Uncategorized

Voedsel voor de geest

Het boek ligt naast me dichtgeslagen. Het is gelukt. 632 bladzijden lang het leven van Frederike Harmsen van Beek induiken is geen sinecure. Alsof je van uit de tijd wordt gezogen en een volstrekt ander tijdperk wordt ingetrokken. Anders dan bij het werk van Annejet van Zijl in haar ‘Jagtlust’ neemt Maaike Meijer je mee de diepte in op zoek naar de kunstenaar F. Harmsen van Beek, waardoor ze al de etiketten die de Frederike zijn opgeplakt in de loop der jaren, overstijgt.

Het interview met Gomperts en de kunstenaar zelf uit 1981 geeft letterlijk en figuurlijk gestalte aan haar werk, dat ze voordraagt met een voorname beschaafdheid, die duidelijk maakt, waarom mensen onder de indruk zijn van haar verschijning. Kuiltjes in haar wangen en grote verwonderde blik in de ogen. Die verwondering, die ze zelf als ‘Neerbraak’ betitelt in een gelijknamig gedicht, is dezelfde die je ziet bij het vrij en ongeremd een beleving ontvangen, zoals kinderen doen. Iets wat klein geluk heet en wat zo dierbaar en verrijkend kan zijn. Een spiegelende dauwdruppel in een blad, het ragfijne draad van een spin, de trage gang van een slak.

Het vulde de afgelopen twee dagen en gaf nieuwe wegen aan, die ingeslagen konden worden, zoals het lied ‘Tout va tres bien, Madame la Marquise’ uit een ver verleden, waarin haar getrouwen de markiezin over de ernstigste rampen inlichten, die aan hen voorbij trekken, maar waarbij ze sussend gerustgesteld wordt. Verder gaat alles goed. Charlotte Mutsaers schreef haar roman ‘De Markiezin’, een conversatie via de telefoon tussen twee vrouwen. Dat gebeurde na de onherstelbare breuk met Frederike. Charlotte en Frederike hadden buiten een hechte vriendschap ook een innig telefonisch contact. De beschreven tweespraak droeg de kenmerken van Frederike ‘s taalgebruik. Dat leverde Charlotte door een aantal mensen de beschuldiging van plagiaat op.

Spelen met taal, klinkende woorden verzinnen voor wat het innerlijk beroerd, zinnen die dartelen over het papier of stromen als een koele bergbeek. Het is er allemaal evenals haar beeldend werk, dat niet is gemaakt om tentoongesteld te worden, maar toegespitst wordt op de persoon waar het met liefde voor gemaakt is. Pure kleinoden, kostbaar voor de ontvanger. Een van de redenen waarom het niet tot een museum is gekomen in haar petieterige huisje in de kleinste straat van Nederland in het Groningse dorp Garnwerd.

Een deel gaat over bewaren en verzamelen. Daar herken ik veel in. Iets wat voor een ander niet meer dan goed is voor de stort, maar gekoesterd wordt tot in het diepst van de ziel. Zo erft haar goede vriend Pannekoek de scherven van haar leven. Het keramiek en serviesgioed dat per ongeluk of express in duizend gruzelementen uiteen is gevallen. Vier kisten vol, die hij de biografe kon laten zien in zijn woonstee in Portugal in 2018. Hij was nog altijd van zins er een kunstwerk mee te maken. Neerbraak dus, schoonheid zien in de nietigste dingen, die doorgaans niet wordt opgemerkt en ook in de vergankelijkheid der dingen.

Tussen twee werelden in doe ik de boodschappen in een stortbui, die jubelend ontvangen wordt door de potplanten op het balkon. Pluis kijkt er met een lodderoog naar. Zoonlief heeft in deze twee dagen zijn foto’s uitgezocht die op vakantie gemaakt zijn. Prachtige foto’s van gletcher en bergpartijen, afdalingen, getrotseerde watervallen. Wat kan natuur toch verschillend zijn.

Met zuslief ga ik inderdaad in een ensemble zingen vanaf medio oktober. Dat is net beklonken en iets om naar uit te kijken. Ben benieuwd hoe dat bolletje wol zich af zal wikkelen. Zo valt er heel wat aan nieuwe ervaringen bij elkaar te sprokkelen, nu barrières geslecht zijn en het allemaal weer een beetje in het gerede komt. Het vrijwilligerswerk van Publieksbegeleider gaat eveneens door, er zijn al een flink aantal voorstellingen voor me gereserveerd. Voedsel voor de geest

Uncategorized

Ontwikkelen en bijstellen

Een streekmarkt in het oude dorpscentrum van twee van mijn zussen leek ons een aardige vervanging voor de Lek-Art Jong Talent, dat afgeblazen was vanwege de maatregelen op corona. Ze kregen het kennelijk niet georganiseerd. Een heel klein beetje kunst dan, in de vorm van drie ontworpen kussentjes voor jongste zus en verder een overmaat aan lekkers uit het dorp en de streek. Het was ongelooflijk druk en inderdaad, afstand viel er niet te houden. De willekeur van toepassingen, wat betreft corona-maatregelen, zorgen voor ondoorgrondelijke wegen van de logica. Op dat kleine plein een horde mensen als vissen in een kom en bij werk aan ’t spoel, zeeën van ruimte om mensen te ontvangen. Schiet mij maar Lek.

De verschillende soorten olijfolie waren heerlijk. Ik kocht olijf met citroen, een wonderschone combinatie en ik proefde het, wat op zich al bijzonder was. De zussen namen een ijsje, voor de foto hield ik die van zus vast, een lekkernij op broers gezondheid. Om de drukte te ontvluchtten reden we naar een wegrestaurant in de buurt. Het leek niet op de geijkte plaats. Het was die met het idyllische uitzicht over het weiland met de paarden. Het plekje langs de sloot en achter het restaurant een wandelweg naar het verzonken bos, dwars door de weilanden. We waren al een tijdje niet bij elkaar geweest, dus er was gesprekstof genoeg, een toost op broer, de borrelplank om het te vieren en taart voor twee van ons. De wandeling was er dit keer niet bij. Het was al te laat in de middag.

Een van de vriendinnen van zus kwam binnen met een groepje. Die hadden een fietstocht gemaakt naar het verdronken bos. Haar gezicht, vrolijk en opgetogen, kabbelde verder in de herinnering toen zij zich iets verderop aan een tafeltje hadden geïnstalleerd. Daardoor viel het beeld samen met het grijze verleden. Ik had met haar samengewerkt in de periode van mijn TweedeHansje, de startplek van het kringloopbedrijfje in het oude pand van de brandweer. Zus ging het navragen en het werd onmiddellijk beaamd.

Ik zwanger van de tweeling en zij van haar oudste. We schreven 1985. Zesentwintig jaar geleden alweer en het samenzijn helder als glas. Kleinschalig was dat kleine winkeltje nog. Als er een zak met kleding werd gebracht, was het uitpakken een feest. We waren zorgzaam en duurzaam bezig, maakten wat getornd was heel, en keerden de sleetse boorden van de overhemden, onze moeders opvoeding indachtig. Truien werden ontpild en rafelige randjes weggewerkt. Herstellen wat nog te gebruiken viel en daar ook je creativiteit op botvieren, was het credo. Het waren de gloriedagen van het TweedeHansje.

TweedeHansje

Dat mijmerde ik tussen de gesprekken door. We besloten op te breken en elkaar gauw weer te zien. Zuslief had een drukke week met allerlei zangontmoetingen op dagen dat haar man aan het werk was. Herkenbaar die afspraken her en der. Zingen was misschien ook een goed idee. In ieder geval een gezellige avond met zus, nieuwe mensen en een goede therapie voor aangedane longen. Maar was ik nog wel toonvast genoeg. Als de stem werd beinvloed door de puffers en hesig en schor was, bleef dat altijd maar de vraag. Misschien gewoon eens proberen.

Morgen is mijn eerste ‘biografiedag’ , de ontmoeting met deze groep mensen. Er valt nog een staartje te lezen in ‘De Hemelse mevrouw Frederike’ Van Maaike Meijer. Wat een boeiende materie. Het is niet alleen leerzaam, vol voetnoten en verwijzingen, maar het ontsluit een wereld, die ik sinds de MO-A Nederlands niet meer geopend had tot nu toe. Het is een boeiende wijze van kennis opdoen en ze was me totaal ontschoten. Het is meer dan lezen alleen. Het is ontwikkelen en bijstellen.

Uncategorized

Kan het mooier zijn dan mooi

Het plantenrijk aan de rand van de stad ligt er mooi bij. Niet het geijkte aanbod. Duurzame kleine ondernemers bevolken de enorme ruimte. Tussen het aanbod vinden workshops plaats, wordt er uitleg gegeven door bevlogen ecologen en zijn er activiteiten voor kinderen. De kleine filosoof schildert zijn huisnummer op een bordje. Dochterlief en ik volgen een van de workshops: Hoe leg ik een geveltuin aan. In deze stad wordt ieder huishouden dat hiertoe overgaat, toegejuicht. Tegels eruit, goede grond erin, Kamperfoelie en Winterheide op de zonnige kant, Bosrank voor de schaduwzijde. Ik laat ze achter voor een tweede workshop en rij vast naar de tuin. Voor op het complex is een groep vrijwilligers bezig met de bouw van het nieuwe gemeenschapshuis, compleet met stromend water, elektriciteit en toiletten, iets wat wij in de tuinen moeten ontberen. De ultieme verbetering. Ik schiet wat foto’s voor de besloten facebook-site, zodat iedereen kan meegenieten.

In een voorzichtig doorbrekend zonnetje wandel ik naar achteren. Het gras moet eraan geloven. De grasmaaier heeft er zin in en snort beter dan ooit. Tussendoor de gebruikelijke pauzes op de verspreid staande stoelen, zo her en der. Te snel is de grote accu leeg. Daar zijn schoonzoon en kleindochter. Terwijl ik met de kleine het atelier bewonder, maait hij het laatste stuk. Met de halfvolle tweede accu in de maaier gaan we op pad naar hun tuin en op standje zeven baant de maaier zich een weg door het hoge gras. Het werkt, beamen we alle drie. Wat heerlijk. Accu’s opladen en na het weekend de rest. Schoonzoon gaat met de kleine filosoof een hengeltje uitgooien. Dochterlief en ik trekken onkruid weg en planten sieruien achter de verbena en kievietsbloem-bolletjes ervoor. Groei en bloei om blij van te worden. Kleindochter speelde kiekeboe met een verdwaalde kniemat of lag languit op haar trampoline.

