Overpeinzingen

In alle opzichten

De hele dag was het druilerig en in huis bij de aangehouden 19 graden toch altijd nog een beetje koud. Op de locker tegen de verwarming aan was het goed te doen, maar wat nog beter hielp was het onverwachte bezoek van dochterlief, mijn lieve schoonzoon en de kleine filosoof en zijn creatieve zus. Lange thee uit de boerenkommetjes, het bestelde kunstwerk van de filosoof voor mij, een moderne interpretatie van Keith Haring, met een zelf uitgevonden gouden kleur erop. Trotse twinkel en rode konen. Er werd gezellig gebabbeld over koetjes en kalfjes, de filosoof kreeg les van zoonlief in de Rubiks kubus, de kinderen tekenden onder mijn argusogen op de Ipad in het programma Procreate. Ze toverden kleur op kleur op kleur en waren iedere keer opnieuw enthousiast. Dankbare kindbeleving.

In de avond hadden we met de boekenclub afgesproken in een klein Indonesisch restaurant in het oude dorp. In mijn hoofd zat de locatie ergens op een plek, waar het niet bleek te zijn. Ik had niet meer gekeken, dus de auto al lang en breed geparkeerd. Het was een eindje lopen door de mist, ophaalbruggetjes over, hochies op, niet handig als je toch al wat benauwder bent dan anders. Het is weer winter en dat hoort er bij. Maar met de tomtom, toch wel, vond ik uiteindelijk waar ik wezen moest. De anderen waren er al.

We hadden een fijne plek naast de bar. Het was lang geleden dat ik voor het laatst Indonesisch had gegeten. Wat een heerlijk tafelen was het daar. Lange rechauds, kommetjes met veel gerechten, daging smoor, sajoer lodeh, ikan pedis, saté gambing, sate ajam, sate daging, gado gado, vier verschillende sambalan en alle bijgerechten zoals de atjar, de bawang goreng, de seroendeng en extra groenten, onder andere sajoer tumis. Naast het smullen was er veel ruimte voor persoonlijke gesprekken en schuwden we niet de diepte in te gaan, zoals ook te doen gebruikelijk is bij de avonden waarop we de boeken bespreken.

Een van de onderwerpen was het zinvol invullen van het leven nadat het werkzame deel was afgesloten. Wat maakt het lastig of moeilijk om eraan te wennen, welke fasen moet je doorlopen om tot een bevredigende beleving te komen als je net uit een baan komt vol hectiek, aanzien, jong volk om je heen. Hoe doe je dat en waar ligt de zingeving voor iemand persoonlijk. Allereerst de acceptatie in jezelf, denk ik, als ik spreek vanuit mijn eigen ervaring. Dat deel is voorbij. Daarmee ga je niet een laatste fase in, maar een nieuwe fase, waarin weer van alles en nog wat mogelijk is en op je pad kan komen.

Als je op dat punt bent aanbeland en er een beroep wordt gedaan op je creatieve vermogens kan het opnieuw gaan bruisen, zoals het ook deed toen je twintig was. Het is een andere manier van denken, de geest roert zich en slaat een nieuwe weg in. Dat het zich niet op een presenteerblaadje aanbiedt, is evident. Het vergt wat inkeer om uit te zoeken wat het beste bij je past. Een balanceren tussen hoop, verlangen, wensen, kunde, mogelijkheden. Zo bomen we voort en zijn tegelijk heel blij met het feit dat we ons zo open kunnen stellen naar elkaar toe. Hoe betekenisvol is dat.

Aan alle mooie dingen komt een eind, maar nooit zonder een nieuwe afspraak. We omhelzen elkaar hartelijk, twee gaan fietsen naar hun stadje, de rest is per auto. Ik dwaal als een donkere schim in de mist de ophaalbrug over, door de kerstverlichte straatjes met de eeuwenoude huizen, fluks naar de kleine blauwe toe.

Het restaurant is Cindy’s soulfood, inderdaad, je haalt er voedsel voor lichaam en geest als het te delen valt met zo’n hechte groep vrienden. Het sterkt de mens in alle opzichten.

Overpeinzingen

Lezen en erbij blijven

Appje van lieve schoondochter met haar mooie buik. ‘Kom je mee het hartje luisteren, mams’. Zo’n kans laat ik me niet ontglippen. Dus om zeven uur, voor het eerst sinds lang door de wekker, bij het krieken van de winterdag, opstaan en sneller dan ooit in de modus van het ochtendritueel. Er moesten ruiten gekrabd worden, maar om tien over half negen reden we naar het geboortehuis van het ziekenhuis, waar de verloskundigen praktijk hielden. ‘Het duurt maar vijf minuutjes hoor’, verontschuldigde ze zich. Krachtig sloeg het hartje. Tussendoor sijpelden wat mededelingen, die de verloskundige met belangstelling aanhoorde. Inderdaad, sneller dan deze geruststelling kon het niet. Maar het was prima zo en ook door de gedeelde tijd die we hadden, met de volle aandacht voor elkaar.

Wonderlijk genoeg werd ik wat emotioneel bij het uitleggen wat voor soort oma ik was. Niet een oma-oma, want de ruimte voor de opvoeding door paps en mams hebben prioriteit nummer één. Ik vul aan, met leuke kleine momenten, soms langer en in geval van nood, als het kan, helemaal natuurlijk. Zo heb ik het met allen gedaan. Iets in de trant van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Ik kan niet op alle kleinkinderen passen. We zijn te rijk gezegend. Wat was het fijn en intiem met elkaar. ‘Ik bof met al mijn lieve schoonzonen en schoondochters’, vertel ik haar en daar zijn weer die waterlanders. Ik laat het maar. Zo is het nu eenmaal.

Thuis even uitpuffen en warm worden en daarna in de middag een afspraakje met de toekomstige ‘vader’. Zoonlief voor mezelf alleen, hoe kom ik aan die mazzel. We besluiten in het naburige dorp te gaan lunchen, waar mijn halve leven woont en werkt omdat de school er heeft gestaan. Ook dit was warm en gezellig met veel aandacht voor elkaar, alle veranderingen, de verwachtingen, het delen van elkaars gevoelens, onder mijn soepje en zijn gepocheerde ei, zalm en landbrood. Heerlijk in alle opzichten. Bij het weggaan twee lieve vriendinnen, die ik al veel te lang niet meer gezien had, maar dat viel onmiddellijk weg bij de hartelijke omhelzingen. Zoonlief vond ook een bekende, dus in een notendop konden we wat ervaringen uitwisselen in de wetenschap dat we ooit elkaar voor altijd in het hart hebben gesloten en dat het goed is, zoals het is.

Zoonlief en ik kuieren de markt over en komen nog twee bekenden tegen. Een van hen verhaalde van zijn voetbalclub vroeger, waarvan mijn vader voorzitter was. Hij had nog gevoetbald onder het trainerschap van broer. In flarden zweefde het verleden voorbij. Het Ondiep, mijn vader, het clubhuis, de broers. Mooie beelden.

Eieren en kaas bij de kaasboer, waar een hartelijke en goedlachse sfeer hing. We slingeren tussen de kramen door. Mijn arm door de zijne gestoken, die grote zorgzame zoon van mij en babbelen, honderduit. Daarna reed hij me weer naar huis. Wat een bijzondere dag. Kwaliteits-tijd met alle aandacht voor elkaar.

Thuis wacht lief om mijn opgetogen verhalen aan te horen bij een potje thee. Schrijven, lezen, ervaringen uit de biografie uitwisselen en toetsen hoe ik een en ander heb ervaren. Zo fijn om het van twee kanten te kunnen benaderen. Voor het weekend ligt er en documentaire van 2Doc klaar ‘Etty Hillesum-zoektocht naar een schrijfster in oorlogstijd’.

‘Berg’ van Ann Quin is een heel ander soort boek. Ik moet even wennen aan de manier waarop ze de gedachten in het hoofd van de Zoon over het voetlicht brengt en probeer al lezend orde in de chaos te scheppen. de draad ontglipt je snel. Het devies: Lezen en erbij blijven.

Overpeinzingen

‘Souplesse oblige’ alstublieft

Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. Tussen neus en lippen door toch nog een poosje aan de nieuwe werkkamer gewerkt. De tafel op haar plek, laatjes erboven op, planten een plek gegeven, de gordijnen op maat geknipt en daarna is het gezelligheid troef. Tevreden bekijken we het resultaat. Dat is een. De rest komt later. Daarna de sintcadeautjes inpakken met witte pleister, want de plakband had de kuierlatten genomen. Met twee tassen vol reden we richting Amersfoort, waar de kleine krullebol en de benjamin vol spanning de middag probeerden door te komen. Dat is een hele toer, als je is verteld dat de goedheiligman misschien wel langs kon komen. Dus werd vaders geduld zwaar op de proef gesteld, omdat de kleine krullebol allerhande manieren verzon om ons uit te dagen.

De cadeautjestassen stonden wijselijk in de auto, tot op het moment dat het eindelijk tijd zou zijn. Die kwamen aan bod na het groentepotje voor de jongste en de patatjes, de enige echte feestmaaltijd die juichend ontvangen werd. Mijn lieve schoondochter had het meegenomen toen ze klaar was met werken. Daarna, eindelijk, konden we het hele arsenaal aan sinterklaasliedjes, goud van oud, uit volle borst meezingen. Met een moderne twist, dus vriend van sinterklaas, geen roe en geen stoute kinderen en ook geen onbekende oubollige teksten, want er waren duidelijk een aantal veranderingen ingeslopen. Het maakte niet uit. In drie versies, die van opa en oma, die van pa en ma en die van de nieuwe generatie, zongen we met spotify mee. Ja ja, geen berg te hoog, geen brug te ver, voor het doorvoeren van veranderingen.

