Uncategorized

‘Naar bed, naar bed’

Keurig was de onzichtbare verzorging onder de zwarte broek en de gemakkelijke warme, oudroze trui. De benen al in de zomer gestoken, glad als een babyhuidje. De gecraqueleerde huid glimmend gewreven met de doucheolie en daarna met de bodylotion. Nagels schoon. Gepokt en gemazeld, zoals het betaamt als je het ongewisse ingaat. De waarschuwing van mijn moeder klonk bij zulke gelegenheden steevast door. ‘Altijd hele en schone  onderkleding aan. Stel je voor dat je in het ziekenhuis terecht komt’. Het werd een van de meest geliefde running gags op de Neurochirurgie IC en onder de zussen. Wat er ook gebeurt, als je ondergoed maar heel en schoon is. Ja ja. We hebben wat afgelachen op die zware afdeling, zodat het leven naast het leed ook de humor bleef houden.

Om door een ringetje te halen toog ik een half uur te vroeg op pad. De voorzorgsmaatregel voor dergelijke ervaringslege bladzijden is het inbrengen van de rust. Boek mee, tekenblok mee. Stiefelen naar het infobord. Poli-nummer checken, aanmelden bij een alleraardigste secretaresse en plaats nemen. Daar begon het grote wachten en de aanvang in de dikke pil van Judith Visser, een herkenbare beschrijving vanuit de visie van een autist. Een welkome aanpak voor het doden van minuten, die weg tikten alsof ze op een achteruitlopende band stonden.

Ergens registreerde een deel van het brein de voorvallen die plaats vonden. De echtparen, de Turkse mijnheer, die anderhalf uur te vroeg was, maar aangaf dat prettig te vinden, het doelloze geblader in de aanwezige tijdschriften of het doornemen van de meegebrachte brieven. Vaker nog het eindeloze turen op het te kleine scherm van de Phone. De echtparen spraken nauwelijks met elkaar. ‘Hoe was het gegaan?’ was de vraag. ‘Ging wel-gebrom’ als antwoord en dan hield het op en swipe, swipe, swipe. Net schaatsen op het droge of dirigeren zonder stokje. Onvoorstelbaar wat je nog kunt meenemen van de omgeving als je toch in een boek zit.

020.jpg

Mijn beurt. Ik mocht me een infuus laten aanmeten bij een allerhartelijkste vrouw, die geroutineerd de rollende ader in de prikstand dwong. Er kwam een hele uitleg bij. Terug en wachten, nuchter en wel. De koffiemachine met haar geraas, de vrolijke gesprekken  achter het glas van de balie met af en toe een bevrijdende schaterlach en toen zag ik haar ineens. Een giraf met schoenen geënt op het patroon van haar vel. ‘A few sizes to big’, was de titel. Niemand is volmaakt. Opmerkzaam gemaakt keek ik rond. De nucleaire poli bleek echte kunst te bevatten.

Ik mocht weer. Gehaspel met boek en zware tas. Er werd een echo gemaakt en de bloeddruk werd gemeten. De dokter kwam ‘gorgeous grey’ en olijke ogen, en spoot de vloeistof in terwijl ze me, als afleiding, het hemd van het lijf bleef vragen. De antwoorden haperden omdat de benauwdheid me de volledige concentratie benam en er even helemaal geen woorden meer waren. Met horten en stoten bleef ik antwoorden, maar ik had geen flauwe notie van wat ik gezegd heb. Het was mijn eerste aanvaring met een bronchospasme, opgewekt door de inspanningsvloeistof. O wee. Het voorland drong zich op. Dat vroeg om neer te sabelen. ‘Had ik gepuft van te voren’. Ontkenning, want de stelregel was geen medicijnen. O, maar deze mochten/moesten wel. Ik mocht ze ter plekke nemen en dat gaf letterlijk lucht. Het infuus ging uit.

019.JPG

Bijkomen bij een broodje kaas 48+ en een chocomelk om de gal en de maag aan het werk te zetten, zodat het hart bij de scan alle aandacht kon opeisen. En weer het boek met flarden wachtkamer.  De scan was een oase van rust, niet bewegen, handen boven het hoofd, muziek en het relativerende alledaagse nieuws.

023.JPG

De vermoeidheid sloeg pas toe, toen ik een warme uiensoep ging halen in het restaurant. De tekenpennen bleven in de tas, evenals het boek. De pen zou ik niet getild krijgen en de letters zouden een eigen verhaal dansen. ‘Naar bed, naar bed’ smeekte duimelot in mijn oor.

One thought on “‘Naar bed, naar bed’

Comments are closed.