Uncategorized

Scheppingsdrang

De vermoeidheid van de vorige nacht of het geluier van de dag gaf deze nacht als beloning een droomloze lange slaap. Tenminste, ik werd wakker zonder beeld van wat zich achter de geloken ogen zou hebben kunnen afspelen. Mijn eerste app is voor de jongens. Is alles nog in orde. Niet zieker geworden? Meervoud, ja, want gister bleek dat de oudste zoon eveneens was overvallen door corona, net als zijn buurman. Via een vriend wiens hele familie het bleek te hebben.

Macedonisch kostuum, Cioful

Hier neem ik nog geen symptomen waar. Ik hoest al vanaf januari als te doen gebruikelijk voor oude uitgelubberde longen, maar verder is er geen koorts, geen spierpijn, geen hoofdpijn. Oudste zoon vond een voordeel dat hij nu eens kon inschatten hoe het is om zonder reuk en smaak rond te lopen en wist nu wat ik sinds de puffers als normaal ervaar. Maar daar had hij het niet voor op hoeven lopen. Vriendin van jongste zoon heeft het nu ook, wat te verwachten was op die 20 vierkante meter. Enfin, de buurtsuper bracht de boodschappen en de inventiviteit bracht me van Portugal naar Macedonië, omdat ik dan de basis van de witte bonenpot in tomatensaus van gisteren kan omvormen tot een ‘Gigantes Plaki sto fourno’. Op de cadans van Macedonische muziek, de opzwepende tapan en de zurla staan de witte bonen in no time te pruttelen onder hun korstje van feta. Ik kan er zelfs nog het Macedonsco Devojce bij zingen, omdat de woorden in het geheugen gegrift staan. Aan het bijbehorende dansje waag ik me niet, uit respect voor de knie.

De tijd staat stil. De kranten brengen buitenaards nieuws evenals de andere media. Als je op een grens vertoeft van het buitenleven, keer je vanzelf in. Niets is interessant genoeg om langer vast te houden, als je zelf alles los moet laten. Het is niet de eerste keer, deze quarantaine. In het begin van de pandemie heb ik me tot juni steevast aan een vrijwillige gehouden. Een opgelegde isolatie is anders. Van alle kanten schiet de hulp toe. Dochterlief, breedlachend achter haar witte mondkap, haalde gisteren de krant op. De bonenschotel was zo klaar en heerlijk.

https://www.npostart.nl/man-en-kunst/20-04-2021/AT_2156583

Alsof het zo moest zijn is er de hele week Man en Kunst ter meerdere eer en glorie van mijn honger naar nieuwe creatieve prikkels. De aimabele Lucas De Man presenteert in deze Nationale Museumweek iedere avond een kunstenaar. Gisteren was dat Paula Modernsohn-Becker, een van de weinige vrouwen die woonde in het kunstenaarsdorp Worpswede. Ze trouwde met de oprichter ervan , de kunstenaar Otto Modernsohn. Ze is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het vroege Expressionisme. Lucas zet een mooi portret van haar neer, als hij een inkijk geeft in de woning met atelier. Haar schilderijen zijn met een vlugge penseelstreek van een ontroerende eenvoud, ook wilde ze het lichaam, het functionele naakt van de vrouw, laten zien. Helaas overleed ze al op 31 jarige leeftijd na de geboorte van haar dochter aan een embolie. De overlevering wil dat het laatste woord dat ze sprak ‘Schade’ (jammer) was. Ze had al meer dan 1000 werken gemaakt, en ze had er nog veel meer willen maken.

Met nog vier uitzendingen voor de boeg is er iets om aan te laven, anders dan mijn zelfopgelegde reizen. Om te genieten van de beeldende intentie van een ander kan het me niet stil genoeg zijn. Zo vallen alle stukjes van de puzzel op haar plek. Eerst uitgebreid het werk van deze bewonderendswaardige vrouw opzoeken, een pionier binnen het mannenbolwerk rond 1900 en wie weet wat ze allemaal los weet te maken in mijn eigen scheppingsdrang.

In 80 dagen de wereld rond bracht me dus naar Portugal. Met op papier: Maria Inéz Camona Ribeiro de Fonseca en op het bord: Arroz de Feijao onder de link.

Recept: Arroz de Feijão

Uncategorized

Voldoende voeding

Ondertussen zijn de alarmbellen hier thuis ook afgegaan. Zoonlief voelde zich gisteren niet lekker en ging vanaf de avond bij vriendin slapen, had wel een test gedaan. Vanmorgen kreeg hij de uitslag. Positief. In een oogwenk stond alles, wat er aan zekerheid speelde, op z’n kop. Het blijkt dat ik nu ook in quarantaine moet en na vijf dagen een test moet laten doen. Zover zijn we nog niet, maar dat krijgen we zo via de GGD en hun contactonderzoek te horen, seint dochter in. Samen met Pluis in huis en zoonlief zit met vriendin in haar studiootje.

Hoe komt de krant boven, hoe reis ik nu in 80 dagen de wereld rond. Adem in, adem uit. Als ik getest ben en er is niets aan de hand mag ik na tien dagen weer naar buiten. Ik loop wel de prik mis en de aannemer kan ook beter niet komen voor de lekkage boven. Mazzel ik er doorheen of ben ik de pineut. Vannacht lag ik al tijden wakker met wat…als-gedachten over zoon, nu kunnen er een aantal bij.

De boodschappen zijn besteld en die komen ze aan de deur brengen. Ik stof de hometrainer maar vast af. Er ligt gelukkig nog wat werk te wachten, vijf kinderboeken te lezen en een verhaal over de geschiedenis van Nieuwegein te schrijven. Dat breekt de dag. Verder zijn jullie er allemaal om tegen aan te kletsen, dat maakt het wat minder eenzaam. Wat ik heel erg vind, is dat ik het afscheid van de grote kleine man moet missen. Gelukkig heeft men het stukje over hem doorgestuurd naar de familie. Dat verzacht.

Duimen draaien, poetsen, opruimen(de allerlaatste klus) het zal wel lukken. De krant wordt door dochterlief boven in de bus gegooid.

Ik lees het gedicht ‘De Jas van Wim Brands’ en ontdek dat het in een artikel staat van zijn hand in een oud nummer uit 2007 van Het Hollands Maandblad. Hij schrijft daar over zijn ouders, de ruzies die zij altijd hadden en noemt zijn vader ‘De vallende man’, omdat hij aan epilepsie leed en daar nooit voor uit wilde komen. Hij noemde het ‘kwetsen’ dat zijn ouders elkaar aandeden, een vorm van intimiteit, die hij door hen ontdekt had. Op het laatst zweeg zijn vader, hij zei alleen het hoognodige nog en praatte slechts tegen zijn vader, als die hem afsnauwde. Dit beeld wat geschetst werd, zet het gedicht in een ander licht, vooral als je weet dat de vader ongeliefd door het leven ging. Wim Brands, de zoon, merkte op: ‘Om van iemand te houden zal er toch eerst iemand van jou moeten houden’. Zo schrijnend, zo eenzaam ook.

De jas door Wim Brands

Maar eerst is er een oude jas. Nu hangt hij
aan de kapstok, binnenkort wordt hij
verbannen naar het hok.

En eerst is er een avond waarop ik aarzel
naar buiten te gaan. Buiten is het koud.
In gedachten trek ik voor het eerst

die oude jas aan. Ik ben alleen op straat.
Wie had dat durven dromen. Ik kijk
in de ruiten en zie

voor het eerst mijn vader in deze stad lopen.
‘Waar ga je heen?’ ‘Nergens heen.’
‘Dan gaan we dezelfde kant op.’

Het gedicht ‘De Jas’ komt zo in een ander licht te staan en het verbaast me telkens weer en ook weer niet, dat de betekenis van het woord alles te maken heeft met de ervaringswereld en het gevoelsleven. De wetenschap over de verhouding tussen hem en zijn vader en moeder scherpt de zinnen, de woorden. In eerste instantie dacht ik liefde tussen die twee te voelen, maar de herkenning is van een heel andere aard.

Beiden hebben een identieke uitweg uit het leven gekozen. Inderdaad. Ze gingen dezelfde kant op. Indrukwekkend. Er is een film van De jas gemaakt door Véras Fawaz , die uitgezonden werd in de nieuwe boekenserie van de VPRO: ‘Een brommer op zee’. De uitzending was nog wat onwennig, maar zolang er dit soort parels tussen zitten is er voldoende voeding.

In 80 dagen de wereld rond kwam ik uit bij Denemarkenen het kostte me een tijdje voor ik een geschkt vegetarisch gerecht had gevonden. De balletjes zijn derhalve met Vegan gehakt gemaakt. De bieten met cranberrycompote zijn een aanrader. Op papier kwam ik uit bij Michael Ancher.

500 gr vegangehakt/1 middelgroot ei/4 el panko Japans paneermeel/1 tl gemalen nootmuskaat/½ tl gemalen kruidnagel*/1 tl zout/3 el arachideolie/400 g geraspte bietjes/4 el cranberrycompote/300 g/salademix

Breng een pan ruim water aan de kook. Voeg de krieltjes met eventueel zout toe en kook in 13 min. gaar. 2 Maak ondertussen de sjalotten schoon en snijd fijn. Doe de helft van de sjalot met het gehakt, ei, de panko, nootmuskaat, kruidnagel, peper en 1 tl zout in een kom. Kneed goed. 3 Vorm met vochtige handen 16 gehaktballen ter grootte van een golfbal en druk ze een beetje plat (frikadeller). 4 Verhit de olie in de grote koekenpan en bak de ballen in 10 min. op middelhoog vuur gaar. Keer halverwege. Meng ondertussen de bietjes met de cranberrycompote en bestrooi met peper en eventueel zout. 5 Giet voor de aardappelhuts de krieltjes af en stamp met de pureestamper grof samen met de salademix en de rest van de sjalot. Breng op smaak met peper en eventueel zout. 6 Verdeel de frikadeller, aardappelhuts en bietjes over de borden. Lekker met extra cranberrycompote.

Uncategorized

Tot volle wasdom te brengen

Er staat een stok in een van de tuinen vooraan op het complex. Nu staan er wel meer stokken, maar deze heeft een bijzondere toevoeging. Er is een zwarte lap omheen gestrikt. Eronder hangt de tekst van een rouwkaart. Vorige week zondag stond hij nog te spitten in zijn tuin, die hij met liefde en toewijding verzorgde. Veel groenten, waaronder veel Surinaamse soorten en volop bloemen, die uitbundig een idylisch plaatje maakten van het huisje met de grote kas. Woensdag positief getest en vrijdag overleden. Zo snel als een windvlaag.

Op de tuin zijn er een aantal dingen nooit veranderd. Als je er opkwam dan wist je waar iedereen zo’n beetje verscholen zat of mee bezig was. Als je deze buurman niet aantrof op zijn erf, dan was hij bezig in zijn kas. Hij was de constante factor, die mee verhuisde van de oude tuin naar deze nieuwe. Tijd werd zichtbaar in een enkele rimpel erbij, maar de grote brede lach en het aimabele woord bleven altijd hetzelfde. Soms kreeg je een bosje van het een of ander en vaak stond hij voorovergebogen in de aarde te wroeten of zijn bonen te inspecteren. Hij was een echte ‘tuin’man. Het was zijn lust en zijn leven. En nu rijdt hij aanstaande donderdag nog een maal langs om ons afscheid te laten nemen. Het laatste woord is aan de tuin.

Er zijn veel vragen, maar ik stel ze niet. Er is verdriet, diep van binnen, omdat hij nog zo vol van leven was. De twee mannen aan de overkant maken een gebaar van ‘Tsja, zo is het leven. Je kan er niets aan veranderen’. Ze zijn ook aangedaan. Deze twee behoren eveneens tot de vaste kern van deze tuin. Ze zijn de onveranderlijkheid te midden van de seizoenen. Als ik thuis kom, zit er in de mail de brief met de aankondiging en een link met een filmpje van deze trouwe tuinder. Daar vertelt hij liefdevol, lachend en levend over zijn grote passie. En roemt de hulp van zijn vrouw. Hij plant en zij oogst en zo hebben ze het altijd gedaan, jaar en dag. Straks zal de oogst maar mager zijn, maar alles wat groeit en bloeit is een hommage aan deze grote kleine man. De tuin is het monument dat hij eervol verdient.

Zo was het een dubbel gevoel, deze week van slecht-nieuws-berichten. ‘Van het concert des levens krijgt niemand een program’, zei men vroeger. Daar tegenover de uitbundige voorjaarszon, de aanwassende warmte, de bomen in volle bloei. Ik zit op een krukje en splits de scherven die ooit uit de grond zijn gekomen. Grof aardewerk, fijn porselein, witte aardewerken pijpjes met hun stelen. Een werkje van niets, maar troostgevend. De vijg krijgt haar eigen plek in het perk schuin achter het atelier. Eigenlijk is ze te zwaar, maar met moed, beleid en doorzettingsvermogen zwoeg ik haar naar het stekkie, waar de onbeholpen kuil op haar wacht. Twee emmers met slootwater gaan erin en dan de kluit zelf. Ziezo, bloei en groei maar, lieve vijg. Tijd om naar huis te gaan na nog wat streken op een doek.

