Uncategorized

Wie wil het niet

De schimmel in de plant van zoonlief bleek achteraf toch Wolluis te zijn. Die had zich van de beste kant laten zien en zat inmiddels in alle oksels van de plant kleine jasjes te breien voor haar tientallen nakomers. Dan toch maar resoluut, inderdaad als de handwerknon uit de tweede klas lagere school, de harde douchestraal erop gezet en hun wollige holletjes weggespoten. Sorry lieve wolluizen, maar het is de dood of de gladiolen, want een zieltogende plant is zo deprimerend om naar te kijken. Het had wel effect. Morgen nog een keer. Vandaag is de grote broer van de benjamin jarig. Hij wordt al weer twee. Dat wordt na de fysio een verrassingstocht, want hij viert het eigenlijk pas zaterdag. Wat is het hard gegaan en wat een gunstige wendingen heeft hun leven in die twee jaar genomen. Iets om dankbaar voor te zijn.

Kinderboekenweek. De parels onder de literatuur, vind ik. Eigenlijk, en dat heb ik al eens vaker bepleit, zouden we allemaal kinderboeken moeten blijven lezen en het kind in onszelf daarmee naar boven te halen. Echt, we staan er niet zo ver vanaf, dat lijkt maar zo door alle regels en normen die we onszelf hebben opgelegd en de oren die we hebben laten hangen naar alle meningen van anderen, in plaats van naar die van onszelf. Wees lief voor jezelf en gun je, net als ik, de verwondering, de onbevangenheid, de frisse kijk op de schoonheid der dingen tot in de nietigste details. Kinderboeken dus.

De kleine blauwe en zijn tomtom stuurde me regelrecht naar het kinderdagverblijf van kleindochter. In mijn tas wist ik ‘Krekel’ van Erich Carle en De eend op de pot van Nannie Kuiper. Twee evergreens, geschikt voor peuters. De bel was nergens te vinden, dacht ik, maar een vriendelijke begeleidster deed open en wees me de groep. Acht kinderen zaten aan een hoge tafel klaar voor de thee en de cracker. Lang leve de suikervrije staat. Overal in het lokaal stonden en lagen boekjes. Inderdaad, kinderboekenweek. Kleindochter schrok op toen ze mij zag. Vanbinnen in dat kleine hoofd flitste duidelijk de plaatsing en de verwarring van twee werelden in een, die van de veilige thuishaven waar oma ook in hoort en die van het dagverblijf waar ik niet hoorde, maar papa of mama je kwamen halen. Sussende woorden. ‘Ik kom alleen maar voorlezen, lieverd’. Even wachten op de volle aandacht, daar moest eerst het thee-uurtje voorbij zijn. In de tussentijd vielen twee volle bekers om, siepelde de thee tussen twee tafels door op de grond, en ook de crackers tarten tot twee keer toe de zwaartekracht, maar daarna mocht ik beginnen.

Het heerlijke van de krekel is de eindeloze herhaling. De twee vleugeltjes, die steeds weer tegen elkaar wreven konden ze mee doen door in de handen te wrijven, even als het schouder ophalen op het eind. ‘Niets’. Ze konden er geen genoeg van krijgen. Twee keer hetzelfde verhaaltje en daarna nog een zelfgekozen boekje in de boekenhoek. Of ze nog eens een beroep op me mocht doen, vroeg de juf. Ja hoor, er gaat niets boven voorlezen en je kan het niet vaak genoeg doen.

Bij dochterlief was er, toen de kinderen thuis kwamen, spaghetti met hun geliefde groene saus. Spinazie en broccoli in de vermomming. Een beetje pardana erop, wat gedroogde tomaat en pijnboompitten en klaar. Nog een kleine discussie over uien en knoflook, de sofrito, maar die bleek in al hun maaltijden te zitten. De kleine filosoof accepteerde het schouderophalend. ‘O, weer wat geleerd’. Enthousiaste verhalen over de dag en knus gekabbel over van alles en nog wat begeleidde het lekkers.

Daarna weer op huis aan, waar zoonlief zijn weekdieet stond klaar te maken. Tijd om even nergens aan te denken met Masterchef Austalie als onschuldig vermaak. De opdracht voor #inktober van vandaag was ‘Stuck’. De ergste vorm van ‘Stuck’, vogels in een kooitje die niets liever willen, dan vrij zijn, twee treurspreeuwen, leken me de juiste verbeelding. ‘Free as a bird’. Wie wil het niet.

Uncategorized

Op goed geluk

De tuin mocht dan wel roepen, maar kennelijk had de dag andere acties in petto. Zo verschuiven een aantal bezigheden steeds verder naar later, straks, eens…De gedachte was goed. Eerst langs dochterlief om het fototoestel te halen en dan naar de tuin om plek te maken voor de grote regenton en eventueel om het gras te maaien.

Bij dochterlief zat haar Franse schoonfamilie. Voetbal op tv en aan de keukentafel lag een betamelijke inhoud van de grote spullenwinkel, wat niets kost, maar bij elkaar toch altijd weer meer is dan je had gedacht. Kleinzoon had nu twee oma’s aan zijn tafel en knutselde ondertussen ijverig door. Tussen neus en lippen meldde hij dat hij het wist van Sinterklaas, waarbij hij een broeierige blik toewierp. Het was onder andere de reden dat hij een bedje voor in het poppenhuis van Dribbel aan het knutselen was, om dat straks namens Sinterklaas aan broer te kunnen geven. Het bed was nagenoeg klaar, hij schoof achteruit op zijn bank en van tafel en riep schalks:’ Maar ik blijf toch in hem geloven’. Wat wijsheid is natuurlijk, want uit die koker komen zijn vermeende cadeautjes.

Dekentjes breien, dacht ik. Dat kon dochter niet. Ze had ooit met haar tante een vruchteloze poging ondernomen. Ze stond op en rommelde wat in een la. Daar kwam een blauw broddellapje uit. Er was dubbel gebreid, er zaten gevallen steken tussen, het trok ook een beetje scheef. Een aantal toeren waren averecht en een aantal recht gebreid. Het leek nog het meest op mijn eigen broddelbroek voor pop uit de tweede klas van de lagere school. De handwerknon indachtig en mijn diepe teleurstelling in haar gebrek aan vertrouwen in mij, besloot ik dat lapje niet af te kraken, maar af te hechten. Daarna leerde ik dochterlief steken opzetten en breien. Onder het monotone ezelsbruggetje: ‘insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden’, vormde zich het draad tot steek.

Met de revalidatie na het infarct drie jaar geleden, breidde ik in de passieve uren een meterslange okergele troost-sjaal. Elke toer droeg bij aan mijn genezing, omdat je tijdens het breien zo intens alles kon blijven overpeinzen. Toen de das af was, kon ik letterlijk en figuurlijk weer vooruit.

Schoonmama ratelde tussen alles door in een voor mij moeilijk te volgen Frans. Ik liet haar ondertussen kennis maken met Chansons! en de prachtige beelden uit Parijs. Schoonheid die ze op haar duimpje kende. Het verhaal over la belle grandmere, haar moeder, die nog bij Josephine Baker had gedanst volgde in geuren en kleuren. Ooit had de kleine Madame grise in dat voorstadje van Parijs ooit eens voorgedaan, hoe hoog ze haar been nog op kon gooien als die volleerde CanCan-danseres van weleer, terwijl ze met een hand het dressoir vasthield. Daarna moest ze even uitpuffen. Haar stoel met zuurstoftank stond toen al in de kamer. Ze was zo kleurrijk als haar voorgeschiedenis.

Dochterlief had inmiddels de steken onder de knie, Dribbel was op de bank in slaap gevallen en de twee broers waren druk in de weer met hun schermpjes. Bonpa keek voetbal en schoonzoon was aan het werk. Met mijn toestel, een Nikon plus lens, rijker kon ik huiswaarts. In gedachten hief ik een driewerf mea culpa aan, aan het adres van de tuin.

‘Matthijs gaat door’ was vanmorgen een heerlijke openingstreffer. Energiek, boeiend en vol heerlijke muziek. Bij zoonlief rinkelden de alarmbellen, want hij dacht dat er luis in een van zijn grote planten zat. Het blijkt schuimcicade te zijn. Een lauwe doucheregen zal helpen, vermoed ik zo. De #inktoberopdracht van zondag was ‘pick’. Keuzes, keuzes, keuzes. Gooi het maar in mijn hoge zije, dan grabbel ik er wel eentje uit. Op goed geluk.

Uncategorized

De tuin roept

De hele kinderschare was aanwezig op een kleinzoon na. Dochterlief was de lunch aan het redderen, schoonzoon hield de kinderen in het oog, die als een kluwen op de grond lagen en met een stuiterballetje in de weer waren, kleindochters speelden in een hoekje met hun stapelbare bogen en dribbel walste over alles heen of maakte een glijbaantje van de kussens van de bank.

Een noedelsoep, verse broodjes en vega-beleg, thee, koffie en verse jus. Alles bij elkaar goed om 18 hongerige monden te voeden. Nou ja, de Benjamin van het groepje had daar alleen zijn moeder voor nodig. Wat een gezellige bende.

Zaterdagmiddagen zijn voor de voetballende zoons. De één speelde in IJsselstein en de ander in de Meern. Die afstand viel precies in de pauze tussen twee helften af te leggen. Even zoeken naar het juiste veld van de jongste van de tweeling, want die speelde dit jaar in een vriendenteam en niet automatisch op het hoofdveld. Uiteindelijk dus toch. Een mooie match met sportief spelende zoon, een paar keer een mooie assist met op de valreep een doelpunt, prachtig ingekopt.

Daarna stuurde de TomTom me regelrecht naar dat stadje, even verderop. Een kwartier lang tufte de kleine blauwe in het zalige zonlicht er lustig op los. Ik parkeerde hem langs de sloot en wandelde net op tijd het veld op. Ze stonden met 3-2 achter en het werd nog dramatischer. Ik zag de ergernis van zoon met de minuut groeien. Heel spijtig als het voetballend vermogen sterker is, maar er niet opgebokst kan worden tegen de snelle spitsen, die slechts een vergissing nodig hadden van de verdediging om hun kans waar te maken.

