Uncategorized

Rechtvaardigheid en dood lopen niet hand in hand

Terwijl ik gisteren met een vriendin een al maanden gekoesterde wens aan het inwilligen was, gebeurden er op hetzelfde ogenblik zoveel paralellen aan leven. Wonderlijk genoeg kwam dat besef al bij de ene boom, die alle aandacht opeiste te midden van zijn goudgele omlijsting. Met eerbied en liefde keek ik naar haar krachtige uitstraling en kon niet anders beamen, dan dat zij het toonbeeld was van de kracht van de Solitude en kreeg ze wat ze verdiende: De volle glorie.

037.jpg

Op hetzelfde moment dat dat beeld deel werd van mijn leven, worstelde op een andere plek een gezin met het einde van een titanenstrijd van hun held. Ze had maandenlang geduurd en daarmee in ieders hart de hoop gevestigd, dat het leven een winnaar toebehoorde, zonder vraagtekens, zonder twijfel. Iemand die het lot aanvocht en zijn opgegeven strijd nog maanden voort kon schuiven, verdiende die volle glorie. Maar toen de donkere schaduw met zijn zeis het lichaam niet breken kon, sloop hij achterom en overmeesterde de ratio. De pijn sijpelde binnen onder het bekijken van de foto’s  van die grote Soesterduinen stilte en bleef hangen in haar pijn en grief.

014

Litlle grains of sand scheppen samen met de miljoenen waterdruppels de planeet die aarde heet, ik had ze die middag zien glanzen in hun natuurlijke eenvoud en in hun kracht van de vereniging. De uitgestrekte vlakten met de Magritte lucht erboven kiemden dat stille verlangen naar verdichtsel en schreven woorden in mijn hoofd. Het gesprek was er een van diepgang en gemijmer, hier en daar een filosofisch schuren, dat de omgeving wakker schudde en het bijbehorende gevoel van dankbaarheid ten opzichte van het leven zelf los weekte. Door de diepe dalen gegaan, afhankelijk van niet meer dan het lijf, dat onderging en de wil, die vocht om het bestaan.

Als we vroeger drensden en dreinden en luid riepen ‘Ik wil niet’ haalde mijn moeder een wijze boodschap aan: ‘Kan niet ligt op het kerkhof en Wil niet ligt er naast’. Daarbij duwde ze onverhoopt de vermaledijde zemen lap of stofzuigerslede in onze handen en hadden we maar te gaan. Alles behoorde tot de onbegrensde mogelijkheden als je maar wilde en het ten uitvoer bracht. Gisteren, nog niet op die grote stille zandvlakte, maar even daarna, wist ik heel zeker, dat mijn moeder het niet bij het juiste eind had. In haar optiek en toen misschien wel. Ze hadden immers de oorlog overleefd en de wederopbouw met haar bergen en dalen, de armoede  verslagen en de problemen in alle toonaarden getackeld. Maar op mijn veilige stek, een hoek van de bank, met mijn tekenboekjes, dagboeken, laptop, telefoon onder handbereik, kwam de boodschap binnen in het oplichtende venster, de letters zwart op wit en nauwelijks te bevatten.

‘Hij is omringd door liefde heen gegaan.’ Dat wist ik, die liefde, dat zachte bed om leed te dragen, de handen ineen, huid tegen huid om het verdriet te vangen en vast te houden met elkaar. Letterlijk een draagbaar voor verdriet.

019

Zo weeft zich de tijd voort. Schoonheid krijgt nog meer betekenis door haar kracht van de verbeelding die passen bij het beeld in mijn hoofd van de machtige eenzame strijder daar bovenop zijn heuvel. In mijn beleving zal hij daar van nu af aan altijd het symbool voor zijn. Een titanenstrijd, met de moed en de onuitwisbare wilskracht om te leven voor zijn liefde, zijn vrouw en de kinderen, maar ook om de levenslust die in hem woedde en hem de dood strijdvaardig diep in de ogen liet kijken, zodat die niet anders kon, dan slinkse paden te bewandelen om hem sluipend te overvallen met de genadeklap. Rechtvaardigheid en dood lopen niet hand in hand.

Uncategorized

Als dat geen genezing is

Toorop schijnt te hebben opgemerkt, dat het portret zich niet moet gaan ‘verbeelden’, dat het zelf wat is. Dat is alleen door mij, die het gemaakt heeft!’ Karin van Lieverlo noemt het in ‘Atelier’ van deze maand een spannende wisselwerking tussen waarheid en illusie, dat de relatie tekent tussen model en portrettist. Daar moet ik over nadenken. Ze doelt met name op het portret dat Van Toorop tekende van koningin Emma. Verbeelden heb ik tussen aanhalingstekens gezet. Wat een mooie en subtiele woordspeling. Ik hoop dat het een letterlijk citaat is, want in dat verbeelden schuilt de opperste kracht van de opmerking.

Is het de weergave van Toorop, zijn liefde voor de af te beelden persoon, zijn intentie om een gevoel te vangen, de kracht van de markante uitstraling neer te zetten, is het zijn opperste emotie die daar op het papier verschijnt? Of begint het al met de keuze van het materiaal om al deze gevoelens in te vangen. Bij Koningin Emma blijft er meesterlijke afstandelijkheid, een koningin waardig, tussen mij en haar hangen, maar komt de kunstenaar in rap tempo binnen mijn gevoelswereld. Wat een held, wat een beheersing en oog voor detail en dan met name de kleine aspecten van de menselijkheid, die gevangen worden in de oogopslag achter de spiegelende brillenglazen en in de ragfijne dunne kanten sluier om haar hoofd gevleid, vastgepind aan haar wijze haren, de bezegeling van haar status, Eminence Grise pur sang.

Hoe anders is de beleving bij de portretten van  Dumas, die al je emoties tot in hun grondvesten doen beven en ze stuwt tot grote hoogten. Een ontmoeting met een portret van Dumas is snakken naar adem, is het grijpen naar intense, maar vastomlijnde zekerheden. Begrippen, die er voor zorgen dat het gevoel niet aan de haal gaat en mee verdrinkt met de wanhoop die uit haar doeken schreeuwt. Munch met zijn ‘De Schreeuw’ blijft ook zo dicht bij het verscheurd zijn door het moment. Dát weten vast te leggen, die ene aanraking van een seconde, waarin de hele wereld samen balt, zo meesterlijk en soms zo afschuwelijk om te doorgronden.

Bij de werken van Pushwagner zorgt de afwezigheid van de emotie in zijn doeken en tekeningen voor de heftigheid waarmee het binnenkomt. Ik dacht dat ik gek werd. Ik had daar als een dweil uitgevloerd op de grond kunnen gaan liggen, als ik verbeeld had hoe ik me op dat moment voelde. Uitgewrongen, letterlijk. de maakbaarheid van de wanhoop in al haar facetten lag in die tentoonstelling voor me uitgespreid. Naakte waarheid ten voeten uit, of het gevaar van die waarheid. Het denken in stereotypen, het denken in hokken. Ik was de ontvanger, mijn antenne stond wijd open voor Pushwagners zwarte doemwereld. Tegelijkertijd raakte ik geïntrigeerd naar het waarom van deze kunstenaar. Wat maakte het dat hij zo diep ging en zichzelf voor een groot deel verloor in zijn eigen schepping.

schrijven waspit

Ik kan me verliezen in schoonheid en kleur, in poëzie die een afbeelding wekt. Mijn heerlijkste ervaring van het afgelopen jaar was zonder twijfel de ‘schrijversopdracht’ om bij een zelfgekozen schilderij van een van de impressionisten op een tentoonstelling in het Haags Museum te gaan zitten en me te identificeren met een personage, die op het doek stond afgebeeld. Ik koos Breitner, een van mijn grote liefdes. Zo één te worden met de tijdsgeest, die daar weerlegd is op het doek. Een eigen verhaal, een beeld te mogen scheppen van je diepste individuele beleving was een waar cadeau. Nooit eerder had ik vanuit die invalshoek naar een schilderij gekeken. Vragen als ‘Wat is de bedoeling van het meisje, wat denkt ze, waarom is ze zo gehaast. Interpreteer ik haar gang wel op de juiste manier. Zou er nog wat anders achter kunnen steken. Is het wel haast of schort ze de rokken op vanwege de ‘onzichtbare’ modder op de grond’ volgden elkaar in hoog tempo op en er kwam een verhaal en een gedicht uit voort.

Kunst moet, kunst voedt. Het wordt weer eens tijd voor een museum. Ik voel het. Er is niets, wat zo helend werkt als die prachtige uitingen, die mijn gevoel aanraken. Letterlijk een aanhaken aan Het Leven. Als dat geen genezing is.

Uncategorized

Even geen paraplu meer nodig

Onder moeders paraplu leef ik, zegt de bedrijfsarts. Met een uitstraling van de gedecideerdheid van een juf Ank ijvert ze zich, om voor mij de perceptie van de kwaal ontvankelijker te maken. Daar was die paraplu voor nodig. ‘Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes, Hanneke en Janneke, dat waren dikke vrindjes…’ Ik hield stijf de geboden paraplu van strohalmen vast, waar ze zojuist een aantal beren in de juiste stelling had gebracht en haalde opgelucht adem. Die beren waren gevoeligheden die familiair waren en die garant stonden voor het leggen van knopen in onder andere hart, longen, schildklier en gewrichten. Het was het antwoord op mijn ongeloof, dat een deel van de medische wetenschap nog steeds het lijf in segmenten opdeelde. De afdeling Cardio werkt op een eiland. COPD werd volstrekt buiten het plaatje van de aandoening gehouden. Nu tekende ze een mooie paraplu met daaronder het veld, waar mijn lichaam in woorden samen viel tot een geheel. Weer keek ze me aan met een blik van iemand die de wetenschap in pacht heeft. Ik was Janneke, kleine Janneke en ik hield niet alleen de paraplu, maar ook denkbeeldige Hannes stevig vast.