De kleine filosoof had in de ochtend een meesterlijk doelpunt gescoord en als beloning was een vegaburger bij de grote gele -M- in het vooruitzicht gesteld. Delen in de feestvreugde. In mijn werkkloffie, want de trui van de herfstochtend was veel te warm gebleken, evenals de kousen en de beenwarmers. Even niet op gelet Het verlamde de energie in de brandende zon.

Bij de ingang werd de beruchte QR-code gevraagd. Dat was waar ook. Anderhalve meter-afstanden los laten en met de QR-code naar binnen. We zaten vlak bij de ingang te smikkelen en observeerden de arme handhavers, die heel wat te verduren kregen. Groot misbaar, soms rollende spierballen, gekrakeel. De QR-code was of vergeten, of de telefoon lag thuis, of ze kwamen alleen maar afhalen. Op weg naar het pand waren ons de stoep’hangers’ al opgevallen, in grotere getale dan normaal, die met hun frietjes aan de picknick zaten temidden van het langsrijdende verkeer. Met warme knuffies afscheid nemen en op huis aan, verlangend naar koelte. Dag lieverds, tot snel.

Broer is vandaag tachtig geworden. Een grote mijlpaal, plus het feit dat er tien kinderen van het hele gezin, elf in totaal, hem kunnen feliciteren is al een prestatie op zich. Grote broer. De oudste en nog altijd vief en aan het werk. Met de zussen gaan we een taartje eten, omdat hij zelf op vakantie is in Drenthe en deze gedenkwaardige dag in alle rust wil vieren met zijn lief. Zuslief heeft kunst, natuur en taart gecombineerd als uitje. Lijkt me een juiste keuze om een jaardag te vieren. De zinnen verzetten, beetje wandelen en schoonheid genieten. Om met Maarten van Roozendaal te spreken: ‘Kan het mooier zijn dan mooi?’

Uncategorized

Het past naadloos in de beleving

Een klein juweeltje in de tuin. Tussen de ravage van de afgelopen ongemoeide weken, waarin de tuin ongestoord mocht aanwassen, hadden de prachtige grote alliums de metamorfose ondergaan van volle paarse bloem tot ragfijne stralen met tranende parels aan het uiteinde. Alsof de natuur de vorser toezong als eenJacques Brel in zijn chansons: ‘Ne me Quitte pas.’ ‘Moi je t’offrirai toi des perles de pluie’

In hoog tempo ging ik aan de slag. Leverkruid en brandnetels en de welig tierende gele kornoelje moesten het ontgelden. Met de gebracede linkerhand vasthouden, met de rechter trekken. Rücksichtslos, want er was dringend behoefte aan zuurstof en licht, lieten de dapperen onder het struweel me weten. Daar kwam een bescheiden hibiscus te voorschijn, de witte roos, de hemelsleutel wat uitbundiger, de vrouwenmantel aangedaan en uitgebloeid. De kruiwagen ontving de lading uitbundig. Wat een mens al niet vermag met een uurtje onkruid trekken. Toch zag je zo op het oog niet heel veel verschil. De flox stond fier boven al het onkruid uit te stralen, lang en levendig. Wie doet me wat. Te hooi en te gras in de bedden aan de zijkant nog wat meer uitgetrokken en verpieterde dahlia’s bevrijd. De kleine winterkoning kwam keuren, koppie scheef, twinkel in de kraalogen.

De inspanning was een weldaad. Moe maar voldaan krulden de letters zich in het tuinhandboek, dat bovenop de gedichtenbundel van Ineke Riem lag. ‘Hard gewerkt, puin ruimen, morgen gras maaien’. De oude kwam, nieuwsgierig door de activiteit in het maandenlange verstilde atelier, poolshoogte nemen. Argwanende vraag over twee mysterieus afgeknapte zonnebloemen op zijn getrokken grenslijn. Ik roemde de blauwe regen, die het goed deed. Binnenkort was het uitzicht slechts natuur.

Alles stond er nog, zoals ik het had achtergelaten. De gelukssteentjes van een lieve collega, een waddenbloempje gevat in een brokje oud groen gesteente, een mooi souvenir van dochterlief, de tekening van mij met een van mijn lievelingen uit een groep van lang geleden, de ezel met het vragende doek en haar kwasten. ‘Wanneer neem je ons weer eens ter hand’. Gauw, beloofd is beloofd.

Het dunne gedichtenbundel ‘Fantasii’ trok de aandacht. Of het zo moest zijn: ‘Ik leer hier de schoonheid van gescheurd, omgewaaid, afgebladderd. Maar hoog aan de hemel is de zon heel’. vertelt een strofe uit het gedicht ‘Weideboek’ en in ‘Stickers en fossielen’ vraagt ze zich af of er een zeebeving is geweest, omdat er van alles boven kwam drijven dat ze was vergeten. ‘Flarden van heel, heel vroeger,’ (..)’ De lichtgevende sterren op de jurk van mijn zusjes Barbie,/de bergkristallen van de geoloog uit de straat,/ gekleurde elastiekjes op een spijkerplankje,/de boot van bruin karton waarmee ik uit zou varen./ Het verleden dobbert in dit moment./(…). Om terug te duiken in je eigen vergeten herinneringen. Vooral die waarvan er geen Foto’s zijn gemaakt. Vaders gezicht achter de grijswitte rook, het vel op de hand van opa, waar mijn vel nu zoveel op lijkt, de grijze sliert langs het verhitte gezicht van oma, mijn moeder haar schoenen in de kast met de bobbel langszij alsof er een deel van haar was achtergebleven, de tuinboonschil met haar fluwelen binnenkant, een bad vol spinazie…dat boek wat nooit uit te lezen viel, Duikkie met zijn grijnzende glimlach en zijn morsige vingerloze handschoenen om de handvaten van een kist goudrenetten. Vergeten verleden in enkele woorden omhoog gehaald.

Het motje aan mijn voeten

Een juweel tussen de andere juwelen. Ik was haar ook vergeten. Op de omslag een pentekening van een typemachine met links er bovenop een kleine bescheiden mot. Op dit ogenblik ligt er vlak voor mijn voeten een kleine bescheiden mot, andere kleur, maar met een eigen verhaal. Het past naadloos in de beleving.

Uncategorized

Niet te versmaden

Er rolde een zin naar buiten. ‘Mijn moeder had op het laatst ook een gebroken pols’. Zoonlief tegenover mij reageerde. ‘Op het laatst’, twee opgetrokken wenkbrauwen en vorsende vraagtekens in zijn ogen. De reactie kwam snel en vergoelijkend. ‘Nee, niet ook, ook is verkeerd. Haal dat er maar uit’. Geruststellende blik en de onvermijdelijke vraag ‘Is het niet een vreemde gedachte om bijna zo oud te zijn, als je moeder ooit geworden is’.

Het komt vaak op, die gedachte. Vooral ‘ s avonds, of in de nachtelijke uren als volle maan haar prikkelende energie als een deken over de aarde vlijdt. Op deze leeftijd had ze nog maar anderhalf jaar te gaan. Ondanks haar fieve zelf, ondanks haar bruisende energie. ‘s Nachts, als de ademhaling versneld door denkbeelden die de angst met de haren erbij sleept, weer van koude rillingen omgezet wordt in staccato ‘adem in, adem uit’, en lichte paniek smoort in luchtiger oorden, staat ze voor me en knikt bemoedigend. Nog een lange weg te gaan. Dat vertelde ik zoonlief niet op dat moment. Zes van de broers zijn al ver over die leeftijd heen. Ik ben de volgende die de drempel nog moet zien te halen. Zoals altijd ebt het weg in nieuwe beelden, die langszij drijven. Mijn verwaarloosde tuin bijvoorbeeld. Vandaag, met Brace, alvast een voorzichtige inspectie.

Een vrouwenhand had onmiskenbaar rond gewaard in het huis van zoonlief. Heerlijk kleed, zachte tinten, prachtig rijkelijk groen, roze, gouden elementen, bijzettafels en foto’s in dit spiegelrijk. Het getuigde van een goede smaak en van de rust, die het uitstraalde. Mijn B.I.G. Een mooie bescheiden plek. Samen al keuvelend de diepte in, dat was lang geleden. Daar wandelde de dood, naast de politiek, autisme, opvoeden, begrenzen. Het realisme werd benoemd in literatuur en of dat erg was. Iets met de taal van de jeugd en minzaam begrip.Heerlijk kabbelend en babbelend vloog er een wijle voorbij gedrenkt in twee grote kommen thee en een heel klein stukje Monchou. Precies genoeg.

https://www.npostart.nl/matthijs-gaat-door/18-09-2021/BV_101406584

Eindelijk was er tijd voor de vorige ‘Matthijs gaat door’ aflevering van afgelopen zaterdag. de grote rode draad was de gast van die avond Huub van der Lubbe. Dat bracht zoete herinneringen boven. Ons grootste optreden ooit van de band met een dijk-tribute in een echte theaterzaal. Rood pluche en uitverkocht. Zwarte galajurkjes en lange paarse handschoenen met een paarse boa temidden van onze zes mannen en met een ingehuurd blaasensemble. Dansen op de vulkaan, dat was het, de hele avond. De beleving, dat bijzondere gevoel, nietig zijn en je groots voelen, hoe bijzonder.

Huub opende hier ook met dansen op de vulkaan, verderop met het prachtige lied ‘ De zevende hemel’, maar met een daverend slotstuk als laatste. De saga over het lied ‘Audrey‘, door Paul Desmond, de saxofonist van het Brubeck ensemble, geschreven, als hommage aan zijn stille liefde voor Hepburn. Dat werd door Huub verteld, terwijl het nummer gespeeld werd, hartverscheurend mooi, zoals ook de tragiek doorklonk in een eeuwig verlangen en een niet weten, of Audrey ooit het lied had gehoord. Ze bleek er elke nacht voor het slapen gaan naar te hebben geluisterd. Desmond heeft het nooit geweten.