Het schokkende nieuws over de tuinman hoorde ik een paar tuinen verderop van de drijvende kracht achter de schermen. De andere problemen die gedeeld worden, te hoge bomen, aanloop van nieuw volk op de wachtlijst, verbleken bij dit nieuws. Een zwarte sluier over een mooie dag. Terwijl ik terugloop naar de auto sta ik stil bij de stok met de zwarte lap in zijn tuin en groet de grote kleine man in gedachten, omdat het fijn was om de bescheidenheid en zijn enthousiasme in hem te kennen en hem onverstoorbaar bezig te zien een tuin, het leven, tot volle wasdom te brengen.

In 80 dagen de wereld rond ging naar de Oekraïne. Op papier kwam een impressie van Nikolai Prokopenko en in de kom een mintsoep.

Uncategorized

Als een voile

Op facebook zet vriendinlief een gedicht neer die in de kalender staat bij april en onmiddellijk vul ik, ondanks het bijbehorende plaatje mijn eigen beeld in van uitbottende takken hoog op de stam, waarvan de voet in het woest opspattende zilte water staat, omdat de sappen in de stammen zich ineens herinneren wie ze waren nog voor de bijl hun onheil sloeg. Het gedicht is van Mariet Lems en het heet:

Droom in Zeeland

Stel je voor/dat al die stramme stammen/die in hun tweede leven/strandpaal heten/zich plotseling herinneren/wie ze waren/

doodstil staan en uitlopen

na eeuwen/tussen de duinen en de zee/wuivende groene kruinen, wit/van de stil gewiegde meeuwen/de zee wenken en dan/wie het hardst/ruisen kan.

Hoe het woord voedt.

Ondertussen was het boek ‘Verdriet is het ding met Veren’ van Max Porter mijn leven binnen gegleden en nam in het kielzog Ted Hughes, Sylvia Platt, Connie Palmen en last but nog least Emily Dickinson mee: ‘Hope is a thing with feathers’. Het is een dun, maar indringend relaas van het verdriet van een vader en zijn twee zonen om de te vroeg gestorven vrouw en moeder. Ademloos in een uurtje uitgelezen en het staat op de nominatie om te herlezen en te herlezen en te herlezen tot het verdriet en de verwerking ervan zich meester heeft gemaakt van de meest aardse belevingen. Hij zegt ergens: ‘Het leven weer oppakken, als concept, is iets voor stommelingen, want ieder verstandig mens weet dat rouw een langetermijnproject is. Ik weiger me te overhaasten. Laat niemand het wagen het verdriet dat ons is overkomen te vertragen of versnellen of te helen’.

Het is zo waar, dit. Het gaat over liefde, die in de lucht blijft hangen, zoete lucht om in te ademen, die doordrenkt, aanwast en sterker wordt, naarmate het gemis schrijnend langer duurt. Het moet niet zijn dat rouw een bepaalde periode bestrijkt, maar dat het een vaste plek krijgt om het te omarmen wanneer dat nodig is. Na het zien van een gierzwaluw, een buizerd, een klein wit donsveertje, omdat de pijn er mag zijn, als zoete of zoute pijn, als schrijnen, als verdriet dat schuurt, als berusting en vertrouwen, of als het leven zelf, kabbelend of heftig.

Een ding met veren, kraai, die de nacht als een veer op je kussen legt. Ook dit beeld is zo helder en zo indringend. Verdriet, rouw en liefde wandelen hand in hand en worden afgewisseld met aardse banaliteiten. Ooit vroeg ik mij af hoe mijn relatief jonge kinderen hun vaderverlies zouden dragen, smoorde de angst om hun kwetsbaarheid mijn hart, liet mij praten en hen praten en spookten de gedachten inderdaad als een kwaaie geest door het hoofd. Kraai neemt in het boek de rol van de kracht over en verjaagt alles wat kwaadwillend is, al is hij zelf niet zuinig met het verpakken van geleden leed in een confrontatie. Toch helpt het als je het hoofd stoot en terugvalt om daarna weer op te krabbelen en sterker een nieuwe weg in te slaan.

Iedereen met een nabij verlies zal de intentie van dit boek voelen, zich herkennen in de flarden aan gedachten, ineen storten, de rug rechten, opnieuw de strijd aangaan. Rouw laat zich niet kisten, maar waart rond om een weg te vinden, waarmee te leven valt. Rouw in liefde en met hoop, want wat gebeurt is dat de zwaarte van het verdriet lichter wordt maar onmiskenbaar altijd aanwezig blijft. Omfloerst en teer en daarmee kwetsbaar. Als een voile.

‘In 80 dagen de wereld rond’ gaf een inkijkje in de keuken van de Galapagos-eilanden. In dit visrijke gebied was het geen sinecure om een vegetarische gerecht te vinden. Niet makkelijk te maken, iets wat ik wel probeerde na een dag op de tuin. Op papier: Een impressie naar Perryart. Op het bord: Llapingachos

Uncategorized

Lang leve de herinneringen

De eerste keer dat ik vanuit een citaat uit de vijf dagboeken van onze moeder begon te schrijven was in de maand april 2011. Vandaag is het precies 31 jaar geleden, dat ze onverwacht uit ons leven verdween.

De allereerste blog in deze serie begon zo:

26 april 2011: Dit blog schrijf ik naar aanleiding van de dagboeken van mijn moeder. Die ben ik aan het uitschrijven voor de hele familie, zodat alle nichten en neven een beeld krijgen van de tijd, waarin hun vaders en moeders nog kinderen waren. Elke dag heb ik een titel gegeven, die voorkomt uit het stuk wat ze heeft geschreven op de datum van het betreffende jaar en die opvallend is. Opvallend, omdat de titels lekker ouderwets klinken of omdat ze een bepaalde sfeer weergeven, opvallend ook omdat het mooie klankvolle woorden zijn of hout snijden. Soms met humor en soms met een traan. Het leven dus.

Ik begin bij De glazen vaat om vanaf dat moment bij inspiratie aan zo’n titel mijn persoonlijke mening of beleving te koppelen:

Op Woensdag 5 februari schreef mijn moeder in haar dagboek: ‘(…) Pa om 9 uur, ‘Heb je koffie’. ‘Als je zo gaat lopen, zet ik ze’. ‘Ik wordt toch gehaald?’. ‘Nee, ’t is woensdag’. Dat hadden we gisteravond nog uitgelegd, maar hij is het toch snel weer vergeten. De glazen vaat, 2 wassen, de glazen en de kopjeskast weer op  orde. Spul in de kelder. Bietjes uit de vries, 1 hamlapje ook. Ton kwam de map halen.(…)’

Een doorschijnende vaat, denk ik dan. Prachtige wijnglazen met een verschraald beetje vin blanc, die de eerste zonnestralen vangen op het aanrechtblad, een gebroken regenboog tot gevolg. De glazen slakom, waar nog een gelig ijsbergslablaadje als een gedrapeerde rok aan de wand zit gekleefd, de robuuste limonadeglazen van zoonlief, die het ook heel goed zouden doen als bloemenvaas pur sang. Ze staan op het keukenblad aan de linkerkant te wachten tot ik een aanval van werklust krijg en ze al mijmerend en filosoferend af zal wassen en na zal spoelen om daarna alles voorzichtig glanzend droog te wrijven met een verse schone theedoek.  De vaat als beleving, als moment en als meditatie. Het rustpunt in de hectiek van het dagelijks bestaan, dat is dit werk voor mij. De handen in het warme water, het hoofd deels bij de handeling en deels dromend ver weg. Dat zou op dit ogenblik mijn glazen vaat zijn.

Een hele andere, dan die glazen vaat van mijn moeder in 1986. Dat waren de hoge dunne limonade glazen, de borrel-en de  advocaatglaasjes, waarin de lepeltjes nog staan met een geelwit randje van de slagroom, de smalle hoge wijnglazen, waarin de pepsels hebben gezeten, de arcopal theeglazen met bolle buikjes, niet kapot te krijgen….en waarschijnlijk ook wat bierglazen met een of andere opdruk, omdat die geschonken waren bij de aanschaf van het een of andere artikel of gewonnen tijdens de bingoavonden van de voetbalclub DSO. De lepeltjes in de advocaatglaasjes, waar de tantes genietend en smakkend de laatste restjes uit konden schrapen. Dezelfde room waar wij stiekem van te voren in de keuken al een vinger langs hadden gehaald, waren van een ragfijn zwarterig zilver, ongepoetst uit de doos van oma, of van Silmeta, het zilver voor de armen.

De glazen vaat in wording

Deze vaat werd vaak zingend gedaan vroeger, twee of driestemmig. Het repertoire bestond uit ‘Het karretje op de zandweg reed en ‘In het groene dal, in ’t stille dal’ en als we heel goed geluimd waren, kwam daar nog het ‘Piu non si trovano’ achteraan. Ja, de vaat, de glazen vaat maar ook al die andere vaten leverden mooie herinneringen op, ondanks dat het wel eens afzien was, een vaat van dertien personen met de de nodige potten en pannen. Het was in ieder geval hét moment om de woordenwisselingen te beslechten en de zangtechnieken adequaat bij te schaven!

Voor mij geen bonkende en zwoegende afwasmachine, maar gewoon, handwerk, met aandacht en liefde, een eerlijke arbeid en daardoor een langzaam uitstervende bezigheid. Lang leve de vaat en lang leve de herinneringen.

In de rubriek: In 80 dagen de wereld rond vertoefde ik in Irian Jaya. Op papier een impressie van Johanna Syufi met haar kind op de arm bij de kliniek in Senopi, West Papoea, op het bord Urap Urap

Uncategorized

Betekenis kent geen dik of dun

De hoogste tijd om mijn zussen weer te zien en te spreken, de jongste is nog altijd niet met pensioen en moet het, spijtig genoeg, af laten weten. ‘Je hebt martelaren en apostelen’, hield onze moeder ons vroeger voor. Dit was er een duidelijk staaltje van. Amersfoort zonder het winkelgebied bleek een uitverkoren stad en als je bij de Koppelpoort begon, was je verzekerd van een stukje middeleeuws Amersfoort met hier en daar moderne accenten.

We trapten af met een broodje oude kaas bij een ambachtelijke bakker en koffie to go. In het zonnetje, tegenover het Flehitemuseum op een bankje was het heerlijk genieten, uitzicht op de twee lichtgroene treurwilgen die de aanblik van het museum, met een zwaarmoedig zwart blok van Armando ervoor en het vriendelijke wijkje erachter, vrolijk opfleurden. De poort stond er eenzaam en gesloten bij, net als het museum zelf.

Die morgen had vriendinlief op Facebook het toevallig over de Koppelpoort gehad, omdat daar de Volmolen was gehuisvest. Een ouderwetse katoendrukkerij. Bij het langslopen ontdekten we een etalage waarachter een vrouw in kwestie bezig was met het printen middels de stempels. Hoe kwam ik aan die mazzel en wat zou een mens er weer graag onbezorgd naar binnen willen lopen om al het moois van dichtbij te zien. ‘Van de zomer beginnen de workshops weer’, lonkte het opschrift bij het raam.

Terwijl de zussen er de pas in hadden en ik als altijd er wat achteraan kwam, wees zuslief op de wilde kardinaalsmuts en het lenteklokje en verbaasde ik me over het feit dat ik ze niet echt kende. Het wandelen ging goed, de knie hield zich steeds beter, maar omdat het hochie op en hochie af was, hoorde ik het amechtig raspen daarbinnen. ‘Wen d’r maar an’.

Tussen al het oud flitsten de gedachten telkens naar het slechte nieuws van die ochtend. Een geliefd mens waar ik al mijn hele leven mee oploop, we zien elkaar bij vlagen, zussen in zinsverband, heeft te horen gekregen dat er sprake is van kanker met ernstige uitzaaiingen. Wat een half jaar geleden was begonnen met een zeurderige pijn in de buik, had zich als een razende ontpopt tot iets van onbegrijpelijke omvang. Er rest nog een chemo om tijd te rekken, maar dat is het dan. Waarmee alles weer in perspectief werd getrokken. Er bestaat naast corona nog altijd al dat andere verdriet. Droeve onwenselijk ontwikkelingen en de manier waarop ook onmenselijk.

Het is de natuur die afleidt, een plantenbak, een plaatje aan de muur een torenspits met een gouden zeilboot als windvaan en natuurlijk het lieve gezelschap van mijn bloedeigen zussen. Amersfoort is een aanrader en zolang je buiten het winkelgebied loopt, heerst er rust, hier en daar een wandelaar, wat mensen op een bank en wat alleengangers met een hond.

