Uncategorized

In een warme kerst

Wat vinden we toch veel van anderen. Op Twitter brak het gisteren los na het programma ‘Kopen zonder kijken’. Iedereen die daaraan meewerkte, koper, makelaar, presentator, architect of styliste werden langs de maatlat van de kijker gelegd. Allerlei superlatieven, die niet anders deden dan alles wat positief benoemd kon worden, toch in een negatief daglicht te stellen. Het was zoveel, dat het opviel. Uiterlijk, stemgeluid, spraak, verlangens, wensen, aankopen werden in een venijnig geprikkelde jas verpakt door die publiekelijke verslaggeving. Vroeger zei onze wijze moeder altijd: ‘Vind je dat? Steek de hand eerst maar eens in eigen boezem’. Iets wat ik dan moest opzoeken om te begrijpen, wat daar werd uitgesproken, om daarna beschaamd te beamen dat ze gelijk had. Er was er nog een, die rechtstreeks vanaf de kansel met regelmaat gepredikt werd. ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’. Daar was voor ons kinderen geen woord Spaans bij. Die voorstelling viel met huiveringwekkend gemak te maken. Mijn lieve oude vriendin, die het leven in een wijze milde beleving bekeek, gaf het nog beter aan: Oordeel niet, verwonder je slechts”. Zij komt vaker terug in mijn verhalen, omdat het zo kan helpen, niet direct met je mening klaar te staan.

In de loop der jaren heb ik de mensen met een uitgesproken mening, zij die niet willen buigen of in de emotie wild om zich heen slaan met hun bijtende repliek, wat van mij afgeschoven. Ik wil niet meer iets vinden van iemand. Ik wil vooral kwaliteiten zien, waar anderen de onvolkomenheden zien. Ik wil zo graag het leven de moeite waard maken en het niet drenken in chagrijn. Stop met het vinden van iets over een ander. Nog een mooie van vroeger gaat hier op: ‘Schoenmaker, blijf bij je leest’. Iemand die oordeelt over iets waar hij eigenlijk niet over kan oordelen, is in deze tijd voor een deel gemeengoed geworden. Het brengt onrust, al die vinders en veroordelaars.

Met een geknapte knie is er eenvoudigweg teveel tijd en maalt het hoofd haar spinsels bij elkaar. Halve ochtend op bed met kussen onder de knie, later op de bank met kussen onder de knie, af en toe rondjes lopen of lichte oefeningen. Zodra dat gebeurt, wringt het gedachtegoed zich in allerlei bochten en puzzelt en memoreert, staat ondersteboven of schiet met een uppercut van rechts en naar links. Ontembaar, zo’n brein. Helaas, pindakaas werd de afspraak met mijn oude kleuterkweekvriendinnen noodgedwongen afgezegd. Daar zou die armlastige knie een flink aantal kilometers voor moeten gassen en dat dorst het brein weer niet aan. Spijtig maar niet onoverkomelijk. De afspraak blijft staan voor het begin van de volgende maand.

Kerst pakt uit. Lichtjes voor de ramen, op de balkons van de buren, steeds meer verlichte bomen en boompjes in de open etalages van de flats en de tuinen om me heen, soms een rendier of een arreslee. Hier slechts een klein beetje kerst in de grote glazen vaas, waar een oud snoer van lichtjes eigenlijk het hele jaar kerst viert, omdat het sfeerverhogend werk tin mijn optiek. Er worden op meerdere plaatsen aandoenlijke lieve kleine sparretjes aangeboden, die op een bijzettafeltje of op mijn olifantenkruk toch wat gewicht in de schaal zouden kunnen leggen. Een ideaal zou zijn het te behangen met mooie kerstgedachten. Oprechte wensen, geen verdichtsels en verdenksels.

Zoals bij een van de vieringen aan de grote ring aan het plafond in het midden van de gemeenschapsruimte op de oude school, waar alle kinderen hun liefste gedachten in hadden gehangen voor een ander kind. Samen denken aan, geven om, geloven in elkaar. Breien met positiviteit in donkere dagen, zodat een koude kermis verandert in een warme kerst.

Uncategorized

Er dan te mogen zijn

Kostbare lessen zijn er soms proefondervindelijk. Kostbaar, omdat ze een grote impact hebben op het geheel. Gisteren deed ik spontaan een dansje en ineens schoot mijn jeugdige gestap het oude lijf in het verkeerde keelgat. ‘Knap’ zei de knie. Ik probeerde nog door te gaan, maar het wilde met geen mogelijkheid meer verder. Erop staan was geen aangename bezigheid, dus strompelde ik naar de bank en bewoog wat heen en weer. Buigen, strekken, maar niet overstrekken, ging allemaal. Google bracht opties, maar we gingen voor verrekken of een scheurtje of iets dergelijks. Gelukkig waren de zussen en een vriendin lief aan het meeleven en meedenken. Er kwamen ijsblokjes in een grijze doek en tijdelijke rust. Al babbelend en knabbelend, er waren wat levensvragen en het grote verdriet, werd de pijnbeleving naar verre oorden gestuurd. Er zijn belangrijkere zaken om aandacht aan te geven. Pas na de maaltijd en een mooie koude Pinot verder, klopte de man met het hamertje weer heftiger aan de binnenkant van de knie. Het lijf vertelde het zelf. ‘Hup, in de benen en bewegen, anders kom je tot en met St. Juttemis niet meer van die bank af’.

Even door de pijn heen stappen aan de handen van zuslief en als een gehavende postduif na een lange vlucht, kwam het aan op doorzettingsvermogen en Zen-denken. Pijn laten wegebben door de concentratie naar een ander vlak te sturen. Zolang er mensen zijn die in een tobbe met ijsblokjes kunnen zitten zonder te verblikken of verblozen, is er vast wel een piezeltje wilskracht ergens, dat me aan het lopen houdt. Wel een vrij abrupt einde aan een spontane gezellige zussendag. Bezorgde blikken, moeten we je niet even brengen. ‘Nee’, was het antwoord. Met moed, beleid en trouw komt een mens ver. Als de voorzienigheid beter had gewerkt dan had ik nu niet een bezigheid van het krakkemikkigedames-lijstje hoeven af te strepen. Er zijn veel kwalijker zaken dan die knie. Het leverde wel bewustwording van een lichaamsdeel op, dat tot dan toe volledig op automatisme had gedraaid. Wat valt er weg als je nauwelijks kan lopen. Dat was een aardige hoeveelheid aan dagelijkse dingen. Kinderen kwamen in de alerte stand, belletje van zoon Fysio, instructies en eventueel een telefoontje plegen, maar eerst een dag rust en aankijken hoe het een en ander zich ontwikkelen zou. Het werd niet dik, het werd niet blauw, het bleef de oude vertrouwde knie met duistere krachten aan de binnenkant. De voordelen zijn het vertroetelen, koffie op bed en een bak yoghurt voor de medicijnen, poes Puis met lieve aandacht en nog meer zeeën van tijd.

Gisteren ging het gesprek met name over gemis en verdriet en eenzame kerst, terwijl het gewone leven geacht werd door te gaan. Het heilige moeten valt niet af te dwingen. Als de geest er niet aan toe is, dan kan je wel op strepen staan, maar dan heeft het een averechts effect. Een goede raadgever is iemand, die weet in te schatten wat het welzijn van de betrokkene zal bevorderen, niet door ergens aan te trekken wat bijna zeker het omgekeerde effect zal bereiken. Zaak is om aan te voelen wat het meeste baat zal hebben. Niet zelden is dat een luisterend oor. Soms is het ‘kinderlijk’ eenvoudig. Jeugdliteratuur is van alle markten thuis. Annet Schaap heeft het goed luisteren vorm gegeven in haar fantastische prentenboek: ‘De boom met het oor’. Als een klein jongetje stad en land afzoekt om een oor te vinden, dat niet alleen alles hoort, maar ook nog eens luistert, vindt hij dat bij de boom. Soms zijn we allemaal dat kleine jongetje en is de behoefte aan die boom extra groot. Er dan te mogen zijn.

Uncategorized

Nog even doorbijten

Gisteren roerden de genen zich flink bij de eerste regel van het gedicht van een Sint die precies wist hoe de vork in de steel stak. Tranen met tuiten. Onze Pa schoot vol bij het minste of geringste. Je hoefde maar een deuntje van vroeger in te zetten of hij kon niet meer mee zingen door een verstikte stem. Sinds een jaar of tien, ja zelfs op school, hoefde er maar iets ‘van de gevoelige plaat’ langs te komen of ik snifte met horten en stoten mijn teksten bij elkaar. Dat duurde tot ik op een gegeven moment de tegenwoordigheid van geest had gekregen om mijn schrijfsels, met het hart op de tong, aan een ander door te schuiven, zodat zij konden vertellen wat er in mijn gemoed rondtolde. Gevoelig typje hoor.

Geen idee wat het is, buiten die genen dan. Dochterslief hebben er ook last van, ze graven kennelijk diep door. Bij een ontmoeting met Mark Mieras wilde ik hem bedanken voor een lezing in de plaatselijke bibliotheek en tot overmaat van ramp werd ik daar overvallen door dezelfde beproeving in een poging de visie van de school de hoogte in te hemelen, omdat het voor mij als thuiskomen voelde met het verhaal dat Mieras afstak. Over het vuur in het kind aanwakkeren, betrokkenheid en vanuit het kind vertrekken. Gruwelijk genant stond ik daar tussen de gebroken tekst de grond open te wensen. Een sussende Mieras deed daar niets aan af. ‘Verdorie nog aan toe, sentimentele oude dwaas’, sprak ik mezelf toe, ‘kan je het dan nooit droog houden’. Dank lieve Pa voor deze tweeledige emotie. Tegenwoordig laat ik alle karretjes op een zandweg rustig doorrijden en elk groene dal links liggen. Stel je voor, dat ik weer verstrikt raakt.

geworstel op de trap

Dat een vrind van de Sint langs zou komen was duidelijk, al moesten er ineens veelvuldig mensen naar het toilet. De zang met veel varianten op Piet, die allesbehalve genoemd mocht worden zoals het al 67 jaar ondoordachtzame gewoonte was geweest. Dat duurde en duurde, alles in de herhaling, tot daar een grote bons en het getik van de pepernoten de kinderen, met het ongeloof in hun ogen, stil liet vallen, net een seconde genoeg om dochterlief de kans te geven terug te rennen naar het toilet. Kleinzoon een , die het geloof al lang geleden had afgezworen gniffelde toen broer 2 gillende de kamer uitstoof op zoek naar de aanstichter van dit rumoer ‘Ik ga helemaal stuk’, riep hij en rolde theatraal de ogen als ingewijde en medeplichtige.