Ineens geklop, maar ook twee deuren die open stonden en onze krullebol die recht in het gezicht van zijn vader keek, maar niet zag dat de hand die net gestrooid had, bij hem hoorde. Het hoeft, in het heetst van de strijd, niet zo spectaculair te zijn. Tassen met pakjes naar binnen zeulen, nog even dank U sinterklaasje zingen, handjes die verlangend op de nieuw aangekomen pakjes lagen en het sein dat er uitgepakt mocht worden, maar eerst het gedicht. Oma sint had in de voorbereidingen op een groot vel met zwarte marker uit haar grote beeldende mouw een klein verhaal op rijm geschreven. Gelukkig maar. Een perfecte inleiding. Daarna ging het los.

Met twee van die koters onder de drie is bewust en met aandacht uitpakken een gotspe. Zo snel als verantwoord ging alles naar de plek van bestemming en toen alle spanning eraf was, lees uitgepakt, daalde een intense rust neer. Papier mee voor de papierbak thuis, speelgoed één voor één met aandacht bekeken en uitgeprobeerd, de jongste naar bed, en krullebol zoetjes genietend van zijn twee auto’s die ook mee naar bed mochten. Moe maar voldaan lieten we het stel achter. Bedankt lieve schatten, wat een heerlijke after-Sint.

Thuis was er dat wonderlijke programma over windmolens en hun overlast, met kritische vragen aan een minister die er wel heel vaag mee omging en daarna werd het punt van excuses voor het verslavingsverleden aangehaald. In mijn optiek wordt het alleen maar duidelijker hoezeer het kabinet vasthoudt aan een eigen denkwijze en niet meedenkt met de groep waar het uiteindelijk omgaat. Eigen datum, eigen wijze. Een zucht van mijn kant. ‘Souplesse oblige’ alstublieft.

Overpeinzingen

De dag was omgevlogen

Lief bleef thuis lezen in de biografie van Etty. Dat stuk geschiedenis dat je onnavolgbaar inpakt, waardoor het moeilijk wordt om je los te scheuren van het verhaal. Die ochtend hadden we wel eerst de tafel voor op de werkkamer in elkaar gezet, wat nog een klusje was, omdat het uit drie delen en heel wat onderdelen bestond, genummerd gelukkig, maar met verkeerde schroeven erbij. Ze staat nu nog niet op haar plek, maar je zou er al lang en breed aan kunnen werken met uitzicht op de boom voor het raam. Ik keek er naar uit. Het werkblad is ruim. Er valt goed op te tekenen, hoe mooi is dat met daar beneden een tableau vivant voor je neus. Urban sketching op mijn manier, zal ik maar zeggen.

Ik zette mijn denkbeeldige verlate Sintbril op en ging op pad, maar eerst even langs dochterlief. Voor de filosoof en zijn zus een mooie witte cyclaam in pot om voor te zorgen en voor paps en mams een kerstbal in de kleuren van de kamer. Warme omhelzing, gezellig geknutsel, gesprekje van vrouw tot vrouw met mijn parmantige lieve kleine, die druk bezig was om haar geverfde schoenendoos gevuld te krijgen met watten, geverfde wc-rolletjes, goudsnippers, glitters en krijtjes. Heel het leven is zoals de goudsnippers, als je er oog voor hebt. Één van de snippers was een cadeautje voor mij maar ik mocht het niet meenemen. Iets in de trant van ‘je mag er alleen maar naar kijken’. Dat geldt immers in een museum toch ook.

Daarna in mijn kleine blauwe schimmel naar het groot winkelcentrum, waar cadeautjes lagen uitgestald als het snoepgoed in het luilekkerland van holle bolle Gijs. Wat moet je kiezen in vredesnaam. Twee middelgrote gevaartes op vier wielen, een lieve aaibare wintertrui voor de benjamin en drie stoere t-shirts met lange mouwen voor de kleine krullebol, wat sinterklazen-chocolade munten en de boeken heb ik thuis, daar kies ik een paar mooie uit, of een voorleesboek voor beide. Voor de lieve ouders wat gedachtekaarten. Ziezo, Sint is net op tijd klaar. De winkels gaan dicht en ik overbrug de tijd door een hapje te eten in het restaurantje vlakbij de afgelegen plek, waar over twee uur de tuinvergadering begint.

Het is lang geleden, dat ik alleen aan een tafeltje zat. Met mijn rug naar de goegemeente, in een heerlijk rustig hoekje, genoot ik van drie kleine gerechten, die werden voorgeschoteld. Precies genoeg qua hoeveelheid en qua tijd om het te verorberen. In de regen spoorslags naar het tuinencomplex, een van de oudsten in de stad, waar in het gezellige clubgebouw de tafels al klaar stonden voor ontvangst. Een klein gezelschap, de geijkte punten, het tolken voor onze Turkse bewoners en de litanie van een meneer, die het altijd koud heeft. Kalm gebabbel, kritische vragen, algemene zaken, het kwam allemaal aan bod. Na twee uur waren we klaar.

Thuis wachtten de bestelde boeken in de brievenbus, klem zoals gewoonlijk, eerst het karton open wurmen, de boeken eruit en dan pas het omhulsel, ‘Berg’ van An Quin en ‘Het zwijgen van Maria Zachea’ van Judith Koelemeijer. Sinds de bio ben ik fan van haar schrijfstijl. Lief ontving me met open armen. Gezellig. Een wijntje na, een docu van James Bond in Close-up om de zinnen te verzetten, wat uitwisselingen en genoeglijk gekout. Opnieuw had de tijd vleugels gekregen. De dag was omgevlogen.

Overpeinzingen

Zo’n mooie ouderwetse zachte gele stofdoek

Winternag, het gedicht van Eugene Marais wordt aangehaald door Stef Bos in de Zin-magazine van vorige maand. Het thema van het blad is verbinding, een woord wat naar zijn opinie van haar kracht en pracht is ontdaan door de manier waarop er te pas en te onpas mee gestrooid wordt. Het is ‘ Gekaapt door marketingstrategen en copywriters’.

W i n t e r n a g

O koud is die windjie

en skraal.

En blink in die dof-lig

en kaal,

so wyd as die Heer se genade,

lê die velde in sterlig en skade.

En hoog in die rande,

versprei in die brande,

is die grassaad aan roere

soos winkende hande.

O treurig die wysie

op die ooswind se maat,

soos die lied van ‘n meisie

in haar liefde verlaat.

In elk grashalm se vou

blink ‘n druppel van dou,

en vinnig verbleik dit

tot ryp in die kou!

Naast dat ik verliefd ben op die heerlijke taal is het ook het eerste betekenisvolle Afrikaanse gedicht. Terwijl ik de woorden proef van het zangerige karakter en zijn ode aan de winternacht speurt lief onmiddellijk naar een omschrijving van de man zelf. Als we er over praten geeft die benadering van twee kanten vorm aan de auteur en zijn werk en smeedt het tot een geheel. Stef noemt hem met name in deze samenhang om zijn onderzoek naar de mier. Hij bestudeerde er de termietenheuvels rond Pretoria voor en kwam tot de ontdekking dat het niet om de ‘Mier’ ging, maar om de samenwerking, de verbondenheid van alle mieren samen in die krioelende hoop. Als hij er een stok insteekt zijn er ineens verdedigers en bouwers. Wij vormen ook zo’n hoop. Het gaat niet om het individu alleen maar om de samenhang. Een opperste vorm van verbinding, maar dikwijls worden we uit elkaar gespeeld omdat we op die manier beter te beheersen zijn.

Een mens is nooit alleen. Jung wordt aangehaald met zijn theorie over het collectieve onderbewustzijn. Het is de stroom door de tijd die ons verbindt, woorden die iets losmaken van binnen, de bewustwording dat je niet alleen jezelf bent, want voor het grootste gedeelte zijn we onze voorouders. Je vader en moeder, de oma’s en opa’s, de eigen familiegeschiedenis, voor altijd verbonden met de tijd.

Zo voelt het ook. De beleving van die voorouders is wel voor ieder persoonlijk, maar er zijn altijd gemeenschappelijke kenmerken te noemen. Mijn moeder is niet perse de moeder van mijn oudste broer, omdat die een andere relatie met haar heeft opgebouwd, maar als een rode draad loopt er dat brede lint van overeenkomsten die de familie daadwerkelijk verbindt en waar iedereen zijn eigen stukje verbondenheid mee heeft.

Verbondenheid, verbinding, het zijn woorden vol betekenis, zolang ze niet platgewalst worden in bovenmatig gebruik. Als het van binnenuit, met je hele ziel en zaligheid, benoemd wordt, kan het eenvoudigweg niet die glans verliezen die het oorspronkelijk had. Stef gaat Jung en Marais weer eens bestuderen, opdat je jezelf uiteindelijk in dat overdonderende geheel vindt.

Ik blijf eens door mijmeren over het woord verbinding en je verbonden voelen. Om de glans die het van oorsprong bezat weer terug te krijgen, poets ik het misschien wel op met zo’n mooie ouderwetse zachte gele stofdoek.