Vanmorgen kwam ik door de krant op het spoor van het boek ‘Grief is that thing with feathers’ van Max Porter. Het is vertaald als ‘Verdriet is het ding met veren’. Het moest natuurlijk zo zijn, bij dit nieuwe verdriet. Porter schreef een boek over een vader en twee zoontjes die hun vrouw en moeder verliezen en hun rouw verwerken met behulp van een reusachtige pratende kraai. Er wordt een theaterbewerking van gemaakt, maar ik wilde niet verder lezen, want ik heb het boekje onmiddellijk besteld. Eerst blanco erin om te ontdekken hoe het mij raakt en daarna pas het interview, dat ik angstvallig zal bewaren tot de tijd rijp is. Een van de uitgelichtte zinnen: ‘Dood maakt wakker’ en ‘Het boek gaat door merg en been, maar er schuilt zo’n wáár hart in. Dan kan je niet anders dan meer te willen weten over de indringende inhoud van dit boek.

Het krijgt voorrang op het boeiende boek ‘Het gewicht van de woorden’ van Pascal Mercier. Dat is oneindig veel dikker. Maar gewicht hoeft niet perse meer toe te voegen aan de gewichtigheid. Soms is één zin al voldoende. Betekenis kent geen dik of dun.

In de rubriek in 80 dagen de wereld rond kwam ik uit bij Finland. Een snelle en simpele maaltijd na een lange wandeling van ruim 5 km. Op papier Silia Selonen en op het bord Uunifetapasta.

  • 200 gram feta
  • 300 gram pasta naar keuze
  • 400 gram kleine, lekkere tomaten ik gebruikte tommies
  • 3 tenen knoflook, fijngehakt
  • 1 sjalot, in reepjes
  • 1 eetlepel chilivlokken
  • 2 eetlepels gedroogde oregano ik kneus de oregano altijd tussen mijn vingers voordat ik het toevoeg. Zo geeft het meer smaak af
  • 2 eetlepels goede extra vierge olijfolie
  • Handvol verse basilicum al dan niet grof gesneden

Verwarm de oven voor op 180 graden hetelucht of 200 graden convectie.Meng de tomaten met de knoflook, sjalot, een eetlepel gekneusde oregano, een eetlepel olijfolie en wat peper en zout in een ovenschaal. Leg de plak feta midden in de ovenschaal tussen de tomaten en besprenkel met de rest van de olijfolie, oregano, chilivlokken en versgemalen peper.Bak 25 minuten in de oven. Kook ondertussen de pasta gaar.Roer de schaal met feta en tomaten door. Meng daar de pasta doorheen. Maak af met de basilicum en serveer direct.

Uncategorized

De natuur pakt uit

Wat een heerlijke zonnige dag was het. Het werd tijd om de uitbottende lente onder de loep te leggen. Dat kwam goed uit, want voor mijn Bulgaarse verkenningstocht van deze dag, moest ik een stevig brood hebben. Iedereen die in de omgeving van Utrecht woont, weet dat je dan in de Veldkeuken moet zijn. Nu ik toch in Amelisweerd was, kon ik gelijk volop genieten van een wandeltochtje. De kou was uit de lucht door de kracht van de zon, die haar uiterste best deed om het lentegroen pracht en glorie te geven.

Bij het parkeren van de auto scharrelde mevrouw merel bij de brandnetels in de grond. Ze krabde met haar poten tussen de aarde, maar koos toch eieren voor haar geld, toen ik uitstapte. Op haar gemak hipte ze onder de heg door naar de andere kant. Een fiere pinksterblom stond al volop in bloei.

Het klaphek deed zijn naam eer aan. Een veld vol jonge zuring verwelkomde deze eenzame wandelaar. In mijn hoofd zong het lied ‘Hier is dan de fiere pinksterblom’ in de uitvoering van Herman van Veen. Het landschap ontrolde zich en liet overal het voorjaar toe. In de grassen en tussen de halmen nog meer pinksterbloemen.

Het geel van het bloeiende speenkruid tegen een decor van fris groen en de blauwe lucht, waarin de wolken als grote onbemande schepen langs trokken beloofde een mooie tocht. Hooguit twee wandelaars passeerden, dan weken we van het kippenpaadje af en struinden door het gras.

Zo ging het richting Rhijnauwen, waar ik de weg terug naar Amelisweerd zou nemen langs de Kromme Rijn, doorgaans in deze tijd druk bezocht, maar alles wat er aan volk was bleef hangen bij de uitspanningen waar koffie to go te halen viel. Overal waar maar enigzins neer te strijken viel, zaten mensen tot op de trappen van het bordes bij de jeugdherberg toe.

In de kilte van de poort lonkte de warmte. De hoge oude bomen van het bos vingen elk geluid af en er heerste een gewijde stilte, met enkel het gekwinkeleer van drukdoende vogels, die zich verscholen achter takken en in bosschages. De bomen strooiden kwistig met hun lentetooi, de krentenboompjes zetten hun beste beentje voor, maar de wilde prunussen pronkten uitbundiger met een waterval aan witte bloesem.

De Kromme Rijn weerspiegelde de bomen in het door de lucht blauw/groen getinte water. Aan de tafels in de groenweide zaten hier en daar een stel mensen wat te praten, te lunchen of ze hieven de bleke winterwangen naar de zon. Twee grote wilde ganzen zwommen statig rond en hadden het rijk alleen.

De bomen fluisterden oude sprookjes. Bij de boerderij stonden de koeien nog op stal, terwijl ze af en toe verlangend de kop naar de toegang hieven om wat zuurstof te snuiven. Ze schoven wat heen en weer en rammelden met hun kettingen. Ook bij hen klopte het voorjaar aan.

Rond de veldkeuken was er volop bedrijvigheid. De winkel zat nu in de andere vleugel omdat op die manier een vrije doorgang gewaarborgd was. Wachten in de hal en meeschuiven om met een heerlijke zuurdesem Levain het pand door de buitendeur te verlaten. In de statige oprijlaan tuurde ik, tot de nek stijf was, naar de woonstee van de kauwen, die ik daar wist te zitten. Ze waren wel in de buurt ervan, maar zaten nog niet in de holen. Bij de auto zat echtpaar Merel nog steeds. Pa trok zich snel terug op de haag, maar het vrouwtje liet zich niet storen door mijn aanwezigheid. Ze had net een dikke worm te pakken en liet die voor geen prijs schieten. Ergens ontpopten de dikke knoppen van de kastanje hun blad. Lente in het kwadraat. De natuur pakt uit.

In 80 dagen de wereld rond toog ik naar Bulgarije en omdat het de dag van bos en bomen was kwam op papier: De bomen van Yordan Katzamunski

en in de kom en op het bord: Mish mash met Shopska salade en zuurdesembrood van de Veldkeuken: Levain bruin zonnepit.

Uncategorized

De schoonheid van vergane glorie

In de krant van gisteren sprak men in een interview over de Haagse stolp en onmiddellijk werd in mijn geheugen de lade opengetrokken met sacrale herinneringen. Het was zondagmiddag. Zoals altijd gingen we, als Salesianen van Don Bosco, ons bijelkaar gebedelde geld brengen bij Vrouw Bauhaus. Ze woonde in de sterrenhof vlak achter de statige singel en droeg uit wat een vroom Begijntje in die dagen gestalte had kunnen geven.

In een wolk van kamfer was ze helemaal in het zwart gekleed, zwarte jurk, zwarte kousen, zwarte schoenen, om de hooggesloten japon een zilveren ketting met het vrome kruisje, het lange grijze haar strak naar achteren gekamd en met een pin in een nietig knotje vastgezet. Daar bovenop rustte het zwarte hoedje, ook vastgespiesd met zo’n ijzeren speld. Ze ontving ons met een glimlach, die haar ronde rode appelwangen deed bollen en haar krakende stem deed niet onder voor die van Paulus de boskabouter, die ik mijn eerste lange levensjaren veelvuldig had horen krassen en piepen. God zij geloofd en geprezen. Een uitdrukking die later tot mijn gevleugelde algemeenheden zou gaan behoren.

Haar kleine huisje was perfect gemaakt voor haar nietige gestalte, ze was even groot als ik met mijn acht jaren. Ze had zich omringd met allerhande religieuse parafernalia. Het rook er naar boenwas, zilverpoets en die doordringende kamfer mottenballen. Haar kabinet kraakte net zo als haar stem. Op de kast stond een grote glazen stolp. Daar woonde, in mijn optiek, een deerniswekkend heilig hart, de ogen ten hemel geslagen en de vinger wijzend naar de gekliefde borst waar zijn rode hart zicn bevond. Bij het zien van deze meelijwekkende beeltenis schoten onmiddellijk de woorden: ‘O Heer om onze zonden, gekruisigd en vermoord…’ door mijn hoofd. De rest van de tekst werd bij het meezingen gesmoord in allerlei verbasteringen van weinig eerbiedige aard, omdat het ondoenlijk was om er als achtjarige een touw aan te knopen.

Geen idee, maar gekruisigd en vermoord was zoiets als de dreiging die uitging van de dievenbende van de zwarte Hand in Pietje Bell. Verder was er geen chocola van te maken. Het zorgde wel voor een wat weifelende waarheid van de herinnering. Doorgaans is het een uitbundig hart met veel gouden straling en allerminst een bloedig tafereel. Vrouw Bauhaus telde het muntgeld uit de bussen en in een enkel geval viel er zelfs een briefje uit.. Don Bosco keek tevreden op ons neer en nadat alles was opgeschreven in grote krulletters met de vulpen in het kasboekschriftje met de bruine kaft, gingen we weer.

Toen ik later in mijn eigen huis woonde, een oerwoud aan planten, macramé, gehaakte gordijnen en kurk tegen de wanden stond er een soort glazen stolp in de keuken, maar dan omgekeerd en gevuld met eieren naast een draadstalen eiermandje. Zo kreeg alles een hernieuwde betekenis. Bij sommige kennissen werd de stolp gebruik om droogbloemen stofvrij op te bergen en tegenwoordig passen er ter opluistering de ledlampjes in of een overgebleven Mariabeeld van lang geleden met een knipoog naar vroeger.

Onder de Haagse glazen stolp houden politici en journalisten elkaar vast in een innige omhelzing. In het interview stellen vier jonge politieke journalisten nauwkeurig de barsten vast en concluderen dat de woordvoerders de poortwachters vormen tot de toegang in de glazen stolp. Bij die woordspeling grinnikt het van binnen. Ooit had ik een bol van craquelé glas en de lichtjes daarin hadden een wonderschoon effect op de witte muur erachter. De schoonheid van vergane glorie

In de reis om de werreld in 80 dagen toog ik naar Tibet. Op papier: Tashi Norba en in de kom: Thukpa een vegetarische Tibetaanse noedelsoep.

Uncategorized

Voor of achter de schermen

In de krant van gisteren sprak een oud-leerkracht over schaduwkinderen. Hij doelde daarmee op kinderen, die niet perse een rol willen hebben in de eindmusical, of op het podium willen staan bij een weeksluiting. Kinderen, die niet voor het voetlicht willen treden maar liever, verscholen, hun steentje bijdragen. De laatste tien jaar van zijn loopbaan kregen deze schaduwkinderen de plek die ze nodig hadden om op een eigen manier te gedijen. Hij sprak met een oud-leerling die hem jaren na diens eindmusical, vertelde, dat hij er niets aan had gevonden en wel meedeed, omdat iedereen meedeed en hij geen spelbreker wilde zijn. Door dat verhaal besefte de docent dat je bescheiden kinderen ook hun bescheidenheid moest gunnen.

In de onderbouw gaat dat vanzelf. Als een kind ergens geen vreugde aan beleeft, dan wil het niet en doet het vaak ook niet. Er waren kinderen die met geen tien stokken het podium op te krijgen waren en dus hoefden ze ook nooit. Maar stiekem verzon ik wel manieren, waarbij ze de lol van dat dramaspel zouden zien en de angst voor het publiek zou wegebben.

Oefenen achter de poppenkast

In een van mijn groepen zat zo’n ‘bescheiden’ meisje. Als ze in de kring aan het woord was, dan kwam het er bijna fluisterend uit. Mee op het podium, of dat nu met z’n allen was voor een lied of alleen, wilde ze onder geen beding. Tot we een televisie hadden ontworpen bij het project communicatie en zij daar hard aan had gewerkt. Er moest verf op een grote kartonnen doos, twee sleuven aan weerskanten en een lange rol papier waarop de beelden werden getekend. Het was zo’n ouderwets gezellig leerzaam werk waarbij de betrokkenheid groot was. Ze had er lol in en verzon steeds meer bij het verhaal. Tot ik aan haar vroeg of ze het bij de weeksluiting aan de andere groepen wilde laten zien. Ze deinsde letterlijk achteruit. Nee dus, maar ik had expres een hele grote doos gekozen, een televisie van formaat. Daar paste ze zelf in, verscholen achter het papier, dat door twee anderen door de sleuven werd getrokken. Het was het ei van columbus. Dat kleine, bescheiden en verlegen meisje ontpopte zich als een ware vertelster, zolang ze maar niet in beeld was. Met de microfoon in de kast achter het papier gaf ze haar verhaal door. Luid en duidelijk. De primeur van iets wat als een rode draad door haar schoolleven heen liep en waarbij de angst voor presentaties en voorstellingen langzaam maar zeker verdween.

