uittekenen. De beelden van jaren vakanties daar zitten in mijn hoofd. Net als de velden waar de kraaien uit opvlogen in Auvers-sur-Oise. Is dat rijkdom of niet. Dat je er gestaan hebt, de velden hebt gezien, ja zelfs de kraaien en de twee verweerde graven op het kerkhof. Ik heb niets gemist, ik heb alles herbeleefd en alles weer gezien. Alle intimi van van Gogh en die van mezelf. Dubbele pret.

 

 

 

 

Uncategorized

Hij verdient alle credits

Pluis ligt lui op schoot. Ze weet wel hoe ze een ziek mens warm moet houden. Ze spint goed garen bij het krauwelen achter haar lieve oortjes. Met moeite laat ze zich onder het dek duwen. ‘Ik moet typen, malle Pluis. Het toetsenbord moet op schoot’. Met een verontwaardigt mauwtje laat ze zich eindelijk onder de deken glijden.

Net ontwaakt uit een droom waarbij er allerlei mensen statig en rustig trekkend aan het touwtje de wieken van hun klapvogel en zichzelf in de lucht in beweging blijven houden. Ze zien er allemaal wat Dickens-achtig uit en de klapvogels zijn juwelen om te zien. Iemand krijgt een buizerd en zodra aan het touwtje wordt getrokken, waaiert de vogel open, zijn staart spreidt zich, daarna de vleugels, daarna stijgt hij op. Ik wil ook zo’n buizerd. Ik kan hem nog bestellen.

IMG_7389

De vogels zijn opgeroepen door Jochem Myjer. Zijn nieuwjaarshow Adem in…Adem uit heb ik gisterenmiddag in de herhaling teruggezien en ruim twee uur lang genoten van zijn flitsende associaties. Met stip staat hij vanaf nu bovenaan als kleinkunstenaar en cabaretier. Iemand die ten volle zijn vak verstaat en met verve en veel vaart het kleine leven groot maakt. Cabaret zoals het bedoeld is, met humor en entertainment, maar vooral met geniale invallen, betrokkenheid(want ‘Zoek het kind in mij’), kunde(muziekinstrumenten, zang en imitatie), geweldige mimiek en timing. Ik hou vanaf nu van Jochem Meyjer als ik dat al niet deed om zijn grandioze boeken van de Gorgels. Jochem, die net zo heet als mijn vader, heeft een gave. Ik bewonder de gave. Ik koester de naam. Ik heb hem in mijn hart gesloten.

IMG_7391

Wie eenmaal in mijn hart zit gaat er nooit meer uit. Ook al is een vriendschap stuk gelopen. Een paar keer in mijn leven zijn vriendschappen op zijsporen beland. De werkelijke oorzaken zijn vaak niet meer te duiden. Het waren soms omstandigheden, de drukte van een gezin, het uit elkaar rafelen van belangen, verwachtingen, noem maar op. Een vriendin voelt zich gekwetst. Dat weet ik, want soms kom ik haar tegen. Dan knikt ze afgemeten, terwijl er bij mij direct een grote grijns krult. Ik hou van haar, maar kan niet leven met haar eisen. Die zijn te hoog voor een eenvoudige vriendin, die daarnaast van alles en nog wat om haar heen heeft staan te gebeuren. Kinderen, vrienden, wensen, verlangens, bezigheden, de mensheid. Misschien te groot voor een mens, maar eigenlijk niet te groot voor een vriendschap, echter niet op gezette tijden. Ik koester het moment, de dag, het uur, de flow. Lastig leven als je van de structuren en de verwachtingen bent. Het is heel lang goed gegaan, tot er ijs in haar stem doorklonk en ik afstand heb genomen.

