Uncategorized

Wat rest is slechts de boom

Zon streelt de straten met haar jeugdige vrolijkheid, iets voor een nieuwjaarsdag. Vannacht was het weer bivakkeren tussen droom en werkelijkheid met de uren nachtelijke stilte en Close-Up. Zo blij met verstilde programma’s die op elk moment van een etmaal kunnen worden opgeroepen. Bram van der Vlugt wandelde in ‘Volle Zalen’ met Cornald Maas over een landweggetje in het Groene Hart, breed lachend, twinkelende ogen, de krachtige stem meer levend dan ooit.

Zijn slagzin voor het leven: ‘Het is niet onopgemerkt gebleven’. Dat goldt voor het overlijden van zijn moeder en zijn oma en haar zus in de concentratiekampen met als kanttekening ‘Opdat wij niet vergeten’ en dat telt ook voor de persoon Bram van der Vlugt zelf. ‘We willen aandacht’ sluit hij af. ‘Maar je bent allesbehalve onopgemerkt gebleven’, brengt Cornald in. Met een bevestigende knik bevestigt de acteur: ‘Rupsje Nooitgenoeg’. De innemende blik verzacht de contouren van de voorbije jaren. Niet lang daarna zou ik Bram van der Vlugt zien in een bewerking met Nettie Blanken en zijn zoon Joris als musicus in een ode aan de dichter Vasalis. Zijn kinderen zeiden het al. Als Bram gaat spreken op het podium, dan gebeurt er wat. Beide, zowel Nettie als Bram pakten de zaal in met hun rol en bevestigden een eeuwig leven in mijn gedachten.

https://www.npostart.nl/AT_2109007

Het is toch de zeurpijn in de knie die het ondertoontje neerzet voor de slapeloze nachten. Puzzeltje dan maar. Nee, hazeslaapje, dan toch Lita Cabellut, de derde keer dat ik de intrigerende docu zie over haar leven in Spanje tot aan haar adoptie en de keuze voor het doel in haar leven. De schrijnende beelden in het Barcelona van haar jeugd, waar ze in armoe en grotendeels op straat leefde, kattekwaad met zwermen kinderen, het kaalplukken van argeloze voorbijgangers in hun ghetto, het vissen van de muntjes uit de fontein, het wachten bij het rooster van een familierestaurant totdat er een zakje met eten naar buiten kwam uit een klein luikje aan de zijkant van het gebouw, de verveloze plek waar haar moeder ‘werkte’ en haar kinderen verwaarloosde Een plek waar kinderen niet zouden mogen zijn, omdat er de verschrikkelijkste dingen gebeurden. Het had een verstikkende werking op haar, een plek om uit weg te vluchten.

En ik kijk naar de vrouw met haar prachtige ongetemde haren, klein van stuk, gekleed als bohemien, de levendige blik in de ogen, haar passie en overgave waarmee ze zelf aan het werk gaat en anderen ertoe aanzet. Een prachtige reportage, die het nodige losmaakt. Schoonheid boven alles. Een rijk idee voor deze donkere dagen nu. Ze haalt bloemen in huis om letterlijk de omgeving te omringen met die schoonheid. Bloemen zijn het besef dat de tijd eigenlijk is stilgezet en ergens anders is neergezet om opnieuw tot leven te komen Ze worden geplaatst in een context waar ze niet horen te zijn en dan nog geven ze hun schoonheid door. Zo’n filosofie past bij een vrouw die tijdens haar leven de schoonheid dient in een breed spectrum. Ook tussen de underdogs en de verschoppelingen. Juist omdat ze aan die zelfkant van het leven heeft gestaan en elke ‘struggle for life’ kent van de wortel tot de kroon, want zelfs daar schuilt de schoonheid.

https://www.npostart.nl/AT_2109007

Die gedachte is goed voor een ononderbroken slaap van drie uur met als beloning de zon, die krachtig onderstreept wat ik in de late nacht voorbij zag komen. Een koolmezenpaar viert het feest mee in de boom voor het raam. Te kwiek voor de foto. Wat rest is slechts de boom.

Uncategorized

Fit als een hoentje

Het beetje licht van buiten trok lange schaduwen op de muur. Het ruisen van de wind door de kale boomtakken voor het raam wilde maar niet over gaan in een zoet slaaplied, maar bleek een ‘wake-upp call’ van formaat. Het maakte eerder de schaduwen los en vormde ze tot iets wat vroeger angst inboezemde, omdat het een eigen leven leed. Grijparmen, grote reuzen, lelijke kobolden bevolkten dan de kamer en zorgden ervoor dat diep weggedoken onder de deken het veilig verklaard gebied die beelden liet verdwijnen. Af en toe zwelde de wind aan en werd het ruisen opgezwiept tot een golf van aanstormend geweld. Met slaap die ergens achter bleef steken en de zeurende pijn van knapknie, waardoor het opkrullen niet lukte, bleven gedachten door het hoofd spoken. In de wetenschap dat na de ontlading tijdens het schrijven er ruimte zou zijn voor leegte. knipte ik het licht aan en de computer. Dan maar gedachten lozen en zien waar het schip stranden zou.

https://www.npostart.nl/AT_2114923

In een poging slaap op te wekken was er op uitzending gemist een documentaire op NPO start over de kunstenaar Andrew Wyeth. Daar had ik nog geen werk van gezien, ook al was hij in de jaren zestig geliefd in Amerika en had het MOMa een van zijn doeken aangekocht. Wat een fantastische en markante man. Hij woonde op het platteland in Pennsylvania en Main en had zich aangewend om zo te weven met zijn naaste buren dat hij onbekommerd al wat hem opviel, vast kon leggen in snelle schetsen om er later zijn doeken mee te vullen.

zijn vrouw Betsy

Indringende momenten van de tijdsgeest, waarbij hij zijn modellen kon visualiseren in hun obsessies of hun eigen waarheid. De buurman, jager en slachter, werd in het lege huis, slechts als een bord en een mes, gevangen in het late zonlicht, de grommende hond buiten een boomstam met rafels, die op de verscheurende tanden leken van het woedende dier.

Zijn Muze Helga

Het meest wonderlijke aan de schilder was dat hij er verborgen werk op na hield. Hij had de struise Pruisische buurvrouw vereeuwigd op doek. Er waren veel naakten bij. Niemand wist ervan. De ‘Helga Pictures’, 247 in totaal worden tot zijn beste werk gerekend. Bij het publiek was hij geliefd met zijn Magisch Realisme. De critici vonden het maar niets. Hij werd weer gerehabiliteerd in de nieuwe eeuw die aanbrak en waar weer een podium was voor het realisme. De plotselinge dood van zijn vader was voor hem, mijns inziens, de aanleiding om juist de afwezigheid te schilderen. Verlatenheid, dood, de ruigheid van het bestaan, het kleine leven om hem heen.

https://www.npostart.nl/AT_2145403

De docu in close-up duurde nagenoeg een uur. De wind was alleen maar toegenomen. Het licht bleef aan. Sinds jaar en dag had ik met licht aan geslapen. De laatste tijd kon het weer uit, maar het donker gaf ook de aanleiding tot het wakker liggen en luisteren. Nu viel er zoveel te beluisteren, alles kraakte en zuchtte onder de beukende windvlagen, dat het ondoenlijk was. Licht aan en zie daar. Binnen enkele secondes besloten de slaapnimfen achter mijn oogleden te dansen en te dansen. Een verkwikkende slaap tot zoonlief de trap afliep. Het was nog donker.

De telefooncel Richard Estes

Hetzelfde foefje, een docu over Richard Estes, een schilder in New York die middels ruitenspiegelingen de meest indrukwekkende beelden van het New York uit de jaren zestig neerzette. Een totaal ander schilder dan Andrew Wyeth, maar minstens zo boeiend. Mooie documentaires van Close-Up, die een volledig beeld geven van de kunstenaar en zijn manier van kijken, observeren, het onderwerp en het schilderen zelf. Tot en met het palet aan toe mogen we bij hem binnenkijken.

Na die informatie de computer uit, de kussens opschudden tot maatje wegzinken en de ogen sluiten met het licht aan. Daar waren ze weer. Slierten dansende zoete slaapstrooiers. Het ruisen van de wind werd muziek op de achtergrond. De oorzaak van de slapeloze nachten was gevonden. Met een gat in de dag werd ik wakker. Fit als een hoentje.

Uncategorized

De handen in onschuld te wassen

Naast de pasteitjes met de ragout, de broodjes en de crostini’s sneden we ook wat kerstige onderwerpen aan. Tussen het genieten van kleindochter die met vreugde en veel smaak zich zichtbaar tegoed deed aan de in brokjes gesneden lekkernijen, die haar vader in het napje schoof en het gebabbel van de kleine filosoof die ondertussen ook onder de groothoeklens van zoonlief probeerde uit te komen. Kerst was een rustig samenzijn met alleen het gezin van dochterlief en met mij en de jongste op bezoek. De crostini met een combinatie druif, mangochutney, ricotta en verse munt was een hemels gerecht en gleed als een toepasselijk engeltje langs de smaakpapillen naar binnen. Het pasteitje met ragout haalde het verleden naar boven.

Het geloof en al haar rituelen kwamen langs. Schoonzoon is van huis uit gereformeerd, een geloof dat beleden werd in de gemeenste van de Nieuwe Protestante kerk. Al mijn kennis van het Rijke Roomsche Leven uit de jaren vijftig en zestig vond gretig aftrek. Het was natuurlijk ook een wonderlijk mooi sprookje, als je het als kind maar half begrijpt maar wel door je toegeknepen ogen het licht van de kaarsen breed uit mocht laten stralen over de, in kamgaren gehulde, zwarte menigte voor je,

Het was zo koud in de kerk dat de adem in koude wolkjes uitwasemde. De wierook omfloerste het mythische Latijn, waar in het kinderhoofd de woorden zo’n eigen leven gingen leiden. De gedragen stem van de priester schoof er een drama doorheen van de bovenste plank. Het Dominis Vobiscum klonk dreigend, tijdens en na het Kyrie werd er heel wat afgelispeld en hoorde je soms alleen maar wat scherpe sissers. We brabbelden alles op eigen wijze mee. Het werden liedjes in je hoofd, vaak herhaalde liedjes. De preken waren steevast te lang en al net zo gedragen. Er was tussendoor voldoende reuring om als afwisseling te dienen. Er kwamen gouden schalen langs, waar meer geld op lag dan in mijn moeders huishoudportemonnee zat, houten blokjes waar het muntgeld ingestopt moest worden, zwarte fluwelen slobkousen(dacht ik) waar je ook het geld in kon stoppen zonder dat men wist hoeveel duit men in het zakje deed.

