Uncategorized

Er is altijd weer een nieuw begin

Amechtig hijgend bereikte ik de bovenverdieping, terwijl schoonzoon en de aannemer vrolijk, zonder een centje pijn, achter me aangekomen waren. De man bekeek de schade met een inschattende blik. Schoonzoon en ik vulden aan. En daar, en daar, en daar. Wat kleinere oude gebreken aan dit huis. Hij zou buiten de boel in ogenschouw nemen, zei hij en mat het dakraam dat waarschijnlijk voor de tweede keer voor vervanging in aanmerking kwam en bij afwezigheid van een ladder, dan toch maar een inschatting buitenom. Vinger aan de pols, daar zou die lieve bonuszoon van mij wle voor zorgen. Niet langer uitstel, dat bijna tot afstel leidde, ware het niet dat de dakplaat op doorbuigen stond. Een grote operatie zou het worden, waarschuwde de man. Pfff, gelukkkig dat was achter de rug. Op de een of andere manier word ik toch altid een beetje zenuwachtig van aannemers en dakdekkers of andere huizenverbouwers binnen mijn territorium. Ze kijken altijd bars of is dat mijn perceptie en bespiegeling op hun handel en wandel. Eenzelfde angst, of is het ontzag, voor garagemannen is door de jaren heen verdwenen, maar dit bleef.

Gisteren bleek de boodschappenlijst aanleiding tot een heuse speurtocht. Het hoofdingrediënt van het gerecht uit Tsjaad bestond uit okra’s. Bij de buurtsuper was het niet te krijgen, bij de groenteboer werd er gerept over een bijna vergeten groente, maar bij de toko vond ik ze. Twee zakjes met vijf en zes stuks erin. Wat een heerlijke smaak hebben deze onrijpe vruchten. Onmisbaar voor dit gerecht.

Van een lieve Blogvriendin kreeg ik praktische beweegoefeningen. Fantastisch. Ze schreef erbij dat zien bewegen doet bewegen bracht. Zeker een stimulans, met kleine stappen opgebouwd en kalmpjes uitbreiden tot meer. Vanavond is er een meeting met mijn mederedacteuren. Heerlijk om elkaar te kunnen spreken en ideeën uit te wisselen. Al hadden we natuurlijk wel gehoopt dat we elkaar in levende lijve hadden kunnen ontmoeten. Nog even geduld. Vandaag geen tuin, want er staat ook een bezoek aan de tandarts op het programma. Morgen trotseer ik elke regenbui en zal me laven aan alles wat welig groeit en bloeit. Vermoedelijk ook de brandnetels. Ik meende vorige keer dat de vijg de vorst niet had overleefd. Als dat zo is, komt er een nieuwe. Voor moederdag had ik van dochterlief vier bloemenbommen gekregen. Die kunnen dan de grond in om goede sier maken. Tijd om te zaaien, want nu zal de vorst wel eieren voor zijn geld kiezen, verwacht ik zo. Wat een lange winter was dit. Door huiselijke beslotenheid trok de tijd langzamer voorbij dan ooit. Dat is wat ‘Het verglijden der dagen’ vermag.

Een nieuwtje uit de krant bracht ware vreugde. De grootmeester van de literatuur heeft eindelijk de Librisprijs gewonnen. Jeroen Brouwer is voor zijn laatste literaire werk ‘Cliënt E. Busken’ gehuldigd met deze kroon op zijn hele oeuvre. ‘De jury kon er niet meer om heen’ stond er bij de aankondiging. Lang heb ik naar de bijgaande foto van zijn markante kop gekeken. Gebeeldhouwd haast. De vorsende blik half verscholen onder die verwaaide borstels van wenkbrauwen, een foto uit 2014, zo bleek uit het opschrift. Het boek is een aanrader voor wie van zijn stijl houdt. Het jury-rapport kopt in met ‘Brouwers zuigt je mee in een verslavend taalcircus. De roman is een ware krachttoer, hilarisch, ontroerend, griezelig en ontluisterend tegelijk. Met deze unieke verkenning toont Jeroen Brouwers dit jaar als geen ander wat literatuur vermag: een reis te maken door de binnenwereld van een ander. Het is fenomenaal, wild, ongeremd: het is de ultieme beheersing van ongeremdheid’. Vanaf mijn allereerste kennismaking met Brouwers door ‘Bezonken rood’ ben ik hem blijven bewonderen. Wat beschikt hij over een mooie rijke taal en inderdaad maakt hij niet alleen proza en poëzie van de meest alledaagse dingen, maar tevens van de meest gruwelijke of spannende situaties. Zijn boek ‘Het Hout’ heb ik in een adem uitgelezen. Deze ‘Busken’ moest ik af en toe even wegleggen, om de narrigheid van de oude in zijn troosteloze situatie en zijn gedachtengang te laten bezinken.

Nog meer heuglijk nieuw. De eerste gierzwaluwen zag ik voorbij komen op het parkeerterrein. Het hart maakt altijd een sprongetje. Vriendin zweeft met ze mee en glimlacht hier vanaf een plank in de boekenkast goedkeurend naar me. Er is altijd weer een nieuw begin.

‘In 80 dagen de wereld rond’ en ik reis af naar Tsjaad. Op papier een waterdraagster en in de kom Daraba, een okra, aubergineschotel. Oorspronkelijk met lam, maar dat heb ik er uitgelaten.

Het rcept start op 1.50
Uncategorized

En nu woord houden

Er werd getoeterd op de parkeerplaats door iemand in een witte auto. Ik keek op, maar snel ook weer neer. Niet voor mij en sjorde de rugzak met boodschappen om de schouders. De man stapte uit en zette een grote emmer met een enorme bos bloemen naast de auto. Ik keek eerst naar de bloemen en toen pas omhoog en zag op dat moment dat het mijn eigen vlees en bloed was. Nou ja. Het moet niet gekker worden. Giebelend vervolgden we onze weg. We zouden gaan wandelen met elkaar. Buienradar was door andere zoonlief bestudeerd en die gaf aan dat het van een tot twee droog zou zijn. Oudste dochter kwam er ook al aan met haar gezin. Wachtten op de anderen, de helft op het balkon, en de andere helft binnen, op gerede afstand. De eerste druppels vielen al voor de laatste twee aangekomen waren. Onweer, regen, hagel zelfs. Gevalletje van overmacht en een niet goed werkende buienradar. Drie mensen hadden al corona gehad, een was gevaccineerd, de scholen waren vrij geweest, zo puzzelden we de minimale kansen bij elkaar op.

Maar stiekem was ik zo blij om het spul, zij het voor de helft, omdat een paar wederhelften met kinderen wijselijk thuis waren gebleven, weer samen te zien. Zodra de laatste druppel gevallen was, gingen we aan de wandel. Voetballende ooms met de neven in de kleine kooi bij een school. Wederwaardigheden uitwisselen, foto’s nemen, kleinzoon die niet mee kon doen afgeleid door zoonlief met zijn fototoestel. Kan je niet meedoen dan kan je het altijd nog vastleggen. Het zachte geel van de bloemenwei met een aandoenlijk bordje ‘ruimte voor bloemen’ tegenover de school, de volle bloesembomen naast het gebouw en het heerlijke zachte nieuwe groen van het park omlijsten dit vredige, al zo lang geleden, familietafereel. De kleine dribbel had zich moe gevoetbald en bij de rest van de wandeling zeeg hij halverwege door de benen en was geenszins van plan om op te staan. Gelukkig waren er ooms en vaders te over.

Zo liep de kleine stoet door het park uitwaaierend in ongeveer een halve meter. Dit was op zich al het mooiste moederdagcadeau ooit. Ontberingen, van welke aard dan ook, zorgen ervoor dat nieuw perspectief omarmd wordt. In spreekwoordelijke zin dan, want alles bleef angstvallig keurig op afstand. Dit was dan al de tweede dag die een beetje ‘normaal’ terug haalde. Langzaam zijn we op weg naar beheersbaarheid.

Vanmorgen zag ik de poolse film Ida, een film uit 2013, over een weesmeisje die in het klooster opgroeit en die op zoek gaat met haar tante om het graf van haar ouders te vinden. Prachtige filmische shots van desolate gebieden, de sfeer van de jaren vijftig en zestig, trage opnames die volledig pasten in het geheel. Pas na het kijken realiseerde ik me dat het een zwart/wit film was geweest. Ook dat had niet anders gekund. De regisseur is Pawel Pawlikowski, Ida wordt overtuigend gespeeld door Agata Trzebuchowska.

Straks komt de de aannemer van de woningbouwvereniging naar het steeds groter wordende lek kijken op zolder. Hopenlijk worden er nu spijkers met koppen geslagen.

Een ander dingetje waar weer aan gewerkt moet worden is de conditie. Op het ogenblik ben ik van de kleinste wandeling al benauwd. Een te geconcentreerde cirkel, die voorlopig maar eens opengebroken moet worden. Tussen de buien door fietsen en meer fietsen op de hometrainer lijkt me een goed begin. Nu hou ik het bijna geen tien minuten vol. Zo trekt de hele situatie toch haar sporen, want door het benauwd zijn gebeurt er ook minder. Rug rechten, schouders eronder en gaan. Iedere dag twee minuten langer, neem ik me voor. En nu woord houden.

In 80 dagen de wereld rond betekende een mooie reis naar Binnen-Mongolië. Op paier een traditionele authentieke afbeeldiing en in de kom een vegetarische bouillon’fondue’, waar ik, omdat ik het vlees vervangen had door de tempeh, een bouillonsoep van heb gemaakt. Wel heerlijk trouwens.

100 gram spinazie
0.25 stuk(s) kool(Chinese)
100 gram shi-i-take paddestoelen
2 stuk(s) bosuitjes
1 centimeter(s) gemberwortel
10 takje(s) koriander (vers)
300 gram lamsbout (zonder been)
1 eetlepel(s) pindakaas
0.50 eetlepel(s) sojasaus
0.50 eetlepel(s) Sherry (droog)
0.50 theelepel(s) chilipoeder
1 theelepel(s) suiker
2 stuk(s) bouillontablet (kip)
1 teentje(s) knoflook
50 gram mihoen.

-Was de spinazie en laat ze uitlekken.
– Snijd de Chinese kool in repen.
– Snijd de shi-i-take in plakjes.
– Snijd de bosuitjes in smalle reepjes.
– Schil de gember en hak hem fijn.
– Knip de koriander fijn.
– Snijd het vlees in dunne plakjes.
– Roer een sausje van de pindakaas, de sojasaus, de sherry, het chilipoeder, de suiker en een eetlepel warm water.
– Verdeel het sausje over 2 kleine kommetjes.


Bereidingswijze: Breng in een fonduepan 1 liter water met de bouillontabletten aan de kook.
– Pers het teentje knoflook erboven uit en voeg de gember, de bosuitjes en de koriander toe.
– Verdeel het vlees, de groente en de paddestoelen over 2 schalen.
– Kook het vlees, aan tafel snel gaar in de bouillon.
– Serveer het sausje er apart bij.
– Voeg daarna de mihoen aan de bouillon toe en schenk de soep in soepkommen.

Uncategorized

De koek was op

Weggezonken in een hele diepe droom, ‘krekelde’ mijn telefoon ineens. Zoonlief stond voor de deur, was al vroeg gaan sporten en had de sleutel vergeten. Altijd vroeg wakker, maar vermoeid door de dag van gister, had ik nu wel door willen slapen. Van de nood dan maar een deugd maken.

Ons plan van gisteren had goed uitgepakt. Eerst besloten we de kringloop te bezoeken. De locatie wisselde wel drie keer, want normaliter gaan we toch, ondanks het geplande voornemen, stoppen bij de eerste de beste die ons wat lijkt. Een kringloopwarenhuis, maar dan oude stijl, bleek bij binnenkomst. Er stond zo waanzinnig veel opgestapeld, dat je eigenlijk door de bomen het bos niet meer zag. Wel de meest grappige voorwerpen kon je er opduikelen. Maar door het ontspullen was het niet moeilijk alles te laten liggen, waar het lag. Het ging per slot van rekening gewoon even om het snuffelen. Het was er vol, stoffig en ook een beetje beduimeld en ik moest heel erg denken aan mijn eerste kringloopbaan, waar ongeveer dezelfde sfeer hing.

Buiten een paar druppels, dus gauw de auto in, op naar het strand.. Het werd een perfect dagje Noordwijk. In het begin, toen het nog redelijk fris was en hard waaide liepen we de winkelstraat in. Hoe lang was ik al niet in zo’n winkel geweest, waar de verleiding hoogtij vierde. Prachtige kleuren op elkaar afgestemd, leuke hebbedingetjes, mooie accessoires. In de gedachte dat het bijna als normaal voelde, liepen we winkeltje in en winkeltje uit. In Noordwijk dorp waan je je op vakantie, of coronavrij. Nou ja op het lapje en op de anderhalve meter, gewapend met mandje of lange rode schoenlepel, na dan. De kerk had haar oorspronkeleijke bestemming achter zich gelaten en was gevuld met foto’s en wooninterieur, zagen we bij een vluchtige inspectie. Het orgel torende boven al die wereldse zaken uit als stilzwijgend verwijt.

Omdat twee van ons, waaronder ik, dat minder interessant vonden liepen we vast richting strand om te kijken of er een terras open was. Op het eerste terras hing een troosteloze driepunter als overkapping en het zag er allesbehalve uitnodigend uit, gesloten. Zus had lage hakken aan en het weer nodigde nog niet uit om de wandelschoenen uit de auto te halen, dus liepen we op aangedane-longsnelheid over het pad achter de strandtenten. Beide zussen haakten aan en we besloten naar een volgend terras te lopen. De jongste zus liep met versnelde pas vooruit om te kijken of het open was, maar daar had heel Noordwijk zich verzameld. Dat idee lieten we varen. We liepen door tot waar we een grote kluit meeuwen op het strand zagen. Twee gingen op inspectie en hakkenzus en ik gingen op een paar pallets zitten. Dapper probeerde de zon door de wolken te prikken. De meeuwen ijverden naarstig op het zand, pikten wat weg, vlogen in een grote zwerm op als er een hond langs kwam of als iemand in de handen klapten. Een magnifique gezicht. Het was genieten van eenvoudigweg zeelucht snuiven. Toen de zussen van hun inspectietocht terugkwamen, bleek dat er heel veel kokkels op het zand lagen, waar de meeuwen zich tegoed aan deden. Dat vermoeden had ik al.