De berg cadeautjes, ook al waren die gesprokkeld op marktplaats en uit de boekenkasten van het huis waren een schot in de roos. Twee 0.0 biertjes bijna over de datum voor zoonlief, een ongebruikte shampoo en douchegel die al langer in de badkamer stond te verstoffen, een prachtig boek voor mij uit de kast van dochterlief, een juten zakje van de supermarkt met mandarijnen. Voor de kleintjes een hoop licht en herrie, blikken geluidjes en natuurlijk de bal, een met lichtjes nog wel. Een voltreffer voor de allerkleinste pork was het onvolprezen hardkartonnen boek van Rupsje Nooitgenoeg. Een vuilniswagen die al rijdend papiertjes opvrat voor Dribbel. Dochterlief had zich geopenbaard als een echte Secondhand Rose. Die andere genen dus, van haar moeder, die nooit anders heeft gedaan. Sint hoefde niet duur te zijn. Met de Franse aanhang was Kerst al kostbaar genoeg. Groots en meeslepend sparen ze ginds er het hele jaar voor.

Sinterklaas anno 2020, waarbij ik de andere kinderen node mistte en vurig hoopte dat we snel weer compleet een feest konden vieren. Met de thee, het lekkers, de soep en het stokbrood, de chaos en het gekrakeel leek het op de Sinterklaas van toen met het verlangen naar het feest van ooit weer, zonder ellebogen, anderhalve meter en met veel sentimentele gedichten, geschater, vals gezang en geknuf. Nog even doorbijten.

Uncategorized

Inpakken en wegwezen

Een column van Danka Stuyver in de krant van gisteren raakt me met een opmerking van een oude man, die ze bezoekt en het nodige te verduren heeft gehad. Ze verwacht hem ‘in duizend stukjes aan te treffen, verscheurd door verdriet’. Maar hij zit kalm en bedaard in een fotoboek te bladeren. Daar merkt hij over op: ‘Even het geluk bekijken in de achteruitkijkspiegel’. En als de huisarts aangeeft het zo erg te vinden voor hem antwoordt hij: ‘Vroeg of laat breekt bij iedereen de pleuris uit. We krijgen allemaal een keer dat ene telefoontje, waarna het leven nooit meer zo is, als dat het was’. De wijsheid van de waarheid, terwijl ik denk aan mijn eigen ontvangen telefoontjes, die op die manier alles op hun kop wisten te zetten. Daardoor weet ik ook dat er, behalve valt terug te bladeren, ook weer nieuw geluk zal worden bijgeschreven. Iedere medaille heeft een keerzijde, waardoor de andere kant versterkt wordt.

Geluk

De kou en de harde wind, die laatste voornamelijk, zorgden ervoor dat ik niet op de tuin maar bij dochterlief in het nog niet helemaal verbouwde huis belandde. Prachtige vloer in visgraat, nieuwe kozijnen, de uitbouw groot en de kamer nu heerlijk ruim. Straks als de ramen in de uitbouw zitten, zijn er ineens ook zeeën van licht in de altijd wat donkere kamer. Wat heerlijk om met vernieuwing en tevens vooruitgang bezig te zijn. Zoonlief schiet ook fluks op in zijn nieuwe huis. Eerst slopen en dan steen voor steen, tegel voor tegel, vloer voor vloer weer opbouwen. Beiden werken nauwgezet en met liefde aan hun thuis. Iets wat wij als gezin ooit een keer echt gedaan hadden. Prachtig roomwit was alles en ruim, lange witte gordijnen tot op de grond. Zelfgebouwde ingeniuze kasten, een verbouwd klompenhokje als speelparadijs. De andere woningen, vanaf de allereerste zolderkamertjes in Leiden tot in mijn huidige woning werden een beetje in elkaar geflanst. Geen vernuftigde foefjes, of de jongste zoon moest zich ermee gemoeid hebben. Daardoor wel de luxe van licht te bedienen met de telefoon en eventueel de verwarming. De rest is een bij elkaar geraapt allegaartje, waar de jaren doorheen schemeren en gekoesterd worden. Bij dochterlief staat het oude kabinet in een prachtige kleur nog in de steigers, de kleur van de muur is er harmonieus op afgestemd. Zo werkt dat met stemmingsborden en interieurstylistes.

Vandaag wordt Sinterklaas gevierd en ik kan er als volwassene nog net bij, twee van de vijf kinderen. de schoonkinderen met de kleinkinderen. Deze Sint haalt tegenwoordig de cadeaus gewoon uit de boekenkast. In het kader van consuminderen en een overmaat aan boeken is dat de ideale weg. Twee filosofieboeken, ‘Wat is geluk’ en ‘Wat is kunst’ en een prentenboek voor dribbel, twee voorleesboeken voor de ouders en de biologische taaipopjes ter aanvulling. Door de jaren heen is het arsenaal aan kinderboeken aardig uitgedijd. Het is een walhalla voor de oude baas om een en ander uit te zoeken.

In het filosofieboek voor kinderen staat een intrigerende vraag om over door te denken. Tegenover de vraag of je geluk moet zoeken tegen elke prijs wordt als stelling gegeven: ‘Ja want als ik gelukkig ben, kan ik echt mezelf zijn’ staat een wedervraag. ‘Ben je jezelf of word je jezelf’. Zelfs voor mij, jaren en veel teleurstellingen en blijdschappen , wijsheden ook, geluk zelfs, later is dat nog steeds iets om over na te denken. Door in jezelf te duiken ontdek je veel als je stopt met jezelf te spiegelen aan- of te vergelijken met anderen. Geluk zoek je niet, dat komt op je pad. Haha, maar daar krijg ik de opmerking over of je er dan helemaal niet meer aan geluk moet denken. Zo werkt het boek door. Sint krijgt de neiging om nog even te overwegeof het dit cadeau moet worden. Ik was vergeten, hoe gelukkig ik werd om op dergelijke manier te peinzen over het leven. Het boek van de kunst is al minstens zo interessant, met als hamvraag: Wat is schoonheid, wat is kunst.

Zulke boeken zijn de parels voor een filosofieles in de groep. Dat was een van mijn lievelingskringen, juist omdat jonge kinderen zo helder kunnen denken, zonder grote mensenlogica. Ze gaan rechtstreeks met gevoel erin. Derhalve hoort het bij een kinderbrein en kunnen de ouderen er een graantje van meepikken. Niemand is ooit te oud om te filosoferen. Niet meer aarzelen Sint. Geluk is ook delen. Inpakken en wegwezen.

Uncategorized

Hoog en droog

Een prachtig schilderij opende de dag voor mij vanuit het keukenraam. Misschien oogde het blauw imponerender doordat er een loodgrijze dag aan vooraf was gegaan. De donderdag ging gebukt onder miezer en soms meer dan dat. Dankzij Rogier Willems en zijn inspirerende schilderinstructies liep ik in mijn doeltreffende douchegordijn als een grote groene matrone langs de druilerige sloot en ontweek de modderpartijen door van graspol naar graspol te springen. Niemand die me zag want alleen bij de oude en in de tuin op de verste uithoek was leven te bekennen. Twee uur gaf ik mezelf. Altijd goed om grenzen te stellen. Daarna zou ik stram zijn van de kou, die met het sombere weer in overmoed zou nestelen in de gewrichten.

Het derde portret vroeg wat duw en trekwerk. Over het vierde portret kwam de tweede laag. Rogier Willems werkt zoals ik het zo graag zie en vaak ook doe. Hij werkt veelal met een kwast, omdat hij een hekel heeft aan kwasten schoonmaken. Dat vleugje humor houdt hij in al zijn video’s vol. Als zijn palet volloopt met mengingen spreekt hij zich belerend toe ‘Foei toch, zouden mijn collega’s zeggen’. Maar hij is volstrekt trouw aan zijn eigen werkwijze. Je ziet hem de toetsen zetten, aanpassen, opnieuw mengen, weer aantippen, laag over laag over laag. En juist die gelaagdheid geeft het werk een levendige toets. Betekenisvol. De juiste uitdrukking, de emotie achter het oppervel, de ziel in de ogen. Die toetsen zijn vlakken en vlakjes, het ware boetseren van zo’n model, het kneden tot een vorm die spreekt. Het gaat hem niet om de gelijkenis, maar er juist om die bezieling te vangen. Het is een schilder naar mijn hart. Een gevoel van thuiskomen. Bij ieder portret zou ik al een aantal lagen daarvoor gestopt zijn, maar hij werkt door tot het grote gepiel (zijn woorden) begint. Van daaruit laat hij ons weer los met een hartelijk ‘Piel ze’.

Dat deed ik dan ook, zijn woorden en zijn kennis in het achterhoofd. Af en toe een corrigerende tik op mijn eigen vingers. Je mag wel pielen, maar niet smeren. Geen tijd om te eten of te drinken, dat kon daarna weer. Wenkbrauwen aangepast, voorhoofd veranderd, tijd voor de tweede laag van de Oegandese vrouw, het indringende kleine fotootje uit de krant. Altijd lastig om te vertalen naar groot. Zoals vriendinlief schreef: Ja. ’t gepiel en ’t kijken en ’t effect van de dingen. Resultaat is leuk, maar toch echt ’t proces’. Zo is het. Naar volle tevredenheid wandelde ik in mijn felgroene tent naar de kleine blauwe. Morgen is er weer een dag.

Tijd voor thee bij zoonlief en kleinzoon 6, voordat hij alweer fases verder is. Met de bal aan zijn voet, of in de hand, al gooiend en schoppend en rollend, zoonlief deed niet anders toen hij zo oud was, schatert hij het uit bij juffrouw Ooievaar en haar pedante stem. Kijkt me met grote ogen aan als die stem ineens weer ‘bedaard’ wordt, als mijnheer de Uil aan het woord komt. Thee met het zakje er nog in en te laat opgemerkt, laat ik voor de helft wat het was. Het arsenaal aan kinderliedjes, de Olifant met de allerdikste billen van het hele land en helikopter, het vers van het boerenpaard hobbel de hobbel en kriebeltjes in de nek hebben groot succes. Brede glimlach, stralende ogen en gekir en alles mag in de herhaling. Met zoonlief, werkend in het zorgcircuit, is het nog steeds afstand houden. Het gemis van warm omhelzen wordt verzacht door de kleine. Die mag op schoot, knuffeltje hier en knuffeltje daar. Kushanden voor zoonlief.

Het verkeer op weg naar huis laat in lange rijen gelaten het gekletter van de regen op hun glanzende daken toe. Lange linten licht aan de overkant. Thuis is het heerlijk behaaglijk. Met een restje linguini en de benen languit op de bank, Pluis spinnend ernaast. Laat de regen maar vallen, wij zitten hoog en droog.

