Alsof ik aan het wachten was op een spoor van blauw om wat luchtigheid in de grote grijze somberte te kloppen. Die gedachte overviel me terwijl de dag openbrak. Daarvoor was het erg mies geweest en had ik overal licht opgestoken om maar kleur te zien in huis. De troosteloosheid werd versterkt door het wasgoed aan het rek middenin de slaapkamer. Donkere was met grijstinten en zwarten, ook al geen opbeurende vrolijkheid. Wasgoed in de kamer is armoe, heb ik jarenlang de kinderen voorgehouden. Maar de zolder is met een zware wasmand net een brug te ver. Vandaar een keer in de twee weken deze noodoplossing. De witte moet er nog achteraan. Maar dat zijn de lakens, die hang ik over de deuren. Je wordt inderdaad vanzelf gekker als je ouder wordt, door alle aanpassingen die te bedenken zijn om de inspanningen te minimaliseren met al die kleine kwetsuren.
Gisteren bij de fysio trok ik de stoute schoenen aan en vroeg of ik na mijn gebruikelijke halfuur therapie nog even zelf kon fietsen. Geen enkel probleem, graag zelfs. Hoe meer beweging, hoe meer vreugd. De nieuwe stagiaire had een parcours voor me bedacht, die nauwelijks inspanning had opgeleverd, geïnspireerd door het amechtig hijgen, misschien. ‘Het maakt wel geluid maar kan meer dan je denkt’, hield ik haar voor. Dus stapte ik met verve over de hordes heen. Enkelhoog hoor en op de wiebeltaks. Pols ziet er weer beter uit, vond de fysio, doorgaan met oefenen.

Bij de kringloop vond ik twee metalen eieren op een ouderwets dressoir. Ze waren beplakt met een nostalgische afbeelding. Twee doosjes voor wat kleinoden of chocolade pastilles. Voor ik het wist lagen ze al in mijn mandje. Verder was heel de stad uitgelopen om hier de regenachtige dag te doorbreken. Te druk, dus met gezwinde snelheid en drie euro’s armer, maar twee eieren rijker, naar buiten, waar een enorme vrachtwagen de kleine blauwe had klemgezet. De man met een vriendelijk gezicht floot een vrolijk deuntje tijdens het laden. Pallets vol met blauwe kratten oude elektra. Vijf minuutjes bleek het te gaan duren. Dus observeerde ik de berm en zag de wonderlijke vormen van een bruine paxillaceae ofwel een gewone krulzoom, een schimmel die nauw verwant is aan de boleten. Er naast stonden wat verdwaalde witte zwammen. Het was me nooit voor ogen gekomen als ik niet vijf minuten lang de berm had bestudeerd. Er ontgaat ons veel in een mensenleven.
Vriendinlief appte over een tentoonstelling van Sam Drukker in het Singer in Laren. Een aanlokkelijk idee om te gaan, de man maakt prachtige dingen. Er achteraan kwam vanmorgen een podcast met de kunstenaar ter voorbereiding. Ik zal zuslief eens polsen. Het wordt tijd voor wat nieuwe input, al staat er voor zaterdag de Bergense kunstroute op de rol. Ook niet te versmaden.
Op de tuin zit het dak erop en de deur erin. Er is vier dagen lang hard gebikkeld, maar het resultaat mag er zijn. Ineens is de tuin van losse individuen een gemeenschap geworden, met mensen die een praatje aanknopen, elkaar daardoor beter leren kennen. Wat een gemeenschappelijk doel al niet bewerken kan.
Nog ruim een maand de tijd om de Erasmuspil te kraken. De proloog is lang en uitgebreid en in een klein lettertype dicht op elkaar en beschrijft de Ware verhalen. Dat vraagt om het besluit eerst zijn doopceel te lichten en pas als laatste aan de proloog te beginnen. De verzonken stad van Marta Barone voor de leesclub is nog dieper gezonken. Ze wacht geduldig onderop de stapel ongelezen. ‘Vandaag, nee morgen, eigenlijk nu, volgende week’. Van uitstel komt afstel. Eerst de stad en dan Erasmus in tempo. Het nieuwe thema voor de kinderboeken is ‘lef’. Dat moet ikzelf ook eens tonen. Lef om aan achterstalligheid te beginnen en korte metten te maken. Stop de maalstroom en stel een daad.




















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.