We besloten een patatje mèt te halen bij een geïmproviseerde afhaalplek op de hoek. Tot onze verrassing waren het gezellige ouderwetse puntzakken. Terwijl we aan het peuzelen waren, brak de zon door, als beloning op ons geduldige wachten.

Het volgende plan was de bollenvelden, nu we zo dicht in de buurt waren. Fotozus kreeg zo de kans om unieke opnames te maken van die rissen tulpen in bonte schakeringen. Wat een vreugde voor het oog was dat altijd weer. We wisten wat velden bij een hotel/annex casino maar kwamen onderweg ook al wat mooie uitbundige bloeiers tegen. Bij het hotel was een koffie to go voor de zussen. Ik was verzadigd en moe. Toen zij bij thuiskomst nog koffie bleven drinken, ging ik toch echt op huis aan. Sorry zussen. Zon gezien, zeelucht gesnoven, zussen gehoord en gezien, meeuwengekrijs in de oren en de mooiste bollenkleuren op mijn netvlies. De koek was op.

‘In 80 dagen de wereld rond’. Vandaag dus Zuid-Holland. Op papier een impressie van vandaag. In de zak, onvervalste Hollandse patat met en een heerlijke kroket.

Uncategorized

Het uitspellen van de krant

Heel vroeg alweer een gouden opening. Iedere dag is er het voornemen om te schitteren en in minder dan een uur wordt dat idee om zeep geholpen. Dit beeld op het netvlies raak ik voorlopig niet meer kwijt.

Gisteren met goed gevulde auberginestoof-dozen op pad om beide dochters met hun gezinnen te overvallen. De oudste was aan het werk. Ze zou pas laat terug zijn. Peru stond op het lijstje met nog wat voorwerk, dus al te laat wilde ik het niet maken. Bij de ander was er thee en heerlijke solotijd, want kleindochter lag nog lekker te slapen. Ze keek me als vegetariër verbaasd aan bij het zien van de schotel waar overduidelijk de gehakt in te zien was. ‘Vegan malle’. Zestig dagen en route en inmiddels overtuigd van het feit dat er maar weinig culturen en landen zijn waar vlees nauwelijks gegeten wordt. Rond India heeft men de meest heerlijke spijzen en Midden- en Zuid-Afrika wordt het een goede bonenstoof, maar verder blijft het zoeken en soms echt naar een speld in een hooiberg.

Voor vandaag met de zussen een tocht naar Zee bedacht. Er wordt regen beloofd en koud weer, maar de hang naar een wijds uitwaaien is groter. De wind door je haren, het striemen van zand en regen in je gezicht, de kou en dan, na een barre tocht, het genot van een glas wijn op een overdekt strandterras. Het hoofd leeg van muizenissen en vol nieuwe energie. Bovendien zijn we niet van suiker, stoere meiden van stavast.

Dochter was er nog niet, schoonzoon kon ik niet bereiken, dan maar langs het dagverblijf van Dribbel, maar ik wist zijn groep niet. De radijsjes, de meiknolletjes, de raapsteeltjes of iets dergelijks. Wie verzint toch die namen en waarom wordt alles verkleind. Kreeg dochter telefonisch niet te pakken, dus ik liet hem maar in zijn groentetuin en ging op huis aan. Wie wat bewaard die heeft wat en morgen is er weer een dag.

Ik zag de schrijnende film ‘Only the devil lives without hope’ over een Oezbeekse gevangene en zijn zus, die vocht voor zijn vrijheid.Ik zou willen dat ieder die onze vrijheid beknot vindt, daar naar zou kijken. Door de schrijnende omstandigheden zijn deze bedreigde en gelovige Oezbeken uitgeweken naar Zweden, maar ging de geheime dienst zover, om zelfs een infiltrant met de zus te laten trouwen om haar vervolgens te mishandelen en haar en de kinderen zowel geestelijk als letterlijk in een afgrond te storten. Ze overleefden. De verhalen over de enorme vesting, de gevangenis Jaslyk, waar martelingen en eenzame opsluiting aan de orde van de dag waren en je beter kon bekennen, wilde je overleven, zijn ingrijpend Broer Iskandar is bijna vrij, de gevangenis eindelijk gesloten. Ware vrijheid zit van binnen , maar vrijheid van meningsuiting draagt daar flink aan bij. Zolang we kunnen gaan en staan waar we willen, wetten kunnen overtreden zonder sancties, kunnen publiceren wat ons goeddunkt, is elke aantijging misplaatst.

Zus appte omdat ze dacht dat de ‘zeereis’ waarschijnlijk toch letterlijk in het water zou vallen. Paniek en reuring. Maar wij zeeaanbidders zwakten de argumenten af met zuidwesters, goede wandelschoenen(wel eerst even winkelen dan) en lange jassen met dikke sjalen om tien graden te trotseren. Ze gaf zich gelukkig over. Vandaag wordt het vermoedelijk Zuidholland met kroketten en patat of een Hollandse groentensoep op een hopenlijk overdekt terras aan de kust en als wandelen onmogelijk blijkt, kunnen we altijd nog de zee zien. We zijn niet snel voor een gat te vangen.

Het toetsenbord heeft zoonlief net vervangen. Mooi donkergrijs met een muis aan de zijkant in het bord zelf. Ook handig en een andere losse muis. Zijn moederdagbijdrage. Ik reken het goed. Nu ben ik niet langer onthand. De volkskant opent met een bericht dat er hoop is voor long covid. Ben benieuwd wat men heeft gevonden. Eerst koffie en in de benen. De krant bewaar ik. Er gaat niets boven een zondagmorgen met koffie en het uitspellen van de krant.

In 80 dagen de wereld rond bracht me naar Peru, waar op papier een impressie naar Cesar Yauri Huaney kwam en in de kom een heerlijke Peruviaanse Locro, een gestoofde pompoenschotel met Bulgur, als stond in het recept quinoa.

Uncategorized

Om te overpeinzen

Het toetsenbord vertoont kuren. Soms valt er ineens een half woord of meer tussenuit. Dat geeft dan een andere beleving aan een zin en het gekke is, dat het me moeite kost om te bedenken, wat ik ook alweer had willen schrijven. Mijn toetsenbord leidt aan stotteren of in een ernstiger vergelijking, aan geheugenverlies. Ik heb alles geprobeerd. Nieuwe batterijen, het slotje opengemaakt en weer dichtgedraaid, etcetera. Nul op rekest. Ze lacht me uit. Haha-hartstikke vervelend moest dat zijn. Maar overkomelijk, dat wel, desnoods gooi ik de laptop in de strijd, mijn Ipad en als het echt niet anders kan de telefoon. Dat laatste is moeizaam, want dikke vingers, kleine letters, ernstig zelfdenkend met als gevolg dat er ineens een totaal verkeerde betekenis wordt gegeven aan mijn boodschap.

https://www.npostart.nl/dwarse-denkers/11-03-2020/VPWON_1314467

Het is verwarrend. Vanmorgen was alles een beetje verwarrend. Ineens ontdekte ik Dwarsdenkers. Ook al een programma van Özcan Akyol. Hoe hard werkt die jongen eigenlijk, vroeg ik me af. Met dezelfde innemende kalme manier van bevragen. Afwachtend, niet bang voor de stiltes, tijd voor overpeinzen. Ik zag achter elkaar eerst Youp van het Hek met zijn lofzang op het vrije woord en de vrije gedachte, Johan Cruijff en Carré. Daarna klikte ik Dwarsdenken met Roxane van Iperen aan. Daar begon de verwarring. Een juriste die in een fantastisch groot Naardens pand woonde, met idolen als Rapper Tupac, de dichter Boris Rhizi en zo meer. Die zich ‘het niet uitspreken van onrecht’ aantrok en die tijden lang bezig was geweest het geheim te ontrafelen van de geschiedenis van haar huis ‘Het Hooge Nest’. Haar vasthoudendheid en haar kunde als schrijver zorgden ervoor dat het een bestseller werd. Nooit en nooit moeten we over onrecht zwijgen.

Er zat in het interview een opname van Tupac, die haarfijn uitlegde hoe agressie werkte. Je klopt aan bij een hotel en zegt keurig ‘Ik heb honger, hebben jullie wat te eten voor mij alsjeblief’. Het antwoord is nee. De volgende week klop je aan en zegt: ‘Ik heb honger, geef me wat te eten’. Ze weigeren. De week daarop zie je de salami door het hotel vliegen en de lachende menigte. Je bonst op de deur. ‘Geef me te eten’. Als antwoord komt: ‘Hier is geen eten’. De week daarop breek je het slot open en op een dag blaas je de deur op. Ze houdt van Tupac omdat hij de misstanden laat zien. ‘Benoem het en het bestaat’ is de boodschap die ik eruit filter. Als je blijft zwijgen, verandert er niets. Het Hooge Nest heeft in de oorlog een belangrijke rol gespeeld bij het verzet en de Joodse onderduikers. De zussen Jannie en Lien Brilleslijper hadden daar een voortrekkersrol in. Ze belandden beiden in het kamp Bergen Belsen en Jannie heeft de laatste weken van Anne frank beleefd. Daarvan deed ze verslag in de documentaire ‘De laatste zeven maanden, Vrouwen in het spoor van Anne’ Die heb ik vanmorgen ademloos uitgekeken en nu ben ik met terugwerkende kracht nog veel meer ontdaan over wat die overlevers, deze vrouwen, ons als inkijk geven van het grote lijden. Iets wat we wel wéten, maar nooit zo overduidelijk beseften, ondanks alle foto’s, films, en boeken. Het komt binnen, want het is een verhaal van binnenuit, van vlees en bloed, van vrouwen, van mensen als jij en ik.

Er zit niets anders op. Er moet een boek komen. Het verhaal van ‘Het Hooge Nest’. Een geluk bij een ongeluk is dat het in herdruk is en pas op 20 Mei uitkomt. Dat geeft me de gelegenheid om de stapel naast het bed te laten slinken. Er wordt veel regen voorspeld, dus leestijd te over en heel wat om te overpeinzen.

‘In 80 dagen de wereld rond’l iet me afreizen naar Irak. Op papier een muurschildering ‘Feminisme in Irak’, dapperheid die raakt. In de kom: Tepsi Baytinyan, een aubergineschotel uit de oven.

Uncategorized

De cirkel is rond

Een zachte zonnige dagopening.

Nog nasudderend van een half gevulde nacht drommen flarden binnen van mijn doe-lijst. Boeken lezen, recensies schrijven, de geschiedenis van onze stad wegens het 75-jarig bestaan. Stofzuigen omdat gisteren bij het familiebezoek van de zussen ‘pluis’haren aan de zwarte broeken bleven kleven. De was, ook niet vergeten. Stukje schrijven, nieuwe reis voorbereiden. Vandaag gaat die in ieder geval naar Irak. Pieker pieker, peins, peins.

https://www.npostart.nl/de-geknipte-gast/05-05-2021/BV_101404735

Koffie en de krant eerst en het programma van Özcan Akyol terug kijken. ‘De geknipte gast’ met in de stoel de sympathieke Ghanese Jerry Afriyie. Eens te meer wordt duidelijk dat we eerst moeten leren luisteren, voordat we het gedachtegoed van mensen bij het grof vuil willen zetten of weghonen. Wat deze man zegt, is zo vol van liefde en betrokkenheid voor de kinderen in de Bijlmer. Toen hij hen hoorde zeggen: We zijn geen Nederlander’ schrok hij. Iemand had deze kinderen wijs gemaakt dat ze geen Nederlander waren, terwijl ze allen hier geboren en getogen zijn. Dat betekende een vertekend beeld voor de toekomst. Deze kinderen, alle kinderen, hadden recht op een toekomstperspectief, op groei en ontwikkeling. Daarna is hij zich in gaan zetten voor dat doel, zowel voor zijn eigen kinderen als de kinderen uit de buurt. Als je goed luistert naar wat Afriyie te vertellen heeft, zal je beamen dat hij het juiste beeld schetst. Voorop staat de noodzakelijkheid van de bewustwording van inclusiviteit en diversiteit zonder racisme en ongelijkheid. Hij offert daar zelfs de tijd voor op, die hij zou moeten doorbrengen met zijn gezin en kinderen. Door de integere manier waarop Eus hem bevraagt, komen de antwoorden helder als glas en zonder enige vorm van radicaliteit. Hij wil ook niet te boek staan als activist. Hij wil alleen maar het juiste toekomstperspectief bewerkstelligen voor elk kind. Daarbij bevraagt hij zichzelf ook kritisch en durft zijn eigen heilige huisjes te verbranden. Dat gaat niet vanzelf en met rafels, maar als je eerlijk tegen jezelf bent, kan je eerlijk zijn tegen de ander. Dan weet je dat niets anders belangrijker is dan de liefde. In welke verpakking dan ook. Liefde voor ieder mens. Inclusiviteit op het hoogste niveau. Een diepe buiging en respect.

Net als Sterren op het doek is dit de laatste aflevering van dit seizoen. Programma’s om te missen. Bij een blogvriend lees ik dat de film ‘De beentjes van sint Hildegard’ zeer de moeite waard is. Op de een of ander manier komt het er maar niet van. Maar de zussen bejubelen het mee. Later misschien. Als mijn eigen missies volbracht zijn. Gisteren kwam ook nog dochter met de drie, dribbel schoof onmiddellijk onder de bank om de autotjes te pakken. De middelste zocht het intelligentiespel met de vier puzzelstukken en ranja met een bakje chips hield ze een hele poos zoet. Muizende katjes mauwen niet, in variatie op een thema.