Uncategorized

Goed garen spinnen

Een juichend ‘Omaaaa’ klinkt het boven aan de trap en twee armpjes strekken zich uit. Heerlijk om gewenst te zijn. Als ik hijgend, de trap is een vesting voorafgaande aan nog twee in het flatportaal, boven kom, slaat Dribbel zijn armpjes om mijn benen. ‘Omaaaaa’ verder strekt zijn vocabulair zich uit in praktisch onverstaanbaar gebrabbel met hier en daar een woord. Ingedroogde waterpokken verhogen zijn aandoenlijkheid. Zijn overbekende bassende stemmetje bleef onverdroten doorbrabbelen. Het was koud en druilerig buiten, dus bleven we veilig binnen.

Toen na een kwartier kleinzoon 1 op krukken van beneden naar boven kwam, zakten ze samen op de bank, een lievelingsfilmpje voor beide, voor oma de vaat en keukengepoets. Dankbaar werk. Schemerlampjes aan en de meegebrachte ieniemienie-taai-taai poppetjes(biologisch, glutenvrij en zonder smaak en kleurstoffen), die verwarde Piet in mijn schoen had gestopt, stevig in ieder knuistje. ‘Stapperdestap, stapperdestap’ een poppenspel was snel gevonden. Niet alleen Piet in de war, maar deze Sint ook. 1 Euro prijkte onder de kleine zakjes. Daar kon ik me geen bult aan vallen. Bij de kassa werden ze ineens bijna drie euro duurder. Oeps. Nou ja, voor het goede doel dan maar. Lekker en gezond. ‘Het mag wat kosten tegenwoordig’.(hoor ik daar mijn moeder?)

Voordat ik naar het oppasuur ging, had ik in mijn hoofd al drie portretten gemaakt. Daar bleef het bij. Het grijze gemiezer maakte lui, geen neiging om de tuin op te zoeken. De kou sloeg te hard om de oren. Pas op de plaats. Zussen hadden een fikse wandeling erop zitten terwijl ik me als Pluis opkrulde in mijn zelfbedachte cocon. Even winteren. Het kon geen kwaad. In de koelkast wist ik het toebereidsel voor het avondgerecht. Daar moesten voor zoonlief alleen nog wat kippedijen bij. In mijn ijver om boodschappen te doen, stond ik met het lekkers voor het grut weer buiten zonder. Vergeetachtigheid, uw naam is Haast. Zulks werd erger naarmate het nemen van initiatieven afnam. De boel moest maar weer eens flink opgeschud worden, het werd de hoogste tijd.

Dribbel kroop in winterstand en nestelde zich heerlijk tegen me aan, terwijl kleinzoon 1 aan het ‘fortknighten’ sloeg Er kwamen veel oude films voorbij, wat kennelijk het thema was. Op wonderlijke wijze deden ze er veel kennis mee op. Met bijvoorbeeld plastic afval uit de zee werden hele eilanden gebouwd. Als je knie niet werkt en het hele jaar een beetje tegen zit, dan zijn dit soort van leerzame games, iets wat met vrienden te spelen valt, een goede afleiding. Zelfs de afstand Nederland-Frankrijk, waar vriend neef woonde, werd moeiteloos overbrugd.

Ik hoor nog mijn oma en een hele goegemeente waarschuwen voor de voorliefde voor stripboeken vroeger. ‘Vierkante ogen zouden we krijgen bij het lezen onder de dekens met een zaklamp’. ‘Ze leren er niets door’, schamperde men, al wist ik met gemak de Incatempels, Toet Ankh Amon en meer van dat soort geografische en geschiedkundige feiten te duiden. ‘Het zou de stimulans om ‘echte en dikke boeken te lezen alleen maar belemmeren’, Dat alles al dan niet onderschreven met priemende of geheven vinger. Met die argumenten probeerde men ons van de strip af te houden en het is nooit gelukt. Het was de perfecte wereld om in weg te duiken, de opmaat bij uitstek voor het verslinden van de latere boeken.

Vanmorgen rolde Rogier Willems de kamer in met zijn meer dan losse toets. Naast alles wat niet kan, kan dat nog steeds. Ontwikkelen zonder uit je luie stoel te komen, al kriebelt het nu wel weer. Wat een timing. De juiste prikkel op het juiste moment. Toeval bestaat niet. Laat maar komen, op welke manier dan ook. Voer voor het heilig vuur. Dat zal vooral goed garen spinnen.

Uncategorized

De dag van de vriendschap

Een heerlijk begin van de dag. De hele woordkraker vandaag in een luttel half uur bij elkaar gesprokkeld. Dat was tot nog toe nog niet gelukt. De droom had het al voorspeld. Gebeten door een gele slang met een zwarte kop in mijn voet en daar een hele dikke horrelbult aan overgehouden. Slangen staan volgens de droombetekenis voor het vrouwelijke, voor helen en voor spiritualiteit. Dus de oplossing van de puzzel stond in een helder licht. Een kolfje naar mijn hand om gebeurtenissen van een gunstige beweegreden te voorzien. Ook fijn om naast de tegenovergestelde informatie in diezelfde ochtendkrant wat te mogen spelevaren.

Gisteren kwam kleinzoon 3 als eerste door de grote schooldeur naar buiten, rende onmiddellijk, zonder jas, op de lantaarnpaal af, waartegen ik stond te vernikkelen. Op de vraag of hij geen jas aanhad, antwoordde hij ontkennend terwijl hij in het grote grijs achter mij staarde. Er rezen vermoedens, maar die werden weer even zo vrolijk ingeslikt. Zoals de belofte er gisteren was, mocht hij vandaag mee naar de speeltuin in het aangrenzende park omdat daar zijn vrienden van de BSO ook nog zouden komen spelen. Een van de jongens uit een groep hoger, die vorig jaar had gezeten, ging ook onmiddellijk ernaar toe, met zijn vader en zus in het kielzog.

Daar ontstond een merkwaardig aantrekken en afstoten van beide. De uitdaging werd steeds opgeschroefd, waarna de afwijzing of beteuterde gezichten volgden. Toen een grote jongen uit groep vier erbij kwam, werd het niet beter. Die walste de andere jongen om de haverklap neer. Met de komst van de BSO-vrienden van kleinzoon herhaalde het spel zich van uitdagen in het aantrekken en afstoten. Niemand greep in. Vermoedelijk was ik te beroepsgedeformeerd door dertig jaar onderwijs, want de neiging groeide om af en toe een waarschuwing te laten horen. Het was een merkwaardig spel. In alles proefde je, dat de eerste jongen eigenlijk heel graag met kleinzoon wilde spelen en alleen niet wist hoe hij dat aan moest pakken. Kleinzoon raakte door het uitdagen in de war, weerde het verlangen af. Hij probeerde, toen de ander een bal had gevonden, het op een andere manier. Door een spel te verzinnen, dat ze alle vier zouden kunnen doen. Zo hoog gooien als je kon. Dat had een veiliger lading dan de waaghalzerij op het klimrek. Aan het eind van het spel vertrapte de afgewezen jongen een diabolo. Gedrag uit onmacht.

In de auto hadden we er een gesprek over en kleinzoon vertelde dat hij altijd geplaagd werd verleden jaar door datzelfde jongetje. Bij thuiskomst bleek dat ze ook vaak samen hadden gespeeld. Ergens was de rivaliteit er tussen geslopen. Het lied uit de film ‘Annie Get Your Gun’ van Irving Berlin(1950) met Betty Hutton en Howard Keel schoot me te binnen. Dat was precies waar het om draaide. Van elkaar houden en toch niet met elkaar kunnen. Uiteindelijk kwam in de film alles goed, zoals vaker alles goed komt, zolang niemand zich ermee bemoeit. Al kan een kleine hint nieuwe wegen openen.

In de knusse caravan op het bospark brandde warm licht en zat dochterlief met kleindochter lekker op de grond op een groot kussen. Warme thee en voor het grut wat pepernoten. De jas bleek, zoals het vermoeden was, in de rugzak te zitten. Kabbelen, theezippen en gezellig kouten, tot de vermoeidheid op alle fronten toesloeg en het tijd werd op te stappen. In die tussentijd had pop een ritje op de fiets gemaakt, vlogen de papieren vliegtuigjes laag over en belandde een gegooid balletje precies in de rugzak. Touché.

Thuis wachtte de bank en een heerlijke verse linguine met spinazie, tomaat, mozarrella en basilicum, olijf, ui, knoflook en peper en net op tijd klaar voor de finale van Masterchef Australia. Twee vriendinnen streden tegen elkaar en een verloor nipt de grande fnale, maar beiden omhelsden en bedankten elkaar. Vriendschap met verdriet van de verliezer, ongeloof bij de winnaar, maar zonder afgunst. Vrienden voor het leven door dik en dun. Hoe mooi daarmee te besluiten. De dag van de vriendschap.

Uncategorized

Om wakker van te liggen

‘Zachtjes tikt de regen’, zong Rob de Nijs mijn verleden bij elkaar. Een zolderraam, de vage contouren van wat ooit mijn zolderkamer was en waarvan ik me alleen nog het zolderluik kan herinneren, droomden binnen. Het bleek een illusie. Het tikte niet, er kletterden slagregens tegen het raam. De realiteit was andere koek dan de zoete herinneringen. De volle maan ging schuil achter een dik en nachtelijk zwart, plausibele verklaring waarom wakker worden en blijven onomkoombaar leek te zijn.

Pluis, huiselijk opgekruld en behaaglijk op de sprei tegen de warmte van mijn onderbenen aan, deed waar ik naar verlangde. Om de tijd stuk te slaan een puzzeltje gedaan, gelezen hoe Edgar Degas kennis maakte met zijn nichtje, waarbij vanaf de eerste ontmoeting de lieflijke ondertoon gezet werd, met veel aandacht voor het detail, een schilder waardig. Japin op z’n best in Mrs. Degas, hij schilderde sfeer met woorden, zoals Degas zijn penseelstreken zette.