Overpeinzingen

Gun iedereen een eigen wereld

De dagritmeklok is nog een beetje van slag door de wisseling en de twee lange ritten, maar langzaamaan komt het leven weer op gang. Bij een lieve blogvriendin lees ik een wijsheid van Toulouse-Lautrec: L’automne est le printemps de l’hivers. Wat een mooie manier om naar de seizoenen te kijken. Strikt genomen zijn de twee seizoenen, herfst en lente, tussenseizoenen. De voorbereidingen worden getroffen en de natuur wordt klaargemaakt voor respectievelijk de winter en de zomer, tegelijkertijd zijn het de belangrijkste seizoenen want zonder hen geen uitgesproken vervolg.

Die heerlijke wisselingen van seizoenen zijn een zege, omdat ze allemaal zo’n grote sterke eigenheid met zich mee brengen. Daarin valt nauwelijks te roeren. Met de stroming der seizoenen vlieden mijn gedachten mee, want bijvoorbeeld herfst brengt zoveel wondere pracht, dat ik daar niet het verval in kan zien, zelfs niet in de dagen van miezer en mist. Alles heeft een functie. Fantasie speelt een grote rol. Heerlijk toch om tijdens de winter een winterkoningin te zien voortschrijden in haar pegelpaleis, of in het voorjaar de kleine bloemenfeeen in hun bijpassende bloemen en struiken, stralend en wel, in de zomer verbeidt de tijd loom en langzaam en in de herfst haalt moeder aarde haar verfkwast uit de tas en penseelt een bont schilderij bij elkaar.

We gaan naar de grote nieuwe kringloop op het industrieterrein, staan een dikke tien minuten in een file en komen eindelijk aan. Eerst de dierenwinkel ernaast, yeah kokertjes voor de kleine mezen en vinkies die het balkon bevolken. De sluwe eksters en de slimme kauwtjes weten de weg naar de pindakaas veel te goed te vinden en geven de kleintjes geen kans. Hoe blij kan je zijn met een simpele oplossing. In de kringloop vinden we een leuke waggeleend voor de kleinste telg, zo een die gakt als je hem voortrekt. De man achter de kassa houdt klaarblijkelijk veel en vaak van een praatje en verkondigt luid en duidelijk wat hij van de aanschaf vindt.

Er is nog een bezoek aan die drogist die kennelijk op de kleintjes let, en een aan de supermarkt. Moe maar voldaan zijn we tegen de avond weer thuis. Wat euro’s armer. Wat jammer is, onze favoriete kringloop, die met de kleine prijsjes, heeft ineens de neiging om alles op waarde te gaan schatten en nu werd vandaag een djati-houten tafeltje van 25 euro door de bedrijfsleider op 50 euro’s duurder gezet. Daar gaat het fout. Zo zijn kringlopen niet leuk meer. Waar zijn de Stiefbenen en zonen van vroeger, verzucht ik. De romantiek verdwijnt.

Misschien is dat het wel. Moeten we er meer van dat soort dingen doorheen weven. Kaarslicht, omfloerste noten, sfeer. Het breekt de winterkou, tenminste als je de sprookjes mag geloven en vooral breekt het de pegels van die ijskoningin. Wat lieve vrede prediken kan geen kwaad. Dat wist men vroeger allang.

Het sinterklaasfeestje met de jongste telgen zit er aan te komen. Voordeel is dat ze totaal geen besef hebben, dat de goedheiligman uit het land verdwenen is. Geen probleem. Feest, dat is het toverwoord voor iedereen. Wat of daar voor pieten of sinten meegemoeid zijn, laat ze koud. Lieve nostalgie-aanhangers luister naar deze schatjes. Iedere generatie bouwt haar nieuwe eigen nostalgie en dat is hun goed recht. Het feest wordt er oprecht niet minder leuk door. Wat je met de paplepel ingegoten krijgt, verdient het ook om te veranderen. Vroeger lustte ik geen spruitjes. Tegenwoordig ben ik dol op jonge spruiten. Ik bedoel maar. Smaak verandert. Niet in de laatste plaats door de vernieuwing, omdat dat eigen is aan de wereld. Gun iedereen een eigen wereld.

Overpeinzingen

Niet meer dan dat

Het duurde even eer ik naar bed ging. De zolderkamer was weliswaar iets warmer geworden, maar het heerlijke dekbed, de zachte dubbele kussens en dat lieve kacheltje erin stonden garant voor het snelle slechten van die ijspegeltjes van onderdanen. Wat volgde was mijn eigen vertrouwde oude Klaas Vaak die zijn neus boven het trapgat uitstak en kwistig met zand strooide.

Boven ons was het venster van de wereld winters licht. Was het al volle maan. Naslagwerk op het internet leerde dat we er naar op weg zijn. 8 december is het zover. Dan staat maan in tweelingen vol te prijken en is het volgens de geraadpleegde site, tijd om diep van binnen na te gaan of er nog onverwerkte pijn of boosheid uit het verleden smeult. Saturnus schijnt ons te helpen bij het verwerken ervan. Nog even volhouden tot donderdag, maar voor die tijd valt er wel over na te denken.

Op de een of andere manier ben ik er meer en meer van overtuigd dat er samenhang is tussen alles wat bestaat, deels door de artikelen die we hebben gelezen, maar vooral ook de voor mij tot dan onbekende verhalen over de belangrijke functies van plant en dier, ide allang oplossingen gevonden hadden voor bijvoorbeeld een stikstofprobleem of een algenplaag. Als we daar bewuster mee om waren gegaan, dan hadden we wellicht andere keuzes gemaakt en niet als een olifant in de porseleinkast onze rigoureuze maatregel rücksichtslos doorgevoerd. Maar hadden ligt op het kerkhof, want dat was eens. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Tot inkeer komen, verdieping zoeken bij het ‘winteren’ is wat vriendinlief en ik allang in de gaten hadden. Daar schreven we alletwee over in onze blogs. De retraite van de afgelopen maand is goed geweest voor wat binnenwerk, maar nu, met een koude nattige winter in aantocht is het helemaal een goed idee. Wij hebben de baard van de Eminence al gezien. Als het heeft gesneeuwd ziet heel Duitsland eruit als een grote verzameling kerstkaarten. Je gaat vanzelf op de glühwein en een kerstlied over, vooral als de klokken in de avond galmen. ‘Stillige nacht, heilige nacht’ zong ik vroeger als kind. Stillig is het juiste woord voor inkeer, bedenk ik me. Luister vooral naar het gefluister en niet naar het oppervlakkige gekakel, dat zich als eerste aandient bij het peinzen over pijn of onverwerkt leed.

Onderweg in de kleine blauwe naar huis hadden we een fijn gesprek over ruimte geven aan elkaar. Reflecteren op hoe we de stilte daar hadden ervaren en hoe we straks, lees nu, de reuring weer in zullen denderen. Daar vooral elkaar vrij in laten hoe er mee om te gaan is het uitgangspunt en goed naar elkaar luisteren, proberen het ook helder te zeggen zonder daarbij de natuurlijke omgang geweld aan te doen. Terwijl de kleine blauwe zijn kilometers vrat, tackelden wij de lange reisduur door onze overpeinzingen uit te spreken en obstakels te benoemen. Juist omdat de twee werelden zo van elkaar verschillen en we iedere keer een nieuwe modus moeten vinden daarin.

Het maakt het boeiend en zeer de moeite waard. Het zorgt er ook voor dat beide thuishavens hooglijk gewaardeerd worden, ieder op hun eigen manier met hun eigen sfeer en ambiance. De geliefde plekken. Hier met het venster op de wereld, daar met de druif achter het keukenraam en de oude verweerde muur met de blauwe regen er tegenover. Het geeft aan beide een nieuw elan, juist door die grote afwisseling. De verstilling mag als pakket overal mee naar toe om op de juiste tijd en het juiste moment uitgepakt te worden. Omzien in verwondering, niet meer dan dat.

Overpeinzingen

Heerlijk zoet na gedane arbeid

De eerste helft van de reis is voorspoedig gegaan. De kleine blauwe sloeg zich er dapper door heen. Wel leek het tot ver in Oostenrijk of de hemel een paar verdiepingen naar beneden was gezakt. Overal hing een dikke laag mist of nevel over de velden en de wieken van de windmolens waren niet te zien. Bij Linz begon het op te klaren en kleurde een zacht oranje door een brede spleet boven de heuvels. Deze weg, over Wenen en Gyor is de allerbeste. Heerlijk vlak, slechts wat midden en laaggebergte en heel goed begaanbaar. Om half zeven kwamen we bij het dorp aan. In het oude centrum was een adventszaterdag-viering aan de gang, overal kerstlampjes, uitgelaten stemmen, alles was versierd met sneeuw op de heggen en in de tuinen. Het was sprookjesachtig. Voor het hotel moesten we terug naar de snelweg, want iets daarvoor stond het. Daar bleek dat we ons qua versiering vergist hadden. Er stonden auto’s tussen met een flinke laag wit. Het had echt gesneeuwd.

In de mail stonden de pincodes voor dit duurzame receptieloze restaurant, alleen was men vergeten te vertellen dat je bij iedere pin even een groen v-tje moest afvinken. Een lief meisje dat net uit één van de kamers kwam, hielp ons, met recht vingervlug. Eindelijk een warme kamer om even bij te komen van de reis. We hadden sla en brood bij ons, want het hotel kent ook geen louncheroom of ontbijtzaal en natuurlijk een wijntje op de goede afloop. Morgen weer een dag. Wat een zegen als de wegen deugen.