Een makkelijke zomersoep uit Finland was in een oogwenk voor elkaar. Zuslief vroeg nog of het geen dwingende gedachte was, om iedere dag een recept te zoeken en te maken, met een tekening erbij, maar het is juist heel erg leuk om te doen. Het brengt veel op mijn pad. Er zijn ingrediënten waar ik nog nooit van gehoord heb en er worden combinaties gemaakt die ik zelf niet zou verzinnen. Het leert me in kruiden denken. Bovendien moet ik grossieren in winkels waar ik niet snel kom en dat haalt het verleden weer boven. Er was een tijd dat de toko tot mijn dagelijkse uitstapje behoorde.

Zoonlief stuurde net een foto over de app van de Benjamin op de beer in het Julianapark. Dezelfde waarop onze handjes gekletst hebben, toen we zo oud waren als hij nu. De geschiedenis herhaalt zich. De cirkel is rond

213

niet ouder dan een jaar of vijf

een warme zomerdag

het knarsende hek

de wandeling door knerpend grint

oneindig lang duurde het eer we er waren

blije opgetogenheid als we hem zien

de Beer met water uit zijn bek

het gladde ronde steen

We vouwen onze kleine armen erom heen

en kletsen hem liefkozend in zijn nek

Julianapark

kinderplek

c)lemvanderlinden

‘In 80 dagen de wereld rond’ Finland. Op papier naar het werk van Helene Schjerfbeck ‘Portret van Gota’. In de kom: Kesakeitto(Finse zomersoep)

2 1/2 kop water
1 eetlepel suiker
1/4 theelepel zout
2 1/2 kop melk
300 gr diepvries of verse doperwtjes
1/2 bloemkool in rozetjes
1 grote wortel in blokjes
5 kleine geschilde en in vieren gesneden aardappelen
1 eidooier
2 eetlepels boter
1 eetlepel gehakte kervel of peterselie

Bereidingswijze

Breng in een kleine pan het water met de suiker en het zout aan de kook.
Voeg de melk, erwten, bloemkool, wortel en aardappelen toe en laat het 15 minuten zachtjes koken (tot de groenten gaar zijn).
Roer door de geklopte eidooier 2 eetlepels hete soep en voeg dit mengsel aan de soep toe.
Kruid het naar smaak en voeg de boter toe.
Bestrooi met gehakte kervel of peterselie.

Uncategorized

Te mogen delen

Heel vroeg wakker en net op tijd om te zien dat de dag toch echt met goede voornemens en veel kleur begonnen was, ondanks het grijze gemiezer van dit tijdstip. Een dapper voornemen.

Daarna sukkelde ik toch weer in slaap. Bij het ophalen van de krant lag er nog een bruin pakje in de brievenbus. Het bleek afkomstig te zijn van vriendinlief, waarmee ik mijn prachtige laatste schooljaren als duo gedeeld had. Toen we alle spullen met spijt in ons hart, dertig jaar trouwe dienst, achter hadden moeten laten, plukten we er wat hartendiefjes uit om mee te nemen als aandenken. Zij wilde mijn paarse ladenkastje, dat anders op de schroothoop zou eindigen, zoals het meeste van de spullen. Dat ladenkastje was ons bureau. Daar zaten verrassingen in, grote tackers, hebbedingetjes, voorraad plakband en anderszins en dingen voor je-weet-nooit-waar-het-goed-voor-is. Het ladenkastje ging met haar mee en de inhoud grotendeels met mij.

Nu ze straks gaat verhuizen, verhuist dit paarse aandenken aan onze glorietijd mee. In het pakje zat een verschoten boek met een Fiep Westendorp-tekening voorop. Het bleek een totaal in de vergetelheid geraakte stagiaireboek te zijn dat me ooit in 2007 was geschonken door een van hen. Ze wilde laten weten hoe ze de tijd bij ons had ervaren. Heerlijk om door te bladeren en de foto’s te bekijken. De verslagen besloegen drie jaar en daarna is het vast en zeker ergens tussen geschoven en nooit meer boven water gekomen tot nu aan toe.

Ook vriendin had een woordje geschreven, want zij was ooit eveneens als stagiaire bij mij begonnen, toen ze qua onderwijs in een wijfelende fase zat. Ik las de verslagen van de anderen door, de lovende woorden, de heerlijke foto’s als herinnering aan de activiteiten die we deden, de glorieuze projecten en er was iets dat heel erg streelde. De wetenschap dat velen twijfelden op het moment dat ze binnen waren gestapt en stuk voor stuk was er bij allen het enthousiasme en de vastbeslotenheid om er wat van te gaan maken, toen ze bij de apen naar buiten stapten. De kroon op mijn werk waren niet aleen de kinderen maar zeker ook de stagiaires, die hun teleurstellende ervaringen wisten om te buigen om vol zin en levenslust nieuwe uitdagingen aan te gaan. Dit boekje is inderdaad een kleinood, dat ik altijd zal koesteren. En lieve vriendin, wat hebben we mooie en spirituele groei doorgemaakt. Zoals je zelf schrijft: ‘Woordenschat, taal, rekenen, muziek, drama, dans, motoriek, alles zat als een kunstig weefwerk in elkaar en met elkaar leerden we van alles zonder dat we het door hadden’. Dat had je je in een oogwenk eigen gemaakt.

Ik was vergeten hoe ik hen bijbracht, dat onderwijs van binnen uit groeide. Je vertelde dat ik iedere ochtend tegen je zei: ‘Goed voorbereid? Mooi! Dan kun je dat nu allemaal vergeten en lekker aan de slag gaan’. Haha. Zo is dat. De ingestudeerde les is de grote beperker van het proces. Gaandeweg volgen lessen elkaar vanzelf op, op de momenten dat het uitkomt, of nodig is, of omdat een handeling erom vraagt. Dat duidelijk maken was mijn grote missie. En volgens het boekje met deze voorbeelden niet zonder succes.

ik hoop dat mijn bagage lang is blijven meereizen met alle lieverds die een tijd met me hebben meegelopen. In ieder geval kon ik ze meegeven dat onderwijs genieten is, zolang je maar een paars kastje hebt met de mooiste en onverwachtste spulletjes. De meeste van die juwelen gingen mee in mijn ‘Leren is Leuk’-koffertje, waarmee ik kon invallen en een klein stukje Jenaplan mee mocht nemen naar andere scholen. Van lieverlee heb ik bepaalde hartendieven weggegeven, als kinderen het nodig hadden, of als de groep erom vroeg. Mijn liefste groene happertje bleef achter bij een lieve schat, die daarmee contact kon maken met de hele groep zonder in verlegenheid stil te vallen. Ze bleven onafscheidelijk.

Net als de vroege morgenstond begon mijn dag óók met een prachtig oranje-gouden randje. Heerlijk om in vriendschap de goede herinneringen te mogen delen.

In 80 dagen de wereld rond bracht me bij Oostenrijk en natuurlijk bij Hundertwasser op papier en een makkelijke Käse-Spätzle in de kom.

Twee Uien/bloem/ 4 eieren/ 2 dl melk / 400 gr bloem/ een teen knoflook/ boter/ peper/ zout/ 200 gr gemalen kaas.

Verwarm een flinke scheut arachideolie in een pannetje op het vuur. 2 uien. Schil de uien, halveer ze en snijd ze in ringen. Maak ze los met je handen en verzamel ze in een kom. Bestrooi de halve uiringen met bloem en zeef de overtollige bloem eraf. Bak ze in de hete arachideolie tot ze beginnen te kleuren. Laat ze daarna uitlekken en krokant worden op een vel keukenpapier. Spätzle zelf maken gaat zo: Breng een pot met gezouten water aan de kook.4 eieren deciliters melk. Klop de eieren los en meng de melk eronder. 400 g bloem. Voeg de bloem toe en roer voorzichtig tot je een glad mengsel hebt. Neem een vergiet met kleine, ronde gaatjes en hou het boven de pot met kokend water. Duw het beslag door de gaatjes met een spatel. De kleine druppeltjes deeg zullen meteen stollen. Ze zijn gaar wanneer ze komen bovendrijven.1 teentje look. boter. Zet een tweede pan op het vuur en doe er wat van het kookvocht van de spätzle in. Rasp er een teentje look bij en smelt een klont boter in het kookvocht. peper en zout naar smaak. Schep de gegaarde deegwaren bij de saus en kruid met peper en zout. Roer 200 gr gemalen kaas onder de pasta totdat alle pastasliertjes bedekt zijn met een dun laagje kaassaus.. Snipper de bieslook fijn.. Serveer de spätzle in een kommetje met wat fijngesnipperde bieslook. Werk af met de krokante uiringen. Smakelijk!

Ik koos voor de makkelijke versie en nam gekookte elleboogmacaroni. Ook heerlijk.

Uncategorized

Verwarmd worden

Terwijl de wind elke bloesem van de bomen raast , luister ik naar de voorspellingen voor van de week. Herfstige lentemaand, waarbij ik altijd zou willen, dat ik aan zee woonde. Niets fijner dan zandhappen als de natuur driftig tegen het land beukt en de structuur verstoord door alles in de war te schoppen, duinzand te vermengen met strandzand en alles wat niet vastgesjord is als tumbleweeds het strand op te sturen. Ook op het balkon zijn de potten stuivertje aan het verwisselen en verliest de prunus van de buren beneden haar prachtige bloementooi.

Vroeger dan anders ben ik op pad om met de kleine blauwe Prins richting Houten. Daar is er in de grote hal van de expo een vaccinatiepunt ingericht. In de wervelwind op het parkeerterrein wordt men ontvangen door een imposante meneer in een gele oliejas die maant om door te rijden naar een andere oliejas met een zwarte muts, die vrolijk staat te wenken en te wuiven. Alsof er een feest gaande is. Ze heeft een brede glimlach op haar gezicht en wijst me dwingend een benepen plek aan. Te vroeg, als immer, spot ik mijn telefoon, check nog eens of ik alles bij me hebt, kijkt naar de troosteloosheid van een half verlaten parkeerterrein en het immer zwaaiende gele jassen corps. Soms stoppen ze en warmen zich aan kartonnen bekertjes koffie of thee, met een oog naar elkaar en een oog op de ingang. Bij de uitgang houdt een gele jas alle passanten, die het terrein op willen, tegen, om ze naar de ingang te verwijzen.

Na het nieuws van negen uur zet ik het zwarte mondlapje op en tors tegen de draaiwind in naar de ingang van het gebouw. Drie ontmoetingen, waar steevast de medische controlelijst wordt gecontroleerd en het identiteitsbewijs bestudeerd. Na de derde mag ik naar een arts, die me een groen briefje in de handen duwt met de tekst ‘twee minuten drukken’ erop, af te geven aan de verpleegkundige die de vaccinatie zal zetten. De vierde controle en weer een check en dan wachten tot je geroepen wordt. Zo werkt het dus. ‘Wat een handige trui’, vond de vrouw. Daar was over nagedacht. Ik hoefde maar iets de halslijn naar beneden te trekken en er kwam een bovenarm bloot. Of ze moest waarschuwen als de prik kwam. ‘ Nee hoor, jens er maar in’ leek mij. Snel en accuraat stond ik na die vereiste twee minuten weer buiten en mocht richting wachtkamer. Ik kon er niets aan doen, het beeld van opgehokte makke schapen steeg uit de saaie witte inhammetjes op. Er staken alleen knieën of voeten uit en ook dat zag er potsierlijk uit. Connie Palmen hielp me het kwartier door, terwijl een overijverige broeder van het rode kruis monter een mevrouw vertelde dat er vorige week nog iemand een hartaanval gehad. Hij had, bedacht ik me, misschien nog een cursus ‘Tact’ of ‘Empathisch vermogen’ te goed.

Zelf bij houden of de vijftien minuten zijn verstreken. Een mevrouw naast me, smokkelde er vijf minuten af. De wind was niet gaan liggen, toen ik uitgeleide werd gedaan door het gebrom achter een mondmaskertje van een student die een kleinigheidje bijverdiende. De geeljas met de zwarte muts zwaaide zwierig naar de richting, waarlangs ik mocht vertrekken. Een fluitje van een cent zo’n prikkie.

Thuis stommelden de kleindochter, de kleine filosoof en hun moeder de trap op. Prachtige pioentulpen om te vieren dat de eerste stap naar de vrijheid gezet was en daarna was er eerst koffie, want wie kou heeft geleden, mag op meerdere fronten verwarmd worden.

In 80 dagen de wereld rond: Bibimpap uit Noord-Korea.

Op papier: ‘Geluk’ een meisje heeft een cadeau gekregen van de Grote Leider, die haar lop die manier laat weten dat het volk een ouder heeft, die altijd voor ze zorgt.

Op het bord: Bibimpap. Laat je niet afschrikken door de hoeveelehid onderdelen van dit gerecht. Het is overheerlijk.

