Uncategorized

‘Beter een goede buur dan een verre vriend’

Op de tuin is een stuk bestempeld tot broddellapje of kraamkamer, net hoe je het wilt noemen. Op dit ogenblik staan er vijf Meidoornloten in en een stek van een doornloze roos. Ze mogen er proberen te wortelen. Als het niet lukt is het spijtig, maar niet meer dan dat. Volgende keer beter.

De contouren van hoe het ooit was, komen langzaam terug. Voor het derde jaar op rij is de Oost-Indische kers verdwenen. Normaliter krijg je die heerlijke eetbare bloemetjes je tuin niet uit en hier gedijd ze niet. Toch eens wat naslagwerk verrichten.

De oude kwam ook. Met kattentongen en een berg energie. Er werden stukken tuin schoongemaakt en aangepakt. Grondig en zorgvuldig.’Werkoverleg’ hielden we in mijn tuin op een beschutte plek met water, brie en brood, wisselden wederwaardigheden uit. Het voelde als vanouds.

Ooit, decennia geleden, had de oude zijn eerste tuin op Westbroek. Later kwam ik er bij, met een tuin aan de overkant. Een paar jaar later verkwanselde de toenmalige eigenaar van het tuinencomplex de grond aan een broodwinner, die er prompt de huur exorbitant verhoogde en restricties ging stellen aan de gebouwde schuurtjes en huizen. Binnen de kortste keren had hij zo goed als iedereen van het complex verjaagd. Dat we aan de rand van de stad weer opnieuw mochten beginnen was een lot uit de loterij.

Stukje bij beetje verovert de oude zijn tuin terug op de woestenij die ontstaan was door jaren verwaarlozing. De verdovende deken van alcohol,die als een zure lap om hem heen hing de laatste jaren, is opgelost en er komt weer een meelevend mens te voorschijn. Het is heerlijk om samen wat te kunnen mijmeren.

Halverwege de jaren zestig zat mijn zus op een volksdansclub. Het duurde niet lang of ik ging mee. Daar leerde ik de oude, die toen jong en sterk was, kennen. Hij was degene die me in mijn puberale onzekerheid onvoorwaardelijk accepteerde zoals ik was. Groot en stevig. Dik in mijn beleving. Dat was de basis voor een lange vriendschap met uitbundige vriendenkringen, gedeelde vakanties met partners en mijn kinderen, logeerpartijen.

Alles wat ik geleerd heb over de natuur, de liefde voor vogels, voor plant en dier, komen uit zijn verhalen voort. Bij elke lange wandeling werd er veelvuldig stilgestaan en uitgebreid verteld. Hij wees me op de kiekendieven, de koekoek, de nachtegaal, de morgenster, het wilgenroosje, het zandblauwtje, de mistletoe, de heksenbezems, de beukenhagen langs de velden. Insecten kregen een naam en met zijn argusogen wees hij op de kleine salamanders die weg glipten, de schorpioenen, de meikevers. Ik leerde de wilde bij kennen en allerlei inheemse vlinders. Ik leerde vorsend te zien. We maakten jam van Vlierbloesem en munt, kruisbessen en al wat voorhanden was. We lazen het slootwater en ontdekten alles over de waterspin, het bootsmannetje, de geelgerande watertor, de waterjuffer en de bloedzuiger. Dagboeken vol met de verhalen over onze escapades bevolken mijn kast. Nu, een halve eeuw later, zie ik soms meer van alle schoonheid om ons heen, omdat het zicht beter is. Het is fijn dat hij weg terug heeft gevonden en we samen weer wat te delen hebben.

P1190217.JPG

Na gedane arbeid was er nog tijd om wat te schilderen, waarbij de oude verf onwillig een eigen weg trok en de Gamsol er niet was, maar ik een nieuw medium had, die anders uitpakte. Ze is het nog lang niet, maar toch pakte het, onder die omstandigheden, beter uit dan verwacht.  Tussen de bedrijven door stonden twee lege plastic kratten klaar om mee naar huis genomen te worden en het servies had een plek gekregen in de Bernagie, die langzaam maar zeker haar eigen invulling begint te krijgen en meer en meer past als een handschoen.

De oude snijdt wat bamboe uit en vult zijn tassen. Die zijn voor op zijn dak. Ik laad de kratten op zijn fiets. We speuren de houtwal af naar de ringslang, maar die laat zich niet zien. Moe maar voldaan sjokken we de weg af naar de auto. Daar kan ik mijn spullen inladen. Hij zwaait zijn been over de bamboe heen en fietst als vanouds zijn eigen weg, zonder zwabberen en gezwaai. Morgen is er een nieuwe dag op die meters kleine zaligheid. Met zijn twee tuinen en aangrenzend mijn tuin eindelijk weer een gedeelde plek. Hij kwam terug van een hele verre benevelde reis. Nooit werd een spreekwoord meer bewaarheid dan hier. ‘Beter een goede buur dan een verre vriend’.

 

 

 

Uncategorized

Op vleugels gedragen

Het trouwkerkje van Etten-Leur lag achter de tweelingtorens van de Sint Petruskerk vanuit ons gezichtsveld en bleek op de hoek te staan. De kleine blauwe Prins konden we kwijt op het parkeerterrein ertegenover. De wind joeg de wolken voort en haren en kleding stoven op onder haar bollende krachten. In de hal van het kerkje was een kapstok.

Dit was de tweede expositie van de etsen en lino’s van vriendin. Weer een prachtige omgeving, net als bij de vorige vernissage in Antwerpen. Hier hingen al haar vertrouwde lievelingen bij elkaar, omringd door de trotse kunstenaar zelf en haar familie. Samen hadden ze ook haar boek ‘Op vleugels’ vorm gegeven. Een overzicht van tien jaar lang etsen en linosnedes. Ik was samen met nog een kunstminnende en schrijvende vriendin. De begroeting was hartelijk. We hadden elkaar een tijdje niet gezien door allerlei omstandigheden. Nu was de hereniging feestelijker dan ooit. De tijd om te kletsen was er nagenoeg niet. Allerlei belangstellenden wilden op haar vleugels meewiegen. Onze boeken kregen een eigen opdracht mee.

002

De rit ernaar toe was een boeiend uitstapje geweest naar de banden met het verleden. Vlakbij de Duitse grens wonen en dan midden in het land verzeild raken. Opgroeien met een opvang voor dieren, de ruimte en de rust van het platteland en dan stranden in de drukte van de Randstad. Mee moeten in de vaart der volkeren, waar de wereld eerst nog zo rustig stil bleef staan. Natuur is onveranderlijk hetzelfde. De zekerheid van het bestaan inwisselen voor de hectiek van het ongewisse leek me een haast onoverkomelijke stap. Dan moest een mens toch over heel veel veerkracht beschikken. We hadden het over de kauwen, waar we beiden gek op waren. De kolonie hier in de bomen, de tamme kauw van haar vroeger, de verleiding om een jong weer tam te maken en de realiteitszin in de wetenschap van het leed van het ouderpaar van zo’n kleine.

Na het bezoek aan de vernissage reden we sightseeing Etten-Leur om aan de andere kant van het haventje te komen, terwijl we er eigenlijk vlak bij waren. Daar doken we midden in het Brabantse volksfestijn van de havenfeesten, compleet met Shantykoren, schommelende dames in oud Hollandse klederdracht in de grote hal van het Turfschip, annex café en de trekker-optocht aan de overkant. Buiten zitten was met het onstuimige weer geen optie. We doken in een hoekje bij het raam, door een oude piano afgezonderd van het feestgedruis. Voor ons zat een oude tekenlerares, een klein vogeltje met een verzaligde glimlach op haar gezicht toen manlief aan kwam schuiven. Ze tekende portretten na van foto’s met een klein afgeknoedeld HB-potlood, maar met trefzekere gelijkenis. Haar man zat naast zijn eigen dundruk.

Er kwamen mensen binnen. Een moeder trok haar grote zoon, met zijn afwezige blik, met zich mee naar het tafeltje. Toen het Ierse Dublinerslied ‘Wild Rover’ ten gehore werd gebracht, trok de lethargische wolk op en brak de zon door. Luidkeels zong en klapte hij mee in een ontroerende ontwapenende ontlading.

Op de terugweg doken we de verdieping in en deelden het lief en het leed van de kwetsbaarheid in een mensenleven en de afkeer van stigma’s en begrenzingen, hiërarchie, macht en toe-eigening. Vrij mag de mens zijn, als vogels in de blauwe lucht, als de klokkende trouwe kauwenkolonie’s, wars van beknotting, op vleugels gedragen.

Uncategorized

Laat Pinksteren maar komen

De tuin lag er nog net zo bij als ik haar gisteren had achtergelaten. Schijnbaar rommelig door het uitgetrokken onkruid op de grond. Ik zat op de stoel voor de Bernagie en keek eens goed rond. Wat ooit een wilgentenen gevlochten hekwerk was geweest bleek met een halve meter de tuin in te zijn gekomen. Bezweken onder braam en roos.  Eerst met de riek de chaos beteugelen en daarna, het hekwerk aanpakken.

010

Als nieuwe composthoop had ik de ruimte achter de Guirlande d’Amour gekozen. Het was een perfecte plek, zolang je er niet te dicht bij kwam. Een contradictio in terminis is de naam van deze schoonheid, omdat de kleine witte rozenwaterval met haar venijnige petieterige doornen elke geliefde op afstand zou weten te houden. De benadering met de riek was de enige juiste.

Code oranje hing als een zwaard van Damocles boven de dag, maar vooralsnog was er een heerlijke blauwe lucht met waaiwolken. Voor de maaier uit kroop een kleine bruine pad. Na het boek ‘Kikker en pad’ van Arnold Lobel, één van mijn kinderbijbels, had ik pad omarmd. Kikker was nuchter en wist het altijd beter, maar pad had een slome donkerbruine stem en peinsde zijn kleine leven bij elkaar. Stelde de juiste vragen op het juiste moment, zodat het licht anders op de aard der dingen viel. Zo ook bij deze kleine. hij sprong niet weg, maar klauterde. Geen wanhoop, maar bedaarde paniek, zoals het een Lobelpad betaamt.