Langszij kwam de wijze, en bleef hangen op mijn netvlies. Hoe hij vanuit een vakantie in Spanje ineens door de deur kwam van de kleine stacaravan in Friesland. Ik was 18. Nog ervoer ik het gelukzalige gevoel, dat me toen doorstroomde bij die gewaarwording. Dat het vasthouden ervan verdween in de hectiek van alledag met de jaren was een natuurlijk verloop. De beslommeringen om werk en studie vraten de tijd met een gretigheid, die weinig anders overliet. Liefde werd uitgestrooid over de cavia, woestijnratten en het konijn. Zelfs een blauwe maandag wat vogeltjes. De romantische gedachte erachter was die van een zoetgevooisde zanger in een antieke kooi, die ijle trillers zou fluiten voor het raam bij het vangen van de laatste zonnestralen, maar de kooi benauwde me. Vleugellam is iets wat nooit zou moeten zijn en wat toch gebeurde. Langzaam maar zeker. Een gouden kooitje deed daar niets aan af. Vliegen, de vrijheid tegemoet. Heb nooit de wisselwerking gelegd tussen wat overrompelde en de queeste. Soms zouden de schellen eerder van de ogen moeten vallen. Het gras bleef groener, tot ik leerde zelf te zaaien en te maaien. letterlijk en figuurlijk.

Overpeinzingen en Degas bij vlagen er tussendoor. Soms vielen de ogen toe, zo moe. Dan was het tijd om slaap weer te proberen, maar Klaas Vaak bleef verre van mijn sponde en Pluis maar ronken, jaloersmakend hard. Toch wat weggedoezeld. Nu is het vroege ochtend. Weer klettert de regen. Ik wilde gisteren de gouden ketting van Kluivert schilderen op het doek voor zoonlief, maar de goud-oker lag op de tuin in de kist, ik wist precies waar. Daar is niet hier, dus resulteerde het overschot aan tijd in een dwars-door-de-koelkast-recept met alle puntpaprika’s en winterpenen, tomaat, uien, knoflook, champignons, krieltjes en bosui. Kruiden met Ras el hanout en bouillonblokjes, geroosterde pompoen-meergranenbrood met brie erbij en klaar was de soep. Voedzaam en een welhaast lege groentenla, eer het bederf toe kon slaan. Wie niet snel is, moet slim zijn in variatie op een thema.

Een aangrijpende foto in de krant van gistermorgen. Een vrouw van 72 zit in haar schamele hutje en nu er een vredesakkoord over Nagorno Karabach rond is, willen de Armenen in grote getale de enclave verlaten uit angst vermoord te worden. Een indringende beeld dat daar gegeven wordt. Ze zit er met haar enorme benige lange handen werkloos op de knie en het beeld straalt gelatenheid uit. Een vrouw vier jaar ouder dan ik. Niet welgesteld, een kacheltje met een pan erop, een brits en dat is wel zo’n beetje de inrichting van het huisje. Daar heb je dan je leven geleefd, een toekomst op-en-afgebouwd en dan worden ten leste je kanskaarten op een rustige oude dag uit de handen geslagen. Een onmogelijk hard gelag voor haar en al die anderen. Wij zijn in de schoot van de welvarendheid geworpen. Een gedachte om wakker van te liggen.

Uncategorized

Een diepe droomloze slaap

Goede sier had Sint gemaakt met zijn speculaaspoppen. Weliswaar had een van de huiselijke Pieten de helft soldaat gemaakt en kreeg hij de wind van voren. Sint moest derhalve bij het plaatselijke warenhuis twee goedkopere exemplaren aanschaffen, omdat de bakkers op zondag allen gesloten waren. Het succes was er niet minder om. Véél woog zwaar op tegen ‘minder en iets lekkerder’.

De ochtend was een rondje van de Sint en dat liet de vroege middag over voor de tuin. Het atelier was er klaar voor. De opruimwoede van van de week resulteerde in een heerlijke sfeer om verder te gaan met mijn werk. Soms is te minitieus kijken om daarna details aan te pakken en te veranderen geen garantie voor succes. Het broddellapje werd meer en meer een wonderlijk hoofd, of was het nu alleen die ene wenkbrauw? Hoe schilderen de uren vreet met gretigheid. Evenzeer als het opgaan en alles vergeten wanneer de penselen het doek bestormen in een ultieme poging de gelijkenis naar de hand te zetten. Zeggingskracht heeft niets met perfectie te maken. Ik dacht aan Dumas en haar rauwe beelden die de kracht hadden mij tot in het hart te raken door de ondubbelzinnige boodschap ervan. Daarom besloot ik eeen ander portretje op Khadi-papier te maken. Te ruw, want geen schuurpapier voorhanden om de gesso te egaliseren, maar ook weer goed voor diezelfde onvolmaaktheid. Impressie naar berichtje uit de krant over de vrouwen van Nairobi.

’s Avonds bij Project Rembrandt probeerde ik door de ogen van de jury te kijken en te zien wat zij zagen. Hier en daar miste mijn oordeel dat van hen en schatte ik de een hoger in op de ranglijst dan een ander. Het winnende doek was ook het grootste in mijn beleving en ik moest het terugzien om te kijken of dat ook echt zo was omdat het indrukwekkender was dan de rest en daardoor in gedachten groeide. Dat was een goed en klein experiment en nee, het was absoluut niet het grootste doek, maar wel het meest karakteristiek en krachtig, bleek bij het terugkijken.Die kwaliteiten hadden het doek dan ook navenant laten uitstijgen boven de rest. Dat doen die grijze cellen boven, of misschien wel het gemoed. Er waren doelgerichte kritieken, opbouwend maar treffender dan de vorige uitzending.

Terug naar mijn eigen aanpak. Nog steeds aan het vogelen en experimenteren. De eerste laag stond er vlotjes op. De kou had de vingers stram gemaakt. Er volgde nog een kleine observatie van roodborst, die onbeschaamd volledig toilet zat te maken in de wilg rechts van het raam. Ze waande zich overduidelijk onbespied. Het was aandoenlijk hoe zeer het verenkleed met zorg en aandacht werd schoongepikt en glad gestreken. Herhaaldelijk schudde ze de vacht om weer opnieuw te pikken en te strijken. Omdat ze op ooghoogte zat, vanuit mijn drie treden hoge residentie, was het aandoenlijk en intiem. Op het nippertje een ietwat onduidelijke foto met de phone, toen ze weer stil zat. De kachelpijp van de buurman braakte een dikke grijze rookpluim. Tijd om te verkassen. Het hoofdstuk werd afgesloten met een vroege mooie zonsondergang. De lucht kleurde het plaatje als een kunstwerk in.

Nog een Sinttocht te gaan naar het bospark, waar deze hulp-oma even moest bijkomen in de warme sfeer van de knusse zondagmiddagfamilie. Uitgehijgd en gegroet met een kriebeltje in de hand van kleindochter, zwaaiden ze me uit. Twee staartjes en een bosgezicht door de spiegeling van de ruit. De goedgevulde dag en avond warmden de vriesvoeten en zorgden later voor een diepe droomloze slaap.

Uncategorized

Een hart is nooit te groot

‘Er zijn nog drie wachtenden voor U’. In gedachte hoorde ik het afstandelijke stemgeluid in de denkbeeldige telefoon van elk te kiezen hulpverleningsdienst, tandarts, fysio of dokterspraktijk. Maar ik stond gewoon op de stoep bij de bakkerij, waar drie mensen tegelijk binnen mochten en de rest buiten moest wachten. Alleen…de bakker was uitgerust met een oventje om de sauzijcenbroodjes op te warmen en dan kon het gebeuren dat we met z’n allen 3×2 minuten moesten wachten tot alle gekozen bakkersvruchten gaar of warm waren. De vrouw achter mij, tikte voortdurend op haar horloge en haar ogen rolden veelzeggend boven het modieuze mondkapje. Dankzij de loterij stond ik daar, want er waren twee bakkersbonnen per post gekomen en ik vermoedde dat Sint die wilde inwisselen voor drie speculaaspoppen om het grut mee te verrassen. In de kringloop nog een zoektocht naar wat klein spul om erbij te doen, maar er lag niets wat niet alweer vrij snel in dezelfde recyclemodus zou belandden. De poppen waren afdoende.

De zon was rond drie uur doorgebroken en dat was fijn na twee dagen betamelijke somberheid. Het leven kleurde letterlijk lichter. Genesteld in mijn holletje op de bank rees de vraag of ik niet even naar de tuin had moeten gaan, maar het beloofde de volgende dag helemaal zonnig te worden. Dan was het een uitgerekend moment om nog een wilg te slechten tot op de kruin. Het programma ‘Jacobine op 2’ bracht een heel andere beleving met zich mee. Mensen die rouwden om een dierbare, een dochter om haar moeder, een dochter om haar vader en een man om zijn vrouw. Die man was Frits Spits, een bekende radiomaker en hij gaf met een intrigerende vergelijking aan waar de rouw voor hem zat. Het was te vergelijken met het trainen van een hond. Die loopt eerst alle kanten uit en op een gegeven moment loopt hij aan de knie. De rouw was zo verinnerlijkt, dat het voelde als een dergelijke beteugeling, maakte ik uit zijn woorden op. Het was een mooie vorm om uit te drukken hoe rouw om een dierbare op een persoonlijke wijze zich openbaren en verankeren kan.

https://tvblik.nl/jacobine-op-2/persoonlijke-ervaringen-over-rouw

Dat verschil was terug te vinden bij deze drie. Ze schreven er een boek over. De dochter, die om haar moeder rouwde, de journalist Lisanne van Zadelhof wilde een handleiding voor het omgaan met het immense verdriet dat ze voelde, maar vond het nergens en beloofde toen aan haar rouwtherapeut om er zelf een te gaan schrijven. Daardoor kwam ze erachter dat er voor rouw alleen maar een eigen weg te schrijven viel, juist omdat ieder het op een eigen manier zal verwerken. Zo schreef ze een hoofdstuk vol met enkel de herhaling van de woorden: ‘Ik heb geen moeder meer’. Erover schrijven of praten zalft, dwars tegen alle dooddoeners in, zoals ‘Gaat het weer een beetje’of ‘heeft het al een plekje gekregen’. Goedbedoelde maar nietszeggende lieve woorden, die het echte antwoord niet afwachten. Mensen worden ongemakkelijk bij rouw, is ook mijn ervaring. De vrouw die haar vader verloor, auteur en schrijfdocent Josha Zwaan, roemde de intimiteit, die nu in corona-tijd was ontstaan, om het afscheid van haar vader, die dominee was en een publieke functie vervulde, zo intens samen in kleine kring te hebben mogen beleven.

Frits had een prachtig lied uitgekozen dat benadrukte hoe hij de verbondenheid met zijn vrouw ervoer. ‘Zelfs nu je zwijgt’ heet het en het getuigt van die krachtige symbiose.