  • 250 gram rijst
  • 4 verse eieren
  • beetje zonnebloemolie, peper en zout
  • Koreaans gemarineerd vegan gehakt, 400 gram: 2 tenen knoflook fijn gehakt/2 eetlepel lente ui groene gedeelte, fijn gesneden/2 eetlepel sojasaus/1 eetlepel ketjap/1 eetlepel honing/ 2 theelepel sesamolie/ 1 theelepel sesamzaad (zwart, wit, of gemengd)/zout en zwarte peper naar smaak
  • 150 gram taugé
  • 3 stengels bosui fijn gesneden
  • 1 theelepel sesamolie
  • 250 gram shiitake voor een goedkopere optie kan je deze vervangen door kastanje champignons
  • 1 eetlepel sesamolie
  • 0,5 rode chilipeper eventueel zaadlijsten verwijderd
  • 1 eetlepel sojasaus
  • 2 eetlepel ketjap
  • 1 komkommer
  • halve theelepel zout
  • 1 teen knoflook fijngehakt
  • paar druppels sesamolie
  • 2 grote courgettes
  • 1 teen knoflook fijngehakt
  • 1 eetlepel vissaus
  • zwarte peper naar smaak
  • 2 winterpenen julienne gesneden
  • halve theelepel zout
  • 1 eetlepel wijnazijn
  • 2 winterwortels
  • 300 gram spinazie
  • 2 stengels bosui fijngehakt
  • 2 theelepel sesamolie
  • 1 eetlepel sesamzaad
  • 2 eetlepel gochujang pasta (koop dit bij de Aziatische toko zoals de Amazing Oriental)
  • 1 eetlepel suiker
  • 1 eetlepel sesamolie
  • 1,5 eetlepel rijst of wijn azijn
  • 1 eetlepel water
  • 1 eetlepel sesamzaad (zwart, wit, of gemengd) kort geroosterd in een droge koekenpan

Gebruiksaanwijzing:

*Kook de rijst volgens de instructies op de verpakking. Fruit de bosui in de sesamolie in een koekenpan op hoog vuur. Bak de taugé in twee minuten gaar, zet deze afgedicht weg en maak je koekenpan schoon met een vel keukenrol. Doe een grote eetlepel zonnebloemolie in de pan, voeg de shiitake en rode peper toe en bak twee a drie minuten op hoog vuur zodat de shiitake vocht verliest. Zet het vuur lager en voeg de sesamolie, sojasaus en ketjap toe. Ze ook deze afgedicht weg en maak de koekenpan schoon. Giet het vocht van de komkommer af, verhit een paar druppels sesamolie en fruit hierin de knoflook op middelhoog vuur. Bak de komkommer een minuut aan. Giet weer overtollig vocht af, en zet weg. Verhit een grote eetlepel zonnebloemolie op hoog vuur, fruit de knoflook en voeg de courgette toe. Bak aan tot deze zacht van structuur wordt en besprenkel met vissaus en zwarte peper. Zet wederom afgedicht weg en maak de pan schoon. Verhit twee theelepels sesamolie en een eetlepel zonnebloemolie, fruit hierin de bosui. Bak de spinazie op hoog vuur zodat deze gaart maar niet zijn bite verliest.  Roer regelmatig door, ongeveer 2 minuten. Besprenkel met de sesamolie en sesamzaad, zet weg en maak de pan schoon. Bak de wortel twee minuten in wat zonnebloemolie. Verhit twee eetlepels zonnebloemolie en bak het vlees kort aan op hoog vuur. Aangezien de plakjes dun gesneden zijn is één a twee minuten voldoende. Laat het vlees rusten in een afgesloten bakje en maak de pan schoon. Bak de eieren met hele dooier op middelhoog vuur.

Snijd de groente, maak mooie gelijke stukjes voor een gelijkwaardige garing. Na het snijden doe je elke groente in een apart bakje / of bord en zet deze weg. Kan gekoeld maar hoeft niet perse. Shiitake: verwijder eventuele aarde van de stam van de paddenstoelen, snijd elke shiitake in plakjes. Gebruik een dunschiller om slierten schil van de courgette te verwijderen, zie foto hieronder. Snijd de courgette in de lengte in twee helften, verwijder de zaadlijsten met een lepel. Leg de courgette vervolgens plat en snijd gelijke plakjes zodat je stukjes de vorm van een halve maan hebben. Snij de winterpeen julienne: schil de peen, snijd ‘m in gelijke delen (ik deed ‘m door drieën). Snijd een stuk van de zijkant af zodat je een rechte ondergrond hebt om op te snijden. Snijd elke deel in dunne plakjes, Leg deze vervolgens op elkaar en snijd in dunne gelijke reepjes. Was en snijd de komkommer in de lengte en verwijder de zaadlijst. Snijd vervolgens in dunne plakjes (als een ware samoerai). Mix de komkommer met een halve theelepel zout en zet weg. Snijd ook nog 2 tenen knoflook, een halve rode chilipeper en 5 stengels bosui. Rooster het sesamzaad kort in een droge koekenpan. Mix alle ingrediënten van de saus. Zet deze vervolgens weg in een mooi schoteltje of bakje.

Uncategorized

Een menswaardig einde

Een koude druilerige dag was bij uitstek geschikt om een online workshop te volgen. Mijn eerste op deze manier. Voor iets moet ergens een eerste keer zijn. Aboriginal-kunst was me wel bekend. Jarenlang hebben we hier in Utrecht er een museum voor gehad, dat helaas de deuren sinds een aantal jaren heeft gesloten. Zorgvuldig zorgde ik dat alle attributen klaar stonden en de geleverde spullen netjes uitgestald. Iets wat nodig moest was het ordenen van mijn grote doos Pastel, waar de krijtjes sinds jaar en dag kriskras door elkaar heen lagen. Alle kleurschakeringen bij elkaar gezocht. Een glas koffie gemaakt, verlengsnoer geregeld voor de Ipad, kranten op de tafel en een doek, want we gingen eerst aan het werk met pastel.

Ondanks de dagelijkse tekeningen bij mijn reis om de wereld in 80 dagen had ik al lang niet meer echt op doek gewerkt. Deze zou voor de kleine filosoof worden, die gekko’s had besteld. Fase een was vandaag, fase twee volgt over twee weken.

De instructies waren duidelijk en gemakkelijk te volgen. Elke nieuwe techniek, in dit geval pastel met acryl is een verrijking want vaker toe te passen. Vriendinlief werkt veelvuldig met kinderen en als haar kunstkoets bij de scholen voorrijdt, is succes verzekerd. Juist doordat ze zoveel praktijkervaring heeft en daarnaast nog alle ideeën zelf uitprobeert weet ze als geen ander tegen welke problemen je aan kan lopen., Deze workshops zijn voor alle niveaus, stapsgewijs opgezet met een levering van al het materiaal. Hieronder de link.

workshops Mieke Rozing

Daarna evalueerden we nog een uurtje met elkaar over de telefoon als mooie afsluiting van een zinvolle morgen. Het bracht me terug naar mijn oude school. De inspiratie die kinderen je kunnen geven tijdens hun experimentele ontdekkingsreizen is groot. In zo’n wisselwerking stimuleer je elkaar en voeden ze mij net zo als ik hen voed met nieuwe ideeën. Uit elk idee werd wel weer een nieuwe geboren, tijdens het ontdekken maar ook later in de evaluatiekring aan het eind van de dag. Kinderen die elkaar bevragen over een proces zijn eerlijk en open. Die transparantie zorgt voor een helder inzicht of een vergroten van de mogelijkheden. Door dergelijke kringen konden ze de volgende dag door met hun eigen project. Een ander groot voordeel was, dat er door een terugloop van de leerlingen een lokaal vrij kwam waar we een ruim atelier van konden maken. Eindelijk was er de tijd om ‘groot’ te kunnen werken.

Bijvoorbeeld met de geweldige grote drukpers, een oude wringer op een tafel vastgeschroefd, die ik ooit van een Rotterdamse kunstenaar had gekocht. Experimenteren met veel verf, monoprints maken en kunnen draaien aan een ‘echte’ pers. Zelf hadden we daarmee de ruimte gekregen om technieken van te voren breed uit te proberen. Een geluk bij een ongeluk. Zulke mooie momenten mis ik natuurlijk stiekem wel. Maar wie weet, wat er nog komen gaat. Voorlopig gaat mijn eigen project nog gewoon door. Ik was gisteren op dag 55 aanbeland. Nog 25 dagen te gaan en het verveelt nog geen moment. Ondertussen kan ik verder experimenteren met de dots en lines van de aboriginals.

In de krant een nieuwtje over het leven na de diagnose Parkinson. Het bleek uit een interview met de psychiaters Sonja Rutten en Odile van den Heuvel behalve de bekende symptomen als het schuifelen en de stijfheid al eerder psychische effecten zich kunnen openbaren. Daartoe behoren zelfs excessen als gokverslavingen, geldsmijterij en hypersexualiteit. Ook kan het aanvankelijk lijken op een burn-out. Als dan uiteindelijk, soms na jaren, de diagnose gesteld is, blijkt dat een scala aan psychische problemen op kan treden, maar dat de meeste van die klachten goed te behandelen zijn door het dopamine-tekort te bestrijden met een medicijn. En bij het lezen van dit verloop, denk ik terug aan de moeizame lijdensweg van mijn vader, waarbij men nooit de weg heeft gevonden om hem weer op te laten klimmen. Het zorgt voor een met terugwerkende kracht spijtig gevoel. Dat had ik hem toch graag gegund, een menswaardig einde.

‘In 80 dagen de wereld rond’ Tunesië

Op papier: Naar Alexandre Roubtzoff. ‘ Fatima och Manoubia’ Tunis 1917. In de kom: Tunesische Tajine-eier/aardappelschotel uit de oven

Uncategorized

Dat beeld en dat verlangen

Op de ochtend van koningsdag viel in Schiedam een koe in het water‘ en net als de auteur Merel Bem van het artikel in de rubriek beeldvormers, had ook ik een groen weiland, doorspekt met paardebloemen en madelieven, voor ogen en een sloot. Een vijftiger-jaren beeld. Een lieflijk beeld, waarbij de boeren haar uit de sloot zouden trekken met man en macht, de koe zou loeien en iedereen rood zou aanlopen van de inspanning en opgelucht zouden ademhalen als de missie geslaagd was.

De foto bij het artikel sloeg snel daarop dat hele droombeeld aan stukken. De koe had geen misstap begaan uit de wei in een boerensloot, maar was van een drijvend ponton, een ‘floating farm’ gevallen in de Merwedehaven. Het water was diep en de brandweer moest er aan te pas komen met een hydraulische kraan en duikers hielden het dier drijvend.

De auteur vroeg zich af, wat haar vijftigerjaren beeldvorming over deze ‘Koningsdagkoe’, had opgeleverd. Ze liep achter op de thema’s en als beeldvorming zo werkte dat het de werkelijkheid niet meer kon bijbenen, als je door de bomen het bos niet meer ziet, moest je gaan bijstellen, besloot ze.

‘Waarom hebben we in Nederland met een overvloed aan weiland drijvende boerderijen nodig’ is volgens mij geen gekke tegenvraag. Het kwam door de openingszin dat het nostalgische beeld bij mij opgelepeld werd en tevens gold voor mij dat ik niet op de hoogte was van ‘the floating farm’. Het riep nog meer vragen op. Waarom niet een drijvende boerderij, waarom in Schiedam in de haven, had het meerwaarde of was het een experiment, werd de koe voorbereid om in een moderne ark van Noach de zondvloed af te wachten. Het bleek een staaltje van technisch vernuft te zijn en inderdaad als voorbereiding op een toekomst van een wereld, die kampte met ruimtegebrek en een stijgende zeespiegel.

De link naar de tweede kamer werd gelegd door het woord beeldvorming en een opmerking van CDA-kamerlid Anne Kuik hierover: ‘Er ontstaat een beeld dat beeldvorming belangrijker was dan het leed van de ouders’. Het is van een een ander kaliber, al zal koe haar eigen geleden leed eveneens in doodsangst hebben doorstaan. Met recht valt vast te stellen, dat je als politiek dan aardig de weg kwijt bent. Koe staat weer op haar vier poten, sneller dan alle gedupeerde ouders kunnen rekenen op compensatie.

Het zorgt er wel voor dat ik nasudder over de eenvoud der dingen met als tegenstelling een maakbare wereld. Soms, heel soms en tegenwoordig zelfs wat vaker, conform het toenemen van de leeftijd, verlang ik naar de rust in die dagen van vroeger. Het is allemaal overgoten met een saus van nostalgie. Iets wat achter je ligt, wordt altijd mooier dan de realiteit van toen, maar de wereld was beduidend kleiner, de nieuwsgaring beperkter. Elementen als televisie en telefoon kwamen pas halverwege mijn jeugd het leven binnen.

Er was veel onschuldig vermaak, dat aangekondigd werd door een vriendelijke tante Hannie, die met een brede stralende glimlach en met twee handen zwaaiend afscheid van je nam. ‘Dag kinderen, tot de volgende keer’. Op die volgende keer moesten we een hele week wachten, om met de halve straat aan kinderen voor dat kastje te mogen kruipen bij de familie die als eerste televisie had in de straat. Tijd was ruim bemeten.

Onwetendheid en argeloosheid, naïviteit van de jeugd, waren de tijdrekkende onderdelen van dat leven in de vijftiger jaren. De versnelling is hetzelfde, als iedere andere generatie heeft doorgemaakt, al gaat het nu wel met duizelingwekkende snelheid. Dat maakt dat een mens kan terugverlangen naar een beeld van een doldwaze blije koe, die in het weiland wordt gelaten en uit euforie en pure pret niet goed oplet en de sloot instapt, dwars door het kroos heen, met een pompeblad en een verbouwereerde kikker op zijn koeienhoofd. Dat beeld en dat verlangen.

‘In 80 dagen de wereld rond’ leert me de keuken van Kazachstan kennen, de kunstenaar heeft een onvertaalbare naam, in de kom komt een vegetarische zuurkoolschotel met kaas uit de oven.

500 gram zuurkool, 25 gram reuzel(ik gebruikte boter), 500 gram gekookte aardappelen, 25 gram boter, scheutje melk, zout, peper, gemalen nootmuskaat,, 3 eetlepels paneermeel, 35 gram geraspte kaas.

Kook de zuurkool met de reuzel en een scheutje water in ongeveer 30 minuten gaar. Laat de zuurkool uitlekken. Pureer de aardappelen met de boter en een scheutje melk. Voeg er naar smaak zout, peper en gemalen nootmuskaat bij. Leg de uitgelekte zuurkool op de bodem van de ovenvaste schaal, dek het geheel af met de aardappelpuree. Strooi de paneermeel en de geraspte kaas erover. Bak de zuurkoolschotel in een op 200 graden voorverwarmde oven ongeveer 25 minuten. Het gerecht is klaar als alles door en door warm is en er een mooi goudbruin korstje op zit.