Nog een van de hoogtepunten van het programma is ‘Hotel Prinsen’ waar, in een nostalgisch decor, Joost Prinsen een gedicht voorleest, die hij zelf opduikelt recht uit het hart. A. M.G. Schmidt dit keer. De dictie, de blikken, het is ongeëvenaard. Joost Prinsen als voedsel voor de geest.

Het recept om op te fleuren na een ondag: Boeken, muziek en dans, laten Ploumen, Epke Zonderland en Matthijs zelf weten. Een ding is zeker, als ontbijt voor een nieuwe dag is het ook niet te versmaden.

Uncategorized

Missie geslaagd

Eindelijk was dan de dag van de waarheid aangebroken. Maar eerst een klein kwartiertje wachten op het plein in het centrum van de stad, op een van de lange banken in de zon. Om mij heen veel lunchende mensen en volle terrassen. De springfonteintjes werkten uitnodigend op de vele kinderen er omheen.

Een van de moeders schuin achter mij waarschuwde haar dochtertje en bond vervolgens de kat op het spek. ‘Denk erom, je niet nat maken hoor en ook je schoenen en je sokken droog houden. Alleen met je handjes. Ga dan maar’. Dat liet de kleine zich geen tweede keer zeggen. Met een twinkelend verlangen liep ze langs me heen en het eerste wat ze deed, was het uittrappen van de waterstraal. Natte schoenen, natte sokken en moeders galmende stem: ‘………., wat zei mama nou’. Niet een keer maar een tiental keer herhaalde zich dat incident. Tot moeder opging in haar koffie en bagel op het terras en het kind haar kans schoon zag. Drijfje ontlokte mij een glimlach.

Daar was mijn schone dochter en mijn nieuwe kleinkind. Pas voor de tweede keer was er nog sprake van verlegenheid. De langzaam-wen-actie voor de kleine, die niet taalde naar de waterstralen. QR inscannen, tafel-QR inscannen en redelijk vlot werd er een lunch neergezet. Croissant met jam en een roze tulen rok zijn elkaars tegenpolen. Nog net ving ik de dikke klodder op. Heldendaad van oma. Bijkletsen, over alles wat toekomst dichterbij haalde, de behoefte aan samenzijn met eigen en nieuwe familie, het spannende moment van het delen van deze stad met haar mogelijkheden. Samen fietsen, mee naar de voetbal, winkelen of lunchen, een gemoedelijk plaatje werd het, terwijl ik een leeuw en een zon en een wegrennend kippetje tekende tussen de bomen en in het gras op een roze A4.

Na een kop thee en een saucijzenbroodje moest ik er al van door voor de afspraak in het ziekenhuis. Binnenkort de herhaling. Bij de radiotherapie was de foto zo gepiept, maar bij de poli chirurgie bleek dat de chirurg in het andere gebouw zitting hield. Twintig minuten had ik nog. Vleugeltjes aan de kleine blauwe prins getoverd en dat zorgde ervoor dat ik precies op tijd, lichtelijk buiten adem, en een stief kwartier verderop aan de balie stond.

De chirurg kwam monter binnen met een aankomend collega in zijn kielzog. De foto was goed, de breuk hersteld, iets achterover gezakt, alleen het ligament was uitgerekt en dwarsig, had meer tijd nodig om te herstellen. Voor de pijn, vooral in de nacht en bijvoorbeeld het werken in de tuin, werd een Brace voorgeschreven. Een beminnelijke jonge chirurg die de tijd neemt, is een verademing.

Bij de gipskamer stond een speelkast met mogelijkheden tot in de sterren. Wat fijn op deze drukke, wat sombere ruimte. Wat zou er in die koffers schuil gaan? Laagjes vol geheimzinnigheid. De mevrouw van de Brace was een heerlijke kletsmajoor, maakte grapjes en schoof behendig de juiste maat om de pols. Wat een genot om die steun te voelen.

Vandaag ging het haar in de bruine henna. Een uurtje om in te trekken, want eerst ervaren hoe het er uit zou komen te zien en of het niet veel te donker is. Je weet het maar nooit. Vol verwachting weer uitgespoeld en gewassen, geföhnd en uitgekamd. Minder rood, meer bruin, precies zo ik het gedacht had. Zo kan een mens weer opgelucht ademhalen. Missie geslaagd.

Uncategorized

Een om te onthouden

Als ik ‘De Almacht van de Boktor’ van Toon Tellegen willekeurig open, dringt het verhaal van Boktor en de spiegel zich op. De boktor stond voor de spiegel, bekeek zichzelf en dacht: ‘Een beetje slonzig ben je wel’. Hij wist niet goed of dat wel bij hem paste. Slonzig en alles kunnen, gaat dat eigenlijk wel samen? dacht hij. En slonzig en alles moeten? Hij dacht even na en besloot zichzelf te veranderen.

Boktor gaat dan aan het werk en ‘poetste zich urenlang op tot zijn schild glanst, zijn voelsprieten recht gestreken waren en hij zich hoogwaardig vond, helemaal niet slonzig en zeker niet morsig. Een toespraak waard. Voor het denkbeeldige publiek hield hij een toespraak, waarin hij wonderen beloofde, een nieuwe toekomst, een nieuw verleden voor iedereen en meer van die dingen. De menigte wierp hem bewonderende blikken toe en buiten zouden er duizend dieren staan die op de knieën zouden vallen en hem toe zouden roepen hoe begenadigd hij wel was.

Hij klom van de tafel en maakte thee. Maar hij zat niet makkelijk. De thee smaakte hem niet. Ten einde maakte hij zich weer slonzig en ging voor het raam zitten. Zo smaakte de thee weer heerlijk.

Blijf jezelf is de boodschap voor vandaag. Je bent wie je bent met je eigen eigenaardigheden. Iemand die zichzelf bleef ondanks de roem en de aanbidding door duizenden was Edith Piaf. In de eerste van de vierdelige serie ‘Chansons!’ sluit ze met dezelfde conclusie af als de Boktor. In de tekst van haar levenslied ‘Je ne regrette rien’ getuigt ze van een aanvaarden. Alles heb ik gedaan, zo ben ik nu eenmaal, van het een kwam het ander, zo is het leven. Vanmorgen heb ik het teruggekeken. Wat een heerlijk programma. Een keuvelende Matthijs van Nieuwkerk, volkomen zichzelf, naast de enthousiaste Rob Kemps, die zich als een vis in het water voelde, omdat hij om Frans te leren, een paar jaar in Parijs was gaan wonen, ooit. Er schieten fragmenten van verschillende chansons voorbij en samen met de heerlijke beelden dwaalden we mee door de straten en de pleinen, die zo vertrouwd waren, nee dansten we mee op de klanken van de melancholieke accordeon, de omfloerste stemmen, het zangerige poëtische Frans.

En ik kwam er nu pas achter dat ik naar het Songfestival had moeten kijken, want ze lieten het optreden zien van de adembenemende verschijning van Barbara Ravi, die zo ragfijn en klein haar nummer groot bracht, met eenzelfde reikwijdte als La Piaf. Wonderschoon.

Even daarvoor had ik bij ‘in het uur van de Wolf’ genoten van de documentaire over Barbara Hepworth , een van de belangrijkste Engelse beeldhouwsters uit de vorige eeuw. Ook zij was iemand, die ondanks alles wat op haar pad kwam, de wereldoorlogen, een drieling, twee scheidingen, de dood van haar zoon, zichzelf trouw bleef en aan haar werk geen consessies deed, wat uitzonderlijk was voor een vrouw in die dagen. Ze maakte prachtig werk en wilde dat het publiek haar sculpturen konden aanraken en door de holtes erin de verbinding met het uitzicht, haar visie, zouden zien. De moeite van het terugkijken waard.

Jezelf trouw blijven, wat een ander ook zegt of denkt. Een moeilijke, maar mooie les van de Boktor. Een om te onthouden.

Uncategorized

Afwezige bergschoenen

Iedereen die zweert bij een stenen tuin en niet meer dan dat, raad ik aan om een onderhoudsvriendelijke klimop tegen de schutting te laten klauteren. Niet meteen alles gaan snoeien, maar welig laten tieren. Zodra er bloemen komen, heb je een deken van bijen en vlinders in alle soorten en maten in je tuin. Uit ervaring weet ik ook nog dat wandelende takken zich de blaadjes goed laten smaken en als er bessen komen heb je een natuurlijk vogelparadijs gekweekt.

Gisteren bij de allerbenjaminste Benjamin een beschuit met muisjes genuttigd ter meerdere eer en glorie van de nieuwe telg. Wat zijn die muizen toch hard. Vroeger knarsten ze heerlijk tussen je sterke tanden, maar nu springt het glazuur er ter plekke af. Al wat oud is, gedijt niet, behalve de grijze hersencelletjes, die malen steeds dieper. In het boek van Sjoerd Kuyper zegt Sally Mo ergens: ‘Het duurt 18 jaar om volwassen te worden, misschien duurt het ook 18 jaar om weer dood te gaan’. Een mooie filosofie voor een meisje van 13. Op de toppen van wijsheid, denk ik er achteraan. Dat zou ook mooi zijn. Uitgedacht en klaar, omdat nog een bladzij schrijven teveel van het goede zou zijn.

De kleine ligt onder een sterrendeken zijn eigen wereldje bij elkaar te dromen. Zo nu en dan trekt er een gelukzalige glimlach voorbij, terwijl achter de geloken ogen zichtbaar een leuke herinnering tot leven geroepen wordt. Even in zo’n koppie kunnen kruipen en helder en klaar meekrijgen hoe de mens zich verhoudt tot het universum. Welke beleving wekt die glimlach op. Of is het slechts een behaaglijk en tevreden zijn en niet meer dan dat, zoals een poes zich genoeglijk op kan krullen en tevreden spint in de zonnewarmte.

De grote broer vermaakt zich met de bal en een autootje. Rollen en rijden naar papa, naar oma, heen en weer en heen en weer, dat eindeloze spel van de herhaling dat nooit vervelen gaat.

Vannacht, bijna volle maan, begon de dag om half vier. Dat wonderlijke gegeven dat de maan dichter bij de aarde staat en een nieuwe energie opwekt. Ik laat het over me heen spoelen met de stroom van gedachten mee, om vervolgens een duik te nemen in de biografie van ‘Hemelse Mevrouw Frederike’, die Maaike Meijer zo uitgebreid heeft neergezet. Voorlopig ben ik er wel even zoet mee. Nog 335 bladzijden te gaan. Een leven van breien met losse eindjes zo lijkt het wel. Hunkerend naar liefde dwaalt ze door het leven.