De hele dag op de bank zet het leven in een ander perspectief. Voordat Jochem me mee nam naar zijn geliefde Texel en zijn Merel, de grutto, de houtsnip en zijn meeuwen schoof ik het leven van Sammy Davis binnen. Ik zag de kleine jongen van drie al tappend op het podium staan en volgde de rest van zijn schreden. Hier stond ook iemand, die als een echte entertainer en alleskunner het onderste uit zijn eigen kan wilde halen, een allrounder. Met gemak sabelde hij heilige huisjes uit die tijd omver. Onverdroten ging hij voort in zijn titanenstrijd om niet steeds weer kleur te hoeven bekennen, waarbij hij iedereen tegen de haren instreek op weg naar zijn doel. De opperste Sammy eruit halen, omdat hij wist dat het erin zat.  Voor mij heeft hij het bereikt. Du moment dat ik hem zag eindigen op de manier waarop hij begon met zijn carrière. Tapdansend als 61- jarige, niet meer in staat om te spreken of te zingen, maar wel door het leven af te sluiten, zoals hij er aan begonnen was.. Zijn voeten spraken de waarheid. Ik ben het talent, niet wit, niet zwart, maar mens. Een entertainer bij uitstek. Hij verdient alle credits.

Uncategorized

Als in een droom

De tweede brandweerauto scheurt met groot alarm voorbij en snijdt net als de eerste de droom weer in tweeën. Het is feest en ik kan iets wat de anderen niet kunnen. Ik ben het aan het doen terwijl de oude tantes toekijken. Isabelle komt langs, ooit een schattig meisje uit de groep en nu een prachtige volwassen vrouw. Ze lijkt in het uniform in zwart en fluoriscerend geel op haar oudere broer, die ik ook in de groep heb gehad.  Het gaat over een game, een spel, waarvan ik nog vijf wars mag levellen. Waar komen de woorden in mijn droom vandaan? Ik hou niet van Wars en ook niet van Games, maar herinner me mijn trots in de droom.

De sirene brengt flarden van beelden door de droom heen, de droombeelden vervagen en worden vervangen door tweets over de vader en de zoon, die niet meer zijn bij iets, waar ze vol verwachting aan hadden willen beginnen. Het nieuwe jaar. De arme jongens, die nooit beseft zullen hebben wat de risico’s waren van het eeuwige spel van kattenkwaad. Zoveel levens verwoest, cirkels verbroken, diepe rouw.

034  077 de Oude Hortus

Ik open de ogen en kijk naar de vormen van de boom voor het raam. De nachtwitte lucht die oplicht en de boom haar oervorm teruggeeft. Ik zou, in betere conditie, nu naar de oude hortus zijn gegaan. Winterbomen geven al hun geheimen prijs. Ze waaieren hun vormen uit tot brede, imposant hoge, of grillige takken. Ze lijken sterker, minder kwetsbaar dan in hun wuivend groen. In hun gedaanten schuilen beesten. Ik zie ze plakken tegen de takken. Slangen, hagedissen, varkentjes, een vlinder soms, hier en daar een adelaar. Ze krijgen vanzelf vorm in knoesten en hangende lianen, in gerimpelde bast, tussen staketsels en lansen. De trompetboom zou meer dan ooit haar symmetrie prijs geven, maar de laatste keer dat ik er was, hoog zomer nog, hadden ze die er, tot mijn verdriet, uit gesnoeid. De machtige oude Gingko zou in volle glorie heersen over zijn winterrijk. De hortus schrijft een eigen verhaal, elk seizoen opnieuw.