Bij een waterproject op school, dat ik, nu ik erover nadenk, aan ‘Huppel, de waterdruppel’ had moeten ophangen, verdiepten we ons in de loop van de waterleidingen van school. Op onze blote zomerknieën liepen we de buizen na, die met het blote oog te volgen waren. De kruipruimte werd geopend en met een zaklamp speurden we de ondergrondse gewelven naarstig af naar de loop van het riool. Het was een spannende en avontuurlijke onderneming. Het lied van ‘Onder moeders paraplu’ was de binnenkomer geweest en al gauw waren we ingewijd in de effecten van kletsen, klateren, druppelen, gieten, sproeien, gorgelen, tikken en meer van dat soort dingen waar een heleboel waterdruppels bij elkaar zich voor lenen. Natuurlijk moest een en ander proefondervindelijk ervaren worden. Ik had zes doorzichtige paraplu’s op de kop getikt voor een habbekrats.

Onder hilarische bewondering werden de diverse vormen uitgeprobeerd. Een hogedrukspuit kletterde met verve op de plastic kappen, een gieter gieterde haar vaardigheden er lustig op  los, hoeveel druppels gaan er in een milliliter, met een pipet was klusje zo geklaard. Hoe zachtjes tikt de regen. Onder begeleiding van Rob de Nijs orgelde de plantenspuit het waterconcert mee. Met glimmende regenlaarzen dansten ze een waterballet,  waar Gene Kelly niet in had misstaan. ‘Ik zing in de regen, ik zing in de regen, wat heerlijk is dit en ach, niemand houdt me tegen…'(op de bekende wijs). Daar hadden we de paraplu’s ook voor nodig. Met Acrylverf maakten de kinderen er hun hele eigen versie van waterpret van en het resultaat was verbluffend, vertederend op het podium en ontroerend.

Paraplu’s in Stadskanaal, Willem Caspers

Terwijl ik wacht op de ergometrie, pen ik deze associatie met mijn eigen juffrouw Ank haastig neer. Zonde om aan deze paraplu met mooie herinneringen voorbij te gaan. Straks zit ik op de fiets, waar officieel een looptest was afgesproken, omdat het voor de COPDer in mij moeizamer zou zijn. Hokjes dus. Luisteren naar kleine Janneke is nog een dingetje, daar in Cardioland. Ik fiets mijn longen uit mijn lijf. Hartslag en bloeddruk zijn laag. Een nieuw probleem doemt op. Hoe verhouden medicijnen zich tot elkaar. Daar had juf Ank ook al over gerept. Mijn medicijnencocktails voor hart en longen bevatten elkaars antagonisten. De oorzaak van deze nieuwe ellende wellicht, maar voor nu is het welletjes. Buiten schijnt de zon. Even geen paraplu meer nodig.

Uncategorized

Leed is betrekkelijk

Daar stonden we dan. Onze blikken wisselden werelden van verdriet en leed uit, met die vleug van levensdrang, die zo nodig is om te allen tijde op de rit te blijven.. Daarnet was ik nog naarstig op zoek geweest naar de pesto en was aan het dubben tussen dat of de pimentpasta. Nog voor ik de keuze had kunnen maken, schoot ze me aan. Het ene moment hangt de wereld nog van kleine beslommeringen aan elkaar en het volgende moment sta je met dat levensgrote wereldvraagstuk in je armen. Hoe vertrouw je straks  weer op eigen kracht dat lijf, dat je zo buitensporig in de steek gelaten heeft.

308

Mijn problemen waren kiezels vergeleken met die van haar, dacht ik. Oneffenheden in de borst ontdekt, aan de bel getrokken en nu al geopereerd. Een halve heelheid, die het vuur in haar ogen niet had geblust. Ik had er drie nachten slapeloosheid op zitten, waarschijnlijk door een reactie op de medicijnen. Per vandaag werden die omgezet in een ander nog uit het hoofd te leren begrip. De angst bleef zweven rond de onzekere factor en het betere giswerk. Stel je voor, dat het nu niet….of dat de stent aan het wandelen was gegaan. Was dat überhaupt mogelijk. Waar kwam die diffuse hoofdpijn vandaan, gek voor iemand die dat nooit heeft, de hartkloppingen, dat cardiogezwabber midden in de nacht.

Haar dochter was erbij en wierp zich op als haar moeders hoeder. Een maand daarvoor hadden haar moeder en ik elkaar omhelsd in een weerzien na jaren tussen dezelfde schappen. De afspraak stond om elkaar te bellen in de lente als tuinen ontwaken in groei en bloei, met plannen om het zevenblad en ander biologisch om te buigen onkruid ter consumptie te gelde te maken. Nu viel er even niet zo veel meer om te denken, omdat de naakte feiten klip en klaar op ons bord lagen. Een falend hart en een succesvolle tumor. We moesten op wilskracht de doem ombuigen in mogelijkheden voor een beloftevolle toekomst in het onpeilbare verschiet. Ze zag er prachtig en uitgerust uit, tikje mager in het gezicht. in de zachte omlijsting van haar witte mohair sjaal.

 Richard Westall, Het zwaard van Damocles, 1812

Dochter luisterde, afzijdig maar nauwlettend, ze hoorde elk woord. Wat is de overeenkomst tussen twee gebutste zielen. De herkenning met name. Ons kent ons. Mijn moeder zou zeggen: Elk huisje heeft haar kruisje. Eerst dacht ik ‘Elke gek heeft zijn gebrek’, maar die vlag dekte deze lading niet. Dat was immers een, door genen, drank of drugs, gestuurde waarheid. Het kruis kwam ongevraagd en onbedoeld, een zwaard van Damocles dat neerdaalde.

Filosofie tussen de winkelschappen, kom daar maar eens om. Het meeste leed wordt tussen neus en lippen door verkondigd en vindt vaker haar weg tussen de specerijen of het blik. De boodschap ketste even terug, als een pingpongbal, tegen de potten met Basilicum sauzen voor de pasta en de plastic emmertjes saté saus. Het hart onder de riem voor ons beiden was bij het afscheid de glimlachende belofte aan elkaar dat we straks op onze knieën het onkruid, dat ons leven binnen kwam, tot in de kleinste vezels minutieus zullen uitroeien en weg verlangen.

 We omhelzen elkaar, zij met haar chemo in het verschiet en ik met mijn batterij aan bloedverdunners en bloeddrukverlagers. Tot gauw en tot later, als het leven weer groeit en bloeit. Haar dochter van dertien lacht me toe. Nog een heel leven te gaan.  Al het leed is betrekkelijk, als je het vergelijkt met dat van een ander.

Uncategorized

Alweer een nieuw begin

Als het nieuws slechts met flarden binnen komt waaien, omdat ik niet iedere dag meer met de auto op een vast tijdstip weg moet en dan ook de lokale radio niet meer hoor, mis je ongemerkt veel van dat alledaagse bestaan. Zo kwam ik vanmiddag om een uur of drie buiten en kwam tot de ontdekking dat ze een van de drie imposante bomen hierachter hadden omgezaagd, Twee kastanjes stonden er nog, maar ik vrees ook voor een van hen. De omgehakte boom was een lievelingsboom, omdat haar verschijning, buiten haar rode herfstpracht en de vlinderlichte zomerbladeren,  herinneringen omlijsten, die zonder moeite in het voorbij gaan, aan kwamen waaien. Minimaal twee keer per dag fluisterde ik een diepe gedachte terug.

De schrik was dan ook groot. Op de plek waar ooit de Acer in haar volle glorie stond, wortelde slechts een, tot een paar centimeter boven de grond afgezaagde stomp. Te laag om er een alternatieve denkplek van te maken, te kort afgezaagd om het om te vormen tot een overpeinzingsmonument. De kandelabbers er naast ritselden wat bedeesd met hun kale takken toen ik, zichtbaar aangeslagen, het kille scherp gesneden vlak aanschouwde. Net nog het symbool van vriendin lief, dat betekenis aan deze schoonheid had gegeven en nu niet anders dan een abrupte koude plek, Vasalis noemde het al ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’.

In huis staat geen altaartje voor mijn dolende zielen, maar in de boekenkast op de slaapkamer, ‘alleen tussen mijn boeken wil ik wonen’, als variatie op een thema, staat ze glimlachend het wat chaotische leven gade te slaan. Ik hoef maar peinzend naar haar afbeelding te staren en de ingevingen komen zich ruimschoots aandienen. Het kleine witte vredesduifje met een stokje door zijn borst, poetst haar zachte, wijze blik extra op, zoals Acer dat deed in de herfst, als zij met haar uitbundige rode gloeien een ode bracht aan de goedheid en wijze kracht. Een gelijkgestemde ziel, die ware vriendschap duidde.

Het was een bijzondere en wonderlijk beleving in dat laatste jaar voor haar dood, als ik het statige oude herenhuis in ging en ze me ontving in de mooie herkenbare keuken. Daar had de tijd stil gestaan met de granieten aanrecht en de art deco tegels, de houten kastjes en de blik, ooghoogte, op de benen van argeloze voorbijgangers. Een huis met een souterrain en de warme gezelligheid van pruttelende koffie. In vele andere toonaarden verstilde daar het leven. De hoge ramen, de krakende vloer, de prachtige stenen objecten van een bevriende beeldhouwer, volmaakt in hun vorm.

1218

Eerst kropen we dicht bij elkaar op de bank, angsten delen. Loslaten op hoog niveau, want hoe nu verder met zoon en man in de leegte, die ze achterliet. Komt tijd, komt raad. Een zucht en stil verdriet om wat er nog te missen viel.  De thee was troost en warm, daarna de wandeling, het kuieren, ja toen ook, ze kon geen stap meer harder met het uitgeteerde lijf. Een zonnestraal, een maagdelijke zwaan, de roodborst boven de koude grond in het struweel. Het waren haar juwelen naar de oneindigheid, die straks te wachten stond. Eerst sneerde de tumor met een sluipend bijten en trekken, dan met een laffe valse overrompelende triomf. Toen ik haar vaarwel wenste, stond die grauwe zeismaaier al aan haar voeteneind en wachtte met het geduld der eeuwigheid. Hij had de tijd.

Ik ben voorgoed mijn Acer kwijt, verdoofd en wat ontheemd, teer ik op en in. Alweer een nieuw begin.