Dergelijke programma’s geven zoveel stof tot overpeinzen en zijn voldoende om op te teren. Als je dan nog naar zo’n prachtige uitvoering mag luisteren is een dag al goed gevuld en mijn arsenaal aan mooie muziek met deze ‘liedjes’ van Veldhuis & Kemper zijn naar volle tevredenheid uitgebreid. ‘Mijn hart is groot genoeg kom er maar bij’ zingen ze. Dat is precies wat ik zal doen, want ‘een hart is nooit te groot’.

Uncategorized

Een cadeau van tijd en verrijking

In de tijdgeest van 7 november stond een interview van Marijke de Vries met de Vlaamse auteur Koen Sels. Hij had de roman ‘Gloria’ geschreven over de omwenteling die het vaderschap in zijn leven bracht. Het voelde voor hem als een afscheidnemen in plaats van een verzoening. Hij worstelde met zijn gedachten en vroeg zich bijvoorbeeld af of hij tegen zijn dochter, die graag in prinsessenjurken loopt, moest vertellen ‘dat prinsessen stoer en dapper zijn. ‘Zijn dat de gewenste karaktereigenschappen? Ik denk juist dat de wereld meer zogenaamd vrouwelijke eigenschappen kan gebruiken’ wierp hij lachend op. Een zoeken en spitsroeden lopen zo lijkt het. Hij beschreef een moment van het niet willen slapen van zijn dochter en zijn woede daarover. Terwijl hij voorheen dacht nooit kwaad te worden. ‘Zulke momenten zetten aan tot fundamenteel denken: ‘Wat is goed voor mijn kind, voor mij, voor anderen? Het zijn momenten waarop je krachten iin jezelf voelt die je niet kende. Dat je merkt: mijn kind raakt aan mijn egoïsme’. Juist die laatste zin blijft echoën. Is dat zo. Raken kinderen aan ons egoïsme of is dat een persoonlijke beleving. Ik weet wel dat het alles te maken heeft met je eigen gemoedstoestand.

Vaak grensde het opvoeden aan een uitputtingsslag door slaaptekort en net op de momenten dat er een ogenblik rust was, was er wel altijd een verdrietig kind dat om aandacht vroeg. Het waren er natuurlijk in het allereerste begin vier, waarvan de laatste twee een tweeling was. Pas bij die twee zonen begrepen we, dat het heel wel mogelijk was om iets op z’n beloop te laten en dat we niet onmiddellijk in de steigers hoefden te springen om de boel draaiende te houden. Boos resulteerde vaak in wat ik dacht redelijk te zijn en te bespreken. Tot grote hilariteit van de kinderen nu, die het preken vonden en zich heimelijk verkneukelden, hinkstappend van het ene op het andere been, mij het geduld schonken door met een schuldbewust gezicht het relaas aan te horen om daarna te wachtten op de onvermijdelijke goedmaker, het omarmen op het eind. Kinderen zijn wijzer dan je denkt, merk ik nu steeds vaker, door de vele opmerkingen over een bepaalde aanpak in hun jeugd en hun huidige kijk erop.

Mijn sloot nu.

Wij hadden een om-en-om zorgbeleid. Een pa-dag en een ma-dag. Dat gaf lucht en rede, maar een kind zet je natuurlijk op de loze dagen niet uit. Die blijft in je hart en hoofd zitten. De zeven sloten, zo hadden we van onze ouders geleerd, zijn er overal. Al hadden we ook geleerd, dat je, als je erin was gevallen, er ook weer zelf uit moest kruipen. Een opvatting die veel baat bracht. Toen ze ‘klaar’ waren met opvoeden, konden we al aardig de eigen bonen doppen. Die zelfstandigheid wilde ik wel graag doorgeven en het menslievende. De opvatting dat we maar geluk hadden om hier, in dit welvarende land, geboren te zijn, om breed te denken, over de grenzen te kijken.

Hoe opofferingsgezind waren we als ouders? Wegcijferen was er niet bij, wel de verandering in het gevoel, de grote verantwoordelijkheid, die trok, de moeite die gedaan moest worden om kreukels glad te strijken. Ook die in je eigen hoofd. De financiën waren een belemmerende factor, want daarmee slopen andere sores binnen. Ook toen was de leerschool van vroeger vooral een praktische. ‘Maak van niets iets’. Dat konden wij, de Blueband-generatie. Want zelfs met margarine kon je paaslammetjes maken, de fietsen samenstellen uit de grofvuil-dagen, ’s avonds voorlezen en zingen kon tijdens het was ophangen in het trappengat en van bloem met water had je al snel pannenkoeken om feest te vieren. Het voelde niet als wegcijferen, maar tijdelijk aanpassen en opschuiven, om daarna jezelf weer te mogen uitpakken. Het bleek navenant aan de vorige periode. Een cadeau van tijd en verrijking.

Uncategorized

Met de kabouters op stok

Gisteren stond ik in de druilerige regen tegen een lantaarnpaal geleund om te wachten tot de deur van de school open zou gaan om de kinderen los te laten. Pas bij een derde lichting kwam een bedremmeld jongetje naar buiten, kleinzoon drie. Hij wilde naar de rozentuin. Dat was nieuw. ‘Had je een fijne dag’, vroeg ik. Maar de nevel bleef neerdalen. Rozentuingemompel en sippigheid. Het prieel was in het naastgelegen park. Dus liepen we met alle-omatijd-van-de-wereld naar de rozentuin. Die oogde wat droef, omdat het blad zwaar was van de hele dag druppels, maar ik prees de nog bloeiende geraniums de hemel in en de prachtig verkleurde bolhortensia’s, liet hem het verschil zien tussen het blad van de blauwe regen en de clematis, terwijl het schuine hoofd luisterde en de ogen weer wat begonnen te klaren.

De hamvraag bewaarde ik voor het laatst. ‘Wil je naar het Pietenhuis? Grote ogen. Ik haastte me te zeggen dat er waarschijnlijk niemand te zien zou zijn, maar dan wist hij wel waar Sinterklaas logeerde. Met een klik schoof de gordel vast, hij was er klaar voor. Op naar Paleis Soestdijk. Aan de overkant van de drukke Amsterdamse straatweg was wel een parkeerhaven. Twee oversteekplaatsen waren we af van wat voor de meeste kinderen op dit ogenblik het hoogste goed was. Een handvol van het grut stond, gemiddeld veelal met opa’s of oma’s, voor het hek tussen de scherpe spijlen en keken, smachtten, verlangden naar een glimp van de goedheiligman of een van zijn hulpen, maar alleen een tuinman harkte het grint.

Ik liet hem zwaaien naar iets waar ik een verdwaalde Piet in zag, maar zijn heldere ogen hadden allang gezien dat het een grote siervaas was met een dorre plant erin. Misschien toch weer eens tijd voor een nieuwe bril, registreerde mijn hoofd. Ik wenste in stilte voor al die kinderen, die bleven turen, dat ze een bordpapieren exemplaar van Sint of Piet voor de ramen hadden gezet, net echt, maar zoveel fantasie straalde het paleis niet uit. Er waren alleen de opgehangen tekeningen in de rechtervleugel en de rode brievenbus, waar ze in gedaan konden worden direct achter de spijlen van het hek en de rode Sintvlag, zonder de bijpassende wind om fier te wapperen. ‘Er was er eens een brievenbus, die op een pleintje stond, het was een rode brievenbus, hij had een open mond’ zong ik de grote klassieker van Annie M.G.en het klopte helemaal. Hij zou voorgoed weten wat met de mond van een brievenbus bedoeld werd.

Op de terugweg, wat gehaast om binnen de groen verlichte poppetjes de overkant te bereiken, leek het me een goed idee om op zoek te gaan naar pepernoten. De ogen lichtten op. Goed plan. Het ‘kabouter’dorp Lage Vuursche was het dichtst bij en paste in het kader. Pannenkoekenhuizen, restaurants, een boswinkel, en veel kabouters later vonden we een vogelhuis voor papa en mama, een eekhoornpen voor hem en allesbehalve pepernoten. Goed idee, vond de juffrouw die achter de kleine toonbank hoorde. ‘Dat zal ik eens voorstellen aan de baas’. Ze grabbelde in een glazen stolp met zoete karamellen en gaf hem er een. ‘Vooruit voor mama ook een’. Tjonge, zaten mijn rimpels goed verstopt achter dat zwarte snoetje. Het had voordelen, moest ik beamen.

De terugweg kauwden we stuk op de vraag of kabouters echt bestonden. De karamellen lieten we heel voor thuis. En het deerde geen moment dat de pepernoten met de kabouters op stok waren gegaan. .

Uncategorized

De vrijheid geeft

Gepikt en gesteven ben ik klaar voor de mannen van de bel. Wat een mal begin. Alles is gedaan in een fractie van de tijd, die ik anders neem voor het ochtendritueel, schrijven incluis. Nu is er al een bed verschoond, beneden gestofzuigd en zit een was in de machine. De ochtendstond heeft goud in de mond. Binnen dan, want buiten miezert en druilt de dag voort.

‘Home is where the anchor drops’. lees ik bij een van de bloggers. Dt zou betekenen dat je te allen tijde zelf het huiselijke gevoel met je meedraagt. Er zijn soms wat kleinigheden voor nodig om bijvoorbeeld een ongezellige hotelkamer of je tentje eigen te maken. Daar zijn, waar het mij betreft, boeken en schetsboeken bij nodig en mijn kleine schilderkoffer, die is gemaakt van een ‘carry-case’ voor de microfoon. Verder een laptop en een Iphone en stuur me dan maar op pad. Dan weet ik het anker wel uit te gooien. De versiering voor aan de muur is zelf te maken of ginds aan te schaffen.

Mijn thuis hier is een basis, waar tijd grif haar handtekening in heeft gezet. ‘Het lijkt wel alsof ik bij mijn ouders op bezoek kom’, zei een vriend toen hij de eerste keer bij mij over de vloer kwam en het kleine halletje zag. Dat staat nog volop in de jaren negentig stijl met Marokkaanse lamp, een side-table vol met fotolijstjes, wajang golek en een grote zilveren spiegel. Een dubieus ‘ compliment’ of gewag maken van ‘niet modern genoeg’. Haha.

In de huiskamer is de nieuwe eeuw wel binnengetrokken en heeft zich genesteld in het gemeleerde laminaat, de hoekbank met kussens, de leegte en de planten. De boekenkast en de schildersezel zijn absoluut verjaard, maar me het aller-dierbaarst. Ik heb te lang zonder boekenkast in de kamer geleefd, toen de kinderen kleiner waren en ik het strakker wilde, maar mistte de oude getrouwen te erg. Thuis is waar mijn boeken en mijn doeken zijn, in variatie op een thema.