Uncategorized

Liefdevol opgenomen

Het was alsof de tijd had stil gestaan. er was niets veranderd. Grote man stond achter de toonbank met nog altijd het rode mondlapje voor. Met één vinger tikte hij het nummer en de bedragen in. Het meisje hielp een klant met het uitzoeken van passende dozen voor penselen. De verftubes hingen keurig in gelid. De potten die ik voor mijn doel nodig had, stonden stram te wachten tot ze werden uitverkoren. Drie stuks. Oker, gebrande sienna en gebrande omber. Meer was vooralsnog niet nodig. Twee doeken van 50 bij 50 en een bus fixatie. De basis. Missie geslaagd. Zo’n winkel met schildersbenodigdheden is een walhalla als je er een half jaar van verstoken bent geweest. Ik voelde me Harry Potter in het Zacharinus’ Zoetwarenhuis. Overal lagen of stonden verlokkertjes met schreeuwende kortingskaarten erop, prachtig papier, vernuftigde kwasten, heerlijke slepers, gummen en dikke grafietstiften in een prachtig suedine zakje met koord, ambachtelijke schoonheid. Dapper schoof ik de verleidingen terzijde of negeerde hen en stevende op het doel af. Dit en niets anders. Een klein vermogen armer en een aantal mooie spullen rijker.

Vriendinlief geeft morgen een workshop online. Ik ben er helemaal klaar voor. Het betere stap en stipwerk met pastelkrijt en acrylverf. Ik ben benieuwd. Het doek is voor kleinzoon drie, met zijn passie voor dieren en Freek Vonk. Ik heb hem gevraagd welk dier hij zou kiezen uit het aanbod: De schildpad, de gekko of de kangoeroe. Het moest en zou een gekko worden, wat ik in mijn hart al wist. Opa Sterretje moet straks ook de tropen weer in voor een spannend avontuur of naar een prairie in Amerika, als er maar veel uitheems wild woont.

Mijn andere missie, de grote reis, stuurde me gisteren naar Laos en voor geen kleintje vervaard, aangestuurd door het vegetarische onderdeel ervan, kwam ik uit bij de loempia van rijstvel en verse groenten. Aan de andere kant schreeuwde de koelkast om een opfrisbeurt en ik besloot half om half vers én kort gewokt, zodat de een beetje verlepte paksoi, de veldsla en de slappe bonen mee konden doen. Ter vervanging van het vlees nam ik een mix van champignons, shiitake en kastanjechampions. O, die lastige glibberige rijstevellen en wow, dat zalige dipsausje. Zoonlief vond de onbekende lekkernij matig. Op mijn waaromvraag zei hij dat hij nog steeds zijn reuk en smaak niet terug had en die zijn nou juist van cruciaal belang. Mijn gebrek aan smaak en reuk laat umami en zuur, zout en zoet doorsijpelen en dat eerste is in deze saus in sterke mate aanwezig.

Na het lezen van ‘Verdriet is een Ding met Veren’ ben ik begonnen aan het boek van Connie Palmen ‘Jij zegt het’. Hoe die vrouw toch kan schrijven. Ademloos hang ik tussen haar regels, wordt ik ingesponnen door haar woordkeuze, verlies ik de wereld om me heen bij het afdalen in het leven van Ted Hughes met zijn grillige lief. Het feit dat deze man zijn eigen bevindingen heeft kunnen leggen naast haar bevonden werkelijkheid die na haar dood in haar dagboeken te lezen viel en het opmerkelijke verschil daartussen, zette aan het denken. Hoe de ander je waarneemt is natuurlijk altijd maar de vraag. Zelfs een eigen waarneming kan verschillen van de werkelijkheid. Mijn tandarts en ik hadden het over de vaccinatie en ik vroeg haar of ze dan ook van hetzelfde geboortejaar was als ik, waarop ze het, als vijftiger, uitschaterde. Straks bij het bezoek zal ik uitleggen, dat ik in mijn hoofd nog altijd jaren jonger ben dan in werkelijkheid en dat ik niet vind, dat ze er oud uitziet of zo. Het is een vergissing op het scherpst van de snede. Je zou bijna de halfjaarlijkse controle afleggen met een bloemetje in de hand of een goede fles wijn.

Het boek is om te lezen en herlezen, wat altijd een goed teken is, waarna ‘Verdriet is het Ding met Veren’ van Max Porter nóg een keer aan bod mag komen en daar tussendoor een gedicht uit de bundel ‘Kraai’ van Ted Hughes. Kraai als zinnebeeld voor alle emoties die los komen tijdens een rouwproces, totdat je je veilig weet onder zijn warme verendek, liefdevol opgenomen.

‘In 80 dagen de wereld rond’. Op papier: Laos stock illustrations. Op het bord: Yaw Kao

Yaw Kao

2 eetlepels plantaardige olie
gemengde paddestoelen, gebakken
1 teentjes knoflook fijngesneden
snufje zout en witte peper
1/2 theelepel bruine suiker
1/2 eetlepel vissaus
1 eetlepel sojasaus
vermicellinoedels (ongeveer 100 g)
1/2 pakje rijstpapierrollen (ongeveer 200 g)
200 g gemengde slablaadjes
1/2 Bosje munt
1/2 Bosje koriander
Grote kom met koud water (om de rijstpapierrol in te laten weken)
Voor de omelet
2 eieren
2 eetlepels plantaardige olie
Snufje zout en witte peper
1/2 theelepel suiker
1 theelepel vissaus
1/2 theelepel sojasaus
Voor de dipsaus
1/2 kop kokend water
1/2 kopje basterdsuiker
1 theelepel zout
3 eetlepels vissaus
Sap van een citroen
2 teentjes knoflook fijngehakt
1-2 rode chilipepers in plakjes
geplette pinda’s

Stap 1. Was de munt, koriander en gemengde sla en zet apart.
Stap 2. Het volgende is om te beginnen met het koken van de noedels.
Voor elke 500 g vlees heb je maar een half pakje vermicellinoedels nodig.
Volg de instructies op het pakket met noedels en zet het na het koken apart.
Stap 3. Nu is het tijd om het vlees te koken.
Verhit olie in een pan op middelhoog / hoog vuur.
Voeg je knoflook toe en kook ongeveer een minuut tot hij geurig wordt.
Voeg de gemengde paddestoelen toe aan de pan en voeg dan de suiker, snufje zout en peper, vissaus en sojasaus toe.
Stap 4. Breek de eieren in een kom, voeg de suiker, snufje zout en peper, vissaus en sojasaus toe en meng goed met een vork om te combineren. Bak de omelet, snij in reepjes
Stap 5. Zorg er voor dat je een kom gebruikt die groot genoeg is voor het rijstpapier.
Op die manier breekt het rijstpapier niet wanneer je het in de kom met water doopt.
Stap 6. Nu is het tijd om te gaan rollen!
Dompel eerst het rijstpapier in een kom met water.
Afhankelijk van het merk rijstpapier hoeft u het misschien maar een paar seconden in het water te laten weken. Uit laten lekken

Uncategorized

Vrij in de beleving

De documentaire ‘Living the Lights’ over Robby Müller, een baanbrekende cameraman, geeft veel herkenning en biedt tegelijk mooie nieuwe perspectieven. De rimpeling van stromend water speelt met het licht. Het fonkelt en glinstert en trekt lange snel opeenvolgende lijnen. Wat een mooi oog heeft deze man voor de schoonheid van het alledaagse, iets wat vaak onopvallend voorbij trekt. Zijn opnames bijvoorbeeld, vanuit de Empire State Building, waarbij hij eerst de gebouwen aan de overkant filmt en dan met een passerende meeuw meereist tot die uit het zicht verdwenen is. Het is een boeiend schouwspel. Ik moet denken aan de film waarbij een hoed rondvliegt tussen de bergen in het dal, terwijl de wind suist en ruist. Iets om eindeloos naar te kijken. Direct wordt de knop aangezet die de fantasie aan het werk zet. Waar is de bewoner van de hoed. Is het een man of een vrouw, staat hij of zij nu op een bergtop, terwijl de wind met ruim spel de hoed heeft afgenomen, treurt men erom, of volgt men de escapades geboeid.

https://www.npostart.nl/het-uur-van-de-wolf/14-11-2019/VPWON_1298106

In de krant een artikel over de splijtzwam die het verschil van mening over de aanpak van corona in sommige vriendschappen blijkt te zijn. Een lastig gegeven. Het heeft alles te maken met respect. Je kan het oneens zijn. Dat kan consequenties geven. We leven in een vrij land, ieder mag het zijne denken. Dat dat betekent dat de een niet knuffelt en op bezoek gaat en een ander daar anders over denkt, is een feit. Je kan elkaars mening respecteren en er naar handelen. Zodra men wil gaan overtuigen en in de welles/nietes modus terecht komt gaat het mis. Bovendien werkt iedere vorm van verzet tegen een bepaalde norm als olie op het vuur.

Mijn wijze vriendin komt van boven even neerdalen en fluistert: ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’. ‘Ook al kost het moeite lieverd’, denk ik. Het zijn de grenzen van de ethiek waarlangs men schuurt en waar overheen gegaan wordt. Dat maakt het moeilijk, omdat ieder daar een eigen streep trekt. Wat voor de een een feit is, is voor de ander een halve waarheid. Wantrouwen en angst zijn de werkelijke splijtzwammen. Niet de eerste keer trouwens.

Begrip kan een antwoord zijn. Voor de twijfels en de angsten, voor het overschreeuwen, voor het wegkruipen, voor het grote niet-weten en voor het verlangen en de wensen, omdat we nu eenmaal mensen zijn met onze twijfels en onzekerheden. Mijn manier om dat begrip te uiten, is om straks na de vaccinatie en zonder risico te zijn, te gaan verlichten, helpen waar er geholpen kan worden, te ontlasten. Respect is er voor hen, die met ongeloof moeten ondergaan, waar het leed toe in staat is, die de onmacht voelen ondanks de optimale arbeid die ze verrichtten.

Soms zou je een deel uit de tijd willen knippen, de filmische beelden van de afgelopen twee jaar terug willen spoelen, opnieuw willen beginnen. In ieder leven komt er meermalen een moment dat zo’n gedachte je bekruipt. Er zijn vaker voorvallen geweest, waarop ik de tijd terug had willen draaien. Het enige wat hielp was diezelfde ‘tijd’ die nodig was om het leed te lenigen, om daarna het leven weer aan te gaan. Echte liefde en echte vriendschap laat een ander vrij in de beleving.

‘In 80 dagen de wereld rond’ bracht Suriname op mijn pad. Creools Suriname. Op papier een impressie van Rinaldo Klas en op het bord Roti met zoete aardappel-en ei kerry-masala.

  • 350 gram kouseband (of sperziebonen), gekookt
  • 2 zoete aardappelen
  • 100 gram tomatenpuree
  • 3 grote tomaten
  • Garam masala kruiden (toko)
  • 2 biologische bouillonblokjes
  • 2 eieren hard gekookt
  • 2 uien fijn gesnipperd
  • 4 teentjes knoflook (geperst)
  • 1 tl sambal (of 1 madamme jeanette peper)
  • 1 tl komijnpoeder
  • Zeezout
  • Water
  • Boter

Schil en snijd de zoete aardappels in stukjes van 1 cm bij 1 cm. Snijd de ui en tomaten in kleine stukjes en pers de knoflook teentjes fijn. Zet een pan met wat boter op het vuur en fruit de ui, tomaten stukjes en de knoflook op hoog vuur. Blus af met een beetje water en voeg de bouillonblokjes toe, voeg 3 eetlepels kerrie masala kruiden toe, de sambal, tomatenpuree, komijnpoeder en zout. Roer alles goed door elkaar. Voeg nu de zoete aardappelblokjes toe aan het kruiden mengsel, voeg wat water toe zodat alles onder water staat en zet het vuur iets lager (tot dat het zachtjes kookt). Laat dit 15 minuten zachtjes koken. Maak ondertussen de kerrie eieren. Pak de twee gekookte eieren en rol deze door de kerriemasala kruiden. Bak de eieren kort aan in de pan en leg ze apart.Maar nu de gekookte kouseband of sperziebonen af. Doe de gekookte kouseband in een koekenpan en bestrook met wat kerrie masala poeder en bak een paar miuten op hoog vuur.Serveer nu het zoete aardappel-saus mengsel, de kerrie eieren en de kouseband met de roti.

Uncategorized

Het bleef nog lang nagenieten

Met twee van de drie zussen op jacht naar de ouderwetse hoogstambloesem, kwamen we rissen laagstam-exemplaren tegen. Veel geprunus, en bijna uitgebloeide bloesem vande krentenbomen, maar de echte hoogstam appels en peren bleven nog wat verlegen in hun knop hangen. Met het veer bij Beusichem de Lek over met een brede glimlach van de schipper om ten hoogte van de West Betuwe reikhalzend uit te mogen kijken naar alles wat in bloei stond.

Met een verstop-zon als begeleiding, ze zien me niet, ze zien me wel, kregen de dorpen waar we doortrokken een lieflijke uitstraling. Een uitbundig kleurenpalet als zon weer tevoorschijn bliefde te komen. We liepen de dijk op bij Deil en moesten verschrikkelijk ons best doen om ver van de horden fietsers te blijven, die langs ons suisden. De volle parken in de stad verbleekten bij die drukte. Lieflijke taferelen van de runderen aan de overkant van de Linge, een kalm stappende reiger, die ik door mijn oude bril voor een ooievaar aanzag en de schapen in een bloeiende boomgaard in het dal aan de andere kant, daar wel, in de luwte. Oude boerderijen en even oude bomen, statige herenboerderijen, weilanden vol madelieven en boterbloemen en in de bermen het zonnige koolzaad.

Bij twee paarden verbaasde het me dat een van hen een kap om de mond had en daar toch mee kon grazen. Het leek me geen sinecure om iedere keer de bovenkant van de kap tegen je wang te voelen stoten als je probeerde gras los te trekken. Het andere paard bleef half met de kop achter een boom staan, ook in de modus van verstoppertje net als de zon.