 

Uncategorized

Ik ben er klaar voor

‘Kip ik heb je’, zou mijn moeder zeggen. Na de zoveelste nachtelijke woelpartij met een  hoofd, dat maar niet stopt met denken, ben ik er achter, waarom slaap ten enenmale verre van mij blijft, terwijl het toch de hoogste tijd is.  Het is eigenlijk zo simpel als wat, maar ik was er bij lange na nog niet opgekomen, ware het niet dat ik de focus wilde verleggen van lijf naar totaal andere algoritmes.

In de slapeloze nacht ligt de focus altijd op het hart, alsof van binnen met argusogen gelet wordt op ritme, pijn, druk en alles wat een hart maar uit het evenwicht zou kunnen brengen. Met andere woorden het hart zwelgt tot oneindige hoogte. Het feit dat ik er voortdurend tijd en aandacht aan kan geven, komt doordat ik eenvoudigweg niet moe genoeg ben. Let wel, sinds mijn nadagen, het leven is tegenwoordig opgedeeld in voordagen en nadagen, ben ik oneindig moe. Intens zwaar in hoofd en bot en spier, maar dat is de weefselkant van mij. Die andere kant, de prikkelzoekende, de ontvankelijke, de associërende, de creatieve, de scheppende krijgt te weinig uitdagende voeding. Ik mag niet meer dan één wandelingetje maken per dag.

002

Stiekem snoep ik er kilometers bij door het spanningsveld met vernieuwing uit te breiden en wegen te bewandelen die niet alledaags zijn of door bezoek te ontvangen, meer dan ik mijn hele leven hier thuis ontvangen heb, maar de dorst naar ervaring en verwondering is daar niet mee te lessen. Ik kom te kort. Laptop en televisie zijn bliksemafleiders, even als mijn tijdschriften en kranten, ja zelfs een online blikopener als tekencursus op de bank uit te voeren is niet voldoende. Ze halen het niet met de interactie die een schoolleven opwerpt of het tussen de andere mensen zijn.

Vanmiddag voelde ik heel sterk de behoefte om zomaar alleen ergens in een restaurantje neer te strijken, dagboek in de aanslag, om deze dorst te lessen. Je zou zeggen, dat er prikkels genoeg zijn, maar toch…Even heerlijk brainstormen om een project vorm te geven, het verhaal te verzinnen, een pakkende openingsscène te bedenken. De hilariteit met de voorpret en daarna de deadline, die koortsachtig decorstukken en kleding bij elkaar laat zoeken, gedichten, verhalen, liedjes, het hele scala aan vindingrijkheid aanspreekt en openbreekt. Op die toppen wil ik voort en dan weet ik, dat ik daarna moe genoeg ben om te stoppen met alleen maar lijfelijke lamgeslagenheid en een onrustig woelen. Dat is het wezenlijke verschil tussen een tredmolen die een uitputtingsslag teweeg brengt of het ervaren en ontdekken van ongekende mogelijkheden.

050

Mijn voedingsbodem voor een creatieve geest is te abrupt onder me weggeslagen. Ik was  aan het afbouwen, maar de snelheid waarmee het nu geslecht werd, sloeg een gat. Van 200 % actie naar 20 % actie is letterlijk een aderlating, waar mijn liefdevolle mensenhart te kort werd gedaan. Die kransslagader mag dan wel gerepareerd zijn, maar er is een hoeveelheid aan stopborden geplaatst, die vooralsnog te belemmerend werken om in een verkwikkende slaap te vallen.

Ik was al naarstig op zoek naar iets anders, naast het schilderen wat te inspannend bleek en het schrijven waar de concentratie  en de discipline voor ontbrak en had reeds breipennen en wol aangeschaft. Gelukkig handhaaft zich mijn uitlaatklep bij uitstek voor de dolende gedachten die zich iedere dag trouw aandient, tegenwoordig vaker ’s nachts dus.

Met deze verhelderende gedachte kan ik leven, want daar valt aan te tornen. Als ik niet naar het proces kan, haal ik het proces wel in huis. Om het even hoe. Komt tijd, komt raad. Voor nu, lekker slapen en de geest scherpen. Ik ben er klaar voor.

 

Uncategorized

Wie dan leeft, wie dan zorgt

De straten  buiten glanzen stil in hun verregende asfalt. Het lantaarnlicht geeft er een sprookjesachtige, bijna feeërieke sfeer aan. Af en toe trekken groepjes fietsers langs. Ze hebben grotere silhouetten dan te doen gebruikelijk. Soms ontwaar ik vreemde staketsels, die potsierlijk uitsteken. Het is carnaval en tout feestvierend Nieuwegein trekt vanuit Apestad weer huiswaarts. Hun stemmen klinken opgewonden en schel door drank en plezier, ze buigen zich naar elkaar toe met fiets en al of rijden, achterom kijkend, hun ervaringen uit te wisselen. Vaker nog klinkt er gelach en een tegen elkaar opbieden van sterke verhalen in overtreffende trap. Mijn huis ligt halverwege de route, dus er valt nog veel aan kou, regen en wind te trotseren. Dan kan je beter maar tot vrolijke afleiding overgaan.

De verhalen in mijn hoofd zijn ook gewekt. Ze dwarrelen rond op het toenemende ruisen van de wind door de kier van het rooster. Een gaat, loepzuiver, over een bezoek aan een kledingzaak in Lauwersoog. De trap naar het opkamertje boven, de dure, maar o zo prachtige wollen stof van mantels en jurken, de tassen in de aardetinten, de prijskaartjes die maken dat alleen de vingers verlangend over de stof strijken, maar daarna de pas versnellen. Geen winkel voor ons.

carlijn mensCarlijn Mens

Er is er een die aan mijn moeders slapeloze nachten linkt, mee piekert met haar woelen als ze de pendule van de buren drie uur hoort slaan en zich weer zuchtend omdraait. Ik heb haar slaappatroon geërfd en het is niet altijd onverdeeld even geruststellend.

Weer een ander houdt vooral vast aan de waarde van het cholesterol, die bij het laatste bezoek in mijn bloed gemeten is en gedaald is tot een.  Na samenspraak met de cardioloog werd de cholesterolverlagende tablet van 40 naar 20 milligram terug geschroefd. De lekenarts in mij zegt: ‘Stop maar helemaal met die Atovastatine, want lager dan dit kan bijna niet.’ Wat is de reden van de halvering. Genoeg te piekeren in een nachtelijk uur.

De volgende dient zich aan als een door Facebook aangehaalde herinnering uit het recente verleden, waarbij ik de kinderen zie, die aan het lezen zijn in een prentenboek om de grote tafel. Voortdurend wappert er een tussen uit om het uitgelezen oude boek te ruilen voor een nieuw exemplaar. Opgewonden vertellen ze elkaar de wondere wereld van de magie, laten platen zien, verzinnen verhalen erom heen. Aandachtig volgen ze elkaar of verliezen zich volkomen in het boek. Hier en daar wordt een moeilijk begrip uitgelegd terwijl ze over de tafel heen hangen en het hoofd steunen met een hand. Ze kijken me vol vertrouwen aan, een glimlach en een kwinkslag.

089

Daarna kom ik uit bij de schilderlessen van Koen op de verdwaalde zondagen, waarbij ik moet lachen om zijn staccato aanwijzingen, die ik tegelijkertijd wel braaf opvolg. We tackeren de enorme doeken in de muur en eindelijk durf ik de behouden afmetingen te laten varen. De rol linnen staat nu vooralsnog roerloos en zwijgend in een hoek van de kamer verwijten uit te stralen om het onmachtige dwaze lijf, dat niet meer uit de voeten kon.

Ook deze nacht niet. Drie stappen vooruit en een achteruit. Vannacht is het zo’n achterwaartse tred met benauwdheid en onrust in het hoofd. De dwarrelende stukjes sluiten zich, zodra ze in flarden zijn uitgeschreven, weer op achter hun gedachtedeuren. Voor even tevreden gesteld, omdat ze al wel genoemd zijn. Lijf weet niet helemaal zeker wat er woedt. Is het een beginnende griep door zoonlief vandaag verspreidt, of is het dat ‘een’dje Cholesterol dat langzaam in doemdenken de grootte heeft gekregen van een zwaan. Is het een simpele verkoudheid die zich op werpt of de longen die parten spelen. Mijn grijze lekenhersencellen verlangen naar een warme troostbak en ik geloof dat ik die eerst maar eens ga maken. Daarna zien ik en mijn doemdenkers wel weer verder. Wie dan leeft, wie dan zorgt.

 

Uncategorized

Ze zijn goud waard

‘Dat is niet niks, wat jij de afgelopen tijd hebt meegemaakt’, de openhartige blik keek mij bemoedigend aan. ‘Wat een verhaal’. Het was de juiste sleutel in het gebutste slot, als het op de laatste ziekenhuiservaringen aankwam. Het was mijn moeders zalf op de wonde, zoet als honing, die de sluisdeuren zou open zetten. Ik leunde wat achterover, nam een makkelijke pose aan en stak van wal. Wat een verademing om, buiten mijn meesterlijke huisarts om, nog ergens in dit ziekenhuis mijn ei te mogen leggen. een ei vol ongeloof en opgelopen barsten en een luisterend oor te vinden. Een moederkloek in de gedaante van de cardiologie-verpleegkundige, onder wiens vleugels ik me beschermd en veilig voelde. Ik mocht alles kwijt. Met opgelucht gemoed stond ik ruim vijftig minuten later weer buiten. Wat een engel van begrip.

ziekenhuis

Een andere fijne bijkomstigheid was dat ze de computer naar me toe draaide en alles wat er over mij aan dossier bestond, kon laten zien. De Stent, het hart, de bloedwaarden, de werking van de medicijnen erop, waarbij ze afwegingen maakte van wat goed zou zijn en wat kwaad zou kunnen. Beredeneerd giswerk op hoog niveau met een onderbouwde mening. Het voelde zo weldadig aan. Ineens behoorde de hele ervaring vanaf die schrikwekkende tweede kerstdag weer aan mij toe en aan niemand anders. Daarvoor leek het alsof me de regie was ontzegd over mijn eigen herstel en genezingsproces. Doktoren en assistenten, ECG en Echo-uitvoerders, pillen verstrekkende verpleegkundigen, nachtbrakers waren allemaal langs mijn eigen kleine ziel gelopen die verschrompelde tot het lied der onzichtbaarheid. ‘Zeg maar niets meer’, na diverse pogingen, waarbij nul op rekest was verkregen.

humor hartslag

Werkdruk, onhandigheid, verlegenheid met de situatie, aan alles was alleen de onvolprezen Ricardo op de hartbewaking vanaf het begin de wellevendheid ontstegen en grapte en grolde me een weg door de onzekerheid heen als mens van vlees en bloed. Dat was de strohalm waar ik me bij alle drie de opnames aan vast kon klampen, ook al was het maar voor even.

monitor

Het is een kunst op zich als je in staat bent te luisteren en het is nog wijzer te luisteren tussen de regels door, omdat iemand die aangedaan is nooit met de hele ziel en zaligheid naar buiten zal treden. De angst om weer een geopperd argument weggewuifd te zien worden is groter dan de moed om de opmerking te plaatsen. Liever slik je het in, bang om de kous op je kop te krijgen in een argeloze opmerking dat het reuze mee valt. Stel je voor. Als kwetsbare patiënt met een hoofd vol heen en weer schietende gedachten, voorbij snellende angsthazen, beren op de weg, is elke relativerende opmerking een muur die geplaatst wordt en waar het angstige hijgende hert in zijn ontsnappingspoging hard tegen aan stoot met zijn of haar kop. Leer mij de wereld van de patiënt kennen nu ik er een kort maar heftig loopje mee genomen heb.