Thuis trek ik soep van ui, champignons en oude tomaten met als fond een tomatentapenade. Dat betekent altijd dat er een oppeppertje nodig is. In dit geval voor de pijn, die zeurend huis blijft houden in de pols. Oregano, basilicum, tijm, verse peterselie als hartversterker. Morgen zal er wellicht verlossing zijn en anders zekerheid.

Vanmorgen in alle vroegte kwamen er twee films binnen van zoonlief en lief, die samen aan het ‘wandelen’ zijn in de bergen. Klauteren en klimmen is het meer, over de rotsen, afdalen langs een touw, over een bruggetje zonder leuningen, waaronder een bergbeek kolkt. Zo ruig als het klinkt, zo zag het eruit. ‘We volgen de rode tekens‘, heet het, maar als hij het geografische inzicht van zijn moeder heeft geërfd dan zijn ze bij de vierde pijl al af. Het wakkert de zorg aan in mijn hoofd. Zijn ze voorzichtig genoeg. Niet malen. Normaliter weet je nooit wat iedereen altijd meemaakt. Maar als ik mijn ogen weer sluit, wandelen door het beeld een paar afwezige bergschoenen.

Uncategorized

Alles heeft z’n voordeel

Heel de stad had bedacht de laatste zonnige zondag in het park met de kinderboerderij door te brengen. Groot en klein struinden door de dierenweides, aaiden de koeien, liepen de geitjes achterna, kakelden om de kippen heen. Dochterlief en de oudste kleinzoon hadden me al gezien. Snel loodsten we ons het paadje naar de bloementuin in. Daar huppelden slechts twee kinderen door het struweel. Een oase van rust temidden van de drukte.

Kleine Dribbel had zijn dag niet en was overal iBooks om. Misschien was het toch frustratie dat hij niet goed uit kon leggen wat hem dwars zat. Hij werd in het Frans toegesproken door zijn vader en speelde deemoedig de schuldenaar. Zodra papa met jeune homme schermde, waren de rapen gaar. Maar achter zijn rug om mepte hij de waterfles, die tussen ons instond, vliegensvlug omver. Zo’n kleine ondeugd.

Voor de middelste van de drie was het park een groot walhalla. Hij kwam langs sjezen, terwijl hij een rood fietsje met twee jongetjes erop voort duwde. Glimlach van oor tot oor. Overal en nergens was er wel vermaak te vinden. Dan weer bij de dieren, op het voetbalveldje, bij de waterpomp, door het zand. Dribbel had eindelijk afleiding gevonden in een kleine stellage waarop je kon balanceren. Vanaf ons rustige plekje sloegen we hem gade. Over de bomen en de kinderstemmen heen ruimde het lawaai van de kermis, iets verderop. De oudste was er met zijn vader naar toegelopen, omdat hij niets kon doen met zijn arm in het gips. Weer niet voetballen, nog niet spelen en niet fietsen. Een hard gelag. Alle levenslust verdween in het spel op zijn telefoon.

De vermoeidheid van gisteren, die heerlijke cursus en alle opgedane nieuwe indrukken, zong nog na in het hoofd. Vandaag was het een lome dag, waarbij het bezoekje aan het park even een frisse snuif zuurstof beoogde en even een glimp van het kroost. Meer puf was er niet. Mijn andere liefjes hadden een eerste nacht in hun caravan geslapen.voor de eerste keer. Daarna waren ze naar de domkerk gegaan, die eindelijk weer open was en kleindochter vroeg of ze de kaarsjes mocht uitblazen, na voor de eerste keer een kaarsje te hebben aangestoken voor opa op zijn wolk. Toen dat niet de bedoeling was zong ze maar ‘lang zal ze leven’. Het leverde een lach en een traan op.

‘S Avonds zag ik de aflevering van Maud & Babs. Babs werd gespeeld door Loes Luca. Een vergeetachtige moeder en haar zorgzame dochter, die daardoor voor bemoeizuchtig werd versleten. De kleine veranderingen die steeds gevaarlijker vormen aannemen zorgen ervoor, dat dochter Maud in een tweespalt terecht komt met haar werk en haar gezin. Daarnaast speelt de achterdocht van haar moeder een grote rol. Ze speelt haar vergeetachtigheid weg met veel gesus, niets aan de hand of een felle boosheid om die vermeende bemoeizucht.

Het blijkt een serie te zijn en vanmorgen keek ik deel een terug. Aandoenlijke beelden. Een prijskaartje aan een badpak tijdens het zwemmen, een pijnlijke schouder opgelopen bij een val, die ze verzwijgt, bij het opwarmen van een maaltijd de ovenfunctie aanzetten in plaats van een magnetron, een deur vol memootjes, kattebelletjes voor het gebruik van apparaten, een auto willen openen met de voordeur sleutel. En dochter maar opspringen en wegrennen uit haar eigen verantwoordelijkheid om alles weer te effenen. Ziedaar de grote zorg van een mantelzorger.

Geen opwekkende gedachte, wel herkenbaar en reëel. Zo kan het gaan, zo gaat het ook in veel gevallen. Mijn oom had zijn dementerende schoonmoeder in huis genomen, maar haar achterdocht en haar beschuldigingen werden te erg. Het verdriet is dubbel groot als het niet lukt, als het als falen voelt. Terwijl er situaties zijn die niet op te lossen zijn met extra zorg.

Zoonlief zit inmiddels op de toppen van een berg met vriendinlief, eeuwige sneeuw, tegen het vriespunt, maar een onvergetelijk uitzicht. Alles heeft zo z’n voordeel.

Uncategorized

We zijn er klaar voor

Tjonge, tweede dag op rij vroeg op. Eerst zoonlief en vriendin geknuffeld en uitgezwaaid. ‘Hebben jullie alles. Paspoort, QR bewijs, mondkapjes’ als een ware moederkloek drentelde ik om ze heen. ‘We worden pas na een half uur opgehaald hoor’, was de niet misverstane boodschap. ‘Haha, koffie mee en ik ben al naar boven. Dag dag liefjes’.

Er was zelfs nog genoeg tijd om te schrijven en om alles wat ik in de verschillende kringlopen verzameld had, bij elkaar te zoeken en in handige zakjes en bakjes te doen. Kom maar op met die cyanotype, ik ben er klaar voor.

Net op tijd belde ik aan. Zo te wonen aan die lommerrijke Vecht. Er bleken voor-en nadelen aan te kleven, dat merkten we in de loop van de dag. Drie trappen op was een kamikaze-oefening van het zuiverste water. Met veel gehijg, uitrusten halverwege de trap, ademhaling in balans brengen en voort, lukte het wonderwel. Het eerste half uur geen woord teveel uitkramen. Adem in, adem uit. ‘Ga maar gauw zitten’ gebaarden mijn twee lieve vriendinnen na de omhelzing. Wat een feest hen te zien en hier te zijn. Kunstminnaars bij uitstek.

De inleiding, hoe de kunstenaar tot het geven van deze workshops was gekomen, was interessant, een blik in de levenswandel van iemand, die dankzij de keuzes tot dit inzicht was gekomen en zichzelf maar bleef ontwikkelen. Daarna volgde een stukje kunstgeschiedenis met beelden en uitleg hoe cyanotype was uitgevonden en waarvoor het werd gebruikt. Ze haalde er de lijvige boeken van Anna Atkins bij. Wat een bijzonder werk.

Het hele atelier ademde cyanotype, die de autocorrectiecodes hardnekkig bleef omzetten in cyanide. Dat was het dus niet. Het bleek genieten te zijn, vooral de foto’s, die de kunstenaar had voorbewerkt, gaven een goed resultaat. De zon wilde nog niet erg, aanvankelijk begonnen we in het atelier met het licht van de oude warmtelampen uit de kringloop, die op een vernuftige manier waren opgesteld. Later konden we op buiten de UV-straling au naturel ophalen.

Daarna volgde een stukje techniek. De middelen die noodzakelijk waren en de wonderbaarlijk simpele werkwijze ervan. Dat een dergelijke sturing door middel van het samen voegen van de ingrediënten tot dit resultaat kon leiden, was al een avontuur op zich. Wat had ik graag een groep kinderen gehad om het hen te leren. Magie op hoog niveau.

Het grootste wonder voltrok zich bij de laatste wassing in een bakje waar een paar druppels waterperoxide in water werd gedaan. Alsof je een laklaag over de olieverf op het doek streek. Zo diep en levendig werden de kleuren. Inderdaad, als toveren. Als je eenmaal de ene na de andere compositie op je plankje had getoverd en met de glasplaat erover onder de UV-lampen schoof, voltrok zich de magie vanzelf. Wat een heerlijke werkwijze. Hetzelfde effect als bij het etsen, in de zin van ‘Vol verwachting klopt ons hart”, wat kwam er nu weer onder onze handen vandaan. Sommige objecten lieten geen licht door, klimopbladeren, daar moeten straks wat pennenstreken de afdruk vervolmaken, wat vast en zeker ook een boeiend effect zal geven. Het blijft een mooi spel van beeldend vorm geven.

in het atelier hingen mooie lange doeken aan ouderwetse broekenhangers. Lange kleurrijke lijzen naast elkaar. Het bleken de achterkanten te zijn van onderdelen van een kunstwerk, die ze als ‘Artist in residence’ aan het maken was in de tuin van Haarzuilens onder de verstilde blik van Belle van Zuylen, wier portretten ze ook gebruikte voor de cyanotype.De achterkant was al mooi van die lange vellen, maar het eigenlijke plan zal straks nog veel meer betekenis krijgen, als de opstelling wordt gemaakt zoals het bedoeld was.

Ik noemde de naam van een andere kunstenaar die ons begeleid had op school met de kunsteducatie en die zelf wandgrote aquarellen van haar achtertuin had gemaakt en toen bleek dat dat een vriendin van haar was. Beide hadden ze een fascinatie voor de flora en zochten naar wegen om die op een bijzondere manier vast te leggen.