De misdienaren vooraan, niet zelden zat er een broertje tussen, pamperden de priester en schoten hem op elk moment te hulp, gaven lefdoekjes aan, de gouden kelken, hielden de wierookbranders vast, droegen de wijwaterkwast alsof het de heligheid zelve was en kusten net niet de grond bij het knielen. Ze zagen er prachtig uit met hun brillantineharen en hun rode togen, waarover de oogverblindende witte stijfgestreken superplie uitwaaierde, als een toefje slagroom op de taart. Vleesgeworden cherubijnen. Volwassenen werden steevast gevoederd, wat al gauw als hostie ofwel het lichaam van Jesus bekend stond. Dat was iets om je hoofd over te breken. Waarom zou je ‘m opeten en dan gebruikte hij zeker weer zo’n truuk als bij het vermenigvuldigen van die vissen en die broden, want er bleef oneindig genoeg van dat lijf . Tijdens de kerstnacht met drie missen achter elkaar, in het midden de mis met de drie heren, vielen met regelmaat mensen flauw. Moeder leerde ons op het koor te gaan, waar je perpermuntjes mocht eten om het weeïge gevoel te omzeilen, dat honger in je hoofd schreef.

Een mooie leerschool, zo’n van rites aan elkaar hangend theater en ook een voorbeeld voor het betere muziekonderwijs. Op achtjarige leeftijd zongen we al een aardig riedeltje mee in het meerstemmige ‘Hallelujah’ uit de Messiah van Händel. Roomse perikelen in een kinderleven. Het was fijn om het te kunnen delen en even terug te zijn toen onwetendheid nog boven het gouden geklater uitsteeg. Wat zich in de zompige krochten van datzelfde geloof afspeelde, wisten we destijds bij lange na niet. Het was voor de daders niet moeilijk om, met onze naïviteit en rotsvaste overtuiging, de handen in onschuld te wassen.

Uncategorized

Achter elk gelaten gezicht schuilen de verhalen

De parabel van de Kleine Prins en de vos maakte veel los, gisteren. Mooi hoe gedachten en ideeën in beweging komen bij het lezen of horen van een kleine levenswijsheid. Dit soort ‘jeugd’boeken die als leidraad niet gek zouden zijn voor ons, volwassenen, zijn me zo ongelooflijk lief. Niet alleen de bekende boeken maar ook de wat in vergetelheid geraakte sprookjes. Zo was er op een van de avonden van Sprokkelhorst een vertelling van de Chinese nachtegaal, naar een moderne uitvoering van de hand van Martine Letterie met de prachtige illustraties van Rick de Haas. Alleen het boek was al een juweeltje op zich.

Dit zijn de verhalen die er voor zorgen dat alles wat je benadert, diepgang krijgt. Ik zat in het depot van het museum in IJsselstein. Met rode lappen over andere depotstukken, die daar opgeslagen stonden en en rode lampions was er middels sfeerverlichitng een Chinese verhalenvertelster geboren. Chinese zijden jasje aan, haar in een knot met twee glanzend zwarte eetstokjes erin gestoken en het kooitje met de vogel erin bij de hand. De kamishibai op tafel en de platen van het prachtige boek geseald als leidraad. Een Chinees tingeltje op de achtergrond. Zachtjes en lieflijk. De luisteraars waren al gebiologeerd door de entourage en het verhaal met de boodschap dat iets hebben niet hetzelfde was als iets beleven, raakte, wat te merken was aan de stilte die nog even bleef hangen nadat de deuren van de Kamishibai zich weer sloten. Rijk zijn met goud, robijnen en diamanten maakt een mechaniek niet minder kwetsbaar en het zingen niet per definitie beter.

Vriendinlief aan de telefoon doet de tijd verstrijken als zand door de zandloper. Als kerstgedachte wilde ze triffle maken voor de buren waarmee een zoomkerstdiner gepland staat en zij de toetjes op zich had genomen. Ze is niet-kok vindt ze zelf, maar als ik in de middag de leuke jampotjes triffle zie, met een roodgeblokt dekseltje erop, bevorder ik haar tot wel-kok. Zo simpel kan het zijn.

Mug zoemt me om de oren. Ze is van slag, want zou eigenlijk diep in winterslaap moeten zijn. Hoe hou je winter in het brein als het weer wat anders doet. Dan zoem je de slaap der argelozen wakker. Gisteren had ik wel 50 meter meegelopen met de zussen, die een lange struinwandeling door Bornia maakten. Weliswaar achteraf, want halverwege was de telefoon van jongste zus op, die alles liep te filmen. Ik was aan de achtergrond van het doek van Kluijvert begonnen, maar had toch weer te lang op knapknie gestaan, die daarover zeurend en mekkerend verhaal kwam halen. Dat betekende eerst weer even bijkomen op de bank. ‘Waarom gekozen voor blauw’, vroeg zoonlief, het interieur indachtig, zich af. Tja, dat ontstond zo, maar geen nood. Dat kan nog een keer veranderd worden. Flexibiliteit uw naam is mij niet vreemd.

Veel kerstwensen her en der, warm en liefdevol, kerstgedachten ook. Dan ineens in de krant een uitgebreid artikel met een vraag waar inderdaad te weinig bij wordt stil gestaan. Wat doet een dakloze, als men de opdracht krijgt om thuis te blijven waar het huis ontbreekt. Bijna 40.000 mensen zonder permanent dak boven hun hoofd. Of je een bed krijgt hangt sterk af van het feit of je geregistreerd bent of niet. De indeling geschiedt op gradatie van zelfredzaam. Volgens de reporter staan er mensen in een lange rij achter een leeg hotel, dat tijdelijke opvang is voor daklozen, in een zeer gemeleerd gezelschap met of zonder rolkoffers, authentiek op z’n Swiebertjes of keurig gekleed tot en met sneakers aan de voeten en Apple Ipod in de oren. Soms kies je niet voor dakloos, dan overkomt het je slechts. Met een viraal bijtertje erbij is het, naast de gebruikelijke kou, niet te doen. Het meisje met de zwavelstokjes maar dan zonder zwavel, een Chinese nachtegaal die wegkwijnt in een kooitje. De grootste stagnatie komt door het wachten, waardoor mensen te lang op een plek zitten en daarna begint het wachten weer, voor een vervolgtraject. Er gaat kostbare tijd mee verloren. Ambtelijke molens malen langzaam en hier nog minder snel. En achter elk gelaten gezicht schuilen de verhalen.

Uncategorized

Dat was het

De krant van deze ochtend stond vol met terugblikken en ook wat voorzichtig hanteerde men hier en daar de glazen waarzeggersbol. ‘Wat de toekomst brenge moge’ neuriede het verleden met haar mee. Maar deze korte winterse dagen zijn bij uitstek geschikt om juist een pas op de plaats te maken.

de waarzeggersbol

‘Waar sta ik op dit moment’. Als kerstgroet en nieuwjaarswens stuurde ik de parabel van de kleine Prins en de Vos door op facebook en het riep vragen op, want het is echt iets om te doorgronden, deze kleine filosoof. ‘Wat is tam, wat is verantwoordelijkheid. Geldt dat voor je hele omgeving. Is dat dan niet te moeilijk, te zwaar, te onverdraaglijk’. Die kleine prins, de existentie van zijn schepper zelf, raakt van zijn stuk door de grillen en pretenties van zijn Roos. Ze heeft nogal wat nukken. ‘Ze wil onder een stolp slapen, omdat het tocht, ze wil een ontbijt en dan weer een kamerscherm. Af en toe kucht ze om hem te laten voelen dat hij slecht voor haar zorgt’. Maar eigenlijk houdt ze van hem, diep van binnen en is ze bang dat hij haar zal verlaten. In al haar schoonheid en met al haar poeha is ze in wezen heel kwetsbaar.

Ik moet terugdenken aan de bravoure waarmee kinderen hun angsten soms overschreeuwen, aan mensen die hun eigen kwetsbare zelf overwalsen met geduchte meningen of bijtende opmerkingen. Door het uit te pellen en tot de kern door te dringen, ontdek je die andere waarheid, die soms zo dicht bij je ligt. Liefde is ontmaskeren of doordringen tot die kern, die vaak diep verscholen zit. Dat is een aardige kerstgedachte.

Vos weet dat de buitenkant meters kan verschillen met de binnenkant en leert de kleine Prins eerst vrienden te worden, daarmee verbondenheid te kweken, zodat je in staat bent om met andere ogen naar iemand te kijken en daarna de vruchten te plukken, omdat het de wereld om je heen rijker maakt. Dan blijft de vraag, ‘wat als je die ander dan niet bereiken kan. Als je elkaar niet versterkt, maar verstikt. Ooit lang geleden is me dat overkomen. Er was een moment dat ik wist, dat het moest eindigen omdat we niet de schoonheid in elkaar naar boven haalden. In die dagen begon ik met schilderen. Het eerste schilderij was iemand met een doek wapperend om de mond en een om de ogen. ‘Ziende blind’ was de achterliggende gedachte. Dat was het gevoel na jaren van knipperen en kronkelen. Losmaken was een moeizaam proces, dat veel heeft gekost, maar uiteindelijk ook veel heeft opgeleverd. In ieder geval de wetenschap dat je ‘verder moet kijken dan je ziet’. Net als een kleine prins ooit, jaren geleden, in het hoofd van zijn schepper deed.

Zo vullen de dagen zich met kleine wijsheden, die niet altijd dé waarheid hoeven te zijn. Het feit dat we erover kunnen peinzen geeft er waarde aan. Een bewustwording die groeit en groeit, zodra je hebt ontdekt hoe het in de aard der dingen werkt. In de groep resulteerde dat in het omgaan met de kinderen zonder straffen. Dat bracht zoveel rust en vertrouwen, dat de verbondenheid groeide en groeide. Het kweekte een sfeer van veilige geborgenheid. We gingen voor elkaar door het vuur, we kenden elkaars kwaliteiten en we konden er in het groepsproces altijd op terugvallen. Als je me destijds gevraagd had wat het was, dat die verbondenheid zo groot maakte, had ik het niet kunnen verwoorden. Nu, door afstand te doen van de hectiek van alle dag, is het helder als glas. Een onuitputtelijke bron van liefde. Dat was het.

.

Uncategorized

Een levend memorabel

Parijs 2019 duikelde op uit het geheugen van Facebook. De krachtige foto van zuslief, stilistisch prachtig uitgelijnd, versterkt door het beeld in zwart/wit, brengt de sfeer die er heerste in dat deel van de lichtstad. Zoonlief en ik wandelden door de Joodse buurt Le Marais. We waren er voor een bezoek aan de tentoonstelling ‘Starry Night’ over het werk van van Gogh als een overweldigende illuminatie in L’Atelier van Lumières en grepen de twee dagen verblijf aan voor een avondwandeling door het in kerstsfeer verpakte Parijs.