023Engelen van begrip

Het is heerlijk om familie en vriendinnen en vrienden te hebben die meedrijven op mijn verontwaardiging en die me inbedden in mijn eigen meewarigheid, er nog eens een schepje bovenop doen, zodat ik mij even kan wentelen en keren. Daarna pak ik zelf de draad weer dapper op. Nu helemaal, met het hart onder de riem van mijn eigen pleegzuster Bloedwijn. Zalvende heelmeesters maken stinkende wonden maar begripvolle pleegzusters helen met een luisterend oor. Ze zijn goud waard.

Uncategorized

Ik leer het wel

In het kader van het dagelijks bewegen en dankzij het feit dat ik weer met de auto uit de voeten kan, besloot ik deze week in ieder geval verre van de flat en haar omgeving te gaan wandelen. Ik kon inmiddels de stoeptegels uittekenen die tijdens mijn kuiertochten zich aan me hadden opgedrongen. Als je eigenlijk te moe bent voor enige activiteit, rest slechts de grond als uitzicht. Stap, stap, stap. Tegel voor tegel, voetje voor voetje. Nu zou ik het anders gaan doen, het over een andere boeg gooien. Zaterdag had ik zin in de Lek, Met het idee dat hochie af, ook weer hochie op, zou betekenen en derhalve te veel gevraagd, besloot ik door te rijden tot een parkeerplaats aan het water zelf. De voorkeuze had ik al gemaakt door bij Vianen rechtsaf te slaan.

IMG_1637.jpg

Het werd mijn eigen slag om Nieuwpoort. Want voor ik het wist was ik al heel wat kilometers Lek verder, eer ik het haventje en de parkeergelegenheid aan het water ontdekte. Wat een mazzel. Met de koele lichtinval van een namiddag werd het een feestelijke ontmoeting in een ijzingwekkend koude wind. Wat een heerlijke plek om te toeven. De mooie oude statige woningen en de kleine knusse oude huisjes er tussenin beloofden alles wat met een aangenaam verpozen te maken had. Ik pikte wat details op, een mooi rasterwerkje op een deur, een etalage met bakeliet en Märklin, een glimp uit het verleden. Het dorpje lag er stil en winklend bij. Ik was de vreemde eend in de bijt. Op de hoger gelegen oevers scheurde de jeugd met hun crossmotoren het verleden aan flarden en verdwenen in de optrekkende avondnevel. Gelaafd en tevreden reed ik terug naar huis. Ik was op mijn queeste naar ruimte en vrijheid al halverwege richting Rotterdam gedwaald.

IMG_1755.jpg

Afgelopen woensdag trok de zon en fluisterde weer de glinstering van het water. Het verlangen was gewekt en mijn neus achterna kwam ik uit in Wijk bij Duurstede en haar ommuurde rust. De dag sloeg stuk in pittige koude, maar ook hier was de aanmeerplek voor de kleine blauwe Prins pal aan het beloftevolle water, waar de nog warme gloed van de late namiddagzon in duizend gouden schitteringen uiteen spatte, terwijl de bleke maan al haar entree aankondigde. Wijk zien is even binnen de muren lopen. Het centrum vermijden en de oude historie snuiven die in kleine plukwolken kwam opdoemen. Kinderstemmen klaterden tegen de oude stadsmuur van het kleine binnenpark op. De huizen leken nog dichter tegen elkaar aangekropen om elkaar met hun rokende schoorstenen, allesbranders en open vuur, te verwarmen tegen de bittere kou. Mijn sjoktred had plaats gemaakt voor een wat fermere pas. De tenen protesteerden tegen een langzame gang en schuurden bij iedere stap ongenoegen uit met tintelingen om plaats te maken voor gevoelloze stompjes onevenwichtigheid. Tijd voor de auto. De Lek had opgeleverd wat ze had beloofd. Gouden einders en glinsterende verstilling.

IMG_1759.jpg

Gisteren trok de Piedpiper (hij heet in het echt anders) van Jits Bakker langs. Landgoed Beerschoten leek me een heerlijke uitdaging nu de zon voor de derde achtereenvolgende dag strak aan de blauwe hemel stond. De kleine Prins was het er mee eens, want hij snorde er lustig op los. Een uurtje wandelen is goed voor 3, 6 kilometer, leerde mijn hartmeter achteraf. Alleen vergat ik in het stille bos met het prachtige gefilterde licht de bejaardengang. Sjok, sjok had plaats gemaakt voor een meer pittig doorstappen. Hart protesteerde niet, dus vormde geen aandachtspunt, pas toen ik stil stond bij een Einzelganger die zich verwonderde om het aantal omgeknakte bomen en de boomklever, die ik gewaar werd achter zijn talmende gestalte, viel de vermoeidheid in. Wat je heen moet, moet je ook weer terug.

025

Voldaan maar moe haalde ik in de avond half tien en daarna was de koek op. Morgen weer een dag. Wat een voordelen telt revalidatie, mits in de juiste dosering. Dat laatste is nog even een dingetje. Maar ik leer het wel. Echt.

Uncategorized

Waar de ergernis eindigt, begint de stilte

Vannacht was de Oude Gracht bevolkt met kraampjes. Er was feest in de stad. De doorgang voor het publiek was maar smal. Passeren was er niet bij. De voorrang bestond uit gratie van het recht van de brutaalste. Ik moest er door want ik wilde naar de tent aan de overkant. Ik werd wakker met een benauwd gevoel en voelde voor het eerst sinds ik gerepareerd was, het hart weer zitten. Fout teken. Bij het analyseren van de droom kwam ik ook uit op mijn gepieker vlak ervoor. Aderen die een braampje kweken waar dan de rommel achter blijft steken. Alle zonden van het leven, randje toast met vette garnalen, stroopwafels, drop, rode wijn en andere cholesterol verhogende angstaanjagendheden. Het idee zwol op tot onaangename grote hoogte. Mag het een onsje minder, die fantasie?

In een gesprek met een goede oude vriend hadden we het over de geneugten des levens gehad en op het inboeten ervan, waar we vroeger of later allemaal mee te maken zouden krijgen. In de droom stonden de gangetjes van de markt op de gracht gelijk aan de vaten zelf. Was de Stent in staat tot een stunt door al het leed te vereffenen. Ik werd onrustig wakker. De stilte van de nacht omsloot me weldadig. Adem in, adem uit en rust.

Ik viste een hoofdbreker uit ‘de Zin’. Lezers reageerden op de column van Diederik van Vleuten uit het vorige nummer, waarin hij een pleidooi hield voor een ministerie van Stilte. Diederik struikelde namelijk over de muzikale decibellen in een Bergens restaurant en later nog een keer over de harde muziek in een strandtentje in de vroege ochtend.

423.jpg

Zijn reagerende lezers beaamden en verwarmden zich aan zijn grief en ze bouwden het binnen een paar regels uit tot alledaagse grondvormen van het vertrappen der stilte. De supermarkt, de modehuizen, de restaurants, de trein, de hotels vormden een tergende bron van geluid tot een van hen het resoluut samenvatte in een overtreffende trap: ‘Overal is herrie’.

Het klonk me op dat moment van lezen, midden in de nacht, gehuld in een perfecte stilte, als een blokkade in de oren. Ik ervaar immers elke dag stilte als ik daar behoefte aan heb. Ik zoek het op. Inderdaad, bij het doen van een boodschap, tijdens het winkelen of reizen, ga ik er bij voorbaat niet vanuit dat dat me stilte oplevert. Integendeel. Ik weet dat het leven in alle toonaarden me tegemoet zal treden. Binnen in het omhulsel dat mijn eigen huis heet en waar de meeste herrie wordt veroorzaakt door mijn eigen binnenruis, trekt weldadige rust op en brengt het een verstilde loomheid.

IMG_1771.jpg

Hoe ga ik om met de veelheid aan geluid dat leven heet. Ik betrek het in mijn denken, ik ga er mee aan de haal met beelden in het hoofd, het vormt verhalen in mijn  ontdekkingswereld, het bruist en geeft ideeën. Ik veer op als ik de stilte van het moment mag verlaten en weer onder de mensen ben, waar het leven haar onverwachte wendingen neemt en de dagen kleurt. Wie ruis, lawaai en herrie als tijdelijk ervaart, als brenger van het nieuws, als onrust waar met het grootste gemak aan te ontsnappen valt, zal stilte in de overtreffende trap ervaren als een zegen, als de tussenruimte die betekenis krijgt door haar omgeving. Bij behoefte aan niets schurk je je in een duinpan, loop je langs een Lekdijk de oneindige uiterwaarden af, trek je door veld en beemd en geniet nog meer van de stilte, vaak eerder binnen handbereik dan je denkt, als je het maar toelaat. Elke storm raast het oog voorbij, iets om stil bij te staan.