Op de wandeling terug langs de sloot stonden de prachtige sculpturale staketsels van de wilde peen gezusterlijk naast het bloeiende duizendblad. Nietige schoonheid temidden van al het blik.

Het toetje, de laatste aflevering van de vierdelige serie Chansons! Met Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps, leverde een, mij totaal onbekende, chansonnier op, die bedroevend mooie liedjes zong en derhalve helemaal in het thema ‘Melancolie’ paste. Het ging om Renaud, een vriend van Dave. Het was niet de enige verrassing van alle vier de series. Overal hadden de twee mannen pareltjes opgedoken en met name Rob was de grote connaisseur, die van alles en iedereen wel een bijzonderheid wist. In mijn ogen zijn de twee er volledig in geslaagd om het chanson weer groots en meeslepend terug voor het voetlicht te krijgen.

#Inktober van 6,7,8 oktober kende de volgende opdrachten: Fan, Watch en Pressure. Bij een ventilator moest ik aan spinnen-pret denken. Moeder spin die tegen haar kleintjes zegt: ‘Kom liefjes. We gaan zwieren en zwaaien. Even de kopzorgen eruit werken’, waarop ieder een wiek van de ventilator uitzoekt en aan spinnendraad meezeilt in de vaart der volkeren. Zie daar maar eens beeld bij te verzinnen. Natuurlijk speelde ook het lied ‘De speeltuin door mijn hoofd. ‘Af en toe gaan pa en moe met ons naar de speeltuin toe’. Als het over tijd en horloges gaat is The White Rabbit uit Alice in Wonderland de meest aangewezen persoon. Altijd te laat en haastig, altijd onderweg, zeulend met zijn enorme horloge. Bij Pressure kwam de prinses op de erwt bovendrijven. Als een erwt onder een grote hoeveelheid matrassen al pressie geeft en blauwe plekken oplevert, dan moet je wel echt adelijk zijn.

De hemel kleurt rozerood en belooft al het goede. De tuin roept.

Uncategorized

Daden stellen

Alsof de nacht als een rugzak om mijn schouders was gaan hangen, zo voelde het vanmorgen toen ik me naar de keuken sleepte. Toch wonderlijk want ik had wel veel geslapen met als laatste droombeleving het verslapen en alles kwijt zijn, schoenen die elkaar maar bleven ontlopen en het schoot maar niet op. Het was allang en breed tien uur. Het uur van mijn afspraak en de tijd vlogen aan mij voorbij. Daarna dan die zwaarte van de nacht en ogen die liever dicht dan open wilden zijn, ondanks de volle honderd procent slaap of misschien daardoor wel.

Maar klokslag vijf over zes, later dan gewoonlijk, wakker geworden. Drie maal een workshop cultureel erfgoed stond gepland. De gluten-en lactose en de suikervrije koekjes had ik de dag ervoor nog op de kop kunnen tikken. Ochtendtoilet en een memootje voor het geheugen met steekwoorden. Dorpen, wei en koeien, stadscentrum, spelletjes, telefoon en cassettedeck, dubbeldekkerkoekjes, boekje, slaapritueel en de koe in de wijk en met dat verhaal op naar de onderbouw met drie groepen van een basisschool. Een hoog improvisatiegehalte en in alle drie de groepen net een ander verhaal door de reactie van mijn lieve toehoorders, dat ook alles te maken had met de groepsleiders voor de groep. De aankleding van het lokaal was drie keer verschillend, zo ook de aard van het beestje.

Een jongetje die ook met het poppenwagentje wilde rijen, had te snel zijn angst, om voor de groep te schitteren, overwonnen en barstte daarna in een onbedaarlijk snikken uit. Teveel spanning. Ombuigen met luchtige grapjes en de juf haar schoot. Dat hielp hem om er overheen te komen. Een juf vol inlevingsvermogen, dat was te merken. Moe maar voldaan werd deze ochtend afgesloten, maar had ongemerkt toch meer gevraagd dan gedacht. Drie groepen achter elkaar is veel met praten, kleine voordrachtjes en benauwd zijn. Pas op de plaats, na de spullen teruggebracht te hebben naar de plaats van bestemming. Geen tuin, geen tekening, geen schrijven, want geen puf.

‘Waarom is het nu erger’ , vroeg de fysiotherapeut dinsdag. Geen idee, luchtvochtigheid, of juist niet, droge lucht, of een verkoudheid, het kan op elk moment verergeren en dan vreet het alle energie. Het is heerlijk stralend warm weer, maar in de ochtend dikke mist, misschien daardoor. ’s Nachts moet het raam vaak op een flinke kier. Als de verse zuurstof langs de wangen strijkt, lukt de slaap beter.

Vandaag begon de dag minder nevelig. Straks komt het gezin voor een brunch bij elkaar bij dochterlief. Dat is de eerste keer dat we er bijna allemaal zullen zijn. Vanaf nu is de eerste zondag van de maand daarvoor gereserveerd en gewoon bij iemand thuis. Zo komen we bij iedereen langs, zien elkaar en slaan op die manier twee vliegen in een klap. Ook staan er twee voetbalwedstrijden op het spel, maar of die allemaal te volgen zijn, valt nog te bezien, want dat wordt een race tegen de klok. Morgen is voor de tuin gereserveerd. De plek waar de grote regenton moet komen te staan, moet onkruidvrij gemaakt, de vlier gesnoeid. Vorige week met die regen zijn er een aantal wilgen bij dochterlief geknot of geslecht. Het was een ware veldslag, maar de ingehuurde imker, die dit er bij deed, zwaaide met zijn kettingzaag alsof het een toverstafje was. ook de twee ‘hangmat’bomen moesten om. Achteraf toch een goed plan, want ze hebben nu veel meer ruimte.

Volgend jaar, als alles weer gewoon is, gaan we ons beter verdiepen in het betere tuinenwerk. Het kan nog ecologischer. Volgende week begin ik met Erasmus. Tijd voor daden stellen.

Uncategorized

Diepe genegenheid

Ineens schoof een plat mannetje langszij. Een krantenmannetje. De wind had hem tot actie gewekt en bol en levend gemaakt. Stappen verzetten kon hij door de luchtstroom die zijn voeten bewoog. Zijn krantenhoofd zwabberde op de dunne nek heen en weer. Hoe heette dat jongetje ook alweer waar deze Scandinavische kinderfilm over ging? Het verbaast me soms wat er in die bezige brei daarboven komt bovendrijven en ik verbeeld me gangen met ontelbaar veel deuren. Achter iedere deur zit een herinnering of een ervaring, een stukje verleden, een flard van het heden. Dat van de toekomst bergt hoop en verlangen.

Met de krantenman mee kwam mijn grote uitvinder van de groep in beeld. De kleine grote man reed op een driewieler. Aan het achtereind had hij een touw laten knopen en aan dat uiteinde ervan weer een bezem. Hij veegde het schoolplein schoon van zand en bladeren met zijn uitvinding. Het in- en -introtse snoetje straalde. Deze eigentijdse opa bakkebaard mocht een demonstratie geven voor de hele groep en kreeg een eervolle vermelding tijdens de reflectiekring en het predicaat ‘Uitvinder’ achter zijn naam.

Een mailtje meldde dat ik over twee weken weer een voorstelling mag begeleiden. Honderd kinderen schoon aan de haak. Het is ‘Werktuig’ met Silas en Joeso, die een verteltheater een ingenieus decor te berde brengen. Ergens midden in de luwte van corona in juni had ik ze al een keer of vier meegemaakt. Heerlijke mannen, die de aandacht met het grootste gemak geboeid houden. Nu kan het eindelijk weer allemaal van start gaan. Blij voor spelers en de kinderen, die die voeding zo broodnodig hebben. Hoe komt anders alles achter die deuren in hun hoofd gevuld?

Gisteren hadden zus en ik een afspraak om de altpartijen door te nemen voor het samen te stellen ensemble, waar we ons voor hebben opgegeven. We vogelden met behulp van de piano en de bladmuziek de juiste melodie eruit. Vanmorgen stuurde ze een geluidsfragment door van de eerste song. Twee klassiekers uit Engeland, drie Italiaanse stukken om mee te beginnen. Handig om het samen uit te kunnen zoeken, want we zijn beide alt.

Vanmorgen zag ik de wonderlijke coming-of-agefilm ’20th Century Women’ van regisseur Mike Mills in een ode aan zijn moeder. De alleenstaande gescheiden moeder en haar vijftienjarige zoon wonen in een groot huis eind jaren zeventig en er zijn ook nog twee kamerbewoners en een vriendinnetje van zoonlief. Het feminisme, de punkbeweging, de seksuele revolutie, het opvoeden en vaderloos opgroeien rolden allemaal in een voortdurende sigarettendamp voorbij.

Morgen zijn er drie workshops Cultureel Erfgoed, achter elkaar in de ochtend. Ik zal proberen om het wandelwagentje weer aan kleindochter te ontfutselen. Ze is er nogal groos mee en rijdt de hele dag haar poppenkind in het rond. De Dubbeldekkerkoeken uit het verleden zijn weliswaar een succes, maar er zijn veel kinderen met allergieën die dan niet mee kunnen delen in de feestvreugde. Dat wordt vandaag een speurtocht naar suikervrij en glutenvrij. Wie weet hoe een koe een haas vangt.

Vandaag is de wijze in het verre Hongarije jarig. Via social media heb ik laten weten het feest in gedachten mee te vieren, al zal het sober zijn. Een toost voor een lieve vriend in dat onbereikbare land. Hoe goed is een afstand te overbruggen als de boodschap wordt gebed in diepe genegenheid.

Uncategorized

In alle opzichten

Twee vrouwen zweven door het beeld. De innemende Margaretha Atwood en de krachtige Marina Abramovic. Schrijfster en installatie-kunstenaar ontmoeten elkaar in mijn hoofd en knikken veelbetekenend naar elkaar. Het heeft zo moeten zijn. Gisteren deden ze een boekje open over het verleden. De eerste in een zaal vol met jonge mensen bij College Tour met Twan Huys en de tweede in een uitzending van Close-Up getiteld ‘Homecoming’.