De bel is krap tegen de muur aan geplaatst, dat kon niet anders, omdat er een schermpje bij zit. Nu kan ik kijken wie er aanbelt. Zelfs als ze niet aanbellen kan ik zien wie er voor de deur staat. Handig bij het belletje trekken, dat de lieve jeugd bij vlagen tot grappige bezigheid verheft. De galerij toont daarna doorgaans een lint van buren, die geen antwoord krijgen op hun ‘Wie is daar’ en luid beklag doen over de vandalen, terwijl heimelijk het kind in mij een buiteling van pure pret en spanning maakt. De mannen wilden geen koffie en vertrokken weer. Ik aanschouw het vernuft en vindt het een staaltje van vooruitgang, passend bij het vernieuwde cachet van de entree van de maisonnette, met haar tegelvloer, grijs/witte verf en de nieuwe brievenbussen. Minpuntje, er zit nu een ja/nee sticker op in plaats van nee/nee. Dus lag vanmorgen het plaatselijke suffertje al in de bus onder mijn vertrouwde ochtendkrant.

De blogger in wiens schrijven de overpeinzing over het anker was opgetekend, bedoelde ‘het gevoel van thuiskomen bij jezelf’. De rust vinden in jezelf en open staan voor het kleine geluk. In die zin kwam mijn anker met de vrijheid van leven, los van alle maatschappelijke verplichtingen waar ik me altijd nauw van heb gekweten, maar dat uit de handen mocht vallen toen de tijd rijp was. Sluimerend was het er altijd, maar nu kon er aan toegegeven worden. Het heeft me veel rust gebracht en liefde voor dat wat gegeven is in dat kleine leven. De jaren zijn in evenwicht ondanks alle drukte er omheen. Thuis is waar je hart tot rust komt en ziel en zaligheid de vrijheid geeft.

Uncategorized

En dat is meer dan genoeg

Neem de dag zoals die komt, als je daartoe in de gelegenheid bent. Dinsdagmorgen stuurde ik een app naar zus, omdat we deze woensdag iets ‘gezelligs’zouden doen met andere zus en het oppasuur door mijn hoofd was geschoten. Zus en zus zouden op dinsdag gaan wandelen, een niet al te lange wandeling. Het leek me heerlijk, dus de afspraak was snel gemaakt. Als locatie koos zus voor de Baarnse Bossen. Een koninklijke wandeling van ongeveer vier kilometer. Ik hing mijn denkbeeldige snoeischaar in de wilgen en zette koers naar Houten.

Veel te lang had ik de heerlijke boslucht al niet gesnoven. Het deels aangelegde bos kende grappige beukenlanen met ontroerende bomen die in de kruinen elkaars gezelschap weer op hadden gezocht, knoestig en bochtig, een wirwar aan takken boven ons hoofd.

Het was typisch een bos voor hondenuitlaters. Twee koninklijke vijvers en een kabouterpad, stalen poorten aan de ingangen van de diverse berceaus. Oneindig gekwinkeleer van vogels en een buizerd, die naarstig verder vloog als we te dichtbij kwamen. Varens in hun herfstige nadagen en als beginnende groenuitgerolde bladeren. Het knoestige en bemoste hout van de loofbomen, veel beuk, berk en eik, en drie vrouwenbeelden van hout van de hand van Gert Eussen en een lege sokkel. Ze bleken uit drie verschillende periodes te stammen. 1700, 1800, 1900 en op de lege sokkel hadden we zelf kunnen gaan staan. Niet over nagedacht. Inderdaad verschilden de kostuums. De dames oogsten bewondering onder de zussen.

En toen viel de stroom ineens uit en hield alles ermee op. De boel de boel laten was het enige wat tot de mogelijkheden behoorden. Geen stroom, geen accu, die voldoende was opgeladen om verder te kunnen, geen warm water, geen licht en geen verwarming, uitgevallen koelkast en vriesgedeelte. Koud poedelen, dat was heel erg lang geleden en dan extra vroeg naar de tuin om de laatste wilgentakken kort te maken en de daglelie uit de grond te halen, want die kon niet tegen vorst zei de Oude, al lees ik het in de boeken anders. Roodborst bleef gezellig rondhangen in mijn buurt. Op de stoel, in de struiken op de grond en iedere keer als ik me haastte om het fototoestel te pakken in plaats van de geschoten foto’s met de Iphone, roetsjte ze er vandoor. Teveel aandacht.

oefen-portret

Schilderen aan een oefenportret, schrijven en genieten van de rust en het alleen-zijn, wat zo verhelderend kan werken voor een hoofd vol. Oppas Dribbel werd afgebeld, vanwege een hangerig kind. Ze blijven voorzichtig met die risico-oudjes. Wel een app, dat kleinzoon drie af mag zwemmen vandaag. Er is een link waarmee je het life kan volgen. Er mag maar een ouder bij. Ik zit er klaar voor. De link wil niet opstarten. Wat jammer. De techniek staat voor niets, maar dan moet het wel werken, zo’n life-stream. Het is toch weer heel wat anders, dan in zo’n chloor-gevulde ruimte het geploeter van die schatjes volgen met nog een blik andere ouders, opa’s en oma’s. Te warm, te veel chloor, maar altijd een glunderend koppie, dat het diploma hoog boven het hoofd heft. Zo ontroerend, altijd weer. Het laatste nippertje mocht ik meemaken. Maar…met die oma ogen wordt het toch echt een heuse puzzeltocht. Welke van het grut walst daar voorbij in zwemtenue. Ze hebben het allemaal gehaald en dat is genoeg. Diploma-A in de pocket.

Wat een malle dag. Bij thuiskomst brandde elke stroomvreter op ochtendsterkte en de wasmachine stond op pauze. tussen neus en lippen door hebben we ook nog nieuwe brievenbussen gekregen en morgen komt de nieuwe bel. Die van ons deed het al jaren niet meer. Lekker rustig.

Alles is weer geland en ik ben klaar voor de volgende golf. Graag niet virusgewijs maar menswaardig. En dat is meer dan genoeg.

Uncategorized

Vernieuwend inzicht

Zon bleef stralen de hele dag. Eerst even naar mijn voorraadwinkel voor een extra emmertje gesso en wat spalters. Dan hoefde ik niet langer heen en weer te sjouwen van huis naar de tuin en terug. Dat werd tevens de eerste klus in het atelier, dat vriendelijk oogde met de zon warm erop. Twee vellen Khadi papier en een groot kartonnen vel kregen hun laatste gessolaag. Daarna was wilg bij de vijver aan de beurt. Ze strekte haar takken uit naar de zon, maar een voor een knipte ik ze af met de grote snoeischaar. Het was eenjarig hout, dus niet te dik en het ging moeiteloos. Al gauw stond de wilg weer prachtig in knot en verwerkte ik de takken bij de rode tafel.

rook langszij

Op dat moment stak de oude klaarblijkelijk zijn kachel aan, want grote wolken donkergrijs walmden langszij. Het werd een overhaaste vlucht naar binnen. Altijd een beetje beducht op fijnstof en hier kon fijn wel weggelaten worden, grof geschut. Toen de lucht weer was geklaard kon ik verder met de takken. De kale stokken kwamen achter de hut te liggen om later de omheining te herstellen en de kleine takken werden verknipt en in een vuilniszak gedaan. Een helft resteerde voor vandaag. Roodborst kwam gezellig even kijken op de rand van de pot met de vijg. Net toen ik een foto wilde maken vloog ze een moerbeiboom verder.

Knotten is het werk niet, maar het ruimen van de takken vergt geduld. Ruim baan voor overpeinzingen. De wederwaardigheden werden vastgelegd in het grote groene tuinbulkboek aan de opgeruimde tafel. Voor vieren naar de kleine blauwe waar ik bij het op slot doen van het hek een reiger in aanvalspositie roerloos in de sloot zag staan. Wat een kostelijk gezicht. Toch schrok hij kennelijk van het geluid van het hek, want daarna stond ie aan de andere kant van de sloot. Misschien had ik wel een vis of een kikker het vege lijf gered.

De avond kabbelde voort en de vermoeienis trok op. Kopen zonder kijken met een huis in Wassenaar en een budget van 6 ton duurde langer dan mijn hoofd vol hield. Knikkebollend dan maar eieren voor mijn geld en met het neervleien op het zachte kussen viel de nacht onmiddellijk in. Een hele nacht dromenland is een ongekende luxe. Heel vroeg tuurden de ogen naar buiten om de tijd te peilen maar een dichte mist deed ze weer gauw dichtvallen. Goed voor nog een twee uur slaap. Ze hadden zon beloofd voor vandaag, maar de dag begon onbestendig. Diffuse geluiden van buiten en af en toe een koude onderstroom vanaf het raam, omdat het op een minieme kier stond. Het , verraadde de winterse voorboden. Goed weer voor de verwerking van de achtergebleven takken.

In de krant een column over kinderboeken. De ophef die ontstaan was toen iemand Jip en Janneke in de ban wilde doen en ze uit de bibliotheken wilde laten verdwijnen of dat anders dergelijke ‘foute’ boeken van een context moesten worden voorzien. Aleid Truyens, die de column schreef, griezelde ervan. Literatuur staat boven de opvoedkunde. Juist in boek of film maken we alles straffeloos mee, griezelen erover, zijn verontwaardigd of hemelen hoog, vangen de humor of vormen een mening. ‘Het geeft lucht’ was haar conclusie.

Er was ooit een lijst van verboden boeken. Dat zegt genoeg, daarvoor hoef je ze niet te verbieden. Als je het niet eens bent met de rolverdeling in een boek, zoals bij Jip en Janneke, dan ga je het gesprek erover aan. Dat geeft vaak heerlijke discussies en niet zelden een vernieuwend inzicht.

Uncategorized

Koesteren

Flarden vliegen aan, blijven even hangen en verdwijnen dan weer even vluchtig, als de sierlijke witte meeuw, die zilver schittert in de blauwe lucht. Linda Ronstadt, Arjen Lubach, de krant met koppen en soms al het hele artikel. Zinvol leven bijvoorbeeld met Machteld Huber, die uitlegt hoe haar nieuwe visie op de gezondheidszorg werkt. Ze geeft als leestip De Keuze van Eva Edith Eger door, hier ook al regelmatig geprezen.

https://www.gids.tv/video/279077/het-uur-van-de-wolf-linda-ronstadt-the-sound-of-my-voice-gemist-bekijk-hier-de-hele-uitzending

In het Uur van de Wolf zou Linda in haar eentje de halve ochtend opsouperen. Ik kijk het begin en bewaar de rest voor later. De zon schijnt uitbundig, het is de uitgelezen dag om wat wilgen te snoeien en takken te ruimen. Fris koud, begreep ik, toen de krant gehaald werd. Wolkjes bleke adem. Gisteren naar het centrum gelopen voor de broodnodige beweging, met een conditie die meer aandacht behoeft, dan de laatste tijd het geval is. Lange rijen bij de winkel waar snuisterijen voor een appel en een ei werden aangeboden. De gangpaden overvol, de massa te veel, geen beenwarmers te ontdekken, wat het uiteindelijke doel was en internet wel had beloofd. Wegwezen dus. De andere winkel ook met een rij ervoor. Gauw de frisse eenzaamheid in, weg uit deze tragedie. Het verlangen naar natuur nam hand over hand toe. Nog wat boodschappen en uiteindelijk toch gezwicht voor zuurkool. Lang verbeide hap, nu de tijd rijp was. Winterkost bij uitstek.