Ik ontdekte dat de stoel naast de houtstapel een leuke plek was om hut en tuin in volle glorie te aanschouwen. Het zag er weer opgeruimd en vredig uit. Al was er nog werk tot in lengte der dagen, maar voor vandaag was het voldoende. Ik wilde schilderen. De twee overbodige stoelen konden verkassen naar het inpandige kleine schuurtje, samen met de grasmaaier. Zo was de ruimte heroverd in De Bernagie. Door wat te schuiven met stoel, tafeltje en schildersezel en kruk stond het in de juiste harmonie. Het belangrijkste om los te kunnen gaan op het doek. Ik besloot om de twee kleine kasten in de hoeken te laten staan tot helemaal helder werd hoe het gebruik ervan in de praktijk zou uitpakken. Het was er kleiner dan het huisje, dus vroeg het om ingenieuze oplossingen, die zich vanzelf zouden aandienen. Zeker en vast.

Op het doek verscheen de opdracht van deze week. Portret van de moeder van de juf in een snelle opzet. Oker en Sienna, vleugje wit, beetje groen. Vanuit mijn ooghoek zag ik dartelende koolmezen om me heen en voor het eerst een spreeuw, die in het pas gemaaide gras lekkere hapjes aan het vangen was. De laatste had ik in tijden niet gezien. De kwikstaart kwam ook nog even kijken. Met de grote ramen rondom stond hier mijn eigen fantastische wildhut, hoog en droog, voor het aanschouwen van dit prachtige kleine leven.

Het begon te waaien en de lucht betrok. Tijd om op te stappen. Het zou niet lang meer duren of de regen kwam. Ik pakte de spullen in, sloot de deur, schoot nog een foto door het raam en liep het pad af. Daar gleed vlak voor mijn voeten, naast de tuin van de oude,  met gezwinde snelheid een kleine ringslang, een jonkie nog, schatte ik, niet groter dan 50 cm. Te snel om vast te leggen, maar de volgende keer zou ik posten, want ik wist nu precies de plek.

Bij de bijenkasten waren twee imkers bezig met het inspecteren van de raten. De witte rook kringelde een geheimzinnige sfeer om de witte uitdossing heen en om de hoeden met de grote gazen kappen. De bijen zoemden er doorheen in grote bedrijvigheid.

021

Het miezerde wat en waaide grootser, de kringloop was een goed alternatief. Kasten te over, maar nergens de kleine smalle die ik zocht. Geduld was een schone zaak.Het leverde wel een fijne vondst op.  ‘Vincent van Gogh door Vincent’ , zijn leven in werken en de roman ‘Norwegian Wood’ van Haruki Murakami. Het noodweer bleek in een notendop te vangen. Laat Pinksteren maar komen.

 

 

Uncategorized

Weer even thuis

Ruim op tijd stopte de kleine blauwe voor de bibliotheek. Banner uit de achterbak en het monsteren van het gebouw. Twee verdiepingen. Beneden was alles dicht, dus automatisch dirigeerde ik de lift naar de eerste. Toen ik de deur uitkwam, stond daar tot mijn verbazing het jongetje op de banner me, in vol ornaat, toe te lachen…Of uit te lachen. ‘Nananananana, ik ben er lekker al’. Die van mij droeg ik veilig opgeborgen in de hoes in de hand. De schrijver was er, de juffrouw van de bieb en een van mijn collega’s, die weliswaar geen echte bevestiging had gekregen, maar er vanuit ging dat ze moest vandaag. Het misverstand bezorgde me een ouderwets gevoel van spijbelen. Mocht ik zomaar, terwijl ik rekende op een lange ochtend werken, ins Freie hinein, de kuierlatten nemen.

De snelweg liet ik voor wat het was en reed door de enorme donkere dichte boswegen via Doorn, Driebergen en Zeist naar een tuincentrum bij de Bilt.De fraai veranderende lucht zorgde voor een wisselend decor, dreigend, dan wel zonnig en stemmig filterend.

De planten hadden hun groen geschikt onder de verfrissende buien van de nacht ervoor en de bloemen hingen zwaar van het vocht wat naar beneden. Heerlijk om te drentelen tussen het aanbod, verbena in de kar, phloxen om de verdwenen exemplaren weer aan te vullen en de tuin straks uitbundig te laten vlammen en salvia’s. Als bonus mocht er een paar nieuwe tuinhandschoenen bij.

003.JPG

De kilometer langs de sloot was een weg te gaan met de loodzware tassen aan arm en schouder. De zon piepte door het wolkendek heen en het beloofde toch een mooie dag te worden. De tuin was opengebarsten in een weelderigheid van grassen en oogde stukken kleiner met de enorme haag aan de rechterkant van de Bernagie. Dat kon maar een ding betekenen, maaien en snoeien. Zonder het atelier open te gooien, eerst maar in de weer met de grasmaaier, die zuchtend onder het lange gras, steeds stilstond om te laten weten dat ze het er niet mee eens was. Daarna was de enorme bomenhaag aan de beurt. Rigoureus, ondanks heggenrank en roos, want anders kon ik haar nooit kortwieken, knipte ik de tuin een halve meter breder. De takken sleepte ik naar de tuin van de oude, die voor de haag gezorgd had. Ere wie ere toekomt.

Langzaam voortploeterend werden de contouren weer duidelijk van de moerbei en de rozenstruiken, piepte korenbloem te voorschijn, kwam het ronde bankje in het zicht en werden de bergen halmen en takken op het pas gemaaide gras groter en groter.Het creëerde ruimte voor nieuw, de verbena in het achterste bed, waar de helft uit was gegaan om de hut op haar plek te krijgen.

De majestueuze zee van guirlande d’amour liet ik net als de seagull, die hoog in de iep was geklommen, voor wat het was met hun stekeligheden. De handschoenen kwamen goed van pas. De rug kreunde, de schouderbladen steunden, maar de wilskracht om ruimte te scheppen was groter dan het leed.

Toch liet ik de helft op het gras liggen. Morgen weer een dag, dacht de pragmaticus in mij en trok om drie uur naar huis om later fit aan te kunnen schuiven bij mijn twee lieve vriendinnen, die op het terras van het restaurant het glas hadden geheven.  Net als de tuin hadden we alle drie wat onderhoud nodig met elkaar om de wederwaardigheden uit te kunnen wisselen. Vroeger waren die wederzijds, nu konden we ze vanuit drie compleet andere invalshoeken benaderen. Daardoor kreeg het een filter van de frisse blik van buitenaf voor wat meer licht en lucht. Met een tikje weemoed, maar met nog steeds hetzelfde hartverwarmende gevoel dat nooit zou slijten, al zagen we elkaar tijden niet. Met bloemen in de hand  en in het hart namen we afscheid, pareerden de onwillige scannende parkeerautomaat en toeterden parels over gouden ontmoetingen. Weer even thuis.

 

 

Uncategorized

Hemelsblauwe zeeën van tijd

Mijn helden van het eerste uur zitten in hun blauwe zadels en torenen hoog boven de nieuw verrezen stad. Lawrence of Arabia gordt zijn Chemozwaard aan en slaat verwoed de cellen neer, zijn tulbandhelm strijdbaar op het hoofd, grijs gestreepte doek beschermt zijn tere halshuid. Lapis Lazuultje hult zich in uitbundige blauwen, de nagels, oogschaduw, tulband op het hoofd, het vest in meer turkoois. ‘Blauw, blauw, hemelsblauw. Die kat is van de schooljuffrouw.’, zingt denkbeeldige Annie. De ringen aan haar vingers  zijn opvallend groot. Kobalt balt haar vuist. ‘Kom maar op. Ik lust jullie rauw’. De staalblauwe ogen weerspiegelen breekbaar en gelaten. ‘Mijn man wil niets drinken’, zegt zij, ‘Hij is een matig man’. Ze trekt de tulband van haar hoofd, gladde huid met stoppeltjes. ‘Het groeit’, dacht ik. ‘Het breekt’, zegt hij.  Plukken in de borstel. Hij zegt verder niets, hij denkt. ‘Mijn man is een matig man’, herhaalt ze nog een keer. Zijn bruine ogen kijken me aan. ‘Hoe kan ik zonder haar’, seint hij. Ik pluk aan het doek als die scheef terugvalt. Ze  stribbelt tegen en heeft schoonheid in de strijd geworpen. Ik heb leed gevangen.

Thee, foto Wikipedia

De bekers koffie en thee worden bakkies troost. Iemand geeft een bestelling door. Met melk en suiker. Bij het apparaat slaat de twijfel toe. Hij zei toch ‘thee’. In de wachtkamer liggen ze in een appelflauwte. Humor is onontbeerlijk. Thee dus. Zó drinken we dat in Nieuw Zeeland. Grote zoon van frêle moeder. ‘Ze wilde nooit naar de dokter’, sputtert Pa. ‘Kom ouwe, we mogen weer naar huis’ stapt kwiek de oude dame de kamer in en lacht de innerlijke tranen van de man weg. Ze steekt trots haar arm in die van de zoon. ‘In Nieuw Zeeland drinken ze dat’, zegt ze over haar schouder mijn richting op. Het gelach schalt door de gang. De schouders van haar man hangen laag.

Bouillon heeft magische krachten en thee wordt English blend, zonder de smaakjes, soms goudgele rooibos om de zon te laten schijnen. De chemo heeft een fonkelende oranje kleur. Schijn bedriegt. De meest agressieve in het mooiste jurkje. Het venijn vermomt zich hier.

De man met de verloren dochter. Als schim dwaalt ze door zijn hoofd en houdt hem ’s nachts wakker. Hij vertelt het verhaal iedere keer als ik hem zie. Er is altijd post voor hem. ‘Schrijf op wat je denkt’. Hij aarzelt. ‘Schrijven’? ‘Wat je schrijft ben je kwijt en je mag schrijven wat je voelt. Sans scrupules’. Het maakt lichter weet ik. Dan het dilemma. Wel of niet een operatie, risico is ‘voor altijd liggen’. De kringen onder zijn ogen pieken dieper en donkerder. Hij wikt en weegt al een week of twee.

Ik duik nog net op tijd de draaideur in en draai het rondje, frisse wind. De bedrijvigheid is in volle gang. De kleine blauwe staat alleen op haar plekje. Andere vrijwilligers verlaten evenzo hun post in gewone kleren. Ze zien er zo toegankelijk uit. Het gebouw hult zijn verhalen in vierkante dozen in de waterige zon.

In de avond staat literatuur op de plank. De bloemenzee bij het huis van een van de literaire boekenbabbels zijn een streling voor het oog, de kleuren uitbundig. Hier alle paars-violetten bij elkaar. De dag van kleur, denk ik als we het huis binnenstappen van vriendinlief met okergeel van Gogh op de muur. De avond is van Judith Visser, autisme en het zondagskind. We zien een interview met haar bij Pauw in uitzending gemist. Het boek wordt in herkenbare zinnen en ontroerende  flarden weer opgebouwd. Een van ons heeft het niet uitgelezen. Straks op vakantie, vier weken retraite op Kreta en hemelsblauwe zeeën van tijd.