A room with a view was het niet bepaald. Het uitzicht was zegge en schrijven twee vrachtwagens, een strookje gras met sneeuw en een pompstation. Aan de kant van de voordeur een flinke bouwplaats. Het huis was zo duurzaam dat voor de frisse lucht de ventilatiepomp de hele nacht om het half uur aansloeg met heel veel gebrom. Het waren zogezegd de kerkklokslagen van mijn moeder, die ze in haar vele slapeloze nachten telde.

Maar de rest was heerlijk, goede douche, het meegebrachte eigen ontbijt, fris uit de aanwezige koelkast, oploskoffie met de waterkoker en bijna verse jus. Griekse yoghurt voor de medicijnen, helaas met kokos maar daar hadden we even niet op gelet. De laatste dag om er 700 kilometer doorheen te jassen. O zalige zondag, waardoor het pas druk werd rond grote steden en daar tussenin heel Duitsland advent aan het vieren was. Toch nog een uurtje of anderhalf door het pikkedonker rijden om in zeeën van Hollandse lichten over ‘s lands wegen te kunnen zoeven. En toch, hier en daar was men er zich al bewust van lichtvervuiling, al dekte dit begrip in de strikte zin van het woord de lading niet, maar toch, iedereen weet nu wat ik bedoel. Er waren tot mijn grote vreugde enerzijds en stil verdriet( want brandende oogjes)anderzijds toch hele stukken in duisternis gehuld net als bij al onze buren in welk land dan ook.

Maar goed. Heelhuids aangeland, liefdevol ontvangen en verwend met onze nationale trots, door zoonlief gehaalde patatjes en kroket, dat kan niet anders dan smaken na een lange tijd in Verweggistan te zijn geweest. Eerst uitrusten en morgen verder zien. Niets slaapt zo heerlijk zoet als na gedane arbeid

Overpeinzingen

Eens kijken wie er het eerste is

Het weer werkt mee want het overgiet de bezigheden van vandaag met een weemoedige druilerige nevel. Afscheid nemen van de geliefde plek, tegelijkertijd zorgen dat het weer schoon en stofvrij de wintermaanden blijft wachten tot we terugkomen.

Inpakken en bedenken wat hier kan blijven. De Datsja leeghalen en werk meenemen waar ik nog iets mee wil doen. De glamsol laat ik staan, want in Nederland wil ik toch een nieuwe kopen. Tijdens het saharazandvrij maken van de kleine blauwe stopt een auto met een hongaar. Grote snor, rijdt achteruit terug en begint dingen te roepen. Ik neem aan omdat ik voorovergebogen de achterkant van de kleine blauwe spic en span maak. Natuurlijk versta ik geen woord van wat hij zegt. Ik roep lief, maar waar zijn ze, als je ze het hardst nodig hebt. Niet in het huis. Eindelijk komt hij aangelopen over het land. De meneer was inmiddels allang verdwenen.

Daarna wandel ik naar de Datsja en haal werken op die mee naar huis mogen en mijn tubetjes en penselen. Het palet afkrabben was een dingetje, maar het hield me warm bij temperaturen van om en nabij de twee graden.

Vriend kwam langs die al een paar dagen in Nederland had vertoefd en zondag opnieuw wat mensen er naar toe zou vervoeren. Hij gaat kijken of het mogelijk is de vloerbedekking te vervangen voor laminaat, dat in de buurt komt van het visgraatparket in de bibliotheek. Dat zou heel fijn zijn. In de loop der jaren zijn er vlekken in gekomen, die ik er met geen mogelijkheid meer uitkrijg. Bovendien is laminaat beter schoon te houden als we een langdurige periode afwezig zijn.

Alles is in gereedheid gebracht voor morgen. Achterover leunen en genieten. Of wacht eens, er moet nog een pincode voor het receptieloze duurzame hotel worden aangevraagd. Foto van het paspoort. Argggg, lief heeft zijn mobiel niet aangesloten op de computer. Oké, hoofd koel houden en nadenken. De email dan maar. Dat lukt met veel vijven en zessen en na het formulier voor de vierde keer te hebben ingevuld is de bevestiging een feit. Wacht even, een cursusje informatica bij thuiskomst is geen slecht idee, vindt lief. Ik kan het alleen maar beamen.

De winter overspoeld langzamerhand het land. Ik neem de laatste foto’s als ik naar het atelier toeloop en kan niet wachten tot het voorjaar weer kleur zal brengen in het zompige gras. We nemen ons voor om heel veel enkelvoudig dahlia’s mee te brengen en balen van het feit dat we nu vergeten zijn de bloembollen in te laden. Stinzenplanten is het vooruitzicht. Dat komt als de tijd ons gegeven is. Nu gaan we een komst in het voorjaar plannen. Dat moet met de nodige aandacht, want de negende kleinzoon is in aantocht. In april is het gepland. Het kleine buikje groeit en groeit. We zijn benieuwd en kijken er naar uit. De eerste boreling van de oudste zoon, die er al een dochter spontaan bij heeft gekregen. Zo’n verrassing.

Maar morgen eerst de reis. Het hotel is geregeld, de spullen staan ingepakt, de boel is schoon. En daarna…Sinterklaas, die pardoes op ons dak zal vallen. Dat is weer eens wat anders dan die schimmel met zijn zachte paardenvoetjes, eens kijken wie er het eerste is. 😊

Overpeinzingen

En klaar is december

‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ is zoals de titel klinkt. Een wonderlinge mengeling van tijd, eeuwigheid, literatuur en erfenissen in de meest ruime zin van het woord. Daarbij moet ik vooral de dood niet vergeten, die zijn eigen grote en een plastische rol speelt. Vlak voor het slapen gaan of voor het dineren zou ik het niet lezen. Geef het ruim de tijd om het te overpeinzen, elk verhaal op zich, maar ook om het te verwerken. Ongetwijfeld ga je nadenken over je eigen sterfelijkheid, Het razend knappe in het geheel is dat in elk verhaal steeds opnieuw een herhaling van bepaalde items voorkomt. Het wordt haast een sport om ze te ontdekken.

Ik dacht dat ik vrienden had gemaakt met kleine bruine wants, die aan het achterlijf een parel van wit kleurt, maar vanmorgen kwam de grote ontknoping. Er zijn er twee. Iedere keer dacht ik dat hij met me mee liep en bijvoorbeeld zich in de plooien van mijn warme wollen sjaals verstopte. Een desillusie dus. Ik zag het al voor me. Een makke wants.

Ineens schiet me het verhaal van de kleine Prins en de vos te binnen. Het prinsje vraagt aan de vos of hij met hem wil spelen, maar de vos antwoordt, dat dat niet kan omdat hij niet tam is. Het is een prachtige parabel over vrienden maken en het hart voorbereiden op gelukkig zijn. Helaas weet ik niet hoe je een wants tam moet maken, maar we kunnen wel vrienden zijn, omdat mijn hart opspringt als ik hem alleen al zie. Tenminste, toen ik dacht dat het er nog een was. Nu blijkt dat ze toch graag de warmte in huis opzoeken, kunnen ze beter naar buiten. Het spijt ons goede vrienden.

Ziezo, de laatste boodschappen zijn gehaald. Dat is een kleine mijl op zeven, omdat de dichtstbijzijnde winkels in het dorp twee dorpen verderop staan. Het betekent dat de bewoners altijd met de auto of bij gebrek aan auto of rijbewijs op de bus zijn aangewezen. Die gaat vrij frequent een keer in het uur. Het hotel dat geboekt is kent geen ontbijtservice, dus slaan we extra in. Morgen wordt het hier mistig en slecht zicht en dan is rijden ook niet een onverdeeld genoegen. Regeren is vooruitzien moet je maar denken.

Straks wordt het een maaltijd dwars door de koelkast heen, dat is lang geleden. Het dient om alles wat op moet in een voedzame maaltijd te verwerken. Het doet me denken aan mijn twee projecten van de afgelopen jaren: ‘In 80 dagen de wereld rond’ en de maaltijden ‘Dwars door de kast’. Beiden een groot succes en eigenlijk zeer geschikt om nog eens dunnetjes over te doen, maar dan in een ander thema. Daar ga ik eens op spinnen.

Een van de oudleerlingen van onze school stuurde een boodschap rond op Instagram. ‘Dear december. You’re the last one, make it the best one’. Zo is het. Laat het maar een mooie maand worden. Met kaarsjes, ijsmutsen, winterwanten, warme chocomel, hartverwarmende wensen, natte hondenneuzen en opgekrulde poezenlijven, mistwolkjes uit de monden, pommanders volgestoken met kruidnagel en adventskransen, met delen wat je missen kan, maar vooral met een beker vol tevredenheid, omdat we hebben wat we hebben. Een mooie strik erom en klaar is december.

Overpeinzingen

Maar eerst nog even blijven genieten

Nieuwe vrienden maak je niet snel, hoorde ik laatst ergens. Maar wij hebben twee van de beste gevonden. Natuurlijk kende lief hen al. Ooit, in de jaren van hier vertoeven, ving hij de honden op van eigenaren die een tijdje naar Nederland terug gingen. Zo leerde hij deze twee lieve mensen kennen. Hun hond is er nog altijd en kent en herkent zijn tijdelijke baas als geen ander. De blauwe prins vond hij maar een indringer, daar moest even een plasje tegenaan.