Margaret legt uit hoe zij tot het schrijven van haar verhalen is gekomen en hoe zeer daar het verleden mee te maken had, een wereld waar nu bijna geen voorstelling van te maken valt, waar vrouwen niet gewenst waren in bepaalde bibliotheken, waar mannen de dienst uitmaakten. De uitspraak ‘het enige recht van de vrouw is het aanrecht’ werd ook nog gebezigd in mijn jeugd. Niet verwonderlijk dat vrouwen in opstand kwamen. Marina laat eveneens een gruwelijke kant zien. Haar moeder verwaarloosde haar emotioneel. Nooit heeft ze een kus van haar ontvangen. Ze werd met harde hand opgevoed. En pas later, na haar moeders overlijden, bleek uit haar dagboeken, dat ze dat gedaan had om haar dochter te beschermen.

Haar kunstuitingen zijn vaak heftig, soms een tantaluskwelling maar ook fascinerend, begoochelend en indrukwekkend om te zien. Margaret is op haar beurt ook met die eigenschappen behept. Ze beschrijft in haar verhalen nietsontziend het hartverscheurende lot van veel jonge vrouwen, zoals in The Handmaid’s Tale, een futuristisch verhaal gebaseerd op een Christelijke fundamentalistische samenleving. Er komen heel wat rauwe kanten van de samenleving naar boven. Onderdrukking, verkrachting, het ontnemen van een eigen identiteit en nog veel meer. Ik heb de serie nog niet gezien, of het boek gelezen. Misschien ter bescherming voor al te gruwelijke voorstellingen.

In het werk van Marina komt eenzelfde gruwelijkheid naar voren. Bijvoorbeeld een installatie waarbij de kunstenaar vier dagen lang bloedige koeienpoten schoonboent, waar ze door omringd wordt en bovenop zit. De naakte lijven in een deuropening waar de bezoeker doorheen moet stappen om het andere vertrek te bereiken is een ander gegeven, dat heel wat los kan maken. De opsomming van wat een kunstenaar moet zijn, verbeeldt ze in een uniforme groepssamenstelling, die staccato de feiten in koor oplepelt.

Ze begon haar verhaal met haar eerste angstervaring als meisje van vier. Ze huppelde door het bos met haar oma. Al wat vooruit kwam ze een lang recht ding tegen dat ze wilde aanraken. De schreeuw van haar oma op dat moment bracht haar de eerste angstervaring. De slang gleed ondertussen haastig weg. Niet de slang maar de schreeuw wekte de angst bij het kind. In haar werk komen veel schreeuwende monden voor. Als de ultieme ontlading of om de angst te overwinnen? De setting voor deze docu is haar geboorteland Servie. Daar zoekt ze haar uiterste grenzen van lichaam en geest.

Beide zetten aan tot denken en vragen de lezer of kijker naar hun individuele gedachtengang, hun eigen ideeën en meningen, vragen om alert te zijn en te blijven.

Een van de manieren om daar mee bezig te zijn is contemplatie en bezinning. Dat bracht de opdracht van de vijfde dag me, bij #Inktober. ‘Spirit’. Hoe grijpbaar is de geest? Gisteren, na de fysio, ben ik fluks een schetsboekje gaan halen en een doosje aquarelverf. De eerste pennenstreken op papier sinds een paar maanden. Daar vloog mijn Spirit op papier. Snel en onveranderlijk, maar onmiskenbaar zwevend.

Misschien werd het gevoed door de woorden van mijn stagiar bij de fysio, die vertelde dat het zijn laatste week was. ‘O, dan had ik een bloemetje voor je mee moeten nemen’, riep ik uit. ‘Nee hoor’ , zei hij ‘Het feit dat je vorige week vijf kilometer hebt gelopen en de vier trappen in een keer, die progressie die je maakt, dat is voor mij een bloemetje’. Geef die man gauw een diploma. Geslaagd in alle opzichten.

Uncategorized

Ze krast goedkeurend

Vierkante oogjes. Eigen schuld. Moet je maar niet in het donker een film aanklikken op de Ipad, die zo boeiend is, dat het onmogelijk is haar weer uit te zetten. De betreffende film was: ‘Elizabeth is missing’, een televisiedrama van Aisling Walsh naar de roman van Emma Healey. Glenda Jackson speelt Maud, een vrouw met Alzheimer. Ze wordt steeds meer dement en de lijntjes Verleden en Heden raken intens verstrengeld. Krachtige rol van Glenda en een smartelijk maar ingenieus verhaal. De moeit van het kijken waard.

De zon is er alweer, warempel, en geeft de boom voor mijn raam een frivole noot. Gisteren met het wachten op het ketelmannetje, konden de balkondeuren open. Alles was van een leien dakje gegaan. Ketel gestoft, zolder gestofzuigd, trap afgenomen, laat de ketelbouwer maar komen. Het lijf riep om extra zuurstof, vandaar de balkondeuren. Pluis vond het ook een aangename verrassing en ging liggen soezen op de terrastafel, met zonnestralen die haar rug kietelden en wind die haar haartjes pluizig blies. Zij vond het elke dag dierendag, al had ik vanmorgen haar bakje voller gedaan dan gewoonlijk.

Om half drie werd er aangebeld. Geen idee wie er voor de deur stond, want ik had al op open gedrukt. Daar stapte de verrassing de galerij op. Het ketelmannetje bleek een ketelvrouwtje te zijn. Nog mooiere titel voor een verhaal. Iets in de trant van Piggelmee en vrouwtje Piggelmee uit de Keulse Pot. Wat een fijn idee. Geen klossende herenschoenen, maar ijle damesvoeten op de trap. Ze was gereserveerd vriendelijk, wilde niets drinken en klaarde de klus binnen een half uur. Ik hoefde niet mee naar boven. Dat scheelde lucht. De ketel is weer als nieuw en heeft twee nieuwe telefoonstickers op haar deur voor als er iets mis mocht zijn.

Bij de kringloop, nog steeds op jacht naar de boeken, kwam ik een vader van school tegen, die alle klussen van de wijk onbezoldigd voor zijn rekening neemt. Schoonmaken, heggen snoeien, vuil ruimen. Daarnaast voedt hij zijn zeven kinderen op. Hij deelde met mij zijn zorgen over het ouderlijk gezag, dat af en toe, met puberende dochters, ondermijnd dreigde te worden. ‘Ze mogen veel van mij, maar ze moeten wel luisteren naar goede raad’, ratelde hij in zijn koeterwaals en zijn trouwe ogen hingen wat moedeloos neer. ‘Het gaat goed komen hoor, ik moet alleen de balans zien te vinden’, besloot hij optimistisch. Grenzen aangeven, het moeilijkste wat er is. Zo mooi dat hij daarover nadacht en niet de Vaders-Wil-Is-Wet cultuur bezigde. De kinderen wentelen in liefde. Een betere basis is er niet.

De boekenrijen toonden veel bijna nieuwe boeken. Een keer lezen en weg ermee is kennelijk het idee. Ik speur mijn eigen boekenkasten langs in gedachten. Zonder is niet mogelijk. Dat heb ik al eens geprobeerd door ze naar zolder te verbannen. Boeken bepalen voor mij de leefbaarheid in de kamer. Per slot van rekening woon je er een tijdje in, ben je van de wereld af en in een geheel andere tijdzone. Ik zal er wel weer eens doorheen spitten om plaats te maken. Een van mijn trouwste lezers doet voor elk nieuw boek een oud exemplaar de deur uit. Valt er naar toe te groeien?

De #inktober opdracht van vandaag is ‘Raven’. Ik dacht onmiddellijk aan de voorstelling van Het Filiaal met hun ‘Fallen Dreams’ waarin het meisje Raaf ontmoet. Van het schetsboek was het gisteren niet gekomen. dat idee gaat vandaag in de herkansing. De Ipad is geduldig. Kauw, buiten in haar feestelijke boom, kijkt toe. Ze krast goedkeurend.

Uncategorized

Alles is denkbaar

Dromen dat een hele batterij kippen aan je voeten komen kakelen en bedelen om een graantje, er zijn erger zaken om mee wakker te worden. Het dromenboek waarschuwt voor roddel en achterklap. Een van die dingen, waarvan ik geleerd heb ze van me af te laten glijden.

Zoonlief brulde net van beneden:’Ik ben weg’. Waarop steevast en elke morgen: ‘Dat is goed. Fijne dag’. Met als antwoord ‘Jij ook’. gerinkel van de Indiase deurbelletjes en een klap volgt en de rust nederdaalt. Even later appte hij vanochtend. ‘Hij is er’. Lichte paniek van mijn kant. ‘Wie’. ‘Ik zag net het ketelmannetje lopen’. De titel voor een boek. Het ketelmannetje. Grandioos. De onrust was onterecht. Want de afspraak stond pas voor vanmiddag. Ik had nog geen woord op papier staan, laat staan fris gedoucht en keurig aangekleed. Bovendien moest er nog een poetslapje over de ketel worden gehaald en dienden stofrag en spinnenwebben weggezogen. Geen paniek. Eerst de spinnen redden en daarna aan het fatsoeneren slaan.

Gisteren was er eindelijk tijd om te inktoberen. Bij het nazoeken van de schetsboeken waren er geen echt lege meer. Dan van de nood een deugd maken, want op mijn Ipad met het programma Procreate was er oneindig veel plaats. Inking aanklikken en aan de slag. De eerste opdracht was: Crystal. Uit de zee verrees een kristallen dorp en een meisje met lange zwarte vlechten roeide ijverig het onbestemde in. De verhalen zijn er allemaal, achter alle deuren in mijn hoofd. De kleur werd aangebracht met ‘watercolor’. De tweede opdracht bleek ‘Suit’. Dat werd een soort Jubelientje met een veel te groot pak aan. Waar had zij zich al die tijd schuil gehouden. Hier werd de kleursetting opgebracht met een stevige kwast en heldere kleuren. De derde opdracht was ‘Vessel’. Die moest ik opzoeken. Ook een boot. Ik hou van zeil-en roeiboten, dat moge duidelijk zijn. Deze boot was leeg en kliefde door een woeste zee. Hier school een avontuur achter, zeker en vast. De woest kolkende lucht en golven waren aangebracht met ‘Oilpaint en een dry brush’. En dat alles op de bank, zonder verfvingers. De techniek staat voor niets.