Het was maar een korte wandeling, maar wie de ogen goed de kost gaf, genoot veel schoonheid. Het was vooral de afstemming van vele tinten roze, wit, diep donkerrood van de bloesem, de tere tinten roestbruin/rood van de ontluikende beuken, het zachte wuivende jonge groen van een hele oude treurwilg, een boom in witte tooi, ton sur ton met het huis erachter. Vogelgeluiden alom versterkten het vakantiegevoel. Het was precies zo’n wandeling als door een van onze vakantiedorpen

Als afsluiting van het ommetje zochten we Mariënwaard op, waar vast al die fietsers die ons gepasseerd hadden, naar toe waren getrokken. De tomtom stuurde verkeerd en zo kwamen we langs een prachtig wandelgebied, dat direct gemarkeerd werd voor later. Niet alleen fietsers waren en masse naar het terras en de landgoedwinkel getrokken, ook het enorme parkeerterrein stond vol met auto’s. En toch, dankzij de tenten voor de winkel en het terras, waar je koek en zopi kon halen om te picknicken, viel het reuze mee met de drukte. Aan twee tafels zittend, om en om zodat we met elkaar konden blijven kletsen, konden we eindelijk aan de bitterballen, witte wijn en koffie. Het werd een gedenkwaardige feestdag met zo’n slotaccoord. Het voelde als verwennerij, al lokte de wei met de boterbloemen eveneens.

Via de nog niet eerder genomen snelweg waren we binnen een klein kwartier terug op de plaats van bestemming. We namen afscheid, beloofden gauw weer, maar dan met jongste en gemiste zus erbij.

Thuis wist ik de grote pan met Harira, die ik ’s ochtends al gemaakt had. Om te dopen was er het spelt/zuurdesembrood uit de landgoedwinkel. Inspiratie voor Marokko haalde ik van het internet, een vakantiereclame om het land te bezoeken. Het bleef nog lang nagenieten

Harira

Ingrediënten:

-4 wortelen
-2 uien
– 2 courgettes die je in zeer kleine stukjes moet snijden en er 1 van apart moet houden
– 1 a 2 vastokende aardappelen
– 1 kop vol (de hele nacht in water) geweekte kikkererwten, al dan niet zonder velletje
– 2 bij voorkeur zachte rijpe (vlees-)tomaten
– 7 eetlepels bulgur (Turkse winkel)
– 2 eetlepels zonnebloemolie
– 1 eetlepel tomatenpuree zout en peper naar smaak
– 1 dessertlepel komijnpoeder
– 1/2 dessertlepel kaneelpoeder
– 1/2 dessertlepel thijm (naar keuze)
– 1 bosje fijngehakte koriander
Werkwijze:
Verhit in een kookpan de olie en fruit daarin de fijngehakte uien aan met wat zout.
Voeg alle groenten in blokjes gesneden toe (behalve 1 in zeer kleine stukjes gesneden courgette tot het einde van de kooktijd), de specerijen en driekwart van de fijngehakte koriander. Bedek met water en breng aan de kook.
(Zet het gas na 30 minuten koken uit, haal de gekookte kikkererwten uit de soep (dat gaat gemakkelijk, want ze zakken naar de bodem) en houd die apart.
Pureer de soep met een staafmixer of doe ze in een blender of keukenmachine. Doe de soep weer in de pan en doe er weer de kikkererwten bij) dit heb ik overgeslagen. Controleer of er genoeg zout/peper in de soep zit, voeg evt nog wat water toe als de soep te dik is en doe er ook de zeer klein gesneden stukjes apart gehouden courgette bij.
Breng de soep opnieuw aan de kook, strooi er de bulgur bij en kook zachtjes al roerend 10 minuten door.
Dien de soep op in mooie soepkommen, bestrooid met wat verse koriander en wat citroensap en serveer daarbij grote stukken Marokkaans brood. Zuurdesem/speltbrood is ook heerlijk.

Uncategorized

Mijl op zeven

De zon vierde nog even Oranje-boven, lang leve de mooie lente. Gisteren was het weer de hoogste tijd om naar de tuin te gaan. Onderweg vroeg de tank om benzine, op naar de goedkoopste pomp van Utrecht sinds jaar en dag. Gelijk maar even de bandenspanning meten want soms had ik het idee dat die veel te laag was. Er stopte een motorrijder naast en liet me netjes voor gaan. Een nieuwe luchtpomp. Er moest geld in, je had alleen je pas nodig, munten waren exit. Voor de somma van 20 eurocent kocht ik verse lucht. Maar dan. 2.3 de voorbanden, 2 de achterbanden. Zover was ik al wel. Verwarring bij het plussen. De vriendelijke motorrijder, onder de helm zat een jongen zo oud als mijn zonen, hielp dit oude verwarde mens door de wirwar van aanwijzingen heen. Onbekend, maar van nu af een eitje. Bukken ging moeizaam, door de knieën natuurlijk nog niet. De klus geklaard, de motormuis vriendelijk bedankt en naar de tuin. Daar was het druk.

Alle parkeerplaatsen waren vol, op het gras nog één plekje voor de kleine Blauwe. Er hingen viooltjes aan het hek van de overleden tuinder en een briefje erbij van de familie, met een foto van dat lachende vertrouwde gezicht naast de stok met de zwarte vlag. Met de hand op het hart een groet in gedachten. Aan alle kanten was er een warm onthaal, een zwaai met een arm, een knik met het hoofd, een uitbundig hallo. De buuf van twee tuinen achter me kwam me achterop fietsen, al ingeënt en een pak aan bezwaard gemoed armer. Het voelt als een bevrijding, zei ze en ik kon me er alles bij voorstellen. Over het bruggetje splitsten onze wegen zich weer. Bij de tuin oogde het gras verwijtend lang, terwijl ik mompelend beloofde er vandaag een fris geschoren tapijtje van te maken. Om dat waar te kunnen maken pakte ik als eerste de maaier eruit en zette hem pontificaal voor miijn neus. Zo kon ik er niet meer om heen.

Mijn grasmaaier is gevoelig en denkt met me mee. Ze weet hoe kortademig ik ben en had al besloten veelvuldig af te slaan, zodat ik even, hè hè, op het dichtsbijzijnde stoeltje uit kon puffen, om daarna weer vol goede moed verder te gaan. Zij en ik doen dan weliswaar een hele middag erover om dat kleine stukje te kortwieken, maar dan heb je uiteindelijk toch lucht over en kan je tevreden terugkijken op deze titanenklus. Voor mij dan, voor ieder ander is het een fluitje van een cent.

Bij de buurvrouw naast groeit het woekerende zevenblad. Toevallig had ik ’s ochtends gelezen dat je het niet moest uitgraven, maar steeds weer moest afknippen. Het duur langer, maar uiteindelijk legt het dan toch het loodje. Handige tip. Ook had ik ontdekt dat een krukje, ooit van broerlief gekregen, eigenlijk een handig wiedbankje was, dat je aan twee kanten kon gebruiken. Het zat hoger dan de kleine krukjes die ik normaal gebruikte. Zo was het achterover rollen, omdat ik door de knie niet meer omhoog kon, opgelost. Voor ieder ongemak een foefje. Nog even en ik hang van foefjes aan elkaar.

Ik trok nog wat brandnetel en grassen weg en was blij met het opgeruimde resultaat. De tijd was omgevlogen, tijd om terug te wandelen. Even naar boekenbuuf, die net zo veel van lezen houdt als ik, een praatje boven de lavendelbedden met de buurvrouw daarnaast, die trots haar nieuwe afrastering liet zien en de dames schaap begroet in de wei er tegenover.

Ineens viel mijn oog op de eend met haar kroost. Als een kluitje zwommen de pulletjes achter het grote beschermende moederlijf aan. Het beeld met de grazende schapen op de achtergrond oogde helemaal lente. Er misten alleen nog een paar dartelende lammetjes. Maar ja, zonder ram tussen de ooien is dat gegeven mijl op zeven.

‘In 80 dagen de wereld rond’ bezorgde me een trip naar Litouwen. Op papier kwam een pentekening naar: European delights met Litouwse animatie en in de kom Draniki, aardappelpannenkoekjes met zure room en dille.

Schil en rasp de aardappelen tot moes. Giet het vocht eraf en vervang het door dezelfde hoeveelheid melk. Doe er de eieren bij en zout naar smaak en meng het goed door elkaar.
Bereidingswijze: Doe wat zonnebloemolie in een bakje. Sommige mensen houden ervan om de pannenkoekjes in reuzel te bakken. Maak een koekenpan heet en doe er wat vet in. Schenk 4 – 5 rondjes van het beslag in de pan. Zorg dat ze ongeveer gelijk aan elkaar zijn. Bak ze tot ze lichtbruin zijn, ongeveer 3 – 4 minuten aan iedere kant. Serveer met de zure room en de dille. Heerlijk.

Uncategorized

Hoe heerlijk zou dat zijn

Ik schoof mijn vitrage opzij en gleed een schilderij van Magritte binnen. Waar ik ook keek, overal hingen roerloos dikke plukken watten in de lucht, zachte roomtoeven tegen een hemelsblauw decor. Mijn vermoeidheid was groter geweest dan de volle maan aan mij kon trekken. drie keer wakker en drie keer verder gaan dromen met zware oogleden die nauwelijks open wilden blijven.

Sinds het teststaafje omhoog was geschoten, tranen de ogen, bollen de wallen op en loopt de neus. Negeren is het beste. Gisteren zou ik oppassen op de Benjamin van de kleinkinderschare. Bij aankomst sliep hij en pas na anderhalf uur gaf de babyfoon vertederend gemurmel en gekraai door. In die tussentijd had ik de kunstenaar van die dag gezocht. California had de vinger geprikt en daar bleek een grappige recept te vinden te zijn die ‘Smashed Cucumber’ heette. Je kon daadwerkelijk de agressie kwijt op een komkommer door er met een deegrol, of in mijn geval bij het ontbreken van dat attribuut een lege schoongewassen fles, op te slaan, het was een recept uit ‘California dreamin’zo heette de site.

Met de mama’s en de papa’s als sfeerbrengers tekende ik het werk van een wall-art artiest, met de welluidende naam Ponywave, na, die hij in Venice Beach op een muurtje had geschilderd. Twee, in coronastijl met mondkapjes voor, zoenende geliefden. Een beetje van Ponywave, een beetje van mezelf. Vrije interpretatie nietwaar.

Omdat ik zo veel tijd had, kleurde ik het zwart met de fineliner, een geduldwerkje. Benjamin hield zich voortreffelijk aan het schema en om half drie hadden we nog een genoeglijk uurtje samen, met het gretig happen van een banaan en het doosje rozijntjes, een telefoon, de twee voetballen, de ambulances, de brandweer en de nieuwe politieauto van prachtig blauw. Wonderlijk hoe hij bij thuiskomst van zijn paps en mams onmiddellijk bravoure erin gooit. Het is een heerlijk vertederend en lief cadeau, met zijn donkere krulletjes en de meest hartverwarmende glimlach ooit.

Komkommers dus en dat was maar goed ook want ik was uitgeput. Wonderlijk. Het zou ook wel eens aan de conditie kunnen liggen. Toch maar weer meer op de fiets stappen, gelukkig belooft het weer in ieder geval beterschap en dat zou hoog tijd worden, want het is klaar met de kou. Nee tot moes heb ik ze uit nijd niet geslagen, maar met zachte hand en met liefde. De saus was verrukkelijk. Toch altijd een mooie combinatie, die rijstazijn met sesamolie. Wilde en witte rijst eronder maakte het af. Een mooi licht gerecht, in een oogwenk klaar en zomers als de zon beloofde.

Piëta - Wikipedia
Piëta van Michelangelo, de foto is van wiki

Gisteren bij het programma Lazarus van de EO een interessant interview door Marleen Stelling met Frénk van der Linden(geen familie), die na het weggaan van zijn moeder zo boos op haar was, dat hij haar tien jaar lang niet heeft willen zien. Met de afbeelding van de Piëta onder haar arm kwam Marleen binnen en dat werd de leidraad voor het gesprek. Prachtig en indringend en zeker de moeite waard om terug te kijken. Voor mij tevens een uitnodiging om het boek van Frénk van der Linden te lezen: ‘En altijd maar verlangen’, waarin hij door middel van brieven terugblikt op de liefdesoorlog van zijn ouders. Ook het gesprek is de moeite waard. Met name omdat hij zichzelf niet spaart en prachtige voorbeelden geeft van het jongetje Frénk en daarna van het herstel van de relatie tussen moeder en kinderen.

Hij eindigde met te vertellen dat hij haar nooit meer had kunnen aanraken, aaien of strelen maar toen ze aan het eind was van de Alzheimertunnel en de taal ontbrak, bleef alleen de dans nog over. En ik moest denken aan het feit dat je op de drempel van de dood dansend het leven uit mocht. Hoe heerlijk zou dat zijn.

‘In de wereld rond in 80 dagen’ de tekening hierboven en de smashed Cucumbers uit California.

2 komkommers, origineel recept: 6 libanese komkommers/1 tl zout/3 el rijstazijn/2 el olie/2 tl geroosterde sesam olie/2 tl suiker/2 tl vissaus/2 thaise pepers/1 teentje lookgeroosterd sesamzaad ter garnering/1 handvol thaise basilicum/extra optioneel gomasio ter garnering

Plet de komkommer door met een skillet of deegrol ze plat te kloppen. Haal de repen komkommer uit elkaar en snij desgewenst nog verder in gelijke stukken.Plaats de geplette komkommer in een vergiet en bestrooi met zout. Laat gedurende een half uurtje het vocht onttrekken uit de komkommer. Roer af en toe voorzichtig door.Meng ondertussen de overige ingrediënten behalve het sesamzaad, thaise basilicum en de gomasio. Voeg de uitgelekte geplette komkommers toe en roer voorzichtig door.Plaats in de schaal om op te dienen en bestrooi met geroosterd sesamzaad (evt. gomasio) en gescheurde blaadjes thaise basilicum.