Corona maakte een eind aan de ontmoetingen. Maar in de maand augustus waren ze bij ons langs gekomen omdat ze in de buurt waren en hebben uren op een theetje gezeten in mijn onwetendheid over afstanden en kilometers in dit land. Volgend voorjaar volgt er een herhaling en reken maar dat ik mijn gastvrouwschap uit de kast ga halen. Nu werden we daar onthaald met speculaas uit Nederland, want bijna Sinterklaas, en een heerlijke romige paprikasoep van een echt ouderwets wedgwood bord en kommetje. Afbakbroodjes voor het lekker erbij, emmentaler, roomkaas en boter om het te vervolmaken.

Het huis lag in niemandsland, een half uur rijden van Kaposvar af en de kleine blauwe moest dapper de gaten en kuilen in het wegdek ontwijken met mij als leidende factor aan het stuur. Twee weggetjes verkeerd gereden en alsnog, omdat de goede man buiten stond, op het laatste nippertje niet tevergeefs rechtsomkeer gemaakt. Het was een dorpje van niks, maar dan. Het huis, de garage met de wijnkelder eronder, het terras en de mooie kamers, sfeervol, aangepast aan de moderne normen, boordevol kunstschatten van over de hele wereld, smaakvol ingericht en een lap grond dat strekte tot aan het vrije land erachter. We waren perplex.

De hond kwam ons kwispelend en blij tegemoet om zijn oude logeerbaas met liefde te verwelkomen, net als de beide baasjes. Een rondgang door het huis en daarna een aimabel gesprek aan de koffietafel. Vriendlief had jarenlang aan verscheidene ambassades gewerkt en zijn vrouw ging mee. Daardoor was de kunst die er hing van diverse buitenlandse kunstenaars. Het hele huis ademde een vleug van Pakistan, een klik met heel veel landen in Afrika, een zweem van Maleisië en Java, en Thailand. Ze kwamen allemaal in kunstige uitingsvormen aan bod.

Het mooist vond ik een schilderij op een roestige oude golfplaat waar een vader met kind stond en een van de Blue Donkeys, de bussen van een land in Afrika. Hun hele leven werd hier geëtaleerd. Hoe fijn om omringd te worden door zoveel schoonheid. Het werd een heerlijke middag met veel herkenningspunten. Om half drie wilden we weer terugreizen omdat het druilerig was en het vroeg donker zou worden en dat was een reden om hier met de slecht verlichte wegen niet afhankelijk van te zijn. Begrip was er volop, ons kent ons.

Ik heb geen foto gemaakt, zelfs niet stiekem. Dat zou de integriteit schaden en kon eenvoudigweg niet in het vertrouwen dat deze vriendschap wel eens kon uitbloeien tot iets moois. Koesteren dus.

Nu zitten we in de bibliotheek. De avond strekt zich behaaglijk uit. Nog zegge en schrijven twee dagen te gaan. Het is een kwestie van opruimen, inpakken en afbouwen, maar ook van herinneringen opslaan in het hart om straks met liefde dit huis weer te betreden. Maar eerst nog even blijven genieten.

Overpeinzingen

De schoonheid van het scheppen

Het derde bolletje wol heeft gisterenavond een weg gevonden aan het breiwerk. In het schemerduister breien is niet een heel goed en helder plan, bleek vanmorgen, toen ik twee kleine foutjes ontdekte. Ik moest denken aan de handwerknon op de lagere school en mijn rode poppenbroek die met een theatraal gebaar iedere keer opnieuw werd uitgetrokken. Het gezicht van de non stond bij de derde keer op onweer, lippen samengeperst en woorden die sisten dat het niet deugde.

Een echte handwerkster word ik nooit. Er zijn in al die zeventig jaar zegge en schrijven twee truien, een troostdas tijdens de revalidatie en dit exemplaar van de pennen gekomen. O ja, en het poppenbroekje van rode katoen na een heel jaar, met gaatjes erin gebreid voor het witte elastiek. Een broddellapje noemde mijn lichtend voorbeeld het.

Het boek ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje is aangrijpend, maar op een hele andere manier dan de biografie van Etty, waar lief nu in leest. Niet te vergelijken natuurlijk, maar het geeft wel inzicht in hoe het in die tijden rond 1850 er aan toeging. De benepen dorpssfeer, het harde sappelen van sommigen om rond te komen, de wonderlijke gedachten over de liefde, begeerte, het huwelijk.

Het is een boeiende rondreis door de tijd en de manier waarop alles beschreven wordt. Het leven van elf mensen wordt uitgediept en toegespitst op de twee zussen en hun aantekenboekjes binnen drie eeuwen. Het is voorwaar een staaltje van vertelkunst.

Dit weekend is het allerlaatste etsweekend. Ik zal er helaas niet bijzijn. Het brengt me wel terug naar al die jaren die we met plezier hebben doorgebracht in dat huis aan de rand van het prachtige Reestdal. Meestal reisden vriendinlief en ik met z’n tweeën er naar toe, sliepen in dezelfde kamer en etsten ons twee dagen lang een slag in de rondte. Zij met heel veel techniek en kunde en ik kraste met forse hand, zo heette het, mijn tekeningen in het zink, probeerde de werking van de zuurbaden te begrijpen, hoe belangrijk donker en licht was en wat daarvoor kwam kijken om het goed te doen. Het wonder iedere keer weer als het van de pers afrolde, cadeautjes, waarvan je je afvroeg of je het daadwerkelijk zelf had gemaakt.

Niet alleen het etsen was heerlijk, ook de omgang met de vrienden, het ambachtelijke bezig zijn, de geur van die heerlijke inkt, de handelingen voor het prepareren van een etsplaat, de liefdevolle zorg en toewijding waarmee onze ‘meester’ en zijn vrouw invulling gaven aan alles. Mooie opbouwende en waarderende woorden voor iedereen, bewondering, humor, kunde en heel veel liefde, dat proefde je door alles heen. Aan alle goede dingen komt een eind. Maar de mooie warme beelden, elk jaar in het eerste weekend van november, zullen me altijd bijblijven.

De omgeving is er ook prachtig. De imposante Schotse hooglanders, de hei, de houtwallen, de vennetjes, het is er allemaal. De natuur op haar best. Al gunden we ons weinig tijd om te gaan wandelen. De tuin was zelf al een ware oase en nergens anders was er de herfst zo vurig als daar. Ze speelde ton sur ton met de vacht van de runderen. Daar waren begin november zelfs nog de laatste warme dagen te beleven en konden we buiten zitten bij de vijver, met een lieflijk prieeltje ervoor en genieten van een verdwaalde vlinder, die er toch nog rondfladderde.

Een mooie herinnering die het verdient om omlijst te worden met alle warme gevoelens vanwege de vriendschap, het vakmanschap en de schoonheid van het scheppen.

Overpeinzingen

Werk aan de winkel

We begonnen gisteren de dag met genieten van de opkomende zon en van elkaar. Lief maakte eerst een wandelingetje over het land en had zijn oude stok weer gevonden. Hij kwam terug met zijn staf, breedlachend. Dochterlief en ik zaten in een lang videogesprek. Even bijpraten, dat was nog niet gebeurd. Alle wederwaardigheden kwamen ruim aan bod. Zo heerlijk dat ver weg ook heel dichtbij kan zijn.

We kwamen met de boodschappen de winkel uit en hoorden een kleine pork uitgebreid iets tegen zijn moeder vertellen in het Nederlands. Het hart veerde even op. Wat klonk dat vertrouwd. Het hotel voor de terugreis is geregeld. Een klein, duurzaam en zeer betaalbaar onderkomen voor een nacht. Ook het vignet voor Oostenrijk is binnen. Al die zaken moesten gisteren geregeld worden.

Er kwam een vraag of we de Tijdwijzer dit jaar vervroegd konden laten uitkomen, met als thema ‘IJs op de Lek’. Onmiddellijk gingen, zoals gewoonlijk, de radartjes aan het werk en er schoten ideeën voor het verzinnen van legendes tot parabels voorbij. Dat gaat wel lukken de komende twee maanden.

Op FB stond een artikel van Filosofie magazine over het ongeremd spuien van meningen op social media. Die ochtend had ik al lopen verzuchten dat mensen kennelijk niets beters te doen hadden dan hun gram te halen en af te geven op anderen. Die hand wil maar niet in eigen boezem. Dit artikel kwam als geroepen.

Frans van Peperstraten heeft bedacht dat het smaakoordeel van Immanuel Kant ons nader tot elkaar kan brengen en doet in een notendop uit de doeken hoe dat zou kunnen werken. Hij schreef het boek: ‘Oordelen zonder regels. Kant over schoonheid, kunst en cultuur’. Hij is filosofiedocent aan de Universiteit van Tilburg. Martijn Meijer gaat hier met hem in gesprek. Die ongeremde spuiers die aan de lopende band oordelen en veroordelen zouden zeer gebaat zijn bij deze overpeinzing. Van Peperstraten geeft aan dat we ons een ongeluk communiceren maar niet over een gemeenschappelijk kader beschikken. En juist daar gaat het boek ‘Kritiek van het oordeelsvermogen’ van Kant over’. Het is derhalve actueel.