Wij wisselden tussen alle bedrijven door alle wetenswaardigheden uit en waren ondertussen bijna niet te stoppen in het proces. We eindigden moe maar voldaan met een behoorlijke productie en bewonderden het eindresultaat naar tevredenheid en waren verheugd over de nieuwe mogelijkheden, die dankzij vriendinlief op ons pad waren gekomen. Er zijn nieuwe deuren geopend, die nieuwe inspiratie laat binnenstromen. Laat maar komen. We zijn er klaar voor.

https://www.hetschildersbedrijf.nl/product-category/cyanotype-workshops/

Uncategorized

Niets is minder waar

Het was even zoeken in alle vroegte, omdat de parkeerplaats aan de zijkant van het schoolgebouw lag en ik het niet zo snel als zodanig herkende. Om acht uur werd ik met open armen ontvangen door de directeur van de school, die mij kennelijk wel herkende. Het bleek dat zijn kinderen bij ons op school hadden gezeten. De hal was kleurrijk en uitnodigend en de lerarenkamer een walhalla van kleur, kunst en heerlijke uitnodigende banken om mijn eerste thee van die ochtend op weg te nippen. De binnenplaats was een groot kunstwerk van bomen en keramieken beelden van honden. Wat een verrassing. De honden glansden je tegemoet, glimmend gewreven door de vele kinderhanden, een grote uitnodiging tot spel met de honden of de bomen in de hoofdrol.

Hoe ik ook groef in mijn geheugen, de directeur kon ik niet meer plaatsen. Later wellicht. De twee onderbouw-groepsleerkrachten kwamen er bij zitten en weldra was ook het team van de historische kring compleet. In een aangenaam kouten bleek de ene leerkracht de toetsenist en de bassist van onze band te kennen en diens vrouw, mijn ex-collega, die zo tragisch overleden was. De beide mannen had ik al een tijdje niet gezien. De herinnering eraan bracht even de goede ouwe tijd naar boven.

We gaven de groepen de ruimte om binnen te druppelen en iets over half negen stapten we het lokaal in. Een mooie afspiegeling van de buurt waar de school in stond. Zo heerlijk om weer centraal voor de groep te zitten. Ze begonnen direct over de baby’s in het rieten wagentje, die ik had meegebracht. Daar mee te openen dus. Weldra liepen de eerste schatjes hun rondje. ‘Rije, rije, rije in een wagentje’ was een groot succes. De vaste telefoon vonden ze hilarisch toen ze zagen hoe ik het zware zwarte geval meedroeg tijdens het gesprek en teruggefloten werd door het snoer. ‘Huh, geen Nintendo, geen computers, geen laptops, geen iPad, geen iPhone of Android, maar hoe dan’ vroegen hun ogen op schoteltjes. Buiten spelen, kaatseballen, knikkeren, elastieken en stand in de mand. De suikerpot werd voor een gloeilamp versleten met zijn zelfde vorm. De volgende keer gaat de radio met het cassettedeck weer mee. Dat gaf ook de nodige commotie.

Mijn collega herinnerde aan de twee dorpen, die nu een stad waren en de boerderijen en de weilanden ertussen, nu praktisch verdwenen of volgebouwd met huizen. Een jongetje woonde nog op een boerderij. De juf pakte er zijn foto bij. Dat was het huis aan de Nedereindse weg, waar ik met manlief en baby ooit op de zolder woonden. Hij glom van trots, om het toeval. De dubbeldekkers namen gretig aftrek, maar ze bleken voor menigeen te groot.

In de andere groep zaten kinderen die geen suiker of melk mochten. Ook iets om over na te denken. Een nieuw jongetje barste in snikken uit, toen de vreemde mevrouw naast hem kwam zitten. Was ie net gewend aan zijn eigen juf en dan gebeurde dit. Het was teveel, die overgang. Hij mocht bij de juf zitten.

Na een uurtje stonden we weer buiten en moest ik mijn kleine blauwe vanaf de passagierskant inkruipen op de krappe parkeerplaats. Logistiek was er alleen aan hoeveelheden gedacht en niet aan de mens zelf.

Thuis maakte zoonlief alles in orde voor zijn vakantie. Er moest een waterdichte regenjas komen, want het beloofde vooral nat en koud te zijn. Noorwegen zal desondanks indruk maken. Mijn eerste kampeertocht met mijn allereerste vriendje ging naar Denemarken en Zweden. Als onderkomen een legertentje met knopen zonder grondzeil en de trektocht gebeurde liftend. ze hebben nu de luxe van een gehuurde auto. Tijden veranderen en niets is minder waar.

Uncategorized

Met liefde

De dag begon vroeg na een latertje gisterenavond met de leesclub. Dat was wennen. Zes uur ging de wekker, ja…De wekker, die ik normaliter nooit hoef te zetten. Gisteren durfde ik niet voor mezelf in te staan om de beloofde bedtijd omdat het zo ging gisteren. Kwart over elf richting huis, half uur rondrijden voor een parkeerplek, aan de overkant gestald, stukje lopen en twaalf uur op de bank. Alle boeiende gesprekken moesten eerst nog bezinken en de tijd tikte onverdroten door. Na een uurtje sloot het doek. Vijf uurtjes slaap, normaal ging dat vanzelf, maar nu was het een gok en daar mochten de gastlessen de volgende dag niet van afhangen.

Krekeltjes tsjirpten de slaap uit het lijf. Goedemorgen. De ogen wilden pas drie sluimertjes later.

Gisteren heb ik een heldendaad verricht. Pluis was in vliegende vaart naar het raam gestoven en gleed naar beneden, kwam vanonder de bank weerom en had iets zwarts in de bek. Prooi gevonden. Happen, loslaten, opnieuw happen. Na inspectie bleek het een atalanta te zijn. Verdorie Pluis, had je geen mug kunnen nemen. Vlinder ontfutselt en snel op een paar achterafplanten neergezet. Uit het zicht van Pluis. Ze bevroor tot gehavend standbeeld. Toen ik Pluis had verboden in de buurt te komen, schoof ze kennelijk na een tijdje op en ving schoonheid met gespreide vleugels. Vijf minuten later was ze weg. Hoera voor de mooie dagpauwoog. Ik zond haar een dosis genezing na.

De leesclub gisterenavond, met die trouwe lieve vrienden, was een verademing, tussen alle drukte door. Even pas op de plaats, persoonlijke warme aandacht, thee met chocola voor de geest en om de behaaglijkheid te onderstrepen. Het boek, Zwarte schuur van Oek de Jong, verder weggezakt dan gedacht, begon opnieuw vorm te krijgen. Hele passages schoven het hoofd binnen, riepen het gevoel erbij op. De stroperigheid, als hij aan somberte onderhevig was, werd door een ander juist herkend als het trage proces waar tanende liefde en het verlangen naar balans zich erin storten om datzelfde evenwicht te verkrijgen. Zo is het in de werkelijkheid ook. Geef het die tijd, gun het. Nieuwe invalshoeken geven een mooie wending aan de ontvankelijkheid van het verhaal.

Het schuldige gevoel dat op het leven van de hoofdpersoon drukt, als een zwaard van Damocles, wordt niet door het vermeende feit veroorzaakt, maar door hoe de omgeving reageert. Geen omkijken naar oorzaak en gevolg, maar messcherp prikken naar een niet te bewijzen dader. Zelfs ouders die zich schamen voor het gedrag van de zoon, doen een grote duit in het zakje. Aan de schandpaal genageld, draag je het pek en de veren je hele leven mee.

Aannames spelen een grote rol, ook bij hem, als hij al een gevierd kunstenaar is. Ze wordt gevoed met zijn jongensangst, ooit erin geramd door twee broertjes op de dijk. Hoe rijk is het verhaal. Hoe zorgvuldig zijn de karakters, bijna allemaal uitgediept. Ieder van ons leest een ander, een eigen verhaal. Tot vergelijk komen en tussendoor uitweiden over nieuwtjes, over waar het hoofd van omloopt, toekomstplannen, nieuwe vooruitzichten, beloftes en ten slot het nieuw boek. met de lapjeskat als gemoedelijke luistervink, terwijl ze bedelt om aai en aandacht.

Opgetogen, maar te laat, naar huis na de borrel met verse ansjovis en olijven in Citroën en afgeblust met een heerlijke Verdecchio. Want hé, manna voor de geest en manna voor de maag vult het hart met liefde.

Uncategorized

Een perfecte middag

De hele dag was het een beetje drentelen geblazen. Met een telefoontje van de chirurg op komst in een vrijwel onbeperkt tijdsbestek werden alle noodzakelijkheden zonder pardon naar achteren geschoven. Ik had met zoonlief de nieuwe Benjamin kunnen bewonderen, maar wilde de opperste concentratie voor het gesprek. Dus werden herfstasters uit hun krappe behuizing bevrijd met het rode schepje van Rose, de dode rozentakken weggeknipt met de snoeischaar van Rose, de rieten lamellen opgerold om de somberte in huis te verdrijven en meer van dat soort prietpraat.

Om de zon binnen te laten schijnen werd een ouderwetse klassieke Franse uiensoep in elkaar gedraaid compleet met laurier, foelie, tijm en wijn en prachtige gekarameliseerde uien. Troostvoedsel bij uitstek, gedrenkt in nostalgie, bistrostoeltjes, toast en gesmolten gruyère. Uit de tijd dat diezelfde tijd nog rekbaar was. Gisteren ook, als stroop, door het lange wachten. Want ik had het kunnen weten, pas om kwart voor vijf kwam het verlossende telefoontje. De ernst van de zaak werd erin gebracht door mevrouw te gebruiken bij het voorstellen en de fysiotherapeut in de strijd te gooien met zijn advies een deskundige naar de pols te laten kijken. Het leverde het beoogde resultaat op. Een controlefoto en een consult.

Opgelucht kon ik eindelijk mijn boek uitlezen. Bizar van Sjoerd Kuyper behoort vanaf nu definitief tot mijn puberbijbels of voor als je er aan toe bent. Menig volwassene zelfs nog niet, waag ik te geloven. Met Hamlet in haar rugzak en een verbod om te lezen wordt een meisje van dertien de wereld in gestuurd met de boodschap zichtbaar te worden. Wie niet lezen kan, gaat schrijven. Wie schrijft mag elke waarheid zelf verzinnen. Dat is precies wat er gebeurt. Aan het einde zijn er tranen door de laatste zin. Niet in het boek maar achter mijn ogen en een diep respect voor deze schrijver, die alles, maar dan ook alles bespreekbaar durft te maken en waarheden ontrafelt en nieuwe waarheden leert. ‘Te zijn of niet te zijn’ van Shakespeare met Schopenhauer als tegenheld. Als ik iets voor mijn lijst zou moeten lezen zou ik dit willen lezen. Het boek dat je lezen en schrijven leert, eigenwaarde schept, ingewikkeld existentiële vragen ontleed en de wereld zichtbaar maakt.