IMG_1760.jpg

Waar de ergernis eindigt, begint de stilte.

Uncategorized

Het walhalla van letterlust

‘Koester je boekenballast.’ Deze goede raad komt van Jeroen Vullings in het  Vrij Nederland van deze maand. Na het volgen van KonMari-method, een Japanse opruimgoeroe, die een vuistdikke handleiding had geschreven, kwam hij tot de enige juiste conclusie. Het weggooien van de opruimbijbel zelf, ook al had hij daar achteraf nog spijt van.

Ik koester op mijn beurt de herkenbaarheid.

Ooit heb ik het geprobeerd. Ik had een aantal grote plastic boodschappen verzameld en vulde die, terwijl mijn vingers plank voor plank naliepen. Ik had een denkbeeldig lijstje van vragen gemaakt. Herken ik het boek nog. Heb ik het gelezen. Wat maakte het bij me los. waarom heb ik het bewaard. Dat laatste was niet echt moeilijk. Ik kon geen boek wegdoen. Met de nadruk op kon. Want ergens in de loop der jaren ben ik wel zo ver gekomen, dat ik de ongekoesterde boeken makkelijker van de plank kan schrappen en wat belangrijker is uit mijn hoofd. Ook heb ik het idee, dat ik straks, als ik kleiner moet wonen, toch een aantal zal moeten lozen. Dan is het zaak om zelf die keuze te mogen maken op een rustig moment. Een weloverwogen keuze en een redenering die hout snijdt. Ik kan het wel.

FACADC6B-D417-435A-A985-2C68F10E25A9.jpg

Die tassen raakten vol. Van sommige boeken heb ik nog spijt. de verzamelde werken van Jusuts van effen bijvoorbeeld. Aan de andere kant is het zaak om te bedenken dat er ergens in deze wereld mensen rond lopen die nu verguld zijn met mijn Justus. Dat s ook heel wat waard. De papiershredder ban ik even uit mijn gedachten. Met het recycle principe wordt zelfs dat doembeeld milder.

 

017

Met kleinkinderen naar het kinderboekenmuseum. Mijn allereerste gang daar naaar toe en onmiddellijk verkocht. Als kind zou dat een walhalla zijn geweest voor mij. Een ruimte waar de muren bestaan uit boeken, een papier-geworden  luilekkerland, het walhalla van de lettervreter die in mij school. Deze rijkdom bestond niet toen ik kind was. Ik leerde mijn eigen muren van papier te bouwen. Zonder dat anderen het merkten, trok ik me terug in mijn papieren toren en was urenlang onbereikbaar voor de mensen om me heen. Ik stopte denkbeeldige vingers in mijn oren  in de donkere veilige stilte van het holletje onder de tafel, waar het pluche een muur opwierp tussen mij en mijn moeder, die smeekte om hulp bij de was. Ik dook onder in het vacuüm van laken en wollen prikdeken met als enig hulpmiddel de zaklamp, die schemerige geheimzinnigheid aan mijn verhalen toevoegde. Ik overmeesterde een verlaten plek op zolder tussen de sporen van een verstild verleden en maakte me onzichtbaar voor iedereen.

Het kon ook zomaar gebeuren dat het verhaal me zo in beslag nam, dat ik degene was, die zich losmaakte van de wereld om me heen en hoog boven de werkelijkheid zweefde.

Er liggen er teveel. Kasten vol, planken vol, stapels en rijen dik. Boeken, letters, woorden, leven, lust, liefde, reizen, mijn toen en nu, mijn straks en later.

014

De enige schifting die ik nog wil maken zijn de boeken, waarin ik bleef steken. Het draait dan meer om de hamvraag, waarom dat gebeurde. Wat maakt een verhaal zo, dat ik niet verder kan lezen. Waarom pakt het niet en boeit het niet, waarom lukt het de auteur niet om me aan mijn haren het verhaal in te slepen. Ik die zo’n gemakkelijke prooi ben, als het op verhalen aankomt.

Ik heb nog tijd, al komt een deadline altijd vroeger dan verwacht, weet ik nu. Wist ik al, maar als feiten je om de oren slaan, dan is het besef ten volle. Zoveel tijd is er niet. Kan ik mijn boeken niet re- maar hercyclen met kinderen, vrienden, kennissen en leesminnenden? Anders bouw ik er een walhalla van. Het walhalla van letterlust, woordbouwers, hoofdbrekers, voor ieder die zich er in herkennen kan, met geurende thee en de magische kracht van de verbeelding.

Uncategorized

Eindeloos geduld

Er weer weet hij de weg niet te vinden, dat zandmannetje van weleer. Hoe veilig en vertrouwd maakten ze het voor ons, kinderen. Heerlijk zo’n behoedzame herder over waak en slaap. Zodra er wat zand in de ogen werd gestrooid, was elk leed geleden en gleed je in een diepe, droomloze slaap. Vroeger had ik wel al last van wat haperingen. Als er een nachtmerrie voor de gelukzaligheid schoof of als ik midden in de nacht wakker werd van de ontbossing die gaande was op de jongenskamer en gepaard ging met het nodige gezaag en geronk. klaas vaak

Klaas Vaak via de schoorsteen. ‘Knie en bakerdeuntjes’.

Mijn nachtelijke stokpaarden gingen gepaard met in mootjes gehakte grootvaders in lakens gewikkeld aan het voeteneinde van mijn bed en motorrijders met beroete handen. Het was geen sinecure voor een zesjarige, die dacht de slaap der onschuldigen te kunnen genieten. Ik weet best waar mijn hang naar het ochtendlicht, ofwel mijn angst voor het aardedonker, vandaan komt. In de nachtelijke uren ontspint zich een andere wereld en het ligt aan de gevoeligheid van het moment of je er mee kunt omgaan of niet.

Mijn demonen van deze nacht zijn vragen, die door de kop spoken en al honderden keren hun entree hebben gemaakt bij de desbetreffende persoon. Die, zoals het een goeie nachtmerrie betaamt, in alle toonaarden blijft zwijgen, waardoor en een nieuwe vraag oppopt en weer een en weer een bij herhaling van die stilte.Ik mis mijn slaapmutsje, het mooie volle glas goudeerlijke witte, die afgeserveerd werd door de gezondheidsdemonen als bezwaarlijk in combinatie met de chemische cocktail, waar het lijf voorlopig nog wel even aan onderhevig blijft.

Hoe lang zal het duren voordat ik een vlucht van twee uur overdag niet meer hoeft te bekopen met de naweeën en een lijdzaam rusten op de bedbank, die er voor zorgt dat adrenaline wat doelloos door giert, terwijl er ook een tegenaanval van energievreters de passiviteit aanvinkt en inbedt Waar moet nacht haar slaap vandaan halen bij zoveel strijd of tegenstrijdigheid. De vragen voor de huisarts liggen klaar, bestorven op de lippen. De antwoorden zijn ongewis, maar ik hoop op bijval om de problemen, die nu al een volle maand in de lucht zijn blijven hangen, een plek te kunnen geven. Je niet gehoord voelen is zout in de wonde van de genezing.

009.jpg

De afleiding is er, de zussen doen hun best even als de vele vriendinnen en vrienden, de kinderen, de ontelbare lieve kaarten en tekeningen en de bezweringen dat ik gemist wordt. Wat een warme hartelijkheid en wat een verlangen roept het op. Mijn eerste gang straks, als ik nog wat meer aankan, zal naar school zijn, om ze allemaal even te kunnen knuffelen, Happertje aan Tessa te geven, knellende armen te voelen en het Hallolied van juf Ank uit mijn kop te verdrijven met de echte wereld van het kind, de kinderen, onze kinderen, mijn kinderen.

Ondertussen zijn de oogleden zwaar, was de slok oplos hartverwarmend, zijn er weer een aantal muizelarijen van me af geschreven en is er ruimte voor het nodige vacuüm van de slaap. Ik ga niet wachten tot ie aan de deur klopt. Ik strooi mijn eigen zand wel in de ogen en verdwijn in mijn volmaakte dromenwereld, nog maar eventjes, want over vijf uur komt de hele mallemolen weer op gang, zuchtend en steunend wellicht, maar al gauw in de vaart der volkeren. Van afremmen wordt je bijna nog meer moe, dan van gaan op volle toeren. Even balansen en evenwicht bewaren, spitsroeden lopen op het scherp van de snede in de ruimste zin van het woord, ofwel pas op de plaats en geduld bewaren. Eindeloos geduld

Uncategorized

Haar eigen Tao

Gisteren ging Ruben Terlou op zoek naar de zin van Tao. Hij trekt de bergen in waar veelal jonge idealisten de meerwaarde van een bestaan zoeken. Tijdens een van die tochten ontmoet hij een jonge man, die hem vraagt niet meer te denken en zijn hoofd leeg te maken. Je ziet het Ruben met overtuiging proberen. Even eerlijk zegt hij dan, seconden later, dat het hem niet lukt om te stoppen met denken. Deze eerlijkheid maakt het programma. Niet geveinsd trekt hij de mensen tegemoet. Er wordt niet in effecten en opbrengsten gedacht. Niets  is moeilijker dan een westers hoofd vol gedachten leeg te maken, beaamt de Taoist. Daar gaat vooral tijd overheen.

Bloemen van kerspruim

Als tip geeft hij hem mee om de krachten van de traagheid te omarmen. Dat klinkt als de ziel van de Tao. Het plekje waar ze zaten was van een natuurlijke schoonheid, met een bloeiende prunus en de ruige bergen, de ruisende beek en de allesomvattende stilte. De grote man en de kleine man intens bijeen in een moment. Het verschil met de leerfabriek, waar zijn zoektocht verder ging had niet groter kunnen zijn.

Mijn hart bloedde even vuurrood als de kleding van al die uniforme jeugd op het grote terrein. Ze volgden blindelings de geschreeuwde bevelen op, korte afgemeten woorden die geen individuen dulden, maar strak uitgevoerde handelingen die volstrekt gelijk op gingen. Het arme kleine jongetje van tien jaar, die niet wilde deugen volgens zijn ouders en die zijn vader, ten einde het gamen te stoppen, naar dit heropvoedingskamp had gestuurd, sneed door mijn ziel.