Als groot contrast met alle schoonheid was er de omheinde Notre Dame, waar dat jaar die desastreuse brand woedde. In een poging om het leed te verzachtten, deden de straten dapper mee in het decor van Parijs de lichtstad. Als ware toeristen kropen we op de standaards om over de houten wal heen te kijken, Quasimodo was nergens te bekennen. Haar statige torens waren veilig verklaard en de wederopbouw was in volle gang. De woorden bliezen koude wolkjes geluk naar boven.

foto Marijke van der Linden. Aan de wandel.

Gisteren een onverwachte high Tea thuis aan de tafel, met meegebrachte hapjes en drankjes, wijn en een brave opstart met de thee. De zussen wilden eerst nog spelletjes doen, maar al gauw vlogen we de diepte in met gesprekken, die golfden op wat geluk was voor de een en hoe dat kon verschillen met de ander. Zus griebelde van mijn grote feesten-en partijenplank in de kast, waar mijn schalen stonden opgestapeld, met daarboven op de beroemde botervloot en de juskom. Botervloot speelde ooit mee in de film ‘De Avonden’ van regisseur Rudolf van den Berg.

op 9.49 minuten is de botervloot in beeld naast de linkerhand van vader

Die plank werd alleen gebruikt bij hoogtijbrunches of diners. Zij zou onmiddellijk ruimte maken, door mijn boekenkast te vervangen voor een servieskast. Ik was blij, dat in ieder huis een eigen scepter zwaaide. Zonder boeken wilde ik nooit meer wonen. Tevreden constateerden we, wat men vroeger allang wist. ‘Ieder z’n meug’.

Jongste zus mijmerde over het verlangen wat te gaan doen als het pensioen in zicht was. Eindelijk die cursus volgen zonder de bijbehorende diploma’s. Informatie indrinken en luisteren naar de meningen van anderen om daarna thuis er een eigen chocola van te maken. Ik herkende het verlangen, maar wist ook dat het op een goed moment gedaan was met dat soort wensen. Niet omdat je er niets mee zou kunnen, maar gewoon, omdat de noodzakelijkheid voorbij ging. Is dat wat wijsheid wordt bij het lengen der jaren. We kruimelden de brokken tot een vredig einde en sloten af met de cappucino’s van zoonlief. Na het uitzwaaien zag ik vanaf de bank de inhoud van de oven (drie koekepannen en een wok) onder de schildersezel staan. Een kwinkslag bij een mooie avond.

Er is iemand beneden mij in het huis van de, plotseling verdwenen, benedenbuuf aan het boren. Ze betrachten terughoudendheid en in een repeterend geklotter klinken de korte boorlengtes. Het duurt al minstens een uur. Alsof ze eigenlijk geen overlast willen bezorgen. In feite blijkt het de zachte heelmeester, die stinkende wonden veroorzaakt en is de inbreuk groter dan even flink doorzetten.

Op twitter een column in het NRC van Marcel van Roosmalen. Het is een schrijnend relaas over zijn oude konijn, ooit zo dartel en lief en nu een bijtende oude nurks die in zijn zwarte hok voor de groene laurierstruik zit weg te kwijnen. Daarna vertelt hij over zijn moeder wier dementie, in een vergevorderd stadium, vergelijkbaar lijkt te zijn. Dan beschrijft hij in een paar rake zinnen haar mentale en fysieke toestand. Die lijkt verdacht veel op dat bozige konijn, weggekropen in het verste hoekje van het hok. Zij zou hem vergeten, zodra hij weg was. Hij zou haar willen vergeten zodra hij weg was. De realiteit was dat konijn kennelijk de waarheid steeds naar boven lepelde. Een levend memorabel.

Uncategorized

Weer zo door de velden te struinen

Twee koele handen gleden naar voren en in de kleine aarzeling, die daarop volgde, registreerde het hoofd, dat dit de eerste handen waren sinds medio maart, die ik aan zou raken. De fysio moedigde aan. ‘Toe maar’. Zo snel was mijn wereld gewend geraakt aan het onaanraakbare. Want er viel een lichte terughoudendheid te bespeuren.

De wijde wollen broek voorkwam ingewikkelde aan en uitkleedpartijen. De handen van de therapeut trokken en duwden aan de ligamenten, bewogen de knapknie heen en weer, lieten haar buigen en strekken voor zover mogelijk was. De pijnlijke plek was gauw gevonden met die bekwame speurtocht. ‘Ja zeker, sommige mensen wilden pijnstillers en anderen een kruk, maar als het te strompelen viel met een bewuste tred, was dat prima. De genezing zou langzaam inzetten met rust, ontzien en fietsbewegingen. Eerst moest het vocht eruit. Had ik een hometrainer? Anders fietsend de boodschappen halen. Over drie weken terugkomen. Bij alarmerende veranderingen bellen’. Buiten stuwde de wind regenvlagen in het gezicht, ondanks de zwarte paraplu, waar ik onder weg was gekropen. Hompel de hompel. Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. Letterlijk en figuurlijk.

De vierdubbele vesting ‘trap’ was genomen. Het genestel op de bank werd onderbroken door een alarm? Oh nee, het was de nieuwe deurbel, die nog niet geklonken had. De verklikker liet de man zien met een pakje in de hand. Druipend van de regen grijnsde hij, toen ik vond dat ze het niet makkelijk hadden met dit weer. ‘Had ik maar een vak moeten leren’.’Een schaterlach en weg was ie weer. Uit de doos vloog engel, gehuld in bubbeltjesplastic en een oud laken, omhoog, ze was in goed gezelschap. Hippocrates en Diana stonden fier op hun sokkeltje en waren gelukkig miniatuur. De koningin te rijk las ik dat albast eigenlijk niet buiten kon staan. O jé, nooit in dergelijke materie verdiept, had ik gevoeglijk aangenomen, dat het spul naar buiten kon. Nog weer eens prakkiseren wat wijsheid was. Tijd te over. ‘Er valt overal een mouw aan te passen’, fluisterde het verleden. En zo was het.

Vriendinlief appte. Het flesje hing in de boom. Ze vond het prachtig, missie geslaagd. Op naar een volgend doel. De maten doorgegeven van de grote doeken van Kluyvert en B.I.G. Dochter zou de baklijsten in zwart bestellen en dat was dan het cadeau van ons allen voor het nieuwe onderkomen van zoonlief. We hadden nog tijd, want hij zou in de laatste week van het jaar tijd en ruimte hebben voor de overhuizing. Nog een mijlpaal. Dit wonderlijke jaar afsluiten met een paar figuurlijke knallers kon geen kwaad. Dat streek de pijn vlak van alles wat er te missen viel. Andere voornemens op de lijst: Knie helen, boeken lezen, weer naar de tuin, zodra het kan en de rest van de wilgen snoeien. O ja, en als het vaccin er is, weer knuffelen. De liefde voor de kinderen loopt langzamerhand over. Het is maar goed dat het papier zo geduldig is en ontvankelijk voor emoties, zodat het water niet tot de lippen stijgt.

Het huis van Jan Mankes

Over de mail ontving ik van een van mijn oude Meesters een film over de schilder Jan Mankes. Daardoor kon in de vroege ochtenduren de reis naar Eerbeek virtueel nog eens dunnetjes overgedaan worden. In februari, voor alle veranderingen intraden, hadden zuslief en ik gelogeerd naast huize Eerbeek. Zo was het jaar weer rond. De film eindigde in een emotievolle gelijkluidende tragiek aan het eind. Op dertig-jarige leeftijd bezweek de ziekelijke, bescheiden maar grootse schilder aan de Spaanse Griep. Vanuit zijn atelier zag ik de velden weer, liepen we over hetzelfde bospad, als waar hij zat te tekenen. Een paar oude schoenen als getuigen. Beeld en beleving weefden met elkaar een stil verlangen los. Weer zo door de velden te struinen.

Uncategorized

Lief en leed gaan hand in hand

Weet je wat ik in mijn handen heb, dat is een geheimpje. Weet je wat ik in mijn handen heb. Dat is een geheim’. ‘Toe vertel het aan mij, tegen je beste vriend’, ‘nee Ubbie nee dan is het geen geheimpje meer’ zingt Frum zijn grote vriend toe. De kinderen op school hebben hun handen in een kommetje gesloten en dansen ermee op het ritme heen en weer. Grote glanzende ogen glunderen erboven. Ze kennen het van haver tot gort en zingen moeiteloos de intonaties en de stembuigingen op de juiste plekken, gniffelend bij de ontknoping ervan aan het eind. Dat was het gevoel dat mij en vele anderen in de ban hield deze maand.

Eind vorige maand was iemand op het idee gekomen om vriendinlief te verrassen op haar verjaardag. Een eerste zonder haar vader en moeder, een eerste ook zonder feest in huis. Alles om de pijn en het grote leed wat te verzachten. Ze heeft een grote trouwe schare vriendinnen. Iedereen was onmiddellijk in rep en roer achter de schermen. Er werd een tekst gemaakt op een lied van de Dolly Dots. Dansjes werden gefilmd en er werd een compilatie mee gemaakt. Precies, daar kwam ook de knapknie boven water. Foto’s door alle jaren heen werden verzameld en tot een boek verwerkt met grappige teksten en uitspraken. Er was een intieme film met lieve hartewensen en iedereen zou verlicht langs de deur gaan met een bijzondere kerstbal.

Iedere keer vergde het plan wat aanpassingen, omdat het virus steeds weer roet in het eten gooide. Eerst zouden we met auto’s gaan, daarna dichterbij parkeren en verzamelen, daarna ieder voor zich, maar alles passend in een strak tijdschema. Manlief en haar kinderen zorgden dat thuis de boel gladjes zou verlopen. Er kwam een vuurkorf en op anderhalve meter zou het een warm weerzien zijn. En toen…werd zoonlief, die op een testcentrum vrijwilliger was, getest en bleek positief te zijn.

Virusperikelen vragen om verhoogde flexibiliteit en binnen no time werd het plan geboren, dat zij op het dakterras zouden staan, gelukkig aan de straatkant en wij zouden al zingend beneden aankomen. Ieder tien minuten een nieuw koppel, volgens het oude schema. Onze hechte club van vier besloot samen te gaan en tijd te smokkelen om langer met het feestvarken te kunnen praten en toosten. Smetvrije zoon zorgde voor de bubbels en zijn vriendin en dochter namen de kerstballen in ontvangst, om ze tijdelijk in de vijg te hangen. Zelfs zo, zonder vuurwerk(sterretjes), zonder muziek en op een grotere afstand bleef het een verrassing van formaat.