Vandaag zal ik, als het ketelmannetje niet te laat komt, toch ook een vers en knisperend schetsboek kopen, of misschien wel een aquarellenboek met spiksplinternieuwe blokjes waterverf. Ook heerlijk.

Vanmorgen was het eerst tijd voor ‘Matthijs draait door’. Een ode aan Martine Bijl via het boek van haar man Berend Boudewijn. Een boek vol kattebelletjes en dagboekfragmenten, hoogtepunten en andere zaken met de alles zeggende titel: ‘Van dit en dat en van alles wat.’ ‘Ik probeer haar levend te houden’, zei hij en spelde zijn dertigjaar lange verliefdheid uit. Bij het maken van het boek zat, de nu twee jaar geleden overleden, Martine op zijn schouder. Zoveel liefde voor een mens kleurt harten warm. Heerlijk dat er zoveel ruimte is ingedeeld voor muziek en vooral voor het plezier dat elk genre levert. Andre van Duin zong als afsluiting van het interview met Berend een lied over Vincent van Gogh, dat Martine ooit had vertaald en zelf prachtig had vertolkt. Op z’n Andre’s, ontroerend mooi en met weemoed in de ogen.

De zon schijnt, wat in deze donkere nadagen een jubelvermelding waard is. Het bed is verschoond, ik sleep zo de stofzuiger naar boven om het ketelmannetje een schone werkplek te bezorgen, maar nu eerst zelf door de wasstraat. Ondertussen bezinning op de opdracht van vandaag. ‘The Knot ‘en dat is geen bolletje wol, maar iets wat je ermee kan maken. Een knoop. Van gordiaanse-, zeemans-, macramé-knopen tot knoop aan een mantel, alles is denkbaar.

Uncategorized

Een vat vol

Gedub voor de kledingkast. Wat is wijsheid. De wijde dunne zomerbroek is te koud, sneakers zijn ‘nicht im frage’. Buiten sloeg de herfst in alle somberte toe en riep warme kachels vol wintergloed op, kaarsen op tafel, inkapselen. Eureka. Natuurlijk, dat ik er niet eerder aan dacht. In de uitpuilende sokkenla wist ik de dikke zwarte winterpanty’s. Wollen zwart blauwe rokje, zwarte coltrui, korte zwarte jasje en de lichtblauwe das, zwarte kloffen eronder. Hallo herfst, we zijn er klaar voor.

Even bij schone zoon de gisteren vergeten tas ophalen, kon ik hem gelijk het boek van Murat Izik aanreiken, dat ik in de kringloop als nieuw voor bijna niks had aangeschaft, maar natuurlijk twee jaar geleden al gelezen. Met twee keer de Tijdgeest er voor terug, reed de kleine blauwe naar ‘the place to be’, als het om lekker hapjes ging. Kazen en olijven waren voor mijn rekening, had ik beloofd. Het kazenwinkeltje hing van eenvoud en ambachtelijkheid aan elkaar, met wel in alle eenvoud het meest uitgebreide assortiment. De kaasboer was jeugdig en studentikoos met toch al de rimpels van de kleine ondernemer onder het lichtgrijzende haar. Innemend gaf hij uitleg, een heerlijk plat brood met spinazie en geitenkaas voegde allure toe aan het bedachte concept.

Toch wat fladderigs in de buik, want hoe zou de ontvangst zijn na zoveel jaren afwezigheid bij eerdere reünies van onze volksdansgroep. In de kleine doodlopende dorpsstraat was het moeizaam zoeken naar een plek, maar een eindje verderop was er nog net een kleine voor de kleine blauwe. Het warmste welkom ooit viel me ten deel. Ik voelde me een beetje het verloren schaap in de blijdschap om het terugvinden, de verloren dochter, liefdevol omarmd en in vreugde opgenomen. ‘Niets veranderd, mooie bril’ liet men mij weten. Tijdens het monsteren viel op dat alle gezichten, stemmen, elke oogopslag, dezelfde waren gebleven. Enkel de omlijsting was veranderd in schakeringen van alle tinten grijs, benevens hier en daar wat diepere groeven en een buffertje op de heupen.

Het grootste compliment was: ‘Het is net of we vorige week nog de choreografie van het Nederlands hebben ingestudeerd’ en dat was inmiddels toch alweer ruim 25 jaar geleden. De wandeling was pittig maar ik werd behoed voor al te overmoedig marstempo. ‘We kuieren’, dirigeerde vriendlief, mijn vaste danspartner in voorbije jaren, qua lengte op elkaar afgestemd. Verheugd zag ik het mooie Heidestein terug, dat aan het eind van de doodlopende straat bleek te liggen. Het zag er anders uit zonder de prachtig bloeiende paarse heide van een maand geleden, maar was in dit gezelschap minstens zo betoverend. Vriendlief haalde herinneringen op, emotionele momenten, die gedeeltelijk waren weggezakt onder de, voor mij, moeilijke omstandigheden van die tijd. Zichtbaar aangedaan beaamde hij dat ik gelijk had gehad destijds. Je weet nooit wat het leven te bieden heeft in de betekenis van ieder huisje draagt zijn kruisje en daarbij konden de verkleinwoorden er wel vanaf. We hadden beiden aardig wat voor de kiezen gehad. Maar nu liepen we hier, in die prachtige natuur, ik met mijn gebruikelijke optimisme en hij met zijn zoeken naar de juiste weg. Het voelde vredig en goed.

Aan het eind van de wandeling mochten de kazen en het brood aantreden bij de borrel en wisselde ieder, al dan niet in een groepje de verschillende wederwaardigheden uit. We zaten nog buiten, corona indachtig, waarbij sommige als risicogroep extra voorzichtig waren. Af en toe een spatje maar dat werd weggeblazen. Flarden gebabbel tussen de druppels door. De andere helft kwam tegen vijven en gingen redderen om de meegebrachte maaltijden op te warmen. Er was ruimschoots genoeg, een tafel vol heerlijkheden, de hoorn des overvloeds. Met de hekkesluiter na zevenen en een grote waterval aan hernieuwde vriendschappen, koffie en taart toe, ieder teruggevonden in het bijbehorende karakter, stevende ik, te snel, terug naar de trouwe blauwe, met herinneringen en beelden om nog lang de revue te laten passeren, een vat vol.

Uncategorized

Dierbaar verleden

Het was een goede zet om eerst naar de kringloop te gaan, voor het bezoek aan zoonlief. Vanachter het draaihekje keken mooie zwarte lange jassen, vrolijke jurken en truien in herfsttinten me uitnodigend aan. Negeren en direct door naar de boeken, op jacht naar ‘De Markiezin’ van Charlotte…Uh…Hoe heette ze ook al weer…Mutsaers, na van A tot M de boekenrijen te hebben nagelopen. En daar stond ze. De Markiezin, nog in een chique oudblauw, in de serie: De beste debuutromans van de Volkskrant.

Mazzel. Het was de dag van de meevallers, want even later vond ik bij de nieuw binnengekomen boeken, Breitner in Amsterdam, in een kloeke uitvoering met schetsen, foto’s en schilderijen van de schilder en een uitvoerige beschrijving door J.F.Heijbroek en Erik Schmitz. voor de kleine woordbouwer was er een prachtige editie van De Sneeuwman van R. Briggs. Tijd om af te rekenen, altijd weer een feest, want zegge en schrijven 6,50 euro slechts.

Bij zoonlief en schone dochter waren de Benjamin en zijn grote broer, de kleine woordbouwer, al uit hun middagslaapje. De kleine lag tevreden rond te kijken met zijn grote kraalogen en broer bracht zijn uitgebreide woordenschat te berde. Vrachtwagens, kraanwagens, takelwagens, brandweer en ambulances kwamen allemaal langs. De Sneeuwman viel in de smaak. Stuurde net ook de gelijknamige animatiefilm door. Pluis ligt languit op schoot en noodgedwongen moet ik het toetsenbord vast houden. Iedere keer als ik haar verplaats, komt ze weer terug geslopen.

Halverwege het bezoek besloten we met de kleine woordbouwer een wandelingetje te maken. Veel te koud gekleed in mijn lange vest en trui, want het was een gure wind, die definitief alles wat zomerwarmte was, had verjaagd, toch warm gelopen. De kleine kreeg borstvoeding in alle rust en broer had beweging nodig. ‘Even een frisse neus halen’ hoorde ik mijn moeder zeggen, terwijl ze haar fiets uit de schuur pakte. Zoonlief en kruimel deden een wedstrijdje en oma mocht ook meedoen. Een paar stapjes dan, rennen, rennen, zijn kleine beentjes ‘onder zijn gat vandaan’. Nog zo’n uitdrukking van lang geleden.

Natuurlijk moest er een ijsje bij, op de nek van papa gehesen met een perfect vogelperspectief en hoog en droog, babbelde hij honderduit. In het winkelcentrum was het cafetaria. De twee jongens stonden er wat hulpeloos bij. De softijsmachine was kapot en ‘het schatkistje’ bleek diep gevroren. Ik meende aan de overkant bij de bakker te zien dat ze er ook ijs verkochten, maar dat bleek natuurlijk de reflectie van de cafetaria in de winkelruit. Ondertussen was het ijsje al een beetje ontdooid. Daar kwam mama de hoek omzetten met de kleine in de kinderwagen. Fruit halen in de druk bezochte supermarkt, terwijl ik een bosje bloemen voor op de lege tafel ging halen. Opgefrist, met een wagen volgeladen, kuierden we op huis aan.

Een briefje in mijn brievenbus, dat het pakket bezorgd was bij de buren. Snel, want ’t was gisteren pas besteld. Er stond geen nummer bij, maar de track wees uit, twee huizen verder op. Zoonlief, die net thuiskwam uit zijn werk, haalde het op. ‘Erasmus: dwarsdenker’ van Sandra Langereis in vol ornaat. Dikker dan dik, maar gelukkig ook ruim 81 bladzijden verantwoording en inhoudsopgave. Toch bleven er nog 701 bladzijden over. Twee maanden de tijd. Dat moet lukken.