Het zwijgen, het kijken, het niet uit zijn woorden kunnen komen en die eindeloze vraagtekens in zijn ogen kenmerkten het schrijnende verdriet. Zijn hulpvraag , de radeloosheid erin, strekten zich uit tot ver voorbij Ruben, die vertrouwelijk naast hem zat. Het eventuele gevoel om dicht tegen hem aan te kruipen bleef hangen achter de muur van zijn Chinese opvoeding of achter de angst, die hem in deze periode van zijn jonge leventje overvallen was. Op tien jarige leeftijd al te weten dat je je plicht als zoon aan het verzaken bent, kan met gemak ten grondslag liggen aan een verloren leven.

Tao van Poeh - Benjamin Hoff

Het blijft weer, zoals elke aflevering, doorwerken. Ook ik kan niet stoppen met denken over de beelden die net binnen sijpelden, de indrukken die zich vast hebben gezet in mijn hoofd. Ze laten niet los, zelfs niet in bed, zelfs niet na luchtig vermaak daarna, geen Smeris, geen Soof, zelfs geen Lubach, kan veranderen wat zich heeft vastgeklonken aan mijn gedachten. De filosofie bij uitstek. Lao Tse was altijd een van mijn helden geweest in zijn vertolking van het woord tot de opperste oprechtheid van het zijn. Zelfs de gedachte van een Tao-Poehbeer lokte vertedering uit. Nergens ondervond ik meer bescheidenheid in het bestaan, de kracht van de eenvoud, de diepere zin van het zijn dan in de oneindigheid der dingen.

Dat hij, de grote Lao Tse, groots in goud hoog er boven uit torent en  het kamp vertegenwoordigt, is een tegenstrijdigheid die mijlen ver af staat van mijn beleving van deze werkelijkheid. Om met Bertus Aafjes te spreken: ‘God zit niet op een troon van Chroom en nikkel, soms zit hij in een perenboom en merelt, soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind’. Alles wat godsdienst verheft tot materialisme dient op een goudschaaltje te worden gewogen!

Genoeg stof tot nadenken en meer van dergelijke zielsverwarmende hoofdbrekens in de stilte van de avondrust, de moede ledematen zijn uitgeblust, maar de geest is geprikkeld. Door het hart van China als een warm bad, dat de gedachte slijpt en scherpt en haar eigen Tao predikt.

 

Uncategorized

Vier februari in alle toonaarden

Het is altijd de mooiste dag van het jaar gebleven. Iedere passant die in de buurt van deze dag jarig was, werd automatisch ingelijfd als vriend. Met zo’n sterrenbeeld kon het beeld van goedertierenheid niet meer stuk. In het verleden gonsde het de hele maand januari. Stonden er in de kelder ineens heel veel potten met inmaakvruchten, kersen op sap, ananas, peren op stroop en de verse mandarijnen , bananen, en appel. Er werd verlekkerd langs de etalage van bakker Boonzaaijer gelopen om binnen alvast een voorschot te nemen op de te bestellen puddingbroodjes en petit fours. Er werd een jurk aangeschaft, want een mooi kleedje hoorde erbij en de schoenen glimmend opgepoetst. De ramen werden gezeemd, de natuurstenen tafel extra glanzend gewreven. In de kelder stonden gekookte aardappelen te wachten, genoeg voor een weeshuis, om de salades die dan Hors d’Oeuvres heetten, te kunnen bereiden. De gazeuse stond klaar, maar de allergrootste klapper was de bowl, die ze zelf maakte, de boerenjongens en de advocaat. Slagroom stond te wachten in de beslagkommen en de gekookte eieren lagen gepeld en wel in het koude water.

foto tantes

Mijn moeder was jarig. Een winterdag is gunstig. Mensen zijn net van de feestdagen bekomen, schieten eigenlijk een beetje in de verveling, als het weer nog net niet elfstedentocht-gereed is en ieder loopt wat met de ziel onder de arm. Daardoor werd de verjaardag van mijn moeder druk bezocht. Ook wel omdat ze er zelf zo dol op was. Als een klein kind kon ze zich iedere keer weer verkneukelen om het verwachtingsvolle, het ongewisse, de aandacht. Inderdaad, een feest met toeters en bellen zoals ik iedereen tegenwoordig op Facebook wens bij een verjaardag. Compleet vooral met bloemen en cadeaus en alles werd nauwkeurig vastgelegd in het dagboek van de laatste vijf jaar. Wie er geweest waren en met wat. Feest om te vieren, jarig zijn.

In het dagboek van 1988 staat bovenaan in hanenpoten: Buiig weer. Bonbons van Jan, theeglazen van Tineke, kaarsen van Joop, Chanel van Jack, Plantje, Geld, Biotex van jan, plantje van Berna, Bloemen van Marijke, bloemen van Chantal en Bianca,, bloemen van Korssen, kaarten van Bronk, C0 en Rie, fruit van Ome Jo, stroopwafels van José.

In dat van 1985 stond: Na een weekje voorbereiden mijn verjaardag.’ De familie komt langs, alles wat nog in leven is. Nooit geweten dat tijdens verjaardagen ook op de achtergrond het grote aftellen ging meespelen. Het is ieder jaar weer afwachten hoe dun de spoeling is geworden. Dat is een wonderlijke bijkomstigheid, vooral als je zelf, zoals ik nu, de oudste generatie bent geworden. Ze schreef: ‘Maar een verjaardag is toch altijd gezellig.’ (…) Dan volgt een opsomming van de cadeaus, kenmerkend voor de tijdgeest. ‘Trapkruk, Tas, Portemonnéé, F 100,-  van vier stellen, bonbons, bloemen, plant, loep van Jack, tuinplanten, parfum, Eau de Cologne, Fenjal Zeep, lollie en droogbloemen, plantje, tekeningen, kwarktaart. ‘De verhalen waren niet van de lucht en er is geen wanklank geweest. 66 “n Mooi getal en met veel plus dagen kan ik oud worden, met veel min dagen niet, daar raak je oververmoeid van, dat is vechten tegen de bierkaai, zo onlogisch allemaal.’ De mindagen hebben het glorierijke nooit overwonnen, maar drukten wel een zwaar stempel. 71 jaar vieren is in onze optiek veel te kort geweest.

Als je van het leven houdt, vier je dat in alle toonaarden. Straks halen de zussen en ik herinneringen op. Hilarische momenten die in ieder van ons geheugen staan gegrift. Anekdotes, die een totaal eigen leven zijn gaan leiden. Zonnestralen van een zinvol bestaan, het wijze, verwonderingsrijke leven van een krachtig en sterk mens en koesteren de eigenschappen, die in ieder van ons verweven zijn geraakt met het leven nu. Vier februari in alle toonaarden!

 

Uncategorized

De moeite waard

Het was net even de zoete inval. De tweeling samen in een kamer is er altijd een van even wennen. Die jongens hebben een soort apenliefde ontwikkeld. Ze resulteert in kleine plaagstootjes en kwinkslagen. De een nog snediger en meer gevat dan de ander. Het twee-eiig zijn is niet alleen af te lezen aan de buitenkant. In geestelijk opzicht lijken ze ook voor geen meter op elkaar. Karaktertrekken die  door de erfenis zo in de genen verweven zitten, dat ze een eigen leven zijn gaan leiden, ook al is daar slechts een 6 minuten verschil in geboortetijd. Het doet elke horoscoop op haar grondvesten beven. Voor een moment een huis vol plezier als een wervelwind dwars door het rustig ontwaken heen. Daarna, nu eigenlijk, is het even bijkomen in de rustgevende vrede van het stilgevallen huis en haar zwijgende harmonie. Van beiden kan ik intens genieten.

IMG_1181Rust

Vlak daarvoor lag een ander telefoontje aan het ontwaken ten grondslag. Vriendlief meldde opgewekt pijnvrij te zijn na maandenlange kommer en kwel met zijn oog. Hij was er afgelopen maandag aan geopereerd. Er was een schuuropruiming aan de gang en ik overlaad hem met argumenten om het voornemen om te gaan helpen, bijstaan, heette het in zijn optiek, uit het hoofd te praten. Nieuwe verworvenheden moet je de tijd gunnen in te bedden en zeker dat pijnvrije oog. Ze hoeft niet onmiddellijk met menslievendheid en een groot sociaal hart op de proef gesteld te worden. Ik moet praten als Brugman en kan dat vanuit mijn positie omdat ik mezelf tegelijkertijd een spiegel voor hou en tegen dezelfde impulsen aanloop. Mens eigen maar niet altijd slim!

Vriend brengt een nieuw probleem in. Een kniezende vriendin. Mijn moeders mening over kniezen was uitgesproken. ‘Kind, zit niet te kniezen. Na regen komt zonneschijn. Ga maar uit van de dingen die tot nu toe al gelukt zijn’. Het befaamde advies van het glas half vol of half leeg zien. Kniezen werd tot de familie gerekend van ‘in zak en as zitten’ of ‘bij de pakken neer zitten’ en ze behoorden alle drie niet tot haar bagage voor het oplossen en tackelen van problemen. De vaardige aanpak van mijn moeder was altijd op vooruitgang gericht.

Ze had de uitgesproken mening dat een mens zichzelf de put in kon denken en dat daar geen dolende ziel mee gebaat was. Ze keek inderdaad letterlijk op. Anderzijds had ze het leven om af en toe niet meer te weten, hoe eindjes aan elkaar geknoopt dienden te worden of om met de handen in het haar te gaan zitten. Maar haar onverwoestbare optimisme en haar overlevingsdrang waren zo sterk, dat het letterlijk doorklonk in haar manier van in het leven staan. De rug recht en met opgeheven hoofd. Je moest van goeie huize komen als je mijn moeder kon laten ondersneeuwen. In mijn optiek is het alleen maar die ouwe Iezegrim van een valse onverwachte Dood gelukt. Hij zwaaide geniepig met zijn zeis, terwijl ze nietsvermoedend de slaap der onschuldigen sliep. overvallen.