Uncategorized

Het mooiste gedicht

De nacht viert feest. De maan trekt smalle strepen helder licht door de onverlichte kamer, vat de vacht van Pluis, die opgekruld op het voeteneind van mijn bed ligt, in zacht grijs. Ik zit rechtop, tuur door het zijraam en vang de bijna volle maan. Aha, ik had het kunnen weten. Daarom is de nacht zo kort. In de straat is het ook feest. Aan de gevel van het huis rechts van mij, op de hoek, is ze uitbundig versierd met paars en rood licht, een guirlande van gezelligheid. ‘Hier wordt gevierd’, fonkelt het de duisternis in. Wat precies blijft gissen. Een Sarah, of een geboorte, om het even wat, maar in het huis is het feest en de hele wereld mag het weten.

Ik kijk ‘Brommer op Zee terug’, het nieuwe boekenprogramma van de VPRO en verbaas me over de samenstelling ervan. Soms is het moeilijk te verstaan, maar dat kan ook aan mijn eigen immer aanwezige decibellen binnensoor liggen. Over de Roemeens/Nederlandse Mira Feticu die het boek ‘Liefdesverklaring aan de Nederlandse Taal’ heeft geschreven, had ik al een uitgebreide recensie van Matthijs van Nieuwkerk gelezen. In een waterval van woorden verklaarde ze hoe en waarom het Nederlands haar ‘moedertaal’ werd. De hang naar volwaardigheid zegt meer over de Nederlander in het algemeen dan over Mira zelf. Deze literatuurwetenschapper heeft een drang om zich te bewijzen en dat is logisch als de taal een struikelblok voor het intelligente aangezicht blijkt te zijn. A.L. Snijders was mij onbekend. Het is dé schrijver van het zeer korte verhaal. Hij doet namelijk er niets anders naast. Geen gedichten, geen proza, geen toneel. Hoe hij ooit tot schrijven kwam was een toevalligheid, een bijzondere ontmoeting. Hij ging met vrienden als jonge jongen voetballen in de afgravingen aan de rand van het Amsterdam van toen. Daar zag hij een man met een fiets, achter de fiets hing een karretje. Hij was gefascineerd en liep op de man af. Die vertelde hem dat hij in het karretje sliep en op die manier woonde en reisde. Hij vond het zo’n buitengewoon gegeven, dat hij de voetbaljongens links liet liggen en naar huis fietste om het op te schrijven. Zo kort als zijn verhalen zijn, zo lang zijn zijn verklaringen, waarin, kenmerkend voor een schrijver, lange bedachtzame pauzes voorkomen.

Gisterenmiddag bleek de pakketpost weer een pak door de brievenbus te hebben gewrongen. Ze doen het vaker. Het karton zit dan klemvat en eerst moet ik de boeken door de sleuf aan de zijkant eruit peuteren, alvorens het karton wat naar elkaar toe te vouwen om het eruit te kunnen halen. Ik krijg er handigheid in. Van de week kon ik namelijk de verleiding niet langer weerstaan en heb toch het boek: ‘Jij zegt het’ van Connie Palmen en ‘De dagboeken’ van Sylvia Plath laten komen, de stapel nog ongelezen boeken ten spijt. Het eerste hoofdstuk was daarom voor Connie vannacht. Ik hoopte dat ik er opnieuw door in slaap zou vallen, maar niets was minder waar en ik had het kunnen weten. Allesbehalve slaapverwekkend.

’s Middags mocht ik voor het eerst sinds een week weer naar de supermarkt. Een uitje om niet te versmaden. Er zijn dingen die meer te waarderen vallen, als je ze ontbeert hebt. Met een volle rugzak sjouwde ik de trappen op. Twee boeken en een lieve kaart rijker. Van dochterlief en haar gezin. ‘Kus voor het thuiszitten, kus voor de spanning, kus voor het testen, kus voor het wachten en dan prikken maar‘ met een getekend hartje, stond er achterop. Alles was opgesiert door een grillig lijnenspel van kleindochter. Zo verwend worden. Het mooiste gedicht.

In 80 dagen de wereld rond reisde ik af naar Pakistan. Op papier kwam een pentekening naar een detail uit de doeken van Imran Zaïb en in de kom de overheerlijke Chana Masala:

1 middelgrote gehakte uien/½ kg kikkererwten/tomatenpuree/3 laurierblaadjes/1 grote kardemom/2 kleine kardemom/5 tot 7 kruidnagel/8 tot 10 tomaten/1 kaneelstokje/½ el komijnzaad/2 eetlepels gember- en knoflookpasta/1 el zout/2 el geroosterd korianderpoeder/1 eetlepel geroosterd komijnzaadpoeder/1 & ½ eetlepel rode chilipoeder/½ el kurkumapoeder/1 eetlepel Chaat Masala-poeder/½ el Garam Masala-poeder/2 groene pepers/Groene korianderblaadjes/1 kopje bakolie

Voeg een kopje bakolie toe aan de pan en verwarm het. Voeg laurierblaadjes, zwarte peper, kruidnagel, kaneelstokje, grote kardemom, kleine kardemom en komijnzaad toe. Voeg er twee eetlepels gember- en knoflookpasta aan toe. Kook tot drie minuten. Voeg vervolgens de gehakte ui toe en kook deze. Voeg zout, komijnzaadpoeder, korianderpoeder, rode chilipoeder, kurkumapoeder, chaat masala-poeder toe en meng goed. Voeg tomatenpuree toe en meng het. Dek af en kook gedurende 5 minuten. Voeg na 5 minuten gekookte kikkererwten toe. Meng goed. Voeg er twee grote groene pepers aan toe, voeg twee kopjes gekookt kikkererwtenwater toe. Breng het aan de kook. Dek af en kook gedurende 10 minuten op middelhoog vuur. Voeg na 10 minuten masala poeder toe en koriander meng goed en je Chana Masala is klaar om te eten.

Uncategorized

De vleugels van gelukzaligheid

De dag des oordeels was aangebroken. Door het idee niet precies te weten wat me te wachten stond, had de morgenstond nog geen goud in de mond. Daarvoor was het veel te vroeg. Ik zag er niet tegen op, tegen het testen, want dat had ik al eens eerder in Uden laten doen, maanden geleden. Toen gaf het slechts gekriebel en verder niets.

De navigatie stuurde me alle kanten op behalve de goeie. Gelukkig was ik, omdat er toch zeeën van tijd waren, vroeg vertrokken. Ik zou op de parkeerplaats in de auto kunnen blijven wachten tot het mijn tijd was, had ik me voorgenomen. Maar met die mijl op zeven door de zoektocht naar de juiste weg was ik er slechts een kwartier voor tijd. Om vijf voor verliet ik de auto en werd onmiddellijk bij mijn naam geroepen. Ik tuurde door mijn ietwat beslagen brillenglazen boven het mondkapje uit. Daar stonden drie lieve schatten van de oude school. Iedereen moest thuis blijven in verband met een corona-uitbraak, dus moest ook iedereen zich laten testen. Zij waren net geweest. O, wat had ik ze graag even geknuffeld.

Ik nam mijn plaats in in de wachtrij en schoof steeds een pijl in een rondje naderbij. De doorloop ging vlot. De vorige keer zong ik luidkeels ‘Is dat alles…doeahdadoe’ in de auto omdat het een fluitje van een cent was, maar dit staafje zoog zich vast in het hersenvocht en kietelde en passant een paar traanklieren. Dat had een brandend effect. Oef, maar goed dat ik dit niet vooraf heb geweten. De keel had daarvoor al een eigenzinnige geirriteerde reactie gegeven op het gewriemel. Dat het paars van de handschoenen prachtig kleurde bij het blauw van de schort registreerde ik ter afleiding.

Als je daarna in de buitenlucht staat, is de opluchting letterlijk dubbel aanwezig. Mijn pad werd door pijlen in goede banen geleid, eenmaal heen is er nooit dezelfde weg terug.

De meneer achter het loket die mijn gegevens had gecontroleerd, ze worden steeds jonger, had me fijntjes herinnerd aan de afspraken waar je je aan te houden hebt, direct naar huis, ga niet langs af en doe geen boodschappen. O verleiding. Ik schudde als het kleine meisje diep in mij bedremmeld van nee. Afgesproken. Het was wel een avontuur na vijf dagen binnen, zo leer je het kleine te waarderen.

Het was nog geen twaalf uur, dan maar aan het ruimen. De beurt was aan de zolder, waar nog een deel kledingvoorraad hangt van oudste zoon en een respectabel derde deel van zijn sneakers. Zo jammer dat maat 45 een tikje te hoog gegrepen is. Alles in het gelid, stofzuigen en verbaasd omzien naar alle wonderlijke voorwerpen, die ik het hele jaar nog niet had bekeken. De boekenkast grondig gezogen. Een versregel rolt uit mijn herinnering naar buiten. ‘De zolder ruikt naar boeken, waar iedereen van houdt’. Maar toen ik het opzocht, bleek het te moeten zijn: ”De zolder ruikt naar boeken/waar niemand meer in leest./De dingen in de hoeken/zijn eenmaal mooi geweest…Mies Bouhuys is de schrijfster. Hier liep mijn wensgedachte dwars doorheen. In mijn beleving is iedereen verslingerd aan dat knisperende papier vol geheimen en avonturen.

“s Avonds, met sterren op het doek, werd ik gefascineerd door de manier waarop Eus zijn gasten toch immer weet te ontroeren, of misschien roept de sfeer het ook op. Hadewych Minis vertelde openhartig over haar familie en de onzekerheden, die ieder van de kunstenaars goed wist te vertalen naar het doek. Wat kan televisie toch heerlijk zijn, ondanks het nasnuffen en de loopneus.

Het gepor en geprik liet mij een oude vrouw in de spiegel zien. Opbollende wallen onder de ogen, vermoeide blik, maar bij het lezen van de uitslag ’s avonds laat, had al deze moeite haar effect bewezen. Negatief. Dus onmiddellijk de afspraak voor het vaccineren. Ook geregeld. We hebben al precies uitgerekend wanneer we elkaar weer in de armen kunnen vallen, de kinderen en ik. Over anderhalve maand is het al bal. Wedden. Dat redden we op de vleugels van gelukzaligheid.

In 80 dagen de wereld rond was een feest. Ik toog op papier naar de ijsblauwe impressie van de kunstenaar Jóhannes S. Kjarval en in de kom, geserveerd in een uitgehold broodje, een vegetarische paddestoelensoep. Zóóó lekker.

1 l water/25 g gedroogde paddenstoelen/1 ui/1 flinke teen knoflook/100 g boter
500 g verse gemengde paddenstoelen (ik gebruikte 350 g witte champignons en 150 g oesterzwammen)/1 el verse tijm/100 ml witte wijn/2 x 10 gram paddenstoelenbouillon
200 ml room/ 2 el verse (blad)peterselie/versgemalen peper, naar smaak/6 grote harde broodjes.

Breng het water aan de kook.Spoel de gedroogde paddenstoelen goed schoon onder de kraan en week ze zo’n 25 minuten in een halve liter van het hete water.Schil en snipper ondertussen de ui en de knoflook, en borstel (zo nodig) de verse paddenstoelen schoon.Smelt 50 gram boter in een soeppan en fruit hierin de ui en knoflook op een laag vuur glazig.Snij driekwart van de verse paddenstoelen grof en bak ze mee met de ui en knoflook.Ris de tijmblaadjes van de takjes en voeg ze toe bij de uien en paddenstoelen.
Giet de gewelde paddenstoelen af, maar bewaar het vocht. Bak ze ongeveer vijf minuten mee met het uien/paddenstoelenmengsel.Als de paddenstoelen lichtbruin beginnen te kleuren, blus je het mengsel af met de witte wijn. Laat de wijn een beetje verdampen en voeg het paddenstoelenvocht, de rest van het gekookte water en de bouillonblokjes toe.Laat dit tien minuten zachtjes koken. Roer af en toe door.
Snij ondertussen de achtergehouden paddenstoelen in fijne reepjes.Smelt de overige 50 gram boter in een koekenpan en bak de fijngesneden paddenstoelen in vijf minuten tot ze lichtbruin zijn. Draai dan het vuur uit.Hak de bladpeterselie fijn en roer dit door de gebakken paddenstoelen. Breng op smaak met versgemalen peper en eventueel een beetje zout.

Pureer de soep met een staafmixer, voeg de room toe en mix nog eens goed door met de staafmixer. (heb ik niet gedaan, ik hou van kauwen)Breng op smaak met versgemalen peper.
Snij een dunne plak van de onderkant van de broodjes, hol ze uit en schenk de soep in de uitgeholde bolletjes (zie de foto).Garneer met een flinke lepel gebakken paddenstoelen.Eet smakelijk!

Uncategorized

Stoven maakt alléén de rauwe bonen zoet

Er hing ineens een tas aan een hengsel nog door de brievenbus. Bij het openmaken zat er een heerlijk boek in met een prachtig kaartje van vriendinlief, die een fietstochtje maakte en de gelegenheid nam om dit kleinood, want dat is het, te brengen.

Twee prachtige dingen rijker, want het door haar ontworpen kaartje met een lief woord achterop is ook niet te versmaden. ‘Ogen op steeltjes’ zo heet het boek en het is een verhaal van Jan Wartena en de illustraties zijn van Co Loerakker. Het is uitgegeven in de kinderboekenweek van 1975.

Al direct op de tweede bladzijde staat een prent waardoor je wel dieper moet duiken in dit boek en het verhaal. Alles wat er gebeurt is de schuld van een zeldzame brandnetel. Als die je prikt, word je zo klein als de insecten zelf. Onmiddellijk zag ik de volgende scene weer voor me.