Vandaag ga ik op jacht naar lekkers voor de reunie morgen van de volksdansgroep. Er komen 16 mensen, grote opkomst. Het is eeuwen geleden, dat ik ze zag. Had een aantal bijeenkomsten gemist. Herinneringen delen, jeugd herkennen tussen de rimpels door, wandelen, borrelen en eten van al het lekkers, dat eenieder meeneemt en weer net zo uitgelaten lachen als ooit. Gieren in de kleedkamer voor een optreden, koortsachtig kostuums bij elkaar zoeken, helpen met spelden en strikken, en altijd zenuwachtige vlinders in de buik, dierbaar verleden.

Uncategorized

Het afgesneden zijn

Wat is het toch fijn om met vrouwen te zijn, die allen een aantal interesses delen met als gemeenschappelijke deler hetzelfde boek, in dit geval de biografie van De Hemelse Mevrouw Frederike, dat door allen gelezen is. Twee mensen zoomden in, maar de anderen hadden een flinke wolkbreuk met bijbehorende pijpenstelen getrotseerd. Het oude huis van vriendinlief was er een van lange smalle gangen, een kamer en suite met de bijbehorende glas in lood deuren, niet te controleren want opengeschoven, maar ik dacht ze erbij. De kamer met kenmerkende hoge plafonds, een ouderwetse haard, een veelheid aan boekenwanden, uitgesproken knusheid. De kleine bijzettafels, al dan niet a l’improviste, werden gevuld met groene thee en meegebrachte of gastvrije lekkernijen. Herfstgeurende bolchrysanten in een grote vaas tussen twee ouderwetse rookstoelen en naast een vriendelijke rode bank. Overal lagen de meegebrachte boeken op de grond naast de lezer, evenals meer boeken uit het oeuvre van de te bespreken schrijfster.

De meningen waren verdeeld. Hoge verontwaardiging voor de vrouw die hond en kind verwaarloosde ondanks haar liefdevolle gedichten, over het alcoholgebruik, over de losbandigheid, over de noemer kunst, waar het haar kunst betrof. Haar uitingen van genegenheid in brieven en voorwerpen die ze maakte, de kunst van het kleine en fijne, haar gevoel in kaart gebracht, betekende in mijn ogen de heelheid van de kunstenaar, die niet anders kon en wilde dan het op die manier te doen. Haar taalkunst verweefde zich in woord en beeld, zo uitgesproken, zo kenmerkend zij, dat het als vanzelf bewondering opriep. Daarnaast was het een innemende persoonlijkheid, zoals te zien was in het interview mer Hans Gomperts in 1981. Charisma zorgt ervoor dat iemand boeit. De biografie had ervoor gezorgd dat ieder beter haar werk wilde leren kennen. Voldaan en rijk verlieten we na een uur of twee het gastvrije huis, hartelijk uitgeleide gedaan. Erasmus bevolkt de tweede uitdaging op mijn lijst.

Gisteren met de regen in de ochtend en het herfstige gevoel een poosje in bed te blijven, knus en warm, keek ik voor het eerst van mijn leven alle afleveringen van Maud en Babs, over een van lieverlee verwarde moeder, wiens leven door gele plakbriefjes bij elkaar werd gehouden. Uiteindelijk krijgt ze de diagnose ‘Alzheimer’, een grote witte vlek, die zich uitbreidt als olie op het water. De keuze van twee tegenover elkaar staande dochters, de zorgzame regelende en het lang-leve-het-leven-kind, altijd in voor de leuke dingen en moeder die vooral de voorkeur aan de laatste geeft, omdat de ander alles probeert in het goede gareel te houden, is af en toe schurend eerlijk. Het achterdocht en het veranderende karakter worden goed uitgespeeld door Loes Luca, af te lezen aan haar hele houding, lieflijk of zwaar ontstemd, maar ook het wezenloze verdwaasde als de witte vlek zich roert en haar meetrekt een eigen wereld in.

Herkenbaar allemaal met een papavers, die ooit op een welhaast identieke manier de grip op zijn leefwereld kwijtraakte en de pijn om het, om het hand zijn van iets dat, buiten je wil om, bezit van je neemt. Stukje bij beetje brokkelde zijn wereld af en ook de zeggenschap erover en het maakte hem kwaad en verbitterd, wat afgereageerd werd op de eerste de beste die in de buurt was, mijn moeder, en toen zij er niet meer was op alles en iedereen die in de buurt kwam, totdat lethargie en berusting het overnam en zorgde voor een hoopje leed op een stoel.

Geen keuze meer hebben, afhankelijk zijn, dankbaar moeten zijn voor iets wat niet gewenst wordt, het is het schrijnende tranendal van de ravage in de hersencellen. Het zou anders moeten kunnen, maar de vraag is, hoe dan. Herman van Hoogdalem heeft met zijn portretten van mensen die lijden aan dementie vooral de leegte getroffen. Zoals Vasalis het zo prachtig zeggen kon in een andere context in haar gedicht ‘Sotto Voce’ maar niet minder waar: ‘Het afgesneden zijn’.

Uncategorized

Een oogje toe

Het einde van een magisch wereldbeeld. Het besef dat je als kind hebt, dat iets waar je heilig van overtuigd ben, een andere werkelijkheid kent. Fascinerend om bij jezelf te rade te gaan, hoe en wanneer dat met. jou gebeurde. Ik kom de zin tegen bij het herlezen van de biografie van M. Vasalis van de hand van Maaike Meijer, een welhaast logisch vervolg op het vorige boek over Frederike Harmsen van Beek. Vasalis herinnerde zich de dood van haar slappe lappenpop bij het wassen van het popje in een sopje, waarbij met het wrijven een oog uitliep en vervaagde. Het bracht een schok te weeg en ook een schuldgevoel.

Zo bewust de magische wereld van een jong kind inruilen voor de realiteit zal niet vaak voorkomen. Ik ken wat flarden van een vroege jeugd, het verdwalen na het meelopen met een draaiorgel, waar de poppen in mijn beleving zo groot waren als de heiligenbeelden uit de kerk, de stoep ellenlang en de straat leger dan leeg. Ik weet de duikeling nog over de driewieler heen op het plein van de kleuterschool dat geleid werd door de nonnen in lang zwart habijt en de enige keer dat bewust mijn magisch wereldbeeld sterk werd verstoord, was met de ontdekking van de sinterklaascadeaus in de klerenkast van mijn ouders. De andere beelden uit mijn jeugd zijn flarden uit de jaren daarna en allengs uitvergroot in mijn beleving.

Hans en de draak

Het voordeel van het werken in de onderbouw van een basisschool was dat je de verwondering iedere dag zag ontstaan, wat de magische wereld van het kind voedde. De vele verhalen, de toneeltjes, het poppenspel waren bijna levensecht, de avonturen die we beleefden, de spanning die het opriep, de oplossingen die we samen met de kinderen bedachten het grote goed, waarin het nog lang en goed toeven was.

Het was het fantastische bestaan naast de orde van de dag. Maar even goed ook zo kwetsbaar als Vasalis had ervaren bij het wegwassen van haar lappen pop en daarmee betekende het spitsroeden lopen als begeleider om te zorgen, dat de verhalen geen waarheidsgehalte kregen. Wel de intentie maar niet het geloof, wel de emotie maar niet het schuldgevoel of de angst. Een van mijn eerste kampen, die we hadden georganiseerd, was een oerkamp. Daar werd duidelijk hoe snel iets te spannend kon worden, toen een van de imposante vaders als wildeman een aantal keer met een knuppel op de bast van een boom sloeg. Nog voel ik de angstige kleine handjes die zich in mijn broek klauwden van het jongetje, dat zich snel achter mij had geschaard. Hij bleef zich de hele verdere dag achter mij verschuilen.

Het is trouwens dezelfde magische wereld die menspop Greetje op kan roepen bij de kleinkinderen. Een pop die tot leven komt, iets meer betoverend bestaat niet.

Ineens borrelen de mierzoete beelden van ‘Marcelino Pan y Vino’ omhoog. Een klein jongetje groeit op in een kloostergemeenschap. Het Christusbeeld op zolder is levensecht voor hem en hij brengt het brood en drinken. Mijn vader draaide de film op de filmzondagen in een zijgebouw van het voormalige klooster. Wij mochten mee. Ik was nog jong. Deze film is me altijd bij gebleven, net als ‘Punktchen und Anton’. De beelden waren zo levensecht dat zus en ik ze naspeelden tussen de twee stapelbedden in ons slaapkamertje. Betovering is de vlag die de lading dekt. Voor de kleine Marcellino, maar ook voor ons.

De overtuiging zo groot maken dat de fantasiewereld tot leven komt. De sprookjestuin in het midden van de straat op een hoek, bevolkt met kabouters in alle soorten en maten. Als je op je knietjes ervoor lag en er naar tuurde kwamen ze tot leven. Evenals de opgezette dieren op de weg naar het park, een huiskamer vol. De spanning klopte in je keel, maar op je tenen net boven het kozijn uit, pakte die hele magische wereld je in en kneep de ibis een oogje toe.

Uncategorized

Voedsel voor de geest

Het boek ligt naast me dichtgeslagen. Het is gelukt. 632 bladzijden lang het leven van Frederike Harmsen van Beek induiken is geen sinecure. Alsof je van uit de tijd wordt gezogen en een volstrekt ander tijdperk wordt ingetrokken. Anders dan bij het werk van Annejet van Zijl in haar ‘Jagtlust’ neemt Maaike Meijer je mee de diepte in op zoek naar de kunstenaar F. Harmsen van Beek, waardoor ze al de etiketten die de Frederike zijn opgeplakt in de loop der jaren, overstijgt.

Het interview met Gomperts en de kunstenaar zelf uit 1981 geeft letterlijk en figuurlijk gestalte aan haar werk, dat ze voordraagt met een voorname beschaafdheid, die duidelijk maakt, waarom mensen onder de indruk zijn van haar verschijning. Kuiltjes in haar wangen en grote verwonderde blik in de ogen. Die verwondering, die ze zelf als ‘Neerbraak’ betitelt in een gelijknamig gedicht, is dezelfde die je ziet bij het vrij en ongeremd een beleving ontvangen, zoals kinderen doen. Iets wat klein geluk heet en wat zo dierbaar en verrijkend kan zijn. Een spiegelende dauwdruppel in een blad, het ragfijne draad van een spin, de trage gang van een slak.