Allemaal op het podium

Dus ja, gun kinderen hun verlegenheid en bescheidenheid, maar let goed op of het door angst gestuurd is of niet. Met de juiste middelen is angst te overwinnen, is het net dat duwtje in de rug, dat een mens soms nodig heeft om ergens toe te komen. Het was een mooie leerzame ervaring voor ons beiden.

Jong geleerd, oud gedaan

Zoonlief was ook geen podiumbeest, maar technisch heel slim en hij wist al gauw het paneel van het licht en geluid te bedienen. Hij snapte de mengtafel beter dan menig leerkracht. Ook hij groeide, door zijn ding te mogen doen. Te kijken of de microfoon het deed, de lampen goed stonden en, zich bewust van de belangrijke functie, liep hij zelfverzekerd rond. Ook óp het podium om de dingen te checken of om in te grijpen als het tijdens de voorstelling mis ging.

kastelen zijn ook fijn om achter te schuilen op een podium

We hadden voor de kinderen met podiumangst de ‘werken van de week’ verzonnen, die ze konden laten zien, al dan niet erachter verscholen en altijd met een vrolijk of ingetogen muziekje eronder. Ieder op een eigen manier, heel snel en ‘zoef’ eraf als je het eng vond, of tergend langzaam als je eens goed in de schijnwerpers wilde staan. Een uitstekend idee om vanaf de onderbouw te helpen met het overwinnen van podiumvrees. Spreek-en boekenbeurten zijn dan ook lang zo griezelig niet meer en als het eindelijk tijd is voor de eindmusical respecteren ze elkaars speciale kwaliteiten en mag iedereen zichzelf zijn. Voor of achter de schermen.

in 80 dagen de wereld rond ging ik naar Algerije. Op papier een impressie van Sadek Lamri en op het bord: Couscous met gestoofde groentenschotel.

Bereidt de couscous zoals op het pak staat aangegeven.Ik had de gekruide couscous met rozijnen, erg lekker.

Gestoofde groentenschotel: 2 witte uien, grof gesnipperd, 2 knoflookteentjes, fijngesnipperd, 1EL gemberpoeder, 1TL kaneel, 1TL korianderzaadjes (ketoembar), 1TL kurkuma, 500ml groentenbouillon, 1 winterpeen, geschrapt/geschild, door de lengte in zes parten en dan in repen van ca. 5cm lengte (of geschrapte bospeen in de lengte gehalveerd), 1 courgette, in kwarten en dan in repen van ca. 5cm lengte, 1 halve pompoen in grove stukken,1 klein blikje kikkererwten of linzen, olijfolie en/of boter om in te bakken.

Gebruik liefst een gietijzeren pan met dikke bodem. Fruit ui en knoflook in de olie Schep regelmatig om. Voeg de kruiden toe. Voeg gemberpoeder, kaneelpoeder, korianderzaad (ketoembar), kurkuma en harissa toe. Giet de bouillon bij de groenten eerst de reepjes wortel toe en kook 5 minuten mee. Dan de pompoen, Voeg dan de courgette toe en kook ook 5 minuten mee. Verwarm op het laatst de kikkererwten nog kort mee.Breng op smaak met zout en peper.

Uncategorized

Dat tastbare van het gevoel

Bij sterren op het doek afgelopen zaterdag schoof Dieuwertje Blok aan. Heerlijke spring-in-het-veld om te zien, zoals altijd. Natuurlijk ouder geworden dan in de tijd dat mijn kinderen nog klein waren en later bij het sinterklaasjournaal, maar nog even sprankelende en jeugdige ogen. Wat ze graag zou willen herkennen in de portretten, was de vraag van Eus. ‘De essentie en ook interessant wat de ander in jou ziet en dan niet alleen aan de buitenkant’. Wat die essentie was, wilde Eus weten en er vielen stiltes, zelfs een hele lange stilte. Ze kwam er niet echt uit en ten leste toch wel. Warm, optimistisch, zacht.

Door Dirk Bal

Ik dacht bij mezelf en misschien heb ik het mis: Dat is hoe je wilt overkomen. Je buitenmens. Maar is dat ook je binnenmens. Diep van binnen, de kern. Als ik mezelf naga, dan is de binnenmens ook verweven met de buitenmens maar ergens, heel diep, zit de kern van mijn persoonlijkheid, die niet snel naar buiten komt. Ik moet er wel bij zeggen, dat het makkelijker wordt om de twee samen te voegen en voor het voetlicht te brengen, naarmate ik ouder word. Mijn blog elke dag kenmerkt zich nu door veel binnenmens. Is dat bij anderen ook zo. Wanneer ben je buitenkant en wanneer keer je in.

door Robin van Leijsen

Eus had dat ook door en bleef vissen. Het was een wonderlijk, maar boeiend, gesprek. Niet zo vreemd dat de portretten die het opleverde, heel verschillend waren. Natuurlijk omdat de stijl en techniek van de kunstenaars zelf sterk verschilden, maar vooral wat er aan karakter naar boven kwam. Ergens antwoordde ze dat de ogen toch wel het allerbelangrijkst waren. Ogen spiegelen de ziel. Toch koos ze tenslotte voor het portret met de dichte ogen. Voor mij symboliseerde dat doek een Dieuwertje die niet publiekelijk bezig was, maar haar binnenmens bezocht. Ingetogen en vredig.

Door Anne-Rixt Kuik

Herkenbaar was het zich verweven voelen met haar moeder, waar ze veel bewondering voor had. Een zachte en optimistische aard vol humor. Dat zie je terug in Dieuwertje zelf. Als je ten dienste staat van het publiek, dan denken mensen je te kennen en dat is ook hetgeen ze het moeilijkst te accepteren vond. Het ouder worden zorgde er tot haar grote vreugde voor dat ze ‘meisje’-af is. Dat ze meer wordt gezien, als wie ze is. In ieder geval mijmerstof genoeg. Waar een programma al niet toe kan leiden.

Zaterdag vroeg dochterlief wat het eerste zou zijn, dat ik ging doen, als ik gevaccineerd was. Jullie plat knuffelen, wist ik onmiddellijk. De formele drie luchtkussen bij wijze van begroeting mogen, wat mij betreft, voorgoed achterwege blijven, maar mijn eigen kroost in de armen sluiten, weer tegen elkaar aangeleund op de bank kunnen zitten, om elkaars nek hangen. Dat is wat ik dan weer teruggewonnen heb en hetgeen ik het meeste miste, net als met de hele bubs naar het strand kunnen gaan, of gezellig bij elkaar eten. Als alleengaande, al woont zoonlief nog hier, is de fysieke kou voelbaar als dat ontbreekt en ook al sturen we hartsberichten naar elkaar in blikken, met woorden of kleine attenties en is de wetenschap er geliefd te worden, dan nog weegt het niet op tegen de warmte van samenzijn, zoals het er altijd geweest is.

Het sluit ook aan bij mijn tekening van de dag voor het thema ‘In 80 dagen de wereld rond’, waarbij de reis naar Chili ging. De Chileense Catalina Bauer heeft een serie tekeningen gemaakt onder de noemer ‘Two lines twining a soul’. Een van die houtskooltekeningen, door mij met fineliner en aquarel nagetekend, zijn twee vrouwen die de armen hoog geheven hebben, gespiegeld aan elkaar, waarbij de handen tussen hen in worden vastgehouden en daarbij gearceerd als vleugels. ‘Twining a soul’. Wat een prachtig beeld. Twee mensen verweven en verheven tot één ziel. Precies wat mist. Dat tastbare van het gevoel.

Het gerecht was Porotos Granados

2 el olie/1 ui/2 tenen knoflook/1 theelepel gerookt chilipoeder of pikant paprikapoeder/1,5 kilo veenbesbonen (verse bonen, dat is ongeveer 400 gr uit blik), ik heb witte bonen uit blik gebruikt/2 maiskolven (vers, dus ongeveer 300 gr uit blik)/250 gr pompoen/1 handje basilicum/1 bouillonblokje (groente)1 theelepel komijn/snufje peper en bouillon

Dop de boontjes. Als je blik gebruikt, zet dan eerst alleen de pompoen op. Verwijder de schil van de pompoen en snijd het vruchtvlees in blokjes van ongeveer 1 x 1 cm. Doe de bonen en pompoen in een pan met dikke bodem en voeg kokend water toe tot alles net onder water staat. Doe er het bouillonblokje bij en laat een half uurtje pruttelen. De Chilenen maken soms gebruik van bouillon, maar meestal gewoon van water. Snipper een uitje en zet een koekenpan met olie op het vuur. Knijp de teen knoflook uit in de pan en fruit deze samen met het uitje. Snijd 1/3 van de basilicum fijn en voeg dit toe aan de ui. Voeg daarna de overige kruiden toe, zoals het chilipoeder, de komijn, een snufje peper en eventueel zout. Laat dit 5 minuutjes fruiten en roer regelmatig om, zodat het niet aanbakt. Maak de maiskolven schoon. Pluk de bladeren en sliertjes eraf en snijd de korrels los van de kolf door met een mes strak langs de kolf te snijden. Als je halfuur voorbij is, dan voeg je de mais toe aan de bonensoep. Roer even goed door, zodat de pompoen uit elkaar valt en het een soort pompoensoep met bonen en mais wordt. Voeg tot slot het uienmengsel toe, waardoor het geheel een mooie geel-oranje kleur krijgt en een stevige smaak. Proef of je nog wat extra kruiden of juist wat extra water moet toevoegen. Que aproveche

Uncategorized

Een natte zaterdagmiddag

Met moed, beleid en trouw riep ik te pas en te onpas als we iets gingen aanpakken op school. Gevleugelde woorden die als een rode draad door het leven liepen. Net als de uitdrukking: ‘Een engel van goedheid en vreugde’, iets wat ik iedereen toedichtte, die zijn of haar steen had bijgedragen aan de goede sfeer voor de groep, zichzelf had weggecijferd of een belangrijke ontwikkeling in gang had gezet. ‘Moed‘, zo vertelt Anna Deems in de laatste Zin mij, ‘is als een spier: Door te oefenen met dapperheid worden we moediger’. Helden zijn vaak dichterbij dan je denkt en zelf denk ik ook dat we stiekem allemaal een beetje held in ons hebben. De een wat meer dan de ander, maar toch. Herman van Veen zong ‘Echte helden zie je zelden’, waarbij hij doelde op het feit dat mensen vaak alleen maar toekijken als er iets ergs gebeurt.

Toch hebben veranderingen mensen daar een andere weg in laten slaan. Passief toekijken heeft veelal met onmacht of onkunde te maken. Ik zie wel wat in die training van dapper zijn. Door daden te verrichten die verder gaan dan je eigen grenzen is ieder voor zichzelf én die ander op dat moment een held. Een van de tips is: Ga voor ‘klein maar fijn’. Het zit in een kaartje, een glimlach, een herkenning in die ander. Ook kinderen zijn hun eigen helden. Hoe vaak we niet juichend en klappend met de hele groep bij het ontwerp van het een of ander hebben gestaan, wat steevast een glimlach van oor tot oor opleverde en meters aan persoonlijke groei. In dat geval waren we allemaal een held. Of je je nu inzet met gevaar voor eigen leven of door op te schikken en plaats te maken, heldendom kent geen gradaties. Het zijn allemaal mijlpalen, groot en klein. Met elke handeling oefen je en oefening baart kunst.

Iets verderop in de zin staat nog een column van de schrijver en journalist Henk van Straten over lef. Hij neemt daarin zijn eigen heldendomflink op de korrel. Zijn armen zien er heldhaftig en stoer uit, gespierd en overdekt met tatoeages tot in zijn nek. Hij doet aan krachttraining en heeft vroeger gebokst en gekickbokst. Maar, verklapt hij snel, die blufpoker met het uiterlijk is essentieel, want als dat niet werkt ten tijde van dreiging dan heb je verder niets aan Henk. Misschien is ie dan wel gevlucht met de staart tussen zijn benen. Het leuke is dat zijn vrolijke gezicht inderdaad zachtheid uitstraalt, twinkel in de ogen, wat ineengedoken houding, maar wel die stoere kenmerken heeft. Hij hoopt vurig dat hij in geval van nood de kreet ‘death before dishonour’ in zijn blazoen heeft staan, maar of dat zo is, weet hij echt niet. De uiterlijke kenmerken waren vooral een kwestie van identiteit en niet van lef. Een staaltje van dergelijke blufpoker is het lied van Klein Orkest: Leugenaar.