Kant gaat er vanuit dat alle mensen dezelfde vermogens hebben. Dus als ik iets vind van een kunstwerk dat ik gezien heb, kan een ander daar ook iets van vinden. We bezitten allebei een oordeelsvermogen. Dat betekent niet dat de visie overeen moet komen met de jouwe. Erover in gesprek gaan en beide meningen uitwisselen wil niet zeggen dat je de ander perse moet overtuigen van jouw mening. Je maakt het slechts ‘algemeen mededeelbaar’. Het mag wel gedeeld worden door een ander.

Nog steeds betekent het niet dat een ander verplicht is die mening met jou te delen. Door erover in gesprek te gaan en vooral ruimte te geven aan elkaar om uit te leggen wat het voor jou betekent en vice versa zou deze vorm van oordelen, het smaakoordelen, bij kunnen dragen aan een beter begrip naar elkaar toe. ‘Iemand in zijn waarde laten’, was vroeger een gevleugelde uitspraak. Even afstand nemen en overpeinzen helpt. Daar komt mijn lieve vriendin nogmaals om de hoek kijken. ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’, ligt in dezelfde orde van grootte. Daaruit blijkt ook dat je oor hebt voor de visie van een ander.

Dat zelfs de grootste filosoof wel steken kan laten vallen blijkt uit het werk van Kant, geeft van Peperstraten aan, als hij in zijn werk wel discriminerende opmerkingen maakt over primitieve volkeren en vrouwen. Een mooie theorie ontwikkelen en bijschaven is één, maar het ter uitvoering brengen is vaak moeilijker dan we denken. Niets menselijks is U vreemd. Er blijft altijd werk aan de winkel.

Overpeinzingen

In het rimpelloze meer weerspiegelt de herfst

Het boek is dicht. Letterlijk en figuurlijk. Etty’s verblijf in Auschwitz is tot het laatst toe onzeker gebleven. Maar haar lot was vanaf de aankomst bestempeld. Wat een oneindig integere manier om met de feiten, meningen, herinneringen, het geschreven woord in dagboeken en brieven om te gaan. Judith Koelemeijer heeft een monumentaal verhaal gemaakt van het leven van Etty Hillesum en verdient lof en respect.

Diep onder de indruk zit ik aan de houten tafel bij het keukenraam. De herfst trekt ons in snel tempo de winter in, nu de laatste bladeren opgeofferd worden aan een zoet windje. De nachtelijke kou omsluit de bibberende hosta’s, ze krullen hun blad. Dat er mensen zijn geweest die zich de gotspe in het hoofd hebben gehaald om te beslissen wanneer een volk aan een eeuwigdurende winter moest beginnen. Het is on-ge-lo-fe-lijk. Nog altijd. Het kost moeite om de gewone draad weer op te pakken en van dit levensverhaal los te komen. Het zorgt ervoor dat ik een veld met gele lupinen wil zien, temidden van de heide. Dat veld dat Etty in Westerbork troost schonk en de rust gaf om haar brieven te schrijven, om er met haar vrienden te praten, om de schoonheid van de natuur te zien temidden van alle ellende.

Lief grijpt zijn kans en duikt onmiddellijk het verhaal in, zoekt naar ontbrekende schakels, als hij iets tegenkomt en niet precies de geografische aanduidingen meer weet. Hij heeft er op lopen spinzen, om aan het boek te mogen beginnen. Langzaam daalt de heftigheid in mij neer. ‘Kalmte zal U redden’ bedenk ik me. Het verleden behoedt nog altijd.

Gisteren zagen we de broze negentigjarige Marjan Berk bij de laatste aflevering van De Geknipte Gast van Eus. Wat een dijk van een vrouw, een krachtige boom, een prachtige berk liet Eus in zijn gesprek naar voren komen. Hulde aan de gespreksleider en niet in de laatste plaats aan de gast.

Gisterenmiddag, omdat de zon zo prachtig scheen, toerden we na het boodschappen doen door het achterland aan de overkant van het dorp. De kleine blauwe paste door zijn nietigheid precies op de weggetjes waar aan weerskanten de gaten in waren gevallen en alleen in het midden berijdbaar asfalt lag.

Altijd weer overrompelt de weidsheid van het land, de onnoembare ruimte zo ver als je kijken kan. We zien roofvogels biddend boven het veld staan, om vervolgens neer te duiken met duizelingwekkende snelheid en daarna weer op te waaieren met een paar slagen van de grote vleugels. Ze zijn groter dan de sperwers en buizerds. Een heeft opmerkelijk grote poten. De zon is te fel om ze goed gade te slaan en de telefoon is te nietig om ze op die hoogte en van die afstand vast te leggen. De kleine dorpen zijn achteloos in het land gestrooid met als baken steevast de kerktoren. Soms half vergaan, omdat een rotsvast vertrouwen in het geloof nou eenmaal niet genoeg is om de tand des tijds te doorstaan. Ze zijn in een even deplorabele staat als de weggetjes er naar toe. Alle wegen leiden in dit geval naar Szigetvar terug.

Daar nemen we halverwege de weg naar huis een nieuwe afslag, richting Becefa, een oud wijndorp dat tegen een heuvel op ligt. Het is er aangenaam lieflijk en sfeervol. Niet alleen door de kleine wijnhuizen, die soms opgeknapt, soms ineengezakt steun zoekend bij elkaar, in een lange rij langs de weg staan en waar de druivenranken eveneens in lange rijen staan. Rechts is een van de vele vismeren die ze hier rijk zijn en waar nooit in gezwommen mag worden. Er wordt druk gevist. We rijden door, maar de weg leidt naar een pad. waar alleen nog te lopen valt, op de terugweg twee weggetjes die eveneens naar nergens leiden.

De zon werkt in alles mee om het dorp haar lieflijke uiterlijk te bezorgen. Een strak blauwe hemel erboven en zonnestralen op de kleurige huizen. Het licht zorgt voor gladde grasgroene velden. In het rimpelloze meer weerspiegelt de herfst.

Overpeinzingen

Waarop het zoet dromen is

Het glinstert. Alles wat door de zon wordt aangeraakt, licht op en het water op de nog natte bladeren vormen kleine heldere parels aan hun randen.de tuin is sprookjesachtig mooi en omfloerst door dit speciale ochtendlicht. De laatste bladeren van de blauwe regen, die in de zomer de fluweelbomen is ingeklommen, versterken het geel van de hosta en het laatste blad aan de hibiscus.

Na de middag in het atelier te hebben vertoefd, moesten de koude tenen warmen in de bibliotheek waar ik de voeten onder de verwarming kon vouwen, terwijl we het hart verwarmden met de podcast van de VPRO. ‘Nooit meer slapen’ geeft het gesprek weer van Femke van der Laan met de auteur Kader Abdolah, over zijn pas verschenen boek: ‘Wat je zoekt, zoekt jou’. Daarmee wil hij de dertiende eeuwse dichter Rumi introduceren, die de Oosterse taal en poëzie zo beeldend heeft verwoord in zijn talloze gedichten. Het wordt ingeleid met het verzet van de dappere jonge vrouwen, die op dit moment in Iran nog steeds in opstand zijn tegen het regime en weigeren hun hoofddoek nog langer te dragen. ‘Een wonder’ noemt Kader dat, omdat het in deze tijd wereldkundig gemaakt wordt en iedereen op de hoogte is van dit dappere verzet. Hij is bang dat ze het niet zullen winnen omdat het enige wat van belang is voor de imam of de ayatollah’s hun grijze baarden en de gesluierde vrouwen zijn. Bovendien kunnen ze nergens naar toe en zullen derhalve kost wat kost blijven.

De stem van Kader klinkt gedragen, met een vet Iraans accent, dat ik zo herken. Het zorgt ervoor dat je ingespannen blijft luisteren. Een ander gegeven is dat hij veelvuldig in de derde persoon over zichzelf praat. Rumi is hem met de paplepel ingegoten. ‘Kregen we met de melk van de moederborst mee’, zegt hij. Zijn vader was doofstom en dat feit betekende dat hij ‘de taal voor zijn vader’ moest zijn, aanvankelijk een last als kleine jongen, maar later en nu in Nederland een zegen. Zijn moeder ontnam hem zijn kind-zijn, hij werd ruim dertien jaar ‘Man’ genoemd. In die dagen hoorde Rumi bij de opvoeding. Nu heeft hij eindelijk de kans gekregen hem te doorgronden en te herschrijven in het Nederlands met behoud van de nuances. Wat een grotere missie voor hem werd, was de brug die hij kon slaan tussen Oost en West met de taal van deze dichter, die schreef over liefde, verlangen, en hoop in een beeldspraak die onze eigen taal aanvult en in balans brengt. Door het bestuderen van de dichter komt hij ertoe om de onaangenaamheden uit zijn jeugd op een hoger plan te tillen en er de meerwaarde van in te zien. Zonder deze bijzondere jeugd was hij nooit een woordensprokkelaar geworden, lijkt me. De stem van Kader is krakerig zangerig, die van Femke van der Laan aangenaam, het is een fijne podcast om te beluisteren.

In de avond is er ‘Intouchable’ die lief nooit had gezien. Omar Sy met zijn ontwapenende glimlach en onorthodoxe aanpak en Francois Cluzet spelen samen de sterren van de hemel. Dit is mijn derde keer en iedere keer weer ontdek ik nieuwe elementen erin. Al met al een ontroerende avond als toetje op een mooie dag, waarop het zoet dromen is.