 

 

Uncategorized

De buit was binnen

Het doden van de tijd tot de afspraak met de cardio vroeg om een afleiding, die zich onmiddellijk omzette in daadkracht. Boek uitlezen, bed verschonen, was draaien, badkamer poetsen. Er tussendoor steeds even stilte. Drie snelle schetsen maken van het model van die avond, zodat het al een beetje in de vingers zat. Ogen oefenen.

Beneden begon het helemaal te kriebelen. Eigenlijk was het mooi weer, maar naar de tuin kon nu niet. Het risico, om het in tijd niet te redden, was te groot. De afspraak met de cardioloog had op alle fronten voorrang. Ik keek naar de bergen tekenspullen op tafel, de boeken her en der, de onrust zoog zich vast en vroeg om adequate actie. Gelukkig stond de stofzuiger beneden.

Daarmee beginnen en dan zien waar het schip strandde. De bank was de uitvalsbasis waar ik letterlijk iedere keer op terug kon vallen. Alles ging in een sneltreinvaart met het verstand op nul. De bank uit elkaar gehaald.Nog nooit gedaan, maar de twee beugels aan weerskanten van de twee losse stukken waren lelijk en niet geschikt om getoond te worden. Oké. Dan moest het erachter brandhemeltje schoon. Gestaag verliep de schoonmaakactie. Ik was er al een tijdje niet geweest. Was dat mijn moeder, die riep, dat je dan zo’n eer had van je werk. Die eer kwam, zag en overwon. Natuurlijk moest in de verander-modes de tafel tegen de muur. Zeeën van ruimte, ik zou er een klassieker kunnen dansen. Ik wist het. Ik had het op mijn heupen. De enige manier voor het afwenden van een verwachting, de spanning daaromtrent. Dochter belde op. Vanmiddag, of later als de jongens weer gehaald moesten worden, kwam ze de sleutel oppikken. Kamer aan kant, hoofd weer kalm. De drie zakken kleding die al die tijd nog boven hadden staan wachten, meegezeuld en bij de kringloop afgegeven.

In de wachtkamer was het ongelooflijk druk. De werkdruk was af te lezen aan de vriendelijke vrouw die namen riep en mensen meevoerde voor een ECG. Veel grijs en een iemand met nog echte onvervalste zwartleren Jezus-sandalen. Dat was een tijd geleden, dat ik die gezien had. Misschien  zouden ze hem de verlossing brengen. Benige en bottige uitstraling, spits gezicht, de mond strak gespannen. Naast me hielden ze een samenspraak. De vrouw tegenover me keek me steeds betekenisvol aan, alsof ik mee het gesprek in moest. Even zo vaak keek ik weg, terwijl een lichte spanning voelbaar was. Ik mocht mee voor een ECG. Ik kende het kamertje, maar door de handeling, ontbloot het bovenlijf, was ik in verwarring en verwachtte heel even het röntgenapparaat. Met snelheid de plakkers erop en de bal van het lange wachten werd neergelegd bij een nieuwe stagiaire, die trager was door onervarenheid. Daarom was het zo druk.

De cardioloog schudde me de hand. Alleen en zonder coassistent, dit keer was ze ontvankelijk en toeschietelijk. Ze hield een helder verhaal. Een kleine minimale afwijking bij de Stent, krachtige spierfunctie, zeker geen hartfalen, kleplek niet noemenswaard. COPD gerelateerd was een zuurstof tekort met name te merken aan dikke enkels. In mijn geval, voor nood Nitrobaat, wat de rust terug zou brengen, over drie maanden een kattebelletje, en na een jaar terugkomen.  Goedendag.

IMG_0555eerste lange stand

Het voelde als de lang begeerde stempel. Goedgekeurd. Geen stress omtrent eventuele acties meer. De klachten die er zijn, ontstaan door de longen en die kan ik nog altijd tackelen. Wat een heerlijk gevoel. Net zo verfrissend als de enorme donderbui die los kwam na de noeste arbeid op het atelier. Portretten met model nummer twee in snelle schetsen en twee langere standen. Het model was de moeder van de juf en een toonbeeld van rust voor het euforische gevoel. Lekker los mogen. Duwen en trekken. Drie aardige en een verprutste. De eerste opzet met olieverf is toch veel meer mijn ding dan de tekening, al gaat dat steeds beter af.

Ik bliksemde naar huis, in een wereld van lichtflitsen. Stof van dagen werd volledig weggespoeld. Met opgelucht gemoed stapte ik de zee van ruimte binnen met de sfeerverlichting van led in een craquelé bol. Rust in het hart, ruimte in het hoofd en vernieuwde energie. De buit was binnen.

Uncategorized

Zover als mogelijk

Er was genoeg plek op de eerste verdieping van de parkeergarage bij het ziekenhuis. De kleine blauwe schudde dan ook vergenoegd, terwijl ik inparkeerde dicht bij de nooduitgang. Het is een vast plekje, maar doorgaans pas op de derde of de vierde verdieping vrij. Achter ons scheurden de andere auto’s met piepende banden, een oorverdovend lawaai.

001.JPG

Op de afdeling was het stil en ik liep eerst aan de wachtkamer met het loket voorbij omdat het luik nog hermetisch afgesloten was en ik het zo niet herkende. Vanuit de ruimte klonk mijn naam met verbazing in de stem. Ik keek op. Daar zat iemand die ik hier helemaal niet verwacht had en die ik doorgaans tegenkom in het IJsselsteinse circuit van Sprokkelhorst, koor en theater. Ik gaf haar een zoen op de beide wangen en na de verbazing volgde het waarom van dit ontmoeten op deze vervreemdende plek.

Last van de maag had ze twee weken geleden gehad. Ze was naar de dokter gegaan. Ze dacht zelf aan een maagzweer. Onderzoek, maagkanker en straks moet de maag eruit.  Als een donderslag bij heldere hemel. Daar zaten we in die kale ruimte met de dichte balie. Nagenoeg even oud. Ze moest er tien over half acht zijn, inmiddels was het kwart voor acht. De sfeer was onwerkelijk. Er liepen genoeg mensen heen en weer, een buitenlandse arts met een grote glimlach, jonge verpleegkundigen of laboranten, secretaresses, broeders en overal de bekende gele waarschuwingsbordjes. Straling. Ze moest voor een PET-scan.

In mijn tas brandde het warme broodje kaas, snel gehaald bij de restauratie, die nog aan het ontwaken was. Ter plekke werd een homp brood afgesneden, plak kaas ertussen en klaar. Ik dacht aan de rommelpotterij van binnen, maar besloot het te negeren. Als de angst regeert, is de ondergang nabij. Waar had ik me die ochtend in godsnaam druk om gemaakt. Hier zat ik met net zo’n jong leven als ik, kinderen, kleinkinderen. Gelaten, omdat alles zo onwerkelijk was, en dapper. Ze ging ervoor. Twee vrouwen die elkaar herkennen zonder te spreken. Ze werd gehaald. Ik zag twee echtparen binnen komen en een man alleen.

Ik had het boek van Roos Schlikker meegenomen en las voorin de handgeschreven boodschap: ‘Omdat iedereen een beetje van glas is, Liefs. Roos’. De net verkregen tijding las mee en zorgde ervoor dat ik struikelde over de zinnen. Opnieuw en nu de concentratie op één verhaal. Herkenbaar aan de ene kant, de zorg van het kind om haar moeder, de beschermende voorwaarden van de omgeving, het leven op het Friese platteland vroeger in schril contrast met het leven in Amsterdam Noord. Aangrijpende verhalen, die er voor zorgden dat mijn eventuele obstakels onderuit gleden door de ontzetting om deze andere wereld. Wat een eerlijk en onverbloemd verslag, wat een breekbaar leven. Er zaten kleine juweeltjes van poëzie tussen de vlot geschreven zinnen, woorden die recht het hart vonden. Na de val kwam het gemis en alles wat dat had los getrild.

Tussendoor moest er van alles. Het infuus voor de radioactieve vloeistof. Het eten van de boterham en het drinken van de chocola, het wachten, maar ook weer het boek. Lang wachten, want het was druk. De wachtkamer liep vol. Mensen, wachtend op wat komen ging. Ze werden weggeroepen en kwamen met een verband terug, gingen weer en kwamen weerom. De ruimte op de nucleaire afdeling droeg haar naam met verve. Hier kon je alleen maar wachten tot je van binnen verlicht genoeg was om op de foto te mogen. Een half uur durende scan. Benen werden losse onderdelen, die ik gebood te ontspannen. Ik dacht mezelf vrij, terwijl ik daar lag, met de camera zwevend en zoemend boven me, die het hart gevangen hield in haar gouden greep. Daarachter het verhaal van de vrouw en die van de vrouwen uit het boek. Kwetsbare mensen, maar oneindig wilskrachtig en overlevers vanaf het eerste uur.

De kleine blauwe stond trouw op me te wachten en bracht me naar huis, waar ik met de koffie de rommelbuik weer toeliet en mijn benen, o zaligheid, optrok. Zover als mogelijk.

 

Uncategorized

Zon stemt in

Zoals te doen gebruikelijk zijn voorgenomen plannen er om bijgesteld te worden als er iets tussenkomt. Ik werd, toen ik op het punt stond de kleine kasten voor de tuin leeg te maken, overvallen door een naar virus. Met dergelijke ongemakken is de tuin geen optie door het ontbreken van sanitair.

017

De keuze werd voor mij gemaakt. Thuis blijven en je niet verroeren. Dat betekende dat ik het boek uit kon lezen wat we met de boekenclub hadden uitgekozen. Zondagskind van Judith Visser is een lijvige beschrijving van het leven van een opgroeiend kind, waarbij de geijkte uitspraak van de moeder typerend is: ‘Zo is ze nu eenmaal’. Op alle fronten voelt Jasmijn, de hoofdpersoon uit het boek, dat ze anders is dan anderen. Dus roept ze een ‘normale’ Jasmijn in het leven, die wel  het doorsnee leven leidt van een gemiddelde puber, terwijl zijzelf uit de toon valt door het zwijgen, het zich terugtrekken en ontwijken en het opzoeken van de stilte.