Het broeit weer in het hoofd. Een nieuw thema voor ons nieuwe blad Mensenkinderen en het nieuwe verhaal voor de Tijdwijzer van de Historische kring. Dus werken de grijze hersencellen op volle toeren. Dat leverde de tweede gebroken nacht op rij op, maar het is niet erg. Tijd genoeg om iets in te halen. Wat kom ik toch prachtige kinderliteratuur tegen. Ik heb al vier boeken op het oog voor de recensies.

Dochterlief ben ik gisteren een bosje bloemen gaan brengen om haar mooie prestatie te vieren. Haar sponsors zullen trots op haar zijn. Ik brak in, midden in het chocoladetaart maken samen met de kleine filosoof. Zijn gesmul van het beslag, bracht zoete herinneringen aan twee kleine meisjes met ieder een deegklopper in de hand om die boven het aanrecht schoon te likken in de keuken met de rode hartjes. Thee en gemijmer op een natte zaterdagmiddag.

In 80 dagen de wereld rond ging de reis naar Griekenland.

Op papier kwam een Griekse met een Amfora in haar hand en op het bord de heerlijke Spanakopita, een spinazietaart in filodeeg.

10 vellen filodeeg/ 800 gr verse spinazie/ 300 gr feta’/ 3 eieren/ 2 tenen knoflook/ 1 ui/ snuf tijm/ Snuf dille/ snuf peper en zout/ Boter om te bestrijken/ 1 eetlepel olie

Bereiding: Laat het filodeeg ontdooien in de verpakking of onder een iets vochtige doek. Verwarm ondertussen de oven op 180 graden. Snipper de ui en knoflook. Verhit de olie in een grote pan en fruit de ui en knoflook 3 minuten. Voeg de spinazie toe en laat slinken. Doe het spinazie mengsel in een vergiet en druk zo veel mogelijk vocht er uit. Klop de eieren los in een grote kom. Brokkel de feta erbij en klop er door. Schep de uitgelekte spinazie er door. Breng het mengsel op smaak met tijm, dille, peper en eventueel een klein beetje zout (let op de feta is ook al zout). 30/35 minuten in de oven tot hij goudbruin is. καλή όρεξη (kalí órexi).

Uncategorized

Op de juiste plek

Klaarwakker had het hoofd besloten, maar het was pas drie uur. Dan maar eerst een puzzeltje, slaapverwekkend als je teveel woorden tegenkwam die je niet kon oplossen, een kijkje op internet, het boek Zuurstofschuld uitlezen, nog een artikel, weer een puzzeltje. Dan toch maar weer opkrullen en de ogen dicht. Als het hoofd haar eigen leven gaat leiden, is voor mij het hek van de dam. Dan past ze niet meer in het door mij vurig gewenste kader, waardoor ik vervolgens al die nachtelijke sluiproutes bewandel om haar weer te sussen. En het is geen volle maan. Eindelijk, na een grote kop koffie, belandde ik tegen een uur of vijf in de wonderlijke wereld van de droom om alleen flarden te onthouden.

Daarna volgde het restant van de film Romy’s kapsalon, waarbij sommige situaties zo goed voor te stellen waren en andere weer te weinig uitgediept. Maar de onrust en de verbazing over de oma, die beginnende Alzheimer heeft en dat ontdekt en de snelheid waarmee het herkenbare leven weggeëbd is op zich al voldoende om te boeien. De woede vooral als je het gevoel hebt dat anderen jouw leven willen sturen en je zelf de grip verliest. Daarbij glij ik als vanzelfsprekend terug in de tijd naar de jaren waarop mijn vader zijn zelfstandigheid met de dag afkalfde, maar heel traag. Alles bij elkaar heeft het wel 11 jaar geduurd totdat de geest het opgaf. De enige hoop die hij na een aantal hersenbloedingen nog had, was dat hij weer zou kunnen autorijden. De auto stond in de parkeerhaven aan de overkant van de straat, met duidelijk zicht erop vanuit zijn stoel voor het raam. Het verlangen streelde zijn wil extra en daarmee de opstandigheid. Het lopen ging al niet goed, laat staan die onbereikbare vrijheid van een ritje in de auto. Het verzet vertaalde zich in narrigheid en zo hield hij ook mijn moeder gevangen in dwingende afgepaste tijden, de laatste reddingsboei voor de totale chaos in het hoofd. Onafhankelijk zijn betekent totale vrijheid.

Dochterlief is tien kilometer gesponsord aan het lopen voor de hartstichting. Als ik bij de finish wil zijn, gewoon thuis is dat, moet ik me haasten. Een woord dat in deze dagen volledig zijn betekenis verloren heeft. Niets moet, niks mag ook, maar daarnaast mag alles en daar bedoel ik mee, zelf een invulling aan de tijd geven. In Pascal Mercier zijn laatste boek: ‘Het gewicht van de woorden’ beschrijft hij de tijd buiten en binnen de gevangenis. Hoe onwerkelijk de snelle cipiers zijn door de wereld van buiten mee te nemen in een gehaaste tred of actie in die wereld van totale stilstand. Hoe vreemd de gevangenen daar tegen aan zullen kijken vanuit een langdurige gevangenstraf. Al zolang eenzelfde invulling van de dag, zonder uitzondering. Als je dan buiten komt is acclimatiseren van het ene op het andere moment onmogelijk. Alsof je vanuit de schaduwrijke luwte ineens in het volle zonlicht stapt.

Gisteren was ik voor ‘De wereld in 80 dagen’ een dagje in de Congo. Toevallig is in Antwerpen de Expo ‘100 X Congo’ net beëindigd. Daarbij speelde onder andere het thema ‘gestolen’ kunst een belangrijke rol en men wilde de bezoeker nieuwe inzichten geven over de rol van Antwerpen in het hele koloniale tijdperk. Tevens hoopte men dat er nagedacht werd over de beeldvorming, opdat er met een kritisch oog gekeken zou worden naar de geschiedenis en men het debat niet schuwde. Ik koos voor de ontmoeting met de kunst een fragment uit een geweven kleed van Naomi Nys. Een zeer meditatief werkje, waar ik een aardig tijdje met de viltstiften in de weer was. Ook hier spiegelde zich het koloniale verleden af in de beeltenis. Voor wie zijn zintuigen openzet en goed luistert naar de onderliggende stroom aan emoties vallen de verklaringen van nu vanzelf op de juiste plek.

Mpati A Nsengo (uit de Congo)

1 kg groenten, ik had wortel, aubergine, sugarsnaps, doperwten, ui en paprika/ zout/ 2 dl dikke béchamelsaus/ 1 dl groentennat/ 1/2 dl wijn/50 g kokosvlees vers geraspt/ fijngehakte peterselie/ 2 eidooiers/ Wilde en witte rijst

De groenten indien nodig in stukjes snijden. 2 Dl béchamelsaus bereiden. Kokosnootvlees raspen. Peterselie fijnhakken. Eidooiers kloppen. BereidingswijzeDe groenten samen gaar koken in water met wat zout en vervolgens laten uitlekken. De dikke béchamelsaus bereiden en er 1 dl groentennat, de wijn, het kokosnootvlees en de peterselie aan toevoegen. De saus een paar min. laten doorkoken en afmaken met de geklopte eidooiers. Groenten en saus laag om laag in een vuurvaste schotel leggen, zo, dat de bovenste laag uit saus bestaat, 20 min. in een vrij warme oven plaatsen. Opdienen met rijst.

Uncategorized

Klein geluk in kwadraat

Dochterlief met kleindochter op bezoek betekent thee slempen, scharreluurtje met de kleine, die onverstoorbaar door het ‘grotemensengesprek’heen haar wereld uitbreidt met nieuwe ontdekkingen. De deur van de buffetkast in de keuken, open/dicht, open/dicht, de vingerpoppetjes in hun kleine theater van wollige stof, die óók om het hoofd past, een ‘Hide and Seek’, een slim spel, dat zij gebruikt om de vier stukken in te passen ongeacht de te zoeken dieren.

Ondertussen draait het bij ons om de verdieping. Hoe zorg je ervoor, dat iets niet eng of vies is, het lichaam bijvoorbeeld. Door de emotionele lading eraf te halen en het beestje bij de naam te noemen. Geen wonderlijke benaming er voor verzinnen, maar vertellen waar het om draait, als de kinderen zelf met vragen komen. Op die manier voorkom je vooroordelen en geladen begrippen. Aan de andere kant is er bij dochterlief en haar man het streven de kinderen te leren waar de eigen grenzen liggen en de vrijheid door te geven altijd de eigen keuze te maken. We kwamen op het gesprek omdat dochterlief ’s avonds over straat liep en er een man was, die insinuerende geluiden maakte naar haar toe. Ze vroeg zich terecht af hoe een man er toe komt om zich het recht toe te eigenen om bij een wildvreemde vrouw zo in te breken op de privacy.

Het komt overeen met een verhaal dat ik las in een van de columns van Roos Schlikker. Haar man was hooglijk verbaasd, dat ze ’s avonds met sleutels in haar hand liep en met de telefoon in de aanslag, klaar om uit te halen bij onraad. Het je opgejaagd voelen door de dreiging van eventuele mogelijke aanvallen. Of het feit dat je liever een andere route kiest, als er een groep jongeren staat op de hoek van de straat.

Bijna alle vrouwen hebben ooit weleens iets meegemaakt op dat gebied, ik ook en bij één naar voorval vertelde ik het mijn moeder. Die gaf het door aan mijn vader en de sessies op het politiebureau, waar hij werkte, in een eindeloos herhalen van wat me overkomen was, tegenover al die imponerende grote politieagenten, maakte de schaamte alleen maar groter. ik was acht jaar. Dat gevoel van schaamte. Om dat weg te poetsen moet je openheid van zaken blijven geven, daar waren we het over eens.

Ondertussen at ons kleintje een banaan en dribbelde in groot zelfvertrouwen in de wereld rond. Dat zelfvertrouwen behouden, die veiligheid voelen. Niet voor niets zeiden ze vroeger al: ‘Zalig zijn de onwetenden’ nu proberen er ‘Zalig zijn de wetenden’ van te maken. Aan dochterlief zal het niet liggen. Iets dat bewondering en respect oproept.

Oppassen bij de Benjamin stond er ’s middags op het programma. De boekjes erbij gepakt, de speelgoedkist geïnspecteerd en na de fles bedtijd. Liedjes zingen, boekjes lezen, het warme slaperige hoofdje dicht tegen me aan, troostrijk in deze tijd. Hij lag in bed nog een half uur te brabbelen en uiteindelijk werd het stil. Ik kreeg de televisie niet aan de praat, dus besloot ik op de NPO de film ‘Kapsalon’ te kijken. Zo zie je nog eens wat. Het begon net een beetje boeiend te worden toen de dementie zich langzaam maar zeker bij de, in het begin ‘spijkerharde’, oma openbaarde, maar daar reden ze alweer voor, een uur vroeger dan gedacht.

Twee bossen tulpen en een flesje wijn rijker toog ik huiswaarts. Veel te gek toch, maar wel heel lief. Ik appte dat het incidentele oppassen alleen maar een plus was. De warmte van een kind op schoot is een pure win-win situatie, daar kan een mens, als alleengaande oma weer wekenlang op teren. Klein geluk in kwadraat.

In ’80 dagen de wereld’ rond stuurde zoon mij naar Maleisïe, tenminste hij had Nasi gemaakt en ik had er ’s middags de gerechten voor de Nasi Lemak bijgemaakt, onder andere de Acar ketimun. Officieel eet je het voornamelijk met witte kokosrijst, maar dit smaakte heel goed. Een pittige acar, dat wel. Het bracht me ook bij de street-art van Maleisïe, de Penang in Georgetown. ( te snel geschetst dus ietwat uit proporties, het blijft handwerk)

Recept Nasi Lemak: 350 gram pandanrijst, 250 ml kokosmelk, 1 cm gember in dunne plakjes, 2 tenen knoflook in dunne pllakjes, een snuf zwarte peper, 2-3 samengebonden pandanbladeren, 2 hardgekookte eieren, geroosterde pinda’s, sambal badjak, 1 kleine komkommer, zout naar smaak, 1 sjalot, 350 ml water

Was, spoel en giet daarna de rijst af. Doe de rijst in een diepe pan. Voeg vervolgens het water en de kokosnootmelk toe. Roer alles goed om. Voeg de pandanbladeren, de gember, de ui, de knoflook en de zwarte peper toe. Breng de rijst aan de kook en draai vervolgens het vuur omlaag. Dek de pan af met een deksel en laat her rustig koken voor gedurende 8-10 minuten. Zodra het water is verdampt en in de rijst putjes zijn ontstaan, draai het vuur dan uit. Laat de rijst nog rustig nastomen in de pan.Snijd de komkommer in dunne plakken en snijd de hardgekookte eieren in tweeën. Schep de in kokosmelk gestoomde rijst op een bord. Voeg de sambal badjak, de plakken komkommer en de hardgekookte eieren aan de rijst toe. Voeg tot slot de geroosterde pinda’s toe.