Maar ik lig nog op bed en maak aanstalten, de uitputtingsslag van het douchen aan te gaan. Een hachelijke onderneming, De stoel staat nog in de badkamer gelukkig. Na gedane arbeid is het noodzakelijke rusten, in variatie op een thema. Dat een baby-virus een groot mens zo onderuit kan halen. Nooit geweten, Ik kende het niet. Gevaarlijk voor kinderen onder de zes maanden en voor ouderen met long en hartproblemen. Ik voel me nog steeds niet bejaard en ziek genoeg om met die gasten rekening te houden. Ze trekken vanzelf aan de bel, dat blijkt wel. Het zal nog even duren eer het oude zelf uit de puinhopen verrezen is. In bed een hele Piet en na een klein gangetje als was.

img_7369.jpg

Voordeel is het onverwachte bezoek dat het oplevert. Momenten van spontaan samenzijn, onverwacht en knus met bijna alles op de bank, de kinderen op het kleed ervoor, verwikkeld in hun spel. Kinderen, neefjes, schoonzoonlief. We schudden het verleden uit de tas van Oma-oma.

IMG_7367

Daar komen de herinneringen van weleer tastbaar voorbij. ‘De sneeuwpop , die weet ik nog heel goed’, zegt dochterlief. ‘Ja en deze ook’. Foto van zoonlief hangend aan de balk. ‘Waarom was er die balk in de tuin’, vroegen ze zich af. ‘Om drooglijnen te spannen voor de was’. Het verstoppertje spelen tussen de lakens was zo spannend, schimmenspel als de zon er was.

img_7380.jpg

Oma in zwart/wit in het boekje. Klein meisje met de degelijke zwart leren schoenen, zwarte wollen kousen, een gewatteerde bloemenjurk met grote kraag en wijde mouwen, de prachtige hoed op het hoofd geplant, heeft in haar gezicht al vertrouwde trekken. Ook die van hun vader en haar jongste dochter. De oogjes priemen zoekend de wereld in.

Genoeglijke gestolen uurtjes en daarna de avond in met een staartje ‘Gone with the wind’. De klassieken op een presenteerblaadje, als in een droom.

 

 

Uncategorized

Gelukkig maar

We hadden ooit een toneelstuk gemaakt voor de kerstmarkt, waarbij we vader tijd op een ingenieuze wijze wilden uitbeelden. Het was iets met een staande klok, achter een schimmendoek. Dus er werd voor het doek gespeeld als acteurs en erachter als poppenspel. Ingenieus verhaal. Het bleek een boeiende combinatie te zijn, vooral omdat er gespeeld werd met licht en donker achter het doek, waardoor de schimmen Scrooge-achtig mysterieus en langgerekt werden.

Ieder jaar hadden we een kerstmarkt op school, waarmee we een bepaalde kerstgedachte of filosofie wilden brengen. De verhalen verzonnen we doorgaans zelf. We hebben een keer de beroemde sneeuwman van Jo Nesbo nagepeeld, waarbij mijn  onvolprezen tegenspeelster het bijna aflegde in de helm met het laken erover heen die de sneeuwman verbeeldde. Och arme zij.

Er was er ook nog een met een grote doos en een bal, een elfje en een meisje, die de bal tegen de doos stuiterde, waarop de doos ‘au’ riep, telkens weer. Ze kwam er al bellen blazend uit. Kleine feeërieke stilistische plaatjes. De beelden zijn verankerd in mijn hoofd. Er zijn nauwelijks foto’s van. Het was er altijd te donker in de benauwde gymzaal met honderd toeschouwers.

Later werd het minder dromerig en daarmee haalden we wel de schil van het sprookje af. Dat groeide zo, door met de tijd mee te bewegen. Nostalgie  kan voeden maar ook belemmeren.

IMG_7353.JPG

De kleinkinderen kwamen even een kus brengen. Ze namen de kruitdampen mee het huis binnen. Zorgvuldig had ik na de bezorger van de boodschappen en de brenger van een pakje angstvallig de deur weer gesloten. Buiten hing de mist als een dikke deken om het huis. De hele avond is er hier geknald. Ik kon het programma niet meer volgen, dus filmpjes kijken, wegsoezelen, een Engelse detective op de BBC. Opeens vond ik het verdacht lawaaierig.  Ik had het moment suprême gemist. Twee over twaalf. Gelukkig Nieuw jaar allemaal. Er was zelfs de lust niet om naar het vuurwerk te kijken.  Zoveel leed veroorzaakt het. Iedereen die worstelt met minder goed werkende longen, kan nu niet buiten zijn. daar helpt geen mondkapje of wat tegen. Nostalgie is soms dodelijk.