Met smaak werd alle uiensoep verorberd, lezen maakt hongerig. Pluis lag lekker op het balkon te soezen. Een wat troosteloze dag maakte haar niet uit. Soezen kan altijd. Je knijpt je ogen tot spleetjes en er schijnt licht naar binnen. Vandaag schijnt de zon weer, maar is het herfstig fris.

Straks ga ik op jacht naar de nostalgische koekjes voor de gastles morgen, de dubbeldekkers en de likkoekjes. Het rieten poppenwagentje is bij dochterlief beland, dus die kan opgehaald, de rest van de attributen staan in de schuur. Het is ook de hoogste tijd om mijn recensies af te schrijven.

Als deze week met alle drukte voorbij is, is de natuur aan de beurt. Zee snuiven, langs de Lek dwalen, een boswandeling maken en de biografie van De Hemelse Mevrouw Frederike uitlezen. Misschien is een tochtje naar Villa Jagtlust van deze dichter, kunstenaar, illustrator en journaliste een goed idee. Misschien straalt het wel inspiratie in, uit een ver verleden. Het ligt midden tussen de bossen in Blaricum. Literatuur en natuur hand in hand en derhalve met alle ingrediënten uiterst geschikt voor een perfecte middag.

Uncategorized

Een kleine noot van wijsheid

Eindelijk kan ik melden, dat Benjamin deze status heeft doorgegeven aan zijn nieuwe jongste broer, nummertje acht van mijn lieve kleinkinderen. Nu het in alle media vermeld staat, is het op z’n plek, dat jullie er ook kennis van kunnen nemen. Het grote geluk.

Vanmorgen las ik bij een andere dagelijkse blogger, dat hij bij teleurstellingen of verdriet vroeger regelmatig de bijbel opensloeg en dan altijd een passende tekst tegenkwam. Dit keer, na een bezoek aan het ziekenhuis, sloeg hij een dichtbundel open en kreeg warempel weer troostende woorden voor ogen. Ik ben niet met bijbelpassages grootgebracht. Wel met Latijn en hele snelle paternosters en weesgegroetjes, waar een heel eigen betekenis aan werd gegeven. De verhalen van Bosco in stripvorm, het Katholieke prentenboek over de hemel, hel en het vagevuur behoorden ook tot de vaste prik. God op een troon van goud en nikkel om met Bertus Aafjes te spreken. Maar gedichten vond ik prachtig en een verrijking voor de taal en de ziel.

Een lumineus idee, dat waarlijk helpen kan in deze roerige tijden. Ik nam een van mijn lievelingsschrijvers op. Het boek van ‘De almacht van de Boktor’ van Toon van Tellegen met prachtige illustraties van Mance Post en sloeg het open. Een stukje overpeinzing:

De uil kwam ‘s avonds laat bij de boktor met een prangende vraag. Hij had daarstraks alle brieven versnipperd, die hij ooit geschreven had en niet verstuurd. Ernstige, vermanende, belangrijke, bezorgde brieven en brieven met diepzinnige vragen en duistere overpeinzingen. Wat hem bezielde wist hij niet. Het was in een opwelling gebeurd. De vraag aan de boktor was of hij de snippers weer kon plakken tot brieven. De boktor ging aan de slag en plakte de hele nacht, soms slapend, soms kon hij het niet goed zien in het donker. Tegen de ochtend waren ze klaar en uil vloog ermee naar huis. Daar begon hij te lezen:

Geachte vleermuis. /Ik vind hoorbaarheid verschrikkelijk./Verschrikkelijker dan nog zichtbaarheid. /U toch ook? /En dan heb ik het nog niet eens over vindbaarheid. /Om maar te zwijgen van dankbaarheid erbarmen /oogopslag smartelijk.

En:

Best winterkoninkje, /Als ik aan jou denk breng je mij altijd in verlegenheid. /Ik weet niet waarom. /Alsof er iets in mij zit te wachten op /duisternis schoonzucht/achterna

En:

Mug,/Ik sta voor het aangezicht van afwezigheid./ Ik ben koud en kwaadschiks./Als ik denk zwijg ik misbaar onvermogen, een en al oor./Maar jij, jij ontwaart ontgrondt ontluistert/ jij liefkoost tranen onverdroten o zo zz

De brieven leken niet af te zijn of juist wel daardoor. Misschien was af wel iets heel anders dan hij altijd had gedacht. Misschien moet ik mijzelf wel herzien, dacht uil. Hij legde ze op een stapel om te kijken wat hij er de volgende nacht van zou vinden. De zon kwam op. De uil ging slapen. Maar nog voor hij in slaap viel dacht hij aan wat hij nog meer aan snippers kon verscheuren en naar de boktor brengen. Zekerheden. Verlangen. Schemering…Toen sliep hij.

Jezelf herzien door al je vaste waarden te versnipperen en ze, te hooi en te gras, aan elkaar te plakken en een nieuwe jij te creëren. Of je denkbeelden over anderen versnipperen en daar weer nieuwe bevindingen van te plakken. Zijn we in wezenlijke zin wie we zijn. Is wat we waarnemen eerlijk of gekleurd door onze eigen persoonlijke brillen. Wel deel van mij zie jij en ik van jou. En anderen dan.

Het boek van de boktor, afgeschreven door de bieb en door mij daar, lang geleden, uit een bak gevist, verdient het niet om aan de kant gezet te worden als de inhoud zo waardevol is. Ik schrijf me een keer per etmaal een verhaal van de boktor voor, die geestelijk zo verheffend is en waar mijn gemoederen zich in kunnen wentelen. Een kleine noot van wijsheid.

Uncategorized

Feest met Dribbel

Gisterenavond was de uitzending van ‘Kopen zonder kijken’ met zoonlief en mijn schone dochter. Kan een mens nog trotser zijn. Gewoon, omdat ze zo lief waren en oprecht blij met wat ze kregen. Zelfs al was het verder weg dan aanvankelijk gehoopt. Veel mooie en lieve reacties gekregen. Er was ook een glimp van broerlief als oppasser voor de Benjamin. Heel bijzonder, zo’n ervaring. De opnames voor deze aflevering zijn vorig jaar allemaal tussendoor gemaakt en het huis werd eind mei opgeleverd. Dat kon ik allemaal niet schrijven, terwijl het gemoed bijna overliep van opwinding en blijdschap. Jaja, zware beproevingen voor een schrijver van een dagelijkse blog.

Gisteren de poli chirurgie gebeld, maar er was pas eind september plek. Nu is er voor morgen een telefonisch consult. Daarmee hoopte de assistente dat ik sneller gehoord en daarmee geholpen zal worden. Pols hoopt mee met mij. Ze is nog steeds te dik en pijnlijk. Een foto die duidelijkheid zou verstrekken lijkt me een optie.

De nachten zijn aan het lengen. Vanmorgen gloorde het pas tegen half zeven. Langzaam maar zeker worden we de herfst in getrokken en maakt natuur zich op voor een kleurrijke finale. Het verlangen om juist dan in de tuin te zijn, blijft. Nu kan ik er te weinig doen en het gevaar van overbelasting ligt op de loer. Maar het kriebelt de onrust wakker, dit passieve immobiele bestaan, de zoveelste van dit jaar.

Vanmorgen pakte ik de krijtborden uit, die dienen, voor op de afgebladderde plek van het atelier op de tuin. Ze waren eindelijk besteld. Een van de borden was ernstig beschadigd. Een mail was voldoende om bijna per ommegaande te horen dat het hen speet en dat er een nieuwe onderweg was. Dat noem ik nog eens service. Deze klant van IFM-Ecom, waard om genoemd te worden met naam en toenaam, heeft nu een denkbeeldige kroon op.

Morgen komt de leesclub weer bij elkaar en het boek waar het om gaat, is zover weggezakt dat een kleine review op z’n plek is. Zelfs de titel is weggezakt. Houdbaarheidsdatum overschreden, na een aantal maanden en een stapel nieuwe boeken verder. Heerlijk om de anderen terug te zien.

Opnieuw een aanvraag voor twee gastlessen over het leven van 50 jaar geleden in een doorsnee gezin. Nog steeds kan ik aan de hand van voorwerpen heel veel vertellen. Het ligt er een beetje aan, wat er morgen wordt bedacht door de arts. Vrijdag zou ik dan aan mogen treden. Heel verleidelijk om voor een groep kinderen te staan. Even een klein moment van terugkijken, verwondering zien en beleven. Pas als je uitlegt hoe het was in de opvoeding van de eigen kinderen, vallen alle veranderingen echt op. Van cassettebandje tot Spotify, van televisie-antenne tot streamen, van draadtelefoon tot iPhone en Android. Maar ook van schrijven met pen en inkt tot documenten maken op een iPad.

Het boek Bizar vertaalt en haalt mijn eigen puberbrein naar nu. Mijn dagboeken, die vol verliefdheden staan als een grote vraag naar zachtheid en lief gevonden willen worden, een grote hunkering naar aandacht, terwijl dat er op een bepaalde manier echt wel was, tussen alle werkzaamheden door en het spelen op straat. Die grote lange zoektocht door het leven op weg naar de volwassenheid, waarbij rede en emotie elkaar in hoog tempo afwisselen is een herkenbare werkelijkheid, afgewisseld door een hoge mate van fantasie en verbeelding en de nuchterheid van alle dag. Nog geen mogelijkheid gehad, om er helemaal in te verdwijnen.

Ook nu niet, want straks komt Dribbel afleiden en vermaken. De autootjes staan klaar. In de benen dan maar en krant en koffie ietsje later. Een nieuwe dag te kraken. Het had zomaar een titel voor een nieuw verhaal kunnen zijn. Feest met Dribbel.