Het vulde de afgelopen twee dagen en gaf nieuwe wegen aan, die ingeslagen konden worden, zoals het lied ‘Tout va tres bien, Madame la Marquise’ uit een ver verleden, waarin haar getrouwen de markiezin over de ernstigste rampen inlichten, die aan hen voorbij trekken, maar waarbij ze sussend gerustgesteld wordt. Verder gaat alles goed. Charlotte Mutsaers schreef haar roman ‘De Markiezin’, een conversatie via de telefoon tussen twee vrouwen. Dat gebeurde na de onherstelbare breuk met Frederike. Charlotte en Frederike hadden buiten een hechte vriendschap ook een innig telefonisch contact. De beschreven tweespraak droeg de kenmerken van Frederike ‘s taalgebruik. Dat leverde Charlotte door een aantal mensen de beschuldiging van plagiaat op.

Spelen met taal, klinkende woorden verzinnen voor wat het innerlijk beroerd, zinnen die dartelen over het papier of stromen als een koele bergbeek. Het is er allemaal evenals haar beeldend werk, dat niet is gemaakt om tentoongesteld te worden, maar toegespitst wordt op de persoon waar het met liefde voor gemaakt is. Pure kleinoden, kostbaar voor de ontvanger. Een van de redenen waarom het niet tot een museum is gekomen in haar petieterige huisje in de kleinste straat van Nederland in het Groningse dorp Garnwerd.

Een deel gaat over bewaren en verzamelen. Daar herken ik veel in. Iets wat voor een ander niet meer dan goed is voor de stort, maar gekoesterd wordt tot in het diepst van de ziel. Zo erft haar goede vriend Pannekoek de scherven van haar leven. Het keramiek en serviesgioed dat per ongeluk of express in duizend gruzelementen uiteen is gevallen. Vier kisten vol, die hij de biografe kon laten zien in zijn woonstee in Portugal in 2018. Hij was nog altijd van zins er een kunstwerk mee te maken. Neerbraak dus, schoonheid zien in de nietigste dingen, die doorgaans niet wordt opgemerkt en ook in de vergankelijkheid der dingen.

Tussen twee werelden in doe ik de boodschappen in een stortbui, die jubelend ontvangen wordt door de potplanten op het balkon. Pluis kijkt er met een lodderoog naar. Zoonlief heeft in deze twee dagen zijn foto’s uitgezocht die op vakantie gemaakt zijn. Prachtige foto’s van gletcher en bergpartijen, afdalingen, getrotseerde watervallen. Wat kan natuur toch verschillend zijn.

Met zuslief ga ik inderdaad in een ensemble zingen vanaf medio oktober. Dat is net beklonken en iets om naar uit te kijken. Ben benieuwd hoe dat bolletje wol zich af zal wikkelen. Zo valt er heel wat aan nieuwe ervaringen bij elkaar te sprokkelen, nu barrières geslecht zijn en het allemaal weer een beetje in het gerede komt. Het vrijwilligerswerk van Publieksbegeleider gaat eveneens door, er zijn al een flink aantal voorstellingen voor me gereserveerd. Voedsel voor de geest

Uncategorized

Ontwikkelen en bijstellen

Een streekmarkt in het oude dorpscentrum van twee van mijn zussen leek ons een aardige vervanging voor de Lek-Art Jong Talent, dat afgeblazen was vanwege de maatregelen op corona. Ze kregen het kennelijk niet georganiseerd. Een heel klein beetje kunst dan, in de vorm van drie ontworpen kussentjes voor jongste zus en verder een overmaat aan lekkers uit het dorp en de streek. Het was ongelooflijk druk en inderdaad, afstand viel er niet te houden. De willekeur van toepassingen, wat betreft corona-maatregelen, zorgen voor ondoorgrondelijke wegen van de logica. Op dat kleine plein een horde mensen als vissen in een kom en bij werk aan ’t spoel, zeeën van ruimte om mensen te ontvangen. Schiet mij maar Lek.

De verschillende soorten olijfolie waren heerlijk. Ik kocht olijf met citroen, een wonderschone combinatie en ik proefde het, wat op zich al bijzonder was. De zussen namen een ijsje, voor de foto hield ik die van zus vast, een lekkernij op broers gezondheid. Om de drukte te ontvluchtten reden we naar een wegrestaurant in de buurt. Het leek niet op de geijkte plaats. Het was die met het idyllische uitzicht over het weiland met de paarden. Het plekje langs de sloot en achter het restaurant een wandelweg naar het verzonken bos, dwars door de weilanden. We waren al een tijdje niet bij elkaar geweest, dus er was gesprekstof genoeg, een toost op broer, de borrelplank om het te vieren en taart voor twee van ons. De wandeling was er dit keer niet bij. Het was al te laat in de middag.

Een van de vriendinnen van zus kwam binnen met een groepje. Die hadden een fietstocht gemaakt naar het verdronken bos. Haar gezicht, vrolijk en opgetogen, kabbelde verder in de herinnering toen zij zich iets verderop aan een tafeltje hadden geïnstalleerd. Daardoor viel het beeld samen met het grijze verleden. Ik had met haar samengewerkt in de periode van mijn TweedeHansje, de startplek van het kringloopbedrijfje in het oude pand van de brandweer. Zus ging het navragen en het werd onmiddellijk beaamd.

Ik zwanger van de tweeling en zij van haar oudste. We schreven 1985. Zesentwintig jaar geleden alweer en het samenzijn helder als glas. Kleinschalig was dat kleine winkeltje nog. Als er een zak met kleding werd gebracht, was het uitpakken een feest. We waren zorgzaam en duurzaam bezig, maakten wat getornd was heel, en keerden de sleetse boorden van de overhemden, onze moeders opvoeding indachtig. Truien werden ontpild en rafelige randjes weggewerkt. Herstellen wat nog te gebruiken viel en daar ook je creativiteit op botvieren, was het credo. Het waren de gloriedagen van het TweedeHansje.

TweedeHansje

Dat mijmerde ik tussen de gesprekken door. We besloten op te breken en elkaar gauw weer te zien. Zuslief had een drukke week met allerlei zangontmoetingen op dagen dat haar man aan het werk was. Herkenbaar die afspraken her en der. Zingen was misschien ook een goed idee. In ieder geval een gezellige avond met zus, nieuwe mensen en een goede therapie voor aangedane longen. Maar was ik nog wel toonvast genoeg. Als de stem werd beinvloed door de puffers en hesig en schor was, bleef dat altijd maar de vraag. Misschien gewoon eens proberen.

Morgen is mijn eerste ‘biografiedag’ , de ontmoeting met deze groep mensen. Er valt nog een staartje te lezen in ‘De Hemelse mevrouw Frederike’ Van Maaike Meijer. Wat een boeiende materie. Het is niet alleen leerzaam, vol voetnoten en verwijzingen, maar het ontsluit een wereld, die ik sinds de MO-A Nederlands niet meer geopend had tot nu toe. Het is een boeiende wijze van kennis opdoen en ze was me totaal ontschoten. Het is meer dan lezen alleen. Het is ontwikkelen en bijstellen.

Uncategorized

Kan het mooier zijn dan mooi

Het plantenrijk aan de rand van de stad ligt er mooi bij. Niet het geijkte aanbod. Duurzame kleine ondernemers bevolken de enorme ruimte. Tussen het aanbod vinden workshops plaats, wordt er uitleg gegeven door bevlogen ecologen en zijn er activiteiten voor kinderen. De kleine filosoof schildert zijn huisnummer op een bordje. Dochterlief en ik volgen een van de workshops: Hoe leg ik een geveltuin aan. In deze stad wordt ieder huishouden dat hiertoe overgaat, toegejuicht. Tegels eruit, goede grond erin, Kamperfoelie en Winterheide op de zonnige kant, Bosrank voor de schaduwzijde. Ik laat ze achter voor een tweede workshop en rij vast naar de tuin. Voor op het complex is een groep vrijwilligers bezig met de bouw van het nieuwe gemeenschapshuis, compleet met stromend water, elektriciteit en toiletten, iets wat wij in de tuinen moeten ontberen. De ultieme verbetering. Ik schiet wat foto’s voor de besloten facebook-site, zodat iedereen kan meegenieten.

In een voorzichtig doorbrekend zonnetje wandel ik naar achteren. Het gras moet eraan geloven. De grasmaaier heeft er zin in en snort beter dan ooit. Tussendoor de gebruikelijke pauzes op de verspreid staande stoelen, zo her en der. Te snel is de grote accu leeg. Daar zijn schoonzoon en kleindochter. Terwijl ik met de kleine het atelier bewonder, maait hij het laatste stuk. Met de halfvolle tweede accu in de maaier gaan we op pad naar hun tuin en op standje zeven baant de maaier zich een weg door het hoge gras. Het werkt, beamen we alle drie. Wat heerlijk. Accu’s opladen en na het weekend de rest. Schoonzoon gaat met de kleine filosoof een hengeltje uitgooien. Dochterlief en ik trekken onkruid weg en planten sieruien achter de verbena en kievietsbloem-bolletjes ervoor. Groei en bloei om blij van te worden. Kleindochter speelde kiekeboe met een verdwaalde kniemat of lag languit op haar trampoline.

De kleine filosoof had in de ochtend een meesterlijk doelpunt gescoord en als beloning was een vegaburger bij de grote gele -M- in het vooruitzicht gesteld. Delen in de feestvreugde. In mijn werkkloffie, want de trui van de herfstochtend was veel te warm gebleken, evenals de kousen en de beenwarmers. Even niet op gelet Het verlamde de energie in de brandende zon.

Bij de ingang werd de beruchte QR-code gevraagd. Dat was waar ook. Anderhalve meter-afstanden los laten en met de QR-code naar binnen. We zaten vlak bij de ingang te smikkelen en observeerden de arme handhavers, die heel wat te verduren kregen. Groot misbaar, soms rollende spierballen, gekrakeel. De QR-code was of vergeten, of de telefoon lag thuis, of ze kwamen alleen maar afhalen. Op weg naar het pand waren ons de stoep’hangers’ al opgevallen, in grotere getale dan normaal, die met hun frietjes aan de picknick zaten temidden van het langsrijdende verkeer. Met warme knuffies afscheid nemen en op huis aan, verlangend naar koelte. Dag lieverds, tot snel.