Het huis in de Amandelstaat straalde een warm licht uit. De ramen zonder de dichte gordijnen brachten een blik van sfeer en vrolijkheid. De familie deed spelletjes. Het centenbord van opa, de spelregels geven reden tot discussies. aan de grote tafel wordt gekaart. oliebollen en appelflappen op de tafel. Geen beignets, welnee, flappen. Ronde schijven, met het klokhuis eruit gestoken, goudrenet door een beslagje en dan in de olie. Na de oliebollen als laatste afgebakken. Emmers vol.

Om twaalf uur zwaaide de deur open en dan stonden wij trillend van de spanning en de slaap op de drempel met onze sterretjes, terwijl de buren uit de straat een voor een aanwaaierden om nieuwjaar te wensen. Buurman met zijn smakkende lippen, buurvrouw met haar lieve glimlach en twinkelogen, de jongens van de overkant. Achter het huis werden de kerstbomen door de broers versleept naar het land. De kerstbomenjachten waren achter de rug en doorgaans was de buit groot. Als de rotjes en gillende keukenmeiden minder heftig waren,  liep de straat uit naar het landje. Een vreugdevuur. Alle goede wensen gingen mee de lucht in. Het zou nooit veranderen, dachten we. Nostalgie mag je koesteren.

Op de televisie speel ik ‘Remi sans famille’ af. Sentimenteel, lieflijk, Vitalis en Remi zoals ze eruit hoorden te zien, met hun hoeden, de pofbroek en de riemen om de kousen. Het verhaal was gewijzigd. De mijnen kwamen er niet in voor. Maar de hoofdthema’s waren bewaard gebleven. De stervende Joli-Coeur, wolven, de Milligans en de zwaan, de Engelse boeventronies,  die zijn familie zouden zijn, het bezwijken in de sneeuw. Ends well, all well’. Als de realiteit de nostalgie overschaduwd, hengelen we vroeger binnen op de buis.  Daar is het weer, de sfeer, van het zal nooit anders zijn. Tijden veranderen. Gelukkig maar.

Uncategorized

Een lange nacht volgde

Alles kan altijd nog erger. Dat was de optelsom na de slapeloze nacht, waarbij de hoestbuien in golven de adem benamen en het kleine bloemenkussentje in de zij probeerde de pijn te doven, als ik er hard op drukte.

Niet nog een nacht op die manier erbij, bedacht ik me. Afspraak gemaakt bij de huisarts. Dacht dat ik het wel kon redden. Dochter kwam haastig aanrijden om half acht. Lief zo’n kalme support bij me. Eigenlijk hadden we quality time, afgezien van de ongemakken. Het deed me denken aan de tijd dat ze uit Frankrijk hier vaak een hele week over waren en zij en ik tussendoor tijd hadden om, zittend op het bed, de wederwaardigheden te bespreken. Nu zat ze weer aan het voeteneind en volgde met argusogen mijn verrichtingen. ‘Naar de huisartsenpost zou nog wel gaan, maar mam je moet daarna vier trappen omhoog’. Het was na het douchen. Het gereutel hield niet op en met teugen probeerde ik lucht binnen te hengelen na de inspanning. Dokter laten komen bleek de oplossing.

Tussendoor wipte zoon nog even aan. Gemoedelijk zonnetje, met elkaar op de bank, dochter had de badkamer gepoetst en zoonlief de kamer gestofzuigd. Er was warme rooibos en sfeervol gesprek. Zij praatten en ik hapte lucht. We grapten. ‘Altijd rond deze tijd mam.’ ‘Ja, omdat ik jullie dan allemaal om me heen wil hebben. Haha.’