Er gebeuren een aantal aangrijpende gebeurtenissen die grote veranderingen te weeg brengen. Het is een vlot geschreven boek en het leest makkelijk weg. Als je er eenmaal in zit dan heb je binnen twee uur al een flinke sprong gemaakt. De hoofdstukken zijn kort en er blijft het nodige te fantaseren over. Het einde is verrassend, waardoor ik het eerste deel van het boek nog eens terug wilde lezen.

Af en toe keek ik verlangend naar buiten , waar de bomen hun frisse groene pruiken lieten schudden in de wind. Iedereen op straat hield een blote-benen-parade. In huis was het heerlijk koel.

Ik dacht het ergste gehad te hebben, maar vanaf vier uur ben ik weer aan het spoken. Het lijf blijft van slag. ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’ fluistert mijn sussend geweten in mijn oor. Tegelijkertijd weet ik dat het dan zo moet zijn en wordt het later weer ingehaald. Je kan nu eenmaal geen ijzer met handen breken. Om de aandacht van het onderhuidse gerommel af te leiden, neem ik het volgende boek ter hand. ‘Moeder van glas’ van Roos Schlikker. De moeder van Roos krijgt heel laat de diagnose manisch depressief opgeprikt, ze sterft door een jammerlijke val van de trap. Roos zoekt haar  achter het masker. Het boek begint met een samenspraak van Roos met haar dode moeder. Dat eerste hoofdstuk is al goud waard. Met de openingszin ‘Ik heb je in een koffer gestopt’ en verderop ‘We zouden samen door jouw leven reizen om er achter te komen hoe je het probeerde, altijd maar doen of je normaal was. De gekte buiten de deur duwen’.  Weten dat je anders bent dan anderen loopt als een rode draad door beide boeken. Maar wie bepaalt wat de norm moet zijn. Ieder kind is uniek. Dat is me met de paplepel ingegoten. Ergo, ieder mens ook.

Een Deense promotiefilm doorbreekt de hokjesgeest door aan te tonen dat er altijd overeenkomsten te vinden zijn of je nu een stoere rocker ben of een keurige zakenvrouw. Het is ontroerend om te zien en tegelijkertijd verhelderend te bedenken dat het achterwege laten van een oordeel al zou helpen.

Vanuit mijn raam zie ik het donker wegebben en plaats maken voor nachtblauw, een prachtige kleur tegen het zachte witte licht en het groen van de bomen. Het is, ondanks het ongemak, genieten geblazen.Dat hemelse palet, dat iedere keer weer verandert op ieder tijdstip van de dag is de reden dat ik de weidsheid, die zee aan ruimte verkies boven het laag bij de grondse.

Binnen houden de virussen feest. Het is nog niet voorbij. Ik geef het tot zeven uur de tijd. Zon stemt in

 

 

Uncategorized

Zien en beleven

Honderdentwee uitvluchten vlogen langs. Alles om maar thuis te kunnen blijven. Toen puntje bij paaltje kwam, pakte ik toch halsoverkop mijn spullen in om te kunnen gaan schilderen. Voor de verandering een keer op de zaterdag omdat ik een paar vrijdagen had moeten werken. Bovenop de schilderkist lag de tekenkist, want ik wist dat het huiswerk, oefenen op een portret, al die tijd was blijven liggen en dat ik daarmee aan de bak zou moeten. Dat was de reden van het lange aarzelen geweest. Uiteindelijk vond ik het zo ontzettend onvolwassen om op die manier het probleem te ontwijken, dat dat de doorslag gaf om juist te gaan. Achteraf was ik daar trots op. Moeilijkheden zijn er om te overwinnen.

De eerste opzet leek voor geen meter. Ik zat totaal verkeerd in de verhoudingen. Ik kreeg verschillende aanwijzingen. Natuurlijk moest er eerst gemeten worden. Niet met de meetlat, maar op het oog, met behulp van een potlood of de spanwijdte van een hand. Bij iedere rondgang van de meester kwamen er opmerkingen bij en toen het maar niet lukte werd ik aan de kant geschoven en deed hij het voor. Zo dus. Daarna mocht ik weer zelf op een maagdelijk wit nieuw vel. Het lukte. Stukje bij beetje ontstond er enige gelijkenis Zelfs zo dat ik de eerste beter vond dan de laatste. Meer Maarten.

Er volgden nog vele sessies. Door de rust in het atelier, de heerlijke vogelgeluiden achter het open raam, het gebrom van een hommel tegen het vensterglas en het feit dat de anderen met dezelfde werklust stoïcijns minuscule kleine toetsen en streken aan het zetten waren, verdween mijn weifelachtigheid. Ik stortte me volledig in het proces. Het denkbeeldige ‘Geduld is een schone zaak’ hing in kapitalen boven onze hoofden in de lucht. ‘Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet’ was bij ons thuis de norm. Per sessie leerde ik er weer bij, waarmee ik straks, dat wist ik zeker, verder mee aan de slag zou kunnen, bij ieder portret dat ik maken zou. Eens zou het in de vingers gaan zitten

Er zat een lunch bij op de zaterdag. Met de broodjes togen we naar buiten, waar de zandblauwtjes, de distels en de klaprozen in alle weelderigheid bloeiden en het stuk onbestendig gras achter de parkeerplaats een rijk aanzien gaven. Een rode poes kwam aanlopen. Ze miauwde om een stukje vlees en was een ware Jakkepoes. Ze sprong, toen ze haar kans schoon zag, op de schoot van een van ons sprong en wilde met haar poot het vlees wegkapen. Met luid geklap en gesis werd ze weggejaagd. Haar roze glitterbandje om de nek stak nuffig af tegen haar mottige bleekrode velletje. Misschien was ze verdwaald en uitgehongerd. In ieder geval had ze ons stilzwijgende samenzijn verbroken omdat we elkaar nog niet zo goed kenden. Ze werd de ‘talk of the town’. Zo’n Jakkepoes schept een band.

Aan het eind mocht de tekening op het geprepareerde paneel worden overgebracht. Heerlijk om in het vrije even te kunnen houtskolen zonder op de details te moeten letten. Daarna  konden de hoofdlijnen worden overgetrokken met waterige inkt. De ondergrond penseelde ik over met verdunde en de schaduwen met onverdunde rauwe omber. Het werk was klaar om te drogen. Over twee weken gaan  we verder.

IMG_2959

Op weg  naar de auto kon ik het niet laten om de wilde bloementuin op de foto te zetten en ving dubbele zon door een gele auto die er stond. Vandaag kan ik eindelijk naar mijn eigen tuin. Eens even zien hoe de vlag erbij staat. Ik ben benieuwd wat daar allemaal te ontdekken valt en misschien rolt er nog wel een portret uit de grafietpen. We gaan het zien en beleven.

Uncategorized

Alles op z’n tijd

Ik ben gisteren in het diepe gesprongen. Ik zou een onderdeel vormen van een workshop om de creativiteit te verhogen in de voetsporen van Loris malaguzzi de grondlegger van de pedagogiek van Reggio Emilia en vanuit het kind. De workshop was voor pedagogisch medewerkers. Even inkomen in mijn rol. Het is heel anders dan vanuit een werkbare situatie handelen. Normaal gingen de kinderen uit mijn groep vanuit een beleving aan het werk en was er een uitgebreid aanbod. Dit was een onderdeel van een studiedag. Eerst een echt lesje met strikte instructies om te laten zien hoe snel creativiteit in de kiem gesmoord kan worden, resultaat gericht en saai met als eindresultaat 11 dezelfde gevouwen witte bootjes. Dan de andere manier waarop je helemaal zelf mocht bepalen wat je ging doen met iets waar ze nog niet vaak mee hadden gewerkt. Klei. Het eerste wat opviel was een opmerking: ‘Dat is toch voor kleuters’.

Het was wennen. Elf mensen die, out of the blue, aan het werk gingen. Witte chamotte klei was er voldoende, schone klei. In het midden lag een berg waardevol materiaal. Daarmee konden ze aan de slag. Het was even wennen. Er was iemand die met geen mogelijkheid iets kon bedenken. Veel te snel greep men naar gekleurde veertjes, doppen, rietjes en moest het toch weer resultaat worden. Gelukkig was er ook iemand die het voelen van de klei zo heerlijk vond. Daar borduurde ik op door.

Het gesprek was de aanvulling waardoor de middag kleur kreeg. Daaruit kwamen verlangens van de babygroep, om de kinderen veel meer te kunnen laten ervaren. Anderen hadden, door zelf weer los te kunnen gaan, zin om te beginnen met het doorvoeren van de vernieuwingen. Ik moest denken aan een losse draad die gevonden wordt in een kluwen ideeën en die zich langzaam kon gaan afrollen, alle obstakels en beren op de weg zouden ervoor zorgen dat de draad soms even kwijt raakte, maar altijd zou er weer een nieuw begin te vinden zijn. Zo is het op school ook gegaan. Vanuit het vertrouwde het pad van de vernieuwing in te durven slaan om altijd weer nieuwe toevoegingen te vinden, totdat er een rijke en weldadige, stimulerende omgeving ontstond met mogelijkheden te over.

Ik moest denken aan een eigen beleving van het spelen in de Lek met vriendin. Dat overkwam ons zomaar. Vriendin had zin om te spelen en ik wilde wel mee. Het was een prachtige dag met veel wind. De mooiste wolkenpartijen trokken voorbij. We hadden de schetsboeken bij ons en liepen langs de Lek te struinen. Eerst met blote voeten het water in om de klei uit de grond te peuren om daarna de grote bonken te slaan, te kneden, te draaien. De haren slierten om de hoofden heen in de waai. De voeten zakten weg in het slib, de handen waren kleiig en nat.

079

Er kwamen vier kleihoofden uit de vingers en we hebben ze iets hoger op de kant gezet. Later zouden ze weer meegenomen worden door het water, als het hoger kwam te staan. Daarna wasten we de handen schoon, veegden ze droog aan het gras en gingen op onze rug naar de wolken kijken. Grote witte watten zeilden in een hoog tempo voorbij. Bij het tekenen vulden we eerst de wolken, tot we ontdekten dat we de lucht moesten vullen en de wolken laten. Het was een ervaring van het eerste uur. Ongerept zoals de natuur zelf.

Met het hoofd vol, gloeiende wangen, warrige haren, de kleren met klei spetters en de gedachten als de wilde wind zelf, ging ik voldaan naar huis.