Broer is vandaag tachtig geworden. Een grote mijlpaal, plus het feit dat er tien kinderen van het hele gezin, elf in totaal, hem kunnen feliciteren is al een prestatie op zich. Grote broer. De oudste en nog altijd vief en aan het werk. Met de zussen gaan we een taartje eten, omdat hij zelf op vakantie is in Drenthe en deze gedenkwaardige dag in alle rust wil vieren met zijn lief. Zuslief heeft kunst, natuur en taart gecombineerd als uitje. Lijkt me een juiste keuze om een jaardag te vieren. De zinnen verzetten, beetje wandelen en schoonheid genieten. Om met Maarten van Roozendaal te spreken: ‘Kan het mooier zijn dan mooi?’

Uncategorized

Het past naadloos in de beleving

Een klein juweeltje in de tuin. Tussen de ravage van de afgelopen ongemoeide weken, waarin de tuin ongestoord mocht aanwassen, hadden de prachtige grote alliums de metamorfose ondergaan van volle paarse bloem tot ragfijne stralen met tranende parels aan het uiteinde. Alsof de natuur de vorser toezong als eenJacques Brel in zijn chansons: ‘Ne me Quitte pas.’ ‘Moi je t’offrirai toi des perles de pluie’

In hoog tempo ging ik aan de slag. Leverkruid en brandnetels en de welig tierende gele kornoelje moesten het ontgelden. Met de gebracede linkerhand vasthouden, met de rechter trekken. Rücksichtslos, want er was dringend behoefte aan zuurstof en licht, lieten de dapperen onder het struweel me weten. Daar kwam een bescheiden hibiscus te voorschijn, de witte roos, de hemelsleutel wat uitbundiger, de vrouwenmantel aangedaan en uitgebloeid. De kruiwagen ontving de lading uitbundig. Wat een mens al niet vermag met een uurtje onkruid trekken. Toch zag je zo op het oog niet heel veel verschil. De flox stond fier boven al het onkruid uit te stralen, lang en levendig. Wie doet me wat. Te hooi en te gras in de bedden aan de zijkant nog wat meer uitgetrokken en verpieterde dahlia’s bevrijd. De kleine winterkoning kwam keuren, koppie scheef, twinkel in de kraalogen.

De inspanning was een weldaad. Moe maar voldaan krulden de letters zich in het tuinhandboek, dat bovenop de gedichtenbundel van Ineke Riem lag. ‘Hard gewerkt, puin ruimen, morgen gras maaien’. De oude kwam, nieuwsgierig door de activiteit in het maandenlange verstilde atelier, poolshoogte nemen. Argwanende vraag over twee mysterieus afgeknapte zonnebloemen op zijn getrokken grenslijn. Ik roemde de blauwe regen, die het goed deed. Binnenkort was het uitzicht slechts natuur.

Alles stond er nog, zoals ik het had achtergelaten. De gelukssteentjes van een lieve collega, een waddenbloempje gevat in een brokje oud groen gesteente, een mooi souvenir van dochterlief, de tekening van mij met een van mijn lievelingen uit een groep van lang geleden, de ezel met het vragende doek en haar kwasten. ‘Wanneer neem je ons weer eens ter hand’. Gauw, beloofd is beloofd.

Het dunne gedichtenbundel ‘Fantasii’ trok de aandacht. Of het zo moest zijn: ‘Ik leer hier de schoonheid van gescheurd, omgewaaid, afgebladderd. Maar hoog aan de hemel is de zon heel’. vertelt een strofe uit het gedicht ‘Weideboek’ en in ‘Stickers en fossielen’ vraagt ze zich af of er een zeebeving is geweest, omdat er van alles boven kwam drijven dat ze was vergeten. ‘Flarden van heel, heel vroeger,’ (..)’ De lichtgevende sterren op de jurk van mijn zusjes Barbie,/de bergkristallen van de geoloog uit de straat,/ gekleurde elastiekjes op een spijkerplankje,/de boot van bruin karton waarmee ik uit zou varen./ Het verleden dobbert in dit moment./(…). Om terug te duiken in je eigen vergeten herinneringen. Vooral die waarvan er geen Foto’s zijn gemaakt. Vaders gezicht achter de grijswitte rook, het vel op de hand van opa, waar mijn vel nu zoveel op lijkt, de grijze sliert langs het verhitte gezicht van oma, mijn moeder haar schoenen in de kast met de bobbel langszij alsof er een deel van haar was achtergebleven, de tuinboonschil met haar fluwelen binnenkant, een bad vol spinazie…dat boek wat nooit uit te lezen viel, Duikkie met zijn grijnzende glimlach en zijn morsige vingerloze handschoenen om de handvaten van een kist goudrenetten. Vergeten verleden in enkele woorden omhoog gehaald.

Het motje aan mijn voeten

Een juweel tussen de andere juwelen. Ik was haar ook vergeten. Op de omslag een pentekening van een typemachine met links er bovenop een kleine bescheiden mot. Op dit ogenblik ligt er vlak voor mijn voeten een kleine bescheiden mot, andere kleur, maar met een eigen verhaal. Het past naadloos in de beleving.

Uncategorized

Niet te versmaden

Er rolde een zin naar buiten. ‘Mijn moeder had op het laatst ook een gebroken pols’. Zoonlief tegenover mij reageerde. ‘Op het laatst’, twee opgetrokken wenkbrauwen en vorsende vraagtekens in zijn ogen. De reactie kwam snel en vergoelijkend. ‘Nee, niet ook, ook is verkeerd. Haal dat er maar uit’. Geruststellende blik en de onvermijdelijke vraag ‘Is het niet een vreemde gedachte om bijna zo oud te zijn, als je moeder ooit geworden is’.

Het komt vaak op, die gedachte. Vooral ‘ s avonds, of in de nachtelijke uren als volle maan haar prikkelende energie als een deken over de aarde vlijdt. Op deze leeftijd had ze nog maar anderhalf jaar te gaan. Ondanks haar fieve zelf, ondanks haar bruisende energie. ‘s Nachts, als de ademhaling versneld door denkbeelden die de angst met de haren erbij sleept, weer van koude rillingen omgezet wordt in staccato ‘adem in, adem uit’, en lichte paniek smoort in luchtiger oorden, staat ze voor me en knikt bemoedigend. Nog een lange weg te gaan. Dat vertelde ik zoonlief niet op dat moment. Zes van de broers zijn al ver over die leeftijd heen. Ik ben de volgende die de drempel nog moet zien te halen. Zoals altijd ebt het weg in nieuwe beelden, die langszij drijven. Mijn verwaarloosde tuin bijvoorbeeld. Vandaag, met Brace, alvast een voorzichtige inspectie.

Een vrouwenhand had onmiskenbaar rond gewaard in het huis van zoonlief. Heerlijk kleed, zachte tinten, prachtig rijkelijk groen, roze, gouden elementen, bijzettafels en foto’s in dit spiegelrijk. Het getuigde van een goede smaak en van de rust, die het uitstraalde. Mijn B.I.G. Een mooie bescheiden plek. Samen al keuvelend de diepte in, dat was lang geleden. Daar wandelde de dood, naast de politiek, autisme, opvoeden, begrenzen. Het realisme werd benoemd in literatuur en of dat erg was. Iets met de taal van de jeugd en minzaam begrip.Heerlijk kabbelend en babbelend vloog er een wijle voorbij gedrenkt in twee grote kommen thee en een heel klein stukje Monchou. Precies genoeg.

https://www.npostart.nl/matthijs-gaat-door/18-09-2021/BV_101406584

Eindelijk was er tijd voor de vorige ‘Matthijs gaat door’ aflevering van afgelopen zaterdag. de grote rode draad was de gast van die avond Huub van der Lubbe. Dat bracht zoete herinneringen boven. Ons grootste optreden ooit van de band met een dijk-tribute in een echte theaterzaal. Rood pluche en uitverkocht. Zwarte galajurkjes en lange paarse handschoenen met een paarse boa temidden van onze zes mannen en met een ingehuurd blaasensemble. Dansen op de vulkaan, dat was het, de hele avond. De beleving, dat bijzondere gevoel, nietig zijn en je groots voelen, hoe bijzonder.

Huub opende hier ook met dansen op de vulkaan, verderop met het prachtige lied ‘ De zevende hemel’, maar met een daverend slotstuk als laatste. De saga over het lied ‘Audrey‘, door Paul Desmond, de saxofonist van het Brubeck ensemble, geschreven, als hommage aan zijn stille liefde voor Hepburn. Dat werd door Huub verteld, terwijl het nummer gespeeld werd, hartverscheurend mooi, zoals ook de tragiek doorklonk in een eeuwig verlangen en een niet weten, of Audrey ooit het lied had gehoord. Ze bleek er elke nacht voor het slapen gaan naar te hebben geluisterd. Desmond heeft het nooit geweten.

Nog een van de hoogtepunten van het programma is ‘Hotel Prinsen’ waar, in een nostalgisch decor, Joost Prinsen een gedicht voorleest, die hij zelf opduikelt recht uit het hart. A. M.G. Schmidt dit keer. De dictie, de blikken, het is ongeëvenaard. Joost Prinsen als voedsel voor de geest.

Het recept om op te fleuren na een ondag: Boeken, muziek en dans, laten Ploumen, Epke Zonderland en Matthijs zelf weten. Een ding is zeker, als ontbijt voor een nieuwe dag is het ook niet te versmaden.

Uncategorized

Missie geslaagd

Eindelijk was dan de dag van de waarheid aangebroken. Maar eerst een klein kwartiertje wachten op het plein in het centrum van de stad, op een van de lange banken in de zon. Om mij heen veel lunchende mensen en volle terrassen. De springfonteintjes werkten uitnodigend op de vele kinderen er omheen.

Een van de moeders schuin achter mij waarschuwde haar dochtertje en bond vervolgens de kat op het spek. ‘Denk erom, je niet nat maken hoor en ook je schoenen en je sokken droog houden. Alleen met je handjes. Ga dan maar’. Dat liet de kleine zich geen tweede keer zeggen. Met een twinkelend verlangen liep ze langs me heen en het eerste wat ze deed, was het uittrappen van de waterstraal. Natte schoenen, natte sokken en moeders galmende stem: ‘………., wat zei mama nou’. Niet een keer maar een tiental keer herhaalde zich dat incident. Tot moeder opging in haar koffie en bagel op het terras en het kind haar kans schoon zag. Drijfje ontlokte mij een glimlach.