Dokter kwam, luisterde uitvoerig naar het gereutel. De saturatie was als altijd eigenlijk best redelijk. Toch een screening in het ziekenhuis, om dingen uit te sluiten en erger te voorkomen. Het was goed, want het zou voor zekerheid zorgen en aangepaste maatregelen geven voor het angstaanjagende zwoegen met altijd te weinig resultaat.

IMG_7337

On-y-va in de Franse auto van dochter. De mevrouw achter de balie zuchtte maar eens. ‘Het is stervensdruk’, mompelde ze, ‘lange wachttijden’. Met een intonatie in de stem, alsof we er zelf voor kozen. Wonderlijk aspect van de hulpverlening. Uitleg hoefde niet. De pressie was te groot, zag ik aan haar neergedaalde mondhoeken en de weinig ontvankelijke blik. In wachtkamer 1 werd het bevestigd door veel bezette stoelen. We kropen in de hoek. Wachtkamer 1, wachtkamer 2, stappenplan voor het traject. Alle ins and outs keurig op een rijtje, in vrolijke frisse kleuren. Erbij vermeldt wie je ging ontmoeten, Triage-verpleegkundige voor de intake, gastvrouw voor het bezoek, Seh-verpleegkundige voor de handelingen, assistent-arts voor de bevindingen en overleg met de longarts. Een geoliede organisatie en het liep gesmeerd, alleen de hoeveelheid aan binnenkomers niet. Overmacht all over the place.

IMG_7338Uitzicht op de Dom

Zussen kwamen met hun zo vertrouwde vrolijkheid, op de eigenlijk voorgenomen, zussendag, een kakelvers gekochte pyjama brengen, om daarna te gaan lunchen in de kantine. Huisarts had een eventueel verblijf aannemelijk geacht. Malle meiden. Ze hadden mijn voorkeur voor zwart hardnekkig in de wind geslagen en een opfleurend, bijna Chinees, patroon gekozen. Glimmend en vrolijk. Zo lief om ze daar te zien, wars van regels en gewoonten. Het doet veel met een aangeslagen en slapeloos gemoed. Het ontroerde me.

IMG_7342Groen

Per wachtkamer vier uur, op de SEH ook drie uur.  Steeds zagen we andere mensen weer lopen en terug komen, weggaan en weerzien. De mevrouw die wilde eten en drinken en niets mocht, de twee kakelende zusjes en de zwijgzame man, de man met zijn getatoeëerde armen, die binnen een tel de hele wachtkamer had overgenomen met zijn verontwaardigde verhaal en de benauwde hoestende mevrouw, die naast me zat. We konden een duet hoesten, blik van herkenning. De man met de zuurstof en het kapje en zijn hoofdschuddende vrouw, de vrouw in de rolstoel die dochter en ik allebei graag hadden willen tekenen. De malle molen werd aangedraaid. Bloedprikken, Thorax foto, urinepotje, ECG, bloeddruk, saturatie via de slagader. En wachten en kletsen. ‘Mooie kleur groen heeft U aan’, zei de pleeg en het was als een vleugje thuis.

IMG_7346De beensteunen

Het zijn vaak de kleine dingen die het doen. We hebben gegiecheld als bakvissen om het feit dat ik op een kamer van de gynaecologie lag met de beensteunen achteloos op de grond en het uitgeschaterd om malle invallen, nou ja, voor zover als mogelijk. De coassistent kwam vertellen dat ik een virus had opgelopen, Het RS-virus, dat zich nestelt in de kleine longblaasjes en daar uitpakt. Hoefde niet te blijven, kreeg wel weer verhoogde prednison en nog een reeks aan medicijnen mee.

De vier trappen waren Kilamanjaro’s en Baantjer was de afleiding. Wat mis ik de robuuste Cock met cee, ooo, ceeee, ka, Piet Römer. De vijfde trap, een vesting en een lange nacht volgde.