Daar droomde ik van tijdens deze beschaafde klei les en bedacht dat eerst het materiaal zelf ontgonnen moest worden, mogelijkheden ontdekken, wat kan je er mee doen. Er ontspint zich nog een vraag die achterwege is gebleven. Is de boot nog te redden als onderdeel van een kleurloze eenheidsworst en valt er toch eigenheid aan te geven. Die nemen we mee voor de volgende keer. Al wil ik dan kleinere groepen en meer mogelijkheden. Eerst de betrokkenheid en de basis. Dan staat het welbevinden en de beleving vanzelf. Alles op z’n tijd

Uncategorized

Tot aan het einde toe

De weg van hier naar Almelo is bij uitstek een weg om te mijmeren over wat komen gaat of wat geweest is. De afgelopen dagen waren vervuld van meer dan toeval alleen. De gebeurtenissen sloten naadloos aan op elkaar. In die zin is er nog altijd voorzienigheid, hoe je het ook went of keert. Het is fijn om dat helder te krijgen.

De dag ervoor had ik  het gestaakte abonnement van de sportschool van een jaar geleden nieuw leven in geblazen en was gisteren, voordat ik naar het Oosten af zou reizen, al op de vertrouwde loopband gestapt met uitzicht op het plein. Rustig beginnen met een half uur lopen en een tien minuten fietsen in een rustige opbouw. Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet.

Nederland is op haar mooist in een lentejurk. Overal botten de bermen uit tot een uitbundige confetti van geel, wit en groen. Daarboven de statige bomen, ertussen de wuivende halmen en de velden in een vlakverdeling van Sienna, Schevenings geel en Omber. De pruiken van de wildbruggen zijn bemost en geven het grijze lint een vriendelijke toets. Overal bezijden de weg fietsers of plukjes wandelaars met rugzak. De paden op de lanen in, vooruit met flinke pas. met stralend oog en blijde zin en goedgevulde tas’….Er zijn dingen die eeuwigheidswaarde bezitten.

103.jpg

In de tuin is het een drukte van belang. De lange tafel staat klaar. Vernuftig is het leven hier afgestemd op de talrijke omvang van feesten en partijen. Ik krijg Turkse thee met een teug Hollands water er extra in, want de zoete suikerbodem ontbreekt in mijn kleine bolle glas. Er hangen roze en blauwe ballonnen, vlaggetjes, de teksten ‘Its a boy’ en ‘Its a girl’ om het feest der verwarring te vieren en straks zekerheid te krijgen. Iemand roemt mijn rijkdom en zegen met de vijf kleinkinderen en de zesde op komst, terwijl kleinzoon drie er met een ratelend fluitje doorheen tettert om zijn blijdschap aan te geven. Muziek maken mag.

022

Op het moment suprême is iedereen aanwezig en wordt de grote zwarte ballon met kleine blauwe en roze exemplaren er bungelend onderaan met moed beleid en trouw uit het raam getakeld. Iedereen houdt de adem in bij deze delicate kwestie. Een verkeerde punt of nagel en het zou voortijdig dat grote geheim prijsgeven. Zoonlief en lieve schoondochter krijgen een punaise in de hand. Wij telden hardop af en bij nul gingen de naalden in de ballon, die in een wolk van confetti uit elkaar sprong. Er waren twee kampen gemaakt, degene die dachten dat het een meisje werd en de anderen die meenden te weten dat het een jongen was. Iedereen was blij, maar zij die het goed geraden hadden stonden te klappen,te juichen en te joelen alsof het een Champions League betrof. Feest van het leven en dat moest gevierd worden met, hoe kan het ook anders, een Amerikaanse fuif op z’n Koerdisch. Iedere tante had er een steentje aan bij gedragen, maar de nieuwbakken oma en opa het meest. Wij werden getrakteerd op die rijke dis.

088.JPG

Tussen het gewoel door kwam er een buurjongetje steeds even binnen lopen om wat kleine cupcakejes weg te snaaien. Ik denk dat hij de hele buurt heeft voorzien, want hij bleef maar lopen. Later zag ik op een filmpje, dat hij er ’s avonds ook nog was. Vijf jaar, geen ouder te bekennen en de hele dag op het plein. Wat een schril contrast.

Tussendoor piepte ik met kleindochter nog even de poort uit om een straatje om te lopen en daar ontdekte ik de stenen tuinen van Almelo. Ik moest denken aan het verhaal van de pissebed, die de tuin uit geschoffeld werd, omdat er stenen in moesten komen en er alles aan moest doen om het vege lijf te redden. Dat had zich vast en zeker hier afgespeeld. Zelfs op het steen geen pot met piezeltjes groen. Strak, straf en vruchteloos. Kleindochter sliep er dwars door heen.

Op de terugweg viel er voldoende na te genieten. Van het feest, de hartelijkheid, de kushandjes bij vertrek, de warme genegenheid die ik voelde en het nieuws, dat ik natuurlijk niet bekend ga maken. Dat is aan hen. Spannend blijft het tot aan het einde toe.

Uncategorized

Morgen is er een nieuwe dag

Gisteren stond de dag in het teken van water. Ik ben van huis uit een echte zwemmer geweest. Mijn prilste plonzen als glad aaltje waren in het Noorderbad te vinden. Zo jong als we waren, of het weer het toe liet of niet, spartelden we er rond. Zodra het zwembad weer openging lagen wij al in het ijskoude water. Dat was tot grote vreugde van mijn moeder, die daardoor ineens haar handenbinders kwijt was.

IMG_0464

In het bloedhete binnenbad van het zwembad verdween het koppie van kleinzoon 2 in het weerspiegelende water en bracht herinneringen boven aan haak en kurk. Het C-diploma stond in de wacht en te watertrappelen van ongeduld om uitgereikt te worden. In de kleine knuisten van de dappere doorzetter werd ze op slag van goud. Bij de kringloop had ik zijn cadeautje op de kop getikt. Een historische verhaal over wolven in een sneeuwlandschap. Zo blij als een kind kon zijn stond hij met het boek in zijn handen te glunderen. Van tante kreeg hij nog een duikbril en de dag, zijn dag, kon niet meer stuk.

IMG_0425 IMG_0424.JPG

In de ochtend spotte ik naast het parkeerterrein van het ziekenhuis in de sloot twee kleine jonge zwanen die, onder toezichthoudend oog van moeder, ook zwemlessen namen. Ze lagen gemiddeld aanmerkelijk hoger in het water dan onze eigen rakker, maar het zeven met de snavel was nog een dingetje en onder water duiken met het kopje hield kleinzoon langer uit.

Op de dagbehandeling dook mijn lieve spontane hartelijke collega van de kringloop boven water en het was wel even slikken om haar daar te zien. Ze was blij verrast en kijkt nu uit naar de volgende keer, omdat ze dan op een tijdstip is, dat ik er ook ben. Hoeveel jaren hebben we niet samen de benen uit het lijf gelopen om alle tweedehandsjes uit te zoeken en naar de juiste plek te brengen. Ik haalde daar met gemak de 22 jaar en zij werd na zo’n zelfde periode aangesteld als afdelingshoofd in een vaste baan. Het was de kroon op haar noeste arbeidsethos. Maar ziekte heeft geen boodschap aan trouwe dienst.

003

Beneden ontmoette ik zoonlief met lieve schoondochter, haar moeder en haar zus en Fluffie, die als een kleine vis in het vruchtwater zwom. Alles was goed. Dat had de uitgebreide echo bij de gynaecoloog uitgewezen. Wat een fijne boodschappen zijn er soms in die tempel van lief en leed. Zoonlief vroeg zich af waarom ik in pyjama rond liep. Flatteus kan inderdaad beter.

wandeling op het strand.pngJoaquin Sorolla

’s Avonds probeerde ik kleinzoon 1 in het water te vangen. Of eigenlijk probeerde ik vooral de ondergrond te vangen voor de opspattende golf die rollend in tweeën brak. We keken naar Marta La Fuente en dartelende kinderen en hun spelenvaren in zee en naar het licht dat de schilder Sorolla telkens weer wist te vangen in zijn doeken bij zijn strandzichten. Het verlangen werd groter om iets te bereiken naarmate de moeheid vorderde.

015-2-e1559201165216.jpg

Uiteindelijk hadden we weer veel geleerd over beweging, grenzen verleggen, loslaten van wat je denkt en gaan voor wat je voelt en wat het oproept. Het hele proces is een lange weg, maar zo de moeite waard om het te bewandelen. Of eigenlijk, tegen de stroom op te zwemmen als een dartelende forel.

Toen ik in de auto stapte spreidde de dag zich als een zware gecapitonneerde deken. In tegenstelling met het dartelen verwerd ik tot een oud fossiel, maar in het hoofd spatte mijn golf uiteen in een waterval van het bruisende Spaanse licht van Sorolla en dat verkwikte tot op het oude vermoeide bot. Op de plaats rust. Morgen is er een nieuwe dag.

Uncategorized

Zon, zin en zaligheid

Drie zakken kleding alvast bij de kringloop gebracht. Dat was even sjouwen. Daarna er even doorheen gelopen, maar met het idee dat ik niets nodig heb. Enkel en alleen op zoek naar vernuftige aanvullingen voor de Bernagie. Dat betekende dat ik onverrichter zake weer naar huis kon keren. Heerlijk om te weten dat een mens niet meer nodig heeft dan dat je bezit. Wat een rijkdom.

De regen was opgehouden en een waterig zonnetje kwam door het wolkendek piepen, met het gevolg dat ik binnen de kortste keren aan het puffen was. Toch weer te warm gekleed.

9789045122830-1557293327

Een pakje in de brievenbus. Ik had niets besteld. Het was het boek wat ik beloofd had te lezen om te zien of het geschikt was voor de groepen drie en vier. Verrassing, want het was het nieuwste boek van Annet Schaap. De boom met het oor met de fantastische illustraties van Philip Hofman erbij. Er was geen haast bij, had ik door gekregen, maar ja, de verleiding was te groot. Het was een prentenboek en ik had even tijd. Dan is een en een twee, een optelsom die gauw gemaakt is. Ik dook erin en kon het niet meer weg leggen. Dé formule bij uitstek voor een goed verhaal. Het boek was een aanrader en zo zou ik het ook recenseren.

9f61d8bb-a91d-4a6e-91c7-d0a15443da57

Een belletje van vriendin met een stimulerende schilderworkshop in het vooruitzicht in juni en een in september. Drie parels achter elkaar. Er was nog een bijzondere gebeurtenis, want in de ochtend op de blog van gisteren, reageerde mijn stimulator van het eerste uur op de beschreven knutselhoek met een foto uit die tijd. Daar was mijn herinnering ten voeten uit. Nu kon ik de foto toevoegen aan het verhaal en was het te zien in woord en beeld. Fantastisch. Het was nog mooier dan in mijn bewaarde beleving.