Het is ‘donker’ op het Robbeneiland, de ruimte tussen twee groepen in. Er staat een bed tegen de muur met een nachtkastje. Op het nachtkastje staat een spuitbus en er ligt een vliegenmepper naast. Uit het bed klinken slaapgeluiden, gesmak, wat gesnurk, gezucht en….gezoem om het hoofd heen. Ineens zit het jongetje rechtop, pakt de vliegenmepper en begint wild om zich heen te slaan. Reinhard houdt niet van kleine beesten in het algemeen en zeker niet van prikkende muggen in het bijzonder. De kinderen van onze groepen zitten ademloos te kijken. Ziezo. De eerste verwondering is binnen, het eerste kringgesprek ook. Het project kleine beestjes is een feit. Met mijn gouden duo hebben we fantastische projecten neergezet en dit was er een van. Reinhard wordt op een gegeven moment bezocht door een libelle die hem meeneemt naar de wereld van de insecten. Ook nagebouwd in een andere hoek van het robbeneiland, met een halve koepeltent, een camouflagenet en met echt zand op de grond. Iedere week beleeft hij daar een nieuw avontuur. Natuurlijk komt hij tot inkeer en is er een ‘eind goed, al goed’. Kleine beesten hebben een boeiend leven en als je die eenmaal kent, dan keer je elke kever, die op zijn rug ligt te spartelen, in het vervolg om.

Opgegroeid met de klassiekers als Erik of het klein insectenboek en Alice in Wonderland wil je een dergelijke beleving alleen maar delen om de kinderziel op eenzelfde wijze te voeden. Die rijkdom nemen ze je nooit meer af.

Buiten is de duif aan het koeren en wacht op antwoord. Straks moet ik vroeg in de benen, want ik wordt om half elf bij de teststraat verwacht. Even met de neus in de frisse wind. De zorgen zijn om vriendin van zoonlief, die gisterenavond benauwder werd. Ben benieuwd of het nog is toegenomen.

Het belooft een mooie dag te worden. De ochtenden zijn fris, maar zo helder. Gisteren belde zuslief. Of ik een keer tante Til wilde spelen op een kinderdagverblijf, waar veel met voorgedrukte werkjes wordt gewerkt. Ik krijg er bedenktijd voor en hoe meer ik erover nadenk, hoe meer het begint te bruisen en te kriebelen allemaal. Verbazingwekkend hoe snel alles een beetje wegzakt in een diepe winterslaap. Hulp is hard nodig, want als mensen ‘bah, dat is vies’ tegen een kind gaan roepen, als het met de hand naar een penseel in de verfpot wil gaan, gaat er iets niet helemaal goed. Dat was het verhaal wat er bij hoorde. Eerst even sfeer proeven, had ik bedacht en dan pas ja zeggen.

Daarna ging ik aan het worstelen met een knolselderij en het verbaasde me dat ik die, sinds de soepen van mijn moeder vroeger, eigenlijk nooit meer zelf had gebruikt. Het moest met een prei en de aardappelen in een Ierse Stew, volgens het recept. Voortaan maak ik er alleen nog maar soep van, want het smakeloze prutje was met geen tien vaten peper meer op smaak te brengen, zo ouderwets doorgekookt was het. Een keertje Ierland in de herhaling maar dan met een lekker vegetarisch recept van mijn geëmigreerde en inmiddels Ierse neef en zijn vrouw, beloofde ik mezelf. Stoven maakt alléén de rauwe bonen zoet.

‘In 80 dagen de wereld rond’ brengt me naar Ierland. Op papier een impressie van het late werk van Sean Scully en in de kom: Irish vegetarian stew. Het recept laat ik achterwege. Ierland gaat later nog een keer in de herhaling. 😉

Uncategorized

Een parel voor een herinnering

De hemel spreidde goud over de daken van de huizen, strooide spikkels in het rond, zette de boom in vuur en vlam. Hoe later in het seizoen hoe meer zonsopgang ik krijg. Een mooi begin van de dag.

Veel apps in de familie over en weer om iedereen maar op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Ze zijn goed ziek maar kunnen nog altijd zich verbinden met de buitenwereld. Ik vermoed dat ik er doorheen aan het fietsen ben, tot nu toe geen spoor van symptomen en morgen testen.

Gisteren in het kader van de oneindige sluipvoeten, waarmee de tijd zich voortbeweegt, besloot ik beneden de boel maar eens op de schop te gooien en grondig te stofzuigen. Poes Pluis is haar winterjas plukken bij beetjes aan het uittrekken. Het vergt nogal wat geduld en schoon raggen met alleen de slang en niet het brede mondstuk. Deuren wagenwijd open, trui en sjaal uitgegooid, tijd voor een grote schoonmaak. Ze vluchtte naar het balkon, waar ze zich uitgestrekt en tevreden om en om rolde in het zand, dat er lag, ondanks het geveeg van van de week. Poes zorgt voor wederkerende noodzakelijkheden. Het geeft een goed gevoel als de boel naar behoren is opgefrist. Als ik in het geheugen graaf, zie ik die grote schoonmaak van thuis voor me. De kleden, de mattenkloppers, de emmers met sop en de boender om te schuieren en dat alles in die kleine stadstuin. Alle ramen open en veel bedrijvigheid. Wij moesten óf kloppen óf niet voor de voeten lopen.

Over herinneren gesproken. In het boek van Bernlef: ‘Help me herinneren’ staan mooie parels van verhalen. Een heeft de titel: ‘Herinnerde winkels’, dat prachtig begint met een herinnering aan een ontmoeting van een man met zijn moeder. Een sterk vermagerde vrouw in een ziekenhuisbed, met een glimlach, die van heel ver kwam, een onpeilbare diepte in de lege blik. Daarbij merkte hij op: ‘Als ogen de spiegels van de ziel zijn, dan was die van haar al verdwenen. ‘Ze was alleen nog maar buitenkant’.

Als zijn zus hem verteld dat hun geboortestad niet meer te herkennen was, zo veranderd als het was in die vijftien jaar dat hij in het buitenland zat , bezoekt hij die plek de volgende dag. Met de herinneringen die hij naar boven lepelt komen die van mij aan heel vroeger ook weer haarscherp boven. Aan het eind van onze straat zat net zo’n slager, als die de man beschrijft. Het rook er altijd lekker, naar metworst. Kinderogen die tegen grote hangende karkassen aankijken en er bijna onderdoor kunnen lopen. Het beeld roept nu een associatie met het werk van Berlinde de Bruyckere naar boven. Ernaast was de groentenman, om de hoek verder de straat in het kleine pand van De Gruyter, waar de versgebrande koffiegeur je al bij de entree tegemoet kwam en waar je allerlei spannende handelingen mocht verrichten, zoals het malen van de bonen. De melkboer en de bakker kwamen met hun karren door de straat. Bij de melkboer mochten we de melk zelf tappen, spannend om het witte spul achter het glas te zien verdwijnen als het in je kannetje stroomde.

In de straat van de man waren de winkels vervangen door andere ondernemers. Turkse winkels met glanzende broden, de groentenman met zijn leger aan gevulde in- en uitheemse groentenkisten voor de etalage. En hij realiseerde zich dat er in de hoofden van de voorbijgangers ook herinneringen moesten dwalen, aan plaatsen waar hij nooit geweest was, maar die even echt en dierbaar waren als zijn oude slagerij of de melkboer.

Zijn mopperende zus wilde geen verandering aanvaarden en hij begreep dat ze in die vijftien jaar voorgoed uit elkaar waren gegroeid. Toen zijn moeder in haar slaap overleed vloog hij direct terug naar wat nu definitief zijn Thuis was. Een parel voor een herinnering.

In 80 dagen de wereld rond brengt me de grens over naar België. Op papier komt een impressie naar de door mij zeer bewonderde Michaël Borremans. Op het bord ligt:

Gegrilde asperges in mousselinesaus

1 kg witte asperges/2 el pijnboompitten, geroosterd/bosje waterkers/olijfolie/peper en zout

Schil de asperges en verwijder de houtachtige onderkant.
Hussel ze door wat olijfolie en kruid met peper en zout. Gril ze zo’n 10 minuten in de grillpan. Keer regelmatig om.

Meng het citroensap onder de drie dooiers. Kruid met peper en zout.
Voeg een scheutje water toe en klop schuimig op een laag vuurtje.
Voeg de klontjes koude boter al kloppend toe. Roer er de dille onder en breng op smaak met peper en zout. Verdeel de asperges over de borden. Giet er de mousselinesaus over en werk af met de pijnboompitten en de waterkers.

Uncategorized

De tere bloei

Twee dromen waar, bij het ontwaken, onmiddellijk weer naar terugverlangd werd. Door de laatste droom kwam de realiteit alweer een beetje rondspoken. Vaag herinnerde ik me te moeten appen en vragen hoe iedereen de nacht was doorgekomen. In de droom was het een volstrekt belachelijke vraag, maar in de ontwaakte nuchterheid van de dag de enige belangrijke. Even het kroost checken. Vriendin van zoonlief is er pittig aan toe. ‘Alsof er vier vrachtwagens over me heen zijn gereden’. Dat gevoel kende ik. Hetzelfde gevoel als drie jaar geleden toen ik een week lang aanvallen van Angina Pectoris had. Gelukkig zorgde zoonlief liefdevol voor haar.

Terwijl ik bezig was de informatie op te hengelen, dreef de grijze stad binnen. Een duidelijke scheidslijn in de lucht splitste op in helder licht en inktblauw/grijs en kwam steeds naderbij. Adembenemend schouwspel met het silhouet van de takken als filigrain. Als de tijd verder tikt, trekt zij zich als eb weer terug en het licht overwint, plukken wattenwolk met hier en daar de zon.

Er werd gebeld in de middag, dwars door de rode gloed van de gesloten ogen , omdat het gezicht geheven naar de zon, om wat warmte hunkerde. Beneden bleek vriendinlief in haar scootmobiel te staan. Ze vroeg me de deur te openen, want ze wilde iets laten bezorgen door drie kleine stadsnimfen, die aan het spelen waren op de stoep. Een poosje later keken drie paar bruine ogen me afwachtend aan en ik gebaarde achter de dichte deur, dat ze het maar op de grond moesten leggen. De drie koninginnen kwamen hun goede gaven brengen. De eerste legde de tulpen neer, de tweede, een plastic bak met zomerkoninkjes en de derde een zakje met zoete zwarte zaligheid. Aarzelend zwaaiden ze naar mijn opgestoken duim en holden allesbehalve koninklijk giebelend terug. Terwijl ik over de galerij hing, bedankte ik lieve vriendin, die wist wat eenzaamheid en dreiging met een mens kon doen. Een zalvend opkikkertje kon ik wel gebruiken. Lachend gaf ze gas en stoof verder de wereld in.

Later bracht dochterlief de boodschappen voor de gerechten van vandaag en morgen. Met een VN erbij, super. Leesvoer om de leeshonger te stillen. Jana Beranova schrijft over haar verzameling het volgende prachtig stukje proza geschreven over haar Boekenschat, tevens de titel. Zij schreef: Als ik wakker word wrijf/ik eerst een paar boeken/uit mijn ogen, slalom dan/tussen wankele leestorens/de trap af naar de kamer/ waar de boeken samen-/troepen. (…) De rest van het stuk beschrijft ook haar haat/liefde verhouding met die keur aan boeken. Iets wat ik niet zo heb, maar wel herken. Het blijven toegestane stofnesten, de wereld vol boekenwurmen en bij een enkele papiersoort, pas invité, brutale zilvervisjes. Een ander gedicht, voor deze, herbergt het volgende dualisme tussen berusting en genot: Een dreigende injectienaald/jaagt mij de stuipen op het lijf/het is mijn pen met een punt vol gif/ (…) Poëzie is een pennenstreek/waarvan de inkt nooit verbleekt.(…) Als troost wil ik haar toeroepen: ‘In de ban van het woord strompelen wij voort, maar plukken ook de vruchten. Pennevruchten’. En zolang de nacht luchten vol inkt op ons af laat drijven is het onbeschreven blad verlangen of verleden.

Gisteren op het balkon stond mijn dertigjaar oude, verweerde, boddhisatva in zijn nis met op de achtergrond een zee aan bloemen, waar de zon uitbundig haar stralen doorfilterde. Geen mooiere omlijsting dan dit. Een week geleden liep ik een eindje op met de benedenbuuf die me te kennen gaf dat die hoge takken ’s middags zouden worden gesnoeid. Ik reageerde verschrikt en ze was verbaasd dat ik juist dat groen zo’n verademing vond en nu in bloei helemaal. Opgelucht en blij vervolgde ze haar weg met de telefoon in haar hand om in allerijl de afspraak af te bellen. In stilte dankte ik de kleine stille beeltenis voor deze samenloop van omstandigheden. Warm wiegde de zon de tere bloei.

In 80 dagen de wereld rond bracht me naar Macedonië, met op papier een indruk van mijn Macedonische kostuum, toen ik bij Cioful danste en in de kom Gigantes Plaki sto Fourno.

400-500 gram gigantes (Griekse witte reuzebonen uit de pot)2 teentjes knoflook1 grote witte ui1 blikje tomatenpuree (klein)2 blikken hele tomaten (400 gram per blik)1/2 theelepel kaneel1 theelepel oregano(gedroogd) 1 bosje verse peterselieolijfoliechilivlokken (naar smaak)peper en zout

Snipper de ui fijn en hak de gepelde knoflooktenen in kleine stukjes fijn. Als je een keukenmachine hebt kun je ook hier de ui en knoflook tegelijk indoen. Zorg dat het mooi fijn gesneden is.Zet een pan op het vuur met een paar scheutjes olijfolie en doe de ui en knoflook erbij. Laat dit op laag vuur ongeveer 10 minuten aanfruiten totdat de ui glazig is geworden. Laat de ui niet bruin worden.Doe nu de tomatenpuree erbij, dit zal ongeveer twee á drie eetlepels zijn en roer dit door het ui-knoflook-mengsel. Nu kunnen ook de tomaten uit blik erbij, de peterselie, kaneel en oregano. Laat dit 5 minuten pruttelen. Als je een lichtpikante saus wilt hebben kun je nu ook de gemalen chilivlokken erbij doen. Breng het geheel op smaak met zout en peper. De bonen mogen nu ook bij de saus om enkele minuten mee te pruttelen.

Doe de griekse bonen met de saus in een passende ovenschaal en zet het gerecht in de oven. Laat het ongeveer een uur bakken in de voorverwarmde oven op 200 graden. Strooi eventueel wat verkruimelde feta over de gigantes en nog wat fijngehakte peterselie tot een lekker korstje. Kali orexi, eet smakelijk