Daar was mijn schone dochter en mijn nieuwe kleinkind. Pas voor de tweede keer was er nog sprake van verlegenheid. De langzaam-wen-actie voor de kleine, die niet taalde naar de waterstralen. QR inscannen, tafel-QR inscannen en redelijk vlot werd er een lunch neergezet. Croissant met jam en een roze tulen rok zijn elkaars tegenpolen. Nog net ving ik de dikke klodder op. Heldendaad van oma. Bijkletsen, over alles wat toekomst dichterbij haalde, de behoefte aan samenzijn met eigen en nieuwe familie, het spannende moment van het delen van deze stad met haar mogelijkheden. Samen fietsen, mee naar de voetbal, winkelen of lunchen, een gemoedelijk plaatje werd het, terwijl ik een leeuw en een zon en een wegrennend kippetje tekende tussen de bomen en in het gras op een roze A4.

Na een kop thee en een saucijzenbroodje moest ik er al van door voor de afspraak in het ziekenhuis. Binnenkort de herhaling. Bij de radiotherapie was de foto zo gepiept, maar bij de poli chirurgie bleek dat de chirurg in het andere gebouw zitting hield. Twintig minuten had ik nog. Vleugeltjes aan de kleine blauwe prins getoverd en dat zorgde ervoor dat ik precies op tijd, lichtelijk buiten adem, en een stief kwartier verderop aan de balie stond.

De chirurg kwam monter binnen met een aankomend collega in zijn kielzog. De foto was goed, de breuk hersteld, iets achterover gezakt, alleen het ligament was uitgerekt en dwarsig, had meer tijd nodig om te herstellen. Voor de pijn, vooral in de nacht en bijvoorbeeld het werken in de tuin, werd een Brace voorgeschreven. Een beminnelijke jonge chirurg die de tijd neemt, is een verademing.

Bij de gipskamer stond een speelkast met mogelijkheden tot in de sterren. Wat fijn op deze drukke, wat sombere ruimte. Wat zou er in die koffers schuil gaan? Laagjes vol geheimzinnigheid. De mevrouw van de Brace was een heerlijke kletsmajoor, maakte grapjes en schoof behendig de juiste maat om de pols. Wat een genot om die steun te voelen.

Vandaag ging het haar in de bruine henna. Een uurtje om in te trekken, want eerst ervaren hoe het er uit zou komen te zien en of het niet veel te donker is. Je weet het maar nooit. Vol verwachting weer uitgespoeld en gewassen, geföhnd en uitgekamd. Minder rood, meer bruin, precies zo ik het gedacht had. Zo kan een mens weer opgelucht ademhalen. Missie geslaagd.

Uncategorized

Een om te onthouden

Als ik ‘De Almacht van de Boktor’ van Toon Tellegen willekeurig open, dringt het verhaal van Boktor en de spiegel zich op. De boktor stond voor de spiegel, bekeek zichzelf en dacht: ‘Een beetje slonzig ben je wel’. Hij wist niet goed of dat wel bij hem paste. Slonzig en alles kunnen, gaat dat eigenlijk wel samen? dacht hij. En slonzig en alles moeten? Hij dacht even na en besloot zichzelf te veranderen.

Boktor gaat dan aan het werk en ‘poetste zich urenlang op tot zijn schild glanst, zijn voelsprieten recht gestreken waren en hij zich hoogwaardig vond, helemaal niet slonzig en zeker niet morsig. Een toespraak waard. Voor het denkbeeldige publiek hield hij een toespraak, waarin hij wonderen beloofde, een nieuwe toekomst, een nieuw verleden voor iedereen en meer van die dingen. De menigte wierp hem bewonderende blikken toe en buiten zouden er duizend dieren staan die op de knieën zouden vallen en hem toe zouden roepen hoe begenadigd hij wel was.

Hij klom van de tafel en maakte thee. Maar hij zat niet makkelijk. De thee smaakte hem niet. Ten einde maakte hij zich weer slonzig en ging voor het raam zitten. Zo smaakte de thee weer heerlijk.

Blijf jezelf is de boodschap voor vandaag. Je bent wie je bent met je eigen eigenaardigheden. Iemand die zichzelf bleef ondanks de roem en de aanbidding door duizenden was Edith Piaf. In de eerste van de vierdelige serie ‘Chansons!’ sluit ze met dezelfde conclusie af als de Boktor. In de tekst van haar levenslied ‘Je ne regrette rien’ getuigt ze van een aanvaarden. Alles heb ik gedaan, zo ben ik nu eenmaal, van het een kwam het ander, zo is het leven. Vanmorgen heb ik het teruggekeken. Wat een heerlijk programma. Een keuvelende Matthijs van Nieuwkerk, volkomen zichzelf, naast de enthousiaste Rob Kemps, die zich als een vis in het water voelde, omdat hij om Frans te leren, een paar jaar in Parijs was gaan wonen, ooit. Er schieten fragmenten van verschillende chansons voorbij en samen met de heerlijke beelden dwaalden we mee door de straten en de pleinen, die zo vertrouwd waren, nee dansten we mee op de klanken van de melancholieke accordeon, de omfloerste stemmen, het zangerige poëtische Frans.

En ik kwam er nu pas achter dat ik naar het Songfestival had moeten kijken, want ze lieten het optreden zien van de adembenemende verschijning van Barbara Ravi, die zo ragfijn en klein haar nummer groot bracht, met eenzelfde reikwijdte als La Piaf. Wonderschoon.

Even daarvoor had ik bij ‘in het uur van de Wolf’ genoten van de documentaire over Barbara Hepworth , een van de belangrijkste Engelse beeldhouwsters uit de vorige eeuw. Ook zij was iemand, die ondanks alles wat op haar pad kwam, de wereldoorlogen, een drieling, twee scheidingen, de dood van haar zoon, zichzelf trouw bleef en aan haar werk geen consessies deed, wat uitzonderlijk was voor een vrouw in die dagen. Ze maakte prachtig werk en wilde dat het publiek haar sculpturen konden aanraken en door de holtes erin de verbinding met het uitzicht, haar visie, zouden zien. De moeite van het terugkijken waard.

Jezelf trouw blijven, wat een ander ook zegt of denkt. Een moeilijke, maar mooie les van de Boktor. Een om te onthouden.

Uncategorized

Afwezige bergschoenen

Iedereen die zweert bij een stenen tuin en niet meer dan dat, raad ik aan om een onderhoudsvriendelijke klimop tegen de schutting te laten klauteren. Niet meteen alles gaan snoeien, maar welig laten tieren. Zodra er bloemen komen, heb je een deken van bijen en vlinders in alle soorten en maten in je tuin. Uit ervaring weet ik ook nog dat wandelende takken zich de blaadjes goed laten smaken en als er bessen komen heb je een natuurlijk vogelparadijs gekweekt.

Gisteren bij de allerbenjaminste Benjamin een beschuit met muisjes genuttigd ter meerdere eer en glorie van de nieuwe telg. Wat zijn die muizen toch hard. Vroeger knarsten ze heerlijk tussen je sterke tanden, maar nu springt het glazuur er ter plekke af. Al wat oud is, gedijt niet, behalve de grijze hersencelletjes, die malen steeds dieper. In het boek van Sjoerd Kuyper zegt Sally Mo ergens: ‘Het duurt 18 jaar om volwassen te worden, misschien duurt het ook 18 jaar om weer dood te gaan’. Een mooie filosofie voor een meisje van 13. Op de toppen van wijsheid, denk ik er achteraan. Dat zou ook mooi zijn. Uitgedacht en klaar, omdat nog een bladzij schrijven teveel van het goede zou zijn.

De kleine ligt onder een sterrendeken zijn eigen wereldje bij elkaar te dromen. Zo nu en dan trekt er een gelukzalige glimlach voorbij, terwijl achter de geloken ogen zichtbaar een leuke herinnering tot leven geroepen wordt. Even in zo’n koppie kunnen kruipen en helder en klaar meekrijgen hoe de mens zich verhoudt tot het universum. Welke beleving wekt die glimlach op. Of is het slechts een behaaglijk en tevreden zijn en niet meer dan dat, zoals een poes zich genoeglijk op kan krullen en tevreden spint in de zonnewarmte.

De grote broer vermaakt zich met de bal en een autootje. Rollen en rijden naar papa, naar oma, heen en weer en heen en weer, dat eindeloze spel van de herhaling dat nooit vervelen gaat.

Vannacht, bijna volle maan, begon de dag om half vier. Dat wonderlijke gegeven dat de maan dichter bij de aarde staat en een nieuwe energie opwekt. Ik laat het over me heen spoelen met de stroom van gedachten mee, om vervolgens een duik te nemen in de biografie van ‘Hemelse Mevrouw Frederike’, die Maaike Meijer zo uitgebreid heeft neergezet. Voorlopig ben ik er wel even zoet mee. Nog 335 bladzijden te gaan. Een leven van breien met losse eindjes zo lijkt het wel. Hunkerend naar liefde dwaalt ze door het leven.

Thuis trek ik soep van ui, champignons en oude tomaten met als fond een tomatentapenade. Dat betekent altijd dat er een oppeppertje nodig is. In dit geval voor de pijn, die zeurend huis blijft houden in de pols. Oregano, basilicum, tijm, verse peterselie als hartversterker. Morgen zal er wellicht verlossing zijn en anders zekerheid.

Vanmorgen in alle vroegte kwamen er twee films binnen van zoonlief en lief, die samen aan het ‘wandelen’ zijn in de bergen. Klauteren en klimmen is het meer, over de rotsen, afdalen langs een touw, over een bruggetje zonder leuningen, waaronder een bergbeek kolkt. Zo ruig als het klinkt, zo zag het eruit. ‘We volgen de rode tekens‘, heet het, maar als hij het geografische inzicht van zijn moeder heeft geërfd dan zijn ze bij de vierde pijl al af. Het wakkert de zorg aan in mijn hoofd. Zijn ze voorzichtig genoeg. Niet malen. Normaliter weet je nooit wat iedereen altijd meemaakt. Maar als ik mijn ogen weer sluit, wandelen door het beeld een paar afwezige bergschoenen.