Acar Ketimun

150 ml azijn
2 komkommers/2 tenen knoflook/1 rode peper (lombok)/1 sjalot/1 tl kunjit (kurkuma)/1 tl laos/1 el gula djawa (of suiker)/2 kemirinoten (optioneel)

Gebruik de beker van de staafmixer waarin alles fijn gehakt wordt. Mix hiervoor 1 sjalot, 2 teentjes knoflook, 1 rode peper, 2 kemirinoten (optioneel), 1 tl kurkuma en 1 tl laos tot een boemboe.Verwijder de zaadlijsten van de komkommers en snijd in halve maantjes van ongeveer een halve centimeter.Bak de boemboe kort aan in een scheutje olie en voeg hier vervolgens 1 el gula djawa (of suiker) en 150 ml azijn aan toe. Breng even aan de kook en zet het vuur zodra het kookt laag.Voeg de komkommer toe en verwarm nog even kort (2-3 minuutjes) mee. Voeg ook een scheutje zout toe. Af laten koelen in de koelkast. Selamat Makan

Uncategorized

Voor de eeuwigheid

Gisteren dichtte de wereld in de vroege ochtend in tegenstellingen. Een donkergrijze lucht en een sneeuwwit kleed. Vandaag is het okerkleur geblazen, met hier en daar een vleug rosé.

Het echtpaar Kauw zit niet op het nest, maar vliegen nog altijd druk heen en weer. Het schuifelen en ritselen boven mijn hoofd zwelt af en toe aan.

Zoonlief probeerde ze vanuit het dakraam te fotograferen, maar dat vonden ze niet gezellig. We wachten op de vreugdevolle geboorte van de kleine Ka en meer, want gemiddeld leggen ze 4 tot 6 lichtblauwe eieren. Vol verwachting klopt ons hart en dat van Pluis.

Het uitstapje gisteren ging naar Rusland. Buiten de politiek om herbergt het land veel schoons. Een impressie van Malevitch met zijn vrouwenfiguur lag voor de hand. Intrigerend dat suprematisme van hem en de ontwikkeling daarin. Het andere uitstapje was naar de Russische literatuur.

Het werd aangereikt door Marleen Daniëls die de Russische Kulebiaka uit de vergetelheid wilde halen. Ze haalt daar de klassiekers, de grootheden uit de Russisiche literatuur voor aan: Gogol, Tsjechov en Tolstoi. Ooit stonden ze lang geleden op mijn verlanglijst. Naar aanleiding van het volgende verhaal besloot ik om, niet pyramidevormig volgens het recept dat ik het eerst gevonden had, maar de rechthoekige van Gogol en het oude Rusland te maken. Weliswaar vegetarisch, maar toch. Eenzelfde soort genot. Ergens uit de diepten van de vrieslades kwam ik gelukkig nog bladerdeeg tegen, anders had de klus de hele dag geduurd. Nu was deze versie van de koolschotel binnen een uurtje of twee klaar.

Citaat van Marleen: ‘Maak een rechthoekige kulebiaka’ zegt Petukh, het gulzige personage uit het tweede deel van ‘Dode zielen’ van Gogol, ‘en vul één van de hoeken met de wangen en de viziga (gedroogd beendermerg) van de steur, een andere hoek met wilde champignons, ajuin en viseitjes. De gevulde kulebiaka moet op de juiste manier gebakken worden zodat ze niet verkruimelt in de mond maar smelt als sneeuw op de tong.’

Voor de Russische schrijver Nikolaj Gogol was de maag het nobelste orgaan van de mens en het fameuze recept van de kulebiaka overleefde de vlammen toen hij het manuscript van het tweede deel van Dode zielenin 1852 verbrandde. Hij vreesde het succes van het eerste boek nooit te kunnen evenaren. Daarna verhongerde hij zichzelf, hij was 43.

De culiaire hoogstandjes in de Russische literatuur dienden onder andere ‘om de erotische taboes te omzeilen‘, door eten te verheffen tot het opperste genot en lyrisch te schrijven over de heerlijkste gerechten. ‘Tolstoi liet graaf Rostov in Oorlog en vrede pochen over de (Franse) slaaf, die hem versteld had doen staan met de schotel van hazelhoen in madeirasaus.

Tsjechov schreef in het verhaal ‘De Zeemeermin: ‘de Kulebiaka doet je watertanden, een naakte schaamteloze verleiding. Je knipoogt ernaar, snijdt er een stuk uit, je streelt het en eet het, de warme boter druipt als tranen van de rijke sappige vulling van eieren en uien…’

Deze heerlijkheden waren alleen bestemd voor de aristocraten, het gewone volk leefde in armoe. De tegenstellingen waren groot. Toen de laatste tsarenfamilie verdwenen was, verdwenen de authentieke recepten als de Kulebiaka naar de achtergrond. Toen ik gisteren op zoek ging, kwam ik zowel uit bij Marleen, als bij tientallen recepten in een lichte variant van deze Russische groentetaart. Om je vingers bij af te likken. Tijd te over, dus kwamen er bloemtjes en hartjes op de pastei. Een waar kunstwerk al zeg ik het zelf.

Een aanrader dus en echt niet moeilijk. Wie wil er niet wegdromen bij de klassieken onder het nuttigen van een al even klassiek gerecht. Trek de oude Tolstoi uit je boekenkast en laat beiden smaken. De zonen kwamen met liefde een derde deel opsmikkelen en zo verdween mijn kunstwerk van deeg als sneeuw voor de zon. Het recept blijft voor de eeuwigheid.

In 80 dagen de wereld rond. Rusland, Recept van de vegetarische Kulebiaka:

1 middelgrote savooiekool, in reepjes1 ui, gesnipperd, 2 tenen knoflook, fijngehakte boter, 4 eieren, hardgekookt, 6 takjes peterselie, gerist en gehakt, 4 takjes dille, gerist en gehakt, 12 velletjes bladerdeeg,1 eidooier, handvol geraspte kaas.

Ontdooi de plakjes deeg en verhit de oven op 220 graden. Doe de reepjes kool in een vergiet en schenk er kokend water over. Fruit, terwijl de kool uitlekt, ui en knoflook met een klont boter in een ruime koekenpan. Knijp het vocht uit de kool en voeg toe aan de glazige ui. Laat op middelhoog vuur het laatste vocht in een paar minuten verdampen, zonder dat de kool kleurt. Snij de eieren in stukjes, bestrooi met peper en zout en meng door de kool. Voeg ook de peterselie, dille en naar smaak peper en zout toe. Roer er eventueel nog wat geraspte kaas door. Bekleed een plaat met de vellen bladerdeeg, strooi er paneermeel over. Schep de vulling in het midden. Vouw de randen om het mengsel heen, versier het met mooie figuren en bestrijk het met eigeel. Twintig minuten in de oven tot het goudbruin is. Приятного аппетита!(aangename appetijt)

Uncategorized

Alles telt

Ik was net op tijd om de witte winterwereld te vangen vanmorgen vroeg. Nu regent het en de sneeuw is bijna verdwenen. Het is donker, guur en druilerig. Een dag om naar binnen te kruipen, in een luie stoel, een knusse bank of in het warme bed te blijven. Alles mag als winter je in de lente overvalt.

Over de app komt een filmpje langs van onderzoekende Dribbel. Hij heeft ontdekt dat het snoer van de stofzuiger vanzelf terugloopt, als je hem flink uitgetrokken hebt. In een eindeloze herhaling en iedere keer een brede schaterlach. wat heerlijk om nog zoveel te kunnen ontdekken, dat nieuw voor je is.

Thaise rijstnoedels waren nieuw voor mij en al had ik de aanwijzingen op de verpakking precies gevolgd, het werd toch te gaar. Een wonderlijke kleefmassa. Met de heerlijke saus smaakte het wonderwel, maar handig is om ze maar heel even te laten koken. Ik geloof nooit dat ‘compact’ de bedoeling was. Ook ontdekt. Spelende kinderen en spelende vrouwen, er is geen verschil. Bij beiden gaat vaak of af en toe een nieuwe wereld open.

Zoonlief wil de krant voor me halen en ik leun nog even lekker achterover in de kussens. De krant brengt op woensdag de Woordkraker. Dat is mijn lievelingspuzzel en daar ben ik een tijdje zoet mee. Dochter van vriendin stuurde me een boodschap. Of ze op bezoek mocht komen. In de zomer hadden we een boeiend gesprek in de tuin van haar moeder gehad. Eigenlijk een eer dat ze op bezoek wil komen. We spreken af voor warmer weer en dan op de tuin.

Verder heb ik genoten van het album Plant van Nynke Laverman. Wat staan er mooie uitvoeringen op. Het prikkelt de geest. De voeding voor mijn inventiviteit, die aardig op de proef werd gesteld en dat komt goed uit, want er moet weer een nieuwe Tijdwijzer uit. De Jeugdcronyck van de historische kring hier in de stad. Het thema is het vijftigjarig bestaan van de stad, destijds samengevoegd uit twee dorpen. Gelukkig had iemand al een professor met een tijdmachine verzonnen, dus kan ik aansluiten met de voortvarende reis van twee kinderen, die niet meer kunnen wachten en stiekem al eerder zijn gegaan. Terug in de tijd, daar kan je alles aan ophangen. Als het wat mooier weer is, kan ik op zoek gaan naar de verrassingen, die elke stad in het algemeen en deze in het bijzonder te bieden heeft. Ben ook benieuwd of de kinderen zelf actief mee denken over hun ‘stad’. Wat vinden zij monument-waardig of een gedenkwaardige herinnering. Zo zie je maar, het bruist hierboven.

Zo brei ik deze dagen aan elkaar. Gisteren belde vriendinlief met een bezwaard gemoed. We hebben lang gepraat. Twijfels weg nemen, die er niet hoeven te zijn. Het gesprek leidde naar het grote verschil van opvattingen in de jaren zeventig, tachtig en nu. Zo vrij als we waren, zo makkelijk er tegen de heilige huisjes mocht worden geschopt, zo moeizaam gaat het nu. Of worden er tegen onze vrije idealen aan geschopt, zoals wij dat deden bij de benepen regels van onze ouders in de jaren vijftig en is dat het patroon van de levenscyclus. Het heeft alles te maken met de tijdgeest waarin geleefd wordt. Daar moet je bepaalde beslissingen in zien te doorgronden. Het is zo’n groot verschil, wat nu wel en niet kan. Een voorbeeld: Het was heel normaal om op een snikhete zomerdag de brandspuit op school te voorschijn te halen. Dan dansten de kinderen bloot of half gekleed gillend van het lachen onder de straal door. Op een gegeven moment kon dat niet meer. Werd het ongepast gevonden. Ik had zelfs een moeder die vond dat we gordijnen in de gymzaal moesten hangen, omdat daar de kinderen in hun hemdje en broekje aan het gymmen waren. Vragen waarvan ik dacht, hoe het bestond de onschuld van het spel zo kwijt te raken. Dat wil niet zeggen dat we de normen en waarden van deze tijd niet respecteren. Een progressief en weldenkend mens verandert mee, maar als er afgerekend wordt op bepaalde handelingen is het goed om het in de juiste tijd te plaatsen alvorens te ageren.

Zo diep kan een gesprek gaan. Het was fijn om te ontdekken dat er gelijkgestemdheid was. ‘Thats what friends are for’. Een luisterend oor, een uitwisseling en de ontdekking dat alles telt.

In de wereld rond in 80 dagen mocht ik naar Thailand voor de Pad Thai en een Olifant. Simpel en snel.

70 gram dunne rijstnoedels/1 ei/2 el gemalen en geroosterde pinda’s rooster en maal ze voor het koken/1/2 el fijngesneden knoflook/1/2 el fijngesneden ui of sjalot/ een beetje lente ui voor versiering, fijngesneden/ taugé/1/4de limoen deze kan je apart erbij serveren.

1/2 tl chilipoeder/ 1/2 el witte suiker/ 1/2 el bruine suiker/ 1 tl vissaus/ 1 tl tamarinde pasta of een deel azijn met een deel suiker/ 1 tl oestersaus/ 1 halve wortel in brunoise(blokjes gesneden)

Week de noedels in lauw water gedurende 20 minuten, kijk naar de verpakking voor andere instructies. Ze moeten alleszins zacht en flexibel zijn als je eraan begint. Rooster en plet (of snijd) de pinda’s in kleine stukjes. Maak de saus, door alle ingrediënten in een mok te doen en te mengen. Doe wat pinda-olie in de wok en voeg de look en ajuin toe. Laat de look en ajuin even roerbakken maar laat ze niet te bruin worden. Voeg de wortel toe. Voeg de afgegoten noedels toe en blijf roerbakken. Na 30 seconden duw je alles in de  wok opzij en breek je het ei in de wok. Ga er met je spatel door om er een soort van roerei van te maken. Laat bakken tot het ei voor ongeveer 70% klaar is en meng dan alles door elkaar. Giet nu de saus er overheen en laat nog een minuutje roerbakken. Haal nu alles uit de wok en doe er de taugé en lente-ui bij.