Uncategorized

Gelouterd weerom komen

Hoe lang een mens teren kan op de positieve energie van een toneeldag. Nog na sudderend werd de lichamelijke vermoeidheid volledig gecompenseerd door de geslaagde afdronk. De dag trok in flarden aan de geest voorbij. Dan kon het gebeuren, dat je zomaar, temidden van niets, lag te schuddebuiken op de bank of vertederd omkeek naar de beelden in je hoofd, ontroerend soms, door het overtuigde geloof in die vreemde Engelse dames. De oogopslag van een verbaasd ongeloof. ‘Echt?’ Twee ronde stuiterende knikkertjes van pupillen. ‘Maar echt?’ De weifeling sloeg om in een rotsvast vertrouwen en een vasthoudendheid om zoveel mogelijk ‘poop’ te verzamelen, die zowel ongekend als aandoenlijk was.

Het zat inmiddels met name in de benen en vooral in de aangedane pols, die vermoeienissen. Ze hadden zich bij elkaar geveegd en verzameld in de pijnlijke linkerkant van de pols en in de onderdanen, die zich zuchtend in de zwarte kloffen van laarzen hadden gestoken. Het was koeler weer, maar daardoor aangenamer. Dochterlief en de kleine filosoof pasten op Dribbel en zijn twee broers en haar eega kwam met kleindochter na het middagslaapje.

De enige plek om te zijn met vijf keer spring-in-het-veld is in het grote park met de dierenweide. Drie ezels, twee koeien en een vaars, een paard en een pony, twee zwijnen, een legertje springbokken en lieve zachtogige geiten. Het was bijna voedertijd en de onrust nam met de minuut toe. De ezels balkten bijkans de rooibos uit mijn bekertje en het geloei van de koeien klonk al net zo ongedurig, maar qua decibellen wonnen de zwijnen. Met veel gesnuif en grommend geknor alarmeerden ze de helpers over hun staat van zijn.

Daardoorheen dolden de kinderen, apenliefde, die uitmondde in uitdagen, stoeien, vastlopen, verdriet als het er te uitbundig aan toe ging. Alleen kleindochter zat braaf en langdurig te genieten van kleine piezeltjes schepijs op haar lepeltje. Dribbel trok volledig zijn eigen plan, waar iedereen zich ongevraagd ook mee bemoeiden. Meerdere vaders op je bord is teveel van het goede. Met aangeboren eigenzinnigheid ging hij stoïcijns en vastbesloten zijn eigen weg.

De kleine beesten waren veel rustiger, maar toen alles een schep brokken had gekregen, keerde de rust weer in de hele dierenstal. We liepen langzaam op huis aan en daar liet ik ze gaan. Tas van de kleine filosoof, die nog achter in de auto lag, nam dochter weer mee.

Zaterdagavond zag ik ‘Matthijs Gaat Door’ en besefte ten volle dat de komkommertijd op tv eindelijk echt achter de rug was. Zinvolle gesprekken, inhoudelijk en boeiend, een waterval aan goede muziek, mooie ideeën, het kwam binnen als een warm bad. Het samenspel aan het eind van allerlei muzikanten, die daarna mee zouden lopen in de Unmute-demonstratie was hartverwarmend en leidde tot een aangedaan gemoed. Tranen van vreugde, omdat het er was, omdat het straks weer gewoon zou zijn als men eindelijk eens zou gaan luisteren naar de meute en kunst en cultuur gelijk zou worden gesteld aan de sport. Gelijke monniken, gelijke kappen, weet je als leider van je groep. Zo moeilijk kan een optelsom niet zijn. Bij elk herstel is voeding nodig en dat krijgen we binnen via de geestrijke impuls van de schone kunsten in de breedste zin van het woord.

Het boek van Sjoerd Kuyper is precies wat de titel weergeeft. Bizar. En daarmee is veel gezegd. De vorm, de denkwereld van een pubermeisje, is geniaal. Zoals de schrijver zich heeft kunnen verdiepen in die schijnbaar volstrekt onnavolgbare en toch zo volgbare gedachtengang van haar beeldend vermogen, terwijl er allerlei maatschappelijke en filosofische dilemma’s aan bod komen, wekt grote bewondering. Om in te verdwijnen, dit verhaal. Lezen dus en gelouterd weerom komen.

Uncategorized

Om nog lang op te teren

‘s Morgens in een sneltreinvaart alle spullen verzameld om de transformatie te maken van mij in Rose. Na het gebruikelijke ochtendritueel en nog wat vochtige onderbeen lieten de geruite kniekousen van de paardengruiter zich maar moeilijk ophijsen en ook de wandelschoenen bleken weerbarstig te zijn. Uit de wollen rok werd het elastiek geknipt, dat zat een stuk aangenamer.

De brede riem, waar de tuinattributen aan werden geknoopt, zoals snoeischaar, schepje, tasje voor het mobiel, pincet en loep, bleek een fantastisch accent. Hoed op, gouden bril op de neus en vlindernet in de aanslag. Als Rose op pad met grinnikende buren in mijn kielzog, omdat ze de hond gingen uitlaten.

Foto Mieke Duhen

De entourage paste als een handschoen bij drie Engelse Garden Lady’s. Vorstelijk ook, de tuin in bloei, tere anemonen, Engelse theerozen in zacht oranje, de armeluis-orchidee volop in de bloemen, hemelsleutel, vlinderstruik, hosta en hortensia. Volop vogels en ander vliegend klein grut. Het moest toch gek lopen als daar de viervleugelige snuifmotkever zich niet tussen bevond. Onze gastvrouw was allerhartelijkst en liep samen met de man des huizes ons de hele dag na met kleine heerlijkheden uit de tuin, druif en framboos en ‘s middags een smakelijke quiche met een verse prei uit de moestuin. Paradijselijk verwend.

Lilly spelde onze badges op. We maakten een tafel met loeps, pincetten en petrischaaltjes en verhuisden onze theetafel naar de entree, zodat we goed zicht hadden op ons bezoek. Klokslag twaalf begon het te lopen. De eerste gasten, lieve vriendin van het eerste uur, werden nog wat onwennig ontvangen. Onze accenten moesten nog geslepen worden en voordat de Rose, Lilly of Margret bezit van ons hadden genomen, duurde het even, maar alras groeide en groeide de rol en schalde het ‘Hello dearrrrr, come binnen, wat niiiiiiiiice dat joelie er zijn, can you help us’. Steenkolen-Engels op topniveau, als Barry Stevens of Donald Jones themselves.

Muziekje van Rose.

Kinderen waren helemaal dankbare helpers. Na de hulpvraag gingen ze verwoed aan de slag met pincet, loep en petrischaal naar de ‘poop’ van het beestje om in de petrischaaltjes te verzamelen en kregen onze geheime wapens een voor een in handen, waar de andere dames niets van mochten weten. Volgens Rose waren ze gek op muziek, van haar kregen ze een kleine muziekdoos mee, volgens Lilly zaten ze onder de blaadjes en die wisselde het muziekje om voor een zakspiegeltje en volgens Margret hielden ze ontzettend van stinkende kunstmest, die ze overhandigde na het weggrissen va het spiegeltje. Als Lilly op een ouderwetse fluit blies, was het tea-time en mochten de dames even uitrusten met crackers en lauwe thee.

Zo ontwikkelde zich het verhaal steeds verder bij het verstrijken van de uren, werden er heel wat ‘poopjes’ verzameld, kwamen onze grote fans van ons laatste schooljaar langs. Lilly werd vertolkt door mijn lieve duo, en genoten we van iedereen, die voor ons kwam of voor de tuin en de zijdehoenen.

De viervleugelige snuifmotkever werd niet gevonden. Zelfs door zuslief niet, die toen maar een filmpje schoot voor het thuisfront. De enige spelbreker was de pols, die ik hoog hield door hem in het mouwgat van de spencer te schuiven. Aan het eind, moe maar voldaan, Rose, Margret en Lilly af en in het eigen kloffie, was er nog wat wijn met haring en toost met brie bij onze gastvrouw en gastheer. Met een ‘Volgend jaar weer’, namen we afscheid toen de vermoeidheid binnensloop en er niets prettiger leek dan languit op de bank. Met een feestelijk gevoel ging het huiswaarts. Iets om nog lang op te teren.

Uncategorized

Missie geslaagd

De andere Royal-dames hadden flaphoeden. Als ik een goeie tegen zou komen, dan nam ik haar alsnog mee. Dus bestond mijn te-doen-lijst uit: Hoed-tuingereedschap-touw-pincetten(nog steeds)-rozensjaal of zoiets dergelijks. Dat was het wel zo’n beetje. De meeste tuinattributen haalde ik bij de groene winkel. Een schep, een vlindernet, want hoe vang je anders een viervleugelige snuifmotkever, een mini-snoeischaar en touw. Alles om aan de riem te laten bungelen samen met mijn loep.

Bij de eerste kringloop stond een dame als een ottertje te zweten in een wollen jurk. Ze had een foto doorgestuurd naar haar dochter, die als Salomonsoordeel ‘Zo zo’ terug had geappt. De twijfel sloeg nog heviger toe. ‘Probeer er een mooie gekleurde sjaal bij’, opperde ik, toen ik haar twijfel bespeurde. Daar hield ze niet van. Ze was niet van de sjaals. ‘Dan zou ik een riem proberen’. En werkelijk, toen ze die strak trok, kwam er een prachtig figuur uit. We keken elkaar aan en grijnsden. Verbondenheid in een notendop. En door.

Bij de tweede kringloop vond ik een soort Range-hoed. Als de drukkers los waren gemaakt, flapte hij. Meenemen voor één euro in geval van nood. Bij de derde kringloop vond ik een roos voor tien cent en bij mijn eigen kringloop zat het vertrouwde gezicht van mijn ex-collega op haar kantoortje temidden van de winkel. Haar gezicht lichtte op. Ik was haar al veel eerder ooit op de afdeling oncologie tegengekomen, in mijn rol als gastvrouw. Dat schiep een band. Daar kon ze haar verhaal aan me kwijt, maar ook de grapjes en grollen, waar in het bezwaarde gemoed altijd ruimte voor was en juist ook behoefte. Nu zat ze, volledig genezen verklaard, weer op haar post en dat schiep een grote voldoening. De keerzijde voor al die keren, dat het niet goed was afgelopen met de anderen daar op de afdeling.