Het was ons echt gelukt. Vriendin wist van niets en dacht alleen ons filmpje te krijgen tot aan het moment dat de eerste vleesgeworden dansers aanbelden. Er vloeiden tranen er was oprechte vreugde en genietend en terugwandelend naar de auto bedachten we dat inventiviteit ontwaakte, zodra er hard aan grenzen werd getrokken. Het feest meer dan geslaagd en bij mij weer de volledige vrijheid om te schrijven. Persvrijheid is een groot goed.

https://www.instagram.com/boekbeleving/?hl=nl

Mijn kerstbal was een glazen flesje met een lezende vrouw en een stapel boeken, een miniatuur uit boekbladzijden door Sietse Muis gemaakt op mijn verzoek. Wat hij kan, grenst aan het ongelooflijke. Hierboven een link naar zijn insta-account. Prachtig werk. Het refereerde voor mij aan die speciale avonden van de optredens samen. Het leven als een groot verhaal.

Zo. Vanmiddag gaat knapknie onderhanden van de fysio. Eindelijk. Met een lange wachttijd en de wandeling van anderhalve kilometer heeft ze me vannacht aardig uit de slaap gehouden. Of misschien was het de ontlading wel. De avond is nog met regelmaat voorbij getrokken evenals de gedeelde filmpjes van het moment suprême zelf. En zoals ze appte: ‘Er zal nog wel een traantje vallen, maar ook van geluk’. Lief en leed gaan hand in hand.

Uncategorized

Schuld denkt zich altijd groter dan de realiteit

De illustraties van Claudie de Cleen trokken vooral de aandacht bij een essay in het magazine van deze week. De titel ervan stond in grote letters op de linkerbladzijde. ‘Jannah voelt zich’ in cereleum blauw en daaronder stond ‘schuldig’ in boetedoenend zwart, met als subtitel (de hele tijd over van alles). De tekeningetjes van Claudie beeldden vier situaties uit waarbij iemand ‘sorry’ zegt tegen geplukte bloemen, tegen een vleeskarkas, tegen een stuk fruit, tegen een postbesteller en tegen de partner tijdens een vrijpartij. De schrijfster Jannah Loontjes schreef een boek over schuld.

De aanleiding was het feit dat ze vorig jaar had besloten om in Nederland te blijven met de Kerst en niet bij haar moeder in Frankrijk of haar vader in Zweden op bezoek te gaan. Tot overmaat van ramp vierde ze het bij een zus van moeder. Die was erg teleurgesteld. Derhalve stelde Jannah zichzelf de vraag, waarom ze zich schuldig voelde en ging te rade bij de filosofen. Maar Kant vond dat je moest varen op het geweten als moreel kompas, terwijl Spinoza dacht dat schuldgevoel niet deugde omdat het je machteloos maakte. Als je iets niet doet wat wenselijk is of als je iets onwenselijks hebt gedaan wat je niet had moeten doen, roept het schuldgevoel op.

Wij schijnen met elkaar toch nog tamelijk vaak dat boetekleed aan te trekken. Er zijn schuldgevoelens waar nauwelijks overheen te komen valt, die zijn diep geworteld en hebben bijvoorbeeld grote wendingen in het leven gegeven. Er zijn ook die kleine alledaagse, maar bijna altijd ligt de eigen emotie eronder. In mijn hoofd kunnen de reacties van mensen zo een eigen leven gaan leiden, dat ik het altijd weer moet terugpakken om de realiteit te blijven zien. Niet alleen mijn voorstellingen zijn fantasievol en rijk. Mijn verbeelding maakt alles groter. Het bijbehorende gevoel groeit mee. ‘Himmelhoch jauchzend, zu tode betrübt’

De relatie tot degene tegenover wie je je schuldig voelt, speelt een rol. Is er een grote verbondenheid, is er een sterk meeleven, Niemand wil iemand, die je graag mag, ‘pijn’ bezorgen. Een heel simpel voorbeeld van een betrekkelijk onschuldig boetekleed zijn kerstkaarten. Ik stuur nooit kerstkaarten en vroeger schreef ik nog wel nieuwjaarskaarten, maar sinds er makkelijker berichten via mail of app verzonden kunnen worden, brengen die een eventuele algemene boodschap. Elke kerstkaart dat door mijn brievenbus glijdt, levert, even maar, een schuldgevoel op. Als een vertederende schrobbering, een lieve blijk van mijn onattentheid. bBijf ze sturen, want het is een zoete emotie, maar toch.

Over de lucht klaren door schuld te bekennen

Als zoonlief binnen komt vallen en naar de training moet, terwijl het eten niet klaar is, dan popt mijn strafmanteltje omhoog. Mea culpa, mea culpa. Jannah schrijft dat je je schuldig kunt voelen over dingen, waarvoor je eigenlijk geen schuld draagt. Daar blaast het verantwoordelijkheidsgevoel zich op. Ooit had ik een jaar nodig bij een psycholoog, om mij van het idee los te weken dat ik voor alles en iedereen moest zorgen. Toen hij zich een keer afmeldde omdat hij griep had, sloot ik af met de raad om toch vooral uit te kijken en wist hij dat ik er nog lang niet was. Door het virus kunnen we geen gastvrouw zijn op de afdeling oncologie. Het leverde naast spijt ook berouw op. Het was alsof de mensen in de steek werden gelaten door mij en mijn afwezigheid een ochtend n de week. Zie je wel dat alles groter wordt. Zelfs de orde van belangrijkheid.

Het hele complexe begrip schuld is ons met de paplepel ingegoten. Al als klein kind was er een prentenboek thuis, waarin het Hemelse Paradijs stond afgebeeld met veel blauw en goud, en zoetgevooisde engelen, maar als voorportaal naar het kwaad waren daar ook de indringende platen van mensen in het vagevuur en daarna volgde het hellevuur tenslotte met duivels en verwrongen gezichten in vurig rood en geel. Bovendien moesten we elke week naar de biecht om schuld te belijden. We verzonnen de minst erge misstappen, als snoepen uit de suikerpot, of lezen in bed, terwijl het niet mocht, maar moesten als penitentie minstens drie weesgegroeten en onze vaders bidden op onze blote knieën in de houten banken voor de biechtstoel. Vergiffenis werd ons tot grote opluchting wel geschonken, door middel van de absolutie. Pff, daar was je weer een hele week van af.

Naast de bijbel zijn er die andere bijbels. Dostojewski, de Beauvoir, Grünberg en nog vele anderen. Een onderwerp dat zich uit laat rafelen in duizend mogelijkheden of meer. Dat hele complexe gevoel bewust fileren in hapklare onderdelen verzacht. Door de beelden in het hoofd tot een minimum te beperken, ook. Schuld denkt zich altijd groter dan de realiteit.

Uncategorized

Het valt te leren

De buufpoes komt aangesneld als ik de deur open. Ze weet dat ik het venster van de wereld kan openen door de deur beneden te ontsluiten. Ze loopt naast me, kijkt me aan, wacht me op na iedere trap en huppelt weer voor me uit. Uit alles spreekt blijmoedigheid. ‘Jottem, de wereld aan mijn voeten’. Verlangend wacht ze tot mijn hand de klink naar omlaag duwt, geeft nog een mauwtje en vlucht de frisse oneindigheid in.

Boven schudden de geraniums de dauw van hun bladeren en pronken met hun late winterbloeiers in een voorzichtig zonnetje. Pluis wil de kou in en staat bij de openslaande deuren. Het buitenleven is wat beperkt als balkonkat, maar ze kijkt haar wereld groter en zet haar vacht in winterstand om de kou te trotseren.

Ik mis de tuin en het buitenzijn. Wat moet roodborst wel niet denken nu er al twee weken in eenzaamheid gesleten zijn. De bollen zijn vast de pan uitgerezen. Het is veel te zacht voor de tijd van het jaar. Zuslief heeft een bloeiende gele kornoelje gespot, zoals ik mijn bloeiende geraniums, die nu al voor het tweede jaar de boel een beetje opfleuren en de vorige winter ook hebben overleefd.

In de krant van vanochtend, nog steeds het tweede exemplaar niet in de bus, was er de column van Frank Kalshoven met de intrigerende titel: Het lampenpit-effect, Het spel en de knikkers. Hij noemde het verschijnsel van grote sulligheid: Lulletje lampenpit. Bij ons thuis werd dat vooral aangeduid als ‘lulletje rozenwater’. Wanneer ben je een sulletje. Een klein onderzoek met zijn nieuwe cruise control legde de definitie tot op het bot bloot. Als je de limiet afstelde op 100, omdat harder rijden niet was toegestaan, suisden anderen je in grote vaart voorbij. Massaal werd de snelheidslimiet overtreden, was de conclusie. Toen zijn vrouw opmerkte dat ze wel een beetje de lampenpit van de snelweg waren, had hij eerst de neiging om de cruise control te verhogen met vijf, later tien, om vervolgens ineens te beseffen, dat je je in dat geval zou laten meeslepen door het gedrag van de massa. Kuddedieren in een lange rij. Blind de voorganger achterna.Deze tijd telde opmerkelijk veel voorbeelden. Hij kwam in zijn relaas tot de conclusie dat het lampenpiteffect draaide om de angst niet voor vol te worden aangezien. ‘Braverikken die zich conformeren aan de slechterikken’. Hij sloot af met: Ik ben een lulletje lampenpit. Tot genoegen’. Daarmee werd een beschimping een geuzennaam. Fier zijn op wat je van binnenuit afspiegelt en niet door aan de buitenkant hard mee te rennen. Wat een heerlijke gedachte om mee aan de haal te gaan.

Toen ik gisteren de aanpak van Masterchef USA vergeleek met die van Masterchef Australie viel het me op, hoe intens de mentoren van de eerste groep aan het zagen waren. Bij iedere kandidaat die het er minder goed van afbracht, werd een oordeel geveld dat er niet om loog. Een schrobbering met een lampenpit-karakter, het sulletje, omdat je je had laten gaan of had verkeken op de opdracht, een handeling verkeerd had uitgevoerd of de mislukking, door de angst ervoor. Daarna was er een sussende eindsessie over de geleverde prestaties. De mentoren van de tweede groep hadden vooral positieve kritiek paraat. Daar zag ik kandidaten alleen maar groeien in hun ontwikkeling, waar bij de eerste deelnemers twijfel en angst heerste.