Overpeinzingen

Alles te kunnen dragen

Zonnestralen breken door het wolkendek, ginder, daar waar ik de horizon weet. Een wolk van koolmezen is neergestreken in de laatste chaotische takken van de druif. Ze dagen elkaar uit om het laatste lekkers weg te snoepen. verdwaald valt een verschrompeld trosje op de grond. Etty schreef twee brieven in Westerbork en ik zoek ze op, vind hen in een editie van Maatstaf. Een strofe blijft hangen naast vele indrukwekkende. ‘Als ik denk aan die gezichten van het groen-geüniformeerde, gewapende begeleidingspeloton, mijn God, die gezichten! Ik heb ze stuk voor stuk bekeken, verdekt opgesteld achter een venster, ik ben nog nooit van iets zo geschrokken als van deze gezichten. Ik ben in de knoei geraakt met het woord, dat het leidmotief van het leven is: En God schiep de mens naar zijn evenbeeld. Dat woord beleefde een moeilijke ochtend met mij’.

Zo voorstelbaar. Was het verbetenheid, dat zich zo duidelijk aan haar heeft gemanifesteerd, haat misschien, woede ook, al die emoties die geen schoonheidsprijs in de wacht zullen slepen. Daar in dat kamp waar het een modderige boel was, werden mensen hun waardigheid ontnomen. Onder andere in de ontluizingsbarak, waar mannen, vrouwen en kinderen kaalgeschoren weer vandaan kwamen, verloren ze niet alleen hun haren en werden ze overspoeld door schaamte. Etty was gevraagd een brief te sturen naar twee zussen en hun te vertellen van de situatie in het kamp. Nauwgezet geeft ze die weer als ze door de barakken loopt en mensen tegenkomt, die haar aanklampen of smekend om hulp vragen. Aandoenlijk en schrijnend.

Etty was er vrijwillig naar toe gegaan en in administratieve dienst van de Joodse raad. Ze kwam te werken bij de ‘Sociale verzorging doortrekkenden’. Ze was betrokken bij de oprichting van deze afdeling, waarvan men hoopte dat ze ook van praktische en geestelijke ondersteuning zou kunnen zijn. Terug in Amsterdam na 2x twee weken in het kamp is ze zelf uitgeput en ziek van alles waar ze getuige van was geweest, maar dacht ze met liefde aan Westerbork en met heimwee terug. Lief leest de brieven nu en is eveneens onder de indruk. Als iedereen die zich een mening over een ander aanmeet, dit soort literatuur eveneens zou lezen, kon het wel eens heel verrijkend werken.

‘In hoeverre laat je een verhaal binnenkomen’ is de volgende vraag. Omdat er veel gelezen wordt is alles eigen maken ondoenlijk. Ik lees een stuk, brei een pen of twee om het te overpeinzen en vorm daarna de woorden tot een tekst, we praten erover en als het uit is kan ik het weer los laten. Al vind ik het een fijn idee dat we straks met de hele club gedachten uit kunnen wisselen over onze bevindingen, waarbij altijd een deel van onze eigen geschiedenis aan bod komt. Lief laat het diep binnenkomen. Dan duurt het langer voor een en ander verwerkt is.

De zon is blijven schijnen. Het ziet er buiten mooi en vredig uit. Achter glas is het heerlijk behaaglijk. In Westerbork stond midden in het kamp een veld met gele lupinen. Etty zat graag aan de rand van het veld en genoot van de schoonheid en de stilte. Nergens anders was een gedachte zo van toepassing als hier: ‘Onder de hemel is men thuis. Op iedere plek van deze aarde is men thuis, wanneer men alles in zich draagt’ vertelde ze een vriend. Ze voelde het oprecht zo en ze had het gevoel alles te kunnen ‘dragen’.

Overpeinzingen

We weten helaas beter

Het is binnenzit-weer. De podcast van Yvette van Boven en Teun van de Keuken tipt een aantal vraagstukken aan. Van die problemen die zomaar ineens vragen oproepen en daardoor ook nieuwe overpeinzingen meebrengen. ‘Hoe zit het met fooi geven’ is er een. Dergelijke zaken zorgen altijd voor een schaamrood op de kaken omdat ik of een te hoog of een te laag bedrag noem in de haast om mijn dankbaarheid te tonen. Maar ja, het vergt even tijd. Niet als je de tien procent aanhoudt, maar vijftien wordt lastiger uitrekenen. Voor het gemak de tien dan maar. Als je het omrekent naar het aantal mensen die voor je in touw zijn geweest, dan is dat bedrag soms maar matig. In een duur restaurant bij een bedrag van 500 euro mag je gerust een flinke tip geven, maar als de gerant die persoonlijk komt innen, dan moet je er bij zeggen dat het niet voor hem maar voor zijn personeel is. Als je niets zou zeggen dan is het gênant. Dat van al die medewerkers is iets, waar ik nagenoeg niet bij stil sta. Vaak is het de manier waarop je geholpen wordt, dat de hoogte van de fooi bepaalt. Gemakshalve vergeet je daarbij de andere inspanningen om jouw maaltijd op het bord te krijgen. Een lesje wijzer.

De tweede podcast luisteren we met z’n tweetjes. Roots-magazine brengt een dagelijkse podcast die De Notenkraker heet en dat gaat onder andere over de bijzondere aard van de doodgewone vogels in ons land. In deze versie kwam de kauw aan bod. De geluiden die ze laten horen brengen ons kilometers terug naar onze dakgoot in Nederland waar Ka en Kja al jaar en dag in de dakgoot wonen. Normaliter kwebbelen ze ons wakker in de vroege ochtend of zetten een boom op met de kauwtjes uit de buurt. in de avond hebben ze vaak groepsoverleg in het park aan de overkant. Dat ze slim en sociaal zijn wordt ruim bevestigd. En passant horen we ook dat de Geelsnavelkoekoek in ons land is gespot. Helaas heeft hij zijn lange vlucht niet overleefd en we leren een zwart-witte kauw kennen, die op een ekster lijkt en die luistert naar de soortnaam Daurische kauw. Ze is nauw verwant aan die van ons. Hier in Verweggistan vliegt de bonte kraai rond, die er op lijkt. Allen zijn heel intelligent.

Vanmorgen vroeg was het de beurt aan Etty Hillesum. Na twee intensieve hoofdstukken schuift de biografie op de vensterbank van het keukenraam gezusterlijk naast de vorderende sjaal met de mooie tinten en bovenop de editie van Atelier van deze maand over de digitale mens. De berustende gedachten van Etty over haar naderende nabije toekomst denderen na. Het verzet tegen de aanvaarding en de kalmte nemen mijn verdriet in mijn hoofd mee en tillen haar over de onzalige tijdsgeest heen. Ondanks de wetenschap dat het zo is gegaan en als geschiedenis is opgetekend.

De wereld van nu in samenspraak met het leven van toen. Het moet een plek krijgen, maar er valt veel te overdenken. Het zal nog even duren voor ik weer op adem kom en de knoop rond het hart is opgelost. Ik besluit te gaan schrijven. Dat wat ook herkenbaar is aan het leven dat de vrouw in haar kamer aan het museumplein dagelijks deed, om het denken uit te kristalliseren. Misschien helpt het deze tegemoet lopende wending van het lot te begrijpen.

Lief ontdekte van de week dat er in de stamboom van zijn moeder een aantal familieleden in Sobibor geëindigd zijn. Zo onder de huid van Etty te kruipen zorgt ervoor dat de kwetsbaarheid als heel dichtbij wordt ervaren, evenzo de wetenschap over het lot van een deel van je eigen familie. Al met al lijkt de hele geschiedenis onwerkelijk. We weten helaas beter.

Overpeinzingen

Kinderlijk eenvoudige wonderen

Lief heeft een schat gevonden in de schuur. Nou niet echt gevonden, hij was ernaar op zoek. Om het grote hek voor zit een kabel, waar nog maar een sleutel van is. Daarom moet er telkens een goede vriend komen als we arriveren. Hij heeft voor het beheer van het huis tijdens onze afwezigheid alle sleutels aan zijn bos. Dus ook dat enige exemplaar van het hek. Een onhandige situatie, daarom bedachten we een nieuwe kabel met twee of drie sleutels. Door die afweging herinnerde lief zich ineens weer het doosje met sleutels. Er lagen zelfs twee kabels achter. Nu was het zaak om de juiste sleutels erbij te vinden.

Het deed me denken aan het knopendoosje van mijn moeder. Niets leukers dan mooie knopen zoeken om vervolgens er een gewaad bij te fantaseren, of oorhangers, of armbanden. Een schattendoos bij uitstek. Er zaten nog geërfde knopen van oma in, met stof omkleed en ook van die fijne paarlemoeren, die je in de jaren zeventig nog wel tegenkwam aan de dertiger-jaren-jurken van Crêpe de Chine, waar ik destijds hippie wise in rond liep. Knappe knopen die pasten bij de rijke stof en daarmee kleine bijous werden.

De naaidoos van thuis was een andere schattenkist. Daar zaten d vele kaartjes Brat in en de metalen naaldvoerders, garen en band met geschulpte rand, gehaakte pico’s voor de kastranden, knopspelden met vrolijke gekleurde knoppen, porseleinen en zilverkleurtige vingerhoeden en haaknaalden in een mooi beschilderde houten koker.

Bij mij in het gezin was de verkleedkist de grootste schat. Een voorraad aan oude India hippiejurken, sarongs en kebaja’s, kleurrijke glanzende sari’s, voile lappen, hoeden te kust en te keur, sjaals en wat dies meer zij. De buit uit een vroeger leven en de verzameling werd aangevuld met de wonderlijke vondsten bij het uitzoeken van de zakken met tweedehands kleding, die in grote containers bij de kringloop werden aangeleverd en die stuk voor stuk door mijn handen zijn gegleden.