Ze wist al van mijn zoektocht naar Rose-attributen en toen ik een prachtige nieuwe hoed had gevonden, die helemaal paste binnen het plaatje met een rozensjaal erbij was haar euforie zo oprecht als de mijne. Een vrouw kwam op ons af en keek me onderzoekend aan. Bij ons allen begon het verleden te gloren. Opgetogen riep ze tegen ons; ‘Ik wist het, ik twijfelde toen je langs me liep, maar ik wist het, je bent het’ het was nog een oud-collega van ons, die vroeg hoe het mijn jongste ging. Mijn ex-collega memoreerde hem als de kleine jongen die tussen de bergen kleding lag te slapen, terwijl ik aan het werk was. ‘Zo’n schattig ventje’, beaamde de ander, ‘Ik zou hem nu niet meer herkennen als ik in hem tegen zou komen’. Of ik geen foto had. Ergens op de familiesite kon ik er een van het complete gezin opduikelen. Ze bekeek hem nauwkeurig. Toen ze haar litanie wilde beginnen van ‘vroeger was alles beter’, boog het gesprek zich als vanzelf om door de Burberry regenhoed, die ik in een oogopslag zag hangen boven het hoofd van de collega. Ze was nog niet geprijsd en gelukkig te klein. Zo ontstond er geen dilemma. De baas van de winkel kwam erbij. Hij rekende mijn hoed en twee sjaals af en vroeg of er geen interesse was in een baan. ‘Ik heb hier 22 jaar gewerkt’, lachte ik. Dat had hij juist gehoord, waarbij ik de hemel was ingeprezen. Daardoor kon ik eindelijk mijn verhaal van mijn aangedane longen kwijt, maar vooral hoe belangrijk ventilatie was voor zijn personeel. De boodschap kwam door. Op naar het volgend adres.

Dat was de winkel van de medische producten tegenover het ziekenhuis, die hadden geen pincetten, maar gaf de tip het bij de apotheek in het ziekenhuis te proberen. Ze stopte me een mondkapje toe. Het was druk in de wachtkamer. Mensen mopperden of liepen weg. Tussen de bedrijven door vroeg ik of ze ook disposable pincetten hadden, wat werd beaamd. Opnieuw in de wachtmodus, die uiteindelijk werd beloond met 15 stuks. De koningin te rijk, stapte ik weer naar buiten. Wat een dag. Missie geslaagd.

Uncategorized

Dag ezels, dag ringslangen

‘Je wordt een boeddhist als je met kinderen omgaat. Je moet zoveel geduld hebben, dat de tijd lijkt te verdwijnen, die geeft de moed op’. dit zijn de woorden, die de schrijver in de gedachten van de hoofdpersoon schrijft, in mijn laatste recensie-exemplaar. Wie, hoe en wat zal ik op een later tijdstip onthullen, maar allemachtig. Wat een boek. Het rijgt vervreemding, bewondering, ongebreidelde fantasie en filosofie in een adem aaneen. Een lang snoer van genieten. Tijd die de moed op geeft. Het is me op het hart geschreven.

Op weg naar de school van de kleine filosoof ging ik nog even naar de Emmaus om te zien of daar een Rose-hoedje te vinden was. Op de gevel las ik de prachtige uitspraak van Mandela. Opnieuw groeide diep ontzag voor de bedenker van deze waarheid. Overcoming poverty is not a gesture of charity. It is nog an act of Justice. It is the protection of a fundamental human right. The right to dignity and a decent life”. De spijker op zijn kop. Waardigheid en een fatsoenlijk leven. Erachter komt officieel nog ‘While poverty persists, there is no true freedom’ maar dat vond ik niet terug op de muur. Het is precies de essentie.

Ik schoof vanuit de schaduwzijde van de straat langzaam maar zeker op naar de ingang van het grote hek, waarachter vaders en moeders, oma’s en misschien wel een enkele oppas tussen stond. Veel fiets en bakfiets, kinderwagens, mijn kleine blauwe ver weg en een glanzende grote Mercedes ,die als een schip geruisloos achteruit stak een parkeerhaven in, in de verboden-in-te-rijden-straat , op twee passen van de ingang af. Na de eerste groep zag ik mijn kleine grote man in het groen, die stralend en met open armen op me af stormde om te knuffelen. Dan kan de dag al niet meer stuk met zo’n geluksmomenten.

Een beloofd ijsje moesten we gaan innen. Schepijs van Zomer had hij in zijn hoofd, maar oma’s zijn altijd een tikje eigenzinnig en na een stief half uur en een ‘oma zijn we nu bijna bij het ijsje’, stopte de blauwe op de laatste parkeerplek die nog vrij was. Rhijnauwen op een zonnige dag met een vrolijk en verwachtingsvol jongetje naast me speurend naar de ringslangen die oma wist in de kromme Rijn. Op de brug samen turend in het water gleed het beloofde ijsje, met de stroming mee, even uit zijn gedachten.

Verder wandelend bekeken we het ijsjesbord bij de winkel van de jeugdherberg. Geen schepijs maar wel Cornetto en zelfs Magnums van boerenijs. Eerst even bij het pannenkoekenhuis de kaart naspeuren op schepijs en anders terug, over ons geheime paadje langs de twee ezels om dan een-ik zou ook wel de magnum willen hoor-te gaan halen. Magnum mocht hij nooit, maar van oma mag alles, dat kan met één kind en een middag samen vertoeven.

Daarna zaten we op een aanlegsteiger en observeerden tegelijkertijd een stelletje dat zich in het koude water had laten glijden. Bibbertjes koud klonken de gilletjes van het meisje. Er was nog een verrassing want even later zagen we de auto van zijn moeder in de opstopping bij de brug. Vlug over het geheime pad terug, naar de speeltuin achter het pannenkoekenhuis, dag ezel, dag ringslangen, snelle voeten en veel zin.

De hoge glijbaan was voor hem een peuleschil maar wat schetst mijn verbazing toen die kleine pork van een zus met haar dribbelbeentjes de trappen opklom en met een vaartje naar beneden roetsjte. Onverschrokken en niet bang, nog geen sikkepit.

De speeltuin een succes, de pannenkoeken een succes, de koele bries, het zonnetje, de stromende Kromme Rijn en het schouwspel van moeder waterhoen met haar jongen vervolmaakten het vredige tafereel. Twee puzzeltjes bij de grote pannenkoek en pas toen de vermoeidheid toesloeg, was het alleen moeten spelen in de speeltuin een te groot obstakel, want toch altijd spannend. Een gesprek van moeder tot zoon boodt een uitweg. Hoe vaak paste ik dezelfde wijze toe na een impasse met onwil en boos. Dan moesten we even samen babbelen ‘waarschuwende blik met frons’.

Oma’s ‘pannenkoek’ haha

Koffie en thee toe en een groeiende rij gegadigden in de wachtrij. Het was welletjes geweest. Omhelzen van dochterlief, kinderen al vooruit, en terug over het geheime pad naar mijn kleine blauwe. ‘Dag ezels, dag ringslangen’.

Uncategorized

Gratis en voor niks

De kousen van Rose zijn binnen, een mooie degelijke ruit, past perfect bij het grasgroen van de rest van de outfit. De dag nadert met rasse schreden. We hebben er zin in. Nu alleen de weergoden nog gunstig zien te stemmen met schietgebedjes en complimenten. Het enige wat niet soepel loopt in de voorbereiding is de pols. Halsstarrig blijft ze onwrikbaar vastzitten. morgen toch maar eens het feit onder de ogen van de huisarts brengen.

De fysio heeft er uitvoerig naar gekeken en beaamd wat ik ieder steeds vertel. Het is niet een normaal proces, wat hier doorlopen wordt. De medische wereld verschuilt zich achter de ongelovige Thomas en tijd. Je moet het de tijd gunnen. Zo’n helingsproces heeft tijd nodig, Geduld is een schone zaak, geef het de tijd. Maar ik ben het zat, de belemmering en nog steeds het getyp en gemiep met één hand. Alhoewel, gisteren tijdens de oefeningen, liep er een man met een onwillig lam been te zwoegen op een brug met gelijke leggers en twee fysio er omheen. ‘Ja, natuurlijk’, beaamde de mijne. ‘Je hebt altijd erger, maar daar gaat het niet om’. Simpel maar waar.

Gisteren weer een groot cadeau gekregen. Ik weet echter niet of ik het hier al delen kan. Wel dat de halve dag er mee gemoeid was. Later meer. O ja, bij de boekwinkel dacht ik dat ik mijn portemonnee op de tafel had laten liggen. Ineens bedacht ik me dat ik natuurlijk contactloos kon betalen. Nog nooit gedaan, wel lang geleden geïnstrueerd door zoonlief. De verkoper was volslagen digibeet, nou bijna dan, bekende hij. Die kon niet helpen. Met moed, beleid en trouw wist ik het tenslotte uit te vogelen. Weer de weg naar de toekomst verbreed. Zo werkt dat. Eenmaal moet de eerste keer zijn.

Tussen de onderwerpen door ontwaar ik in de boom voor het raam een vogelpaar. Niet hoe ze er uitzien, maar vooral hoe ze bewegen. Zijlings over de tak, zie ik duidelijk bij de rechter, terwijl ik verder alleen contouren zie, omdat ik tegen het licht in tuur. Ze blijven zich angstvallig schuilhouden

Er zijn dagen dat ik terugverlang naar de oneindige stilte van de eerste lockdown. De dagen trokken autoloos voorbij. In de vroege ochtend werd de dag in stilte omarmd. Dag en nacht geen verschil. Geluiden kwamen van de natuur, fladderende vleermuis, ruisende bomen, het gekras van de kauwtjes, een koeren van de duif met een echo er achteraan. Verder volmaakte rust. Als ik in deze tijd ‘s morgens nog lig te soezen, komt het verkeer om vijf uur op gang, zwelt aan en roept de wereld wakker met haar eeuwige achtergrondtonen. Altijd aanwezig.

Vanmorgen bij het gieteren van het balkon zag ik tot. Mijn grote verbazing, een bijna rijpe tomaat. Wat een verrassing, zo laat nog. Ik had haar niet meer verwacht. Geduld wordt, weliswaar niet rijkelijk, maar toch beloond.

Vandaag ga ik op jacht naar de pincetten en de hoed voor Rose, er moet ook bloed worden geprikt en de kleine filosoof kijkt halsreikend uit naar mijn komst. Uit school gaan we vast ergens een ijsje eten. Omdat het kan en het nog steeds aan het zomeren is. Een cadeau om te omarmen en in te lijsten. Gratis en voor niks.