Ingelegde radijs of dakkoi

3 bosjes radijsjes of rettich (gebruik een soort radijs naar keuze)2 knoflooktenen/400 ml water/50 ml zoute sojasaus/100 ml mirin, rijstwijn/100 gram suiker

Doe water, suiker en fijngesneden knoflook in een sauspan en verwarm dit tot de suiker is opgelost. Voeg dan de mirin en sojasaus toe en verwarm het kort. Schenk het mengsel, zo heet mogelijk, over de radijsplakjes tot net onder de rand en sluit de weckpot direct. Laat het geheel nu volledig afkoelen.

Uncategorized

De gedachte alleen

In de tijdgeest van vorige week zaterdag, bijna geheel gewijd aan de natuur en het tuinen, kwam ik Nynke Laverman tegen, van wie ik wel eens gehoord had. Ik wist dat ze Fado’s zong in de Friese taal. Het was een lang interview, waarin ze me leidde naar haar nieuwe album Plant en indirect naar het nummer tree tree. Het was voldoende om me direct te raken en me te verdiepen in haar handel en wandel.

Wat een mooi mens, wat een prachtige ideeën, wat een beroerende kunstuiting. Ze heeft onder andere een podcast gemaakt samen met Lex Bohlmeijer met de natuurfilosoof Matthijs Schouten. In een van zijn beschouwingen zegt hij dat we bestaan, omdat de wereld het mogelijk maakt voor ons om te bestaan en dat het niet andersom is. Om meer eenheid te kweken met de natuur geeft hij in de podcast als opdracht om iedere dag vijf minuten lang naar iets te kijken wat niet door de mens gemaakt is.

De podcast is vernoemd naar het nummer Tree Tree van Nynke. In het gesprek schetst Matthijs Schouten in korte tijd hoe we tot het huidige denkbeeld van de Westerse denkwijze over de mens in de natuur zijn gekomen. Aristoteles vond dat alles een ziel had, maar de mens als enige ook verstand bezat. Hij vond ook dat al het lagere ten dienste stond van het hogere. Die ideeën werden omarmd door het Christendom. In de jaren die volgden verdween het idee dat alles bezield was en Descartes deed daar nog een schepje bovenop, door te beweren dat het onderscheid tussen mens en natuur was, dat alléén de mens de geest, de ziel en het verstand bezat. Dat was wat er in het Westen overbleef van de verbondenheid tussen mens en natuur.

https://nynkelaverman.nl/newsitem/podcast-matthijs-schouten

Schouten onderscheidt vier verschillende beschouwingen ten opzichte van de planten en dierenwereld. Nynke leerde van de nomaden in Mongolië een andere manier van natuurbeleving, een zijn met de natuur werd daar een begrip. Alles doet er toe. Wij zijn geneigd om alles buiten ons tot dingen te maken, maar in de ogen van de nomaden daar is alles gelijkwaardig en alles is bezield. Het lied tree tree voelt ook zo. ‘Hè boom, wat vind jij eigenlijk van mij’, vraagt ze. Een groot verschil met onze westerse opvattingen. Toch hebben we de liefde voor de natuur met de paplepel ingegoten gekregen. Mijn moeder maakte ons opmerkzaam op het kleine. Ze hield er echt van. Daarom was het Julianapark ook zo geliefd. Niet alleen om zijn dieren, die ik altijd een beetje zielig vond in de hokken, maar ook om de prachtige oude bomen. Boeiende materie, zowel de podcast en het artikel over Nynke Laverman. Daarna goed naar dat ontroerende lied luisteren. Toen de zaag in de boom werd gezet, voelde ik het gelijk fysiek. Voor mij waren bossen en bomen altijd onderdeel van de sprookjes, van de verbeelding, stille getuigen van de kruiende tijd.

Net kwam er een mailtje binnen met de mededeling dat Pluis jarig is. Haha. Het lijdend voorwerp vindt alles best. Ze ligt lekker onder de sprei en droomt de droom der onwetenden. Vandaag komt er, als cadeautje, geen afgewogen voer in haar bak. Ze heeft een lichte aanleg tot het katermodel. De lieve oude Nemo was met haar damesfiguur twee keer zo slank.

Ook een bericht dat broerlief met veel, nog ongewisse, pijn in het ziekenhuis ligt. Ook iets om wakker van te liggen, wat prompt gebeurde en gelukkig ben ik net op de helft van de blog weer in slaap gevallen, duidelijk om de vermoeidheid af te schudden. Met de woorden van mijn moeder indachtig: ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’ zal ik de piekermomenten klein houden, maar toch. Het is een oude taaie, maar vier jaar ouder dan ik. We worden niet bepaald sterker naarmate de jaren lengen. We denken aan hem en misschien verlicht dat al de gedachte alleen.

De reis naar Spanje werd inderdaad een Fiësta in ‘De wereld rond in 80 dagen’, op papier kwam een flamencodanseres van een video-opname van Tablas las Carboneras en op het bord Berenjenas de ‘Cadaques’. Als een engeltje vloog het naar binnen.

Ingrediënten: 1 kilo aubergines/200 ml olijfolie/zout en peper/50 gram geraspte kaas

voor de sofrito: 3 uien/2 blikken gepelde tomaten (uitgelekt en fijngesneden) of 500 gram rijpe tomaten/50 ml droge sherry/150 ml groentebouillon

voor de picada: 2 knoflooktenen/snufje zout/25 gram geroosterde amandelen/wat takjes peterselie

Verwarm de oven op 200ºC.
Bekleed een bakplaat met bakpapier. Snij de aubergines in gelijke plakken en verdeel ze over het bakpapier. Kwast ze aan beide kanten in met olijfolie en bestrooi ze met peper en zout.
Bak de aubergines 30 tot 45 minuten (afhankelijk van de dikte) in de oven tot ze gaar en wat bruin zijn. Draai ze om de 10 minuten om. Maak ondertussen de picada: rooster de amandelen in een droge koekenpan goudbruin. Wrijf in een vijzel de knoflooktenen met een snufje zout tot een fijne pasta. Doe daar de peterselie en amandelen bij en wrijf alles fijn. Zet apart. Verhit wat olijfolie in een pan en bak op een zacht vuur de fijngesneden uien tot ze glazig en een beetje bruin beginnen te worden. Voeg de in kleine stukjes gesneden gepelde tomaten uit blik.
Laat de sofrito 15 minuten zachtjes bakken tot het meeste vocht verdwenen is. Schenk de sherry en de groentebouillon toe en laat nog een minuut of drie zachtjes koken.
Hevel een paar lepels van het kookvocht van de sofrito over naar de picada en roer goed door zodat er een sausje ontstaat.
Voeg deze aan de sofrito toe en laat alles een paar minuutjes doorkoken.

Meng voorzichtig de gebakken plakken aubergines door de sofrito en leg ze in een ovenvaste schaal.
Lepel hierover de rest van de sofrito.
Rasp kaas over het geheel en gratineer in de oven tot de kaas gesmolten is.

Uncategorized

Een kleine Fiësta

Zie je wel. Zo’n dagje met de helft van de kleinkinderen wierp vannacht alweer vruchten af. Wakker geschrokken om half vijf heb ik met een ruk het laatste spannende deel van het verhaal van Opa Sterretje uitgeschreven. Ineens vloeide de verbeelding als een warme deken over me heen, nam het toetsenbord onder beheer en ging de strijd aan met de oude Vecchietta Bruto. Die opa’s op een sterretje weten alles, hè. Dat is een handige bijkomstigheid. Sproet bleek in werkelijkheid de betoverde versie van Matteo te zijn, een kleine jongen zo groot als Tijn, die in het klooster woonde en de oude vrouw was in werkelijkheid niet wie ze was. Straks ga ik het laatste deel voorlezen voor deze tweede blijf-maar-thuis-paasdag. Ben benieuwd wat ze ervan vinden.

Het eieren zoeken was een succes. Natuurlijk was de kleine filosoof twee keer zo snel dan de twee dribbeltjes en hij had zo zijn kostje gekocht en meer dan dat. Maar ruiterlijk legde hij sommige weer terug op een in het oog lopende plek zodat de anderen met hun twee jaar kraaiden van blijdschap bij het ontdekken van de kleurrijke kleine eitjes. De heuvel lag er verder verlaten bij en op een aantal fanatieke hardlopers na, liepen er alleen maar kippen en hanen vrij rond en zat de pauw met zijn snerpende geluid op het dak van het schuurtje en waaierde af en toe zijn veren imposant uit. Het liefst zouden ze achter elkaar de eitjes aan het verorberen zijn gegaan, maar daar staken de moeders een effectief stokje voor. De pauze, ook om bij te komen van de kou, was bij de kleine koek en zopie-tent met koffie en thee. Een grote beker hemelse warmte deed de rust weer neerdalen. De kinderen speelden in de speeltuin, de oude beer, waar ik als vierjarige nog opgezeten had, stond er moederziel alleen bij. De kinderen waaierden uiteen naar de schommels, naar de glijbaan of met de bal aan de voeten. Zoonlief boog naar de hoofduitgang af met schoondochter en haar bollende buikje en de ene kleine dribbel en wij liepen naar de andere uitgang.

De kleine filosoof mocht met oma mee in de auto en kleindochter, die dat niet begreep brulde aan een stuk door voorop de fiets tot ze thuis was en ons weer zag. Tranen gedroogd, verdriet vergeten. De paasbrunch was heerlijk. Een brunch als het paasontbijt vroeger, verse eitjes, kaas, verse broodjes, croissanten, fries suikerbrood, een paasstol met amandelspijs, roomboter en verse jus d’orange. Kleinzoon kon de druk van het chocolade verrassingsei nauwelijks aan, maar moest wachten to zijn zuslief op bed lag.

Ik spon goed garen bij dit samenzijn. In het hoofd gingen alle luiken van kinderliedjes en versjes wagenwijd open en namen in hun kielzog het juiste verhalenplot mee voor de spannende avonturen van Tijn en de Florentijnse leguaan. Intussen dus geboekstaafd en veilig gesteld. Op naar het volgende avontuur.

We hebben een winters weekje voor de boeg, dan ook de bijbehorende knusheid maar van stal gehaald. De tuin mag even links blijven liggen en de kaarsen komen te voorschijn. Prima weer om wereld rond te reizen op papier en op het bord. Vandaag mag ik naar Spanje. Olé. Kind aan huis daar, want al in 1965 reed mijn vader met ons gezin(heel veel kinderen) naar Tarragona toe. Heen keurig netjes in twee dagen en op de terugweg jakkerde hij aan een stuk door. De Spaanse keuken proefden we mondjesmaat, want we hadden de hele Hollandse keuken in blikconserven onder de banken gestopt tot en met de margarine toe. In de jaren die volgden werden het minder conserven en meer Spaanse keuken. De vakanties naar zo’n ver land waren bijzonder in die tijd. Mijn vader was er reislustig genoeg voor. Geen straf om, nu de wind om het huis giert, het buiten regent, en het frisse groen van treurigheid de kopjes laten hangen, op een warm strand te zitten of te lopen op de ramblas. ‘Camarero una limonata de narancha por favor’. O nee, een terras is er niet. Dan maar een kop warme chocomel van echte melk en cacao. Om te vieren dat we straks de warmte twee keer meer zullen waarderen, als die uit de diepste krochten te voorschijn komt, houden we vandaag een kleine fiësta

In de wereld rond in 80 dagen bracht zoonlief me met zijn lavash naar Libanon. Ik maakte er Fattoush bij, een frisse salade. Samen met de hummus van aubergine een aanrader. Op papier een detail van Le Piano Oriëntal’van de striptekenaar Zeina Abirached.

Fattoush wordt trouwens niet alleen in Libanon gegeten, maar ook landen als Irak, Jordanië en Syrië. Soms vind je sla in deze salade (maar vaak ook niet), maar wel altijd tomaten, komkommer en ui.

En laten we het belangrijkste ingrediënt niet vergeten: geroosterde stukjes (oud) pitabrood of Libanees platbrood.

Naast deze basisingrediënten zijn de extra smaakmakers misschien nog wel net zo belangrijk. Denk aan munt, sumak, zout, citroensap en olijfolie. Muntblaadjes geven deze salade de frisse toets, terwijl sumak (rode besjes van de sumakplant) voor een zurige smaak zorgt, net een beetje zoals citrus.