Lulletjes rozenwater die hun naam eer aan doen door vooral de voordelen te zien van de door hen ingeslagen weg, wars zijn van het predikaat, sterker nog, er een eretitel van kunnen maken, zijn krachtig in hun autonomie. ‘Er boven staan’. Het valt te leren.

Uncategorized

Vroeg de dag in

Er werd gesleuteld aan een hele oude donkerblauwe volvo stationwagen. De inhoud van de schuur stond er zo’n beetje naast. Ze zouden me wegbrengen naar het ziekenhuis, waar ik een avonddienst moest lopen. Om zeven uur begon mijn dienst. De kennis van vroeger liet de spullen voor wat het was, propte kind en mij op de achterbank en ging zelf voorin op de passagiersstoel zitten. De auto reed, maar toen we de straat uit waren en we de bocht moesten nemen, werd ik toch wel geacht om het gevaarte te besturen vanaf de achterbank. Wonderwel kon dat. Dromen die zo helder binnenkomen als de zandkorrels op een ongerept strand. Terwijl ik, te laat, naar de afdeling toeliep, werd ik wakker. De knapknie speelde parten bij het liggen. Van tijd tot tijd was er een diffuse zeurtoon die door de droom heensijpelde. Voor maandag staat de afspraak bij de fysio. Tot die tijd is er een passieve rust hier in het huis.

Zo een dus.

Wel strompel ik braaf om de boodschappen een keer per dag naar buiten voor de broodnodige beweging. Daar kwam ik vriendinlief tegen, die verbaasd was dat ik een dorp verderop had uitgekozen. We wisselden wat wederwaardigheden uit tot ze, uit het niets, mij opmerkzaam maakte, dat we in overtreding waren met ons gesprekje. Huh. Ach natuurlijk, er begon me iets vaag te dagen. Niet onnodig stilstaan in het gangpad, dus zeker niet op anderhalve meter een geanimeerd gesprek aanknopen. Toch was het fijn om heel even te kunnen ventileren. We vervolgden haastig ons weg, terwijl we de ogen lieten spreken in een schuldige blik met ongetwijfeld achter het mondkapje een grote grijns.

Haha, dochterlief vroeg over de app of ze ‘moeders’ (moi même) mocht lenen voor het kerstontbijt, eerste kerstdag, of dat iemand anders haar wilde. Dat zijn de kleine pareltjes, die mijn dag al goed maken. In liefde gevraagd, maar mijn verbeelding ging onmiddellijk ermee aan de haal. Een thema, waar Lanting voor ‘Het Theater van de Lach’ zo een komisch blijspel in vijf bedrijven had kunnen schrijven.

https://www.npostart.nl/binnenstebuiten/17-12-2020/KN_1716514

Op uitzending gemist kwam bij het programma ‘Buitenleven’ een reportage langs van Alain, de kok met het zware Franse accent, in een bijzondere setting. Hij bezocht de enige waterkerskwekerij van Nederland, De Klispoel b.v. Het ligt aan de voet van de stuwwal vlak bij Nijmegen, grenzend aan een natuurgebied en uitkijkend over de Ooijpolder. Door dat gebied stroomt een beekje met bronwater. Alain zou Alain niet zijn als hij het beekje op zuiverheid onderzocht door met zijn handen het water op te scheppen en te drinken. Zijn zintuigen moeten fenomenaal zijn, want alles test, proeft en ruikt hij zonder aarzelen. De waterkersbedden zien er fantastisch uit en het mooie natuurgebied eromheen is zeker de moeite van het bezoeken waard. Straks, in een vroege lente zonder rondwarende virussen. Dat weer te kunnen doen vult het verlangen.

Op facebook geeft zuslief met een foto aan hoe dit wonderlijke jaar 2020 te duiden. Ik mocht het doorspelen en dat doe ik graag. Haar heerlijke humor is iedere dag weer terug te vinden in een prachtige foto met tekst en is altijd raak. Ze heeft de wijde blik en een oneindig geduld. Dit jaar gaat, dankzij haar vondst, de annalen in als ‘Het jaar van de Huismus’. Briljant. Jongste zus fluistert haar in dat er als auteursrecht een kroket tegenover mag staan. Dat trekt Bruin nog wel. Zodra we weer mogen borrelen met z’n vieren, wordt het een heerlijke bittergarnituur.

Foto en tekst: Marijke van der LindenHet jaar van de Huismus

Pluis kom eens kijken of ik al wat aandacht kan geven. Ze springt met verve naar het favoriete plekje voor een ochtenddutje en kruipt onder de sprei. Knapknie smeekt om gestrekt te worden. Hupsaketee dan maar. Vroeg de dag in.

Uncategorized

Kunst

Uit het niets kwam er een kerstster naar mij toe met bijgeleverde ledverlichting en besloot om de duistere dagen voor kerst bij te schijnen. Ze was in goed gezelschap van een dikke enveloppe waar tekeningen van de kleine filosoof en zijn zus uitrolden en een lief woord van het kroost, en naast het knisperende cellofaan om het blad ‘Mensenkinderen’ dat gewijd is aan het thema verbinding en zo veel dieper gaat dan dat. Eens te meer heb ik weliswaar over deze boeken geschreven, maar komen de woorden me vreemd over en toch onmiskenbaar mij. Waar zitten die gedachten verstopt? Nu liggen ze samengesteld als zinnen op papier en worden verhalen over ‘anders zijn en je toch verbonden voelen’, mijn hele ziel en zaligheid ten toon gespreid.

‘Dat meisje neemt geen blad voor haar mond’, zei men, als iemand een uitgesproken mening verkondigde. Dit meisje neem graag een blad voor de mond, meerder bladen zelfs. Want als woorden ergens besloten liggen, willen ze eruit. Het is een onweerstaanbare drang van binnenuit. In de stilte van dit tijdsgewricht en een tekort aan inspiratiebronnen komen ze soms zonder betekenis aanzeilen. Bij het schrijven gaan ze een eigen leven leiden en begint het grote associeren. Van het een komt het ander en straks is er weer een verhaal. Een dichter die een prachtig gedicht schreef over de gelaagdheid van de woorden en de zinnen is Elly Stolwijk. In haar gedicht ‘De Natuurlijke Tuin’ stuurt ze haar woorden de diepte in om daar de essentie van haar beleving te vinden.

de natuurlijke tuin

als de wolfsmelk haar blaartrekkende werk heeft gedaan wrijf ik
wat norse zaaddoosjes uit mijn ooghoeken. vandaag een nieuwe dag
onder een onzichtbare maan. in de nacht vloog een kerkuil voorbij, wit sjabloon
tegen het dak dat donkerder was dan de lucht erachter.

ik bedoel maar, dat is wat we zien.

legio lagen liggen verborgen. zo kunnen de meest
gewone woorden geheimtaal zijn voor iets wat dieper gelegen is.
je zegt: wolfsmelk, je zegt: maan. maar eigenlijk gaat het over de waan
van een mol die denkt dat hij een elf is.
je zegt: kerkuil, je zegt: sjabloon. maar eigenlijk gaat het over een kuil
waarin wij ons uitrekken, bloot in de as.

je zegt: zaaddoosje, terwijl het over het aas van de dood gaat.
gedeeltelijk. want ook onder de geheime taal ligt een andere waarheid.
je zegt: andere waarheid, ja, dat is de wand die haar, de waarheid zelf,
afscheidt van de dieren.

ook de kerkuil is een dier. hoewel ze in de nacht op mij overkwam
als een poort naar iets waarvoor ik nog altijd
het woord niet heb gevonden.

Gedichten zijn vooral gemaakt om woorden te proeven, ze golven binnen en door hun ritme, door de vorm waarin ze gegoten zijn, geven ze heelheid aan hun bestaan. In dit lyrische gedicht zoekt ze naar dat ene woord. Ze is het lijdend voorwerp, een zwoeger, die zoekt en wikt en weegt. Met het associeren van klanken en beelden wordt het woordkunst en daarmee levenskunst. Een andere dichter die daarmee op een totaal andere manier bezig was, Paul van Ostaijen, voerde het zover door, dat hij, door te spelen met de ritmische typografie, het beeld middels de woorden letterlijk gestalte gaf. Zijn belegerde stad vuurt de klanken en de woorden uit de bladzijden met kracht omhoog. Vanaf de allereerste kennismaking ben ik aan hem verknocht, omdat zijn poezie niet alleen het oor maar ook het oog streelt. Ogentroost ten voeten uit.

Een voorbeeld van zoete, dansende, zingende klankkunst is ‘En Rade’ van Jan Engelman

En Rade*
vocalise* voor Cavalcanti

Groen is de gong
groen is de watergong
waterwee, watergong
groen is de gong van de zee

Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Singapore
achter de vest

stem die mijn slaap doorzong
waterklok, watertong
koperen long van de ree

Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Senegal
wijd van het nest

hang die mijn ziel doordrong
waterdroom, watersprong
loeiende gong neem mij mee

Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Zanzibar
buiten is best

groen is de gong
groen is de watergong
waterwee, watergong
groen is de gong van de zee

Je proeft de zee en de verte op het ritme van de zinnen en waant je, turend over het water, op een rots aan de kust. .

Blijven graven, blijven zoeken, schaven, duwen en trekken of domweg de stroom laten komen, zoals ze komt, zoals ze voelt. Het vers als de penseelstreek van de schilder op het witte doek. Willem Kloos, de dichter, vertaalde het in een van zijn veel aangehaalde citaten als: ‘Poëzie is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.‘ Schilderen met woorden, maar het geldt voor alle kunst in haar grote verscheidenheid als uiting van het diepste wezenlijke zelf. Met andere woorden dan hoe Kloos het samenvat: Alles wat handen en voeten geeft aan wat een mens roert is kunst.

Uncategorized

De vraag naar meer

Op de vibraties van menig meelevende lezer golft een pakketje deze richting uit. Juichend berichtte Catawiki dat mijn engel in aantocht is. een echte kerstengel dus. Voor een viervoud meer dan et beginbedrag, maar ach. Ik had de limiet op vijf keer gesteld. Een engel ontvangen is een kostbare aangelegenheid. Gelukkig is de kamer kerstklaar. Een console heb ik ook al voor haar. Straks zal ze prijken op het bolvormige zwart/witte ornament, aangezien de oude engel vastgelijmd zit op de groene bol in de tuin. Mijn kerst kan niet meer stuk. Een kinderhand is gauw gevuld.

Alsof de dag net zo blij is, waaiert ze zonlicht als een belofte van licht, lucht en leven. ‘Of ik er tegenop zie, tegen deze lockdown’vraagt dochterlief over de app. Nee, een van de voordelen van een jarenlang alleengaand bestaan, is dat je het prima met jezelf vinden kan. Het vermaak is er volop, alleen speelt de knapknie me parten. Vooral in rust roert ze zich, zeurend en jengelend als een kind dat haar zin niet krijgt. Het kussen dat verlichting bracht, wordt in de nacht met regelmaat verschoven. Ertussen, naast of knie erop. Zuchtend wentel ik met de logheid van een oude zeerob om en om en zelden heeft de nacht zoveel langer aan tijd geduurd.