Er waren bijzondere dingen bij en dat leverde in mijn hoofd tijdens het sorteren een keur aan verhalen op. Een koffer met een hoeveelheid damesschoenen, maat 46, bijvoorbeeld of een hele verzameling koloniale jassen en vesten met gouddraad bestikt en een bijzondere Chinese jurk, met een wespentaille waarvan ik behoorlijk onder de indruk was.

De kinderen hielden hele verkleedpartijen en speelden moeiteloos hun verschillende rollen. Eerst de meisjes samen, maar al gauw werd de tweeling ook ingeschakeld om baby te zijn of zusjes. De jongens lieten zich gewillig van alles aantrekken. De dametjes hadden geen aankleedpoppen nodig om de verschillende sluitingen te oefenen. Het materiaal was allemaal voorhanden. Met de sari’s werd hun domein, de hele zolder, omgebouwd tot sprookjespaleis. Alles kon en alles mocht, want het was iets wat ik zelf zo graag zou hebben gedaan als kind. Bij ons in het ouderlijke gezin was eenvoudigweg de ruimte niet met elf kinderen. Elk hoekje en gaatje was bezet, wat niet belemmerde om toneel te spelen tussen de stapelbedden in, met de verknipte nylon kousen van mijn moeder, omdat we een arme Puntje en Anton moesten spelen. Iets wat ze achteraf geen goed idee vond, werd zus en mij al snel duidelijk.

Zo fantaseerden we onze wereld bij elkaar en wat zou ik het graag nog eens dunnetjes overdoen, maar dan op grote schaal met een fantastisch, vreedzaam, utopisch verhaal. Had ik het toverstafje uit de verkleedkist nog maar. Daar kon je de wereld kleurrijk mee toveren en vol kinderlijk eenvoudige wonderen.

Overpeinzingen

Het moet niet gekker worden

Hoera, zonnestralen door het raam. Lief moet verplaatsen om zijn schrijfkunsten te kunnen blijven aanschouwen op de laptop. Bij het naar buitenkijken is er een glimp van een blauwe lucht te zien. Zon maakt blij en zet de dag letterlijk en figuurlijk in een ander licht. De dikke grijze deken tot dan toe rafelt in een schapenvacht uiteen. Wie weet, kan er nog gewandeld worden. Het weer wordt ten tijde van retraites een belangrijke aanwijzing voor het verloop van de dag. Druilt het de hele dag, zoals gisteren, dan nodigt het uit tot binnenshuis-activiteiten. Zodra de zon zich meldt, kriebelt de drang om een deel van de Baranya te verkennen en ons te verliezen in de kleine dorpen om het onze heen.

In de Datsja verdwijnt de tijd. Er kan ineens drie uur voorbij schieten, waarbij ik verstijfd van de inspanning en de kou mijn spieren moet opwarmen. Na heel veel geduw en getrek, het betere boetseerwerk, zie ik in de hoofden van de kleine filosoof en zijn zus de herkenning. Als dit lukt dan misschien ook wel de vier zussen, het doek dat braaf lachend tegen de muur aanleunt en dat zich afvraagt of er nog een keer schot in het geheel zit. Geduld is een schone zaak.

‘Even tot hier’ in de herhaling en als altijd een verademing. Het brengt het nieuws met de nodige ironie en tegelijkertijd geeft het een kwinkslag naar de ontvanger. Het lijkt allemaal vreselijk en onmenselijk wat er plaats vindt, maar niets is ons mensen vreemd. Wat een kracht aan taal herbergen de jongens. Hun ‘best wel moeilijke onderwerpen in een minuut’ bevatte een waarschuwing tegen Tiktok en vat in die zestig seconden zo’n beetje de kern van het hele probleem samen.

Patatjes voor de zondag. Franse frieten staat er op de zak en met de majonaise smaken ze zoals het hoort. Hollandse frieten in een Franse jas op Verweggistan-bodem. Gefrituurde chiliballetjes en augurken completeren het geheel. Het verpozen na een dag van zware kost, het schilderen, het lezen over de Kwantummechanica dat lief heeft herontdekt en bestudeerd en waar veelal de boeiende gesprekken over gaan, noopt tot luchtig FBI-vermaak. Vooruit, een moet kunnen, maar die gekke zender propt drie films ineen. We soezelen ons door de avond heen en slapen een gat in de duisternis omdat lief de buitenlamp heeft vergeten aan te doen. Contouren zien biedt mij het ultieme gevoel van veiligheid.

De biografie van Etty in de vroege morgenuren is een eye-opener als het gaat om het linkse milieu waar ze in de jaren dertig in verkeert. De studenten zijn rebels, zetten zich af tegen hun bourgeois ouders, de vrouwen maken er geëmancipeerd deel van uit en de hele sfeer in de antifascistenbeweging doet me denken aan de roerige jaren zeventig. Zo’n vooraankondiging van grote veranderingen, zowel politiek als maatschappelijk is voelbaar door alle gebeurtenissen heen. Het boek is nauwelijks weg te leggen, maar dan zijn er nog zoveel meer leuke dingen om te doen.

Ik denk aan het thuisfront, waar Pluis verwend wordt met een warme kruik, waar ze tegen aan wil liggen en de situatie van tweede zoonlief die met één verwarming slechts de hele kamer moet stoken, laat me piekeren en meeleven. Enkel in gedachten, want er is weinig meer wat er van hieruit valt te doen. Die kou heeft hen allemaal overvallen. Nederland op de schaats terwijl hier de dag door de zon als een cadeautje wordt uitgepakt in een behaaglijke zeven graden. Het moet niet gekker worden.

Overpeinzingen

Om te koesteren

Lief scharrelt wat rond op zolder, op zoek naar een lamp, die kan blijven staan in de Datsja als aanvulling op de vier vaste muurlampen die er zijn, maar die voor het schilderen net te weinig gericht licht geven. Hij komt naar beneden met vergeten servies, messen en een koperen bureaulamp, zo’n mooi ouderwets exemplaar die slechts een stofdoek behoeft om er weer als nieuw uit te zien. deze zolder bergt veel van het verleden. De lamp behoorde bij de achtergebleven inboedel in huis en is dus van een respectabele leeftijd. Geen butsje te zien en glanzend, zoals het een lamp met cachet betaamt. Hij neemt het mee naar de hut en doet daar een uurtje de verwarming aan. Daarna mag ze uit, anders wordt het een zuurstofarme toestand. Vorige keer werkte de formule perfect en was het warm genoeg om de hele middag te kunnen schilderen.

De tweede bol aan de sjaal vordert gestaag en is al bijna op de helft. Het leuke van werken met vijf verschillende kleuren is de afwisseling. Bovendien is de samenstelling van deze serie wolletjes van het merk Ecopuno prachtig. Het is een welkome afwisseling tussen het lezen, de artikelen, het puzzelen en het kijken naar bepaalde boeiende programma’s door.

Eus was op zijn best bij sterren op het doek met Monic Hendricks en de kunstenaars trouwens ook. Aquarel, acryl en pastelkrijt en olieverf. Het meest intrigerende doek van Dorien Plaat had wat dreigends. Als je de kunstenaar bezoekt op haar website, altijd boeiend overigens, dan kom je uit bij iemand die graag de ‘Ongeziene mens’ schildert en dus datgene wat diep verborgen blijft. Daardoor begrijp je haar gelaagde schilderijen beter. Misschien is de confrontatie vrij heftig, want er worden geen doekjes omgewonden. Ze schildert ala prima en met pastel en acryl. Monic koos voor het veilige en kunstige aquarel van Joost Alferink.

Ik mijmer wat door over wat deze Dorien Plaat beoogt net haar kunst. Sommige portretten van haar die ik tegenkom op internet, geven veel te denken of raken juist door een altijd wat sinistere sfeer die er omheen hangt. Zoals Dumas mij ook altijd kan raken, maar waarbij haar werk soms ook moeilijk is om naar te kijken. Esthetiek is een wonderlijk iets. Schoonheid krijgt kracht als het meer te zeggen heeft dan alleen maar mooi zijn. Wat maakt het los, wat wordt er wakker.

Een sprong in de tijd door het doorbladeren van de blogs brengt me bij 20 november 1921. In de ban van het opruimen kwamen de grote fotobakken onder mijn bed ter sprake. Het werd een nostalgische toer door het leven. Flierefluitende tieners, ouders van een jong gezin, kinderen in bad, in bed, aan de paastafel met heel veel gele narcissen, de vakanties, alle vrienden van vroeger, en dan plotseling de vader van de kinderen die niet langer verandert. Mijn zus zet onder de foto’s van hem op facebook gisteren ter ere van zijn verjaardag: ‘Forever Young’. Zo is dat. Geen dag ouder geworden hier in dit aardse bestaan. Inmiddels hebben de bakken een andere plek gekregen, zijn er al meer foto’s ingescand, hebben kinderen foto’s meegenomen en heeft de transformatie bijna helemaal plaatsgevonden, van slaapkamer tot werkkamer. Nou ja, daar valt nog wel wat te verhapstukken. Bij ons springen de rimpels erin, zakken de buiken uit, gaat het leven door en knaagt de tand des tijds fysiek zich een weg. De herinneringen blijven gelijk. Om te koesteren.