Variëren kun je volop met fattoush: denk aan extra ingrediënten als radijsjes, peterselie, feta, paprika, olijven, granaatappelpitjes en knoflook. Ook lekker is om wat frisse yoghurt toe te voegen als een dressing.

Uncategorized

De laatste loodjes

Het leek bijna een rustdag vandaag. Zuslief had met vouches van een Indonesisch restaurant Gado-Gado gehaald en een kindermenu en een borrelhap, dus kon ik voor de wereld in 80 dagen’ naar Indonesië in het algemeen voor een erg Hollandse Gado Gado met pastei en lemper zonder ook maar een vinger te hoeven uitsteken. Heerlijk zitten wijnen en treinen en het was erg gezellig. Bijkletsen omdat je elkaar een lifetime niet meer hebt gezien, want ik had de laatste tijd ook niet meer meegewandeld.

Thuis op de bank, ook heerlijk, tekende ik de oude ‘moderne’ wajang golek na, die me iedere dag met een subtiele glimlach en haar lieve gezichtje begroet vanaf de side table in de gang. Fijn om weer even uit de losse pols te mogen. In alles was het genieten.

Na genestel in de kussens was het tijd voor sterren op het doek met een zeer aangrijpend portret van de gast: Frits Spits. Een lieve, sensitieve radioman en een begrip in het land. Hij vertelde over zijn ouders, de oorlog en de liefde die hij van hen kreeg en die zijn moeder had gehad voor haar ouders. Over het doorgeven van diezelfde liefde aan hem, zodat hij het later weer kon doorgeven aan zijn vrouw en kinderen. Het overlijden van zijn vrouw en het blijvend gemis ook al was het drie jaar geleden. Hoe iemand die weg is er toch kan zijn en altijd meeloopt. Opmerkelijk was dat hij onmiddellijk tegen zijn geschilderde evenbeelden begon te praten, alsof ze in gesprek waren. ‘Wat vind jij er nou van’ en ‘Wat zou jij doen’. Het kenmerk van een mens alleen. Ik hoor het mezelf zeggen tegen Pluis, als ze om mijn benen heen draait. Ook bijzonder was zijn keuze van het portret, twee waren er erg gelijkend en realistisch en de derde was Frits, maar ook weer niet. Een andere kijk op hemzelf vond hij en derhalve de moeite waard om te bestuderen, waarmee het tegelijk boeiender werd om er over te peinzen. Het maakte wat los.

Vandaag liggen er zoals de afgelopen jaren en in mijn jeugd weer eieren in het Julianapark. Dochterlief met haar kinderen zit in quarantaine, dus daar komt de paashaas zijn eieren aan de deur hangen, maar twee kleinkinderen komen met hun ouders naar het Julianapark. Daar, bij de hoge heuvel, rollen de eitjes naar beneden om hun eigen verstopplek te zoeken. Niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk én er zijn veel bomen waar ze op de takken of in een holletje gestopt kunnen worden. Om ze af te leiden zal ik naar de andere kant in de verte turen en denken de paashaas te zien. De truc werkt al jaren. Dan glipt een van ons weg en verstopt ze gauw allemaal, terwijl de rest aan het zoeken is naar twee lange oren.

Daarna is er een brunch bij dochterlief voor mij alleen met haar gezin en daarna dan paashazen bij mijn, door het virus gevangen, schatjes. Het zijn de dagen waarop ik die vermaledijde aanstootgever erg zat kan zijn, maar we houden nog even vol. Als ze maar eens snel afkwamen met die prikken. Mijn leeftijdsgroep valt steeds tussen de wal en het schip. Er ligt ook weer wat theaterbegeleiding in het verschiet, maar dat vraagt zeker om weerbaarheid, al is het wel buiten op het schoolplein. Het zou zo goed zijn om de gedachten weer even te kunnen verzetten met nieuwe impulsen. De voeding raakt op.

Voor al eerst ligt er een mooie dag in het verschiet. Met volle teugen genieten dus en dat beeld van warm samenzijn vasthouden voor de laatste loodjes.

Uncategorized

Een broodnodige oppepper

Klein leed uit België liet het VPRO-programma ‘De onfatsoenlijken’ zien. Er zit een discrepantie in die term ‘klein leed’. Want het verdriet erom was huizenhoog. Oude mensen, aan het eind van hun werkzame leven, die moesten sappelen of doorbikkelen ten einde een goed pensioen te kunnen krijgen. Een werkster, de poetsvrouw zoals het heet, die haar leven in een notendop uit de doeken doet en vooral hoe het kwam dat ze haar schoolloopbaan vroegtijdig beëindigd had. Haar ‘meester’ had haar tot mikpunt van spot gemaakt en ging, op alles wat hem triggerde, met kinderachtige maatregelen in, die haar zo vernederden, dat ze dacht dat ze niet geschikt was voor school. Ze dacht dat men haar beschouwde als een domme meid. Moet je je voorstellen dat het gevoel van eigenwaarde zo aangetast wordt, dat je je de rest van je hele leven schaamt voor het feit dat je niet hebt doorgeleerd. Iemand had haar moeten vertellen dat deze ‘meester’ degene was, die domheid betrachtte, door zo’n stempel op haar te drukken. Ze wilde aantonen dat poetsvrouw een zwaar beroep was en dat je eerder met pensioen zou mogen gaan zonder te moeten inboeten op het gerechtigde pensioen, dat ze zou ontvangen als ze op de pensioengerechtigde leeftijd zou zijn. Met een geopereerde hand, waar eigenlijk ook nog een prothese in zou moeten worden gezet, werkt ze door en verbijt de pijn.

De oude man verhaalde van de wantoestanden in zijn rusthuis. Ik was bijna vergeten dat we bejaardentehuizen en verpleegtehuizen vroeger rusthuizen noemden. Nu heten ze vaak woonzorgcentra. De vlag die de lading ook niet dekt. Niet als je de verhalen van de oude man hoorde. Er heerst veel onrust in huis. Te weinig personeel, veel misstappen, noodbellen die expres maar half waren aangesloten, zodat men niet kan bellen ’s nachts. De verzorging die zich op alle fronten te kort voelde schieten. Een nachtdienst met twee verzorgenden die niet het slijm mochten wegzuigen bij zijn vrouw en een verpleegkundige die elders bezig was en te laat kwam. Vrouw gestikt in het slijm. Klein leed, dat nagenoeg te groot is om te dragen. Een spijtig einde.

Een boer, die met hard sappelen moeizaam verdiende en wiet was gaan telen tussen de mais. Achteraf bleek dat hij benaderd was door een bende die noodlijdende boeren opzocht en hen gouden bergen beloofde. Hij vond dat de overheid met name achterwege bleef door de wiet niet legaal te maken en de verkoop door de apotheker te laten verzorgen. Hij zat daar aan de tafel in zijn grote boerderij en liet indringende lange pauzes vallen in het heldere verhaal dat hij afstak. Hij vond zich een optimist, hier in zijn oude boerderij, die hij nu uit nood huurde, maar waar nog nooit de stress had toegeslagen en waar de sfeer veel inventiviteit had opgeleverd.

Als tegenhang voor alle ellende het programma Safe Cave met Claudia de Brey. Alleen al die brede lach was goed voor honderd procent positief gevoel. De gast die ze ontving was de rapper ‘Fresku’. In de werfkelder in Utrecht namen ze binnen een afgesproken tijd een nummer op. Op Zoom werd door het daar aanwezige publiek de tijd bijgehouden. Er brandde een nep open haard, er was sfeervol licht en het was er knus en vredig. Daar kon alleen maar iets goeds uit voort komen. Binnen een tel had Fresku de zin ‘Alleen liefde kan ons redden’ bedacht. Claudia speelde wat met het refrein met haar muzikanten Michelle Samba en Abdelhadi Baaddi, Fresku gaf aan in welke sfeer de beat moest en het werd in korte tijd een dijk van een rap. Wat een heerlijk programma. Dit was mijn eerste ontmoeting, maar zal zeker niet de laatste zijn. Een broodnodige oppepper.

In de wereld rond in 80 dagen kwam ik uit bij Virginia. De oorspronkelijke bevolking waren de Powhatan, dus kwam een van de Chiefs op het papier en op het bord een zomerpasta. Ik had het precies zo gemaakt als het recept luidde, maar dan zit er echt teveel knoflook in naar mijn smaak.

400 g penne, pasta, 1 l verse tomatenblokjes, 3 gesnipperde teentjes knoflook, 1/3 kopje verse gehakte basilicum, 0,25 kopje olijfolie, 1 tl zout, ietsje peper, vers geraspte Parmezaanse kaas …..

Kook de pasta. Roer de stukjes tomaat, fijngehakte knoflook, gehakte verse basilicum, 0.25 kop olijfolie, zout en peper goed door elkaar. Vermeng dit met de pasta en bestrooi met de geraspte kaas.

Uncategorized

Verse herinneringen

In de Tijdsgeest, een bijlage van Trouw, schrijft Liesbeth Mende over het feit dat ze kleiner gaat wonen en moet ruimen. Ze neemt daarbij de kledingkast onder handen en komt vooral herinneringen tegen. Haar moeder in dat grijze mantelpak, dat nu tussen haar kleren hing, een terugblik door een door haar gedragen gestreept vest op de middelbare school, waarin je haar uit kon tekenen, de herinneringen aan uitgaan in de Witte Olifant met een zwijgende neef op de achtergrond die als chauffeur fungeerde. Van die herinneringen die, als je je ogen erbij dicht doet en ondertussen de stof door je vingers laat glijden, ook de geur en de sfeer naar boven kunnen toveren.

In mijn kast liggen de herinneringen aan vroeger vooral op de onderste plank opgestapeld. Een groene batik feestjurk van mijn moeder, waarmee ik haar heb zien dansen op een georganiseerde Pasar Malam in het bejaardentehuis in de jaren tachtig. Mijn eigen wikkelrokken uit de jaren zeventig liggen daar ook. Een ervan had ik aan op de Pasar Malam Besar in den Haag, toen hij vlam vatte tijdens het eten van de Saté Babi met Lontong. En ik maar denken dat de Satébranders zo rookten, maar het was inderdaad de rok. Er ligt ook een gouden jasje, dat ik koester en dat stamt uit de jaren tachtig, gevonden in de kringloop waar ik vrijwilligerswerk deed. Ze kwam goed van pas op mijn harembroeken met de beenwarmers, als we fanatiek meededen aan de volksdansworkshops. De korte zwarte leren rok is uit de periode van onze coverband. Nu ook al weer een paar jaar geleden en goed voor tien jaar Bühne als Backing Vocal. Daaraan kleven nog veel meer herinneringen door al het reizen wat er bij kwam kijken. De oranje broek was mijn vossenoutfit als verhalenvertelster op de avond van Mevrouw Sprokkelhorst. Toen vertelde ik het verhaal van de Kleine Prins en de Vos, een mooi staaltje van filosofisch denken, in een kleine intieme huiskamersetting samen met vriendinlief. Wat was dat bijzonder en fijn om er in gedachten weer even bij terug te zijn.

Ik vouw alles weer op en leg ze op hetzelfde plekje. Van alle lappen en jurken, door de jaren heen verzameld, meer dan koffers vol, voor verkleedkisten en uit pure nostalgie, rest slechts dit ene plankje. Uitstel van executie.

Hetzelfde moet gisteren of vannacht Mark Rutte gedacht hebben. Omdat ik op reis ging naar Turkije en een flauwvallende imam wilde maken, een gerecht dat aardig bewerkelijk was, bleef ik thuis na de boodschappen en viel, tijdens het bereiden en de wachttijden door, met mijn neus in het debat. Eigenlijk de eerste keer dat ik dat helemaal kon volgen. Ik viel bijna van mijn geloof. Onwaarschijnlijk veel gedraai en gekeer van iemand die het vuur na aan de schenen werd gelegd. Waarom moest ik toch aan Petrus denken iedere keer dat er heftig werd ontkend. Is ‘niet de waarheid zeggen’ dan iets anders dan liegen, ook al doe je het naar eer en geweten en is het geheugen wat zwak. Mijn mond viel open. Wat een draaien om de hete brei.

De aubergine hield zich beter aan het protocol. Alleen vertoonde mijn geheugen ook een hiaat, want ik sneed haar direct al door midden en dat had pas na de oven gemoeten. In een mooie streepjas frituren en daarna de oven in, zo toonde de instructiefilm voor het bereiden van de de Imam Bayildi. Ondanks dat snapte ik wel dat er een imam van lang geleden flauw was gevallen bij het proeven van deze heerlijkheid. Toch nog goed gelukt. Rutte zal hetzelfde gedacht hebben.

Bijna heb ik weer zin om voorjaarsschoonmaak in de klerenkast te houden, maar nog net niet helemaal. Straks dan, later, eens kijken of ik de onderste plank nog versterken kan met verse herinneringen.