Wel spijtig dat pijn zoveel aandacht eist. In het hoofd maak ik nieuwe schetsen, werk aan nieuwe doeken, maar in werkelijkheid doe ik niets op wat huishoudelijkheid na. Stofzuigen op een goed standbeen, heerlijk gerechtje koken. Gestoofde visfilet in botersaus met dille en millefleur qua kleur-krieltjes uit de oven. De heldergroene Sugar Snaps met kruidenboter voor nog een accent ernaast.

Vraag van zus om iets te schrijven over het stimuleren van lezen op jonge leeftijd. Er doemt een spiegel op van mijn eigen jeugd. Het klokje van zeven uur. Radio’s waren er alleen, geen televisies, geen telefoons. Een kabbelend bestaan met veel buitenspel en vlak voor het slapen gaan, geen tijd om voor te lezen, maar dat klokje. De stemmen van Paulus, Oehoeboeroe, Gregorius en Salomo, maar vooral die van Eucalypta, extra krakend door de trillingen van het geluid, schetterden mijn verbeelding los. Het leven was gevuld met kabouters. Pinkeltje was nummer twee met Snorrebaard en de muisjes en daarna kwam het ventje Piggelmee in de Keulse Pot.

Het hielp dat er bij een buurvrouw, verderop in de straat, kabouters woonden in haar achtertuin, waar op de knietjes, door een kier in de schutting, de fantasie bewaarheid werd en het verhaal tot leven kwam. Tekeningen en illustraties weekten los van het papier en vormden een nieuwe waarheid. De wereld als een sprookje met lieflijk goed en griezelig kwaad, doorspekt met de kinderlijke onschuld. Ook was er de filmwereld die mijn vader draaide voor de jeugd in de wijk. We mochten mee en keken onze ogen uit, terwijl hij de grote banden liet snorren in het gangpad. Marcelino Pan Y Vino of Puntje en Anton, die met zuslief nagespeeld werden tussen de stapelbedden.

Pas bij het gruwelijke verhaal van Blauwbaard wenste ik dat het echt alleen maar fantasie was en bij de Bende van de Zwarte Hand ook, goed voor jarenlange nachtmerries.

Hoeveel avonden heb ik niet een boek ter hand genomen om zo’n wereld te creëren voor mijn eigen kinderen. Van ‘De eend op de Pot en het oeuvre van A.M.G. Schmidt tot en met alle andere klassiekers, zoals van Thea Beckman en Jan Terlouw. Alles passeerde de revue, versjes, liedjes, verhalen, maar ook theater en film. Later bij het werken in de groep was er die rijke boekenkast, waaruit eindeloos geput mocht worden en iedere dag als voeding een vervolgverhaal, omdat dat de bekoring bracht door de vastgehouden spanning en altijd de vraag naar een nieuw verhaal.

Liefde voor boeken begint bij het eerste woord en door alles aan te boren dat de fantasie, de beleving maar bovenal de verwondering oproept en zo de vraag naar meer.

Uncategorized

Een optimale stille nacht

De melding aan zoonlief dat ik, voor alles dicht ging, nog even een kerstboom op de kop wou tikken, gaf een laconieke reactie. ‘Ja, dat wou ik voor je doen. Als verrassing, maar ja, nu is het geen verrassing meer, hè’. De lieverd. Het bleef een fantastische geste. Want het feit dat ik niet naar de verkoopplaats hoefde te gaan, de boom met veel gesteun en gekreun de auto in en eruit zou moeten werken om ze daarna vier trappen op te sjouwen met knapknie en al, werd me nu bespaard. Een halve ochtend later stond er een lieve boom op juiste grootte in haar netje te wachten op de verlossing.

Wij hebben een diepe kast onder de trap. Juist omdat die zo diep is, verdwijnt er veel in wat ‘even’ uit het zicht moet. Lege dozen van apparaten, latjes, stokken, de kinderstoel met haar losse poten, een oud hangmatje voor Pluis, zakken en tassen en oude kleren voor de kringloop, een oude snijmachine, een broodtoaster, gereedschap en natuurlijk, ergens helemaal onderop, een tas en een doos met kerstspullen. Kerst zou kerst niet zijn als het zuchten en steunen zou ontbreken.

Daarna, bij het gedwongen uitrusten omdat knie protesteerde, monsterde mijn blik de kamer op zoek naar een strategische plek. Een kerstboom diende in mijn optiek vrijuit te gaan om ten volle in haar korte glorietijd bewonderd te kunnen worden. Anders dan andere jaren met de twee grote doeken voor zoonlief bij het raam, zou ik een plekje vrij maken op de hoek van de zuil waar de trap in huisde, midden in de kamer. Eerst moest de kamer omgebouwd worden. De grote tafel tegen de lange muur. Er kwam toch niemand voor een kerstdis. Het kleine ronde tafeltje met de boeken zou als verhoger dienen. Het verdween onder een oude nachtblauwe lap. Zoonlief zette het boompje met kluit in de pot er bovenop.

Met de schaar werd ze bevrijd van het net en zichtbaar gelukkig vielen de takken gracieus naar opzij. Verhalen van ‘Het vergeten boompje’ en de ‘De kerstengel’ kwamen bovendrijven. ‘Midden in de winternacht’ ook, al was dat eigenlijk te hoog voor mijn bereik. ‘Laat de citer slaan, blaas de fluiten aan’, zong ik luid, terwijl tak voor tak de boom werd aangekleed met lichtsnoeren, keurig opgevouwen rond het kartonnetje zoals dat vroeger al gebeurde, ballen, vogeltjes. Pluis speelde met een kerstkleed, dook eronder, kwam weer boven en gleed ermee door de kamer, waarna ze afwachtend zich verschool achter de bank. Een poezenpoot is gauw gevuld.

Ik had meer lichtsnoeren dan verwacht. Er ging er nog een voor het raam en een in de keuken. Kerstmis betekende verlichting in alle opzichten. De krans van hout met het blikken hart mocht traditiegewijs aan de deur als welkom en terwijl Mark Rutte zijn boodschap door de aether liet schallen, zongen mijn engelen onverdroten voort. Een avond in zoete herinnering. Natuurlijk mocht Herman van Veen niet ontbreken. De kinderen waren er jarenlang alle kerstdagen mee opgescheept geweest. Wat voor mij lieflijk gezang was, moest voor hen haastwel gruwelijk klassiek geklonken hebben. Maar juist de barokke klanken pasten voor mij bij de sfeer. Zoetgevooisde klanken voor bij een kerstontbijt en een biografie van Carry van Bruggen, een van mijn lievelingsschrijvers, ernaast. Het had de prachtige titel ‘Er is geen ander zijn dan anders zijn’ van de hand van Barber van de Pol las ik in de Tijdgeest van twee weken geleden. De biografie bleek voor bijna de helft een autobiografie van de schrijfster te bevatten. Ongeschreven spiegelen hoort erbij. Het optekenen in de biografie was weer een ander verhaal.

Van mijn onverbiddelijke zelf moest ik eerst de opgehoogde boekentoren uitlezen, eer ik deze zou aanschaffen. Daar was ruim tijd voor in de komende weken. Ergens doemde het beeld van een stalletje op. Erbij stond geschreven: ‘Ooit begon de viering van kerst in eenvoud’. Daar viel geen speld tussen te krijgen. Kerstmis 2020: De boom, de barok, het boek. Drie B’s voor een optimale verstilde nacht.

Uncategorized

Ergens, waar dan ook

Het zwaard van Damocles, een zwaardere lockdown, opende met bombast de krant, maar het licht viel op een zinsnede van vier regeltjes. ‘Twee jaar geleden overleed zijn vrouw na een huwelijk van zeventig jaar. Nu houdt hij een album bij met rouwkaarten uit zijn vrienden en kennissen kring. ‘Het zijn er meer dan honderd nu’. Oude mensen worden steeds eenzamer in de wereld. (column van Margriet Oostveen in de rubriek ‘Ieder voor zich’).’

Je leven in rouwkaarten zien wegvloeien, dag na dag,een album vol en weten dat je ooit op de laatste bladzijde bent aanbeland. Dat schoot door me heen tussen alle politieke, economische en sociaal/maatschappelijke berichten die bleven hameren, terwijl het koolmeesje in de boom voor het raam vrolijk tussen de takken doorhipte. Al jaren eerder veroordeeld tot een tred tussen de televisiekast en de stoel, een zelfgekozen lockdown avant la lettre, omdat het zicht op de wereld steeds stiller werd en de beelden verbleekten als de sepia foto’s van het vorige leven in de albums van voor het dodenboek.

Koortsachtig zocht ik naar de volledigheid van woorden, die me te binnen schoten bij het lezen over deze oude man van 94. Een van mijn troubadours van vroeger, die hun poezie hadden laten wortelen in mij. Uit een van de diep weggestopte herinneringen doemde het op. Als bron van hoop, als een vleugje dromen, als pleister op de wonde van al die oude mannen en vrouwen, omdat symboliek nog vertegenwoordigen kan, waar wij tekort schoten en misschien wel omdat het lang geleden een snaar raakte, die nu weer in beroering kwam.

Op de valreep, zo bleek nu, was het helemaal een fantastische beleving gisteren om daar aan het IJ te staan en het witte winterlicht boven de skyline te mogen aanschouwen. ‘Vis aan t IJ’ stond er boven het restaurant, dat nu gesloten was. Vis moet zwemmen, net als de meerkoet in het IJ en restaurants moeten daarbij het hoofd boven water houden.

Op een van zijmuren van het gebouw liep ik in de armen van een beer en een verdrietig of angstig kind. De hete adem van ‘Bijna Banksy’ bracht sfeer. Aan de andere kant van het industriele pand was het Dat! Theater gevestigd. Nog een teug koude verse lucht en met het mondkapje op wachten in de foyer tot de anderen zouden arriveren.