’s Avonds was het tijd voor de cursus bij Knockart. Portretserie in de vierde fase. Het model was er niet, dus we werkten aan de hand van de afbeelding. Ik had van het ene schilderij alleen een foto in de Iphone. Voortdurend was het een wisselen van palet en iphone in de hand. Ik had de ezel een slag gedraaid, want bij de vorige sessie had ik gemerkt nauwelijks afstand te kunnen nemen van het werk, Nu was er ruimte, ook omdat er twee mensen niet waren. De afstand zorgde voor meer zicht op de verhoudingen.

IMG_0321  007

Het eerste portret van de vorige keer met de te grote neus en de wonderlijke ogen veranderde langzaam in een compleet nieuw schilderij. De volgende keer, nam ik me voor in samenspraak met mijn begeleidster, zou ik twee doeken nemen en een nog niet helemaal af doek gewoon bewaren als studie, zodat je ze naast elkaar kon zetten en kijken om het leerproces beter te doorzien. Het is een wezenlijk verschil of je naar model aan het schilderen bent of van een foto. Toch had ik er plezier in. We zijn met veel in het kleine atelier en daardoor wordt het wat onrustiger, maar in mijn hoek lukt het ook me er van af te sluiten en de concentratie bij het doek te leggen.

Het goochelen met kleur is altijd weer een ontdekkingstocht. Schrale verf in dunne lagen over elkaar. Langzaam maar zeker kwam er weer een nieuwe opzet uit de vingers. Het was bijna tijd en ik werd moe. Tijd om te stoppen. Dat is ook een nieuw verworven inzicht. Niet snel nog even veranderen wat je als misstap ziet, maar in rust wachten tot de volgende sessie. Al had dat ook vandaag mogen zijn. Het was een verstandig besluit. Nu, met de vroege ochtendzon mee wakker geworden, trek ik er profijt van. Als het me lukt wil ik deze week het atelier klaar hebben, zodat er op elk uur van de dag gehoor gegeven kan worden aan de behoefte. Schilderen is een niet te stuiten drang en in die modus werkt het het best.

Nu in de benen en op naar het ziekenhuis. Een nieuwe dag brengt in variatie op een thema een nieuw geluid. Zon, zin en zaligheid.

Uncategorized

Groeizame druppels

Het regent! Het grijze grauw heeft nog nooit zo verlichtend geleken. Alles snakt naar kostbaar vocht. De bomen waren al weer bezig met bladverliezen. Het regent niet een drup, maar gestaag. Als het niet zo koud was, dartelde ik naar buiten om de regen op te vangen met mijn tong, zoals ik met de kinderen op school deed, zodra de eerste meiregens kwamen. Warme regen, onweersklappen toe.

029

Afscheid nemen van drie redactieleden die hun sporen ruim verdiend hebben in de ontwikkelingen rond het blad. Er was een eervolle vermelding en een afscheidscadeau. Ooit hadden we, in het begin van mijn carrière van school, samen met vriendin een hele gave knutselhoek ingericht. Het waardevolle materiaal hadden we als in een etalage uitgestald in mooie grote glazen potten van Jamin. Kleurrijke knopen, wol, kralen, gekke ijzeren verbindingsstukken, ritsen, kroonkurken, flessendoppen,  stukjes leer. We wikkelden bouwblokken om met wol om mee te stempelen. Er was kaars om mee te tekenen, ecoline voor het grijpen, pandakrijt, houtskool en aquarel, plakkaatverf, klei, drukinkt. Er waren kwasten in alle soorten en maten, inktrollers en paletmessen. Allerhande papier. Van Crêpe tot Engels karton, maar ook krant, tijdschriften, stijfsel, sterke lijm en een kast vol dozen en doosjes, plastic kuipjes, touw, restmateriaal van behang, vilt, lappen stof en vitrage. Naalden om te weven, pennen om te krassen, potloden, viltstiften en fineliners.

9f61d8bb-a91d-4a6e-91c7-d0a15443da57

Ze was het gezicht van de Jenaplanopleiding aan de Pabo en bezocht een stagiaire in onze groep. In haar enthousiasme over de ontdekhoek, sleepte ze iedereen mee om het in ogenschouw te nemen. Wij waren er trots op. Een hoek om geheel ervaringsgericht aan het werk te gaan, zonder restricties en met de juiste stimulans aan verhalend ontwerpen eromheen. Het werken was een feest in die dagen. Nu omhelsden we elkaar. De cirkel was rond.

Buiten brult een jongetje: ‘Het regent, het zegent de pannetjes worden nat’. Hij loopt met zijn moeder naar school, de witte gympies plonzen in de plassen, zijn moeder trekt hem aan zijn arm weg. Ze heeft het hoofd onder een grote capuchon bedekt. De auto’s ruisen nu als de bomen in een straffe wind. Rubber op nat asfalt. Muziek van de regen. Op het zijraam, hier in de slaapkamer, tikt zachtjes het lied van Rob de Nijs. Zijn melancholie, ritme van de eenzaamheid, wordt niet gedeeld. Ik ben weliswaar alleen, maar met duizend woorden in mijn hoofd en het dikke boek voor straks om in weg te duiken.

We hadden een gezellig etentje samen, met ouderwets geblokte theedoeken als servet en hapjes te over, die gedeeld moesten worden. Over de tafel vlogen de snaakse opmerkingen en ideeën, zoals altijd bij een brainstorm over het nieuwe nummer. Een nieuw boek in het verschiet om te verslaan. Terwijl anderen over en weer het belang van Freinet voor Peter Petersen en vice versa opduikelden, ontsponnen zich nog niet de meest geweldige ideeën. Er buitelden titels over elkaar heen, maar een die bij het thema paste, zat er nog niet bij. Ik besloot het tijd te geven en te genieten van wat nog komen ging.

Straks, ergens, op een eigen tijd, gaat er een luik open en springt er een treffend boek te voorschijn. Zoals altijd. Het juiste gesternte op de goede plek. Het was een heerlijke avond met lieve vertrouwde mensen beloond met de regen van vandaag. Naar buiten dus, mond open en vangen maar, de schoonheid van die inspirerende groeizame druppels.

 

Uncategorized

Oordeel niet, maar bewonder

Een wonderlijk heldere droom ving ik vannacht met de kleine dromenvanger aan de spijlen van het bed. We waren in een ruimte, het leek op het huis in de Amandelstraat, maar dan boven en er waren veel hotemetoten uit de filmwereld op bezoek. Vriend was er ook en was aangedaan toen er een optreden werd verzorgd door mensen met een beperking. Direct werd duidelijk dat de naamgeving verkeerd was. Deze vrouw zong zo prachtig, dat ik het nog na hoor klinken in mijn hoofd, zelfs nu de droom afgelopen is. Vriend moest huilen, ik gaf hem geroerd een kus op zijn wang. We werden voorgesteld aan de baas van het gezelschap. In ieder geval monsterde hij vriend met aandacht en die beloofde op zijn beurt van betekenis te kunnen zijn bij het regelen van een optreden. Toen gaf hij mij een hand en hield die langer vast dan te doen gebruikelijk. Daarna werd ik wakker, maar niet alvorens de hele droom nog eens terug te dromen. Het zorgde voor een nieuwe overpeinzing.

016

Mensen met een beperking werden vroeger achterlijk genoemd. De eerste term lijkt beter, maar is het ook niet. Ze lopen niet achter en ook al kunnen ze bepaalde dingen niet, dan zijn er weer andere kwaliteiten die ze juist heel goed kunnen. In deze groep mensen is het individu nog meer zichtbaar. Een algemene noemer is derhalve helemaal niet nodig. Als we in kwaliteiten gaan denken, dan zou er een heel ander beeld gevormd worden. Een stigma opgeplakt krijgen is een grote beperking in het oordeel dat mensen geven en is daardoor volkomen onterecht.

017

Ik denk dat het boek dat ik aan het lezen ben, door mijn gedachten spookt. Het is Zondagskind van Judith Visser en gaat over een meisje met autisme, die beschrijft tot in de details hoe de wereld overkomt in haar beleving en in die van de buitenwacht. De verschillen zijn groot. Zonder haar maatje, een trouwe viervoeter, voelt ze zich niet veilig. Dat ze haar niet bij zich mag hebben is volkomen onlogisch in haar beleving. Duidelijk wordt hoe groot de impact is door het oordeel dat men geneigd is te snel te trekken. Iemand die je niet gelooft en die je voor leugenaar uitmaakt, de drang om vrij en onbegrensd te zijn, de impact die het heeft als een geliefd dier plotseling verkocht is.  Het zijn allemaal items die steeds verduidelijken dat er meerdere wegen naar Rome leiden en dat er geen sprake is van die ene juiste weg. Ik ben pas op de helft, maar nu al verkocht.

Gerelateerde afbeelding

De eerste keer dat ik met de visie van een autistische manier van ervaren in aanraking kwam, was door een boek en een toneelstuk ‘Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht’ van Mark Haddon. Vooral het toneelstuk imponeerde. De drukte in een stationshal werd bewerkstelligd door schuivende en piepende lockers die in grote getale op het podium aanwezig waren en door hun opstelling voortdurend vorm gaven aan de omgeving. Er werd mee verbeeld hoe harde geluiden je letterlijk in konden sluiten, zodat je niet anders meer kon doen dan in een hoekje kruipen om je zo onzichtbaar mogelijk te maken. In Zondagskind heeft Jasmijn ook een ‘normale’ Jasmijn, die precies weet wat je moet doen om niet op te vallen. Alleen zijn de blokkades voor de eigenlijke Jasmijn te hoog om erover heen te kunnen stappen. De oordelende buitenwereld vindt alles raar. De vraag is wie nu eigenlijk vreemd reageert. De verwachtingen zijn hoog als je er niet aan kan beantwoorden. De gesprekken die ze voert spelen zich grotendeels in haar hoofd af.

In de groep hadden alle kinderen hun eigen specifieke bijzondere kwaliteiten. De kunst is om die gaven te zien. Er is geen goed of slecht, geen onbeleefd of aangepast, de norm is ‘De mens’ zonder toevoegingen. ‘Ecce homo’. ‘Zie de mens’. Een lieve vriendin voegde daar ooit eens aan toe: Oordeel niet, verwonder je slechts. Ik zou er van willen maken: Oordeel niet, maar bewonder.