Project Rembrandt verzandt en doet afbreuk door het wegsturen van de talentvolle Melda, die wordt afgerekend op één doek, terwijl ze van allen het meest had gewonnen tot dan toe. Als daar dan ook nog Arjen Lubach met zijn deepfake overheen komt, dunnetjes benadrukt door een van mijn lievelingscolomnisten in de krant, zijn de rapen gaar. Argwaan schuift naar boven als kruiend ijs op een strenge winterdag. Met de bijbehorende gevoelstemperatuur. Exit alle flarden. ‘Leef vanuit je innerlijke drijfveer’ fluistert Machteld Huber vanuit de krant me toe. Zinvol leven op je eigen kracht klinkt als de juiste beslissing op dit moment.

Gisteren kwam een opdracht binnen van zuslief. Ze wilde twee twee tekenende kinderhanden. Uitvogelen op de bamboo met de digitale pen is een plezierig experiment. De oog/handcoördinatie is iets wat eerst moet worden bijgesteld. Je tekent op de bamboo-pad en het verschijnt op het scherm van de laptop. Simpele kinderhanden, simpele kindertekening. Het lukte wonderwel, ook nog met het hele kind erbij(kleinzoon stond model op de foto) maar het ging echt alleen om de handen en werd goed gekeurd. Een fijn gevoel.

Hé, koolmees in de boom voor het raam heeft vast mijn voorraadje voer in de gaten gekregen, dat met het oog op het katse genoegen dat Pluis zichzelf stelt om verlekkerd naar ze te mekkeren, voor de veiligheid voor aan het hek naar de noodtrap hangt. Regeren is vooruitzien en Pluis mag graag een uitstapje naar het balkon maken. Daar is het te gevaarlijk voor kleine mezen

Ergens in het achterhoofd blijft de vraag knagen: Wat als je niets meer met zekerheid vertrouwen kan. Vertrouwen is het hoogste goed is. Als iemand iets zegt, moet je daarvan op aan kunnen. Als dat met deepfake op je telefoontje al misleid kan worden, is het eind zoek. Waar laat dat de veilige basis dan, die de innerlijke drijfveer voedt en van waaruit ik doorgaans vertrek. Het vraagt om bespiegeling en overdenken. Troost biedt de tuin en wat mensen om erover van gedachte te kunnen wisselen. ‘Comment is free, but facts are sacred’ is de quote van C.p. Snow in 1921 in the Guardian aangehaald door Bert Wagendorp in zijn column. Met als vaststelling, dat de eerste stelling staat maar de tweede wankelt. Niet elke vooruitgang is een verbetering.

Linda Ronstadt kon niet meer zingen door haar Parkinson, maar ze bleef geloven in de dromen, die ze waar heeft gemaakt door alle jaren heen. Geloof in jezelf stut die innerlijke kracht, óók als kwaliteiten afnemen of tot het verleden behoren. Voorlopig iets om op hoog niveau te koesteren.

Uncategorized

Niet meer en niet minder

Een heel magazine over een karige kerst, of hoe vier je kerst in je eentje heeft de krant maar vast ingesloten. Een soort voorbereiding op wat dreigt te gaan komen. Als iemand die haar halve kerstige tijden heeft doorgebracht in het ziekenhuis, compleet met kerstballen in de oren toen dat eindelijk mocht. ‘Verpleegkundigen zijn net mensen’ moest men gedacht hebben. Oud en nieuw was dat andere feest, dat vaak opgedeeld werd in werk en slaap. Alles naar opperste tevredenheid. Ergens is de lust voor grote feesten als een lekke zandloper leeggelopen in de tijd. Verjaardagen zijn al even sober. Wellicht met de kinderen op de tuin, of niet, ook geen probleem. Liefst laat ik dergelijke momenten voorbij kabbelen. Oudjaars avond zit ik al een paar jaar alleen voor de buis en geniet van wat er aan beste beentjes wordt voorgezet om het de thuisblijver zo aangenaam mogelijk te maken. Mooie films, indringende documentaires, een bonne blanc om te toosten met de kinderen tijdens een belletje om twaalf uur. Geen sikkepitje malheur, geen moment van spijt. Zo heerlijk rustig.

Kerst vieren we al jaar en dag met een kerstontbijt tweede kerstdag. Rond een uur of twaalf rolt het grut binnen en rond een uur of half drie gaan ze weer vort, naar andere opa’s en oma’s die zitten te wachten op hun komst. Dit jaar zal dat minieme gedeelde stukje ook anders gaan. Misschien krijg ik het wel drukker dan anders, omdat er een spreiding wordt gemaakt. Geen idee. Ik kan natuurlijk ook bliksembezoekjes bij hen afleggen. In al die nieuwe en verbouwde huizen.

Even denk ik met heimwee aan vorig jaar. Toen werd ik naar Parijs gereden door zoonlief, met zus en junior om die fantastische tentoonstelling Starry Starry Night in Atelier des Lumières bij te wonen. Dat zijn belevenissen die blijven hangen. Dan glijden mijn gedachten naar ons gezin met de kleintjes. ‘Verplicht’ bezoek aan het ouderlijk huis van beide kanten. Niet dat het afgedwongen werd, maar het was een ingesleten traditie. Bij schoonouders met dikke aangebrande custard met vel en bij ons thuis de enorme kalkoen, die later werd vervangen door de meer subtiele rollade of fricandeau. Wat bij is gebleven is de oneindige vermoeidheid na de bezoekjes, waarbij mijn argusogen de kinderen in een liefdevol keurslijf propten uit angst voor, ja, voor wat eigenlijk. Ook de ingehouden buik in de zondagse jurk en de strakke panty die me net zo deed voelen als de ronde gekooide rollade in zijn net van touw. Zondags netjes was vanaf jongsaf aan altijd een dingetje gebleven. Nee, geen nette schoenen, geen nette jurk, geen nette krulletjes, maar gewoon, je lekker voelen en niet opgeprikt. Kerst is opgeprikt, net als de kerstboom. Maar ik ben gek op de sfeer met haar lichtjes aan die, als je de wimpers tegen elkaar knijpt, een wereld van zacht licht oproept in feeërieke beelden.

Een wandeling is misschien nog iets wat tot de mogelijkheden behoort, buiten, in het bos, waar de sparretjes spelen met een eigen licht door de glinsterende druppels aan de druipende takken en het zachte groene mos dat de juiste omlijsting zal zijn voor een wandelend kerstverhaal. Er was eens, er is nog, er zal altijd zijn…

Resumé, een boompje, bescheiden, met het zilver en de kransjes, een wandeling en een kerstverhaal, het lijkt me ruim voldoende en ieder in hun eigen bedoeninkje om een feest te vieren. Nostalgie te kleuren voor later, om op terug te zien, zonder dwang, helemaal naar eigen maatstaven. Dat moet toch het summum zijn van feest. Schrijf geschiedenis met een eigen ontbijt voor de kinderen, kransjes bakken, glühwein brouwen, al dan niet vega, maar met dezelfde warmte als waarmee wij vroeger ‘Het is kinderbedtijd’ zongen voor het stalletje met schone pyjama’s aan en ‘Fuut, fuut, fuut, fuut fuut fuit…’ Kaarsjes elf keer om de beurt mochten uitblazen. ‘Dan blaas ik de kahaarsjes uit’. Punt en dan naar bed. In dit geval met een goed boek. Niet meer en niet minder.

Uncategorized

Een prachtig slotaccoord

De ingehaalde slaap bleef hangen tussen de gordijnen toen de Iphone waarschuwde dat het tijd was om de dagelijkse rituelen op te pakken. Elf uur zou ik bij zuslief zijn. Zodra de musea open gingen, werd het Kunstmuseum geboekt voor vandaag, een late herfstdag in November. Geen kilte, maar zachte kou. Adem schreef geen wolkjes in de lucht. Iets voor elven stopte de kLeine Blauwe Prins voor haar deur.

Eerst het museum en dan de zee. Verrassing. Zus was nog nooit in het kunstmuseum geweest. Het prachtige Berlagegebouw strekte zich breed uit. De entree met de twee obelisken aan weerskanten splitste de spiegelende vijvers in twee welhaast symetrische delen. Het voelde bijna koninklijk, een rode loper waardig, om eroverheen te schrijden. De kikker met haar rondborstig voorkomen heette welkom omdat we de entree vanaf de zijkant naderden. Zij had haar bolle ogen iets dichtgeknepen om duidelijk te zien wie er voor handen was.

De kluisjes waren dicht en de garderobe open. Grote rugzakken moesten in bewaring, mijn kleine mocht als handtas mee naar binnen. Een vriendelijke suppoost verschafte de plattegrond, al houden wij nogal van dwalen op gesternte. De pijlen wezen de weg, maar eerst leidde het oog naar de details van de prachtige architectuur. Het glas in lood, de kleine tegeltjes, het patroon, de symmetrie. Schoonheid overal tot waar het oog reiken kon.

Mourning, aquarel

Anders Zorn overrompelde met aquarellen die zo levensecht waren, geen pastel maar stevige tinten, schaduwen die het vlinderende licht onderschreven en benadrukten. Ze trokken de blik naar de bezigheden in de handen, je wilde meelezen in dat boek, of zien wat daar bekokstoofd werd door die twee hoofden zo vlak bij elkaar. Zijn Olieverfportretten waren niet minder indrukwekkend. Verbazing om het feit dat hij tot nu onbekend was gebleven in mijn arsenaal aan opgeslagen kunst in mijn hoofd. Nooit iets van hem vernomen. Wat heerlijk dat er nog te ontdekken viel. Talloze doeken passeerden de revue.