Toen de stoelen geregeld waren, mochten we plaats nemen. Drie lege stoelen tussen elke stoel. Dertig mensen als publiek. ‘Oya Woest Wezen’ van de theatergroep Bühnenbiest nam ons mee naar de fantasiewereld van een meisje, toevluchtsoord voor een kind van een Nigeriaanse vader en een Duitse moeder wiens huidskleur aanleiding is voor ‘het anders zijn en voelen’. Ze trok ons het rijk van de Orishia, van Nigeria binnen met een vraag die haar op de lippen brandde. ‘Waarom wordt alles anders’. Op de vraag werd door vier goden antwoord gegeven in een werveling van muziek en dans. Antwoorden die aan kwamen rollen als de golven van de zee. Het grote antwoord mocht er nog meer uit spatten, maar misschien was alles, nu de wereld in verandering op haar kop stond, daar wel de oorzaak van. Niet alle verandering is een verbetering. Voor mij sloot het aan bij de blog van die dag, waarbij het ging om veranderen van mening en dat het de aanzet kon betekenen voor vernieuwing.

Zo dook de zon onder en was de dag weer rond, met een nieuwe beleving, die absoluut zou blijven doorzingen in het handelen. Ergens, waar dan ook.

Uncategorized

Opgeschud en op schoon water

Een echte woelnacht vannacht. Hoofdzakelijk veroorzaakt door de knie, die ‘bottenmoe’ fluisterde, waardoor het kussen in de rehabilitatie kwam en eindelijk de verlichting bracht. Sommige adviezen zijn er om naast je neer te leggen. Tijd te over in de stille duisternis. Lamp weer aan. Daar slopen de krantenartikelen langs met wetenschappelijke uitleg over de werking van de vaccins. Een laagdrempelige vergelijking met boodschappenbriefjes, die een cel werden ingeschoven, leken me regelrecht voer voor complotdenkers. ‘Zie je wel, zouden ze bij die beeldspraak zeggen, ‘Ze sluizen briefjes je lijf in met boodschappen die ondoorgrondelijk zijn’. Zo werkt de vrije associatie nu eenmaal.

Het boekenkatern met daarin een interview met Marieke Lucas Rijneveld over haar boek ‘Mijn Lieve Gunsteling’. Een verhaal waar ik nog niet aan durf te beginnen. Haar relaas over hoe het tot stand gekomen was, werkte door. Ze benadrukte dat het fictie is. Daarbij schreef ze uit het perspectief van de veearts, die welhaast een verzachtend auro om zich heen kreeg van weldoener, heilzame soldaat, maar ondanks de wetenschap dat het niet klopte, niet te stoppen was. Ze beschreef hoe ze na een tocht op de fiets een scène zag opdoemen en die thuis, op haar zolderkamer aan een Utrechts stadspark, vastlegde. Het was een herkenbaar gegeven. Woorden die hun eigen leven gingen leiden, handen die over toetsen dansten om vast te leggen wat doorsijpelde, het hoorde allemaal bij het proces. Soms bleek het schrijven een eigen weg te volgen, nauwelijks te sturen en dan vroeg je je bij het teruglezen af of het wel zelf geschreven was.

De nacht bracht verder puzzelboeken als afleiding voor die wakkere uren, door domweg, verstand op nul, te verzinnen wat er in die desbetreffende hokjes moet komen om het geheel passend te krijgen, strak omlijnde bedenksels, zonder uitwijkmogelijkheden, laat staan een mogelijkheid om er een beeld op te plakken.

Daartussendoor dat been, die knie en het woord. Dan het uitstapje later op deze dag. Een vlinderbuik vol verwachtingen leverde het op. ‘Wat trek ik aan, hoe laat ga ik weg, wat zal ik gaan zien’. Als een kind in de nacht voor haar verjaardag, dat met pekkende blote voeten op het koude zeil om vijf uur al voor de ouderlijke sponde staat te springen. We mogen weer, weliswaar met alle regels vandien, snoetjes op, op meer dan anderhalve meter, handen ontsmetten, niet meer dan dertig mensen in het geheel, maar toch… Beloftevol popelen.

Ook in de krant, de beeldengroep van Juan Mûnoz, de Spanjaard wiens beelden ik de eerste keer zag in Washington en later in Zwolle, ondersteboven ervan, diep geraakt door de enorme en herkenbare vormen van de duikelaartjes, de Bepkousen, noemde ik ze in stilte, maar het zouden even goed Tibetaanse monniken kunnen zijn, die de stilte in acht namen en hun woorden gedempt vorm gaven. Nu was het beeld ‘Talking to the Ear’ in Voorlinden te aanschouwen. Het luisterende oor, wat in deze dagen zo belangrijk was gebleken. In mijn hoofd werkte mijn eigen boodschappenbriefje voor de kunst en de schoonheid der dingen door. Voorlinden check.

Vanuit de krant rees de vraag of je weleens van mening was veranderd. Dat naar aanleiding van hun interviewreeks 180 graden. Meningsvorming en verandering zijn met name voorbehouden aan de flexibelen onder ons, die niet hechten aan standpunten. Veel standpunten verworden tot nostalgische stokpaarden, die daardoor zich star en onbeweeglijk vastklampen aan wat ooit was. De ruimte om te vernieuwen verzandt op dergelijke wijze in het achterhaald zijn door de tijd. Alles wat ooit gedachtengoed was in mijn jeugdige overmoed, is later onder invloed van situaties, wijze mensen in mijn omgeving, ervaringen, bijgesteld of zelfs van de ankers geslagen. Geen nood. Voor elke gedachte, elke stelling, die geslecht was, kwam weer een nieuwe, al was het maar het idee, om nooit meer een vast standpunt in te nemen, maar gevoelig te blijven voor het openen van de ogen. Schellen moeten altijd mogen vallen in de wetenschap dat je niet van het voetstuk zal tuimelen op zo’n moment. Het betere verversen van het eigen ik, als bloemen in een vaas, opgeschud en op schoon water.

Uncategorized

Duimen maar weer

Hoe ouder, hoe gekker schudde mijn oma’s hoofd soms, als ze een leeftijdsgenoot paradijsvogelijke beslissingen zag nemen. Een verdwaalde roos in het haar of een dierbare hondje dat moest worden vereeuwigd door het op te zetten. Deze dame heeft voor het eerst in haar lang-zal-ze-leven een bod gedaan op Catawiki. Ik heb niets met veilingen, kan het ook niet. Ik wil graag horen wat het kost. Bevalt het, dan betaal ik, vind ik het te hoog, dan gaat het object mijn neus voorbij. Simpel als het leven kan zijn. Maar nu kwam ik voor het eerst in tijden mijn eigen albasten tuinengel tegen.

De albasten engel

Op deze mistige zaterdagochtend in alle vroegte vloog ze mijn verlangen binnen en kon ik haar niet meer los laten. Er zaten twee bustes bij, maar daar ging het niet om. Mijn eigen lieve tuinengel, waar ik deze zomer zwoegend weer een passend hoofd op had gemaakt, was door het vochtige herfstweer aan het buigen geslagen. Steeds dieper boog ze door het stof, totdat haar afbrokkelende nekje het begaf en haar gelaat voorover in haar grote schelp tuimelde. Zo liet ik haar staan, als boegbeeld voor de onthoofde engel en ik wist dat het met het beeld niet meer goed zou komen. Eenmaal hetzelfde sierlijke beeldje op het netvlies, compleet met lieflijk hoofd bleef het idee rondzweven. Zelfs droomde ik vanmorgen na de ontdekking nog van een grote brocante, waar de meest wonderlijke beelden te koop waren en mijn engel er glimlachend bovenuit steeg. Vandaar dat er niets anders opzat dan te bieden. Het levenspad is ondoorgrondelijk.

https://www.npostart.nl/BV_101398841

Vanmorgen vroeg, voor de engel, had ik het aanstekelijke programma ‘Floor blijft hier’ gekeken. Eerst was er een feeërieke voorstelling van een operazangeres in een baljurk, een soort doornroosjesachtige jurk, die verlicht op het water dreef en tergend langzaam door twee wonderlijke Lakeidragers met grote kappen op, voortgeduwd werd. Ze hield een paraplu hoog en het sprookje verwarmde, ondanks het, ongetwijfelde, ijskoude van het water. ‘De Drijvende Diva’, een korte theatrale muziekuitvoering, is van Victorine Pasman, van wiens hand het concept en het kostuumontwerp was en werd hier vertolkt door Frederique Klooster, die met haar heldere sopranenstem de donkere nacht in vervoering bracht.

Het begin van het volgende bezoek, een kleine langharige geit die een geel bloemtje verorberde, was precies de vlag die de lading dekte. Het dier stond centraal bij hun hoedster, die ooit de wereld had overgereisd voor de mode en nu duurzaam garen en wol spon van haar eigen geiten en schapen. Een heerlijke plek ergens midden in de polder en een totale verstilling, naar volle tevredenheid, een diep gewortelde liefde voor de dieren en hun producten.

Over paradijsvogels gesproken. De volgende tocht ging naar een zachtaardige excentrieke en welverzorgde einzelganger, die met hond, twee zwijntjes en een vriendin op afstand midden in het Brabantse leefde en Kunst beleed met een grote -K- volgens het oude principe ‘Wat je ogen zien, kunnen je handen maken’. Iets waar hij nauw naar het woord, vooral mee bezig was. Knutselen noemde hij zijn gouden handen, die van alle markten thuis waren. Meubels, muziekinstrumenten, klassieke stillevens, fonteinen en beelden op grote schaal. Het was precies voldoende om indrukwekkend te zijn en bij mij ineens het verlangen naar mijn gave engel weer op te roepen. Het huis was een museum vol oosterse ornamenten, niet zelden replica van zijn hand, geen boeken bedenk ik me nu, maar beeldjes, kommetjes, tapijten, kleden, kasten vol schaaltjes, glazen, een sprookjesachtige keuken waarbij maaltijden ondergeschikt waren aan de schoonheid, net als zijn bescheiden plek op een rood/witgeblokt kleedje aan een hoek van de overvol gestouwde tafel.

Eigen engel in aloude glorie

Mooi, al die mensen die hun hart volgen en voorbijgaan aan de gangbare wereldse of Hollandse , soms benauwende, normen en waarden. Naar vrijheid het leven volgen, fier en trots met opgeheven hoofd. Dat zou toch ook voor engel weggelegd moeten zijn, zodat die paradijselijke vlieger in mijn kleine wereld de balans terug kan brengen. Duimen maar weer.

Uncategorized

Toen, nu en elke dag weer.

Een aantal dagen geleden gleed er een compliment door de bus in een vorm van een enveloppe met een prachtige en roerende inhoud. ‘Wat fijn dat ik je ken’ was de opdruk van de kaart en binnenin stond een klein epistel. Ik was er even stil van. Het was een oude wijze vriendin, die ik al een jaar niet had gezien door de bekende omstandigheden. Ooit liepen we met raad en daad, soms grappend en grollend, bij elkaar binnen om te vertellen over de kleine kwinkslagen in het leven. Leed werd ons niet bespaard, maar de liefde bleef te allen tijde. Als die in het hart is verankerd, blijft vriendschap door dik en dun bestaan.