 

Uncategorized

Echte kleine voetbalhelden

Twee kleine zwart-witte figuurtjes maken zich los uit de kluwen, die zich heeft gevormd op het midden van een half voetbalveld. Zoonlief 1 heeft de bal aan zijn kleine sterke benen, zoonlief 2, 6 minuten jonger dan zijn broer, passeert hem in een oogwenk en neemt de bal vervolgens mee om hem in het doel te prikken. We schrijven 1990 en de jongens zijn uitverkoren tot de selectie van hun kleine voetbalclub in een middelgrote stad.

028

Dat ze ooit als White Saints in de voetsporen van hun vader, de terriër van het middenveld, zouden treden, is op dat moment een ver-van-mijn-bed-show. Ze doorliepen het hele amateurtraject en ik volgde ze op de voet. Eerste klasse, hoofdklasse, topklasse. Het leven langs de lijn was mijn eigen alleengang.  Volstrekte concentratie op het spelletje. Niet de peptalk van omstanders of de aantijgingen tegen de scheids, maar de bal, de jongens en het frisse groen Met het kunstgras kwam er minder romantiek bij kijken. De begrenzing werd scherper naarmate ze hoger gingen voetballen. Niet langer was er sprake van op het veld zitten met de blote benen in de warme zon. We werden steeds verder teruggedrongen tot achter de lijn, waar ik tot op de dag van vandaag ben blijven staan.

F-jes

Winst of verlies was niet het belangrijkste, maar wel de trots bij de persoonlijke overwinningen, een doelpunt hier en daar, het stijgen in aanzien en in de selectie. Het draaide om hun welbevinden en het leren werken in een team. Er kwamen nogal wat trainers voorbij. Vaderfiguren gelukkig, die het grote verlies wisten af te vangen, maar ook bikkelharde mannen, meedogenloos haast, waardoor de ontwikkeling van kwaliteiten stuk liep op starheid en voorkeur. Er waren acties bij die in het geheugen staan gegrift. ‘Himmelhoch jauchzend, zum Tode Betrübt’.

Het feit dat vandaag alleen de selectie stopt, maar dat zoon twee en zijn vriend doorgaan in het tweede, de vriendschap trouw, is de grootste winst. Vanaf de F-jes bij elkaar met een enkel uitstapje. Zoon en vriend, voetbalmaatjes voor het leven.

buizerds

In de bomen langs de snelweg achter de velden cirkelt een buizerd. Hij spied met waakzame blik de grond af. De personificatie van hun vader. Mijn hart licht op als ik hem zie vliegen. Hij zit er al jaren, zoals ik er al jaren sta. Nederland op z’n smalst heb ik gezien. De kleinste dorpen, de wonderlijkste achteraf velden. Weer of geen weer, soms drijfnat door striemende regen tegen de achterbenen, stormachtige wind, alles werd  getrotseerd voor support en ondersteuning. Maar er was ook het aangename toeven in een hartverwarmende zon als bonus op een mooie wedstrijd en altijd zat ergens wel die buizerd, of een sperwer of een slechtvalk.  De natuur om het veld gaf voldoende ruimte voor grote en kleine filosofietjes. Er zijn wat overpeinzingen geweest.

De kantine was met half dove oren vooral een plek om te mijden. De holle klanken werden een muur van geluid, waaruit voor mij geen zinnig woord meer te halen viel. De harde muziek zorgde ervoor dat monden klankloze zinnen vormden en aanzwollen tot bellen spuug en spraakwatervallen. Ik wachtte buiten op wat komen ging, soms met overvolle tribunes achter me, als er een derby was of een belangrijke pot, maar vaker alleen en in stilte. En altijd ving ik een blik van verstandhouding, een opgestoken duim, en na afloop een kus van de jongens. Zo nu en dan de bloemen als een van hen tot man of the match was gekozen. Dubbele kansen, dus vaker raak.

f-jes 2

Kleine jongens worden groot en aan alles komt een eind. De kleinzonen hebben ook de bal aan de voeten en de geschiedenis herhaalt zich. Soms, heel soms, droom ik weer van de zwart-witte kluwen op het veld, kleine dribbelbeentjes, en twee fanatieke jongetjes die zich eruit losmaken. Twee echte kleine voetbalhelden.

 

 

 

Uncategorized

Tijdreizen

Soldaat Dirk doet niet aan dunschillen. Met een weids gebaar plompt hij zijn vierkante aardappelen in de gamel. Het water spat alle kanten op. Het is 28 juni 1917. De kinderen stuiven giechelend naar het andere einde van de bank.

038

De vochtige kou kruipt door de dunne witte overblouse heen. Hier en daar eist de kilte de aandacht in plaats van het historische verhaal dat ze met de aardappelen voorgeschoteld krijgen. Een vet Twents accent vraagt om vertaling. De typetjes zijn heel herkenbaar. In veertig minuten leiden Dirk, sergeant Kommer en de kok die absoluut niet koken kan, de kinderen de eerste wereldoorlog binnen. Voor volk en vaderland wappert de driekleur boven hun hoofden als Dirk het vaandel slaat onder het geschetter van de trompetten. Buiten staan de vrijwilligers om ze rond te leiden over het terrein van de Hondenkop, zoals de ligging van het fort zich aftekent op de plattegrond. De bravoure waarmee ze kwamen is teruggebracht tot peinzende koppies, juiste vragen en goede weloverwogen antwoorden.

Het is het oudste landfort van de stelling van Amsterdam. Dankzij het feit dat verdediging na de eerste wereldoorlog niet meer nodig was, is de natuur om het fort heen uitgegroeid tot een walhalla voor de vogels. De kwikstaart, de koekoek, houtduiven, merels en mezen en vinken, vleermuizen en zelfs de ijsvogel vliegen op en af en nestelen er ongestoord. Ze fluiten dat het een lieve lust is.

De kinderen worden ‘opgesloten’ in de provoost achter het fort, zijn diep onder de indruk van de tekening op de muur, de soldatentoiletten, de waterkelder onder het hele fort, de slaapvertrekken. Ze griezelen bij de verdroogde vleermuizen en het verhaal van de gids, die vertelt dat, als je eenmaal een vleermuis in het losse haar krijgt, die er alleen nog maar uitgeknipt kan worden, want door de weerhaken krijg je het beestje niet meer ontwart.

030

Tussen de voorstellingen door haal ik de volgende groep op. Je waant je in het paradijs als de stilte enkel en alleen door het gekwinkeleer van de vogels wordt doorbroken. Twee vissers zitten op de pontons in de fortgracht en turen mijmerend naar hun hengel. De houten brug over het spiegelende water en het grote hek dat uitnodigend openstaat markeren de bijzonderheid, een entree tot een onbekend wereld vlak achter het centrum van de stad. In het water drijven de grote bladeren van de plomp. Kwikstaart doet zijn naam eer aan en is te snel voor het schieten van een foto. Ze verdwijnt in de grote paardenkastanje achter de meiboom bij de entree.

028

Als de sleutel van de gids niet past op de keuken heeft de soldaat gelukkig een butagas bij zich en pruttelt er binnen enkele ogenblikken een echte Italiaans percolator op zijn pitje. Het rantsoen bestaat uit haverbiscuit. Alles roept de sfeer op van vroeger. In het minimuseum zijn alle schatten vergaard van dat bestaan, de gamellen, de soldatenkisten, de koperen ketels evenals een mottige buizerd en een uil. Er staat een grote maquette van het fort. De stem van de gids erboven verhaalt van de rij paardenkastanjes, die allen helaas geveld zijn door de kastanjebloedingsziekte en de wildgroei van de natuur, die het fort hebben omgetoverd tot  deze geheime tuin. Hij vertelde van de onbruikbaarheid van het fort omdat brisantbommen het in een klap konden platleggen. De gloriedagen van het bakstenen en brikkenbetonnen gevaarte, dat nog betekenis had in de eerste wereldoorlog, kwamen niet weerom. Pas veel later zag men de historische waarde er weer van in.

Het liniepad ligt er zonovergoten bij als ik naar de auto loop. Nog eenmaal vang ik de roep van de koekoek. Er is maar weinig voor nodig om te kunnen tijdreizen.

 

Uncategorized

We doen ertoe

Stempas…Huh….maar wanneer hebben we die dan door de brievenbus gekregen. Doordenken. Ouderwets per brief. QR-codes? Het is maar een idee. In oude post omhoog gegraven. En natuurlijk gaan we stemmen. Dit keer op een vrouw, een die vecht voor mensenrechten en met hart voor een grenzeloos bestaan. Het toeval dat ik hier geboren ben, speelt een beslissende rol. Hier of daar en wie bepaalt dat.

Hoe heerlijk om een jong mens te horen vandaag. Eerst ouderwets lekker kunnen kletsen met mijn lieve vertrouwde vriendin. Geen betere zielsuitwisseling dan dat.  Toen dochterlief thuiskwam uit school ontspon zich een breed gesprek over allerlei maatschappelijke vragen. Issues die zonder meer mee te nemen waren in het maken van een keuze omtrent de Europese verkiezingen. Terug naar huis met gedachten die dieper groeven dan gemiddeld. De tuin lokte maar de wijsheid riep me terug. Even een pas op de plaats maken.

‘Hoe bevalt het werk op woensdag’, was een van de vragen. ‘Ik moet merken dat ik ertoe doe’ was het antwoord. Zo voelt het. Ben ik in staat om betekenis te hebben in de gesprekken die ik voer. De vrouw alleen waarmee ik de vraagstukken besprak die er op haar bord lagen. De intens vermoeiende regeldingen als je weet dat het deze keer de allerlaatste kans is op vooruitgang. Wat als het niet lukt. Kind noch kraai. Bikkelen en doorgaan en nog altijd de touwtjes in eigen handen willen houden, omdat je niemand tot last wil zijn. Het is zo herkenbaar. Ik ga duimen beloof ik en vergeet dat ik in een katholiek ziekenhuis loop. ‘Bidden  mag ook’ lacht ze ‘of een kaarsje opsteken’.

014

Vriendin en ik verzinnen dat iemand die laatste taak uit handen zou moeten nemen, zodat je ziek mag zijn zonder zorgen en verder nergens aan hoef te denken. Later bekijk ik de taken van een buddy eens goed. Een buddy is er op getraind om dergelijke zaken uit handen te nemen. Ze hebben coachende eigenschappen en krijgen er een opleiding voor. Soms is er een buddygroep waar vragen van de vrijwilligers zelf aan bod kunnen komen. Ik weet nog te weinig van de afdeling om erachter te komen of er op buddy’s gewezen wordt. Vraag voor mijn collega’s zo meteen.

