Uncategorized

Een kleine Fiësta

Zie je wel. Zo’n dagje met de helft van de kleinkinderen wierp vannacht alweer vruchten af. Wakker geschrokken om half vijf heb ik met een ruk het laatste spannende deel van het verhaal van Opa Sterretje uitgeschreven. Ineens vloeide de verbeelding als een warme deken over me heen, nam het toetsenbord onder beheer en ging de strijd aan met de oude Vecchietta Bruto. Die opa’s op een sterretje weten alles, hè. Dat is een handige bijkomstigheid. Sproet bleek in werkelijkheid de betoverde versie van Matteo te zijn, een kleine jongen zo groot als Tijn, die in het klooster woonde en de oude vrouw was in werkelijkheid niet wie ze was. Straks ga ik het laatste deel voorlezen voor deze tweede blijf-maar-thuis-paasdag. Ben benieuwd wat ze ervan vinden.

Het eieren zoeken was een succes. Natuurlijk was de kleine filosoof twee keer zo snel dan de twee dribbeltjes en hij had zo zijn kostje gekocht en meer dan dat. Maar ruiterlijk legde hij sommige weer terug op een in het oog lopende plek zodat de anderen met hun twee jaar kraaiden van blijdschap bij het ontdekken van de kleurrijke kleine eitjes. De heuvel lag er verder verlaten bij en op een aantal fanatieke hardlopers na, liepen er alleen maar kippen en hanen vrij rond en zat de pauw met zijn snerpende geluid op het dak van het schuurtje en waaierde af en toe zijn veren imposant uit. Het liefst zouden ze achter elkaar de eitjes aan het verorberen zijn gegaan, maar daar staken de moeders een effectief stokje voor. De pauze, ook om bij te komen van de kou, was bij de kleine koek en zopie-tent met koffie en thee. Een grote beker hemelse warmte deed de rust weer neerdalen. De kinderen speelden in de speeltuin, de oude beer, waar ik als vierjarige nog opgezeten had, stond er moederziel alleen bij. De kinderen waaierden uiteen naar de schommels, naar de glijbaan of met de bal aan de voeten. Zoonlief boog naar de hoofduitgang af met schoondochter en haar bollende buikje en de ene kleine dribbel en wij liepen naar de andere uitgang.

De kleine filosoof mocht met oma mee in de auto en kleindochter, die dat niet begreep brulde aan een stuk door voorop de fiets tot ze thuis was en ons weer zag. Tranen gedroogd, verdriet vergeten. De paasbrunch was heerlijk. Een brunch als het paasontbijt vroeger, verse eitjes, kaas, verse broodjes, croissanten, fries suikerbrood, een paasstol met amandelspijs, roomboter en verse jus d’orange. Kleinzoon kon de druk van het chocolade verrassingsei nauwelijks aan, maar moest wachten to zijn zuslief op bed lag.

Ik spon goed garen bij dit samenzijn. In het hoofd gingen alle luiken van kinderliedjes en versjes wagenwijd open en namen in hun kielzog het juiste verhalenplot mee voor de spannende avonturen van Tijn en de Florentijnse leguaan. Intussen dus geboekstaafd en veilig gesteld. Op naar het volgende avontuur.

We hebben een winters weekje voor de boeg, dan ook de bijbehorende knusheid maar van stal gehaald. De tuin mag even links blijven liggen en de kaarsen komen te voorschijn. Prima weer om wereld rond te reizen op papier en op het bord. Vandaag mag ik naar Spanje. Olé. Kind aan huis daar, want al in 1965 reed mijn vader met ons gezin(heel veel kinderen) naar Tarragona toe. Heen keurig netjes in twee dagen en op de terugweg jakkerde hij aan een stuk door. De Spaanse keuken proefden we mondjesmaat, want we hadden de hele Hollandse keuken in blikconserven onder de banken gestopt tot en met de margarine toe. In de jaren die volgden werden het minder conserven en meer Spaanse keuken. De vakanties naar zo’n ver land waren bijzonder in die tijd. Mijn vader was er reislustig genoeg voor. Geen straf om, nu de wind om het huis giert, het buiten regent, en het frisse groen van treurigheid de kopjes laten hangen, op een warm strand te zitten of te lopen op de ramblas. ‘Camarero una limonata de narancha por favor’. O nee, een terras is er niet. Dan maar een kop warme chocomel van echte melk en cacao. Om te vieren dat we straks de warmte twee keer meer zullen waarderen, als die uit de diepste krochten te voorschijn komt, houden we vandaag een kleine fiësta

In de wereld rond in 80 dagen bracht zoonlief me met zijn lavash naar Libanon. Ik maakte er Fattoush bij, een frisse salade. Samen met de hummus van aubergine een aanrader. Op papier een detail van Le Piano Oriëntal’van de striptekenaar Zeina Abirached.

Fattoush wordt trouwens niet alleen in Libanon gegeten, maar ook landen als Irak, Jordanië en Syrië. Soms vind je sla in deze salade (maar vaak ook niet), maar wel altijd tomaten, komkommer en ui.

En laten we het belangrijkste ingrediënt niet vergeten: geroosterde stukjes (oud) pitabrood of Libanees platbrood.

Naast deze basisingrediënten zijn de extra smaakmakers misschien nog wel net zo belangrijk. Denk aan munt, sumak, zout, citroensap en olijfolie. Muntblaadjes geven deze salade de frisse toets, terwijl sumak (rode besjes van de sumakplant) voor een zurige smaak zorgt, net een beetje zoals citrus.

Variëren kun je volop met fattoush: denk aan extra ingrediënten als radijsjes, peterselie, feta, paprika, olijven, granaatappelpitjes en knoflook. Ook lekker is om wat frisse yoghurt toe te voegen als een dressing.

4 gedachten over “Een kleine Fiësta

    1. Fijn als het vuur weer oplaait. Had zelf een tijdje terug ook een terugslag en dan schakel ik over op wat er zoal aan programma’s of boeken voorbij komt. Het zijn nog steeds moeizame tijden, qua inspiratie, maar dit kleine geluk is veel waard. ❤

      Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s