Foto: Wikipedia

De vriendin kan haar kniezen ombuigen, als ze niet op de zetel gaat zitten van de rijdende rechter, maar zich een rol toebedeeld van luisterend oor. Niet meer of niet minder. Het is lastig, toegegeven, bijna net zo lastig als de goede raad van het vege lijf in acht te nemen en niet in de wind te slaan. Oefening baart kunst. Dat geldt voor vriendin, voor vriend en voor mij. Een uitdaging om het opgeheven hoofd te bieden volgens een goede raad uit een grijs verleden van mijn moeder op mijn pad. Niet kniezen maar overpeinzen, mijmeren zou ik het willen noemen. Het is de moeite waard.

.

Uncategorized

Veroverde vrijheid

Een maand lang al is daar het verlangen.

Het is niet te vangen

in de oeverloze stille uren, die ik slijt rond bed en bank,

maar in het beeld dat in mijn hart staat gegriefd.

Die kleine blauwe prins, eens de verlossing van Saint-Exupéry en nu de mijne

Mijn eigen verlossing, mijn drager naar denkbare oorden,

mijn losgeweekt bewustzijn, mijn eigen zelfstandigheid.

Alsof die ooit van een ander kan zijn.

Ik ontmoet mijn eigen roos, mijn rode vos, mijn drinkebroer, mijn koning,

struikel over mijn eigen ambtenaar en leer,

vindt het kind in mij een woning

en weet mijn eigen reis door geest en beemd,

natuur in een vervreemdend landschap

als tijd stil staat en alleen de geest laat reizen.

Nu weer op pad met mijn eigen verlossing.

Kleine prins, ‘Ins blaue hinein’.

Oh, daar weer te mogen zijn!

 

(c)Lemvanderlinden

IMG_1341.jpg

Gisteren, eigenlijk eergisteren al, maar bezoek hield mijn pas op de plaats, mocht ik weer. Na uren, dagen, weken verlangen lag de zelfstandigheid weer onder handbereik. Hoe rijk kan men zich voelen.

Decennia er voor. Mijn vader was zo oud als ik nu ben. Ik hoorde hem genieten  in zijn verhalen, zijn herwonnen zelfvertrouwen, na het zich afgeserveerd voelen in zijn oude baan. Het nieuwe bestaan had hem weer aanzien en vertrouwen geschonken. Hij had leerlingen die hem op handen droegen. Iedere dag reed hij ontspannen in zijn auto naar zijn werk. Toen sloeg het noodlot toe en van het ene moment op het andere weigerde de vanzelfsprekendheid der dingen. Er schoten draden los in zijn hoofd en stichtten verwarring in wat eerst zo toereikend en normaal was. Hij zou nooit meer auto rijden.

Ik heb nu maar een maand zonder vervoer meegemaakt. Een maand dat ik niet zelf mocht beslissen, waar en wanneer, hoe lang of hoe kort, ik even tussendoor of een hele middag de kuierlatten zou nemen. Buiten handbereik lagen alleen nog maar onbereikbare verten. Zelfs de supermarkt verderop was een vesting, een lied van verlangen.

Zodra ik wat verder lopen kon, was een en ander weer haalbaar, maar het leven begint pas weer met het stuurwiel in mijn handen. Mijn poort naar de zelfstandigheid. Ik hoef niet ver, ik kan eigenlijk nog niet ver, maar dat het mogelijk is om zonder uitputtingsslag je te verplaatsen van A naar B is ‘Vooruitgang’, letterlijk. Destijds voelde ik mee met mijn vader, verknocht als ik aan auto rijden was, maar nu, na verstoken geweest te zijn van het autonome, schrijnt het weer na. Het betekende zijn ondergang, het zette de verbittering in gang, een kijk op een leven dat voorbij was. Het was maar een facet, maar behelsde zijn totale onafhankelijkheid, de zin van zijn bestaan. De enige mogelijkheid om te kunnen gaan en staan waar je zelf wilt zijn, los van alles en iedereen.

446D3B60-1A66-4929-A3F0-77D0DB05B881.jpg      IMG_1578.jpg

Mijn eerste ritje was naar de kringloop, waar ik niet veel anders kon doen dan zitten en kijken. Een gesprek te vangen tussen twee snuffelende vrouwen, de flarden van de stem verheffende mannen aan de kassa, een gezicht te zien uit een grijs verleden. Liefkozend de rariteiten te omarmen, de zwart-witte kast, wat een monnikenwerk en dat gifgroene karretje . Zittend zoeken tussen de boeken, ‘De Steen van Bram Vermeulen’ vinden en toch weer weg leggen. Maar een gietijzeren blad als buit meeslepen voor op het tafeltje op het balkon en bij de supermarkt de blauwe druiven in de knop als kers op de taart, als een belofte voor de veroverde vrijheid.

 

Uncategorized

Zien en beleven

Scheppers van waarden heten ze, de dichters van vroeger, de Tachtigers als Kloos en van Deyssel, schrijft Carel Peeters in zijn literaire kroniek in het Vrij Nederland van deze maand. Hè, hè. Dat was een mond vol voor een gedachte. Ik vind het een prachtige titel. Een schepper van waarde. Zouden we dat niet allemaal willen zijn. Als je waarde kunt scheppen, ben je dan een blijvertje.

Na deze overpeinzing komt het telefoontje van een goede vriendin en voor ik het weet, zit ik in een totaal andere belevingswereld en krijg een inkijkje in de grot van Plato en het belang daarvan. Een schepper van waarde. Waardoor mij duidelijk wordt dat iedereen een eigen waarde bezitten kan. Wat maakt dat het lichtend voorbeeld van Plato mijn waarde wordt. Dat zal niet anders gebeuren dan bij een blijk van herkenning, of beter nog het gevoel van verbondenheid. De wetenschap staat verder weg van mij dan het gevoel. Ik ben in mijn schreden op het schildersvlak niet voor niets een impressionist pur sang. Geef mij een instrument en ik toon U mijn diepste verlangen. Drama, schrijven, schilderen, bij alles wat ik doe borrelen ideeën van binnenuit op tot grote hoogte. Zo hoog kan ik gaan dat ik boven de realiteit hang, het gevoel heb te zweven en los te zijn van de handeling. Dan ben ik toch uit Plato’s grot geklommen. Ik beloof me in zijn verhaal te verdiepen. ‘Waarbij ik zeker zijn dialogen niet mag vergeten’, zo drukt ze me op het gehavende hart. Hoe zalvend kunnen adviezen zijn.

Plato-raphael.jpg Plato

Terug naar mijn dichters van waarde. ‘Niets veranderlijker dan een mens’, merkte mijn moeder op als iemand een van de stokpaarden aan de wilgen had gehangen. Wat vroeger beschouwd werd als het hoogste goed, wordt ingehaald door de tijd en het besef van de meanderende werkelijkheid. In die zin is het een wonder dat de ‘waarden’ van de oude filosofen de tand des tijds hebben doorstaan. Voor mij het grote verschil tussen verstand en gevoel. Albert Verwey wilde een bruggenbouwer zijn tussen de spirituele wereld en het aardse bestaan. Zijn beleving is van zo’n andere aard dan die van mij. Hoe eigenzinnig is het rijk van de geesten. De zachte dwang der betrekkelijkheid volgens Peeters.

De verzen die ik schrijf komen voort uit een innerlijke drang. In die zin is er een associatie of een gevoel, een beleving of een herkenning die een beeld oproept waar ik woorden aan wil geven, omdat het diep van binnen iets heeft losgemaakt. Ik schrijf, ik kalk, ik krabbel, ik plak eventueel steekwoorden bij gebrek aan tijd. Later vormen ze de nieuwe werkelijkheid, die zich vormt op een ander plan dan het moment zelf. Niet zelden gaan ze in eerste instantie mijn begrip te boven. Zijn het mijn woorden wel.

262.JPGDe grot verlaten

Vriendin zegt, dat is het moment dat je de grot verlaat. Plato vertelt, wat Verwey voelt, wat Kloos voelt, de visionair, maar wijst met zijn goddelijke voorzienigheid tegelijk op het behalen van die ultieme status door de sterfelijkheid. Als je dood bent, treed je voorgoed uit en in om het verwarrend te maken. Is het het belang van de eeuwigheid die blijft staan boven de vergankelijkheid van de glans van waarden, die wetenschap verheft boven gevoel.

Het wordt tijd voor het afdalen naar de diepste spelonken van de grot van Plato.’Niets is wat het lijkt’. Ik wil het zien en beleven.

Uncategorized

Echt moe

Moe zijn. Ik dacht te weten wat dat was. Moe zijn is geen pap meer kunnen zeggen, is geen stap meer kunnen zetten, is geen puf meer hebben om nog vooruit te gaan. Ben je mal. Dat is niet moe, dat is…uhhhh…uitgeblust. Nu weet ik wat moe zijn is. Mijn moeder had de gewoonte om ons uit te lachen als we aan het puffen waren dat we niet meer overeind konden komen van vermoeidheid. ‘Ben je helemaal betoeterd. Op jouw leeftijd kan je niet moe zijn’, smaalde ze dan. Waarna je zuchtend en steunend toch aan de afwas begon. Meestal lag er namelijk een opdracht aan ten grondslag, die je niet wilde doen. Kolen scheppen, schoenen poetsen, tuinbonen doppen en altijd die vaat.

kolenkit

Later bij andere aandoeningen, griep, een luchtweginfectie, ja zelfs bij de COPD, kon ik me zwaar te moede voelen. Niet meer vooruit denken, maar in je eigen sop gaar koken. Onder de wol willen kruipen en wegzakken in het eindeloze niets, ten einde het vege lijf niet te hoeven voelen. Geen stap meer voor de andere willen zetten. Niet meer vooruit te branden zo moe. Maar zelfs dan blijkt het toch nog erger te kunnen.

Die waarachtige vermoeidheid ontdek ik pas de laatste weken. Elke vorm, hierboven beschreven, verbleekt bij de revisie, waarin ik momenteel verkeer en waarbij het hart een paar reserves minder op de plank heeft liggen. Het is intenser, ingrijpender, letterlijk lamgeslagen hangen mijn huidgroeven naar beneden, niet meer in staat om zelfs ook maar de schijn op te houden. Elk smeerseltje legt het hier tegen af. Je kan er crèmetje van welke tint dan ook opsmeren, er valt niets meer omhoog te krikken. Wat voor huid geldt, geldt ook voor spieren. Er is geen spier die geen gewag maakt van zijn of haar aanwezigheid.