De reden van dat lieve schrijfsel was zo mooi, dat ik er beduusd van was. Het heeft de slaap een aantal nachten weg gehouden door het filosoferen over die kleinste dingen, die een leven op een ander spoor kunnen brengen. Dat woorden van jou daar de aanzet toe kunnen zijn en een doos van herinneringen wagenwijd openzet, is een groot compliment. Betekenisvol mogen zijn voor een wending in het leven van de ander, maar dan nu met een bevestiging ervan, voelde bijzonder. Vriendinlief wist wat ze met die herinneringen aan moest en hoe ze er gestalte aan kon geven. Zo was op dezelfde manier het ooit bij mij gegaan. Van lieverlee ontwikkelde zich het een en ander en derhalve sta ik waar ik nu sta. Zo’n vlucht kan het nemen.

Deze week was er vriendinlief die raad nodig had en bergen liefde kon gebruiken in deze letterlijke en figuurlijke decemberkilte. Het is het jaar van de vriendschaps-verwantschappen. Terwijl ik checkte of het woord überhaupt bestond, het begrip was me zonneklaar, stuitte ik op de wijngaard -Um d’n Olden Smid- die naast twee flessen van deze begrippen en twee flessen Naoberschap een cadeau voor deze lieve meiden op een presenteerblaadje aanbood. Zes flessen goedgemoed komen deze kant op. Het onderschreef wat ik al lange tijd wist: ‘Toeval bestaat niet’. In een blog werd een vraag gesteld over het vervagen van vriendschappen in deze vage tijden. Bijzonder, want ik krijg de indruk, juist ook door deze verstrooide aandachtsmomenten, dat ze veel intenser zijn. Ook als we elkaar zien en de behoefte weten om elkaar om de nek te vliegen, in de rekenschap dat een geestelijke omhelzing dieper nog naar binnen glijdt, juist door het gemis. Kaartjes, kattebelletjes, appjes, reacties op posts, ze helpen allemaal mee. Dagen waarin het kleine groter wordt. Iets om je vereerd te voelen.

Hoeveel van deze opstekers kan je gebruiken in de stilgevallen tijd. De behoefte is groot. Helemaal nu alles weer uit handen wordt geslagen door een aangedane knie. Dribbel niet gezien, de kleine Filosoof niet gezien en mijn kinderen nauwelijks. Wel een praktisch gratis tijdelijk abonnement voor vier weken op een nieuwe krant gekregen via schoonzoon. Zo slijten de dagen met veel leesvoer en in berusting. Zondag wacht er, ondanks de knie, het eerste uitje sinds lang, naar een kindertheatervoorstelling in Amsterdam. Auto in, auto uit en een uurtje smullen. Die mooie rondwangige appeltjes van plezier laat ik niet gaan. Er zijn ijzers die je moet smeden als het heet is. De levenslust kan er weer weken mee vooruit. Herman van Veen wist het al in 1970. In zijn jeugdige overmoed sloeg hij de spijker op z’n kop met zijn lied vol met toegestopte vitaminen en het advies er de parels uit te plukken. ‘Pluk de dag’. Toen, nu en elke dag weer.

Uncategorized

Toekomstdromen

Vanmorgen kleurde de dag een zachte groet. Oranjeroze met de belofte op iets ander weer dan de grijzigheid van de afgelopen week. De kauwtjes vlogen bedrijvig af en aan van de boom naar het nest in de goot. Meer dan twee dit keer. Ineens schoof er een kauwenflat voor ogen. Meneer en mevrouw kauw woonden beneden en boven hen en daar weer boven andere stellen. Het was vermakelijk. Annie M.G. Schmidt op het netvlies. ‘Wat is dat mevrouw de kauw, zit er een bonte gaai in het gebouw en twee kraaien, Puk en Edje, ’t moet niet gekker worden zeg, geef ze maar gauw een zetje’.

De knapknie heeft de pijn doorgestuurd naar het onderbeen of het is de stijfheid door de minieme actie van mijn kant. In ieder geval zoek ik vandaag de knie-oefeningen op youtube op, een betere richtlijn, dan mijn eigen gevogel. In de herhaling het programma ‘Rouw van jou’, een documentaire die uitgezonden is op 3Doc. De presentatie is in handen van Nellie Brenner, wiens moeder overleed toen ze 28 was. Het uitgangspunt was dat ze had willen uithuilen om het verlies van haar moeder bij haar moeder en dat was ten enenmale onmogelijk. Dat besef moest vorm gegeven worden. De ontdekking van haar vader, die lang niet gesproken had over het gemis of over het gevoel wat dat opleverde, er ook nooit naar vroeg, kwam in deze docu nu ze wel dat gesprek aangingen. Hij weet inmiddels dat verdriet er altijd zal zijn en dat het niet te ontvluchten valt, hoe diep je het ook wegstop met de conclusie dat erover praten waarschijnlijk beter helpen zal bij de verwerking.

Verdriet dat een weg zoekt, door creatief te zijn en te schrijven, kunst te maken of door de confrontatie aan te gaan met het verdriet, door het letterlijk uit te schreeuwen. Een mooi beeld van de kwetsbaarheid, rouw en rauw verdriet, meer mooie mensen die al jong een ouder verloren zijn, plotseling of na een kort ziekbed. Een briefje van boven via een mediamieke buurvrouw roept het besluit op hulp te zoeken. Het slot met de wijze lessen van haar vriendinnen, die haar leren dat je verdriet kan toelaten en toch de schoonheid kan blijven zien. Uiteindelijk trekt ze een bruidsjurk aan en houdt een foto van haar moeders ogen over die van haar, omdat die nooit haar bruiloft of haar kinderen zal zien. Tenslotte begrijpt ze dat haar moeder er altijd bij zal zijn, omdat ze haar in zich draagt. De vereniging met het verlies is de uitweg naar het geluk. De titel onderschrijft de poezie waarmee ze haar vragen omkleedt. Mooie verstilde beelden, die indringend zijn en die de juiste omlijsting zijn om de zoektocht naar die zielskracht te duiden.

Mooi en herkenbaar. Het getuigt van moed om zo’n blokkade te slechten, want je zult moeten afdalen naar de kern van de pijn. Na vijf jaar schiet de vader nog steeds vol. Een van zijn uitspraken is dat de moeder niet dood wilde, ze wilde leven, maar ze wilde de pijn niet. Het was geen keuze, de dood zou een voldongen feit zijn, met of zonder pijn. Dus koos ze voor het laatste. De wegen zijn ondoorgrondelijk en knap om via deze documentaire het zoeken bedding te geven.

De lucht maakt de belofte van de vroege ochtend waar. Blauwe lucht met ragfijne waaiwolken boven het filigrein van de bomen zijn de juiste entourage voor een gemijmer over lijden, zoete herinneringen en toekomstdromen.

Uncategorized

Chapeau

De krant van deze ochtend, een titanenklus, maar zelf gehaald met knapknie, de lange galerij, vier trappen af, vier trappen op. Als beloning koffie en een boeiende kijk, in de theaterbijlage, van de hand van Vincent Kouters in het leven en de visie van regisseur Eline Arbo. Ze komt uit Noorwegen en is geworteld in een progressief gezin met een kunstenaar als moeder en een socioloog als vader. Maatschappijkritische, actieve ouders, die dankzij hun wekelijkse demonstraties met de andere bewoners van de straat derhalve in ‘de communistenstraat‘ woonden, in het Groningen van Noorwegen. De kinderen demonstreerden mee, maar het afzetten tegen haar ouders bleef niet uit. Ze ergerde zich aan het zwart/wit denken en daardoor kristalliseerde ze eruit, dat dat verzet tegen de maatschappij vooral gericht was op zichzelf. ‘Kijk eens wat een goede progressieve mensen wij wel niet zijn’.

Toch waren de demonstraties met hun discussies erna de bakermat voor haar eigen vorming. Ze ontwikkelde een ander activisme. Aanvankelijk gebeurde dat in moralistische cabaretvoorstellingen, maar daardoor wist ze dat ze regisseur wilde worden. Omdat de opleiding in Noorwegen erg klassiek was en ze het spel van de Nederlandse en Belgische theatergroepen veel eerlijker en directer vond, koos ze voor de regieopleiding aan de Amsterdamse toneelschool. Haar afstudeervoorstelling was ‘Manifesten en Antigone’, over hoe je idealisme om kunt zetten in actie. Zoals Vincent Kouters het benoemde: Daarmee zette ze de toon voor een oeuvre dat activisme paart aan realisme. Ze start met een thematiek, waarbij het niet om het toneelstuk zelf gaat. Het doel heiligt de middelen. Ze schrijft en herschrijft klassiekers en kiest stukken uit waarbij ze daarin volkomen vrij haar gang kan gaan.

Het verhaal trof mij omdat haar uitleg over haar werk over emancipatie, klasseverschillen en idealisme gaat. Dat zij die op deze manier aanpakt, tekent het verschil met het activisme van haar ouders. Denk aan ‘Black lives matter’, ‘#Me Too’ en ‘het klimaatactivisme’. ‘Het hedendaagse activisme acht de wereld hoger dan de eigen levens. Het draait niet om ons, maar om de anderen en de aarde zelf ‘. Een ontwikkeling die verbetering betekende en waar die ouders ooit, lang geleden, de aanzet toe zijn geweest, omdat het haar tot denken aanzette en haar de wetenschap bracht om iets op een andere manier aan te pakken met open blik en een bredere kijk. De diepere gelaagdheid van het leven als het dergelijke effecten sorteert. Haar ‘doorvoelbare’ theater past naadloos in deze tijden, waar het recht zich roert en vraagt om een open en eerlijke kans. Een wereld die zich bewust is van de noodzaak zo’n heldere kijk te behouden en mee te voelen tot het recht zegeviert. Een zo’n artikel in de krant is voldoende om de positieve ondertoon te laten desemen in eigen denken en zijn. Voeding voor de geest. Wat mooi dat ze voor zichzelf heeft uitgekristalliseerd, wat ze wil doen om haar visie te gronden, deze weg gevonden heeft.

Plaatsvervangend trots ben ik op deze generatie, die, zoveel meer inzicht heeft in waar ze staat en waar ze naar toe wil, dan ik op die leeftijd. Het resulteert in effect, door zich te laten horen en zich kwetsbaar op te stellen, de vele meningen indachtig, en toch trouw te blijven aan zichzelf en de wereld. Het zet mensen aan tot denken en kweekt op die manier bewustwording over ons handelen. Daar neem ik graag mijn petje voor af. Chapeau.