Een andere vrouw dreigt in een isolement te vallen. Ze is bang voor haar thuiskomst in het kleine dorp met de opvallende aandacht van de buurvrouwen om haar heen. Ze komt zelf uit de zorg. Is het haar eigen achterdocht of is het werkelijk zo, dat die aandacht enkel en alleen als bemoeizucht vertaald mag worden. Terug in de auto blijft het door het hoofd spoken. Iedereen heeft een eigen leven. Als de nood aan de man komt zal de galerij klaar staan. Ik zou er niet aan denken om het als bemoeizucht te bestempelen. Ontvankelijk zijn is ook een gave en maakt de wereld groter.

009

De lange slanke man ligt roerloos op het bed. Hij houdt zijn ogen gesloten als er iemand binnen komt. Zijn signalen zijn duidelijk te lezen. De oude pleeg komt boven. Ik zou iets willen doen dat verlichting brengt. Straks is er een cursus hand en voet massage en mag ik daarmee aan de slag. De handeling als inleiding tot wezenlijk contact. Nu raak ik op die ene ochtend in de week alleen de geest even aan, een lichte vingertip, niet meer.

Zo wandel ik kamer in en kamer uit. De verschillende levens parallel aan elkaar en heel  verschillend. Het ziekenhuis sluit haar luiken automatisch als er zon is, de kamers zijn donker en gesloten. Ik zou naar de weidsheid van de lucht en het licht verlangen als ik er lag. Juist daar, in die begrensde werkelijkheid.

Vandaag mogen we stemmen. Een wereld zonder benauwende grenzen met een goede infrastructuur, waar je mens mag zijn op alle fronten. In het stemhokje kleurt het hokje rood. Ineens valt het kwartje. Waar je ook gaat of staat en wat je ook onderneemt, je stem telt. We doen ertoe

 

 

 

Uncategorized

Eerst maar wat bijtanken

Mijn vader dook na de warme maaltijd van vijf uur zijn eigen fauteuil in bij het raam, schoof naar achteren waardoor het voeteneind omhoog kwam, deed zijn ogen dicht en viel in slaap. Elke dag, vaste tijd, vaste prik. Je kon er de klok op gelijk zetten. In het begin stil, daarna ontspande de onderkant van de kaak en viel zijn mond open. Zo snurkte hij zijn dromen door tot er een uur voorbij was. Dan herhaalde het hele spektakel zich omgekeerd. De ogen gingen open, de grote hand veegde over het gezicht gevolgd door een enorme gaap. Dan schoof hij naar voren en klapte het voetenstel zwaar weer in. Hij was wakker. Koffie en een zware van Nelle. Het was een dagelijks ritueel.

Ik kan nooit een dutje doen overdag, maar de laatste dagen valt de vermoeidheid in als een blok beton. De ogen worden zwaar, de armen zijn niet meer te tillen en het lijf roept om ineen gekruld op de bank even te ontspannen. Niet echt te slapen, maar even niets. De stilte met het gebrom van de koelkast er doorheen, maar verder rust. Na het onderzoek van dinsdag viel ik ’s middags als een blok in slaap. Dat was me nog nooit overkomen. Daarna werd ik, vreemd genoeg, bruisend van energie wakker. Een echte powernap.

IMG_0301Eerste opzet.

Er was heel veel zin om ’s avonds te gaan schilderen bij Knockart. We gingen naar model aan de gang. Het lijdend voorwerp zat op de stoel in een natuurlijke pose. Zette zijn mindfull denkhoofd aan en vloog weg. Een uitstekende manier om  twee uur lang met een korte pauze ertussen, vol te houden. Na wat heen en weer soebatten, besloot ik toch eerst even naar model direct op doek te schilderen en daarna pas weer aan het andere doek volgens foto verder te gaan. Het was een heerlijke flow die de middagslaap had opgeroepen. De penselen, twee stuks, een kattentong en een grote varkensharen voor het grove werk dansten over het doek. De opzet met sienna, de invulling en de nuances met doek en rode lakverf, paars, wit, groen, citroengeel en magenta. Heldere kleuren, wat er voor zorgde dat het doek licht en lucht bleef houden. Binnen een uur had ik de eerste opzet klaar. Volgende week verder, nu de tweede laag over het vorige doek.

IMG_0283

We drentelden een rondje langs alle doeken en bewonderden de inspanningspogingen, die volstrekt verschillend waren. Van alle kanten met de werken van de vorige sessie kwam ieders eigen wijze van werken naar voren. Krachtige en uitbundige, minuscule verfijnde, gedurfde experimentele of bescheiden ingetogen streken en toetsen. Het was er allemaal. Kleurrijk vooral ook en overal herkenbaar in detail of overflow.

img_2655.jpgTweede laag

Ook de tweede sessie op het doek van vorige week ging als vanzelf. Het penseel en de arm deden het werk en ik constateerde alleen maar dat alles wat ik deed werkelijk vruchten afwierp en wat zich voegde door de enorme brushkwast en de achterkant ervan om verdieping aan te brengen met licht groenblauw, een soort verdigris, de jas te verdiepen met ultramarijn en umber, de glans aan te brengen met een vleugje wit. We zijn er nog niet, maar het begint te komen. Niet dicht smeren, maar lucht erin aanbrengen en het licht zien. Zo voelde het die avond. Drie cursussen te verbinden tot een eigen aanpak en een werkende stijl. Het pad van de inspiratie gaat kennelijk over de rozen van een diepe middagslaap.

De tol betaalde ik gisteren, na een ochtend werken in het ziekenhuis en een korte lunch in de middag. De zware vermoeidheid was er weer, maar liet zich niet verjagen. ‘Blijf maar op de bank’ beet ze me toe. Met leed in het hart belde ik wolkenwietje af, die prompt lucht stuurde om energie op te doen. Een ander telefoontje hakte erin. Nog een  herhaling van het eerste onderzoek komt eraan, maar dan in rust. ‘Dat is voor 80 % van de mensen die dit moeten ondergaan hetzelfde’, zei de vriendelijke stem door de telefoon relativerend. Het zij zo. Eerst maar wat bijtanken.

 

Uncategorized

‘Naar bed, naar bed’

Keurig was de onzichtbare verzorging onder de zwarte broek en de gemakkelijke warme, oudroze trui. De benen al in de zomer gestoken, glad als een babyhuidje. De gecraqueleerde huid glimmend gewreven met de doucheolie en daarna met de bodylotion. Nagels schoon. Gepokt en gemazeld, zoals het betaamt als je het ongewisse ingaat. De waarschuwing van mijn moeder klonk bij zulke gelegenheden steevast door. ‘Altijd hele en schone  onderkleding aan. Stel je voor dat je in het ziekenhuis terecht komt’. Het werd een van de meest geliefde running gags op de Neurochirurgie IC en onder de zussen. Wat er ook gebeurt, als je ondergoed maar heel en schoon is. Ja ja. We hebben wat afgelachen op die zware afdeling, zodat het leven naast het leed ook de humor bleef houden.

Om door een ringetje te halen toog ik een half uur te vroeg op pad. De voorzorgsmaatregel voor dergelijke ervaringslege bladzijden is het inbrengen van de rust. Boek mee, tekenblok mee. Stiefelen naar het infobord. Poli-nummer checken, aanmelden bij een alleraardigste secretaresse en plaats nemen. Daar begon het grote wachten en de aanvang in de dikke pil van Judith Visser, een herkenbare beschrijving vanuit de visie van een autist. Een welkome aanpak voor het doden van minuten, die weg tikten alsof ze op een achteruitlopende band stonden.

Ergens registreerde een deel van het brein de voorvallen die plaats vonden. De echtparen, de Turkse mijnheer, die anderhalf uur te vroeg was, maar aangaf dat prettig te vinden, het doelloze geblader in de aanwezige tijdschriften of het doornemen van de meegebrachte brieven. Vaker nog het eindeloze turen op het te kleine scherm van de Phone. De echtparen spraken nauwelijks met elkaar. ‘Hoe was het gegaan?’ was de vraag. ‘Ging wel-gebrom’ als antwoord en dan hield het op en swipe, swipe, swipe. Net schaatsen op het droge of dirigeren zonder stokje. Onvoorstelbaar wat je nog kunt meenemen van de omgeving als je toch in een boek zit.

020.jpg

Mijn beurt. Ik mocht me een infuus laten aanmeten bij een allerhartelijkste vrouw, die geroutineerd de rollende ader in de prikstand dwong. Er kwam een hele uitleg bij. Terug en wachten, nuchter en wel. De koffiemachine met haar geraas, de vrolijke gesprekken  achter het glas van de balie met af en toe een bevrijdende schaterlach en toen zag ik haar ineens. Een giraf met schoenen geënt op het patroon van haar vel. ‘A few sizes to big’, was de titel. Niemand is volmaakt. Opmerkzaam gemaakt keek ik rond. De nucleaire poli bleek echte kunst te bevatten.

Ik mocht weer. Gehaspel met boek en zware tas. Er werd een echo gemaakt en de bloeddruk werd gemeten. De dokter kwam ‘gorgeous grey’ en olijke ogen, en spoot de vloeistof in terwijl ze me, als afleiding, het hemd van het lijf bleef vragen. De antwoorden haperden omdat de benauwdheid me de volledige concentratie benam en er even helemaal geen woorden meer waren. Met horten en stoten bleef ik antwoorden, maar ik had geen flauwe notie van wat ik gezegd heb. Het was mijn eerste aanvaring met een bronchospasme, opgewekt door de inspanningsvloeistof. O wee. Het voorland drong zich op. Dat vroeg om neer te sabelen. ‘Had ik gepuft van te voren’. Ontkenning, want de stelregel was geen medicijnen. O, maar deze mochten/moesten wel. Ik mocht ze ter plekke nemen en dat gaf letterlijk lucht. Het infuus ging uit.

019.JPG

Bijkomen bij een broodje kaas 48+ en een chocomelk om de gal en de maag aan het werk te zetten, zodat het hart bij de scan alle aandacht kon opeisen. En weer het boek met flarden wachtkamer.  De scan was een oase van rust, niet bewegen, handen boven het hoofd, muziek en het relativerende alledaagse nieuws.

023.JPG

De vermoeidheid sloeg pas toe, toen ik een warme uiensoep ging halen in het restaurant. De tekenpennen bleven in de tas, evenals het boek. De pen zou ik niet getild krijgen en de letters zouden een eigen verhaal dansen. ‘Naar bed, naar bed’ smeekte duimelot in mijn oor.