Portretgaten

Ze rammelen met z’n allen en zuchten volleerd als de sprekende schilderijen naast de ingangen naar de leerlingenkamers in het boek van Harry Potter. Ze leven een volstrekt eigen leven en doen willekeurig wat ze maar willen. De vermoeide aanhechtingen leggen een cordon van lood aan om pees en spier om het heffen schier onmogelijk te maken. Ik lig als zombie op de bank en voel me minder fit dan de 113 jarige man die op een rantsoen van eigen verbouwde groenten en een glas rode wijn een respectabele ‘fit als een hoentje’ uitstraling heeft, op wat oude levervlekken na.

Resumé der oorzaken:

Wandelingetje kinderboerderij. Dochterlief is er met de auto naar toe gereden, uitgestapt, rond gekuierd, ingestapt, kleine boodschap Lidl, geen boodschapje gedragen en weer thuis. Uitgeput en lamgeslagen op de bank een uurtje rusten. Daarna: Telefonisch interview. Een boekbespreking, waarbij men de kwaal vergeet en enthousiast overeind veert om met passie en diepgang te mogen vertellen over dat meesterlijke verhaal. Zie je, nog lang niet moe genoeg.

Vervolgens een oude vriendin op bezoek, die ik al decennia niet meer vis à vis heb gesproken en waarbij de ontmoeting een tere blik op het prachtige gedeelde verleden bloot legt. De avonturen, door het drama dat we speelden, worden tot in detail opgerakeld en herbeleefd. wat een heerlijke glorietijd, waarin geen berg te hoog en geen dal te diep was. We bevoeren de zeeën op toppen.

facadc6b-d417-435a-a985-2c68f10e25a9.jpg

Tenslotte een lichte maaltijd voor zoonlief bereidt. Shoarma zelf gesneden en gekruid, niet meer dan dat, geen koningsmaal, maar slechts een hapje tussendoor. ‘De bank, waar is de bank. Mijn redding, mijn verlossing’. ’s Avonds is het hoofd zo moe, zo zwaar, zo niet meer te dragen, dat ik bang ben, dat ik er vanaf rol. Nog een laatste krachtinspanning om boven te komen.

Moe, nee, als veertienjarige wisten we inderdaad niet wat moe betekende. Moe ben je pas, als het hart er even de brui aan heeft gegeven en de motor opnieuw haar ritme moet zien te vinden. Moe ben je pas, als je hand in de handeling blijft steken, terwijl je ter plekke wegdoezelt. Misselijk makend moe. Mijn wijze moeder sprak recht. Dit is pas echt moe.

Uncategorized

Naar hartenlust sleutelen

De tanige man in een Egyptisch blauwe operatiebroek, de pijpen stevig gesloten met de gebreide manchetten, hoog water in de polder met zijn witte sokken en Zweedse muilen eronder pakte mijn hand in een vasthoudende greep. ‘En hoe voelt U zich na het dotteren.’

Er is een bepaald type mens, waar ik bij voorbaat geen verweer tegen heb. De rationele benadering wordt uit handen geslagen bij het zien van de autoritaire blik, waarmee de buitenwereld tegemoet getreden wordt. Het gevolg is dat zenuwen toeslaan en een zinvolle onderbouwde benadering achterwege blijft. Er waren bij deze ontmoeting twee voorvallen, waardoor ik in de verkeerde groef van de plaat terecht kwam. Het feit dat hij direct moest opmerken dat hij nog van de oude stempel was en dat hij, op mijn vraag of de uitslag van de MRI al binnen was, het antwoord even bijster bleef. Onmiddellijk kreeg ik de wedervraag toegeschoven, wie dat ‘totaal overbodige’ onderzoek had afgesproken. ‘C’est le ton qui fait la musique’.

IMG_0333.jpg

We zaten dus op het verkeerde spoor. Achteraf, maar dat is bijna altijd als je het gesprek terug loopt, had ik opnieuw willen beginnen. Ik nam direct de gelegenheid te baat om op mijn stokpaardje te gaan zitten. Niet verwonderlijk, want daar lag mijn onrust en onzekerheid. Een goede arts prikt door de wartaal, die daar het gevolg van is, heen. Deze arts liep met zijn spreekuur op schema, zélfs voor. Nog nooit eerder overkwam het me dat ik voor de aangewezen tijd al kon aanschuiven. Achteraf, met zijn staccato eenmansformules begrepen zoonlief en ik het des te meer. Dit was de man die geen tegenspraak duldde. Het was de reparateur. Het lek was gevonden en gedicht, de auto reed weer, nu niet zeuren graag.

Mijn argumenten dat organen samenwerkten en met elkaar te maken hadden werden korzelig van tafel geveegd. Ik kreeg zin in een groot glas wijn of wat troostvoer. Wat een debacle. Geen woord over de moeizame procedures die vooraf waren gegaan aan de ontdekking van de stenose, geen excuses voor de nijpende onzekerheid, die het hart in in bange uren had geslagen, geen begrip voor de ‘Werdegang’ tijdens dat hele lange kerstreces.

Ik vroeg er ook niet om, was op de toekomst gericht, maar dat werd af gedaan als niet ter zake doende. Patiënten die het heft in eigen handen willen houden, zijn geen dankbare afnemers van een autoritaire inslag. Over een half jaar terug komen, echo, ecg, bloed prikken en gaan. Ligt hij vannacht ook te woelen in zijn bed, of schieten er flarden van het gesprek door zijn hoofd? Ziet hij bij het schemerlicht van de bedlamp mijn witte vest, zoals ik zijn operatiebroek zie, de bungelende stethoscoop, de piekende grijze haren.

‘Doe wat je niet laten kunt’, was de boodschap over een revalidatiemethode waarbij gekeken wordt naar hart en longfalen en het verband er tussen. Vragen omtrent het verhoogde risico en het aangepaste leven, om de versnelde tred van de arbeidzame jaren te versmallen, in te dammen, aan te passen, waren in zijn optiek volkomen niet relevant. Vertrouwen en empathie voel je, ruik je op afstand. Alleen al de kleding gaf het verkeerde signaal. Deze oude stempel moest maar eens op retraite, want als het instrument hapert, is het tijd voor revisie en bezinning, een pas op de plaats. Daarna kan men weer naar hartenlust sleutelen.

 

Uncategorized

Meester in de liefde

Gisteren aan de hand van Ruben Terlou heb ik de weg door China heen vervolgd. Wat een fascinerende tocht blijft het. Misschien komt het door zijn niet alledaagse onderwerpen, maar zeker komt het door zijn sonore chinees. Fascinerend hoe een stemgeluid kan mee veranderen onder de klanken van een taal. Hij mag van mij wel duizend keer per onderdeel beamen en instemmen. Het houdt het midden tussen Ow en Auw, een wat nasaal bronzen nagalmen. Zijn Chinees zingt even vakkundig als die van het Chinese volk zelf, wat tot aan zijn uitvoering, tot dan alleen als knerpende keelklanken had geklonken in mijn oren. Bij het horen ervan wil je Chinees leren in dit leven, maar ik ben bang dat het heel lastig is.

Ooit heb ik me aan het Farsi gewaagd. Hoe ik het ook probeerde, het lukte me niet om de klinkerloze letters tot woorden te vormen. Geen idee waar ik mee bezig was. Ik probeerde de gesprekken te ontcijferen van vrienden en familie, maar dat lukte nergens ten volle. Ik werd meester in het horen luiden van de klok, maar kon de klepel niet vinden. Het verhaal erom heen ontstond, dankzij mijn grote verbeeldingskracht en sloeg niet zelden de plank mis.

Er was ooit nog zo’n hopeloze missie, die ik mezelf ten grondslag had gesteld. Dat was gekomen door de keuze voor een vakantiereis met Djembe en gitaar op het Franse platteland. Met de Djembe kon ik aardig uit de voeten, maar mijn gitaarspel berustte op de smalle basis van akkoorden, ooit opgedaan met een cursus ‘omdat het zo handig was bij de begeleiding van de muzieklessen in de groep’. Er waren nog een aantal weken serieus klassiek gitaar op gevolgd, maar de tijd ontbrak voor het aantal uren dat de oefening vergde. Dat had een teken aan de wand moeten zijn.

023

Gitaar leidde haar eigen eigenzinnige leven en liet mijn vingers niet toe. Hoe ze ook bogen en strekten, mijn handen zich om de ranke hals heen vleiden en vouwden, het bleef een stuntelig geheel. Moeizaam en pijnlijk werd het tijdens die vakantieweek. We deden niet zomaar gitaar, maar Spaanse gitaar. Waar iedereen moeiteloos de instructie van de meester kon opvolgen en beide handen volstrekt los van elkaar en volkomen autonoom hun weegs gingen, struikelde mijn motoriek al bij de eerste de beste keer dat links en rechts iets verschillends moesten doen. Het was een teken aan de wand. Ik beschikte niet over het gen. Nu niet en nooit niet. Het was en bleef Chinees voor mij.

Ruben Terlou (2018)Ruben Terlou

Zoals het Chinees van Ruben dat tot in lengte der dagen zal blijven. Dat is goed. Ieder heeft zo z’n eigen kwaliteiten. Ik heb allang geaccepteerd dat uitblinken in alles niet het streven mag zijn in dit leven. Onmogelijkheden narennen en jezelf overlopen is water naar de zee dragen.  De gelegenheid om, zo dichtbij, met hem mee te mogen lopen is goud waard. Het is de manier waarop. Zijn prettige rechtstreekse vragen aan de mensen om hem heen, het zoeken naar de antwoorden op de vragen die bij ieder van ons op komen borrelen bij het aanschouwen van de wonderlijke uitingen van genegenheid en respect voor de doden, de integriteit die hoog in het vaandel blijft staan bij dat onderzoek naar het waarom, zorgen voor de wens hem te volgen. Nergens vallen er pijnlijke stiltes of ontstaan ongemakkelijke situaties. Hij loopt er, hoort er, vang prachtige schoonheid met zijn onbevangen blik. Wat een held en een meester in de liefde voor het volk en haar gebruiken.