We wandelden tussen de modetentoonstelling door, laveerden tussen pratende groepjes vrouwen die uitgebreid stof en patronen spelden en zagen aan de overkant van de restauratie een schilderij dat de aandacht trok, daar moesten we heen. daardoor belandden we al dwalend midden in Mondriaan. Het Delfts blauwe aardewerk lieten we voor wat het was. Mondriaan en de Nieuwe Stijl toonde alles wat beloofd was in de inleiding op de muur. Werk van de grote meester waarbij ook het vroege werk niet ontbrak, Theo Doesburg en Bart van der Leck. Een lekkernij aan poppenhuizen nieuwe stijl, die heerlijke groot uitgevoerde maquettes. Zijn kenmerkende bomen van realistisch tot abstract. Een lafenis.

Picasso

Een vleugje modernen, en daarmee Picasso, van Dongen en Bourgeois en daarna met de neus in de boter bij een voor ons ook onbekende Kunstenaar: Norbert Schwontkowski, die zijn schilderijen, groot, donker en indringend, van verrassende titels voorzag, waardoor de humor van zijn visie bovenkwam en het doek een intrigerend kader gaf.

Norbert Schwontkowski

Daarna zat het hoofd mudvol. Er kon niets meer bij. Het prachtige restaurant was dicht. Met dropjes in de auto werd de lunch ingezet. Volgende keer koffie mee en zeker nog eens retour naar die drie musea bij elkaar, maar nu eerst de zee. Licht en ruimte. Scheveningen vlak bij, een wirwar aan straten en opgebroken wegen, maar de vuurtoren het baken bij uitstek. Vlakbij de pier en de Wassenaarstraat mocht de kleine blauwe even uitrusten.

Op de vernieuwde boulevard had men een woud van witte stalen staketsels, lantaarnpalen, aangelegd, die vanuit de residenties het vrije zicht op de zee benamen. De pier met haar reuzenrad was rechts, een kale pier links en precies genoeg afstand om even goed te banjeren. Zwemmers met wetsuits aan zwommen in zee, een surfer danste op zijn tenen naar de kameraden verderop, floot hen toe. Honden dartelden uitgelaten rond. Ergens lag een verroest karkas als een uitgeklede Rietveldstoel.

Golven rolden zich een weg en zee had strand bedolven onder een krakend schelpentapijt, al even kleurrijk. Met het fototoestel in de aanslag schoot zus haar prachtige beelden en ik probeerde het licht te vangen in de weerschijn van het natte zand vlak voor ze in de golven overging of in het schuim dat zich een weg gleed tot vlak voor de voeten. De boodschap in het zand, uit naam van mij en de kinderen, hield nog even stand voordat de zee haar meenam.

De beeldentuin met de sprookjes was een belofte voor later.Het liggende hunkerende gezicht hoog boven op het duin bleek een prachtig slotaccoord.

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Eindelijk was het vierde van de te recenseren prentenboeken binnen en kon het feest gaan beginnen. Vooral prentenboeken zijn zoveel meer dan wat ze op het oog beloven. Een grappig verhaal, mooie illustraties erbij en een wereld aan filosofie erachter. Dan moet je wel eerst dieper graven en elke tekening aandachtig bekijken, afwegen tegen het woord, de ongeschreven regels er tussenin kunnen lezen en daarna de verbanden leggen. Prentenboeken zijn zelden zomaar verhaaltjes. De kracht van het vatten van een visie in een relatief korte tekst raakt vaak diep. De kunst is al die verschillende lagen te zien.

Eigenlijk beschrijven de Kunstmeisjes en Wieteke van Zeil in hun boeken het geschilderde woord ook zo. Kijk en blijf kijken, lees de ongeschreven regels, zie het beeld van de kunstenaar dat in elk detail gevat is, zijn visie en de kracht van de verbeelding. Alles wat een kunstwerk los maakt is inherent hieraan. Daar schuilt ook de schoonheid in. Als het raakt heeft het een belangrijk doel bereikt.

Het schoot lekker op en om half een was ik klaar. Dat luchtte op. Als de hazenwind de stofzuiger door het pand getrokken. Alle overtollige papieren in de tas voor de papierbak en de rest gerangschikt en uit het zicht geruimd. Gang, toilet en kamer spic en span. Net op tijd voor de visite. Schoonkind met kleinzoon 3 en kleindochter kwamen een uurtje tussen school en zwemmen in. Net fijn om even een kopje koffie te halen, voor kleinzoon om zijn lievelingsspelletje te doen met het boekje met de antwoorden en voor kleindochter om zich aan paps vast te klampen en ondertussen wel de drie haverkoekjes naar binnen te werken. Met kleren aan zwemmen stond op het menu. de eerste keer en derhalve spannend. Hoe dichter bij het tijdstip van vertrek hoe baldadiger hij werd. De spanning stuiterde in zijn kleine lijf. De bel en de aankondiging van zoonlief en kleinzoon 6. Wisseling van de wacht. Verse thee en een voetbal zonder schoppende voetjes. De dieren uit fabeltjesland gaven een recital, maar de bal won op alle fronten. Zelfs van zijn lievelingsdier, Rupsje Nootgenoeg, in dit geval als houten puzzel. Aandoenlijk koppie en veel schik. Toen de koek op was, kon niets meer afleiden. Teken aan de wand. Op huis aan dan maar. Dag dag, wel knuffeltjes gestolen van het kleine grut maar wat zou ik die lange lijzen toch weer eens graag in de armen nemen.

Zoonlief kwam thuis eten. In allerijl de kast doorgespit naar iets wat makkelijk en lekker was. Tot mijn verbazing vond ik geen piezeltje pasta meer. Wel nog dunne mie. Zelfs de rijst was op. Dan maar Surinaamse bami met bami trafasie. Groenten genoeg. Kastanjechampignons, ui, knoflook, bosui, paprika met een heerlijke frisse ketimoensalade, gebakken uitjes en gebakken ei.

Zo kabbelde de gedenkdag voorbij met als hoogtepunt de grote bos bloemen van zoonlief zonder tekst, maar die kon ik er bij dromen. Dat was zijn sterke zorgkant. Voor de miniatuurportretten kwamen er twee bij, de eerste was de moeder van mijn moeder, veel jonger dan ik haar kende en de tweede was mijn moeders vader, de rijzige man in het driedelig kostuum. Het gezicht half schuil onder de hoed. Dat was maar goed ook, want portretten zo klein, gelijkend neerzetten, blijft meestal steken in een vluchtige impressie. Te lang wakker gebleven en daarmee voorbij de slaap gegleden. Het lukte maar niet om weg te soezen. Er is nog hoop. Van drie tot negen zijn het altijd nog zes uur. Nieuwe ronde, nieuw kansen.

Uncategorized

Een feestelijke gedenkdag

Voorzichting worden de imaginaire slingers uit het glazige vloeipapier van de tijd gepakt en opgehangen. De stoel is al 19 jaar leeg. Andere jaren rolden we diezelfde denkbeeldige slingers uit op het strand. De hele familie bijeen, kroost, schoonkroost en nageslacht. In het zand werden met de verstrooide scheermessen, die de zee in gunstige hoeveelheden had aangespoeld, de boodschappen geschreven. Wensen, verlangens, soms zo krachtig dat het scheermes brak en er een nieuwe voor gepakt moest worden. Anderen schreven met wat verdwaalde splinters wrakhout. Het zout van de tranen mengden zich ieder jaar weer vertrouwd met het zout van de zee. Zilte zoetheid van het verdriet.

De vader van de kinderen zou, was, nee, is jarig vandaag en voor ons op deze dag voor eeuwig jarig gebleven. Het virus doorbrak de traditie van het samenzijn. Belangrijk, maar ook weer niet onoverkomelijk, zo bleek vandaag. Ieder zal verbonden zijn in de beleving op zich, op hetzelfde moment en met hetzelfde verlangen en daardoor toch ook weer samen. En morgen als ik met zuslief aan zee ben, zal ik het gemis voor allen met woorden vangen in het zand om ze door de vloed weggedragen te laten worden op de golven naar onbestemde verten.

Gisteren was er de aardse werkelijkheid van het atelier. In mijn droom had ik het interieur verandert en nu kon er niet anders gehandeld worden dan schuiven met de schaarse meubels. Maar de vaste obstakels, de wieldoppen, belemmerden de vrijheid van wat in dromen werkelijkheid kon zijn en wat in de realiteit niet viel te bewerkstelligen. Alles aan de kant, een kast naar buiten, de ander kast tegen de achterste muur, de tafel aan de zijkant. Maar de ezel dan, waar moest het palet, de schilderskist. Ontreddering en gezond verstand. Het onmogelijke mogelijk maken was voor dromen perfect, maar als het niet werkte, dan moest je het niet willen. Schuif, schuif, schuif. De kast weer naar binnen, de spullen op hun vertrouwde plek. Wel daardoor een en ander opgeruimd en daarmee rust en toch meer speling gecreeërd. ‘Kan het niet uit de lengte, dan maar uit de breedte’. Mijn moeder haar waarheden waren goud waard.

Terug naar oppasdribbel met een zak aan oude verftubetjes, verschraalde mediums, flessen, die van de stroevigheid met geen mogelijkheid meer opgengingen. Straks, later, mocht het bij het chemisch afval worden gedumpt. Dribbel en ik lieten kleinzoon 1 en zijn vriendje achter hun schermen voor wat het was en haalden de laatste zonnenstralen op richting het voetbalveld, waar vaderlief en kleinzoon 2 aan het oefenen waren. Hij hoefde niet vast in de wagen in het kader van ‘hoe omzeil ik die aardslastige kindersluitingen’, maar moest dan wel luisteren. Het is een open boek dat kind van ons. Zodra er een bepaald glimmertje in zijn ogen komt, weet ik dat hij van plan is grenzen te overschrijden. Niet moeilijk om hem een slag voor te zijn. In de oefenwedstrijd die bezig was, zag ik onze dappere voetbaltrots der familie nog een prachtig doelpunt scoren. Ondertussen kroop de kou door de naden van mijn jas. Tijd om huiswaarts te keren. Met moeite, maar een speeltuintje als lokaas, lukte het wonderwel. Aan het eind van de rit, vlak voor het oversteken van de weg, verscheen het glimmertje en hield ik hem vast aan zijn bungelende capuchon. Verbaasde blik, hoe wist ze dat nou weer.

Thuis een dwars door de kast-recept uit eigen hand, dacht ik. Maar zoonlief had een heerlijke Saoto klaar staan met alle ingredienten voor de toevoeging erbij. Bouillon, rijst, sambal, ketjap, ei, aardappel, taugé en gebakken ui. Vandaag zal ik de kast doorspitten op zoek naar nieuwe creaties met de naar achteren geschoven vergetelheid. ‘Je weet nooit hoe een koe een haas vangt’. Een feestelijk maal voor een feestelijke gedenkdag.